Welkom op de website van IPOR!

Het IPOR is het samenwerkingsorgaan van de Kehillot in de mediene.  Het samenwerkingsverband is een organisatie waarin de deelnemende kehillot  verenigd zijn op basis van vrijwilligheid. Het doel van het samenwerkingsverband is de bevordering van joods leven in de provincie. De organisatorische vormgeving zal in de loop der tijd een nieuwe vorm krijgen.

Dagboek van de Opperrabbijn 28 febr. 2024

Er is iets nieuws ontstaan dat er, althans voor mijn gevoel, niet eerder was. Als ik op sjabbat, zichtbaar Joods als ik ben, naar sjoel loop dan is het inmiddels de minhag, het gebruik, dat ik word nageroepen met woorden die geen pijn doen, maar wel pijnlijk bedoeld zijn. Toeterende auto’s met wel of niet openende raampjes die het getoeter begeleiden met schreeuwende Arabische kreten die ik meestal niet eens kan verstaan, behoren inmiddels tot het normaal. Maar nieuw is dat tot voor kort de uitschelders alleen jongens waren, maar sinds sjabbat jongstleden ook Moslima’s mij nastaren en trakteren op boze blikken. Verbale uitingen van haat heb ik nog niet kunnen onderscheiden, maar het is niet gezegd dat die er niet waren, maar gezien de afstand niet door mij werden gehoord. Ik kom in sjoel aan en bij de kiddoesj verneem ik dat ook een andere sjoelganger de eer te beurt is gevallen om sinds zeer recentelijk door jonge Islamitische dames te worden nagescholden. In ieder geval heeft het feit dat ook dames nu naschelden ook een positieve kant. Al jaren probeer ik erop te hameren dat vluchtelingen die we in Nederland binnen laten komen omdat ze in hun eigen land vervolgd worden, voorzien moeten worden van brood, bed en bad, maar ook van een vierde B, namelijk de B van basisnormen. En tot die basisnormen behoort:  geen Joden, christenen of medemensen met een andere geaardheid discrimineren. Maar ook afstand nemen van de visie dat vrouwen gebruiksvoorwerpen zijn.  Nu dus niet alleen heren, maar ook dames ons Joden naschelden, is dat voor ons niet gezellig, maar wel een positieve stap in de richting van de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Een beetje positief denken in een wereld die vaak erg negatief eruitziet, kan geen kwaad!

Voordat ik maandag naar Rome vloog, waar ik de paus volgens afspraak niet heb ontmoet, mocht ik in Congrescentrum de Schakel in Nijkerk een kleine 250 man (en vrouw) toespreken. Het was ademloos stil tijdens mijn lezing. Het RD en het ND hadden beiden een verslag aan deze bijeenkomst gewijd die georganiseerd was door de Protestantse Raad voor Kerk en Israël. Het onderwerp? “Ga mee in het bevrijdende van Pesach en Pasen.” Zovelen die zo intens pro-Israël zijn, werkt op z’n zachts uitgedrukt, bemoedigend! Dank voor de organisatie en dank voor de deelnemers.

En toen dus vanuit Nijkerk pijlsnel richting Schiphol.

“Moisjele uit Wolosjene, net aangekomen in de Verenigde Staten, zag meteen dat het leven in het moderne Amerika anders is dan in het Oost-Europese armoedige Joodse getto-bestaan. En dus ging hij meteen op zoek naar een andere Joodse identiteit. Hij kocht een modern maatpak en ruilde zijn afgedragen pet in voor een keurige hoed. Om in sjoel een positie te verkrijgen besloot hij zichzelf voor te doen als een kohen. Een kohen wordt als eerste bij de Thora-lezing opgeroepen en op de Jamiem Towiem, de Feestdagen, moet hij doechenen, voor de Heilige Arke staande de sjoel-bezoekers zegenen.

De eerste Jom Tov in de Nieuwe Wereld ging hij naar de Grote Synagoge. Toen de gabbe uitriep, voor de Thora-voorlezing, of er kohanim aanwezig waren stak Moisjele prompt en vol enthousiasme z’n hand op, werd als eerste opgeroepen en bij het Moesaf-gebed stond hij fier en trots voor de Heilige Arke om de gemeenschap te zegenen. Moisjele voelde zich ontzettend belangrijk, speciaal toen de goegemeente hem uitgebreid de hand kwam schudden om te bedanken. Hij voelde zich een ander mens, een rijk en belangrijk persoon.

Na afloop van de sjoeldienst ging iedereen naar de opperrabbijn om hem goed Jom Tov te wensen. Toen Moisjele de opperrabbijn de hand schudde keek die hem verbaasd aan en zei: “Moisjele! Jij bent toch Moisjele uit Wolosjene, ik herken je, ik woonde bij jou om de hoek. Wat geweldig om je hier te zien. Maar, wacht even, ik heb je vader goed gekend en zelfs je grootvader. Maar hoezo ben jij een kohen? Ik weet zeker dat je vader en grootvader dat niet waren!” Moisjele keek de opperrabbijn recht in de ogen en zei: “U hebt gelijk. Maar net zoals u in Wolosjene geen rabbijn was en hier zelfs opperrabbijn bent, precies zo ben ik nu kohen”.

Met deze anekdote werd maandag een besloten tweedaagse inspirerende conferentie geopend voor een dertigtal vooraanstaande bestuurders van Europese Joodse Gemeenten. Omdat ik chairman ben van het Committee Combatting Antisemitism van de EJA, de European Jewish Association, was ik ook uitgenodigd.  De rode draad was awareness, bewustwording van de gevaren van het opkomend antisemitisme en antizionisme. Experts uit Israël kwamen waarschuwen en reikten handvaten aan hoe fysiek om te gaan met de nieuwe werkelijkheid die intensieve beveiliging vereist. Maar, en dat was nog veel belangrijker, de alertheid werd geprikkeld en ieders plicht benadrukt om bescheidenheid aan de kant te zetten en vooraan te gaan staan in de strijd tegen het antisemitisme.

Ja, Am Jisraeel Chaj, het Joodse volk leeft en zal altijd overleven, maar wegkijken en achteroverleunen draagt daartoe niet bij! Met andere woorden: ieder moet zijn of haar verantwoordelijkheid nemen, ook als hij/zij denkt dat niet te kunnen. Aan misplaatste bescheidenheid hebben we even geen behoefte!

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 25 febr. 2024

Het was/is de laatste weken wel veel vliegen, want nadat ik maandag was teruggekomen uit Montreal vertrok ik donderdag in alle vroegte naar Wenen om vrijdagochtend om 8:30 uur weer terug te zijn op Schiphol.

Een van de zonen van Daniel van Praag trouwde daar in Wenen. Ik heb met Daniel zo’n twintig jaar samengewerkt in de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum.  Ook na mijn pensioen (helaas was er geen mogelijkheid om na mijn 65ste te blijven) hebben we nog regelmatig professioneel contact. Aanstaande week gaan we weer samen een Sinai-klusje proberen op te lossen.

Het was een geweldige chassene, een enorme simcha. Overigens ken ik ook de vader van de kalla via de RCE, Rabbinical Center of Europe, al vele jaren.

Mijn aanwezigheid werd zeer gewaardeerd door de familie van Praag en ook door hun tegenpartij.

Wat minder leuk was, was een twijfel-belediging die ik moest incasseren en verwerken. Bij het diner werd uiteraard veel gedanst en gezien ik me fit en vrolijk voel(de), bleef ik niet op mijn stoel zitten, danste mee en compenseerde hiermee ruimschoots mijn dagelijkse snel-wandeling. Nu vraagt u zich wellicht af of en wanneer ik mijn achterstallige slaap (vanwege mijn terugkomst uit Montreal) heb ingelopen. Ik weet dat zelf ook niet precies, maar wat me wel opviel was dat de vlucht van Amsterdam naar Wenen niet meer dan een kwartiertje duurde en de vlucht uit Montreal leek ook aanzienlijk korter dan de acht uur die ervoor stonden.

Maar terug naar de twijfel-belediging: een aantal gasten kwamen tijdens het diner naar me toe om me te complimenteren dat ik ‘ondanks mijn hoogbejaarde leeftijd’ danste als een jongeman. In eerste instantie voelde ik me gevleid, maar na enig denkwerk schrok ik en vroeg mezelf af of ik er dan inderdaad zo hoogbejaard uitzie…

 

Afgelopen sjabbat hadden we, naast de gebruikelijke wekelijkse gasten, de jongeman uit de USA die ik in Krakau had ontmoet. Hij was nog steeds zoekende naar de juiste manier van leven en kwam dus speciaal naar Nederland om met mij over zijn zoek-problematiek te spreken.

De Sidra van enige weken geleden heet Misjpatim. Misjpatim zijn de gewone wetten die alle landen en alle volkeren hebben. Wetten en regels die noodzakelijk zijn om als samenleving te functioneren. De Sidra Misjpatim komt direct nadat de Thora het geven van de Tien Geboden op de berg Sinai heeft beschreven. Ware het niet logischer geweest als we na de G’ddelijke openbaring op de berg Sinai, een grote en intense spirituele beleving, ons zouden bezighouden met de Joodse filosofie en mystiek? Waarom, direct na de G’ddelijke openbaring, staan in de Thora de gewone, bijna profane, begrijpelijke wetten, centraal? De reden, zo wordt uitgelegd: G’d wil van ons dat we juist ons Jood-zijn beleven in het gewone en alledaagse. Geen afzondering in spiritualiteit, niet de samenleving ontvluchten.

Een prima uitleg. Maar er klopt toch iets niet! Want als dat zo is, waarom worden tussen de rationele wetten in Misjpatim, ook wetten genoemd die helemaal niet logisch zijn, zoals bijvoorbeeld het verbod om melk en vlees tegelijkertijd te nuttigen? En waarom wordt er dan in diezelfde Sidra, aan het eind, gesproken over het geven van de Thora, een uiterst spiritueel gebeuren.

Het antwoord op deze vraag luidt: begrijpen en niet-begrijpen lopen in het leven door mekaar. De mens heeft wel en niet een vrije keus. Ons zijn hier op aarde is wel en niet te vatten. Rationeel moet er aan alles een begin en een eind zijn, maar tegelijkertijd begrijpen we dat oneindig zeker bestaat, maar vatten kunnen we het niet. Anders gezegd, probeerde ik onze gast uit de USA uit te leggen:

“Besef dat voordat je wilt proberen iets te begrijpen je er eerst van doordrongen moet zijn dat niet alles te snappen is. Als je dat weet, kun je beginnen te lernen.  Jij bent voortdurend zoekend naar allerlei waaromvragen. Je zwerft drie maanden door Europa op zoek naar antwoorden die je nooit zult krijgen. Accepteer dat niet alles te vatten is en als je dat hebt gedaan mag je alle vragen stellen, ook vragen die onbeantwoord zullen blijven…”

Ik denk dat, na de Krakau sjabbat en na het Nederlandse ontnuchterende weekend, onze zwevende en zwervende backpacker student de waarheid uiteindelijk heeft gevonden. Hij heeft nog even een selfie met mij gemaakt, ik van hem een fotootje met rugzak en toen heeft hij mij spontaan beloofd om zijn verdere leven met beide beentjes op de grond te blijven. Met  een tevreden glimlach heeft hij ons vanochtend verlaten, maar we blijven contact houden.

 

Woensdagavond in Amsterdam, bij de zeer drukbezochte sjiwwe van mevrouw Tugendhaft zl., heb ik eigenlijk in essentie hetzelfde gezegd. Na de hel van de concentratiekampen die ze wist te overleven, heeft ze met haar zorgzame echtgenoot Mattie, een gezin gesticht. Twee zonen en acht kleinkinderen hebben ze samen op deze vaak onbegrijpelijke wereld gezet. Hoe kon ze een normaal leven leiden na de hel van de vernietigingskampen? Het antwoord: ze weigerde om het onbegrijpelijke te willen begrijpen.

 

Oeps! Mijn dagboek is vandaag wel erg spiritueel. Binyomin, hoor ik me tegen mezelf zeggen, houdt het simpel. Maar, dacht ik toen, in de Sidra Misjpatim staan de rationele wetten en het irrationele naast en door mekaar. Dus af en toe een beetje filosofie, moet ook in mijn dagboek kunnen. Voorwaarde is wel: de juiste balans!

 

Nadat vanochtend, zondagochtend dus, een vrijwilliger bij mij thuis mijn Wifi-ontvangst is komen verbeteren met een paar technische snufjes en ik vanmiddag een Israëlische, jonge en beginnende rabbijn en zijn echtgenote heb ontmoet om te kijken of zij ergens in Europa zich verdienstelijk zouden kunnen maken, heb ik ingecheckt voor mijn vlucht, morgenmiddag, naar Rome. Neen, geen bezoek aan de Paus.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 21 febr. 2024

In mijn aanstaande column voor het papieren NIW ga ik in op de zegen en de vloek die social media kunnen brengen. Want het moge dan zo zijn dat als er twitter zou zijn geweest in de Shoa de wereld had kunnen vernemen over de vernietigingskampen, maar mijns inziens zou dat niet veel hebben uitgemaakt, want een berichtje over de gaskamers zou worden weggehoond door duizenden berichtjes die dat ene berichtje of die ene video naar het land der (bloed) sprookjes zouden verwijzen. Maar nog voordat mijn column in NIW 20 is verschenen, worden we naar aanleiding van 7 oktober overspoeld met “aanwijzingen en bewijzen” dat Israëlische soldaten zich schuldig maken aan martelingen van onschuldige Palestijnse gevangenen en verkrachting van Palestijnse vrouwen…

Mijn lieve moeder hield me altijd de uitdrukking voor dat “al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel…”. Waarmee ze me wilde bijbrengen, van kinds wijs af aan dat ik altijd de waarheid moest zeggen en nooit jokken. Mijn lieve moeder had en heeft gelijk: uiteindelijk drijft de waarheid boven! Het probleem is echter dat tot die waarheid is achterhaald er al heel veel schade door de leugen kan zijn aangericht.

Hoe we die schade kunnen voorkomen zou ik niet weten, maar het moge duidelijk zijn dat opvoeding hier een belangrijke rol speelt. Opvoeding en beïnvloeding van volwassenen, van studenten, maar ook van de jeugd in de prille kleuter en kinderjaren. Ik denk even aan de “zeer jonge jongen” die, zoals de Telegraaf hem betitelde, de hakenkruizen op de synagoge van Middelburg had gespoten. De indruk die dat artikel wekt is dat de bekladding dus nogal meeviel want het betrof niet een ouder persoon met een bepaalde achtergrond, maar “een zeer jonge jongen”. En daarom had rabbijn Jacobs gelijk toen hij zei dat hij zich niet kon voorstellen dat in Middelburg iemand zou wonen die bewust een hakenkruis wilde aanbrengen op de sjoeldeur.

Ik vind deze bemerking niet verstandig, want ik heb de beelden van het aanbrengen van het hakenkruis gezien en ik herken echt niet ‘een zeer jonge jongen’. De ‘zeer jonge jongen’ was naar mijn inschatting 1,80 m lang. Ik zag hem lopen met een hondje dat hij aan het uitlaten was. Hij stopt voor de sjoel, had kennelijk toevallig een spuitbus met verf bij zich en dacht toen als ‘zeer jong jongetje’ laat ik nou eens een hakenkruis op de deur van de synagoge spuiten.

We concentreren ons op onderwijs over de Holocaust aan middelbare scholieren en aan studenten op de universiteiten. Dat is uiteraard van zeer groot belang en uiterst noodzakelijk. Maar heropvoeding is lastig. Je krijgt er niet zomaar uit wat er jarenlang ingepompt is. Frapper toujours! Maar veel belangrijker is de opvoeding in de prille baby- en kleuterjaren. De kinderhoofdjes zijn nog leeg, ontvankelijk en onschuldig. Niet omdat de bekladder een ‘zeer jonge jongen’ is, valt het wel mee. Integendeel! De ‘zeer jonge jongen’ van nu, is de potentiële terrorist en moordenaar van morgen.

Het was maandagavond een heel fijne sjiwwe-bijeenkomst in de sjoel van Enschede, de sjoel van Leo Berg,  zijn sjoel. Voor zijn echtgenote Irene, de kinderen en kleinkinderen moet deze bijeenkomst een goed gevoel hebben gegeven, een stukje rust en dankbaarheid.

Omdat ik in Montreal geen uitzending-gemist kon zien op mijn computer, heb ik vandaag pas “Broertje is verdwaald” kunnen bekijken. Het broertje van Benoit Wesly en zijn drie zussen die grootgebracht zijn in de schaduw van broertje die in Auschwitz werd vermoord. Vader Wesly was na de oorlog en na het verlies van hun zoontje, niet meer dezelfde. Het hele gezin Wesly leefde en leeft nog steeds met hun verdwaalde broertje.

Ik brei een eind aan dit dagboek, ben nog niet echt uitgeslapen en moet morgenochtend, woensdag, mijn zoom-sjioer voor morgenmiddag voorbereiden, nadat ik eerst Leo van Doesburg heb mogen ontvangen. Hij is de Director for European Affairs for the European Christean Political Movement (ECPM) en ik had hem in de Tweede Kamer ontmoet bij de bijeenkomst over UNRWA. Hij wilde graag kennismaken en woont bij mij bijna om de hoek. Morgenavond naar Amsterdam voor de sjiwwe van Mevrouw Tugendhaft zl. en donderdagochtend vroeg op Schiphol. De zoon van Daniel van Praag,  met wie ik twintig jaar heb mogen samenwerken binnen de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum, trouwt in Wenen. En mede omdat ik ook weleens in een vliegtuig wil zitten, had ik besloten om daarheen te gaan. Vrijdag heel vroeg weer terug en vrijdagavond en sjabbath hebben we te gast de Amerikaanse student die ik in Krakau ontmoette en die in Europa op zoek was naar zijn identiteit of althans hoe met zijn identiteit om te gaan.

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 18 febr. 2024

Mijn computer geeft aan in de balk onderaan het scherm: -11 C en lichte sneeuw. U begrijpt dus dat ik waarschijnlijk niet in ons natte kikkerlandje ben. Klopt! Vandaag vliegen we terug naar Nederland na een kleine Montreal-week. Bar-Mitswa van de oudste zoon van onze jongste dochter.

Maar ja, afstanden bestaan niet echt meer, want de whatsappen en videoboodschappen vliegen letterlijk de hele wereld over. En dus kon ik, ondanks afwezigheid, gewoon mijn werk doen, mee vergaderen en e-mails die zich van afstanden niets aantrekken, gewoon beantwoorden. De twee whatsapps uit Nieuw-Zeeland getuigen hier wel van. Overigens interessant dat Nederlanders die zo ontzettend ver weg wonen, toch trouw mijn dagboek blijven volgen. Geeft me wel een goed gevoel (en dat kan ik af en toe erg goed gebruiken!). Maar ondanks de 24/6 bereikbaarheid hebben we toch ook een stukje vakantie genomen en genoten, zoals donderdag met de kleinkinderen naar Mount-Royal, een soort Amsterdamse Bos maar dan met bergen, heuvels, sneeuw en een paar sleeën.

Maar naast de mooie momenten waren twee van mijn goede vrienden en supporters redelijk teleurgesteld in mijn anti-van Agt column. Een van hen gaf mij aan dat als iemand anti-Israël is dat niet per definitie betekent dat hij antisemiet is. Klopt helemaal! Alleen het lastige is dat voor de overgrote meerderheid der Nederlanders Israël en Joden in elkaars verlengde liggen. Antisemitisme=Antizionisme! En als dat niet zo zou zijn: Waarom word ik dan na 7 oktober veel vaker nagescholden met “From the river to the sea…” ? Het lijkt me geen toeval! Maar toch ben ik me gaan verdiepen in Van Agt, omdat intelligente trouwe vrienden mijn mening, als zou hij een notoire antisemiet zijn, keihard naar het land der fabelen verwijzen.

Bij de kroning van koning Willem Alexander zat ik in dezelfde groep genodigden als Dries van Agt. Van Agt kwam naar mij toe, nam mijn hand en zei: “Beste opperrabbijn, ik ben geen antisemiet”. Het feit dat hij dat zegt kan duiden op het tegendeel. Maar het kan ook een hartenkreet zijn van iemand die zich meent te moeten verdedigen tegen onterechte veroordeling. Zijn inzet bijvoorbeeld voor de vrijlating van de Drie van Breda vond ik meer dan walgelijk. Maar maakt hem dat een notoire antisemiet?

Ik herinner mij een orthodox Joodse functionaris die regelmatig gevoelloze opmerkingen plaatste met diep gekwetste gemeenteleden als resultaat. Words can be killing! Het juiste woord op het juiste moment is daarentegen meer waard dan de inname in één keer van een weekdosering kalmeringstabletten. Deze functionaris had een blinde vlek voor gevoelens. Hij was dus niet echt schuldig, maar sukkelig. Gelukkig was hij geen echte rabbijn, anders had hij nog meer schade aangericht, want als een (opper)rabbijn de fout ingaat…

Van Agt, een briljante jurist en kamergeleerde, heeft heel wat schade aangericht, speciaal met de Drie van Breda. Maar toch is de Drie van Breda geen zwart-wit verhaal. Willy Lages- een van de Vier van Breda – was reeds door zijn voorganger, de Joodse minister Samkalden, naar huis gestuurd en Van Agt’s andere joodse voorganger, Karel Polak, had ook al bekend gemaakt voornemens te zijn op enig moment de overige drie als ongewenste vreemdelingen over de grens te willen zetten. Dit alles volgens het rechtsfilosofische principe dat een straf dient te worden beëindigd als hij geen redelijk doel meer dient.

Van Agt richtte met zijn Drie van Breda pijnlijke emotionele schade aan binnen de Joodse gemeenschap en in kringen van het voormalig verzet. Maar beschadigde hij doelbewust of was dit het gevolg van zijn gebrek aan gevoel voor gevoelens, gelijk die Joods orthodoxe functionaris?

Joodse intimi van Dries van Agt (h)erkennen zijn blinde vlek, maar ze geven aan dat ze honderd procent geloven dat hij geen antisemiet was! En dus weet ik het ook niet meer!

Wat ik wel weet is dat mijn fysieke afwezigheid in Nederland ertoe heeft geleid dat ik bij de lewaja van Leo Berg, een van de belangrijke leden van de Joodse Gemeente Twente, niet aanwezig kon zijn. Ja, Blouma en ik gaan bijna direct na aankomst, maandag rond het middaguur, naar Enschede waar een sjiwwe-bijeenkomst in de sjoel zal zijn. En toch voel ik me schuldig. Ik had er voor mijn gevoel fysiek toch moeten zijn.

Mijn schuldgevoel werd gecompenseerd door de opa van Offir, de Israëlische jongen die 18 was geworden tijdens zijn gevangenschap in Gaza. Ik mocht een schakeltje zijn in het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit zodat hij vanwege zijn NL-paspoort vrij zou kunnen komen. En dat lukte en uiteindelijk kon zijn Nederlandse opa hem geëmotioneerd in de armen sluiten. Via video-whatsapp bedankte opa mij voor mijn (piepkleine) bijdrage aan de bevrijding van zijn kleinzoon. Opa behoorde namelijk tot de groep Israëliërs die woensdag jl. aanwezig was in Den Haag bij het Vredespaleis om Hamas leiders veroordeeld te krijgen. Of dat zal lukken, betwijfel ik

De Bar-Mitswa was geweldig: wat een feest en wat zijn we trots op Sloimele. Hij hield een toespraak, heeft de hele Sidra in sjoel gelaajnd en een lang en moeilijk filosofische verhandeling helemaal uit zijn hoofd foutloos voorgedragen. Sloimele is vernoemd naar mijn vader, zijn overgrootvader, hetgeen een extra bijzonder gevoel gaf.

Blouma heeft al gepakt, mijn schoonzoon gaat zijn auto halen en dan rijden we richting het vliegveld. Einde vakantie!

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 14 febr. 2024

Hoewel ik geen groot krantenlezer ben, viel mijn oog op een interview in het ND (Nederlands Dagblad, voor krant-analfabeten) van 13 februari met Caspar Veldkamp, lid van de Tweede Kamer en voormalig ambassadeur der Nederlanden in Israël. De kop van het artikel luidde: “Ik zie grote misverstanden in debat over Israël”. Een genuanceerd verhaal met een genuanceerde kop. Die kop is essentieel omdat helaas de gemiddelde krant-lezende Nederlander niet verder komt dan de koppen. De kop van een ander artikel, naast het interview met Veldkamp, luidde “Winkeliers samen in actie tegen winkeldief”. Dat artikel beschrijft hoe de winkeliers in Hoog Catharijne lijden onder terreur, want zo klinkt het, van brutale ongeremde winkeldieven. Het gaat zelfs zo ver dat er toestemming is verkregen om beelden van de dieven/oproerkraaiers, zichtbaar op de vele camera’s, openbaar te maken.  

Ik plaats de twee koppen, die ogenschijnlijk geen causaal verband hebben, even naast elkaar: 1: “Ik zie grote misverstanden in debat over Israël” en 2: “Winkeliers samen in actie tegen winkeldief”. Er bestaat in het Hebreeuws een uitdrukking “hij die het begrijpt, begrijpt het”. Ik wil het bij deze uitdrukking laten en er geen woord meer aan toevoegen, en zeker geen “ja, maar”.

 

En nog nauwelijks klaar met bovenstaande cryptische verband, word ik gebeld door een journalist van het RD (Reformatorisch Dagblad voor, wederom, de krant-analfabeten) over de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat “België niet in overtreding was om de koosjere slacht te verbieden omdat hiermee de Vrijheid van godsdienst niet werd aangetast”. België mag zich van de EHRM baseren op het welzijn van dieren om daarmee in “bijna heel België” koosjer slachten te verbieden (kennelijk lijden beesten niet in heel België van het koosjere en halal slachten in dezelfde mate?!). Deze uitspraak heeft in principe voor ons land geen gevolgen omdat er in juni 2012 een ‘convenant on-bedwelmd slachten volgens religieuze riten’ van de Joodse en Islamitische gemeenschap met de Overheid werd gesloten en daaraan wordt gehouden. Overigens baseert de EHRM zich ook, naar hun eigen zeggen, op de “publieke moraal” waarbij een ontwikkeling te zien is met een richting die meer begrip heeft voor dierenleed. Het rekening houden met publieke moraal vind ik moeizaam. In de oorlog collaboreerde 5% met de nazi’s, 5% zat in het verzet en 90% vertoonde kuddegedrag. Die kudde keek niet uitsluitend de andere kant op, maar koos voor de makkelijkste weg. Dat was in de oorlog gewoon meedoen met de nazi’s, Joden verraden tegen aantrekkelijke beloning en hand en spandiensten verlenen aan de nazi’s, als dat beter uitkwam. Als we spreken over ingewikkelde kwesties als bijvoorbeeld euthanasie, voltooid leven, nu aangewakkerd door Van Agt, en het vluchtelingenbeleid dan zal ook 5% fanatiek gemotiveerd tegen zijn, 5% weer fanatiek gemotiveerd vóór en de meerderheid zal of vóór of tégen zijn (kuddegedrag vertonend) onder invloed van media, zonder eigenlijk precies te weten waarover het gaat. Met betrekking tot het koosjere slachten weet ik uit ervaring dat van de 90% een hoog percentage tegen onverdoofd slachten is, maar, bij navraag, niet weet wat de verdoving inhoudt en hoe koosjere slacht verloopt. Mijns inziens kan een rechtelijke uitspraak zich niet, ook niet gedeeltelijk, laten beïnvloeden door de “publieke moraal”. Om misverstand te voorkomen: ik beschuldig de EHRM zeker niet van antisemitisme en breng de 5%, 5% en 90% van de historicus Prof. Presser uitsluitend om kuddegedrag door de eeuwen heen aan te geven, omdat ik geloof dat het altijd zo gaat en waarbij het ook zomaar kan zijn dat de kudde, zonder feitelijke kennis van zaken, volgzaam de goede kant oploopt.

 

Verder waren de afgelopen dagen gewoon. De Amerikaanse student die zijn Joodse weg een beetje kwijt is, naar zijn zeggen, nu zoekend door Europa trekt en met wie ik in Krakau uitgebreid kennis heb gemaakt, komt volgende week het Sjabbat-weekend bij ons. Hij wil verder spreken over zijn levensvisie en antwoorden krijgen op vele vragen, die juist Krakau-Auschwitz bij hem opwierpen. Zo heeft die Krakau-Sjabbat voor mij (én voor hem) nog een spiritueel staartje gekregen en besef ik nu pas goed waarom ik voorafgaand aan de EJA-conferentie voor Europarlementariërs over antisemitisme, me heb laten overhalen om Sjabbat de gast te zijn van de rabbijn en de Joodse gemeenschap van Krakau. Kennelijk moest ik voor die Amerikaanse verdwaalde student en soort ANWB-richtingwijzer zijn.

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 11 febr. 2024

De Brith Milah in Lelystad ben ik nog steeds niet vergeten. Tsores moet je vergeten en simches koesteren. En dus hierbij nog een foto die me werd nagestuurd. Maar er waren de laatste dagen, zelfs vandaag, ook een paar mooie verrassingen.  Al enige jaren doe ik mee met de rubriek “Vraag het de rabbijn”. Het werkt als volgt:  mensen sturen via een link een vraag in en die wordt dan door de initiatiefnemer beoordeeld en indien goedgekeurd, ontvang ik hem. De vraag wordt niet doorgestuurd als de vraag geen vraag is maar zomaar iets onzinnigs. Ook een poging om mij te bekeren wordt niet doorgestuurd, want de initiatiefnemer van de site wil niet dat ik bekeerd word, want dan zit hij bij “Vraag het de rabbijn” zonder rabbijn en dus krijg ik vragen die rieken naar bekering nooit doorgestuurd.

Vandaag twee vragen van twee mensen die zich afvragen of ze Joods zijn. Beiden hebben vier Joodse grootouders, maar omdat hun ouders zich hebben laten dopen is hun door hun ouders verteld dat ze weliswaar van Joodse origine zijn, maar niet meer Joods. Ze zijn dus nu beiden op zoek naar hun (Joodse) identiteit en dus is er voor mij werk aan de Joodse winkel! Ik ben dan heel dankbaar dat ik wellicht voor beiden iets kan betekenen. Meer en meer komen dit soort vragen op me af, speciaal na de ramp van 7 oktober! Er wordt van mij wel zorgvuldigheid verlangd. Beiden zijn volledig niet-joods opgevoed, de een seculier en de ander christelijk. Uiteraard is mijn doel om ze met Yiddishkeit in contact te brengen, maar ik mag natuurlijk nooit als een olifant door de beruchte porseleinkast lopen. Het is een kwestie van uiterst zorgvuldig aftasten wat haalbaar is en vooral ook goed beseffen dat te hoog gegrepen alleen maar schade aanricht en dat mag nooit de bedoeling zijn.

Begin Juni wordt de jaarlijkse conferentie voor Jewish Leadership in Amsterdam gehouden  en hoewel ik bij deze organisatie slechts chairman of the Committee Combatting Antisemitism ben, wordt vanwege mijn Nederlanderschap wel een beroep op me gedaan om me actief met de voorbereidingen bezig te houden. En dat doe ik dan braaf, want zo zit ik in mekaar. Dus heb ik er weer wat werk bij.

Van Agt heeft besloten om onze aarde te verlaten. Mocht u hem beschuldigen van antisemitisme dan kan ik u geruststellen. Bij de kroning van koning Willem Alexander zaten wij in dezelfde groep en kwam hij naar mij toe, nam mijn hand en sprak tot mij: “Rabbijn Jacobs, ik ben geen antisemiet”. Dus mocht u twijfelen…

Vreugde en verdriet behoren beide tot het leven.

Rabbijn E.M. Maarsen is niet meer. Onder overweldigende belangstelling heeft gisteren zijn lewaja plaatsgevonden op Muiderberg. Maar voorafgaand aan Muiderberg werden er eerst treurtoespraken uitgesproken in Ter Kleef om vervolgens via de RAS, zijn geliefde sjoel, naar Muiderberg te rijden.

Ik overdrijf niet als ik zeg dat rabbijn Maarsen het hart was van traditioneel Joods Nederland. Een hart is weliswaar niet zichtbaar, maar verzorgt wel de essentiële bloedcirculatie. Hij was de rechterhand van opperrabbijn Just, van opperrabbijn Schuster en van vele rabbijnen en bestuurders die bij hem aanklopten. Een van die rabbijnen was ik. Regelmatig mocht ik hem spreken en gaf hij mij wijze en realistische adviezen. Een door en door bescheiden Mensch met grote Joodse kennis, speciaal op het gebied van kasjroet, maar bovenal een G’dvrezende persoonlijkheid waardoor in het buitenland de naam Maarsen garant stond voor de betrouwbaarheid van het kasjroet van het Opperrabbinaat voor Nederland.

Maar ook was hij een realist die oog had voor de problematiek waarmee Joods Nederland na de oorlog werd geconfronteerd, op rabbinaal en op bestuurlijk gebied. En juist door die realistische blik begreep hij dat het Nederlandse Jodendom van voor de oorlog zoveel mogelijk bewaard moest worden, maar besefte dat ook voor andere geïmporteerde benaderingen plaats moest worden gemaakt.

Hij heeft dit aardse bestaan verlaten uitgaande sjabbat Misjpatim en ingaande de week waarin de Sidra Teroema centraal staat. Misjpatim staat voor rechtvaardigheid en Teroema voor schenken.

Precies een week voor zijn overlijden was hij in zijn geliefde RAS-sjoel bij het Hans Bloemendal chazzanoet-concert. Ik zag zijn ontroering toen, geflankeerd door zijn echtgenote, zijn achterkleinzoon onder luid applaus zijn vocale bijdrage leverde.

Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het eeuwige leven…

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 7 februari 2024

De hakenkruizen op de vriendelijke totaal onschuldige synagoge van Middelburg hebben mij afgelopen dagen beziggehouden. Duidelijk is dat het niet toevallig een voorbijganger was die plotseling dacht “ik heb even niets te doen dus laat ik maar een hakenkruis aanbrengen” en toevallig had hij een spuitbus bij zich en wederom zeer toevallig stond hij net voor de synagoge van Middelburg. Maar of de bekladder extreemrechts is of extreem-links, gewoon extreem sukkelig of product van een moeizame opvoeding, is momenteel nog niet bekend en dus moeten we oppassen met het trekken van conclusies.  Maar hoe je het ook draait, wendt of keert, de bekladding is niet goed, maar heeft toch ook iets moois opgeleverd: een zee aan bloemen.

Maar, pas op! Want zeker is het fantastisch dat zovelen spontaan naar de Herenstraat zijn getogen om de Joodse Gemeenschap in Middelburg te bemoedigen, maar als ik goed kijk vraag ik me toch af of er inderdaad sprake is van een ‘zee’ of slechts van een klein meertje…

Bloemen waren er ook zondagavond bij het schitterende concert ter nagedachtenis aan chazan Hans Bloemendal in de RAS-sjoel in Amsterdam. Hoewel ik me aanvankelijk niet had opgegeven om te gaan, werd ik door zijn weduwe benaderd die me bijna smeekte om te komen. En dus ben ik gezwicht, zonder daarvan ook maar een greintje spijt te hebben gehad. Ik moest tijdens het concert terugdenken aan de jaarlijkse sjabbaton voor jonge gezinnen met kinderen, meer dan veertig jaar geleden. Prof. en mevrouw Bloemendal waren diverse keren mee om het weekend luister bij te zetten. Maar u zult het bijna niet geloven, bij deze weekenden, zo realiseer ik me nu, was er nooit beveiliging aanwezig. Toen de groep Paul Stoppelman, het begin van de huidige Bij Leven en Welzijn (BLeW), zijn eerste babypasjes maakte, werden ze door velen voor gek versleten. Ik was een van de groep, trainde met ze mee, maar om te voorkomen dat men mij zou degraderen tot een rabbinale cowboy, moest ik mijn verbintenis bijna angstvallig geheimhouden. Dat was toen. Heden een Joodse activiteit organiseren zonder beveiliging is roekeloos en onverantwoord, helaas.

En toch moeten we verder: Am Jisraeel Chaj. Ook als Joodse gemeenschap in Nederland leven we en zullen we overleven, hoe irrealistisch het ook moge klinken. En als we over enige maanden weer aan de Seidertafel zitten om de Uittocht uit Egypte te herdenken zullen we weer vier bekers rode wijn drinken, teken van vrijheid en overleven. Bij voorkeur overigens rode wijn om te laten zien dat het bloedsprookje dat Joden christen-kindertjes doden om hun bloed te gebruiken voor het bakken van de matzes, ons niet benauwt, we lappen het aan onze Joodse laars en weigeren om veiligheidsredenen witte wijn te gaan gebruiken. Maar, hoor ik u denken, bloedsprookjes bestaan toch niet meer! Sorry,  bij bosjes wordt geloofd dat Joden corona hebben veroorzaakt om vervolgens schatrijk te worden aan het door Joden gefabriceerde vaccin. En nog recentelijk heeft de NOS Israël beschuldigd van handel in organen van gedode Palestijnen.

Gelijk voor de synagoge van Middelburg het hakenkruis inmiddels niet meer zichtbaar is, zijn de bloemen er nog steeds en worden er nog dagelijks nieuwe bloemen neergelegd. Met mij vergaat het in zekere zin ook zo. Want naast de negatieve zorgen, heb ik ook de laatste dagen bloemen mogen ontvangen, letterlijk (net 75 geworden!), maar vooral figuurlijk in de vorm van een bezoek bij mij thuis van Mirjam Bikker, de nieuwe fractievoorzitter van de CU in de Tweede Kamer, een bijzondere ontmoeting in Den Haag en een Brit Milah, besnijdenis, van een achterkleinzoontje, niet in Jeruzalem, maar in Lelystad.

Het vertrek van Gert-Jan Segers als fractievoorzitter van ChristenUnie was natuurlijk verre van leuk. Een vriend van Israël en strijder tegen antisemitisme weg uit de politiek! Maar Segers moge dan van het politieke toneel te zijn verdwenen, als vriend van Israël en van mij zal hij blijven, heeft hij mij verzekerd. Maar toch… Maar dat maar-toch-gevoel was volledig verdwenen na het bezoek van Bikker. Aan haar loyaliteit naar de Joodse gemeenschap, haar strijdlustigheid tegen antisemitisme en haar liefde voor Israël bestaan na onze officiële kennismaking geen twijfels meer. Mirjam: dank voor onze ontmoeting (en voor de twee schattige bloemstukjes).

En toen de ontmoeting in de Tweede Kamer:

Geachte heer Jacobs, beste opperrabbijn,

Naar aanleiding van het bezoek van Knesset-lid Sharren Haskel en IAF President Josh Reinstein aan de Nederlandse Tweede Kamer op 7 februari, nodigen wij, ChristenUnie en SGP, u van harte uit voor een bijeenkomst over de rol van de UNRWA in het Israëlisch-Hamas conflict van 10:00 tot 11:00u in de van Mierlozaal. Naast haar functie als lid van de Knesset, bekleedt Sharren Haskel ook de positie van voorzitter van de Knesset Christian Allies Caucus (KCAC). De KCAC is een parlementaire groep bestaande uit 18 Knesset-leden van 6 verschillende politieke partijen. De KCAC is verbonden met het internationale netwerk van de Israël Allies Foundation, een wereldwijd netwerk van politici.

Don Ceder (CU) kwam na afloop naar me toe om op te merken dat dit de eerste keer was dat hij mij ontmoette en ik geen toespraak hield of anderzijds mijn stem liet horen. Klopte helemaal! Ik heb een uur lang aandachtig, verbaasd en geschrokken geluisterd naar de feiten rondom UNRWA. Hoe is het mogelijk dat een afdeling van de VN zo door en door crimineel, antisemitisch en verrot is. Hoe is het mogelijk dat mijn Nederland, dat 80% van mij familie liet vermoorden, de grootste Europese financiële ondersteuner is van deze terroristische club.

Het was maar goed dat ik na Den Haag meteen kon doorrijden naar Lelystad waar de Brit Mila, de besnijdenis, van een achterkleinzoon plaatsvond. Zijn ouders, onze kleindochter en (aangetrouwde) kleinzoon zijn enige jaren geleden neergestreken in Lelystad om daar, bijna vanuit het niets, de daar woonachtige Joden bijeen te brengen en een Joodse Gemeente op te bouwen. Het vergt tijd en geduld, maar als ik het zo bekijk geldt zelfs in Lelystad: Am Jisraeel Chaj. Die Brit Mila werkte voor mij als de bloemen in Middelburg en maakte mijn dag toch nog goed!

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 4-2-2024

Het was een heel fijne sjabbat. Een erg goede opkomst in sjoel. De nieuwe voorganger, Shaja Groenewoudt, zoon van mijn Amsterdamse collega, voelt zich al helemaal thuis, ik hoor alleen maar positieve geluiden uit de kehilla over zijn functioneren en de goegemeente blijft langer en langer aanwezig bij de kiddoesj na afloop, een goed teken. Hoewel ik niet iedere sjoelbezoeker ervan verdenk dat hij met volledige devotie alle gebeden in sjoel volgt, zingt iedereen luidkeels en vol overgave mee of luistert aandachtig als het gebed voor de Staat Israël en voor het welzijn van onze soldaten wordt uitgesproken. Ik schrijf bewust ‘onze’ soldaten omdat meer en meer bij ons, Nederlandse Joden, gevoeld wordt dat als ik hier in Nederland niet meer kan blijven, de grens van het Heilige Land voor ons openstaat. Mijn ouders, denk ik dan, konden in de jaren ’40-’45 geen kant op. Nergens waren ze welkom. Wat dankbaar moet ik zijn dat Israël bestaat.

Maar globaal gesproken gaat het natuurlijk niet goed met Israël-Gaza en met de gijzelaars.

Als Joseph, de onderkoning van Egypte, zich uiteindelijk bekend maakt aan zijn broers en hij zegt dat hij hun verloren broer Joseph is, vraagt hij hen “leeft onze vader nog?”. Erg vreemd, want hij had al meerdere keren te horen gekregen dat vader Jacob nog in leven is, dus waarom nogmaals die vraag? Een van de antwoorden hierop is dat Joseph inmiddels natuurlijk wist dat zijn vader Jacob nog leefde, maar hij vroeg niet naar het fysieke leven van zijn vader, maar naar zijn geestelijke gezondheidstoestand. Tweeëntwintig jaar lang had Jacob in spanning gezeten, tweeëntwintig jaar had hij psychisch zwaar geleden. En dus vroeg Joseph aan zijn broers: ja, ik weet dat onze vader nog fysiek in leven is, maar heeft onze vader ook geestelijk de kracht gehad om te overleven of is hij een wrak vanwege de onzekerheid en de spanning omdat hij niet wist of ik, zijn zoon Joseph, nog in leven was en zo ja, hoe mijn geestelijke en lichamelijke toestand zou zijn.

Dagelijks zijn we bezig met de situatie in Israël-Gaza. Constant zijn onze gedachten bij de gijzelaars. Natuurlijk doet Israël alles wat in haar macht ligt om de gijzelaars te bevrijden, maar tegelijkertijd mogen ze niet hierdoor Israël in een onaanvaardbare levensgevaarlijke situatie loodsen.  En vanzelfsprekend hunkeren familieleden naar de bevrijding van hun geliefden, onvoorwaardelijk. Maar zijn ze nog in leven? En als ze nog in leven zijn… De spanning die aartsvader Jacob moet hebben gehad, de knagende onzekerheid. Een ding is voor mij duidelijk: wij kunnen en mogen niet oordelen. Niet over de familieleden van de gegijzelden en niet over de beslissingen van de Israëlische Overheid. En nu de rol van de Verenigde Naties steeds duidelijker is, wordt het al helemaal onmogelijk om vanuit onze luie stoel Israël te ver- of beoordelen. Een eerlijke journalist zal dit moeten erkennen. Ik ben fanatiek voor de vrijheid van pers. Journalisten hebben een mega belangrijke taak. Dankzij de journalistiek is nu het ware verderfelijke karakter van de UNRWA zichtbaar aan het worden. Maar journalisten worden ook geacht verslagen en artikelen aan te leveren die de krant doet verkopen. De eigenaar van de krant is vaak als een handelaar in bedrukt papier. Hoe meer papier wordt verkocht… Dat daarbij de waarheid soms tekort wordt gedaan zal de handelaar vaak een niet-koosjere worst wezen.

 

Maar, zo vroeg ik mezelf af, ben ik wel goed bezig. Ook ik zie graag dat mijn dagboeken worden gelezen en ook ik wil dat er met aandacht naar mijn toespraken en voordrachten wordt geluisterd. Maar omdat mijn lezers en toehoorders van mij een pro-Israël geluid willen horen word ik misschien daardoor (ver)blind voor eventuele gerechtvaardigde kritiek op Netanyahu en zijn regering.

 

De zich Interprovinciaal Opperrabbijn noemende Binyomin Jacobs is weinig meer dan een in het zwart geklede opperzionist, die zichzelf zonder voorbehoud als boegbeeld heeft uitgeleverd aan de Christenen voor Israël en daarmee de ultieme verrader is van het Judaïsme. Een vergelijking met de rattenvanger van Hamelen dringt zich op. Jacobs stelt zonder enig voorbehoud antizionisme één op één gelijk aan antisemitisme. Ondanks , nee, mede dankzij deze denkzwakte heeft hij met regelmaat een column in het NIW.”

 

In de Joodse filosofie wordt uiteengezet dat als iemand geen tegenwerking krijg en er nooit aanvallen zijn op zijn functioneren, hij zich mag afvragen of hij wel goed bezig is.

Als hij echter fel wordt bekritiseerd, is dat een goed teken. De Satan komt als het ware in opstand. Na bovenstaande citaat op een website, die ik niet de eer geef om in mijn dagboek met naam en toenaam te vermelden, wist ik het: Binyomin, je bent goed bezig want je krijgt sterke, ongenuanceerde en onbeschofte kritiek uit een zich pro-Israël noemend anti-Israël clubje. En dus: vooral gewoon doorgaan!

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

 

 Dagboek van de Opperrabbijn 28 jan. 2024

Het waren best fijne en succesvolle dagen. Toebisjwat, het nieuwjaarsfeest der bomen, was ik

’s avonds in Breda. De voornaamste reden van mijn bezoek was een gesprek met het bestuur. Kijken waar er kan worden samengewerkt met andere Joodse NIK-Gemeenten in Brabant zodat Simcha Steinberg de rabbijn kan zijn van heel Brabant en dus niet alleen van Eindhoven. Nou kan dat nog een uitdaging worden, want heel Brabant behoort tot het ressort Mediene, maar Breda valt onder een ander ressortale regering, namelijk die van Nederland Midden. Het is wat het is en als opperrabbijn dien ik me niet met bestuurlijke aangelegenheden te bemoeien, maar ik vond, vind en zal vinden dat we in Joods Nederland in feite één bestuur zouden moeten hebben en één ressort. Alles bij elkaar heeft Joods Nederland de bestuurlijke en rabbinale constructie die past bij een Staat als New York, maar het ledental evenaart niet de grootte van een Small Community in Engeland. De ontmoeting met het bestuur was trouwens erg fijn. Maar voorafgaande aan het bestuurlijke gesprek mocht ik een lezing geven over, ja u raadt het, Toebisjwat. Of ik inderdaad nog iets over Toebisjwat heb gezegd herinner ik me niet meer, maar het was een non-stop leeravond van 19:45 tot 21:15 uur.  Ik heb er erg van genoten. Een fantastisch luisterend en vragen stellend publiek. Ik had het gevoel dat de klok minstens tien jaar was teruggezet want ik herinnerde me de vaste lern-avonden die ik gaf in Breda. Het was dus goed en werd door alle deelnemers als goed beleefd.

De vrijdagavond en de hele sjabbat was ook een en al geslaagd en vol. Van alle Amersfoortse kanten hoor ik dat de laatste tijd de sjoel veel vriendelijker is geworden en de sfeer erg warm. Leuk om dat te mogen beleven op mijn oude dag. Oude dag, ja, oude dag. Want weer werd ik nagescholden door twee jongetjes die meenden luid en duidelijk te moeten schreeuwen dat ik een oude opa ben en dat ik bovendien erg gevaarlijk ben.  Uiteindelijk holden ze weg, maar kwam een ander jongetje, die een paar jaar ouder oogde, naar me toe om excuus aan te bieden voor het wangedrag van zijn kleinere vriendjes. Dit was wel een uniek scheldpartijtje want de jongetjes waren van Nederlandse afkomst en bovendien weerklonk er geen Jood of, zoals vandaag de dag gebruikelijk, Jehoed!

 

En toen was het zondag. Nog maar net op vernam ik uit de Telegraaf dat de Hogeschool Utrecht besloten had om een serie van acht lezingen over de Holocaust af te gelasten omdat, ik geef het even weer in mijn eigen woorden, “de brute moord op zes miljoen Joden vanwege 7 oktober 2023 meer nuance behoeft en dus kennelijk minder zwart-wit is dan het oorspronkelijk oogde. Wat de Hogeschool Utrecht hiermee precies bedoelde is me niet geheel duidelijk, maar ja, denk ik dan, ik heb ook geen Hoge School Utrecht doorlopen! Vanuit de auto op weg naar de Nationale Auschwitz Herdenking in Amsterdam, was ik druk in contact met Silvan Schoonhoven, de journalist van de Telegraaf. En dus verscheen ook mijn mening online en waarschijnlijk dadelijk ook in de papieren editie.

De Auschwitz herdenking was anders dan andere jaren. De Utrechtse Hogeschool en het zwaar opkomend antisemitisme voerde de boventoon. Onze premier, Mark Rutte, gaf in niet mis te verstane woorden zijn visie op het hedendaagse antisemitisme. Bij de voorontvangst heb ik een flink aantal politieke bobo’s ontmoet en contacten gelegd. Yanki, de studentenrabbijn en zijn vader, dat ben ik dus, hebben in dat half uurtje ontvangst, heel wat af-genetwerkt. En toen moest ik ijlings naar Ede racen voor de jaarlijkse herdenking van de 168 Joden die uit Ede werden weggevoerd, zoals we dat zo steriel benoemen. Ik kwam dus net iets te laat. Schuldig was het Zigeunerorkest in Amsterdam. Ze speelden schitterend en ik ben al jaren een fan van Zigeunermuziek, maar op een gegeven moment ging er toch iets mis. Gelijk een barst in een grammofoonplaat zorgt voor een voortdurende herhaling, zo ook hier. De warme zigeunermelodie bleef zich maar herhalen. Bij navraag achteraf bleek dat de zigeuners slechts drie minuten hadden mogen spelen en niet zeven. En die vier minuten te veel veroorzaakten bij mij vier minuten te late aankomst in Ede. Dus toen ik te laat arriveerde waren ze al begonnen, maar nog niet zo lang. Ik geloof dat de Utrechtse Hogeschool Ede nog niet had bereikt en dus ging mijn toespraak over het hedendaagse antisemitisme gekoppeld aan de HU. Voor mijn eigen gevoel was mijn toespraak verre van een topper. Maar de aanwezigen waren, na afloop in het Stadhuis van Ede, mij aan het overstelpen met complimenten. Ik hoop, zo gaf ik aan in mijn toespraak, dat de herdenking c.q. waarschuwing verder zal reiken dan het uurtje herdenken bij het monument-Ede.

Mijn gedachten dwaalden van de concentratiekampen van de jaren ’40-’45, naar de gegijzelden in Gaza. Komen ze ooit vrij?  En zo ja, hoe zal hun (geestelijke) gezondheid zijn?

En, dacht ik ook nog, toch wel fijn dat de Hogeschool Utrecht zijn lessen over de Holocaust heeft stopgezet en hiermee onbedoeld de schijnwerpers op de essentie van educatie heeft geplaatst.

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 24 januari 2024

Chief Rabbi Binyomin Jacobs is reciting the Kaddish Prayer during the Memorial Ceremony at Birkenau Camp as part of the EJA conference in Oswiecim, Poland, on January 23. The European Jewish Association organized a conference in Krakow on January 22-23 in observance of International Holocaust Remembrance Day, titled ‘Never Again: Lip Service or Deep Commitment?’ The conference addresses the issue of rising anti-Semitism since October 7 and the conflict in Palestine. On the second day, delegations are visiting the Auschwitz Concentration Camp for a memorial ceremony. (Photo by Klaudia Radecka/NurPhoto) (Photo by Klaudia Radecka / NurPhoto / NurPhoto via AFP)

Dit keer ga ik slechts één enkel onderwerp brengen: de conferentie van de EJA -European Jewish Association – die plaatsvond in Krakau en in Auschwitz-Birkenau. Meer dan 250 Europese politici en leiders van Joodse gemeenschappen namen deel aan deze tot in de perfectie georganiseerde happening. Er heerste een harde consensus ten aanzien van Nie Wieder-Never Again, maar dan wel: Never Again NOW. Een briljante voordracht van de voormalige president van Israël Mr. Reuven Rivlin, die ik overigens heb gemist. Hoe ik dan weet dat die voordracht zo indrukwekkend was? Heeft Blouma me verteld, want ik stond in de gang. Uitleg: nadat ik zelf in een panel had gezeten en mijn zegje had gedaan, moest ik een binnengekomen telefoontje beantwoorden. Ik dus netjes de zaal uit om niemand te storen en na het telefoontje beantwoord te hebben werd ik benaderd door een journalist voor een kort interview voor de Tsjechische televisie. In die gang stonden dus de hele dag door allerlei journalisten voorzien van camera’s, microfoons, belichting en opnameapparatuur. Zo werd ik dus drie interviews rijker, maar miste ik drie (delen van) toespraken, waaronder die van Rivlin. Toch was ik dankbaar voor die interviews omdat ik dan voor mijn gevoel actief heb mogen bijdragen aan het doel van de conferentie: waarschuwen tegen het antisemitisme dat zich met een gigantische snelheid aan het verspreiden is. Alle aanwezigen deelden dezelfde zorg, maar de conferentie was eigenlijk meer bedoeld voor de horden die niet aanwezig waren.

Ik wilde dus eigenlijk alleen verslag doen van de conferentie in Krakau-Auschwitz, maar nog nauwelijks thuisgekomen ontvang ik een whatsapp uit Putten, de plaats waar ik enige weken geleden mijn solidariteit heb getoond vanwege de bekladding van hun herdenkingsplek waar de 659 mannen worden herdacht die in oktober 1944, als represaille voor een aanslag door het verzet, door de Nazi’s werden opgepakt en in concentratiekampen werden vermoord.  Dit doet u en ons erg veel pijn. Vandaag staat er een artikel in het RD. Laten wij deze zaak in het gebed brengen. Omdat ik dus vijf dagen weg was geweest en geen nieuws had gevolgd, had de aanleiding tot deze whatsapp mij niet bereikt. Op vier plaatsen in Putten werden anti-Israël bekladdingen geplaatst. Tijdens de conferentie kwam een rabbijn naar mij toe om mij te vertellen dat hij tien jaar geleden dacht dat ik aan het dementeren was omdat ik toen, bij een rabbijnen conferentie, had aangegeven dat hoewel antisemitisme niet zichtbaar is wij niet klakkeloos mogen aannemen dat de onzichtbaarheid impliceert dat antisemitisme nu voorgoed niet meer bestaat. Nie Wieder, heb ik toen gezegd, is een bede, een wens, maar geen feit. Helaas had ik dus toen gelijk. En dus? Wel gelijk, niet gelijk: het moet bestreden worden en de wereld dient te beseffen dat antisemitisme veel breder reikt dan alleen de Joden en Israël. Daarom was deze conferentie van essentieel belang. Maar, zo heb ik gezegd voordat ik het kaddisj-gebed in Auschwitz mocht uitspreken, ik verwacht dat alle aanwezige politici niet, eenmaal thuisgekomen, het gevoel hebben dat de conferentie achter hen ligt. Alle deelnemers dienen ambassadeurs te worden van het Nie Wieder – Never Again. En waar maar mogelijk te vertellen dat het Again NU is.

Ondertussen heb ik een klacht ingediend bij KLM. Wat was er gebeurd? Vrijdag jl., voor de vlucht Amsterdam-Krakau, bleek Blouma’s vlucht gecanceld. Niemand wist waarom en door wie. Het nam meer dan een uur om haar van een nieuw (gratis) ticket te voorzien. Wat leren we hieruit: vlieg niet op vrijdag te dicht voor het begin van de sjabbat, want de volgende vlucht, als ik de eerste niet zou halen, zou na het begin van sjabbat aankomen. KLM gaat uitzoeken wat hier mis is gegaan. En toch blijf ik een KLM-fan want: toen ik de avond voorafgaande aan mijn vrijdagochtend-vlucht KLM vroeg wat er zou gebeuren als mijn vlucht wegens weersomstandigheden zou worden geannuleerd, kreeg ik als antwoord dat ik dan op de volgende vlucht zou worden omgeboekt. Maar, gaf ik aan, dat kan niet, want dan vlieg ik op sjabbat. Maakt u zich geen zorgen, werd mij geantwoord, dan boeken wij u toch op een zondag-vlucht! Mede daarom blijf ik bij KLM. Ik had even het fijne gevoel dat er ook geen antisemitisme bestaat!

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl

 

RSS
Follow by Email