Dagboek van de Opperrabbijn van 10 december 2023

De aftrap voor Chanoeka 5784 begon eigenlijk voor mij op donderdagochtend in Den Haag, nog voordat Chanoeka was begonnen. Ik mocht vooroplopen in de stille tocht vanaf het Malieveld via de Tweede kamer en het hoofdkantoor van het Rode Kruis, waar petities werden overhandigd, en dan weer terug naar het begin van de lange imposante pro-Israël wandeling door Den Haag. Maar ’s avonds was het echte begin, het aansteken van het eerste lichtje op de Grote Markt van Nijmegen. Burgemeester Bruls was dik op tijd aanwezig om met de aanwezigen te spreken en ze te bemoedigen. In zijn toespraak gaf hij duidelijk aan dat er in Nijmegen geen sprake kon en mocht zijn dat uit angst voor dreiging dit jaar de menora niet publiekelijk zou worden aangestoken. En dus gingen de burgemeester en rabbijn Mendel Levine, de Nijmeegse Rebbe, in een hoogwerker omhoog, om gezamenlijk het eerste lichtje te ontsteken om de duisternis te verlichten. Rabbijn Levine ontpopte zich als een gedreven ceremoniemeester, alles was tot in de puntjes geregeld en toen rabbijn en burgemeester geland waren en nadat ik mijn toespraak had mogen afsteken, was er rijkelijk gezorgd voor de inwendige mens. Dank rabbijn en mevrouw Levine, burgemeester Bruls en alle vrijwilligers en niet in de laatste plaats de velen die zich de moeite hadden getroost om juist in deze moeizame periode voor de Joodse gemeenschap hun solidariteit te tonen met hun aanwezigheid.

Vrijdag reden we naar Middelburg, klinkt ver weg en dat is het ook. Maar meer dan de moeite waard, want de waardering die wij ondervinden door onze aanwezigheid is omgekeerd evenredig met het aantal afgelegde kilometers. Wij, Blouma en ik, kwamen echter niet om alleen vrijdagavond voor het begin van de sjabbat de menora in sjoel aan te steken, het tweede lichtje. Het werd een sjabbaton met na het aansteken van de menora in sjoel en na de vrijdagavond-sjoeldienst, een heuse uitgebreide sjabbat-maaltijd voor de hele Joodse gemeente. Ja, denkt u wellicht, dat is makkelijk te organiseren zo’n maaltijd want de Joodse Gemeente Zeeland is niet zo groot. Klopt! Maar de warmte, de sfeer, de saamhorigheid en niet te vergeten de maaltijden van Hoffy’s, waren niet te evenaren. Wat een eenheid! Wat een onderlinge verbondenheid! Hoe welkom voelden we ons! Om 16:00 uur begonnen we en om 22:30 uur waren we klaar met bensjen. Wij moe terug naar ons hotel op 450 meter afstand van de sjoel, maar helaas: deur op slot! De bel was elektrisch, kloppen hielp niet, maar de koude viel gelukkig mee. Uiteindelijk hebben we toch nog onze kamer weten te bereiken en hebben we de benodigde nachtrust gekregen. En dat was nodig, want sjabbat begon met de sjoeldienst om 9:30 uur en werd een non-stop geweldige dag tot na 20:00 uur, toen we eindelijk, vermoeid maar dankbaar en voldaan, de terugreis konden aanvaarden. Zonder te veel in details te treden: in sjoel werd een bar-mitswa gevierd van een zeventigplusser die voor het eerst naar sjoel kwam, dus ook voor het eerst werd opgeroepen voor de Thora, maar zeker vaker gaat komen. De hele dag was sjoeldienst, maaltijden, lernen, sociale contacten, nog een paar mensen met persoonlijke vragen kunnen helpen en toen, om 17:00 uur, met z’n allen naar de hal van het prachtige Stadhuis. Met nacht, om half zes,  was er in het Stadhuis sjoeldienst, daarna havdala en aansluitend in aanwezigheid van de burgemeester werd de grote menora aangestoken. De Stadhuishal was propvol, honderden waren komen opdraven. Uiteraard leden en nog-niet-leden van de Joodse Gemeente Zeeland, maar de meesten waren niet-joodse Zeeuwenaren die in veel grotere getale waren gekomen dan andere jaren om juist in deze donkere tijden de Joodse gemeenschap steun te betuigen.

U kunt zich voorstellen dat we onze thuis-bedden pas in de vroege uurtjes konden zien.

Inmiddels is het 00:30 uur, zondagavond of beter gezegd maandagochtend. Ik ben erg moe, heb net de menora thuis aangestoken en zit nu aan mijn dagboek te werken. Nou ja, werken? Te relaxen. Maar tegelijkertijd ben ik niet erg happy. Ik ben bezorgd over de toestand in Israël. De informatie die mij bereikt klinkt niet goed. Maar of die informatie klopt weet ik natuurlijk ook niet. Maar Israël heeft geen keus en zal veder moeten gaan. Om vier uur vanmiddag (zondagmiddag dus) stonden we voor het Stadhuis van Eindhoven. Burgemeester Dijsselbloem stond al klaar met z’n ketting en, behalve de meer dan 350 aanwezigen, was er ook een delegatie van de RK en een Iman. De voorzitter Max Loewenstein van de Joodse Gemeente sprak als eerste, daarna de burgemeester en na afloop van het aansteken van het vierde lichtje spraken rabbijn Simcha Steinberg en mijn persoontje. Ook hier weer een buitengewoon goede organisatie met na afloop van de plechtigheid soefganiot, koffie, thee en sapjes en bovenal: heel veel mensen! Wij konden maar beperkte tijd blijven wat we moesten om 19:30 uur in Amsterdam zijn voor het Chanoeka-concert. Hoe het concert was, laat ik u graag in mijn volgende dagboek weten, want morgenavond komen ze naar Enschede en daar zullen ze ook een concert geven. De ambassadeur van Israël, die vandaag in het Concertgebouw was, zal ik morgen ook in Enschede treffen. Ik moet nu stoppen want morgenochtend om 11:00 uur komen twee dames van de Gemeente Enschede bij mij op bezoek om te spreken over integratie en antisemitisme. Een van de twee is een moslima. Toen ik haar enige maanden geleden ontmoette en ik vernam dat zij belast is met integratie was ik benieuwd naar haar kennis over Joodse Feestdagen en Joodse gebruiken. Niet dat de immigranten joods willen worden, maar het zou fijn zijn indien er aan de vluchtelingen kan worden uitgelegd dat in hun nieuwe land vrouwen geen gebruiksvoorwerpen zijn en Joden niet vervolgd mogen worden.

Morgenochtend eerst dus die twee dames, dan…?……?

Wordt vervolgd. Maar toch ben ik erg bezorgd. De hele wereld tegen Israël, zoals te doen gebruikelijk!

O ja, mocht u in de buurt zijn: donderdagmiddag aanstaande wordt in Sderot in aanwezigheid van een Nederlandse delegatie de Grote Nederlandse Menora aangestoken. Aanvang: 15:00 uur. Ook vanuit Gaza zal het licht te zien zijn en met G’ds hulp duisternis verdrijven.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

RSS
Follow by Email