Rabbinaal advies aan ministers Kaag en Blok, Dagboek van een opperrabbijn  

In het deel van de Thora dat aanstaande sjabbat in alle Traditionele Synagogen ter wereld wordt gelezen staat dat Mozes de Thora uitlegde voordat het Joodse volk het land Israel zou binnentrekken (dewarim 1:5). En onze verklaarders vertellen ons dat hiermee bedoeld wordt dat Mozes de Thora vertaalde in zeventig talen overeenkomstig de zeventig volkeren waaruit de wereld bestaat. Een mooie verklaring, maar eigenlijk totaal onbegrijpelijk. Nagenoeg iedere Jood sprak toch Hebreeuws en voor die paar enkelingen die de taal niet machtig waren, moest het hele volk daaronder lijden? Een van de lessen die we hieruit halen is dat welke taal je ook spreekt, waar je ook woont, de lessen uit de Bijbel zijn er voor eeuwig, voor ieder en onder alle omstandigheden.

Toen de vertaling van de Thora in het Grieks verscheen, eeuwen later, viel er een duisternis over de wereld. Wat was er aan de hand? Waarom duisternis? Omdat een vertaling altijd kan resulteren in een niet beoogde verklaring met alle gevolgen van dien. Sommige woorden of gedachten laten zich niet vertalen. Neem bijvoorbeeld de vertaling van ‘sjabbat’ met rustdag. Klopt die vertaling? En als die vertaling juist is, betekent het dan dat alles waarvan ik moe word niet is toegestaan want het valt onder de verboden ‘werkzaamheden’? De reinheidswetten worden vaak gekoppeld aan schoon en vies, terwijl het daarmee totaal niet van doen heeft en het beruchte ‘oog om oog, tand om tand’ heeft nog nooit binnen het Jodendom letterlijk bestaan.

En daarom viel er een duisternis over de wereld toen de vertaling door een aantal grote Joodse Geleerden klaar was. De vertaling was zeker perfect, maar een vertaling kan leiden tot een niet beoogde verklaring en dat is gevaarlijk en dat kan dan weer tot gevol hebben: een bijna onuitroeibaar antisemitisme.

Maar waarom heeft Mozes dan wel vertaald? Vertaling kan toch leiden tot (verkeerde) verklaring? Wat was het verschil tussen de vertaling van de Geleerden en de vertaling van Mozes?

Tussen Mozes en de Geleerden bestond er niet echt een verschil! Klopt, maar het verschil zat in de opdrachtgever. De directe opdrachtgever van Mozes was G’d. De opdrachtgever van de Geleerden was de Griekse koning Talmi. Met andere woorden: wie of wat is de bron!

Of dichter bij huis vertaald: wat is de drijfveer van een journalist of politicus?

En zo wordt door de media het opkomend antisemitisme gevoed, gestimuleerd, aangewakkerd: In de ‘bezette gebieden’ wonen ‘kolonisten’. Er had ook neutraal kunnen staan: In de ‘betwiste gebieden’ wonen ‘mensen’. Door de woorden ‘bezet’ en ‘kolonisten’ te gebruiken worden de Joodse bewoners gedemoniseerd en wordt het antizionisme = antisemitisme gestimuleerd. Maar ook ten aanzien van wel/niet abortus, het ‘voltooide’ leven en nog vele andere onderwerpen die bovenaan de politieke agenda’s prijken, worden meningen onbewust opgedrongen, ook door zogenaamde neutrale media. Verkeerde koppen zijn gevaarlijker dan corona. Door verkeerde koppen worden hele dorpen uitgemoord, vallen er veel meer slachtoffers dan nu als gevolg van corona. Dat we nu over sociale media beschikken is zeker een zegen. Maar verkeerd gebruik van media kan in een vloek ontaarden.

Om te weten of een product koosjer is, en dus geoorloofd voor consumptie door Joden, zijn producten voorzien van een koosjer stempel of sticker. Ik laat me nooit verleiden door de koosjer-stempel maar ik wil weten wie er achter die stempel zit. Welk rabbinaat heeft verklaard dat het product koosjer is. Als ik bijvoorbeeld weet dat een hulpverleningsorganisatie onder de vlag van de Verenigde Naties actief is, dan vraag ik mij in alle oprechtheid af: Is dit wel koosjer? Hetzelfde kun je jezelf overigens afvragen bij BLM. Ieder die een beetje ingevoerd is in de politiek moet dit kunnen begrijpen. Jammer dat onze ministers Blok en Kaag deze keer vergeten waren dat sommige vaandels, zoals de UAWC, de aangegeven lading niet altijd goed dekken. Het siert ze dat ze dat ruiterlijk erkenden, na indringende Kamervragen. Maar toch een (rabbinaal) advies voor de toekomst:

Beste Excellenties: Ga niet blindelings af op de fles zelf, maar kijk wat erin zit. (De Spreuken der Vaderen) Anders verwoord: Is de inhoud wel net zo koosjer als de naam doet vermoeden?

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Een leeg hoofd Dagboek van een opperrabbijn

Het is gebruikelijk in Joodse kringen om als er een meningsverschil is, bijvoorbeeld over een erfenis, naar de rabbijn te gaan en hem als een arbiter te laten beslissen. Het oordeel zal uiteraard gebaseerd zijn op de halaga, de Joodse wet. Een goede rabbijn zal echter altijd eerst proberen om een realistisch compromis te vinden. Met een compromis zijn namelijk beide partijen tevreden. Want als het moet komen tot een rabbinale uitspraak is de winnaar verheugd en zal mogelijkerwijs de verliezer kwaad zijn en vaak zijn hele leven teleurgesteld blijven.

En dus, nu ik gevraagd ben om een ingewikkeld financieel conflict op te lossen, ben ik eerst aan het begrijpen wat er precies speelt om daarna voorzichtig af te tasten waar een mogelijk compromis aanwezig is. Om een lang verhaal kort te maken (en daarin ben ik niet zo goed!): Ik kwam in contact met een voormalig landelijk politicus die mij wellicht meer details kon geven in deze zaak. Nou is het soms van belang om meteen ter zake te komen en soms is dat juist heel onverstandig. Hier was het dus beter om eerst over koetjes en kalfjes te spreken en zo kwam het gesprek op de “Onverwachte inval van de Handhavers”, de Israëlische politiek en het opkomend antisemitisme.

Tot mijn verbazing was de politicus van mening dat antisemitisme uitsluitend voorkomt bij de allochtonen, had hij een zeer kritische mening over de Israëlische politiek en zag geen link tussen antizionisme en antisemitisme. Ons gesprek duurde bijna een uur en met de betrekking tot de zaak waarover ik belde bleek hij geheel niet betrokken te zijn geweest en had ik dus beter niet kunnen bellen! Maar zo gaat het niet in het leven: alles komt van Boven, behalve Godvrezendheid. Soms zien we direct de reden van het waarom. Zoals hier. Politicus had nooit van doen gehad met de zaak waarover ik hem belde, maar moest wel even bijgepraat worden over dat kleine maar o zo krachtige en beloofde landje aan de Middellandse Zee. Maar vaak ook verdwaal je als het ware en is en blijft het waarom onzichtbaar.

Ondertussen ben ik nog geen steek verder gekomen met mijn oriëntatie in de zaak die ik hopelijk zal kunnen oplossen, maar hebben we er wel een politicus bijgekregen die minder anti-Israël zal zijn en ook duidelijk aangaf verbaasd te zijn over het optreden van de Keuringsdienst van Waren, de NVWA, in de kwestie rond de flesjes wijn uit een “Israëlisch dorp in Judea en Samaria”.

Ook ben ik preventief aan het onderzoeken over een choepa. Een choepa is een bruiloft die door een rabbijn wordt ingezegend. Het woord ‘ingezegend’ klinkt nogal religieus, maar dat religieuze valt in deze nogal mee. Wat is hier nou weer aan de hand, hoor ik u denken. Een Joodse man die gescheiden zegt te zijn van zijn eerste vrouw die in het buitenland woont, wil nu choepa met zijn nieuwe vriendin. Beiden wonen reeds onder een dak in Nederland, maar hun officiële woon- en verblijfplaats is Israël of de USA. Heeft er inderdaad een officiële burgerlijke en godsdienstige scheiding plaatsgevonden? Zo niet, dan kan er zomaar sprake zijn van bigamie. En wat met een burgerlijk huwelijk? Of willen ze burgerlijk ongehuwd blijven om een bestaande uitkering niet in gevaar te brengen of om de belasting te ontduiken? En dus niet meteen een spontaan hoera, maar eerst onderzoek en dan pas verder kijken.

Ondertussen was ik geïrriteerd over iets anders. Ik had een paar dagen geleden een spoedafspraak geregeld bij een psycholoog. Moeder belt me in paniek op dat zoonlief van in de twintig met spoed een psycholoog of psychiater nodig heeft. Ik regel dat keurig, de moeder mag de psycholoog zelfs op z’n privé nummer bellen, tijdens zijn vakantie. En vervolgens gebeurt er niets. Ze belt niet. Waarom? Ze hadden zelf al iemand gevonden. Prima, vertel ik de moeder, maar misschien dan toch even een belletje naar mijn psycholoog die bereid was om haar zoon direct te ontvangen tijdens vakantie. De bevriende psycholoog belde mij namelijk weer dat hij niet gebeld was. Ik had een punt, gaf de moeder begripvol aan. Maar inmiddels is er weer een dag verstreken, maar het fatsoen om even te bellen was er nog niet. Jammer, maar zo werkt dat dus.

Wel vervelend want het toeval, dat dus niet bestaat, wil dat die mijnheer die wilde dat ik zijn tweede huwelijk eventjes snel zou inzegenen maar dan wel zonder voorafgaand burgerlijk huwelijk, ook een psychiater nodig had. En ook voor hem had ik dat netjes binnen een uur geregeld. Maar hij had wel meteen gebeld en op het antwoordapparaat van de psychiater zijn telefoonnummer ingesproken waarop hij bereikbaar was. Helaas bestond dat nummer niet en belt de behandelaar mij of ik wellicht het juiste nummer heb. Ook daar eerst paniek, Jacobs regelt meteen, opent deuren en vervolgens gebeurt er niets. Ik kan hier niet zo goed tegen, nog steeds niet na al die jaren. Blouma en ik zijn de auto ingestapt en naar Bunschoten/Spakenburg gereden. Even weg, uitwaaien, proberen mijn hoofd leeg te krijgen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Zeker orthodox, hè? – Dagboek van een opperrabbijn

Omdat mijn dagboek een dagboek is en niet een column over een bepaald onderwerp, word ik geacht gewoon te schrijven wat ik als rabbijn in Coronatijd meemaak. Een bestuurder verzocht mij om voor zijn Joodse Gemeente het dagboekachtige een keer per week eruit te halen en van het dagboek een column te maken. Een goed idee! Ga ik dus doen.

Maar hij had nog een advies, hij vond namelijk dat in de dagboekversie het ontbijt-op-bed opgediend door mijn vrouw, ontbrak. Hij had een punt, alleen moet ik eerlijk bekennen dat dat ontbijt-op-bed niet alleen ontbrak in mijn dagboek, maar ik krijg nooit ontbijt-op-bed! Reden: mijn zorgzame echtgenote misgunt mij dat zeker niet, maar het is lastig omdat ik ’s morgens voor het ochtendgebed niet behoor te eten! Ik zou dus om dat ontbijt-op-bed te kunnen krijgen eerst moeten opstaan, aankleden, gebedsriemen en gebedsmantel, ca. 45 minuten gebed, dan weer snel mijn kleren uit en pyjama aan, terug naar bed en dan vrouwlief laten opdraven voor het ontbijt-op-bed.

Neen, ik heb wel iets anders dat ik moet vermelden en waarvoor ik mijn innige dankbaarheid tot uitdrukking wil brengen en dat is: het onderhoud van de tuin. In deze coronaperiode ontvang ik mijn gasten, die naar ons huis komen voor een bespreking of een interview, niet in huis maar in de tuin. En die tuin is zo mooi, zo natuurlijk, zo geweldig rustgevend ingericht, dat ik mij in coronatijd in het Gan Eden – het Paradijs waan. En dat Paradijs is hand made in Amersfoort door mijn dierbare levenspartner, Blouma.

Maar los van de paradijselijke tuin: ja, mijn echtgenote en ik hebben een rolverdeling met primaire verantwoordelijkheden. Maar speciaal in deze coronatijd, waarin ik veel en veel meer vanuit huis werk, vloeien die verantwoordelijkheden in elkaar over. Maar dat ontbijt-op-bed: voor mij niet acceptabel. Het doet me denken aan die echtgenoot in zijn fauteuil met zijn voeten op een bijzetbankje, een dikke sigaar en vrouwlief komt zijn sinaasappel schillen. Los van de vraag wat mijn echtgenote hiervan zou vinden, is dit voor mij onacceptabel. Wij zijn partners is een gecompliceerd bedrijf dat “het gezin” als bedrijfsnaam draagt. En partners zijn gelijkwaardig. Vandaar dat ik mijn echtgenote ook nooit “mijn vrouw” noem. Voor mij klinkt dat “mijn vrouw” erg overheersend. Neen, ik spreek over “mijn echtgenote” omdat voor mijn gevoel echtgenote beter recht doet aan de verhouding zoals die in een huwelijk behoort te zijn.

In de Nederlandse taal spreken we van man en vrouw. Twee woorden die niets met elkaar gemeen hebben. In het Hebreeuws is er voor man en vrouw slechts één woord. Als we een man bedoelen is dat woord mannelijk verbogen en de vrouw krijgt de vrouwelijke verbuiging van datzelfde woord. Het straalt gelijkheid uit. En daarom noem ik mijn Blouma nooit mijn vrouw. Zij is mijn echtgenote en ik haar echtgenoot. We zijn precies hetzelfde, voltrekt gelijkwaardig, alleen anders verbogen. En dus voor mij geen ontbijt-op-bed omdat ook zij dat van mij niet krijgt.

In de paradijselijke tuin had ik een bespreking. Ik ontving een e-mail van twee hoogleraren, beiden emeritus. Zij gaan een boek schrijven over onderwijs, vorming en kennisoverdracht. Of ik bereid was om een bijdrage te leveren. Leek me leuk, alleen lastig. Ik wist niet goed wat ze bedoelden, wat willen ze met hun boek bereiken en dus stelde ik voor: kom naar onze rustgevende tuin en interview mij, maak er een artikel van en ik zal het daarna van commentaar voorzien, aanpassingen maken en dan komt er te staan wat past binnen jullie uitgave en mijn visie.

En aldus geschiedde. Twee deskundigen die bezorgd zijn over de praktische uitvoering van artikel 23 van de Grondwet: Vrijheid van Onderwijs en vrijheid van Godsdienst. Beide waren onderwijsdeskundigen uit het onderwijsveld. Dus geen theoretici, geen kamergeleerden. En beide fervente voorstanders van kennisaanbieding op alle fronten. Ook kennis aanreiken waarmee zij het inhoudelijk vanuit hun levensbeschouwing oneens zouden kunnen zijn. Helemaal op mijn lijn! Mijn kinderen mogen zondermeer de Theorie van Darwin kennen. Sterker nog, ik vind dit een vereiste. Maar, en daar komt het lastige en de discussie: Hoe breng ik die kennis over? Neutraal? Wat is neutraal en wie bepaald dat? Meer en meer wordt seculier als neutraal beschouwd. De term “openbaar onderwijs” wordt algemeen gezien als neutraal en dus seculier. Maar klopt dit? Of is hier (ook) sprake van beïnvloeding? En is beïnvloeding per definitie verkeerd?

Regelmatig wordt mij gevraagd hoe ik mijn eigen kinderen heb opgevoed: “Zeker orthodox, hè?”. Het is niet eens een vraag, maar een negatieve stelling. Ik als rabbijn heb mijn kinderen zeker geïndoctrineerd, zo is de ondertoon van die vraag. Wat is mijn antwoord, hoor ik u vragen. “Ja, ik heb mijn kinderen een orthodox Joodse richting aangeven en hoop dat ik dat niet dwangmatig heb gedaan”. En dan mijn wedervraag, zoals te verwachten van een rabbijn: “Maar, mevrouw, hoe hebt u uw kinderen opgevoed?” En dan volgt het clichéantwoord: “Ik laat mijn kinderen vrij”. Beste lezer van mijn dagboek: Vrij is ook een richting en ook die richting kan verdraaid dwangmatig zijn.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Eindhoven onderzoekt rol onteigening Joodse woningen

Burgemeester John Jorritsma van Eindhoven

EINDHOVEN – De gemeente Eindhoven gaat onderzoeken welke rol zij zelf heeft gehad in de onteigening van zeker 38 woningen van Joodse inwoners in de Tweede Wereldoorlog.

 
Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Spanning: corona of de terrorist – Dagboek van een opperrabbijn

Dat de verzoeken die mij bereiken van uiteenlopende aard zijn, maakt mijn baantje en dus ook mijn leven, aangenaam spannend en afwisselend. Een verzoek of ik wil spreken met een vertegenwoordiger van een actiegroep die mondiale aandacht vraagt voor de verdrukking van de Oeigoren, een verzoek om een streamlezing te geven, een verzoek of ik een off-the-record ontmoeting wil regelen met de ambassadeur van Israël en een aanbod van een reisbureau dat mij graag mee wil hebben met een commerciële vijfdaagse reis naar Krakau/Auschwitz. Voor ons, mijn echtgenote mag ook mee, is dat dus een gratis vakantie (Auschwitz, vakantie??) en voor het reisbureau ben ik dan de trekpleister die deelnemers moet lokken.

Ook ben ik gebeld n.a.v. mijn dagboek “Inval door Handhavers” waarin ik mijn teleurstelling keihard kenbaar maak dat de Nederlandse Overheid zich wel zorgen maakt over de verkoop van een paar flesjes wijn uit de “bezette” gebieden, maar andere “bezette” gebieden ongemoeid laat. Ik kreeg hierop veel reacties waarvan ik twee telefoontjes vermeld. Beller A, uiterst ter zake kundig, was de mening toegedaan dat BDS een synoniem is van antisemitisme, maar dat mijn redenering ten aanzien van de door Rusland, China en Turkije bezette gebieden niet opgaat. Marokko met de Westelijke Sahara is wel vergelijkbaar. Op mijn vraag hoe het dan kan zijn dat er Kamervragen over worden gesteld, was zijn antwoord: wacht het antwoord van de Minister maar af en dat zal ik dan dus braaf doen.

Beller B was een oudere buitenlandse collega. Overigens is het heel wel denkbaar dat ik ouder ben dan hij, maar hij oogt zeker ouder. Hij hield eerst een uitgebreide proloog over corona en de spanning die dat bij hem in zijn Joodse gemeenschap opleverde. En toe kwam de aap uit de rabbinale mouw: klopt het dat ik had opgeroepen om Marokko te boycotten? Van geen kant dus! Ik heb gepoogd uit te leggen dat als de Nederlandse Overheid de mening is toegedaan dat er gecontroleerd moet worden op etikettering, waarom dan alleen richting Israël? Om het lange gesprek met beller B samengevat weer te geven: of ik in de toekomst China, Rusland en Turkije wel wil blijven vermelden als bezetters, want hij deelt mijn mening over de selectieve verontwaardiging van de Nederlandse Overheid en hij ziet hetzelfde bij de VN, maar toch liever Marokko niet, want Marokko is goed voor de Joodse Gemeenschap en de Sahara is voor hen heilig.

En dan ook nog een whatsapp van een Parlementariër die zich afvraagt hoe het kan dat de NVWA (die Handhavers dus) wel tijd heeft voor die paar flesjes wijn, maar geen mogelijkheid ziet om de slachthuizen te controleren en überhaupt een tekort aan handhaving waar je U tegen zegt. En na de Brexit wordt de NVWA een echt knelpunt vanwege de verplichte inspecties van goederen uit Engeland. Interessant dat mijn simpele dagboekje voor het Joods Cultureel Kwartier over die paar flesjes wijn uit Nijkerk ook de Jeruzalem Post, de Times of Israel. Israel National News, een niet-Joodse site in Engeland en zelfs een pro-Palestijnse Nederlandse website heeft bereikt. Overigens wordt op die pro-Palestijnse website mijn vergelijking met Rusland en China vermeld, maar Turkije en Marokko zijn daar weggelaten.

De “bezette” gebieden mag ik dus kennelijk vergelijken met De Krim en met Tibet, maar niet met de Westelijke Sahara en het Turkse deel van Cyprus. Ik ben blij om rabbijn te zijn en geen politicus, al dat gedraai. Maar als ik heel eerlijk ben………..mag u zelf invullen. Wat ik wil zeggen: overal in onze geciviliseerde maatschappij wordt er politiek bedreven. In ziekenhuizen, universiteiten en misschien zelfs wel bij rabbijnen, maar dit laatste even off the record.

Het dagboek, die u nu leest, is van na het weekend en is voor mij het meest lastig. Ik mag verwoorden wat ik heb meegemaakt op vrijdag, sjabbat en op zondag. Drie dagen in één en dus veel gebeurtenissen, veel afwisseling en toch maar beperkte ruimte. Het dagboek heet “dagboek van een opperrabbijn in coronatijd”. Maar is er verschil tussen een dagboek van een opperrabbijn met het dagboek van een scriba of een bisschop? Gelijk kerken zitten ook de synagogen met het probleem van wel/niet open, wel/niet samenzang, wel/niet mondpakjes, wel/niet ventilatie.

Maar bij wel/niet ventilatie speelt er bij de kerken geen beveiligingsaspect, wel bij de synagogen. De voordeur kan niet zomaar open en ook ramen die dusdanig groot zijn dat ze voor ventilatie in aanmerking komen, vormen een bedreiging en dus blijven ze voorzien van kogelvrij glas krampachtig dicht.

Binnen zitten we dus met het onzichtbare coronavirus en buiten ligt de onberekenbare terrorist op de loer. Deze spanning vertaalt zich ook naar de bestuurders van de synagogen. Welke vijand vormt momenteel een grotere bedreiging en afhankelijk daarvan wel/niet open. Of sluit ik ieder risico uit en openen we pas de synagoge als de vijand vanbinnen, het virus, en de vijand vanbuiten beiden tot een aanvaardbaar risico zijn beperkt? En wie beslist? De rabbijn of de voorzitter? Een spanning waarvan ikzelf een onderdeel vorm, want ik ben rabbijn en sjoelbezoeker. En dat terwijl ik juist zo graag boven de partijen sta om te kunnen bemiddelen. Lastig!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Eeuwig is soms erg relatief – Dagboek van een opperrabbijn

Zoals u wellicht bekend is lezen wij iedere week een deel uit de Thora en wel op zo’n manier dat in een jaar de hele Thora wordt uitgelezen om dan direct daarna weer bij het Scheppingsverhaal, Genesis, opnieuw te beginnen. Deze week begint deze “portie” met Numeri 31:2. Ik noem dit maar even “portie” omdat ik het toch iets moet noemen en de Hebreeuwse naam zal bij de meesten nietszeggend zijn.

En hier loop ik meteen tegen een probleem aan. De Thora, het Oude Testament, is in het Hebreeuws geschreven en zodra er vertaald gaat worden, zit je er per definitie naast. Want ieder woord in de Thora heeft zeventig betekenissen en zodra je vertaalt ben je er negenenzestig kwijt. Maar laat ik er niet te diep op ingaan want het Joods Cultureel Kwartier wil een dagboek van “een opperrabbijn in corona tijd” en geen theologische uiteenzettingen, hoewel Jodendom natuurlijk onlosmakelijk aan onze Joodse Cultuur zit gekoppeld. Sterker nog: de Joodse Cultuur is de Joodse G’dsdienst!

“Eeuwig is soms erg relatief – Dagboek van een opperrabbijn” verder lezen

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Slavinnen, maar helaas niet in bezet gebied – Dagboek van een opperrabbijn

Bij het schrijven van mijn dagelijkse dagboek vraag ik mezelf wel eens af: wordt het wel gelezen of schrijf ik voor dovemansoren? Maar na gisteren en eergisteren is die twijfel verdwenen. Waarschijnlijk maar voor tijdelijk, want zo zit ik nou eenmaal in elkaar.

Maar nu dus, zeker vandaag, weet ik dat ik een breed lezerspubliek geniet. Eergisteren schreef ik over Herman. Herman die zwakbegaafd was en nu overleden. Ik ontving een aantal Whatsapps van leden van de Joodse Gemeenschap die aanboden om voor Herman kadiesj te zeggen. Kadiesj is het gebed dat bloedverwanten in de synagoge uitspreken voor hun overleden dierbaren. Aandoenlijk en getuigt van echte naastenliefde.

Maar ook ontving ik een kritische en bijna boze e-mail. Mij werd verzocht te corrigeren. De e-mail klonk in mijn oren nogal dreigend. Hoe zou menigeen gereageerd hebben? Niet waarschijnlijk of pas na een paar dagen. Ik zit zo niet in elkaar. Belangrijke beslissingen neem ik nooit meteen, tenzij urgent, maar ik laat er altijd een nacht overheen gaan. Maar bij een boze reactie reageer ik altijd direct en dus meteen mijn telefoonnummer gestuurd en binnen twee minuten had ik de klager aan de lijn. Mijn opmerking dat het bekladden van grafzerken in Worms-Duitsland geen primeur was, schoot bij de schrijver van de e-mail in het verkeerde keelgat. Ten eerste was de bekladder een gestoorde persoon en ten tweede doet Duitsland er alles aan om het opkomend antisemitisme te bestrijden. En dat is inderdaad waar. Duitsland als geen ander, begrijpelijk….maar toch, zet alles op alles om het antisemitisme dat ook daar weer komt opzetten, keihard te bestrijden. We hebben elkaar gesproken, zijn in feite beiden dezelfde mening toegedaan en wie weet waartoe ons contact in de toekomst zal leiden of al heeft geleid!

“Slavinnen, maar helaas niet in bezet gebied – Dagboek van een opperrabbijn” verder lezen

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Onverwachte inval van de Handhavers, Dagboek van een opperrabbijn

Het was een gezellig dagje uit: naar de tandarts! Die tandarts van mij is deskundig, je voelt bijna geen pijn, hij is altijd vriendelijk en als de behandeling een half uur duurt, zit ik ongeveer een uur in de stoel. Reden? Hij wil graag weten wat ik als rabbijn zoal doe en gezien ik niet kan spreken als hij in mijn mond zit te friemelen, zit ik achterover in de tandartsstoel, nog net niet op z’n kop, en staat hij naast mij gezellig te kletsen terwijl de patiënten na mij in de wachtkamer hun beurt al dan niet zenuwachtig zitten af te wachten.

Eenmaal bevrijd uit de greep van boren, klemmen en irriterende watten, ging ik naar mijn auto op weg naar huis. Maar eerst nog even kijken of er nog gebeld is of dat er een Whatsapp of een e-mail is binnengekomen. En inderdaad. Mijn mond viel open. Niet van de tandartsbehandeling, maar van verbazing, teleurstelling en van verdriet. Nu het gezeur rondom de bewuste brief van de Raad van Kerken al bijna vergeten is: een inval van de NVWA in het gebouw van Christenen voor Israël, waar vorige week juist een tentoonstelling over verzetsstrijders in de oorlog werd geopend. De NVWA kreeg nota bene vorig jaar nog als heldere taak van ABDTOPConsult dat zij bewaker is van voedselveiligheid, maar geen beleidsmaker.

“Onverwachte inval van de Handhavers, Dagboek van een opperrabbijn” verder lezen

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Herman is overleden- Dagboek van een opperrabbijn

Herman is overleden. Herman was 61 jaar en was een van de bewoners van de kinderafdeling van het Sinaï Centrum. De kinderafdeling was al lang geen kinderafdeling meer, maar bleef zo heten omdat de bewoners als kinderen waren binnengekomen. Die afdeling was inmiddels allang opgeheven en Herman en andere bewoners zijn via andere instellingen voor verstandelijk gehandicapten uiteindelijk in Ons Tweede Thuis in Amstelveen beland of elders.

“Herman is overleden- Dagboek van een opperrabbijn” verder lezen

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Toen is niet nu – dagboek van een opperrabbijn

De sjabbat-rust had ik wel even nodig. Weet u, trouwe lezer, ik ben niet helemaal eerlijk met mijn dagboek. De echt interessante gebeurtenissen kan ik vanwege privacy niet delen. Er gebeurt dagelijks genoeg wat ik wel kan neerschrijven, maar vaak zijn de echte spannende gebeurtenissen onvertelbaar en nog vaker onvoorstelbaar. En dat heeft dan alles te maken met een heel complex fenomeen genaamd: de mens!

Vorige week was ik precies 45 jaar als rabbijn in Nederland werkzaam. Een flinke tijd waarin veel is gebeurd en waarin tijden letterlijk zijn veranderd. Mij wordt weleens gevraagd of ik het kan accepteren dat als de Mosjiach er is, dat er dan weer dierenoffers in de Tempel in Jeruzalem zullen worden gebracht. En als ik die vraag bevestigend beantwoord, dan wordt er uitgeroepen dat een Tempeldienst niet meer van deze tijd is. Mijn reactie is dan dat dat inderdaad klopt: de Tempeldienst is niet van deze tijd en daarom is de Tempeldienst en het brengen van dierenoffers van de Joodse wet verboden.

“Toen is niet nu – dagboek van een opperrabbijn” verder lezen

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail