Welkom op de website van IPOR!

Het IPOR is het samenwerkingsorgaan van de Kehillot in de mediene.  Het samenwerkingsverband is een organisatie waarin de deelnemende kehillot  verenigd zijn op basis van vrijwilligheid. Het doel van het samenwerkingsverband is de bevordering van joods leven in de provincie. De organisatorische vormgeving zal in de loop der tijd een nieuwe vorm krijgen.

Dakloze mag ’s nachts op straat blijven…. Dagboek van een Opperrabbijn 24 januari 2021

Deze krantenkop zag ik in het RD van zaterdag. In eerste instantie dacht ik een mooie en legale uitweg te hebben gevonden om ook na 21:00 uur en voor 4:30 uur gewoon op straat te kunnen blijven. Stel ik word aangehouden dan kan ik zeggen dat ik ruzie had met mijn dierbare echtgenote en het huis ben uitgezet. En dus ben ik dakloos, geen speld tussen te krijgen! Maar na mijn primaire inventieve reactie, schrok ik. Een medemens dat dusdanig arm of ziek is, om welke reden dan ook, mag gedurende de koude nachten gewoon op straat blijven. Wat een gunst van de Overheid. Hij hoeft zelfs geen verklaring te tonen dat hij dakloos is. Lieve lezers van mijn dagboek, u leest het echt goed: een straatarme dakloze mag dakloos blijven. Ik herhaal: een dakloze mag ’s nachts gewoon op straat blijven! Ik denk dat de beste reactie hierop is ……………………… om sprakeloos een paar regels over te slaan!

Mijn vriend en collega rabbijn Shimon Evers hield sjabbat, zoals iedere week, een prachtige leerzame toespraak. Maar ook legde hij een grappig verband met de Sidra van de week. Donderdag jl. werd er door onze regering besloten om over te gaan tot het instellen van de avondklok. En wat was de Thora tekst die donderdag centraal stond: ‘Geen mens gaat de deur van zijn huis uit tot de morgen (gen, 12:22).’ De avondklok is dus voor ons Joden niets nieuws, want de Thora maakt er reeds gewag van! Een niet-joodse vriend, voormalig collega in het Sinai Centrum en top-psycholoog heeft mij eens omstandig uitgelegd dat humor een mechanisme is om te overleven en dat daarom bij Joden zoveel humor aanwezig is. Dus lach ik maar om de beperkingen die de avondklok met zich meebrengt. Maar ik neem ze wel uiterst serieus. Dat er discussie is over het nut hiervan moge duidelijk zijn, maar niet aan mij om me in de discussie te mengen. Wij moeten ons gewoon aan de wet houden en ik ben ervan overtuigd dat als iedereen van meet af aan zich had gehouden aan de beperkende bepalingen er nu geen avondklok zou zijn geweest. Maar het is zoals het is. We gaan verder en maken er het beste van, met, en af en toe ook zonder, humor!

Mijn dagboek van donderdag over de Nationale 4 mei Herdenking op de Dam heeft een gigantisch bereik gehad. Zelfs in HP/de Tijd werd ik geciteerd, waarschijnlijk overgenomen van de Twitter die het NIW de wereld had ingestuurd.

Overigens las ik in het papieren NIW een ingezonden mededeling waarmee ik het niet eens ben. “Een rabbijn maakte bij de burgemeester van Amstelveen bezwaar tegen struikelstenen ter herinnering aan onze geloofsgenoten die in de Holocaust vermoord werden. Dit omdat de (niet-Joodse) bedenker ervan de stenen soms op sjabbat zou plaatsen………Ik denk niet dat mijn grootouders, vergast in Sobibor, de dag van de plaatsing bezwaarlijk hadden gevonden…” Ik weet niet of het inderdaad klopt dat de rabbijn dat gezegd zou hebben, weet ook helemaal niet wie die rabbijn is, wil dat ook niet weten, maar voel de behoefte om deze mogelijke uitspraak van de rabbijn te nuanceren omdat rekening houden met elkaar en wederzijdse tolerantie voor mij belangrijk zijn. Struikelstenen worden doorgaans voor meerdere huizen tegelijk neergelegd. Het lijkt mij dat het dan niet juist is dat sommige nabestaanden/familieleden wel kunnen komen en anderen, die er wellicht erg graag bij hadden willen zijn, niet kunnen komen omdat de plechtigheid op sjabbat valt. Een goede vriend van mij (een bestuurder van een Joodse gemeente) die absoluut thuis en ook op vakantie niet-koosjer eet, eist dat als er ergens in den lande een plechtigheid is, dat er dan voor mij én voor hem een koosjere maaltijd of koosjere cake is. Hij vindt het ongepast dat ik met een koosjer gebakje zit en hij, als vertegenwoordiger van de Joodse Gemeente en vooral als mede-Jood, met een niet-koosjer taartje wordt opgezadeld. De meeste Joden zijn fel gekant tegen een verbod op koosjer slachten, ook Joden die zelf nooit koosjer vlees eten. Ik vind het dus respectvol, en velen met mij, dat er bij het leggen van Struikelstenen rekening wordt gehouden met het Jodendom op zo’n manier dat alle Joden, ongeacht wel of niet zich aan de wetten houdend, aanwezig kunnen zijn. Enige jaren geleden werd ik gevraagd of ik een toespraak wilde komen houden bij zo’n plechtigheid. De voorgestelde datum was echter de eerste dag Pesach. Ik heb het organiserend comité uitgelegd dat ik erg graag wil komen, maar op Pesach is mij dat helaas niet mogelijk omdat het Jom Tov is en ik dan in sjoel moet zijn en überhaupt dan niet kan rijden met de auto. Na enige dagen kreeg ik als antwoord dat de datum niet gewijzigd kon worden en dat Hitler ook geen rekening hield met de Joodse Feestdagen. Ik heb dit antwoord als zeer kwetsend ervaren en getuigen van weinig tolerantie. Ik vind niet dat een rabbijn het leggen van Struikelstenen moet willen tegenhouden, maar hij mag wel proberen dat de plechtigheden op dagen worden gehouden waarop alle Joden, vroom en vrij, aanwezig kunnen zijn zonder gewetensbezwaren. Dat dat verlangen voorzichtig en zorgvuldig gepresenteerd moest worden en misschien in dit geval niet juist is gebracht of begrepen, snap ik. Maar met enig creatief denken moet dat toch echt lukken en toont het dat wij als Joodse gemeenschap ondanks onze diversiteit toch een eenheid vormen.

 

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

 

 

Mocht Abdelkader Benali mijn dagboek lezen………. Dagboek van een Opperrabbijn 21 januari 2021

Herdenking van het Apeldoornsche Bosch, hedenochtend van 10:30 tot 11:15 uur. Jaar in jaar uit was ik aanwezig bij de herdenking op 21 januari. Ieder jaar weer hetzelfde publiek, hetzelfde onderwerp, dezelfde slachtoffers die we herdenken sinds de onthulling van het monument op 23 april 1990 door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana. Vorig jaar was ik voor het eerst afwezig omdat ik toen met Europarlementariërs in Auschwitz was voor een symposium over antisemitisme. Ieder jaar weer moet ik hetzelfde zeggen in andere bewoordingen en ieder jaar weer grijpt het mij aan. Toen de trein met patiënten aankwam in Auschwitz was er al een aantal onderweg overleden. Anderen kwamen lachend naar buiten, anderen gillend van angst. En daartussen de verpleegkundigen en artsen die hun patiënten niet zonder begeleiding wilden laten vertrekken. Nog even was er een discussie tussen de nazi-schurken of de begeleiders (nog) niet vermoord zouden worden, maar uiteindelijk bleven ze bij hun patiënten, ook op de brandstapels. En vandaag dan wederom de herdenking, maar zonder publiek. De burgemeester, drie bestuurders van de Stichting het Apeldoornsche Bosch, een paar journalisten en een paar camera’s die de herdenking vastlegden. Het is onbeschrijfelijk en onaanvaardbaar wat er toen is gebeurd.

Ieder jaar dus min of meer dezelfde herdenking? Neen. In 1990 waren de namen van de meeste bewoners nog onbekend. Daarna werden archieven gevonden, weer later worden de namen op twee plaquettes naast het monument vereeuwigd. Weer later werd ook op het terrein van het vroegere Apeldoornsche Bosch zichtbaar gemaakt wie waar woonde en vorig jaar een tentoonstelling op het terrein van het voormalige Apeldoornsche Bosch die de geschiedenis beschrijft vanaf de oprichting tot de vernietiging van dit psychiatrisch ziekenhuis dat bekend stond om zijn kwalitatief hoogstaande zorg en patiënt vriendelijkheid. Als u gelegenheid heeft kijk naar deze documentaire. https://www.apeldoornschebosch.nl/nieuws/herdenkingsfilm-het-apeldoornsche-bosch

Naar mijn aandeel hoeft u niet te luisteren, maar richt uw blik op de bewoners, hoe gelukkig ze er uitzien. Hoe ze zich vermaken. Hoe één het personeel is met de bewoners. Allen vermoord omdat ze Joods waren. Er waren vandaag, vanwege corona geen belangstellenden. Er was geen publiek. Slechts één krans werd er gelegd. We waren alleen met het monument, hun grafzerk zonder graf. We waren alleen met hun namen. Eigenlijk was dit goed en passend. Toen ze afgevoerd werden, in de beestenwagens geduwd, op elkaar gestapeld, gillend, waren ze ook alleen. Een enkeling, woonachtig in de buurt van het station, herinnert zich nog steeds het gekerm. Om 12:15 uur was ik thuis, maar eigenlijk ook niet, want mijn hele dag stond in het kader van deze herdenking, het laat me wederom niet los.  Afstand nemen van deze misère kan ik nog steeds niet. En als ik, van na de oorlog, als kind van overlevenden, als second generation, zo aangegrepen wordt, dan is het toch duidelijk dat mijn stelling de keiharde waarheid is: als iemand de hel van de oorlog heeft overleefd en normaal is gebleven, dan is hij gestoord. Maar het leven gaat verder. De onacceptabele spreker voor de 4 mei herdenking op de Dam, waarover ik me gisteren opwond, heeft zich teruggetrokken. Weet u, ik zou zo graag met hem in gesprek willen komen. Vernemen wat er wel en wat er niet klopt. Misschien is zijn kijk op Joden in de loop der jaren ten goede bijgesteld. Wellicht kijkt hij nu anders aan tegen Israel nu hij heeft vernomen dat met betrekking tot vaccinatie alle inwoners van Israel ongeacht geloof, afkomst of woonplaats gevaccineerd worden. De mens is niet van nature slecht, de mens kan tot ander inzicht komen. Maar misschien ben ik te naïef, te goedgelovig, te tolerant.  Maar toch, mocht Abdelkader Benali mijn dagboek lezen en wil hij mijn uitnodiging accepteren: welkom! Ik zal het vertrouwelijk houden.

Ik moet nog even gaan lopen, maar het blijft maar regenen. Mijn kleinzoon uit Engeland die naar Potsdam had zullen gaan met zijn echtgenote (het pasgetrouwde stel) komt niet. Haar ouders wonen dus in Potsdam en zij wonen in Londen. Onderweg hadden ze bij ons de sjabbat zullen doorbrengen. Maar het feest gaat niet door want zij heeft een Israëlisch paspoort en kan dus Frankrijk niet in. Wel Duitsland omdat ze daar een verblijfsvergunning heeft. En hij kan Duitsland niet in omdat hij uit Engeland komt. Nederland zou hem wel lukken vanwege zijn NL-paspoort, maar dat is voor haar dan weer niet mogelijk vanwege haar Israëlische paspoort. Los hiervan zitten we nu met het maximaal aantal bezoekers van één, en zij zijn dus met twee. Dat hun broer/zwager ook bij ons in huis is (die was dus onderweg van Londen naar Israel en kwam hier inmiddels vier weken geleden voor slechts vier uur!) is geen probleem want hij behoort inmiddels tot ons gezin.

Verder is de afspraak voor de opname voor NTR TV  over Jodendom vastgelegd voor maandag van 10:00-14:30 uur deels bij ons thuis en deels in de synagoge, om 15:00 uur een bijeenkomst met het Rode Kruis over de cartotheek van de Joodse Raad en woensdag moet ik spreken bij de EJA Holocaust Remembrance Day Commemoration. De oorlog houdt me helaas wel bezig. Of dat goed is, betwijfel ik.

En net voordat ik mijn dagboek afrond bemerk ik dat mijn echtgenote druk doende is om onderdak te zoeken voor een hondje. Ras onbekend, klein, krulletjes, ‘dameshondje’. De eigenaar is bereid voor de opvang te betalen. U ziet het: het rabbinale leven is niet altijd eenvoudig, maar wel afwisselend.

 

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Dat zo’n figuur mijn familie moet gaan herdenken……. Dagboek van een Opperrabbijn 20 januari 2021

Het is inmiddels woensdag 23:15 uur. Ik ben net thuis. Een lezing gegeven in Gorinchem. Uiteraard zonder zichtbaar publiek, maar wel in een professionele studio en enige honderden die thuis zaten te kijken en naar verwacht vele duizenden die nog naar de uitzending op een later tijdstip zullen kijken. Ik ben er ondertussen wel aan gewend. Als ik dadelijk weer voor zichtbare mensen mag spreken zal het nog wennen worden om voor echte toehoorders een lezing te houden. Een lezing met in het midden een kwartier pauze met thee. Publiek dat mij gewoon in het echt kan zien en ik die de aanwezigen kan aankijken. Nu moet u weten dat ik gewoon was om van de gezichten af te lezen of ik dieper op de materie moest ingaan, of het tijd werd voor een parabel of een grap om de mensen bij de les te houden. Omdat ik nu begin te beseffen dat we eind deze week nog nauwelijks naar buiten mogen (goed voor m’n conditie? Niet dus.) heb ik vandaag mijn snel-wandeling van een uur gehouden in plaats van de gewoonlijke 25 minuten.

Ondertussen blijven de condoleances binnenkomen per e-mail, op facebook (zo is me verteld, want ikzelf kom niet op facebook) en de telefoon staat nauwelijks stil. Zoveel warme en mooie woorden. Ook een e-mail die me adviseerde om me te bekeren. Was goed bedoeld, maar het voorstel heb ik resoluut afgewezen zonder enige vorm van overweging. Mocht de schrijfster van die ellenlange e-mail dit dagboek lezen, dan hoort ze bij deze dat ik niet gecharmeerd was van haar poging tot bekering en ik ook niet de moeite heb genomen om op haar e-mail te reageren. Bekering is voor ons Joden een beladen onderwerp dat nog steeds leeft. ‘En’, zo hoor ik u denken, ‘je bent toch zo goed met de Christenen voor Israel?’ Lieve mensen: zij doen niet aan bekering! Ik ken hun drijfveren, ik weet hun achtergrond, ik ben op de hoogte van hun statuten en ben in bijna dagelijks contact met ze. Samen vechten we voor Israel en tegen antizionisme. Bekeren? Zij hebben vele geloofsgenoten die hun pro-Israel optreden sterk afkeuren en hun euvel duiden dat zij niet aan zending onder Joden doen. Want ze doen wel aan bekering, maar dat is een andere bekering. Zij proberen de kerken te bekeren om hun anti-Israel houding te wijzigen in een pro-Israel benadering!

Waarom ik dat nu aankaart? Niet vanwege die sukkelige brief van die mevrouw, maar omdat de Jewish Agency de samenwerking met een Canadese christelijke organisatie, genaamd Return Ministries, is gestaakt omdat er een gerucht de ronde deed dat ze proberen te bekeren. De voorzitter van die organisatie is een Messias belijdende Jood. En hoewel ieder mens voor zichzelf verantwoordelijk is en mag doen wat hij niet laten kan, is dit wel storend. Een bekeerde Jood die Joden naar Israël wil brengen? Zelf dus zijn Jodendom overboord heeft gegooid, maar niet zijn mede-Joden wil bekeren? Voor mij een contradictio interminis! En dus begrijp ik de Jewish Agency volledig.

En terwijl die mevrouw me dus probeert weg te troggelen bij het Jodendom las ik vandaag in het gezaghebbende Brits dagblad the Guardian dat uit een recent onderzoek blijkt dat vele Britse Joden bang zijn om met tekenen van hun religie, zoals een keppel en een davidster, zich in het openbaar te vertonen. Opkomend antisemitisme, dat steeds meer het ‘normaal’ wordt! Laat die bekerende mevrouw daaraan haar tijd besteden en mij met rust laten. Deze bekeringspoging koppelen aan het overlijden van onze zoon ervaar ik als onfris, want dat deed ze!

Ondertussen blijkt uit de gigantische hoeveelheid steunbetuigingen, resultaat van mijn dagboek, dat ik een breed lezerspubliek heb opgebouwd. Kennelijk ben ik niet de enige die dat weet. Want, en nu komt het, ik ben vandaag vanuit vier verschillende kanten benaderd met het verzoek om aandacht te besteden in mijn dagboek aan de keuze van de spreker bij de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking op 4 mei. De keuze van het Comité 4 en 5 mei is zowaar gevallen op een figuur die bij diverse gelegenheden zich antisemitisch zou hebben uitgelaten. De Jewish Telegraph Association (JTA), die doorgaans goed geïnformeerd en secuur is, heeft er een heel artikel aan gewijd en de uitspraken die de spreker gedaan zou hebben, liegen er niet om. Ik ben er zeker van dat ook het NIW van deze week er onderbouwd aandacht aan zal besteden. Onbegrijpelijk dat deze Abdelkader Benali, die niets heeft met de jaren ’40-’45, bij dezelfde herdenking gaat spreken waar vorig jaar onze koning Willem Alexander op briljante wijze precies dat heeft verwoord waarop speciaal Joods Nederland al zolang zat te wachten. Wat was dat een bemoediging! En nu komt deze figuur…? Ik snap het niet, ik heb het gevoel dat 4 mei mij wordt ontnomen, maar ik hoop dat ik alles verkeerd begrepen heb, de JTA verkeerde informatie heeft gekregen en de verschillende e-mails met quotes die verre van Jood-vriendelijk zijn, gewoonweg op een misverstand berusten en nooit zijn geuit. Maar mocht onverhoopt alles wel kloppen: Dat zo’n figuur mijn familie moet gaan herdenken……ik snap het gewoonweg niet.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Alles komt van Boven. Zowel corona alsook het vaccin. Dagboek van een Opperrabbijn 19 januari 2021

Publicaties, discussies, waarschuwingen. En ook mij bereikt regelmatig de vraag: wel of geen vaccin tegen corona? Ik heb er vannacht over liggen nadenken, omdat mij werd gevraagd om hierover een uitspraak te doen. En de eerste vraag die dan in mij opwelt is of ik deze vraag überhaupt kan, moet of wil beantwoorden. Ik herinner mij dat enige jaren geleden mij werd gevraagd om een artikel te schrijven over de vraag of het Halagisch-Joods wettelijk toegestaan is om te vliegen in een Boeing 737 MAX. Ik heb toen bedankt voor de eer omdat ik allereerst geen enkel verstand heb van vliegtuigen en ten tweede dit niet beschouw als een Halagische vraag. Maar, hoor ik u dan denken, de Halaga is toch niet beperkt tot religieuze onderwerpen. Jodendom is toch een manier van leven en de Halaga ‘bemoeit’ zich toch met al dat in het leven speelt. Klopt! De Talmoed, en dus het Jodendom, houdt zich bezig met alles dat zich in het leven kan voordoen. Van de wieg tot het graf, vierentwintig uur per dag. Voor de wieg en na het graf. En dus werd mij, als rabbijn=Joods jurist gevraagd wel of niet vliegen in een Boeing 737 MAX. Ik moest ook terugdenken aan weet-ik-hoe-lang-geleden toen ik nog ieder jaar aanwezig was bij het defilé in Wageningen ter herdenking aan de capitulatie. Nagenoeg alle aanwezigen waren militairen met hele waslijnen aan medailles. Daartussen zat ik dus met mijn zwarte hoed en zonder medaille. (Ik heb nog een keer in een poging om erbij te horen mijn twee medailles van de avondvierdaagse opgespeld, maar dat maakte weinig tot geen indruk!). Tijdens een van die bijeenkomsten zat ik naast een generaal met waslijn en op zijn revers stond te lezen: Pastor. Hoera dacht ik. Een collega, weliswaar van een andere denominatie, maar toch. Het bleek echter niet te kloppen, want toen ik hem aansprak bleek hij geen pastor te zijn, maar Pastor was zijn achternaam. Maar omdat wij in gesprek waren gekomen en het programma nog niet was begonnen wisselden we over en weer een en ander uit. Hij was, zo vertelde hij mij, gedetacheerd geweest bij de troepen van de Verenigde Naties in Libanon. En dus greep ik de kans aan en vroeg hem naar zijn mening over het wel of niet teruggeven van de ‘bezette gebieden’. Zijn antwoord was klip en klaar: strategisch bezien totaal onverantwoord! De Halaga geeft duidelijk aan dat als iemand ziek is hij dan naar de dokter moet gaan, omdat de dokter gespecialiseerd is in medicijnen. En als er een vraag is op het gebied van de strategie dan moet een strateeg benaderd worden. Dat er ook politieke aspecten kunnen spelen is een feit, maar primair hebben we het over strategie en dus veiligheid. De rabbijn kan in zicht komen als er raakvlakken zijn met de Halaga, maar ook hier is de eerste vraag de veiligheid. Hetzelfde antwoord gold voor het dilemma om wel of niet in een Boeing 737 MAX te stappen. Wat zeggen betrouwbare deskundigen. En als deskundigen duidelijk aangeven dat er een onverantwoord risico aan zit, dan is het duidelijk: bij twijfel niet inhalen. Idem ten aanzien van het corona vaccin. Momenteel is verreweg de meerderheid van artsen van mening dat er gevaccineerd moet worden. Natuurlijk zijn er ook medici die hun twijfels hebben, maar moet ik daarnaar luisteren? Er waren ook deskundigen die aangaven dat de Boeing 737 MAX wel veilig was. En er zullen ongetwijfeld ook strategen zijn die aangeven dat het strategisch wel te verdedigen valt als Israël de betwiste gebieden teruggeeft aan (ja, aan wie eigenlijk?). De vraag die ik dus eigenlijk moet beantwoorden is niet of het corona vaccin wel/niet schadelijk is, maar naar welke medicus ik moet luisteren.

Ik ben meer dan veertig jaar in de psychiatrie werkzaam geweest als geestelijk verzorger. Ik durf dus te beweren dat ik de wereld van de psychiatrie van binnenuit zeer goed ken. Ik was geen rabbijn die af en toe op bezoek kwam. Neen, ik was een deel van het Sinai Centrum, dat in het verre verleden nog gewoon genoemd werd zoals het was: Sinai Kliniek. (Overigens bestaan er ook geen patiënten meer, maar cliënten) Ik kan u een ding verzekeren. Als iemand goed gek wil worden moet hij zich door meerdere psychiaters tegelijkertijd laten behandelen. Natuurlijk mag ik, mits van tevoren aangekondigd, meerdere artsen een advies vragen en besluiten om de meerderheid te volgen. Stel er is sprake van een ingrijpende medische ingreep. Prima om dan drie deskundige artsen te raadplegen. Het zou helemaal mooi zijn om de drie deskundigen gezamenlijk te laten overleggen. Hun conclusie is dan dus ook het rabbinale advies. En wat als achteraf bezien de operatie toch is mislukt? Dan heb ik gehandeld zoals ik moest handelen en besef ik dat desondanks uiteindelijk alles van Boven komt. En wat als deskundige artsen aangeven dat ‘voltooid leven’ een goede zaak is? Gelijk de strateeg deskundig is op strategisch gebied, is de arts er om te genezen en pijn te bestrijden. Wel of niet ‘voltooid leven’ is een ethische vraag en dan verschijnt de rabbijn, de ethicus, ten tonele.

Het corona-vaccin? Een puur medisch gebeuren. En dus heb ik drie deskundige en, in mijn optiek, zeer betrouwbare artsen benaderd. Ik wist niet van tevoren wat hun mening zou zijn. Zij zeiden eensluidend: wel vaccineren. En wat als zij vanwege voortschrijdend inzicht hun visie bijstellen? Dan zal ook de halaga tot een andere conclusie komen. De letterlijke vertaling van halaga is dan ook ‘beweging’. Dus wel of niet vaccineren? Vraag het s.v.p. niet aan mij maar aan uw betrouwbare (huis)arts en weet dat uiteindelijk alles van Boven komt, zowel corona alsook het vaccin.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Goedbedoelde verkeerde woorden. Dagboek van een opperrabbijn 18 januari 2021

We zijn weer terug naar normaal, althans bijna normaal, want e-mails en telefoontjes blijven nog steeds binnenkomen met woorden van medeleven. Die woorden van medeleven zijn ontzettend belangrijk en hebben invloed. Wat ik merk is dat sommige woorden van troost door de treurende volkomen verkeerd kunnen worden opgevat. Ikzelf heb hiervan totaal geen last gehad omdat ik weet dat de woorden goedbedoeld waren, maar het waren soms echt wel precies de verkeerde. Een klein voorbeeld: iemand ging me uitgebreid uitleggen dat ik het verlies van mijn zoon nooit meer te boven zal komen en mijn hele verdere leven zal ik eronder lijden. Het bewijs: hij kende een naast familielid die hetzelfde had meegemaakt en tot op zijn sterfbed door het verlies van een dochter van twintig depressief is gebleven, werkeloos is geworden en een wegkwijnend bestaan heeft geleden. Ik denk niet dat deze woorden echt troostend waren, ietwat knullig, maar zeker wel goedbedoeld. De meeste woorden waren echter begripvol, meelevend, bemoedigend. Wat ik persoonlijk erg ‘fijn’ heb gevonden dat er toch best een flink aantal mensen waren die dusdanig meeleefden dat hun eigen soortgelijke verdriet boven kwam en ik het gevoel kreeg dat ik hun meer tot steun was dan zij mij. Maar juist deze ontmoetingen waren voor mij heel erg waardevol en speciaal als mij dan werd gezegd, en dat gebeurde menigmaal: ik kwam hier om u te steunen, maar u heeft mij juist gesteund.

Veelvuldig kreeg ik de (ook weer goed bedoelde) opmerking dat men begreep dat ik voor anderen onder soortgelijke omstandigheden de juiste woorden wist te vinden, maar nu het mezelf betreft dat zeker anders ligt. “De woorden waarmee u anderen troost, kunt u natuurlijk niet tegen uzelf zeggen.” Ik begrijp die bemerking erg goed, maar het klopt helemaal niet. Als ik aan een ander uitleg hoe om te gaan met verlies en verdriet, hoe een gemis van een dierbare te plaatsen, dan sta ik volledig achter die woorden. Het zijn niet slechts woorden die uit een boekje zijn gehaald dat de titel had kunnen dragen: “Hoe troost ik de medemens (voor beginners)”. Ik zit zo helemaal niet in mekaar. Het nadeel hiervan is dat ik het verdriet van anderen die ik mag adviseren en/of steunen wel degelijk ‘mee naar huis neem’. En na een dramatische begrafenis of een onthulling van een monument ter nagedachtenis aan hen die werden vermoord, neig ik altijd een beetje richting ongezonde depressiviteit. Maar omdat ik duizend procent achter mijn woorden stond/sta die ik tot anderen richt in dit soort situaties, kan ik precies dezelfde woorden ook tegen mezelf zeggen en heb dat ook gedaan.

Ik stop nu, althans dat is mijn voornemen, met het terugblikken in mijn dagboek naar het verdriet dat ons is overkomen. Het leven gaat door en mijn dagboek over ‘Opperrabbijn in coronatijd’ moet gaan over mijn werkzaamheden in coronatijd. Nog een kort afrondende corona opmerking: de begrafenis in Londen hebben we bijgewoond per zoom. Zaterdagnacht hadden wij met nachtboot van de Stena Line naar Engeland willen gaan, maar Stena nam geen passagiers mee vanwege corona omdat 40 bemanningsleden positief waren getest.  En overdag per vliegtuig lukte niet vanwege coronatest die we niet op tijd konden krijgen. Uitstellen van de begrafenis is vanuit Joods halagisch perspectief niet juist. En los hiervan hebben mijn in Londen wonende kinderen sterk aangedrongen om niet te komen vanwege corona. Desalniettemin hebben wij natuurlijk sterk overwogen, wel gaan, niet gaan. En dus is het telefoontje, uiteraard goed bedoeld, dat we vanochtend kregen uit Londen met de mededeling dat we toch eigenlijk wel hadden moeten gaan ‘want dat was het laatste wat we nog voor hem konden doen’ minder geslaagd.

Ondertussen is onze kleinzoon uit Engeland, die bij ons kwam voor vier uurtjes op doorreis naar zijn Jesjiwa in Tel Aviv, alweer een maand bij ons. Wel gezellig. We hebben een fiets voor hem geregeld en hopen dat hij snapt dat we hier rechts rijden. Zijn pasgetrouwde broer met onze aangetrouwde kleindochter (hoe heet zoiets eigenlijk?) hebben aangekondigd om hier van donderdagavond tot zondag te komen (beiden voorzien van een negatieve test!) op doorreis naar Potsdam waar haar ouders wonen. Als de vier uur van zijn jongere broer veranderden in vier weken, dan leert mij een eenvoudige vermenigvuldiging dat de twee dagen al snel enige maanden zouden kunnen betekenen. Uiteraard zijn ze meer dan welkom, maar ik herinner mij een uitspraak van onze tante uit Israel. “Als de kinderen komen is dat een genoegen, maar als ze daarna vertrekken een opluchting”. Het zal de leeftijd wel zijn, hoewel mijn kleinzoon (die van de vier uur op doorreis), zich niet kan voorstellen dat zijn opa de zeventig al gepasseerd is vanwege het tempo van de dagelijkse snel-wandeling. Voor www.cip.nl heb ik vandaag zes artikeltjes geschreven en ik heb een aantal e-mails beantwoord die vanwege de treurweek onbeantwoord waren gebleven. Ook een vervolggesprek gehad voor een Tv-documentaire voor een opname voor een programma over, raadt u maar: Jodendom! Ze komen opnemen eind volgende week. Of mijn voorkeur uitging naar de ochtend of de middag. Ik koos voor de ochtend en vervolgens is er aangekondigd dat ze om 10:00 uur komen en tegen vieren weer huiswaarts keren. Als ik middag gezegd zou hebben waren ze waarschijnlijk blijven overnachten! De snel-wandeling duurde vandaag negentig minuten in plaats van een half uur. Conditie op peil houden is beter, denk ik, dan al die vitamine pillen. Zeker is het in ieder geval dat mijn snelwandelen aanzienlijk goedkoper uitpakt!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

Afscheid van onze zoon zl. Dagboek van een Opperrabbijn 17 januari 2017

Een week was ik uit de lucht. Geen vakantie, maar het overlijden van onze oudste zoon. Hij lag al bijna drie weken in coma en de prognose was verre van gunstig. Maar waar leven is, is hoop en we hoopten op een wonder. Maar helaas, het wonder bleef uit en vorige week sjabbat om 3:30 uur in de ochtend heeft de Eeuwige hem tot zich genomen nadat wij hem 47 jaar als ons kind mochten hebben. Vorige week zondag was de lewaja, de begrafenis, in Londen. Zijn vrouw laat hij achter. Vanwege corona konden we er niet naartoe. We hadden uitgaande sjabbat met de nachtboot naar Engeland willen varen, maar omdat ongeveer veertig van de tachtig bemanningsleden positief waren getest, konden er geen passagiers aan boord. En de volgende ochtend lukte ook niet omdat we geen test konden krijgen en los hiervan werd ons afgeraden om naar Engeland te gaan……

En toen dus de treurweek. Niet thuis want dat kon niet vanwege social distance, maar in de zaal van een hotel. Voor ons schermen tegen corona. Maar ook ervoor gezorgd dat het bezoek verspreid over de dag zou komen. Van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat werden we beziggehouden. Tijd om na te denken was er eigenlijk niet. En nu, zondag, is de treurweek voorbij. We hoeven niet meer op een lage stoel te zitten. We mogen weer zelf koken en denken met innige dankbaarheid terug aan al die lieve mensen die voor ons de hele week hebben gekookt. De ingescheurde kleren hebben we uiteraard uitgedaan en we mogen weer gewoon naar buiten.

Ik denk terug aan die week. Aan die honderden e-mails, telefoontjes, WhatsApps en zelfs reguliere brieven. Ik wist niet dat mensen nog gewoon met een vulpen of ballpoint konden schrijven. Wat ging en gaat er in ons/mij om? Wil ik dat met u delen? Ik weet dat ik erg open kan zijn, maar mijn gevoelens en gedachten van zoiets privés met derden delen, lukt me niet. Allereerst is er al geen sprake van ‘ons’. Ik weet dat mijn echtgenote het anders verwerkt dan ik. Hetzelfde geldt voor onze andere kinderen. En dat ‘er anders mee omgaan’ mag en moet ruimte krijgen. Maar één ding hebben wij gemeen, zonder dat dat is uitgesproken: wij weten en zijn ervan doordrongen dat uiteindelijk alles van Boven komt. Onze zoon had kennelijk zijn taak op deze aarde volbracht en keerde terug na een zeer succesvolle vaart. Overal verschijnen artikelen over hem. Omdat hij het summum was van bescheidenheid vertelde hij nooit zoveel. Vandaag heb ik mijn gewone werk weer een beetje opgepakt. Een voormalig collega van mij heeft gezeur op z’n werk en dus telefoongesprekken. En dan de vele condoleances, die nog steeds binnenkomen. Steunbetuigingen, telefoontjes uit Australië, USA, Canada, Zweden, Oekraïne, Israel, België, Frankrijk, IJsland, Zwitserland, Brazilië, Hongarije, Nederland…….Iedereen zegt bijna hetzelfde, maar toch is iedere keer ‘hetzelfde’ waardevol en van grote steun. Hoe belangrijk woorden kunnen zijn. Hoe geweldig zelfs een zwijgend telefoontje. Ik wil daarover in mijn dagboek van morgen verder gaan. Voor vandaag een stukje van een artikel dat in een Israelisch magazine is verschenen en ook in het Engels werd verspreid en dat ik graag met u wil delen:

—————————————————————–

  • Rabbi Reuveni Garbarchik from London writes a farewell column on Yisroel Jacobs, who passed away last Shabbos at the age of 47.

Yisrolik, the heart refuses to believe, to accept, that you are not with us, for several days since you were taken from us abruptly and I still do not find peace of mind.

Taken to the hospital in the dead of night and after weeks of praying and waiting for a miracle came the bitter news, you are gone, God has taken you, all of a sudden.

We will no longer hear your voice declare, “Tracht Gut, Vet Zayn Gut” or “We must thank the Almighty for what we have and ask for more”, not to mention the expectation of the revelation of Moshiach that flowed in your veins and that you made sure to constantly remind us.

You were all full of life, full of a strong desire to experience life to the fullest, to pour real content into your smile, you were a true messenger, of encouragement, of reinforcement, of planting confidence and faith in those around you, in those who came in contact with you, who lived by your side. For others, you have been a wonderful interlocutor, full of interest, know what to respond, feel others, sensitive and encouraging.

You were full of incredible force of a strong desire to succeed in achieving your goals despite the difficulties, despite the limitations, you did not make assumptions, whether it was attending praying with a minyan, whether it was attending class. With incredible determination, you succeeded where others had failed. You opened the door where others saw no way out.

I remember you from many years ago, the student from Holland who studied in Kfar Chabad. Your kind European appearance as well as the quiet you projected caught the eye, you were all full of life in the classes, events, and did not give up experiencing anything.

About two decades ago we crossed paths and since then we have lived together in the same community, in Stamford Hill in London. We met each other while flying from New York to London, when I was travelling to my wedding and you as a cousin of my future wife (the daughter of your uncle) served as my ‘guard’. We got to speak a lot, in fact only then I began to get to know you, understand your greatness, the depth of your understanding, your piety, your pure soul.

 

Over the next few years, we got to spend many hours together, we would sit in classes together, at Farbrengens, at family events, your presence could not be ignored. I remember you sitting in the weekly classes we had here in the community, despite your visual impairment you would sit and at first glance you would seem to be in your own world as if you were not following and not interested, but then suddenly you asked something about what was said in the conversation, and immediately it became clear that you understand and listen well to what was said in class, the questions you asked, the discussions that followed your questions showed you had broad knowledge and deep understanding of the Jewish teachings.

Yisrolik, we will forever remember you as a miraculous figure, strong in the face of challenges, strong in the face of difficulties, as a follower full of innocence, warmth, vitality, love and reverence for G-d. Thank you for the merit of knowing you, the much encouragement that I would receive from you, for the many hours and days together

“And God wiped away a tear from every face” and we will see you very soon speedily with the complete redemption.

Now I will send my heartfelt condolences to your family, the dear Jacobs Family, המקום ינחם אתכם בתוך שאר אבלי ציון וירושלים ולא תוסיפו לדאבה עוד.

The writer in tears and many longings, Reuven Garbarchik

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Een paar losse schroefjes. Dagboek van een Opperrabbijn 7 januari 2021

Doordat ik momenteel bijna de hele dag achter de computer zit kwam ik toevallig 587 foto’s tegen van ‘mijn feestje’ ter gelegenheid van mijn 40-jarig jubileum als rabbijn, inmiddels bijna zeven jaar geleden. Pas nu besef ik, want ik had de foto’s nog niet eerder bemerkt, hoe breed de opkomst was. Met breed bedoel ik dat er vertegenwoordigers waren vanuit de gehele Joodse gemeenschap, leden en niet-leden, vroom en vrij, vriendjes van mij en ook velen die me af en toe het leven onaangenaam maakten. Maar ook vanuit de niet-joodse gemeenschap zie ik kerkelijke en bestuurlijke vertegenwoordigers en ook vele oud-medewerkers van het Sinai Centrum. Ik zie iedereen met elkaar praten, gemoedelijk, eendrachtig. Het ging eigenlijk helemaal niet meer om mij, maar om de ontmoeting. Dicht naast elkaar staan, elkaar in de ogen kijken, warmte uitstralen, handen schudden, schouderklopjes. In deze eerste week van het nieuwe jaar gaf ik meestal acte de présance op Nieuwjaarsrecepties van de Commissaris van de Koning in de diverse provincies. Zoveel mogelijk bezocht ik dit soort evenementen vanwege de persoonlijke ontmoeting, het sociale contact. Het moet haast wel zeker zijn dat ik nu kwantitatief bezien meer contacten heb dan ooit. Meer mensen bereik ik via livestream, via YouTube, via facebook en websites. Maar kwalitatief heb ik zo mijn ernstige twijfels en mijns inziens moet een rabbijn primair gaan voor kwaliteit. Zoom, Microsoft Teams, Tweets, Instagram en Facebook zijn echter uitsluitend geïnteresseerd in de grote getallen, helaas. Maar het is zoals het is, meer dan ooit voelen we dat uiteindelijk alles van Boven komt. Gisternacht ben ik veel te laat naar bed gegaan. Ik moest mijn ESTA en mijn eTA verlengen. Een soort visum om de Verenigde Staten binnen te kunnen komen, de ESTA, en om naar Canada te kunnen gaan moeten je in het bezit zijn van een geldig eTA. Niet dat ik morgen naar de andere kant van de Oceaan ga vliegen, maar mijn waarschuwingssysteem van de (computer van de) ABN-AMRO attendeerde mij erop dat die dingen bijna verlopen waren. In lang vervlogen tijd moest ik voor zoiets naar de ambassade, sprak je een medemens, kon je een vraag stellen, werd je keurig afgeblaft en moest je met een vulpen (een soort niet-digitaal toetsenbord waarin inkt werd gestopt die uit een inktpot werd opgezogen) je naam invullen en verklaren dat je nooit was gearresteerd, geen spion was en niet lijdt aan allerlei nare ziektes. Dankzij corona en dankzij de mondiale digitalisering dreigt ieder intermenselijk contact te verdwijnen: ik word er verdrietig van. Een qua leeftijd hoogbejaarde man die nog steeds jong van geest is, had gehoopt dat ondanks de recentelijk opgetreden fysieke klachten, uit het bloedonderzoek toch zou blijken dat er niets aan de hand zou zijn of op zijn minst dat het zou meevallen. Hij hoopte dat alles met een sisser zou aflopen, zo liet hij mij per email weten. Maar de uitslagen vielen helaas tegen. Hoe graag had ik hem nu thuis bezocht. Even er voor hem zijn. Waarschijnlijk niets zeggen, maar gewoon mijn aanwezigheid voor hem en zeker ook zijn aanwezigheid voor mij. Laten we bidden dat hij ondanks de niet vrolijke ziekenhuis uitslagen, hij toch weer die oude wordt. Dan ook nog een email van een ‘leerling’ van mij. Hij kwam eens per zes weken, in bijna lang vervlogen tijden, vanuit het hoge Noorden des Vaderlands naar Amsterdam. We gingen eerst een broodje Meijer eten en daarna op mijn kantoor lernen. Ik heb hem al meer dan een jaar niet gezien. Hij geeft aan boos te zijn, niet op mij, niet op de Joodse Gemeenschap in ons land, maar vanwege de Oranje versus Joden uitzending op NPO2. Ik kom daar nog weleens op terug, maar nu wilde ik met u delen de inhoud van een brief die ik zojuist ontving. Op zichzelf is het ontvangen van gewone niet digitale brieven al iets heel bijzonders, want de post brengt wel bijna dagelijks pakketjes, maar brieven blijven uit. Maar nu dus wel een envelop met daarin een echte brief op papier en een dvd. Nu kan ik die dvd gelukkig niet afspelen want met de aanschaf van mijn nieuwe hoogwaardige vrij dure laptop, beschik ik niet meer over een dvd-speler. De schrijver is een niet-joodse man uit Duitsland die z’n beklag doet over de kerk waarbij hij is aangesloten. Naar ik begrijp uit zijn schrijven is hij wel of niet homoseksueel, heeft hij geen adamsappel en voelt hij zich alleen door rabbijnen geaccepteerd en niet door de pastors van zijn eigen kerk. Vervolgens legt hij mij uit wat hem wel en wat hem niet lichamelijk aantrekt en op de dvd zou hij een en ander ook in een soort ‘seksuele voorlichting voor beginners’ visueel uitleggen. Wat moet ik hier nu weer mee? Hoe gek en gestoord hij ook moge zijn, is het wel een medemens in nood. Maar omdat hij ook cc’s per reguliere post heeft verzonden, ga ik er maar van uit dat Duitse rabbijnen hem maar moeten benaderen en nog logischer zou het zijn als de Kerkelijke Gemeenschap waartoe hij zegt te behoren hem van een goede psychiater kan voorziet, want er zitten wel een paar schroefjes los.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

Antenne ‘aan’ of ‘uit’ ? Dagboek van een opperrabbijn 6 januari 2021

Soms word ik blij en na enig nadenken een beetje verdrietig. Vanuit Israël werd mij bovenstaande foto gestuurd van de sjoel uit Terborg! Eerst dacht ik dat een Israëlische toerist in Terborg was geweest, maar toen realiseerde ik me dat er vanwege corona geen Israëlische toeristen in Nederland kunnen zijn en dat de sjoel in 1945, net voor het einde van de oorlog, getroffen was door een bom van de geallieerden en totaal verwoest. Maar na even nadenken en het bijgevoegde bericht gelezen te hebben begreep ik dat het een replica betreft van de sjoel die eens in Terborg stond en nu in een stadje in Israël staat. Prachtig, dacht ik. Een soort eerbetoon aan de leden van Terborg die niet ‘terugkwamen’. Leeft Terborg toch nog een beetje en dan nog wel in Israël. Maar anderzijds een keihard teken dat wat eens was er echt niet meer is. De Thorarollen waren overigens in de oorlog verborgen en overleefden dus wel. De leden van de Joodse gemeente nauwelijks.

Eindelijk kwam Mishpacha weer in de bus. Mishpacha is een magazine dat wekelijks uitkomt in het Engels en in het Ivriet. Een wereld aan bijzonder interessante artikelen vanuit de gehele Joods orthodoxe wereld. Al meer dan twee maanden niets meer ontvangen, terwijl ons abonnement echt betaald was. Na de nodige telefoontjes werd het een paar weken in een reguliere onherkenbare envelop gestuurd. Dat het ‘Joodse post’ was, kon niet gezien worden. Het kwam aan, en daar ging het om. En vandaag weer de eerste ontvangen zonder onherkenbare envelop maar gewoon in een doorzichtige plastic verpakking. Duidelijk herkenbaar Joods. Aangekomen uit Israël, alleen op de kop af twee maanden te laat. Ik ben benieuwd of de andere zeven ontbrekende uitgaven ook nog aankomen. Ik denk nu iets wat ik eigenlijk niet mag denken: misschien werd het niet doorgestuurd omdat het duidelijk Joods oogde. Niet goed dat ik zo denk! Maar het blijft vreemd dat hetzelfde magazine in een onherkenbare envelop moeiteloos op tijd komt en een zichtbaar Joods tijdschrift maanden later of helemaal niet. En toch zie ik absoluut niet achter iedere boom een antisemiet. Maar soms is het lastig om de balans te vinden tussen naïviteit, realiteit en achterdocht.

Wat belangrijk is voor een rabbijn, speciaal in deze periode, is om het Nederlands meer dan goed te beheersen. Ik herinner mij dat ik ooit een aanbod heb gekregen om de opperrabbijn van Zürich te worden. Hoog salaris, emolumenten, dienstwoning en de vorige rabbijn van Zürich, de voormalige opperrabbijn van het Israëlische leger Piron, had mij voorgedragen. Ik had dus zeer goede papieren, zoals dat heet. En toch heb ik er nauwelijks over nagedacht. Een van de redenen was dat ik, hoewel ik goed Duits sprak, toch bang was de nuances niet voldoende te kunnen oppakken. In het Nederlands meen ik daartoe erg goed in staat te zijn. En dus deed een heel onschuldig bijna inhoudsloos emailbericht, dat ik gisteravond heel laat ontving, mij vermoeden dat er achter de letters een grote zorg schuilging. Ik dus gewoon de telefoon genomen, hoewel het al tegen middernacht liep. Het klopte. De schrijfster, een door-en-door goede vrouw, was erg bezorgd. Angst voor corona, angst voor het welzijn van haar kleindochter die net met de corona was begonnen. Ik hoop en vermoed dat mijn telefoontje op het juiste moment met, naar ik meen, de passende woorden, heeft geholpen. Een rabbijn wordt geacht zijn antenne en voelhorens steeds uit te hebben staan. ‘Uit’ te hebben staan? Of moet ik schrijven ‘aan’ te hebben? Maar of het ‘uit’ of ‘aan’ is doet er niet echt toe, want het gaat om de vaak onzichtbare betekenis, emotie en diepgang die ‘achter’ de woorden verborgen kan liggen. Een diepgang die niet alleen te vinden is achter het geschreven woord, maar ook en vaak juist in het visuele contact, de lichaamshouding, de blik in de ogen. En dat uiterst belangrijke ‘vertalen’ gaat verloren in deze voor velen uiterst moeizame en deprimerende corona-periode. En dus wordt er een extra beroep gedaan op rabbijnen om ook achter geschreven en telefonische woorden vertaalslagen te maken en signalen op te vangen. Of die antenne nou uit of aan staat is niet relevant, zolang de drager van de antenne maar door de woorden kan heen kijken.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

De file lijkt opgelost, maar de schade is groot. Dagboek van een Opperrabbijn 5 januari 2021

Ik wou dat ik eindelijk kon stoppen met mijn dagboek. Niet dat er niet genoeg gebeurt, niet dat ik het saai vind om iedere dag te schrijven of dat ik het te belastend vind, helemaal niet. Ik hoop te kunnen stoppen omdat mijn dagboek een dagboek is van ‘opperrabbijn in coronatijd’ en de coronaperiode me begint te irriteren. Het klinkt allemaal prachtig. Via zoom veel meer bereik dan voorheen, de bijeenkomsten hebben veel meer deelnemers, we moeten ook na corona vooral gebruik blijven maken van, etc. etc. De waarheid is dat persoonlijk sociaal contact onvervangbaar is. Het is niet voor niets dat bijvoorbeeld de sjoeldiensten een quorum van tien man nodig hebben om het tot een volwaardige dienst te kunnen maken. Natuurlijk moeten we ook als we niet over een minjan (het vereiste quorum) kunnen beschikken onze dagelijkse gebeden uitspreken, maar ideaal is dat niet. Mijn telefoontje aan die mijnheer die moederziel al maanden alleen thuiszit is een slecht surrogaatmiddel voor het bezoekje dat ik zo graag had gebracht. Ja, door de telefoon kunnen we heel veel zeggen. Maar de lichaamstaal ontbreekt. Omdat ik me kennelijk even verveelde ben ik gaan kijken naar de diverse YouTube ’s die op de een of andere manier de wereld zijn in geslingerd nadat ik ergens een lezing had gehouden (zonder publiek). Ik zie dan indrukwekkende getallen. Het wonder van Chanoeka: 4929 keer bekeken. Het echte verhaal van antisemitisme: 5628. Israel event SGP: 9230. Hoe lezen Joden de Bijbel: 22.000. Dit is dan uitsluitend op YouTube. Maar die lezingen zijn kennelijk ook nog te volgen geweest via livestream, facebook en nog meer van die termen die door mijn kleinkinderen goed worden beheerst en voor mij nog niet helemaal duidelijk zijn. Maar ondanks die indrukwekkende getallen ben ik niet tevreden. Als ik een lezing geef heb ik respons nodig. Ik moet gezichten zien, lichaamstaal, visueel contact. Toen ik in 1985 officieel benoemd werd en geïnstalleerd tot rabbijn van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat, dat toen nog de verwarrende naam Opperrabbinaat Utrecht droeg, kreeg ik meteen van diverse kanten kritiek. Dat hoort kennelijk zo. U weet wel: hoofd boven maaiveld. Of het wel of niet verstandig is weet ik nog steeds niet, maar ik neem iedere vorm van kritiek serieus. Ik herinner me twee kritische opmerkingen die ik ter hand had genomen. De eerste luidde dat mijn uitspraak van het Nederlands te plat Amsterdams was. Met name de L klonk niet goed. Ik dus naar de logopedist. Haar reactie: onzin. Maar ondertussen heeft ze me wel leren ademen via mijn buik hetgeen ervoor zorgt dat je minder vermoeid raakt bij het geven van lezingen. Een tweede kritiek was dat ik te emotioneel sprak. Ik dus naar een gezaghebbende tv-presentator en mijn probleem voorgelegd. Zijn reactie was duidelijk: een verslaggever moet afstandelijk en neutraal overkomen. Een rabbijn moet juist betrokkenheid en positieve emotie uitstralen. Ook Ton Lutz, hoogleraar dramatologie, had me eens ‘bekeken’ en mij geadviseerd om steeds met de toehoorders oogcontact te houden. Dat oogcontact is van belang voor mijzelf en voor de toehoorder. Ik kan namelijk via het oogcontact zien hoe de aandacht is en aan de hand van die vluchtige analyse mijn woorden aanpassen. En het oogcontact prikkelt de toehoorder om te luisteren. Al met al is het dus duidelijk dat Zoom, BlueJeans, Microsoft Teams, Facebook, YouTube en Livestream allemaal erg fijn zijn, maar gewoon lijfelijk aanwezigheid is echt niet vervangbaar. En dat ontbreekt dus en maakte me vanochtend verdrietig omdat door corona het menselijke sociale contact ernstig wordt beschadigd. Maar het is zoals het is, het gaat zoals het gaat. Depressief worden is niet goed. Maar we moeten er wel voor waken om het nieuwe-normaal als normaal te gaan aanvaarden, want dat nieuwe-normaal heeft weliswaar het fileprobleem opgelost en milieutechnisch is het een zegen, maar we mogen onze ogen niet sluiten voor de sociale schade die velen psychisch diep beschadigt. Grote alertheid is geboden!

 

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Claire en Hijman. Dagboek van een Opperrabbijn 4 januari 2021

“Dit berichtje komt uit Wollongong, Australië waar wij een kleine Joodse gemeenschap hebben.

Ik wilde U vragen of Hijman Jacobs (1843-1872) misschien in uw familielijn voorkomt? Zijn achterkleinkind die ooit een student was op onze lokale universiteit (~1970), is verteld dat zijn overgrootvader een Rabbijn is geweest in Amsterdam.” Aldus de e-mail die ik hedenochtend ontving uit Wollongong-Australië. Nog nooit gehoord van een rabbijn Jacobs uit Amsterdam, maar wat niet is kan nog komen. Ik bedoel niet dat ik ambities heb om rabbijn van Amsterdam te worden, maar het zou zomaar kunnen zijn dat ik op het spoor ben gekomen van een voorouder waarvan ik het bestaan niet kende. Misschien was hij geen rabbijn en werd alleen maar rabbijn genoemd omdat hij leraar was. Ik ben zeker geen nazaat in de directe lijn, maar wellicht was hij een neef van mijn vader en dus wel een echte Jacobs. En als het ook maar een beetje klopt moet ik dat zeker ook met Claire delen. Claire, hoor ik u vragen. Wie is Claire?

Claire en ik delen dezelfde overgrootouders Salomon Levie Jacobs en Froukje Jacobs-Leek, die beiden zo’n honderd jaar geleden zijn overleden. Samen stonden wij zo’n tien jaar geleden op de begraafplaats van de Joodse Gemeente in Muiderberg. Wij lijken op elkaar en hebben volgens mijn vrouw dezelfde gelaatstrekken. Ik denk ook dat wij beiden gemengde gevoelens hebben over Aletta Jacobs met wie wij beiden dezelfde familierelatie hebben. Trots over haar inzet voor gelijkberechtiging van de vrouw en tegen de gangbare achterstelling, maar ook hebben wij beiden moeite met bepaalde onderdelen van haar strijd/levensvisie op het gebied van de ethiek. Claire en ik behoren beiden tot de orthodoxe kern van de Joodse gemeenschap. Mijn lieve zorgzame en overbezorgde vader heeft me altijd verteld dat er van de familie Jacobs nog één persoon in leven moet zijn. Een achternichtje met de naam Claire, kleindochter van zijn tante Bella, de zus van zijn vader. Mijn opa Jacobs had een zus en drie broers. Allen vermoord met kinderen, aangetrouwde kinderen en kleinkinderen. Een neef, Sampe, had de oorlog overleefd maar had zijn vrouw en kind verloren in een van de kampen. Hij was op de bruiloft van mijn ouders in 1948 het enige familielid van de kant van Jacobs. Sampe, zo vertelde mijn vader mij, was zwaar depressief en is hertrouwd met een vrouw uit Manchester. Er wordt een meisje geboren die de naam Claire krijgt. Korte tijd na de geboorte komt Sampe te overlijden. De moeder van Claire hertrouwt. Met wie en waar wist mijn vader niet. Maar de naam Claire ben ik niet vergeten. Zo’n tien jaar geleden krijg ik een telefoontje van de Joodse Gemeente Den Haag. Een zekere Claire is op zoek naar haar afkomst. Ze woont in Melbourne. Ik hoefde niet lang na te denken, heb de telefoon genomen en heb met Claire gesproken, mijn achternicht, de enige nog in leven zijnde Jacobs. Zij wilde weten wie haar grootouders waren geweest en ook details over haar vader. Haar moeder was maar korte tijd getrouwd geweest met hem en wist feitelijk maar bar weinig over hem te vertellen. Omdat mijn vader toen aan het begin stond van dementie heb ik aan Claire gezegd dat ze, als ze nog details van mijn vader wilde horen over haar opa en oma, ze nu moest komen. En dus ontmoette ik een week later Claire. Dat gevoel was heel bijzonder. Nu nog, als ik terugdenk, schieten mij de tranen in de ogen. Mijn opa en haar oma waren broer en zus. Nadat ze mijn vader ontmoet had zijn we samen naar Muiderberg gegaan en stonden vol ontroering voor de graven van Salomon Levie Jacobs en Froukje Jacobs-Leek, onze gezamenlijke overgrootouders. Claire is opgevoed door haar moeder en haar tweede vader. Maar er is haar niet verteld dat haar stiefvader niet haar echte vader was. Die stiefvader heeft nooit onderscheid gemaakt tussen Claire en de later geboren kinderen. Moeder en stiefvader wilden haar niet belasten met de echte vader die er niet meer was. Of dat ethisch juist of onjuist was, is niet meer relevant. Zo hadden haar moeder en stiefvader besloten met de beste bedoelingen ter wereld. Twee weken voor haar choepa-huwelijk hebben ze aan haar aanstaande man verteld dat de echte vader van Claire niet meer leeft. Hij, de aanstaande echtgenoot, wilde dat Claire dat ook te weten komt, maar vanwege de mogelijke emotionele klap hadden ze besloten om te wachten tot een week na de bruiloft. Ze heeft het aangehoord, tot zich genomen, emotioneel verwerkt, maar er verder niets mee gedaan. Ze was net getrouwd, bezig een gezin op te bouwen, daarna kinderen……en toen, tien jaar geleden, toen de kinderen inmiddels uit huis waren en zij en haar man het rijk voor zichzelf hadden, wilde ze weten: “Wie waren mijn grootouders en wie was mijn vader?” Ik heb nog iemand kunnen vinden die haar vader heel goed had gekend. We hebben de graven gevonden van de ouders van haar vader en we hebben elkaar gevonden. Eigenlijk zijn we alleen maar verre familie van mekaar, twee mensen die elkaar nooit eerder hadden ontmoet. Maar beiden zijn we nazaten van dezelfde overgrootouders, leven we in hun voetsporen, zijn beiden voor zover bekend de enige overlevenden van die grote familie Jacobs. Beiden dankten we G’d dat we daar samen mochten staan op de begraafplaats van de Joodse Gemeente Amsterdam, want we beseften dat bij de meeste graven op de Joodse begraafplaatsen nooit iemand zal komen, omdat er niemand meer is overgebleven. En terwijl ik mijn dagboek bijna had afgesloten ontving ik per e-mail een uitnodiging van Claire voor de choepa van een van haar kleinkinderen op 5 januari in Monroe New York

En nu dus die e-mail uit Wollongong, Australië. Misschien duikt er toch nog een Jacobs op: Hijman Jacobs. Ik wacht af!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/