Dagboek van de Opperrabbijn 21 jan. 2024

Over afwisseling heb ik niet te klagen! Ik zit nu in Krakau, had bijna mijn vlucht gemist op vrijdag, ik vind het onacceptabel dat er een geheime onthulling van een monument moet plaatsvinden omdat er gezwicht wordt voor chantage, een caissière heeft zich met de politiek bemoeid, een ontzettend fijne bijeenkomst heeft plaatsgevonden op de ambassade van Israël, ik heb het gevoel dat ik een paar jonge mensen tot steun mocht zijn en ik mocht me verheugen op een aandachtig luisterend publiek uit Engeland, Israël, de VS, Warschau en Antwerpen in een sjoel in Krakau.

 

Dit zijn de gedachten die bij me opkomen als ik nadenk over de inhoud van het voor mij liggende dagboek, want zo schrijf ik mijn dagboeken: Ik overdenk de afgelopen dagen en probeer de interessante gebeurtenissen voor de geest te halen en ga vervolgens aan de dagboek-slag.

 

Over enige maanden gaat er op de Joodse begraafplaats in het zuiden van ons land een monument onthuld worden ter nagedachtenis aan de Joodse inwoners ‘die niet terug zijn gekomen’. Ik zet ‘niet teruggekomen’ tussen aanhalingstekens omdat ik dit net zo verkeerd vind klinken als de Joden die ‘overleden’ zijn in Auschwitz. Ik hoop dat dit aanhalingsteken-verhaal geen verdere uitleg behoeft! Een lofwaardig project. Ja, de moord op die Joden is al tachtig jaar geleden, maar beter laat dan nooit en misschien is het juist wel goed dat die herinnering juist nu vanwege het keihard opkomend antisemitisme de verschuldigde aandacht krijgt. Dank dus aan de organisatoren. Maar, en nu komt het, het voorstel is om de onthulling geheim te houden tot na de plechtigheid. De organisatoren hebben, zoals ze aangeven, overleg gehad met de lokale overheid, en besloten omwille van veiligheid publiciteit vooraf te vermijden. Er zal slechts een beperkt aantal uitnodigingen worden verstuurd en men zal zich vooraf moeten aanmelden. Zo’n beleid vind ik onacceptabel en ronduit schokkend. Mij persoonlijk is nadrukkelijk voorgehouden dat ik gewoon te allen tijde mijn werkzaamheden moet verrichten en dat het aan de overheid is om er zorg voor te dragen dat ik dat op een veilige manier kan doen. Het zou van de zotten zijn als de opperrabbijn zijn taken niet meer naar behoren mag uitvoeren omdat er elders in de wereld een conflict bestaat en we ons daarom hier in Nederland laten chanteren. Maar los van het conflict elders: wat heeft Gaza-Israël 2023/24 te maken met de herdenking van de Joden die we hier in Nederland in de jaren ’40-’45 hebben laten vermoorden? Onacceptabel!

Even onacceptabel is het dat een Joodse mevrouw die netjes bij een kassa van een supermarkt van een oorspronkelijk uit Zaandam afkomstige kruidenier, wil betalen, in plaats van een vriendelijk ‘dank u wel dat u weer bij ons uw boodschappen heeft gekocht’ te horen krijgt ‘van de river to the sea…’. Naar ik heb begrepen heeft de baas van die supermarkt de mevrouw gegarandeerd dat de onderhavige caissière zal worden aangesproken, waarmee de kwestie dus hopelijk in deze supermarkt is opgelost. Maar, hoewel ik van geen kant over profetische gaven beschik, vermoed ik toch dat op korte termijn er een oproep zal komen om niet meer te kopen bij supermarkten die producten uit Israël verkopen.

Wat voor een enorm fijn en dankbaar gevoel maakt zich dan meester van mij als ik terugdenk aan donderdagavond toen de ambassadeur van Israël een bijeenkomst organiseerde om Kees van der Staaij en Gert-Jan Segers te danken voor hun bijna onnavolgbare inzet voor Israël en tegen antisemitisme. Twee vrienden van de Joodse gemeenschap werden in het Israelisch-Joodse zonnetje gezet nu ze beiden de politiek verlaten.

Maar nu ben ik dus in Krakau, op uitnodiging van de lokale rabbijn, als gastspreker. Het was een geweldige sjabbat. Een stampvolle sjoel die leek op een treinstation. De rabbijn noemt zijn gemeente een treinstation omdat hij, naast de lokale Joodse inwoners van Krakau, dagelijks vele chassidische Joden in zijn sjoel mag verwelkomen. Krakau was eens een van de meest bloeiende Joodse gemeentes van Europa, bron van vroomheid en Thorastudie. Graven van vele Joodse geleerden worden bezocht. Maar Krakau ligt ook niet ver van Auschwitz. Ook Auschwitz wordt door velen bezocht, om educatieve redenen, maar ook om te dawenen, te bidden, voor de zes miljoen die geen graf konden krijgen.

De sjabbat was geweldig. Een stampvolle sjoel, vrijdagavond vol huis bij de rabbijn, na een zingende en inspirerende sjoeldienst, en sjabbat overdag een non-stop sjoelgebeuren van negen uur tot na nacht. Dawenen, zingen, mijn toespraken, uitgebreide kiddoesj, tjolant en gefilte fish.

De rabbijn heeft ons vanochtend uitgebreid bedankt voor onze bijdrage aan deze speciale sjabbat. Maar ik wilde van geen bedanken horen! Blouma en ik voelden veel meer dat wij hem moesten bedanken voor de enorme gastvrijheid.

We vertrekken dadelijk na eerst een wandeltoer langs de Joodse bezienswaardigheden te hebben gedaan. Neen, we gaan nog niet terug naar Nederland, maar naar een ander hotel in Krakau waar morgenochtend een congres zal plaatsvinden voor politici uit de EU. Maandag lezingen en dinsdag Auschwitz.

O ja, halverwege de sjoeldienst op sjabbatochtend kwam een van de beveiligers aankondigen dat er vijftig bussen verwacht werden in Krakau met deelnemers aan een pro-Palestijnse demonstratie. Advies, om vooral voorzichtig te zijn als we op straat lopen. Het kwam dus goed uit dat we de hele dag in sjoel waren. Overigens legde de beveiliger uit dat de politie de vijftig bussen de toegang tot Krakau wilde ontzeggen, in de hoogste staat van paraatheid was en dat we dus niet bang hoefden te zijn, hetgeen ik ook absoluut niet van plan was!

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere

Dagboek van de Opperrabbijn van 17 jan. 2024 

Het is woensdag 17 januari en de klok geeft aan dat het 5:16 uur is in de vroege ochtend. Ja, ik ben al helemaal wakker en ben volledig (bijna) uitgeslapen. Het is nog te vroeg voor het ochtendgebed en te laat om weer naar bed te gaan. En dus begin ik maar vast aan mijn dagboek om dan tegen het eind van mijn dagboek-woensdag de rest te eindigen. Iedere woensdag en iedere zondag geeft mijn agenda een reminder dat ik een dagboek moet schrijven. Dit naast de 3 x per maand NIW- column en de (onregelmatige) toespraken die ik moet voorbereiden, zoals voor vanmiddag. Vanmiddag word ik in de sjoel van Arnhem verwacht vanwege de Dag van het Jodendom, georganiseerd door de Rooms Katholieke Kerk. Kardinaal Eijk zal ook het woord voeren, uiteraard David Simon, voorzitter van de Joodse Gemeente Arnhem, en het geheel zal muzikaal omlijst worden door chazan Sacha van Ravenswade. Omdat ik maar10 minuten spreektijd heb en het niet op de seconde zal aankomen, ga ik geen toespraak op papier zetten, maar wil ik a l’improviste spreken. Dat heeft z’n voor en z’n tegen. Voor is dat zo’n toespraak beter en spontaner overkomt. Nadeel is wel dat het kan gebeuren dat ik na afloop niet helemaal gezegd heb wat ik had willen vertellen en het zou ook zomaar kunnen zijn dat ik minder dan de toebedeelde 10 minuten van me laat horen of, en dit ligt meer in de lijn der verwachting, dat ik te lang spreek. Wat is overigens te lang als mensen aandachtig luisteren?  

To the point: de laatste dagen ben ik me aan het oriënteren over LinkedIn. Moet ik daar wel of niet aan meedoen? En wat met Twitter? Ik zit dus al op www.niw.nl, op facebook van Joods bij de EO, op mijn eigen facebook, dat door mijn vrijwillige PR-man in Maastricht wordt beheerd, bij www.cvandaag.nl, de grootste christelijke website in Nederland, en af en toe publiceert ook Christenen voor Israël mijn verhaal op hun website.   

Doordat rabbijn Evers met pensioen is en dus zijn drie uur per week ondersteuning zijn weggevallen, krijg ik gratis zijn drie uur op mijn rabbinale bordje en was ik daarom eergisteren een knap aantal uren bezig met steenhouwerijen en nabestaanden om teksten te vervaardigen voor een aantal matsewot, grafzerken. Het mooie van zo’n klus is het pastorale contact dat je krijgt met de familie. Ik mag dan, als onderdeel van het rouwproces, tot steun zijn. Onderschat overigens niet het aantal uren dat zo’n klus, het maken van de tekst en de aanlevering aan de steenhouwer, omvat. Ik zou het monnikenwerk kunnen noemen, ware het niet dat monnikenwerk niet erg past bij een Joodse rabbijn. Joodse Rabbijn? Bestaan er dan ook niet-joodse rabbijnen, hoor ik u denken… 

 

Maar alvorens ik, nu we het toch hebben over monniken, aan het eind van deze dagboek-woensdag ga schrijven over de Rooms Katholieke Dag van het Jodendom, wil ik mijn aanwezigheid, gisteravond, vermelden bij de Raadsvergadering van de Gemeente Amersfoort.  

Aan de orde was: de Ontrechting Joodse Inwoners. Hoewel ik niet dagelijks raadsvergaderingen, bijwoon, voelde ik dat ik, nadat ik was uitgenodigd door B&W, min of meer verplicht was om aanwezig te zijn bij de behandeling van het onderzoek over de opstelling van B&W-Amersfoort in de oorlogsjaren ’40-’45. De ontvangst die de voorzitter van de Joodse Gemeente, die me begeleidde, en ik ontvingen was bijzonder. Beiden kregen we op de publieke tribune als enigen een naambordje voor ons geplaatst en vervolgens werden we, met bijbehorend naambordje, door een van de wethouders, na uitgebreid welkom te zijn geheten, verplaatst naar de tafel waaraan B&W zelf zaten. Uit de presentatie van het onderzoek “Ontrechting Joodse inwoners” bleek duidelijk dat de opstelling van burgemeesters en wethouders in Amersfoort niet anders was dan die van B&W in andere Nederlandse gemeenten, niet goed dus. Sonja de Leeuw, voorzitter van de begeleidingscommissie van het onderzoek, koppelde het onderzoek aan het opkomend antisemitisme en aan het belang van onderwijs op school en elders. Ik schrijf bewust ‘en elders’, want het is toch van de zotten dat recentelijk in een supermarkt een Joodse man van de kassière te horen kreeg ‘from the river to the sea…’ in plaats van ‘dank u wel dat u uw boodschappen weer bij ons heeft gedaan’. Dat door de Gemeente op onderwijs en voorlichting moet worden ingezet, werd duidelijk en werd ook algemeen aanvaard. Het kan niet zo zijn dat de geschiedenis over de Tweede Wereldoorlog,  de moord op zes miljoen Joden en het opkomend antisemitisme niet meer vermeld mogen worden, omdat een aantal nieuwe Nederlanders hierover niets wil horen. 

Het is nu bijna bedtijd. Van 20:30 tot 21:15 uur heb ik door een deskundige les  gekregen hoe ik moet omgaan met LinkedIn en als ik mijn les goed heb geleerd ben ik vanaf vandaag ook op LinkedIn te volgen. Hoe  ik te volgen ben is me nog niet helemaal duidelijk. Om 21:30 uur kwam Roger van Oordt langs. Deze keer geen overleg over pro-Israël demonstraties of over iets anders Israël betreffende, maar gewoon voor mijn/onze dagelijkse gezondheids-snel-wandeling. Maar alvorens ik, na de wandeling, mijn bed induik: verslag van de indrukwekkende Dag van Het Jodendom in synagoge Arnhem. Meer dan 130 deelnemers vanuit de Joodse gemeenschap en vanuit de Katholieke kerk. In de bank voor de biema zaten zowaar drie religies broederlijk naast elkaar: de Rooms Katholieke kardinaal Eijk, de Islamitische burgemeester Marcouch en de Joodse opperrabbijn Jacobs. Het was een imponerende bijeenkomst. Er werd niet weggekeken van het opkomend antisemitisme, er was chazzanoet, versnaperingen voor de inwendige mens en vooral een sfeer van broederlijke saamhorigheid. De kardinaal vermeldde in zijn knappe en indrukwekkende toespraak twee gevallen van heldendom. Katholieken die in het verzet zaten, gepakt werden en vermoord. Nog niet zolang geleden werden ze onderscheiden door Yad Vashem en prijken hun namen in de muur van Yad Vashem tussen de Rechtvaardigen onder de Volkeren. Maar tegelijk gaf Eijk ook aan dat vele katholieken de verkeerde weg hadden bewandeld, verraad hadden gepleegd en zelfs als katholiek bij de SS hadden gezeten, actieve moordenaars dus! Er ging van hem een harde waarschuwing uit, een oproep tot alertheid. 

 

Inmiddels 22:50 uur. Ik wil graag kennismaken met mijn bed, maar net toen ik dat idee in praktijk wilde brengen, een telefoontje! Een mij onbekende man wil op aliya naar Israël. Hij vermoedt dat hij een Joodse oma heeft van moeders kant. Bewijzen zijn er niet, woonplaatsen onbekend en ook de namen zijn niet helemaal duidelijk. Ik geef beleefd aan dat ik erg moe ben en het inmiddels al bijna 23:00 uur is. Maar, zo zei de man, hij zou het kort houden. Nou is kort een relatief begrip. Wat voor de een kort is, is voor de ander erg lang. Iedere vraag die ik stelde om zijn Jodendom te kunnen achterhalen, kostte hem een nachtmerrie aan antwoord-tijd. Ik voelde geïrriteerdheid opkomen, wilde bijna de hoorn gewoon op tafel leggen, hem gewoon laten doorkletsen en ondertussen naar bed gaan. Maar ik realiseerde me toen dat de taak van een rabbijn voor een zeer hoog percentage uit luisteren bestaat, ook als hij er zelf oververmoeid van dreigt te worden…  

 

Kardinaal Eijk en bisschop Woorts: dank voor deze inspirerende Dag van het Jodendom. 

 

 

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het  

Joods Cultureel Kwartier.  

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl . 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 14 jan. 2024

Mijn korte wintervakantie in Engeland had ik met een dag verkort om aanwezig te kunnen zijn bij de pro-Israël demonstratie, donderdag jl., voor het Vredespaleis in Den Haag. Omdat ik nou eenmaal uitsluitend nuttig bezig wil zijn heb ik een balans opgemaakt. Maar alvorens mijn nuttigheidsrendement met u te delen, hoor ik u vragen: moet alles dan nuttig zijn? Mijn antwoord: absoluut! Het antwoord  ‘als je maar gelukkig bent ‘ en ‘als je maar gezond bent’ zijn mijns inziens betrekkelijk, want het moge dan zeker zo zijn dat gezondheid en geluk ontzettend belangrijk zijn en van de Joodse wet topprioriteit vereisen, zijn toch geluk en gezondheid geen doel, maar middel. Het doel dat de Thora van ons mensen verlangt,  is om een goed en vroom mens te zijn. Het middel om dat hoge doel te bereiken zijn gezondheid, geluk en voorspoed.

Dus, terug naar de vraag: was het achteraf bezien de moeite waard geweest om mijn korte Engeland-afwezigheid met een dag te verkorten om in Den Haag te demonstreren? Antwoord: ja!

Christenen voor Israël hadden een paar duizend van hun mensen opgetrommeld om naar Den Haag te komen, bussen vanuit heel Nederland ingezet, een geweldige publiciteit verzorgd. Natuurlijk hadden ze mijn afwezigheid geaccepteerd en een demonstrant meer of minder maakt op zichzelf ook niet uit, maar toch werd mijn aanwezigheid, juist omdat ik hiervoor uit mijn weg moest gaan (letterlijk dus), erg gewaardeerd. En die waardering komt hen toe. Maar, ook naar de familieleden van de gegijzelden die speciaal uit Israël waren gekomen, hadden mijn aanwezigheid, de handdruk, het bekijken van de foto van hun gegijzelde familie, mijn hoed en mijn baard een functie. En ook de Nederlands Joodse gemeenschap waardeerde de aanwezigheid van hun rabbijnen. De talloze positieve reacties die ik mocht ontvangen, getuigen hiervan. Overigens ontving ik ook een felle kritische e-mail over de aanwezigheid van drie zwaar bebaarde ‘collega’s’ die bij de NOS (uiteraard!) een uiterst zichtbare exposure kregen en mochten uitleggen in een videoboodschap dat de Staat Israël niet deugt en schuldig is aan massacre en vanuit Thora-oogpunt überhaupt geen bestaansrecht heeft. Beste lezer van mijn dagboek: weet dat deze drie malloten (de titel schurken wil ik ze niet eens toebedelen en rabbijnen zijn ze ook al niet!), nergens binnen de mondiale Joodse gemeenschap worden geaccepteerd. U moet het meer zien als drie dorpsgekken. Iedere plaats en iedere gemeenschap heeft, bijna per definitie, zo’n malloot. Wij, de Joodse gemeenschap, blijken er dus drie te hebben. Ik wens ze vanaf dit dagboek: een spoedig en volledig herstel! En mochten ze onderdak zoeken, want ze zijn niet in Nederland woonachtig, een Ander Joods Geluid zal blij met ze zijn en ze met open armen ontvangen, zo ze dat al niet hebben gedaan.

Wat mij stoorde bij de demonstratie was de wachttijd. Halverwege de langzame wandeling stonden we plotseling stil. Omdat ik vooraan liep in de stoet had ik de gelegenheid om aan de politie te vragen waarom we om de haverklap moesten stoppen. Schuldig bleken pro-Palestijnse demonstranten die steeds weer in kleine groepjes vanuit zijstraatjes opdoken op plaatsen waar ze zich niet mochten bevinden. Gezag voor politie die ze verzocht te verdwijnen, hadden ze niet. En dus wilde de politie, omwille van onze veiligheid, dat we stopten totdat bij onze politie het sein veilig was binnengekomen. Een kort overleg tussen Ronnie Naftaniel , de voormalige CIDI man, en mijn persoon leidde ertoe dat we ons even losmaakten van de stilstaande stoet en ons wendden tot de politie met de klacht dat het van de zotten is dat ons tempo niet door onszelf en niet door de politie wordt bepaald, maar door anti-Israël figuren die weigeren gezag te accepteren. Wij hadden vergunning om te demonstreren en volgenden braaf de juiste weg en hielden ons aan de voorgeschreven tijd. We maakten de politie duidelijk dat het nu genoeg was, dat we lang genoeg in de ijzige kou hadden stilgestaan, wij riepen de stoet op om verder te lopen en lieten de politie weten dat als ze het daarmee oneens waren ze de oproerpolitie mochten sturen om ons in bedwang te houden. Qua publiciteit, aandacht voor de Israël- zaak, zou wat oproerpolitie geen kwaad kunnen. Onze duidelijke boodschap kwam over en de stoet trok verder.

Wat hier gebeurde is symbolisch voor de Nederlandse aanpak. Omdat de anti-Israël demonstranten dreigen, brullen en openlijk weigeren het gezag te aanvaarden, krijgen ze de aandacht waarop ze menen recht te hebben en gezien wij Joden qua volume maar een piepklein groepje zijn, moeten wij te pas en vooral ook te onpas, het onderspit delven.

Vele e-mails, kaarten met steunbetuigingen en bemoedigende woorden bereiken mij persoonlijk, de synagogen en de Joodse Gemeenten. Maar dat zijn de uitzonderingen die zich losrukken van de grote kudde, de kudde die, naar ik vrees, meer en meer de verkeerde weg inslaat. Uiteindelijk zal het kwaad vernietigd worden, Israël heeft geen andere keus, maar tot dat moment…ik houd mijn Joodse adem in! Piraterij, die ik uit spannende verhalenboekjes kende, wordt het normaal. Roversbenden bepalen het wereldbeeld. Wie tegen wie strijdt is niet meer te vatten. De wereld staat op z’n kop en Israël zal wel van alles de schuld krijgen, waarom ook niet!

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

Dagboek van de Opperrabbijn 10 januari 2024

Omdat ik in Londen was voor de jaartijd van onze oudste zoon Yisrolik zl., die drie jaar geleden is overleden en in Londen, zijn geboorte- en woonplaats, is begraven, heb ik een dagboek overgeslagen, waarvoor, mocht u het bemerkt hebben, mijn excuus. We zijn uiteraard bij zijn graf geweest en zijn weduwe, onze schoondochter, bezocht. Het gaf een erg goed en dankbaar gevoel dat Franklin de Liever, die bijna 30 jaar bestuurder/secretaris was  van de Joodse Gemeente Amersfoort, van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat en lid van de Centrale Commissie van het Ned. Israëlitische Kerkgenootschap, ons op zijn sterfdag een warme en persoonlijke whatsapp stuurde als teken van medeleven. Franklin: geweldig bedankt. Hoewel je geen secretaris meer bent, ben je het kennelijk toch wel in geest  gebleven en toon je, zoals altijd, begrip voor gevoelens en ben je een expert in het vinden van de juiste woorden.

In Londen ontmoette Blouma een nicht en die nicht had een aangetrouwd nichtje ontmoet die haar vertelde dat tijdens de oorlog haar opa lid was van het Joods Begrafeniswezen in Leningrad. Die opa, die uiteraard al lang geleden was overleden, wist zich te herinneren dat hij de grootouders van Blouma persoonlijk had begraven op een Joodse begraafplaats. Helaas is er nergens vastgelegd waar hun graven zijn. Het was oorlog, het waren temperaturen diep onder het vriespunt, Leningrad was omsingeld door de Nazi’s, in Leningrad zelf vierde het communisme hoogtij en de hongersnood eiste zijn dagelijkse tol. Die emotionele herinnering was zo’n dertig jaar geleden opgenomen op een tape. Maar die tape is nooit in een archief beland,  maar zoekgeraakt bij een verhuizing.

Hoewel ik ook regelmatig te maken heb met archieven van Joodse Gemeenten van voor de oorlog die verdwenen zijn, zijn er ook nog veel archieven die de oorlog hebben overleefd. Hoe wordt hiermee omgegaan? Weten we überhaupt waar die archieven zijn? Vaak bestaat de Joodse Gemeente niet meer. En wat met het archief van mijn gewaardeerde voorganger opperrabbijn Berlinger zl. en met mijn eigen archief dat over een paar jaar ook al 50 jaar oud zal zijn? Archieven zijn er niet alleen voor het verleden, maar vaak nog meer voor de toekomst. Regelmatig word ik geconfronteerd met kleinkinderen die op het sterfbed van hun oma hebben vernomen dat oma Joods was maar niet wilde dat haar nazaten ook in Auschwitz zouden belanden…

Archivering! Zorgvuldig omgaan met gegevens uit het verleden. Niet alleen voor de interessante historie van toen, maar nog veel vaker ter bevestiging van de eigen identiteit van morgen. Hij/zij voelt zich Joods, zoekt, weet het niet zeker en vraagt het zich af. Als ik dan, na meters en weken speurwerk, een rabbinale verklaring kan afgeven dat het Joodse gevoel niet uitsluitend een gevoelskwestie is, maar de realiteit, dan zie ik hoe de zoekende zich als herboren voelt en mijn bevestiging van onschatbare emotionele waarde is. Hij/zij is nu geen zoekende meer, maar is wat hij hoopte te zijn. Reden dat het fenomeen bij mij boven komt? Ik maak me ernstige zorgen over de onzorgvuldigheid waarmee er mijns inziens wordt omgegaan met het papieren verleden. Kijk naar de toekomst, is de slogan. Terecht! Maar een heden zonder verleden bestaat niet!

De bedoeling was dat we donderdag zouden terugvaren vanaf Harwich naar Hoek van Holland, maar vanwege de rechtszaak in Den Haag die is aangespannen tegen Israël door Zuid-Afrika, is mij vanuit Israël en vanuit Nijkerk verzocht om woensdag terug te varen opdat  ik donderdag ook aanwezig kan zijn in Den Haag bij de pro-Israël demonstratie georganiseerd door Christenen voor Israël en CIDI. Met pro-Israël bedoel ik eigenlijk niet alleen een ongenuanceerd  pro-Israël,  maar veel meer een pro-vrede, sjalom, voor iedereen en dus een uitroeiing van het ultieme kwaad, Hamas, of, nog beter: dat het kwaad zichzelf zal mogen veranderen in goed.  Het lijkt ondenkbaar, maar heel soms blijkt het onvoorstelbare toch te bestaan.  Want zo’n verandering, de vijand die vriend wordt, zou de prachtigste oplossing zijn!  

Een dag eerder dan voorgenomen zit ik nu op zee, zonder telefoonverbinding, maar wel met mijn off-line computer dit dagboek te schrijven.

Wat ik heb meegenomen uit Londen (behalve koosjere etenswaren)? Op straat in de Joodse wijk groet iedereen elkaar. Vroom, vrij, Joods en niet-joods. Er is sinds 7 oktober iets ontstaan. Mensen die bij elkaar in de straat woonden maar niet tot dezelfde sjoel behoorden of überhaupt niet Joods waren, liepen voordien vaak langs elkaar heen. Maar 7 oktober heeft kennelijk iets losgemaakt, wat dus wel aanwezig was, maar latent. Iedereen groet elkaar! Maar ook in Nederland, in mijn eigen woonplaats, word ik niet uitsluitend vaker nagescholden of regelmatiger nagetoeterd door passerende auto’s. Vanuit de niet Joodse gemeenschap klinkt veel en veel vaker na 7 oktober een warm en oprecht sjalom: we staan achter jullie! En binnen de Joodse gemeenschap lijken verschillen tussen vrij en vroom plotsklaps (bijna) verdwenen.

Maar toch is de situatie verre van rooskleurig, ondanks deze lichtpuntjes.

De lijfspreuk van onze zoon, die ook op zijn matsewa, zijn grafzerk, staat vermeld, luidde: “Tracht gut wett zaijn gut – Positief denken werpt uiteindelijk vruchten af”.

Gedurende de coronatijd begon opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 3 januari 2024

“Op dinsdagavond 26 december 2023 plaatsten we in het liveblog over de oorlog tussen Israël en Hamas een kort bericht over beschuldigingen die Hamas doet aan het adres van Israël, over “orgaandiefstal van 80 lichamen”. Daarvoor is geen bewijs, en het bericht had niet op deze manier gepubliceerd moeten worden. Het miste (historische) context en uitleg, en voldeed daarom niet aan onze eigen kwaliteitseisen”, aldus las ik op de website van de NOS. Fijn dat de NOS tot inzicht is gekomen dat ze Israël valselijk hadden beschuldigd, maar ondertussen was het kwaad natuurlijk wel al geschied en de beeldvorming bepaald of, zo u wilt, bevestigd.

Nou is Israël ver weg en daarom raakt mij dit moderne bloedsprookje minder en zal ik het waarschijnlijk sneller vergeten dan het soortgelijke bloedsprookje van zo’n vijftien jaar geleden, letterlijk bij mij voor de deur. Terwijl ik mijn auto aan het uitladen ben zie ik aan de overkant een Marokkaanse vrouw van een jaar of veertig een brullend jongetje in de houdgreep houden. Het knaapje huilt het uit en wordt, al brullend, de straat over gesleept om naast mijn auto te arriveren. ‘Je hoeft niet bang te zijn, deze opa gaat je ogen niet uitsteken!’ Nog even los van de belediging dat ik, hoewel nog nauwelijks de zestig gepasseerd, door een wildvreemde vrouw opa werd genoemd, begreep ik even niets van de opmerking over ‘ogen uitsteken’. Maar de vrouw legde het uit, terwijl ze het gillende doodsbange kind krachtig bleef vasthouden. ‘Dit jongetje is wijsgemaakt dat u, omdat u Jood bent, zijn ogen wilt uitsteken om die te geven aan blinde Joodse kinderen in Israël’ En toen wendde ze zich tot het angstige jongetje: ‘Zie je wel, die meneer doet je helemaal niets’. Fijn dat deze Marokkaanse vrouw letterlijk ingreep om het op een door de Nederlandse Overheid gesubsidieerde school opgroeiende jongetje, te corrigeren. Nou wist ik natuurlijk niet of deze variant van het bloedsprookje op school werd verteld of alleen maar thuis, maar het speelde zich wel af gewoon voor mijn eigen veilige huis. Vormt dit doodsbange knaapje de top van de Nederlandse antisemitische/antizionistische hooiberg of behoort hij tot de uitzonderingen? Ik hoop dat ik het niet weet.

Wat ik wel weet is dat ik oudejaarsnacht langer ben opgebleven dan voorgaande jaren om de beeldschermen, die iedere activiteit rondom mijn huis weergeven, goed in de gaten te houden. Hoewel het woord angst in mijn vocabulaire nauwelijks voorkomt, is alertheid in mij sterk vertegenwoordigd. Mijn brievenbus hadden we vanwege de op handen zijnde feestelijkheden al aan het begin van de avond stevig dichtgeplakt. De coniferen, die lang geleden op oudejaarsavond in brand waren gestoken, waren allang vervangen door een veilige schutting. Het houten hek, dat eens, onder het uitroepen van ‘Joden, Joden’ even na middernacht op Oudejaarsavond in mekaar werd getrapt, was al bijna eeuwen geleden door een sterk onverwoestbaar metalen hek vervangen.

Na zonder problemen de oudejaarsnacht te hebben overleefd, werd het vervolgens Nieuwjaarsdag en mocht ik weer plaatsnemen in de tuin voor de synagoge van Apeldoorn om, gelijk andere jaren, de deelnemers aan de Wandeling voor de Vrede toe te spreken. Ik schat een kleine honderdvijftig deelnemers liepen langs kerk, moskee en synagoge. Die wandeltocht aanschouwen was fijn. Mensen die in alle stilte zonder opruiende vlaggen gewoon demonstreerden tegen iedere oorlog en voor vrede “voor al Uw schepselen”.

Ondertussen vernam ik van een bekladding op de Gedachtenisruimte van de Stichting Oktober 44 in Putten. Zeshonderd negenenvijftig mannen werden in oktober 1944 bij een razzia in Putten van de straat geplukt, in eerste instantie afgevoerd naar Kamp Amersfoort en van daaruit naar Neuengamme. Het was een represaille voor een door het verzet uitgevoerde aanslag op een hoge SS’er. Slechts enkelen overleefden. De bekladding bestond uit de woorden “7 oktober ‘23 en een Davidster”.

De directeur van CIDI reageerde als volgt: “Ik kan het geen antisemitisme noemen, want ik vind het maar een cryptische bekladding. Wat is nou de boodschap?” Voorop gesteld dat ik CIDI buitengewoon waardeer en de inzet van directeur Naomi Mestrum gewoon goed vind, ben ik het toch hier even niet eens met Naomi (Naomi, excuus, is niet persoonlijk bedoeld!). Terecht is de rationele constatering dat de afschuwelijke razzia in Putten in 1944 niets van doen heeft met 7 oktober. Maar bekend is toch het grapje: Wie is er schuldig, de lantaarnpaal of de Jood? Reactie: Hoezo lantaarnpaal? Dat er geen enkel logisch verband bestaat tussen de afschuwelijke razzia en 7 oktober moge duidelijk zijn. Maar: antisemitisme is geen logisch beredeneerbare kwaal. Is het logisch dat op 12 november bij de jaarlijkse herdenking in Arnhem van de deporatie van de Arnhemse Joden dit jaar de scholen niet deelnamen vanwege 7 oktober 2023? En is het acceptabel dat de onthulling van Stolpersteine in Coevorden werden uitgesteld vanwege 7 oktober 2023? En…en…! Enfin, ik heb meteen gebeld naar de Stichting Gedachtenisruimte oktober ’44 en aangekondigd om dinsdagochtend naar de Gedachtenisruimte te komen louter en alleen om mijn medeleven te betuigen, niet meer en niet minder. Mijn aanwezigheid kwam over, werd gewaardeerd, kreeg lokale, provinciale en zelfs landelijke aandacht. Of de bekladding voor of tegen Hamas was, is niet duidelijk. Maar mijn aanwezigheid werd beleefd en was bedoeld als een bezoek aan een rouwende familie.

Het is een Joods gebruik om altijd met iets positiefs te eindigen. Het positieve trof ik een dezer dagen in de supermarkt. Blouma en ik deden inkopen. Dat wil zeggen Blouma deed de inkopen en ik duwde braaf het karretje. Komt er een Marokkaan naar me toe met een warme sjalom. Hij moest me even vertellen dat hij walgt van Hamas, dat hij in Marokko prima banden had met de Joden en dat de inwoners van Gaza gegijzeld worden door de terreur van Hamas. Zijn sjalom was oprecht gemeend en gaf mij toch nog een sprankje hoop. Ook in de Wandeling voor de Vrede liep een Iman mee die speciaal de stoet verliet om mij de hand te schudden en een warm sjalom uitsprak. En de journalisten en fotografen die aanwezig waren in de Gedachtenisruimte in Putten stonden ook pal achter Israël en walgden net zozeer van Hamas als die Marokkaan in de supermarkt en de Marokkaanse vrouw die dat knaapje in de houdgreep hield.  Binyomin, zei ik tegen mezelf, heb ook oog voor de talrijke positieve lichtpunten…

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 31 dec. 2023

“Wajechie is de laatste Sidra van Bereesjiet-Genesis, het eerste boek van de Thora, de vijf boeken Mozes. Voordat de laatste zin in de synagoge op sjabbat wordt voorgelezen door de Ba’al Koree, de voorzanger, staan alle aanwezigen op, en nadat de voorzanger de laatste zin heeft gelaajnd, voorgelezen, roepen alle aanwezigen met luide stem: ‘Chazak, chazak wenitchazeek – Wees sterk, wees sterk en mogen wij gesterkt worden.’ Hoewel deze drie woorden ook bij de beëindiging van de andere vier boeken Mozes worden uitgeroepen, is dit dus de eerste keer en mogen we de vraag stellen waarom we dit zeggen? Hebben we dan specifiek nu extra kracht nodig en zo ja, waarvoor dan? En waarom zeggen we dit niet iedere week na iedere Sidra, na iedere Thora voorlezing?

De Thora heeft eeuwigheidswaarde

Het boek Bereesjiet, Genesis, is het boek van de aartsvaders Awraham, Jitschak en Ja’akov. Sjemot, Exodus, het tweede boek, behandelt de slavernij in Egypte en ook de bevrijding uit die slavernij, die 210 jaar zou gaan duren. Het Joodse volk zal een bittere ballingschap moeten gaan beleven. ‘De daden van de voorouders zijn een teken voor de nazaten,’ leren we in de Spreuken der Vaderen. Hiermee wordt niet alleen bedoeld dat de daden van onze Aartsvaders (en Aartsmoeders) slechts een soort richtingwijzer zijn voor de nazaten, maar hun daden geven ook aan de nazaten kracht om door het leven te gaan en de hobbels die ieder op zijn of haar levensweg tegenkomt, ongeschonden te kunnen nemen.

Het Joodse volk staat aan het begin van een bittere en zware tijd. Een slavernij met vele beproevingen, verdriet en valkuilen. Zullen we dit aankunnen, vroegen de Joden zich af. Ze wisten dat ze een slavernij zouden moeten doorstaan, omdat G’d dat al aan Awraham had aangekondigd. En ook was hen bekend dat ze uiteindelijk met rijkdom die slavernij zouden verlaten. Toch was de kennis over die duistere toekomst geen sinecure. Ze zagen de toekomst dreigend op zich afkomen. Dat er licht aan het einde van de tunnel zou zijn, betekende op dat moment niet zoveel, want de tocht door de tunnel zou eeuwen duren… Maar juist op dat moment wisten ze zich óók gesterkt door de wetenschap dat de Aartsvaders hen de kracht hadden gegeven om tegen de beproevingen opgewassen te zijn.

De Thora heeft eeuwigheidswaarde. ‘Wees sterk, wees sterk en mogen wij gesterkt worden,’ gold dus niet uitsluitend voor de toenmalige generatie, die aan de vooravond van de Egyptische slavernij stond. Door de eeuwen heen heeft het Joodse volk vele ballingschappen moeten doorstaan. Vele keren stonden ze aan de vooravond van een nieuwe, onbekende ballingschap. Steeds weer waren ze ervan overtuigd dat uiteindelijk ook aan die ballingschap weer een eind zou komen.

Ook als individu maak ik ballingschappen mee; moeizame perioden in het leven. Hoe kijk ik tegen de voor mij liggende ballingschap aan? Ontken ik dat die eraan komt? Raak ik in paniek? Word ik suïcidaal? Genesis begint met de meest essentiële levensles. Een levensles die letterlijk van vitaal belang is. Die les is dat we, voordat we proberen te begrijpen, er eerst van doordrongen dienen te zijn dat we niet alles kúnnen vatten. Een ballingschap, lijden, pijn en verdriet kunnen wij mensen niet vatten. En daarbij dienen we ervan doordrongen te zijn dat al wat van Boven komt in essentie goed is, ook als we er geen touw aan vast kunnen knopen. En die kracht, om ondanks alles toch te aanvaarden, hebben wij van onze voorouders Awraham, Jitschak en Ja’akov meegekregen.”

Enige jaren geleden verscheen “Rab&Rik”. Rab ben ik. Rik is de baas van www.cvandaag.nl, de grootste christelijke website van Nederland. Rik en ik zijn, jaren geleden, samen in Oekraïne en in Israël geweest en zodoende kennen we elkaar en, na een aantal keren samen een lezing te hebben gegeven, is het boek Rab&Rik ontstaan. Als u wilt weten wat Rab&Rik is, gewoon even googelen!

Afgelopen sjabbat las ik even uit eigen werken, zoals dat zo mooi klinkt, en zie: bovenstaande tekst verscheen. Wat ik beoogde met Rab&Rik was om aan te tonen dat alle verhalen, geschiedenissen, wetten en gebruiken die in de Thora staan te allen tijde actueel zijn. En als er geen praktische actualiteit is dan is er op z’n minst een theoretische betekenis die voor ieder mens in iedere situatie een levensles bevat. Met andere woorden:

De Thora heeft eeuwigheidswaarde.

De eeuwigheidswaarde die ik in bovenstaande Rab&Rik verwoordde, werd door mij gebracht in de vorm van een belangrijke levensles. In de Thora was er sprake van dat het Joodse volk fysiek aan de vooravond stond van 210 jaar slavernij in Egypte. Gezien er, toen ik Rab&Rik schreef, geen sprake was van een moeizame periode voor het Joodse volk als geheel, vertaalde ik de Egyptische slavernij naar de beproevingen die ieder mens in zijn persoonlijke dagelijkse leven kan ontmoeten. Van echte slavernij was bij het schrijven van Rab&Rik toentertijd totaal geen sprake!

Maar, zo vroeg ik me, hoe zit dat nu, anno 2024? Heeft de slavernij in Egypte nog een theoretische vertaalslag nodig om de eeuwigheidswaarde aan te tonen? Of krijgt die slavernij gewoon weer een pijnlijke fysieke betekenis, nu het antizionisme en antisemitisme weelderig bloeien? Het is een retorische vraag die ik u ter overdenking voorleg. Ik verwacht geen antwoord!

Maar wat uw antwoord ook moge zijn. Of we nu Hamas wel of niet vergelijken met de Bijbelse Egyptenaren: uiteindelijk volgde er na de slavernij in Egypte een gigantische overwinning en wisten de Joden zich gesterkt door de kracht van onze Aartsvaders die er door de eeuwen heen voor zorgden dat Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft en  altijd overleefd.

Mocht u Rab&Rik in uw boekenkast willen hebben: Uitgeverij Gideon zal het u graag toesturen. (Sluikreclame! Hoewel: sluik?)

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 27 december

“ Het laten vollopen van de tunnels zou de culturele expressies en de praktijken van het Gazaanse volk, zoals kunst, literatuur en folklore die geïnspireerd worden door de tunnels, kunnen raken”, aldus de VN-mensenrechtenraad. U leest het goed ! De tunnels zijn, volgens de Verenigde Naties, een culturele expressie van het Gazaanse volk! Ik vroeg me af, dit gelezen hebbend:

Hoe zot kunnen we het maken?

Maar waarom zou ik me verbazen over een uitspraak van de Verenigde Naties, als ik ook gewoon thuis, in mijn eigen vaderland, met zotheid word geconfronteerd. Een christelijk dagblad (om misverstand te voorkomen: niet het RD-Reformatorisch Dagblad) schrijft dat het totale dodental in Gaza sinds 7 oktober 20.258 bedraagt en dat de meeste slachtoffers vrouwen en kinderen zijn en dat dit getal afkomstig is van het Ministerie van Gezondheidszorg in Gaza. Mocht de (christelijke) lezer zich afvragen hoe betrouwbaar dit getal is, dan wordt die twijfel ter plekke, in hetzelfde artikel dus, ontzenuwd met de volgende woorden: De cijfers van het ministerie (van Hamas) worden over het algemeen als betrouwbaar gezien.

In dezelfde krant lees ik ook dat de woordvoerder van het Israëlische leger heeft bekendgemaakt dat de lichamen van vijf gijzelaars door Israëlische soldaten zijn gevonden in een van de tunnels. Voor het geval de (christelijke) lezer aan de betrouwbaarheid van dit getal twijfelt, wordt er ter plekke aangegeven dat dit getal niet onafhankelijk kan worden geverifieerd.  

U leest het goed: informatie vanuit de Hamas-hoek is koosjer, maar voor de betrouwbaarheid van informatie uit Israël kan geen koosjer-certificaat worden afgegeven.

Hoe zot kunnen we het maken?

 

Maar er was nog iets dat, zachtjes uitgedrukt, op mij nogal vreemd overkwam.  Een katholieke priester had met kerstmis in het bekende Bethlehemse stalletje het kindeke neergelegd met twee mama’s in plaats van een papa en een mama, om te tonen, zo gaf de geestelijke aan, dat het gebruikelijke gezin, uitsluitend bestaande uit een papa en een mama, niet meer van deze tijd is en dat alternatieve gezinssamenstellingen ook van G’ds wege geoorloofd zijn. Ook hier vroeg ik me af:

Hoe zot kunnen we het maken?

En toch ligt dit laatste geval anders dan de door mij eerder vermelde zotheden. Ik geloof heilig dat het papa-mama gezin de hoeksteen is van onze samenleving. Ik vind het gender-gedoe van de zotten en zo zijn er nog wel een aantal andere ethische moderniteiten die ik ongepast vind en tegen G’ds Woord. Maar, en nu komt het, er zit in mij geen greintje haat naar andersdenkenden. Ook is het niet aan mij om te oordelen wie goed en wie slecht is. Zeker, het Jodendom heeft een bepaalde visie en kent vele ge- en verboden. Maar het je wel of niet aan de wet houden staat los van de vraag wie goed en wie slecht is. Goed of slecht wordt uitsluitend en alleen Boven bepaald en om dat te beoordelen zijn wij eenvoudige zielen veel en veel te klein.

Terug naar het Midden-Oosten. Iedere oorlog betekent per definitie doden, zo vertelde mij een bevriende Nederlandse luitenant-generaal b.d. confronterend en realistisch nuchter. Het is dan helaas ook niet verwonderlijk dat er geen oorlogen bestaan zonder slachtoffers, aan beide kanten. En altijd sneuvelen er behalve de soldaten ook onschuldige burgers, vrouwen en kinderen. In de Tweede Wereldoorlog werden niet alleen zes miljoen Joden vermoord, maar lieten naar schatting 55 miljoen mensen het leven, waarvan de helft onschuldige burgers die omkwamen bij bombardementen, ook door onze geallieerde bevrijders uitgevoerd. Denkt u even aan Hiroshima (78.000 doden en 80.000 zwaargewonden in een paar seconden) of aan vele Duitse steden (half miljoen doden en tientallen miljoenen daklozen) die door de geallieerden werden gebombardeerd. En ook vandaag, terwijl u dit leest, sneuvelen, ver weg van Israël en Gaza, duizenden en duizenden medemensen per dag bij andere brandhaarden die kennelijk niet worden bemerkt door de vredelievende ogen van de Verenigde Naties. Miljoenen mensen zijn dakloos en volledig ontheemd, waaronder onschuldige kinderen, vrouwen, hoogbejaarden. Vluchtelingen hollen van hot naar her en grenzen worden voor hun betraande ogen gesloten.

Hoe het gecompliceerde door Hamas ontketende conflict kan worden opgelost, weet ik niet. Maar wat ik wel weet is dat wij hier in Nederland de oplossing niet brengen door haat te kweken, door uitsluitend de vinger naar Israël te wijzen, door de oproep van Hamas om Joden in de hele wereld te vermoorden zwijgend te aanvaarden en door het antisemitisme een ongekende groei te verzorgen.  

Laten wij aan de vooravond van het maatschappelijke nieuwe jaar 2024 kijken waar we elkaar kunnen vinden, ons niet bemoeien met kwesties waarvan we totaal geen verstand hebben en ervoor waken om conflicten van elders te importeren. Mijn kinderen heb ik opgevoed met respect voor andersdenkenden, ook als die andersdenkenden een levensvisie hebben die niet strookt met de onze. Eenheid in diversiteit moet kunnen.

Maar fenomenen als de gaskamers van Auschwitz en de gruwelijkheden van 7 oktober dienen door ieder die zich mens noemt keihard veroordeeld te worden, dat mogen onze kinderen niet voorgeschoteld krijgen als begrijpelijk en aanvaardbaar!

Ik wens u een goed en gezond 2024, een jaar van sjalom, voor alle volkeren van Uw aarde.

 

 

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 17 december

De Chanoeka-Toer 5784 behoort alweer tot de voltooid verleden tijd. In mijn dagboek dien ik alleen nog de woensdag en donderdag te vermelden, het zevende en achtste kaarsje. Zijn die twee laatste vieringen anders dan de voorgaande? Niet echt, maar toch heeft iedere bijeenkomst iets eigens en unieks. Neem nou bijvoorbeeld die woensdagavond in Groningen. Aan die Buiten-Menora was heel wat denkwerk voorafgegaan: wel of niet de Menora buiten voor de sjoel aansteken of, om veiligheidsredenen, dit jaar uitsluitend binnen. En als de menora binnen blijft, wordt het wel of niet met  ‘toeschouwers”. Het werd dus buiten, mede na overleg met burgemeester Schuiling, die duidelijk aangaf dat de Joodse Gemeente gewoon moet doen wat het altijd doet en dat de beveiliging zijn probleem is en niet van de Joodse Gemeente! Het was een enorm goede bijeenkomst, met duidelijke boodschappen van zowel de burgemeester alsook van René Paas, de commissaris van de koning, prima georganiseerd door de Joodse Gemeente en rabbijn Spiero en met heel veel cadeautjes voor de kinderen. Ook mijn waarschuwende boodschap kwam over.

 

Op de laatste dag werd in Sderot onze grote Nederlandse Menora aangestoken in aanwezigheid van o.a. de directeur van Christenen voor Israël, de honorair consul van Israël voor de noordelijke provincies in Nederland, de directeur van Keren Hayesod, vertegenwoordiger van de Jewish Agency, de vertegenwoordiger van Colel Chabad in Israël en een delegatie uit Urk!

Hoe graag hadden Blouma en ik daarbij aanwezig willen zijn en hoezeer werd er bij ons op aangedrongen om Nederland kortstondig in te ruilen voor Israël! Maar onze opdracht ligt in Nederland, ook kortstondig, en dus waren wij bij het achtste lichtje in het historische Stadhuis van Maastricht. Nadat rabbijn Awraham Cohen en de nieuwe burgemeester Wim Hillenaar samen de Menora hadden aangestoken, voorzitter Ernst de Reus zijn goed voorbereide welkomsttoespraak had afgestoken, ik mijn verhaaltje had verteld, werd er op z’n Maastrichts door rabbanit Etty Cohen uitgepakt: een overvloed aan drankjes, aan pita’s en aan alles waarmee de pita gevuld kan worden. Ook hier een overweldigende opkomst w.o. een groot aantal studenten uit Israël die aan de universiteit van Maastricht studeren en ook was er, wel/niet helaas,  zware politiebeveiliging. Namens de Ambassade van Israël was Benoit Wesly, de honorair Consul van Israël voor de zuidelijke provincies, aanwezig.  Als allerlaatsten verlieten wij het Stadhuis en reden huiswaarts waar we kort na middernacht onze Chanoeka-Toer 5784 uitgeput en voldaan beëindigden. Maar helaas was ons goede voldane gevoel voorzien van een bezorgde rouwrand vanwege de situatie in Israël en vanwege het mondiale antisemitisme.

 

Het is gebruikelijk om bij de afsluiting van een geslaagde bijeenkomst de organisatoren te bedanken voor hun bijdrage. En dus, ter afsluiting van onze achtdaagse Chanoeka-Toer 5784, wil ik mijn oprechte dank betuigen aan mijn vrijwillige chauffeurs die samen goed waren voor 2732 km, zegge: tweeduizend zevenhonderd en tweeëndertig kilometer!  Onvermeld mogen ook niet blijven onze niet-joodse-vrienden-van-Israël. Voor zover mij bekend waren ze bij alle publiekelijke Menora bijeenkomsten aanwezig om te bemoedigen , om op een vredige wijze voor Israël te demonstreren en om onze piepkleine Joodse gemeenschap van volume te voorzien! Met eigen ogen heb ik u gezien in Bourtange op de Markt, in Middelburg in het Stadhuis, in Zutphen in de steeg voor de sjoel, in Nijmegen op de Grote Markt, in de tuin van de sjoel van Arnhem,  in de mooiste sjoel van Nederland die in Enschede staat, in de steeg voor de sjoel van Groningen en tenslotte trof ik u allen in de hal van het Stadhuis te Maastricht.  Maar ook waar ik niet was, was u wel, zoals in het Griftpark in Utrecht, in het Stadhuis van Den Haag, voor het Stadhuis van Lelystad, op de Dam en de Zuidas in Amsterdam, in Almere en op nog meer plaatsen. Dank!

Dank ook aan de burgemeesters die duidelijk en moedig met hun toespraken hun positie kenbaar maakten en aangaven dat hun Joden niets aangedaan mag worden. Ik wil hierbij toch aangeven dat niet alle burgemeesters even zichtbaar participeerden. Het meest aanwezig waren de burgervaders met toespraak, met ketting en met keppel. Sommige hunner hielden wel een toespraak, maar zonder ketting. Een burgervader weigerde een keppeltje, maar stak wel een goed betoog af met ketting. En u weet het: een burgemeester is als een fiets, zonder keppel is hij niets! Dus voor mijn gevoel zette die ketting het ontbrekende keppeltje weer recht.

Wie had voor 7 oktober kunnen bedenken dat het publiekelijk aansteken van de vredige en onschuldige Menora zo zou veranderen in een demonstratie voor licht en dus indirect tegen duisternis!

 

Sjabbat ben ik bijgekomen van de vermoeienis en vernam ik na de sjoeldienst bij de kiddoesj (want tijdens de dienst wordt er niet gesproken, hm…hm.) dat donderdagavond de Joodse Gemeente Amersfoort zich op een gigantische opkomst mocht verheugen: de sjoeltuin en de steeg konden de mensenstroom nauwelijks verwerken (ik bedoel fysiek!).

 

Vandaag, zondag, moet ik een manuscript lezen over kamp Amersfoort, om het van een voorwoord te kunnen voorzien. Ook een uitnodiging/verzoek van de Werkgroep Herkenning  (kinderen van foute ouders)  naar aanleiding van mijn toespraak op de begraafplaats in Ysselsteyn, moet ik beantwoorden. En ik ga ook goed nadenken in hoeverre ik me wil/kan inzetten voor de totstandkoming van een monument in het Volkspark in Enschede ter herinnering aan de Aramese Genocide in 1915. Een politiek gevoelige kwestie, want Turkije erkent die genocide niet en zowel Nederland alsook Israël zitten er halfslachtig in.

 

Er speelt zich iets tegenstrijdigs af. Enerzijds ben ik intens bezig met de herdenking van de Shoa en alles wat daaraan gekoppeld zit. Een soort afronding en afscheid van een tachtigjarig verleden. Voornaamste reden van die afronding is ‘herdenken en voorkomen dat’.

Maar anderzijds moet er opnieuw gestreden worden tegen het wakker geworden openlijke antisemitisme dat zich van kwaad tot erger ontwikkelt.  We beginnen weer van voren af aan, zo voel ik het. Moeizaam en deprimerend! Maar tegelijkertijd zagen we de Chanoeka lichtjes fier en trots de eeuwen trotseren, dat geeft dan weer een goed gevoel.. Am Jisraeel Chaj!

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

Dagboek van de opperrabbijn 13 december 2023

“Ik ben niet joods. Maar lichtjes neerzetten voor het raam met elke dag eentje extra dat lukt me wel, bedoeld als teken van protest tegen Jodenhaat, en teken van solidariteit met u en alle joden in Nederland en in Israël.”  Dit bericht ontving ik van een mij onbekende. Ik ben ervan overtuigd dat zijn boodschap de voorpagina van de Telegraaf niet zal halen omdat hij niets schokkend zegt en omdat hij een onbekende is. En toch kwamen deze woorden van solidariteit bij mij binnen en waren mij tot steun en correctie, juist met Chanoeka. Ik leg het uit: gisteren zat ik welgeteld negen uur en zevenenveertig minuten in de auto en hebben we 703 km gereden om een toespraak te houden in Nieuws Poort, de menora aan te steken in Bourtange en daarna in Arnhem, waar ook de coördinator antisemitismebestrijding aanwezig was en de aanwezigen heeft toegesproken.

De opkomst in Bourtange was groter dan ooit en in Arnhem overweldigend. Ook nadat de Arnhemse keukenploeg in allerijl de reuze soefganiot in tweeën had gesneden, was er nog bij lange na niet genoeg. En ik kan getuigen dat als het inkoop van eten betreft de Arnhemmers absoluut niet tot de zuinigen behoren. Gelukkig waren er in Bourtange meer dan genoeg broodjes zalm en kaas, omdat in Bourtange bijna alle aanwezigen (uit de wijde omtrek) zich hadden moeten opgeven. Maar, en nou komt het, als ik me al die uren en kilometers had bespaard en gewoon naar de bijeenkomst in de Kastelenstraat, de Dam of de Zuidas in Amsterdam zou zijn gegaan en daar het woord zou hebben gevoerd, had ik een breder publiek gehad en onvergelijkbaar minder uren op de snelwegen doorgebracht. Maar zou het juist zijn om zo te redeneren? (Dit even los van de vraag of mijn hele Chanoeka-toer iets meer of iets minder toehoorders oplevert, want de optelsom van de dertien Chanoeka plaatsen die ik dit jaar aandoe reikt ook in een getal met drie nullen.) De lichtjes in de menora zijn kleine zuivere vlammetjes, geen doldrieste fakkels, waarmee de boodschap wordt uitgestraald, want de kwaliteit is essentieel, niet de kwantiteit. En dus heb ik geen spijt van mijn afgelegde kilometers en de kilometers die nog in aantocht zijn want er zijn nog twee dagen Chanoeka te gaan. Vanavond Groningen en morgenavond het achtste lichtje in Maastricht. Dit jaar tot nog toe onverwacht grote belangstelling die mijns inziens het gevolg is van de duistere situatie in de wereld waar wij Joden uieraard weer schuldig aan zijn. U kent toch het grapje. Vraag:  wie is schuldig, de lantaarnpaal of de Jood? Antwoord: hoezo lantaarnpaal?

Maar to the point: de vierde dag Chanoeka kwamen kwantiteit en kwaliteit, (Inter)nationale politiek en individuele hulpverlening, samen. In de ochtend waren bij mij thuis de twee medewerkers van de Gemeente Enschede die beiden belast zijn met integratie. Dat was een ontluikend gesprek, open en ter zake. Kern van mijn insteek was dat als we als Nederland vluchtelingen binnenlaten en ze de hulp bieden die ze nodig hebben, dan moeten we ze ook aanleren dat sommige denkwijzen door onze multiculturele samenleving niet kunnen worden geaccepteerd. Vrouwen zijn in ons land geen gebruiksvoorwerpen en antisemitisme is niet aanvaardbaar. Ik hoop dat ik via deze twee medewerksters iets in beweging heb kunnen zetten. Ze toonden zich in ieder geval zeer ontvankelijk.

 

Dat was mijn ochtendprogramma. Toen naar Zutphen voor de grote Menora in de steeg voor de sjoel. Afgeladen! Na het aansteken van de Menora waren er in de sjoel voor alle aanwezigen de jaarlijkse soep en latkes. Ondertussen drie nieuwe leden aangebracht voor de Joodse Gemeente Stedendriehoek! En toen richting Enschede voor het Chanoeka concert, herhaling van zondagavond in het concertgebouw in Amsterdam. Meer dan 350 belangstellenden hadden zich aangemeld, een volle (sjoel)bak dus. Op weg naar sjoel belde de burgemeester van Enschede mij: een rel! Hij had (niet erg tactvol) aangegeven niet in sjoel bij het concert te willen zitten naast de ambassadeur van Israël en als hij hem zou begroeten, hetgeen hij zeker wilde doen, dan mochten er geen foto’s worden gemaakt. De burgemeester wilde neutraal blijven! Het verdere verloop kunt u in de diverse media volgen. Gisterochtend in Nieuws Poort, tijdens de bijeenkomst voor parlementsleden, hield de ambassadeur een toespraak en vermeldde dat de burgemeester hem had gebeld en excuus had aangeboden. Dit hele gedoe, heeft mij wel geïnspireerd om in mijn toespraak in Nieuws Poort te benadrukken dat neutraal niet bestaat. We steken of wel of niet het Chanoeka-lichtje aan. Met het aansteken van het kaarsje verdrijven we duisternis. En als we geen licht willen verspreiden, dan kiezen we dus voor duisternis.  De link naar Hamas en het wel of niet bestrijden van terrorisme werd hopelijk door de aanwezigen begrepen. Chris Stoffer, fractievoorzitter van de SGP en medeorganisator van deze parlementaire Chanoeka bijeenkomst, refereerde in zijn toespraak aan, zoals hij het verwoordde,  mijn scherpe boodschap. Het was overigens fijn te zien dat bijna alle fracties vertegenwoordigers hadden afgevaardigd en dat ook bestuurlijk Joods Nederland breed vertegenwoordigd was.

Het Chazzanoet-concert, maandagavond: Geweldig! Maar toch knapte er iets bij mij. De situatie in Israël, onze soldaten die sneuvelen, de families die smachtend wachten op de terugkomst van hun dierbaren (ik vermoed helaas … , maar we moeten positief blijven denken). Het concert, dat al een jaar geleden was vastgelegd vanwege het 95-jarig bestaan van de Mooiste Sjoel van Nederland, had dus officieel niets te maken met de situatie in Israël. Maar, hoe kan het ook anders, zeker ook als de chazan de hoofd-voorzanger is van de IDF, de gebeden die gezongen werden voor het welzijn van Israël, voor de veilige terugkeer van de gegijzelden… Ik voelde de tranen in me opkomen.

En sommige burgemeesters maar neutraal willen blijven omdat ze niets te maken willen hebben met het conflict elders! Wat conflict elders? Bij alle publieke Chanoeka-bijeenkomsten was dit jaar extra beveiliging aanwezig. En Nederland is verhoogd naar dreigingsniveau 4. Het is of het kaarsje wel aansteken of niet aansteken. Een half vlammetje bestaat niet.

 

Jaap Velema, de burgemeester van Bourtange die ook Ter Apel onder zich heeft, twijfelde na 7 oktober geen halve seconde. Hoewel enkele leden van de Joodse Gemeenschap zich angstig afvroegen of dit jaar de publieke menora wel doorgang kon vinden op de Markt van het Vestingstadje, viel hierover met Velema niet eens van gedachten te wisselen.

En wat denkt u van Ahmed Marcouch? Ik citeer de laatste woorden, bijna verbeten klinkend, uit zijn toespraak, staande met keppeltje voor de grote menora in de tuin van de Arnhemse synagoge:

Wie hier in onze stad aan onze Joden komt, krijgt met mij van doen!

 

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 10 december 2023

De aftrap voor Chanoeka 5784 begon eigenlijk voor mij op donderdagochtend in Den Haag, nog voordat Chanoeka was begonnen. Ik mocht vooroplopen in de stille tocht vanaf het Malieveld via de Tweede kamer en het hoofdkantoor van het Rode Kruis, waar petities werden overhandigd, en dan weer terug naar het begin van de lange imposante pro-Israël wandeling door Den Haag. Maar ’s avonds was het echte begin, het aansteken van het eerste lichtje op de Grote Markt van Nijmegen. Burgemeester Bruls was dik op tijd aanwezig om met de aanwezigen te spreken en ze te bemoedigen. In zijn toespraak gaf hij duidelijk aan dat er in Nijmegen geen sprake kon en mocht zijn dat uit angst voor dreiging dit jaar de menora niet publiekelijk zou worden aangestoken. En dus gingen de burgemeester en rabbijn Mendel Levine, de Nijmeegse Rebbe, in een hoogwerker omhoog, om gezamenlijk het eerste lichtje te ontsteken om de duisternis te verlichten. Rabbijn Levine ontpopte zich als een gedreven ceremoniemeester, alles was tot in de puntjes geregeld en toen rabbijn en burgemeester geland waren en nadat ik mijn toespraak had mogen afsteken, was er rijkelijk gezorgd voor de inwendige mens. Dank rabbijn en mevrouw Levine, burgemeester Bruls en alle vrijwilligers en niet in de laatste plaats de velen die zich de moeite hadden getroost om juist in deze moeizame periode voor de Joodse gemeenschap hun solidariteit te tonen met hun aanwezigheid.

Vrijdag reden we naar Middelburg, klinkt ver weg en dat is het ook. Maar meer dan de moeite waard, want de waardering die wij ondervinden door onze aanwezigheid is omgekeerd evenredig met het aantal afgelegde kilometers. Wij, Blouma en ik, kwamen echter niet om alleen vrijdagavond voor het begin van de sjabbat de menora in sjoel aan te steken, het tweede lichtje. Het werd een sjabbaton met na het aansteken van de menora in sjoel en na de vrijdagavond-sjoeldienst, een heuse uitgebreide sjabbat-maaltijd voor de hele Joodse gemeente. Ja, denkt u wellicht, dat is makkelijk te organiseren zo’n maaltijd want de Joodse Gemeente Zeeland is niet zo groot. Klopt! Maar de warmte, de sfeer, de saamhorigheid en niet te vergeten de maaltijden van Hoffy’s, waren niet te evenaren. Wat een eenheid! Wat een onderlinge verbondenheid! Hoe welkom voelden we ons! Om 16:00 uur begonnen we en om 22:30 uur waren we klaar met bensjen. Wij moe terug naar ons hotel op 450 meter afstand van de sjoel, maar helaas: deur op slot! De bel was elektrisch, kloppen hielp niet, maar de koude viel gelukkig mee. Uiteindelijk hebben we toch nog onze kamer weten te bereiken en hebben we de benodigde nachtrust gekregen. En dat was nodig, want sjabbat begon met de sjoeldienst om 9:30 uur en werd een non-stop geweldige dag tot na 20:00 uur, toen we eindelijk, vermoeid maar dankbaar en voldaan, de terugreis konden aanvaarden. Zonder te veel in details te treden: in sjoel werd een bar-mitswa gevierd van een zeventigplusser die voor het eerst naar sjoel kwam, dus ook voor het eerst werd opgeroepen voor de Thora, maar zeker vaker gaat komen. De hele dag was sjoeldienst, maaltijden, lernen, sociale contacten, nog een paar mensen met persoonlijke vragen kunnen helpen en toen, om 17:00 uur, met z’n allen naar de hal van het prachtige Stadhuis. Met nacht, om half zes,  was er in het Stadhuis sjoeldienst, daarna havdala en aansluitend in aanwezigheid van de burgemeester werd de grote menora aangestoken. De Stadhuishal was propvol, honderden waren komen opdraven. Uiteraard leden en nog-niet-leden van de Joodse Gemeente Zeeland, maar de meesten waren niet-joodse Zeeuwenaren die in veel grotere getale waren gekomen dan andere jaren om juist in deze donkere tijden de Joodse gemeenschap steun te betuigen.

U kunt zich voorstellen dat we onze thuis-bedden pas in de vroege uurtjes konden zien.

Inmiddels is het 00:30 uur, zondagavond of beter gezegd maandagochtend. Ik ben erg moe, heb net de menora thuis aangestoken en zit nu aan mijn dagboek te werken. Nou ja, werken? Te relaxen. Maar tegelijkertijd ben ik niet erg happy. Ik ben bezorgd over de toestand in Israël. De informatie die mij bereikt klinkt niet goed. Maar of die informatie klopt weet ik natuurlijk ook niet. Maar Israël heeft geen keus en zal veder moeten gaan. Om vier uur vanmiddag (zondagmiddag dus) stonden we voor het Stadhuis van Eindhoven. Burgemeester Dijsselbloem stond al klaar met z’n ketting en, behalve de meer dan 350 aanwezigen, was er ook een delegatie van de RK en een Iman. De voorzitter Max Loewenstein van de Joodse Gemeente sprak als eerste, daarna de burgemeester en na afloop van het aansteken van het vierde lichtje spraken rabbijn Simcha Steinberg en mijn persoontje. Ook hier weer een buitengewoon goede organisatie met na afloop van de plechtigheid soefganiot, koffie, thee en sapjes en bovenal: heel veel mensen! Wij konden maar beperkte tijd blijven wat we moesten om 19:30 uur in Amsterdam zijn voor het Chanoeka-concert. Hoe het concert was, laat ik u graag in mijn volgende dagboek weten, want morgenavond komen ze naar Enschede en daar zullen ze ook een concert geven. De ambassadeur van Israël, die vandaag in het Concertgebouw was, zal ik morgen ook in Enschede treffen. Ik moet nu stoppen want morgenochtend om 11:00 uur komen twee dames van de Gemeente Enschede bij mij op bezoek om te spreken over integratie en antisemitisme. Een van de twee is een moslima. Toen ik haar enige maanden geleden ontmoette en ik vernam dat zij belast is met integratie was ik benieuwd naar haar kennis over Joodse Feestdagen en Joodse gebruiken. Niet dat de immigranten joods willen worden, maar het zou fijn zijn indien er aan de vluchtelingen kan worden uitgelegd dat in hun nieuwe land vrouwen geen gebruiksvoorwerpen zijn en Joden niet vervolgd mogen worden.

Morgenochtend eerst dus die twee dames, dan…?……?

Wordt vervolgd. Maar toch ben ik erg bezorgd. De hele wereld tegen Israël, zoals te doen gebruikelijk!

O ja, mocht u in de buurt zijn: donderdagmiddag aanstaande wordt in Sderot in aanwezigheid van een Nederlandse delegatie de Grote Nederlandse Menora aangestoken. Aanvang: 15:00 uur. Ook vanuit Gaza zal het licht te zien zijn en met G’ds hulp duisternis verdrijven.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

RSS
Follow by Email