Welkom op de website van IPOR!

Het IPOR is het samenwerkingsorgaan van de Kehillot in de mediene.  Het samenwerkingsverband is een organisatie waarin de deelnemende kehillot  verenigd zijn op basis van vrijwilligheid. Het doel van het samenwerkingsverband is de bevordering van joods leven in de provincie. De organisatorische vormgeving zal in de loop der tijd een nieuwe vorm krijgen.

Ik voelde mezelf een rabbinale notaris! Dagboek 29 juni 2022

Nadat ik enige tijd geleden er een nieuw baantje bijkreeg als rabbinale-dromenlezer, voelde ik mezelf gisteravond als een soort rabbinale-notaris. Maar laat ik gisteren eerst beginnen met de ochtend. Dr. Fedia Jacobs, geen familie, nam afscheid als psychiater van het Sinai Centrum. Toen hij nog in opleiding was en in Utrecht studeerde heb ik hem voor het eerst ontmoet. Om een decennia lang verhaal kort te houden: gisteren was er een symposium vanwege zijn afscheid. Als Jacobs en Jacobs, vergelijkbaar met Jansen en Jansen uit Kuifje,  zijn we samen regelmatig opgetreden. En nu stopt Fedia. Hij zal wel verder gaan, maar niet meer als psychiater van het Sinai Centrum. Mijn bijdrage aan het symposium ben ik als volgt begonnen:

“Zelden ben ik gevraagd om een lezing te geven over een onderwerp dat geen enkele uitleg behoeft en waarover dus eigenlijk geen lezing nodig is. Laat ik iets duidelijker zijn: Waar vinden we religie binnen de psychiatrie-vraagteken, is de titel van mijn voordracht.  Antwoord: in het Sinai Centrum bij Dr. Fedia Jacobs! Einde lezing.  Maar omdat als ik nu stop met mijn verhaal de organisatie van dit symposium qua tijd in verlegenheid komt zal ik toch iets meer uitweiden.

Wat is de taak van een psychiater, van een psycholoog, van een maatschappelijk werker

                     en van de rabbijn?

Vader is zijn werk kwijt. Helaas wegbezuinigd na jarenlange trouwe dienst. Hij zit thuis te niksen, gedesillusioneerd. Zijn vrouw wordt gek van hem en de spanning wordt langzaam maar heel zeker groter. Het huwelijk staat op springen. De kinderen worden angstig, krijgen problemen op school…het gezin dreigt gillend uiteen te vallen.

De psychiater komt op bezoek en geeft de vader een kalmeringstablet, de psycholoog ziet een verband tussen de huidige ruzie met zijn vrouw en de gestoorde relatie met zijn moeder in het verleden en stelt een therapietje voor, de maatschappelijk werker geeft aan dat ledigheid des duivels oorkussen is en organiseert zinvol vrijwilligerswerk voor vader en de Geestelijk Verzorger probeert hem uit te leggen dat hij zijn lot moet aanvaarden.

En dus bij afwezigheid van een rabbijn/geestelijk verzorger, zit er een lacune in de

                     behandeling.

 

Nog voor het einde van het geweldig goed georganiseerde symposium moest ik  vertrekken naar Amersfoort om daar aanwezig te zijn bij de JNF Experience Event in de Flint waar ik dus eregast zou zijn, zoals me werd medegedeeld door de organisatie. Wat hield dat eregast-schap in? Nadat tegen het eind van het perfect georganiseerde programma alle aanwezigen verzocht werden om middels een invulkaart een donatie te geven, was het aan mij om uit een grote doos een van de ingevulde kaarten te trekken. Degene die ik had getrokken kreeg een reis naar Israël aangeboden. De gelukkige bleek een bekende van het JNF te zijn die eigenlijk nog maar pas terug was uit Israël. Hij had deelgenomen met een Israëlreis van het JNF. Maar helaas, naar ik begreep, was de reis voor hem verre van een belevenis. In plaats van het bezichtigen van het Joodse land, bracht hij het niet verder dan een week lang in quarantaine vanwege Covid. En dus, zo werd mij na afloop door menigeen verteld, had ik de juiste getrokken. Maar even los van het programma was het ook een soort gezellig samenzijn met een duidelijke sociale functie. Een flink aantal leden van Joodse gemeenten waarvan ik een aantal al langere tijd niet had gezien, hebben we ontmoet. Mijn aanwezigheid had dus ook een pastorale functie. Maar los van het functionele vond ik het gewoonweg fijn om mensen te ontmoeten en met een aantal hunner even bij te praten. Leuk voor hen en leuk voor mij. Hetzelfde gold overigens ook voor het Sinai symposium waar ik oud-collega’s ontmoette die ik al vele jaren niet meer had gezien. Intensief heb ik met ze mogen samenwerken, daarna uit het oog verloren en nu dus weer even een reünie. Interessant te zien hoe de meesten mij op de een of andere manier via de media volgden en dus kreeg daar mijn dagboek een voor mij verrassend bijproduct. Een van de medewerkers, die nog een aantal jaren ‘moet’, liet me weten dat onze contacten van meer dan tien jaar geleden, hem nog steeds zijn bijgebleven en tot steun zijn. We spreken hier over een medewerker en niet over een patiënt. Geen idee waarover hij het heeft, maar zo’n opmerking geeft mij kracht en dankbaarheid.

Maar tussen symposium en JNF-event was ik even thuis.  Nadat ik vrijdag, toen ik mijn huis verliet, werd uitgescholden door leerlingen van de school tegenover onze woning en ik demonstratief de school was binnengelopen om mijn beklag te doen bij de directeur, verscheen nu een van de leerkrachten met twee leerlingen en een excuusbrief. Het scheldincident was uitgebreid besproken in de klas en dit was dus nu het resultaat. De school heeft aan dit incident aandacht besteed. Hopelijk zal het thuisfront van de leerlingen ook tot het inzicht komen dat, en ik citeer nu even de excuusbrief, “wij willen aangeven dat wij u en uw geloof zeer respecteren”.  

Dadelijk een vergadering met collega’s rabbijnen en een interview op zoom met een universitair student in een of ander sociaal vak met een Marokkaanse achternaam over hoe het Jodendom aankijkt tegen homoseksualiteit en ander huidige seksuele toppers. Het interview is niet voor een krant of een site, maar voor een werkstuk dat hij moet inleveren. Moet de opperrabbijn zich hiermee bezighouden, vraagt u zich wellicht af. En mijn antwoord is ‘ja’, want de student van vandaag kan de politicus of influenceer van morgen zijn.

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

 

“Een vlek op je kleren is het gevolg van een vlek in je ziel.” Dagboek van de Opperrabbijn, 26 juni 2022

Mijn vorige dagboek, met daarin mijn zorg over de strekking van een artikel in het RD over abortus, heeft me vele reacties opgeleverd, zelfs uit Israël. Duidelijk werd hoe gevoelig de afschuw over bekering binnen Joods Nederland leeft, ook en misschien wel juist bij de minder betrokken leden van onze gemeenschap. Hetzelfde zien we als er weer eens een verbod op de sjechieta dreigt te komen. Ook zij die niet koosjer eten, voelen zich aangevallen omdat ze beseffen dat het hier niet zozeer gaat over vermeend dierenleed, maar als een aanval op onze/hun identiteit. Een medewerker van de pro-life organisatie die in Israël dus strijdt tegen abortus, heeft me inmiddels gebeld om uit te leggen dat het allemaal net iets anders in elkaar zou zitten. Heb ik geen moeite mee, fijn om te horen, want mijn kritiek betrof het gepubliceerde artikel dat dan dus kennelijk een verkeerde indruk creëerde. Maar die indruk is dus wel de wereld ingestuurd! Ik laat het nu even voor wat het is.

Prachtig weer vandaag, vanochtend een onthulling van een matsewa in Utrecht en vanmiddag mijn lezing voorbereiden voor het afscheid van Dr. Fedia Jacobs als psychiater van het Sinai Centrum. Wellicht een idee om mijn referaat ook mee te sturen met mijn dagboek, als bijlage. Mijn werkzaamheden als Geestelijk Verzorger binnen de psychiatrie hebben een grote invloed gehad op mijn eigen ontwikkeling als rabbijn en als mens, waarmee ik niet wil suggereren dat rabbijnen geen mensen zijn! Naast de interessante Halachische uitdagingen die er binnen een psychiatrische setting bestaan, heb ik daar ook leren kijken naar mensen. Er wordt nog steeds neergekeken op mensen die onder psychiatrische behandeling staan, helaas. Misschien deed ik dat in een heel ver verleden ook wel, maar dat is dan gelukkig een heel ver verleden. Steeds, nog steeds, probeer ik aan te geven dat er totaal geen reden is om je te schamen voor een psychisch probleem, maar het vooroordeel blijft krampachtig bestaan. Mijns inziens wordt die vooringenomenheid aangewakkerd door moorden die begaan worden door criminelen die een TBS hebben opgelegd gekregen, ontsnappen of ontslagen zijn en vervolgens weer in hun oude misdaad vervallen. De media besteden hier veel aandacht aan waardoor bij de gemiddelde lezer zijn toch al negatieve kijk op een psychiatrische patiënt, alleen maar wordt bevestigd en mogelijkerwijs, vergroot. Wat hier door elkaar loopt is rechtspraak en beoordelen. Als een kind onder miserabele omstandigheden opgroeit, in een ongezonde entourage, dan is het logisch dat zijn ontwikkeling hierdoor negatief wordt beïnvloed. Het zou abnormaal zijn als dit niet het geval zou zijn! Zo dien ik ook aan te kijken tegen de medemens, steeds het goede in hem zien. Maar zodra er sprake is van een misdaad, moet er recht worden gesproken en niet gezeurd worden met psychologische verklaringen. Gelijk een psychiater geen rechter is, zo ook behoort een rechter geen psychiater te zijn. Ik herinner mij Zr. Zijlstra, de directrice van het Sinai Centrum in de jaren’70. Er was toen een patiënt opgenomen die zijn vrouw had vermoord. Hij had vrijheidsbeperkingen, mocht nooit onbegeleid het gebouw verlaten, maar verder werd hij met liefde omringd. Hij hoefde dus niet het gevang in, “want”, zoals de directrice me wist te vertellen, “tijdens de moord was hij zenuwachtig geweest en daarom zit hij bij ons” En toen voegde ze daaraan toe, woorden die ik nooit vergeet: “Maar ja, wie zou er niet zenuwachtig zijn als je je echtgenote vermoordt.”

We hadden een erg fijne sjabbat, hadden naar Antwerpen zullen gaan voor de inwijding van een nieuwe Thora-rol, maar omdat Blouma erg moe is, gaat dat niet lukken. Moe van wat, hoor ik u denken, Moe van alle sjabbat—maaltijden die ze weer met ****, vier sterren, had vervaardigd voor ons beiden en voor de gasten. Ondertussen ben ik geconfronteerd met twee ernstig zieke mensen en wordt van mij een troostend woord verwacht. Dat is mooi, maar ik sleep nog steeds het verdriet van een ander “met mij mee naar binnen”.  Dat moge dan niet professioneel zijn, maar zo zit ik nu eenmaal in mekaar.

Bij de onthulling van de matsewa, hedenochtend in Utrecht, kreeg ik een complimentje dat ik zo’n net pak aan had. Belangrijk! De verantwoordelijke voor mijn uitstraling/ kleding is Blouma. Keer op keer waarschuwt ze me om op te passen met morsen, mijn hoed te borstelen en ervoor te zorgen dat mijn stropdas recht zit. Want, zoals ze dat zo poëtisch verwoordt, “een vlek op je kleren is het gevolg van een vlek in je ziel.” Ze heeft gelijk. Want gelijk dat artikel over abortus, vergelijkbaar met de vlek op mijn kledij, een negatieve impressie veroorzaakt voor de Staat Israël in zijn volle breedte, hetzelfde geldt voor een rabbijn die onverzorgd en dus respectloos rondloopt.

Ik stop, doe mijn nette pak uit en ga in een T-shirt en een katoenen broek aan mijn dagelijkse snel wandeling. Overigens is een vlek in je taalgebruik, een onbedoeld roddelpraatje, nog schadelijker dan een echte vlek.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

Verdraaide abortus in Israel… Dagboek van de Opperrabbijn, 22 juni 2022

Omdat het NIW maar liefst 4 pagina’ s gaat wijden aan de Joodse Gemeente Zeeland vanwege de inwijding van een nieuwe Thora, afgelopen zondag, en ik in mijn NIW-column daaraan ook kort aandacht besteed, beperk ik me hier met een kort maar krachtig: geweldig hoe de Joodse Gemeente Zeeland functioneert. Eenheid, oog voor ieder die binnenkomt, respect voor de basis van het Jodendom, namelijk Thora en Traditie. Die zondag, de Zeeland-dag was een goede afspiegeling van wat een rabbijn hoort te doen. Een aantal individuele gesprekken met een pastoraal karakter, een gesprek over een Halagische kwestie, een ziekenbezoek, de inwijding van de nieuwe Thora voor de brede goegemeente en netwerken, door gesprekken met de Commissaris van de Koning, een burgemeester en met mijn ex-collega mevrouw Peijs, voormalig minister en voormalig commissaris van de koningin in de provincie Zeeland. Ex-collega, hoor ik u denken? Ja, ex-collega, want wij hebben jarenlang samen in het Comité van Aanbeveling gezeten van de Stichting Synagoge Middelburg. Overigens is het zitten in een Comité van Aanbeveling een vrij eenvoudige taak. Het enige wat je doet is in dat comité zitten, verder niets. Overigens terwijl ik dit dagboek schrijf, zit ik weer. Maar nu in een vliegtuig op weg naar Budapest voor een conferentie van de EJA, de Jewish European Association. Blouma is gisteren gevlogen (naar Budapest wel te verstaan). De conferentie zal gaan over sjechieta, vrijheid van godsdienst etc. Maar ook zullen de deelnemers naar de Donau gaan, naar het monument van de schoenen. Hier werden Joden verzameld, ze moesten hun schoenen uitdoen, op de rand van de kade gaan staan om vervolgens gefusilleerd te worden. De helderblauwe Donau van nu, was toen rood gekleurd. Ik ga daar kadiesj zeggen en weet nu al dat mijn gedachten zullen afdwalen naar Mariupol vanwege een telefoontje dat ik in de auto op weg naar Middelburg ontving van rabbijn Mendel Kohen. De aandacht van Mariupol zwakt af, maar de catastrofe continueert. Medemensen sneuvelen, verhongeren en worden afgemaakt, er wordt verraad gepleegd, terwijl ik nu comfortabel in het vliegtuig zit en morgen bij de Donau zal staan. 

Door mijn hoofd gonst een artikel dat ik recent had gelezen.

“Een op de vijf zwangerschappen wordt in Israël afgebroken door abortus”, zo las ik in een paginagroot artikel in het Reformatorisch Dagblad. Maar “gelukkig” is er een Joodse vrouw die zich tot het christendom had bekeerd en die nu in Israël de strijd tegen abortus voert, met als bijvangst “bekering”. Een foto van een halve pagina van twee spelende kinderen in de oude zeer orthodoxe wijk van Jeruzalem begeleidde het artikel. Ik was geschrokken, omdat zo’n onbewezen bewering onbewust antisemitisme kweekt. Besef, geachte lezer, dat de meeste lezers van het RD de mening is toegedaan dat abortus moord is. En dus staat hier, in verdekte maar toch ook duidelijk, dat in Israël twintig procent van de moeders moordenaars zijn.  Terloops wordt ook nog aangevoerd dat een van haar patiënten het advies van een rabbijn had gekregen om abortus te plegen, dus zetten rabbijnen aan tot moord! En weet ik 100% zeker dat in de orthodox Joodse wijk abortus een zeer grote zeldzaamheid zal zijn!  Ik heb het moeilijk met dit artikel!

 

Laat ik heel duidelijk zijn: Traditioneel Jodendom is tegen abortus. Tenzij het leven van de moeder in gevaar is. Als er onverhoopt gekozen moet worden tussen het leven van de moeder en het leven van het kind, dan kiest het Jodendom voor de moeder. Maar denkt u nu werkelijk dat er ook maar een haar op mijn hoofd aan denkt om een paginagroot artikel te wijden aan de moeders die stierven op gezag van de Kerk en daarbij een grote foto te plaatsen van een christelijke begraafplaats in Staphorst en daarmee onbewust de valse indruk wekken dat die begraafplaats vol ligt met moeders die…

 

Tolerantie kent grenzen, maar heb uw naaste lief gelijk u zelve behoort onbegrensd te zijn. En dus mogen geen onwaarheden gebruikt worden, om waarheden te verkondigen! Tolerantie kent beperkingen, maar fatsoen hoort onbegrensd te zijn.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

Arameeërs, Armeniërs en Grieken: 1915. Dagboek van de Opperrabbijn, 19 juni 2022

Heel erg veel publiciteit rondom Mendel Kohen, de rabbijn van Mariupol op websites, Facebook en in kranten. Een bereik van meer dan 2 miljoen mensen. En nu? Wat heb ik ermee bereikt? Zijn bliksembezoek aan Nederland, d.w.z. aan mij, was GZD succesvol. Ik moest hem spreken en niet per telefoon en zelfs niet per zoom. We hebben gesproken en besproken wat nodig was. De bijvangst, de publiciteit was goed voor de lezers en voor rabbijn Mendel. En nu (het is donderdag) back to normal, gewoon Nederland.

Ik herinner me niet meer of ik melding had gemaakt van de BBQ vorige week in Bussum. Zo niet dan was dat een omissie. Want het was een groot succes, geweldige opkomst, eensgezinde inzet van bestuur en zichtbare betrokkenheid van het Betsalel-Duo. Voor outsiders: Amir is de chazan van Bussum en Annet zijn echtgenote. Maar beiden zingen, doen alles en tonen een geweldige betrokkenheid. Mag wel een keer vermeld worden voor outsiders, want intern, binnen Bussum, is dit zondermeer bekend.

Er heeft zich afgelopen week nog iets afgespeeld. Nadat ik na het vertrek van rabbijn Mendel Kohen, woensdagochtend in alle vroegte, was bekomen waren Roger van Oordt, de Honorair-Consul van Israël en mijn persoontje, om 19:00 uur in Enschede voor de jaarlijkse herdenking van de Aramese genocide in 1915. We kwamen net op tijd om in de processie van hun kerk naar het Volkspark mee te lopen. Ik werd prompt vooraan in de stoet geplaatst tussen de priesters, allen prachtige gewaden. Het zijn dus Arameeërs, Armeniërs, Grieken en nog een paar kleinere groepen. Allen christenen die toentertijd vanwege hun christendom vervolgd werden.  Eigenlijk zou ik nu moeten schrijven over vandaag, zondag. Ik ben nu op de terugweg van Middelburg waar de inwijding van een nieuwe Thora-rol heeft plaatsgevonden, maar dat zal dus mijn volgende dagboek worden en mijn column in het NIW van aanstaande vrijdag. Overigens zal het NIW uitgebreid aandacht gaan besteden aan de Joodse Gemeente Zeeland.

Nu dus even terug naar woensdagavond, de herdenking van de genocide in 1915. Een genocide die wel en niet wordt erkend. Onze Tweede Kamer heeft het erkend, maar onze regering spreekt zich niet duidelijk hierover uit ‘om politieke redenen’. Dat doet pijn!

Ik moest denken aan 4 mei jl. toen ik met de ambassadeur van Duitsland een krans heb gelegd op de erebegraafplaats in Loenen. Hij, de ambassadeur van Duitsland dat van 80% van mijn familie vermoordde, en ik, de nazaat van de overgebleven 20%. En toch zijn we na een aantal ontmoetingen vrienden geworden want uiteindelijk is hij persoonlijk absoluut niet schuldig aan misdaden van zijn grootouders die hij zwaar verafschuwt! Dat samen leggen van die krans betekende heel veel voor mij, als kind van overlevenden. Toen onze koning op de Dam vorig jaar moedig sprak over het falen van zijn overgrootmoeder en ook onze premier Rutte excuus had aangeboden over de houding van onze regering in die afschuwelijke jaren, raakte mij dat diep. Waarom, vroeg ik me af? Ik heb die oorlog toch niet meegemaakt? Maar de open traumatische wond van onze ouders is aan ons, de tweede generatie, overgedragen.

Waarom geen erkenning van het leed dat de christelijke Armeniërs, Arameeër en Grieken is aangedaan? Zullen ze zich met de erkenning gesteund voelen, zal de wond van het verleden daarmee draaglijker worden?  Ik denk het wel, want toen ik de aanwezigheid van de honorair-consul van Israël aan het begin van mijn toespraak aankondigde en de honorair-consul opstond, weerklonk er spontaan een ovatie die zijn aanwezigheid als vertegenwoordiger van de Staat Israël innig verwelkomde.  Hoe betekenisvol zou de aanwezigheid van een Regeringsvertegenwoordiger zijn geweest!  Alleen tweede Kamerlid Don Ceder van de Christen Unie had de verre reis van Den Haag naar Enschede ondernomen, hetgeen ook duidelijk zeer werd gewaardeerd. Maar een lid van de Tweede kamer is geen vertegenwoordiger van de Regering. De herdenkingsplechtigheid was imponerend en zeer respectvol georganiseerd. Indrukwekkend te aanschouwen hoe ook hun jeugd actief meedeed.

We zijn bijna in Breda waar ik, na de geweldige bijeenkomst in Middelburg, nog even een zieke ga bezoeken in een revalidatiecentrum. Morgen erg vroeg op. Ik moet op tijd op Schiphol zijn voor mijn vlucht naar Budapest. 

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Hoewel ik mezelf afvraag: wat is normaal? Dagboek van de Opperrabbijn 15 juni 2022

Slechts een paar uur heb ik de laatste 48 uur geslapen. Reden? De rabbijn van Mariupol kwam maandagmiddag aan in Nederland en heeft zojuist woensdagochtend om 6:15 uur ons huis weer verlaten. Een bliksembezoek, heet zoiets. Wat hij precies hier kwam doen ga ik niet aan mijn dagboek toevertrouwen, maar de nevenactiviteiten deel ik graag. Zijn programma: Maandag heb ik hem afgehaald van Schiphol en kwamen we aan in ons huis om 15:00 uur. Bijkomen, bijpraten, eten en toen om 20:30 uur een bijeenkomst voor de leden van de Joodse Gemeente Amersfoort bij ons thuis. Omdat we maar een uur hadden heb ik, mede op zijn verzoek, alleen de leden van Amersfoort uitgenodigd. Opkomst: twee mensen! Beschamend en gênant! Maar daarna liep alles gesmeerd. Om 21:30 uur kwam de Telegraaf. Het was bijna middernacht toen de journalist vertrok. De volgende ochtend van 9:15 tot 11:30 uur deden we hetgeen gedaan moest worden, de reden van zijn komst naar Nederland en toen: interview met Reformatorisch Dagblad in Apeldoorn, daarna Family7 TV-opname, ook in Apeldoorn. Verder achtereenvolgens in Amersfoort interview met ND (Nederlands Dagblad), interview met Israël Aktueel in Nijkerk, zoom-interview met CIP (Christelijk Informatie Platvorm- de grootste christelijke website van Nederland) bij mij thuis en ’s avonds opname livestream in het Israël Producten Centrum. Tussendoor mocht ik in Apeldoorn op de Anne Frankschool een educatief boekje in ontvangst nemen en het vervolgens weer doorgeven aan een leerling van de school, om daarna alle kinderen van groep acht zo’n boekje te mogen overhandigen. Het was een indrukwekkende bijeenkomst. Erg goed. Doel: kinderen het recht geven om zichzelf te mogen zijn, zoals Anne Frank in haar dagboek schrijft. In mijn toespraak gaf ik aan dat een beschadiging in een jong stekje een kreupele boom tot gevolg heeft en dus benadrukte ik het belang van het aanleren van tolerantie en het verafschuwen van haat, racisme en antisemitisme, juist in de jaren dat de boom nog een stekje is. Ik citeerde ook een van de vorige opperrabbijnen van Israél die waarschuwde dat zolang er in miljoenen schoolboekjes haat wordt gekweekt tegen Joden en tegen Israël, er geen vrede kan komen. Overigens was het 14 juni precies 80 jaar geleden dat Anne Frank haar dagboek was begonnen. Hoe wist ik dat? Omdat ik om 9:00 uur werd gebeld vanuit de Israëlische Televisie met het verzoek voor een interview van vijf minuten over Anne Frank, naar aanleiding van die 80 jaar.

Rabbijn Mendel Kohen was aan het eind van de dag gaar. Maar toen moesten we nog wel naar Nijkerk voor de livestream. Als iemand erg moe is, werkt het verstand minder goed en komen de emoties makkelijker los. En daarom was die livestream juist heel erg goed. Rabbijn Mendel werd gevraagd naar zijn Mariupol-verhaal., de reden dat hij bij het uitbreken van de oorlog in Israël zat, zijn inzet om zijn gemeenteleden te helpen…en ondertussen werden er beelden vertoond van zijn Mariupol voor het begin van de oorlog en direct erna. Mendel zag zichzelf in betere tijden met zijn gemeenteleden, waarvan velen er nu niet meer zijn. Omdat ik de hele tijd, behalve de twee tussendoortjes, bij en met hem was, ken ik zijn indrukwekkende verhaal. Ik heb hem mogen duidelijk maken dat het abnormaal is als hij niet getraumatiseerd zou zijn. Bijna alles heeft hij verloren: zijn huis, zijn privébezittingen, het album van zijn huwelijksdag, geboortebewijzen, zijn huis, zijn net nieuwe synagoge, zijn baan. En ondertussen helpt hij met de opvang van de vluchtelingen uit zijn (voormalige?) gemeente.

Mendel zit nu in de trein naar Frankfurt om de dochter van Wanda te bezoeken. Wanda was een overlevende van de holocaust en is in Mariupol overleden door honger, koude, gebrek aan water, elektriciteit in volstrekte eenzaamheid, moederziel alleen. De dochter van Wanda is nu in Frankfurt. Hij gaat haar even bezoeken om tot steun te zijn. Om samen over haar moeder te spreken. Vanuit Israël heeft Mendel geregeld dat het stoffelijk overschot van Wanda niet in een massagraf werd gedumpt, maar nog werd begraven, terwijl de scherpschutters, de raketten, de tanken hun dodelijke werk verrichtten. Het was goed dat ik Mendel heb laten overkomen. Goed voor hem en ook erg goed voor mij. Wat ik eruit geleerd heb?

1: in een oorlog bestaan er andere wetten. Anarchie is dan het normaal. Goed en kwaad lopen volkomen door mekaar. De waanzin van instanties als de VN, de EU en andere overheidsorganen die uitroepen dat volgens het internationaal oorlogsrecht soldaten alleen mogen schieten op soldaten en niet op burgers. Dat wapen A wel gebruikt mag worden en wapen B niet. Dat een kazerne wel gebombardeerd mag worden, maar een ziekenhuis niet.

2: de vechtpartij van vele hulpverlenende instanties die allen vooraan willen staan in de media en die dus meer met zichzelf bezig zijn, dan met de verschrikkingen van de oorlog.

3: hoe woorden ter ondersteuning de (geestelijke) doden kunnen doen herleven

4: de dankbaarheid die Mendel Kohen maar bleef benoemen voor de hulp die hij heeft ontvangen van Coen, de held van Christenen voor Israél, die voordat de oorlog uitbrak en nog niemand in die oorlog wilde geloven, extra voedselpakketten heeft gestuurd naar heel veel Joodse Gemeenten voor het geval dat. Hiermee hebben velen in Mariupol kunnen overleven.

Mijn dagboek van vandaag was verward. Te veel heb ik zelf gehoord over de tragedie. Blouma begint te vertellen over de geschiedenis van haar ouders en grootouders die de verschrikkingen van het communisme hebben weten te overleven. Ik denk aan mijn ouders en aan de 80% van mijn familie waarvan niets is overgebleven.

Ik ga weer even naar bed. Het is inmiddels 7:00 uur. Terug naar normaal. Vanavond spreek ik bij de herdenking van de genocide op de Arameeërs in 1915. En de rest van de dag probeer ik gewoon rabbinaal te gaan doen. Hoewel ik mezelf ernstig afvraag: wat is normaal?

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

 

 

Maar als hij zichzelf als de hele wereld ziet, is hij klein. Dagboek van de Opperrabbijn 12 juni 2022

Wederom zit ik aan boord van de Stena-line op weg (naar ik hoop) naar Hoek van Holland. Opgestaan om 5 uur, om 6 uur vertrokken en nu varen we dus richting de BBQ in Bussum die om 19:00 uur begint, maar ik mag later komen. We zitten in de lounge hetgeen me de mogelijkheid biedt om aan mijn dagboek te werken, e-mails te beantwoorden en een ziekenbezoek (per video) af te leggen aan iemand die net is geopereerd (het gaat B”H goed met hem!) en een telefoontje naar een ander die morgen onder het mes gaat. Hoewel het helaas regelmatig voorkomt dat personeel niet onvriendelijk is, maar ook niet vriendelijk, was het deze keer heel fijn. Buitengewoon vriendelijk, een praatje gemaakt over koetjes en kalfjes, over de prijs van een hut overdag. En dus voelde ik me thuis. En dat is belangrijk. Niet dat ik dat echt nodig heb, maar toch. Woorden zijn zo belangrijk. Aandacht geven aan de medemens, ook als hij niet in nood is. Ik herinner mij een gesprek van jaren geleden met een mevrouw die een ernstige operatie had ondergaan. Maanden moest ze in het ziekenhuis blijven (dat kon toen nog!) om te herstellen. Ze heeft het gelukkig overleefd en kon het dus navertellen. En dat heeft ze gedaan. En ik vroeg haar dus wie haar de meeste steun heeft gegeven in haar situatie die bijna uitzichtloos leek. Haar antwoord? De schoonmaakster die iedere dag opgewekt, gezellig en welbespraakt haar kamer kwam opruimen en haar bed verschonen. Ik had verwacht dat de psycholoog, de behandelend specialist of de verpleegster het hoogst zou storen, mais non: de schoonmaakster die gezellig, terwijl ze haar werk deed, sprak over het weer, de toestand in de wereld en steevast aangaf dat ze er iedere dag beter uitziet!  De beroemde rabbi Noah Kekhivitzer (ik had nog nooit van hem gehoord, maar mij werd verteld dat hij erg beroemd is, dus zal dat zeker kloppen, hoop ik) heeft gezegd: De mens wordt vaak in de Joodse filosofie een kleine wereld genoemd. Als hij zichzelf als klein beschouwt, is hij inderdaad een hele wereld. Maar als hij zichzelf als de hele wereld ziet, is hij klein. Mensen die zichzelf verafgoden zullen alleen dan vriendelijk zijn naar de medemens, als ze daarvan zelf kunnen profiteren. Maar als het ze niets oplevert…Die schoonmaakster deed haar taak en begreep dat ze tijdens het werk iets kon en mocht betekenen voor een ernstig zieke medemens, omdat ze zichzelf niet zag als de hele wereld, maar zich klein en onbelangrijk voelde. En juist vanuit die oprechte bescheidenheid kon ze daardoor zoveel betekenen voor de ander. Het bewijst een uitspraak van een andere rebbe die aangaf dat mensen in de loop der tijd doorgaans vergeten wat hun is gezegd en wat hun is geschreven. Maar het goede gevoel dat een ander hun heeft gegeven, heeft een bijna onbeperkte houdbaarheid. Het worden voor ons een paar drukke dagen. Morgen komt voor een bliksembezoek de rabbijn van Mariupol naar Nederland. Neen, niet om geld in te zamelen. Zoals het er nu naar uitziet, heeft hij geen geld meer nodig voor zijn werk in Mariupol. Alles vernietigd, niets overgebleven van zijn jarenlange inzet. Net voor de ‘speciale bevrijdingsoperatie’ was hij vertrokken. Niet gevlucht, maar hij ging voor twee weken naar Israël, zijn geboorteland, voor een operatie aan zijn voet. En toen kon hij niet meer terug, geheel tegen de verwachting in. Ik vermoed dat ik het volgende dagboek nog wel weer terug zal komen op het bliksembezoek.

Nu ga ik de laatste wijzigingen aanbrengen aan de toespraak die ik vandaag over precies een week mag uitspreken ter gelegenheid van de inwijding van een nieuwe Thora-rol in de sjoel van Middelburg. Uiteraard moet ik ook even nadenken over mijn toespraak dadelijk bij de BBQ in Bussum en dinsdag aanstaande mag ik een educatief boekje in ontvangst nemen in Apeldoorn. Ik ga nu even duiken in de correspondentie die ik hierover per e-mail heb ontvangen, want uiteraard wordt er van mij een toespraakje verwacht na het in ontvangst nemen van het boekje. Helaas lees ik in het programma dat ik net na de officiële aanbieding van het boekje, het moet overhandigen aan een leerling van de Anne Frankschool. Prima natuurlijk, maar naar het zich laat aanzien ga ik dus met lege handen naar huis!  

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

Geen applaus, geen foto in de media. Dagboek van de Opperrabbijn 7 juni 2022

We zitten nu op de boot naar Engeland, maar als u dit dagboek leest zijn we wel alweer terug! Sjawoe’ot waren we in Maastricht in Crowne Plaza. Freifeld, de cateraar uit Antwerpen met wie ik al bijna 22 jaar samenwerk, was met een 68 gasten in Maastricht. Allemaal orthodoxe Joden uit Antwerpen, Brussel, Manchester, Londen, Zwitserland etc. Een heel ander publiek dan ik gewend ben en dus heb ik daar een heel andere taak dan in mijn gewone rabbinale dagelijkse Nederlandse leven. Allereerst ben ik verantwoordelijk voor het kasjroet, maar daarnaast toespraken op een ander niveau dan ik gewend ben. Uiteraard ook contact gehad met de ‘gewone’ Joodse Gemeente. De eerste dag Sjawoe’ot had rabbijn Cohen, de Limburgse rabbijn, meer dan 70 mensen in sjoel. Geweldig! Dat waren dus niet de gasten van mijn hotel, want die hadden hun eigen sjoeldienst in het hotel. Iedere sjabbat is er ruim minjan in Maastricht. Wie had dat ooit na de oorlog nog kunnen bevroeden. Toen ik mijn auto na Jom Tov, dinsdagochtend, ging ophalen uit de garage van de heer Benoit Wesly, de honorair consul van Israël, babbelden we wat bij. En hij herinnerde mij aan onze reis naar Budapest. Beiden wisten we niet meer waarom we daarheen waren gevlogen, maar als gevolg van die reis heeft Wesly, toen nog de voorzitter van de Joodse Gemeente, besloten om ook in Limburg een eigen rabbijn aan te stellen. En zo is het gekomen. Eerst rabbijn Shapiro en nu rabbijn Cohen en door hun aanwezigheid een zichtbaar groeiende gemeenschap.

De donderdagochtend voor Sjawoe’ot was ik bij een bar mitswa in Almere. Een volle sjoel en een heel gelukkige bar-mitswa-jongen. Hij straalde en zo deden zijn ouders. Qua Joodse kennis lag het niveau van de aanwezige gemeenteleden en familie een paar kilometer lager dan de gemiddelde gast van Freifeld. En dus kan er op de aanwezigen worden neergekeken. Ik weiger dat te doen. In tegendeel! Ondanks hun ver weg zijn van het echte gelovige orthodoxe leven, hebben ze toch de bar mitswa gevierd! Fantastisch! Chapeau! Mooi werk van rabbijn Stiefel, de Almeerse rabbijn. Uiteraard was er na afloop van de dienst een uitgebreide maaltijd. Dan kunnen we wel overlaten aan de Stiefeltjes!

Maar ik kreeg ook een schok. Een van de aanwezigen, een meer dan trouw lid van Joods Almere, gaf aan dat ze alleen mijn dagboek leest als ik het haar persoonlijk stuur. Reden? Ze is van facebook geschrapt voor 90 dagen. Wat was haar overtreding? Ze had geschreven, zo vertelde ze mij: een man is een man. Een vrouw is een vrouw. En dat heeft haar dus een straf opgeleverd vanwege discriminatie! Het wordt me allemaal te ingewikkeld. Voorop gesteld dat het onaanvaardbaar is dat medemensen worden gediscrimineerd vanwege religie, huidskleur of geaardheid… Maar als ik geloof dat de beste en meest juiste manier van samenleven is het gezin en ik strijd voor het behoud van het gezin als hoeksteen van de samenleving, dat betekent toch niet dat ik andersdenkenden in dezen zou mogen beledigen of discrimineren!

Toen ik na Jom Tov, dus maandagavond, mijn computer (bijna mijn verslaving!) aanzette, was er een storing. En ik dus tot in de vroege uurtjes aan het pogen om mijn geheugen, mijn kantoor, mijn archief, mijn financiële huishouding en mijn column en dagboek kantoor aan de praat te krijgen. Uiteindelijk gaf ik de moed op en ben mijn bed ingedoken om te zien dat de volgende ochtend alles weer als vanouds werkte.

Een paar dagboeken geleden schreef ik over die mevrouw van 99. Hoe dankbaar ze was dat ik haar was komen opzoeken. Haar blik, haar woorden, haar kracht en haar kennis over de Nederlands Joodse gemeenschap van voor de oorlog. Vanochtend in alle vroegte is ze ingeslapen. Weer een stuk Nederlands Mediene-Jodendom verdwenen. En de voorzitter van de Joodse Gemeente waar ze woonachtig was, die feitelijk haar mantelzorger was, wist me te vertellen hedenochtend, dat ze mijn bezoek, vorige week, zo had gewaardeerd. Geeft me een goed gevoel. Geen applaus, geen artikel hierover in de krant en geen foto in de media…Om niet iemand net voor haar overlijden tot steun te mogen zijn geweest. Belangrijker dat paginavolle publiciteit.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nlmijn dagboek

Misschien toch meer Thora… Dagboek van de Opperrabbijn 1 juni 2022

De laatste dagen heb ik wel (te?) veel aan representatie gedaan.  Eerst tijdens de Kerkendag van de CGK in Veenendaal. Vraag me niet waarvoor CGK precies staat, maar met een paar honderd toehoorders mocht ik spreken over de bijdrage die het Joodse volk behoort te leveren aan de brede samenleving. Aan bekering doen wij Joden dus duidelijk niet, maar een bijdrage horen we wel te leveren. Ik bedoel dan niet een bijdrage op cultureel of wetenschappelijk gebied, maar een religieuze bijdrage. Gezin als hoeksteen van de samenleving, respect voor ieder medemens, tegen ontucht en het geloof in de Eeuwige. Na afloop werd mij duidelijk dat mijn aanwezigheid tijdens die dag (ik was er maar een 1½ uur) niet door allen werd gewaardeerd. Een rabbijn tijdens een Kerkendag! Overigens werd er door de spreker, die gevraagd was om kort op mijn voordracht te reageren verteld dat de predikant die in de oorlogsjaren de geestelijk leider was van deze gemeente, een Joodse vrouw in de kerk had verborgen. Ook dat werd toen niet door alle gemeenteleden gewaardeerd, om het genuanceerd weer te geven.

In Leeuwarden werd het eerste hernieuwde exemplaar van “Joden van Leeuwarden’ van Hartog Beem, officieel aangeboden aan de (Joodse) Burgemeester van het huidige Leeuwarden. Ik mocht daar ook het woord voeren. Ik voer nogal wat woorden! Ik probeerde, gelijk ook de voorzitter van de Joodse gemeente Leeuwarden, de heer Troostwijk, ook had gedaan, het feestelijke van de bijeenkomst te relativeren. Want hoewel de Joodse Gemeente een indrukwekkende geschiedenis heeft, is het eind van de geschiedenis verre van ‘en ze leefden nog lang en gelukkig”. Bijna niets meer over van wat eens was.

Gisteren was een bijzondere dag. De burgemeester van Jeruzalem, Moshe Lion, was de gast van Christenen voor Israël. Nadat hij in het Israél Producten Centrum de tentoonstelling ”Bestemming Jeruzalem” had geopend, reden we naar Urk waar op het Stadhuis een ontvangst was door de burgemeester van Urk, daarna een stadwandeling en toen het diner in het partycentrum van Willem de Boer op Urk. Voor de minder ingevoerden in ’s lands topografie en het daaraan gekoppelde taalgebruik: het is dus niet ‘in’ Urk, maar ‘op’ Urk, want omdat Urk een eiland was en je niet in een eiland woont, maar op een eiland, is Urk weliswaar heden geen eiland meer, maar ‘op’ blijft!

Bij de opening van de tentoonstelling, voorafgaande aan de ontvangst op Urk, was ook de ambassadeur van Israël aanwezig die, en dat gaf mij een heel fijn gevoel, aan de burgemeester van Jeruzalem uitlegde dat ik mij inzet binnen de NL-politiek, of beter geformuleerd, binnen het NL gepolder, voor de belangen van Israël. Het was een geweldig samenzijn met 250 vrienden van Israël dat begon met een indrukwekkende samenzang van Jeroesjalajim sjel zahav, maar dan in de vertaling. Iedereen stond op, alsof het Wilhelmus werd gezongen of het Hatikwa. Er werd geld ingezameld voor een knutselbus die door de wijken van Jeruzalem moet gaan rijden om kinderen te stimuleren om muziek te maken, te relaxen, tot zichzelf te komen. Klinkt wellicht niet aaibaar, maar is van groot belang, speciaal in tijden van spanning. Ikzelf heb tijdens mijn toespraak aangegeven dat ik als vrijwilliger graag aan de Knutselbus een bijdrage wil leveren. Als ik in Israél ben zal ik als vrijwilliger meerijden met de knutselbus, die de Zaza-bus wordt genoemd, en met mijn triangel een muzikale bijdrage leveren.

Vandaag geef ik mijn tweewekelijkse- sjioer-online weer. Vanochtend een schitterende bar mitswa in Almere, tot nu toe twee probleemtelefoontjes en nu mijn sjioer van dadelijk voorbereiden en drie derasjot, toespraken, en twee lezingen. Morgenavond ingaande sjabbat en daarna aansluitend twee dagen Sjawoe’ot in Maastricht. Even weg, drie dagen relaxen en dan direct daarna naar Londen, vanwege de jaartijd van mijn schoonmoeder. Vannacht een storing van het vaste netwerk en mijn provider en dus kon ik mijn e-mails niet beantwoorden en mijn dagboek niet schrijven, want gewoon met inkt iets aan het gewone papier toevertrouwen, bestaat niet meer.

Veel representatie dus, aanwezig zijn, toespraakje hier en toespraakje daar, bemoedigen en waarschuwen. Maar, met Sjawoe’ot in aantocht vraag ik me toch af of representatie des rabbijns is. Misschien toch iets meer lernen en minder politiek. Bij de berg Sinai werd de Thora aan ons gegeven, niet de politiek, vermoed ik!

 

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

Ik deed het voor die dankbare blik…, Dagboek van de Opperrabbijn, 29 mei 2022

Herinnert u zich nog dat ik schreef over die jongeman die vanwege zijn jood-zijn van opleidingsinstituut is veranderd omdat hij duidelijk antisemitisme voelde. Speciaal toen hem werd gezegd dat zijn jood-zijn op zichzelf geen probleem is, maar nu duidelijk is geworden dat hij zijn vakantie in Israël heeft doorgebracht er toch wel een grens werd overschreden. Wat ik er niet bij heb verteld is dat hij op Schiphol op weg naar Israël een van zijn klasgenoten ontmoette, die ook naar Israël ging en op dezelfde vlucht zat. En laat die klasgenoot nou een Palestijn zijn! Hij en deze Palestijnse klasgenoot zijn best goed met elkaar, beseffen dat ze ten aanzien van Israël niet dezelfde mening hebben, maar tolereren elkaar, want ze wonen beiden in Nederland, zitten op dezelfde school. Ze begrijpen beiden dat bepaalde onderwerpen beter niet besproken moeten worden omdat dat ten eerste nutteloos is en ten tweede omdat het probleem zich daar afspeelt en niet hier in ons land tot conflicten mag leiden. Maar andere leerlingen, die niets hebben met Israël, niets positiefs en niet negatiefs, menen het probleem van elders hier te moeten importeren. Jammer en eigenlijk onacceptabel!

Vrijdagochtend stond ik zowaar in een kerk, zonder beelden en kruizen, een grote menigte toe te spreken vanwege Kerkendag. Het onderwerp was: welke bijdrage levert het Jodendom aan de brede samenleving? Uiteraard heb ik uitgelegd dat hoewel het niet altijd zichtbaar is, wij wel degelijk een verplichting hebben naar de brede samenleving. Niet dat iedereen Joods moet worden (ik moet er niet aan denken!), maar de zogenaamde zeven Noachidische wetten, die voor de gehele mensheid gelden, dienen wij wel uit te stralen. Alleen door de eeuwen heen vanwege de vervolgingen mochten we nauwelijks tot niet zelf ons Jodendom beleven, moesten we al dan niet fysiek, onderduiken, en dus onze opdracht naar de niet-joodse medemens konden we zeker niet uitvoeren. Vergeet ook niet dat de kerken vaak bang waren dat niet-joden hun christendom zouden verlaten en zich tot het Joodse geloof zouden gaan bekeren. En nu sta ik hier ten overstaan van enige honderden gelovige christenen op hun verzoek te vertellen welke boodschap wij hebben voor onze niet-joodse broeders en zusters. Geweldig!

Op sjabbat een prachtige kiddoesj na afloop van de sjoeldienst. Jitschak Elzas, jarenlang onze gabbe (een soort koster uit de kerk, maar dan anders) nam afscheid na meer dan 30 jaar van deze onbezoldigde belangrijke baan binnen de synagoge-dienst. Wat het mooist was van de kiddoesj? De toespraak van Jitschak. Briljant! Daar ga ik nog iets mee doen, dat wordt een column!

En toen: vandaag! We zijn zojuist teruggekomen van een Chinoeg habajit. Een van de leden van de Joodse Gemeente had een nieuwe woning betrokken. In een woning zitten deurposten en aan die deurposten moet een mezoeza zijn bevestigd. Een kokertje met een perkamenten inhoud waarop teksten uit de Thora, opdat je iedere keer als je het huis verlaat of binnenkomt, en zelfs als je van de ene kamer naar de andere kamer loopt, je herinnerd wordt aan het Sjema Jisraeel, Hoor Israël, de Eeuwige is onze G’d. Steeds dienen wij de Eeuwige voor ogen te hebben, bij het opstaan en bij het naar bed gaan, 24/7!

We kwamen meer dan anderhalf uur te laat aan, omdat ik onverwacht een zieke moest bezoeken en mijn heenreis in plaats van anderhalf uur, bijna drie uur had genomen. Maar uiteindelijk kwamen we dus aan en troffen een huis vol gasten en vol cakes en andere lekkernijen. Mooi te zien hoe aan het plaatsen van de mezoeza zoveel aandacht wordt besteed. Maar er was nog een Simcha: de dochter des huizes had haar mastertitel gehaald in Biomedical Engeneering aan de Technische Universiteit van Delft. Een dubbele mazzeltov dus! En wij Joden, als we iets kunnen vieren doen we dat graag en liefst overvloedig.

Maar zonder de geweldige kiddoesj op de sjabbat in sjoel en het feestje rondom het aanslaan van de mezoeza tekort te willen doen, was de highlight van dit weekend: het bezoek aan een oude zieke vrouw.  Het was niet vlak om de hoek.  Ze woont in een plaats waar voor de oorlog, zoals in zovele plaatsen in ons land, een grote Joodse Gemeente was. Nog slechts een handjevol Joden vormt de huidige Joodse Gemeente. Na afloop van de sjabbat belde de voorzitter van die kleine Joodse Gemeente. Mevrouw Cohen is ziek. Ze is benauwd en ze wil u graag spreken.  Was het bezoek nuttig? Weet ik niet. Heb ik iets kunnen betekenen voor deze hoogbejaarde Joodse vrouw? Praktisch bezien niet. Is het opgemerkt dat ik bij haar was door haar familie? Mij niet bekend! Maar waarom ik dan ben gegaan? Om de dankbare blik van die hoogbejaarde vrouw te mogen aanschouwen. Zij vond het geweldig dat ik de moeite had genomen urenlang in de auto te zitten uitsluitend en alleen om een uurtje bij haar te zitten en naar haar te luisteren. Ik haal er geen voorpagina mee en zelfs geen achterpagina, en toch is Ahawat Jisraeel- naastenliefde om niet- een van de belangrijkste mitswot binnen het Joodse geloof. Mijn oprechte dank aan de voorzitter van de kleine Joodse Gemeente die als mantelzorger van mevrouw Cohen mij had gevraagd te komen.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

 

 

Ik werd herkend. Dagboek van de Opperrabbijn 25 mei 2022

Even weggeweest, dat wil zeggen dat ik maandagmiddag naar Schiphol ben gereden, auto geparkeerd, omdat ik prioriteit ben was het wachten voor de beveiliging aanzienlijk korter dan voor de grote meute, ook soleer door de douane en toen relaxen voor mijn vlucht om op tijd in Londen aan te komen. Op tijd, want ik zou via zoom spreken om 19:30 uur GB-tijd met een discussie over godsdienstige wetgeving versus de wet van het land. Maar kort voor vertrek werd mijn vlucht gecanceld. Een latere vlucht zou betekenen dat ik niet mee zou kunnen doen met de discussie waaraan parlementariërs zouden meedoen. En dus heb ik besloten om mijn vlucht uit te stellen tot dinsdag idioot vroeg en eerst weer door de douane en dan naar huis. Kort samengevat: de hele middag verkwist! Waarvoor dat goed was, weet ik niet. Maar ja, in essentie begrijpen we toch maar bar weinig van ons aardse bestaan, maar soms kun je toch iets plaatsen. Wie weet, dacht ik dus. De zoom-bijeenkomst was succesvol. Wat te doen als de Nederlandse wet botst met de religie, bij mij dus met de halaga, de Joodse wet. Dinsdag en woensdag, vandaag dus, de conferentie in Londen. Het was een conferentie van dayanim. Een dayan is een rabbijn die, om het verschil met een gewone rabbijn even heel populair met Jip en Janneke-taal uit te leggen, vergelijkbaar is met een professor die een kamergeleerde is en een theoreticus, en daarom door de veldwerkers geraadpleegd wordt voor bepaalde ingewikkelde kwesties. Nou reken ik mezelf niet een dayan, maar een gewone (veld)rabbijn. En dus vraagt u zich af: wat deed die Jacobs tussen die meer dan zeventig Europese dayanim? En het antwoord was: 1/ bijscholing, 2/ kennismaking 3/ ik ben een van de bestuurders van de RCE, Rabbinical Center of Europe, de organisator van de conferentie.  Onderwerpen als het rabbinale beroepsgeheim, bepaling of iemand wel of niet Joods is en ook ingewikkelde kwesties als het draagmoederschap. Over dit laatste onderwerp werd niet gesproken over de vraag of het wel of niet is toegestaan van de Joodse wet, maar over de vraag wat de Halagische consequenties zijn t.a.v. bijvoorbeeld erfrecht of t.a.v. de vraag of het kind, opgegroeid in de baarmoeder van een niet-joodse vrouw, wel of niet Joods is. En dat zit weer gekoppeld aan de vraag of de draagmoeder gezien moet worden als een soort tweede moeder van wie het kind ook veel krijgt, of zien we de draagmoeder als een soort couveuse?

 

Het toeval wilde dat ook het onderwerp dat als ’s lands wet conflicteert met de halaga ook ter sprake kwam, waarbij benadrukt werd hoe voorzichtig we van de halaga moeten zijn om de wet van het land te respecteren. Vier rabbijnen uit Israël, leden van het Israëlische Opperrabbinaat, kwamen enige uren te laat aan omdat ze uitgebreid werden gecontroleerd op London Heathrow. De reden: enige uren voor hun vertrek uit Israel waren twee Joodse meisjes op Ben Gurion aangehouden met drugs. De meisjes waren op weg naar London en namen wat pakjes mee tegen betaling…en dus werden de reizigers uit Israël extra gecontroleerd! Duidelijk dus dat het luisteren naar ’s lands wet breder raakt dan alleen de overtreders.

Vandaag ga ik naar Den Haag waar ik aan een lerndag een bijdrage mag leveren en morgen, vrijdag, in Veenendaal een lezing voor de Kerkendag van de CVK.

 

Op mijn terugvlucht kwam een jongeman naar mij toe die aangaf dat ook de heenvlucht we samen in het vliegtuig zaten en toen kwam de vraag of ik had deelgenomen aan het programma “Kijken in de ziel van religieuze leiders”. Hij herkende me dus en gaf aan mijn bijdrage zeer gewaardeerd te hebben. Hoewel de uitzending alweer meer dan vier jaar geleden heeft plaatsgevonden, bleven de zes uitzendingen in zijn gedachten. Ik toch wel enigszins verheugd dat ik herkend werd en verrast hoeveel invloed zo’n uitzending heeft. Het was wel zo dat hij een speciale reden had om toentertijd de uitzending te bekijken, en ik dus weer iets minder trots was. De dominee die ook aan de uitzending had meegedaan was zijn dominee. En dus kwam de vraag wat ik van de bijdrage van zijn dominee had gevonden. Het antwoord? Briljant! Hij was open en oprecht, niet zwichten voor secularisatie, jezelf blijven (maar natuurlijk wel rekening blijven houden voor de wetten van het land, tenzij… want het is niet helemaal zwart-wit.)

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

 

RSS
Follow by Email