Welkom op de website van IPOR!

Het IPOR is het samenwerkingsorgaan van de Kehillot in de mediene.  Het samenwerkingsverband is een organisatie waarin de deelnemende kehillot  verenigd zijn op basis van vrijwilligheid. Het doel van het samenwerkingsverband is de bevordering van joods leven in de provincie. De organisatorische vormgeving zal in de loop der tijd een nieuwe vorm krijgen.

Dagboek van de Opperrabbijn 25 januari 20223

De laatste dagen waren voor mij een broeikas van emoties. Maandagochtend werd rabbijn Vorst 85 jaar! Dit werd gevierd met een Amstelveense sjoeldienst, met na afloop een ontbijt. Maar tussen sjoeldienst en ontbijt in: de mogelijkheid om de oudste rabbijn van Nederland, de nestor onder de rabbijnen, mijn leraar en vriend, mazzeltov te wensen. En aan mazzeltov ’s ontbrak het niet, maar dat is niet verbazingwekkend als je nadenkt hoeveel deze rabbijn met zijn met zijn dag en nacht meewerkende echtgenote, Dobba, voor Joods Nederland betekent, heeft betekend en met G’d hulp nog zal betekenen. Ies: ad mea we esriem, tot 120!

En daarna: de herdenking van de vernietiging van het Apeldoornsche Bosch. Ik heb daar, voorafgaand aan de erg goede en deels zelfs persoonlijke voordrachten, een vraag beantwoord gekregen waarmee ik al jaren rondliep. Voor bijeenkomsten als deze is het van belang om er goed gekleed uit te zien. Gestreken en schoon overhemd, gepoetste schoenen en een fatsoenlijk kostuum. Maar moet ik als ik zit mijn colbertje open of dicht hebben? En als ik sta tijdens mijn toespraak: open of dicht? Een van de hoogwaardigheidsbekleders wist die vraag te beantwoorden tijdens de VIP-ontvangst voorafgaand aan de herdenking. Zittend open en staande dicht, werd uitgelegd, maar…en toen werd mijn kostuum bekeken…”als iemand een kostuum draagt met een dubbele rij knoopjes en tussen overhemd en jasje zit een giletje, zoals onze rabbijn dat heeft, dan moet het jasje ook tijdens het staan openblijven”, eindigde de hoogwaardigheidsbekleder zijn textiel-college. Van een hoogwaardigheidsbekleder verwacht je natuurlijk wel dat hij of zij van alle markten thuis is, maar van de textielmarkt had ik niet verwacht. Ik schoot toen maar even uit mijn rol (of juist in mijn rol?) en vroeg hem waaraan hij zijn textiel-kennis ontleedde want ik had van de hoogwaardigheidsbekleder een Rechtenstudie verwacht. Mijn verwachting bleek dan ook te kloppen, hij had Rechten gestudeerd, maar als werkstudent had hij in de textiel gezeten.

De herdenking was natuurlijk dramatisch. Wat een misère! Na afloop naar huis en daarna snel via Schiphol naar Praag. Van het vliegveld werd ik daar netjes afgehaald, naar mijn hotel gebracht, van een vier-gangen maaltijd voorzien midden in de nacht en de volgende ochtend: Theresienstadt. Aanwezig was, naast alle EU-parlementariërs, ook een overlevende van Theresienstadt die de verschrikkingen als kind had meegemaakt en nu probeert aan de wereld te vertellen wat feitelijk onbeschrijfelijk is. Mijn toespraak heb ik ter plekke een beetje moeten aanpassen. De overlevende, die uiteraard zijn verhaal had gedaan tijdens het symposium voorafgaand aan de herdenking, had namelijk verteld dat hij had kunnen overleven omdat hij steeds vooruitdacht, richting de toekomst, en daarom in staat bleek om ongeschonden het concentratiekamp uit te zijn gekomen, ook geestelijk. Of dat ‘ongeschonden’ helemaal klopt weet ik niet. Ik durf dat te betwijfelen. Maar dat alle overlevenden in feite niet-hebben-overleefd, heb ik iets genuanceerder moeten vermelden om de overlevende niet tegen te spreken. Want hij had het overleefd en overleeft nog steeds door in zichzelf te geloven. Geweldig! Dat mag ik niet in twijfel trekken, zeker niet publiekelijk!

Daar stonden we dan niet in de hel van Auschwitz, maar in Theresienstadt, een plaats die ‘beter’ was, maar wat is ‘beter’? Meer overlevingskans?

Vanmiddag, inmiddels woensdag, in het Tropenmuseum in Amsterdam een onbeschrijfelijk goede lezing van een pastoor die zich inzet om de moord op Joden in de voormalige USSR in beeld te brengen. Honderden massagraven. Verreweg de meeste massagraven zijn onbekend gebleven omdat niemand de moordpartijen heeft overleefd. Maar hoe kon het gebeuren? Hoe kon het dat de medeburgers het lieten gebeuren? Het is toch bijna onvoorstelbaar dat de buren het zagen en lieten geschieden! En toch is dit de realiteit. Buren keken toe, genoten van de moord op 2,2 miljoen medemensen, hun Joden. Kerken zwegen, terwijl ze zoveel hadden kunnen doen. Hoeveel mensen in Amsterdam toekeken en genoten had de priester niet bestudeerd, vermeldde hij fijntjes, maar overduidelijk.

Na afloop van de briljante en schokkende voordracht ving ik in het toilet een gesprek op. Een van de aanwezigen vertelde aan de ander dat de pastoor qua gesprekstechniek geweldig kundig was en z’n publiek wist te boeien. Hij wijdde uit over de kwaliteit van de speech en van de spreker als voordrachtskunstenaar. De presentatie had hun aangesproken, maar de inhoud was hun kennelijk ontgaan, want daarover werd geen woord gerept.

En terwijl ik de indrukwekkende lezing hoorde en zag, was Blouma naar Maastricht gegaan om de Brith Milah van de zoon van rabbijn en mevrouw Cohen bij te wonen!

Vreugde en verdriet, helden en collaborateurs. genocide en geboorte. We moeten ermee leven…

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 22 januari 2023

Vandaag, zondag, zat ik de hele dag op de boot van de Stena Line tussen Harwich en Hoek van Holland en dus had ik alle tijd om mijn toespraak voor morgen voor te bereiden. En omdat het tachtig jaar geleden is dat het Apeldoornsche Bosch werd ontruimd en  alle geesteszieke bewoners werden afgevoerd en vernietigd in Auschwitz, heb ik dit keer mijn herdenkingstoespraak op papier gezet. Vanwege het bijzondere jaar zullen HKH Prinses Margriet en Prof. Pieter van Vollenhoven ook aanwezig zijn in Apeldoorn bij zowel het programma vooraf alsook bij de plechtigheid bij het monument. En dus, vanwege de koninklijke aanwezigheid, verwacht ik meer mediabelangstelling dan andere jaren.  En daarom is het goed dat ik mijn toespraak op papier heb om desgevraagd aan een krant of geïnteresseerde de tekst te overhandigen. En als ik dan toch al aan het schrijven ben, dacht ik bij mezelf, maken we er meteen een dagboek van!

Hier dan dus mijn toespraak/dagboek. Mocht u dit dagboek lezen voordat ik mijn toespraak heb uitgesproken en u bij de plechtigheid morgen, maandag, aanwezig bent, dan het vriendelijke verzoek om tijdens de toespraak te doen alsof de tekst u onbekend is en u de toespraak voor het eerst hoort. Dat klopt overigens  ook, want als u dit dagboek van vandaag niet hardop hebt gelezen, hoort u het morgen voor het eerst! Met andere woorden:

U leest nu een dagboek/toespraak  (z)onder embargo!

Waarom zijn we hier bijeen?

Om te herdenken?  Medemensen die vanwege hun geloof, vanwege hun afkomst en vanwege hun ziekte niet mochten leven. Het enige wat er nog van hen over is zijn namen, namen zonder gezichten.

Om te herdenken? Ze even aandacht geven, ze even een piepklein plaatsje gunnen in onze gedachten tijdens het uitspreken van het kaddiesj-gebed. Een leeg plaatsje, want we kennen ze niet, van hun lijden kunnen we ons geen voorstelling maken, de treinreis van Apeldoorn naar Auschwitz was niet te vergelijken met een wreed beestentransport, hun einde op de brandstapel van Auschwitz, omdat hun zelfs geen gaskamer werd vergund, willen we niet eens zien, ook niet in onze verbeelding.

Waarom zijn we hier bijeen?

Om te leren?  Voor de toekomst, voor vandaag en voor het voorbije gisteren. Om onze jeugd te waarschuwen dat het zo weer kan gebeuren en de voortekenen er al rijkelijk zijn. Polarisatie is de bodem waarop antisemitisme en andere vormen van haat, discriminatie en vervolging weelderig kan bloeien. Natuurlijk bestaan er geen antisemieten meer, want antisemitisme is niet Salonfähig. We noemen het daarom heden ten dage antizionisme. En schuldig aan het opkomend antisemitisme dat zijn wij Nederlanders natuurlijk niet. Neen, dat zijn de islamieten, de nieuwe Nederlanders.

Maar in de jaren ’40-’45 woonden er geen islamieten in ons land en bestond de Staat Israël nog niet. En toch werden de bewoners van het Apeldoornsche Bosch op afschuwelijke wijze uit ons midden weggerukt, lieten we ze wegrukken, want de overgrote meerderheid van ons Nederlanders keek weg, zag en liet het gebeuren.

Waarom zijn we hier bijeen?

Om solidariteit te tonen? Alle  bewoners van het Apeldoornsche Bosch en het Paedagogium Achisomog werden vermoord. Slechts enkele medewerkers die geen dienst hadden of waren gevlucht, overleefden.

Waarom zijn we hier bijeen?

Misschien ook om te beseffen dat de enkele medewerkers die overleefden en de overlevenden van de Holocaust in Nederland in het algemeen,  eigenlijk geen overlevenden waren. Zij waren niet welkom, ze kregen geen extra steun en opvang.

Ze kregen rekeningen voor achterstallige belastingen of verbruikt water in de huizen die van hen waren ontvreemd en waar ze na terugkomst vaak niet mochten wonen. De meeste overlevenden hadden de hel van de concentratiekampen en de angst van de onderduik wel en niet achter zich gelaten. Hun hele leven stond in het teken van vóór de oorlog en ná de oorlog. Gillend werden ze wakker. En ook hun kinderen, mijn generatie, werden opgevoed in de schaduw van de gaskamers.

Nu, tachtig jaar na dato, beginnen we dat een beetje te beseffen.

Maar tegelijkertijd concentreren we ons grootschalig op de veroordeling van de enige democratie in het Midden-Oosten. Want zelfs als alle kritiek op de huidige regering terecht is, dan nog blijft Israël qua vrijheid voor al haar inwoners kilometers verheven boven vele landen waar het woord democratie een ongekende grootheid is en waar slavenhandel, misbruik van vrouwen, discriminatie op grond van geloof, ras, geaardheid, tot het normaal behoort.

Waarom zijn we hier bijeen?

Uitsluitend om de patiënten van het Apeldoornsche Bosch, de bewoners van het Paedagogium Achisomog en alle personeelsleden die meegingen om ze te begeleiden, een paar intense minuten aandacht te schenken en ze te laten voelen:

We zijn jullie niet vergeten!

 

 

Hierna wordt er een  Jizkor uitgesproken en Kaddiesj gezegd voor de bewoners van het Apeldoornsche Bosch, het Paedagogium Achisomog en hun begeleiders.

Aansluitend een minuut serene stilte.

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 16 januari 2023

Het moge u gevoeglijk bekend zijn dat rabbijnen ook leraren zijn en voor velen een vraagbaken. Het aantal informatievragen dat ons bereikt is groot. Maar, laten we wel wezen, het is goed dat er gevraagd wordt want onbekend maakt onbemind. Hoewel…ook wel-bekend kan, juist vanwege de bekendheid, tot onbemind leiden. Maar de vraag die mij vandaag werd gesteld door een bekende journalist was met de beste bedoeling en absoluut niet aanvallend of beledigend bedoeld. Er had in een landelijk dagblad een artikel gestaan, met foto, van een zeer bekende, hoewel ik nog nooit van hem had gehoord, modeontwerper. Deze modeontwerper had een manteltje gemaakt voor de Thora en in het artikel stond dat dit de eerste Thora-mantel was die na de oorlog is vervaardigd. Krijg ik dus een journalist aan de telefoon,  naar aanleiding van dit artikeltje, met de vraag of deze Thora-mantel inderdaad uniek is en inderdaad de eerste die na de Tweede Wereldoorlog is gemaakt. Om duidelijk te maken dat deze Thora-mantel toch echt iets minder uniek is dan het landelijk Dagblad deed vermoeden, vertelde ik hem dat ik thuis ook een Thora-manteltje heb die echt niet ouder is dan tien jaar en dat ik vele Joodse Gemeenten en individuen ken die over vrij nieuwe Thora-manteltjes beschikken. Na deze ontboezeming vroeg de journalist mij: “bij welke gelegenheden draagt u de Thora-mantel?… ik wist toen even niet wat te antwoorden.

En toch is het erg goed dat er vragen over Jodendom, Joden en Israël worden gesteld. Er moet gesproken worden, verschil van inzicht mag er zijn, partijen moeten naar elkaar willen blijven luisteren. En dus ben ik verheugd als er gevraagd wordt, ook en juist als die vraag getuigt van grote onwetendheid op Joods gebied: want uitsluitend met het gesprek en de ontmoeting kan wederzijds begrip worden gecreëerd en kunnen waar nodig vetes worden beslecht. Mijns inzien zouden we in Nederland rabbijnen moeten verplichten een aantal keer per jaar een spreekbeurt te vervullen voor een niet-joods gezelschap. Het gaat niet eens zozeer over de lezing zelf, maar om de ontmoeting, het gesprek. Want het gaat niet goed met Joden in Nederland. Een van onze parlementariërs, met hart voor Israël, vertelde gisteren tijdens een bijzondere bijeenkomst in Joods Almere dat het antisemitisme in ons land in een groeispurt zit. En nog hedenochtend had ik een bekende Joodse Nederlander aan de telefoon met een depressie. De eenvoud waarmee puur antisemitische en antizionistische verhalen worden gepubliceerd, is verontrustend. Hij zag het niet meer zitten, een gevecht tegen de bierkaai. We mogen onze ogen hiervoor niet sluiten! Maar dat doen we wel, gelijk zovelen na de inval van 10 mei 1940 echt de menig was toegedaan dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen.

En terwijl ik dit schrijf komen er foto’s binnen uit Oekraine. Neen, niet van de bombardementen en raketinslagen. Ook niet van het front met Rusland. Neen, rabbijn Mendel Kohen, de rabbijn van Mariupol, is weer in Oekraine. Twaalf Brith Miloth, (besnijdenissen) heeft hij al gedaan. Een baby, een jongetje van vier jaar en de rest zijn volwassenen die juist door de confrontatie met de dood, deze belangrijke mitswa, dit belangrijke gebod, willen naleven. Mendel was gevraagd door de lokale rabbijn om ook sjabbath in Charkov te blijven, maar ik heb hem dat sterk ontgeraden. De reden: zijn echtgenote had ingestemd met zijn verzoek om ook sjabbat niet thuis te zijn, maar haar toestemming was zichtbaar contre coeur en met pijn in het hart genomen. Naar Oekraine voor een Brith Milah is perfect. Het gaan zit dan gekoppeld aan een mitswa, een goede daad. Maar gewoon gaan om te gaan als een soort ramptoerist, vind ik onaanvaardbaar als je echtgenote en je kleine kinderen doodsangsten zullen uitstaan.

Ik ben erg moe, net aangekomen in Londen, even een paar dagen weg. Maar of ik inderdaad weg kan zijn, geloof ik niet echt. En los hiervan: Jodendom kent geen vrije tijd. “Kent G’d op al uw wegen!”

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 11 januari 2023

Flag of Israel on blue sky background. The Israeli Flag waving in the wind. Symbol of the Jewish state

Omdat Yanki en Esty naar Israël zijn voor een choepa van een jongen en een meisje die elkaar bij Chabad on Campus hadden ontmoet, zijn Blouma en ik babysit en voelen we ons plotseling weer veel jonger (of juist veel ouder?). Overigens heb ik bewust geschreven “een choepa van een jongen en een meisje”  omdat we dat er vandaag de dag wel bij moeten vermelden anders valt het onder discriminatie omdat er dan van uitgegaan zou zijn dat jongen-meisje-choepa normaal is en jongen-jongen  of meisje-meisje abnormaal. (Zo, ben ik mij ei/stokpaardje weer even kwijt!)

Maar zijnde in Amsterdam heb ik een aantal afspraken in het Amsterdamse gemaakt die ik anders waarschijnlijk met een zoom of telefoongesprek zou hebben afgedaan, dus behalve “gezellige-oppas” is onze korte Amsterdamse vakantie ook nuttig. En nuttig-bezig-zijn is voor mij bijna een obsessie en zomaar-niets-doen werkt bij mij niet.

Enfin, zijnde in Amsterdam ontmoette ik een lid van een Joodse Gemeente buiten Amsterdam, mijn gebied dus, en die met mij een zorg deelde die mij wel aansprak omdat, zo dacht ik, ik er wel een dagboek en misschien zelfs een column voor het papieren NIW van zou kunnen maken.

Laat ik eerst iets anders met u delen. Eergisteren was ik op de Nieuwjaarsreceptie van de burgemeester van Amersfoort. Nog nauwelijks binnen loop ik onze burgemeester tegen het lijf en herinner me dat ik een door mij ingediende klacht moest rectificeren.

Wat had er gespeeld? Een snotaapje van een jaar of acht behorend tot de groep der nieuwe-Nederlanders, meende mij te moeten toeroepen “Free Palestine” in plaats van Sjabbath Sjalom (het was dus Sjabbath). Ik braaf de wijkagent na sjabbat op de hoogte gebracht met het verzoek de ouders op het gedrag van hun snotaapje aan te spreken en hen erop te wijzen dat ik graag met hun spreek. Een paar dagen later word ik nagescholden toen ik mijn huis verliet door een of meerdere leerlingen van de school tegenover ons huis. Ik meteen het schoolplein op en melding gemaakt bij de directrice. Een paar dagen later stond een van de juffrouwen met twee leerlingen voor ons huis met bloemen en een excuusbrief. In de klas was over het incident gesproken. Geweldig!

Over het snotaapje van Free Palestine had ik niet meer vernomen. En dat irriteerde mij. Toen ik bij de burgemeester voor een bespreking was uitgenodigd om te spreken over het 300-jarig bestaan van de sjoel van Amersfoort in 2027, maakte ik van de ontvangst gebruik/misbruik en deed ik mijn beklag over het uitblijven van een reactie van de wijkagent inzake Free Palestine snotaapje . Problemen worden niet opgelost zonder gesprek. Wat schetst mijn verbazing dat een paar weken later het hoofd van de wijkagenten mij opbelt met de vreugdevolle mededeling dat de wijkagent het probleem van het schoolplein-schelden zo goed had opgelost en ik werd uitgebreid gecomplimenteerd voor het goede gesprek dat ik had gehad met de ouders van het Free Palestine snotaapje. Even voor u, lezer van mijn dagboek, ik heb die ouders nooit gesproken en ik zou niet weten wat de wijkagent te maken had met het schoolplein-incident! Maar hoewel ik de mening ben toegedaan dat antisemitisme begint en ook kan eindigen in de huiselijke opvoeding op zeer jonge leeftijd, heb ik de verdraaide waarheid toch maar gelaten voor wat het is. Beter een dagboekje schrijven dan energie steken in onbegrip en onwil, ook bij deze lokale politie.

Wat schets mijn verbazing dat ik enige dagen geleden iemand sprak die mij vertelde dat hij door hetzelfde Free Palestine snotaapje was nagescholden. Ook hij naar de wijkagent gegaan en had nadien een geweldig goed gesprek met de ouders gehad. De ouders vonden het vreselijk wat hun zoontje had uitgekraamd en vonden het volstrekt onaanvaardbaar! En wat het schoolplein-schelden betreft: de directrice had zelf de wijkagent uitgenodigd en samen met hem besproken hoe dit probleem aan te pakken, met als resultaat een bos bloemen voor ons, een excuusbrief en een bespreking in alle klassen over antisemitisme.

Conclusie: niet altijd is alles negatief. Soms blijkt e.e.a. mee te vallen, net iets anders te zijn dan ik vermoedde, zelfs als de waarheid alle schijn tegen zich had.

Een Joodse man volgt een inburgeringscursus. Er wordt uitgebreid gesproken over de positie van de vrouw in onze Nederlandse samenleving. Maar nauwelijks aandacht voor antisemitisme, alleen korte uitleg over Anne Frank. Bijna alle volgers van de cursus komen uit Islamitische landen en dus is het heel begrijpelijk en noodzakelijk dat de positie van de vrouw wordt behandeld. Maar waarom maar magertjes aandacht voor antisemitisme en waarom (en nu komt het): Aan de muur van het inburgeringslokaal hangen heel veel vlaggen, China, Iran, Syrië, Libanon, Saoedi Arabië etc. etc. De ontbrekende vlag is: Israël! Ik ga hierover schrijven, dit moet naar buiten, dan maar een rel!!

Maar toen hoorde ik dus over mijn pijnlijk verkeerde inschatting over het schoolplein-schelden en het Free Palestine snotaapje. Hoewel de twee incidenten de schijn tegen hadden, was de waarheid toch echt positief en mijn boosheid en bezorgdheid echt niet terecht waren.

En dus ga ik eerst even heel goed kijken waarom de vlag van Israël ontbrak, alvorens een conclusie te trekken.

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website

 

Dagboek van de Opperrabbijn 8 januari 2023

Na een zware gioer-dag in Brussel woensdag jl. waren we donderdagavond te gast op het geweldige bar-mitswa-diner  van de zoon van Bart van de Kamp, de orthodox-joodse hotelmagnaat die met onze oudste zoon in de klas heeft gezeten op het Cheider. Wat een Simcha!

Maar: Vreugde en verdriet wisselden elkaar de laatste dagen af.  Zo is het leven!

Woensdag was ik weer een dag in Brussel op het kantoor van het RCE, Rabbinical Center of Europe. Als een lokale rabbijn in een land of een stad waar geen officieel Beth Din is een kandidaat heeft waarvan hij de mening is toegedaan dat de kandidaat klaar is om gioer te doen, toe te treden tot het Jodendom, dan worden wij ingeschakeld namens het Opperrabbinaat van Israël. We zijn absoluut geen gioer-fabriek, maar als een lokale rabbijn assistentie nodig heeft bij de uiteindelijke afwikkeling, dan verschijnen wij desgewenst ten tonele om de procedure af te wikkelen. De kandidaat die woensdag had zullen komen en die ook onze goedkeuring al had verkregen, had die dag het mikwa in kunnen gaan. Maar, het ging niet door omdat de lokale rabbijn wel wilde dat wij de procedure zouden afronden, maar zelf weigerde in het Beth Din plaats te nemen en niet bereid was om een schriftelijke verklaring af te geven dat hij (mede) verantwoordelijk is voor de gioer. En dus hadden we de kandidaat laten weten dat de afronding helaas moet worden uitgesteld en dat hij zich de reis naar Brussel vanuit EU-land X kon besparen. Nodeloos verdriet en voor mij onacceptabel. Dit gedrag van die lokale rabbijn gaat, wat mij betreft, nog een staartje krijgen.  Zo kan er niet worden omgegaan met medemensen. Als de lokale rabbijn om moverende redenen de kandidaat niet geschikt acht voor gioer, laat hem dat dan met redenen omkleed weten. Maar door hem naar ons door te verwijzen en vervolgens weigeren mee te werken, kan niet. Nodeloos verdriet!

Ondertussen bereikt mij het bericht dat een lid van een Joodse Gemeente zeer ernstig ziek is en onze steun nodig heeft.  Een ander lid (of misschien ook geen lid!) zit met een psychiatrisch ingewikkeld probleem, een zwaar depressieve dochter, terwijl de vader zelf als psychiater in een psychiatrisch ziekenhuis werkzaam is.

En ik word, geheel onverwacht, gisteravond met een dilemma geconfronteerd. Door twee grote Charitatieve organisaties zijn Blouma en ik uitgenodigd om naar Israël te komen. De rabbijn van Mariupol organiseert een sjabbaton voor Oekraïense vluchtelingen in Israël. De meerderheid van de Mariupoldenaren kennen wij. Maar: precies in die periode, heb ik representatieve afspraken die ik niet kan verplaatsen. En dus het dilemma: kies ik voor een snoepreisje Israël, dat natuurlijk ook zeer nuttige aspecten vertoont, of verlaat ik Nederland niet en zorg aanwezig te zijn daar waar ik verwacht word. En dus schakel ik mijn Advisory Board in en laat hen beslissen, want ik ben zelf uiteraard partijdig: Nederland of Israël? Uitslag: 5-1 om in Nederland te blijven en dus: Weg snoepreisje. Snik!

Een goede bekende heeft een schrijnend probleem. Maar in plaats van zijn artsen achter hun vodden aan te zitten, neemt hij alles zoals het komt. Als de specialist hem zegt dat het goed met hem gaat, dan accepteert hij dat, terwijl de patient en ieder die hem kent hem van dag tot dag achteruit ziet gaan. Dat kennelijke aanvaarden getuigt van vroomheid en Godsvertrouwen. Geweldig, toch? Of niet? Neen, dus!

Sjabbat was rust, sjoeldienst, kiddoesj, sjabbat-gasten en lernen. Als Mozes en Aäron bij de Farao komen, zo lezen we in de Sidra van aanstaande sjabbat, en hem dringend verzoeken om het Joodse volk te laten gaan, laat de Farao hun weten dat ze zich met hun eigen zaken moeten bemoeien en het welzijn van de andere Joden aan hem, de Farao, moet overlaten. Farao was geen snotneus, zo leert ons de Joodse overlevering. Hij wist wat hij zei en had in feite helemaal gelijk. Hij erkende dat alles van Boven komt en er Boven was besloten dat de Joden vierhonderd jaar in ballingschap zouden moeten vertoeven, zoals G’d had aangegeven aan aartsvader Awraham. De Farao wist ook dat het Joodse volk als volk ook altijd een groep geleerden moest hebben die dag en nacht met Thora-studie bezig waren, de goegemeente onderrichtte en waar nodig als rechters optraden.  Jullie, Aäron en Mozes, jullie opdracht is Thora-studie, was zijn reactie op hun verzoek van “Let my people go”.  Voer jullie eigen opdracht uit en weet dat de periode van vierhonderd jaar slavernij nog lang niet bereikt is. En dus, mijn heren, aanvaard G’ds Wil en zeur niet!

In principe had de Farao helemaal gelijk. G’ds wegen zijn ondoorgrondelijk en niet te vatten. Vreugde en verdriet komen van Boven: aanvaard! Mozes en Aäron moeten gewoon de Boven besliste realiteit accepteren! Het Joodse volk moet als slaven hun 400 jaar uitzitten.

En daar gaat Farao de fout in, want ja, alles komt van Boven, ook pijn en verdriet! Maar tegelijkertijd wordt van ons verwacht om niet zomaar klakkeloos kommer en kwelling te aanvaarden! En dus, als ik geconfronteerd word met verdriet, aanvaard ik dat onder geen beding en ga zoeken hoe te helpen, ook als ik weet dat alles gaat zoals het kennelijk moet gaan. De opstelling van mijn vriend die zich door de artsen laat afschepen en alles neemt zoals het komt, vind ik daarom onaanvaardbaar. Het doet mij pijn!

Maar ter compensatie van die pijn stond er vrijdagochtend een prachtig piepklein olijfboompje in een potje voor onze deur. Waarschijnlijk een verlaat cadeautje voor ons 50-jarig huwelijksfeest. Maar hoewel alles dus van Boven komt, willen we toch wel graag weten van wie wij dit boompje mochten ontvangen. Geen naam of enig ander teken dat aangaf wie ons met het boompje wilde verblijden. En dus hier mijn oproep: laat de schenker zich melden.

Dagboek van de opperrabbijn 4 jan.  2023

Gisteren, de vastendag 10 Teweth, was ik bezig met het invullen en afstemmen van mijn agenda. Afspraken moeten zoveel mogelijk op elkaar aansluiten en als er tussenruimte is, dan moet die tussenruimte gebruikt kunnen worden. Onderschat deze agenda-klus niet. Heeft me echt bijna een hele dag gekost. Maar nu zit mijn agenda dan ook voor de komende weken goed en pico bello in mekaar zonder veel tijdverlies, want daar kan ik niet zo goed tegen. Normaliter worden afspraken gemaakt door secretaressen en gaan er e-mailtjes rond om een datum te prikken. Ik heb daarvoor geen geduld en maak mijn afspraken dus op de ouderwetse wijze door gewoon net zo lang te bellen tot mijn (en hun) agenda klopt. Dit heen en weer gebel had mijn dag tot ongeveer 14:00 uur gevuld.

Nadien ben ik aan de column-slag gegaan. Wellicht is het u bekend dat ik in het papieren NIW een column heb. Zo’n column probeer ik zoveel mogelijk vooruit te schrijven en dat lukt, maar kost soms flink wat tijd. Als onderwerp had ik een verzoek van een rechtse politieke website, genaamd NieuwRechts, om maandelijks voor hen te gaan schrijven. Voorwaarde was wel dat ik niet zoetsappige verhalen mag aanleveren, vooral geen nuances aanbrengen, maar duidelijk to the point en fel. Als onderwerp werd bijvoorbeeld aangereikt: Minister de Jonge loog over mondkapjes”, “Veel te hoog instroomcijfer migranten”, “Forum voor Democratie moet verboden worden”. Maar wil ik wel dit soort columns schrijven? Even los van de vraag of ik daarvoor tijd heb: wil ik dit wel? Is het opperrabbijn-waardig om een Minister leugenaar te noemen?  Tegelijkertijd stuurt een goede vriend een whatsapp met de volgende tekst: Echte vrienden mogen kritiek geven, denk ik. Kijk uit dat je in jouw column niet te veel aan zelfverheerlijking doet!  
Ik ben erg kritiek-gevoelig, hetgeen niet echt gezond is, en koppelde de waarschuwing meteen aan mijn wel of niet die nieuwe column gaan schrijven. In de Spreuken der Vaderen staat geschreven dat ‘als er geen ander is, jij er moet zijn’. Met andere woorden: bescheidenheid is een must, maar niet te allen tijde. Als er niemand opstaat om te helpen als er hulp nodig is en jij bent daartoe is staat, dan is het onjuist en onacceptabel om dan vanuit bescheidenheid aan de kant te blijven staan. En dus heb ik uren zitten filosoferen of ik bezig ben met schrijven vanuit een zelfverheerlijking en of ik nu wel of niet het verzoek van de website NieuwRechts moet honoreren. Als ik ga schrijven met als hoofddoel mezelf, een soort afgodendienst met als de afgod MEZELF-IK, dan deugt dat niet. Maar als mij de gelegenheid wordt geboden om via die website een groot bereik te krijgen en zo medemensen de juiste richting te wijzen, mag ik dan, omdat ik mezelf zo bescheiden waan, weigeren?

Ik legde deze column in wording voor aan twee leden van mijn Advisory Board. Een van hen vond de column op zichzelf erg goed, maar…stel ik mezelf niet veel te kwetsbaar op, vroeg hij zich af. Uiteindelijk is de column voor het NIW tot stand gekomen en hoop ik dat u hem zult lezen in een van de komende NIW’s. Ondertussen heb ik wel besloten om me aan die nieuwe Website te verbinden, maar het recht bedongen om als het onderwerp in mijn optiek te extreem is en mijn mening te veel medemensen zou kunnen beschadigen, gewoon een weekje (of maandje, want ik weet nog geen details over tijdstip en frequentie!) over te slaan.

En terwijl ik mijn tijd wijd aan de vraag wel of niet een polariserende column en wel of geen zelfverheerlijking, was rabbijn Mendel Kohen in Charkov voor een brith milah en was hij op de terugweg bezig een sjabbat-weekend te organiseren voor zijn Oekrainers in… Chevron, bij de graven van onze Aartsvaders en Aartsmoeders. En ik maar doorzeuren over zelfverheerlijking en wel of geen felle column en dan ook nog op een manier dat er voor u, trouwe lezer, wellicht geen touw meer aan vast de knopen was!

 

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 2 januari 2023

In Apeldoorn wordt jaarlijks op Nieuwjaarsdag een stille fakkeltocht voor vrede georganiseerd. Honderden liepen met een fakkel en vele bordjes worden meegedragen. Bordjes waarop de naam van een land waarin een ernstig conflict speelt: een land in oorlog! Jaarlijks loopt de stoet ook langs de synagoge waar wordt gestopt en ik de meute mag toespreken. Mijn bijdrage was in een mum van tijd gepiept en dat kwam me erg goed uit, want ik kwam aangereden uit Maastricht en moest nog naar Almere. Aangekomen in Apeldoorn om 17:20 uur werd ik keurig en warm (hoewel de sjoel ijskoud was!) door het bestuur van de Joodse Gemeente Stedendriekoek ontvangen. We zaten gezellig te keuvelen toen de echtgenote van voorzitter Rob Lezer, zich afvroeg of de stoet misschien al bij de sjoel was aangekomen. En inderdaad, terwijl wij binnen aan de gezellige koffie zaten, stond de fakkelende meute al met smacht te wachten op mijn jaarlijkse toespraak, die ik overigens nog niet had voorbereid. Buitengekomen kreeg ik een goed werkende microfoon in mijn hand gedrukt, beter dan vorige jaren, en mijn toespraak begon automatisch over Chanoeka, want de veelheid aan vuren deed me daaraan denken en Chanoeka was nog maar minder dan een week voorbij. Waarom weet ik niet, maar Mariupol welde ook op in mijn gedachten. Rabbi Mendel Kohen kreeg daags voor Chanoeka een telefoontje uit Mariupol. De eigenaar van het pand, waarin de sjoel sinds een half jaar was gevestigd, ging kijken wat er van zijn pand nog over zou zijn: slechts de muren hadden standgehouden, binnen was het een grote ruïne.  En tussen het puin bemerkte de niet-joodse eigenaar verstopt onder 70 cm rotzooi, de originele menora van de sjoel. Hij had meteen contact opgenomen met rabbijn Mendel Kohen en aangeboden om op dag één van Chanoeka die Menora aan te steken in de ruïne van de grote sjoel van Mariupol. En aldus geschiedde! Deze ervaring, waarvan ik hoop dat u, trouwe dagboekenier, bemerkt dat u dit al eerder heeft gelezen in mijn dagboek, deelde ik met de aanwezige fakkeldragers en legde ze uit, in zo’n twintig minuten, dat zij met hun vuren vergelijkbaar zijn met de Menora uit Mariupol: licht in duisternis! Want de namen van de landen die ze meedroegen op bordjes, hadden stuk voor stuk te doen met ruïnes, moord, vernietiging, verkrachting, intimidatie, oorlog.

De overgang van Maastricht naar Apeldoorn was groot, en niet uitsluitend vanwege de kilometers. In Maastricht waren wij in Hotel Crowne Plaza waar Freifeld, de koosjere cateraar uit Antwerpen, een weekend had georganiseerd onder mijn ORT, Onder Rabbinaal Toezicht. Praktisch betekende dit voor ons een fijne sjabbat ‘even weg en relaxen’.  Dat toezichthouden is verre van intensief in de Freifeld situatie en een paar toespraken en sjioerim, cursussen, op niveau voor strikt orthodoxe toehoorders is voor mij gewoon fijn.

Een ander soort fijn gevoel dan bij de fakkels in Apeldoorn. Datzelfde fijne Maastrichtse gevoel had ik ook bij een bezoek aan een jongere collega in het buitenland. Een echtpaar dat al decennialang meende Joods te zijn, vindt uit dat er een niet-joodse kink in de Joodse kabel zit. Ik mag dan meedenken, ter plekke, hoe dit halagisch en bovenal emotionele probleem op te lossen, zonder beschadigingen aan te richten en tegelijkertijd uiteraard geheel in overeenstemming met de halaga.  Ondertussen wordt er binnenkort in een Slavisch land een jongetje bar-mitswa. Probleem is dat er geen enkel tastbaar bewijs is dat de moeder Joods is. Een gioer doen is om meerdere redenen geen oplossing, want daarmee geef je aan, bewijs je dus in feite, dat de moeder niet-joods is, terwijl dat ook echt weer niet zomaar gezegd kan worden. DNA komt om de hoek kijken. Is DNA een bewijs? Of misschien nog niet, maar wellicht wel in de toekomst, want DNA-wetenschap staat nog steeds in de kinderschoenen. En als in de verre (of nabije) toekomst DNA meegenomen zou kunnen worden bij de bepaling of iemand Joods is, zijn we dan toch een ras? Terwijl iemand die tot het Jodendom in overeenstemming met de Halaga is toegetreden net zo honderd procent Joods is als een mede-jood met vier Joodse grootouders en daarom kan van een ras geen sprake zijn.

En dus treed ik in overleg met een rabbijn die in die DNA-wereld vertoeft. Er ontstaat een papje van Halaga, gevoelens die gerespecteerd moeten worden, gezond verstand. Ik hoop, zoals ik het papje nu zie, dat er wel een bar-mitswa-feest kan plaatsvinden, op een halagisch verantwoorde manier. En mocht dat Halagisch toch onverhoopt niet lukken, dan moeten we kijken hoe hiermee om te gaan om beschadigingen te voorkomen. Sommige klusjes zijn lastig, maar het leven is vaker gecompliceerd dan eenvoudig en dus blijft er (helaas?) werk aan de rabbinale winkel!

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 29 dec. 2022

Met de woorden “bijna back to normal” eindigde ik mijn vorige dagboek en de Chanoeka-Toer 2022/5783.  Maar, zo vroeg ik me vandaag af, wat is “bijna back to normal”?

Gisteren was er een Brit Mila in Vinitza, Oekraïne. Rabbijn Mendel Kohen van Mariupol, nu tijdelijk in Israël woonachtig, was ingevlogen eergisteravond en gaat vanochtend, als alles goed is met de baby, weer terug. Hij is dus ook een mohel, een ritueel besnijder en wil niet meteen terug, want stel er moet nazorg gepleegd worden…  De foto van de Brit is niet van erg hoge kwaliteit.  Maar ja, wat kun je verwachten van een huis zonder verwarming en zonder verlichting omdat er geen elektriciteit is!  Omdat rabbi Mendel natuurlijk goed moest kunnen zien wat hij doet, werd er nog ergens een lamp gevonden die op z’n minst een beetje kon bijschijnen. De lamp werkte op batterijen, maar hoe lang nog de batterijen voorradig zullen zijn, is als een gokspel, poker, of, als u dat prefereert: een Russisch Roulette. Is het ‘normal’ dat Mendel even naar Oekraine vliegt en de laatste honderden kilometers rijdt? Als u denkt dat hij betaald wordt voor de brith milah of dat de ouders zijn ticket en kilometers vergoeden, dan heeft u het mis. Ik weet honderd procent zeker dat zelfs als de ouders van de baby een vergoeding zouden aanbieden, Mendel het pontificaal zou weigeren. Is dit ‘normal’?

Overigens liet hij mij weten dat hij geen moeite had om gisterochtend op tijd wakker te worden, hoewel hij bekaf in Vinitza was aangekomen, want bij afwezigheid van een elektrische wekker, hebben de Russen ervoor gezorgd dat het luchtalarm afging en de vermoeide rabbi Mendel zich niet heeft verslapen maar op tijd was om naar het ochtendgebed in sjoel te gaan. We mogen ons afvragen of de ochtenddienst, de middagdienst en de avonddienst wel zo ‘normal’ zijn, te midden van rakettenregen.

Als u de foto ziet, kijk dan even naar het gezicht van Shaul, de rabbijn van Vinitza. Het is een door-en-door vrome uitstraling die hij heeft. De eerste rabbijn die ik in Oekraine op mijn eerste Oekraine-reis ontmoette, jaren en jaren geleden, was rabbi Shaul. Midden in de nacht reed hij mij naar het graf van de Ba’al Shem Tov in Mezibush, een urenlange reis op een nagenoeg onbegaanbare snelweg vol met diepe kuilen. Overdag bestond er geen mogelijkheid want het dagprogramma was door de Christenen voor Israël voor mij dusdanig ingevuld, dat er nergens een ontsnappingsmoment was om even ergens naartoe te gaan, zeker niet enige uren! Die rabbijn Shaul is een en al rust en vertrouwen. Zijn uitstraling voor en na het begin van de oorlog is hetzelfde gebleven. Indrukwekkend. Dat is echte vroomheid, dat is een echte rabbijn. Waarmee ik Rabbi Mendel niet tekort wil doen, want in Vinitza valt nog te leven, de huizen staan nog overeind. Maar Mariupol is nagenoeg geheel verwoest en het gezag is door de Russen overgenomen. Het moet pijnlijk zijn voor Mendel te zien hoe Rabbi Shaul z’n rabbinale taak nog kan uitvoeren, maar zijn Joodse Gemeente is totaal verwoest en zijn Joden of gevlucht, velen via hem naar Israël, of bezweken aan verwondingen.

Ik zit nu in de lounge van Schiphol op weg naar Bazel, Zwitserland. Mijn vlucht vertrekt om 9:10 uur en vanavond ben ik weer terug. Reden van mijn bezoek? Kan ik niet vermelden vanwege privacy… Maar waarom vermeld ik dan überhaupt dat ik naar Bazel vlieg?  Een goede vraag. Mijns inziens behoort een rabbijn inzage te geven in zijn activiteiten omdat leden en bestuurders daar recht op hebben. Iets afdoen met ‘ik kan het niet vertellen om reden van privacy’ vind ik niet acceptabel. Want als het inderdaad niet verteld mag worden, zwijg dan. Maar anderzijds dienen ook bestuurders te beseffen dat privacy gerespecteerd moet worden. Het is voorgekomen dat ik bestuurders neuzend in mijn archief heb aangetroffen. Ook was een notitieboek zoek met vertrouwelijke informatie en werd maanden later gevonden op een bureau waar het zeker niet had mogen liggen. Conclusie: privacy moet gerespecteerd worden, maar nooit misbruikt. En dus geen zwart-wit verhaal, maar een gezonde en verantwoorde balans, de gouden middenweg. Ik denk dat dat ‘normal’ is, en het verdwenen en teruggevonden notitieboek met persoonlijke en vertrouwelijk informatie een schoolvoorbeeld van grensoverschrijdend gedrag. En als ik als rabbijn iets vertrouwelijk moet houden, is het onjuist om te vertellen dat ik een geheim heb, maar niet wil vertellen wat dat geheim is. Ik moet dan gewoon niets zeggen en ook niet laten blijken dat ik op Schiphol zit op weg naar Bazel.

Wat Mendel en Shaul in levensgevaarlijk Oekraine doen is geweldig! Wat het geheim is van hun kracht, opofferingsbereidheid en naastenliefde, weet ik niet. Maar het is verre van ‘normal’.

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 25 december 2022

De Chanoeka-Toer zit er voor dit jaar weer op. Vandaag heb ik de laatste 390 km gereden en geschiedde er een wonder. Het plensde. Om 16:15 uur zou op de Markt van Bourtange de Menora worden aangestoken, maar om 15:50 uur belt de heer Willem Fokkens, voorzitter van de Stichting Synagoge Bourtange, dat het weer dermate slecht is dat we het aansteken moeten verplaatsen naar de sjoel. Mijn opmerking dat de gebruikelijke belangstelling zeker niet in de sjoel past, werd afgewimpeld met de opmerking dat er nauwelijks publiek zal zijn. Net voordat ik Bourtange binnenreed, stopte de regenbui. En toen ik enige minuten later de Vesting binnenreed, stond triomfantelijk de Menora op de Markt omringd door een iets kleinere meute dan andere jaren, maar in sjoel zou het zeker niet gepast hebben! Voor de 30ste keer heb ik, samen met de burgemeester, en zonder regen, in het hoge noorden het licht mogen brengen. Voor talloze Joden uit de Duitse grensstreek en uiteraard voor Joodse inwoners van de brede omgeving is dit een van de hoogtepunten van het Joodse jaar. Maar ook zien we jaarlijks inmiddels bekende niet-joodse gezichten. Omdat mijn benzinetank bijna leeg was, absoluut niet genoeg om thuis te kunnen komen, vroeg ik de aanwezige politie waar ik (na de toespraken, na het aansteken van de Menora, na het Ma’oz Tsoer en na de broodjes) een tankstation kan vinden dat open is. Het bleek dat ik twee jaar geleden aan dezelfde politieagent dezelfde vraag had voorgelegd. Alleen toen had hij mij voorgereden en dit jaar kreeg ik uitsluitend instructies en moest ik het zelf maar uitzoeken. Hetgeen overigens wel goed is gelukt. Donderdag hebben we genoten, nadat de Menora was aangestoken, van soep en van cabaret Quatsch in Arnhem. Uitgaande sjabbat was Kampen aan de Chanoeka-beurt. Een gigantisch grote opkomst en voortreffelijk georganiseerd. Locatie? De steeg naast de sjoel. In Winterswijk en in Enschede was ik gevraagd om niet alleen de Menora aan te steken, maar ook een korte lezing te geven. Maar kort is relatief en de korte lezing in Winterswijk nam bijna 50 minuten. In Enschede werd mij slechts 10 minuten spreektijd gegeven. Maar ik denk dat ik met vlag en wimpel de 10 minuten heb overschreden en dat er meerdere spelden hadden kunnen vallen… Beide plaatsen hadden zeer goed voor de inwendige Chanoeka-mens gezorgd, dus het was goed toeven in de bovenzaal van de mooiste sjoel van Nederland en in de volle sjoel van Winterswijk.

In Winterswijk werd de Sjammasj aangestoken door de burgemeester van Lochem. De locatie waar een antisemitisch incident vorige week had plaatsgevonden. Enerzijds wordt de dader opgespoord, anderzijds had ik de burgemeester voorgesteld om in Winterswijk samen de Menora aan te steken om met licht de duisternis van het antisemitisme te verdrijven, de positieve benadering dus. Uiteraard ontstond er een gesprek tussen Lochemse burgervader en ondergetekende.

Van ’t Erve, de Lochemse burgervader, had zich al lang voor het recente incident verdiept in de geschiedenis van Joods Lochem. Hij juicht het toe dat de voormalige synagoge nu een educatief monument is. Een monument, ter nagedachtenis aan de Lochemse Joden, en educatief, een wapen in de strijd tegen antisemitisme. Na de oorlog had zijn voorganger het pand gekocht van het NIK, de wettelijke vertegenwoordiger van de nagenoeg geheel uitgeroeide Joodse Gemeente Lochem.  Helaas, zo vertelde mij de burgemeester vol schaamte, heeft de burgemeester van direct na de oorlog (of misschien ook nog in de oorlog) de synagoge voor een sluw en onacceptabel zacht prijsje verworven. Er werd een fikse korting op de aankoop van het gebouw bedongen “want de synagoge functioneerde niet meer als gebedsruimte”. De enkele overlevenden moesten dus betalen voor… Hopelijk worden dit soort smerige spelletjes opgemerkt en meegenomen bij de restitutie van oorlogstegoeden.

Overigens was ik decennia geleden in Venlo waar een soortgelijk probleem speelde: er was een bom gevallen op de synagoge, waardoor er in de waterleiding een gat was ontstaan en water wegstroomde, maandenlang. De voorzitter van de Joodse Gemeente Venlo, een van de zeer weinig overlevenden, kreeg na de oorlog meteen een gepeperde rekening gepresenteerd voor het watergebruik en heeft die ook nog braaf in bevrijd Nederland betaald!

De jaarlijkse Chanoeka-toer was weer geweldig. Op negen plaatsen ben ik geweest. En net voor Chanoeka, hadden Blouma en ik ook nog even snel ons 50-jarig huwelijksjubileum gevierd.  Kinderen waren ingevlogen en nadat de meute was vertrokken hebben we sjabbat jl. aan de Joodse gemeente Amersfoort, onze thuishaven, een kiddoesj aangeboden. Ons huis staat nu vol met bloemen, JNF-bomen en andere presentjes.

Morgenochtend minjan in Almere. En daarna: bijna back to normal.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

Het wonder (?) van de Menora van Mariupol. Dagboek van de Opperrabbijn 18 december 2022

Ik ben er helemaal klaar voor: mijn Chanoeka-Toer 5783. Vandaag eerst Eindhoven en daarna Zutphen, dacht ik. “Dacht ik”, want er kwam een onverwachte prelude. En ik doel nu niet op de kennismaking met de nieuwe burgemeester van Eindhoven, Jeroen Dijsselbloem, en de Commissaris van de Koning van Brabant, geënsceneerd door het bestuur van de Joodse Gemeente Brabant. Want die ontmoeting zat al in de planning. Ook de aanwezigheid in Eindhoven van Mevrouw Fentay Rachel Alamu, First Secretary van de Israëlische ambassade, was mij al bekend. Neen, de prelude kwam uit Mariupol! Gisteravond, knap laat, kreeg ik een telefoontje van rabbijn Mendel Kohen met de vraag of ik zijn whatsapp al had gezien. Omdat ik in de auto zat en appen en rijden bij mij niet samengaat, want dat mag ik niet van Blouma, was mijn antwoord negatief. Mendel kon zich niet meer inhouden. Ik moest en ik zou zijn whatsapp acuut bekijken. Ik dus een parkeerplaats op en in mijn whatsapp bijgaande foto van een Menora. Niets bijzonders, hoor ik u denken, gewoon een Menora!

Mijn gedachten dwaalden af naar de Chanoeka-video’s van afgelopen jaren. Rabbijn Mendel presteerde het om honderden toeschouwers bijeen te krijgen voor het publiekelijk ontsteken van een gigantische Menora. Er waren toespraken, muziek en er werd uitbundig gedanst. Natuurlijk was er spanning, want sinds 2014 verkeerde Mariupol in oorlog en ontregelden de Separatisten het dagelijkse normale leven met raketinslagen en andere oorlogshandelingen. Diverse keren ben ik er geweest en steeds weer nieuwe onaangename verrassingen. De eerste keer de confrontatie met het massagraf uit de oorlog. Tien meter breed en 11,6 kilometer (ja, u leest het goed) lang. Zeventigduizend slachtoffers waarvan zestienduizend Joden.

Bij een van mijn volgende bezoeken de ontmoeting met de hoogbejaarde vrouw die als jong meisje de moord op de eerste slachtoffers, de Joodse gemeenschap van Mariupol, had gezien. Voor het eerst durfde ze haar verhaal met de meest afschuwelijke details te delen! De afgrijselijke beelden had ze haar hele leven meegedragen.

Omdat de sjoel van Mendel te klein was geworden en een mislukte aanslag bijna z’n leven had gekost, kwam er een groter en beter te bewaken gebouw. Rabbijn Mendel was druk aan het inzamelen om het nieuwe gebouw te kopen in plaats van te huren, maar toen gooide Covid roet in het Oekraïense eten. Mendel werd met spoed in een privévliegtuig, een soort vliegende ambulance, naar Israël overgebracht en Baroeg Hashem: kantje boord heeft hij Covid, na weken IC in een Israelisch ziekenhuis, overleefd. Maar dankzij Covid en de verkeerde medicatie die hem in Mariupol was toegediend, bleef hij na herstel mank lopen. Om dat te repareren was hij bij toeval (dat niet bestaat), in Israël toen Mariupol door Poetin werd veroverd en volledig in puin werd geschoten. Van het levenswerk van rabbijn Mendel Kohen was niets meer over. Zijn nieuwe sjoel was letterlijk een ruïne. Slechts een honderdtal Joden bevindt zich nog in Mariupol. Dit jaar zou uiteraard geen grote Menora publiekelijk worden aangestoken en ook niet de kleinere Menora in sjoel, dacht Mendel. En over dat “dacht Mendel” ging die WhatsApp, die ik op de parkeerplaats gisternacht moest en zou bekijken.

De eigenaar van het gebouw, van wie Mendel de sjoel huurde, is een niet-joodse man die in een dorp op zo’n twintig km van Mariupol woont. Hij had gisteren, sjabbat, besloten om de ruïne van zijn pand te bekijken. Valt er nog iets te herstellen? En in die ruïne, naar zijn zeggen onder zeventig centimeter puin, vond hij op de eerste etage de ongeschonden Menora uit wat eens de synagoge was. Meteen een bericht naar Mendel met de vraag, van de niet-joodse eigenaar, of en hoe hij morgen ingaande Chanoeka de Menora kan aansteken…en dus, als dadelijk in Eindhoven voor het Stadhuis van Eindhoven in de grote Menora het eerste lichtje wordt aangestoken en Mendel in Israël zoveel mogelijk leden van zijn voormalige Joodse Gemeente Mariupol voorziet van Menora’s en kaarsjes, steekt de niet-joodse eigenaar van de voormalige sjoel van Mariupol ook het eerste kaarsje aan. Teken van hoop, licht in duisternis? Weliswaar niet het wonder van het kruikje olie, maar toch!  Van alles gonsde door mijn hoofd gisteravond op die parkeerplaats. En als het bij mij al gonsde, hoe moet dat dan zijn in de gedachten van Mendel als hij zijn Menora ziet branden op wat eens zijn grote sjoel was, het centrum van zijn levende prachtige Joodse Gemeente.

Voorlopig kan Mendel niet terug en is er ook niets om naar terug te keren. Ik ga mijn toespraken voorbereiden. Om 16:30 uur zullen Blouma en ik fysiek in Eindhoven zijn en om 19:30 uur in Zutphen.  Maar ik weet zeker dat mijn gedachten zullen afdwalen naar Mariupol-Oekraïne.

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

RSS
Follow by Email