“Een vlek op je kleren is het gevolg van een vlek in je ziel.” Dagboek van de Opperrabbijn, 26 juni 2022

Mijn vorige dagboek, met daarin mijn zorg over de strekking van een artikel in het RD over abortus, heeft me vele reacties opgeleverd, zelfs uit Israël. Duidelijk werd hoe gevoelig de afschuw over bekering binnen Joods Nederland leeft, ook en misschien wel juist bij de minder betrokken leden van onze gemeenschap. Hetzelfde zien we als er weer eens een verbod op de sjechieta dreigt te komen. Ook zij die niet koosjer eten, voelen zich aangevallen omdat ze beseffen dat het hier niet zozeer gaat over vermeend dierenleed, maar als een aanval op onze/hun identiteit. Een medewerker van de pro-life organisatie die in Israël dus strijdt tegen abortus, heeft me inmiddels gebeld om uit te leggen dat het allemaal net iets anders in elkaar zou zitten. Heb ik geen moeite mee, fijn om te horen, want mijn kritiek betrof het gepubliceerde artikel dat dan dus kennelijk een verkeerde indruk creëerde. Maar die indruk is dus wel de wereld ingestuurd! Ik laat het nu even voor wat het is.

Prachtig weer vandaag, vanochtend een onthulling van een matsewa in Utrecht en vanmiddag mijn lezing voorbereiden voor het afscheid van Dr. Fedia Jacobs als psychiater van het Sinai Centrum. Wellicht een idee om mijn referaat ook mee te sturen met mijn dagboek, als bijlage. Mijn werkzaamheden als Geestelijk Verzorger binnen de psychiatrie hebben een grote invloed gehad op mijn eigen ontwikkeling als rabbijn en als mens, waarmee ik niet wil suggereren dat rabbijnen geen mensen zijn! Naast de interessante Halachische uitdagingen die er binnen een psychiatrische setting bestaan, heb ik daar ook leren kijken naar mensen. Er wordt nog steeds neergekeken op mensen die onder psychiatrische behandeling staan, helaas. Misschien deed ik dat in een heel ver verleden ook wel, maar dat is dan gelukkig een heel ver verleden. Steeds, nog steeds, probeer ik aan te geven dat er totaal geen reden is om je te schamen voor een psychisch probleem, maar het vooroordeel blijft krampachtig bestaan. Mijns inziens wordt die vooringenomenheid aangewakkerd door moorden die begaan worden door criminelen die een TBS hebben opgelegd gekregen, ontsnappen of ontslagen zijn en vervolgens weer in hun oude misdaad vervallen. De media besteden hier veel aandacht aan waardoor bij de gemiddelde lezer zijn toch al negatieve kijk op een psychiatrische patiënt, alleen maar wordt bevestigd en mogelijkerwijs, vergroot. Wat hier door elkaar loopt is rechtspraak en beoordelen. Als een kind onder miserabele omstandigheden opgroeit, in een ongezonde entourage, dan is het logisch dat zijn ontwikkeling hierdoor negatief wordt beïnvloed. Het zou abnormaal zijn als dit niet het geval zou zijn! Zo dien ik ook aan te kijken tegen de medemens, steeds het goede in hem zien. Maar zodra er sprake is van een misdaad, moet er recht worden gesproken en niet gezeurd worden met psychologische verklaringen. Gelijk een psychiater geen rechter is, zo ook behoort een rechter geen psychiater te zijn. Ik herinner mij Zr. Zijlstra, de directrice van het Sinai Centrum in de jaren’70. Er was toen een patiënt opgenomen die zijn vrouw had vermoord. Hij had vrijheidsbeperkingen, mocht nooit onbegeleid het gebouw verlaten, maar verder werd hij met liefde omringd. Hij hoefde dus niet het gevang in, “want”, zoals de directrice me wist te vertellen, “tijdens de moord was hij zenuwachtig geweest en daarom zit hij bij ons” En toen voegde ze daaraan toe, woorden die ik nooit vergeet: “Maar ja, wie zou er niet zenuwachtig zijn als je je echtgenote vermoordt.”

We hadden een erg fijne sjabbat, hadden naar Antwerpen zullen gaan voor de inwijding van een nieuwe Thora-rol, maar omdat Blouma erg moe is, gaat dat niet lukken. Moe van wat, hoor ik u denken, Moe van alle sjabbat—maaltijden die ze weer met ****, vier sterren, had vervaardigd voor ons beiden en voor de gasten. Ondertussen ben ik geconfronteerd met twee ernstig zieke mensen en wordt van mij een troostend woord verwacht. Dat is mooi, maar ik sleep nog steeds het verdriet van een ander “met mij mee naar binnen”.  Dat moge dan niet professioneel zijn, maar zo zit ik nu eenmaal in mekaar.

Bij de onthulling van de matsewa, hedenochtend in Utrecht, kreeg ik een complimentje dat ik zo’n net pak aan had. Belangrijk! De verantwoordelijke voor mijn uitstraling/ kleding is Blouma. Keer op keer waarschuwt ze me om op te passen met morsen, mijn hoed te borstelen en ervoor te zorgen dat mijn stropdas recht zit. Want, zoals ze dat zo poëtisch verwoordt, “een vlek op je kleren is het gevolg van een vlek in je ziel.” Ze heeft gelijk. Want gelijk dat artikel over abortus, vergelijkbaar met de vlek op mijn kledij, een negatieve impressie veroorzaakt voor de Staat Israël in zijn volle breedte, hetzelfde geldt voor een rabbijn die onverzorgd en dus respectloos rondloopt.

Ik stop, doe mijn nette pak uit en ga in een T-shirt en een katoenen broek aan mijn dagelijkse snel wandeling. Overigens is een vlek in je taalgebruik, een onbedoeld roddelpraatje, nog schadelijker dan een echte vlek.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

RSS
Follow by Email