Zeker orthodox, hè? – Dagboek van een opperrabbijn

Omdat mijn dagboek een dagboek is en niet een column over een bepaald onderwerp, word ik geacht gewoon te schrijven wat ik als rabbijn in Coronatijd meemaak. Een bestuurder verzocht mij om voor zijn Joodse Gemeente het dagboekachtige een keer per week eruit te halen en van het dagboek een column te maken. Een goed idee! Ga ik dus doen.

Maar hij had nog een advies, hij vond namelijk dat in de dagboekversie het ontbijt-op-bed opgediend door mijn vrouw, ontbrak. Hij had een punt, alleen moet ik eerlijk bekennen dat dat ontbijt-op-bed niet alleen ontbrak in mijn dagboek, maar ik krijg nooit ontbijt-op-bed! Reden: mijn zorgzame echtgenote misgunt mij dat zeker niet, maar het is lastig omdat ik ’s morgens voor het ochtendgebed niet behoor te eten! Ik zou dus om dat ontbijt-op-bed te kunnen krijgen eerst moeten opstaan, aankleden, gebedsriemen en gebedsmantel, ca. 45 minuten gebed, dan weer snel mijn kleren uit en pyjama aan, terug naar bed en dan vrouwlief laten opdraven voor het ontbijt-op-bed.

Neen, ik heb wel iets anders dat ik moet vermelden en waarvoor ik mijn innige dankbaarheid tot uitdrukking wil brengen en dat is: het onderhoud van de tuin. In deze coronaperiode ontvang ik mijn gasten, die naar ons huis komen voor een bespreking of een interview, niet in huis maar in de tuin. En die tuin is zo mooi, zo natuurlijk, zo geweldig rustgevend ingericht, dat ik mij in coronatijd in het Gan Eden – het Paradijs waan. En dat Paradijs is hand made in Amersfoort door mijn dierbare levenspartner, Blouma.

Maar los van de paradijselijke tuin: ja, mijn echtgenote en ik hebben een rolverdeling met primaire verantwoordelijkheden. Maar speciaal in deze coronatijd, waarin ik veel en veel meer vanuit huis werk, vloeien die verantwoordelijkheden in elkaar over. Maar dat ontbijt-op-bed: voor mij niet acceptabel. Het doet me denken aan die echtgenoot in zijn fauteuil met zijn voeten op een bijzetbankje, een dikke sigaar en vrouwlief komt zijn sinaasappel schillen. Los van de vraag wat mijn echtgenote hiervan zou vinden, is dit voor mij onacceptabel. Wij zijn partners is een gecompliceerd bedrijf dat “het gezin” als bedrijfsnaam draagt. En partners zijn gelijkwaardig. Vandaar dat ik mijn echtgenote ook nooit “mijn vrouw” noem. Voor mij klinkt dat “mijn vrouw” erg overheersend. Neen, ik spreek over “mijn echtgenote” omdat voor mijn gevoel echtgenote beter recht doet aan de verhouding zoals die in een huwelijk behoort te zijn.

In de Nederlandse taal spreken we van man en vrouw. Twee woorden die niets met elkaar gemeen hebben. In het Hebreeuws is er voor man en vrouw slechts één woord. Als we een man bedoelen is dat woord mannelijk verbogen en de vrouw krijgt de vrouwelijke verbuiging van datzelfde woord. Het straalt gelijkheid uit. En daarom noem ik mijn Blouma nooit mijn vrouw. Zij is mijn echtgenote en ik haar echtgenoot. We zijn precies hetzelfde, voltrekt gelijkwaardig, alleen anders verbogen. En dus voor mij geen ontbijt-op-bed omdat ook zij dat van mij niet krijgt.

In de paradijselijke tuin had ik een bespreking. Ik ontving een e-mail van twee hoogleraren, beiden emeritus. Zij gaan een boek schrijven over onderwijs, vorming en kennisoverdracht. Of ik bereid was om een bijdrage te leveren. Leek me leuk, alleen lastig. Ik wist niet goed wat ze bedoelden, wat willen ze met hun boek bereiken en dus stelde ik voor: kom naar onze rustgevende tuin en interview mij, maak er een artikel van en ik zal het daarna van commentaar voorzien, aanpassingen maken en dan komt er te staan wat past binnen jullie uitgave en mijn visie.

En aldus geschiedde. Twee deskundigen die bezorgd zijn over de praktische uitvoering van artikel 23 van de Grondwet: Vrijheid van Onderwijs en vrijheid van Godsdienst. Beide waren onderwijsdeskundigen uit het onderwijsveld. Dus geen theoretici, geen kamergeleerden. En beide fervente voorstanders van kennisaanbieding op alle fronten. Ook kennis aanreiken waarmee zij het inhoudelijk vanuit hun levensbeschouwing oneens zouden kunnen zijn. Helemaal op mijn lijn! Mijn kinderen mogen zondermeer de Theorie van Darwin kennen. Sterker nog, ik vind dit een vereiste. Maar, en daar komt het lastige en de discussie: Hoe breng ik die kennis over? Neutraal? Wat is neutraal en wie bepaald dat? Meer en meer wordt seculier als neutraal beschouwd. De term “openbaar onderwijs” wordt algemeen gezien als neutraal en dus seculier. Maar klopt dit? Of is hier (ook) sprake van beïnvloeding? En is beïnvloeding per definitie verkeerd?

Regelmatig wordt mij gevraagd hoe ik mijn eigen kinderen heb opgevoed: “Zeker orthodox, hè?”. Het is niet eens een vraag, maar een negatieve stelling. Ik als rabbijn heb mijn kinderen zeker geïndoctrineerd, zo is de ondertoon van die vraag. Wat is mijn antwoord, hoor ik u vragen. “Ja, ik heb mijn kinderen een orthodox Joodse richting aangeven en hoop dat ik dat niet dwangmatig heb gedaan”. En dan mijn wedervraag, zoals te verwachten van een rabbijn: “Maar, mevrouw, hoe hebt u uw kinderen opgevoed?” En dan volgt het clichéantwoord: “Ik laat mijn kinderen vrij”. Beste lezer van mijn dagboek: Vrij is ook een richting en ook die richting kan verdraaid dwangmatig zijn.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Eindhoven onderzoekt rol onteigening Joodse woningen

Burgemeester John Jorritsma van Eindhoven

EINDHOVEN – De gemeente Eindhoven gaat onderzoeken welke rol zij zelf heeft gehad in de onteigening van zeker 38 woningen van Joodse inwoners in de Tweede Wereldoorlog.

 

Spanning: corona of de terrorist – Dagboek van een opperrabbijn

Dat de verzoeken die mij bereiken van uiteenlopende aard zijn, maakt mijn baantje en dus ook mijn leven, aangenaam spannend en afwisselend. Een verzoek of ik wil spreken met een vertegenwoordiger van een actiegroep die mondiale aandacht vraagt voor de verdrukking van de Oeigoren, een verzoek om een streamlezing te geven, een verzoek of ik een off-the-record ontmoeting wil regelen met de ambassadeur van Israël en een aanbod van een reisbureau dat mij graag mee wil hebben met een commerciële vijfdaagse reis naar Krakau/Auschwitz. Voor ons, mijn echtgenote mag ook mee, is dat dus een gratis vakantie (Auschwitz, vakantie??) en voor het reisbureau ben ik dan de trekpleister die deelnemers moet lokken.

Ook ben ik gebeld n.a.v. mijn dagboek “Inval door Handhavers” waarin ik mijn teleurstelling keihard kenbaar maak dat de Nederlandse Overheid zich wel zorgen maakt over de verkoop van een paar flesjes wijn uit de “bezette” gebieden, maar andere “bezette” gebieden ongemoeid laat. Ik kreeg hierop veel reacties waarvan ik twee telefoontjes vermeld. Beller A, uiterst ter zake kundig, was de mening toegedaan dat BDS een synoniem is van antisemitisme, maar dat mijn redenering ten aanzien van de door Rusland, China en Turkije bezette gebieden niet opgaat. Marokko met de Westelijke Sahara is wel vergelijkbaar. Op mijn vraag hoe het dan kan zijn dat er Kamervragen over worden gesteld, was zijn antwoord: wacht het antwoord van de Minister maar af en dat zal ik dan dus braaf doen.

Beller B was een oudere buitenlandse collega. Overigens is het heel wel denkbaar dat ik ouder ben dan hij, maar hij oogt zeker ouder. Hij hield eerst een uitgebreide proloog over corona en de spanning die dat bij hem in zijn Joodse gemeenschap opleverde. En toe kwam de aap uit de rabbinale mouw: klopt het dat ik had opgeroepen om Marokko te boycotten? Van geen kant dus! Ik heb gepoogd uit te leggen dat als de Nederlandse Overheid de mening is toegedaan dat er gecontroleerd moet worden op etikettering, waarom dan alleen richting Israël? Om het lange gesprek met beller B samengevat weer te geven: of ik in de toekomst China, Rusland en Turkije wel wil blijven vermelden als bezetters, want hij deelt mijn mening over de selectieve verontwaardiging van de Nederlandse Overheid en hij ziet hetzelfde bij de VN, maar toch liever Marokko niet, want Marokko is goed voor de Joodse Gemeenschap en de Sahara is voor hen heilig.

En dan ook nog een whatsapp van een Parlementariër die zich afvraagt hoe het kan dat de NVWA (die Handhavers dus) wel tijd heeft voor die paar flesjes wijn, maar geen mogelijkheid ziet om de slachthuizen te controleren en überhaupt een tekort aan handhaving waar je U tegen zegt. En na de Brexit wordt de NVWA een echt knelpunt vanwege de verplichte inspecties van goederen uit Engeland. Interessant dat mijn simpele dagboekje voor het Joods Cultureel Kwartier over die paar flesjes wijn uit Nijkerk ook de Jeruzalem Post, de Times of Israel. Israel National News, een niet-Joodse site in Engeland en zelfs een pro-Palestijnse Nederlandse website heeft bereikt. Overigens wordt op die pro-Palestijnse website mijn vergelijking met Rusland en China vermeld, maar Turkije en Marokko zijn daar weggelaten.

De “bezette” gebieden mag ik dus kennelijk vergelijken met De Krim en met Tibet, maar niet met de Westelijke Sahara en het Turkse deel van Cyprus. Ik ben blij om rabbijn te zijn en geen politicus, al dat gedraai. Maar als ik heel eerlijk ben………..mag u zelf invullen. Wat ik wil zeggen: overal in onze geciviliseerde maatschappij wordt er politiek bedreven. In ziekenhuizen, universiteiten en misschien zelfs wel bij rabbijnen, maar dit laatste even off the record.

Het dagboek, die u nu leest, is van na het weekend en is voor mij het meest lastig. Ik mag verwoorden wat ik heb meegemaakt op vrijdag, sjabbat en op zondag. Drie dagen in één en dus veel gebeurtenissen, veel afwisseling en toch maar beperkte ruimte. Het dagboek heet “dagboek van een opperrabbijn in coronatijd”. Maar is er verschil tussen een dagboek van een opperrabbijn met het dagboek van een scriba of een bisschop? Gelijk kerken zitten ook de synagogen met het probleem van wel/niet open, wel/niet samenzang, wel/niet mondpakjes, wel/niet ventilatie.

Maar bij wel/niet ventilatie speelt er bij de kerken geen beveiligingsaspect, wel bij de synagogen. De voordeur kan niet zomaar open en ook ramen die dusdanig groot zijn dat ze voor ventilatie in aanmerking komen, vormen een bedreiging en dus blijven ze voorzien van kogelvrij glas krampachtig dicht.

Binnen zitten we dus met het onzichtbare coronavirus en buiten ligt de onberekenbare terrorist op de loer. Deze spanning vertaalt zich ook naar de bestuurders van de synagogen. Welke vijand vormt momenteel een grotere bedreiging en afhankelijk daarvan wel/niet open. Of sluit ik ieder risico uit en openen we pas de synagoge als de vijand vanbinnen, het virus, en de vijand vanbuiten beiden tot een aanvaardbaar risico zijn beperkt? En wie beslist? De rabbijn of de voorzitter? Een spanning waarvan ikzelf een onderdeel vorm, want ik ben rabbijn en sjoelbezoeker. En dat terwijl ik juist zo graag boven de partijen sta om te kunnen bemiddelen. Lastig!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Eeuwig is soms erg relatief – Dagboek van een opperrabbijn

Zoals u wellicht bekend is lezen wij iedere week een deel uit de Thora en wel op zo’n manier dat in een jaar de hele Thora wordt uitgelezen om dan direct daarna weer bij het Scheppingsverhaal, Genesis, opnieuw te beginnen. Deze week begint deze “portie” met Numeri 31:2. Ik noem dit maar even “portie” omdat ik het toch iets moet noemen en de Hebreeuwse naam zal bij de meesten nietszeggend zijn.

En hier loop ik meteen tegen een probleem aan. De Thora, het Oude Testament, is in het Hebreeuws geschreven en zodra er vertaald gaat worden, zit je er per definitie naast. Want ieder woord in de Thora heeft zeventig betekenissen en zodra je vertaalt ben je er negenenzestig kwijt. Maar laat ik er niet te diep op ingaan want het Joods Cultureel Kwartier wil een dagboek van “een opperrabbijn in corona tijd” en geen theologische uiteenzettingen, hoewel Jodendom natuurlijk onlosmakelijk aan onze Joodse Cultuur zit gekoppeld. Sterker nog: de Joodse Cultuur is de Joodse G’dsdienst!

“Eeuwig is soms erg relatief – Dagboek van een opperrabbijn” verder lezen

Slavinnen, maar helaas niet in bezet gebied – Dagboek van een opperrabbijn

Bij het schrijven van mijn dagelijkse dagboek vraag ik mezelf wel eens af: wordt het wel gelezen of schrijf ik voor dovemansoren? Maar na gisteren en eergisteren is die twijfel verdwenen. Waarschijnlijk maar voor tijdelijk, want zo zit ik nou eenmaal in elkaar.

Maar nu dus, zeker vandaag, weet ik dat ik een breed lezerspubliek geniet. Eergisteren schreef ik over Herman. Herman die zwakbegaafd was en nu overleden. Ik ontving een aantal Whatsapps van leden van de Joodse Gemeenschap die aanboden om voor Herman kadiesj te zeggen. Kadiesj is het gebed dat bloedverwanten in de synagoge uitspreken voor hun overleden dierbaren. Aandoenlijk en getuigt van echte naastenliefde.

Maar ook ontving ik een kritische en bijna boze e-mail. Mij werd verzocht te corrigeren. De e-mail klonk in mijn oren nogal dreigend. Hoe zou menigeen gereageerd hebben? Niet waarschijnlijk of pas na een paar dagen. Ik zit zo niet in elkaar. Belangrijke beslissingen neem ik nooit meteen, tenzij urgent, maar ik laat er altijd een nacht overheen gaan. Maar bij een boze reactie reageer ik altijd direct en dus meteen mijn telefoonnummer gestuurd en binnen twee minuten had ik de klager aan de lijn. Mijn opmerking dat het bekladden van grafzerken in Worms-Duitsland geen primeur was, schoot bij de schrijver van de e-mail in het verkeerde keelgat. Ten eerste was de bekladder een gestoorde persoon en ten tweede doet Duitsland er alles aan om het opkomend antisemitisme te bestrijden. En dat is inderdaad waar. Duitsland als geen ander, begrijpelijk….maar toch, zet alles op alles om het antisemitisme dat ook daar weer komt opzetten, keihard te bestrijden. We hebben elkaar gesproken, zijn in feite beiden dezelfde mening toegedaan en wie weet waartoe ons contact in de toekomst zal leiden of al heeft geleid!

“Slavinnen, maar helaas niet in bezet gebied – Dagboek van een opperrabbijn” verder lezen

Onverwachte inval van de Handhavers, Dagboek van een opperrabbijn

Het was een gezellig dagje uit: naar de tandarts! Die tandarts van mij is deskundig, je voelt bijna geen pijn, hij is altijd vriendelijk en als de behandeling een half uur duurt, zit ik ongeveer een uur in de stoel. Reden? Hij wil graag weten wat ik als rabbijn zoal doe en gezien ik niet kan spreken als hij in mijn mond zit te friemelen, zit ik achterover in de tandartsstoel, nog net niet op z’n kop, en staat hij naast mij gezellig te kletsen terwijl de patiënten na mij in de wachtkamer hun beurt al dan niet zenuwachtig zitten af te wachten.

Eenmaal bevrijd uit de greep van boren, klemmen en irriterende watten, ging ik naar mijn auto op weg naar huis. Maar eerst nog even kijken of er nog gebeld is of dat er een Whatsapp of een e-mail is binnengekomen. En inderdaad. Mijn mond viel open. Niet van de tandartsbehandeling, maar van verbazing, teleurstelling en van verdriet. Nu het gezeur rondom de bewuste brief van de Raad van Kerken al bijna vergeten is: een inval van de NVWA in het gebouw van Christenen voor Israël, waar vorige week juist een tentoonstelling over verzetsstrijders in de oorlog werd geopend. De NVWA kreeg nota bene vorig jaar nog als heldere taak van ABDTOPConsult dat zij bewaker is van voedselveiligheid, maar geen beleidsmaker.

“Onverwachte inval van de Handhavers, Dagboek van een opperrabbijn” verder lezen

Herman is overleden- Dagboek van een opperrabbijn

Herman is overleden. Herman was 61 jaar en was een van de bewoners van de kinderafdeling van het Sinaï Centrum. De kinderafdeling was al lang geen kinderafdeling meer, maar bleef zo heten omdat de bewoners als kinderen waren binnengekomen. Die afdeling was inmiddels allang opgeheven en Herman en andere bewoners zijn via andere instellingen voor verstandelijk gehandicapten uiteindelijk in Ons Tweede Thuis in Amstelveen beland of elders.

“Herman is overleden- Dagboek van een opperrabbijn” verder lezen

Toen is niet nu – dagboek van een opperrabbijn

De sjabbat-rust had ik wel even nodig. Weet u, trouwe lezer, ik ben niet helemaal eerlijk met mijn dagboek. De echt interessante gebeurtenissen kan ik vanwege privacy niet delen. Er gebeurt dagelijks genoeg wat ik wel kan neerschrijven, maar vaak zijn de echte spannende gebeurtenissen onvertelbaar en nog vaker onvoorstelbaar. En dat heeft dan alles te maken met een heel complex fenomeen genaamd: de mens!

Vorige week was ik precies 45 jaar als rabbijn in Nederland werkzaam. Een flinke tijd waarin veel is gebeurd en waarin tijden letterlijk zijn veranderd. Mij wordt weleens gevraagd of ik het kan accepteren dat als de Mosjiach er is, dat er dan weer dierenoffers in de Tempel in Jeruzalem zullen worden gebracht. En als ik die vraag bevestigend beantwoord, dan wordt er uitgeroepen dat een Tempeldienst niet meer van deze tijd is. Mijn reactie is dan dat dat inderdaad klopt: de Tempeldienst is niet van deze tijd en daarom is de Tempeldienst en het brengen van dierenoffers van de Joodse wet verboden.

“Toen is niet nu – dagboek van een opperrabbijn” verder lezen

Kan ik beter zwijgen? – Dagboek van een opperrabbijn

Het was donderdag 17 Tammoez, een vastendag. Op deze dag werd er een bres geslagen in de muren van Jeruzalem en precies drie weken later werd de Tempel verwoest. Niet eten en niet drinken. En dus was ik minder actief als gewoonlijk. Maar gelukkig hoefde ik me niet te vervelen want in de Telegraaf stond op pagina 2 en 3, de best gelezen pagina’s van een krant, een artikel over BLM. Een erg goed verhaal dat wijst op het gevaar van deze wereld hysterie. Vanwege mijn dagboek van een paar dagen geleden met als titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” ben ik door Silvan Schoonhoven, journalist van De Telegraaf, gebeld om mijn mening over de demonstraties tegen racisme te geven en word ik dus geciteerd.

Ik weet van mezelf dat ik nogal scherp uit de hoek kan komen en daarom is een korte aanvulling op mijn dagboek wel verstandig. Uiteraard ben ik tegen iedere vorm van racisme. Ik ben er zo fanatiek tegen dat indien mensen aanstoot nemen aan Zwarte Piet (waarbij bij mij geen enkel gevoel van discriminatie opwelt!) mijns inziens Piet moet worden afgeschaft of minstens verkleurd (sorry voor dit wellicht ongepaste grapje dat zomaar uit mijn digitale pen schoot). Ter illustratie: zo’n half jaar geleden nam ik deel aan een expertmeeting over polarisatie in onze Nederlandse samenleving. De vraag of levensbeschouwingen kritiek mogen uiten op elkaar kwam aan de orde. Mijn stellige mening is dat kritiek mogelijk moet zijn op voorwaarde dat je de ander niet beledigt of dat je weet of vermoedt dat jouw kritiek door de ander als beledigend wordt ervaren!

Een voorbeeld? Gezien mijn dagboek ook op www.cip.nl verschijnt zag ik een podcast over burgemeester Halsema. Er werd gesproken over de positie van de vrouw en er werd uitgelegd dat de vrouw werd onderdrukt ten tijde van het Oude Testament, maar dat daarin verandering kwam na het begin van het Nieuwe Testament. Zonder erop in te gaan of dit überhaupt klopt, voel ik mij hierdoor gekwetst, want de vrije vertaling hiervan luidt: Joodse mannen onderdrukten (en onderdrukken dus nog steeds!) hun echtgenotes, maar het christendom heeft hierin gelukkig verandering gebracht. Kort samengevat om ieder misverstand uit te sluiten: ik ben fel tegen iedere vorm van discriminatie!

Toch blijf ik uitgesproken van mening dat de BLM-beweging, of de hysterie zoals ik het noem, uiterst eng is. Eng, omdat de grote meute totaal niet weet wat er aan kwalijke ideologieën aan deze fanatieke nieuwe godsdienst ten grondslag liggen.

Maar nu genoeg hierover, want ik breng dit onderwerp hier alleen te berde vanwege een telefoontje uit de Joodse Gemeenschap van een kundige, eerlijke en oprechte bestuurder. Hij belde mij en maakte mij zijn zorg kenbaar over de strekking van mijn dagboek met de titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” en over mijn quote over BLM in de Telegraaf van vandaag. Doordat ik zo uitgesproken tegen de antidiscriminatie-beweging schrijf, zou dat ertoe kunnen leiden dat t.z.t. mijn opstelling de vertaalslag zou kunnen krijgen dat ik, en dus ‘wij Joden’, vóór discriminatie zijn. En om dat mogelijke misverstand te voorkomen doe ik er beter aan om te zwijgen over dit gevoelige onderwerp. En dus heb ik vandaag zitten puzzelen bij mijzelf en vroeg mezelf af of het juist is om te zwijgen als mijn verstand en mijn geweten mij oproepen om demonstratief te waarschuwen?

Aanstaande sjabbath lezen we uit de Thora de geschiedenis van Pinchas (numeri 25:11). Ik ga ervan uit dat u de geschiedenis kent. Pinchas had keihard ingegrepen en Zimri met zijn Moabitische gedood vanwege de verboden relatie die ze waren aangegaan. Niet iedereen kon zijn keiharde duidelijke optreden waarderen en dus ontstonden er roddels en afkeurende geluiden. Was het juist dat Pinchas zo keihard was opgetreden? Werd hij misschien gedreven door onzuivere belangen?

Tot twee keer toe laat de Thora ons weten dat Pinchas de kleinzoon was van Aäron de Hoge Priester. Waarom moet die afstamming vermeld worden, het ware toch genoeg geweest als alleen zijn vader vermeld zou zijn? Het antwoord luidt: Pinchas was een en al naastenliefde gelijk zijn grootvader Aäron. Maar vanwaar dan dat harde optreden? Om te tonen dat juist vanuit liefde soms keihard moet worden gehandeld, want zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

Ja, het ware misschien vriendelijker geweest indien ik niet zo duidelijk mijn grote zorg richting BLM had kenbaar gemaakt. Vriendelijker: ja! Maar soms is juist vanuit liefde duidelijkheid een vereiste. En dus waardeer ik het telefoontje met de goedbedoelde waarschuwing, maar ik neem mijn woorden niet terug. Uit liefde voor de brede samenleving blijf ik mijn zorgen uitspreken over de gevaarlijke aspecten van BLM, terwijl ik tegelijkertijd ieder vorm van racisme keihard veroordeel.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

De mens leert nooit van de geschiedenis – dagboek van een opperrabbijn 9 juli 2020

Het was me het dagje wel. Om 8:30 uur mijn huis verlaten op weg naar Brussel en nu 22:45 uur weer thuis. In Brussel had ik een belangrijke ontmoeting over reizen met EU-politici naar Auschwitz. Zo’n reis kost geld en, zoals mij werd uitgelegd, zijn politici zeker bereid mee te komen, mits het hun eigen buidel ongemoeid laat. En dus moeten wij hun tickets betalen, hun hotels en de taxi’s die ze moeten nemen om van en naar het vliegveld te komen.

Wie zijn die ‘wij’ vraagt u zich af. ‘Wij’ zijn de staf van de EJA – European Jewish Association. Dit is een koepelorganisatie waaronder allerlei organisaties vallen. Een van die organisaties is de RCE, de Rabbinical Center of Europe en ook EIPA, een persbureau dat als voornaamste taak heeft om de verdraaiingen die over Israël worden verkondigd te neutraliseren. Dat is een belangrijke taak gezien de onwaarheden die worden verkondigd door onze ‘vrienden’ groot en fnuikend zijn.

Neem bijvoorbeeld ons eigen NOS-journaal, dat toch door de gemiddelde Nederlander als het summum van neutraliteit wordt beschouwd. De NOS spreekt steevast over bezette gebieden in plaats van betwistte gebieden. En de inwoners van de betwistte gebieden, zijn geen mensen, maar kolonisten. En het woord kolonisten doet ons meteen denken aan ons koloniale verleden dat speciaal in deze tijd van het Zwarte-Piet-fanatisme een catastrofale uitstraling heeft. Kijkt u in dat kader even hiernaar. 

De RCE, waar ik bestuurder van ben, heeft meer dan 800 leden die door het hoofdkantoor in Brussel gesteund worden op velerlei gebied. Mijn specifieke taak bestaat eruit om de lokale rabbijnen daar waar nodig te ondersteunen met gioer- het toetredingsproces. Als een lokale rabbijn wordt geconfronteerd met iemand die niet-joods is en Joods wil worden, dan begeleid ik de vaak jonge rabbijn in zijn begeleiding van het gioer proces. Maar daarnaast ben ik belast met de contacten met Overheden op het gebied van bijvoorbeeld besnijdenis, koosjer slachten, antisemitisme, media. Het voornaamste doel van deze trip was om in Nederland een club op te richten van niet-joden die bereid zijn hun invloed aan te wenden om de politiek de juiste kant op te krijgen. En met die juiste kant bedoel ik zeker niet dat die lobby pro Netanyahu moet zijn, maar wel een lobby die bereid is om ook Israël te bekijken door een gewone neutrale bril en niet met sterk gekleurde glazen. Ik hoop dat dit gaat lukken, maar het wordt steeds ingewikkelder, want heden ten dage mag alles alleen nog maar gekleurd bekeken worden. Of juist niet? Ik kan er soms geen touw meer aan vastknopen.

Op de terugweg in de auto ontvang ik een verontruste e-mail over een artikel in het NRC met als titel: ‘AIVD-infiltrant bij extreemrechts’. De bestuurder van de Joodse Gemeente die mij het artikel stuurt heeft er in zijn begeleidende e-mail bijgeschreven: de rillingen lopen me over de rug. En hoewel ik niet zo snel bevangen word door rillingen, is dit wel een uiterst zorgwekkend relaas. Het toont hoe diep en sluw het extremisme, antisemitisme, neonazisme en anarchisme sluipend en steeds duidelijker aanwezig zijn om onze mondiale en ook Nederlandse gemeenschap te penetreren. En ondertussen concentreert de politiek en ook de Kerk zich vooral op Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten waar democratie echte democratie is.

O ja, nog even vergeten. Toen ik eergisteren in Maastricht door de binnenstad liep werd ik door een mij onbekende man aangesproken. Of ik Joods was, vroeg hij mij. Een briljante vraag, dacht ik bij mezelf. Hoed op, baard, donker pak. Hoe Joodser zou ik eruit kunnen zien. Toen ik bevestigend had geantwoord vroeg hij mij waar hij mij over een kwartier zou kunnen treffen.

Om een lang verhaal kort te maken: via zijn ouders was hij in het bezit gekomen van een Jad, een zilveren stokje met aan het eind een handje (Jad) waarmee de tekst wordt aangewezen bij de voorlezing uit de Thora. Hoe het bij zijn ouders was gekomen wist hij niet, maar hij had er geen goed gevoel bij. En dus kreeg ik het jadje. Aan wie het had toebehoord? En waar en wanneer waren de eigenaren vergast? Het zal onbekend blijven. Maar het jadje, het handje, was nu terug naar waar het behoorde te zijn: in Joodse handen.

Voelt u wat er hier gebeurt? Het verleden wordt me aangereikt in de vorm van dat jadje uit de jaren ’40- ‘45. De toekomst laat zich raden als ik lees hoe steeds dieper en dieper extreemrechts en extreem-links onze maatschappij penetreren en uit zijn op een herhaling van 75 jaar geleden. En in Brussel was ik op zoek naar middelen om te voorkomen dat het verleden op korte termijn onze toekomst gaat worden. Ik benadruk vaak dat de enige wetmatigheid die we kunnen leren uit de geschiedenis luidt: de mens leert nooit van de geschiedenis, want de geschiedenis herhaalt zich steeds. En toch was ik in Brussel op ons Europese hoofdkantoor om die wetmatigheid der geschiedenis teniet te doen. Of het lukt weet ik niet. Ik begrijp de koude rillingen waarover ik las in mijn email erg goed. Want het wordt me steeds duidelijker dat het TOEN bezig is om NU het MORGEN te bepalen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.