Hij sprak vloeiend Arabisch, met het verkeerde accent. Dagboek van een Opperrabbijn 27 mei 2021

Het was vandaag waarlijk een redelijk normale rabbijnendag. Wat heet normaal? Een niet-joodse psychiater die mijn hulp inroept voor een niet-joodse patiënt. Een oudere vrouw die kennelijk ooit met mij contact heeft gehad en hoewel niet Joods, toch om de een of andere reden zich verbonden weet met de Joodse religie. Wellicht kan ik met haar een gesprek hebben om haar van een dwangneurose af te helpen. Geen idee hoe ik dat moet doen, maar kennelijk helpen de pilletjes niet (meer) en ‘wie weet’, denkt de psychiater. Ik heb haar gebeld en we hebben een afspraak gemaakt. Verder twee ingewikkelde onderzoeken voor een rabbinale verklaring. Dat een wil trouwen, weet eigenlijk dat ze Joods is, maar ieder bewijs ontbreekt omdat de grootouders alles hebben gedaan om ieder spoor van Jood-zijn te vernietigen. Slechte mensen? Helemaal niet. Maar ze wilden voorkomen dat hun nazaten ook in Auschwitz zouden belanden! Ik geloof haar, maar de Joodse wet schrijft voor dat geloven erg mooi is, maar in dit soort zaken wordt er van mij verlangd dat ik een verklaring afgeef gebaseerd op feiten en niet op geloof. En dus speuren, heel goed luisteren en aanknopingspunten vinden die kunnen leiden tot een bewijs van Jood-zijn. Waarom zo moeilijk doen? Omdat ik helaas ook heb meegemaakt en veel vaker dan een keer, dat mensen proberen zo’n verklaring te bemachtigen omdat ze…maar van geen kant Joods zijn! Vaak blijft de reden dat iemand die niet Joods is toch graag wil kunnen aantonen dat hij dat wel is, duister en onbeantwoord. Soms ontbreekt er iedere vorm van bewijs en heel soms kan ik aantonen dat er onwaarheid wordt verkondigd. Ik herinner mij een geval van een vluchteling uit Irak. Een heel verhaal, via een tolk. In Irak moest hij zijn Jood-zijn verborgen houden, naar zijn zeggen, maar nu wil hij deel uitmaken van de Joodse gemeenschap. Aan mij is dan om gedurende het gehele gesprek onafgebroken en aandachtig te luisteren. “Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel” is een bekende uitdrukking die mijn lieve moeder mij vaak heeft verteld. Deze man gaf aan dat hij zijn Jood-zijn geheim moest houden, maar een half uur later beschreef hij de begrafenis van zijn moeder op de Joodse begraafplaats waarbij de goegemeente aanwezig was. Geheim? De begrafenis kon dus kennelijk wel zichtbaar plaatsvinden. Ik vond dat een beetje tegenstrijdig. Hij gaf aan Perzisch te spreken. En dus, tijdens ons gesprek, belde ik een bekende van mij die Perzisch sprak, die goed begreep wat ik wilde weten, en gaf de telefoon aan de vluchteling. Conclusie van mijn vertrouweling: in het gebied waar de man woonde werd door de Joden geen Perzisch gesproken. Vervolgens pleegde ik een tweede telefoontje naar een medewerker van de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum. Deze medewerker sprak vloeiend Arabisch en sprak met de man. Conclusie van mijn medewerker: de man spreekt inderdaad vloeiend Arabisch, maar zijn accent is niet Joods. U moet zich voorstellen dat iemand beweert geboren en getogen te zijn in Maastricht, maar de zachte ‘g’ ontbreekt. Of afkomstig uit Vlaanderen, maar zijn Vlaams klinkt als plat Amsterdams. De vluchteling had een broer in Tel Aviv en gaf mij het telefoonnummer van die broer. Toen hij ons huis nog geen seconde had verlaten heb ik de broer gebeld. De man die ik aan de lijn kreeg had er totaal geen weet van dat hij een broer had in Nederland, afkomstig uit Irak.  Ook wist hij niets van de begrafenis van zijn moeder. Zijn moeder was kern gezond, nauwelijks zeventig jaar en dus echt niet in Irak begraven! Nog geen vijf minuten later word ik gebeld door? U raadt het al! Zijn broer uit tel Aviv. Om een lang verhaal kort te maken: hij had aan mij en aan de AIVD aangegeven dat hij piloot was geweest in het Iraakse leger en gevlogen had in een Apache helikopter. Een klein onbelangrijk detail: bij navraag door een deskundige wist hij niet hoe zo’n ding bestuurd moest worden. Waarom hij dan toch zo graag een Rabbinale verklaring wilde hebben? U mag het hem vragen, maar ik vertrouwde het voor geen cent en heb hem gelukkig buiten de Joodse Gemeente weten te houden.

Van 10:00 uur tot 12:00 uur had ik mijn wekelijkse Joodse les. We zijn niet veel verder gekomen met de Spreuken der Vaderen maar hebben mijn dagboek/artikel over het “zinkende schip” besproken, waarin ik mezelf afvraag of het nog wel veilig is voor mezelf en voor andere Joden om in Nederland te blijven. Het was een heel fijne Joodse les. De vraag wel/niet nog in Nederland leeft bij vele van mijn geloofsgenoten. Begrijpelijk maar intriest.

Vanavond in de Treek gewandeld en nu naar bed. Morgen komt er weer een dag, maar geen nieuw dagboek.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *