Sjabbat-kaarsjes die licht brengen en duisternis verdrijven. Dagboek van de Opperrabbijn 11 augustus 2021

Mijn schoonzoon vertelde mij, misschien niet eens bewust, dat de gast die hij sjabbat voor de maaltijd had uitgenodigd het erg naar z’n zin heeft gehad want, en nu komt het: “hij was voortdurend aan het vertellen en wij luisterden aandachtig”. Ik moest even nadenken over deze levenswijsheid en kwam tot de conclusie dat mijn schoonzoon helemaal gelijk heeft. Als iemand alleen in het leven staat en daardoor feitelijk nooit gehoor heeft, dan is aandacht en een luisterend oor erg belangrijk. De gast kwam dus minder voor de (sjabbat)maaltijd en meer voor de aandacht. Ervaring heeft mij geleerd dat het luisterend oor het meest belangrijk is van pastorale zorg. Maar, hoor ik u vragen, met uitsluitend luisteren los je geen problemen op! Klopt! Maar als het probleem van degene die ik mag helpen eenzaamheid is, dan is mijn geïnteresseerde aandacht wel degelijk de oplossing van de problematiek, op z’n minst tijdelijk tot het gevoel van eenzaamheid weer de kop opsteekt. Wij zijn nog in Canada. In sjoel kwam een jongeman naar mij toe en vroeg mij of ik een bezoek wilde brengen aan zijn schoonvader die sinds kort bij hem inwoont omdat hij niet meer zelfstandig kan wonen. Sjabbatmiddag jl. ging ik op ziekenbezoek. Aandachtig heb ik geluisterd naar alle herinneringen die de man, geboren in 1938 in Budapest, vertelde. Hongarije was bezet door de nazi’s. Zijn moeder was in verwachting toen zij benaderd werd door de zichzelf benoemde voorzitter van de Joodse Raad. Zij moest al het goud, dat zij zou hebben, afstaan, want de nazi’s eisten geld. Vader was inderdaad geen arm man, maar hij was al maanden zoek. Of er überhaupt goud was en zo ja waar dit zich dan zou bevinden, wist mij moeder absoluut niet. En dus dreigde de voorzitter van de Joodse Raad om mijn moeders naam door te geven aan de Gestapo. “Mijn moeder wist wat dat zou betekenen en besloot om met mijn oudere broertje en mij, het getto te ontvluchten. Moeder bedekte haar hoofd met een zwart sjaaltje en daar gingen we. Op weg naar…? Omdat mijn ouders voor de inval van de nazi’s de misère al zagen aankomen, beschikte ons gezin over valse persoonsbewijzen. In een gebouw waar het hoofdkwartier van de SS zetelde, had mijn moeder een kamer gehuurd. Iedere vrijdagavond stak mijn moeder de sjabbat- kaarsen aan en nuttigden wij, zo goed en zo kwaad als het ging, de sjabbat-maaltijd aan een feestelijk versierde tafel waarop de challes prijkten, de kiddoesj beker straalde en de sjabbat-kaarsjes de duisternis verdreven. Op een van die vrijdagavonden werd er hard geklopt en een SS-er stond voor de deur. Huiszoeking! Hij wilde binnenkomen, maar mijn moeder legde haar hand op zijn arm en zei tegen de SS-er dat Duitse soldaten bekend staan als beleefde mensen en dus nooit kleine kinderen wakker zullen maken. De SS-er vertrok. Ik weet zeker dat ons gezin de nazi’s en de communisten heeft overleefd vanwege de sjabbat-kaarsjes van mijn moeder.”

Een dag na dit bijzondere bezoek hoor ik mijn Blouma tegen iemand aan de telefoon zeggen: “begin je Jodendom met iets heel eenvoudigs. Steek iedere vrijdagavond de sjabbat-kaarsjes aan. Dat kleine vlammetje verdrijft duisternis en brengt licht in jullie leven.” Het was een gek verhaal. Al jarenlang zijn Blouma en ik bevriend met Cees en Lien. Cees heeft een hoge positie in de kerk en aan de universiteit en wij kennen elkaar vanuit diverse besturen waarin Joden en niet-joden vertegenwoordigd zijn. Cees en ik zijn vrienden, al vele jaren. En dus kent Blouma Lien ook, want zo werkt dat met vriendschappen. Enige tijd geleden vertelde Cees mij dat Lien denkt dat ze van Joodse afkomst is. Haar grootouders waren vanuit Satu Mare (Hongarije) naar Nederland gekomen. Maar wat ze ook probeerde uit te vinden via haar tante of via haar moeder: Joodse afkomst werd keihard ontkend. Zo zouden moeder en haar tweelingzuster wel ondergedoken zijn geweest, maar dat zou te maken hebben gehad met de Russische geheime dienst en pas na de Duitse bezetting zijn geweest. Om de een of andere reden voelt Lien zich haar hele leven rusteloos. Ze weet, zonder bewijs, dat ze iets Joods in zich heeft en dat dat joodse krampachtig verborgen werd gehouden. Een tijdje geleden heb ik aangeboden aan Cees om te helpen zoeken naar de roots van Lien. En eindelijk is het er dan enige weken geleden van gekomen. Blouma, Lien, Cees en ik samen gezellig uit eten bij Hoffy’s in Antwerpen. Tijdens het nagerecht ging Lien spontaan vertellen over haar vermoedens en de daaraan gekoppelde onrust die ze haar hele leven met zich draagt. Om dit dagboek niet te lang te maken: via mijn Hongaarse contacten is na drie weken heen en weer e-mailen met Hongarije het onweerlegbare bewijs boven water gekomen: Overgrootmoeder en grootmoeder waren weliswaar Katholiek gedoopt, maar als we door de doop heen kijken: Lien is Joods! Ze is innig blij, opgelucht, slaapt al nachtenlang niet meer van blijdschap en opwinding. En hoe nu veder? Een nieuw leven beginnen? “Blijf jezelf en laat je vooral niet te veel overmeesteren door de emoties. Wacht nog even om je dochters te vertellen dat zij dus ook Joods zijn. Maar misschien wel een idee om iedere vrijdagavond voor het begin van de sjabbat de sjabbat-kaarsjes aan te steken.”

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *