Het Joodse Volk leeft, maar alertheid is geboden. Dagboek van een Opperrabbijn 5 april 2021

Holocaust Memorial Day, Jom Hasjoa. Ik was niet van plan om er aandacht aan te besteden, ik wilde er eigenlijk niet aan denken, maar ik werd plotseling als het ware overmeesterd door herkenning, boosheid en grote bezorgdheid. Mij wordt verweten dat ik te veel aandacht besteed aan de oorlog en aan antisemitisme.  Catherine Keyl heeft recentelijk een boek geschreven getiteld “Oorlogsvader”.  Haar vader, een Joodse verzetsstrijder, had Sacksenhausen wel en niet overleefd, meer niet dan wel. En dan, aan het eind van zijn leven, als zijn been geamputeerd moet worden en Catherine een psychiater vraagt om haar vader te gaan vertellen dat zijn been eraf gaat, toont de jonge psychiater totaal geen inlevingsvermogen in de wereld van een man die de hel van de concentratiekampen z’n hele leven met zich mee moest dragen en nu, dementerend, denkt dat ‘ze hem alsnog te pakken krijgen’ omdat zijn been eraf moet en hij dus niet meer zal kunnen vluchten. En tegelijkertijd krijg ik een prachtige e-mail van Nechamah Mayer, overlevende van de Holocaust, nadat ze mijn dagboek heeft gelezen. Ik citeer haar: Beste Binyomin. Jouw dagboek heb ik in één ruk in de Pesachtijd uitgelezen. Het viel me op dat je het in de laatste hoofdstukjes steeds meer over antisemitisme had. Alsof het steeds erger werd. Of kreeg je meer moed om de lezer erop te wijzen hoe erg het is geworden. Ik vond de zwarte bladzijden met citaten een mooie manier van lay-out. Ik ga het boek doorgeven, want het moet breed gelezen worden. Veel lezers gewenst. Nechamah.  Door haar bemoedigende woorden en door een video gezien te hebben over de positie van de HH-artsen in Nazi Duitsland, voel ik me verplicht om de kritiek van een jongere collega volledig te negeren. Hij is de mening toegedaan dat ik niet over antisemitisme moet spreken en al helemaal niet moet waarschuwen. Waarschijnlijk beseft hij niet dat voor de oorlog er veel te veel is gezwegen. Het zou wel goedkomen, de Geallieerden kwamen eraan, een beetje werken in het Oosten…Maar het kwam niet goed! Vijftig procent van de medici in Duitsland werkten mee aan de vernietiging. Psychiaters beoordeelden wie wel en wie niet mochten leven en wisten de grote meute te overtuigen dat de Endlösung ethisch volledig verantwoord was!  Duitsers, niet-joden, met een fysiek defect en een psychiatrische stoornis werden geëlimineerd omdat zij schade berokkenden aan het prachtige Arische ras en economisch tot last waren. Gisteravond werd ik ingezoomd in een zoom-kring van een dominee in Dokkum. Tien minuten werd ik geïnterviewd. Waarover was mij niet medegedeeld, maar het onderwerp werd antisemitisme en Jom Hasjoa. Of ik een boodschap had voor alle deelnemers, werd mij aan het eind van het interview gevraagd. Mijn boodschap werd een verzoek. Een dringend verzoek: ik vraag alle deelnemers om mijn ambassadeurs te worden en te verkondigen aan ieder die ze zien of spreken wat er toen is geschied en dat herhaling absoluut niet uitgesloten is. Sterker nog: ik zie geen enkele reden waarom het antisemitisme zou zijn uitgeroeid. Aan het eind van de corona-tunnel straalt licht. Maar het virus genaamd antisemitisme kent een oneindig lange tunnel. Is er dan geen licht? Jawel, de komst van de Mosjiach. Daar verlangen we naar, kijken we al eeuwen reikhalzend naar uit. Maar ondertussen dienen we wel de huidige realiteit te beseffen. Niet ver van ons vandaan woonde Beppie Caneel. Beppie had de experimentenbarak van Auschwitz overleefd. Ze was altijd vrolijk. Kon natuurlijk geen kinderen meer krijgen, maar ze had het echt overleefd met haar zus. Mijn Blouma ging met haar naar het ziekenhuis voor een of ander onderzoek. Ze moest haar mouw opstropen. De arts vroeg haar toen verbaasd wat die nummers op haar arm waren. G’d zij dank was Beppie hardhorend…Een arts die naar ik mag aannemen niet alleen medicijnen heeft gestudeerd maar ook een algemene opleiding heeft gehad. “Wat zijn die nummers op uw arm?” En die jongere collega van mij maar mekkeren dat ik vooral niet moet spreken over de oorlog en antisemitisme. Neen, we moeten vooral zwijgen over het toen, over het nu en natuurlijk over morgen. Ik ontvang een video, u moet die aanklikken want “Am Jisraeel Chaj – het Joodse Volk leeft!” ondanks alles, maar alertheid is geboden. https://www.youtube.com/watch?v=OOWCgKVQE5M 

Ja ik heb vandaag ook nog Joodse (zoom) lesgegeven aan een vaste wekelijkse groep. En ja, ook nog mijn handtekening geplaatst onder een rabbinale verklaring. En ja, een pastoraal gesprek gevoerd en iemand bijna twee uur lang aangehoord over zijn gestrande verloving. Maar Holocaust Memorial Day – Jom Hasjoa overheerst. Ik dacht aan al die familie van mij die ik totaal niet heb gekend en waarvan ik niets weet omdat mijn ouders mij verdriet wilden besparen. Ik kijk naar die twee zilveren bekers in onze glazen kast. Er staan namen op: Bernhard en Siegmund. Dat waren neven van mijn vader. Alleen die twee bekers zijn nog over van hunzelf, hun echtgenotes. hun kinderen… En het antisemitisme wordt weer zichtbaar.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *