Welkom op de website van IPOR!

Het IPOR is het samenwerkingsorgaan van de Kehillot in de mediene.  Het samenwerkingsverband is een organisatie waarin de deelnemende kehillot  verenigd zijn op basis van vrijwilligheid. Het doel van het samenwerkingsverband is de bevordering van joods leven in de provincie. De organisatorische vormgeving zal in de loop der tijd een nieuwe vorm krijgen.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Antisemitisme is nooit weggeweest – dagboek van een opperrabbijn 1 juli 2020

Het komt steeds dichterbij: Op 13 juni werd er tijdens een manifestatie tegen racisme te Parijs (6 uur rijden) gescandeerd: “Sales Juive”(vuile Jood). En zondag jongstleden weerklonk in de straten van Brussel (2½ uur met de auto): “Khaybar, khaybar o Jood, het leger van Mohammed zal terugkomen”.

En terwijl ik zorgelijk hiervan kennis neem, krijg ik een e-mail van een Joodse vrouw, die ingaat op mijn dagboek. Leest u zelf:

Rabbijn Jacobs,

U heeft het er vaak over. En het valt andere mensen, niet Joods, ook op. Zij begrijpen het niet.
Een kennis van me begon er zelfs over.
Zij was ontdaan over wat ooit in een krant had gestaan, over antisemitisme, toen er een steen bij u naar binnen was gegooid. “Bij ons vroeger thuis kwam ook wel eens een baksteen door het raam. Wij woonden op een hoek. Je schrikt verschrikkelijk! Maar dit zijn kwaaie jongensstreken!”
Zij kon er geen antisemitisme in ontdekken.

Rabbijn Jacobs. U spreekt steeds over “opkomend” antisemitisme. Ik kan niet wennen aan dat woord: “opkomend”.
In mijn ogen is het er altijd geweest. Ik heb geleerd, op de lagere school, hoe slecht Joden zijn. Er was toen ook een speciaal gebed voor iedereen die slecht was. “Zondaar was”. Voor ieder type zondaar werd gebeden voor bekering en dan moest je gaan staan. Voor de Joden werd ook gebeden. Maar die waren zó slecht dat je er niet voor mocht gaan staan. Je moest blijven zitten. Dan werd er ook boos naar mij gekeken. Dat vond ik raar en ik begreep dat niet. Wij waren thuis katholiek. Ik leerde ook dat “de Joden” de ellende zelf over zich hebben afgeroepen. Want………………. Dát is wat door de eeuwen heen aan iedereen is onderwezen. Tot de jaren 60 ongeveer.
Dus Joden zijn slecht! Door hen lijden we dagelijks pijn en zijn er nog steeds oorlogen. En hun religie is vreemd en achterhaald.

En zo denkt de doorsnee Nederlander er ook over. De wereld is niet veel wijzer geworden in de 81 jaar dat ik erop rondloop.
Waarom dit verhaal? Ik heb het idee dat mensen u niet begrijpen als u het over antisemitisme hebt. Voor hen is het zó gewoon. Joden zijn slecht. Dat is nu eenmaal zo.

Een verdrietige brief. Wat mij betreft moeten we zo min mogelijk terugblikken. Oog hebben voor het nu is van groter belang. Hoe vaak kwamen christenen bij mij om oprechte vergiffenis te vragen voor de vervolgingen door de eeuwen heen door hun voorouders bedreven. Voor mijn gevoel totaal overbodig. Ik voel me daarbij zelfs ongemakkelijk. De hechte vriendschappen die ik heb met de bisschoppen en in PKN-kringen, worden door mij gekoesterd. Daar richt ik mijn blik op en daar gaat het om. Voor nu en voor morgen.

Maar tegelijkertijd moet ik wel beseffen, zo vertellen mijn christelijke vrienden, dat er nog grote groepen in de kerken lijden aan de besmettelijke ziekte die antisemitisme is en antizionisme wordt genoemd en dan veelal gekoppeld zit aan de vervangingstheologie. Maar laat ik duidelijk zijn: Het “sales juives” van 13 juni en het “Khaybar, khaybar o Jood, het leger van Mohammed zal terugkomen” zal niet geïnspireerd zijn door de christelijke vervangingstheologie. Maar dat maakt niet uit, want het antisemitische virus muteert door de eeuwen heen.

Vandaag werd te Nijkerk een geweldig boeiende tentoonstelling geopend genaamd “Redders in Nood”. Het toont het verzet dat er werd gepleegd in ons land in de Tweede Wereldoorlog. Midden in de tentoonstelling staan er drie deuren naast elkaar. De bezoeker kan aanbellen en hoort de befaamde verzetsstrijder Ds. Overduin vragen of de mensen die hier wonen, leden van zijn kerk, voor één nacht twee Joodse mannen in huis kunnen nemen. Een van de drie wordt kwaad en verwijt de dominee dat hij zijn gemeente in gevaar brengt, de ander durft niet en de derde is bereid ze in huis te nemen.

Ondertussen leert de tentoonstelling mij ook dat het kopgeld (de beloning die verkregen werd voor iedere Jood die verraden werd), waarvan ik dacht dat het maximumbedrag Fl. 7,50 bedroeg (voor die tijd een aanzienlijk bedrag) later is opgelopen tot wel Fl. 40,00 voor iedere Jood die werd verraden. Ik ben benieuwd of voor het verraad van Bep, over wie ik eergisteren heb geschreven, de hoofdprijs is verkregen of dat de helden/verraders het met minder moesten doen. Misschien kunnen de nazaten alsnog bij de overheid een navordering indienen. Moet toch kunnen?!

Enfin, laat ik stoppen. Ik ben niet boos, maar intens verdrietig. Maar tegelijkertijd innig dankbaar voor de verzetshelden van toen en de christelijke en ook niet-christelijke vrienden van nu. Want ik ben gezegend met prachtige vriendschappen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

“Eens een Jood, altijd een Jood”

Toen ik maanden geleden gevraagd werd om een dagboek bij te houden van een “opperrabbijn in coronatijd” voor het JCK verwachtte ik dat ik dat enige weken zou kunnen volhouden en dat ik dan wel uitgeput zou zijn, gebrek aan inspiratie, gebrek aan nieuwe belevenissen. Ik zou moeilijk iedere dag hetzelfde kunnen gaan schrijven omdat uiteindelijk ieder dag min of meer hetzelfde is, want dan zou de lezer zeggen: Dag dagboek! Genoeg! Nu weten we wel wat zo’n rabbijn doet. En dus zou mijn schrijven zich tegen dovenmansoren richten.

Maar ik ben geheel niet uitgeput, integendeel! Naarmate ik langer schrijf wordt het steeds eenvoudiger, omdat ik steeds meer reacties krijg die bijna elk weer het doorvertellen waard zijn. Ik zal dadelijk zo’n reactie met u delen. Maar eerst even gewoon wat ik vandaag mocht beleven.

Voor de urgente TV opname waarvan ik gisteren melding maakte, werd ik alsnog ingeschakeld en dus een afspraak gemaakt voor vanmiddag, die vervolgens weer werd afgezegd omdat ze liever een collega van mij interviewen, hoewel hij niet in Nederland woont, geen Nederlands spreekt en pas zeer kort geleden is aangesteld. Het onderwerp was: de geschiedenis van Nederlandse Joden na de oorlog. Vervolgens toch ik weer en zo zou ik dus vanmiddag om 14:30 uur meedoen met TV documentaire voor de Franse televisie over Jodendom in Nederland na de holocaust. Maar later weer een email dat het toch niet doorgaat want de camera van de tv-ploeg was gestolen. En ik mijn agenda dus weer omgooien. Keeps me busy!

Ik moest vanochtend al vroeg m’n bed uit, ochtendgebed en dan op naar Nijkerk om officieel afscheid te nemen van Roger van Oordt, directeur van Christenen voor Israël. Niet dat hij stopt, helemaal niet. Waarvan hij dan precies afscheid neemt is me uiteindelijk wel duidelijk geworden, maar vergt te veel van de mij ter beschikking gestelde ruimte voor mijn dagboek om dat uit te leggen.

Gisteravond laat thuisgekomen. Inspectie! Neen, niet van een school. Inspectie van een keuken! Al meer dan twintig jaar huurt een cateraar uit Antwerpen een hotel af voor Joodse gasten uit Israël, Zwitserland, USA, België, Frankrijk, Engeland. Orthodox Joodse families, alleenstaanden, jongeren en ouderen die gewoon een weekje of langer op vakantie willen. De caterer adverteert en zo komen de gasten. Gasten die elkaar gewoonlijk niet kennen en ook geen enkele band met elkaar hebben. Ik vermeld dit even omdat outsiders die al die Joden zien altijd denken dat ze allemaal familie van elkaar ze zijn. Ze dragen immers allemaal een keppeltje. Dit jaar wordt het dus Baarlo. Maar wat doe ik daar? En nog voor het is opengesteld? Ik ga kijken hoe de keuken gekasjerd kan worden, daar richtlijnen voor geven en ervoor zorgen dat gedurende de hele vakantieperiode mijn verklaring dat al het voedsel koosjer is niet alleen een verklaring is, maar daadwerkelijk staat voor kasjroet, een soort Kema Keur, maar dan voor orthodoxe Joodse keuken. 

Ook heb ik een verzoek ontvangen van een organisatie waar ik, althans dat schreven ze mij, in het Comité Aanbeveling zit. Of ik een artikeltje kan schrijven van zo’n 3000 woorden, 4000 mag ook. Nou, ik weet niet of u beseft hoeveel woorden vierduizend woorden zijn. Maar laat ik u verklappen dat dat echt geen artikeltje is, maar een groot artikel. Om u enig inzicht te geven: zeven keer de lengte van hetgeen u tot nu toe in mijn dagboek van vandaag hebt gelezen.

O ja, ook vanmiddag een interview met het NIW, het enige Joodse magazine dat Joods Nederland nog rijk is. Onderwerp? Mijn vriendschap met de scheidende directeur van Christenen voor Israël.

Voor de Joodse jeugd worden zomervakantie activiteiten georganiseerd door Chabad Holland, een chassidische beweging waartoe ikzelf ook behoor. Aan mij om de financiën te regelen en de administratie bij te houden, zodat alles netjes klopt.

Ook nog tussen 16:00 en 17:30 uur mijn 60+ lernclubje gehad. Onderwerp? Stromingen in het Jodendom. Het Jodendom bestaat namelijk uit stromingen. De niet-joodse lezer zal al snel denken: net als het christendom. Maar dat klopt dus geheel niet. Want al die Joodse stromingen hebben precies dezelfde uitgangspunten, er bestaan geen onderlinge dogmatische verschillen. Dat is dus anders dan in het christendom. Er is nog een kardinaal verschil (om even een niet-joodse uitdrukking te gebruiken) tussen Jodendom en christendom. Als een Christen zich uitschrijft uit de kerk, dan is hij dus geen christen meer. Een Jood daarentegen blijft altijd Jood, zelfs als hij zou zeggen dat hij een ongelovige is en nergens meer mee te maken wil hebben en zelfs anti-Zionist is.  Voor de omgeving geldt: eens Jood altijd Jood. En het vreemde is dat ook de Jood of Jodin die het gehele Jodendom heeft afgezworen, toch ook voor zichzelf Joods blijft. En als hij op vakantie gaat, brengt hij uiteraard dan wel een bezoek aan de synagoge en stuurt mij een trots selfie met als achtergrond de synagoge.

Een telefoontje voor een lezing volgende week in Elburg, een afspraak in Brussel en planning van een vergadering van de Adviesraad van het Cheider. Ik ben uit het bestuur, maar ik blijf trouw aan het Joodse onderwijs, maar dan nu wel op afstand en omringd door niet-joodse onderwijsdeskundigen en politici die allen ervan doordrongen zijn dat het Cheider, de orthodox Joodse school, behouden moet blijven voor Nederland. Het is een monument, maar dan wel levend.

Het is laat, ik ga mijn e-mails doornemen en een meneer proberen te antwoorden. Hij stuurt mij een hele lange e-mail waarin hij poogt een midden te vinden, een balans, tussen christendom en Jodendom. Waarom die balans, hoor ik u vragen. Jood-zijn loopt via de moeder. Als je moeder Joods is, is het kind ook Joods, honderd procent. Zelfs als de vader een niet-jood zou zijn. Wij kennen weliswaar een half-jood, maar daarmee bedoelen we niet dat hij/zij half Joods is, maar een Jood die erg kort is (grapje!). Om de een of ander reden is deze mijnheer onder psychiatrische hulp gekomen. En omdat de vader van zijn vader Joods was, heeft de psychiater hem verteld dat hij Joods is. En dus voert deze gelovige christen een inwendige strijd tussen Jodendom en christendom. En dus mag ik als rabbijn hem helpen. De richting die ik hem wil geven is duidelijk: ik probeer hem naar de kerk terug te krijgen, want de psychiater moet zich bezighouden met medicatie en niet met rabbinale uitspraken. Ik geef toch ook geen pilletjes!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

De bisschop in mijn huis was een bisschop zonder kruis – dagboek van een opperrabbijn 29 juni 2020

Het is lastig als je een e-mail ontvangt met de mededeling: urgent. Bij mij gaan dan allerlei toeters en bellen lawaai maken en ik ga meteen aan de slag. En aldus gedaan: urgent is urgent. Een filmploeg uit Frankrijk is bezig met een opname over Joods Nederland na de oorlog. Aanstaande weekend komen ze al en ze moeten vier Joodse mannen hebben die iets kunnen vertellen over de Joodse Gemeenschap na de holocaust op een passende locatie.

En dus meteen aan de slag. Na enige telefoontjes bleek dat minstens nog acht anderen zo’n urgente e-mail hadden gehad en vervolgens werd het mij duidelijk dat ze reeds zes maanden geleden namen hadden doorgekregen van vier mannen plus locatie. Ik voel me dan toch enigszins en vooral urgent misbruikt. Ze zoeken het maar uit.

Ondertussen ben ik dankbaar dat de Raad van Kerken toch bijna helemaal hun brief aan minister Blok, met daarin de oproep tot boycot van Israël, hebben ingetrokken. Jammer natuurlijk dat er weer vijf resoluties tegen Israël in de VN zijn aangenomen en dat ons land weer voor heeft gestemd, maar gelukkig maar bij drie van de vijf, denk ik cynisch. Vraag me niet waarop die resoluties betrekking hadden. Ik verkwist er geen tijd aan om ze op inhoud te bekijken, maar het moge duidelijk zijn dat de grootste gemene deler van alle anti-Israël resoluties is: antizionisme=antisemitisme.

 

Hoewel ik niet echt een lezer van boeken ben, door gebrek aan tijd, ben ik wel bezig met de geschiedenis van de Joden in de Oostbloklanden. Polen en Litouwen waren aanvankelijk rijk aan Joods religieus leven. Antisemitisme was er nauwelijks tot niet. Er heerste volledige vrijheid van godsdienst voor de Joden, maar door de groeiende invloed van het Vaticaan kwam daarin verandering. Het klopt dus wat mijn vriend Marcin Czepelak, de ambassadeur van Polen in Nederland, mij steeds probeert voor te houden. Regelmatig vonden er in die periode publiekelijke en gedwongen discussies plaats tussen RK-geestelijken en rabbijnen. Doel: bekering! Een groot Joods geleerde en een briljante zakenman, afkomstig uit Minsk, Polen, werd gedwongen om in 1569 een discussie aan te gaan met dertig kardinalen in het Vaticaan. De rabbijn had allerlei voorwaarden gesteld aan deze discussie, onder andere eiste de rabbijn dat er in de ruimte geen kruizen zouden hangen en dat de kardinalen het kruis dat ze droegen als onderdeel van hun habijt, onder kun jasje zouden verbergen.

Ik moest hieraan denken toen bisschop van der Hende en bisschop Woorts enige weken geleden bij mij thuiskwamen om de brief van de Raad van Kerken te bespreken. Dat was een bijzonder vriendschappelijk gesprek. Warm en oprecht. En, zonder dat ik erom had verzocht, hadden zij beiden het kruis in de binnenzak van het jasje van hun habijt geborgen, om mij geen ongemakkelijk gevoel te geven. Die ongevraagde geste getuigt van begrip en medeleven: De bisschop in mijn huis, is een bisschop zonder kruis.

Het was dan ook een goede en bemoedigende ontmoeting die zeker vervolg zal krijgen. Ik was dankbaar voor de vriendschap. De ontmoeting was meer dan goed!

Maar bij een rabbijn, zoals ook bij geestelijken van andere denominaties, wisselen optimisme en pessimisme, vreugde en verdriet elkaar af. Zo is het leven nu eenmaal. Ik herinner mij dat ik op een en dezelfde dag aanwezig was bij een huwelijksdiner, een besnijdenis en een begrafenis. Bij al die gelegenheden moest ik uiteraard een toespraak houden. Van mij werd verwacht om bij het huwelijksdiner vrolijk te zijn, zo ook bij de besnijdenis. Maar bij de begrafenis was ik oprecht verdrietig.

Gisteren, nadat ik me net bemoedigd voelde vanwege het respect dat de bisschoppen toonden, was ik aanwezig bij de begrafenis van de oud-voorzitter van de Joodse Gemeente Amersfoort, waar ik woonachtig ben. Dr. Hans Joosten. Een bijzonder mens. Dag en nacht stond hij voor iedereen klaar. Toen mijn oudste dochter trouwde stelde hij ongevraagd zijn auto ter beschikking voor een van de buitenlandse gasten. Ziekenbezoek, voedselpakketten, aanwezig bij de synagogediensten, financieel te hulp komen waar dat ook maar nodig is.

Ik herinner mij een voormalige client van het Sinai Centrum. Een zielige man, alleen op de wereld, geen financiële middelen, redelijk geestesziek en bovendien zag hij er altijd onappetijtelijk uit. Hij stonk, kwijlde en zijn kleding zat onder de vlekken. Los daarvan was het lastig om hem als gast aan de sjabbattafel uit te nodigen, want hij kon zijn handen niet thuishouden als we dames te gast hadden. Hij was geen slecht mens, absoluut niet, maar wel ziek. Hij was hulpbehoevend, althans daar zorgde hij wel voor. En zo gebeurde het met regelmaat dat hij midden in de nacht belde naar Hans Joosten en huilend kenbaar maakte dat hij uit bed was gevallen en niet de kracht had om op te staan. En dus sprong onze voorzitter, de huisarts, de weldoener Hans Joosten, z’n bed uit, reed een kwartiertje en hielp vol geduld en medeleven de stumper z’n bed weer in. Tot het volgende telefoontje……Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het Eeuwige leven.

Ik moet stoppen met mijn dagboek van vandaag, want ik moet om 19:00 uur in Baarlo zijn. Morgen vindt daar een choepa- een huwelijksinzegening- plaats. De bruidegom komt uit Antwerpen, de bruid uit Manchester en het feest in Hotel Chateau De Raay in Baarlo. En dus moet ik aanwezig zijn om de keuken te kasjeren. Kasjeren? Hoor ik u denken. Ja, kasjeren. Er wordt bij de bruiloft uiteraard ook gegeten en dat diner moet koosjer zijn, voldoen aan de Joodse spijswetten. Het diner moet voorzien zijn van een certificaat waarop staat dat alles koosjer is. En dus een afspraak in Baarlo met de caterer om alles te bespreken hoe we het koosjer kunnen krijgen. Want het gezelschap gaat af op mijn koosjer certificaat dat daar aan de muur zal hangen. We vertrekken. We, want mijn echtgenote gaat mee. Deze keer ben ik dus de chauffeur. En na de catering geregeld te hebben, gaan we daar wandelen, even rust, even weg, even als een bisschop zonder kruis, even bijna geen rabbijn.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 
 

“De bisschop in mijn huis was een bisschop zonder kruis – dagboek van een opperrabbijn 29 juni 2020” verder lezen

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Dagboek van een rabbijn in Coronatijd (29-6-2020)

Het is zondag en ik blik terug op de afgelopen week. Over variatie niet te klagen. Op zoek naar een nieuwe leaseauto kwam ik bij de Hyundai garage. Auto bekeken en afspraak gemaakt voor een proefrit. Dan moet je je naam opgeven en kreeg ik een interessantevraag die mijn gevoel van trots streelde. Mijnheer, vroeg de verkoper, mag ik u wat vragen? Dat mocht uiteraard en toen kwam de aap uit de mouw: Bent u een BN-er? Wat moest ik op zo’n vraag nou antwoorden? Ja? Nee? U begrijpt natuurlijk, trouwe lezer van mijn dagboek, dat ik me redelijk gevlijd voelde. Maar aan dat trotse gevoel kwam een dramatisch einde. Na heel kort nagedacht te hebben, stelde ik, conform goed Joods gebruik, een wedervraag: Kent u me dan? Waarop de verkoper enigszins verbaasd antwoordde:Nee, helemaal niet.

Wat waren de hoogtepunten van mijn afgelopen week? Misschien wel de bijeenkomst in de tuin van de synagoge in Groningen. Wat een fijne en warme (niet alleen qua temperatuur) sfeer heerste daar. Wat een geweldige eenheid. We hadden geen onderwerp genomen, maar we begonnen gewoon. De vragen kwamen als vanzelf bovendrijven en uiteindelijk hebben we best diepe onderwerpen behandeld. Als er dan na afloop wordt gezegd dat de aanwezigen zoveel hebben geleerd, geeft dat heel veel voldoening en ben ik erg dankbaar voor iedere kilometer die ik heb mogen rijden. Nou ja, rijden? Gereden worden!

Hebt u dan een chauffeur, hoor ik u vragen. Ja. Ik heb een groep (voornamelijk niet-Joodse) vrijwilligers die mij graag rijden. Nuttig voor mij omdat ik dan de vele uren in de auto nuttig kan besteden met telefoneren en e-mails beantwoorden en ook interessant voor de chauffeur die inzage krijgt in het zeer afwisselende leven van een reizende rabbijn. Never a dull moment, iedere dag wel wat anders. En dus zag de chauffeur dat er tijdens zo’n Bijbelles (want zo zou de bijeenkomst in niet-Joodse kring genoemd worden) wordt geluisterd, gediscussieerd, gelachen (want ik kan het niet nalaten om de nodige moppen te vertellen) en van mening wordt verschild. Ik als “de opperrabbijn” ben eigenlijk gewoon onderdeel van de groep, maar tegelijkertijd wordt er oprecht respect getoond en staat “de opperrabbijn” juist boven de goegemeente. Prachtig zo’n combinatie!

Dat was dus de bijeenkomst. Maar voorafgaande aan die bijeenkomst was ik op bezoek bij een mevrouw die enige dagen eerder de gezegende leeftijd van 87 jaar mocht bereiken. En daar maakte ik iets heel bijzonders mee. Deze dame was jarenlang de voorzitter van de Joodse Gemeente Groningen. Een Joodse vrouw die bijzonder vriendelijk is, met volle overgave zich jarenlang heeft ingezet voor de kleine hechte Joodse Gemeente Groningen, maar waarvan ik eigenlijk de achtergrond niet kende. Enfin we spreken en ik vertel over het dagboek “rabbijn in coronatijd” dat ik dagelijks schrijf voor het Joods Cultureel Kwartier. (Even tussendoor voor de outsiders: Het JCK bestaat uit het Joods Historisch Museum, de Portugese Synagoge en de Hollandsche Schouwburg, alle drie vlak bij elkaar gelegen in het centrum van Amsterdam. De Hollandsche Schouwburg is de plaats waar de Joden werden samengedreven na arrestatie om binnen een of twee dagen op transport te worden gesteld via Westerbork naar de vernietigingskampen).
 

 

Horend over het Joods Cultureel Kwartier vertelt zij mij dat zij ook heeft gezeten in de Hollandsche Schouwburg en bevrijd is voordat ze werd doorgevoerd. Hoe is dat in z’n werk gegaan? Ze zat, los van haar ouders, als kind ondergedoken, is verraden en werd dus als overtreder van de Nederlandsche wet gearresteerd en naar de Hollandsche Schouwburg gebracht. Omdat ze de volgende dag tien jaar zou worden, ging ze niet naar de kindercrèche aan de overkant, maar kwam ze bij de volwassenen. Een onbekende vrouw kwam naar haar toe en zei haar: morgen om twaalf uur ga je naar de WC, je scheurt je Jodenster van je kleding en spoelt die weg in het toilet, daarna ga je de WC uit en geef je mij een hand en volg je mij.

Aldus geschiedde op haar verjaardag. Via de achterkant van de Schouwburg werd ze naar buiten gesmokkeld door een haar onbekende vrouw van een jaar of twintig en werd ze gebracht naar haar nieuwe onderduikadres waar ze tot de bevrijding is gebleven. Bep want zo heet deze intelligente vrouw van 87, wist natuurlijk niet wie deze verzetsstrijder was. Namen werden niet uitgewisseld in het verzet, want dat zou veel te riskant zijn als, in dit geval Bep, toch nog opgepakt zou worden. En dus heeft ze nooit kunnen uitvinden wie deze jonge vrouw was.

Tot vorig jaar, toen een student geschiedenis haar interviewde over haar onderduiktijd en zij na zesenzeventig jaar (!) de naam heeft gehoord, bij puur toeval, van de jonge onbekende vrouw die haar uit de klauwen van de moffen heeft gered: Hester van Lennep. Die Hester van Lennep was naderhand getrouwd met een Joodse man, inmiddels is ze overleden. Haar zoon was op zoek naar Joden die door zijn moeder zijn gered. Net voor de uitbraak van corona had die zoon, die in Amsterdam woont, Bep willen bezoeken. Het bezoek werd uitgesteld, maar na de coronatijd zullen Bep en de zoon van die onbekende niet-joodse vrouw die Bep het leven redde, elkaar ontmoeten. Wat een verhaal! Wat een bijzondere tiende verjaardag.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Rabbijnen NL Jeshiwas Pensionarim Shoshannas Ja’acov 28-06-2020 30-06-2020

Zondag 28 Juni, Sunday June 28

10.00-11 uur

Rabbijn T.B. Serfaty, Antwerpen, NL, i.s.m. PIG Parhat Hasjawoe’a meeting I: 886 1394 7530 pasword: 2020

 

11.00-12.00 uur

Rabbijn W. van Dijk, Amsterdam NL. Geschiedvervalsing en verdraaiing van feiten in de Joodse traditie

 

20.00-2100 uur

Rabbijn Shmuel Katzman, den Haag, NL Ramban Nachmanides over de Parsja- slangen en genezing

Maandag 29 juni, Monday, June 29

10:00-11:00

Rabbijn S. Katz, Amsterdam.

Op vakantie naar de fjorden, een halachisch doolhof.

 

11.00-12.00 uur

dr. E. Bialoglowski, Amsterdam NL:

Gemara Massechet Berachot

 

20:-21.00 uur

Rabbi Gury Dunner, Amsterdam Eng:

Am I responsable for someone’s else’s Mitzvos and Averos?

Dinsdag 30 juni, Tuesday, June 30

11:00-12:00 uur

Rabbijn S. Katzman, Den Haag, NL.

Geen geheimen, Torastudie in het Openbaar!

 

11.00-12.00 uur

Rabbijn I Vorst

Is het eerste gebod van de tien geboden eigenlijk wel een gebod?!

 

10:00-21:00 uur

Rabbijn Jehuda Vorst, Rotterdam nl.

Pirke Avot

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Dagboek in Coronatijd 26-6-2020, Sam en Moos in de kerk

Zoals beloofd beginnen we vandaag met een grap. Maar daarvoor nog even een fijne whatsapp die ik van een bevriend lid van de Tweede Kamer mocht ontvangen. In de Tweede Kamer is een motie aangenomen waarin oorspronkelijk uitsluitend werd gesproken over racisme en het slavernijverleden, maar waar uiteindelijk ook antisemitisme aan is toegevoegd. De motie roept op om in het onderwijs stevige aandacht aan deze zwarte bladzijden van onze vaderlandse geschiedenis te besteden. Misschien misplaatst om het te zeggen, maar ik voel toch enige vorm van schroom als ik spreek over ‘zwarte’ bladzijden, als u begrijpt wat ik bedoel. Zwart wordt hier gekoppeld aan iets negatiefs, aan een donkere periode. Maar ja, denk ik dan bij mezelf, ik heb toch ook geen moeite met Jodenkoeken! Maar geweldig dat eindelijk het verleden op een juiste manier aan de aandacht van onze jeugd wordt gebracht, en vergeeft u mij de ‘zwarte’ bladzijden.

Twee bedelaars zitten bij de ingang van de kerk. De een rechts en de ander links. Voor de rechter bedelaar, Moos, staat een bord met het opschrift: Alstublieft, een aalmoes voor een arme Jood. De andere bedelaar heeft op zijn bord met grote letters neergeschreven: Alstublieft, een aalmoes voor een arme katholiek. Beide bedelaars zitten geduldig te wachten op giften van de kerkgangers. Interessant is dat de katholiek heel goed beurt, terwijl Moos nagenoeg niets ontvangt. Kerkgangers die misschien gewoonlijk niets aan bedelaars zouden geven, geven nu juist wel aan de katholieke bedelaar om Moos te treiteren.

Weken gaan voorbij. Na drie weken komt er een oud vrouwtje af op Moos en legt hem uit dat als mensen moeten kiezen tussen een Joodse bedelaar en een katholieke dan gaat uiteraard hun voorkeur uit naar de bedelaar van hun eigen geloof. En dus adviseert de lieve oude dame aan Moos om of een andere plaats te kiezen, niet voor een kerk, of dat Moos zich moet laten dopen. Moos hoort het vrouwtje gewillig en dankbaar aan en als ze uit het zicht is verdwenen zegt Moos tegen de katholieke bedelaar: Sam, zij vertelt ons hoe we zaken moeten drijven.

Is dit een antisemitisch grapje? Ja en nee. Het hangt ervan af wie het vertelt en wie ernaar luistert. Zelfspot is een diep ingewortelde gewoonte bij Joden. Als u, beste lezer van mijn dagboek, als reactie op dit grapje niet lacht maar u zegt of denkt: Joden-Geld, als dat in uw gedachten opkomt adviseer ik u dat het verstandig is dat u, hetgeen de motie in de Tweede Kamer beoogt, wat meer kennis neemt van onze Vaderlandse Geschiedenis met zijn dieptepunten op het gebied van vele vormen van discriminatie, waaronder het antisemitisme. En als u het gewoon een goede grap vindt, dan hoeft u wat mij betreft die Vaderlandse Geschiedenis niet meer te bestuderen.

Maar valt u niets op? Is het niet vreemd dat ik deze Jodenmop zomaar onder uw aandacht durf te brengen? Het antwoord op deze vraag is: Ja, dat is vreemd want er kunnen foutieve vertaalslagen worden gemaakt en dat kweekt dan weer antisemitisme. Maar het feit dat ik deze Jodenmop aan u toevertrouw toont verbondenheid en het kennelijk ontbreken van angst bij mij dat u deze grap verkeerd zult vertalen. Dat is mooi! Dat is vertrouwen. Dat is het bestrijden van antisemitisme.

Zoals aangekondigd was ik gastspreker op een Australische Zoom Bijeenkomst van een gemêleerd gezelschap: Joden en christenen. En ik moest spreken over mijn werkzaamheden in Oekraïne. Ik had niets voorbereid, ben gewoon begonnen en kreeg op een gegeven moment te horen dat ik kon gaan afronden. Prachtig! Want mijn ervaring heeft geleerd dat een opgeschreven toespraak veel minder overkomt dan een spontaan verhaal. Ik moet dus wel wat te vertellen hebben en moet niet in een situatie of gezelschap verkeren waar ieder verkeerd woord wordt aangegrepen om mij te tackelen.

Want, beste (vaste?) lezer, is het u bekend dat ik nooit op een kruk zit? De reden: een kruk heeft slechts drie poten en gezien er altijd wel iemand is die probeert om de poten onder mijn stoel weg te zagen…In dat bijna honderd tellende gezelschap voelde ik mij thuis. En als je jezelf ergens thuis voelt kun je anders spreken. Ja, veel antisemitisme om ons heen, maar er zijn ook hechte vriendschappen. En juist in tijd van oorlog, want die kant begin ik wel een beetje op te denken, zijn coalities met vrienden van groot belang.

Ik hoop dus van harte dat ik nog vele Joden-grappen zal mogen vertellen. En dat we dan samen hard kunnen lachen omdat u en ik vrienden zijn, elkaar volledig vertrouwen. En zelfs hoop ik dat als u de moppentapper bent, dat ik dan net zo hard zal lachen als toen ikzelf de grap vertelde en u schaterlachte. Hoewel ik toch het bange vermoeden heb dat als u een Jodenmop vertelt, ik toch minder zal lachen. Maar dat zal niet zijn vanwege een vieze bijsmaak, maar omdat ik nou eenmaal beter grappen kan vertellen dan u……. maar ja, ik ben dan ook niet voor niets rabbijn geworden.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Dagboek van een opperrabbijn – Alles komt van Boven (25 juni 2020)

 

“Alles komt van Boven, behalve Godvrezendheid”. De vrije wil is een complex onderwerp. Enerzijds komt alles wat er plaatsvindt van Boven en heeft het dus zo moeten zijn, anderzijds moeten wij wel voortdurend kiezen. Voorbeeld: toen ik pas in Nederland werkzaam was als lokale rabbijn van Amersfoort, nam ik als reizende leraar iedere zondagochtend om 8:40 uur de trein naar Leeuwarden. Omdat ik een erg punctueel karakter heb, nooit te laat kom, was ik dus altijd op tijd op het station. Nog nooit een trein gemist. Maar een keer kwam ik het station op hollen en de trein reed net weg. Ik wuifde en raad eens: de trein stopte speciaal voor mij! Geweldig! Ongelofelijk! Een klein detail: ik zat in de verkeerde trein.

Kennelijk heeft dat zo moeten zijn, want uiteindelijk komt alles van Boven. En in dit specifieke geval was het ook zichtbaar dat het zo had moeten zijn, want in die trein was een conductrice die een oud-leerlinge van mij was en met een probleempje zat waarbij ik haar behulpzaam mocht zijn. Zichtbaar dus waarom ik in de verkeerde trein belandde. Maar meestal zien we helemaal niet wat de reden is waarom we een verkeerde weg inslaan en voelen uitsluitend de ergernis van het nutteloos ronddwalen. En toch loopt alles zoals het moet lopen ook als ik een verkeerde weg insla, fysiek en/of ook geestelijk. Ik heb dan enerzijds de verkeerde keus gemaakt, maar het heeft wel zo moeten zijn.

Waarom ik hier de filosofie rondom de vrije keus ter sprake breng? Een kandidaat gioer, toetreding tot het Jodendom, moest ik overhoren. Beter gezegd: ik moest mijn mening geven aan een collega rabbijn die deze persoon in zijn portefeuille had. De collega wilde graag mijn mening horen of ik de kandidaat serieus en betrouwbaar vond. En dat vond ik dus. Vaak hoor je vertellen dat je een examen moet doen om Joods te worden. Onzin! Een examen is het testen van kennis. Gioer-toetreding heeft te maken met opstelling in het leven. Wil de kandidaat serieus de Eeuwige dienen op een manier zoals het Jodendom al eeuwenlang voorschrijft? En dus testte ik niet zozeer de kennis van de kandidaat, maar veel meer: hoe staat hij/zij in het leven? En dus spraken we over de vrije wil, bestaat die wel of niet. Enfin, de kandidaat is serieus en krijgt mijn zegen om verder te gaan. Hij blij en ik een uurtje verder.

Ondertussen kreeg ik van tig kanten e-mails over het inspectierapport van het Cheider. Maar helaas, ik zit niet meer in het bestuur en als je geen bestuurder bent moet je afstand nemen (u hoort het mij zeggen!). Ook berichten over het ABP dat wel/niet de BDS-beweging volgt in de strijd tegen Israël. En een uitnodiging voor een afscheidsfeestje van een bestuurder. O ja, een gesprek gevoerd over Chanoeka. Nog ver in het verschiet, maar mijn agenda voor de acht dagen Chanoeka met mijn jaarlijkse Chanoeka-toer en het daaraan gekoppelde Chanoeka Dagboek, zit al bijna vol. De vraag wordt nu dit jaar voor wie ik dat dagboek ga schrijven: www.jonet.nl of www.cip.nl. Laat ik heel eerlijk zijn: voor beide sites schrijven ga ik niet trekken.

Een telefoontje of ik 15 juli vanwege een jaartijd naar Aalten wil komen. Een “jaartijd” hoor ik u vragen? Ja, een “jaartijd”. De Joodse overlijdensdatum van een ouder heet de dag van de “Jaartijd”. Er wordt dan een minjan gemaakt, dat wil zeggen dat er in de synagoge of bij de nazaten thuis een sjoeldienst wordt georganiseerd, gebeden uitgesproken en tevens een toespraak van de rabbijn. En dus zult u mij op 15 juli in Aalten kunnen vinden.

Overigens kan ik me voorstellen dat u niet helemaal begrijpt wat een Joodse datum is. Sinds wanneer kan een datum Joods zijn, hoor ik u denken. Het antwoord daarop luidt dat algemene Nederlandse kalender net een andere telling heeft dan de Joodse kalender. Wat de verschillen zijn en welke kalender nauwkeuriger is (de Joodse natuurlijk!), ook dat hoort weer niet thuis in een dagboek en zeker niet in een coronadagboek, maar behoeft een apart artikel. Er vallen dus nog heel wat artikelen te schrijven omdat de kennis van het Jodendom helaas erg klein is. En: onbekend maakt onbemind. Speciaal als het onbekende foutief en vloekend gekleurd overkomt. Ik kan een flink aantal dagboeken wijden aan onwetendheden die, als ze serieus worden genomen, ook nog antisemitisme kunnen kweken. En daaraan hebben we in deze tijd absoluut geen behoefte. Maar ik beloof u, mijn dagboek van morgen zal beginnen met zo’n anti-Joodse grap. En in hoeverre dat dan weer antisemitisch is, hangt geheel af van de vraag: wie vertelt die mop.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier.

CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Dagboek in Coronatijd van Opperrabbijn B. Jacobs van 24 juni 2020

Een lang gesprek gehad met een journalist over de situatie in de wereld. Ik blijf herhalen dat ik fel tegen discriminatie ben, maar wat er nu in de wereld gebeurt is zorgwekkend. Plunderingen! Maar heeft het enige zin dat ik me opwind? Word ik überhaupt gehoord? De journalist is het volledig met me eens, maar geeft aan dat momenteel de lezer te veel is gefixeerd op discriminatie, voor nuancering is geen gehoor. Daarover een voorzichtig relativerend geluid, verkoopt niet.

Maar in mezelf zit ik in twijfel: De slavernij is een onacceptabel gebeuren uit onze geschiedenis, absoluut. Maar als ik vermeld dat er nu hier in ons eigen land vrouwen als slavinnen in de prostitutie worden geëxploiteerd, raakt dat niemand. Hoe kan dat? Standbeelden verwijderen: ja! Ingrijpen in de slavenhandel van nu bij onszelf om de hoek: neen!? Ik begrijp het niet. Of wil ik niet begrijpen dat het protest tegen discriminatie door een kleine maar zeer luidruchtige groep wordt gebruikt voor andere belangen? Als ik verneem dat er in Saoedi-Arabië vrouwen uit Ethiopië gedumpt worden omdat ze vanwege de coronacrisis niet meer rendabel zijn, stijgt mijn bloeddruk van afgrijzen. Deze vrouwen heten officieel niet slavinnen, maar ze zijn het meer dan volledig. Tienduizenden van dit soort slaven en slavinnen zijn er in onze beschaafde wereld: deze slavinnen zijn er nu, en niet toen. Niemand die zich om hen bekommert.

Zeker moeten we terugkijken naar het verleden, maar voor het heden moeten we onze ogen kennelijk sluiten. Geen Kamervragen. Wat doen we hieraan? En waar hoor ik vanuit de organisatoren van de demonstraties dat ze afstand nemen van de antisemitische koren die niets maar dan ook niets van doen hebben met het discrimineren van kleurlingen. Joden zijn immers blank, maar Joden uit Jemen bijvoorbeeld zijn verre van blank! Ik herhaal maar weer mijn bittere grap: ”Wie is er schuldig, de lantaarnpaal of de Joden? Reactie: Hoezo de lantaarnpaal?”

Vanochtend naar de synagogedienst geweest in Almere. Na maanden was er weer een dienst op de maandagochtend. Een Jood hoort drie keer per dag de gebeden uit te spreken. Ochtendgebed, dat ongeveer 45 minuten duurt, middaggebed 15 minuten en het avondgebed ook 15 minuten. Op sjabbatochtend, sjabbatmiddag, maandagochtend en donderdagochtend wordt er uit de Thora voorgelezen, naast het reguliere gebed. Maar gebed is eigenlijk een verkeerd woord. Het gebed is niet zozeer bidden/vragen, maar veel meer een zelfonderzoek. Misschien een idee om hierover eens een artikeltje te schrijven, want ik merk dat kennis van het religieuze Jodendom nou niet bepaald tot het gemeengoed behoort, ook niet bij collega’s van andere levensbeschouwingen.

Er komen een paar e-mails binnen. Mensen durven weer gesprekken aan te vragen. Twee niet-joden willen een gesprek over gioer, toetreding tot het Jodendom. We hadden enige maanden geleden afspraken gemaakt, maar vanwege corona werden die afgezegd. En ook een verzoek om aanwezig te zijn bij een persconferentie in ’s Heerenberg. Een zeer oude Joodse begraafplaats is volledig overwoekerd door bomen. De functionaris belast met de Joodse begraafplaatsen wil bomen laten kappen, maar daartoe dient dan wel eerst van alles en nog wat te worden verkregen. Instemming van de omwonenden, kapvergunning, toestemming bosbeheer en weet ik veel wie er nog meer moet meedenken. En dus een persconferentie en word ik, de opperrabbijn, van stal gehaald om e.e.a. kracht bij te zetten. Ik moet er wel in totaal drie uur voor rijden.

Zojuist ook een aantal verjaardagsbrieven geschreven en een artikel om onder de leden van de Joodse gemeenten te verspreiden. Daarnaast is er een probleem met een sollicitatie op de Joodse school. Iemand heeft zich aangemeld als leraar en moet dan op ervaring en kunde beoordeeld worden. Maar helaas omdat de gemeenschap zo klein is en het importeren van leraren voor Joodse vakken uit het buitenland lastig is vanwege de taalbarrière, wordt iedere sollicitatie een gezeur. Bijna iedere kandidaat is wel familie van iemand uit het bestuur of er zit een ander verband. En dus… U voelt de spanning.

Overigens zat ik in het schoolbestuur, maar ik zit er niet meer in. En toch ben ik er dus weer willens en wetens bij betrokken, want de gemeenschap is klein….. Maar eigenlijk, beste mensen, bestaat mijn werk als opperrabbijn uit dit soort klusjes. Ruzies oplossen, netwerken in standhouden om waar nodig te kunnen helpen, mensen tot steun zijn, gelden inzamelen voor allerlei charitatieve instellingen in Nederland, in Israël en ook in de Oekraïne, waar ik twee keer per jaar ben en natuurlijk regelmatig een column schrijven, lezingen en artikelen.

O ja, zojuist een telefoontje uit Brussel. In november wordt er door de EJA, de European Jewish Association, weer een reis van twee dagen naar Krakau georganiseerd. Thema: opkomend antisemitisme. Het gezelschap zal bestaan uit parlementariërs uit Europa. Naast de lezingen zal er een bezoek aan Auschwitz worden gebracht. Of ik even naar Brussel kan komen voor een bespreking. Ik word dan niet alleen verwacht, maar ik moet een invloedrijke zakenman meenemen die er wellicht voor kan zorgen dat er meer politici meegaan. Ik ga hem nu bellen, kijken of ik mijn agenda kan aanpassen om op 1 juli naar ’s Heerenberg te gaan en ondertussen bereid ik mijn zoom-cursus voor. O ja, een primeur: voor het eerst ben ik gastspreker in Melbourne, Australië. Helaas per zoom….

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

Inter Provinciaal Opper Rabbinaat
Postbus 7967, 1008 AD Amsterdam
T 020 3018495  E rabbinaat@ipor.nl
Het Rabbinaat omvat: Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Flevoland, Noord-Holland (m.u.v. Amsterdam), Utrecht, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Rabbijnen NL Jeshiwas Pensionarim Shoshannas Ja’acov 24-06-2020 26-06-2020

woensdag 24 Juni, Sunday June 24

10.00-11 uur Rabbijn L.B. van de Kamp Amsterdam NL Megillat Esther met Malbim

donderdag 25 juni, Thursday,  June 22

10:00-11:00 Rabbijn P. Padwa, Kiriat Gad, Eng.
Kosher Fish

  11:00-12:00, Rabbijn M. Evers, Amsterdam NL.: Levenslessen van de Parsha
  19:15 Een avond van Inspiratie en Leren t.g.v. de 26ste jaartijd van de Lubavitcher Rebbe, zie poster,
vrijdag 26 juni, Friday June 26

11:00-12:00 uur Rabbijn A. Plancey, Borehamwood UK, Eng: Parashat Hashawoe’a

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Rabbijnen NL Jeshiwas Pensionarim Shoshannas Ja’acov 21-06-2020 23-06-2020

Zondag 21 Juni, Sunday June 21

10.00-11 uur Rabbijn Serfaty Antwerpen NL i.s.m. met

PIG, Parshat Hashawoe’a

 

11.00 uur tot 12.00 uur Rabbijn W. van Dijk Amsterdam NL : geschiedvervalsing en verdraaiing van

feiten in de joodse traditie

 

20.00-21 uur Rabbijn Shlomo Frankenhuis, Jerushalaim, NL: Wees als Korach, Vlucht weg van Machloukes.

Het is vuur

  21.00-22.00 uur. Rabbijn Shmuel Katzman, Den Haag, NL Ramban Nachmanides over de Parsja
Maandag 22 juni, Monday June 22 1000-12.00, dr. E,Bialoglowski Amsterdam, NL: Gemara Massechet Berachot
  20:00-2100, Rabbijn I Sigel, Amstelveen Eng.: Arguments for Heavens Sake
  21.00-22.00, Rabbijn Salzman Beitel Eng.: Parshat Korach
dinsdag 23 juni, Tuesday June 23 10.00-11.00 uur Rabbijn S. Katzman den Haag NL: Ve’ata Testawe Leiderschap in het Jodendom
  11.00-12.00 uur Prof. Herman Loonstein, NL
  20.00-21.00 uur: Rabbijn Jehuda Vorst, Rotterdam NL, Pirke Avot
Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail