|
Persbericht geplaatst door het bestuur van het IPOR

Beheer ik mijn/uw bankrekening?
In een dorpje woonde een man die een overtreding had begaan. De rechter was bang dat de verdachte, nog voor de berechting, zou vluchten en daarom gaf hij opdracht aan de lokale politieagent om de kostbare bontjas van de vrouw van de crimineel in beslag te nemen, als onderpand. De verdachte zou er natuurlijk nooit van doorgaan en de bontjas, die een groot kapitaal vertegenwoordigde, daarmee verliezen. De agent van politie voerde de opdracht uit en hing de kostbare bontjas netjes op in de klerenkast van zijn eigen vrouw.
Zijn vrouw, die al jarenlang een diep en innig verlangen had naar een mooie en vooral kostbare bontjas, komt thuis en ziet tot haar grote vreugde de prachtige mantel. Zij begreep dat het bescheiden salaris van haar man natuurlijk nooit zo een dure mantel kon bekostigen en veronderstelde dan ook dat de burgemeester, het hoofd van de politie, als blijk van waardering vanwege de trouwe inzet van haar man hem de peperdure bontmantel had geschonken.
De verheugde echtgenote wil haar dankbaarheid tonen en haast zich naar het Dorpshuis om de burgervader te danken voor deze genereuze geste. Perplex hoort de burgemeester de dankwoorden van de vrouw aan: " denkt u werkelijk dat deze bontmantel de uwe is? Uw man heeft in onze opdracht beslag gelegd op deze kostbare mantel, maar daarmee is de bontmantel niet uw eigendom geworden!".
Koning Achasjwerosj maakte dezelfde denkfout als de echtgenote van onze agent van politie: "Bajamiem haheem kesjewet hameleg Achasjwerosj al kiesee malchoeto……en het geschiedde toen koning Achasjwerosj op zijn troon zat". Koning Achasjwerosj, een van de hoofdrolspelers in de Megilla, de rol van Ester, meende dat hij regeerde over zijn land.
Een van de eisen die Jodendom stelt aan een koning of aan een president, maar ook aan een voorzitter van een vereniging of van een rijk fonds, is dat hij beseft dat het niet zijn land is en niet zijn rijkdom. Alles komt immers van Boven en G'd heeft hem deze positie toevertrouwd. Hij, de koning of hij, de penningmeester, zijn slechts kleine pionnen van de Koning der koningen. Beiden hebben ze de opdracht hun gebieden te bewaken tegen aanvallen van buitenaf en te zorgen voor het interne welzijn.
Wat doe ik hiermee, vraagt u zich wellicht af. Ik ben geen koning en zelfs geen bestuurder. Ik heb geen koninkrijk en geen royale bankrekening waarover ik vrijelijk kan beschikken.
Mis! Allen zijn we koningen, allen zijn we voorzitters en allen zijn we penningmeesters, al ware het alleen maar van onze eigen bankrekening. Allen hebben we ook bezittingen en hebben we mensen in onze omgeving aan wie we leiding moeten of kunnen geven, bewust en onbewust. Allen hebben we ons eigen koninkrijkje waarin we zeggenschap (kunnen) hebben, onze eigen invloedsfeer.
De een heeft een groter rijk dan de ander. De verdeling is niet gelijk en lijkt soms onrechtvaardig. Er zijn grote verschillen in rijkdom en intelligentie, in voorspoed en gezondheid....
wie is rijk? wordt gevraagd in de Spreuken der Vaderen, hij die tevreden is met zijn situatie. Maar is dit innerlijk gevoel van rijkdom voldoende?
Aan ons is het om met de gaven die ons toebedeeld zijn, met het koninkrijk(je) dat G'd ons heeft geschonken, met de stichting die wij mogen beheren, goed te doen. Onze naasten te helpen, zelfs als het nagenoeg onmogelijk lijkt. Wij dienen ons als een goede koning te gedragen en al onze invloed en kracht in dienst te stellen van ons koninkrijk.
Maar dat lukt alleen als we niet de fout maken die koning Achasjwerosj beging. Hij dacht dat alles van hem was en vergat even dat de echte heerschappij aan de Koning der koningen is. Als ik op de Achasjwerosj-wijze denk en ik voel mezelf als de baas en alleenheerser, als ik meen dat de rijkdom die me in goed vertrouwen is geschonken om te beheren, mijn persoonlijke bezit is, dan ben ik een slechte president, een egoïstische bestuurder en mogelijkerwijs ook een mislukte vader of moeder, opa of oma......
Poerim zet ons allen even op onze plaats. Ieder van ons heeft om zich heen een invloedsfeer, een koninkrijkje, waarin we met rechtvaardigheid en nederigheid mogen heersen, in goede en in minder goede tijden. Het kan een heel land zijn waarvan ik de koning of president ben. Het kan een grote filantropische stichting zijn waarvan ik de penningen beheer, maar het kan ook heel eenvoudig de omgeving zijn waarin ik woon, of het lidmaatschap van de culturele en sociale commissie van mijn eigen Joodse Gemeente.
We moeten ons zelf dienstbaar maken, een bijdrage leveren aan onze directe omgeving met de gaven en middelen die ons ter beschikking zijn gesteld.
Daarom geven we elkaar op Poerim misjlo'ach manot, pakjes met versnaperingen en matanot la'evjoniem, extra giften aan de armen.
Met een dergelijk Poerim-gedrag weet ook mijn omgeving zich rijk en gelukkig en is er echte simche!
Moge het ons gegeven zijn dat het, wat dit betreft, het hele jaar Poerim zal zijn!
Nog vele goede en gezonde jaren vol met rijkdom en simches!
lechajim! Lechajim! Lechajim! Lechajim! lechajim! Lechajim!
Binyomin Jacobs, opperrabbijn
Poerim 5773
===================================================================================================================
Oud-NIK bestuurder Meijer Groen overleden
In Israel is 3 oktober 2012 (17 tisjri 5773) op hoge leeftijd Meijer Groen overleden. Groen (1915) was vele jaren bestuurder van zijn Joodse Gemeente in Zutphen, nadien voorzitter van het Interprovinciaal Opperrabbinaat en lid van de Permanente Commissie van het Nederlands-Israelitisch Kerkgenootschap.
Groen was geboren in Rotterdam, werd opgeleid aan het Nederlands Israelietisch Seminarium en vestigde zich in de jaren "30 in Zutphen. Na de oorlog vormde hij de steunpilaar voor het joodse leven in zijn woonplaats Zutphen. In 2009 verscheen "Dat overleef ik wel", een biografie over het leven van Groen.
Met uitzondering van de jaren van onderduik en deportatie in de Tweede Wereldoorlog woonde Groen vanaf 1932 tot 1999 in Zutphen, waarna hij op aliya ging en zich in Raanana vestigde.
In 1985 werd mede door zijn toedoen de synagoge in Zutphen opnieuw ingewijd. In 1995 nam hij na decennia de hamer te hebben gehanteerd, afscheid als voorzitter van de Joodse Gemeente. In 2000 ging de Joodse Gemeente Zutphen op in de Joodse Gemeente De Stedendriehoek.
In de Permanente Commissie was Groen niet alleen portefeuillehouder voor de Gemeenten in de Mediene; hij was ook de bestuurlijk verantwoordelijke voor de uitzendingen van het NIK op radio en televisie. Daarbij werkte hij in de voorbereiding van de programma"s nauw samen met presentatrice Catherine Keyl.
Voor zijn enorme en langdurige inzet ten bate van de Joden in de Nederlandse Mediene werd Groen koninklijk onderscheiden. Ook kreeg hij de chowertitel toegekend.
Veel wijsheid
om te beseffen dat
we niet alles kunnen vatten!
Een
half jaar geleden kreeg ik onverwacht bezoek van een oude vriend. Hij
was meer dan twintig jaar geleden uit de Sovjet Unie gekomen na een
langdurige strijd. In mijn optiek was hij een held die de hel van het
communisme heeft weten te overleven door te blijven geloven, te
blijven vechten en niet en nooit toe te geven aan het verdorven en
moorddadige communistische systeem ondanks alle fysieke en morele
druk die op hem werd uitgeoefend.. In een interview met een van de
grootste Amerikaanse dagbladen noemde mijn vriend toen zijn
eigen bevrijding: a miracle - een groot wonder!
Maar
de tijd is voortgeschreden en nu lijkt het alsof hij het
wonder van toen volledig heeft laten vallen omwille van de
logica van nu. De G’ddelijke leiding die hij direct na zijn
bevrijding zo sterkt benadrukte is verdwenen, zijn bevrijding is
verworden tot een puur beredeneerbare aaneensluiting van oorzaak en
gevolg. En Jodendom is bij hem gedegradeerd tot een tijdgebonden
leefwijze met de Ratio als (af)god.
Na
de overwinning van dat kleine groepje Joden, de Chasjmoneeërs, over
de Hellenisten, hebben onze Geleerden niet meteen het aansteken van
de menora ingevoerd als een jaarlijks terugkerende mitswa, maar ze
hebben een jaar gewacht. Waarom wachten? Wat was hun kennelijke
twijfel? Ja, onze toenmalige Geleerden hadden de wonderbaarlijke
overwinning gezien, maar hun vraag was: hoe gaan de Chasjmoneeërs de
overwinning beleven? Zullen ze het wonder blijven zien en
erkennen of zal de ratio het wonder degraderen tot een
verheerlijking van eigen kunnen? Toen duidelijk werd dat het wonder
wonder bleef, werd het jaarlijkse aansteken van de menora een feit.
Wat
wilden die Hellenisten, van ons? Waren ze antisemieten? Waren ze
tegen Joden? Hun doel was: om hen (de joden) Uw Tora te laten
vergeten en om hen van de wetten, zoals U die wilt, af te brengen.
Wij
mochten (1) geen sjabbat meer houden, (2) de brit mila werd verboden,
(3) de huwelijkswetten mochten niet meer worden nageleefd en (4) het
Beth Din mocht niet meer bepalen aan de hand van getuigen die de
nieuwe maan hadden gezien, wanneer de nieuwe maand begon……
Sjabbat
is geen vrije zaterdag maar een dag die gekoppeld is aan de erkenning
van G’d als Schepper. Het is de erkenning dat er meer is dan alleen
het doordeweekse.
De
brit mila is geen besnijdenis en een hygiënische ingreep, maar een
verbintenis van de Jood met zijn Jodendom op een leeftijd dat hij er
nog helemaal niets van begrijpt, op de achtste dag van zijn leven.
Zeven
symboliseert het alledaagse. In zeven dagen is de wereld geschapen,
de week bestaat uit zeven dagen. Acht is zeven plus één: wijzend op
een verstand overstijgend verbond.
Ook
de huwelijkswetten hebben alles te maken met het niet blindelings
volgen van het eigen persoonlijke gevoel en inzicht. Aan de
huwelijksrelatie wordt een Hogere dimensie gegeven. En het vastleggen
van de kalender door een Beth Din slaat iedere vorm van logica. Hoe
kunnen mensen de tijd beïnvloeden en bepalen?
De
Hellenisten waren niet tegen Joden en zelfs niet tegen Jodendom:
alleen die Hogere dimensie, dat ongrijpbare, moest er uit. G’d
moest uit de Tora verwijderd worden.
Mijn
vriend en held deed precies wat de Hellenisten wilden:
het
wonder dat met hem was geschied wordt onder huidige Hellenistische
invloed gedegradeerd tot een beredeneerbaar en logisch verklaarbaar
gebeuren.
De
menora ontsteken we weer. De zuivere vlammetjes verlichten onze
huizen en verbinden ons met de Chasjmoneeërs en met allen die door
de eeuwen heen streden en ook nu dagelijks strijden om het Am
Jisraeel, het Joods volk, de eeuwen te laten trotseren en Israël te
laten voortbestaan.
Dat
we ondanks alles er nog zijn als Joods volk, het bestaan van Israël
dat door de Verenigde Naties wordt verguisd, de duizenden menorot die
op steeds meer plaatsen in de gehele wereld publiekelijk worden
ontstoken…..als we bereid zijn om logisch na te denken terwijl we
kijken naar de vlammetjes van de menora, dan kunnen we slechts tot
één conclusie komen:
De
Hellenisten hebben verloren. Hun invloedrijke en allesoverheersende
cultuur bestaat nog slechts in de geschiedenisboeken en in de musea.
Hun
poging om onze voorouders spiritueel te elimineren is mislukt, want
dat kleine volkje van toen is er nog en zal eeuwig blijven bestaan,
ondanks alles!
We
dienen te beseffen dat niet de logica het geheim is van ons
overleven. We moeten er van doordrongen zijn dat ondanks alle
perfecte en rationele redeneringen de Joden die meegingen met de
toenmalige Hellenistische trend, niet meer bestaan. We moeten weten
en inzien dat we moeten vasthouden aan Tora en Traditie, dat we
voortdurend moeten lernen en proberen te begrijpen, maar
tegelijkertijd moeten we accepteren dat onze existentie volkomen
onlogisch is zoals mijn vriend dat toen verwoordde: a miracle -
een groot wonder!
Nog
vele jaren in gezond en met veel wijsheid
om
te beseffen dat we niet alles kunnen vatten!
Binyomin
Jacobs,
opperrabbijn
chanoeka
5770
Het Pesach vaccin.
We zitten weer aan de Seidertafel. Het
maror, bittere kruid, het zoutwater, de charousjes, de vier bekers
wijn, de matzes…….de gezelligheid. De ouderen onder ons blikken
weemoedig terug naar hun jeugd en zien de lege plaatsen. De kleintjes
verstoppen het afikoman en vragen het ma’nisjtana: waarmee
verschilt deze avond van alle andere avonden van het jaar. Is het
geen G’ds wonder dat we eeuwenlang onafgebroken en ondanks alles
steeds weer, jaar in jaar uit, de Seider vieren? Als er een
Hoogleraar in de geschiedenis zou bestaan die nog nooit van het
Joodse volk heeft gehoord en hem zou verteld worden dat er een volk
is dat vervolgd wordt, eeuwenlang, verspreid over de gehele aardbol,
een volk dat zich steeds weer de taal van het land van inwoning eigen
maakt, dat meedoet met de lokale cultuur en dat zich zelfs qua
huidskleur aanpast aan zijn omgeving……als aan die Hoogleraar
gevraagd zou worden of dit volk nog bestaat, dan zou zijn antwoord
luiden dat volgens de wetmatigheden der historie dit volk er niet
meer kan zijn! En toch bestaan we: Am Jisraeel Chaj – het Joodse
volk leeft!
Tijdens een recente conferentie in Parijs van de
RCE, Rabbinical Center of Europe, besprak de voormalige Opperrabbijn
van Israël, Opperrabbijn Lau, een statistiek die het
assimilatieproces van de Joden in de USA op dramatische wijze
demonstreert: van de 100 seculiere joden in de USA zijn er nog
maar 4 joden over in de vierde generatie. Bij de georganiseerde
niet-traditionele Joodse gemeenschappen zijn er van de 100 in het
vierde geslacht tussen de 13 en 24 over als bewuste Jood. Maar bij
charedische families zijn in de vierde generatie maar liefst 2587
joods levende nazaten! De conclusie is overduidelijk: naarmate het
Jodendom een belangrijkere rol speelt in het dagelijks leven, zal het
meer bescherming bieden tegen de op de loer liggende assimilatie.
De Seideravond is een van de meest beproefde middelen om de
Joodse bewustwording te stimuleren. Voorwaarde is wel dat
de Seideravond, die bol staat van de symboliek, zich niet mag
beperken tot die twee avonden per jaar. Gelijk het eeuwige licht niet
voortdurend brandde in de Tempel, maar wel continu uitstraalde, zo
ook moeten de matzes als een anti-assimilatie vaccin een bescherming
bieden van minstens één jaar.
Hoe kan ik de prachtige
vertelling van de hagada een upgrade geven zodat het verhaal
van geschiedenis tot vaccin wordt verheven? ‘Ha
lachma anja – dit is het brood der ellende’! Als we ons
weten te vereenzelvigen met het toen op een manier dat het toen nu
wordt en we ieder onderdeel van de hagada als leidraad nemen om
onszelf uit de slavernij te bevrijden en via de Uittocht onszelf
weten op te werken naar een hoger spiritueel niveau, dan wordt de
Seideravond een voedingssupplement dat ons ten dienste staat om als
Jood te overleven.
En wat met de statistieken? Is het vaccin
krachtig genoeg om de statistiek te ontzenuwen? We mogen en we
kunnen ons, mijns inziens, niet vastpinnen aan statistieken en
sociologische onderzoekingen. Ik vraag me wel eens af of er ooit
statistische onderzoekingen zijn gedaan naar het al dan niet uitkomen
van sociologische voorspellingen.Want, om even naar onze Hoogleraar
terug te keren: sociologisch en statistisch bestaan we al niet meer.
En toch bestaan we! Steeds vaker ontmoet ik medejoden die nog
nooit een Seideravond hebben gevierd, die nauwelijks weten dat ze
joods zijn, voor wie ouders en/of grootouders de Joodse roots hebben
verzwegen…………..vaak om zeer begrijpelijke redenen.
Welkom
bij de Seideravond. Eet de matzes, proef het bittere kruid, neem de
geschiedenis tot je en maak de vertaalslag naar het nu opdat we, met
G’ds hulp, lasjana haba’a – het komende jaar - in vrede en
voorspoed de Seider zullen mogen vieren in ons onverdeelde en
herbouwde Jeroesjalajim.
Binyomin Jacobs,
opperrabbijn Pesach 5769
Gaat het u om de portemonnaie of om de
inhoud?
Gelukkig is het goed afgelopen met Poerim
en kon de opzet van de snode Haman om het Joodse volk uit te roeien
teniet worden gedaan dankzij de inzet van Koningin Ester en
Mordechaj. Maar, zo wordt de vraag gesteld, wat hadden de Joden
verkeerd gedaan dat hen toentertijd uitroeiing boven het hoofd
hing? Als antwoord op deze vraag antwoordt ons de Talmoed:
omdat de Joden genoten van de maaltijd die de kwade koning
Achasjwerosj had aangericht.
Wat is hier gaande? Was het
probleem dat ze niet kosjer aten? Maar als dat de overtreding was dan
is uitroeiing toch een veel te zware straf! En los hiervan: er wordt
toch alom gebracht door verklaarders dat weldegelijk de mogelijkheid
werd geboden om kosjer te eten! Het moest toch immers voor iedere
onderdaan een groot feest zijn.
Hadden de Joden misschien de
uitnodiging moeten weigeren?
De wet van het land dient
gerespecteerd te worden en voor het welzijn van de Overheid spreken
we speciale gebeden uit. Zeker dus moesten de Joden deelnemen en
aanwezig zijn bij bijeenkomsten waar ze van Overheidswege waren
geïnviteerd. Maar ze gingen de fout in omdat ze genoten van die
maaltijd. Ze deden niet mee omdat dat nu eenmaal moet, maar ze gingen
er helemaal in op. Dáár lag het probleem. De uitnodiging om
aanwezig te zijn werd niet meer beschouwd als een middel om vredig
voort te leven temidden van de niet-joodse samenleving van toen, maar
de participatie werd het doel.
Toen Ester naar de Koning ging
in een poging om haar volk te redden zorgde ze er voor om er zo
aantrekkelijk mogelijk uit te zien om zo tot de Koning toegang te
verkrijgen. Ze bewandelde de diplomatieke weg. Maar vóór haar
diplomatieke poging vastte ze drie dagen en drie nachten?! Ze zal er
daardoor zeker niet charmanter hebben uitgezien!? Minder kans van
slagen dus. Hoe plaatsen we dit?
Ester begreep dat de hulp
alleen en uitsluitend van Boven zou moeten komen. Maar Hasjeem wil
van ons dat we een voorwerp maken om Zijn zegen te kunnen ontvangen.
En dus was het gebed, het vasten, in haar optiek het meest
essentieel. De diplomatieke onderhandeling was slechts van
secundair belang.
Een parabel vertelt ons over een man die als
een bezetene bezig is om een portemonnaie te maken. Hij vergat echter
dat zonder financieel inkomen de portemonnaie weinig waarde
heeft….
En dat was de fout van de Joden van toen: ze genoten
van de maaltijd en vergaten dat de halagische verplichting om de
uitnodiging te aanvaarden slechts te vergelijken valt met een
portemonnaie die zonder de Zegen G’ds weinig waarde
heeft.
Contacten met de Overheid moeten we nastreven. Via de
natuurlijke weg dienen we voor ons Jodendom, ook hier in Nederland,
te vechten. Maar de Zegen komt niet van de Overheid, maar van de
Allerhoogste Overheid, de Koning der Koningen., via de politieke en
diplomatieke kanalen.
Hetzelfde geldt voor ons aller Israël.
Natuurlijk moet Israël een leger hebben om de vijand, die ons de zee
in wil drijven, te verslaan. Vanzelfsprekend dienen we rekening te
houden met de publieke opinie en met de Verenigde Naties en hun
resoluties……maar het zijn niet meer dan voorwerpen, portemonnaies
, om de zegen van Boven te ontvangen.
Wat van toepassing is op
de verhouding Verenigde Naties versus Israël, portemonnaie versus
geld, geldt even zozeer voor de visie van de mens op de materie in
z’n algemeen. Materialisme is een middel. Een middel dat we moeten
gebruiken om de zegen van Boven te ontvangen. Maar als we de
portemonnaie beschouwen als de hoofdzaak en de zegen van Boven als
bijzaak, hebben we de boodschap van Poerim helaas niet begrepen en
lezen we de megilla helemaal verkeerd.
Gelijk we op Poerim het
niveau dienen te bereiken dat er geen verschil meer zichtbaar is
tussen de snode Haman en de goede Mordechaj, zo ook wens ik ons
allen toe dat de Allerhoogste Zijn zegen zal mogen geven voor een
jaar met alleen maar simches, fysiek en geestelijk, een jaar waarin
het voor de gehele mensheid zichtbaar zal zijn waar de essentie ligt,
een jaar waarin er dús geen oorlog meer zal zijn, ziekte zal zijn
verdwenen en slechts sjalom en voorspoed voor de gehele mensheid zal
heersen.
Poerim 5769 Binyomin Jacobs, Opperrabbijn
Opvoeding en voeding
Onderwijs neemt binnen het Jodendom een uiterst
belangrijke plaats. Maar wat is onderwijs? Wie is de leraar en wie de
leerling? Wat en hoe wordt er onderwezen?
Recentelijk
ontmoette ik een oud-leerling die ik zo’n 30 jaar geleden joodse
les heb mogen geven. Het boeit mij dan aan zo’n leerling te vragen:
hoe vond je de lessen toen? Wat hebben ze je meegegeven? Wat denk jij
dat het belangrijkste was van die lessen?
Mijn oud-leerling,
nu zelf in het onderwijs werkzaam, zette mij uiteen dat de ‘warmte’
hem het meest is bijgebleven. Hijzelf, uit een ‘vrij’ gezin,
heeft van de lessen de nesjomme en oprechtheid onthouden en
meegenomen in zijn verdere leven. En toen hij in zijn leven
beslissingen moest nemen, waar te gaan wonen, met wie te gaan
trouwen, was het de toenmalige ‘warmte’ die zwaar meetelde. Hij
doet, naar eigen zeggen, (nog) niet veel aan zijn Jodendom, maar
voelt wel dat de onverwaterde Torah en Traditie de basis vormen voor
onze en zijn Joodse toekomst. Neen, geeft hij toe, die tefillien heb
ik na mijn bar-mitswa niet zo vaak meer gelegd, maar wel zeg ik nog
dagelijks het “Sjema Jisraeel”, waarom weet ik niet, maar het is
een deel van mijn leven, het hoort erbij….het is er toen zo intens
ingepompt…..
Natuurlijk is het geweldig dat we vandaag
per internet een gigantische hoeveelheid joodse kennis tot ons kunnen
nemen. Speciaal voor iemand die ergens ver weg in de Mediene woont of
maar eens per week of eens per maand in de gelegenheid is Joodse les
te krijgen. Er bestaan zelfs “dagscholen-on line” voor kinderen
van rabbijnen die ergens in de wereld in een joodse uithoek wonen en
waar geen mogelijkheid bestaat om een joodse school te bezoeken.
Computers, webcams…..de techniek staat voor niets en geweldig dat
het bestaat! Maar de warmte mag niet ontbreken om te voorkomen dat
Jodendom verwordt tot een schriftelijk en afstandelijk
computer-gebeuren, terwijl de nesjomme eigenlijk de essentie is!
We
vieren deze maand Toebisjwat, het nieuwjaarsfeest der bomen. De mens
wordt vergeleken met een boom in het veld. Als in een stekje op een
verkeerde plek een kleine inkerving wordt aangebracht, krijgen we
later een kreupele boom. Als we de jeugd op de verkeerde wijze
raken, zullen de gevolgen later catastrofaal kunnen zijn. Als
daarentegen tijdens de jonge jaren met nesjomme de juiste voeding
wordt toegediend, zijn de fundamenten gelegd voor een gezonde
toekomst. Wat geldt voor voeding, geldt ook voor
opvoeding.
Sjewat 5769 Binyomin Jacobs, Opperrabbijn
“HET IPOR VERLICHT DE MEDIENE”
Het rabbinaat
houdt zich bezig met:
onderwijs
– volwassenen educatie –
lezingen – rabbinale zaken - huisbezoek
jongeren
activiteiten - geestelijke
bijstand - halacha – kasjroet - representatie
Waar
treft u de IPOR Rabbijnen gedurende chanoeka?
Opperabbijn
Binyomin Jacobs
zondag 21
dec. Stadhuis
Middelburg i.a.v. de Burgemeester
maandag
22 dec.
Apple Park Hotel Maastricht i.a.v. de Minister van de Economische
Zaken
dinsdag 23 dec.
Bourtange i.a.v. de Burgemeester
dinsdag
23 dec.
Sjoel in Zwolle
woensdag 24 dec.
Snoge- P.I.G.
uitgaande
sjabbat 27 dec.
Sjoel in Arnhem
zondag
28 dec.
Sjoel in Groningen
Rabbijn
Shimon Evers
21
t/m 28 dec.
Tikwateenoe wintermachanee
zondag
28 dec.
NIG’s Amersfoort, Arnhem en Stedendriehoek
in
sjoel te Zutphen
Rabbijn
Elijahoe Philipson
zondag 21 dec.
Sjoel in Enschede
maandag 22 dec.
Sjoel in Winterswijk
zondag 28 dec.
Sjoel in Almelo
Rabbijn
Yakov Schapiro
maandag
22 dec.
Apple Park Hotel Maastricht i.a.v. de Minister van de Economische
Zaken
zondag 28 dec.
Sjoel in Eindhoven
Rabbijn
Shmuel Spiero
zondag 21 dec.
Sjoel in Breda
maandag
22 dec.
Haarlem Stadhuis i.a.v. de Burgemeester
dinsdag 23 dec.
Texel
zondag
28 dec.
NIG Noord Holland Noord West in Uitgeest
Rabbijn
Moshe Stiefel
zondag 21 dec.
Kinderfeest in Sjoel te Almere
maandag
22 dec.
Almere Stadhuis in aanwezigheid van de Commissaris van de Koningin
dinsdag 23 dec.
Lelystad
donderdag 25 dec.
Hilversum
zondag
28 dec.
Sjoel in Leeuwarden
Voor aanvangstijden en nadere bijzonderheden kunt u contact
opnemen met het IPOR
HET IPOR WENST U NOG VELE JAREN CHANOEKA,
Namens het bestuur: Jaap Hartog, voorzitter.
Namens het rabbinaat: Binyomin Jacobs,
opperrabbijn.
Inter Provinciaal Opper Rabbinaat Postbus
7967 1008 AD AMSTERDAM
Tel. (020) 3018495 Fax (020) 3018491
E-mail rabbinaat@ipor.nl –
bestuur@ipor.nl
Chanoeka 5769
Dammen
De Rebbe kwam onverwacht een van de dagen Chanoeka de sjoel
binnen. Zijn aanhangers voelden zich enigszins gegeneerd, want in
plaats van te lernen zaten ze te dammen bij de lichtjes van de
Menora.
Kennen jullie de regels van het damspel, vroeg de Rebbe. Toen
niemand reageerde gaf de Rebbe zelf het antwoord:
Je geeft één steen weg om er twee voor terug te krijgen.
Twee velden mag je niet in een keer vooruit gaan.
Je mag uitsluitend naar boven, niet naar beneden.
En als je eenmaal boven bent aangekomen, kun je alle kanten op……..
Hoewel deze richtlijnen ook nuttig kunnen zijn voor een gezonde
bescherming van je eigen portemonnaie in deze financieel moeizame
periode, doelde de Rebbe op een beleid ten aanzien van het leven op
deze aarde in z’n algemeenheid. Hindernissen nemen, voorzichtig
vooruit gaan, steeds een trede hoger op de spirituele ladder en als
je dan uiteindelijk een heel hoog spiritueel niveau hebt bereikt, je
bent Boven gekomen, dan kun je alle kanten op.
Chanoeka was de strijd tegen vervolging. De Griekse cultuur
verbood de Joden om Tora en Traditie op een kosjere manier te
bestuderen, te ‘lernen’. In het geheim werd er toch gelernd en
als er dan een inval kwam tijdens het lernen, werden de Joodse
geschriften snel aan de kant gedaan en in plaats daarvan kwamen de
spelletjes op tafel. Vandaar de gewoonte om in het lichtschijn van de
menora met o.a. de sewiwon, het chanoeka tolletje, te spelen of,
zoals in bovenstaande geschiedenis, te dammen.
Wat is de essentie van Jodendom? En wat bestreden de Grieken? De
Grieken hadden geen moeite met het Jodendom als een wetenschap of als
een religie. Maar de Joodse benadering dat alles van Boven komt, dat
er in feite geen onderscheid is tussen profaan en religieus en dat
dus het Jodendom zich niet mag beperken tot de Tempel, de sjoel, de
Hoge Feestdagen, maar dat we juist in het alledaagse als Joden op een
Joodse wijze dienen te leven, dát was hun probleem. In de sjoel
vroom zijn of op Jom Kippoer, is geen kunst. Maar om in het gewone
dagelijkse jezelf steeds op een Joodse wijze te gedragen: dat is
Jodendom!
En toch geneerden de aanhangers van de Rebbe zich. Ze voelden zich
betrapt want op dat moment voelden ze dat ze niet echt Joods bezig
waren. En hoe reageerde de Rebbe? Hij toonde dat ook in het damspel
aanwijzingen zitten hoe te leven als een goed mens. Hij liet ze zien
dat spiritualiteit ook in het gewone en het alledaagse zit en dat we
die eruit moeten halen, de boodschap van Chanoeka!
Maar we zien nog iets: de Rebbe besefte dat zijn aanhangers zich
enigszins ongemakkelijk voelden. En wat doet de Rebbe: in plaats van
te vermanen of te zwijgen, toonde hij hen dat ze juist goed bezig
waren.
Ook dat is Chanoeka: het licht van de menora steken we aan als het
buiten donker is. Warmte dienen we uit te stralen, ook daar waar
licht ontbreekt. Steeds rekening houden met de gevoelens en emoties
van onze medemens, ook als die medemens in onze optiek een duistere
weg bewandelt. Nooit kwetsen, nooit beschamen, maar tegelijkertijd er
wel zorg voor dragen dat overal de menora brandt, zelfs in de diepste
uithoeken. De chanoekaboodschap is universeel:
Vanuit oprechtheid, vanuit het diepste van ons wezen, steeds
warmte uitstralen, niet alleen in de sjoel, maar ook waar het nog
duister is.
Namens ons Inter Provinciaal Opper Rabbinaat wens ik u nog vele
jaren chanoeka,
Binyomin Jacobs
opperrabbijn
Persbericht geplaatst door het
bestuur van het IPOR
Vandaag is Binyomin Jacobs (59)
benoemd tot Opperrabbijn. Zijn uitverkiezing vond plaats te Bussum,
in de vergadering van de Raad van het Inter Provinciaal Opper
Rabbinaat.
De Raad bestaat uit afgevaardigden
van de Joodse Gemeenten in elf provincies, die vallen onder het Inter
Provinciaal Opper Rabbinaat (IPOR).
De nieuwe Opperrabbijn is al meer dan
25 jaar als rabbijn aan het IPOR verbonden; eerst als rabbijn, nu dus
als Opperrabbijn. In die functie geeft hij leiding aan vijf
rabbijnen. De Opperrabbijn wordt veelvuldig geraadpleegd vanuit het
hele land voor het oplossen van problemen en het bieden van
maatschappelijke hulp. De benoeming tot Opperrabbijn kan worden
beschouwd als uiting van waardering voor het vele goede werk dat
Binyomin Jacobs al tientallen jaren doet ten bate van Joods
Nederland.
Opperrabbijn Jacobs werd in 1949 in
Amsterdam geboren als telg uit een oud Nederlands- Joods geslacht,
met voorouders uit Sneek, Steenwijk, Denekamp en Groningen. Hij
studeerde na zijn gymnasium-eindexamen aan Talmoedhogescholen in
Frankrijk en Israël, waar hij uit handen van meerdere vooraanstaande
rabbijnen de rabbinale bevoegdheid verkreeg. Naast zijn functie bij
het IPOR is hij de rabbijn van het Sinaï Centrum, waar hij
verantwoordelijk is voor de geestelijke verzorging in deze enige
joodse psychiatrische instelling van West- Europa.
Opperrabbijn Jacobs woont met zijn
vrouw in Amersfoort. Zij hebben kinderen en kleinkinderen in Almere,
Groot-Brittannië, Israël, Canada en de Verenigde Staten.
Bussum, 12 november 2008
Voor meer informatie: Jaap Hartog,
voorzitter Bestuur IPOR, tel.06.53.400.410
Kredietcrisis
Hoewel ik mezelf geen groot financieel
expert acht, kan ik me toch niet onttrekken aan een gedachte over de
toestand in de wereld. Er schijnt van alles mis te gaan op de
financiële markt. Eerst leefde er bij mij een uitbundige
hoerastemming omdat de US dollar zo goedkoop werd en ik in euro’s
nog steeds aanzienlijk minder schoolgeld hoef te betalen voor mijn
studerende zoon in New York, maar door die goedkope US dollar schijnt
de export vanuit Nederland onder druk te komen wat natuurlijk niet zo
best is voor onze economie. Daar bovenop worden door de extreem hoge
voedselprijzen op de wereldmarkt mijn primaire levensbenodigdheden
duurder. De voortdurende kredietcrisis veroorzaakt een heleboel
onrust, en ik prijs me dan ook gelukkig dat ik momenteel niet naar de
bank hoef voor een hypotheek. En ondanks die lage dollar wordt mijn
benzine nagenoeg onbetaalbaar...
Kort samengevat is dit mijn analyse van de
huidige wereldcrisis op financieel gebied. Wellicht is deze analyse
nogal ongenuanceerd, maar één ding is duidelijk: een ogenschijnlijk
prettige verandering aan de andere kant van onze aardebol heeft een
gigantische kettingreactie veroorzaakt die de totale mondiale
wereldeconomie beïnvloedt, ook op plaatsen waar we die eigenlijk
niet verwachtten.
Wat doen we eraan? Enerzijds niets. Als je
geschoren wordt moet je stil blijven zitten, is een oude
wijheid. Maar anderzijds bewegen we ons op de financiële
markt in de hoop om boven de misère uit te stijgen. Bewegingloos
blijven zitten klinkt leuk, maar kan er ook toe leiden dat ik
persoonlijk word meegesleurd in de val van de financiële
ontwaarding.
Dit jaar is Rosj Hasjana als het ware ingepakt tussen de
sidra Nitsawiem die we lezen op de sjabbat vóór Rosj Hasjana en de
sidra Wajeeleg, de sjabbat ná Rosj Hasjana. Nitsawiem betekent
stilstaan en Wajeeleg is juist het tegenoverstelde: in
beweging zijn.
En daartussenin: Rosj Hasjana. De dag waarop het geschal van de
sjofar centraal staat, symbool voor onze nesjomme, onze Joodse
bezieling, die vanuit het diepst van ons zuivere innerlijk luidkeels
uitroept: lieve G’d, help ons! Geef ons een goed en zoet jaar,
gezondheid, innerlijke vrede, sjalom. Als we de sjofarklanken horen,
vergeten we onze eigen berekeningen, beseffen we dat alles van
Boven komt. We worden geacht naar de arts te gaan als we
onverhoopt ziek zijn, maar de genezing komt uiteindelijk vanuit de
Hogere regionen. Hij die keihard werkt, is niet per definitie rijk.
En de luiaard kan soms zeer vermogend zijn. En toch moeten we werken,
nadenken, ons verstand gebruiken. Blindelings op een wonder
vertrouwen is onjuist en niet toegestaan…….maar wonderen bestaan
wél.
In de Torah wordt gesproken over vreugde en verdriet, over onze
aartsvader Jacob en over zijn snode broer Esav, over het Paradijs en
over de slang, over bevrijding en slavernij. Goed en kwaad, zijnde
een onderdeel van de tekst van de Torah, zijn beiden G’ddelijk,
want iedere vertelling, elk woord, elke letter uit de Torah is
heilig. Indien één letter ontbreekt of onvolledig is, is de Torah
niet meer kosjer. Ook als die ene letter een letter is van Esav of
van de slang of van een gebeurtenis die alleen maar negatief en
slecht is.
Maar in het aardse bestaan en in het dagelijks leven zijn er
verschillen, tussen goed en kwaad, tussen gezond en ziek, tussen
vreugde en verdriet.
Mijn financieel advies is duidelijk: afwachten en in beweging
blijven. Wanneer actie en wanneer pas op de plaats? Daarvoor hebt u
verstand en gevoel gekregen en wellicht ook bekwame financiële
adviseurs. Maar tegelijk dient u te beseffen dat we uiteindelijk van
Boven afhankelijk zijn.
En dit is ook de boodschap van Rosj Hasjana: enerzijds gewoon
werken en gezond verstand gebruiken. Soms even niets doen, dan weer
vooruit gaan. Maar anderzijds weten dat wij niet alles in de hand
hebben. Uiteindelijk worden zaken Boven beslist en is op dat niveau
ook de sluwe slang uit het Paradijs, symbool van het kwaad, een
onderdeel van ons zijn hier op aarde.
Als we dit beseffen en tot ons nemen, kunnen we leven in een
wereld met vreugde en helaas ook onverhoopt verdriet. Door de
acceptatie wekken we in onszelf een innerlijke rust op.
We zijn dan ook in staat om een diepgaand meningsverschil te
relativeren en te voorkomen dat een verschil van inzicht ontaardt in
een langdurige ruzie en schadelijke magloukes.
En die innerlijke vrede, resultaat van een diepgaand gezwoeg,
leidt tot de echte en ultieme sjalom, de tijd van vrede voor ieder
mens, voor Israël en voor de gehele wereld, bimheera wejameenoe,
spoedig in onze dagen!
Namens de rabbijnen van het Inter Provinciaal Opper Rabbinaat wens
ik u in het komende jaar 5769 innerlijke rust en vrede en daardoor
achdoet, éénheid, die zich niet laat verstoren door welke sluwe
slang dan ook.
Lesjana towa oemetoeka, een goed en zoet jaar!
Binyomin Jacobs, hoofdrabbijn
Elloel 5768
|