Bezoek de Orthodox Joodse Coronawijk in Antwerpen – Dagboek van een opperrabbijn

Mijn vraag voor advies inzake wel/niet naar buiten treden met bedreiging en antisemitische bejegening levert nog steeds reacties op. Interessant is dat alle reacties warmte en oprechtheid uitstralen. Ik heb alle e-mails gelezen, maar het lukt me niet om iedereen persoonlijk te bedanken. Dus bij deze: dank, dank, dank!

Overigens was er slechts één e-mail die in bedekte termen en zichzelf bij voorbaat excuserend aangaf: ‘Erken het Nieuwe Testament en dan is het antisemitisme de wereld uit.’ Hoewel ik natuurlijk anti-bekering ben en het absoluut niet waardeer, kan ik het wel begrijpen. Mijn oog viel op een artikel in het RD met de titel ‘ophef in Israël om schoolmateriaal’. Volgens het RD heerste er verontwaardiging bij twee religieuze organisaties in Israël omdat er op de website van het Ministerie van Onderwijs naar filmpjes met Bijbelverhalen van het Israëlisch (christelijk) Bijbelgenootschap werd verwezen.

Dit artikel zette mij aan het denken, juist omdat ik in deze meditatie periode (een andere benaming voor coronatijd!) een dagboek schrijf dat ook door veel christenen wordt gelezen. Ik heb het makkelijk als Jood omdat voor mij de niet-jood helemaal geen verplichting heeft om Joods te worden. Voor het Jodendom geldt dat Jodendom er is voor Joden. Niet-Joden kunnen toetreden tot het Jodendom als ze dat willen uit religieuze overtuiging, maar dat wordt volstrekt niet aangemoedigd, sterker nog: het wordt ontmoedigd. Maar laten we dit onderwerp hier niet gaan bespreken. Te gecompliceerd.

Wat ons allen, Joden en gelovige niet-joden, wel in gemeenschappelijkheid verbindt en ons ook hopelijk raakt, is de vraag: wat vertel ik mijn kinderen over onderwerpen die niet de mijne zijn, maar die ze wel behoren te kennen. Ik denk aan kennis van de evolutietheorie, seksualiteit, andere religies. Laten we even niet kijken naar de wettelijke verplichting maar zuiver naar de religieuze en ethische vraag: wat vertel ik mijn kinderen wel of niet over wetenschappelijke visies, over andere godsdiensten of over leefwijzen die niet stroken met mijn godsdienst of levensvisie. Het meest simpele antwoord is dat ik ze geen onderricht geef over visies waarmee ik het oneens ben. Maar werkt dat? Zal een kind dat uiteindelijk accepteren? Maak ik mijn kind dan niet juist kwetsbaar?

Mijns inziens is het van belang dat onze jeugd weerbaar is en ze dus om kunnen gaan met geestelijke bedreigingen waarmee ze op hun levensweg geconfronteerd zullen worden. Het is zinloos om het bestaan van Facebook te verzwijgen. Het kan schadelijk zijn als het kind alleen zijn eigen godsdienst kent en niet weet dat er mensen zijn die de Eeuwige op een andere manier dienen. Het kan gevaarlijk zijn als een kind vandaag de dag niets weet over drugs, seksualiteit, ontucht en verboden relaties. En dus denk ik dat ieder kind over een brede en veelzijdige kennis moet beschikken.

De hamvraag (excuus voor deze niet-koosjere benaming) is echter niet wat het kind onderwezen krijgt, maar hoe en door wie. Zegt de leraar aan de kinderen: er zijn mensen die zeggen dat er een God bestaat en die beweren dat de Bijbel Zijn woord is. Of spreekt de leraar over God en Zijn Bijbel? Hetzelfde ten aanzien van de Evolutie Theorie. Wordt die gebracht als een wetenschappelijke waarheid of brengt de docent de theorie en legt uit dat deze theorie gebaseerd is op een hypothese die slechts een veronderstelling is?

Voordat het Joodse Volk veertig jaar na de Uittocht uit Egypte het land Israël binnentrok, heeft Mozes in opdracht van G’d de Thora in zeventig talen aan de goegemeente verteld. Als eeuwen later de Thora in opdracht van een Griekse koning wordt vertaald in het Grieks, geeft de Talmoed aan dat op de dag dat de vertaling voltooid was, er een duisternis viel over de wereld. Waarom heerste er duisternis na de vertaling van de grote Joodse Geleerden en waarom was er na de vertaling van Mozes licht? Waar ligt het verschil? Vertaling is toch vertaling? Inderdaad: vertaling is vertaling. Maar het verschil zit hem in de opdrachtgever. Mozes vertaalde in opdracht van G’d. Eeuwen later vertaalden Joodse Geleerden in opdracht van een Griekse afgoden dienende Keizer.

Ik wil dat mijn kinderen zo breed mogelijk kennis krijgen van wat er te koop is in de wereld, maar essentieel is en blijft: wie gaat ze die kennis overbrengen en hoe wordt die kennis gepresenteerd? De leerlingen van Aristoteles troffen eens hun leermeester in een situatie die geheel niet overeenkwam met zijn ethische lessen. Toen zijn leerlingen hem hiermee confronteerden en hem wezen op de discrepantie tussen zijn zedenleer en zijn gedrag, antwoordde Aristoteles: toen was ik Aristoteles niet!

We hebben vandaag gewandeld en zijn op bezoek geweest bij onze zoon en zijn gezin in hun vakantiehuis. Morgen gaan ze terug naar Londen. Ook was ik begonnen aan mijn toespraak voor Herdenking Razzia Twente. Ik dacht dat die woensdag a.s. zou plaatsvinden. Foutje van mijn elektronische agenda. Is pas op 10 september! Terwijl ik aan het nadenken was hoe een waarschuwing tegen opkomend antisemitisme in mijn toespraak te verwoorden, ontving ik onderstaande cartoon die op 14 aug. 2020 (niet 1938 of 1940!) in de grootste Franstalige Belgische krant heeft gestaan:

Bezoek Antwerpen. Na de dierentuin gaan wij het coronavirusdorp bezoeken. De begeleidende tekst luidde: Le foyer du Covid-19 ne peut qu’être Juif. Vertaling voor het geval uw Frans niet (meer) optimaal is: de uitbraak van Covid-19 kan alleen Joods zijn.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *