Ook als alleen de betbetovergrootvader van Cohen Joods was zou ik hem helpen – Dagboek van een Opperrabbijn

Omdat ik zondag naar Berlijn vlieg, zal landen om 11:30 uur op vliegveld Tegel en ik om 12:00 uur in Melbourne-Australië word verwacht, heb ik rabbi Riesenberg, organisator van de bijeenkomst in Melbourne, gebeld of ik in plaats van de eerste spreker de laatste kan zijn, zodat ik pas om 12:45 uur aan de beurt ben. Mocht u het niet helemaal begrijpen: ik zal dus niet fysiek in Australië zijn, maar ik word vanuit Berlijn naar Melbourne gezoomd. In Melbourne zitten ze al weken in een lockdown en verwachten ze niet dat ze de Hoge Feestdagen naar sjoel kunnen. De rabbijn klonk redelijk pessimistisch, verdrietig en ook boos. Boos op de Overheid die, zoals hij mij mededeelde, verkeerd was omgegaan met corona en nu moest laten zien het braafste jongetje van de klas te zijn…

Verder ben ik vandaag aan een nieuw coronatijd-ritme begonnen. Vroeg opstaan, dan mijn snel-wandeling, daarna het ochtendgebed en dan aan de computerslag, want het meeste werk loopt via de computer. Vanmiddag had ik een interview met Frans Bromet, de bekende documentairemaker. Onderwerp: antisemitisme! Erg origineel. Het wordt een documentaire van 55 minuten met tien interviews. Een aantal van de geïnterviewden zijn ook, zo vertelde Bromet me, notoire antisemieten. Was een fijne kennismaking met een goed gesprek. Hoeveel ervan zal worden uitgezonden is nog maar de vraag, maar veel kan het niet zijn, hoewel hij hier een uur en een kwartier aan het opnemen was.

Wat me tegenviel was zijn opstelling ten opzichte van Israel. Hij wist me te vertellen dat Israëlische soldaten willekeurige huizen binnenvallen om te plunderen en nog een paar van dit soort verhalen, zoals het gericht schieten op vredig demonstrerende Palestijnen, door Israëlische soldaten. Er viel moeilijk tegenin te praten want hij gaf aan het met eigen ogen gezien te hebben. Jammer!

Verder een fijn interview met toch nog een positief verrassend slot: dat bij het Israel Producten Centrum invallen waren gedaan door de NVWA (de Voedsel en Waren Autoriteit) was hem totaal onbekend. Hij had überhaupt nog nooit gehoord van IPC en van Christenen voor Israel. En dus maakte ik van de gelegenheid gebruik om de video van Sara van Oordt te tonen waarin zij uiteenzet hoe verkeerd NVWA bezig is. Ik heb hem uitgelegd dat NVWA geen tijd heeft om in de slachthuizen te kijken hoe het gesteld is met sadisme en dierenleed. Ze hebben daarvoor absoluut geen tijd. Tijdgebrek schijnt bij de NVWA een chronisch probleem te zijn en dus laten ze dat liggen waarmee ze feitelijk mee bezig zouden moeten zijn en laten de dieren creperen. Maar voor die paar flessen heerlijke Israelisch wijn uit ‘Israëlische dorpen in Judea en Samaria’ hebben de dames en heren van de NVWA alle tijd van de wereld. Tegen het eind van het interview heb ik de YouTube getoond waarin Sara aan het kromme NVWA uitlegt hoe verkeerd ze bezig zijn en heb voorgesteld dat hij haar ook interviewt. 

We zien wel wat ervan komt. Interessant was dat het onderwerp vrij onverwacht overging naar de vraag wie er nu eigenlijk Joods is. Hij bleek een Joodse vader te hebben en leefde een beetje in de veronderstelling dat ik dan dus antisemitisme niet zou afkeuren als het hem zou treffen, omdat hij joods-wettelijk bezien niet Joods is. Onzin met een uitroepteken! Ook als de heer Cohen tien generaties geleden Joods zou zijn geweest vanwege een betbetovergrootvader en antisemitisch bejegend zou worden, dan zou ik vooraan staan om hem te helpen. Dat was voor Bromet een eyeopener, merkte ik. Volgens hem mochten BDS mensen Israel niet binnen. En ik geloof niet dat hij wist dat er behalve Palestijnse vluchtelingen ook Joodse vluchtelingen bestaan die al hun bezittingen in hun Arabische vaderlanden moesten achterlaten en van wie vele familieleden, voordat ze konden vluchten, vermoord werden.

De moeite waard om deze YouTube te bekijken en te verspreiden (als u vóór Israel bent en dus tegen antisemitisme!).

https://www.youtube.com/watch?v=1COVgAM1bRY

Tussen gesprekken door met politie over sjoels in den lande wel of niet open gedurende de Hoge Feestdagen, ben ik begonnen aan zoomtoespraak voor zondagavond voor het NIK, het Nederland Israëlitisch Kerkgenootschap, federatie van Joodse Gemeenten. En ook als tussendoortje las ik in het RD dat Dr. de Boer waarneemt dat “Antisemitisme ook voorkomt in de gereformeerde gezindte”. Triest dat dat het geval is en fijn dat de Boer dat aan de kaak stelt. Dat was eigenlijk ook de oproep van die Frans Bromet: “Treedt naar buiten als Joodse gemeenschap. Laat zien wie je bent. Geef cursussen voor niet-Joden opdat zij weten wat Joden zijn. En vergeet vooral de scholen niet! Want de jeugd maakt of breekt de toekomst”. Ik ben helemaal vóór, maar één klein probleem: Wij, Nederlandse Joden, zijn nog maar een kleine groep en doen wat we kunnen aan lezingen op scholen en geven overal in den lande rondleidingen in synagogen, maar zijn maar met weinigen.

Ook een gesprek gehad met rabbijn Shimon Evers over de sjoeldiensten gedurende de aanstaande Feestdagen. En een whatsapp van de Belgische cateraar die onder mijn rabbinale toezicht met het Loofhuttenfeest open wil. Ook nog een e-mail van een journalist van een bekend Nederlands Tijdschrift die mij confronteert met een YouTube waarop wordt beweerd dat de Joden alle media beheersen. Dat weet ik dan ook weer, dacht ik enthousiast. Fijn dat wij Joden zoveel macht hebben, want hoe meer macht, hoe meer goed gedaan kan worden om deze samenleving tot de uiteindelijke en alomvattende shalom te brengen, zonder antisemitisme.

Er zijn meer rabbijnen die Jacobs heten

We zijn weer terug in Nederland na twee nachten op de boot en twee nachten bij onze dochter in Londen. Wat er nu in mijn hoofd speelt zijn de toespraken die ik moet fabriceren: aanstaande donderdag de Mauthausen herdenking voor de synagoge van Enschede, zondagmiddag zoom-toespraak van een half uur voor Joodse gemeenschap in Melbourne Australië om 12:00 uur, 20:30 uur zoom-toespraak van een uur voor NIK, Joods Nederland.

En nu zit ik te tobben wel of niet naar Brandenburg te gaan waar ik gevraagd ben als spreker bij de ceremonie rondom een nieuwe Thora-rol. Dat zit dan ook gekoppeld aan een nieuw indrukwekkend gebouw voor een nieuwe synagoge. Dat nieuwe gebouw staat er nog niet en verkeert nog in het prille stadium van de architectentafel. Inmiddels heb ik wel begrepen dat er fikse discussies gaande zijn binnen de Joodse Gemeente over het buitenaangezicht van het nieuwe G’dshuis. Nou ja, denk ik bij mezelf, over de inhoud schijnt er geen discussie te zijn want de Thora hebben ze al aangeschaft en die zal met vreugde, grote belangstelling en mij als gastspreker in de oude synagoge worden binnen gedanst, waarbij ik uiteraard de corona-adviezen streng in acht zal nemen. Want zo zit ik in elkaar. Uiterlijk is natuurlijk ook van belang, maar uiteindelijk draait het om de inhoud.

Mijn twijfel/zorg betreft niet zozeer de Joodse Gemeente, maar: corona! De NIK-zoom kan ik doen vanuit Brandenburg, de Melbourne-zoom, direct na landing, vanaf het vliegveld mocht ik niet op tijd in mijn hotel zijn. In de week voorafgaande aan Joods Nieuwjaar bestaat de gewoonte om bijeen te komen op de begraafplaats en de graven van dierbaren te bezoeken en op de sjofar te blazen. Mijn jaarlijkse bijeenkomst op de begraafplaats in Putte (zonder n!) die ik al meer dan 40 jaar leid op die zondag voor Rosj Hasjana, is afgelast. Arnhem, ook jaarlijks op die zondag, heb ik naar woensdag verplaatst. En dus heb ik ruimte gecreëerd voor Brandenburg. Maar wel/niet gaan? En zo ja, is het vliegtuig veilig? Misschien businessclass, maar dat kost een kapitaal.

Ondertussen een telefoontje van iemand uit Amsterdam die niet weet waar hij een sjofar kan kopen, want hij kan niet naar sjoel en wil dus zelf op Rosj Hasjana gaan blazen. Leuke gedachte, maar enige oefening om uit die hoorn geluid te krijgen, is toch echt geen luxe!

Een telefoontje van AT5 over een of andere gemeentelijke subsidie voor het Joodse Onderwijs. Ik heb netjes geantwoord dat ik hiermee niets van doen heb omdat ik al meer dan twee jaar geen schoolbestuurder meer ben. Maar los hiervan: ik moet me nu even concentreren op die toespraken, hetgeen maar niet lukt want ik ben nog te moe van de nachtelijke reis.

Weer een telefoontje. Ze ruiken kennelijk dat ik weer thuis ben na vier dagen afwezig. Waarom ik een rekening niet betaal? Ze hebben al meerdere keren een herinnering gestuurd en nu gaan ze een laatste aanmaning sturen. Nu moet u weten dat ik altijd alles direct betaal, niet uitstel en zeker niet een rekening onbetaald laat! Dus zodra ik kenbaar maak nooit een email te hebben ontvangen, zeggen ze mij dat ik dan maar in mijn spam moet kijken. Gekeken en ook daar niets. Klopt niet, krijg ik als reactie. Wij hebben kunnen zien dat u alle e-mails/facturen en aanmaningen hebt geopend! Waar lag dan uiteindelijk de fout, want ik had echt niets ontvangen en dus zeker niets geopend, vroeg ik mezelf af.

Na mijn vraag welk e-mailadres ze gebruikten, kwam de aap uit de vals beschuldigende mouw: Het e-mailadres dat ze gebruikten luidde: rabbi.jacobs@gmail.com. Maar hoewel Jacobs mijn achternaam is en ik mezelf ook rabbi mag noemen, is dit niet mijn adres. En hoe het dan kan dat dat emailadres werd geopend, werd mij voor de voeten geworpen. Ze hadden immers het bewijs hiervoor. Waarop ik reageerde: Gelijk er veel honden zijn die Vicky heten, zo ook zijn er talloze rabbijnen op G’ds aarde die Jacobs als achternaam hebben en waarvan er ongetwijfeld één zal zijn wiens e-mailadres luidt rabbi.jacobs@gmail.com. Die rabbi Jacobs zal ongetwijfeld de e-mail hebben geopend en, zoals ook uw rabbijn Jacobs dat gedaan zou hebben bij een onbekende aanmaning, direct richting prullenbak.

Wat hier in mijn achterhoofd speelt is de angst dat door alle (niet ontvangen) aanmaningen er mensen kunnen zijn die zeggen of denken: “Die Joden zijn met geld niet te vertrouwen.” En dat is nou precies dat ik wil voorkomen! Want kwaadsprekerij is vergelijkbaar met een kussen vol met veertjes. Die veertjes heb je in een mum van tijd verspreid, maar ze terugkrijgen in het kussen is een monnikenwerk. Hoe moet ik het haar uitleggen? Stel, zei ik tegen haar, u bent katholiek en u stuurt een rekening per e-mail naar frere.jaques@gmail.com en dat uw pastoor weliswaar Jacques heet, zoals honderden en honderden andere pastoors, maar een geheel ander e-mail adres heeft……Het werd begrepen en ik heb de rekening betaald en die andere mij onbekende rabbi Jacobs verlost van de aanmaningen die een steeds bozere en dreigendere vorm aannamen. Ik vermoed dat hij de boosheid niet heeft begrepen, want ik krijg ook af en toe aanmaningen in het Chinees.

Overigens heb ik inmiddels mijn ticket naar Berlijn geboekt. Morgen krijg ik te horen wat wel en wat niet te zeggen in mijn toespraak, want er schijnt ook daar politiek te spelen niet alleen binnen de Joodse Gemeenschap, maar vooral met de lokale Overheid. Wat precies is me nog niet helemaal duidelijk, hoewel de Landesrabbiner het mij wel in een bijna twee uur durend gesprek heeft uitgelegd. Het gaat over poppetjes, groepen, politieke kleuren, scheiding van kerk en staat en, zoals altijd, precedentwerking.

De Landesrabbiner was heel blij met ons gesprek. Ik had hem kennelijk goed geadviseerd en werd dáárom uitgenodigd. Maar voor mijn gevoel ontbreken er nog een paar schakeltjes. Ik zondag dus naar Berlijn-Tegel. “En als u er dan toch al bent, kunt u s.v.p. nog een dagdeel blijven om een en ander te bespreken!” Laat ik nou gedacht hebben: Hoera, een snoepreisje. Maar kennelijk wordt mij dat niet echt gegund!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Het bloedsprookje en McDonalds – dagboek van een Opperrabbijn

Mijn dagboek dreigt te ontsporen van een Dagboek naar Memoires, dus van nu naar toen. En inderdaad zou het vastleggen van gebeurtenissen uit het verleden en speciaal ook ontwikkelingen, leerzaam kunnen zijn. Maar mijn opdrachtgever, het Joods Cultureel Kwartier, wil een Dagboek opdat na de coronatijd de huidige actualiteit de geschiedenis kan weergeven. Dus feitelijk schrijf ik nu dus toch de Memoires. Alleen niet de memoires van nu, maar de memoires van de toekomst.

Vandaag reizen we weer terug, want, ik heb het bewust verzwegen, we varen dadelijk terug vanuit Harwich naar Hoek van Holland. Het weekend waren we in Londen voor de verloving van onze oudste Londense kleinzoon. Voor de heenreis moest ik in verband met corona stapels papieren invullen met alle adressen waar ik me zou bevinden, telefoonnummers en wie bereikbaar zal zijn in geval van nood. Niemand heeft bij binnenkomst in Engeland erom gevraagd, maar het invullen was wel een aardige vorm van vrijetijdsbesteding. Van GB naar Nederland hoef ik niets in te vullen. En in Londen wordt, in mijn beleving, het mondkapje als het anticorona-middel beschouwd en wordt er veel meer in geloofd dan bij ons.

Behalve de verloving en de daaraan gekoppelde receptie, kennismaking met de aanstaande kleindochter en haar ouders en de nodige dagelijkse wandelingen, heb ik zitten peinzen over de toekomst van Joods Nederland. Is er toekomst? Een jonge rabbijn uit Edgware, Londen, stelde mij die vraag en zette mij aan het denken, speciaal vanwege een paar e-mails die ik vandaag ontving.

Even ter verduidelijking van mijn persoon: vakantie en “er-even-tussenuit”, bestaat voor mij niet. Ik wil het wel, maar voel mij verplicht om steeds bereikbaar te zijn. En dus controleer ik voortdurend mijn e-mails. En zie: een hoopgevend schrijven van de Resonans groep uit Limburg, een regelmatig treffen van RK vertegenwoordigers met de Joodse gemeenschap. “Inmiddels heeft er een gesprek plaatsgevonden met de econoom van het bisdom Roermond. Hij bracht namens de bisschop heel goed nieuws mee. De bisschop vindt ons werk en onze activiteiten van grote waarde. We kunnen dus doorgaan, zoals we gewend zijn. Dat betekent: – we kunnen de sprekers vergoeden; – we kunnen gebruik maken van de ruimtes van het bisdom- – we mogen gebruik maken van secretariële ondersteuning.” Zo’n treffen tussen Joden en Katholieken is natuurlijk van groot belang. Elkaar leren kennen, wederzijds begrip, respect etc.

Maar beperkt het Joodse leven zich in Nederland tot het verstevigen van de banden met de christelijke samenleving? Tot het voorlichting geven over de Shoah? Tot het vertellen over Jodendom op scholen? Tot het kweken van begrip en het bestrijden van antisemitisme? Weer een uitnodiging in mijn mailbox om te spreken voor een programma dat wordt uitgezonden op RTL 5, bij Family7 en zelfs in Suriname. Een bevestiging van een interview met Frans Bromet voor een documentaire over antisemitisme. Allemaal prima en positief.

Maar mijn primaire taak hoort zich binnen de Joodse gemeenschap af te spelen: Joodse lessen, cursussen, lezingen in synagogen, geestelijk en pastorale zorg aan Joden die daaraan behoefte voelen, artikelen en toespraken. Gelukkig zat er ook een uitnodiging bij om gastspreker te zijn bij de inwijding van een nieuwe Thora-rol in de hoofdsynagoge van Brandenburg-Duitsland. En verder geeft mijn digitale agenda mij aan dat er komende weken een aantal zoomlessen gegeven moeten worden.

Maar tussen alle WhatsApps en e-mails zat er ook een reactie op een van mijn dagboeken: een plaatje van een varken en het woord Juuuuuude. Een van mijn vaste dagboeklezers heeft kunnen achterhalen wie de schrijver was en wie zijn werkgever met als resultaat een e-mail: “N.a.v. ons telefoongesprek en uw e-mail, hebben wij gisteren een gesprek gevoerd met onze medewerker Piet. Hierin hebben wij expliciet aan hem aangegeven, dat wij ons distantiëren van zijn uitlatingen op social media. Binnen ons bedrijf is er geen enkele ruimte voor enige vorm van racisme of discriminatie. Ik hoop dat u kunt begrijpen dat het voor ons moeilijk te controleren is wat onze medewerkers in hun vrije tijd doen. Wij hebben daarom aan Piet mondeling en per brief aangegeven, dat wanneer hij ons bedrijf wederom in diskrediet brengt er gevolgen zullen zijn…….”.

Fantastisch zo’n reactie die de (Joodse) burger weer moed geeft. Of beter gezegd “gaf”, want enige minuten later bereikte mij een alarmerend verzoek van een Joodse arts die het antisemitisme nauwgezet volgt. Een link doet hij mij toekomen. Een link naar een bericht waarin in klare taal wordt uitgelegd dat 90% van het vlees dat van McDonald’s afkomstig is van kleine kinderen die zijn geslacht door Joden. De Joden, zo wordt uitgebreid uitgelegd, slachten niet-Joodse kinderen omdat ze hun bloed nodig hebben voor het bakken van matzes. De rest van de gruwelijke e-mail zal ik u besparen, maar op verzoek kan ik u de link sturen. De Joodse arts vraagt mij om op te treden tegen deze moderne versie van het Middeleeuwse bloedsprookje. De geschiedenis van toen blijkt de realiteit van nu en de verschrikking van morgen.

G’d zij dank zijn er lichtpunten in Limburg , wordt mijn dagboek op het christelijke CIP geplaatst, heb ik ook in de seculiere wereld vrienden en waakt de Overheid over onze veiligheid en accepteert geen enkele vorm van antisemitisme. En het mooie van al die negatieve duisternis is, dat juist in het donker het licht veel meer wordt opgemerkt.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

 

Jarenlang stiekem in de trein

Iemand vroeg mij hoe ik mijn dagboek maak. Ga ik ervoor zitten? Heb ik een vast tijdstip in de avond? Schrijf ik achterelkaar door? Hoeveel uur staat ervoor en heb ik nog wel genoeg om te schrijven? Ik vermoed dat mijn dagboekschrijverij vergeleken kan worden met de schrijver van de oudejaarsconference. Ik denk dat de acteur het hele jaar dag en nacht een antenne uit heeft staan, waarneemt en opschrijft en dan enige weken voor Oudejaar hij alle aantekeningen uitwerkt.

Ik doe het ook zo. De hele dag door staat mijn antenne uit (of moet ik zeggen de antenne staat aan?) en meteen noteer ik wat ik denk dat zou passen in het dagboek. En tot mijn stomme verbazing zijn er voortdurend gebeurtenissen, gedachten, confrontaties die wellicht in het dagboek van morgen passen. En dan ’s avonds laat of ’s morgens vroeg aan de computer in mijn rabbinaatskamer, bestaande uit niet meer dan 1 vierkante meter van onze gewone woonkamer en op afstand een secretaresse/assistente die waar nodig overneemt.

De politie wil liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer.

Het gebeurt regelmatig dat ik mensen ontmoet die ik ergens in den lande Joodse les heb gegeven. Toen ik namelijk pas in Nederland was gaf ik twee dagen per week Joodse les aan kinderen in de Mediene(Joodse gemeenschap buiten Amsterdam). Vijf jaar lang ben ik iedere zondag naar Leeuwarden gegaan met de trein. Dat kon toen nog want heden ten dage wil de politie liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer vanwege veiligheid. Anno 2020, 75 jaar na de bevrijding!

Maar ook in Neede gaf ik Joodse les, en in Winterswijk, Breda, Roosendaal, Zwolle, Aalten, Baarn en natuurlijk in mijn vaste standplaats Amersfoort. Recentelijk heeft een van mijn oud-leerlingen een hoge positie gekregen binnen de gezondheidszorg. Hij had me ook advies gevraagd hoe hij zich het best kon opstellen bij de sollicitatie, alsof hij nog de leerling van 8 jaar was! Zo’n hernieuwd contact is leuk. Maar ik kom uiteraard ook mensen tegen ‘van vroeger’ met wie ik aanvaringen heb gehad. We stonden soms fel tegenover elkaar, omdat hij bestuurder was en ik rabbijn. Er behoort een natuurlijke spanning te zijn tussen rabbijn en bestuurder. Dat houdt beiden scherp en is dus mijns inziens goed. Maar escalatie is niet zeldzaam en ontaardt van tijd tot tijd in een conflict tussen rabbijn en leek.

Inmiddels weet ik dat ook in niet-joodse kringen predikanten, bisschoppen en ook imams niet onbekend zijn met dit soort spanningen. Ik heb in de loop der jaren een aantal escalaties meegemaakt. Ik durf mezelf op dit terrein dan ook een ervaringsdeskundige te noemen. Overigens heb ik juist door het overleven van dit soort toestanden anderen die in soortgelijke situaties waren beland kunnen helpen, ook nog recentelijk.

Een paar dagen geleden ontmoette ik zo’n conflicterende bestuurder van decennia geleden. Ik denk dat wij beiden beseffen dat verleden tot het verleden behoort en dat nu het vandaag speelt. Hij is geen bestuurder meer van een Joodse Gemeente en ik ben gewoon rabbijn gebleven. En dus is de grond van de spanning van toen niet meer aanwezig en hebben we prima contact. We zitten zelfs samen in een Raad van Toezicht en zullen elkaar helpen waar nodig. En het verleden? Is niet vergeten, maar wel vergeven.

Even een aardige anekdote die in mij opkwam toen ik deze bestuurder van toen ontmoette: Er werd van mij verlangd dat ik eens per week van Amersfoort met de auto naar Aalten reed, van Aalten naar Winterswijk en dan daartussen door ook nog even les in Neede bij een familie thuis. Nog recentelijk heb ik de Needense ouders, die inmiddels in Enschede wonen, bezocht. In die tijd waren de wegen in die omgeving verre van ideaal. ’s Avonds slecht zicht, bomen aan weerskanten. Tel daarbij op dat ik vermoeid was van het geven van de lessen. Dat ik in de winter verkleumde van de kou omdat in de sjoel van Aalten de kachel werd aangestoken als ik de les begon en het dus bij vertrek pas warm was.

En dus kwam ik op het volgende idee: ik neem vanuit Amersfoort de sneltrein naar Apeldoorn. Vanuit Apeldoorn de boemeltrein naar Lichtenvoorde. Niet ver van het station van Lichtenvoorde was een garage die ook een taxibedrijf had. Ze waren bereid mij wekelijks bij de trein op te halen. Ik reed de chauffeur naar de garage terug, reed naar Aalten, Winterswijk en Neede. Daarna weer naar Lichtenvoorde om de auto terug te brengen. Kosten? Trein + huurauto Fl. 70,00. Briljant, dacht ik. Ik zou dan een uur langer onderweg zijn, maar qua vermoeidheid en veiligheid veel beter. En bovendien: Fl.10,00 goedkoper dan de vergoeding die ik kreeg voor de gereden kilometers. Ik enthousiast naar mijn werkgever/bestuurder. Besparing van fl.10,00 per week! Ik was weliswaar een uur langer onderweg, maar ik werd per dag betaald, dus wat salaris betreft geen verschil.

Maar tot mijn stomme verbazing werd mijn voorstel afgewezen. Reden: als ik gebruik maak van de trein moet ik ook de bus gebruiken. Een huurauto behoorde niet tot de mogelijkheden. Ik probeerde nog uit te leggen dat het op deze manier veiliger zou zijn, beter voor de lessen omdat ik minder moe zou zijn en fl.10 goedkoper! Het bestuurlijke neen bleef overeind. Ook mijn argument dat de busverbindingen daar dermate slecht waren dat ik niet alle leerlingen na vier uur (einde van de school) en zeven (bedtijd) kon bereiken, werd niet geaccepteerd. En wat heb ik gedaan? Jarenlang stiekem met de sneltrein, boemeltrein en taxi en fl.80, 00 gedeclareerd zodat ze dachten dat ik met eigen auto de kilometers had afgelegd. Niet helemaal koosjer dus, wel veiliger en inmiddels meer dan 40 jaar geleden en dus verjaard.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

Hij maait het gras op de begraafplaats

Tot nu toe heb ik er geen aandacht in mijn dagboek willen besteden aan het volledig onverwachte overlijden van de zoon van mijn collega rabbijn en mevrouw Heintz uit Utrecht. 24 jaar jong! Reden? Weet ik niet. Misschien vond ik het ongepast of lag het voor mij te emotioneel. Hij woonde in Brooklyn New York en was manager van twee koosjere bekende pizza stores. Eind vorige week viel hij weg, na een kort ziekbed. Iedereen kende hem, want hij was gewoon heel vriendelijk en aardig. Een door en door goede jongen.

Het was dan ook niet verbazingwekkend dat honderden en honderden aanwezig waren, ondanks corona, bij zijn lewaja, begrafenis, op de Joodse begraafplaats waar ook de Lubavitscher Rebbe begraven ligt.  22 Jaar geleden verloren wij onze 15-jarige zoon Awremmel zl. op 5 Elloel en nu op 6 Elloel werd Levi Heintz zl. uit het aardse leven weggerukt. De komende jaren kunnen wij dus aansluitend aan elkaar de jaartijden in acht nemen met de daaraan gekoppelde sjoeldiensten.

Hoe kan je de ouders tot steun zijn, vraag je jezelf bliksemsnel af? Troosten is nog niet aan de orde en überhaupt wat valt er te troosten? Verwerken heet zoiets. Er bestaan Joodse wetten en beschreven adviezen, afgeleid uit Thora en Talmoed, over ziekenbezoek. Maar ook over de begeleiding en bejegening van bloedverwanten bij onverhoopte sterfgevallen. Door die wetten heen voel ik een vette regel lopen: Zorg dat je er bent voor hen die getroost moeten worden. Maar nog belangrijker is: Dring je niet op en dring niet aan. Gun mensen de vrijheid om het verlies en het verdriet op een persoonlijke wijze te plaatsen en te verwerken! En ga vooral niet vertellen dat jij alles begrijpt want jij hebt hetzelfde meegemaakt! Klinkt logisch, maar is dat helaas niet. Zie het als volgt: ik ben bij de huisarts omdat ik pijn heb aan mijn grote teen. Nadat ik mijn pijn heb beschreven begint de dokter mij te vertellen dat hij ook pijn heeft aan zijn grote teen. Dat is natuurlijk zielig en ik zou hem best willen helpen, maar ik kom bij die huisarts om zelf geholpen te worden en ben eigenlijk, als ik het even ongenuanceerd mag zeggen, totaal niet in zijn teen geïnteresseerd. Gun mensen die verdriet hebben ruimte, probeer je in hun situatie te verplaatsen en schakel jezelf uit.

Toen wij vorige week op de begraafplaats waren vanwege de jaartijd (de sterfdag) van onze zoon, schrokken wij van het achterstallige onderhoud. Er schijnt geen geld beschikbaar te zijn om het gras te maaien. Persoonlijk vind ik dat niet zo erg. Wel hoog gras, niet hoog gras. Maar sjabbatochtend na de sjoeldienst in onze privé tuintentsjoel/sjoeltenttuin bracht Blouma tijdens de sjabbat maaltijd het hoge gras ter sprake en vroeg onze gast of hij het misschien zou willen maaien. En zo heeft de begraafplaats in onze stad een begraafplaats die weer onderhouden gaat worden en waar het gras weer zal worden gemaaid. Deed me trouwens denken aan die Ierse vrouw die haar zoon schrijft dat zijn vader een ongeluk heeft gehad. Hij was gevallen in een groot vat whisky. De brandweer moest hem uit het whisky-vat redden, maar, zo schrijft de moeder “je vader heeft zich kranig geweerd”. En daarna schrijft de moeder verder en vertelt dat z’n vader promotie heeft gemaakt. “Hij heeft nu achthonderd mensen onder zich. Hij maait het gras op de begraafplaats!”

Een zeer ervaren en kundig psycholoog in het Sinai Centrum heeft mij eens uitgelegd dat humor een mechanisme is om te overleven.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

Het zogenaamde Andere Joodse Geluid

Het was een fijne sjabbat in onze tuin-tent-synagoge. De ochtenddienst begon om 10 uur, maar om 9:30 uur was de eerste deelnemer al aanwezig. Nou ja, niet echt een deelnemer, maar een uiterst vriendelijke politieagent die kwam vragen of alles goed was. Voor de zekerheid was hij ook nog even langs de echte synagoge in de binnenstad gegaan, waarschijnlijk om te kijken of die er nog stond (grapje!). Ik ben dankbaar dat er zo over ons wordt gewaakt en speciaal met de manier waarop dat gebeurt. Absoluut niet afstandelijk. Vriendelijk en betrokken.

Tijdens mijn sjabbatmiddag wandeling viel het weer op dat mensen vriendelijker worden. Bijna iedereen die ik op mijn wandeling ontmoet groet. En op sjabbat hoor ik meerdere keren sjabbat-shalom, uit de mond van niet-joden.

Dat is voor mij dan een tegenwicht voor het geluid van EAJG, een piepklein groepje dat zichzelf noemt: Een Ander Joods Geluid. Ten eerste is het schandalig dat ze zich doen voorkomen alsof ze een grote Joodse achterban vertegenwoordigen, want ze maken veel Geluid en worden dus helaas gehoord. Het doet me denken aan een uitzending over vaccinatie. Er zijn dus duizenden en duizenden deskundige artsen die aan de hand van wetenschappelijk onderzoek bepleiten dat kleine kinderen worden ingeënt tegen de mazelen. Daar tegenover is er dan een piepklein groepje gedreven anti-vaccinatie-moeders die de wereld proberen uit te leggen, gebaseerd op onwetenschappelijk emotie, dat vaccinatie leidt tot autisme. En dan is er een tv-uitzending waarbij de arts en de anti-vaccinatie-moeder beiden evenveel zendtijd krijgen terwijl ze qua achterban onvergelijkbaar zijn.

Zo zie ik dat zogenaamde andere Joodse geluid ook. Wie, behalve de heer Hamburger zelf, zit er nog meer in dat clubje? Waarom ik me daarover opwind? Ik weet dat hun geluid in Den Haag gehoord wordt. Jammer, want ze vertegenwoordigen bijna niemand. Maar wat ze nu weer in de wereld hebben geslingerd is “de mogelijkheid dat Israël een initiërende rol heeft gespeeld bij de rampzalige explosie in Beiroet”. En dan volgt hun zeer overtuigende wetenschappelijke onderbouwing: “Er is evenmin een aannemelijke andere verklaring voorhanden”. En dus is Israël schuldig! Sic. Het doet me denken aan dat ironische grapje dat ik enige maanden geleden met u heb gedeeld: Vraag: Wie is er schuldig? De Jood of de lantaarnpaal? Wedervraag: Hoezo de lantaarnpaal?

Israël beschuldigen zonder enige vorm van onderbouwing is slecht, verfoeilijk en leidt tot niets. Sorry, het leidt tot bijna niets, want het bevordert wel het antisemitisme. Ik weet, heer Hamburger, dat uw clubje niet bedoelt het antisemitisme aan te wakkeren. Maar dat gebeurt wel, want de scheidslijn tussen antizionisme en antisemitisme is flinterdun. 

We bevinden ons is de Joodse maand Elloel, de voorbereidingsmaand voor Joods Nieuwjaar. Iedere dag wordt er op de sjofar geblazen als oproep tot inkeer. Wordt wakker, kom terug naar de juiste weg. Heer Hamburger, weet dat het nooit te laat is, ook niet voor u, om naar de juiste weg terug te komen. En naar de Overheid, waarvan mij bekend is dat ze ook het geluid van die enkelingen die pretenderen een Joods Geluid te vertegenwoordigen horen, zou ik willen zeggen: Gelijk u geen aandacht besteed aan die paar anti-vaccinatie-moeders, die u niet serieus neemt, luister zo ook niet naar dat zogenaamde Andere (on)Joodse Geluid.

Maar gelukkig heb ik ook weer iets moois mogen beleven. Ik ben gevraagd lid te worden van het Comité van Aanbeveling van een stichting die wil komen tot de uitgave van het boekje ´’Een ver-Urkte Israëliet, het levensverhaal van Japien de Joode’. ‘Op’ Urk (en niet ‘in’ Urk, voor de Neerlandici onder u) gaan een aantal vrijwilligers dit boekje nu als een stripverhaal uitgeven. In 1995 was het uitgegeven als gewoon boek. Ik heb voor dat boekje indertijd een inleiding geschreven, als ik me goed herinner. Het gaat over het leven van de enige Joodse familie die op Urk woonde en in de oorlog vermoord werd in Sobibor, de familie Kropveld. De uitgevers van vijfentwintig jaar geleden willen het nu uitgeven in de vorm van een stripverhaal dat op alle basisscholen op Urk onderdeel gaat worden van de lessen. Een geschiedenis die zich in hun eigen woonomgeving heeft afgespeeld, in dezelfde straat waar zij nu wonen of om de hoek, in een periode dat het normaal werd bevonden, zelfs ethisch volledig verantwoord, dat Joden niet meer naar de gewone school mochten, dat Joden moesten verhuizen naar Amsterdam, dat Joden op transport werden gesteld……

Heer Hamburger: kijk hoe niet-joden zich voor ons inzetten. U mag van hen leren!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

 

Ethiek is eng

Zoals wellicht bekend hebben alle letters in het Hebreeuws een getallenwaarde. De eerste letter, de Alef, is 1 in getallenwaarde. De tweede letter, de Beth, is 2. Mijn oog viel op de uitspraak van de Ba’al Shem Tov, de stichter van het Chassidisme, die benadrukte dat het Hebreeuwse woord voor ‘licht’ dezelfde getallenwaarde heeft als het Hebreeuwse woord voor ‘geheim’. Als een leraar het ‘geheim’ van de leerstof kent, kan hij bij zijn leerling ‘licht’ brengen. Anders geformuleerd: een leraar moet de materie door en door kennen om de les op de juiste wijze te kunnen overbrengen. Zo niet dan brengt hij geen licht, misschien nog net geen duisternis, maar zeker wel schemering.

Helaas moet ik constateren dat er vaak meningen of visies worden verkondigd zonder het ‘geheim’ van de onderliggende materie goed te kennen en dus is de boodschap erg ‘schemerig’. Met andere woorden: zolang je geen zicht hebt op de echte betekenis, is wat je ziet duister. En dat is nu precies wat we dagelijks steeds vaker zien. Aan de hand van uiterlijk vertoon, misleidende demagogie, worden conclusies getrokken, hele volksstammen opgejut. Als volksleiders op de juiste manier de waarheid verkondigen is dat prima, maar helaas…….Hetzelfde geldt voor journalisten, de media. Media kunnen misleiden, weten vaak niet het ‘geheim’ van de situatie en doen daardoor aan berichtgeving die geen ‘licht’ brengt.

Maar gelukkig heb ik het gevoel dat een deel van de media in ons land zich wel verdiept in de materie, aan grondig onderzoek doet, doordringt tot de kern en daardoor problemen blootlegt die onzichtbaar waren (gemaakt). Ik denk dan aan de onderzoekjournalistiek die zich nagenoeg niet laat afleiden door uiterlijk vertoon en misleidende demagogie. Deze tak van de journalistiek belicht de diepere achtergrond, die vaak heel anders is dan de zichtbare schijnvertoning. In vele andere landen echter blijft de oppervlakkigheid de waarheid verduisteren of is er sprake van censuur. Het gevolg: er ontstaat in onze brede mondiale samenleving een steeds groter wordende kloof tussen de leugen en de waarheid, tussen misleiding en verdieping, tussen duisternis en licht.

Gisteren werd ik gebeld door een bevriende niet-Joodse huisarts (even notitie: ik heb ook niet-Joodse vrienden, mocht u daaraan twijfelen!) met een ethische vraag. Een van zijn patiënten ziet het leven niet meer zitten en wil er een eind aan maken: het zogenaamde voltooide leven, zoals de nieuwe naam voor zelfmoord luidt! De niet-Joodse huisarts zit ermee ‘in zijn medische maag’ of beter geformuleerd: ‘in zijn ethische maag’. Want met geneeskunde heeft dit niet van doen. Dit is een ethisch probleem dat door de Overheid geplaatst is in de spreekkamer van de medische huisarts. Dat is eng, want het politieke besluit wordt beïnvloed door propaganda, door wat de meute ervan vindt, door de potentiële kiezers. Ook natuurlijk door de media en daar speelt dat de krant moet verkocht worden, de TV naar kijkcijfers hunkert en de website naar likes en clicks snakt. Resultaat? Niets is variabeler dan ethiek. Wat vijftig jaar geleden als een doodzonde gold, is nu geaccepteerd. En wat nu onacceptabel is, was toen probleemloos. Dat visies opnieuw worden bekeken en getoetst is meer dan prima. Dat situaties veranderen is logisch. Dat land A niet land B is, moge duidelijk zijn, maar toch zijn er grenzen.

We lazen sjabbat jl. in de synagoge (Deuteronomium 16;20) “Rechtvaardigheid, rechtvaardigheid zult gij najagen”. Waarom staat hier twee keer “rechtvaardigheid”? Een keer “rechtvaardigheid” ware toch voldoende geweest? Maar hier ligt een belangrijke les en levenswijsheid. Als een rechter om een oordeel wordt gevraagd en hij neemt, zonder aanziens des persoons, het wetboek, de Thora en/of de Talmoed, voor zich, hij verdiept zich in de materie, vindt het antwoord, kijkt op naar de vragensteller die voor hem staat en komt tot een rechterlijke uitspraak: Dat is “rechtvaardigheid”. Maar in de Thora staat twee keer na elkaar het woord “rechtvaardigheid” om ons te vertellen dat het alleen in de wet kijken en uitspraak doen niet voldoende is. Wie is de persoon die beoordeeld moet worden.

Is hij rijk of arm, intelligent of zwakbegaafd, hoogbejaard of jong, uit welk milieu stamt hij? Oordelen over de medemens, mag nooit zwart-wit zijn, maar steeds genuanceerd. Vandaar “rechtvaardigheid, rechtvaardigheid”, twee keer.

Ethiek is eng, kan ontsporen als wij mensen zelf de grenzen bepalen. Ethische beslissingen zijn vaak het resultaat van de demagogie van wereldleiders die primair zichzelf verafgoden. De politiek betaalt en bepaalt. Het Joodse standpunt is dat wij mensen te klein zijn om zelf waarden en normen te bepalen. De grote lijnen zijn in het Jodendom duidelijk weergegeven, liggen vast. Maar de toepassing is altijd maatwerk. Een mens mag vanuit de Joodse optiek bezien niet doden, niet anderen en ook niet zichzelf. Wanneer het leven voltooid is wordt Boven bepaald, dat mag geen mensenwerk zijn. Maar hoe ermee om te gaan als de politiek haar mening aan de gemeenschap oplegt en de arts gedwongen wordt om braaf te volgen, is een ander verhaal dan sec de vraag of voltooid leven acceptabel is volgens de halaga-de Joodse wet.

Wat mijn antwoord was aan de bevriende niet-joodse huisarts? Dat vertel ik u dus niet, want mijn antwoord aan hem is niet per se mijn antwoord aan u.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oeigoeren beheersen mijn geweten – Dagboek van een opperrabbijn

Ik zit in een dubio, een gewetensconflict. Verschillende keren ben ik benaderd door iemand die aangeeft aandacht te vragen voor de Oeigoeren. Het doet me denken aan die tentoonstelling in Nijkerk over de “Redders in Nood”, een tentoonstelling speciaal voor kinderen over mensen die in de jaren ’40-’45 verzet boden met gevaar voor eigen leven.

In die tentoonstelling sta je op een gegeven moment voor drie deuren. Als je op de bel drukt van deur 1 hoor je een geluidsopname die laat horen hoe Ds. Verduin, de verzetsstrijder, aanbelt bij een lid van zijn gemeente en vraagt of dat gemeentelid voor slechts een nacht onderdak kan bieden aan twee Joden die in grote nood verkeren. Bewoner van huis 1 reageert woedend en verwijt de dominee dat hij zijn gemeenteleden in gevaar brengt. Bewoner 2 geeft aan erg graag te willen helpen, maar is bang voor onverhoopte gevolgen voor haarzelf en haar gezin. Ze durft niet. Bewoner 3 neemt de twee Joodse mannen in huis.

Oeigoeren worden in China niet erg netjes behandeld, om het maar even zeer cynisch te verwoorden. Mij wordt nu gevraagd om hen te steunen, de politiek in te schakelen, een petitie te ondertekenen. De man die mij benadert is een mij onbekende en op mijn vraag aan hem of de leadership van de Rooms Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland ook de petitie ondertekenen, krijg ik als antwoord het verzoek of ik hen wil benaderen. Ik kan me er eenvoudig uitdraaien door aan te geven dat ik geestelijke ben en geen bestuurder en dat het CJO, Collectief Joodse Overleg, zijn aanspreekpunt moet zijn.

Maar ja, denk ik dan, dat heeft Ds. Verduin ook niet gedaan. En zelfs als CJO al benaderd zou zijn en actie heeft ondernomen, waarom zou ik dat dan ook niet doen. Anderzijds word ik mogelijk in een politiek gesleept waarop ik echt niet zit te wachten, vraagt hij van mij actief betrokken te zijn en zegt een satanisch stemmetje in mij dat ik niet de verantwoordelijkheid op me kan nemen voor de gehele wereld. Ook weet ik niet wie die persoon is die mij benadert. Is hij wie hij zegt te zijn? In de oorlog zijn vele niets vermoedende echte verzetshelden omgekomen door intern verraad. Het knaagt aan mij, ook nadat navraag over deze wellicht zeer oprechte persoon niets negatiefs over hem oplevert. Hij komt ietwat naïef over, is naar zijn zeggen naar mij verwezen omdat ‘Jacobs overal binnen kan komen’, maar wie hem naar mij heeft verwezen weet ik niet en of hij inderdaad de Oeigoeren vertegenwoordigt is mij ook niet duidelijk. Maar dat Oeigoeren worden vervolgd lijdt helaas geen enkele twijfel.

De drie deuren in Nijkerk blijven maar in mijn gedachten bovenkomen.

Ondertussen weer een verzoek voor een rabbinale verklaring die iemand nodig heeft om lid te kunnen worden in het buitenland van een Joodse Gemeente. Op zichzelf geen probleem, alleen beschik ik niet over een goede secretariële ondersteuning die hiermee kan omgaan en ben ikzelf al maanden niet meer op kantoor geweest. Niemand die zich afvraagt hoe ik e.e.a. draaiende houd in de coronese tijden. Ook nog een hulpvraag van een gescheiden Joodse vrouw met vier kinderen die in Italië woonachtig is, geen contact meer heeft met haar man, een vriendin heeft in een van mijn zeer kleine Joodse Gemeenten en door die vriendin geadviseerd is om in die piepkleine Joodse Gemeente te gaan wonen ‘want daar kunnen haar kinderen aan het Joodse leven deelnemen en wekelijkse Joodse lessen krijgen’. Of ik het even kan regelen.

O ja, ook nog een vraag van de functionaris die belast is met de begraafplaatsen. Op een van de meer dan 200 Joodse begraafplaatsen die Nederland rijk is, stond een zieke iep. Die is gekapt en de vraag is nu wat er moet of mag gedaan worden met het hout: Op de begraafplaats laten liggen of weg laten halen. En wat te doen dan met de opbrengst van het hout als het hout wordt verkocht.

Een vriend van mij is stadsarcheoloog, wordt door mij ingeschakeld bij het (sporadische) herbegraven, werkt vanwege corona van huis uit (even onduidelijk voor mij hoe een archeoloog van huis uit opgraaft!) en wil graag weten hoe de katholieken dat doen. En dus legt hij deze vraag bij mij neer, omdat hij geen bisschoppen kent. We zijn er inmiddels uit. Niet via de bisschop, want niet iedere bisschop zal zich in deze materie verdiept hebben, maar wel via een Hoogleraar die ik goed ken en die in mijn (Joodse) optiek het summum is van kennis over Rome en alles daaromheen.

En inderdaad binnen een halve dag weten de archeoloog en ik beiden hoe Rome omgaat met grafrust. Ik citeer: “Graven mogen nooit geschonden worden. Daar staan kerkrechtelijke straffen op. Maar mensen mogen wel worden herbegraven. Dat wordt niet gezien als een schending van de grafrust. Vaak gebeurt dat bij mensen die worden zalig of heilig verklaard. Als dat is gebeurd, wordt het stoffelijk overschot vaak overgebracht (translatio) naar een altaar, waar het onder de altaarsteen wordt bijgezet.” Interessant om te weten, maar of deze kennis past in het dagboek van een rabbijn betwijfel ik ten zeerste.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagboek van een Opperrabbijn 25 augustus 2020, Bijna betrapt bij oplichting

Om onze rol als opa en oma ook naar behoren te vervullen en we met de kleinkinderen uit Londen een uitstapje hadden gemaakt, was het een grootouderlijke verplichting om ook aandacht te besteden aan de kleinkinderen van de Zuidas in Amsterdam. En dus met de auto van onze zoon, vanwege de kinderzitjes, naar de Zaanse Schans. Zeepjes gemaakt, een molen bezocht, de kaasfabriekaangedaan en een boottocht. Bij de boottocht moest ik even ervoor waken om geen onwaarheid te verkondigen. Onze kleinzoon is namelijk net 4 jaar, maar als ik hem opgeef voor drie zal niemand dat bemerken en het zou me €7,50 schelen. Maar is dat de moeite waard, gonsde het door mijn hoofd. Is dat geen diefstal en wat als onze dierbare pientere kleinzoon zelf gaat uitroepen dat hij al vier is? En wat voor opvoeding geef ik aan de twee oudere meisjes als ze horen dat ik lieg om een paar euro te besparen? Dadelijk haal ik de voorpagina van de Telegraaf: Opperrabbijn betrapt bij oplichting. De kop zou het goed doen en het antisemitisme door mijzelf notabene goed gevoed: Joden-zwendelaars. En dus heb ik gewoon de waarheid gezegd: hij is vier! Achteraf bezien maakte het trouwens niets uit of hij drie of vier was, want we kwamen in aanmerking voor een familiekaart! Maar toch, het kwaad had toch even door mijn brein geflitst en dat klopt niet. Ik heb dus nog wel e.e.a. te repareren voor de Grote Verzoendag! Het uitstapje was verder prima en thuisgekomen opende ik mijn email en lees de volgende anekdote die mijn schoondochter uit Londen, onwetend van ons uitje naar de Zaanse Schans, mij heeft gestuurd:

Een rabbijn had een nieuwe aanstelling gekregen in een van de synagogen in Houston, USA. In de eerste week van zijn benoeming bezocht hij een van zijn gemeenteleden. Omdat hij nog geen auto had maakte hij gebruik van de bus. Nadat hij het kaartje had gekocht bij de chauffeur en plaats had genomen, bemerkte hij dat de chauffeur hem een quarter (25 $ cent) te veel wisselgeld had gegeven. Hij stond op het punt om naar de chauffeur te gaan om hem de quarter terug te geven, maar bedachtzich. Het busbedrijf zal nooit merken dat hij een quarter te weinig heeft betaald. Los daarvan verdienen ze belachelijk veel aan al die ritten, dus waarom teruggeven? Ik beschouw het als een gift van G’d, een soort welkomgeschenk van Boven en een stimulans om me in te zetten voor mijn gemeenteleden. Toen hij was aangekomen op de plaats van bestemming en voorbij de chauffeur moest uitstappen, gaf hij toch aan de buschauffeur de quarter terug. De chauffeur glimlachte en zei tegen hem: Rabbi, ik ben ook Joods. Ik wist dat u de nieuwe rabbijn was geworden. Al weken denk ik eraan om me toch weer aan te sluiten bij een synagoge. Maar de ziel van de Joodse Gemeente is de rabbijn. Toen ik u zag instappen heb ik u opzettelijk een quarter te veel teruggegeven. Ik wilde weten hoe u hiermee omgaat, hoe uw bezieling, uw gedrag is in het gewone alledaagse leven buiten de synagogale diensten. Aanstaande sjabbat ziet u mij in de synagoge! Maar als u de quarter niet zou hebben teruggegeven, dan…….
Toen de rabbijn de bus was uitgestapt hief hij zijn handen ten hemel en zei: Lieve G’d. Het had niet veel gescheeld of ik had voor een quarter een mede-Jood de toegang tot de synagoge en de Joodse gemeenschap ontzegd.

In de Joodse wetgeving is een wet die zegt dat een rabbijn niet mag rondlopen met een vlek op zijn kleren, want als hij met een vlek rondloopt dan kan dat tot gevolg hebben dat er wordt gegeneraliseerd en wordt verteld dat alle Joden vies en onverzorgd zijn. Die wet geldt niet alleen voortastbare vlekken, maar vooral ook voor vlekken in het gedrag. En die vlek, die hijzelf heeft veroorzaakt, zal dan weer gebruikt kunnen worden om het antisemitisme aan te wakkeren. Maar ook geestelijken van andere denominaties mogen deze wet tot zich nemen. Want wangedrag van een geestelijke is een wapen in de strijd tegen religie in het algemeen, het is een vlek tegen de Eeuwige
onze G’d en kan gebruikt worden als een troef om secularisatie te vergoelijken. Kijk maar, zal geredeneerd worden, geestelijken prediken goede zeden, maar zelf leven ze er maar op los! Mijn kleinzoon is dus pas kortgeleden vier jaar geworden. En vier is vier en echt niet drie, ook als dat een paar euro bespaart.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

Dagboek van een opperrabbijn, 24 augustus 2020. Even geen wereldpolitiek

De maand Elloel is begonnen, de Hoge Feestdagen naderen. Iedere dag blazen we al tien tonen (anderen vier) op de sjofar, de ramshoorn als voorbereiding voor Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar. Ik voel de gebruikelijke spanning. Rosj Hasjana, tien dagen daarna Jom Kippoer, de Grote Verzoendag en dan daarna Soekot, het Loofhuttenfeest. De spanning heeft te maken met de voorbereidingen voor de diensten, het uitnodigen van de gasten, de aanschaf van de loelav (zal ik over enige weken wel uitleggen), de loofhut……………….maar dit jaar worden deze Elloel gedachten overschaduwd door de vraag of en hoe we überhaupt synagogediensten kunnen hebben. Juist voor de minder betrokkenen van de Joodse gemeenschap zijn dit de dagen die ze nodig hebben voor de versterking en instandhouding van hun Joodse identiteit. De diensten ingaande Jom Kippoer, uitgaande Jom Kippoer, het blazen op de sjofar. Zal het doorgang kunnen vinden dit jaar? Ik voel me de depressieve kant opgaan. Maar, zeg ik dan tegen mezelf, kop op. Waar klaag je over? En als jij het niet meer ziet zitten, hoe komt dat over? Je bent opperrabbijn, voorbeeldfunctie, gedraag je ernaar! In je toespraken roep je mensen op om steeds G’d met vreugde te dienen. Klopt! En dus, zeg ik tegen mezelf, stop met het negatieve gezeur tegen jezelf en kijk hoe mooi de afgelopen sjabbat was verlopen. Geen sjoeldienst in onze prachtige synagoge in de binnenstad, maar wel een nieuwe stevige professionele tent in onze tuin. Onze synagoge is een probleem. Niet de 1½ m. Het wekelijkse aantal bezoekers vormt (helaas!) geen probleem, hoewel dat wel met de Hoge Feestdagen (hopelijk!) een probleem gaat opleveren. Neen, het probleem zit hem in de ventilatie. Nou kan dat ventilatieprobleem eenvoudig worden opgelost door ramen en deuren te openen, maar dan lopen we op tegen het veiligheidsprobleem. Waar de kerken alleen van doen hebben met de 1½ m. en de ventilatie, zitten wij met veiligheid. Open ramen en deuren is belachelijk als je als Joodse gemeente voor kapitalen aan kogelvrij glas hebt geïnvesteerd. Maar de synagoge gesloten houden is natuurlijk ook weer niet de bedoeling. In onze tuin hebben we nu twee stevige wind en weer bestendige tenten staan met perfecte natuurlijke ventilatie. En daar houden we nu onze diensten. Maar dat is een surrogaatoplossing. Veiligheid speelt hier veel minder omdat mijn huis en dus ook mijn tuin zeer goed beveiligd zijn. Alles uiteraard in overleg met politie die geen oogje, enkelvoud, in het (tent)zeil houdt, maar meerdere ogen! Bij deze: dank aan mijn politie! Maar waarvoor we moeten waken is interne spanning. Niet dus alleen in mijzelf, maar binnen de gemeenschap. Wel dienst, geen dienst? Is het verantwoord om op de sjofar – ramshoorn te blazen in de synagoge of moeten we dit uitsluitend in de tuin van de synagoge doen? Minimumaantal sjofarklanken of gewoon als andere jaren alle honderd klanken? Aan het uiteinde van de sjofar een mondkapje? Moeten we strikter zijn dan RIVM of niet vromer dan de paus? Al dit soort discussies, die af en toe ontaarden in felle discussies en interne spanningen veroorzaken, zijn onnodige en ongewenste neveneffecten van de hele coronatoestand. En natuurlijk word ik hierin ook weer meegesleept. Want wees ervan doordrongen dat er altijd vriendjes zijn die waar mogelijk toeslaan. U kent het wel: “hoofd boven het maaiveld.”  Moet ik me dan gedeisd houden? Zwijgen? Niet van me laten horen? In de luwte blijven? Dan krijg ik te horen: Jacobs doet niets. En dus blijf ik actief. Bewust heb ik vandaag even niet te veel nagedacht over de grote gebeurtenissen in de grote wereld.  Wie zal beter zijn voor Israël: Trump of Biden?  Is het historische vredesverdrag tussen Israël en de Emiraten inderdaad zo historisch, er was toch al vrede met Egypte en Jordanië? En hoe zit het met het diepgewortelde anti-Israël gevoel, is dat nu plotseling verdwenen? Aan een voormalig Opperrabbijn van Israël werd eens gevraagd wanneer hij vrede met de Israel omringende landen verwacht. Zijn antwoord was kernachtig en to the point: zolang er in de schoolboeken in de Arabische landen haat wordt gekweekt tegen Joden en tegen Israël, zal geen duurzame vrede mogelijk zijn.

Ik heb me even beperkt vandaag tot gewoon het telefoontje naar de bejaarde mevrouw Pompstock en gewoon met haar even gekletst over Hollandse koetjes en kalfjes. Eenzaamheid doorbreken, gewoon even aandacht. Op de verkiezingsuitslag in de VS heb ik toch geen invloed. En ook Netanyahu gaat niet bij mij te rade. Maar aan die eenzaamheid bij de hoogbejaarde mevrouw Pompstock kan ik wel wat doen, hoewel zij daarmee haar in de oorlog vermoorde man en kinderen natuurlijk niet terugkrijgt.