Beste Philip, voorzitter van de Joodse Gemeente Breda, Dagboek van een Opperrabbijn 13 december 2020

Ik ben wel een beetje boos. Een beetje maar natuurlijk, want boos worden op Philip Soesan kan niet zo makkelijk, want daarvoor ben je veel te beleefd en te vriendelijk. We hebben gedurende de twintig jaar veelvuldig contact gehad en vaak heb je mij vragen voorgelegd, maar de vraag of ik akkoord ben dat je je voorzitterschap van nog maar twintig jaar gaat neerleggen, heb ik (nog) niet voorgelegd gekregen. Het antwoord zou zijn: zeker niet! Maar je hebt me niets gevraagd en dus heb ik het maar te accepteren, helaas!

Philip, weet dat ik je erg bewonder en heel veel van je heb geleerd. Waarop ik doel? Als baby de oorlog te hebben overleefd, nooit je ouders gekend te hebben, pas op latere leeftijd, toen je zelf al met Els was getrouwd en zelf al vader was, voor het eerst een foto van ze te hebben gezien en desondanks zo normaal te blijven, althans voor het oog van de buitenwereld, is erg knap, bijna onmogelijk. En dan ook nog in staat zijn om scholen te bezoeken en pogen uit te leggen aan de jeugd waartoe onderscheid maken tussen mensen en übermenschen kan leiden. En mij dan ook nog heel zakelijk, bijna zonder emotie, kunnen vertellen dat er leerlingen waren die demonstratief hun stoel omdraaiden omdat ze niet van hun ouders naar de Jood Soesan mochten luisteren… Dit alles getuigt van grote wijsheid en van een enorme kracht.

Het is geen toeval, want toeval bestaat niet, dat je afscheid neemt gedurende Chanoeka. Chanoeka staat voor het verspreiden van licht, het verdrijven van duisternis, het brengen van warmte aan de medemens. Als voorzitter was je er voor iedereen, vaak als een zuiver vlammetje als anderen geen licht meer zagen. Dat is een voorzitter! En toen je vermoedde dat mijn persoon en/of mijn positie onder vuur lag vanwege bestuurlijke ressortale ruzie, waar ik overigens buiten stond, was je vraag aan mij: “Het is toch niet tegen jou, hè? Want dat zal ik niet accepteren.”  Maar het meest is mij bijgebleven het cadeau dat je me gaf na afloop van een lezing bij jouw/onze Joodse Gemeente Breda. Gewoonlijk krijg ik niets en als ik wel iets krijg is dat meestal een bos bloemen, hetgeen ik overigens zeer waardeer. Maar jij had iets afwijkends. In een interview met het NIW had gestaan dat ik iedere ochtend een bord Brinta eet. En dus kreeg ik maanden later na afloop van een sjioer een pak Brinta. Ik denk dat er weinig rabbijnen of geestelijken van andere denominaties zijn die thuiskomen met Brinta als een vergoeding voor een lezing. Moet ik dit pak Brinta opgeven aan de Belasting? Overigens ben ik inmiddels van de Brinta af en zit ik nu reeds jarenlang aan de Quaker Havermout Naturel. Dit even een seintje naar je opvolger.

Philip, dank voor je inzet, je toewijding, je vriendschap en speciaal voor het licht dat je naar zovelen en zeker naar mij uitstraalde. Je was, bent en zult nog vele jaren gelijk een Menora zijn, die uitstraalt naar de medemens.

 

Het ga je goed en we blijven zeker contact houden!

Binyomin

Bovenstaand mijn afscheidsbrief aan Philip Soesan, de inhoud spreekt voor zich. Hij is een van die mensen die getekend door de oorlog het Jodendom overeind wilde houden.

Toevallig, maar toeval bestaat niet, kreeg ik recentelijk een foto toegestuurd. Op de foto staan Joop Sanders, de voormalig secretaris van het NIK. Als weeskind kwam hij uit de oorlog. Dr. Manus Wikler zl., jarenlang voorzitter van het NIK en voordien voorzitter van het bestuur van mijn opperrabbinaat, Meir Groen zl., de opvolger van Wikler als voorzitter van het IPOR. Decennialang hebben wij samen opgetrokken. Hij was mijn steun en toeverlaat. Vele keren per dag hadden wij contact. Heel veel heb ik aan hem te danken. Samen zijn wij naar Israël gevlogen voor de lewaja-begrafenis van opperrabbijn Berlinger, mijn voorganger. En jaren en jaren later vloog ik alleen naar Israël voor de onthulling van zijn matsewa-grafzerk. En ook staan Mevrouw zl. en Opperrabbijn Berlinger zl. op die foto. Tijdens het 25-jarig bestaan van het Sinai Centrum heeft hij publiekelijk gesproken over “mijn opvolger rabbijn Jacobs”. Van het Chassidisme, waartoe ik mezelf reken, moest Berlinger niets hebben. Maar, zoals hij mij meerdere keren liet weten, “Uw opstelling om naar de mensen toe te gaan en niet te wachten tot men bij U komt, dat hebben wij gemeen”.  Berlinger was een van die mensen die achter het overbrengen heeft gezeten van de Joodse bevolking van Denemarken naar Zweden op die bewuste Jom Kippoer in de oorlog. Met die repatriëring van veroverd Denemarken naar neutraal Zweden werden duizenden levens gered. Berlinger was toen rabbijn in Malmö.  Tenslotte sta ook ik op die foto, als jong rabbijntje, maar reeds assistent van Berlinger zl. Wat hadden allen op de foto gemeen (behalve ik)? Allen overlevenden die gezworen hadden het Jodendom te herbouwen op de ruïnes van wat eens was. Voelt u de link naar oud-voorzitter Philip Soesan? En ziet u de relatie met Chanoeka? Het licht van de Menora trotseert de eeuwen, laat zich niet doven, dankzij het zuivere vlammetje van mensen als Joop Sanders, Manus Wikler zl., Meir Groen zl., Opperrabbijn Berlinger zl., mevrouw Berlinger zl. Wat ben ik trots om met deze overlevenden op de foto te mogen staan.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *