Welkom op de website van IPOR!

Het IPOR is het samenwerkingsorgaan van de Kehillot in de mediene.  Het samenwerkingsverband is een organisatie waarin de deelnemende kehillot  verenigd zijn op basis van vrijwilligheid. Het doel van het samenwerkingsverband is de bevordering van joods leven in de provincie. De organisatorische vormgeving zal in de loop der tijd een nieuwe vorm krijgen.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Column ter gelegenheid van 40 jaar advocatuur

Beste vrienden,

40 jaar is een lange tijd. Gedurende 40 jaar zwierven de Joodse voorouders in de woestijn. En het is nu ook precies 40 jaar dat ik mij als advocaat begeef in, wat sommigen noemen, de ‘woeste wereld’ van de advocatuur.

Zo woest heb ik het nooit ervaren. De naam die de advocatuur bij sommigen heeft – wat dat betreft verandert er in 40 jaar weinig – is dat deze vol zit met vals spel en misleiding. Ik moet u teleurstellen: dat valt in de regel wel mee. Maar dat het niet zo woest is, wil niet zeggen dat in de advocatuur zo weinig te beleven valt als in een woestijn. Iedere dag is anders en iedere cliënt en zaak is uniek. En dat is maar goed ook, want anders had ik het geen 40 jaar volgehouden. De verveling had dan allang toegeslagen.

In al die jaren heb ik binnen en buiten de rechtszaal de degens gekruist met talloze rechters, officieren, advocaten, overheidsfunctionarissen, deskundigen, politici en wederpartijen. Niet allemaal zijn ze mijn beste vriend geworden. Ik moet u zeggen: dat vind ik niet zo een probleem. Het belang van mijn cliënten staat voor mij bovenaan en vanaf dag één gold voor mij dat als ik moe(s)t kiezen tussen het (zonder concessies te doen) dienen van dat belang enerzijds of anderzijds het vriendjes maken met anderen in de branche, ik dan zonder enige aarzeling voor dat eerste koos – en kies. Zo kijk ik er al 40 jaar naar en dat zal in de komende 40 jaar waarschijnlijk niet veranderen. Het is overigens ook wat ik probeer mee te geven aan mijn kantoorgenoten en medewerkers, waaronder een aantal van mijn zonen.

Is er in 40 jaar dan helemaal niets veranderd? Toch wel. Ik heb er tot een jaar of 10 geleden altijd bewust voor gekozen geen mensen in dienst te nemen. Het was mij teveel gedoe en ik focuste liever op het juridische werk dan op het commercieel uitbreiden van de praktijk. Toen mijn zonen echter ook interesse in het beroep toonden, was er natuurlijk wel plaats in de praktijk. Zij wilden de degelijkheid van een intiem, huiselijk kantoor combineren met modernisering en professionalisering en, toegegeven, dat lukt meer dan aardig. Naast mijn zonen prijs ik mij inmiddels gelukkig met een aantal andere zeer loyale en capabele collega’s. Mijn praktijk heeft mede daardoor de afgelopen jaren een mooie groei doorgemaakt en ik aanschouw dat met trots.

Anders dan ikzelf destijds hoefde, specialiseert de jongere generatie zich op specifieke rechtsgebieden, zoals (bij ons) het contractenrecht, ondernemingsrecht, arbeidsrecht, familierecht en strafrecht. En dat is nodig. Het recht is uitgekristalliseerd en voor jonge nieuwelingen is het werken binnen allerlei verschillende rechtsgebieden niet meer goed te doen. Als ouwe rot vind ik dat soms jammer, omdat het werken in verschillende gebieden het beroep van advocaat – voor mij – altijd extra uitdagend heeft gemaakt. 

Over uitdagingen gesproken. In aanloop naar dit jubileum hoefde ik niet lang na te denken over de vraag of ik nog door ga als advocaat. Die toga hang ik voorlopig nog niet aan de wilgen. Van mij zijn ze nog niet af. Maar dat betekent niet dat er niets verandert.

Er is iets dat mij al lang dwars zit. Het zal u niet verbazen dat dat met de oorlog te maken heeft. Tijdens en na de oorlog zijn er ongelooflijk veel misstanden geweest, zeg maar gerust misdaden gepleegd, tegen de Joden in Nederland. Dan heb ik het niet over de grootste misdaad, gepleegd door de Nazi’s, namelijk de moord op meer dan 100.000 Nederlandse Joden. Naast die massamoorden, werden Joden op misselijkmakende wijze beroofd van hun eigendommen door medeburgers en (met behulp van) de overheid. Onroerend goed werd ingepikt of voor veel te lage bedragen gekocht ‘op vrijwillige basis’. Verschillende ‘functionarissen’, zoals notarissen, speelden daarbij een even cruciale als bedenkelijke rol. Kunst, bankrekeningen en andere eigendommen werden beroofd op vergelijkbare wijze. En er is meer van dat alles. Sommigen van die misdaden zijn rechtgezet na de oorlog, maar heel veel ook niet. In de woorden van Koning Willem-Alexander: het is iets dat mij niet loslaat.

Ik besef mij goed dat de laatste Holocaust-overlevenden op leeftijd zijn. Als dit ooit nog rechtgezet kan worden, is het nu. Beter gezegd: dan móet het nu. De overheid maakt hier – ondanks herhaaldelijk aandringen – geen werk van. En dus is de enige resterende optie, om dat te doen wat ik voor andere cliënten in zo een geval ook doe: rechtsmaatregelen treffen. Procederen. Voor verschillende cliënten ben ik hieraan al begonnen. Maar ik geloof dat er nog veel werk te verzetten is. Het doel? Compensatie voor overlevenden van de oorlog en/of hun nabestaanden. Deze zaken verjaren nooit – en terecht.

Ik zal daarom vanaf nu één dag in de week vrijmaken voor het behandelen van dit soort zaken, omwille van het verkrijgen van rechtsherstel voor degenen die dat toekomen. Ik zal niet rusten totdat hier aandacht voor komt en dat ofwel via de politiek ofwel via de rechter, rechtsherstel (voor zover daarvan al gesproken kan worden) zal plaatsvinden. Bent u of kent u iemand die naar zulk rechtsherstel op zoek is, dan kunt u zich melden bij mijn kantoor.

Uiteraard geldt, dat als u naar andere juridische hulp op zoek bent, ik samen met mijn team tot uw beschikking blijf staan.

Ik dank u voor het vertrouwen in de afgelopen 40 jaar en kijk met belangstelling uit naar de toekomst. Dit was mijn eerste column in 40 jaar. De volgende verschijnt naar verwachting in augustus 2060.

Alle goeds voor u allen!

Herman Loonstein

Groot Blankenberg 49
1082 AC Amsterdam
T:  +31 (0)20 6731555   
F:  +31 (0)20 6753388
E:   info@loonsteinadvocaten.nl  
W: www.loonsteinadvocaten.nl

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Dagboek van een Opperrabbijn, 5 augustus 2020, Stond de wekker aan de verkeerde kant van de grens?

Vandaag is het 15de van de Joodse maand Menachem Aw. Op deze dag is er in het verleden van alles en nog wat gebeurd en wordt deze dag in zekere zin gelijkgesteld aan de Grote Verzoendag. Deze dag is gekoppeld aan diverse vreugdevolle gebeurtenissen.  Een van die gebeurtenissen is dat vanaf de eerste Niesan (niet die auto, maar de maand van de Uittocht uit Egypte!) tot 15 Menachem Aw, dus gedurende 3½ maand, hout werd gesprokkeld dat bedoeld was om te gebruiken in de Tempel voor de offerdienst. Ik vermoed dat u nog niet van uw stoel valt van verbazing en dat u wellicht reageert: nou en? Maar laat ik het uitleggen. 15 Menachem Aw was een grote feestdag omdat op die dag de voorbereiding klaar was, er werd vanaf die dag geen nieuw hout meer gesprokkeld om de offerdienst uit te voeren. Op de negende van dezelfde maand, dus zes dagen eerder, herdachten we de vernietiging van de Tempel, het begin van het Ballingschap waarin we ons nog steeds bevinden. Het summum dus van misère. En vandaag gedenken we de voorbereiding die nodig was en nodig is om de Tempel weer te laten terugkeren naar zijn religieuze functie. Het bericht is erg duidelijk: voorbereiding naar iets positiefs is essentieel. Als we allen de neuzen de goede kant op hebben staan, komen we er. Dan krijgen we uiteindelijk de echte shalom, voor de gehele mensheid. De Derde Tempel in Jeruzalem zit onlosmakelijk gekoppeld aan de komst van de Mosjiach, of beter geformuleerd: de echte shalom voor elk en ieder schepsel. Die voorbereiding vieren we.

Ik moest speciaal hieraan denken n.a.v. de afschuwelijke ramp in Beiroet. De hele wereldpers staat bol van de informatie over de (onverhoopte) corruptie van Netanyahu. De rechter zal hierin uitspraak moeten doen en dat gaat ook gebeuren. We spreken hier over financiële malversaties, die niet kunnen, zeker niet voor een premier. Over Beiroet wordt nu geschreven, nu letterlijk heel Beiroet ontploft is, dat de HH-politici van dat land corrupt zijn. Waarom hebben we daarover tot nu toe nauwelijks iets in de media gezien of gehoord. Goed dat dat nu zichtbaar wordt. Ik hoop, maar verwacht het niet, dat die corruptie nu dan eindelijk de volle aandacht krijgt die het verdient. Maar ook de corruptie van de Libanese Overheid vind ik minder interessant. Mijn verbijstering is: waarom geen aandacht voor de vraag waarom 2750 ton Ammoniumnitraat, oorzaak van de gigantische ontploffingen, daar überhaupt lag opgeslagen als we weten dat dit stofje gebruikt wordt bij terroristische aanslagen. Het dringt nu spaarzaam door tot de media dat er al eerder ontploffingen waren geweest. Wat deed dat vernietigende spul daar? En waarom heb ik nooit eerder in de media gelezen over de opslag en dus de voorbereiding van deze gevaarlijke stof die daar opgeslagen lag als voorbereiding voor…….Terwijl de Joodse kalender benadrukt hoe belangrijk het is om voorbereidingen te treffen voor de ultieme shalom ten behoeve van de gehele mensheid, zweeg en zwijgt de wereld als het duidelijk is dat hier de voorbereiding lag, al vele jaren, voor het tegenovergestelde van shalom. Waar zijn de Verenigde Naties? Waarom niet nu meteen een resolutie tegen Libanon conform de voortvarendheid waarmee resoluties tegen Israel worden aangenomen? En waarom nooit eerder opgemerkt en uitgelicht door de media, want al veel vaker waren er kleinere ontploffingen. Kennelijk waren die niet luidruchtig genoeg en/of lagen ze aan de verkeerde kant van de grens. De wekker was al meerdere keren afgegaan, maar de wereld sliep. Israel is wakker, klaarwakker. Niet om te verwijten, maar om te helpen! Of ze zullen mogen helpen is nog niet bekend, maar ik hoop en bid dat de hulp aanvaard zal worden, ook als die om politieke redenen buiten het radar moet blijven, want als het gaat om mensenlevens moeten we de politiek maar even politiek laten en de media de media.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Dagboek van een Opperrabbijn 4 augustus 2020

Mijn dagboek wordt wel gelezen!

Het heeft me goed gedaan dat ik vandaag een aantal dankbetuigingen heb gekregen. De arts uit het Academische Ziekenhuis dankte mij voor mijn bemiddeling tussen hem en een patiënt in Zuid-Amerika. Enige dagen geleden kreeg ik een telefoontje uit Israel. Een mij onbekende man vertelde mij dat zijn nicht op sterven ligt, geen lid is van de Joodse Gemeente en dus ook niet van een begrafenisvereniging, maar hij wilde graag dat ze desondanks een Joodse begrafenis zou krijgen. Ze is overleden en de Joodse Gemeente waar ze woonachtig was, was een en al begrip en gisteren was de begrafenis. Gewoonlijk zou het dan daarbij gebleven zijn, maar niet in dit geval. De neef, ook al op leeftijd en woonachtig in Israel, heeft mij uitgebreid per whatsapp bedankt. En tijdens mijn dagelijkse snel-wandeling weer een dame die me een warm shalom toeroept. De begrafenis van de veel te vroeg overleden echtgenoot en vader, verliep naar tevredenheid van de naaste familie. En dat is belangrijk, want een begrafenis van een dierbare blijft bij…….Weer vandaag enige keren contact gehad met rabbijn Mendel Cohen uit Mariupol. De aanslag heeft hij fysiek overleefd, maar er is schade bij hem ontstaan, psychisch. De terrorist loopt nog steeds vrij rond en Mendel en zijn echtgenote zijn daarom bezorgd, bang dat de antisemiet na een korte pauze weer bij hun voor de niet-te-beschermen-deur van de synagoge staat. Rabbijn Mendel en zijn vrouw willen zo spoedig mogelijk verhuizen, naar een gebouw dat beveiligd kan worden. Ze hebben al een gebouw op het oog, alle informatie al ingewonnen. Voor een jaar hebben ze de huur al weten te verkrijgen.  Ze kunnen het niet goed meer aan, de voortdurende angst gonst ze door het hoofd. Maar er komt hulp. De ambassadeur van Oekraïne in Nederland, een goede bekende uit mijn netwerk, heeft rabbijn Mendel gebeld en voor hem een afspraak gemaakt met een hoge functionaris bij de nationale politie in Kiev. Politie gaat alles op alles zetten om de terrorist in het gevang te krijgen. Toch handig om een (Joodse) ambassadeur van Oekraïne in Nederland als vriendje te hebben!  Komt nu bijzonder goed van pas, want rabbijn Mendel weet zich echt door hem bemoedigd.

Ondertussen heb ik laten uitzoeken of mijn dagboek wel wordt gelezen. Iedere dag schrijven en nadenken wat ik heb kunnen en mogen doen voor Joods Nederland. Het Joods Cultureel Kwartier had hierom gevraagd. Maar, laat ik heel eerlijk zijn, schrijven en schrijven, weten dat er te zijner tijd iets mee gebeurt, is fijn om in het achterhoofd te hebben, maar ik heb behoefte aan iets tastbaars. En dus verschijnt mijn dagboek ook op ‘Joods bij de EO’, op Facebook van IPOR, mijn eigen facebook genaamd ‘opperrabbijn’ en op de website van het IPOR. Bij navraag heb ik in de maand juli 36.911 lezers gehad op bovenstaande FB’s.  De FB secretaris van de Opperrabbijn, de website www.christenenvoorisrael.nl  en de grootste christelijke online CIP www.cip.nl niet meegerekend! Ik schrijf dus niet voor niets. Ik heb die zekerheid nodig als stimulans. Maar ik weet dat ik onzin verkondig want als ik slechts een enkele lezer zou hebben en die ben ik tot steun met mijn dagboek………loont die inspanning al.

Maar vanavond, toen ik met mijn echtgenote wandelde kwam er een kink in de kabel van mijn blijde gevoel: Een auto kwam ons tegemoet, gaat plotseling met een rotvaart onze richting op, we worden in een vreemde taal scherp en keihard uitgescholden en de auto scheurt verder.  De rest van de wandeling luister ik naar het geluid van iedere auto en sta klaar om opzij te springen. Het was kennelijk een te positieve dag, het mocht niet mooi blijven. Mijn gedachten dwalen af naar mijn studententijd in de Ecole Rabbinique de Paris. Toen was het volstrekt normaal dat auto’s op je inreden, omdat je er Joods uitzag. En rond de tijd van Kerstmis zaten we bij toerbeurt op wacht om te voorkomen dat een auto of brommer de binnenplaats zou binnenrijden om lukraak met een mes willekeurige studenten te lijf te gaan, zoals al eens was geschied.

En toch laat ik het fijne gevoel van vandaag overheersen. De ambassadeur van Oekraïne die te hulp is gekomen in Mariupol; Dat Pieter Omtzigt en Martijn van Helvert scherpe Kamervragen hebben gesteld aan de minister over de financiële steun aan de Palestijnen, zo informeerden ze mij per whatsapp. O ja, al bijna vergeten. Ik kreeg recentelijk een telefoontje van een onbekende die de mening is toegedaan dat de opa van zijn vrouw, de man achter de februari-staking in 1941, tekort is gedaan. Hij stelt mij financieel aansprakelijk en dus moet ik hem schadevergoeding betalen. Enige tonnen, en zo niet……Enfin, ik natuurlijk de politie gebeld. Ze gingen er meteen achteraan. Vandaag de conclusie van hun onderzoek: de man is verward en dus heb ik niets te vrezen………. Maar die conclusie deel ik niet, want ik meen me vaag te herinneren dat de meeste terroristen verward zijn! Maar toch: de politie ging er meteen achteraan en dat voelt erg goed en dankbaar!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Dagboek van een Opperrabbijn 3 augustus 2019

Of het nu ligt aan het dagboek of aan iets anders, ik weet het niet, maar ik krijg verzoek na verzoek over van alles en nog wat. En het vervelende is dat ik eigenlijk alle verzoeken wil honoreren. Een voorbeeld: een stichting die zich inzet voor een nauwere band tussen Joden en christenen wil graag dat ik regelmatig voor ze ga schrijven. Een man die zich inzet voor het welzijn van de Oeigoeren wil graag mijn daadwerkelijke steun om zijn strijd voor gerechtigheid kracht bij te zetten en een historicus geeft een wetenschappelijk boek uit over moraliteit. En omdat ik in een van mijn dagboeken aangaf dat ik van mening ben dat secularisatie bestreden moet worden en de historicus het hier faliekant meer oneens is, ben ik verzocht om in zijn boek een artikel te schrijven. Overigens ben ik niet de enige schrijver, maar er zijn er nog honderddertig, vertelde hij mij vanochtend. Laat ik nou gedacht hebben dat ik een van hooguit drie zou zijn! Maar toegezegd is toegezegd en dus ga ik schrijven, als eenling tégen secularisatie omringt door honderdnegenentwintig vóór. Ondertussen een belletje van rabbijn Mendel uit Mariupol. Hij blijft uiteraard in Mariupol bij zijn mensen en niemand van zijn sjoelbezoekers en deelnemers aan andere activiteiten komt uit angst niet opdagen, integendeel: iedereen komt, ook zij die tot heden minder vaak kwamen. Maar Mendel en zijn vrouw zijn wel bang. De aanslagpleger is niet opgepakt, loopt dus nog vrij rond. Het sjoelgebouw is in feite niet te beschermen want ook een hotel en een kantoor gebruiken dezelfde entree. Ja, dankzij Christenen voor Israel stond er een beveiliger. En ja, die bewaker heeft niet te veel nagedacht en met blote handen de aanvaller zijn bijl ontfutseld. En ja, het was een wonder en alles komt uiteindelijk van Boven. Maar een Joodse regel is: op wonderen mag je niet vertrouwen. Dat er hier niets gebeurd was, was een wonder. Zonder wonder had het scenario er echt anders uitgezien. Mendel en zijn vrouw voelen zich niet meer veilig in dit gebouw. Hun kinderen die tot voor de aanslag vrijdagmiddag challot, sjabbat-broden, brachten naar de oude en eenzame mensen, mogen van Esty, de vrouw van Mendel, niet meer alleen over straat. Esty heeft vanochtend bij Blouma uitgehuild. Ze huilde niet letterlijk, maar is bezorgd. Heel bezorgd en bijna panisch als ze bedenkt wat er had kunnen gebeuren als de beveiliger zijn verstand had gebruikt en tot de conclusie zou zijn gekomen dat hij nooit had kunnen winnen van een jonge man van rond de twintig die vastbesloten was om met een bijl….het is goed dat Esty haar angsten aan mijn Blouma kenbaar maakt, maar toch moeten wij hen aansporen om zo snel mogelijk een ander gebouw te betrekken. En wat dan met de nieuwe keuken die er nog maar pas inzit? Die kan mee! Maar zelfs als hij niet mee kan. Wat is belangrijker, de keuken of……. In Voorthuizen zijn een paar Joodse families neergestreken in een bungalowpark. Ze zijn van plan om op maandagochtend en op donderdagochtend de ochtenddienst in Tuinsjoel Jacobs te houden. Maandag en donderdagochtend wordt er namelijk uit de Thora voorgelezen, net zoals op sjabbat en wij zijn in het bezit van een koosjere Thora. Alleen is de Thoralezing op sjabbat langer. Ondertussen heeft de cateraar uit Antwerpen, die gewoonlijk de hele zomer een hotel heeft afgehuurd in Beekbergen en onder mijn rabbinale toezicht gasten uit de hele wereld ontvangt, net een whatsapp gestuurd of het akkoord is dat hij volgende week in Baarlo opengaat. Onder mijn verantwoordelijkheid dus. Maar ik weet het niet. Er naartoe gaan wil ik al helemaal niet. Het kasjroet is geen probleem, maar corona wel. Ik vind het veel te riskant. Afstand is in een hotel nauwelijks te handhaven als de mensen dat onzin zouden vinden. De caterer zal het respecteren, ik ook. Maar wie weet of de gasten die komen het afstand houden wel of niet accepteren. En als ze het protocol overtreden: wat kan ik daaraan doen? Dus door mijn certificaat dat de maaltijden koosjer zijn, breng ik mensen in corona gevaar. Ik ben er nog niet uit. Misschien zie ik het te zwart, maar wellicht ook niet. Ik ga even wandelen. Mijn hoofd leeg maken. Mijn les voor mijn 60+ groepje van morgen voorbereiden. En nadenken wat te zeggen bij de begrafenis morgen. Hans zl. was veel te jong, slechts 56 jaar. Meer dan tien jaar ziek met ups en downs. Drie dochters en een zorgzame echtgenote blijven achter. Op wonderen mag je niet vertrouwen, maar als ook hier een wonder zou zijn geweest, had dat veel verdriet voorkomen. Maar ja: Uw wegen zij niet MIJN wegen. En uw gedachten zijn niet MIJN gedachten. We bidden, hopen, verwachten. Maar uiteindelijk kunnen we slechts accepteren, hoe moeilijk dat soms ook moge zijn.
 
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!
 
 
 
Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Dagboek van een Opperrabbijn 2 augustus 2020

Ik vroeg me af of ik niet te veel refereer naar de Holocaust en dus ben ik gaan kijken naar NIW en ook internationale Joodse pers zoals JTA (Jewish Telegraph Association) en Daily Briefing. Conclusie: ik zie dat ik toch echt niet de enige ben.
 
Maar los hiervan: nog nooit heb ik zoveel e-mails/telefoontjes gehad van kinderen of bekenden van oorlogsoverlevenden die juist nu in een depressie belanden, gekoppeld aan de onderduik of de kampen. Bijna allemaal slikken ze medicijnen, maar medicijnen zijn slechts hulpmiddelen – de oorzaak nemen ze niet weg. Sterker nog: de oorzaak ís niet weg te nemen. Mijn stelling dat ‘iemand die de oorlog heeft overleefd en normaal is gebleven is gestoord’ blijkt helaas meer en meer te kloppen. Maar vandaag werd mij door een ontwikkelde intelligente vrouw verteld dat ook mijn generatie van direct na de oorlog, beschadigd is door onze gestoorde opvoeding. En ik denk dat deze psychologe gelijk heeft.
 
Begrijp me niet verkeerd: ik heb een geweldige opvoeding genoten. Pas nu besef ik hoezeer ik tekort ben geschoten in het uiten van dankbaarheid aan mijn ouders. Alles gaven ze voor mij. En als ik spreek over mezelf, dan bedoel ik de hele generatie van na de oorlog. Maar: óf alles werd verzwegen, óf precies het tegenovergestelde en alles werd gekoppeld aan voor-en-na-de-oorlog. Overbezorgde ouders die gezworen hadden dat hun kinderen nooit zouden mogen meemaken wat zij hadden doorgemaakt. En dus denk ik dat die vriendelijke en intelligente psychologe gelijk heeft als ze mij vertelt dat ik toch een beetje gestoord ben net zoals zijzelf, naar eigen zeggen.
 
Maar behalve deze ontluisterende diagnose, heb ik verder een fijne sjabbat gehad. Op sjabbat hadden we sjoeltuin of tuinsjoel. Ik bedoel te zeggen dat we in plaats van in de synagoge de sjabbatdienst in onze tuin hadden. Alle medewerking van de politie die zelfs een deel van de dienst heeft bijgewoond. Voordeel? Perfecte coronaproof ventilatie, daar kan geen synagogegebouw tegenop.
 
Overigens is het natuurlijk niet zo dat iedere Joodse overlevende depressief is. G’d zij dank niet. Alleen ik krijg natuurlijk geen telefoontje als iemand zich goed voelt, vrolijk is, ondanks alles, en er op geweldige wijze in is geslaagd om het verleden het verleden te laten en ook de voordelen van de coronaperiode te ervaren. Dus ik besef goed dat niet alles kommer en kwelling is. Dat bleek ook weer uit het volgende: na afloop van de tuinsjoeldienst heb ik met Avi, mijn leerling en leermaatje, de gebruikelijke sjabbat-natuur-wandeling gemaakt door het achter ons huis liggende natuurgebied. Veel mensen kom je daar niet tegen en toch: drie keer werd ons toegeroepen door niet-joodse fietsers: sjabbat shalom! Dat was warm en fijn. Het geeft de (Joodse) burger moed. Niet één keer nagescholden, wel drie keer warme en oprechte shalom.
Maar uitgaande sjabbat (na 22:30 uur!) en zondagochtend weer nare berichten. Twee sterfgevallen. Niets van doen met corona, maar gewoon overleden aan een nare ziekte. Beiden veel te jong en beiden verdriet achterlatend. En dus begrafenissen regelen, bijstand verlenen, er zijn voor de nabestaanden. Maar dit soort tragedies laten me verre van onberoerd. Praktisch kan ik gelukkig altijd bouwen op mijn collega-rabbijnen Spiero en Evers die waar nodig overnemen, maar de emotie blijft bij mij.
 
Tussendoor nog een medewerker van een Joodse instelling, die door zijn bestuur geplaagd wordt, mogen adviseren. Juist vanwege mijn jarenlange ervaring als hoofd van de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum en als lid van het Scheidsgerecht van het Ziekenhuiswezen, ken ik de slagen van de personeelszweep en weet ik hoe te overleven en meen ik goed te kunnen adviseren als een medewerker zich in het nauw gedreven voelt.
Maar het hoogtepunt van dit weekend: een enorm fijne bijeenkomst ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’. Ik zal iets duidelijker zijn. Omdat in Enschede al een tijdje helaas geen sjoeldiensten hebben plaatsgevonden vanwege corona, heeft het bestuur besloten om een lunch te organiseren in tenten achter de prachtige synagoge. Een geweldige opkomst. Een perfecte lunch en na een introductie van de voorzitter mocht ik de goegemeente toespreken. Om een lang verhaal kort te houden (waarin ik overigens niet zo goed ben!): toen de Thora op verzoek van de Griekse koning Talmi in het Grieks was vertaald door vijf grote rabbijnen, viel er een duisternis over de wereld. Vreemd, want ook Mozes had de Thora vertaald en wel in zeventig talen, waaronder het Grieks. Wat was er mis met de vertaling in opdracht van koning Talmi? Vertaling is toch juist erg goed; het maakt de Thora toegankelijk?! Inderdaad. Vertalingen zijn goed, maar ook beperkend. Ieder woord in de Thora heeft vele betekenissen, maar in een vertaling kun je slechts één betekenis weergeven. De rest gaat verloren. En zelfs kunnen vertalingen misleidend zijn: sjabbat is bijvoorbeeld echt geen rustdag. En rein en onrein hebben niets te maken met schoon en smerig. Maar waarom was de vertaling die Mozes maakte dan wel goed? Heel in het kort: bij de vijf rabbijnen was de opdrachtgever een Griekse koning, een afgodendienaar. Mozes vertaalde op verzoek van de Eeuwige. We maakten daar ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’ een vertaalslag naar de politieke actualiteit. Kritiek op het beleid van Israël mag, maar de grote vraag is: wie uit die kritiek? Door welk gedachtegoed wordt de journalist of de politicus gedreven? Afhankelijk van de ‘opdrachtgever’ is die kritiek koosjer of niet-koosjer en dus een uiting van antizionisme=antisemitisme. De gemoederen van de toehoorders raakten in beroering. Verhalen kwamen boven. Zorg over de toekomst van Joden in Nederland. Onze overheid is ons goed gezind, beschermt ons en doet z’n best om de Joodse Gemeenschap voor Nederland te behouden. Maar toch: onze ouders dachten in groten getale in de jaren voor de oorlog dat het ‘ons’ niet zou gebeuren want wij zijn Nederlanders. Onze overheid zal dit niet tolereren. Maar het gebeurde toch… Het was duidelijk dat bij alle Joodse Tukkers de algemene harde conclusie luidde: alertheid is geboden, want het gevaar ligt op de loer, zelfs ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’.
 
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!
 
 
Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

NIK en Mediene-kehillot beslechten conflict, gaan ‘samen naar de toekomst’

Het conflict tussen het bestuur van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) en het ressort Mediene is opgelost. Dat meldt het bestuur (de Permanente Commissie of PC) in een persbericht aan Jonet.nl. Het geschil binnen het kerkgenootschap duurde ruim twee jaar en ging over een nieuwe bestuurlijke indeling. Op vrijdag is er een vaststelling tussen beide spelers ondertekend. Ze begraven de strijdbijl en willen samen door naar de toekomst. Die overeenkomst moet nog wel worden goedgekeurd inde eerstkomende vergadering van de Centrale Commissie (CC), maar daar is alle vertrouwen in. Voorzitter Ellen van Praagh van het IPOR – dat onder het ressort Mediene valt – heeft aan Jonet.nl bevestigd dat de overeenkomst door haar is ondertekend.

De grond van het geschil
Het conflict binnen het NIK ontstond meer dan twee jaar geleden. Het kerkgenootschap is ingedeeld in ressorten (districten). De Joodse gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Leiden zijn in drie ressorten ingedeeld. De overige Joodse gemeenten waren tot en met mei 2018 ingedeeld in een vierde ressort: het IPOR. Destijds werd besloten de indeling te wijzigen door het ressort IPOR op te splitsen in een ressort Nederland-Midden en een ressort Mediene. De gemeenten die in het laatst genoemde ressort vielen, verzetten zich echter tegen de nieuwe indeling en stapten naar de rechter. De rechtsgang mondde uiteindelijk uit in een mediationproces waarvan overeenkomst van vrijdag de uitkomst was.

Opgetogen en tevreden
Voorzitter Joop Elzas van het NIK is opgetogen. “Ik ben verheugd te kunnen mededelen dat dit geschil is opgelost en
dat we ons nu gezamenlijk op de toekomst kunnen richten. Gerechtelijke procedures worden gestaakt, de Mediene-kehillot gaan weer volledig deelnemen aan het besturen van het NIK,” aldus Elzas. “Daarmee is de strijdbijl begraven en wordt het draagvlak voor herstructurering van het NIK, een onderwerp dat nu volle aandacht kan krijgen, gedeeld door de kehillot in het hele land.” Ook voorzitter Ellen van Praagh is tevreden. “Wij onderschrijven de vaststellingsovereenkomst volledig en willen samen gaan bouwen aan de toekomst,” zegt ze tegen Jonet.nl.

Geen bodemprocedure
Toen Elzas in 2019 samen met de huidige bestuursleden aantrad, werd hij geconfronteerd ‘met een tegen het NIK aangespannen rechtszaak van een ontevreden nieuw gevormd ressort Mediene dat de splitsing in twee ressorten wilde aanvechten’. In de vaststellingsovereenkomst is vrijdag bepaald dat deze nieuwe indeling alsnog wordt geaccepteerd en dat de rechtsgang wordt stopgezet. Een bodemprocedure lijkt daarmee definitief afgewend. “We willen als PC met deze overeenkomst ook nadrukkelijk tot uitdrukking brengen het belang van de kehillot in de Mediene te erkennen,” aldus de NIK-voorzitter.

Ressort Mediene terug in CC
Door het geschil werd de deelname geblokkeerd van afgevaardigden uit het ressort Mediene aan de Centrale Commissie (CC), de verenigde vergadering van bestuurders van de aangesloten NIK-gemeenten. In de vaststellingsovereenkomst is dit nu ook opgelost. Verder zal de PC zich inzetten om, nadat de afgevaardigden van de groep Mediene in de CC weer aan tafel zitten, een CC-lid uit die kring benoemd te krijgen in de PC. Elzas: “Wij zullen één van hen kandidaat stellen om met de zittende PC-leden het bestuur van het kerkgenootschap te vormen.” De vaststellingsovereenkomst regelt ook de vereffening van het IPOR waaronder ook de toegang tot de bankrekeningen.

Vertrouwen
Op 30 augustus zal de CC weer bijeenkomen en wordt de reeds ondertekende vaststellingsovereenkomst aan de CC-leden ter stemming voorgelegd. Elzas: “Ik heb er alle vertrouwen in dat de Centrale Commissie haar goedkeuring zal hechten aan de overeenkomst. Wat nu is gerealiseerd is in het belang van de toekomst van het NIK en de kehillot. We gaan samen vooruitkijken op basis van onderling vertrouwen, in plaats van met de rug naar elkaar toe te staan.” Voorzitter Ellen van Praagh van het IPOR onderschrijft deze insteek. “Ik ben ooit voorzitter geworden om iets op te bouwen en dat is waar ik ook voor wil gaan.” Ze heeft er alle vertrouwen in dat de CC akkoord zal gaan met de vaststellingsovereenkomst.

bron: Jonet

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Dagboek van een Opperrabbijn, 30 juli 2020

Negen Av, de meest trieste dag van de Joodse kalender. Ik ontvang een e-mail.  Bij het leegruimen van een huis vindt iemand een fotoboek, het behoorde toe aan Ruth Marion Weile. De heer Weile heeft indertijd het fotoboek afgegeven aan de heer L. Wind in Haren.

De heer Ruth Marion Weile, geboren 25 juni 1928 in Magdenburg. Hij woonde van 2 april 1941 t/m 9 februari 1943 aan Poorthofsweg 26 Haren. Hij is op 10 september 1943 in Auschwitz vermoord.

Negen Av, de triestste dag van de Joodse kalender. Ik ontvang een e-mail.  Bij het leegruimen van een huis vindt iemand een fotoboek, het behoorde toe aan Ruth Marion Weile. De heer Weile heeft indertijd het fotoboek afgegeven aan de heer L. Wind in Haren.

Misschien is er nog ergens een familielid van Ruth Marion Weile die graag dit gewone fotoboek wil hebben, de herinnering in ere houden aan? Het is een nietszeggend fotoboek.  Maar juist vanwege het nietszeggende, getuigt het van het grote drama. En als er zelfs niemand meer bestaat die Ruth Marion Weile nog ergens kan plaatsen, gaat het naar het Joods Historisch Museum.

Maar voor het zover is, ga ik zoeken. In Westerbork bijvoorbeeld. Ik heb zelf een kistje met foto’s. Geen idee wie al die mensen zijn. Mijn vader had het mij zeker kunnen vertellen, maar ik heb het hem nooit gevraagd en hij mij eigener beweging nooit over verteld. Ze werden allen vermoord, met hun herinnering. Ik herinner mij dat ik enige jaren geleden een medaillon van mijn moeder opende om te kijken wat erin zat. Een foto van een man met een pet en een baard. Geen idee wie dat was. Als mensen, zo speelt het in mijn hoofd, gewoon vergeten zijn vanwege de jaren, dan is dat normaal. Ze blijven voortleven in hun nageslacht, ook als de nazaten niet meer weten wie ze waren. Maar op jonge leeftijd vermoord, met en zonder nageslacht…

Terwijl ik in de synagoge ben van Maastricht gonzen deze gedachten door mijn hoofd. Mijn gedachten dwalen af van de Klaagliederen die we op Negen Av uitspreken gedurende de ochtenddienst. Aan het einde van de dienst vraagt de rabbijn van Limburg om iets te lernen voor de aanwezigen, voordat we weer huiswaarts keren.  Ik houd een voordracht over onderlinge onverdraagzaamheid en over het gevaar van Bijbelvertaling. Iedere vertaling is immers een verklaring.

Nog nauwelijks in de auto belt de specialist van het Erasmus Medisch Centrum mij. Over dat kindje uit Zuid-Amerika die hier in Nederland geholpen hoopt te worden. Het contact tussen de vader en de medicus is gelegd en dus kan ik er tussenuit. Dat gebeurt vaker. Er komt een probleem op me af. Ik treed op als een soort koppelaar en ga er dan tussenuit.

Toen ik twee uur later in Amersfoort aankwam, mocht ik weer ergens tussen gaan zitten. Een belletje uit Israël. Er ligt iemand in Nederland op sterven. De familie in Israël wil graag dat ‘in geval dat’ er een Joodse begrafenis zal plaatsvinden. De zieke vrouw, middelbare leeftijd, is Joods maar heeft nooit iets gedaan met haar Jodendom en is dus nergens lid van een begrafenisvereniging. In feite dus onverzekerd. Via het belletje uit Israël kom ik in contact met de kinderen. De dochter legt me uit dat ze niet weet wat ze moet doen want ze weet niets van het Jodendom omdat ze als Nederlander is opgevoed. Ik ben er maar even niet op ingegaan, maar ik had de neiging om even corrigerend op te merken dat ook ik Nederlander ben en ook als Nederlander ben opgevoed. Enfin, na de dochter gesproken te hebben en aangeboden om moeder te gaan bezoeken en waar mogelijk behulpzaam te zijn, heb ik de voorzitter van de betreffende Joodse Gemeente in contact gebracht met de dochter en mocht ik er weer tussenuit wat betreft de financiële regeling. En weer was ik dus de koppelaar. 

Ondertussen ontvang ik een appje van de journalist van de Telegraaf dat het bericht over de aanslag in Mariupol online is gelezen door 187.677 mensen en direct daarna een appje dat een jongeman van 47 jaar, vader van zes kinderen, zoon van een vriend van mij uit Londen, plotseling aan een hartaanval is overleden. Het is inmiddels 19:15 uur. Om 22:14 uur is de vastendag voorbij. Meer dan 24 uur niet eten en niet drinken. Wel nare confrontaties. Het ballingschap in optima forma. Door de eeuwen heen een moeizame periode voor het Joodse volk. Een aaneenschakeling van vervolgingen, pogroms, juist in deze periode. Daarom zie je dat orthodoxe Joden doorgaans pas na deze periode op vakantie gaan. Onderweg loert er altijd gevaar, zeker in ‘den vreemde’.

Het hotel in Beekbergen waar wij ieder jaar enige weken vertoeven omdat het in de vakantie vanaf Negen Av al bijna twintig jaar ‘koosjer draait’, gaat dit jaar niet door. Een koosjere cateraar uit Antwerpen neemt dat gewone hotel over gedurende de zomer. Maar om Joodse toeristen te krijgen moet hij een koosjer certificaat hebben van een rabbijn, een soort Kema Keur, maar dan voor koosjer. Ik ben ieder jaar dat certificaat. Ik zie het niet als business, want mijn handel is ‘mensen helpen en bruggen bouwen’, maar het is leuk. Maar dit jaar dus even niet: want corona!

Met nog een paar Joodse mannen vertrekken we dadelijk naar de synagoge in Almere voor de middag- en avonddienst. En dan snel naar huis. Eten kan nog even wachten, maar een kop koffie, daar snak ik naar. Ik ga nu nog even naar Mariupol bellen om te kijken hoe het gaat met rabbijn Mendel, met z’n shock. O ja, bijna vergeten, een appje van de ambassadeur van Oekraïne in Nederland. Hij gaat ook naar rabbijn Mendel bellen. De ambassadeur is ook Joods. Hij doet er weliswaar niets aan, maar toch. Overigens zijn de president en de premier van Oekraïne ook beiden Joods. Schertsend vroeg ik eens aan de ambassadeur of ook niet-joden bij hun een regeringsbaantje kunnen krijgen.

Maar het antisemitisme is er zeer aanwezig, in een land dat eens de bakermat was van een gigantisch Joods leven. Van die rijkdom is nagenoeg niets meer over. Wat rest zijn keihard werkende rabbijnen die redden wat er nog te redden valt en die honderden massagraven proberen te beschermen tegen grafschennis. Ik zie mezelf nog zo staan bij dat massagraf in Mariupol: 16.000 Joden werden daar vermoord, omdat ze Joods waren… Laten we bidden dat deze negende Av volgend jaar een feestdag zal zijn, omdat het ballingschap ten einde is.

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Dagboek van een Opperrabbijn, 28 juli 2020

Waarom weet ik niet, maar hier in Maastricht voel ik me even volledig weg van alles, hoewel ik nu u dit leest alweer thuis ben. Nou ja, volledig? Eigenlijk gaat het gewone rabbinale door. Een Nederlandse collega benadert mij. Een kindje van nog geen drie jaar uit Zuid-Amerika lijdt aan een zeldzame ziekte en nu schijnt er in Nederland een mogelijke behandeling in ontwikkeling te zijn. En dus wordt mijn collega benaderd door een collega uit Zuid-Amerika die de rabbijn is van de vader van het kindje. En gezien Jacobs toch in de psychiatrie werkte…

En dus probeer ik de vader via via met de betreffende artsen in contact te brengen. Maar de vader moet wel eerst een online formulier invullen. Een formulier in het Nederlands en dus zit ik met mijn computer voor me en mijn smartphone aan mijn oor de vader te vertellen wat hij moet invullen. En dat speelt zich dan af op een terrasje op het Onze Lieve Vrouwenplein in Maastricht.

Terwijl ik wacht op mijn auto die uit de garage van het hotel wordt gehaald, word ik nog even door Benoit Wesly, voorzitter van de Joodse Gemeente Limburg en eigenaar van Hotel Derlon waar we verblijven, voorgesteld aan de nieuwe trainer van voetbalclub MVV.

De auto in, tien minuten rijden en we zijn bij de startplaats van onze wandeling. We gingen de rode pijltjes volgen. Maar toen kwamen de telefoontjes en e-mails. Een paar klussen waar ik volledig buiten wil blijven en waarmee ik ook helemaal niets te maken heb. 

Blouma heeft nog snel even mevrouw Cohen uit Leeuwarden gebeld die vandaag 85 jaar is geworden. Een paar weken geleden waren we nog bij haar op (corona) bezoek. Vijf jaar lang, meer dan 40 jaar geleden, reisde ik iedere zondag naar Leeuwarden om onder anderen haar kinderen les te geven – nostalgie. De band is altijd gebleven. 

Een telefoontje over een tekst op een grafzerk.

Een telefoontje van een Joodse Gemeente die de sjoeldiensten op de binnenplaats wil beginnen.

En toen een telefoontje uit Mariupol, Oekraïne: onze dag werd volledig anders dan gedacht. Rabbijn Mendel Cohen, een Israëliër die daar de rabbijn is, aan de telefoon. In shock vertelt hij mij dat hij nog leeft dankzij de steun vanuit Nederland en dankzij mij.

Waarover heeft hij het, vroeg ik mezelf verbouwereerd af. ‘s Ochtends probeerde een man met een bijl de synagoge binnen te dringen. De beveiliger heeft met hem gevochten en hem zijn bijl weten te ontfutselen. De aanvaller is gevlucht, maar is duidelijk te zien op camerabeelden. De beveiliger heeft wonden opgelopen aan hoofd en nek, maar hij maakt het GZD goed.

De politie was nu in de synagoge en Mendel belde mij volledig in shock op, innig dankbaar dat Christenen voor Israël nu al vijf jaar de beveiliging van de synagoge bekostigt. Blouma natuurlijk meteen gebeld naar zijn vrouw Esty die uiteraard ook helemaal overstuur is. Ze was slechts een paar meter verwijderd van het weduwschap.

En dan NIW aan de lijn. Esther Voet, de hoofdredacteur, was vorig jaar nog in Mariupol om een verslag te maken van hun inzet. Duizenden kilometers weg van de bewoonde wereld, oorlogsgebied, separatisten, armoede, een massagraf van 10 meter breed en 11,6 kilometer lang. Maar antisemitisme, daarvan was geen sprake. Er waren veel te veel andere problemen.

Rabbijn Mendel hoort nu, uren later, nog steeds het geroep van de schurk: ‘waar is de synagoge, waar is de synagoge?!’… De beveiliger heeft vandaag al een grote bonus gekregen. Hij heeft zijn leven geriskeerd, met blote handen de bijl aan de schurk ontfutseld, en zo vele levens weten te redden. Maar de aanvaller is nog niet gepakt. Mendel en Esty voelen zich nog verre van veilig. Blouma en ik hebben de kilometers van de wandeling wel afgelegd, maar onze gedachten waren in Mariupol, bij Mendel en zijn gezin. Toen ik vijf jaar geleden het contact heb gelegd tussen rabbijn Mendel Cohen en Christenen voor Israël in de hoop dat laatstgenoemde Mendel zouden willen steunen en helpen aan beveiliging, kon ik echt niet bevroeden dat die kennismaking toen, nu zijn leven heeft gered. Morgenavond begint de vastendag van 9 Av, de herinnering aan de verwoesting van de Tempel en het begin van de ballingschap. Eén van de gevolgen van die verwoesting: de aanslag op rabbijn Mendel en zijn gemeenschap.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Dagboek 27 juli 2020, De derde tempel, licht in duisternis

Toen ik afgelopen Sjabbat een ommetje maakte werd ik aangesproken door een islamitische dame met de vraag “Spreek je Arabisch?”. Wat ik daarvan moet denken weet ik niet, maar ik heb maar gewoon in het Nederlands geantwoord. Tenslotte wonen we in ons eigen Nederland met onze eigen Nederlandse taal en cultuur, waarvan ik, met meer dan tien generaties Nederlands Jodendom en de Nederlandse taal als moedertaal, deel uitmaak.

Gisteren was ik aanwezig bij de begrafenis van de heer David Rosenberg. Op bijna 96-jarige leeftijd overleden. Hij laat zijn echtgenote, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen na, hetgeen voor wat eens Joods Nederland was een unicum. Bij de meeste Joodse begrafenissen is niet eens het vereiste quorum van tien volwassen mannen te realiseren. Rosenberg behoorde tot de generatie die voor de oorlog nog een gedegen Joodse kennis had gekregen, was ondergedoken tot begin 1945, toen verraden (waardoor een paar foute Nederlanders fl. 7,50 rijker konden worden) en vervolgens vanuit een ongekende gedrevenheid probeerde de Joodse gemeenschap weer op te bouwen. Letterlijk op de ruïnes van een rijk bloeiend Joods leven. Beilen, Stadskanaal, Emmen… Ja, in Emmen staat nog een sjoel of beter geformuleerd: het gebouw dat eens een sjoel was.

Ik had dus eigenlijk op vakantie moeten zijn, een paar dagen naar het zuiden des lands in een hotel van een goede vriend van ons. Maar mijn vrouw Blouma vond dat ik het niet kon maken om vanwege vakantie bij deze begrafenis te ontbreken. En gezien de positie van de vrouw binnen het Joodse gezin bepaalt zij… Maar het was goed dat ik aanwezig was. Immers, ook de heer Rosenberg was altijd aanwezig als er ergens in het noorden van het land een begrafenis was en er op hem een beroep werd gedaan. Vaak wordt er niet beseft dat wij als Joode gemeenschap in Nederland nog maar piepklein zijn. Er was bijna geen stad of dorp waar een synagoge, begraafplaats of een mikwa, een kerkelijk bad, ontbrak. En toch waren er die in de concentratiekampen, en ik weet over wie ik spreek, die gezworen hadden dat als ze er levend uit zouden komen ze op de resten van Joods Nederland zouden gaan herbouwen. En dat hebben een aantal overlevenden op ongelofelijke wijze gedaan. Ze hebben na de oorlog gestreden. Mijn generatie heeft dit soort mensen als voorbeeld, is door hen grootgebracht.

En dus vechten ik en velen van mijn naoorlogse generatie om het Jodendom voor Nederland te behouden. Onze strijd is tegen antizionisme=antisemitisme=BLM=BDS. Is het leuk om strijdend door het leven te gaan? Zeker niet. Maar er is geen alternatief. Vechten in tijden van duisternis zit in onze Joodse genen. Ook in de duisternis weten wij dat er uiteindelijk weer licht zal zijn.

Wij bevinden ons in de zogenaamde Negen Dagen. De dagen voorafgaande aan Tisje Be’Av. Op die dag werd de Tempel in Jeruzalem verwoest en begon de ballingschap waarin we ons bevinden. Vanwege deze duistere periode heet afgelopen Sjabbat de ‘Zwarte Sjabbat’. Maar op die ‘Zwarte Sjabbat’ wordt juist gedacht aan de Derde Tempel die door G’d zelf herbouwd zal worden. Juist in de zwarte duisternis straalt het summum van bevrijding, echte bevrijding. Er wordt niet alleen gedacht aan de Derde Tempel met de daaraan gekoppelde komst van de Mosjiach, maar de Derde Tempel wordt zelfs getóónd. Hij wordt als het ware zichtbaar voor allen die hiervoor oog hebben.

En als dan eindelijk de Mosjiach er zal zijn, dan betekenen BDS en BLM en zelfs de Verenigde Naties helemaal niets meer. De Eeuwige zal dan door allen (h)erkend worden, er zal echte Sjalom zijn en niet alleen voor Joden, maar voor de gehele mensheid. Jeruzalem zal zonder enige discussie de eeuwige hoofdstad zijn van Israël, Joden en niet-Joden zullen dringen om de muren van de Tempel te mogen aanraken.

 Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Een rabbijn heeft nooit vakantie – dagboek van een opperrabbijn

CIP neemt twee weken vakantie. Jammer, want wat doe ik dan met mijn dagboeken? Doorgaan? Ook vakantie nemen? Ik vraag me af wie wie meer nodig heeft in deze onzekere tijden. Ik het dagboek of het dagboek mij. Het zal wel 50/50 zijn zoals zoveel gebeurtenissen in het leven.

Enige dagen geleden was ik op bezoek in Den Haag bij een vooraanstaand politicus. Tijdens ons gesprek, dat niet ging over koetjes en kalfjes, plaatse de politicus een opmerking die mij is bijgebleven. Tijdens een vergadering enige jaren geleden waarbij wij beiden aanwezig waren, werd er gesproken over tolerantie ten opzichte van iemand waarmee je het volledig oneens bent. Moet je de ander van jouw gelijk overtuigen of laat je hem in zijn waarde met zijn, in jouw optiek, kromme denkbeelden?

De politicus was toen onder de indruk van de Joodse benadering waarbij het je verplaatsen in de gedachtewereld van de ander, ook als die wereld niet de jouwe is, steeds het uitgangspunt moet zijn. Op vele zonden staat in het de Bijbel de doodstraf. Maar de uitvoering van die doodstraf was nagenoeg onmogelijk omdat het Jodendom ervan uitgaat dat het beter is om een schuldige ongestraft te laten rondlopen dan een onschuldige ten onrechte te veroordelen. Dit typeert de opstelling naar de medemens: concentreer je op hetgeen hij wel kan en laat zijn tekortkomingen, zolang je daarin toch geen verandering kunt aanbrengen, voor wat ze zijn. Sterker nog: probeer die tekortkomingen te begrijpen, verplaats je in zijn verkeerde manier van leven, om hem te kunnen helpen met de problematiek waaraan hij lijdt. Als hij jou om hulp vraagt, biedt hem dan dat wat voor hem en ook in zijn optiek het best is.

Hoewel een rabbijn soms recht moet spreken, is hij primair in mijn visie, een hulpverlener die als taak heeft om te helpen en niet om te (ver)oordelen. Ik scoorde dus hoog bij de politicus. Maar klopt het eigenlijk wel dat je altijd moet meegaan met het verlangen van degene die om hulp vraagt? Wat als hij anderen beschadigt? En wat als het overduidelijk is dat hij gesteund wil worden in het beschadigen van zichzelf? Er zijn grenzen ook aan het meegaan in de gedachtewereld van de ander. Maar desondanks moet het je primaire doel zijn om hulp te bieden en niet terechtwijzen. De nuance mag nooit ontbreken.

Maar bij het bieden van hulp komt automatisch de vraag naar boven in hoeverre de problematiek, de misère van de ander, door jou naar huis wordt meegenomen. Afstand nemen, is het gebruikelijke advies. Maar om een naaste te helpen en te adviseren is afstand niet altijd haalbaar. Ik, na 45 jaar werkzaamheid, kan me nog steeds niet loskoppelen van tragedies. Het telefoontje vandaag van een jonge vrouw die nog maar kort te leven heeft, grijpt mij aan. Zij zoekt het contact met mij, wil dat ik haar bezoek in het hospice…..ze had zo graag haar kinderen zien opgroeien. Ik denk terug aan mijn vriend, de psychiater, die maar een korte periode van zijn pensioen kon genieten. Hij werd zieker en zieker. Hij kwam langs, gereden door zijn zoon, om afscheid te nemen. Zoveel hadden we samen mogen helpen en nu afscheid. En toch mag ik me niet door de emotie laten bevangen, maar langs me heen laten gaan ook weer niet.

En terwijl ik net bovenstaande heb geschreven, belt een van mijn rabbijnen me op. Hij heeft een vrouw ontmoet, dochter van een Joodse moeder. Moeder, overlevende van de oorlog, wist eigenlijk tot voor kort niet dat ze Joods is. Het trekt haar vanwege haar vermoorde ouders die ze nooit heeft gekend. Haar dochter is dus ook Joods en heeft dat gisteren voor het eerst gehoord. Er gebeurt van alles met deze moeder en dochter. Zij worden op eigen verzoek geconfronteerd met hun identiteit, met voorouders generaties lang. Waarschijnlijk kwamen hun voorouders uit Polen en overleefden ze de pogroms. En nu willen ze terug naar het Jodendom, ze voelen zich een schakel in een eeuwenoude ketting. Maar wat zijn de implicaties? Ze weten eigenlijk niets. Beiden uiteraard met niet Joodse mannen getrouwd, prima huwelijken. Ze willen sjabbat houden, koosjer eten……geweldig! Maar ze lopen veel te hard van stapel. Ik adviseer mijn jongere collega om vooral te bouwen en ervoor te waken dat er niet gebroken gaat worden.

Identiteitsprobleem voor de moeder en de dochter, maar even zozeer voor hun niet-joodse echtgenoten. Ook zij moeten ermee om gaan, er moeten wegen worden gevonden. De jongere rabbijn moet moeder, dochter, vader en echtgenoot begeleiden op hun pas ingeslagen nieuwe levensweg. Een weg die verbindt met eeuwenlange tradities. Maar de weg zit wel vol valkuilen en er geldt een duidelijke snelheidsbeperking, want bij te snel rijden kun je uit de bocht vliegen.

Ik ga met mijn Blouma volgende week een paar dagen even weg. Maar of weg echt weg zal zijn weet ik nooit. De gemeenschap is klein, maar complex en een rabbijn heeft altijd dienst. Want laten we eerlijk zijn: rabbijn behoort geen baan te zijn, maar een 24/7 roeping. Het is mij gegeven om Hem 24/7 te dienen door mezelf dienstbaar te maken voor ieder, juist ook als hij/zij in nood verkeert.

Een fijne en zegenrijke vakantie. En vergeet niet dat er voor Boven geen vakantie bestaat.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail