Dagboek van de Opperrabbijn van 27 oktober 2021

Vandaag heb ik gespijbeld, want in plaats van mijn dagboek, geachte lezer, onderstaand mijn bijdrage aan het symposium in het Novotel op Schiphol, morgenmiddag. Als u het een te beladen onderwerp vindt, gewoon deze keer, liefst eenmalig, mijn dagboek negeren!

 

“Onderduikgevers/ Onderduikers helden?”

Stichting Vrienden van Yad Vashem, lezing opperrabbijn Jacobs, 28-10-2021

Ik vind de stelling lastig als stelling en onbeantwoordbaar als vraag. Wat zijn helden? Volgens het woordenboek: iemand die uitmunt door moed. Maar wie bepaalt dat en is dat ‘uitblinken door moed’ zichtbaar of meetbaar? In de halaga, de Joodse wetgeving, is er sprake van, wat ik zo noem, zwarte, witte en grijze wetgeving. Moord is nooit toegestaan, een duidelijke zwarte wet. Als het in de zaal warm is mogen we zeker een raam openen: wit. Maar veel kwesties spelen zich af in een grijs gebied omringd door vele factoren, inschattingen, context. Het begrip held is een treffend voorbeeld van een grijs begrip.

Wanneer we het hebben over Onderduikgevers dan denk ik dat alle onderduikfamilies waar mijn moeder was ondergedoken allen, stuk voor stuk, mensen waren die met gevaar voor eigen leven zonder iedere vorm van winstbejag, allen helden waren. Het was buitengewoon moedig en tegelijkertijd levensgevaarlijk om Joden in huis te nemen. En desondanks deden ze het en namen het risico.

De duikouders waar mijn vader met zijn ouders, zijn broer en zijn oom, tante en nichtje waren verborgen, waren oplichters. Ze kregen van het verzet voedselbonnen voor de bij hun ondergedoken Joden, maar verkochten die bonnen op de zwarte markt en lieten mijn vader creperen van de honger, letterlijk. Mogen we deze onderduikgevers dan helden noemen? Na de oorlog werd mijn vader geadviseerd om aangifte te doen tegen het gespuis dat hem twee jaar en acht maanden had blootgesteld aan ontberingen. Maar mijn vader wilde dat niet, want desondanks hadden ze hem het leven gered. De duikmoeder kwam na de oorlog nog wel bij mijn vader in de winkel om brillen te kopen, mijn vader was een opticien optometrist, en was desondanks allervriendelijkst. Het huis waar mijn vader was ondergedoken, hoewel het vlakbij zijn winkel en zijn ouderlijk huis was, heb ik nooit gezien, ook niet van buiten. Toen mijn vader al niet meer leefde, heb ik de nicht van mijn vader gevraagd om mij iets te vertellen over de onderduik, maar zij smeekte mij om dat niet te doen, ze zou er nachtmerries van krijgen. Maar een ding wilde ze desondanks wel kwijt. Er was spanning, voortdurende angst dat ze opgepakt zouden worden, maar ze hadden er wel een leuke tijd, het was er best gezellig en de duikouders waren fijne mensen. Volgens mijn vader waren het absoluut geen helden, maar profiteurs, die onderduikers misbruikten. De onderduikers verhongerden en na de oorlog liep mijn vader, een jongeman van 26 jaar, met een zwaar hongeroedeem en krukken. Mijn tante kon zich daarvan niets meer herinneren. Waren de duikouders van mijn vader helden of criminelen?

In Brunssum zaten zo’n tweehonderd kinderen, onder hen vele baby’s, ondergedoken. Zij waren via de crèche tegenover de Hollandse Schouwburg, weggesmokkeld en de donkergetinte kinderen kregen duikouders in Zuid-Limburg. Op een zekere dag waarschuwde een goede politieman dat er een razzia zou zijn in Brunssum. Voor een paar dagen, tot het signaal veilig zou worden afgekondigd, werden bijna alle kinderen bij hun duikouders weggehaald om daarna weer teruggebracht te worden. Maar 23 families durfden hun kinderen niet terug te nemen, ze waren te bevreesd, voor zichzelf en voor hun eigen gezin, het risico durfden ze niet meer te lopen. Waren zij eerst helden en daarna niet meer?

En wat met die duikouders die vanuit een christelijk gedreven religieuze visie Joodse kinderen in huis namen met als hoofddoel om hun zieltjes te winnen. Maar toch liepen ze hetzelfde risico als de duikouders die niet vanuit een bekeringsdrang kinderen de oorlog doorhielpen. Waren de door christendom gedreven duikouders verraders, terwijl ze toch echt met gevaar voor eigen leven, met liefde en inzet, de kinderen hebben gered en hun zieltje ook nog wilden redden!

En hoe kijken we aan tegen de onderduikers, toen en nu? Waren zij helden omdat ze voorzagen dat het gehoor geven aan de oproep voor tewerkstelling hun dood zou betekenen en doken ze dus onder puur uit lijfsbehoud?  En kunnen we dan spreken over een heldendaad? Of moeten we hun onderduiken zien als een verzetsdaad omdat zij dachten tewerk te worden gesteld in bijvoorbeeld wapenfabrieken en weigerden mee te werken aan de ondersteuning van het Nazi oorlogsapparaat?

“Gij zult niet doden”. Hieronder wordt ook verstaan het plegen van zelfmoord en daarom worden Joden die zich bewust het leven hebben genomen aan de rand van de begraafplaats begraven als een zichtbaar teken: zelfmoord is onacceptabel! In de psychiatrie, waarin ik vele jaren werkzaam ben geweest, ben ik helaas ook geconfronteerd met zelfmoord. Nog nooit heb ik een patient aan de rand van de begraafplaats laten begraven, want zij waren ziek en dus vielen ze absoluut niet onder de categorie: bewuste zelfmoordenaars.

Op vele Joodse begraafplaatsen zien we graven van hele gezinnen die zich het leven ontnamen op en kort na 10 mei 1940. Geestesziek waren ze niet, maar mijns inziens ook zeker geen (zelf)moordenaars! Vader en moeder wisten wat er stond te gebeuren, zagen terecht geen uitweg en pleegden verzet door zichzelf en hun kinderen aan het moordende en sadistische spel te onttrekken: Waren zij vluchtelingen die hun toevlucht in de dood hadden gevonden en die uit een diepe en onbeschrijfelijke liefde, ook hun kinderen op die vlucht meenamen. Waren zij helden?

Een vader en een moeder beseffen dat ze moeten onderduiken, er was in hun visie geen andere keus. Om reden, die mij niet bekend is, gaat vader naar duikadres A en moeder met hun zoontje naar duikadres B. Alle drie samen bleek kennelijk niet mogelijk. Een vreselijk moeilijk en heldhaftig besluit om zo uit elkaar te gaan. Gelukkig konden ze via de verzetsgroep, die zich over hen had ontfermd, in contact blijven en af en toe vernemen hoe het gaat. Niet iedere onderduiker had die mogelijkheid. Maar het vlees is zwak. Pa, de jonge vader en echtgenoot, krijgt een verhouding met de dochter van de duikouders, er ontstaat een relatie. En dan de bevrijding: pa is niet meer geïnteresseerd in zijn echtgenote, laat zijn zoontje, die hij niet eens meer zou herkennen, voor wat het is, en ‘leeft nog lang en gelukkig’ met de dochter van de duikouders die erg gelukkig waren met hun Joodse schoonzoon. Mogen we de duikouders die de relatie hebben toegelaten, helden noemen? En wat met de jonge man en vader? Was hij een held omdat hij verkoos te gaan onderduiken en zelfs bereid was apart te gaan zitten, zonder zijn vrouw en zijn enig kind?

En wat met die jonge gehuwde vrouw, ze was net 22, van wie de man al was opgepakt, maar of hij nog in leven was wist ze niet.  Op het duikadres zit een ongetrouwde jongeman van 23 jaar. Meer dan twee jaar zitten ze samen in hetzelfde huis, dag en nacht op elkaars lippen. Naar buiten gaan is onmogelijk. Ze raakt in verwachting. Mogen we de gehuwde vrouw een heldin noemen of kunnen we ze vergelijken met een normale echtgenote anno 2021 die overspel pleegt, een buitenechtelijke relatie heeft?

Een jonge vrouw, begin 20, zit ondergedoken ‘in het veld’. Een boerderij in Friesland die ver van de weg ligt. Maar liefst dertig onderduikers vonden hier een veilig onderkomen. Mochten de moffen of de Nederlandse politie, eraan komen dan was er genoeg tijd voor de onderduikers om het land achter de boerderij in te vluchten en zich te verstoppen in de kuilen die daar waren gegraven . De duikouders waren communisten die vanuit hun oprechte gevoel dat alle mensen gelijk zijn, hun huis hadden opengesteld met groot gevaar voor eigen leven. Zij werden door het verzet voorzien van voedsel voor de onderduikers, maar er stond voor hen geen enkele vergoeding tegenover hun heldendaad om Joden om-niet in huis te nemen. Een van de onderduikers kreeg een geheime relatie met de duikmoeder en als haar man, de duikvader, het dorp in was, trokken duikmoeder en onderduiker zich terug. Stel de duikvader zou zijn teruggekomen, de twee aantreffen, dan waren de gevolgen natuurlijk niet te overzien. En dus besloten duikmoeder en onderduiker hun lastige relatie te delen met de jonge vrouw van begin 20, zuster van de onderhavige onderduiker. Zij moest op de uitkijk staan en waarschuwen als duikvader eraan kwam.  Hoe de jonge vrouw, zuster van de jongeman, ook haar broer probeerde te weerhouden van dit onacceptabele en levensgevaarlijke avontuur, broer en duikmoeder waren niet uit elkaar te krijgen. En dus, met extreem grote tegenzin, werd zus een deel van een vies en onacceptabel gebeuren. Is de duikmoeder nog een heldin? En wat met de zus die het overspel als het ware moest faciliteren?

Hoe ik deze en vele, vele andere verhalen weet? Hun nazaten van na de oorlog, werden ermee geconfronteerd, werden opgevoed in een entourage van ‘voor de oorlog en na de oorlog’. Ze kregen de verhalen te horen, ook de moeizame, al dan niet gekleurd en ook zij werden slachtoffer van een periode waarmee ze niets van doen hadden. Vele van hen raakten beschadigd, door het verleden van hun ouders. Die kinderen hebben nu mijn leeftijd. Allen zijn wij opgevoed in de schaduw van de oorlog. Vele van ons raakten zelf daardoor zwaar beschadigd, als kinderen van duikouders. Zijn wij nu helden, als we met het trauma van onze ouders kunnen omgaan?

En wat met de verzetsstrijders? De impact die de oorlog op hun leven had, was vaak niet mals. Jarenlang doodsangsten uitstaan en dan weer ‘normaal’ gaan leven alsof er niets was gebeurd? Bijna ondenkbaar. En dus werden hun kinderen opgevoed in een zieke entourage, werden slachtoffer van hun ouders, van wie één of allebei verzetsstrijders waren. Maakt dat de verzetsstrijder minder held?

Dat de overgrote meerderheid van de duikouders helden waren, behoeft voor mijn gevoel, weinig betoog. Maar met onderduikers heb ik het moeilijker. Zou het benoemen van onderduikers tot helden impliceren dat allen die wel gevolg gaven aan de oproep tot Arbeitseinsatz, geen helden waren omdat zij geen verzet pleegden? Velen van hen konden letterlijk geen kant op. Velen ook dachten dat het geen gehoor geven ertoe zou leiden dat er represailles zouden volgen. Zij zouden dan schuldig zijn aan van kwaad tot erger. Een familielid van mijn vader, genaamd Frijda, had zich gemeld bij de moffen en bekende dat hij een aanslag had gepleegd op een hoge Duitse Officier. Hij had met die aanslag totaal niets van doen, maar zijn redenering was: wij als Joden gaan er toch aan, dus laat ik maar de schuld op mij nemen. En zo kwam hij aan zijn einde. Was hij een held?

“Onderduikgevers/ Onderduikers helden?”

Ik moet het antwoord schuldig blijven. Ik weet het niet en denk dat niemand het in z’n algemeenheid kan weten.

Als in de Talmoed er een discussie is en het antwoord blijft onbekend, dan staat er Teekoe, hetgeen betekent: Als de tijd van de Mosjieach is aangebroken zal de profeet Elijahoe het juiste antwoord bekend maken. Moge die tijd spoedig in onze dagen aanbreken!

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *