Nederland mag niet zwijgen, toekijken en het laten gebeuren. Dagboek van de Opperrabbijn 18 augustus 2021

Vanwege mijn verblijf in het buitenland en dus mijn dagelijkse confrontatie met de coronaperikelen, meen ik inmiddels een deskundige te zijn op het gebied van corona-regelgeving. Het geheel doet me denken aan de bestudering van de Talmoed. Alleen is er in de Talmoed steeds sprake van logica en bij de regelgeving rondom corona overstijgt het mijn verstand af en toe. Even een college:

We wilden voor een bar mitswa van een kleinzoon naar Canada, dat was mogelijk alleen moesten wij dan wel twee weken tegen betaling van een enorm bedrag in een quarantaine hotel. Na bevrijding konden we dan nog niet naar de bar mitswa, want bij de bar mitswa mocht niemand aanwezig zijn. Een bar mitswa in New York, die 6 weken later zou plaatsvinden was ook onbereikbaar omdat wij überhaupt de USA niet binnen mochten. Daarna werden de diverse regels veranderd en konden wij Canada wel binnen, maar was daar de bar mitswa al een gepasseerd station, als we konden aantonen een eerstegraads familielid in Canada te hebben die de Canadese nationaliteit heeft en dat wij volledig gevaccineerd waren….om een complex en onbegrijpelijk verhaal kort te houden: wij mochten Canada binnen maar moesten daar, om binnen te mogen, 14 dagen verblijven (dag één meegeteld) en iedere dag een app invullen over onze gezondheidstoestand.  Vanuit Canada mochten wij vervolgens de USA binnen (niet vanuit Nederland!) na een verblijf van 14 dagen in Canada (dag één niet meegeteld) en na volledige vaccinatie en een negatieve test. De reis vanuit Canada naar de USA was ons niet toegestaan per auto, maar wel per vliegtuig. Eventueel van de USA terug naar Canada mag wel per auto. Maar van dat voorrecht gaan we geen gebruik maken want we vliegen met KLM vanuit USA naar Schiphol. Of en hoe dat moet gaan we nog uitpuzzelen. En of we dan wel/niet in Nederland wederom getest moeten worden en wel/niet in quarantaine zien we dan wel  weer. Trouwens interessant dat de p.c.r. test in Nederland wordt genomen diep in de keel en in de neus op zo’n manier dat het voelt alsof het staafje er aan de andere kant van je hoofd weer uitkomt. In Canada gaat het staafje niet verder dan het begin van de neus!?

Maar genoeg corona-regels.

Kijk wat er gebeurt in Afghanistan! Het is onbeschrijfelijk. Een totale moorddadige gekte. Het aantal slachtoffers, aanrandingen, verkrachtingen, moorden was/is afgrijselijk. Wat een menselijk leed. Wat een schending van mensenrechten. Het is toch ongelofelijk hoe het extremisme zegeviert. Overigens heb ik nog niet vernomen over VN-resoluties tegen Taliban. Duizenden mensen zullen worden afgeslacht. Vrouwen verliezen al hun rechten, ze worden gedegradeerd tot gebruiksvoorwerpen. Ik hoor geen Iman zijn stem verheffen tegen dit onbeschrijfelijke leed en keihard afstand nemen van de Taliban of uitleggen dat dit niet hun Islam is. En (uiteraard!) wordt het terroristische gedrag van de extremistische Taliban (terecht!) niet verweten aan de Nederlandse moskeeën,  maar moeten wel synagogen extra beveiligd worden als er problemen zijn in Gaza. Het is mij inmiddels duidelijk dat de verovering van Afghanistan geen bezetting heet omdat de Taliban Afghanen zijn. En dus zal de Voedsel en Warenautoriteit geen eisen gaan stellen aan producten uit Afghanistan en zullen ze geen invallen doen in bedrijven die iets met Afghanistan hebben en zullen ze niet eisen dat de producten uit Afghanistan voorzien moeten zijn van een label: “made in door de Taliban bezette gebieden.” Dat er mensen worden vermoord is jammer, maar Taliban is geen bezetter. Volgens internationaal recht doet de Taliban kennelijk niets verkeerd. Mijns inziens moet Nederland keihard schreeuwen tegen het onrecht dat in Afghanistan wordt gepleegd, maar dat mag dus formeel juridisch niet. Voor zover mij bekend heeft Nederland ook in de Hitler-periode zich braaf gehouden aan de regeltjes die Nederland het best uitkwamen. Bij het huwelijk van Prinses Juliana en Prins Bernhard wapperden de Duitse Hakenkruizen van ons bevriende buurland Nazi-Duitsland en onze driekleur vredig naast elkaar. Waar zijn alle vrouwenbewegingen in Nederland? Laten die alleen van zich horen als er een paar mannen meer in de leiding van universiteiten zitten dan vrouwen , maar als vrouwen als seksslavinnen worden verhandeld doen ze er het zwijgen toe? Ook overigens over de uitbuiting van vrouwen uit het buitenland die naar ons brave landje zijn gelokt en nu als prostituees hun pooiers moeten dienen, horen we weinig van deze vrouwenbewegingen. Ik denk dat mijn voorouder Dr. Aletta Jacobs het toch iets waardiger, eerlijker en zinvoller heeft aangepakt. Haar ging het om de verbetering van de positie van de vrouw als mens en kende zij geen verschil tussen vrouwen in onze westerse beschaving en vrouwen in de prostitutie of in Afghanistan. Nederland mag niet zwijgen, toekijken en het laten gebeuren.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Leeftijdsdiscriminatie is ook discriminatie. Dagboek van de Opperrabbijn 15 augustus 2021

In New York heeft zich een tragedie afgespeeld die uiteindelijk een happy end kreeg. Zoals op zovele plaatsen in de wereld, ook in Nederland, worden er door Joodse jeugdverenigingen en Joodse Gemeenten zomerkampen georganiseerd voor de jeugd. Een van die vele kampen had een uitstapje gemaakt en de kinderen en de leiding reden na een geslaagde dag moe terug naar huis. Aangekomen bleek echter een jongetje van zes jaar te ontbreken. Een gigantische zoekactie werd op touw gezet. Behalve de politie, die o.a. met een politiehelikopter aan de zoekactie deelnam, waren er honderden vrijwilligers vanuit verschillende Joods orthodoxe organisaties naar het vertrekpunt van de bus gereden om mee te helpen met de zoekactie. Na zes uur nachtelijk zoeken is het jongetje G’d zij dank gezond en wel teruggevonden. Een man van rond de 60 jaar had zijn hulp aangeboden, maar hem werd verteld dat gezien zijn leeftijd dat niet nodig was. Maar de man keek daar toch anders tegenaan. Als dit mijn kleinzoon zou zijn geweest zou ik dan gedacht hebben, redeneerde hij tot zichzelf, dat ik te oud ben en dat ik het zoeken maar moet overlaten aan de jongere generatie? Ik zou zeker zo niet gedacht hebben en dus sprong de zestiger zijn auto in op weg naar het vertrekpunt van de bus, waar het jongetje dus niet was ingestapt. Bij dat vertrekpunt was het inmiddels een enorme drukte. Uiteraard de pers, maar ook een ambulance en een politiewagen van waaruit de zoekactie werd gecoördineerd. Tientallen vrijwilligers stonden daar te wachten op instructies. De zestiger wilde zich daarbij niet aansluiten, parkeerde zijn auto en ging zelf, ongecoördineerd, op zoek. Zijn leidraad was zijn eigen verstand. Waarheen zou ik gelopen zijn als de bus voor mijn neus zou zijn vertrokken? En zo belandde hij via een tunnel bij de bosjes aan het strand en liep daar een uur lang rond, steeds luid roepend: Yossi, Yossi. We hebben pizza voor je. En plotseling hoorde hij een stemmetje van een kind. Hij zoeken en nog luider roepend, maar niets was er meer te horen. Hij heeft meteen een vriend gebeld met het verzoek om meteen te komen. Politie heeft grote zoeklichten gebracht en na een tijdje werd Yossi gevonden. De zestiger, te oud dus om mee te zoeken, kreeg later een telefoontje van de politie om hem te bedanken en aan te geven dat dankzij zijn tip het jongetje was gevonden.  Grote opluchting bij de ouders, maar ook bij de hoofdleiding van het kamp en bij de jeugdige leiders die verzuimd hadden om de kinderen te tellen.

Deze maand is de maand Elloel, de maand van voorbereiding voor de Hoge Feestdagen. Dagen van bezinning en zelfreflectie. In Nederland hadden we zoals telkenjare, weer een prachtig en succesvol dagkamp. Omdat dit dagkamp officieel onder de verantwoording valt van Chabad Holland en wij de financiën verzorgen, ben ik altijd weer verheugd als het dagkamp is afgelopen zonder problemen. Ik was niet aanwezig, maak het programma niet, weet niet precies wie de vaak jeugdige leiders en leidsters zijn, heb de volle verantwoordelijkheid neergelegd bij een zeer betrouwbaar echtpaar…maar als er G’d verhoede, iets misgaat, is het toch mijn verantwoordelijkheid. Delegeren is belangrijk en verstandig, maar uiteindelijk ben je als financier de kop van jut als het geheel uit de hand loopt. Vaak worden jongeren meegenomen als leiding omdat het voor hen ook erg goed is dat ze in de vakantie zinvol bezig zijn. Perfect! Maar zie wat er (bijna) gigantisch is misgegaan in New York. Besturen op afstand, de mensen onder jouw verantwoordelijkheid ruimte en vrijheid van handelen geven is belangrijk. Maar te veel vrijheid en eigenlijk niet meer weten wie waarover gaat, kan leiden tot een zeer onaangename situatie. Natuurlijk heeft alles risico. Life is risk! Maar nalaten om de kinderen te tellen wijst op gebrek aan gevoel van verantwoordelijkheid. En dus zal ik meer betrokken moeten zijn bij alle activiteiten, waarop ik aangesproken kan worden als er iets mis zou gaan. Het mag dan niet zo zijn, dat ik niet weet wat er verkeerd is gegaan, omdat ik me eigenlijk de facto van het project heb teruggetrokken.

Een andere gedachte kwam in me op: mijn leeftijd. Mag ik zeggen dat ik, omdat ik de pensioengerechtigde leeftijd ben gepasseerd, me moet/mag terugtrekken uit het sociale, maatschappelijke en werkzame leven en in plaats daarvan achter de geraniums gaan zitten of, zoals dat zo vaak wordt voorgehouden: genieten van het leven! ‘Want u heeft hard genoeg gewerkt’. Natuurlijk moet ik zorgen voor opvolging en zeker moet ik stoppen met activiteiten die vanwege mijn leeftijd niet meer goed lopen. Maar als, volgens het oordeel van derden, het functioneren nog 100% is, waarom dan inleveren aan zinvolle inzet? Alleen vanwege leeftijd?

Bovenstaande spiegel moet ik niet als enige mezelf voorhouden. Naarmate een persoon ouder wordt of hoger stijgt op de maatschappelijke ladder, dient hij ervoor te zorgen zich niet uitsluitend met de zogenaamde belangrijke activiteiten bezig te houden en verantwoordelijkheid voor het ogenschijnlijk minder belangrijke, geheel aan anderen over te laten. Dus: hoe hoog je ook bent, blijf op de kleintjes letten! En dan nog een lesje: Als we als samenleving unaniem tegen discriminatie zijn dienen we te beseffen dat leeftijdsdiscriminatie ook discriminatie is. Het was de zestiger die, ondanks z’n leeftijd, Yossi heeft thuisgebracht!

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Sjabbat-kaarsjes die licht brengen en duisternis verdrijven. Dagboek van de Opperrabbijn 11 augustus 2021

Mijn schoonzoon vertelde mij, misschien niet eens bewust, dat de gast die hij sjabbat voor de maaltijd had uitgenodigd het erg naar z’n zin heeft gehad want, en nu komt het: “hij was voortdurend aan het vertellen en wij luisterden aandachtig”. Ik moest even nadenken over deze levenswijsheid en kwam tot de conclusie dat mijn schoonzoon helemaal gelijk heeft. Als iemand alleen in het leven staat en daardoor feitelijk nooit gehoor heeft, dan is aandacht en een luisterend oor erg belangrijk. De gast kwam dus minder voor de (sjabbat)maaltijd en meer voor de aandacht. Ervaring heeft mij geleerd dat het luisterend oor het meest belangrijk is van pastorale zorg. Maar, hoor ik u vragen, met uitsluitend luisteren los je geen problemen op! Klopt! Maar als het probleem van degene die ik mag helpen eenzaamheid is, dan is mijn geïnteresseerde aandacht wel degelijk de oplossing van de problematiek, op z’n minst tijdelijk tot het gevoel van eenzaamheid weer de kop opsteekt. Wij zijn nog in Canada. In sjoel kwam een jongeman naar mij toe en vroeg mij of ik een bezoek wilde brengen aan zijn schoonvader die sinds kort bij hem inwoont omdat hij niet meer zelfstandig kan wonen. Sjabbatmiddag jl. ging ik op ziekenbezoek. Aandachtig heb ik geluisterd naar alle herinneringen die de man, geboren in 1938 in Budapest, vertelde. Hongarije was bezet door de nazi’s. Zijn moeder was in verwachting toen zij benaderd werd door de zichzelf benoemde voorzitter van de Joodse Raad. Zij moest al het goud, dat zij zou hebben, afstaan, want de nazi’s eisten geld. Vader was inderdaad geen arm man, maar hij was al maanden zoek. Of er überhaupt goud was en zo ja waar dit zich dan zou bevinden, wist mij moeder absoluut niet. En dus dreigde de voorzitter van de Joodse Raad om mijn moeders naam door te geven aan de Gestapo. “Mijn moeder wist wat dat zou betekenen en besloot om met mijn oudere broertje en mij, het getto te ontvluchten. Moeder bedekte haar hoofd met een zwart sjaaltje en daar gingen we. Op weg naar…? Omdat mijn ouders voor de inval van de nazi’s de misère al zagen aankomen, beschikte ons gezin over valse persoonsbewijzen. In een gebouw waar het hoofdkwartier van de SS zetelde, had mijn moeder een kamer gehuurd. Iedere vrijdagavond stak mijn moeder de sjabbat- kaarsen aan en nuttigden wij, zo goed en zo kwaad als het ging, de sjabbat-maaltijd aan een feestelijk versierde tafel waarop de challes prijkten, de kiddoesj beker straalde en de sjabbat-kaarsjes de duisternis verdreven. Op een van die vrijdagavonden werd er hard geklopt en een SS-er stond voor de deur. Huiszoeking! Hij wilde binnenkomen, maar mijn moeder legde haar hand op zijn arm en zei tegen de SS-er dat Duitse soldaten bekend staan als beleefde mensen en dus nooit kleine kinderen wakker zullen maken. De SS-er vertrok. Ik weet zeker dat ons gezin de nazi’s en de communisten heeft overleefd vanwege de sjabbat-kaarsjes van mijn moeder.”

Een dag na dit bijzondere bezoek hoor ik mijn Blouma tegen iemand aan de telefoon zeggen: “begin je Jodendom met iets heel eenvoudigs. Steek iedere vrijdagavond de sjabbat-kaarsjes aan. Dat kleine vlammetje verdrijft duisternis en brengt licht in jullie leven.” Het was een gek verhaal. Al jarenlang zijn Blouma en ik bevriend met Cees en Lien. Cees heeft een hoge positie in de kerk en aan de universiteit en wij kennen elkaar vanuit diverse besturen waarin Joden en niet-joden vertegenwoordigd zijn. Cees en ik zijn vrienden, al vele jaren. En dus kent Blouma Lien ook, want zo werkt dat met vriendschappen. Enige tijd geleden vertelde Cees mij dat Lien denkt dat ze van Joodse afkomst is. Haar grootouders waren vanuit Satu Mare (Hongarije) naar Nederland gekomen. Maar wat ze ook probeerde uit te vinden via haar tante of via haar moeder: Joodse afkomst werd keihard ontkend. Zo zouden moeder en haar tweelingzuster wel ondergedoken zijn geweest, maar dat zou te maken hebben gehad met de Russische geheime dienst en pas na de Duitse bezetting zijn geweest. Om de een of andere reden voelt Lien zich haar hele leven rusteloos. Ze weet, zonder bewijs, dat ze iets Joods in zich heeft en dat dat joodse krampachtig verborgen werd gehouden. Een tijdje geleden heb ik aangeboden aan Cees om te helpen zoeken naar de roots van Lien. En eindelijk is het er dan enige weken geleden van gekomen. Blouma, Lien, Cees en ik samen gezellig uit eten bij Hoffy’s in Antwerpen. Tijdens het nagerecht ging Lien spontaan vertellen over haar vermoedens en de daaraan gekoppelde onrust die ze haar hele leven met zich draagt. Om dit dagboek niet te lang te maken: via mijn Hongaarse contacten is na drie weken heen en weer e-mailen met Hongarije het onweerlegbare bewijs boven water gekomen: Overgrootmoeder en grootmoeder waren weliswaar Katholiek gedoopt, maar als we door de doop heen kijken: Lien is Joods! Ze is innig blij, opgelucht, slaapt al nachtenlang niet meer van blijdschap en opwinding. En hoe nu veder? Een nieuw leven beginnen? “Blijf jezelf en laat je vooral niet te veel overmeesteren door de emoties. Wacht nog even om je dochters te vertellen dat zij dus ook Joods zijn. Maar misschien wel een idee om iedere vrijdagavond voor het begin van de sjabbat de sjabbat-kaarsjes aan te steken.”

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

HET LAATSTE JOODSE HUWELIJK. Dagboek van de Opperrabbijn 8 augustus 2021

Uitgeverij Scholten heeft besloten om mijn boek “Dagboek van de opperrabbijn” tot boek van de maand te maken (www.scholtenuitgeverij.nl). Interessant te zien, hetgeen ik niet wist, dat er verschillende recensies op mijn boek waren geschreven. Leuk te zien hoe er tegenaan wordt gekeken. Of die extra aandacht, boek van de maand, duidt op groot succes of juist niet en er dus extra reclame gemaakt moet worden, weet ik niet. Wat ik wel weet dat bijvoorbeeld Mercedes nooit reclame maakte voor zijn auto’s omdat die zonder reclame werden verkocht. Maar misschien is die reclamewijsheid die ik op mijn gymnasium heb meegekregen inmiddels achterhaald. Een feit is wel dat ik door mijn dagboek (en of dat het dagboek in boekvorm is of het gewone dagboek, is niet interessant) vele e-mails ontvang met hulpvragen, adviesvragen of zomaar ‘tegen me aanpraten’. Uiteraard komen deze e-mails uit Joodse hoek, maar meer en meer ook vanuit de niet-Joodse samenleving.  Op de een of andere manier de medemens te mogen helpen is mooi en daarvoor ben ik dankbaar. Ik moet wel rekening houden met de factor ‘tijd’. Ik moet alles wel kunnen blijven verhapstukken. Een ouderling uit een van de kerken die met een groot probleem worstelt en aangeeft geen begrip te ervaren bij zijn eigen predikant, heeft mij gevraagd of hij op mij een beroep mag doen. In principe is mijn antwoord natuurlijk dat dat kan, maar ik moet er ook voor waken om vooral niet de dominee te ‘verdrukken’. Dat wil ik dus absoluut niet! Ik ga geen concurrentie aan met collega’s van andere denominaties en zelfs niet met collega-rabbijnen.  Dus als ik het gesprek aanga, zal ik als voorwaarde stellen dat ik ons gesprek met zijn dominee zal mogen delen. Ik zou het ook als onplezierig ervaren indien de dominee de rabbijn overneemt. Overigens heeft een als fanatiek bekendstaande moskee aangegeven dat zij hun Iman niet streng genoeg vonden en zich onder mijn vleugelen wilden scharen. Uiteraard was dat niet serieus bedoeld, maar ze zeiden het wel! Een andere bijzondere reactie kwam een paar dagen geleden tot mij via een historicus die de geschiedenis van de Joodse Gemeente Utrecht aan het schrijven is. Deze historicus had contact gekregen met de zoon van het echtpaar dat in de oorlog als laatste in de synagoge van de Joodse Gemeente Utrecht aan de Springweg, een choepa, Joodse huwelijksinzegening, had gekregen. Het bruidspaar van toen heeft de oorlog overleefd en beiden zijn op hoge leeftijd overleden en hebben een zoon, dochter en kleinkinderen nagelaten. Maar ook hebben ze een dagboek laten overleven. En dat dagboek staat nu op het punt om uitgegeven te worden. De zoon, geboren in 1947 en een gevierd jurist, wil mij spreken. We hebben een afspraak gemaakt. Vanuit Canada heb ik hem gebeld, omdat ik het verhaal bijzonder vind. Leest u zelf:

“Mag ik mij aan u voorstellen? Ik ben een gepensioneerd jurist en (nog actief) auteur, zoon van Leendert en Betty van Rooij-Frank die op 2 november 1942 in de Sjoel aan de Springweg in Utrecht in het huwelijk traden, twee weken nadat ze elkaar in het gebouw van de Joodse Raad in Utrecht hadden ontmoet. Terwijl de razzia’s in volle gang waren, werd de receptie toch door meer dan honderd mensen bezocht. Eén van de vrienden van mijn moeder schonk het bruidspaar een ‘Huwelijksboek’, een lijvig maar leeg boek waarin de jonggehuwden de wederwaardigheden van hun huwelijk konden vastleggen. Het boek heeft hen vergezeld, zowel in de Hollandsche Schouwburg waar ze twee keer zijn vastgezet en beide keren ontsnapt. In de onderduiktijd hebben ze verzetswerk verricht. Vader heeft het boek tot de dood van Moeder in 2003 nauwgezet met tekst en documenten gevuld. Hij is twee maanden voor zijn 100ste verjaardag overleden.  Rond zijn tachtigste verjaardag heeft Vader de herinneringen aan zijn jeugd en de oorlogsperiode op schrift gesteld. Ik heb beide documenten, het Huwelijksboek en de memoires, verwerkt tot een publicatie in twee talen, HET LAATSTE JOODSE HUWELIJK / THE LAST JEWISH WEDDING. Het boek verschijnt in het najaar bij Uitgeverij Aspekt te Soesterberg. Bij het vinden van een bevestiging of het huwelijk van mijn ouders inderdaad, zoals Vader schrijft, het laatste joodse huwelijk in de oorlog in de Synagoge aan de Springweg was, heb ik veel steun ondervonden van twee Utrechtse historici. Zij hebben mij geadviseerd u van dit project op de hoogte te stellen, wat ik bij deze doe. Ik zou u graag persoonlijk ontmoeten om u wat meer over de achtergrond van het boek en mijn familie te vertellen.”

Ik betreur de coronaperiode uiteraard, maar vanwege corona heb ik ook bijzondere ontmoetingen en contacten opgedaan en ben ik dankbaar iets te mogen betekenen voor medemensen die ik zonder corona, en dus zonder mijn dagboek, nooit zou hebben bereikt. En over HET LAATSTE JOODSE HUWELIJK, in het gebouw waar tientallen jaren ons Opperrabbinaat was gevestigd, had ik zonder dagboek uiteraard nooit te weten gekomen.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Bij ontslag zal hij mij wel verdedigen. Dagboek van de Opperrabbijn 4 augustus 2021

Ik kan er geen corona-touw meer aan vastknopen. Momenteel ben ik in Montreal op bezoek bij mijn oudste dochter en bij mijn jongste dochter. Als quarantaine adres hadden/hebben wij het basement van onze jongste dochter. Op het vliegveld werden wij getest en nadat we de testuitslag hadden gekregen mochten we uit quarantaine. Wel vul ik braaf iedere dag in op een speciale app genaamd ArriveCAN  hoe het met onze gezondheid gaat. Ik vind dit wel secuur. Na twee weken Canada mogen we dan naar de Verenigde Staten. Vanuit Nederland (rood!) is dat niet toegestaan. Maar met de auto van Canada naar de VS is niet geoorloofd, maar met het vliegtuig wel. Het verschil is me niet duidelijk, maar als gelovige Jood moet je ook accepteren, ook als het je verstand te boeven gaat. Overigens schijnen er verschillende visies te bestaan over ons wel/niet verplicht in quarantaine, zoals ook binnen de halaga en de Talmoed heel vaak meerdere meningen zijn die elkaar regelmatig tegenspreken. Ik volg dus in deze de mening die aangeeft dat na een negatieve test in Nederland voor vertrek, een negatieve test na aankomst en volledig gevaccineerd, geen quarantaine meer nodig is. Wat mij ook niet geheel duidelijk is dat in sjoel A iedereen minstens 2 meter uit elkaar staat en op ieder tafeltje een flesje met vloeibare zeep om de handen te ontsmetten en in sjoel B, twee straten verder, schijnt geen corona te bestaan, ondanks een paar flesjes ontsmettingsmiddelen. En dus ga ik braaf naar sjoel A en weiger sjoel B te betreden. Overigens blijkt ook sjoel B corona te erkennen maar schijnt iedereen gevaccineerd te zijn of corona te hebben gehad. Vandaag waren we naar een gigantisch meer waardoorheen de grens tussen de USA en Canada loopt. En dus mijn schoonzoon, onze kleinzoon van negen jaar en mijn Blouma met een motorboot het meer op richting grens. Ze zouden een kwartiertje gaan varen, maar na een uur waren ze nog steeds niet terug. Mijn dochter in paniek (heeft ze niet van een vreemde!) en ik dus ook. Uiteindelijk kwamen ze boven water (figuurlijk bedoeld) en waren (bijna?) de grens overgevaren. Ikzelf was dus niet mee omdat ik vannacht voor www.cip.nl voor de rubriek Rab&Rik nog twaalf vragen moest beantwoorden van Rik. En hedenmiddag, voor u Nederlanders dus hedenavond, moest ik per telefoon zes van de twaalf artikelen doornemen met de eindredacteur van deze grootste christelijk website van Nederland. Het doornemen van deze zes artikelen duurde 50 minuten. Ik met mijn telefoon dus aan het meer en Blouma op het meer. Verschil moet er zijn. Overigens had ik vanochtend om van 10-11:15 uur per zoom mijn 60+ sjioer. Van 16:00-17:15 uur NL-tijd. Uiteraard spreek ik dagelijks rabbijn Shmuel Spiero voor de dagelijkse gang van zaken en waar nodig ook andere collega’s, want het rabbinale werk kent geen vakantie. Mijn column voor het NIW van de volgende week gaat over hersendood. Laat nou de Telegraaf hierover enige dagen geleden ook een artikel te hebben geplaatst met als kop dat één van de vijf patiënten die hersendood zijn, toch nog leeft. Een goede vriend van mij, een internist, aan wie ik mijn column heb laten lezen is het volledig met mijn verhaal oneens. Hij vindt mijn opstelling zelfs onacceptabel en beledigend naar artsen die zich inzetten voor orgaantransplantaties. Op mijn vraag of hij mij zal verdedigen als ik vanwege dit artikel ontslagen zal worden, heeft hij gelukkig positief gereageerd. Een andere medisch specialist, die instemde met mijn artikel maar wel gelooft in hersendood, reageerde naar mij over het Telegraafartikel dat die vijfde persoon volgens hem dus niet hersendood was. Het is mooi te zien dat we van mening kunnen verschillen en toch respectvol met elkaar omgaan. Met elkaar omgaan met respect is zeer essentieel. Een andere mening hebben mag vriendschappen niet en nooit aantasten. En feitelijk was dat vandaag de korte samenvatting van mijn 60+ sjioer-online. De Tempel in Jeruzalem werd verwoest vanwege gebrek aan onderling respect en onverdraagzaamheid. En is de reparatie dus: tolerantie en verdraagzaamheid. Klinkt erg eenvoudig en voor de hand liggend. Maar naastenliefde is veel makkelijker uitgesproken dan uitgevoerd. Mijn sjioer heet dan ook: “Lernen met diepgang.” Na afloop van mijn sjioer vandaag ontving ik niet alleen de gebruikelijk dank WhatsApps, maar vandaag ook het volgende bericht: lernen met diepgang zal me altijd bezighouden.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Een overpeinzing vanuit de hoogte. Dagboek van de Opperrabbijn 1 augustus 2021

We waren enige dagen helemaal weg. Waarop ik doel? Beekbergen! Al meer dan 20 jaar wordt er door een cateraar uit Antwerpen in de zomer Hotel de Wipselberg in Beekbergen afgehuurd voor gasten die in een koosjere ambiance hun vakantie willen doorbrengen. Gasten uit België, Frankrijk, Duitsland, USA, Engeland en natuurlijk uit Israël. De laatste jaren is hij ook open op Sjawoe’ot, in de wintervakantie en gedurende Soekot. Omdat de cateraar een hechsjer, een soort rabbinaal Kemakeur, nodig heeft, kom ik in de picture. Bijverdienste? Geestelijk wel, want ik verblijf dan met mijn Blouma op de Veluwe midden in de bossen en geniet van drie keer dagelijks minjan, sjoeldienst en een geweldige sjabbat. Mensen die elkaar veelal helemaal niet kennen, maar de sjabbat gemeen hebben. Een groot spiritueel gebeuren vol warmte, inspiratie en gezang. Los hiervan hebben wij hierdoor in de loop der jaren gigantisch veel mensen ontmoet waaronder ook bekenden uit de internationale Joodse wereld. Deze keer was er de jongste zoon van Ovadia Joseph, de voormalige beroemde Opperrabbijn van Israël. Zijn broer, de huidige Opperrabbijn, heeft mij indertijd verzocht (en dus het vertrouwen gegeven) om namens hem, en dus namens het Opperrabbinaat van Israël, jongere collega’s in Europa te helpen met gioer, toetreding tot het Jodendom. Sjabbatmiddag, gisteren dus, ben ik ingevallen als tourgids. Bijbaantje? Nee hoor. Ik leg het uit. Een van de vaste gasten in het hotel is een orthodoxe Joodse man uit Antwerpen die als beroep een week rondreist met toeristen uit voornamelijk Israël en ze Nederland laat zien. Sjabbatmiddag mocht ik van hem overnemen en een paar uur wandelen met zijn uit 8 personen bestaande Israëlische groep. We hebben bijna twee uur gewandeld. Zij hebben de bossen gezien, prachtige villa’s en van mij te horen gekregen over Joods Nederland. Hoeveel Joden hier nog wonen, dat voor de oorlog in iedere plaats een Joodse Gemeente was, met een sjoel, met een mikwa en met een Joodse begraafplaats. De kennis die Joden elders in de wereld, en speciaal uit Israël, hebben over Joods leven voor en na de oorlog in Nederland is nihil. Een van de gasten was een jonge vrouw, een klinisch psycholoog. Zij was zeer geïnteresseerd in mijn werk in het Sinai Centrum. En dus ging het weer over de oorlog, terwijl ik meer en meer begin te beseffen hoezeer het lijden van mijn ouders in de oorlog op mij een zware stempel heeft gedrukt. Momenteel zit ik in een vliegtuig dit dagboek te schrijven. En omdat ik van de stewardess een koptelefoontje in mijn handen kreeg geduwd heb ik de verleiding niet kunnen weerstaan en ben op zoek gegaan naar een film over: de oorlog. Et voilà, er was een Nederlandse film over het verzet getiteld “Bankier van het Verzet”. Ik heb hem niet helemaal uitgekeken. Ik moest denken aan mijn lieve moeder die met zoveel respect sprak over de verzetsstrijders die haar het leven hadden gered. Wiersma, een politieagent uit Boskoop, was de grote leider. Vele adressen waar zij was ondergedoken heb ik als klein kind bezocht. Wat een moed hebben deze mensen aan de dag gelegd om ervoor te zorgen dat mijn moeder de oorlog mocht overleven. Maar hoeveel verraad was er gepleegd. Kijk die film en zie het. Hoeveel jongemannen en vrouwen hebben het niet overleefd. Mijn ouders hadden geen keus, want ze waren Joden. Maar deze verzetshelden, jonge mannen en jonge vrouwen, hebben ervoor gekozen om te vechten voor gerechtigheid, geheel belangeloos.  Ze hebben geweigerd om met de nazi’s mee te doen en ook hebben ze geweigerd om het te laten gebeuren en met 90% van de Nederlandse bevolking in het beste geval, toe te kijken! Velen van hen hebben het niet overleefd. Ze hebben ouders nagelaten, soms kinderen en jonge vrouwen. Ik heb het gevoel dat ik ernstig tekort ben geschoten om mijn dankbaarheid aan de redders van mijn moeder en de redders van mijn grootouders kenbaar te maken. De Zaak Menten welt op in mijn gedachte. Hoe was het mogelijk dat deze brute koude massamoordenaar gedekt werd vanuit de hoogste Nederlandse regionen? En het is toch van de zotten dat de Drie van Breda, die zoveel onschuldigen de dood hebben ingejaagd, om humanitaire redenen voortijdig zijn vrijgelaten? En wat met het pensioen van de Zwarte Weduwe?  Met mijn kleinzoon uit Israël heb ik woensdag jl. een wandeling gemaakt door de oude binnenstad van Amersfoort. Bij de oude Joodse begraafplaats kwamen wij een journalist tegen, een bekende van mij. Hij doet onderzoek naar de rol van de burgerlijke gemeente Amersfoort ten aanzien van Kamp Amersfoort, maar wilde nog geen tipje van de ongetwijfeld stinkende sluier oplichten.  Maar ik heb bange vermoedens. Er is goed geprofiteerd door Amersfoorts burgerij van de aanwezigheid van kamp Amersfoort. We gaan bijna landen. Ik houd u op de hoogte, maar dan niet vanuit de hoogte, maar gewoon vanaf een plaats waar ik met beide beentjes op de grond sta.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Scheldkanonnade voor de Snoge. Dagboek van de opperrabbijn 28 juli 2021

Met mijn kleinzoon uit Israël heb ik een bezoek gebracht aan het Joods Cultureel Kwartier. Ik heb een beetje misbruik gemaakt van mijn ‘dagboek in coronatijd’. Ik leg het uit: aanvankelijk was ik door het Joods Cultureel Kwartier gevraagd om een dagboek bij te houden. Het was nog onduidelijk hoeveel weken ik dat dagboek zou moeten schrijven en wat het JCK ermee zou doen was nog onduidelijker. Naar ik begreep was er ook een liberale rabbijn benaderd en een journalist, maar ik vermoed dat ik de enige (gek?) was die gewoon dagelijks een dagboek aanleverde. Maar na enige maanden werd het voor mij toch lastig om tegen een niet reagerende muur te schrijven (en ik doel niet op de Klaagmuur!), want behalve de directeur van het JCK las niemand mijn urenlange schrijfwerk. Overigens heb ik tot op heden nog geen dag moeten zoeken naar een gebeurtenis die het vermelden waard is, dus het schrijven gaat me wel makkelijk af. Maar ondanks het makkelijk schrijven is het niet ontvangen van een reactie best lastig. Het is alsof je spreekt tegen een zaal zonder toehoorders. Enfin, uiteindelijk is er een plaats gevonden die in mijn corona-dagboek geïnteresseerd was. Ik braaf toestemming gekregen van mijn opdrachtgever en als wisselgeld, want dat wilde ik wel aanbieden, zou onder ieder dagboek vermeld worden dat het JCK de opdrachtgever was. En dus had het JCK een gratis advertentie op de grootste christelijke website van Nederland, www.cip.nl.  En omdat ik gratis reclame maak (ondertussen al meer dan 1½ jaar) voor het JCK, was ik zo brutaal om te vragen om een professionele rondleiding in met name de beroemde bibliotheek Eets Chaim, in het gebouw van de Snoge, de grote indrukwekkende synagoge van de Portugees Israëlitische Gemeente aan het Mr. Visserplein in Amsterdam, die beheerd wordt door het JCK. En dus werd er op stel en sprong aan mijn wens voldaan en kregen mijn kleinzoon (rabbijn in opleiding in Israël) en ik een indrukwekkend kijkje in de wereldberoemde bibliotheek. Uiteraard was ik wel eerder in de bibliotheek geweest, maar dat was meestal een vluchtig bezoekje met de Opperrabbijn van Israël of zoiets dergelijks. Mijn kleinzoon was enorm onder de indruk dat de bibliothecaris, die niet joods is, zoveel diepgaande kennis had van de Joods religieuze wereld en vloeiend de Hebreeuwse en Aramese teksten kon lezen. Nu was het met diepgang en heeft mijn 1½ jaar dagboekenieren toch nog iets opgeleverd!

Roger van Oordt, van Christenen voor Israël, was een week in Israël en kwam gisteren terug. En uiteraard (!) meldde hij zich meteen bij mij om verslag te doen van zijn Israël-reis. Via mij was hij in contact gekomen met Arameeërs die in Nederland woonachtig zijn en via dat contact was hij weer in contact gekomen met een groep Arameeeës die in Israël wonen. Zij zijn nazaten van Aartsvader Awraham en dus de oorspronkelijke bewoners. Wat Roger precies met ze wil doen, heb ik niet helemaal voor de geest, maar fijn dus dat ik weer een schakeltje mocht zijn. Ik schakel wat af, dacht ik bij mezelf. Maar nu to the point: Roger liet me weten dat naar zijn mening mijn dagboeken te veel gaan over negatieve gebeurtenissen en ervaringen. Daarin kon hij weleens gelijk hebben, maar anderzijds: als ik schrijf dat iemand me vriendelijk goedemorgen of goedemiddag zei of ander positieve ervaringen, dan trekt dat geen lezerspubliek. Kijkt u maar in mijn vorig dagboek waarin ik Hans Knoop vermeld en uitleg dat (de kop van) een artikel pakkend moet zijn. En dus deze keer een positief verhaal over het JCK. Maar: het bezoek aan het museum eindigde helaas in mineur. Want we hadden nog geen stap buiten het gebouw gezet of een fietser trakteerde mijn kleinzoon en mij op een niet bepaald vriendelijk klinkend “kanker-Jood, Jehoed”. Ik was geschokt. Juist op deze plaats waar eens het getto was, waar ieder huis een Joodse geschiedenis vertegenwoordigde, waar na de oorlog niemand meer aanwezig was. Maar het meest was ik geschokt van de reactie van mijn kleinzoon. Hij reageerde namelijk helemaal niet. Heb je niet gehoord wat die malloot uitriep, vroeg ik hem. Hij had het wel gehoord, maar het verbaasde hem niet want het laatste half jaar was hij voor studie in Londen en als hij in de underground reisde werd hij gemiddeld 3 keer per uur uitgekafferd voor dirty Jew.

Omdat Roger van Oordt nadrukkelijk aangaf om uitsluitend positieve gebeurtenissen te vermelden, moet u bovenstaande scheldkanonnade maar als niet geschreven beschouwen. Het bezoek aan het Joods Cultureel Kwartier was geweldig. Thuisgekomen was mijn eerste opmerking naar mijn Blouma, die een knobbel heeft voor geschiedenis: “Jammer dat jij er niet bij was.” Binnenkort ga ik weer proberen om via protectie een rondleiding te krijgen, want het was echt enorm indrukwekkend, leerzaam en verrijkend.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

Rabbijn is helaas politicus. Dagboek van de opperrabbijn 25 juli 2021

Hans Knoop, de befaamde journalist, heeft een boek geschreven dat ik bijna in een adem heb uitgelezen. Inmiddels was dat alweer een paar weken geleden, maar er blijft iets nazingen en dat is dat hij 1: de redactie van een krant een handelaar in bedrukt papier noemt, dat 2: politici bijna per definitie de waarheid steeds naar hun hand zetten en dus vaak creatief omgaan met de waarheid en dat 3: journalisten uitsluitend juiste feiten behoren te brengen, maar wel de feiten die het publiek de krant doet kopen, want anders wordt zijn nieuws niet geplaatst. Ik was niet echt geschrokken van de drie gegevens en het verbaasde mij ook niet, maar zette eigenlijk op een rijtje wat ik al zeker onbewust wist. En hoe zit het met mijzelf als rabbijn? Want kritiek op anderen, ook als die terecht is, is eenvoudiger dan jezelf een spiegel voorhouden. En dus de spiegel gepakt en naar mezelf gekeken. Als ik nu mijn dagboek schrijf, of een artikel, of een lezing geef, ook als ik dat ‘om niet’ doe, wil ik natuurlijk wel dat het ‘verkoopt’.  Een artikel schrijven en niemand leest het, is natuurlijk niet hetgeen ik beoog. Dus moet ik altijd nadenken over de titel. Die moet pakken om de lezer te trekken. En ben ik ook een politicus? Ik denk van wel. Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat alle rabbijnen die op een belangrijke rabbinale post zitten, stuk voor stuk politici moeten zijn anders hadden ze nooit de veelheid aan tegenwerkingen die rabbijnen te verwerken krijgen, kunnen overleven. Wel weiger ik pontificaal onwaarheden te vertellen, maar ook hoef ik niet te allen tijde de volle waarheid te verkondigen. Als ik dus echt vroom wil zijn, had ik een ander baantje moeten nemen, bijvoorbeeld directeur van een Talmoed Hogeschool. Zijn leven bestaat primair uit het overdragen van kennis en het inspireren van zijn leerlingen. Ik word, terwijl ik dit schrijf, bijna jaloers! Maar jaloers worden heeft ook weinig zin. Daar waar ik ben ligt mijn opdracht en daarom ben ik niet weg te branden en probeer de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte te dienen, naar eer en geweten, hoewel dat geweten best af en toe zwaar op de proef wordt gesteld. Maar naast dit ‘belangrijke werk’ moet ik ook op de kleintjes letten. De werkzaamheden die geen voorpagina halen, die niets met politiek van doen hebben en die zich aan het gezichtsveld van de goegemeente onttrekken, maar daarom niet minder belangrijk zijn. Wat ik bedoel met ‘de kleintjes’? Een felicitatiebrief die ik aan een eenzame weduwe stuur en die voor die weduwe zo belangrijk is. Ik ontvang regelmatig telefoontjes van mensen die me bedanken voor mijn geschreven ‘mazzeltov’.  En hoe gelukkig maak ik mensen die ik thuis persoonlijk kom bezoeken vanwege hun verjaardag of zomaar omdat ik in de buurt ben. Maar ik word ook gebeld door mensen die het leven niet meer zien zitten of enorm verdrietig zijn omdat ze een dierbaar familielid hebben verloren. Als het helemaal alleen aan mij is, zou ik mijn rabbinale loopbaan geheel willen wijden aan ‘de kleintjes’. Maar zo is het dus niet gelopen. Er rust op mijn schouders ook de opdracht om politiek actief te zijn, niet voor mezelf maar voor de brede Joodse Gemeenschap en natuurlijk voor Israël want als wij, de rabbijnen, al niet meer duidelijk en zichtbaar achter Israël staan, wie dan wel? En daarom, of de Prime Minister nu Bennet of Netanyahu is, sta ik 100% achter Israël. Israël is namelijk het Heilige Land, hoewel nog niet alle Israëliërs heilig zijn. En zo sukkel ik maar verder als rabbijn. Pendelend tussen de weet dat ik ongevraagd Joods Nederland vertegenwoordig, met alle daaraan klevende spelletjes, en anderzijds er te mogen zijn voor een eenzame mede jood. Of voor een niet Joodse man die zijn vrouw had verloren aan een nare ziekte. Hij, en zijn echtgenote, hebben zich tientallen jaren met hart en ziel voor de Joodse Gemeenschap en Israël ingezet. Ik had hem opgebeld om te condoleren, mijn medeleven te betuigen en te proberen om hem uit de sleur van het verdriet te halen. En vervolgens hoor ik van diverse kanten dat de weduwnaar zo verheugd was met mijn telefoontje. Hij was verbaasd dat de opperrabbijn tijd had om hem te bellen…

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Giethoorn. Dagboek van de Opperrabbijn, 21 juli 2021

Omdat onze kleinzoon uit Montreal bij ons op bezoek was voor tien dagen en ik na een negatieve corona-test vanwege enige dagen verblijf in Engeland weer vrij mocht rondlopen, zijn we naar de Joodse begraafplaats in Steenwijk geweest. Mijn grootouders liggen daar begraven. En gezien we toch al in Steenwijk waren zijn we ook naar Giethoorn geweest. Wat een rust op zo’n fluisterbootje door de vrij drukke (water)straten van Giethoorn, op het meer en door het riet. Maar een uur en 18 minuten van mijn huis, maar het voelde als een andere planeet. Hoe het precies is gegaan weet ik niet, maar op een gegeven moment, toen juist ik aan het stuur zat, was er uitsluitend sprake van tegenliggers. Wij waren het enige bootje dat mijns inziens de goede kant opging. Maar gezien het kanaaltje vrij smal was werd het een aaneenschakeling van manoeuvreren, botsingen vermijden, af en toe in z’n achteruit en dan weer met volle snelheid vooruit, vriendelijke bejegeningen van tegenliggers en ook regelmatig boze gezichten. “Met andere woorden”: een perfecte weergave van mijn rabbinale leven. Dan weer een botsing, daarna een tijdje rust, vervolgens wat extra gas geven en ook vaak even de luwte in. Maar voortdurend tegenliggers. Dit “met andere woorden” was een bemerking van mijn kleinzoon die na twee dagen al goed in de gaten had waarmee zijn opa zoal de dag vult.

Maar laat ik eerlijk zijn en niet overdrijven. Het zijn natuurlijk echt niet uitsluitend tegenliggers die ik ontmoet in mijn rabbinale leven! De mens neigt ertoe om vooral de tegenliggers te voelen en een beetje weg te kijken van medestrijders. Neem nou de koosjere fles wijn die ik mocht ontvangen van de Hongaarse ambassadeur. De fles had hij speciaal door zijn Hongaarse chauffeur laten kopen bij het Israël Producten Centrum in Nijkerk en bij mij thuis laten afleveren. Uiteraard zat de fles wijn in een tasje met daarop het wapen van Hongarije en een buitengewoon vriendelijke met de handgeschreven kaart was bijgevoegd. “Van harte mazzeltov!”. Dat was toch echt attent van mijn vriendje Zijne Excellentie de Ambassadeur! Ik dus meteen in de telefoon geklommen om hem te bedanken en ook hem te vragen waarmee hij mij mazzeltov wenste, wat de aanleiding was. Het bleek mijn 65ste verjaardag te zijn. Leuk dat hij daaraan dacht, speciaal omdat mijn 65ste geboortedag al meer dan zeven jaar geleden had plaatsgevonden en qua datum ik nog ver verwijderd ben van de maand februari. Toch goed bedoeld en aardig. Geeft de rabbinale burger, ondanks de vele tegenliggers, toch weer moed. Die moed voelde ik ook toen ik aan de deelnemers van mijn 65+ sjioer voorstelde om gedurende de vakantieperiode de sjioer te staken en bijna allen aangaven gewoon verder te willen gaan. En dus zal ik morgenmiddag weer in de ether zijn met mijn twee-wekelijke cursus genaamd “lernen met diepgang”. Ondertussen hang ik al bijna een week als poster tegen racisme van de Bond tegen het Vloeken in vijftien steden bij de bushaltes en langs snelwegen.  Door mijn foto heen staat met grote duidelijke letters JOOD en dan onderaan ‘je afkomst mag geen scheldwoord zijn’. Tot nog toe heb ik nog niet veel op- en aanmerkingen over deze postercampagne gehoord, maar ik merk wel dat er discussie is binnen de Joodse gemeenschap over de vraag hoe om te gaan met antisemitisme. Ik hoor regelmatig dat antisemitisme er nu eenmaal is en dat we dat gewoon moeten accepteren, door de eeuwen heen. Ik deel die mening maar ten dele. Inderdaad denk ik niet dat het fenomeen antisemitisme even uit te bannen is. Het is gelijk een resistent virus dat gewoon blijft, soms nauwelijks waarneembaar is en af en toe de kop op steekt en regelmatig muteert. Maar voor mijn gevoel dienen wij, ondanks de moeizame prognose, het toch te bestrijden. Ziekte komt van Boven en toch zijn we vanuit de halaga, de Joodse wet, verplicht om naar de dokter te gaan en mogen we niet zomaar achteroverleunen en accepteren. Terwijl uiteindelijk, als de dokter niets (meer) kan doen, we toch moeten aanvaarden. Ook het leven van ieder van ons kan dus vergeleken worden met dat tochtje met de fluisterboot. Tegenslagen, volle snelheid vooruit, af en toe gas terugnemen en uiteindelijk dagelijks door het leven heen weten te laveren. Eigenlijk, zo dacht ik, heeft mijn kleinzoon dus ongelijk, want tussen het rabbinale leven en het niet rabbinale is uiteindelijk weinig verschil. Rabbijnen zijn dus gewone mensen.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Welkom terug. Dagboek van de Opperrabbijn 18 juli 2021

De twee weken vakantie van het NIW zitten er weer op en dus ook de twee weken dat ik rust heb genomen van mijn dagelijkse dagboek. Hoewel dagelijks? Het was al gereduceerd van dagelijks naar drie keer per week en nu ga ik verder met twee keer. En dus zal ik te lezen zijn op maandag en op donderdag. Waarom? Wel ik dacht dat dagboek-in-coronatijd inmiddels niet meer actueel zou zijn, maar helaas! Het corona-gezeur zit er voorlopig nog wel in. Dan maar weer dagelijks? Toch maar niet want als gevolg van mijn corona-dagboek verschijn ik nu al maandenlang drie keer per week op www.cip.nl met een ‘levenswijsheid’ in een speciale rubriek genaamd Rab&Rik. Het werkt als volgt. Ik (Rab) breng een gedachte uit de wekelijkse Thoravoorlezing en Rik stelt dan twee vragen over die gedachte die ik dan weer beantwoord. Daarnaast heb ik dus om de week een column in het echte (ik bedoel dus het papieren) NIW en bij de EJA (European Jewish Association) verschijn ik op facebook met een video van niet meer dan twee minuten. En dus wordt een dagelijks dagboek te veel voor mij qua tijd. Hoewel dit dagboek voor mij wel ook een soort therapie is. Ik word gedwongen na te denken over al hetgeen mijn dagelijkse revue is gepasseerd en mezelf tegelijkertijd kritisch te bekijken. Heb ik goed gehandeld en was mijn motivatie wel zuiver of was het weer ordinaire politiek gebaseerd op eigenbelang? Het schrijven van een dagboek van 800 woorden is eenvoudiger dan een NIW-column van 350 woorden en het meest lastig is dat videofilmpje van twee minuten. Dat klinkt misschien onlogisch maar het probleem is dat er in een mum van tijd twee minuten aan elkaar zijn gekletst zonder iets gezegd te hebben! En dus vragen die twee minuten de meeste tijd! En dus, vanwege de tijd, twee dagboeken per week!

Ondertussen heb ik in die twee weken mooie en minder mooie belevenissen gehad. (Doet me even denken aan Sara die na thuiskomst met de auto aan haar man zegt dat ze hem iets positiefs en iets negatiefs wil vertellen. Wat zal ik eerst zeggen? Het positieve of het negatieve? Begin met het goede nieuws, antwoordt haar man. Wel, zegt Sara enthousiast, de airbags van je Lexus werkten erg goed … Ik wil beginnen met het negatieve. Woorden zijn van vitaal belang. Een goed en opbeurend woord kan troosten en tot steun zijn. Een verkeerd woord kan doden. Ik moest enige dagen in Engeland zijn. De reden is verder niet relevant maar de corona-bombarie er omheen wil ik delen. Ik ging met de auto op een ferry. Het ticket voor de overtocht was zo geboekt, maar daarna het test-theater.  Ik online gekeken welke test nodig is om de zee over te steken. PCR. Kosten? €130. Netjes betaald en een afspraak gemaakt. Een vriend attendeerde mij erop dat de test van €39 ook volledig voldoet aan de eisen der wet. Om 11:05 uur precies moest ik op het testbureau aanwezig zijn. Vooral niet eerder vanwege mogelijke besmetting.  En ik dus om 11:04 op de testlocatie verschenen. Vervolgens heb ik meer dan een uur in de rij gestaan! En toen waren we dan, na ellenlange papieren verklaringen over testen, verblijfsplaatsen en quarantaines te hebben ingevuld en ondertekend, op onze plaats van bestemming. Vier keer per dag werden we gebeld met de vraag hoe we ons voelden en waar we waren en om de dag controle aan huis of we nog wel aanwezig waren. En toen weer terug. Laat ik nu gedacht hebben dat terugkeren eenvoudig is zijn want ik ben immers volledig gevaccineerd en bovendien ben ik Nederlander. Mais non!  Ik had bij vertrek uit Nederland aan de marechaussee gevraagd waaraan ik moest voldoen om terug te kunnen en dat was duidelijk: u bent gevaccineerd en dat is voldoende. Maar het bleek toch gecompliceerder. Ik werd gebombardeerd door de Ferry compagnie met waarschuwen waaraan ik zou moeten voldoen. En nou komt het en toont hoezeer ‘taal’ kan beschadigen: enige keren per dag werd mij medegedeeld per sms, whatsapp en per e-mail dat ik, om terug te mogen keren, geacht werd aan te geven dat ik 1/ een urgente reden had om naar Nederland te reizen en die urgente reden moest officieel vallen onder de uitzonderingen. 2/ Mijn gevaccineerd zijn niet werd erkend door de NL Overheid als ik uit GB kwam en 3/ moest ik een negatieve PCR test aanleveren die niet ouder mocht zijn dan 24 uur voor vertrek. En dat 3/ was een lastige, want mijn ferry vertrok om 23:00 uur ’s avonds. Ik zou dus pas de volgende ochtend naar een testbureau kunnen gaan en de uitslag zou mij binnen 72 uur per e-mail worden toegestuurd! Ik werd er gestoord van. Enfin, we zijn na een paar dagen GB en meer dan vijf testen met negatieve uitslag weer in Nederland, waar ik vriendelijk werd welkom geheten door onze Koninklijke Marechaussee. Alleen de ID moest ik tonen. Geen testuitslagen en zelfs niet mijn app waarop te zien is dat ik echt volledig ben gevaccineerd…Dat vriendelijke ‘welkom terug in Nederland en een fijne dag” deden mij in een mum van tijd al het testgezeur vergeten.

Het was vandaag 9 Aw, herinnering aan de Verwoesting van de Tempel in Jeruzalem. Begin van de Diaspora. Een van de redenen van het ballingschap was ‘haat zonder reden’ en de reparatie daarvan is het tonen van ‘belangeloze liefde’. Die vriendelijke woorden “welkom terug” waren daarvan een lichtend voorbeeld.

 

Gedurende de (post?) coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/