Dagboek van de Opperrabbijn van 3 januari 2024

“Op dinsdagavond 26 december 2023 plaatsten we in het liveblog over de oorlog tussen Israël en Hamas een kort bericht over beschuldigingen die Hamas doet aan het adres van Israël, over “orgaandiefstal van 80 lichamen”. Daarvoor is geen bewijs, en het bericht had niet op deze manier gepubliceerd moeten worden. Het miste (historische) context en uitleg, en voldeed daarom niet aan onze eigen kwaliteitseisen”, aldus las ik op de website van de NOS. Fijn dat de NOS tot inzicht is gekomen dat ze Israël valselijk hadden beschuldigd, maar ondertussen was het kwaad natuurlijk wel al geschied en de beeldvorming bepaald of, zo u wilt, bevestigd.

Nou is Israël ver weg en daarom raakt mij dit moderne bloedsprookje minder en zal ik het waarschijnlijk sneller vergeten dan het soortgelijke bloedsprookje van zo’n vijftien jaar geleden, letterlijk bij mij voor de deur. Terwijl ik mijn auto aan het uitladen ben zie ik aan de overkant een Marokkaanse vrouw van een jaar of veertig een brullend jongetje in de houdgreep houden. Het knaapje huilt het uit en wordt, al brullend, de straat over gesleept om naast mijn auto te arriveren. ‘Je hoeft niet bang te zijn, deze opa gaat je ogen niet uitsteken!’ Nog even los van de belediging dat ik, hoewel nog nauwelijks de zestig gepasseerd, door een wildvreemde vrouw opa werd genoemd, begreep ik even niets van de opmerking over ‘ogen uitsteken’. Maar de vrouw legde het uit, terwijl ze het gillende doodsbange kind krachtig bleef vasthouden. ‘Dit jongetje is wijsgemaakt dat u, omdat u Jood bent, zijn ogen wilt uitsteken om die te geven aan blinde Joodse kinderen in Israël’ En toen wendde ze zich tot het angstige jongetje: ‘Zie je wel, die meneer doet je helemaal niets’. Fijn dat deze Marokkaanse vrouw letterlijk ingreep om het op een door de Nederlandse Overheid gesubsidieerde school opgroeiende jongetje, te corrigeren. Nou wist ik natuurlijk niet of deze variant van het bloedsprookje op school werd verteld of alleen maar thuis, maar het speelde zich wel af gewoon voor mijn eigen veilige huis. Vormt dit doodsbange knaapje de top van de Nederlandse antisemitische/antizionistische hooiberg of behoort hij tot de uitzonderingen? Ik hoop dat ik het niet weet.

Wat ik wel weet is dat ik oudejaarsnacht langer ben opgebleven dan voorgaande jaren om de beeldschermen, die iedere activiteit rondom mijn huis weergeven, goed in de gaten te houden. Hoewel het woord angst in mijn vocabulaire nauwelijks voorkomt, is alertheid in mij sterk vertegenwoordigd. Mijn brievenbus hadden we vanwege de op handen zijnde feestelijkheden al aan het begin van de avond stevig dichtgeplakt. De coniferen, die lang geleden op oudejaarsavond in brand waren gestoken, waren allang vervangen door een veilige schutting. Het houten hek, dat eens, onder het uitroepen van ‘Joden, Joden’ even na middernacht op Oudejaarsavond in mekaar werd getrapt, was al bijna eeuwen geleden door een sterk onverwoestbaar metalen hek vervangen.

Na zonder problemen de oudejaarsnacht te hebben overleefd, werd het vervolgens Nieuwjaarsdag en mocht ik weer plaatsnemen in de tuin voor de synagoge van Apeldoorn om, gelijk andere jaren, de deelnemers aan de Wandeling voor de Vrede toe te spreken. Ik schat een kleine honderdvijftig deelnemers liepen langs kerk, moskee en synagoge. Die wandeltocht aanschouwen was fijn. Mensen die in alle stilte zonder opruiende vlaggen gewoon demonstreerden tegen iedere oorlog en voor vrede “voor al Uw schepselen”.

Ondertussen vernam ik van een bekladding op de Gedachtenisruimte van de Stichting Oktober 44 in Putten. Zeshonderd negenenvijftig mannen werden in oktober 1944 bij een razzia in Putten van de straat geplukt, in eerste instantie afgevoerd naar Kamp Amersfoort en van daaruit naar Neuengamme. Het was een represaille voor een door het verzet uitgevoerde aanslag op een hoge SS’er. Slechts enkelen overleefden. De bekladding bestond uit de woorden “7 oktober ‘23 en een Davidster”.

De directeur van CIDI reageerde als volgt: “Ik kan het geen antisemitisme noemen, want ik vind het maar een cryptische bekladding. Wat is nou de boodschap?” Voorop gesteld dat ik CIDI buitengewoon waardeer en de inzet van directeur Naomi Mestrum gewoon goed vind, ben ik het toch hier even niet eens met Naomi (Naomi, excuus, is niet persoonlijk bedoeld!). Terecht is de rationele constatering dat de afschuwelijke razzia in Putten in 1944 niets van doen heeft met 7 oktober. Maar bekend is toch het grapje: Wie is er schuldig, de lantaarnpaal of de Jood? Reactie: Hoezo lantaarnpaal? Dat er geen enkel logisch verband bestaat tussen de afschuwelijke razzia en 7 oktober moge duidelijk zijn. Maar: antisemitisme is geen logisch beredeneerbare kwaal. Is het logisch dat op 12 november bij de jaarlijkse herdenking in Arnhem van de deporatie van de Arnhemse Joden dit jaar de scholen niet deelnamen vanwege 7 oktober 2023? En is het acceptabel dat de onthulling van Stolpersteine in Coevorden werden uitgesteld vanwege 7 oktober 2023? En…en…! Enfin, ik heb meteen gebeld naar de Stichting Gedachtenisruimte oktober ’44 en aangekondigd om dinsdagochtend naar de Gedachtenisruimte te komen louter en alleen om mijn medeleven te betuigen, niet meer en niet minder. Mijn aanwezigheid kwam over, werd gewaardeerd, kreeg lokale, provinciale en zelfs landelijke aandacht. Of de bekladding voor of tegen Hamas was, is niet duidelijk. Maar mijn aanwezigheid werd beleefd en was bedoeld als een bezoek aan een rouwende familie.

Het is een Joods gebruik om altijd met iets positiefs te eindigen. Het positieve trof ik een dezer dagen in de supermarkt. Blouma en ik deden inkopen. Dat wil zeggen Blouma deed de inkopen en ik duwde braaf het karretje. Komt er een Marokkaan naar me toe met een warme sjalom. Hij moest me even vertellen dat hij walgt van Hamas, dat hij in Marokko prima banden had met de Joden en dat de inwoners van Gaza gegijzeld worden door de terreur van Hamas. Zijn sjalom was oprecht gemeend en gaf mij toch nog een sprankje hoop. Ook in de Wandeling voor de Vrede liep een Iman mee die speciaal de stoet verliet om mij de hand te schudden en een warm sjalom uitsprak. En de journalisten en fotografen die aanwezig waren in de Gedachtenisruimte in Putten stonden ook pal achter Israël en walgden net zozeer van Hamas als die Marokkaan in de supermarkt en de Marokkaanse vrouw die dat knaapje in de houdgreep hield.  Binyomin, zei ik tegen mezelf, heb ook oog voor de talrijke positieve lichtpunten…

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

RSS
Follow by Email