Maar de Jom Ha’atsmaoet receptie was geweldig, hoopgevend. Dagboek van de Opperrabbijn 18 mei 2022

Er loopt weer van alles door mekaar de laatste dagen. De receptie t.g.v. Jom Ha’atsmaoet, de 74ste Onafhankelijkheids dag van Israël, gisteravond, was geweldig. Een enorm grote opkomst. Vele ambassadeurs, niet-joodse en Joodse prominenten. Een plaats om te ontmoeten, contacten te leggen, afspraken te maken, Israël positief in de schijnwerper te plaatsen, kortom: vieren en netwerken! Het is natuurlijk wel zo dat de aanwezigen in principe allen behoren tot de vriendengroep van Israël en er helaas een veel grotere groep bestaat die zich expliciet hiertoe niet rekent. In mijn gedachten komt boven de leerling die na zijn VO een officieel erkende en door de overheid gesubsidieerde opleiding wil gaan volgen in de sociale sector. Hij wordt aangenomen, ondanks zijn Jood-zijn, maar wordt vervolgens afgewezen omdat hij op vakantie was geweest in Israël en dus zionist is “en dat konden ze daar echt niet hebben”. De Joodse jongeman volgt nu alweer een tijdje zijn opleiding aan een Christelijk opleidingsinstituut. Welkom in ons tolerante Nederland! Maar die receptie was dus alom een groot succes. De locatie was ook uit de kunst: Madurodam! De laatste keer dat ik daar was geweest was meer dan 60 jaar geleden, als het toen al bestond.

Ik ben nu bezig met individuele hulpverlening aan een paar vluchtelingen uit Oekraïne en met een van de gevluchte rabbijnen die het helemaal niet meer zien zitten. Het vluchten uit Oekraïne was uiterst complex en dramatisch. En daarna: eindelijk gered! Maar nu komt de psychische problematiek, helaas volkomen begrijpelijk. De rabbijn, die nu in Israël is, heeft alles wat hij had opgebouwd zien verdwijnen. Alles kapot gebombardeerd. Zijn huis, zijn pas nieuwe sjoel, zijn werk en zijn toekomst. De eerste weken na de vlucht heerste het dankbare gevoel van ontsnapping en was hij dag en nacht 24/7 en dus ook op sjabbat, bezig om zijn gemeenteleden te redden, maar nu begint het terugkijken en het vooruitblikken. De eerste weken kon de rabbijn overal zijn verhaal kwijt en werd hij als een held binnengehaald, meer nog dan de gewone vluchtelingen. Maar nu begint bij allen de dramatische realiteit te voelen. Wel terug, niet terug? Hoe verder? Is er een verder? In één woord uitgedrukt: totale geestelijke en fysieke ontreddering.

Maar is die ontreddering iets nieuws? We hadden vorige week een prachtige bijeenkomst in Brabant voor de leden van de chevre kadiesje, de vrijwillige dames en heren die de rituele reiniging van de overledenen geheel belangeloos verzorgen. Geweldig hun inzet. Het was een soort opfriscursus om de diverse wetten, gebruiken en de problemen die kunnen ontstaan, te bespreken. En plotseling kwam in mijn gedachten Opperrabbijn Dr. Jacob Fränkel zl. Hij was de opperrabbijn van Overijssel en waarnemend opperrabbijn van Brabant. Hij was de grootvader van mijn oma. Het klinkt ver weg, maar gelijk ik mijn oma goed heb gekend, heeft mijn oma haar grootvader uitgebreid meegemaakt. Wat dit van doen heeft met dit dagboek? Hij was ook een vluchteling. Zijn ouders hadden een bierfabriek in Polen/Rusland/Oekraïne. En toen die bierfabriek door de Tartaren onverwacht was aangevallen en volledig vernietigd, begrepen zijn ouders dat vluchten de enige uitweg was. En zo was hij in Nederland beland, berooid, fysiek zwak, alles achtergelaten en geen zicht op de toekomst. Mijn oma heeft mij als klein kind erover verteld, maar over de Tweede Wereldoorlog werd gezwegen. Wat mijn moeder mij wel vertelde, en dat is me steeds bijgebleven, dat toen op 10 mei 1940 de Nazi vliegtuigen overvlogen, mijn opa uitriep: Oh, G’d, we gaan eraan!

Maar mijn beide opa’s en oma’s hebben het overleefd dankzij niet-joden die met gevaar voor eigen leven mijn grootouders en al hun kinderen, die toen al allen volwassen waren, te verbergen. En daarom, zo vernam ik, heeft een oud-leerlinge van mij nu Oekraïense vluchtelingen in huis genomen, want, zoals ze zegt, als niet-joodse Nederlanders toen niet hun huis hadden opengesteld, had ik niet bestaan. En zo beleef ik dat ook. Hoewel het geen sinecure is om vluchtelingen met al hun verdriet en daardoor vaak moeizaam gedrag de hele dag om je heen te hebben. Maar er is toch nog een verschil, want mijn ouders konden niet naar buiten, verraad lag op de loer en ze werden actief gezocht. Onze Oekraïense vluchtelingen zij hier GZD vrij, hebben fysiek niets te vrezen en hoeven geen honger te lijden. Maar de onzekerheid kan gigantisch knagen, hun werelden zijn ingestort en het lot van hun naasten en bekenden is dramatisch onbekend. Ze zijn de gruwelijkheden ontvlucht, maar de gruwelijkheden hebben hen nog lang niet ontvlucht.

Maar de Jom Ha’atsmaoet receptie was geweldig, hoopgevend.

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

RSS
Follow by Email