Arameeërs, Armeniërs en Grieken: 1915. Dagboek van de Opperrabbijn, 19 juni 2022

Heel erg veel publiciteit rondom Mendel Kohen, de rabbijn van Mariupol op websites, Facebook en in kranten. Een bereik van meer dan 2 miljoen mensen. En nu? Wat heb ik ermee bereikt? Zijn bliksembezoek aan Nederland, d.w.z. aan mij, was GZD succesvol. Ik moest hem spreken en niet per telefoon en zelfs niet per zoom. We hebben gesproken en besproken wat nodig was. De bijvangst, de publiciteit was goed voor de lezers en voor rabbijn Mendel. En nu (het is donderdag) back to normal, gewoon Nederland.

Ik herinner me niet meer of ik melding had gemaakt van de BBQ vorige week in Bussum. Zo niet dan was dat een omissie. Want het was een groot succes, geweldige opkomst, eensgezinde inzet van bestuur en zichtbare betrokkenheid van het Betsalel-Duo. Voor outsiders: Amir is de chazan van Bussum en Annet zijn echtgenote. Maar beiden zingen, doen alles en tonen een geweldige betrokkenheid. Mag wel een keer vermeld worden voor outsiders, want intern, binnen Bussum, is dit zondermeer bekend.

Er heeft zich afgelopen week nog iets afgespeeld. Nadat ik na het vertrek van rabbijn Mendel Kohen, woensdagochtend in alle vroegte, was bekomen waren Roger van Oordt, de Honorair-Consul van Israël en mijn persoontje, om 19:00 uur in Enschede voor de jaarlijkse herdenking van de Aramese genocide in 1915. We kwamen net op tijd om in de processie van hun kerk naar het Volkspark mee te lopen. Ik werd prompt vooraan in de stoet geplaatst tussen de priesters, allen prachtige gewaden. Het zijn dus Arameeërs, Armeniërs, Grieken en nog een paar kleinere groepen. Allen christenen die toentertijd vanwege hun christendom vervolgd werden.  Eigenlijk zou ik nu moeten schrijven over vandaag, zondag. Ik ben nu op de terugweg van Middelburg waar de inwijding van een nieuwe Thora-rol heeft plaatsgevonden, maar dat zal dus mijn volgende dagboek worden en mijn column in het NIW van aanstaande vrijdag. Overigens zal het NIW uitgebreid aandacht gaan besteden aan de Joodse Gemeente Zeeland.

Nu dus even terug naar woensdagavond, de herdenking van de genocide in 1915. Een genocide die wel en niet wordt erkend. Onze Tweede Kamer heeft het erkend, maar onze regering spreekt zich niet duidelijk hierover uit ‘om politieke redenen’. Dat doet pijn!

Ik moest denken aan 4 mei jl. toen ik met de ambassadeur van Duitsland een krans heb gelegd op de erebegraafplaats in Loenen. Hij, de ambassadeur van Duitsland dat van 80% van mijn familie vermoordde, en ik, de nazaat van de overgebleven 20%. En toch zijn we na een aantal ontmoetingen vrienden geworden want uiteindelijk is hij persoonlijk absoluut niet schuldig aan misdaden van zijn grootouders die hij zwaar verafschuwt! Dat samen leggen van die krans betekende heel veel voor mij, als kind van overlevenden. Toen onze koning op de Dam vorig jaar moedig sprak over het falen van zijn overgrootmoeder en ook onze premier Rutte excuus had aangeboden over de houding van onze regering in die afschuwelijke jaren, raakte mij dat diep. Waarom, vroeg ik me af? Ik heb die oorlog toch niet meegemaakt? Maar de open traumatische wond van onze ouders is aan ons, de tweede generatie, overgedragen.

Waarom geen erkenning van het leed dat de christelijke Armeniërs, Arameeër en Grieken is aangedaan? Zullen ze zich met de erkenning gesteund voelen, zal de wond van het verleden daarmee draaglijker worden?  Ik denk het wel, want toen ik de aanwezigheid van de honorair-consul van Israël aan het begin van mijn toespraak aankondigde en de honorair-consul opstond, weerklonk er spontaan een ovatie die zijn aanwezigheid als vertegenwoordiger van de Staat Israël innig verwelkomde.  Hoe betekenisvol zou de aanwezigheid van een Regeringsvertegenwoordiger zijn geweest!  Alleen tweede Kamerlid Don Ceder van de Christen Unie had de verre reis van Den Haag naar Enschede ondernomen, hetgeen ook duidelijk zeer werd gewaardeerd. Maar een lid van de Tweede kamer is geen vertegenwoordiger van de Regering. De herdenkingsplechtigheid was imponerend en zeer respectvol georganiseerd. Indrukwekkend te aanschouwen hoe ook hun jeugd actief meedeed.

We zijn bijna in Breda waar ik, na de geweldige bijeenkomst in Middelburg, nog even een zieke ga bezoeken in een revalidatiecentrum. Morgen erg vroeg op. Ik moet op tijd op Schiphol zijn voor mijn vlucht naar Budapest. 

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

RSS
Follow by Email