Moeder, kind en adoptieouders. Dagboek van een opperrabbijn 9 februari 2021

Het corona-gezeur blijft maar voortsukkelen. Vijftien mensen zijn in ons land na toediening van het vaccin overleden, in Zuid-Afrika wordt een bepaald merk niet meer gebruikt en we worden allen gebombardeerd met adviezen, waarschuwingen en complottheorieën. Dit vaccin werkt niet voor de 65-plusser, dat weer niet voor ouderen, of juist voor jongeren, er worden via het vaccin chips ingespoten, enz. Kort samengevat: geen touw meer aan vast te knopen. Vanmiddag heb ik even al die onduidelijkheden en de daaraan gekoppelde twijfels van me af laten sneeuwen. En met succes, want toen ik na een uur wandelen weer thuis was, was ik bijna vergeten dat we in het corona- tijdperk leven. Maar het nieuws en de krant die ik las vulde deze lacune meteen weer op. Het meest interessant en hoopgevend vond ik het bericht dat omdat de testlocaties vanwege de sneeuw gesloten waren, er minder besmettingen werden gemeld. Een briljante conclusie van zo’n journalist. Duidelijk dat hij ervoor heeft geleerd!  En ook echt hoopgevend! Maar, ondanks mijn bereidheid om me te laten vaccineren, begin ik me toch een heel klein beetje af te vragen of dat verstandig is. Maar ja, niet vaccineren zal wellicht betekenen dat ik te zijner tijd geen vliegtuig meer binnen wordt gelaten. Hoe los ik dit voor mezelf op een Joodse wijze op?  In het Jodendom is er een regel die uitgaat van het principe dat als er gekozen moet worden tussen zeker en misschien, zeker voorgaat. En hier dus ook. Het is zeker dat corona een dreigend gevaar is en misschien krijgt een enkeling ernstige bijwerkingen. En dus geldt ook hier de regel dat zeker voorgaat. En dus wacht ik geduldig op het vaccin dat de redding moet brengen. Een collega van mij, een rabbijn uit Detroit, heeft zich luidkeels, agressief en publiekelijk anti-vaccinatie verklaard en heeft opgeroepen om vooral niet te laten vaccineren! Hij werd onmiddellijk van de lijst van rabbijnen geschrapt en mijns inziens volkomen terecht. Als een arts van mening is dat vaccineren niet juist is, mag hij dat zeggen. Sterker nog: hij moet dat kenbaar maken. Maar beste collega rabbijn: schoenmaker, houd je bij je leest! Wij rabbijnen willen niet dat artsen Halagische – Joods wettelijke – uitspraken gaan doen, zo ook moeten wij geen medische adviezen gaan geven. Ieder zo zijn/haar vak!

Wat vandaag ook uitgebreid ter sprake kwam was het gesjoemel met adoptie. Wat een tragedie, iedereen begrijpt dat dit onacceptabel is. Gestolen kinderen, ontvoerd. Om maar te zwijgen over de babyfokboerderijen waar kinderen werden geproduceerd. En wie worden hiervan slachtoffer? De biologische moeder die misbruikt is en misschien nog steeds op zoek is naar haar kind, het geadopteerde kind die niet weet wie hij/zij is en de volledig te goedertrouwe adoptieouders.  Maar, en nu komt het ei dat ik kwijt wil, als ik zo’n twintig jaar geleden het gewaagd zou hebben om iets tegen adoptie te vermelden, dan was ik niet van de rabbijnenlijst geschrapt, omdat ik mijn mening nooit agressief zou hebben verkondigd, maar ik zou wel met vele argusogen zijn bekeken. Hoe durf ik officiële van overheidswege zo goed gecontroleerde adoptie in twijfel te trekken? Over orgaandonatie maak ik me zorgen. Waar komen die organen vandaan? Wordt daarmee ook gesjoemeld? Maar dat mag ik niet zeggen, maar als er over tien jaar blijkt dat…en dat de Overheid nog braaf heeft meegewerkt ook!

Mijn boek, 54 dagen uit het leven van de Opperrabbijn, wordt momenteel gedrukt, naar ik begreep in Polen. En dus werd ik vandaag benaderd door revive.nl (nog nooit van gehoord) voor een interview. En ook weer een verzoek van drie middelbare scholieren die een werkstuk moeten maken over Jodendom en mij een aantal schriftelijke vragen voorleggen. Ik heb ze verzocht om me te bellen en dan het gesprek op te nemen. Dat spaart me schrijftijd en, en dat vind ik veel belangrijker, ik kan dan contact krijgen en goodwill kweken, een brug bouwen. Is dat nodig? Moet ik mijn tijd verkwisten aan dit soort onbelangrijke activiteiten? Aan de Vrije Universiteit is per 1 februari als hoogleraar Joodse Studies benoemd prof. dr. Jessica Roitman. “Nederlanders weten te weinig over Joden” heeft zij duidelijk aangegeven bij haar aantreden. Helemaal gelijk! En dus geef ik graag dat interview aan die drie middelbare scholieren in de stellige verwachting dat ik daarmee een bijdrage lever aan wederzijdse tolerantie en begrip. Wat de link is met adoptie? Onjuiste vooringenomen denkbeelden die geen tegenspraak duld(d)en maar die ik zo graag, op z’n minst (te) laat, wil weerleggen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

Ik begrijp dat ik het niet snap. Dagboek van een Opperrabbijn 8 februari 2021

“Ik lees uw dagboek regelmatig en ik ervaar dat als erg inspirerend. Wij hebben veel zorgen om ons oudste kind (bijna 17, we adopteerden hem 10 jaar geleden uit Sri Lanka). We hebben hem recentelijk uit huis moeten laten plaatsen. We hadden zelf ook twee biologische kinderen die na de adoptie zijn geboren. Waarom we geadopteerd hebben is verder niet relevant, maar we bemerkten dat onze oudste zijn met zijn twee zusjes een, laat ik me voorzichtig uitdrukken, een afwijkende relatie had. Hij deed dit in het diepste geheim, hoogstwaarschijnlijk vanwege diep verborgen trauma’s uit zijn verleden. Thuis wonen was daarmee absoluut geen optie meer. Onze oudste zoon, want hij blijft gewoon onze zoon en wij houden van hem net zoveel als van onze andere kinderen, wil hierover absoluut niet praten, mogelijk kan hij het ook niet kan.  In die periode van uithuisplaatsing las ik dagelijks uw dagboek. Het heeft me veel kracht gegeven om door te gaan. Zowel met de zorg voor onze twee thuiswonende kinderen, maar ook voor ons uitwonende kind…” Dit was een reactie die ik vandaag per e-mail ontving. Hoe ik die mevrouw tot steun ben geweest weet ik werkelijk niet. Ik ken haar niet, nog nooit ontmoet of gesproken. Het deed me denken aan een begrafenis, jaren geleden, waarbij een van de familieleden van de overledene dacht dat ik in mijn treurrede tegen hem had gesproken en niet over de overledene. En toevallig (hoewel toeval dus niet bestaat) zag ik gisteravond laat een YouTube van de echtgenote van de rabbijn van Zagreb. Zij voelde zich in Zagreb erg eenzaam. Een zeer kleine Joodse gemeenschap, haar man deed al het werk en zij zat voornamelijk thuis met haar vijf kinderen. Tien jaar geleden wilde ze weg. Ze zag het niet meer zitten. De eenzaamheid bekroop haar. Ze heeft toen gesproken met een oudere rabbijn en die drukte haar op het hart dat alleen al haar aanwezigheid in Zagreb, zelfs als ze niets meer doet dan er woonachtig zijn, een functie heeft. En waarlijk enige weken later belt een Joodse vrouw haar op en zegt dat haar aanwezigheid in Zagreb voor haar zo belangrijk is. Door haar aanwezigheid voelt ze zich gesteund in haar Jodendom.

Ook ik vraag me soms af waarmee ik nou eigenlijk bezig ben. Zit ik hier alleen maar te zitten of mag ik ook iets betekenen voor anderen. Mijn landelijke bijeenkomsten en lezingen liggen al bijna een heel corona-jaar stil. Doe ik nog wat? En dus zit ik maar dagenlang op de computer te dagboeken, want dat dagboek van mij verdient het ondertussen wel om een werkwoord te zijn. En net toen ik me dat weer eens afvroeg, ontving ik per e-mail bovenstaande “Ik lees uw dagboek regelmatig…”. Niet altijd kan een mens overzien wat hij in stilte bereikt, hoe hij de medemens zonder dat te weten tot steun kan zijn.

Aanstaande sjabbat lezen we in alle synagogen ter wereld het deel van de Exodus dat de naam draagt: Misjpatim. Misjpatim zijn wetten die we kunnen begrijpen. Het verbod bijvoorbeeld om te stelen, te doden. Het gebod om juiste gewichten in huis te hebben voor de weegschaal om oplichting te voorkomen. Wetten die ieder land heeft en ieder mens zelf ook had kunnen bedenken. Maar er zijn ook wetten die we niet kunnen vatten. Ook die onbegrijpelijke wetten moeten we naleven. Net iets anders vertaald: begrijpen en niet-begrijpen lopen steeds in het leven door mekaar.

Ik begrijp bijvoorbeeld dat ik een paar dagen geleden een tasje met een fles appelsap, enige versnaperingen en een spelletje aangeboden kreeg. Zomaar, gratis. Wie was de gulle schenker? De burgemeester van Amersfoort, mijn woonplaats. Alle inwoners boven de zeventig kregen zo’n pakketje en de vraag of ze wellicht bezoek willen hebben om een eventuele eenzaamheid te verlichten. Heel geweldig van de burgemeester. Gewoon een kleinigheidje, een attentie. Bijzonder. Ik kan deze geste helemaal begrijpen.

Maar wat ik helemaal niet kan begrijpen is dat een jongere collega van mij, die ergens in de USA-rabbijn is, luidkeels is gaan oproepen om vooral geen vaccinatie te accepteren. Andersdenkenden werden door hem zeer on-rabbijns beledigd en als debiel neergezet. Onbegrijpelijk! Schoenmaker houd je bij je leest, dacht ik toen ik dit hoorde. Prompt is hij door de vereniging van rabbijnen waartoe hij behoorde van de rabbijnen -lijst geschrapt. Jammer, maar terecht. Maar waarom hij zichzelf zo in de belangstelling wilde plaatsen, kan ik niet begrijpen.

En zo ben ik weer terug bij het begin van dit dagboek: begrijpen en niet-begrijpen lopen telkens door mekaar in ons aardse bestaan. En dus schrijf ik maar verder aan mijn dagboek en begrijp ik absoluut niet waarom de situatie dusdanig is dat gewone bijeenkomsten en ontmoetingen helaas niet mogelijk zijn. Ik snap er niets van.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Israelisch Covid-medicijn sneeuwde bekering in. Dagboek van een opperrabbijn 7 februari 2021

“De aandacht voor Israël neemt in veel Nederlandse Kerken toe. Toch kan het wel wat meer. De Hersteld Hervormde Kerk (HHK) heeft nu opnieuw haar visie op papier gezet. De Kerk is geroepen om antisemitisme te ontmaskeren als haat tegen de G’d van Israel”, aldus las ik in het Reformatorisch Dagblad. Aan het eind van het artikel werd van verschillende christelijke kerkgenootschappen vermeld hoe hun houding is tegenover Joden. Wat mij natuurlijk interesseerde was hun opstelling ten opzichte van het bekeren van Joden en hun mening over de vervangingstheologie. Even een korte uitleg voor mijn Joodse en minder christelijk onderlegde niet-joodse dagboeklezers: de vevangingstheologie verkondigt dat overal waar in Tenach het Joodse volk wordt vermeld, dat vervangen moet worden door ‘christenen’. Deze theologie is door de eeuwen heen de bron van zeer veel antisemitisme en Jodenvervolging geweest.  Om een interessant artikel kort samen te vatten: de diverse kerkgenootschappen hebben diverse meningen over hoe aan te kijken tegen Joden en hoe ze wel of niet bekeerd mogen/moeten worden. En die drang of wens om te bekeren zette mij zondag (nota bene de christelijke rustdag!) aan het denken. Dat de bekeringsdrang geleid heeft door de eeuwen heen tot miljoenen slachtoffers is een feit. Dat vervangingstheologie daardoor voor mij als uiterst verwerpelijk wordt beleefd, moge duidelijk zijn. Maar hoe kijk ik aan tegen een christen die mij wil bekeren? Kan ik dat accepteren? Uiteraard laat ik me niet bekeren en zal actief pogingen om bekeren te bestrijden, maar…Vind ik dat de ander het verlangen mag hebben om mij te bekeren?

Wij Joden hebben het makkelijk want wij zijn van mening dat Joden op een Joodse manier de Eeuwige moeten dienen, maar niet-joden hoeven dat niet. Voor hen gelden de zogenaamde Zeven Noachidische Wetten. Als de niet-jood leeft volgens deze wetten, toch nog een heel pakket, dan is dat prima. Zal ik dan, vroeg ik mezelf af, proberen om seculiere niet-joden ervan te overtuigen om zich aan deze wetten te houden? En zal ik zo genaamde Messias belijdende Joden wijzen op hun dwaling? En mijn antwoord is dan een duidelijk ‘ja’. Maar, zo vroeg ik mezelf toen af, dan doe ik toch ook aan zending! Kijk naar Chanoeka als we publiekelijk de Menora aansteken? Dat is niet zomaar een gezellig feestje. Het heeft een duidelijke boodschap: licht brengen in spirituele duisternis! En waarom zit ik dan te zeuren als christenen ons willen bekeren?

Het was een interessante en felle discussie met mezelf, maar uiteindelijk denk ik dat ik gelijk heb gekregen (een doordenkertje!). Ik ben eruit gekomen. Ik geloof, ben er zelfs van overtuigd, dat iedere gelovige christen mij graag ziet overstappen naar het christendom. Ik zal dat nooit doen omdat 1: ik mijn baantje als opperrabbijn dan kwijt ben en 2: ik als Jood zit rotsvast in mijn geloof en zal daar (helaas dus voor de zendeling) echt niet van af te brengen zijn. Maar: hoe kijk ik aan tegen die zendeling, bekeringsdrang of, ook als er geen bekeringspoging wordt ondernomen, tegen het fenomeen dat, hoewel ik nu met rust gelaten moet worden, de stellige overtuiging leeft dat ik uiteindelijk het “licht” zal zien.

Ik kwam bij mezelf tot de conclusie dat ik hiermee geen moeite heb. Ieder mens mag denken en geloven zoals hijzelf wil. Ieder mens mag van mij ook denken dat zijn manier van leven de juiste is en de ander fout zit. Maar op het moment dat zijn geloof ruimte geeft of oproept om de andersdenkende te doden, om te kopen met geld of geestelijk te chanteren, dan wordt het voor mij onacceptabel.

Overigens werd de bekering volledig ingesneeuwd door het bericht in de media dat er twee medicijnen zijn ontdekt in Israel die corona patiënten schijnen te genezen. Geen vaccins dus, maar geneesmiddelen. Het FD spreekt van een “gamechanger”. Ik hoop van harte dat zeer snel zal blijken dat het inderdaad werkt en daarmee voor een gigantische mondiale doorbraak zal zorgen.  Geweldig ook dat Israel dan voor die doorbraak zorgt. Geeft me een geweldig fijn en trots gevoel.  Maar het zal natuurlijk ook een prachtige gelegenheid zijn om de complottheorieën te bevestigen. Joden zijn schuldig aan corona en zie het bewijs: ze gaan nu weer smakken geld verdienen aan het geneesmiddel. Gaat het Internationale Gerechtshof in Den Haag zich hiermee ook bemoeien en komen er dadelijk invallen bij onze apotheken die niet vermelden in hun bijsluiter “made in Israel”? Want er zal vast wel een klacht over komen of een VN-resolutie omdat misschien een van de artsen die de ontdekking heeft gedaan in de ‘bezette gebieden’ woonachtig is. En zo niet dan waarschijnlijk een van de patiënten die met een van deze middelen is genezen. Of denk ik te negatief?  Want ook tegen mobiele telefoons, computers en tal van andere geneesmiddelen die van mondiale waarde zijn en ‘made in Israel’ is nooit een boycot uitgeroepen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

Ik was niet bij de Auschwitz Herdenking. Dagboek van een opperrabbijn 4 februari 2021

Mijn 60+ sjioer had ik netjes voorbereid, alleen werd er gestoord door mijn echtgenote. Klinkt niet vriendelijk en een beetje aanvallend, maar het was mijn fout. Mijn Blouma kreeg visite, hetgeen ik wist, maar ik realiseerde me niet dat dan haar gesprek als een stoorzender werkt voor de toehoorders van mijn onlinecursus. Conclusie: meer alertheid en afstemmen, juist nu wij, en met ons zeer veel anderen, veel meer samen zitten en veel meer op elkaar zijn aangewezen dan in pre-Coroniaansche tijden. En dus heb ik meteen gecontroleerd hoe haar programma vandaag zou zijn. Want ik heb een interview met twee docenten uit het VO die aan hun leerlingen iets willen vertellen over Jodendom. En mijn echtgenote zal ik de vanaf vandaag t/m zondag min of meer (ik vermoed meer) moeten missen want de jaarlijkse Kinus Shluchot staat op het programma. Even uitleg. Gelijk alle Lubavitscher Shluchim (rabbijnen die vanuit een chassidische benadering opereren en outgoing zijn) een keer per jaar in New York bijeenkomen voor een halve week ‘bijtanken’, zo ook is er jaarlijks een soortgelijke bijeenkomst voor de Shluchot, de echtgenotes van de Shluchim (mannelijk vorm van Shluchot).  Jaarlijks nemen daaraan deel zo’n 3000 dames. Maar gelijk dit jaar de bijeenkomst voor de heren online was, zo ook dit jaar voor de dames. En dus zal mijn echtgenote de komende dagen achter de computer zitten. Het programma? Bijscholing op vele fronten, topsprekers, in Engels, Hebreeuws en Frans. Mocht u geïnteresseerd zijn om even een kijkje te nemen: www.kinus.com.

In het NIW van vrijdag, dat vanaf donderdag online stond, een schitterende foto van duizenden orthodoxe Joden die in Israel de begrafenis bijwoonden van een beroemde rabbijn. Die foto is prachtig, maar de boodschap erachter triest en slecht. Er wordt totaal geen rekening gehouden met social distance, mondkapjes en het verbod van samenscholing. Ik heb hiervoor geen goed woord, maar, zet u schrap, er zijn ook duizenden en duizenden ultra-orthodoxen (ik ben tegen dit soort betitelingen omdat het polariseert) die zich wel braaf houden aan alle regels. Ik weet dat bij mijn kinderen in Montreal, die daar in een zeer grote Joodse wijk wonen, al bijna een jaar geen synagoge meer open is en scholen dan weer open en dan weer dicht zijn. Mijn dochter is directeur van een grote rijks gesubsidieerde kleuterschool in die wijk en als we haar per Whatsapp spreken (in haar pauze) en ze zit op haar werk kunnen we haar nauwelijks herkennen want ze draagt een mondkapje en een scherm. Maar van de tienduizenden ultraorthodoxen die zich wel strikt aan de regels houden zijn er uiteraard geen foto’s voorhanden! Terug naar ons eigen land: gisteren was in het journaal een verslag van de Auschwitz herdenking. En prompt ben ik verwijtend benaderd, van verschillende kanten, met de vraag waarom ik daar niet aanwezig was. ‘U had daar moeten zijn!’ Mijn antwoord: Klopt, maar ik had geen uitnodiging ontvangen. En dus vandaag in de telefoon geklommen om herhaling te voorkomen. Wat er een beetje speelt is het volgende. In het (bijna grijze) verleden zag je mij nooit bij nationale herdenkingen. Niet op de Dam, niet in de Hollandsche Schouwburg, niet bij de Kristallnachtherdenking in de Snoge en niet bij de Auschwitz Herdenking. Ik zag daar voor mijn aanwezigheid geen toegevoegde waarde. Ik huppelde al van de ene naar de andere plaatselijke herdenking, waaronder de jaarlijkse herdenking Kindertransporten in Vught, Herinneringscentrum Westerbork, Kamp Amersfoort, Apeldoornsche Bosch en vele lokale jaarlijkse en eenmalige herdenkingen. Ik doe dat nog steeds, uiteraard, en zal dat absoluut blijven doen want ik voel me hiertoe verplicht en meer nog geroepen. Maar los van dat lokale ben ik steeds meer, al dan niet vrijwillig, ook landelijk actief. En dus werd ik terecht gemist bij de Nationale Auschwitz herdenking van gisteren. Ik beloof beterschap en Jacques Grishaver, voorzitter van het Auschwitz Comité, die ik dus heb gebeld en mij niet had uitgenodigd, heeft dat ook beloofd. Want uiteindelijk mogen we elkaar en staan hij en ik voor precies hetzelfde: de herinnering aan onze vermoorde familieleden levend houden (en alle Joden zijn uiteindelijk familie van elkaar, zoals de Talmoed ook vermeldt) en hen zoveel mogelijk alsnog een plaats geven in hun Nederland waar ze bruut werden weggerukt om nimmer weer te keren. Wel was ik virtueel aanwezig bij de Europese Holocaust Memorial. Kijkt en leest u zelf maar op mijn (splinternieuwe) blog: opperrabbijn.nl

De twee bekers. Dagboek van een Opperrabbijn 3 februari 2021

Omdat ik veel meer thuis ben dan in vroegere tijden, want zo voelt het pre-corona-tijdperk, valt mijn oog steeds vaker op onze zeer bescheiden zilverkast met daarin die twee zilveren kiddoesj-bekers met op de een de naam Bernhard en op de ander de naam Sigmund. Ik vermoed dat dit twee neven waren van mijn vader en zijn deze twee bekers het enige dat er nog van hen over is en hun naam draagt. Waar hun graven zijn, is vragen naar de bekende weg. Maar wat ik me steeds meer begin af te vragen is waar hun bankrekeningen zijn, hun huizen, hun bezittingen?

Ronnie Naftaniel en ik (Nou ja, ik? Ik zit er eigenlijk een beetje voor joker bij) zijn dus in overleg met de burgemeester van een hier niet nader te noemen Gemeente om te onderzoeken in hoeverre de Gemeente aan Joden die hebben overleefd en teruggekomen zijn naar de Gemeente waar ze woonden, achterstallige belastingen heeft gevorderd. Waarom ik deelneem aan deze bespreking is niet van belang (en zeker niet Rabbinaal), maar voor mij wel erg interessant. De vriendelijkheid en het begrip die de burgemeester uitstraalt is enorm bemoedigend. Ik mag hopen dat zo’n opstelling ook elders in Nederland zo mag zijn. Als deze burgemeester in de oorlogsjaren burgemeester zou zijn geweest, had hij zeker een groot probleem gehad, want deze burgemeester had of in functie gebleven om te pogen te redden wat er te redden viel of deze burgemeester zou ogenblikkelijk zijn functie hebben neergelegd en verder zijn gegaan in het verzet. Er is dus een onderzoek gedaan om in kaart te brengen welke bedragen aan teruggekeerde Joden zijn opgelegd en of de burgerlijke gemeente huizen van Joden heeft gestolen (formeel heet dat natuurlijk niet stelen, want Nederlandse Gemeenten stalen niet, dat waren alleen de Duitsers…). N.a.v. het in opdracht van de burgemeester uitgevoerde onderzoeksrapport schrijft Ronnie Naftaniel, de vicevoorzitter van het CJO – Collectief Joods Overleg, het volgende: Uit jouw enorme zoekwerk blijkt hoe groot het leed van de Joodse inwoners van xxx is geweest. Van de 438 Joodse inwoners is maar een fractie teruggekomen. Van de 71 van Joden onteigende panden is ook maar een fractie gerestitueerd. Een belangrijk deel van de in de oorlog van Joden gestolen panden is in handen gebleven van de oorlogskopers. Dat is groot onrecht. Die oorlogskopers waren niet alleen profiteurs in de oorlog, maar hebben na de oorlog dikke winsten kunnen maken als helers van gestolen goed. De huidige burgerlijke gemeente kan daar niets aan doen. Toch vind ik dat een onderzoek naar het in de oorlog geroofde onroerend goed, een context dient te bevatten, die het gevoel van verdriet en onmacht van de overlevende Joden duidelijk kan maken. Misschien dat hiervoor nog plaats is in je samenvattende beginhoofdstuk.

Wat speelt hier? De historicus die het onderzoek doet naar fouten die begaan zijn door de Burgerlijke Overheid, bemerkt dat er een heleboel bezittingen van de Joden zijn geroofd maar dat dit had plaatsgevonden buiten de verantwoordelijkheid van het toenmalige gemeentebestuur en dat dat ook niets te maken had met naheffingen die zijn opgelegd aan de overlevenden en waarover dit onderzoek gaat. En dus geeft de historicus aan dat naast zijn onderzoek en de verslaglegging van zijn bevindingen een separaat onderzoek zou moeten komen naar de diefstal van Joodse eigendommen van Joden die niet zijn teruggekomen (vermoord dus!). Wat Naftaniel en ik graag zien is dat alle berovingen in een en hetzelfde onderzoeksverslag komen. Niet een verslag over de formele aansprakelijkheid van de huidige burgemeester als opvolger van de burgemeester van in- en na de oorlog, maar een breder verhaal, het plaatsen van de eventuele fouten van het gemeentebestuur in de context van de breedschalige roof van Joodse bezittingen. Toen mijn vader terugkwam en naar de collega’s ging (mijn vader was optometrist/opticien) bij wie hij zijn bezittingen had achtergelaten om ze na de oorlog weer op te halen, wisten nagenoeg al zijn collega’s zich het niet meer te herinneren dat hun ooit iets in bewaring was gegeven. En bij de bank in Steenwijk, waar mijn lieve moeder al haar spaarcenten had staan, kon het ook niet meer uitgezocht worden. Ik kijk verdrietig en kwaad naar die twee bekers in onze zilverkast: waar zijn de huizen waarin Sigmund en Bernhard woonden? En waar zijn hun spaarrekeningen, de huizen van hun ouders enz.

Ik ben aan het doorslaan! Stop, moet ik even tegen mezelf zeggen

Vandaag had ik een gesprek per zoom met een echtpaar dat Joods wil worden. Hun lokale rabbijn heeft de RCE-Rabbinical Center of Europe te hulp geroepen. Joods-worden is een hele procedure, een beproeving. De lokale rabbijn is vaak niet in staat om zo’n toetreding te begeleiden en uit te voeren. En dan komt het RCE in beeld. Op het moment dat de lokale rabbijn van mening is dat de kandidaat omwille van het geloof en niet omwille van zijdelingse motieven, wil toetreden kom ik, als voorzitter van het Beth Din (de Joodse Rechtbank) die belast is met gioer-toetredingsprocedures, in actie. Anderhalf uur heb ik met de twee kandidaten, man en vrouw, gesproken. Ze eerst uitgelegd dat ik de tegenpartij ben en dat hun rabbijn hun mag en moet helpen en steunen. Met andere woorden: ik ben de kwaaie genius en mag het vuile werk doen. Dat is dus mijn lot! Maar deze mensen kwamen oprecht over. En hoe nu verder? Hen ontmoeten is onmogelijk. Afwachten maar en hopen dat als alles genormaliseerd is, ik met ze verder kan richting Jodendom.

Ondertussen werd ik vandaag ook nog gevraagd om een lezing te geven voor een groep goedwillende islamieten over het recht van de Joden op Israel. Of ik dat wil gaan doen weet ik niet want ik ben geen historicus, geen politicus maar slechts een eenvoudig rabbijntje die van politiek weinig kaas heeft gegeten! En u gelooft het of niet: net toen ik besloot mijn dagboek voor vandaag weer af te ronden, en ik had vastgelegd dat ik van het juridische getouwtrek geen kaas had gegeten, werd er gebeld en stond er een besteller voor de deur met voor ons…een grote ronde koosjere jonge kaas.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

Ik voelde me een koorddanser, zonder hoogtevrees. Dagboek van een Opperrabbijn 2 februari 2021

Het begint weer normaal druk te worden: afspraken, vergaderingen en contacten met rabbijnen in het buitenland. Een serieus geval van gioer, toetreding tot het Jodendom, van een jong echtpaar dat in het buitenland woonachtig is. Ik was al door de nodige lokale rabbijnen benaderd over dit ‘geval’, maar een ontmoeting is niet mogelijk vanwege ‘u begrijpt wel, social distance’. De aanbevelingen zijn absoluut zeer goed, maar ik ga geen enkele stap ondernemen richting een afronding van het gioer-proces tot ik met eigen ogen en oren de situatie en dus vooral de oprechtheid heb geconstateerd. En dus heb ik twee uitgebreide levensverhalen op schrift tot me moeten nemen. In totaal achtentwintig A4-tjes leeswerk. Ik kreeg ook bericht dat er een boek was verschenen over onderwijs waaraan ook ik heb meegewerkt. Laat ik nou gedacht hebben dat ik een van de weinige auteurs was, maar vandaag zag ik dat ik een van de honderdveertig schrijvers was!  Er is ook nog een ander boek in de maak, maar daar zullen zeker geen 140 auteurs aan verbonden zijn. Ik moest even mijn korte cv aangeven dat voor of achterin dat andere boek zal verschijnen. Vandaag had ik kennelijk wat met boeken en schrijven. Los van de boeken waaraan ik een bijdrage heb geleverd, schreef ook nog een directeur van een Overheidsinstantie in een artikel van hem een quote van mij. Pro forma vroeg hij mijn instemming, hetgeen ik zeer waardeerde. Want, en dat kwam ik vandaag toevallig een paar keer tegen, het is steeds een balanceren tussen diverse manieren van ‘vertalen’. Steeds moet ik wat ik schrijf, zeg en zelfs denk vanuit diverse invalshoeken bekijken. Laat ik iets duidelijker zijn: als ik vermeld dat de zon schijnt, dan valt daarover weinig te discussiëren. Maar als ik zeg dat het koud is, dan kan ik daarover worden aangevallen. Er kan een ingezonden reactie komen die zegt dat het warm is, maar dat Jacobs omdat hij tegen koud weer is, speciaal warm koud noemt omdat x, y of z. Met andere woorden moet ik steeds mijn woorden op een weegschaaltje leggen, want één verkeerde opmerking en ik krijg een kanonnade over me heen. Wat ik nu neerschrijf klinkt, denk ik, negatief. Ik moet steeds me anders voordoen dan ik ben. Maar dat is niet zo, want ik ben van nature geen zwart-wit denker. Ik ben steeds aan het afwegen en probeer steeds alles vanuit meerdere invalshoeken te bekijken zonder voor mezelf een vooringenomen standpunt in te nemen, waarbij ik me er ook rekenschap van moet geven dat wat ik zeg ook vertaald kan worden als het standpunt van de gehele Joodse gemeenschap. Is mijn mening de mening van Joods Nederland? Ik denk het niet, maar het kan wel, als het tegenstanders uitkomt, die vertaalslag krijgen en dus mag ik niet redeneren dat de ander gek is, maar zal ik me in de gedachtewereld van de andere moeten verplaatsen. Twee voorbeelden van vandaag. Voor www.cip.nl schrijf ik drie keer per week Rab&Rik. Aan de hand van de Sidra van de week, de wekelijkse lezing uit de Thora, schrijf ik gedachten, levenslessen. Aan het eind worden er dan door Rik (de hoofdredacteur van de site) twee vragen gesteld die ik, Rab, dan beantwoord. Vandaag kreeg ik als vraag waarom vrouwen geen rabbijn kunnen worden. Ik gaf in eerste instantie een naar ik meende bevredigend antwoord, maar Rik ervaarde het toch als een vorm van negatieve uitsluiting. Nou kan ik dus denken dat Rik gek is, maar ten eerste is dat niet zo en ten tweede lost het niets op om zo te denken. Ik zal dus veel dieper in zijn huid moeten kruipen om ‘mijn’ antwoord te geven in ‘zijn’ taal. Wat dat antwoord is heb ik nog niet uitgewerkt, maar zo zit ik dus in mekaar. Een ander stukje van koorddansen was een discussie per telefoon over de vraag in hoeverre mijn contacten in de christelijke wereld verstandig zijn. ‘U moet uzelf niet te veel inlaten met die Christenen, want dat schaadt uw imago. Niet iedereen binnen Joods Nederland kan dat waarderen.’ Ik ben van mening dat wij in Nederland een harmonieuze samenleving hebben met als motto (althans dat zou het motto moeten zijn) ‘eenheid in diversiteit’, een moderne vertaling van ‘multiculturele samenleving’. Juist omdat het gevaar van polarisatie op de loer ligt is het van belang om coalities te sluiten, zeker ook met de Islamitische gemeenschap waarmee ik langzaam maar zeker ook in contact kom. Ik ben van mening dat dit soort coalities van belang zijn voor Joods Nederland en dus zet ik me daarvoor in. Maar natuurlijk zijn er christenen die het contact met mij uitsluitend willen hebben met als verborgen agenda ‘bekering’. Maar die agenda heeft niet iedere christen. Gelijk ook niet iedere Islamiet Israël de zee wil indrijven. Betekent dat dan dat ik naïef mijn ogen moet en mag sluiten voor haatdragend antizionisme dat antisemitisme pur sang is? Betekent dat dan dat ik denk dat bekeringsdrang dat onze voorouders o.a. op de brandstapels heeft gedreven niet meer bestaat? Vandaag was echt zo’n balanceer-dag, ik voelde me een koorddanser, maar wel een zonder hoogtevrees.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

Wie is Joods? Dagboek van een Opperrabbijn 1 februari 2021

De vraag wie er nu eigenlijk Joods is wordt me regelmatig gesteld. Het antwoord is eigenlijk heel eenvoudig: hij die geboren is uit een Joodse moeder of toegetreden is conform de halaga, de traditioneel Joodse wetgeving. In mijn jeugd was dat, naar ik me herinner, gewoon duidelijk. Maar later verwordt deze vanzelfsprekendheid en hoor je regelmatig zeggen dat iemand weliswaar Joods is, maar niet halagisch. Ieder die één Joodse grootouder heeft, ongedacht of dat via de vader of via de moederlijn loopt, kan aanspraak maken op de ‘wet op de terugkeer’ en dus Israel als Jood binnenkomen. Terecht, want die wet is gemaakt om Joden die in hun geboorteland, waar ze vaak al eeuwenlang wonen, vervolgd worden een toevluchtsoord te bieden. En de heer Cohen, ook als hij slechts één Joodse opa heeft en die opa heet toevallig Cohen, wordt slachtoffer van vervolging. En dus is hij welkom in Israel, het land dat behalve het Heilige Bijbelse land, ook het land is waar de vervolgde Jood heen kan gaan. Maar iemand met vier joodse grootouders, die dus volledig Joods is, kan op die wet geen aanspraak maken als hij een ander geloof is gaan belijden. Als een christen zegt atheïst te zijn, is hij dus niet meer christelijk, duidelijk.  Maar er bestaan wel Joodse atheïsten! Want de Jood blijft Jood. Ja, hoor ik u redeneren, er bestaan ook zwarte atheïsten. Een rake bemerking, maar: Jood is geen ras. Joden uit Siberië zijn vaak hoogblond en Joden uit Jemen negroïde. En vervolgens kreeg ik gisteren een artikel onder ogen, geschreven door een dominee, dat de Joden zelf een zogenaamde Messias belijdende Jood niet meer als Jood beschouwen. Onwaar! De Jood blijft Jood, ook als hij zijn geloof zegt te hebben afgezworen.  Ook kreeg ik vandaag een telefoontje van iemand die zich keihard voelt aangevallen door een mede-jood, die niet Joods is, over een politieke kwestie. Maar de aanvaller is echt niet Joods, maar wordt door de samenleving wel als zodanig beschouwd omdat hij een Joodse betovergrootvader had van vaders kant en een duidelijk herkenbaar Joodse achternaam heeft geërfd. Omdat het belangrijk is om juist in deze periode contacten te onderhouden met alleenstaanden, belde ik vandaag een man die net met pensioen is gegaan. We babbelden wat en hij vertelde mij dat zijn Marokkaanse buurman hem vroeg wanneer hij nu teruggaat naar Israel nu hij niet meer hoeft te werken. Voeg daar nog aan toe dat ikzelf zojuist een e-mail ontving met een compliment voor mijn goede beheersing van de Nederlandse taal en, ik heb het al vaker vermeld, de verbazing als ik vermeld dat ik in Amsterdam ben geboren, want men dacht dat ik uit Israël kwam. Om het nog iets complexer te maken: ik ken een scala aan Joden die bijna principieel niet naar de synagoge komen, maar als ze op vakantie gaan (als u nog weet wat dat is!) steevast synagogen bezoeken. En zelfs als ze duidelijk tegen keppels en baarden zijn, mij toch enthousiast op het vliegveld sjalom groeten, op een manier die doet denken dat we elkaar al eeuwen kennen. Kortom: Jood-zijn is iets heel dieps en misschien is daarom ook het antisemitisme, als een soort tegenpool, ook zo diep en bijna onverklaarbaar.  

Omdat een journalist mij benaderde met de vraag wanneer nou eigenlijk iemand Joods is, heb ik er maar een dagboekje aan gewijd. Ik had namelijk wel twee loei interessante gebeurtenissen kunnen vermelden die vandaag mijn rabbinale revue passeerden, maar helaas. Ik weet dat mijn schrijfwijze als openhartig wordt gezien, maar vaak kan ik de echte interessante dagelijkse gebeurtenissen vanwege vertrouwelijkheid niet delen. U, beste dagboekenier, zult het dus vaak met de minder spannende gebeurtenissen moeten doen. En dus vandaag een uitleg in het ogenschijnlijke doolhof van de vraag wie er nou eigenlijk Joods is. En waarom die vraag vandaag beantwoorden? Vanwege die journalist die er geen (Joods) touw meer aan kon vastknopen.

Het schilderijtje, waarover ik gisteren schreef, is aangekomen. We gaan het een ereplaats geven aan de muur vanwege de emotionele waarde die eraan gekoppeld zit. Alleen wordt het lastig zoeken omdat bijna al onze muren al bezet zijn met boeken. Ik wens mezelf en ons allen geen groter probleem dan een muur vol Joodse geschriften.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Het hondje en het schilderijtje. Dagboek van een Opperrabbijn 31 januari 2021

Een van onze vaste gasten was Reb Moshe zl. Het was niet zijn echte naam, maar wij noemden hem zo. Met onze oudste zoon zl., die hij een paar keer bij ons thuis jaren geleden had ontmoet, had hij bijna dagelijks telefonisch contact. Reb Moshe heeft steeds aangegeven dat hij een “Joods” schilderijtje heeft en wil dat als hij er niet meer is dat schilderijtje, portret van een rabbijn, bij ons aan de muur komt te hangen. Reb Moshe is niet meer en ik was bijna het schilderijtje vergeten. Het schilderijtje had ik wel eens aan zijn muur zien prijken op zijn kamer. Of het enige waarde vertegenwoordigt? Geen idee. Maar voor ons wel van emotionele waarde. Reb Moshe is niet meer, maar onze oudste zoon dus ook niet en juist daarom ben ik achter het schilderijtje aangegaan. Zojuist ontvang ik van mijn dochter uit Almere dat zij het schilderijtje heeft ontvangen. Hoe het bij haar is gekomen, weet ik niet, maar het is dus op weg naar ons. Reb Moshe was alleen, een typisch beschadigde man die een product was van de oorlog. Hij was eenzaam en boos. Boos dat toen zijn moeder kwam te overlijden hij voor de begrafenis moest tekenen dat hij zou betalen, terwijl er al betaald was. Zijn woorden werden niet geloofd. Ik begrijp dat eigenlijk wel, maar in deze was er sprake van een fout van de bank. Hoe ik met Reb Moshe in contact ben gekomen? Hij was woest op de penningmeester van de Joodse Gemeente die hem dwong te tekenen zo vlak voor de lewaja. Hij dreigde hem te vermoorden. Had hij dat kunnen doen? Ik denk van wel, ongeremd als hij kon zijn. Maar hij was een goed mens, maar o zo eenzaam. En dus belde mijn zoon Yisrolik zl. hem jarenlang dagelijks op. Beiden zijn niet meer en juist daarom wil ik dat schilderijtje snel aan de muur hebben, als een herinnering. Een schilderijtje dat boekdelen spreekt, maar die boekdelen zijn uitsluitend aan mijzelf bekend en dat houden we zo. Ik wacht vol emotie op het schilderijtje…….

Aan het schattige hondje waarvoor ik via, via gevraagd was om een nieuw baasje te verzorgen kleven ondertussen een paar teleurstellingen. De huidige eigenaar van het lieve beestje zoekt vanwege zeer trieste omstandigheden, een persoonlijke tragedie gekoppeld aan corona, met spoed een nieuw baasje. Ik dus meteen een paar pionnetjes uitgezet, mijn Blouma ook nog een paar en vervolgens in een mum van tijd hadden wij zeven adressen gevonden. Maar het hondje kan maar naar één adres, en dus heb ik zes mensen blij gemaakt met een dode mus (ik bedoel dus een levend lief hondje). Maar waarschijnlijk zitten alle zeven met die dode mus, want inmiddels blijkt nog een rabbijn op zoek te zijn geweest en kan het dus zijn dat al onze kandidaten buiten de prijzen, het hondje dus, zijn gevallen. Ik begrijp dat het geval met het hondje door u, trouwe dagboeklezer van mij, als verkwisting van tijd wordt ervaren. En wellicht vraagt u zich af of de opperrabbijn niets beters te doen heeft. Als u zo redeneert begrijpt u mijn positie niet. Althans de wijze waarop ik tegen mijn positie aankijk verschilt dan van uw voorstelling van (rabbinale) zaken.

Ik herinner mij een brief van de Lubavitscher Rebbe aan een vrij simpele man uit Amsterdam. Hij had de Rebbe advies gevraagd over het verjaardagscadeau dat hij z’n jongste zus wilde geven.  De Rebbe die dagelijks postzakken met brieven ontving vanuit allerlei kringen der samenleving met vaak de meest ingewikkelde vragen op het gebied van politiek, Israël, educatie, financiën etc., heeft de jongeman twee A4-tjes vol geschreven met uitleg hoe hij voor zijn zus een cadeau moest kopen. Belachelijk? Helemaal niet! Groots, want voor deze man was de kwestie van het verjaardagscadeau net zo belangrijk als voor een hoogleraar een knellende vraag over kernenergie die van belang kon zijn voor de gehele mensheid. En daarom was het zoeken van een nieuw baasje voor dit hondje net zo essentieel en tot mijn taak behorend als een uur onderricht op hoog niveau in de Talmoed of een gesprek met een Minister over een kwestie die de Joodse gemeenschap betreft.  Mijn taak als rabbijn ligt daar waar het (niet bestaande) toeval mij mee in contact brengt. Of het nu de kwestie Ysselsteyn betreft, waarover ik vorige week in mijn column in het NIW schreef, of de International Holocaust Remembrance Day, waaraan ik woensdag jl. een bescheiden bijdrage mocht leveren ten overstaan van meer dan 25.000 deelnemers, of het schilderijtje van Reb Moshe of het hondje dat acuut een nieuw baasje nodig heeft, voor mij behoort dit allemaal tot mijn rabbinale afwisselende baantje.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

Ik ben rabbijn en was een beetje imam. Dagboek van een Opperrabbijn 27 januari 2021

Een TV opname voor een programma dat eind april op de TV zal verschijnen. Om 9:30 uur ben ik naar sjoel gelopen, was daar om 9:50 uur en om 10:00 uur was de cameraploeg gearriveerd. Om 16:30 uur waren de opnames klaar. In de sjoel, voor de sjoel, in de stad op een bankje, voor mijn huis, in mijn huis, vertrek uit ons huis. Mijn snel-wandeling heb ik dus vandaag niet gemaakt, want heen en terug naar sjoel was vandaag voldoende. Ik was er wel in geslaagd om deel II bij ons thuis te laten plaatsvinden en daar kon ik gewoon mijn e-mails beantwoorden en telefoontjes plegen, terwijl mijn echtgenote de cameraploeg te woord stond. Was een slimme zet van mij, toonde onze samenwerking en gaf mij wat ruimte om mijn reguliere corona-werk te doen. Dat de tv-ploeg nog nooit in een synagoge was geweest begreep ik vanaf seconde één, want ze boden braaf aan om hun schoenen uit te doen. Ze wisten wel dat ik rabbijn was en geen imam, hetgeen dus meeviel. Het was allemaal nieuw voor hen en ze snakten naar kennis, los van de tv-opname. Het was een fijne dag en ik hoop dat ik door het contact een stukje bruggenbouwen heb mogen leveren. Bruggenbouwen speciaal ook met de presentator, een islamiet die me qua opstelling erg deed denken aan Marcouch, die hij inderdaad goed bleek te kennen. Die verwarring over het uittrekken van schoeisel en de moskee en de synagoge door mekaar te halen, deed me denken aan mijn beginjaren in het Sinai Centrum. Op de dag dat ik op de poli was in Amsterdam had ik regelmatig islamitische vrouwen op bezoek die met hun huwelijksproblemen bij mij kwamen. De reden? Ook in Marokko gingen ze met hun relationele problemen naar de rabbi en niet naar de imam want, zo werd me verteld, die stelde de man doorgaans in het gelijk. Of dat wel of niet waar was, was voor mij onbelangrijk. Het mooie was voor mij dat ik als Joodse rabbijn (de meeste rabbijnen zijn Joods…) deze vrouwen mocht helpen en steunen. Overigens wilden sommigen van hen dat ik op een stukje perkament zinnen uit de Thora zou schrijven en dat zouden zij dan bij zich dragen als bescherming, want de rabbi in Marokko deed dat ook en dat hielp. Ik hielp ze graag, besprak de problematiek, gaf advies, maar tot het schrijven van beschermende teksten heb ik me niet laten verleiden. Dagboeken schrijf ik graag, maar amuletten dus niet.

Ondertussen was de huidige eigenaresse van het schattige witte hondje erin geslaagd om een onderdak te vinden voor haar, wegens onvoorziene omstandigheden, bijna dakloze beestje. Het was wel jammer dat zowel mijn echtgenote inmiddels drie adressen had gevonden, ik een en mijn dochter uit Almere ook een. Nu moeten we allen die zich als pleeggezin hadden aangemeld en zich al helemaal hadden verheugd, weer teleurstellen. Overigens geef ik volmondig toe dat hoewel het werk van een rabbijn afwisselend is, het zoeken van onderdak voor dakloze hondjes, niet tot mijn dagelijkse rabbinale werkzaamheden behoort. Maar toch fijn dat dat hondje een nieuw baasje gaat krijgen!

Minder fijn was het dat mij ook een pijnlijke klacht bereikte. Ik had bij iemand de indruk gewekt dat ik mijn beroepsgeheim had geschonden. Nou ben ik altijd erg secuur met mijn beroepsgeheim, speciaal wanneer het iets betreft dat gekoppeld zit/zat aan mijn werkzaamheden binnen het Sinai Centrum. Ik zal het bijna relletje even uitleggen. Ik had iemand met een persoonlijk probleem geholpen en na afloop van het laatste gesprek en nadat het probleem was opgelost, krijg ik van haar een e-mail met het dringende verzoek om met niemand over haar probleem te spreken. Dat neem ik dan voor kennisgeving aan, temeer daar ik echt niet van plan was om met derden over haar probleem te spreken al ware het alleen al omdat niemand in haar probleem geïnteresseerd zou zijn. Een dag nadat ik de waarschuwing, waarin het verzoek om niet aan derden haar probleem te vertellen, had ontvangen, krijg ik wederom een e-mail met de vraag waarom ik mijn beroepsgeheim had geschonden en wel met derden over haar probleem had gesproken. Na een lang telefoongesprek met haar werd duidelijk dat zijzelf haar probleem met een mij onbekende vriendin te hebben besproken. Die vriendin had het op haar beurt weer met haar rabbijn besproken en dat is dan weer bij haar terecht gekomen. En omdat ik dus die rabbijn ken, was het in haar ogen duidelijk dat ik m’n mond voorbij had gepraat. Inmiddels is het dus opgelost en is de beschuldiging naar mij toe van tafel en gaat zij zelf oppassen om niet alles met die vriendin te bespreken.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Mazzeltov Eli! Dagboek van een Opperrabbijn 26 januari 2021

Onze kleinzoon Eli is drie jaar geworden! Mijn dochter, zijn moeder, had er 150 ballonnen voor opgeblazen en het werd een drive-in party. Ik kom er dadelijk op terug.

We worden geteisterd door relschoppers, tuig. Natuurlijk worden de rellen voorzien van een rationeel sausje. De jeugd voelt zich niet gehoord, het vaccin deugt niet en zo zullen er nog wel meer verklaringen zijn waarom er geplunderd wordt. Auto’s worden in brand gestoken, ruiten ingegooid, politieauto’s omgekieperd. Second love moet kunnen en gedwongen prostitutie is aanvaard. En tegelijkertijd spreken we met terechte afschuw en afgrijzen over toppers als Epstein, Weinstein en modekoning Jean-Luc Brunel die ondanks hun criminele leven zich alles konden en mochten veroorloven. Als alles mag en alles kan, is het dan verwonderlijk dat dit soort crimineel stinkend rijk tuig z’n gang kon en mocht gaan?! Moraliteit is totaal zoek. Is er sprake van een nieuw fenomeen? In de Pirkee Awoth, de Spreuken der Vaderen, lezen we (3:2) dat we moeten bidden voor het welzijn van het Koningshuis want als er geen gezag is verslinden mensen elkaar levend. En dat is precies wat er nu gebeurt. Anarchie en daardoor doelloos plunderen, auto’s in brand steken, ingangen naar ziekenhuizen blokkeren en individuele keihard werkende mensen totaal kapot maken.

Gelijk het een half jaar geleden echt nog onvoorstelbaar was dat het Capitool in de USA kon worden binnengedrongen, is het in ons eigen vredige polderlandje niet ondenkbeeldig meer dat zoiets ook hier kan gebeuren in onze regeringsgebouwen. Ik kan me niet voorstellen dat hiermee door politie nog geen rekening wordt gehouden. Op de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn is een educatief centrum in oprichting waar wordt getoond hoe eenvoudig mensen zich laten veranderen in onmensen. Daar liggen SS-moordenaars en Nederlandse landverraders begraven naast reguliere soldaten die vaak gedwongen werden, tegen wil en dank, een oorlog in te gaan die ze absoluut niet wilden. Maar velen van hen, nog jong, ondergingen een hersenspoeling en geloofden dat goed slecht is en dat er Ariërs en Joden zíjn, Menschen en Übermenschen. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste relschoppers over tien of twintig jaar met afgrijzen terugblikken naar het heden van nu en met schaamte terugblikken.

Ik kwam toevallig (hoewel toeval dus echt niet bestaat!) een toespraak tegen die ik in 2010 heb gehouden t.g.v. 65 jaar bevrijding:

Vrijheid is niet alles mag en alles kan en vrijheid betekent ook niet dat we alles mogen en moeten tolereren. Vrijheid kent grenzen en vergt individuele inzet, vorming, educatie, respect voor de ander. Vrijheid kan niet alles tolereren, vrijheid kent z’n beperkingen, vrijheid begint bij u, bij mij, omwille van ons allen.

 

Voor vrijheid hebben zij gestreden

Voor toen, voor morgen en voor het heden

 

Maar als vrijheid betekent, alles kan en alles mag

En respect verdwijnt voor Overheid en voor gezag

 

Als waarden en normen vervagen en verdwijnen

Als mensen alleen denken aan zichzelf en aan de zijnen

 

En voor de ander is geen plaats en is geen oord

Als het gewoon is te denken dat dat zo hoort

 

Dan is de vrijheid van toen niet de vrijheid van het heden

Is het niet de vrijheid waarvoor zij streden

 

Ik wil de jaren ’40-’45 er niet bij halen. Ondanks de rellen, ondanks vergelijkingen die getrokken zouden kunnen worden, hebben wij een Overheid die misschien niet uitmunt in snelheid met betrekking tot Corona, maar betrouwbaar is. Rutte kan absoluut niet vergeleken worden met welke schurkachtige potentaat dan ook. Hij is een goed mens die het goede voorheeft met zijn onderdanen.

Maar toch wil ik even vermelden dat het morgen, vandaag voor u trouwe dagboekenier, de International Holocaust Remembrance Day is. Die begon ook met plundering, hersenspoeling, indoctrinatie, verderfelijke opvoeding.

Mijn kleinzoon Eli die in Montreal woont is vandaag drie jaar geworden. Er bestaat een gewoonte om het haar van een jongetje niet te knippen tot zijn derde verjaardag want de mens wordt in de Thora vergeleken met een boom in het veld. En net zoals de eerste drie jaar de vruchten van de boom ongemoeid gelaten moeten worden, zo ook wordt het haar pas geknipt als het jongetje drie is. Eli heeft cadeautjes gekregen, geld in het tsedaka-busje gestopt, hij mocht het aleph beet zeggen en de letters, die met honing waren besmeerd, aflikken. Morgen wordt hij in een tallieth gewikkeld de Joodse school ingedragen en worden er snoepjes naar hem gegooid. Uiteraard is corona hier een spelbreker, maar ik ben ervan overtuigd dat mijn schoonzoon en dochter alles zoveel mogelijk normaal zullen doen met inachtneming van de corona-regels. Eli wordt dus vanaf dag één opgevoed met positieve gedachten, daden en cadeautjes. Van zijn opa’s en oma’s zal hij geen pistooltje krijgen of een bangmakende draak. Wij gaven hem, via zoom, zijn eigen kidoesjbeker, een kleine uiteraard. Hij is nu een keppeltje gaan dragen en tsitsiet.

En zo investeren zijn ouders al vanaf heel jong in zijn Joodse opvoeding en bidden zij dagelijks dat Eli de juiste weg zal mogen blijven volgen, de weg van Thora en Traditie, opdat hij een zegen zal zijn niet alleen voor zijn eigen familie maar ook voor de samenleving in het geheel.

Eli, vanuit plunderend Nederland: mazzeltov!

Zaide oen Bobbe foen Holland.

 

 

 

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/