Oog hebben voor de velen die achter ons (blijven) staan! Dagboek van de Opperrabbijn 3 juni 2021

Zojuist tijdens mijn dagelijkse snel-wandeling reden er twee jonge mannen van allochtone afkomst op de fiets voorbij die mij vriendelijk een goede avond wensten. Dat deed me goed en bevestigde voor mij wederom dat het onterecht is om antisemitisme alleen toe te schuiven aan de moslims. Tijdens de jaren ’40-’45 waren in ons land geen moslims en toch werd 80% van mijn familie vermoord. Een vooraanstaand politicus heeft me eens verteld dat 98% van het huidige antisemitische in ons land toe te schrijven is aan de moslims en deze politicus was geen PVV-er. Ik betreur dit soort opstellingen omdat dit de polarisatie bevordert. Enige dagen geleden werden mijn Blouma en ik, tijdens een wandeling, staande gehouden door een dame. Ooit, zo’n 16 jaar geleden, was zij tijdens een choepa, huwelijksinzegening, in de synagoge de trouwambtenaar die voorafgaande aan de Joodse inzegening het burgerlijk huwelijk sloot. We babbelden wat en van het een kwam het ander en dus vroeg ik haar wat haar het meest was bijgebleven van de Joodse huwelijksvoltrekking, stilletjes hopend dat dat mijn toespraak zou zijn. Mais non: mijn toespraak was ze vergeten, maar wat wel indruk op haar had gemaakt was dat er zoveel gekletst werd in de synagoge en er zelfs moppen werden verteld, hetgeen bij haar in de kerk ondenkbaar was. Is dit nou een compliment voor de synagoge of kritiek op de kerk, vroeg ik me stilletjes af, maar hoe je het draait wendt of keert, het was wederom een fijne ontmoeting die ik goed kon gebruiken in een samenleving die zoveel negativisme kent. Want niet alles verliep voorspoedig. Door het prachtige weer was onze voordeur uitgezet met als resultaat dat we het huis niet binnen konden en we ons dus niet alleen uitgesloten voelden, maar daadwerkelijk buitengesloten waren. Na enige telefoontjes was het duidelijk dat ik moet oppassen wie ik uitnodig als slotenmaker om ons te bevrijden, want, zoals mij duidelijk werd, er lopen een aantal louche figuren rond in de wereld van de slotenmakers die na het slot eenmalig te hebben geopend nog graag, liefst tijdens afwezigheid van de bewoners, een keertje op bezoek komen. Toen we dus eindelijk bevrijd waren door een betrouwbare en erkende slotenmaker, hebben we ons snel omgekleed want wij werden in Den Haag verwacht op een openlucht-afscheidsreceptie ter ere van Joël Voordwind (CU) die na jarenlange strijd tegen antisemitisme en voor Israël, de Tweede Kamer heeft verlaten. Alle aanwezigen waren pro-Israël! Ook was ik benaderd door i24, een televisie actualiteitenprogramma uit Israël, om mijn visie kenbaar te maken over opkomend antisemitisme in Europa. En zie een reactie die ik mocht ontvangen: ”Ik zag uw interview op i24. Ik kom oorspronkelijk uit Nederland, niet Joods en ben strategisch adviseur en red teamer in Vietnam.  Mijn vraag is of ik u/de Joodse gemeenschap in Nederland kan ondersteunen (vergoeding is niet nodig).” Een niet-Joodse man, specialist, zoals hij het zelf omschrijft, op het gebied van strategieontwikkeling, organisatie en competentie ontwikkeling. Die gewoon wil helpen! Ook nog een aantal positieve reacties uit Israël, de USA en Australië. Allemaal positief, behalve een goed bedoelde die ik wat pijnlijk vond. De reactie was namelijk een advies aan mij om een betere microfoon aan te schaffen. Goed bedoeld want ik klonk niet optimaal. Maar dat lag niet aan de microfoon maar aan de verdovingen die nog niet waren uitgewerkt en kennelijk de indruk gaven dat ik sprak als een boer/rabbijn met kiespijn.

De komende sjabbat lezen we uit de Thora de geschiedenis van de Verspieders die zich schuldig hadden gemaakt aan kwaadsprekerij over het land Israël. En vanwege hun kwaadsprekerij gedurende hun veertig dagen durende verkenningstocht, moest het Joodse volk veertig jaar in de woestijn verblijven alvorens Israël te mogen binnentrekken. De vraag wordt gesteld door onze Geleerden dat dit toch niet klopt. Ze hebben veertig dagen verkend en na terugkeer slechts eenmalig geroddeld over het Joodse land. Vanwaar die straf ‘veertig jaar voor veertig dagen’? Het antwoord staat in psalm 34. “Wie is de man die graag wil leven? Hij die de dagen koestert om het goede te zien”. De kwaadsprekerij van de Verspieders duurde niet zolang, maar was wel het resultaat van een veertig dagen verkeerd aankijken tegen het beloofde land. Conclusie: ik moet oog hebben voor de velen die wel achter ons (blijven) staan.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *