Dagboek van de Opperrabbijn 14 jan. 2024

Mijn korte wintervakantie in Engeland had ik met een dag verkort om aanwezig te kunnen zijn bij de pro-Israël demonstratie, donderdag jl., voor het Vredespaleis in Den Haag. Omdat ik nou eenmaal uitsluitend nuttig bezig wil zijn heb ik een balans opgemaakt. Maar alvorens mijn nuttigheidsrendement met u te delen, hoor ik u vragen: moet alles dan nuttig zijn? Mijn antwoord: absoluut! Het antwoord  ‘als je maar gelukkig bent ‘ en ‘als je maar gezond bent’ zijn mijns inziens betrekkelijk, want het moge dan zeker zo zijn dat gezondheid en geluk ontzettend belangrijk zijn en van de Joodse wet topprioriteit vereisen, zijn toch geluk en gezondheid geen doel, maar middel. Het doel dat de Thora van ons mensen verlangt,  is om een goed en vroom mens te zijn. Het middel om dat hoge doel te bereiken zijn gezondheid, geluk en voorspoed.

Dus, terug naar de vraag: was het achteraf bezien de moeite waard geweest om mijn korte Engeland-afwezigheid met een dag te verkorten om in Den Haag te demonstreren? Antwoord: ja!

Christenen voor Israël hadden een paar duizend van hun mensen opgetrommeld om naar Den Haag te komen, bussen vanuit heel Nederland ingezet, een geweldige publiciteit verzorgd. Natuurlijk hadden ze mijn afwezigheid geaccepteerd en een demonstrant meer of minder maakt op zichzelf ook niet uit, maar toch werd mijn aanwezigheid, juist omdat ik hiervoor uit mijn weg moest gaan (letterlijk dus), erg gewaardeerd. En die waardering komt hen toe. Maar, ook naar de familieleden van de gegijzelden die speciaal uit Israël waren gekomen, hadden mijn aanwezigheid, de handdruk, het bekijken van de foto van hun gegijzelde familie, mijn hoed en mijn baard een functie. En ook de Nederlands Joodse gemeenschap waardeerde de aanwezigheid van hun rabbijnen. De talloze positieve reacties die ik mocht ontvangen, getuigen hiervan. Overigens ontving ik ook een felle kritische e-mail over de aanwezigheid van drie zwaar bebaarde ‘collega’s’ die bij de NOS (uiteraard!) een uiterst zichtbare exposure kregen en mochten uitleggen in een videoboodschap dat de Staat Israël niet deugt en schuldig is aan massacre en vanuit Thora-oogpunt überhaupt geen bestaansrecht heeft. Beste lezer van mijn dagboek: weet dat deze drie malloten (de titel schurken wil ik ze niet eens toebedelen en rabbijnen zijn ze ook al niet!), nergens binnen de mondiale Joodse gemeenschap worden geaccepteerd. U moet het meer zien als drie dorpsgekken. Iedere plaats en iedere gemeenschap heeft, bijna per definitie, zo’n malloot. Wij, de Joodse gemeenschap, blijken er dus drie te hebben. Ik wens ze vanaf dit dagboek: een spoedig en volledig herstel! En mochten ze onderdak zoeken, want ze zijn niet in Nederland woonachtig, een Ander Joods Geluid zal blij met ze zijn en ze met open armen ontvangen, zo ze dat al niet hebben gedaan.

Wat mij stoorde bij de demonstratie was de wachttijd. Halverwege de langzame wandeling stonden we plotseling stil. Omdat ik vooraan liep in de stoet had ik de gelegenheid om aan de politie te vragen waarom we om de haverklap moesten stoppen. Schuldig bleken pro-Palestijnse demonstranten die steeds weer in kleine groepjes vanuit zijstraatjes opdoken op plaatsen waar ze zich niet mochten bevinden. Gezag voor politie die ze verzocht te verdwijnen, hadden ze niet. En dus wilde de politie, omwille van onze veiligheid, dat we stopten totdat bij onze politie het sein veilig was binnengekomen. Een kort overleg tussen Ronnie Naftaniel , de voormalige CIDI man, en mijn persoon leidde ertoe dat we ons even losmaakten van de stilstaande stoet en ons wendden tot de politie met de klacht dat het van de zotten is dat ons tempo niet door onszelf en niet door de politie wordt bepaald, maar door anti-Israël figuren die weigeren gezag te accepteren. Wij hadden vergunning om te demonstreren en volgenden braaf de juiste weg en hielden ons aan de voorgeschreven tijd. We maakten de politie duidelijk dat het nu genoeg was, dat we lang genoeg in de ijzige kou hadden stilgestaan, wij riepen de stoet op om verder te lopen en lieten de politie weten dat als ze het daarmee oneens waren ze de oproerpolitie mochten sturen om ons in bedwang te houden. Qua publiciteit, aandacht voor de Israël- zaak, zou wat oproerpolitie geen kwaad kunnen. Onze duidelijke boodschap kwam over en de stoet trok verder.

Wat hier gebeurde is symbolisch voor de Nederlandse aanpak. Omdat de anti-Israël demonstranten dreigen, brullen en openlijk weigeren het gezag te aanvaarden, krijgen ze de aandacht waarop ze menen recht te hebben en gezien wij Joden qua volume maar een piepklein groepje zijn, moeten wij te pas en vooral ook te onpas, het onderspit delven.

Vele e-mails, kaarten met steunbetuigingen en bemoedigende woorden bereiken mij persoonlijk, de synagogen en de Joodse Gemeenten. Maar dat zijn de uitzonderingen die zich losrukken van de grote kudde, de kudde die, naar ik vrees, meer en meer de verkeerde weg inslaat. Uiteindelijk zal het kwaad vernietigd worden, Israël heeft geen andere keus, maar tot dat moment…ik houd mijn Joodse adem in! Piraterij, die ik uit spannende verhalenboekjes kende, wordt het normaal. Roversbenden bepalen het wereldbeeld. Wie tegen wie strijdt is niet meer te vatten. De wereld staat op z’n kop en Israël zal wel van alles de schuld krijgen, waarom ook niet!

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

RSS
Follow by Email