Kaddiesj in Auschwitz. Dagboek van een opperrabbijn 6 nov. 2022

Donderdag een telefoontje van Dit is de Dag van de EO. Meer dan twee jaar was ik eens per maand op zondag hun commentator in hun veel beluisterde radioprogramma. Ik was het al bijna weer vergeten. Maar nu werd ik weer van stal gehaald om mijn mening te geven over de verkiezingsuitslag in Israël. Ik voelde me inhoudelijk deskundig genoeg om hierop in te gaan en mijn boodschap luidde: iets meer naar rechts of naar links, uiteindelijk zal Israël gewoon een democratie blijven, maar dan wel een democratie in en van het Heilige Land. Natuurlijk zal Netanyahu alles in het werk stellen om de premier van alle bewoners zijn, ongeacht geloof, ras, afkomst en/of geaardheid.

Het was me trouwens donderdag wel even het media-dagje. Want de dag was ik begonnen met een gesprek met Silvan Schoonhoven van de Telegraaf. In de zaterdageditie schreef hij over antisemitisme, vooringenomen denkbeelden over Joden die weer springlevend zijn, helaas. Waarom spelen die bijna antieke clichés weer op, was in feite  zijn vraag. Mijns inziens is er momenteel niets bijzonders aan de hand. Antisemitisme is niet weggeweest en zal ook nooit weggaan. Alleen de zichtbaarheid zal variëren in de vorm van een golfbeweging: dan weer salonfähig en dan weer een periode  van onzichtbaarheid. En nu staan we aan het begin van de Salonfähig-periode.

Inmiddels is het zondag en zit ik hoog in de lucht richting Krakau voor een tweedaags symposium voor Europarlementariërs, georganiseerd door European Jewish Association (EJA) en van Krakau vlieg ik voor iets minder dan twee dagen naar Israël voor een vergadering van de RCE, Rabbinical Center of Europe, waar ik dus sinds kort in het dagelijks bestuur ben benoemd.

Donderdag aan het eind van de middag hoop ik weer terug te zijn en dan meteen door naar Nijkerk voor een lezing over de Joodse visie op de komst van de Mosjieach. Het publiek zal redelijk teleurgesteld worden want eigenlijk hebben we niet veel visie en hoewel we dagelijks hopen op de ultieme vrede, de Mosjieach dus, hoe precies het eruit gaat zien is niet zo relevant. We moeten in het heden leven en ons voorbereiden voor de toekomst. Maar hoe het morgen eruit zal zien, zien we dan wel weer.

Inmiddels zijn we aangekomen in Krakau in ons hotel. Wat een warme ontvangst door de staf van EJA. Een en al vriendelijkheid. Uiteraard werden we van het vliegveld afgehaald. We zaten in de auto  met twee MP’s uit Oostenrijk, de een was van de Liberale partij en de ander van Groen (links?). Even een paar koppen thee voor mijn waterhuishouding en dan naar beneden voor het netwerken. Ik las in het programma dat ik aan het eind van de rondleiding in Auschwitz morgen, maandag, verwacht wordt om Kaddiesj uit te spreken en uiteraard vooraf een korte overpeinzing, ter afsluiting van het “bezoek”. Ik heb het “bezoek” tussen aanhalingstekens geplaatst, omdat ik niet goed weet hoe ik het bekijken van de hel anders zou moeten noemen. Wat gaan we daar eigenlijk doen? Een les leren voor de toekomst? Is het een educatief uitstapje?

Zie hier mijn toespraak. Nog wel even onder embargo, want ik spreek hem maandag om 17:00 uur pas uit.

Combatting antisemitism, that is the goal of our conference and our visit to this horrible location. Although I believe that antisemitism will never be completely conquered, we have to be alert and attempt to fight it with education.

In my country during the Holocaust only 5% collaborated with the Nazi’s, only 5%  was prepared to risk their lives and join the resistance group.

But 90% watched it, saw it happen, were scared or indifferent, kept silent and followed, like a herd, the easiest and wrong direction.

But at this very moment I don’t want to speak about education and  reduce this holy place to an educational project.

Last year, in Amsterdam, the National Memorial Monument with the names of all those who did not survive was unveiled. I noticed, after the ceremony,  people stepping forward and place their hand on the name of their father, their mother, their children, sisters, brothers, uncles and aunts.

But the most names were not touched by anybody, because nobody was left to remember them.

Kaddish is the prayer which a child says for his late parents. Let us say kaddish and have in mind those who are completely disappeared,  because they were allowed to be murdered , because they were Jews and the herd, the 90%, kept silent.

En dan Kaddiesj en een minuut stilte die niet zal worden aangekondigd, maar als vanzelf ontstaat.

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

RSS
Follow by Email