Toeslagenaffaires. Dagboek van een Opperrabbijn 3 januari 2021

De dagboek-opzet van het JCK, Joods Cultureel Kwartier, was om een indruk te krijgen van mijn leven in coronatijd. Af en toe vergeet ik bijna dat er corona heerst, maar zo rond Oud en Nieuw werd ik wel keihard op de feiten gedrukt. Overvolle ziekenhuizen en de dreiging dat artsen moeten gaan oordelen over leven en dood. Wie nemen we op en wie laten we aan z’n lot over.

Ondertussen heb ik voor het eerst in mijn leven Oudejaarsavond gekeken naar een Nieuwjaarsshow omdat ik nieuwsgierig was en omdat ik er zelf ook in optrad: ‘Oud en Nieuw van christenen voor Israël.’ En hoewel ik een beetje had voorgenomen om te gaan kijken naar de oudejaarsconference van Joep van het Hek, heb ik dat toch maar niet gedaan. Reden: 1: verkwisting van tijd. 2: hoewel ik zeer goed tegen grappen kan en er best met van alles en nog wat de spot mag worden gedreven, vind ik vloeken onacceptabel. Even een korte uitleg ad 1: Vanuit het Joodse denken is het onjuist om tijd te verkwisten. Ontspannen is prima. Ik wandel dan ook iedere dag omdat dat goed is voor lichaam en geest. Maar echt helemaal niets doen of iets dat volkomen zinloos is, dat niet. Waarom lees ik dan wel kranten en luister ik braaf naar het nieuws, vraagt u zich af. Want, laten we eerlijk zijn, of ik nu wel of niet op de hoogte ben van het aantal dagelijkse coronabesmettingen heeft niet veel nut. Integendeel! Ik word er redelijk depressief van en met mij vele anderen.  Ook al die waanzinnige complottheorieën over het vaccin behoren niet tot mijn geliefde lectuur. Anderzijds heb ik nieuwsinformatie nodig om te weten hoe wanneer te handelen of om in staat te blijven bijvoorbeeld mijn dagboek te schrijven en/of een Joodse visie te geven op de actualiteit. Maar iedere seconde het nieuws volgen is totaal onnodig. Het zinvol besteden van de tijd is een belangrijk Joods gebod. Wat betreft 2, het vloeken. Ik zit in het Comité van aanbeveling van de Bond tegen het Vloeken. Ik ben daarvoor indertijd benaderd en heb ja gezegd. Ik zit in tal van Comités van Aanbeveling (ik beveel dus heel wat aan!), maar zit nooit ergens in om er maar in te zitten, maar laat mijn naam alleen gebruiken als ik de doelstelling van de Stichting onderschrijf. En vloeken vind ik onaanvaardbaar omdat het kwetst. Dus: vrijheid van meningsuiting met een beperking. En juist vanwege die in mijn optiek noodzakelijke beperking, dus zit ik braaf in het Comité van Aanbeveling van de zwaar christelijke Bond tegen het Vloeken.

Vrijdagavond en sjabbat verliepen zoals wekelijks, alleen maakte ik me zorgen over onze vrijdagavond ‘stamgast’ die duidelijk veel vermoeider was dan gewoonlijk, niet goed liep en aangaf dat hij op Oudejaarsavond in z’n eentje elf oliebollen had gegeten, terwijl hij juist erg moet oppassen met suiker. Meteen na sjabbat heb ik hem gebeld om te vragen hoe het hem is vergaan, maar G.Z.D. maakt hij het goed. Mijn kleinzoon uit Engeland die hier dus nog steeds klem zit tussen Engeland en Israël, waar hij studeert, weet eigenlijk bar weinig over zijn Nederlandse voorouders. En dus vertelde ik wat ik weet en kwam tot de conclusie dat ikzelf over de 80% van mijn familie die ‘niet terugkeerden’ helemaal niets weet. Er werd over hen thuis niet gesproken!  Terwijl ik uitleg wat voor verschrikkingen de oorlog hier teweeg heeft gebracht, besloot ik hem te laten kijken naar ‘De zaak Menten’ met Engelse ondertiteling. Ondertussen heb ik zelf ook voor de zoveelste keer (mee)gekeken. Los van de oorlogsmisdadiger en de oorlogsmisdaden die worden getoond en die niet vergeten mogen worden, blijf ik me ergeren aan de corruptie rondom Menten. Overheidsfunctionarissen die zich laten omkopen, met rechtszaken worden bedreigd, Hans Knoop die ontslagen wordt, zijn fotograaf die gigantisch aan hem verdiend moet hebben en uiteindelijk zich ook laat omkopen. Ik denk aan de Toeslagenaffaire. Hoe heeft dit kunnen gebeuren in ons landje! En dit soort kwesties gebeuren nog steeds, dagelijks.  Corona is een plaag, maar de Toeslagenaffaires zijn dat ook. Ik schrijf bewust Affaires in het meervoud. Want de Toeslagenaffaire is boven water gekomen (met dank aan de media!), maar wat speelt er nog meer aan affaires die onzichtbaar waren en/of zijn? Ik ken er nog wel een paar!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Het Tabernakel is verdwenen. Dagboek van een Opperrabbijn 30 december. 2020

Dit wordt dan het laatste dagboek van 2020. Als ik terugblik heb ik heel wat afgeschreven. En hoewel Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, niet te vergelijken valt met Oud en Nieuw, kan het toch echt geen kwaad om ook even bij de wisseling van het maatschappelijke jaar op een Joodse manier stil te staan.

 

De Joodse Gemeente waar ik woonachtig ben begint het nieuwe jaar erg goed, want op sjabbat 2 januari vindt er al in de oudst in gebruik zijnde synagoge van West-Europa een bar-mitswa viering plaatst. En ‘mijn gemeente’ (tussen aanhalingstekens, want alle gemeenten in mijn Inter Provinciaal Opperrabbinaat voelen en zijn ‘Mijn Gemeenten’) had gisteravond een Algemene Leden Vergadering. Dat was een goede zoom-bijeenkomst. Wat was het algemene beeld dat ik eraan overhield? Leden die betrokken zijn, bestuurders die zich uit de naad lopen. Hoewel er sprake is van een kleine gemeente en een outsider zich dan kan afvragen of er dan wel zoveel te besturen valt, werd het duidelijk gemaakt, iets dat voor mij niet nieuw is, dat een Joodse Gemeente allerlei verplichtingen krijgt toebedeeld door de maatschappij waarin we leven. Juist omdat we zo klein zijn en juist omdat antisemitisme helaas sterk aan het toenemen is, komen er vragen vanuit de niet-Joodse omgeving voor rondleidingen, lezingen, representatie. In feite zijn alle bestuurders ook een beetje rabbijn en is de rabbijn ook parttime bestuurder, zoals u inmiddels wel uit mijn dagboeken duidelijk zal zijn geworden.

In de niet-Joodse gemeenschap worden er voor verenigingen en organisaties veelal verkiezingen gehouden. In Joods Nederland gebeurt dat uiteraard ook, omdat dat statutair een verplichting is. Maar helaas is de spoeling erg klein en zijn daarom vaak dezelfde personen die je op verschillende bestuurlijke bestuurszetels tegenkomt. Geweldig dat die enkelingen zoveel op zich nemen en zo de continuïteit garanderen, maar tegelijkertijd is te lang dezelfde bestuurders ook weer niet goed. Wat zich in mijn gemeente afspeelt zien we helaas in heel Joods Nederland. Zwoegende bestuurders die geheel belangeloos tijd en vaak ook eigen geld om-niet ter beschikking stellen. Om-niet? Neen! Hun inzet zal na dit aardse bestaan, en hopelijk ook al gedurende het leven, beloond worden. Zij houden ondanks alles, het Nederlandse Jodendom in stand. Hulde!

Ondertussen bemerk ik dat ik al een algemene terugblik op het digitale papier heb vastgelegd.

Wat heb ik zelf gedaan? En wat is er voor mij gedaan? Mijn echtgenote had in allerijl twee grote partytenten begin mei in onze tuin laten plaatsen opdat de sjoeldiensten gedurende het Wekenfeest en alle daaropvolgende diensten op de sjabbat en in de zomerperiode ook iedere ochtend, ondanks corona en met voldoende ventilatie doorgang konden vinden. Inmiddels maken we weer gebruik van de echte sjoel en stonden die tenten maar in onze tuin te staan. Gezien ik geen goede klusjesman ben, bleven ze ook maar staan, want dat is niet zomaar even weer ingeklapt. En wat gebeurde er vandaag? Drie sterke jonge Amersfoortse jongens en een krachtig Australisch meisje, geen van hen Joods, kwamen ons Tabernakel, de Tent-Sjoel, afbreken! Ongevraagd, spontaan aangeboden, zomaar om ons te helpen. Geweldig toch! Een van hen heeft ons ook, ook weer ongevraagd, enige jaren geleden geholpen om alle glasscherven bijeen te vegen nadat een van onze ramen met drie keien aan gruzelementen was gegooid. En omdat hij er toen toch al was heeft hij iets van een traliewerk op onze toenmalige schutting gemonteerd om herhaling te voorkomen.

Vandaag heb ik ook alle maandelijkse automatische overschrijvingen voor 2021 online ingepland. Tussen de 10% en de 20% van mijn inkomen behoor ik van de Joodse wet aan Tsedaka, goede doelen, te geven. Gelijk ik op een vaste datum mijn geld binnenkrijg, zo ook wil ik direct na ontvangst, dit mooie gebod vervullen. Bovendien zal ik het zo nooit vergeten. Dat ik daarnaast natuurlijk afhankelijk van de vraag ook spontaan ga geven, staat hierbuiten en kan ik niet inplannen. Maar die 10% ligt dus vast! Misschien vraagt u zich af waarom er aan dit gebod een maximum zit.

Ik heb veel contact met iemand die moet zien rond te komen van een broodmager salaris. Hoe hij het redt weet ik echt niet. Maar desondanks is hij altijd aan het geven. Geweldig! Maar…de 20% bovengrens geeft een soort ingebouwde waarschuwing af: pas op. Tot hier en niet verder. Het is geweldig om de medemens te helpen, maar dat helpen mag er niet toe leiden dat jijzelf aan de bedelstaf geraakt.

Oud en Nieuw is voor velen een kwestie van gezelligheid, het glas heffen, vuurwerk en helaas ook voor te veel losbandigheid. Dit jaar zal het allemaal helaas veel ingetogener moeten. Maar laten we van de nood een deugd maken. Laten we allen proberen om Oud en Nieuw zinvoller te maken. Gebruiken om terug te blikken. Niet omdat het leuk is om dat te doen, maar om te leren van het toen naar het nu en het morgen. Laten we ons door het afgelopen jaar laten inspireren. Waar kunnen we onszelf verbeteren? Hoe kunnen we voor de medemens meer betekenen? En voor onszelf? Wat er allemaal fout is gegaan is verleden tijd, maar door de foutjes op een rij te zetten kunnen we een prachtig beleidsplan maken voor 2021.

Een goede jaarwisseling, een gezegend beleidsplan en goede gezondheid, fysiek en geestelijk.

En terwijl ik deze wens net heb neergeschreven zie ik door het raam dat ons Tabernakel, de Tent-Sjoel, verdwenen is.

Met dank aan die drie sterke jongens en dat ene meisje. En natuurlijk ook aan mijn Blouma die de oprichtster was van het Tabernakel in onze tuin.

 

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Niets bereikt, maar wel geluisterd. Dagboek van een Opperrabbijn 29 december 2020

Een ietwat saaie dag ligt in het verschiet. Het is nu 7:00 uur en dus de perfecte tijd voor mijn ochtendkoffie maar nog te vroeg voor het ochtendgebed. Mijn agenda is leeg voor vandaag en dus ben ik bezorgd wat te doen. Als ik helemaal niets dreig te moeten doen kan ik altijd nog gaan schrijven of bellen. Bellen naar mensen die eenzaam zijn is altijd, helaas, buitengewoon zinvol. En ook kan ik vooruit gaan schrijven. Dagboeken vooruit schrijven kan niet, want dan is het geen dagboek meer. Maar Rab&Rik moet ik zelfs vooruit schrijven want het moet optrekken met de Sidra-Schriftlezing van de week. Rab (dan ben ik) schrijft de levensles en Rik stelt daarop per keer twee vragen die ik dan weer moet beantwoorden voordat de week begint. Wellicht weet u niet wat Rab&Rik is, dan hierbij een korte uitleg zo overgenomen van www.cip.nl :

Gedurende het Joods jaar wordt de hele Thora gelezen in de synagoge. Opperrabbijn Jacobs deelt drie keer per week een wijze levensles aan de hand van het Schriftgedeelte van die week. Naar aanleiding van die les stelt Rik enkele vragen, waar de rabbijn weer antwoord op geeft. Rab en Rik is een boeiend initiatief waarbij je vanuit het oudste boek ter wereld lessen leert voor vandaag!

Ik lig inmiddels met vier weken voor op Rik en kan de voorsprong natuurlijk verder opvoeren. Er liggen ook nog twee lange e-mails die ik telefonisch moet beantwoorden. De ene schrijver is ziedend teleurgesteld op G’d en daarom indirect ook op mij. Waar was G’d in de Auschwitz? De schrijfster, een weduwe die in de jaren ’50 is geboren en haar problemen staan volledig los van de jaren ’40- ‘45, koppelt die vraag aan de woorden bij de schepping “Want Hij zag dat het goed was”: Mijn leven was een grote hel, maar Hij zag dat het goed was! E-mail-schrijver nummer twee vertrouwt mijn relatie met de christelijke wereld niet. Volgens hem word ik onbewust doelwit van een sluwe manier van bekering. Beide e-mailschrijvers geven aan ongelovig te zijn. Dat e-mail-schrijver twee dat zegt, begrijp ik. Maar dat e-mail-schrijfster nummer één dat verkondigt, kan ik niet goed plaatsen. Want als er dan volgens haar geen Schepper is, waarom dan boos worden op die Schepper?

 

Ik verlaat dit dagboek. Het is inmiddels klokke acht en dus tijd voor mijn derde kop koffie en het ochtendgebed. Tot straks!

 

Inmiddels heb ik een langdurig gesprek gehad met de weduwe. Uiteraard heb ik eerst heel goed geluisterd, haar de tijd gegeven, geen telefoontjes tussentijds opgenomen van derden. Ik was er voor haar. Heb ik wat bereikt? Denk ik dat ik haar boosheid heb kunnen wegnemen? Denk ik dat ze nu een gelovige vrouw is geworden? Heeft ze begrepen dat als G’d volgens haar überhaupt niet bestaat dat het dan ook niet aan de orde kan zijn om op Hem boos te worden? Geloof ik dat ik haar heb kunnen overtuigen van haar tegenstrijdige gedachtegangen? Neen, neen en neen. Maar, en dat verwacht u waarschijnlijk niet van mij, ik had ook niet de illusie om haar op andere gedachten te brengen. Waarom ik haar dan had gebeld? Ze wilde haar boosheid uiten, afreageren, aandacht en begrip. Die belangrijke aandacht heb ik haar mogen geven. Niet meer en niet minder. Ik was niet uit op resultaat. En wat zij verder met ons gesprek wil doen, is aan haar. Maar uiteraard heb ik haar wel met woorden toegesproken, we hebben gediscussieerd over haar boosheid richting G’d die voor haar dus niet bestaat. Wat heb ik kort samengevat gezegd?

Door de eeuwen heen heeft het Joodse volk vele ballingschappen moeten doorstaan. Vele keren stonden ze aan de vooravond van een nieuw en onbekend ballingschap. Steeds weer waren ze ervan overtuigd dat uiteindelijk ook aan dat ballingschap weer een eind zou komen. En ook ik, als individu, maak ballingschappen mee. Moeizame perioden in het leven. Hoe kijk ik tegen het voor mij liggende ballingschap aan? Ontken ik dat het eraan komt? Raak ik in paniek? Word ik suïcidaal?

De Thora brengt een levensles die van vitaal belang is. De les dat we voordat we proberen te begrijpen, er eerst van doordrongen dienen te zijn dat we niet alles kunnen vatten. Slavernij, intens lijden, ondragelijke pijn en verdriet kunnen wij mensen niet begrijpen. Maar we dienen er wel van doordrongen te zijn dat al dat van Boven komt in essentie goed is, ook als we er geen touw aan kunnen vastknopen. En die kracht om ondanks alles toch te aanvaarden, hebben wij van onze voorouders Awraham, Jitschak en Ja’akov meegekregen. Als rabbijn in een Psychiatrisch Ziekenhuis werd ik dagelijks met afschuwelijke geestelijke pijn geconfronteerd. Mensen die kampten met ziekten, dwangmatige stemmen hoorden, met onaanvaardbare spanningen thuis of op het werk, met huiselijke vetes, met kinderen die niet de weg bewandelen die hun ouders graag hadden gezien en met verlies van dierbaren. Mijn taak was om te helpen waar mogelijk. Wat ik leerde en leer ik nog steeds van al die misère? Van de meeste narigheid leer ik dat ik niet moet zeuren over mijn eigen pijn en dat ik zeker niet moet proberen om alles te willen begrijpen!

Met e-mail-schrijver twee heb ik nog geen contact gehad. Heeft ook minder haast, want hij lijdt niet, maar is bang dat ik ga lijden als ik me laat bekeren. Maar gezien ik me echt niet laat bekeren (alleen al niet omdat ik dan mijn baantje als opperrabbijn wel kan schudden) en mijn christelijke vrienden dat ook echt niet willen, bel ik morgen wel of overmorgen. Zijn er dan geen christenen die Joden willen bekeren? Zeker wel, maar die behoren niet tot mijn christelijke vriendenkring!

 

 

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Een reactie op een reactie op mijn dagboek. Dagboek van een Opperrabbijn 28 december 2020

Sjabbat aanstaande zal er een bar-mitswa zijn in de sjoel van Amersfoort. Het zal een ingetogen en bescheiden feest worden. Ouders hebben voor de ‘gasten’ die na afloop van sjabbat per zoom een bijeenkomst hebben, een pakket rondgebracht met een flesje wodka om Lechajim te kunnen zeggen, een gevlochten kaars waarmee we afscheid maken van de sjabbat en het door-de-weekse weer beginnen, een flesje druivensap en nog van alles en nog wat. Zielig? Los van al het coronagezeur is deze manier van bar mitswa vieren eigenlijk perfect en voor mijn gevoel écht bar mitswa. Ik herinner mij van jaren geleden een bar mitswa feest dat eigenlijk niets meer te maken had met zogenaamde kerkelijke meerderjarigheid. Een medewerker van het Okura Hotel in Amsterdam wist me te vertellen dat enige dagen voorafgaand aan een bar mitswa diner het personeel door de gangen achter flamingo’s moest aanhollen. Die beesten waren ingehuurd om bij het feest acte de présence te geven, maar moesten wel vooraf een soort gewenningsperiode ondergaan en dat liep dus niet zo best. Nog even los van het dierenwelzijn vind ik dan zo’n corona bar mitswa feest toch meer bar mitswa.

Ik was weer druk aan het zoomen. Een sjioer-cursus voor de Jarchei Kallo. Een jaarlijks terugkerend evenement eind december georganiseerd door Rabbijn Katz uit Amsterdam die jaar in jaar uit de organisatie op zich neemt met sprekers uit binnen- en buitenland. Dit jaar dus alles per zoom. Ik heb gesproken over geestelijke verzorging. Kern van mijn verhaal was dat een geestelijk verzorger geestelijk moet blijven en geen psycholoog moet gaan spelen. Sterker nog. Ik ben de mening toegedaan dat, hoewel het natuurlijk een vereiste is dat de geestelijk verzorger (in de psychiatrie) goed weet wat er speelt bij patiënten met een psychiatrisch defect, toch moet de geestelijk verzorger zichzelf blijven. Als volgt heb ik dat verwoord: Als jonge frisse Geestelijk Verzorger begon ik 46 jaar geleden mijn prachtige taak als Geestelijk Verzorger in de psychiatrie en in de zorg voor de verstandelijk gehandicapten. Ik voelde me onnozel, niet medisch, niet echt aanvaard. En dus leerde ik de namen van de pilletjes uit m’n hoofd en kende hun bijwerkingen. Termen als manisch depressief, schizofreen, paranoia werden een deel van mijn dagelijkse taalgebruik. Ik deed het zo goed dat mij werd aangeboden om een studie klinische psychologie te gaan volgen. En toen schrok ik wakker! Wie ben ik dan dadelijk? De psycholoog of de rabbijn? Ik was voorgoed genezen van mijn medische façade. Natuurlijk wist en kende ik ook de wereld van de psychiatrie en was ik er heel goed van doordrongen dat ik werkzaam was in een psychiatrische setting en niet in een synagoge, maar ik was heel alert om toch vooral mezelf te blijven, Geestelijk Verzorger die putte uit zijn eigen religieuze bronnen, opdat de geestelijke dimensie geestelijk blijft. Mocht u geïnteresseerd zijn om een samenvatting van mijn lezing te ontvangen? Schroom niet en stuur me dan even een e-mail rabbi.jacobs@ipor.nl .

Vanochtend sjoeldienst (ochtendgebed) in Almere. Mijn schoonzoon, rabbijn van Almere, staat met een niet aflatende energie midden in de polder. Overal treft hij Joodse gezinnen voor wie Amsterdam en Amstelveen te duur zijn, die dus dan maar naar de polder trekken maar toch hun Jodendom niet willen vergeten. Ieder sjabbat is er dienst en regelmatig ook op maandagochtend. Nu is de maandagochtend nog kantje boord om het minjan, het vereiste quorum van tien man, bij mekaar te krijgen, maar wacht maar af: het gaat er komen zonder hangen en wurgen.

Verder ontving ik per WhatsApp een aangrijpende reactie op een reactie op mijn dagboek van 24 december. (Kunt u het nog volgen, een reactie op een reactie op mijn dagboek?) Ik citeer: Ik ben me wezenloos geschrokken en kan er niet van slapen. Ik heb uw dagboek van 24 december nog maar eens gelezen en de reactie (op CIP) die eronder stond. Het is voor mij duidelijk dat het antisemitisme nog steeds door vele christelijke aderen klotst. Wij worden gehaat. Dat komt door onszelf, staat er. We zijn een etniciteit met vele nare eigenschappen, zoals o.a. hoogmoed. En omdat dat niet wenselijk is, is de enige manier om vrede te brengen op deze aardbol: ” het afschaffen van het Joodse ras!” Ik werd er ziek van, het bleef spoken in mijn hoofd.  

Ik heb aan bovenstaande niets meer toe te voegen.

De dag werd afgesloten met een zoom-vergadering over de aangepaste verordening Brit Mila, waarmee maar weer eens duidelijk wordt:

Vervolgingen komen en gaan

Maar Thora en Traditie blijven gewoon bestaan.

 

 

Opperrabbijn Jacobs houdt een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Wederzijds respect. Dagboek van een Opperrabbijn 27 december 2020

Ik heb een bijna echte dagboek-vakantie gehad, want zowel donderdag, vrijdag, sjabbath en zondag hebt u niets van mij ontvangen.  Was ik dagboek-moe? Helemaal niet! Integendeel, want ik begon al bijna afkickverschijnselen te vertonen. Laat ik een rabbinale uitleg geven aan mijn korte dagboekvakantie: Op sjabbat mag ik geen ‘werkzaamheden’ verrichten. Maar ook is het mij niet toegestaan om niet-joden, die geen werkverbod hebben op de sjabbat, voor mij te laten werken. Voorbeeld: mijn auto moet gerepareerd worden. Ik lever de auto een minuut voor het begin van de sjabbat af bij de garage en haal hem direct na de sjabbat weer op. De garagemonteur moet dus voor mij op de sjabbat werk verrichten. Niet geoorloofd! Maar wat als ik de auto voor het begin van de sjabbat breng en aangeef dat ik de auto, waaraan maar een paar uurtjes gewerkt zal moeten worden, in de loop van maandag kom afhalen en de garagemonteur besluit om mijn auto toch op de sjabbat te gaan repareren, dan is dat zijn keus waarvan ik geen voordeel en geen nadeel ondervind en dat voor mij ook zeker niet nodig was. Zonder verdere vragen te gaan beantwoorden, want zo’n wet roept natuurlijk veel vragen op, leer ik hieruit een prachtig principe: Ik mag de niet-joodse garagemonteur niet dwingen om voor mij op de sjabbat te werken, maar ik moet hem ook de gelegenheid geven om de reparatie op een dag te doen die voor hem aanvaardbaar is. Met andere woorden: we houden rekening met elkaar!

En daarom schrijf ik nooit dagboeken op vrijdag, omdat die op onze Joodse rustdag, de sjabbat, bij de lezers aankomen. Maar ik wil ook niet dat niet-joodse lezers van mij op zondag een dagboek ontvangen, de christelijke rustdag. En dus verkeerde ik heel even in dubio: wat doe ik met de kerstdagen? Voor mij zijn het gewone-door-de-weekse dagen, maar voor vele van mijn dagboekeniers hebben die dagen een religieuze betekenis. En dus vind ik het niet passend dat mijn dagboek in de niet-joodse Inbox verschijnt op voor de ontvanger gewijde dagen, gelijk ik het fijn vind als met mijn Hoogtijdagen ook rekening wordt gehouden.

Dit ‘rekening houden met’ heeft me jaren geleden een probleem opgeleverd. Ik was namelijk uitgenodigd bij de kroning van koning Willem-Alexander, hetgeen ik een enorme eer vond, maar ik was teleurgesteld dat het afscheid van koningin Beatrix op Jom Kippoer had zullen plaatsvinden in de Ahoy Hallen in Rotterdam. Waarom was ik teleurgesteld? Joodse Feestdagen stonden toen sinds enkele jaren niet meer vermeld in de diverse agenda’s en kalenders, waardoor door de organisatoren, naar ik vermoedde, Jom Kippoer over het hoofd was gezien. De reden was/is natuurlijk dat wij dermate klein waren geworden dat vermelding in agenda’s niet meer nodig werd bevonden. Dát deed me verdriet. De vertaalslag die mijn verdriet toen kreeg o.a. in het NRC was dat ik teleurgesteld was in koningin Beatrix en dat bericht zou de koningin hebben bereikt. Totale verkeerde weergave gevolg van mijn kennelijk onduidelijke boodschap. Ik heb de eer gehad uitgebreid met koningin Beatrix te hebben gesproken en haar opstelling richting Joodse gemeenschap en die van Prins Claus was zonder enige twijfel zeer pro-joods en pro-Israël. Maar mijn dubbel te interpreteren droefenis lag ten grondslag aan de ‘verkeerde’ interpretatie van het NRC. En dus ben ik sindsdien nog oplettender om al hetgeen uit mijn pen voortkomt op meerdere vertaalslagen te controleren. En zelfs als ik iets zeg voor een microfoon schiet er vooraf een soort ‘spellingscontrole’ door mijn hoofd.

Maar mijn spellingscontrole functioneert af en toe ook als een soort voorgeprogrammeerde antwoordmachine. U heeft waarschijnlijk wel eens meegemaakt dat uw telefoontje of uw computer automatisch woorden neerschrijft die u dan weer moet deleten om verder te kunnen of u verstuurt berichten die kant nog wal raken, maar wel al verstuurd zijn. Zoiets heb ik ook af en toe bij het beantwoorden van lastige vragen. Voorbeeld (echt gebeurd): Premier Netanyahu had de Joden uit Frankrijk opgeroepen om naar Israel te verhuizen vanwege het opkomend antisemitisme. Prompt krijg ik een microfoon voor mijn mond gedrukt met de vraag: Wat vindt u hiervan? Dat was een lastige, voelde ik meteen aan. Als ik namelijk zeg dat ik het met hem eens ben, dan zeggen Nederlanders die me niet zo mogen dat dit bewijst dat ik geen Nederlander ben of op z’n best zullen ze kunnen zeggen dat ik hier niet thuishoor. En als ik zeg dat Netanyahu niets over ons, EU-Joden, te zeggen heeft, dan beschaam ik Netanyahu. En dus kwam de volgende reactie uit mijn mond: ‘Geweldig dat Israel bestaat en dat Joden daarheen kunnen als het in Europa te antisemitisch wordt. Natuurlijk bestond deze open uitnodiging al veel langer want met de oprichting van de Staat Israel kreeg iedere Jood ter wereld een plaats waar hij als Jood kon leven zonder vervolgd te worden. Maar of ik wel of niet mijn Nederland verlaat laat ik niet bepalen door angst voor terreur’. Nadat ik deze paar zinnen had gezegd aan de jouranalist, was ik zelf verbaasd over mijn antwoord. Want: ten eerste viel ik Netanyahu niet af en ten tweede toonde ik duidelijk dat Nederland mijn geboorteland is en ikzelf bepaal of ik Nederland wel/niet wil verlaten. Ik was onder de indruk van mijn briljante reactie. U ziet, af en toe komt de hulp zichtbaar van Boven!

 

 

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Ik heb de balans opgemaakt voor 2021. Dagboek van een Opperrabbijn 23 december 2020

Dagboek 23 december 2020

Ik heb de balans opgemaakt voor 2021

“De Joden zijn de hele geschiedenis door gehaat. Dat komt niet door de mensheid maar door de Joden zelf vanwege het feit dat ze een ras of een etniciteit vormen. Een gesloten systeem dat veel nare eigenschappen in zich heeft, zoals hoogmoed en wat de wereld nooit zal en kan accepteren. Als wij vroeger een Arisch ras hadden gevestigd, zoals Hitler wilde, waren de effecten hetzelfde geweest…Het enige dat vrede brengt in de wereld is afschaffen van het Joodse ras…”.  Laat ik nou nooit kijken of er reacties komen op mijn dagboeken of andere artikeltjes.  Eén keer doe ik dat wel en zie bovenstaande reactie op CIP, het christelijk informatie platform.

De vraag die in mij opkomt is of deze reactie op een christelijke website een uitzondering is of wordt deze zienswijze breed gedragen maar niet zo breed aan het digitale papier toevertrouwd. Of misschien is dit soort gedachten wel op vele sites en in vele boeken te vinden. Ik ben een beetje verbaasd dat de redactie van CIP, die dit soort opmerkingen zeker afkeurt, niet verwijdert. Maar misschien is het juist beter dat het blijft staan, zodat op z’n minst ondergetekende geconfronteerd werd met de realiteit van het dagelijks leven. Waarom ben ik eigenlijk gaan kijken naar reacties? Omdat het erg stil was, buiten in de straat, maar ook qua telefoontjes en e-mails. Misschien was het trieste weer hier debet aan. Los hiervan is de eindejaar periode altijd een stille tijd. En wat heb ik gedaan om de tijd te vullen, behalve kijken naar mallotige reacties? Ik ben financieel aan de slag gegaan! Daar kijkt u van op, vermoed en hoop ik. Waarom hoop ik dat? Omdat ik het niet passend vind dat een rabbijn in verband wordt gebracht met geld. Mijn lieve moeder heeft mij 46 jaar geleden, toen ik naar Nederland terugkwam om binnen de Joodse gemeenschap te gaan werken, het volgende advies gegeven: Neem nooit geld aan als een fooi, want het zal je altijd blijven achtervolgen! En omdat ik altijd een braaf, gehoorzaam en verlegen jongetje was, heb ik dat ook bijna nooit gedaan. Bijna nooit. Want een keer werd mij na afloop van een huwelijk, dat ik net had ingezegend, ten overstaan van alle gasten met veel bombarie een enveloppe overhandigd. Als mensen aandrongen om toch iets te geven, dan maakte ik dat bedrag over naar een goed doel en liet een kwitantie sturen. Overigens herinner ik mij dat in die enveloppe het gigantische bedrag van Fl. 5 (zegge: vijf gulden) zat. Betekent dit dan dat ik geen geld wil hebben of tegen betaling ben? Zeker niet. Maar ik ben er sterk tegen gekant dat een rabbijn, een dominee, een pastoor of een imam zichzelf degraderen tot zakenlui. Ik weet dat in bepaalde christelijke gemeenschappen de predikant een zeer bescheiden salaris krijgen en ik denk dat dat goed is. Een geestelijke moet geestelijk blijven! Helaas zijn er plaatsen in de wereld waar de rabbijn een hoog salaris krijgt en als hij een aanbieding krijgt voor een positie waar hij meer kan verdienen, vertrekt hij. Begrijp me niet verkeerd, ik wil graag financieel niet in de problemen zitten en ik wil best comfortabel kunnen leven, maar no way wil ik verworden tot een zakenman. Had mijn vader gewild dat ik een zakenman zou worden, dan had hij er zeker op aangedrongen om zijn zaak over te nemen. Hij was opticien/optometrist en had een bloeiende zaak.  Hij heeft er bij mij op aangedrongen om rabbijn te worden, gelijk zijn grootvader die Opperrabbijn was van Overijssel en waarnemend Opperrabbijn van Brabant.

Maar waarmee was ik dan financieel bezig, vraagt u zich af. Niet de balans opmaken, want die heb ik nauwelijks, maar met het invoeren van periodieke afschrijvingen. Ik weet namelijk precies wat mijn pensioen en AOW uitkeren. En ik weet ook dat ik van de Joodse wet tussen de 10% en de 20% aan liefdadigheid moet geven. En dus heb ik braaf zitten uitrekenen hoeveel en waarheen ik mijn jaarlijkse tsedaka-liefdadigheid maandelijks ga vastleggen. En daarnaast wil ik natuurlijk een bedrag overhouden voor onvoorziene giften. Overigens heb ik een verkeerde vertaling gegeven van het woord tsedaka. Tsedaka is geen liefdadigheid. Liefdadigheid benadrukt dat het lief is van mij als ik vrijwillig arme mensen steun. De letterlijke vertaling van tsedaka luidt: gerechtigheid. Het is niet meer dan rechtvaardig dat ik het geld dat de Eeuwige mij heeft toevertrouwd deel met de medemens die niet genoeg heeft om van te leven. Sterker nog. Ik ben dankbaar dat iemand mij in de gelegenheid stelt om het gebod van G’d uit te voeren. En dus was ik bezig om mijn financiële beleid voor 2021 vast te leggen. Heb ik toch nog mijn tijd nuttig besteed!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Minister Slob: boete refoscholen Dagboek van een opperrabbijn 22 december 2020

Toen ik de krantenkop “Slob: in uiterste geval boete refoscholen” zag in het RD, moest ik denken aan een moeder van een schoolgaande zoon die ik zo’n tien jaar geleden heb gesproken. Wat was er aan de hand? De school had besloten dat er een boek behandeld zou worden voor het vak Nederlands dat, ik druk me voorzichtig uit, qua inhoud niet geheel strookte met de levensvisie van de moeder en van de school. Het ging niet over homoseksualiteit, waarover Minister Slob wel spreekt, maar over pedofilie. Uitgebreid en gedetailleerd wordt beschreven hoe een oudere man omgang heeft met een meisje van negen jaar. De omgang wordt dusdanig goed, levendig en gedetailleerd beschreven dat het zonder enige twijfel valt onder het begrip pornografie. Wat er ontbrak waren alleen nog de foto’s. Doel van het verplichte lezen van dit boek was om kinderen weerbaar te maken tegen misbruik. Fantastisch. En dat terwijl het vak Inburgering nog niet eens was uitgevonden.

Dat ‘weerbaar te maken tegen misbruik’ kan mijn volledige instemming krijgen. Als kinderen niet weten waar gevaren op de loer liggen kan dat tot ernstige en uiterst schadelijke situaties leiden. Daarom moeten we onze kinderen waarschuwen tegen misbruik en andere gevaren die helaas in de huidige samenleving veelvuldig aanwezig zijn. En zelfs als ze in vorige generaties ook al aanwezig waren en in het onderwijs werd er geen aandacht aan besteed, dan is dat meer dan betreurenswaardig. Maar daar kunnen we helaas nu niets meer aan doen. De klok kan niet teruggedraaid worden. Dus ik ben er een fervent voorstander van dat de huidige jeugd weerbaar wordt gemaakt om misbruik te voorkomen. En weerbaar maken kan niet door om de hete brei heen te draaien en niet duidelijk te benoemen waar de gevaren zijn. Ook ben ik de mening toegedaan dat nooit en nimmer medemensen gediscrimineerd mogen worden om welke reden dan ook. Maar weerbaar maken tegen misbruik moet niet gedaan worden door kinderen pornografische literatuur voor te schotelen. Is dat nodig om weerbaar te maken? Helemaal niet. Integendeel! Je loopt het risico dat het kind door dit soort beelden inderdaad geen slachtoffer zal worden, maar misschien wel dader. Dit soort beelden worden, juist bij kinderen, opgeslagen en kunnen, G’d behoede, gebruikt worden om te ge(mis)bruiken op latere leeftijd. Niemand wordt als zedendelinquent geboren. Een zedenmisdadiger wordt gemaakt door zichzelf of door zijn entourage. Als iemand een boek doorbladert, een ongepaste foto ziet en snel verder gaat, is het beeld al opgeslagen en kan toeslaan op het moment dat het niet gewenst is. U zult mij waarschijnlijk ouderwets en niet van deze tijd vinden. Klopt. Maar wat is daar mis mee? Beter ouderwets en gezond, dan modern en ziek. Ja, een samenleving waarin overspel en ontrouw gewoon zijn geworden, een maatschappij waarin foto’s van schaars geklede dames gebruikt worden als lokmiddel om aandacht te trekken voor producten die niets van doen hebben met deze dames, vind ik ziek en schadelijk. En hoewel het soms veel beter kan zijn als ouders gaan scheiden dan dag en nacht ruzie maken, betekent het niet dat een scheiding van ouders goed is en een zegen voor kinderen. Een scheiding is voor de kinderen een drama, waarmee waar nodig omgegaan moet worden, maar dat wel zoveel mogelijk voorkomen dient te worden. Ook pedofilie is een fenomeen dat zeer onwenselijk is, onacceptabel. Maar dat ga je niet verdrijven door kinderen te laten ‘meegenieten’ van een pedofiel die geniet van zijn misdaad. En zelfs als het lezende kind fysiek nog niet kan ‘meegenieten’ omdat hij nog te jong is: het beeld blijft in zijn hoofd aanwezig en kan opspelen op het moment dat het kwaad zijn slag wil slaan.

Ik ben het volledig eens met de boete van de minister, maar wel zie ik graag dat die boete niet alleen bij discriminatie van geaardheid wordt toegepast maar ook bij het laten lezen van pornografische teksten die misdadigers kunnen fabriceren.

Een trouwe lezer van mijn dagboeken gaf me een compliment voor de inhoud, maar vond dat ik te veel het zoetste jongetje van de klas speel. Ik moest prikkelender zijn, scherper en aanvallender. En vooral niet alleen uitspraken doen die de goegemeente mooi vindt. Vandaag heb ik, denk ik, wel tegen de nodige schenen getrapt en verwacht een storm aan kritiek. Ik hoop dat ik nog lezers behoud.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Cohen uit Schin op Geul. Dagboek van een Opperrabbijn 21 december 2020

De wereld staat volledig op z’n kop. Het Verenigd Koninkrijk in isolement. Mijn kleinzoon, woonachtig in Londen maar studerend aan een Talmoed Hogeschool in Israël, komt dadelijk bij ons. Hij was voor een week vanuit Israël naar Londen gevlogen om aanwezig te zijn bij de Choepa-bruiloft van zijn oudere broer, maar kan nu niet meer terug. En dus is hij gisternacht via Dover naar Calais gereisd, bevindt zich nu in België en komt dadelijk hier in de hoop/verwachting dat hij vanuit Nederland nog wel naar Israëll kan vliegen. Overigens is hij getest op corona en is hij volgens de test in het bezit van een zeer groot aantal antibody’s en hoeven wij ons over besmetting geen zorgen te maken, hoewel we natuurlijk wel de 1½ meter in acht zullen nemen.

We zijn Chanoeka toch nog redelijk doorgekomen, maar onzekerheden beginnen meer en meer te knagen en dus wordt de beperktheid van het menselijk kunnen steeds meer zichtbaar. Maar ondertussen verspreid dat andere virus zich ook: in het ND, het Nederlands Dagblad word ik geciteerd:

Opperrabbijn Jacobs: ‘Verbod koosjer slachten was door de eeuwen heen voorloper van Jodenvervolging’. ‘Wij willen uiteraard meewerken aan het welzijn van dieren’, benadrukt opperrabbijn Binyomin Jacobs. ‘Welzijn gaat niet alleen over slachten, maar ook over alles daarvoor: de stallen, het transport. Men concentreert zich nu op één punt: de slacht. Ik wil graag met de PvdD samen zitten, maar dan voor het totale welzijn.’  Jacobs is geraakt door de uitspraak van het Europees Hof. ‘Als ze zich echt zorgen maken over dierenwelzijn, laten ze dan dierenmishandeling en sadisme in slachthuizen en de grote vleesindustrie bespreekbaar maken.’ De opperrabbijn ziet de wil om koosjer slachten te verbieden als een teken van opkomend antisemitisme. ‘Het eerste verbod dat Hitler in Nederland uitvaardigde was dat op koosjer slachten. Het is absoluut niet zo dat ik de mensen die nu voor een verbod pleiten beschuldig van antisemitisme. Maar het fenomeen is wel altijd voorloper geweest van opkomende Jodenvervolging. Dat baart me grote zorgen.’ ‘Dierenwelzijn staat heel hoog in het Joodse vaandel’, vervolgt hij. ‘Koosjer slachten gaat juist om het welzijn der dieren. En ook als het dier verdoofd is, verlamd dus, weet niemand of het beest lijdt als het in stukken wordt gesneden. De wetenschap geeft hierover geen duidelijkheid.’ Jacobs voorziet grote consequenties als Nederland, net als Vlaanderen, een verbod instelt op on-verdoofd koosjer slachten. ‘Dan kunnen we geen vlees meer eten. Of we moeten het importeren. Het zou consequenter zijn als de Partij voor de Dieren een algemeen verbod op vlees bepleit. Dan zou ik vegetariër worden.’ De gevolgen zijn volgens hem nog verstrekkender: ‘Orthodoxe Joodse mensen zullen wegtrekken uit Nederland. En het orthodox-joodse leven is al zo schraal. Zij vormen de kern van de Joodse gemeenschap. Als die verdwijnt, verdwijnt de periferie van de Joodse gemeenschap ook.’ Het Europees Hof voor Justitie steunt voor haar oordeel mede op de wetenschap. Die is volgens Jacobs echter niet eenduidig. Een verbod op ritueel slachten is voor de Joodse gemeenschap ingrijpend. ‘Het is een uitholling van de geloofsgemeenschap.’

En in het RD, het Reformatorisch Dagblad, zegt rabbijn v.d. Kamp woorden van soortgelijke strekking en elders zag ik ook dat Loonstein dezelfde zorg uitte. Mooi is wel dat juist door een aanval op een religieus aspect van het Jodendom iets heel unieks zichtbaar wordt, iets waarop ik onder andere werd geattendeerd door een niet Joodse medewerker van Joods bij de EO. Ik was namelijk enige dagen geleden bij de EO voor de opname van een podcast voor de Joodse Omroep. Na afloop praat je dan nog even na. Als een lid van een van de PKN Gemeenten het geloof niet meer ziet zitten, schrijft hij zich uit en is dus niet meer protestant. Maar de Jood blijft altijd Jood, legde hij mij uit! Ik herinner mij een zekere mijnheer Cohen uit Schin op Geul. Hij was atheïst, anti-zionist, fel tegen de Israëlische politiek en wilde met Jodendom niets te maken hebben. Uiteraard wilde hij niet met mij spreken, legde hij mij uit middels een gloedvol betoog van minstens een half uur. Maar toen enige jaren later de lokale predikant hem verzocht om een lezing te geven voor zijn kerk over de bijzondere positie van Israël in het Midden-Oosten en hem dus eigenlijk gevraagd werd om Israëls politiek te verdedigen en voor de onaantastbare verbintenis tussen Joden en het heilige Land op te komen, belde hij mij met het verzoek hem te helpen bij de voorbereiding van zijn lezing.

En datzelfde zien we nu ook. Want ook Joden die echt geen enkel belang hechten aan koosjer eten en al helemaal niet aan koosjer vlees, voor wie het koosjer slachten geen enkele waarde heeft en die van geen kant gedupeerd worden indien er een verbod komt op de koosjere slacht, staan hand in hand met mij in de strijd tegen de uitspraak van het Europese Hof. Waarom? Omdat ook zij voelen dat het hier niet primair gaat over dierenwelzijn, maar over het voortbestaan van de Joodse Gemeenschap in Europa. Maar heeft de ongelovige Jood (als die al bestaat) dan behoefte aan het voortbestaan van het religieuze Jodendom? En dan citeer ik maar even die niet-Joodse medewerker van de EO: het Jood-zijn gaat dieper dan alleen het geloof en is al helemaal niet gekoppeld aan het lidmaatschap van de Joodse gemeente.

Ik vind die mijnheer Cohen uit Schin op Geul hiervan toch wel een exemplarisch voorbeeld.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Bovenop de stapel culturen, brandt de Menora! Dagboek van een Opperrabbijn 20 december 2020

Vrijdag was de laatste dag Chanoeka. De acht lichtjes straalden de duisternis in en brachten licht en warmte. Van diverse kanten werd mij gevraagd naar “Wat is het verschil tussen deze Chanoeka en alle andere jaren Chanoeka?”. En dus ben ik gaan evalueren en viel het mij op dat ik, zelfs dit jaar met alle corona-restricties en dus veel minder publiek, toch voorafgaand aan ieder Chanoeka-bijeenkomst door de lokale politie ben gebeld om me te laten weten dat ze aanwezig zullen zijn.  En ze waren inderdaad duidelijk overal waar ik de Menora mocht aansteken aanwezig. In Bourtange vormde de aanwezige politie 50% van de aanwezigen met twee politieauto’s en in Eindhoven twee motoragenten! Hebben we dit jaar dan minder mensen bereikt? Ik denk het niet. Ik durf zelfs te beweren: integendeel! Dankzij zoom, YouTube en andere social media hebben we een aanzienlijk groter bereik gehad. Vorige jaren was er zeker ook aandacht in de (lokale) krant en misschien heel af en toe op de lokale televisie, maar dit jaar was er steeds voor gezorgd dat er media-aandacht zou zijn. Los van Facebook had bijvoorbeeld het eerste lichtje 4702 bekijkers op YouTube.  De YouTube over de Menora in de Tweede Kamer had op een Facebook 10.000 klikken en een speciale uitzending over Israel in de schaduw van de Menora had meer dan 6700 kijkers. Het bereik was dus groot en het aantal uren auto was iets minder dan vorig jaar, maar toch aanzienlijk. Maar wat ontbrak was de over-sjabbat Chanoeka en de persoonlijke ontmoeting na afloop. Zo’n aansteek plechtigheid duurt alles bij mekaar misschien een half uur, maar de ontmoeting na afloop is normaliter veel langer en vooral persoonlijker. Ik denk terug aan de ontmoeting in Leeuwarden enige jaren geleden. Een mevrouw die al meer dan dertig jaar in Leeuwarden woont, maar nog nooit contact heeft gehad met de Joodse Gemeente. Waarom niet? Bevreesd voor een aanslag heeft ze steeds haar Jood-zijn angstvallig verborgen. Bewust geen mezoeza aan haar deurpost. Maar op dat grote plein tussen de honderden aanwezigen kon ze haar Joodse ei kwijt. Ik denk ook terug aan die bijeenkomst in Elburg. In totaal waren er slechts, voor zover ik kon nagaan, twee Joden aanwezig. Een oude man, ik schat hem eind zeventig, die me huilend de hand drukte. Oorspronkelijk afkomstig uit Polen. We spraken met elkaar in het Jiddisch, terwijl de tranen hem over de wangen biggelden. Al enkele decennia had hij geen Jiddisch meer horen spreken. Van zijn Jodendom was nagenoeg niets meer over, maar de vlammetjes van de Menora doorkliefden zijn hart. Misschien was die ene handdruk veel meer waard dan die 6700 kijkers op de YouTube. En dan de televisie-uitzending op de lokale Omroep Zeeland: geen duizenden, maar wel meer dan 700 kijkers. Het mooie was dat leden van de Joodse Gemeente Zeeland op de uitzendingen, want het werd op zondagochtend zes keer uitgezonden, waren geattendeerd. Nijmegen en Eindhoven hadden ervoor gezorgd om naast de publieke media ook voor hun eigen leden een programma te verzorgen van het aansteken van de Menora, gelijk ook Utrecht en Amersfoort hadden gedaan. En gelijk burgemeester Marcouch van Arnhem en Bruls van Nijmegen hadden aangedrongen om toch vooral ook dit jaar de Menora te laten branden, vernam ik van een collega rabbijn dat de burgemeester van Parijs wil dat volgend jaar de Menora, gelijk dit jaar, weer op de Eiffeltoren zal branden. De Menora moet van de burgemeester, mv. Anne Hilago, een jaarlijks terugkomend evenement worden. Het Jodendom moet in Europa blijven! Maak ik me daarover dan zorgen? Zie het Nederlands Dagblad van vrijdag jl. het artikel met de kop: “Jacobs: Joden zullen uit Europa wegtrekken.” Het gaat over de uitspraak van het Europese Hof dat ieder land zelfstandig mag beslissen of koosjer slachten wel/niet geoorloofd is. Zo’n beslissing maakt me droevig. Maar als ik dan zie met hoeveel egards bijvoorbeeld de burgemeesters van Nijmegen, Eindhoven, Bourtange en Kampen mij ontvingen. Het hoeveel liefde ik welkom werd geheten, hoeveel licht er overal werd verspreid. Als ik die warmte voel dan kan ik slechts denken aan die foto van al die op mekaar liggende geschiedenisboeken over De Griekse Cultuur, de Romeinen, de Babyloniërs, Egypte, de Duitse Endlösung enz. En boven op al die stapel boeken over vergane culturen staat een Menora te branden die al die wereldmachten van weleer heeft overleefd! Am Jisraeel Chaj – Het joodse Volk leeft!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Rouholla Zam (47). Dagboek van een Opperrabbijn, 17 december 2020

Deze week werd in Iran Rouholla Zam (47), de Iraanse journalist, geëxecuteerd. In de Telegraaf stond hierover een uitstekende column waarop ik door iemand werd geattendeerd net voordat ik vertrok naar Bourtange om daar de Menora in zijn volle glorie, alle acht kaarsen, te laten branden.  Dit dagboek is slechts een dagboek van ‘een opperrabbijn in Coronatijd’. Niet meer en niet minder. En dus gaat het niet over de wereldpolitiek, maar gewoon over wat ik, met alle beperkingen, onmogelijkheden maar ook mogelijkheden in deze duistere periode zoal doe of juist moet nalaten. Maar bovenal: ‘Wat houdt me bezig?’ Nou precies ook dit soort tegenstrijdigheden. Waarschijnlijk zullen over enige tijd de sancties tegen Iran worden opgeheven omdat Iran zijn goede wil toont door een paar controleurs toe te laten die onder begeleiding van het Iraanse gezag op een aantal goed voorbereide plaatsen zullen mogen zien dat Iran wat betreft het niet aanmaken van atoombommen echt het braafste jongetje van de klas is. En Rouholla Zam (47)? Ach, dat was gewoon verleden tijd, zal er gezegd worden, terwijl geen normaal denkende hond dat gelooft. De schrijver van deze column in de Telegraaf, zelf een vluchteling uit Iran, toont de rijkdom van ons land. Terwijl onze Rutte de Coronamaatregelen aanscherpt wordt er luidkeels tegen zijn maatregelen geprotesteerd. Niemand wordt verdreven, niemand gearresteerd en niemand zal worden geëxecuteerd! Dat is in ons land GZD normaal. Zijn we ons bewust van die rijkdom of zijn we dat alweer vergeten? Inmiddels meer dan 75 jaar geleden was dat nog anders in ons Nederland en was het normaal dat in opstand komen tegen het gezag als hoogverraad werd beschouwd. Maar niet uitsluitend in opstand komen: ook anders zijn qua afkomst of qua zienswijze. Betekent dat dan dat ik het eens ben met de anti-Rutte fluiters? Helemaal niet! Maar ik ben wel erg dankbaar dat er gefloten kan worden.

Regelmatig hoort u van mij dat ik me zorgen maak over de nieuwe godsdienst genaamd: secularisatie. Nog recentelijk stond er een artikel van twee pagina’s in het Reformatorisch Dagblad over de dwingelandij van de Inspectie van het Onderwijs ten aanzien van het vak Burgerschap.  Op zichzelf is het mijns inziens een vereiste sine qua non dat onze kinderen worden opgevoed met respect voor andersdenkenden. Ook als dat anders denken volledig afwijkt van mijn/onze zienswijze, mijn/onze kijk op de wereld. Maar gelijk ik mijn kinderen moet opvoeden met dit respect, mag ik mijn kinderen ook opvoeden vanuit mijn eigen levensvisie en ik mag ze ook uitleggen dat een andere manier van leven niet goed is omdat dit vanuit de Bijbel bezien indruist tegen de Wil van de Eeuwige. Het volledig oneens zijn met de leefwijze van een ander is niet hetzelfde als de ander als persoon haten of verachten. Ik ben het 100% oneens met secularisatie, maar heb goede seculiere vrienden. Trouwens heb ik ook heel goede zeer gelovige Christelijke contacten, terwijl het Christendom echt niet mijn manier is om de Eeuwige te dienen.

Ja, ik ben van mening dat secularisatie een probleem is. Maar problemen mogen er zijn want G’d heeft een wereld geschapen vol met problemen, verleidingen en valkuilen. Aan ieder van ons om de juiste keuzes te maken en niet blind in valkuilen te belanden. Niets mis met al die dagelijkse beproevingen. Waarom G’d al die verleidingen en beproevingen heeft meegenomen in Zijn Schepping? Waarom de diversiteit? Geen idee. Maar we zullen ermee moeten leven.  

Maar als polarisatie om zich heen grijpt, dan verandert een verschil van mening van een ernstig en elementair meningsverschil tot een Staatsgevaarlijke activiteit en wordt de andersdenkende geëxecuteerd. Zie Iran. En laten we toch ook niet vergeten wat er gebeurt in China met de Oeigoeren of met Christenen in vele landen. We naderen Kerstmis. Weten Christenen die anti-Israel zijn, ik denk aan een organisatie als Sabeel, dat sinds de Palestijnse Autoriteit het gezag heeft overgenomen van Israel in Bethlehem, het aantal Christenen dat de wijk heeft genomen gigantisch is? Reden? Polarisatie! Anders dan Islamitisch denken werd niet getolereerd op straffe van….

Ik heb vandaag in Bourtange de acht lichtjes van de Menora aangestoken. Het was een goede en mooie bijeenkomst. Buiten aansteken leek ons niet verstandig omdat de burgemeester dan wellicht in de problemen zou kunnen komen. En dus in sjoel met een piepklein gezelschap. Maar de journalisten waren er, zoals afgesproken, om het licht te verspreiden in het Noorden van ons land. En nog voor ik thuis was en 410 km had afgelegd, stond het al op de site van Het Dagblad van het Noorden en op Westerwolde Actueel. De acht kaarsjes brandden in dat hele kleine sjoeltje in die hele kleine Vesting. Maar de boodschap was gigantisch groot. Als die Iraanse rechters de betekenis van Chanoeka hadden gekend en tot zich genomen, zou Rouholla Zam (47) zeker nog bij ons zijn geweest.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/