Het blijven mijn kinderen. Dagboek vaan de Opperrabbijn 6 juni 2021

Even was ik vandaag al het gezeur om me heen vergeten. Het was alsof de dreiging van het huidige antisemitisme niet bestond. Ik hoor u al denken dat het verstandig van me was om ‘even er tussenuit’ te gaan. Een dagje strand of gewoon in onze eigen prachtige en door Blouma ontworpen en onderhouden tuin. Maar het lag anders. Op 6 en 7 juni 1943 vond Het Kindertransport plaats.  Lees mijn toespraak, kijk bij Omroep Brabant en probeer even uit respect aan die 1269 kinderen te denken. Anoniem als ze zijn, moederziel alleen vermoord. Het zijn en blijven onze kinderen. En als u niet meedoet omdat het te gruwelijk is: het blijven zeker mijn kinderen!

“Meer dan één duizend en achthonderd onschuldige, weerloze kinderen werden vanaf hier ‘op transport gesteld’, zoals we dat zo steriel en gevoelloos zeggen.

Eén duizend tweehonderd en negenenzestig vertrokken met Het Kindertransport op 6 en 7 juni 1943.  In Durchganslager Westerbork, werden enkelen uit de trein gehaald. De overige prille leventjes werden enkele dagen later in Sobibor op beestachtige wijze bruut verscheurd. Aangekomen in Sobibor werden zij uit de goederenwagons gedreven en werden via de Himmelstrasse, zoals het nazi-tuig deze straat schertsend noemde, de gaskamers ingeslagen. Wisten ze wat hen te wachten stond? Wanneer beseften ze dat de douchen geen douchen waren? Hoe lang hebben ze geleden voor ze waren afgemaakt? Genoten de SS-ers, die meekeken via een paar dakraampjes, van het prachtige sadistische schouwspel?

Op het Kindermonument, hier achter mij, staan de namen van de één duizend, tweehonderd en negenenzestig kinderen van het Kindertransport.

Slechts letters zonder gezicht. Van enkelen bestaat een foto, maar de meesten zijn door de industriële moordmachine gereduceerd tot een naam, zonder gezicht.

Waarom staan we hier? Om te voorkomen dat? Is dit monument een educatief project?

Vandaag zijn we hier uitsluitend om te herdenken, niet om te leren, niet om te waarschuwen, zelfs niet om te voorkomen.

Toen ik in 1999 het monument mocht onthullen zag ik na afloop uit het publiek mensen naar voren komen. Ze zochten op het monument, vonden en legden vol tederheid en liefde huilend hun hand op de naam van hun zusje, hun broertje, hun kind of hun kleinkind. Maar op de naam van de meeste kinderen werd geen hand gelegd, want van die kinderen waren de broertjes, de zusjes, de neefjes en de nichtjes, de papa’s en de mama’s ook vermoord. Schrijnend!

Eén duizend, tweehonderd en negenenzestig namen. Eenzame namen, letters zonder gezicht, zonder familie, alsof ze nooit bestonden. Via de schoorstenen van de crematoria van Sobibor verdwenen ze in het duistere gat van de vergetelheid. Anoniem, volledig onbekend, niemand die meer aan ze kan denken. Slechts letters, een paar verdwaalde foto’s, alsof ze nooit waren geboren, maar wel vergast.

Laten we onze ogen sluiten en in volstrekte stilte aan onze kinderen van het Kindertransport denken, die zo kort op deze aarde verbleven, zo wreed werden weggerukt, en van wie niets, maar dan ook niets, meer is gebleven.

Geen graf, geen as, alleen een naam. Nietszeggend, omdat niemand meer weet wie achter die naam heeft geleefd en geleden.

“Moge hun zieltjes gebonden worden in de bundel van het Eeuwige leven”.

https://www.nmkampvught.nl/herdenking-kindertransporten/  

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *