De onsterfelijkheid van het Joodse volk – Jacobs’ Chanoeka-toer (dag 4, gespijbeld)

Het Joodsde volk leeft en overleeft
Net terug van dag vier van mijn Chanoeka-toer krijgt mijn vrouw Blouma een Whatsapp, van een mevrouw met wie zij vorige week woensdagochtend in Israël in gesprek raakte. Via Yad Vashem had zij elf familieleden, waaronder haar grootouders, kunnen ‘opsporen’, allen vermoord. Zelf is ze niet Joods, maar de verbintenis via haar Joodse vader zat er diep in. Ze vroeg ietwat schuchter aan Blouma of ik bereid zou zijn om bij de Kotel kadiesj te zeggen voor die hele lijst met familieleden. Want er is niemand meer om het kadiesj gebed voor hen uit te spreken.

Enige uren later stond ik voor de Klaagmuur met de namen van haar voorouders op een papiertje. Ik heb kadiesj gezegd, ik had de vlammetjes van hun zielen voor ogen en ik voelde in mij de onsterfelijkheid van het Joodse volk. Ik zag de Menora branden, zelfs in de grootste duisternis en ik zag de vlammetjes de eeuwen achtervolging trotseren: Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft en overleeft! En omdat ik kadiesj heb gezegd ontving Blouma nu een Whatsapp. Er worden drie bomen in Israël geplant, ik mag aangeven in welk woud. “De onsterfelijkheid van het Joodse volk – Jacobs’ Chanoeka-toer (dag 4, gespijbeld)” verder lezen

Waar is de Reuzenmenora? Jacobs’Chanoeka-toer (dag 3 Kampen)

 

Het ‘oorlogsdagboek’ van Israël Jakobs uit Emmen

‘De aantekeningen van Israël Jakobs’ zijn opgeschreven als een zakelijk dagboek. Zonder persoonlijke mijmeringen of de weerslag van gevoelens. Jakobs schreef ze in de periode oktober 1940-augustus 1942. In een eerder stadium zijn de aantekeningen al ontcijferd, bestudeerd en van commentaar voorzien door Marcel Bulte. Bulte overleed in 2018. Zijn werk is voortgezet door Gerben Dijkstra en Sis Hoek-Beugeling en verschijnt op 28 november aanstaande in boekvorm, tijdens het symposium: ‘Burgemeester in oorlogstijd’.

“Het ‘oorlogsdagboek’ van Israël Jakobs uit Emmen” verder lezen

Joods monument in Arnhem onder grote belangstelling onthuld

ARNHEM – Met een monument herdenkt Arnhem sinds zondag een inktzwarte bladzijde in zijn geschiedenis. Het vestigt de aandacht op het wegvoeren van 1.500 Arnhemse Joden naar concentratiekampen. ‘slechts weinigen keerden terug naar hun Arnhem’, staat te lezen op de sokkel. 

 
© Rolf Hensel
Burgemeester Ahmed Marcouch, voor de gelegenheid met keppeltje, noemde in zijn toespraak het lot van de Joodse Arnhemmers ‘een lege bladzijde in ons verhaal over de Arnhemse oorlogsgeschiedenis’.

Al voegde hij eraan toe dat met de zogenoemde struikelstenen bij de huizen van de uit Arnhem weggevoerde Joden al een goed begin is gemaakt met het invullen van die bladzijde.

,,Nu gaan we verder”, zei hij over het monument. ,,De Joodse gemeenschap verdient een gezicht. We moeten de deur naar het Joodse verhaal wagenwijd open zetten en er een onuitwisbaar uitroepteken achter plaatsen.” Marcouch zei dat het hem raakte dat het monument werd onthuld op de plek die vroeger het kloppende hart was van het Joodse leven.

Haat zaaien

Over de betekenis van de onthulling zei hij: ,,Vandaag maken we een vuist tegen polarisatie, radicalisering en haat zaaien. We laten zien dat het anders kan. Wij staan hier als broeders en zusters, naast elkaar.”

Mirre, leerling van het Arnhemse Thomas a Kempis College, maakte indruk met haar gedicht ‘(On)wetend’. Ze werd geïnspireerd door het verhaal van de Arnhemse onderduiker Louis de Groot, wiens familie door de Duitsers werd vermoord. In het gedicht verwoordt Mirre haar aanvankelijke onwetendheid over het lot van de Arnhemse Joden in de Tweede Wereldoorlog en haar latere ‘wetendheid’.

Die wetendheid is het gevolg van een schoolproject over de Joodse gemeenschap in Arnhem. Ook andere leerlingen van haar school leverden een bijdrage aan de ceremonie.

Waarschuwing

Opperrabbijn Binyomin Jacobs benadrukte dat het monument er niet alleen is om iedereen te herinneren aan het kwaad van destijds. Hij ziet het ook als een ‘waarschuwing in keihard graniet’ tegen het antisemitisme dat telkens weer de kop op steekt.

Hij oogstte applaus toen hij voorstelde om op de achtste dag van het Chanoekafeest, 29 december, de kandelaar niet in de Arnhemse synagoge, maar bij het nieuwe monument aan te steken. 

HELP JONET OVERLEVEN…!

Beste lezer,

Normaal gesproken bent u gewend op deze plek een nieuws- of achtergrondartikel te lezen, of om een column van een van onze opiniemakers te zien. Dagelijks brengt Jonet namelijk actualiteiten, opinie- en achtergrondverhalen over Joods Nederland en de Joodse wereld. Dit doen we sinds de lancering van de site, begin 2013 in het Joods Historisch Museum. Niet alleen bent u van ons gewend dat we bovenop het nieuws zitten en dat zo brengen dat iedereen zich welkom voelt (ongeacht politieke of religieuze voorkeur), maar ook dat onze site een agenda met Joodse activiteiten in heel Nederland bevat. De kans is echter groot dat dit binnenkort niet meer zo zal zijn en de site moet stoppen.

Net als voor andere Joodse projecten zijn subsidies, donaties en giften voor Jonet.nl essentieel om te kunnen bestaan. We kregen deze onder meer van JMW, verschillende donateurs, de stichting Maror en enkele andere subsidieverstrekkers zoals de stichtingen Levi Lassen en Netty van Zwanenberg. Dit jaar is het helaas anders gelopen. Ons bestuur is maandenlang tevergeefs in de weer geweest om voldoende geld binnen te halen dat nodig is om Jonet.nl draaiend te houden. Het aantal donaties en betaalde advertenties groeit, maar ook dat is onvoldoende om het wegvallen van subsidies op te vangen. Hierdoor is de kans zeer groot dat de site Jonet.nl per 1 januari 2020 ophoudt te bestaan en dat de redactie moet stoppen met haar werk.

Als dat gebeurt, verdwijnt dit digitale Joodse medium waarmee we elk jaar 250.000 unieke bezoekers trekken, waaronder vele jongeren. Jonet is gericht op verbinding en tegen polarisatie. We berichten niet gekleurd, maar wel in balans én met nesjomme. De site brengt u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen en activiteiten in Joods Nederland (en daarbuiten). Tegelijkertijd maken onze columnisten opiniestukken van linkse, rechtse en vrijzinnige snit. Zo bieden wij diversiteit en geven wij houvast in een wereld waarin vooroordelen en antisemitisme steeds meer boven komen drijven. Het zou dan ook doodzonde zijn als Jonet moet stoppen.

Zonder extra financiële middelen, zal Jonet.nl nog slechts enkele weken kunnen bestaan. Voor een doorstart vragen we u om een vrijwillige bijdrage. Daarmee krijgt Jonet de tijd en ruimte om komend jaar afspraken te maken met (nieuwe) partners en er daarmee voor te zorgen dat Jonet, uw onafhankelijke Joodse medium, ook op langere termijn door kan gaan. Jonet hoopt op giften van 50 of 75 euro, maar hogere bedragen zijn natuurlijk ook welkom. Wij hopen dat u ons wilt helpen en dat we daarmee voldoende ophalen voor onze doorstart. We vragen u daarom om uw steun. Hoe meer, hoe beter, maar natuurlijk kunnen alle beetjes helpen. Help Jonet voortgaan! Help ons overleven!

Wilt u helpen, stort dan op: NL86ABNA0590760440 o.v.v. Donatie actie Help Jonet overleven, of via onderstaande donatie-knop. Verder heeft Jonet een ANBI-status.
Alvast heel veel dank!

Vriendelijke groet,

Kemal Rijken (hoofdredacteur Jonet.nl),
Bart Vink (voorzitter Stichting Landelijk Joods Netwerk),
Alfred Edelstein (secretaris Stichting Landelijk Joods Netwerk),
en Rianne Meijer (penningmeester Stichting Landelijk Joods Netwerk)

PS: Voor andere, concrete acties en ideeën die kunnen helpen ons Joodse medium overeind te houden, staan wij natuurlijk ook open. Ook ideeën voor de redactie zijn welkom. U kunt ons daarvoor mailen op info@jonet.nl.

Iedere dag dank ik G’D dat ik er nog ben en zieke kinderen mag helpen

Onvermoeibaar werft de joodse Deborah Maarsen-Laufer (77) sponsorgelden, zodat Israëlische, Palestijnse en Arabische kankerpatiëntjes naar Nederland kunnen komen voor een fijne vakantie. Deborah: “Ik wil een glimlach op het gezicht van deze kinderen toveren. Voor sommigen is het de laatste reis.”

“Mijn grootste drijfveer voor het werk wat ik doe? Ik heb op zo’n wonderlijke wijze de holocaust overleefd dat ik iets positiefs met mijn leven móet doen. Er zijn zes miljoen Joden vermoord, ik heb het grote voorrecht er nog te zijn. Daarom voel ik me verplicht tot het doen van een mitswa (goede daad, red). En omdat er voor mij niks ergers bestaat dan doodzieke kinderen, wil ik juist hen helpen. Om kinderen uit Israël hier een vakantie te kunnen bieden, is geld nodig. Sponsoren werven blijft een lastige klus, maar telkens als ik denk er maar mee te stoppen, gebeurt er een klein wonder waardoor er toch voldoende geld is. Dat zie ik als een teken van boven.” “Iedere dag dank ik G’D dat ik er nog ben en zieke kinderen mag helpen” verder lezen