Dagboek dagboek van de Opperrabbijn van 13 december 2022

Een goede morgen. Ik ben weer terug! Of het is opgevallen dat ik een dagboek weg was, weet ik niet, maar ik heb dus één dagboek overgeslagen. De reden was van persoonlijke aard: de bijzondere verjaardag van mijn Blouma en onze zoveelste trouwdag. En dus: een familiebijeenkomst en een onvergetelijke mooie en vermoeiende sjabbat jl. Count your blessings! Maar ook een bezoek aan Muiderberg naar mijn ouders, grootouders en overgrootouders die daar begraven liggen. Natuurlijk ging het reguliere (gezeur & niet-gezeur) ook gewoon door. De meeste e-mails heb ik even geparkeerd, maar gecompliceerde en eenvoudige vragen gewoon beantwoord en een nieuw probleem dat op mijn weg kwamen gepoogd op te lossen. En bij die poging werd ik onaangenaam geconfronteerd met een nare eigenschap. Niet iedereen heeft de moed om onderscheid te maken. Uitleg: ik krijg een telefoontje uit het buitenland. Een uiterst schrijnende kwestie, een drama in de privésfeer, dat zich in Nederland afspeelt. Hulp zou geboden kunnen worden door iemand met wie ik jaren geleden een conflict heb gehad dat er toentertijd nogal hard aan toe ging. Maar toen heeft niets met nu te maken. En dus neem ik contact op met mijn toenmalige tegenstander om een medemens in zeer grote nood te helpen. Geen reactie!  Menselijk drama nu mag kennelijk niet opgelost worden vanwege een al niet meer bestaand conflict toen. Zonder mezelf op de borst te slaan en zeker bewust van vele persoonlijke tekortkomingen die ik nog moet zien op te lossen in mezelf, zal ik nooit weigeren medemensen in nood te helpen met volle overgave. Ook als die medemens me ooit dwars zou hebben gezeten en mij pijn heeft gedaan. En zelfs als het conflict van toen zich ook nu afspeelt. Ik verwacht van mezelf als rabbijn en van een academisch geschoolde tegenstander onderscheid te kunnen maken en nimmer uit een soort gevoel van wraak een medemens hulp te weigeren en zelfs overleg te weigeren. Sic, maar helaas wel een veel voorkomend probleem! Maar wat zich in mijn kleine wereldje afspeelt zien we ook in het grote bestaan. De corruptie in de EU, de zwendel en ontucht in de sportwereld, het gemak dat Qatar geaccepteerd wordt, de rellen vanwege een buitenlandse voetbalploeg die geweldig presteert en Free Palestine (en dus antisemitisme) dat te pas en meestal te onpas te berde wordt gebracht. Overigens heb ik nog steeds geen reactie ontvangen van mijn wijkagent over het gesprek dat ik inmiddels een half jaar geleden heb aangevraagd met de ouders van een klein snotaapje dat meende mij op sjabbat te moeten toeroepen Free Palestine. Het conflict tussen Poetin en Zelenski zal zonder onderhandelingstafel niet opgelost kunnen worden. En hetzelfde geldt voor de ouders van het snotaapje en mij als Jood. Uiteraard ben ik ervan doordrongen dat mijn Free Palestine ruzie totaal qua ernst in het niet valt bij de oorlog in Oekraïne, maar oorlogen beginnen zeer kleinschalig en hebben alles te maken met piepkleine beginsituaties. Het moge duidelijk zijn dat ik me als zichtbare Jood verre zal moeten houden van voetbal-overwinningsfeestjes, in mijn eigen Nederland, waar ik al zeker tien generaties woonachtig ben. (Kijk maar naar de foto waar mijn kleinkinderen die voor de graven staan van de grootouders van mijn grootouders!)  En toch ben ik van mening dat Nederland zijn grenzen moet openstellen voor vluchtelingen die hun eigen land vanwege vervolging moeten ontvluchten en ben ik er trotst op dat ik, aan het begin van mijn werkzaamheden voor het Sinai Centrum, 36 jaar geleden, vele vrouwen uit Marokko mocht helpen. “Want in Marokko gingen ze ook naar de Rabbi.” Ja, de rellen rondom het WK deugen niet en zijn onaanvaardbaar. Maar generalisering deugt ook niet.

We gaan weg. Uitstapje naar de Zaanse Schans, bezoek aan de Snoge in Amsterdam en natuurlijk onze eigen sjoel bekijken met een rondleiding door Louk de Liever, mijn vriendje. Ik wil dat mijn kleinkinderen hun afkomst kennen, de plaats zien waar hun moeder of vader iedere sjabbat naar sjoel ging. En het zien van en luisteren naar een overlevende van drie concentratiekampen is in mijn optiek (mijn vader was opticien!) van grote educatieve waarde.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 8 dec. 2022

Omdat mijn kinderen en kleinkinderen dadelijk moeten worden afgehaald van Schiphol, ze komen uit Montreal aanvliegen, ben ik al door de wekker wakker geworden. Ik had nog naar bed terug willen gaan, maar in plaats daarvan zit ik nu achter mijn computer mijn dagboek te schrijven. Overigens vraag ik me wel af of mijn dagboek voor mij een dagboek is of een therapie. Mijn antwoord, na vluchtig nadenken: therapie!  Als ik mijn dagboek schrijf filter ik wat ik wel en wat ik niet kan neerschrijven en dus reflecteer ik op de afgelopen dag(en). En dat filteren en nadenken is voor mij een goede zaak en brengt mij tot geestelijke rust. En dat heb ik zeker nodig, want ik krijg nogal wat te verwerken!  Een van de rabbijnen uit Oekraïne, die ik overigens slechts oppervlakkig ken, wonend in G. zit nu in Berlijn als vluchteling en kan niet meer terug. De reden: G. was door de Russen veroverd. Hij bleef in G. en wilde, zo vertelt het bericht, zijn kehilla niet in de steek laten en ‘terwijl de Russische en Oekraïense kogels om z’n oren vlogen’, bleef hij helpen waar nodig met voedselpakketten voor de zieke en zwakke bejaarden. In zijn sjoel kwamen Russische Joodse soldaten dawenen. Inmiddels is G. heroverd door de Oekrainers en wordt hij beschuldigd van landverraad, omdat hij de Russische soldaten onderdak bood. Zijn goede vriend is inmiddels gearresteerd, want die had een Russische piloot verstopt, nadat de Oekrainers G. weer hadden heroverd, en hem veilig en wel teruggebracht naar de Russische troepen, een paar straten verderop. Hem staat levenslang te wachten. Een dierbare vriend van mij, een van de gevluchte rabbijnen uit Oekraine, is de mening toegedaan dat zijn collega te vriendelijk is omgegaan met de Russen. Als je decennialang gesteund bent door Oekraine en nu dus kiest voor de Russen en met hen zonder blikken en blozen aanpapt, dan was je verkeerd bezig. Dat de rabbijn, die nu rabbijn is op de Krim, mee is gegaan met de Russen en meteen na de inval niet de benen heeft genomen, vindt mijn vriend-rabbijn ook onacceptabel. Oeps, dacht ik spontaan. Ik ben ook, notabene als gast van Poetin, met veel honneurs ontvangen op de Krim nadat die veroverd was door Poetin. Er werd een monument onthuld ter nagedachtenis aan de Joden die in WO II waren omgekomen. Poetin zag ik als een grote vriend van Joden en Israél. Ik heb nog een prachtige foto van Poetin met de rabbijnen in het Kremlin. Volgens mijn bevriende rabbijn had ik nooit naar Poetin mogen gaan.  Maar ja, een uitnodiging afslaan had ook toentertijd zijn repercussies kunnen hebben. Maar als ik mezelf eerlijk de spiegel voorhoud, dan was ik gewoon buitengewoon vereerd om deel te mogen uitmaken van een EU-rabbijnen-delegatie die waren uitgenodigd op het Kremlin. Voeg daarbij dat ik nooit een hoge pet (hoed) ophad met Oekraïne en al zijn massagraven en net een bezoek had gebracht aan het Joodse museum in Moskou. Want in dat, door Poetin opgerichte museum, had ik ook de meest afschuwelijke foto’s gezien van de Oekraïense moordpartijen in WO II en mijn antipathie voor Oekraine kreeg een gevoelige boost. En nu, nog maar weinig jaren later, kan geen fatsoenlijk mens meer accepteren hoe de Russen omgaan met Oekraine en is de anti-Oekraine-boost al totaal niet meer werkzaam bij mij.

Ik ontving een schrijnend telefoontje uit het buitenland. Een vader is ernstig ziek en heeft nog maar kort te leven. Zijn dochter, woonachtig in Israël, roept mijn hulp in. Haar broer, die in Nederland in een psychiatrisch ziekenhuis al tientallen jaren verblijft, wordt bedreigd met uitzetting. Of ik kan helpen. En dus ga ik aan de slag. Dochter zou gisteren om 18:00 uur terugbellen. Is niet gebeurd. Een advocaat die ik wilde inschakelen en met wie ik ooit een conflict heb gehad, was door mij benaderd. Hij zou in deze situatie volgens velen kunnen helpen. En mijn conflict van toen heeft voor mij niets met het nu te maken. Een medemens in grote nood helpen overstijgt voor mij alles. De advocaat zou me terugbellen. Is niet gebeurd!

Goed en slecht. Loyaal of verrader.  Proactieve inzet en gemakzucht. Het loopt vaak gecompliceerd door mekaar.

Em ondertussen, nog maar net terug uit Sofia waar twee dagen is gefilosofeerd over Hate Speech, werd er in Lochem een deur ingetrapt voor de woning waar enige tijd terug Stolpersteine werden gelegd. De dader moet en zal, zo geeft burgemeester Sebastiaan van ’t Erve aan, worden gevonden. In zijn gemeente is geen plaats voor antisemitisme. We gaan samen op donderdag 22 december publiekelijk de Menora aansteken. En na afloop van de menora-ceremonie een lezing van mij over ’Vrijheid’. De essentie van Vrijheid, zo zal ik vertellen, is: Vrijheid moet beperkt zijn. Maar waar die beperking ligt, is lastig. Vereist zuiverheid van geest, echte vroomheid en G’dvrezendheid. Had die Oekraïense rabbijn die Russische piloot moeten uitleveren aan Oekraine? Is het juist dat die advocaat vanwege een conflict van jaren en jaren geleden niet reageert? Had ik Poetin toentertijd mogen bezoeken en bijna vereren?

Mijn dochter liet me net weten dat ze zijn geland op Schiphol en dat de stewardessen haar complimenteerden voor het gedrag van haar zes kleine kinderen. Zoiets heet een Kidoesj Hashem, een heiliging van G’ds Naam of in moderne terminologie: een goede PR voor Joden en Israël!

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

Dagboek van de Opperrabbijn 4 deember 2022

Mijn KLM-airmiles probleem is opgelost, maar het blijft een moeizame kwestie dat er zo’n gigantisch tekort is aan personeel. Of het nu bij KPN is, in de ziekenhuizen of waar dan ook. Het is zoals het is en wat van ons, en dus zeker ook van mij, wordt verlangd is: geduld! Het opbrengen van geduld wordt natuurlijk wel een pijnlijke kwestie als iemand medische hulp nodig heeft. Voor hoeveel medemensen komt de medische hulp te laat?

Jaarlijks komt een bewoner van onze woonwijk een prachtige bos amaryllis brengen. De reden is me niet erg duidelijk, maar die jaarlijkse bloemenhulde wordt door ons buitengewoon gewaardeerd. Bij deze dus, als u ook behoort tot mijn dagboekeniers en dit dus leest: dank!

Het was gisteren, zondag, een bijzondere dag. Nadat ik ‘s nachts slechts enkele uurtjes had geslapen, zat ik gisterochtend om 4:15 uur in de taxi naar Schiphol op weg naar Sofia. Omdat ik in Parijs moest overstappen heb ik mijn dagelijkse 20 minuten snelwandelen wel gemaakt. Charles de Gaulle is een doolhof waar ook doolhof-specialisten verdwaald raken. Dan moest ik weer mijn paspoort laten zien, trap op, trap af, shuttle in, shuttle uit. Uiteindelijk ben ik aan boord gekomen en zette ik om precies 13:55 uur voet op Bulgaarse bodem. En toen begon het proces van het intens verhogen van mijn gevoelens van hoogmoed. Nou moet u beseffen, beste dagboekenier, dat hoogmoed gelijk staat aan afgodendienst. De door hoogmoed geleide mens gelooft weliswaar in het bestaan van G’d, maar tegelijkertijd is hij een fervent aanhanger van de afgod IK. Nu klinkt deze opmerking weliswaar nogal zalvend, maar laten we er geen pijnstillende doekjes om winden: de oorlog in Oekraine heeft als enige oorzaak de hoogmoed van een enkel persoon die door ieder, koste wat het kost, gediend moet worden. Iedere ruzie en dus iedere oorlog heeft als diepe oorzaak de afgod IK.

Maar ter zake: waarom zit ik nu in het peperdure Balkan Hotel in Sofia naast het presidentiële paleis, de woning van de Premier en het gebouw van het Bulgaarse Parlement. Menachem Margolin, de algemeen directeur van de EJA, European Jewish Association, wilde dat ik aanwezig zou zijn bij een bijeenkomst, een soort congres over Hate Speech. Aanwezig zullen zijn, allerlei openbare aanklagers en juridische grootheden uit Bulgarije en de rest van Europa en er lopen ook een paar Israëliërs rond, waaronder ook twee Druzen. De rest van de ca. honderd deelnemers zal vandaag, naar ik verwacht, verschijnen. Omdat ik een georganiseerd mens ben (eigenlijk een beetje te, maar daarover nu even niet) wilde ik vooraf ook alvast kijken of de terugreis, dinsdag aanstaande om 6:00 uur, goed geboekt staat. En inderdaad staat het er goed in op de website van Air Bulgaria, alleen kan ik er niets aan toevoegen, zoals bijvoorbeeld mijn paspoortnummer, omdat bij het hokje ‘gender’ niets staat. Who cares, dacht ik, maar ik kan dus niet inchecken als dat gender niet staat ingevuld. Dat was verbazing nummer één. Toen ik uit het vliegtuig was gestapt werd ik, aan het eind van de slurf, opgewacht door twee dames die wisten wie ik was en die ik moest volgen. De een liep voor mij en de ander linksachter. Een sanitaire stop werd niet toegestaan, ondanks mijn redelijk hoge nood. Een aantal deuren van het vliegveld gingen open en na een minuut of twee zat ik in mijn eentje in een snikhete shuttlebus. De dames zaten naast de chauffeur, een van de dames deed me denken aan Maigret, maar dan in vrouwelijke uitvoering. We reden recht af op een gebouw dat voorzien was van zo’n beetje alle vlaggen die onze aardbodem rijk is. Daar werd mij op vriendelijke wijze mijn koffertje ontnomen door een mijnheer die mij daar stond op te wachten. Vervolgens werd ik, na m’n paspoort te hebben afgegeven aan iemand anders, het toilet ingeloodst. Toen ik na enige minuten weer in de zaal was, waar inmiddels nog een paar heren en dames waren verschenen, werd ik voorgesteld aan een man die aangaf van een of ander ministerie te zijn en dat hij mijn beveiliger zou zijn voor de komende twee dagen en dat ik me dus geen zorgen hoefde te maken. Nou had ik er helemaal niet aan gedacht om dat wel te gaan doen, maar nu ik daarop zo nadrukkelijk werd geattendeerd en inmiddels in een kogelvrije auto was geduwd, van een privéchauffeur was voorzien en achter mijn geblindeerde auto een politieauto met zwaailicht stond opgesteld, begreep ik dat ik veilig was en me geen zorgen hoefde te maken.

Aangekomen bij het Balkan Hotel werd ik door staf en medewerkers aan alle kanten begroet, automatisch ingecheckt, en mijn koffertje naar mijn kamer gebracht. Jaäcov, een oudere man die ik recentelijk nog in Krakau/Auschwitz had ontmoet, bleek vloeiend Hebreeuws en Engels te spreken, terwijl in Krakau en ook op eerdere congressen ik alleen met hem kon spreken in het Engels via zijn assistente/tolk. Het was inmiddels 15:00 uur en ik kreeg te horen dat ik tot 19:00 uur mocht gaan rusten. Nou is rusten, en dan ook nog vier uur, niet echt iets dat bij mij past en dus beleefde ik dit bijna als Hate Speech. Dat werd begrepen en vervolgens kreeg ik toestemming om de grote sjoel van Sofia te gaan bezichtigen en heb ik een paar uur als toerist door deze prachtige stad gelopen. Uiteraard mocht ik me niet vrijelijk bewegen, maar werd ik vergezeld door mijn bewaker en een van de politiemannen die achter ons had gereden en nu dus kennelijk 24/7 voor het hotel de wacht hield. Het is nu bijna 7 uur in de ochtend. Om 8:15 uur komt mijn bewaker me ophalen en word ik naar een echte sjoel gebracht. Met echte bedoel ik de synagoge van Chabad waar het ochtendgebed plaatsvindt. De schitterende synagoge van gisteren (zie foto) is helaas voornamelijk gedegradeerd tot museum. Overigens heb ik heel rustig bijna zeven uur geslapen. Ik vermoed dat deze unieke slaapprestatie het gevolg was van een veilig gevoel. In de kamer naast de mijne sliep mijn beveiliger. En, zo verzekerde hij mij, ik hoefde me niet ongerust te maken, want als hij sliep werd hij afgewisseld door een tweede medewerker van de Nationale Veiligheidsdienst die in de kamer tegenover mij de nacht zou doorbrengen. Op mijn wellicht ietwat onnozele vraag waarvoor dit allemaal nodig is, kreeg ik als antwoord dat dit van hogerhand was opgelegd. Dit antwoord inspireerde mij en ik hoop dat ook ik steeds zonder te veel vragen te stellen steeds mijn levensopdracht, die ook door Hogerhand wordt bepaald, zal mogen opvolgen. Er wordt geklopt op mijn deur. Ik moet naar sjoel.

.

 

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

Moordenaars kregen (in KLM-terminologie) een upgrade. Dagboek van de 30 november 2022

In een column van mijn vriend Afshin Ellian schreef hij over de nazimethoden die Rusland nu gebruikt tegen Oekraïne onder het mom van het denazificeren van Oekraïne. Nu waren de Oekraïners ook niet zulke lekkere jongens gedurende de Holocaust, gezien de honderden massagraven die door de Oekraïners spontaan werden gevuld zodat de Nazi’s, eenmaal in Oekraïne, veel werk bespaard bleef. Maar het bewust verhongeren van burgers was het patent van nazi-Duitsland die ze van Stalin hadden overgenomen uit de begin jaren dertig. En die manier van oorlog voeren is nu overgenomen door Poetin. Ik vermeld dit niet alleen vanwege mijn bijzondere band met Oekraïne, waar ik gewoonlijk twee keer per jaar kwam, maar ook omdat mijn Blouma vernoemd is naar haar grootmoeder die in het door Duitsland belegerde Leningrad door honger en uitputting is omgekomen. Ook haar man, Blouma’s grootvader, omgekomen twee dagen voor Chanoeka, en twee van hun kinderen, broer en zus van mijn schoonmoeder, lieten het leven bij het beleg van Leningrad. Wat dus in eerste instantie werd verteld door mijn schoonmoeder als een stuk door haar beleefde geschiedenis, herhaalt zich. De geschiedenis is geen geschiedenis meer! De ouders, broertje en zusje van mijn lieve en moedige schoonmoeder rusten in een massagraf, ergens in Leningrad.

Maar er speelde zich ook een andere oorlog af, tegelijkertijd. De strijd tegen de Godsdienst in het algemeen en tegen de Joodse Godsdienst in het bijzonder. Communisme was de enige waarheid en je daaraan niet onderwerpen had bittere sancties tot gevolg. Siberië voor de ouders en voor de kinderen communistische heropvoeding. Ook die heropvoeding is geen geschiedenis meer, en zelfs niet alleen in China! Oekraïense kinderen werden/worden bij hun ouders weggehaald. Dit aspect, de strijd tegen de godsdienst, was precies de strijd van Chanoeka, de strijd van de Grieken en de Hellenisten tegen de Joden. Waarbij de aantekening dat de Hellenisten ook Joden waren, maar via heropvoeding en dreiging hadden ze voor de makkelijkste weg gekozen, de weg van meedoen met de (Griekse) meerderheid, helaas ook vaak vrijwillig.

Dit gonsde gisteren door mijn hoofd, toen ik thuis zat te werken nadat ik de afgelopen weken even te veel had gereisd.

Overigens heb ik vandaag uren en uren aan de telefoon gezeten met KLM-klachtenafdeling over mijn vlucht van JFK naar AMS. Het Delta computersysteem gaf aan dat ik niet aan boord was. Na keiharde bewijzen dat ik wel in het vliegtuig zat, zijn de medewerkers van KLM het erover eens dat ik die vlucht heb gemaakt, maar het computersysteem is niet op andere gedachten te brengen.

En terwijl ik verwoede pogingen in het werk stel om de mij toekomende XP’s en punten te krijgen, ontvang ik een ernstig bezorgde e-mail van een overlevende van de oorlog vanwege een uitspraak op TV van de directeur van het Verzetsmuseum in Amsterdam. De directeur probeerde, volgens schrijfster, uit te leggen dat verzetshelden geen helden waren, maar verzetsmensen.

Leest u de onderstaande reactie die ik, en de directeur van het verzetsmuseum, ontving:

Een kleine vraag, wordt u nu niet beroerd van uzelf, waarom moet u als directeur van het Verzetsmuseum nu zulke dingen doen??? Wordt u daar vrolijker van, of wil u laten zien hoe geweldig u wel niet bent?

Ik besta door VerzetsHelden, het zijn mijn Helden en met u heb ik geen ene bal te maken, leuk hè! Ik persoonlijk word misselijk van zulke mensen als u, lekker olie op het vuur gooien.

En mensen wederom uit hun comfortzone halen, hebben wij niet genoeg meegemaakt, geleden?  Knap hoor, wat zal u trots zijn op uzelf! Weest u blij dat u geen overlevende bent van VerzetsHelden die mij het leven hebben gegeven.”

Ook andere (hoogbejaarde) overlevenden voelden zich pijnlijk in de steek gelaten, maar hadden de kracht niet meer om hun  protest te uiten.

De KLM-chaos verdween in het niet. Hoewel de schrijfster van de brief wellicht ietwat ongenuanceerd reageert, slaat ze wel de spijker op de kop (van de directeur van het verzetsmuseum). Natuurlijk zijn ook moordenaars mensen en waarschijnlijk producten van hun opvoeding. Maar met zo’n redenering bestaan er dus überhaupt geen misdadigers meer.

Ik ben een groot voorstander van nuancering. Maar ook de nuance moet zorgvuldig en genuanceerd worden gebracht. Is het verstandig dat de directeur van het verzetsmuseum nuanceert zonder voldoende rekening te houden met (nazaten van) verzetshelden en overlevenden, notabene in een tijd van opkomend antisemitisme? De verzetshelden relativeren/degraderen tot verzetsmensen en de moordenaars een upgrade (om even in KLM-terminologie te spreken) geven? Dat kan de bedoeling niet zijn geweest, maar kwam helaas bij velen wel zo over.

 

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 27 november 2022

De laatste dagen had ik een flinke kou te pakken. Wisselend weer, een veel te vol programma, gezeur, te weinig slaap en dan moet ik oppassen om het niet te begeven. Gisteren, zondag, na een fijne normale sjabbat, was een dag van uitsluitend simches. Begonnen met een flinke uitslaap en geïnspireerd door een prachtige verklaring die ik sjabbat met mijn lernmaatje Avi tot me heb mogen nemen. Wat was nu feitelijk het wonder van het kruikje olie met Chanoeka? U weet het natuurlijk: er was genoeg olie voor slechts één dag, maar die hoeveelheid koosjere olie bleek acht dagen te voldoen. De acht dagen die nodig waren om nieuwe olie te vervaardigen. Maar hoe was dat in z’n werk gegaan? Een simpele en voor de hand liggende vraag. Er zijn maar liefst vijf antwoorden op.

  1. Alle olie uit het kruikje werd in de menora gegoten. En de volgende dag bleek het kruikje weer vol te zijn en kon de menora weer worden aangestoken.
  2. Alle olie was in de menora gegoten en dus was de volgende dag het kruikje leeg, maar de menora was wel weer op wonderbaarlijke wijze vol.
  3. De Maccabeeërs keken vooruit en verdeelden de olie in acht gelijke hoeveelheden om zo iedere dag op z’n minst een beetje te laten branden. En toen bleek de verbrandingssnelheid van de olie te zijn verlaagd en het achtste deel brandde de volle 24 uur.
  4. Ze deden het hele kruikje in de menora, maar de volle menora verbrandde dusdanig langzaam dat het volume van één dag er acht dagen over deed.
  5. En nu de meest aansprekende verklaring: de olie brandde gewoon met de gewone normale snelheid van verbranding die past bij gewone reguliere olijfolie. De olie brandde en verspreidde licht, maar verbrandde niet!

Wat is de diepere betekenis van deze vijfde verklaring die mij de afgelopen dagen inspireerde? De olie brandde op natuurlijke wijze, maar verbrandde niet. Met ander woorden: leef normaal, maar besef dat ook het normale ons verstand vaak overstijgt. Sta met beide benen in de gewone samenleving, zonder je niet af, trek jezelf niet terug, heb oog voor de realiteit.. Maar weet dat ook het normale vaak niet te vatten is. En dus vraagtekens plaatsen terwijl je weet dat er geen rationeel antwoord zal volgen is zinloos.

Ik was bij een bar-mitswa in het buitenland. In de familie speelt zich een tragedie af. Waarom? Joost mag het weten, zeggen we in het Nederlands. En dus zijn vrienden opgestaan en hebben het initiatief genomen om het bar-mitswa feest tot een groots festijn te maken, zonder vraagtekens, zonder de mogelijke schuldvraag te stellen. Dat is de vijfde betekenis van het kruikje olie.

Met een goede vriendin van ons gaat het niet goed. Psychische en lichamelijke klachten. De artsen tonen weinig belangstelling voor haar. Hoe kunnen we haar steunen? Uiteraard door te helpen om de juiste artsen te vinden en te pogen een afspraak voor haar te regelen. En door voor haar te dawenen. Alleen dawenen is niet genoeg, maar uitsluitend overgeleverd zijn aan de willekeur van de normale wachtlijst in het ziekenhuis is ook niet voldoende.

De olie brandde normaal, maar verbrandde niet!

Het is nog geen Chanoeka, maar de lessen al tot ons nemen kan niet vroeg genoeg!

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

Dagboek van de Opperrabbijn 16 november 2022

Mislukt! Nadat ik mijn stokpaardje had gelanceerd in Arnhem en daarna in Ysselsteyn, ging het mis op het lyceum.  

Wat is mijn huidige stokpaardje? GRIJS, en dus niet zwart-wit! Polarisatie, de tegenpool van GRIJS, is mijns inziens de bron van zeer veel ellende. Bij de herdenking zondag jl. in Arnhem en daarna op de Duitse oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn, was de leidraad van mijn toespraak het grijze gebied. In de oorlog waren er collaborateurs (zwart) en verzetsstrijders (wit). Maar de overgrote meerderheid, negentig procent volgens de historicus Presser, zat in het grijze gebied. En dat zwart-wit-grijs speelt zich nu wederom af. De Russen zijn de bad-ones en de Oekraïners de good-ones. En het grijze gebied wordt overgeslagen. Ik vermeldde in mijn beide toespraken de ontmoeting met een Joodse vrouw die bevrijd was door de Russen en zwaar had geleden onder de wrede Oekraïense kampbewakers. Velen in Israël voelen die nuance erg goed aan en het was dan ook niet zo verwonderlijk dat de toespraak die de Joodse Zelensky hield via Zoom in de Knesset veel minder werd gewaardeerd dan hij wellicht verwachtte. Begrijp me s.v.p. niet verkeerd. De oorlog in Oekraïne is afschuwelijk. Valt van (bijna) geen kant goed te praten. Maar het lijden treft ook Russische soldaten die als kanonnenvlees weerloos op de fronten worden geplaatst, letterlijk geen kant op kunnen en of zwaargewond of in een kist huiswaarts mogen keren. Maar op die Duitse oorlogsbegraafplaats liggen ook SS’ers en collaborateurs van het meest kwalijke soort. Maar ook een Joodse Duitse soldaat die na de bevrijding in een interneringskamp voor Duitse krijgsgevangen soldaten door een Duitse militaire rechtbank onder toeziend oog van de Canadese bevrijders ter dood werd veroordeeld wegens desertie. En vervolgens werd hij gefusilleerd met door de Canadese bevrijders aangeleverde geweren en wederom onder toeziend oog van de Canadezen. Zijn laatste rustplaats is Ysselsteyn, te midden van (on)schuldige Duitse soldaten, SS’ers en Nederlanders die zwaar fout waren geweest. En de zielige kindsoldaten, die doorgaans inderdaad onschuldig zijn en ook in Ysselsteyn hun laatste rustplaats hebben gevonden, bleken toch niet zo onschuldig te zijn als de benaming kind-soldaat doet vermoeden. Tussen de gesneuvelde Duitse soldaten zaten velen die geen kant op konden en dus tegen wil en dank een regime moesten verdedigen waarmee ze zich geheel niet wilden vereenzelvigen. Maar van die kindsoldaten is het bekend dat ze op fanatieke wijze achter de Nazi-ideologie bleven staan, tot de dood erop volgde.

Vrede wordt niet verkregen door polarisatie, integendeel!  Daags nadien heb ik op een Arnhems lyceum tweehonderd leerlingen mogen toespreken en ze dezelfde boodschap willen overgedragen. Maar dat mislukte dus. Er werd voor mijn gevoel niet geluisterd. Ik kreeg geen grip op de leerlingen. Wellicht is dat niet mijn publiek en was mijn verhaal niet inspirerend genoeg. Maar vorig jaar had ik op een ander lyceum in Arnhem hetzelfde aantal leerlingen mogen toespreken. Een speld kon je horen vallen! Ik hield toen geen toespraak, maar was in gesprek met de leerlingen. Maar maandag lukte dat van geen kant. Complicerende factor was de zaal. De zaal was dusdanig groot dat ik alleen met de voorste rijen oogcontact kon krijgen. Los hiervan stonden er palen in de zaal en was er geen microfoon voor de leerlingen die vragen wilden stellen, waardoor ik tig keer de vraag moest laten herhalen voordat ik kon antwoorden. Vorig jaar op dat andere lyceum zaten de leerlingen als in een arena en kon er dus goed oogcontact zijn. Het bleek, bij navraag, dat ook dit lyceum een theater/arena had, maar die kon niet gebruikt worden. Voor mijn gevoel had ik dus beter niet kunnen spreken want goodwill heb ik niet kunnen kweken door het ontbreken van contact met de zaal. Voeg daar nog aan toe dat ik door het gebruik van een woord, dat ik kennelijk beter niet had kunnen gebruiken, uitgebreid werd uitgelachen en u begrijpt het: missie mislukt!

Een klein succesje had ik wel behaald. Tegen het eind van mijn optreden (afgang) kwam op de eerste rij een leerlinge te zitten met een hoofddoekje. Ik was juist aan het vertellen dat er in ons land door velen ontzettend wordt gegeneraliseerd over ‘de’ moslims. ‘De’ moslims bestaat niet. Er zijn schurken die moslim zijn, maar er zijn ook heel veel moslims die keihard afstand nemen van ieder vorm van geweld en discriminatie. Er wordt vergeten dat de meeste slachtoffers van IS moslims zijn en dat in WO-II in ons land geen moslims woonden maar wel 80% van mijn familie werd vermoord en dat het de Nederlandse politie was die doorgaans de Joden uit hun huizen haalden om ze vervolgens in Nederlandse treinen naar de vernietigingskampen af te voeren.

Toen ik de zaal al had verlaten kwam dat meisje van de eerste rij met het hoofddoekje naar me toe. Ze was volledig overstuur en huilend dankte ze mij omdat ik de nuance had aangebracht en de polarisatie, richting de moslims, keihard had veroordeeld.

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 13 november 2022

Het was me het dagje wel. Eerst de jaarlijkse herdenking in Arnhem bij het indrukwekkende en aansprekende monument voor de sjoel. Een geweldig goede opkomst. En daarna naar de Duitse oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. In totaal 259 km gereden. En onderweg de helft van mijn ticket geregeld voor mijn reis naar Sofia. Van mij wordt in Sofia een toespraak verwacht. Waarover is me nog niet geheel duidelijk en ook voor wie ik precies moet spreken weet ik niet echt. De uitnodiging komt van de Public Prosecutor’s office of the Republic of Bulgaria. Als ik het goed heb begrepen gaat het over “Hate Speech”. En een of andere moefti schijnt ook te komen. Het symposium, of wat het dan ook moge zijn, vindt plaats op maandag 5 en dinsdag 6 december. Ik ga op zondag 4 december om 6:50 uur in de ochtend heen, kom dan aan om 14:00 uur in Sofia, doe wat er van mij verwacht wordt op dag één, maandag dus, en de tweede dag moeten ze het maar zonder mij doen, want ik moet uiterlijk dinsdagavond weer in Nederland zijn. Volgens de organisator was dat geen probleem als ik mijn verhaaltje afsteek op maandag en bij het Galadiner aanwezig ben. Hoewel ik niet geheel snap waarover het handelt, heeft de big boss van EJA, de European Jewish Association, rabbi Menachem Margolin, aangegeven dat het van groot belang is dat ik ga. Uiteindelijk kost het me niets, alleen tijd, want tickets en verblijf worden geregeld door de Bulgaarse Overheid.  En wat ik eraan verdien is het gegeven dat ik kennelijk iets nuttigs ga doen en dat is altijd pure winst. Ik vermoed dat er tolken aanwezig zullen zijn, want de “International Affairs Officer” die mijn contactpersoon is, spreekt als een van de weinigen een beetje Engels. Ik heb dus het bange vermoeden dat ik ter plekke zal moeten uitvinden waarover het gaat. Maar ervaring heeft mij in de loop der jaren geleerd dat hoe minder goed ik ben voorbereid (ik bedoel: helemaal niet ben voorbereid!) des te beter komt mijn toespraak en/of mijn lezing over.

Dat was vandaag zowel in Arnhem alsook in Ysselsteyn goed zichtbaar. Mijn boodschap is heel duidelijk overgekomen en mijn Blouma ontving vele complimenten. U ziet wat er gebeurt: ik zweet en spreek, en Blouma krijgt het applaus!  Ik had netjes een toespraak voorbereid, maar ter plekke besefte ik welke boodschap ik wilde uitdragen: het gevaar van polarisatie.  Nou zal eenieder het daar wel mee eens zijn, maar bij iets dieper nadenken, ligt dat niet zo simpel. Ik herinner mij dat decennia geleden bij een herdenkingsbijeenkomst in Westerbork een ietwat oudere kleine man naar mij toekwam en mij vroeg of hij mocht plaatsnemen op de stoel naast mij. De man sprak perfect Nederlands, maar was wel voorzien van een zwaar Duits accent. Hij was de ambassadeur van de Duitse Bondsrepubliek. Mijn vader, zo begon hij tot mij te spreken, was in Duitsland in de oorlog gefusilleerd vanwege zijn verzet tegen de Nazi’s. Maar ik ben hier niet vanwege mijn vaders rol in de oorlog. Neen, ik ben hier als vertegenwoordiger van het land dat uw volk probeerde uit te roeien. Niet iedere Duitser was fout. Maar ook niet iedere Nederlander was goed! Over de Russen heb ik nog opgemerkt dat de stumpers die naar het front zijn gestuurd letterlijk geen kant op konden. Kannonenvlees zijn ze, niet meer en niet minder. En in Israël is de liefde voor de Oekrainers niet bepaald groot (sinice!), want de meest wrede kampbewakers waren de Oekrainers. Ik heb duidelijk geprobeerd te waarschuwen tegen polarisatie, tegen onwetendheid en voor opvoeding. Zowel in Arnhem alsook in Ysselsteyn kwam de boodschap over!  

En terwijl ik in de auto in gesprek was met KLM over mijn ticket, stuurde rabbijn Kohen van Marriupol, een aantal dramatische foto’s.  Medemensen die geen water meer hebben, geen elektriciteit, en dadelijk ook geen voedsel. De wereld ziet het en laat het gebeuren. Ik stop omdat ik moe ben en omdat de twee foto’s boekdelen spreken. Oorlog kent uitsluitend verliezers. Geen water, licht en elektriciteit.

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het  Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

A- en B-Joden, Dagboek van de Opperrabbijn van 10 november 2022

Op weg naar Parijs om vandaar een vlucht te nemen naar Schiphol, schrijf ik dit dagboek vanuit de lucht. Het zit er bijna op. Zondag vlogen we, Blouma en ik, van Schiphol naar Krakau. Dinsdag, zonder mijn echtgenote, van Krakau naar Israël en nu dus weer terug. Het zou waarschijnlijk minder vermoeiend zijn geweest als ik een directe vlucht zou hebben genomen, Tel Aviv-AMS, maar die vertrok dusdanig vroeg dat ik dan niet meer had kunnen dawenen op Ben Gurion Airport. Dat was weer een geweldige ervaring. De taxichauffeur van Jeruzalem naar Ben Gurion, had me uitgebreid uitgelegd dat er ook een intern antisemitisme bestaat die ook bedreigend is. Hij doelde op verschillen binnen de Israëlische samenleving. Verschil tussen vroom en vrij, tussen Ashkenazische Joden en Sefardische, tussen arm en rijk. Hij heeft ten dele gelijk, naar mijn bescheiden mening, want natuurlijk is de kracht van het Joodse Volk onze eenheid en is onderlinge verdeeldheid als gif.

Maar als ik dan zie hoeveel mensen er op Ben Gurion Airport in sjoel waren voor het ochtendgebed en vooral hoe gevarieerd het publiek was. Modern Orthodox, Ultra, Chassidisch, anti-chassidisch en alles wat er tussenin zit. En ook hoeveel zich seculier-noemende Joden graag tefillin kwamen leggen. Als ik dit mocht ervaren, dan wint bij mij toch echt het gevoel van éénheid. We zagen het dat toen enige maanden geleden er een dreiging was van buitenaf, de diversiteit meteen had plaatsgemaakt voor een hechte éénheid. Am Jisraeel Chaj!

Ook bij de incheck, de security ervoer ik wederzijds respect en vriendelijkheid. Have a nice day, have a safe trip. Jonge mannen en vrouwen die over onze veiligheid waken en dat doen op een zorgvuldige maar tegelijkertijd warme en vriendelijke manier. Ook de beveiligers die geen keppeltje dragen tonen respect. Het gevoel van mijn taxichauffeur deel ik daarom maar zeer ten dele. Het oogt voor de buitenstaander allemaal extreem en verdeeld, maar wij Nederlanders moeten, zoals ik al eerder heb geschreven in mijn papieren NIW-column, niet met onze Nederlandse calvinistische ogen kijken en oordelen over een absoluut niet-Calvinistisch Israël. Israël, dat een smeltkroes is van vele culturen uit diverse landen met verschillende mentaliteiten met als koepel: het Jodendom en het Heiige land Israël! Overigens: Erets Jisraeel zonder Thora is als een lichaam zonder ziel: dood.

De conferentie van het dagelijks bestuur van de RCE, Rabbinical Center of Europe, hield zich ook duidelijk bezig met eenheid en onderlinge verbondenheid, niet in theorie maar op praktisch gebied. Eenheid ten aanzien van gioer, erkenning van Jood-zijn. Ook is er uitgebreid aandacht besteed, juist vanuit de eenheidsgedachte, aan de te hoge prijzen voor koosjere producten. De hoge prijzen zijn gedeeltelijk het resultaat van extra eisen die door Rabbinaten gesteld worden. Op zichzelf is het zondermeer goed om extra zorgvuldig te zijn. We stevenen weer af op Chanoeka. Iedereen steekt acht dagen lang de Menora aan. De eerste dag slechts één kaarsje, de tweede dag twee tot op de achtste dag alle acht kaarsjes branden. Iedereen steekt zo de Menora aan. Maar dat we het zo doen is wel extra-extra. We kunnen formeel Halagisch voldoen met iedere dag slechts één enkel lichtje. Maar door niet de kantjes er af te willen lopen tonen we hoe belangrijk ook de minhagim, gewoonten, en de extra-extra’s zijn. Maar als de extra-extra leidt tot een extra duur product en dat dat mensen, die balanceren tussen vroom en vrij, ervan weerhoudt om koosjer te eten, dan wordt er met extra-extra uiteindelijk alleen maar verloren. Er werd dus duidelijk gekeken hoe, door uit te gaan van basis-kasjroet, bijvoorbeeld het koosjere vlees betaalbaarder te krijgen. Dat er daarnaast ook een extra-extra te koop moet zijn, prima, maar dan naast basis-kasjroet. De praktijk is door ons gedelibereer nog niet veranderd, want ook de commercie zal een flinke vinger in de koosjere pap willen hebben. In een land als Frankrijk kan extra-extra blijven, want daar is een zeer grote kasjroet-markt en dus, vanwege onderlinge concurrentie, prijzen die nauwelijks afwijken van de niet-koosjere prijskaartjes.  Maar landen als Nederland, België en nog vele andere EU-landen, lijden nu onder extreem hoge koosjere-prijskaartjes.

Ook hier tussen de rabbijnen éénheid, vriendschap en onderlinge verbondenheid. Overigens had ons neefje, de rabbijn van Krakau, aan de Nederlands-Belgische delegatie zondagavond een geweldige rondleiding gegeven langs de vele Joodse bezienswaardigheden. De vele sjoels, Joodse begraafplaatsen, Joodse winkels. Allemaal door Auschwitz veranderd in geschiedenis. De graven, voor zover niet vernietigd, blijven plaatsen van gebed en serene heiligheid. De sjoels zijn uitsluitend nog monumenten die tonen wat eens was. Een van de groten die daar in Krakau begraven liggen is de Ramo, Reb Moisje Isserlies. Hij was niet ouder geworden dan 33 jaar, maar als we zijn werken bekijken en de verhalen over hem horen, dan zien we ook bij deze kei onder de decisoren, dezelfde benadering waarover wij, rabbijnen, gesproken hebben: soepel voor de ander en strikt voor jezelf, maar wel beiden binnen het kader van de Halaga. Maar dat strikt voor jezelf heeft ook een beperking. Want strikt voor jezelf mag niet leiden tot een breuk in de eenheid, met als direct gevolg het ontstaan van A en B Joden.

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

Kaddiesj in Auschwitz. Dagboek van een opperrabbijn 6 nov. 2022

Donderdag een telefoontje van Dit is de Dag van de EO. Meer dan twee jaar was ik eens per maand op zondag hun commentator in hun veel beluisterde radioprogramma. Ik was het al bijna weer vergeten. Maar nu werd ik weer van stal gehaald om mijn mening te geven over de verkiezingsuitslag in Israël. Ik voelde me inhoudelijk deskundig genoeg om hierop in te gaan en mijn boodschap luidde: iets meer naar rechts of naar links, uiteindelijk zal Israël gewoon een democratie blijven, maar dan wel een democratie in en van het Heilige Land. Natuurlijk zal Netanyahu alles in het werk stellen om de premier van alle bewoners zijn, ongeacht geloof, ras, afkomst en/of geaardheid.

Het was me trouwens donderdag wel even het media-dagje. Want de dag was ik begonnen met een gesprek met Silvan Schoonhoven van de Telegraaf. In de zaterdageditie schreef hij over antisemitisme, vooringenomen denkbeelden over Joden die weer springlevend zijn, helaas. Waarom spelen die bijna antieke clichés weer op, was in feite  zijn vraag. Mijns inziens is er momenteel niets bijzonders aan de hand. Antisemitisme is niet weggeweest en zal ook nooit weggaan. Alleen de zichtbaarheid zal variëren in de vorm van een golfbeweging: dan weer salonfähig en dan weer een periode  van onzichtbaarheid. En nu staan we aan het begin van de Salonfähig-periode.

Inmiddels is het zondag en zit ik hoog in de lucht richting Krakau voor een tweedaags symposium voor Europarlementariërs, georganiseerd door European Jewish Association (EJA) en van Krakau vlieg ik voor iets minder dan twee dagen naar Israël voor een vergadering van de RCE, Rabbinical Center of Europe, waar ik dus sinds kort in het dagelijks bestuur ben benoemd.

Donderdag aan het eind van de middag hoop ik weer terug te zijn en dan meteen door naar Nijkerk voor een lezing over de Joodse visie op de komst van de Mosjieach. Het publiek zal redelijk teleurgesteld worden want eigenlijk hebben we niet veel visie en hoewel we dagelijks hopen op de ultieme vrede, de Mosjieach dus, hoe precies het eruit gaat zien is niet zo relevant. We moeten in het heden leven en ons voorbereiden voor de toekomst. Maar hoe het morgen eruit zal zien, zien we dan wel weer.

Inmiddels zijn we aangekomen in Krakau in ons hotel. Wat een warme ontvangst door de staf van EJA. Een en al vriendelijkheid. Uiteraard werden we van het vliegveld afgehaald. We zaten in de auto  met twee MP’s uit Oostenrijk, de een was van de Liberale partij en de ander van Groen (links?). Even een paar koppen thee voor mijn waterhuishouding en dan naar beneden voor het netwerken. Ik las in het programma dat ik aan het eind van de rondleiding in Auschwitz morgen, maandag, verwacht wordt om Kaddiesj uit te spreken en uiteraard vooraf een korte overpeinzing, ter afsluiting van het “bezoek”. Ik heb het “bezoek” tussen aanhalingstekens geplaatst, omdat ik niet goed weet hoe ik het bekijken van de hel anders zou moeten noemen. Wat gaan we daar eigenlijk doen? Een les leren voor de toekomst? Is het een educatief uitstapje?

Zie hier mijn toespraak. Nog wel even onder embargo, want ik spreek hem maandag om 17:00 uur pas uit.

Combatting antisemitism, that is the goal of our conference and our visit to this horrible location. Although I believe that antisemitism will never be completely conquered, we have to be alert and attempt to fight it with education.

In my country during the Holocaust only 5% collaborated with the Nazi’s, only 5%  was prepared to risk their lives and join the resistance group.

But 90% watched it, saw it happen, were scared or indifferent, kept silent and followed, like a herd, the easiest and wrong direction.

But at this very moment I don’t want to speak about education and  reduce this holy place to an educational project.

Last year, in Amsterdam, the National Memorial Monument with the names of all those who did not survive was unveiled. I noticed, after the ceremony,  people stepping forward and place their hand on the name of their father, their mother, their children, sisters, brothers, uncles and aunts.

But the most names were not touched by anybody, because nobody was left to remember them.

Kaddish is the prayer which a child says for his late parents. Let us say kaddish and have in mind those who are completely disappeared,  because they were allowed to be murdered , because they were Jews and the herd, the 90%, kept silent.

En dan Kaddiesj en een minuut stilte die niet zal worden aangekondigd, maar als vanzelf ontstaat.

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

De Drie van Breda, de Bijlmerramp en het (on)recht. Dagboek van de Opperrabbijn 2 november 2022

Ik had vandaag een binnen-dag. Alleen vanavond mijn verplichte dagelijkse snel-wandeling met Roger van Oordt, maar verder alleen achter de computer, de telefoon en twee Zoom vergaderingen. En: de naweeën van gisteren. Gisteren was ik in Brussel voor ontmoetingen met kandidaten die Joods willen worden. Als een lokale rabbijn een kandidaat heeft waarvan hij denkt dat die klaar is om tot het Jodendom toe te treden, qua kennis en vooral qua motivatie, worden wij ingeschakeld vanuit het Rabbinical Center of Europe, een soort vakbond voor Europese rabbijnen (800 leden!). Met als kanttekening dat we meer een bond zijn dan een vak, want rabbijn behoort geen vak te zijn, maar een roeping. Ik mocht een paar fijne gesprekken hebben daar in Brussel, maar ook een rotgesprek. Ik zag geen kans om verder te gaan met een van de kandidaten. Reden? Ik betrapte hem op tegenstrijdigheden of, iets minder diplomatiek geformuleerd, hij loog. En dan heb ik een probleem want, hoewel ik de ‘tegenpartij’ ben van de kandidaten, ga ik wel met respect om met de kandidaat en verwacht van hem of haar hetzelfde. En daarbinnen is geen plaats voor leugens. Vertrouwen moet er ten opzichte van elkaar zijn, maar als dat vertrouwen is geschaad en er bovendien nog een dreigtelefoontje op volgt en verschillenden mensen worden ingeschakeld om mij te bedreigen of om te kopen (uiteraard niet via de bank maar met cash!), dan is het voor mij einde oefening! Maar hoe kom ik erachter dat de kandidaat onwaarheid heeft gesproken. Van mij mag toch verwacht worden dat ik de geloofwaardigheid van een medemens niet in twijfel trek?! Ik ben toch een mens van het geloof! Dat klopt ook, alleen zijn het vaak lokale derden die me in vertrouwen bellen om me te waarschuwen. En als ik dan de woorden die me zijn aangereikt voorleg ter controle aan de kandidaat en zijn reactie is niet een ontkenning maar slechts de vraag wie me dit heeft verteld, dan heb ik een probleem en dus de kandidaat ook.

Dus kwam ik gisteravond bekaf thuis nadat ik, volgens mijn chauffeur, tussen Zaventem en de Nederlandse grens in de auto een uiltje had geknapt. Maar, achteraf bezien aan het aantal kilometers, was het geen uiltje maar een volledige supergrote uilen-volière!

Toen ik dus afgemat thuis was en mijn avondeten tot mij had genomen ben ik naar de laatste aflevering gaan kijken van de documentaire De Rampvlucht over de Bijlmerramp. Lastig is dat werkelijkheid en fantasie door mekaar heen liepen. Zo wordt er gesproken over mannen in witte pakken die met wagens met Franse nummerborden naar de plaats des onheils waren gekomen en dat zouden dus leden zijn van de Mossad, de Israëlische veiligheidsdienst. De Franse nummerborden waren een aanwijzing dat ze leden waren van de Mossad, want het Europese hoofdkwartier van de Mossad zou in Parijs zijn gevestigd. Mis, dacht ik, want het hoofdkwartier stond in Brussel, en dus kloppen die Franse nummerborden niet als bewijs dat de Mossad de mannen in witte pakken zou hebben geleverd! De documentaire plaatst Israël niet bepaald in een goed daglicht. Terecht of niet weet ik niet, maar zoiets draagt wel bij aan de aanwakkering van antisemitisme. Maar, zo weet ik uit welingelichte kring, Israël is erg sukkelig omgegaan met de publiciteit rondom de Ramp. Jammer, onacceptabel en triest.

Maar wat me wel erg is bijgebleven, en dat werd ook duidelijk zichtbaar in de documentaire jaren geleden van Hans Knoop over de Zaak Menten, dat er heel wat onder het tapijt wordt geveegd als het de ego, betrouwbaarheid, positie of de pecunia van bewindslieden raakt. Het gaf me een naar gevoel. Voor mij moet een Overheid het summum zijn van betrouwbaarheid, maar dat lijkt vooralsnog een utopie. Mijn vermoeide gedachten dwaalden af naar de Drie van Breda die om humanitaire redenen vervroegd werden vrijgelaten. Sic! Onacceptabel. De achttienjarige schutter uit Texas die in koele bloedde negentien mensen had neergeschoten krijgt nog net niet de doodstraf maar verdwijnt wel levenslang achter de tralies in de USA. Omdat in de USA alles openbaar is kon ik zien hoe de jongeman spijt betoonde van zijn daden (hetgeen van de Drie van Breda niet gezegd kon worden) en gedreven was door een stem in hem die hem aanspoorde om te doden. Vreselijk wat hij heeft aangericht, maar zoals ik het kon zien was het een jongen die gebukt ging onder schuldgevoel en die gedreven was door een stem waarvan hij zich niet kon ontdoen. Hij was dus geestesziek en dan dringt zich bij mij de vraag op of levenslang een terechte straf is. Ik heb lang genoeg in de psychiatrie gewerkt om te weten hoe moeizaam en dwangmatig het horen van stemmen, die je niet onder controle hebt, kan zijn.  De Drie van Breda wel vrij want ze waren oud en zielig, en dit kind van achttien jaar achter tralies voor z’n hele leven?!  Voeg daaraan toe dat een notoire Holocaust-ontkenner zondag aanstaande podium wordt gegeven op de Dam in Amsterdam.

Neen, het recht is niet altijd even recht. Dat onze eigen Overheid soms meegaat in de krommingen zoals we dat zagen in opstelling van onze Overheid ten tijde van de Bijlmer Ramp, ten tijde van de Drie van Breda en ten tijde van de Zaak Menten, baart me zorgen, maar is helaas de realiteit, zelfs in mijn eigen superbeschaafde Nederland, dat verre van een bananenrepubliek is.

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

RSS
Follow by Email