Rust. Dagboek van de opperrabbijn Zondag 21 augustus 2022

Het is nu inmiddels 23:00 uur en nu pas ga ik mijn dagboek schrijven. De reden? Ik ben net klaar met de helft van mijn dagelijkse snel wandeling en voel me al een stuk beter en goed genoeg om dit dagboek gezellig te houden. Ik was nog nauwelijks opgestaan vanochtend, had online met mijn chawer, zoals iedere ochtend in de vroege uurtjes nog voor het dawenen (ochtendgebed) zullen lernen, maar toen kwam er een naar telefoontje binnen waarmee ik acuut aan de slag moest. En dus viel het lernen in het water en kwam ik ook nog te laat in sjoel. Doordat het gezeur mij persoonlijk raakte (is niet professioneel!) heb ik ook nauwelijks ontbeten.

We vertrokken wel op tijd naar Maastricht voor de obsjerenisj van de zoon van rabbijn en rabbanit Cohen uit Maastricht. Mijn ontbrekende ontbijt kon ruimschoots worden aangevuld met de catering bij de obsjerenisj. Iedere sjabbat hebben de Cohennen vol-huis. In de sjoel is slaapruimte voor sjabbat en de maaltijden worden dan in huize Cohen genuttigd. Dit heeft dus even niets te maken met de obsjerenisj, maar mag wel eens gezegd worden.

Tussen Beekbergen en Maastricht en tussen Maastricht en Beekbergen was ik bezig met twee moeizame los van elkaar staande problemen. Beide problemen heb ik niet kunnen oplossen. Dan daar doorheen nog een mevrouw die in een psychiatrisch ziekenhuis zit en zich, heel begrijpelijk, heel eenzaam voelt. Omdat ze niemand heeft en zich erg alleen voelt heb ik haar eens aangeboden dat ze me altijd mag bellen: en aldus geschiedt dagelijks. Ik heb daarmee geen moeite. Wel dus met die andere problemen die mijn hele dag door mijn hoofd bleven met een depressieve gemoedstoestand als resultaat. En dat deugt niet! Ivdoe en Hashem besimcha – Dien G’d met vreugde! Ik heb dus nog wel een en ander aan mezelf te verbeteren tot Rosj Hasjana – Joods Nieuwjaar om mijn neiging tot depressiviteit onder controle te krijgen. Dat ik hiervan doordrongen ben is overigens een goede zaak, want, zoals de Talmoed aangeeft, als de ziekte bekend is, is er sprake van een halve genezing!

Door de vetes en de daaraan voor mij gekoppelde gemoedstoestand, was ik bijna vrijdag vergeten en de prachtige sjabbat. Vrijdag werd ik om 9:30 uur in Nijkerk verwacht en om tien uur na o.a. mijn toespraak, werd het startschot gegeven voor de fietstocht. Het was een sponsor-fietstocht die tot doel had om een fiets te kopen voor een fysiek gehandicapte inwoner van een groot tehuis voor medemensen met een lichamelijke beperking. Van de fietstocht fietste ik bijna direct de sjabbat in.  Sjabbat was geweldig. Wat een sfeer! Wat een saamhorigheid en wat een vreugde. Ik houd het vandaag kort want ik ben dus erg moe en heb drie mooie foto’s. Soms vertellen beelden meer dan woorden.

Nu dus snel het tweede deel van mijn snel-wandeling en dan bed met hopelijk een piekervrije nacht(rust)!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Wat heb ik te zoeken in Abu Dhabi? Dagboek van de Opperrabbijn 17 augustus 2022

“Enige dagen geleden was ik bij de uitvaart van Carla en ik wil u graag laten weten hoe dankbaar ik ben hoe zorgvuldig en eervol u haar ter aarde bestelling heeft geleid.

Zoals u weet heeft Carla geen gemakkelijk leven gehad. Ze was een kwetsbaar mensenkind en had niet altijd stuur over haar gedachten. Ik heb eerst als geestelijk verzorger en later als vriendin een eindje met haar mee mogen lopen. Carla had gouden handen en een gouden hart.

Ze heeft als creatief vormgeefster van de dienst geestelijke verzorging zoveel verhalen in prachtige gewaden en beelden vormgegeven. Daarmee heeft ze heel veel kwetsbare andere mensen een glimlach op hun gelaat bezorgd. Vaak worden mensen met een psychische kwetsbaarheid niet meer her- en erkend in hun mens zijn. Daarmee doen we niet alleen hen, maar ook onszelf te kort.

U deed recht aan haar en haar nabestaanden bij haar uitvaart”.

Nog steeds vanaf mijn vakantie/werkverblijf ontving ik bovenstaande bericht van de geestelijk verzorger van Carla. Ik probeer altijd te voorkomen om bij een lewaja in clichés te vervallen en al helemaal weiger ik om onwaarheden te verkondigen. Maar soms is het lastig. Als de overledene al tientallen jaren in een psychiatrisch ziekenhuis werd verpleegd, is een hesped, een treurrede, ingewikkeld. Als je last hebt van zweetvoeten heb je geen psychiater nodig! Neen, als geestelijk verzorger van het Sinai Centrum weet ik maar al te goed hoe moeizaam een psychiatrisch defect kan zijn voor de patiënt en voor zijn/haar naaste omgeving. En toch is ook een psychiatrisch patiënt net zo mens als u en ik. Enige maanden geleden kwam ik Carla weer tegen, na jaren geen contact. Carla wist dat ze niet lang meer te leven had en ze bereidde zich voor op het verlaten van haar aardse bestaan op een manier waaraan vele niet-patiënten een voorbeeld mogen nemen. Geen paniek, geen verwijt, maar repareren wat ze tijdens haar leven verkeerd had gedaan. Met haar ex, die het niet meer met haar kon uithouden, en met haar dochter, die haar moeder al meer dan dertig jaar niet had gezien of gesproken. Bij haar lewaja waren velen aanwezig. De toespraken klonken allemaal hetzelfde: Carla, we zijn je dankbaar voor wat je ons hebt gegeven. We hebben zoveel van jou geleerd!

En terug in Beekbergen mag ik dan weer mensen helpen met hun vakantiedag invulling: Gierhoorn is altijd leuk, de Apenheul en natuurlijk de Efteling. Verdriet en vreugde lopen schier door mekaar. Er is hier een familie die hun dochter, moeder van een pasgeboren baby, bij een aanslag in Israël hebben verloren en ook een man van wie de broer bij een andere aanslag het leven liet.

Interessant trouwens dat Israëliërs van Nederlandse afkomt die Nederlands als voertaal gebruiken, mijn dagboeken lezen. Geeft mij een goed gevoel. En dat is dan weer niet goed want ik behoor te schrijven om de medemens te inspireren en niet om mijn gevoel van trotst te vergroten, zeker niet met de Hoge Feestdagen in het verschiet. Dagelijks na het ochtendgebed (eerste minjan om 8:30 uur en tweede dienst om 9:30 uur) houd ik een korte toespraak. Korte toespraken vergen meer voorbereiding dan lange, gelijk mijn wekelijkse column in het papieren NIW van precies 400 woorden, veel meer tijd kost dan mijn dagboek dat een onbeperkt aantal woorden toestaat. Na de hittegolven is het vandaag regenachtig en koel. Heerlijk. Maar of wandelen me gaat lukken weet ik nog niet. Want voor het Cheider moet ik het kwartaalblad Rond de Bron redactioneel controleren en een begeleidend schrijven toevoegen. Verder is een oud-bestuurder onjuist bejegend door het nieuwe bestuur en moet ik een oplossing zien te vinden. Een Joodse vrijwilliger van een van de Chanoekavieringen voelt zich door de voorzitter uitgesloten en moet ik dat weer gaan oplossen. En zojuist een whatsapp van collega Heintz met het verzoek om een zwaar zieke man te bezoeken. Verder is het hier echt heel gezellig en wil ik dadelijk met het pontje over de IJssel van Brummen naar de kleinste stad van Nederland, Bronkhorst, varen om daar een paar tehillim-psalmen te zeggen op de Joodse begraafplaats. Ja, beste dagboekenier, u leest het goed. In de kleinste stad van Nederland is ook een Joodse begraafplaats. Overal waren voor de oorlog Joodse Gemeenten, sjoels en dus ook Joodse begraafplaatsen. Overigens hoop ik dat het pontje kan varen want de waterstand in de IJssel is erg laag en de hoeveelheid stikstof die dat piepkleine pontje uitstoot zal wel erg hoog liggen. Of ik voor enige dagen naar Abu Dhabi vlieg of mijn jaarlijkse toespraak houd bij de herdenking van de eerste razzia in Enschede, weet ik nog steeds niet. Ik heb nog maar niets laten weten aan het Comité Herdenking Razzia Twente. Ik regel wel zo nodig vervanging en gebruik dit dagboek maar even als een test om te zien of de leden van het Comité mijn dagboek lezen.  Wat ik als opperrabbijn van het IPOR in Abu Dhabi te zoeken heb? Voorlopig dus nog niets.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

Jeruzalem in Beekbergen. Dagboek van de Opperrabbijn, 14 augustus 2022

We genieten van de werkvakantie. Nog even voor de lezers die niet ieder dagboek lezen: we bevinden ons in Beekbergen in een hotel dat onder mijn rabbinale toezicht staat en waar ik dus dagelijks aanwezig ben, maar vanwege de hitte ben ik ook regelmatig thuis, zowel overdag als ’s nachts, omdat er niet de hele dag wordt gekookt en onze airco thuis aanzienlijk beter is dan de airco in het hotel. Mijn taak is dus het toezicht uitoefenen op het kasjroet en op sjabbat een cursus geven en bij de ochtenddienst een toespraak. Ook iedere ochtend na het ochtendgebed een korte gedachte. Daarnaast de hele dag door allerlei “rabbinale” vragen. Ik zal er een paar benoemen: 1: Mijn vrouw heeft hoofdpijn, heeft u een aspirientje. 2: Kunt u me helpen een fluisterbootje te reserveren in Giethoorn. 3: We gaan naar de Efteling. Welke waterijsjes zijn koosjer. 4: Waarheen adviseert u ons te gaan. We zoeken een plaats waar het koel is, misschien een strand, maar niet een strand waar iedereen met schaarse kledij ligt te zonnebaden. 5: Een Israëliër vraagt mij waar hij Israëlische wijn kan kopen, want ze hebben thuis in Israel een wijnkelder en verzamelen dus wijnen. 6: Zijn alle frisdranken koosjer?  

En dan de reacties op mijn toespraakjes en uiteraard vragen over de Joodse Gemeenschap in Nederland. 

Ondertussen is iemand overleden, want het gewone leven met al zijn aspecten gaat gewoon door, ook in vakantietijd. Het betreft een vrouw die ik de laatste maanden heb mogen bijstaan en dus doe ik uiteraard de lewaja. 

En wat denk u hiervan: een telefoontje van de voorzitter van de World Council of Arameans. Een groep Arameeërs uit Israel is naar Europa gekomen en vloog donderdag jl. weer terug. Woensdagavond belt de voorzitter mij met een probleem. We hebben elkaar al eens ontmoet bij de jaarlijkse ‘herdenking genocide 1915’. Een van de groepsleden is zijn koffer verloren met daarin zijn Israëlische paspoort. Vliegtuig vertrekt donderdag om 13: O0 uur uit Düsseldorf. Of ik een tijdelijk paspoort kan regelen. De Israëlische ambassades en consulaten in Duitsland en Nederland nemen de telefoon niet op. En dus ik meteen onze ambassadeur een WhatsApp gestuurd, binnen 10 minuten belt hij terug en een kwartier later kan ik de voorzitter van de Arameeërs laten weten dat de man-zonder-paspoort zich donderdagochtend om negen uur kan vervoegen bij de ambassade In Den Haag met twee pasfoto’s om vervolgens een tijdelijke reisvergunning te krijgen zodat hij om 13:00 uur terug kan vliegen naar Israel.

En vervolgens ontving ik donderdagochtend de volgende WhatsApp:

“Veel dank voor uw inspanningen betreffende de Aramese jongeman

uit Israël die zijn paspoort was kwijtgeraakt. Gelukkig was vanochtend vroeg

zijn koffer met paspoort teruggevonden en heeft hij die op tijd kunnen

ophalen om zijn vlucht terug naar huis te nemen. Nogmaals dank en hopelijk

kom ik binnenkort weer een keer naar Nederland, dan zou het een eer zijn om

met u van gedachten te wisselen.”  Fijn dat de jongeman zijn paspoort en koffer had gevonden, maar jammer dat ik dus de uiteindelijke hulp-rabbijn niet mocht zijn! 

Ook nog een leuke reactie ontvangen over de “Nederlands Dagblad soap” die vooralsnog nog niet voorbij is: “Ik heb net uw dagboek gelezen. Ik vind dat altijd tof van u, u laat

ondanks dat u Rabbijn bent, niet de kaas van uw brood afeten. Als mensen

niet fatsoenlijk zijn en oneerlijk gaat u altijd door, laat het niet over

z’n kant gaan en maakt het zelfs openbaar. Totdat het recht zal zegevieren.

Ik ben ook zo maar ik ken niet veel mensen die ook zo zijn. Maar ik denk dat

u dan ook heel gevoelig bent en dat kan best lastig zijn. Mijn grootvader

zl zei altijd tegen mij: als mensen je kwetsen moet je het gewoon in je zak

stoppen, daoen ze het nog een keer, stop het dan weer in je zak en als die

zak vol, maak hem dan maar leeg.” 

Deze trouwe lezer heeft mij goed door. Ja, ik ben (te) gevoelig en steek niet zo gauw kwetsende opmerkingen in m’n zak, terwijl ik dat wel zou moeten doen. Maar daar ben ik dus niet zo goed in! Wel interessant en goed dat mijn dagboek naar mij corrigerend werkt. Met de Hoge Feestdagen voor de deur is zelfcorrectief helemaal top!

Ik stop nu met dit dagboek van vandaag, want gasten komen en gasten gaan. En van de vertrekkende moet ik toch even afscheid nemen en ze alvast een sjana towa wensen, hetgeen gebruikelijk is na 15 Menachem Aw. En ondertussen klinkt er chassidische muziek op het terras en voel ik me in Beekbergen bijna in Jeruzalem.

 

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het

Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

Orthodoxe Joden op de Bijbelbelt. Dagboek van de Opperrabbijn 10 augustus 2022

De vakantiestemming zit er al goed in. Niet dat ik met vakantie ben of ga, maar de sfeer is er wel. Gistermiddag in Beekbergen geweest in Fletcher Hotel de Wipselberg waar vanaf vandaag t/m 24 augustus onder mijn rabbinale oog en met mijn rabbinale stempel door een koosjere cateraar uit Antwerpen voor gasten uit vele landen de gelegenheid wordt geboden om in de Veluwe te vertoeven. Outsiders denken dan vaak dat het een soort groepsreis betreft, maar dat is het dus niet. Mensen uit diverse landen binnen en buiten Europa (Israël!) boeken voor een week, twee weken of enkele dagen het hotel, kunnen dan uiteraard koosjer eten en ook zijn er dagelijks, ’s morgens, ’s middags en ’s avonds sjoeldiensten. Gistermiddag was ik er dus, voordat het begon, om erop toe te zien dat de keuken op de juiste wijze koosjer wordt gemaakt. Uiteraard zal ik er regelmatig zijn om mijn controlerend oog zijn werk te laten doen, want ‘I’am not a rubber stamp!’ Kent u de uitdrukking? Daarmee wordt bedoeld een rabbijn die zijn stempel op een koosjer certificaat plaatst, daarvoor betaald wordt en vervolgens geen verantwoord toezicht uitoefent. Vaak hoor ik zeggen dat iets koosjer is, want er staat een stempel op. Maar het is dus van belang te weten wie achter die stempel zit, want als ik iets eet dat wel een koosjer-stempel draagt, maar niet koosjer is, heb ik toch echt iets gegeten dat niet-geoorloofd was. Het rabbinale stempel maakt het product niet koosjer, maar is slechts een bewijs dat het koosjer is, als dat ten minste inderdaad zo is. Snapt u het? Waarmee ik heb willen aangeven dat uiteindelijk ieder voor zijn eigen daden verantwoordelijk is. Dadelijk dus weer naar Beekbergen voor controle, de avondmaaltijd en sjoeldienst. Het oogt wel bijzonder daar op de Veluwe met links en rechts de Bijbelbelt en daar tussenin een groep orthodoxe joden. Door de week valt het wel mee, maar op sjabbat als iedereen met vol sjabbat tenue zichtbaar is, kun je je zomaar in Jeruzalem wanen. Dat wordt wat lastiger op donderdagavond als er in het dorp de Veluwse Avondmarkt Beekbergen wordt gehouden en de boerendans onder begeleiding van accordeonspel wordt uitgevoerd. Als je dan de orthodoxe Joden in (zomervakantie!) kledij ziet lopen, dan besef je dat het toch niet Jeruzalem is, maar oer-Nederlands! Ondertussen houd ik me nu bezig met de vraag van de cateraar of Aviko frozen frites wel of niet geoorloofd zijn en voor de gasten ben ik veelal een VVV- tourist information bureau. Waar zullen we vandaag heengaan? Apenheul? Openluchtmuseum? Hoge Veluwe? U ziet, geachte dagboeklezer, een rabbijn hoort van alle (Veluwe)markten thuis te zijn. Dan krijg ik ook nog de vragen te beantwoorden van niet-joodse gasten die in een ander deel van het hotel hun vakantie vieren en van niet-joodse personeelsleden die zo ook maar bijna geheel onverwacht tegen dit gebeuren aanlopen. En natuurlijk nemen mensen, ook op vakantie, hun problemen met zich mee, want die zijn niet gekoppeld aan woon- of leefomgeving, maar zijn persoonlijk bezit. En dus, juist als ze een rustige omgeving hebben, word ik als praatpaal/adviseur/luisterend-oor ingeschakeld. Fijn dat ik dat mag doen, maar ik geef de voorkeur aan een gezellige wandeling. En dus, voordat de persoon zijn hart wil luchten, stel ik voor dat we dat al wandelend doen! Twee vliegen in een klap, moet u maar denken: hij z’n probleem en ik mijn dagelijkse wandeling.

En nu we toch over problemen hebben: Het gezeur met het Nederlands Dagblad is nog niet geweken! En al peinzend denk ik dan aan mijn recente ontmoeting op een terrasje met collega rabbijn van der Kamp. Binnen een mum van tijd werd het Nederlands Dagblad ons gespreksonderwerp. De dikke zwartgedrukte kop dat compromisloze zionisten de oorzaak zijn van het conflict in het Midden-Oosten, beangstigde ons beiden. Eng! Want voor de goegemeente is antizionisme het synoniem van antisemitisme. Laat de ND gewoon het beestje bij de naam noemen: schuldig zijn compromisloze Joden, dan staat er tenminste duidelijk wat er bedoeld wordt.

Natuurlijk heeft het ND nadien een aantal andersdenkenden aan het woord gelaten, maar de kop heeft de voor mij onacceptabele boodschap verkondigd en de redactie heeft geen afstand genomen van dit tendentieuze opiniestuk. Toen inmiddels meer dan een jaar geleden er deining ontstond over de nazibegraafplaats in Ysselsteyn is de Oorlogsgravenstichting meteen in de telefoon geklommen en is de Duitse Ambassadeur binnen een mum van tijd het gesprek met Joods Nederland aangegaan, met als resultaat: begrip, samenwerking en vriendschap.  Ook het ND, die zich de kwaliteitskrant van christelijk Nederland noemt, mag een fout maken. Maar erken, pak het op, maak van de gelegenheid gebruik en ga vooral het gesprek niet uit de weg! Hopelijk zien ze het licht, om even een niet-joodse uitdrukking te gebruiken, en kunnen we de strijdbijl begraven en er iets moois van maken, samen, eendrachtig met behoud van eigen geloof. We hebben zoveel gemeen en kunnen samen zoveel bestrijden, betekenen en bereiken!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Na het vasten: een staakt het vuren en een vlag met hakenkruis. Dagboek van de Opperrabbijn 7 augustus 2022

Hoewel het vandaag een erg nare dag was, negen Aw, de langste vastendag van de Joodse kalender en tevens de meest trieste, het begin van de ballingschap met alle vervolgingen als resultaat, voelde ik ook, al reflecterend, lichtpunten. Maar eerst maar even de duisternis: Israël ligt weer onder vuur. Ik leef mee met de inwoners van Gaza. Vreemd denkt u, maar toch is dat zo. De veroorzaker van mijn medeleven met de inwoners van Gaza is Amnesty International. Amnesty International heeft namelijk Oekraïne veroordeeld vanwege het beschieten van de Russen vanuit plaatsen tussen de burgers, hetgeen tegen het oorlogsrecht schijn te zijn. Overigens snap ik dat oorlogsrecht niet, want geen hond ter wereld zal zich in een oorlog daaraan houden! Ik weet dat Oekraïne inderdaad zich hieraan schuldig maakt, maar dit terzijde. Waarop ik nu zit te wachten is dat Amnesty International de Jihad-Gaza, of hoe die club gangsters ook mogen heten, zal veroordelen, want zij beschieten zonder enige twijfel, zichtbaar gefotografeerd, ook vanuit de dichtbevolkte wijken waar onschuldige burgers wonen die letterlijk geen kant op kunnen. Maar zo’n veroordeling zal niet komen, want alles met betrekking tot Joden en Israël ligt anders. Ik ben trouwens benieuwd naar het Nederlands Dagblad, hoe die zullen reageren en of zij de compromisloze Zionisten met grote zwarte krantenkoppen zullen veroordelen of dat zij bereid zijn de waarheid neer te schrijven of, en dat verwacht ik, er gewoon geen aandacht aan te besteden. U ziet, mijn teleurstelling richting de christelijke ND, is nog niet geweken.

De herdenking van de genocide in 2014 op de Jezidi’s donderdag jl. zit ook nog vers in mijn gedachten. Kinderen die als slaaf of slavin worden verhandeld en de wereld kijkt toe. De wereld zal uiteraard Israël wel veroordelen, maar geen oog voor de inwoners van die wijk in Gaza. Geen woord over de schatrijke criminele leiders die de gewone meestal straatarme mensen gebruiken voor hun haat tegen Israël, door vanuit hun dichtbevolkte buurt Israël te belagen met honderden en honderden raketten en zelf de meest riante huizen bewonen ver weg van oorlogsgeweld.

Naar de lichtpunten:

 

Beste meneer Jacobs,

Het was een eer om u te ontmoeten op de herdenking van Jezedi-genocide. Graag wil ik u bedanken voor uw bijdrage als spreker. Het was een interessant gesprek en het is belangrijk om het over dit onderwerp te blijven hebben. 

Hopelijk kijkt u ook goed terug op de herdenking van Jezedi-genocide. 

Nogmaals bedankt.

Met hartelijke groet,

Dit bericht is voor mij een lichtpunt, ik mocht iets voor ze betekenen. Maar ook ontving ik van de leiding van Nationaal Monument Kamp Amersfoort een e-mail:

Geachte rabbijn Jacobs, bij een inspectie vanmiddag bleek het twee weken geleden gereinigde monument er uitstekend bij te staan. Bijgevoegd een foto. Met vriendelijke groeten, Floris van Dijk

Ik herinner me niet dat ik ooit na afloop van een bekladding een foto opgestuurd heb gekregen van het monument dat weer schoon is gemaakt! En de inzet en betrokkenheid van de nieuwe directie is hartverwarmend. Binnenkort heb ik een gesprek met de nieuwe directeur en gaan we proberen te achterhalen wat er vooral na de oorlog in en rondom Kamp Amersfoort heeft gespeeld. Want dat er e.e.a. heeft gespeeld staat buiten kijf. Details zal ik hier niet neerschrijven, maar er gaat onderzocht worden wat aan naoorlogse politiek hier heeft gespeeld. Nooit zal ik vergeten dat, daags na de officiële inwijding van het herdenkingscentrum Kamp Amersfoort, ik aanwezig was in de gevangenis in Groningen waar een monument werd onthuld ter nagedachtenis aan de ex-politieke gevangenen die daar waren vermoord. Naast mij in Groningen zat een oud-militair met een waslijn aan medailles. Hij was de dag tevoren aanwezig bij de opening van het herdenkingscentrum Kamp Amersfoort en bleek zelf in Amersfoort gezeten te hebben. Op mijn vraag wat er na de oorlog speelde rond kamp Amersfoort vertelde hij mij toen dat bepaalde gebeurtenissen dusdanig negatief zijn, dat mensen die meenemen in hun graf.

De tentoonstelling die er nu is in Kamp Amersfoort is imponerend! Een lichtpunt. En ook de erkenning dat er in Amersfoort toentertijd geen zevenhonderd maar tweeduizend zevenhonderd Joden hadden gezeten.

Nog een lichtpunt is het telefoontje van het hoofd van de wijkagenten in mijn woonplaats nadat ik in dit dagboek mijn beklag had gedaan over een snotaapje dat mij meende te moeten vertellen dat ik “Israël” ben en vervolgens “Free Palestine”. Hij wil kijken hoe we dit breder kunnen aanpakken. Dat breder had voor mij niet gehoeven omdat er überhaupt tot nu toe niets werd gedaan.

Hoe ben ik deze vervelende, nare en lange vastendag doorgekomen? Uitgaande sjabbat om 23:15 uur was er sjoeldienst in Amersfoort en uiteraard was ik daar aanwezig. Vanochtend was ik in Eindhoven om daar naar sjoel te gaan en ook een toespraakje te houden en tenslotte voor het middaggebed naar Almere. En nu dus: einde van de Drie Weken (de treurweken) en nadat ik meer dan 24 uur heb gevast, niet gegeten en niet gedronken, lees ik dat er in Israël een staakt het vuren is bereikt en dat er niet ver van ons vandaan een vlag met hakenkruis op het viaduct boven de A1 is opgehangen

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

GESPOT!

Twee  oudere collega’s die zich niet oud voelen maar nog steeds piepjong van geest en van leden, genieten beiden van een werkoverleg  op een koosjer zonovergoten terrasje. Ze blikken samen voldaan terug op gezamenlijk bijna 100 jaar rabbinale ervaring, maar maken zich desondanks ook samen grote zorgen over het huidige antisemitisme. Onbegrijpelijk en onacceptabel vinden ze het beiden dat het Nederlands Dagblad, dat zichzelf christelijke betrokken verklaart, met vette letters laat verkondigen:

“Israël hoofdschuldige in conflict door compromisloze houding van zionisten.”

Precies uit de ND-hoek, christelijk Nederland, hadden beide rabbijnen steun verwacht in de strijd tegen het antisemitisme en de acceptatie dat heden ten dage antisemitisme en antizionisme synoniemen zijn. Want Joden zijn zionisten en zionisten zijn Joden. Vervang dus in het opiniestuk van 25 juli het woord zionist door Jood en begrijp de zorg van de twee jonge oudere collega’s.

“Israël hoofdschuldige in conflict door compromisloze houding van Joden.”

De plaatsing van zo’n opiniestuk, kweekt antisemitisme en antizionisme, antizionisme en antisemitisme!

Rabbijn op Malieveld. Dagboek van de Opperrabbijn, 3 augustus 2022

We staan aan de vooravond van Tisja Be’aw, de negende van de Joodse maand Aw. De meest trieste dag op de Joodse jaarkalender. We herdenken dan de vernietiging van de Tempel in Jeruzalem waarmee de ballingschap, waarin we ons nog steeds bevinden, begon. En dus was mijn aanwezigheid op het Malieveld vandaag, zes Aw,  qua datum goed getimed!  Mijn dag stond geheel in het teken van herdenken. Weliswaar geen herdenking die iets te maken heeft met onze Joodse geschiedenis, want het betrof de herdenking van de “Jezidi-genocide in 2014”.  En dus hierbij voor u, trouwe dagboek-lezer: mijn toespraak.  En voor mij: een vrije dagboek-dag!

Vrienden,

Ik betreur het dat ik ben uitgenodigd om hier te spreken, omdat de aanleiding die heeft geleid tot deze herdenking, dit samenzijn, door en door triest en afkeurenswaardig is. De aanleiding had er nooit mogen zijn.

Onschuldigen werden bruut uit hun huizen gerukt, afgevoerd, vermoord of als slavinnen verkocht en verhandeld. De overlevenden zijn voor hun hele leven beschadigd, diep getraumatiseerd, maar tenminste zijn ze fysiek vrij. Zij zijn vrij, maar vele duizenden zitten nog steeds in wrede slavernij en zijn slachtoffer van dagelijks misbruik, mishandeling en ook van gewone handel, business.

Waarom is er zo weinig bekend over de genocide van 2014? Waarom wordt er nauwelijks in de media aandacht aan besteed? Waarom moeten wij hier anno 2022 aandacht voor vragen? Waarom zal een doorsnee leerling van onze Nederlandse geciviliseerde onderwijsinstellingen niet weten wie of wat Jezidi’s zijn?

Is het omdat het kwantitatief allemaal ‘wel meevalt’? Het betreft geen honderdduizenden? Of is het een ver-van-mijn-bed show, terwijl het topografisch bezien, niet eens zo ver weg is!?

Of misschien kijken we weg omdat het ons niet in onze eigen portemonnee raakt, de gasprijzen niet verhoogd werden en zelfs de benzine werd geen cent duurder! Toen in de Verenigde Staten van Amerika één zwarte medemens door de politie dusdanig gruwelijk werd behandeld dat de man stikte (onacceptabel!) hielden de media niet op met aandacht. En hier, een ver-weg-volk dat louter en alleen omdat ze zijn wie ze zijn en wie ze willen blijven zijn, wordt op beest onwaardige wijze vervolgd…het raakt ons nauwelijks, het blijft bijna onbekend.

Voor overlevenden die allen familieleden hebben die het niet hebben overleefd, die allen familieleden hebben van wie het nog steeds onbekend is hoe en waar ze zijn, voor die overlevenden gaat er geen dag voorbij zonder zorg, verdriet, afschuw en hoop. Onze Volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer hebben de genocide erkend, dat is fijn, maar er blijven bij de overlevenden gapende wonden die ongeneeslijk zijn.

En daarom sta ik hier in Den Haag op het Malieveld en ben ik dankbaar met de uitnodiging om hier te mogen spreken.

De Joodse filosofie geeft aan dat het bezoeken van een zieke bijdraagt aan zijn genezing. Jullie allen, Jezidi’s, moeten welhaast ziek zijn, zwaar beschadigd. Als niet lichamelijk, dan zeker wel geestelijk! Want zo’n geschiedenis hebben en er niet door geraakt worden, normaal blijven alsof er niets is gebeurd, nog steeds gebeurt en ook morgen weer gebeurt, is onmogelijk en volstrekt niet normaal. Beschouw mijn aanwezigheid als een teken van solidariteit, een ziekenbezoek.

Wij Joden weten al eeuwen en eeuwenlang wat vervolging inhoudt, voor de direct vervolgden en voor hun nazaten, de second generation. Want zieke ouders, excuseer mijn taalgebruik, geven hun kinderen bewust, maar meestal onbewust, een lastige opvoeding.

 

Het Jodendom doet niet aan bekering. Wij gaan uit van een multiculturele samenleving, een wereld waarin mensen van elkaar mogen verschillen. Maar allen zijn we wel schepselen van een en dezelfde G’d, en allen hebben we onze eigen manier om die gezamenlijke G’d te dienen. De mensheid als geheel is vergelijkbaar met een uniek individu. Ieder heeft hersens, ledematen, een hart, voeten, benen. Ieder heeft ook zijn eigen specifieke taak.

Een van de taken die wij als het Joodse volk hebben is om een bijdrage te leveren aan de brede samenleving, zonder de ander te willen bekeren.

Onze Joodse feest-, treur- en gedenkdagen zijn bijna allemaal interne aangelegenheden, we willen niet assimileren, we willen onszelf blijven, gelijk de Jezidi’s. Bijna allemaal intern, want gedurende het Chanoekafeest, acht dagen lang, door de eeuwen heen, zelfs onder de meest miserabele en barre omstandigheden, wordt er voor het raam, voor de buitendeur of op openbaar terrein, zichtbaar voor iedere voorbijganger, de Menora, de achtarmige kandelaar, aangestoken als het buiten donker is. Licht brengen in de ons omringende geestelijke duisternis.

Prof. Presser, de historicus, schrijft in zijn beroemde geschiedenisboek ‘Ondergang’ over de Tweede Wereldoorlog in Nederland: slechts 5% van de Nederlanders heulde met de vijand, slechts 5% bood actief verzet tegen de nazi’s en 90% zag en liet het gebeuren! Zo gaat het helaas te vaak in de wereld. Negentig procent kijkt toe en laat het gebeuren en wordt uitsluitend wakker als er sprake is van persoonlijk verlies.

Wat er met de Jezidi’s is geschied raakt geen van ons Nederlanders in onze portemonnee en dus bloeit weelderig de neiging om weg te kijken.

En om mijn afschuw kenbaar te maken tegen dat wegkijken, sta ik hier. Want als er een wond is aan een van de menselijke organen of ledematen, dan lijdt het hele lichaam.

Verantwoordelijkheid voor elkaar, tolerantie, wederzijds respect, de ander willen zien en vooral niet wegkijken.

En als een enkeling dan plotseling, als er een beroep op hem wordt gedaan, aangeeft dat hij te klein is om in die grote corrupte duistere wereld verandering te brengen: kijk dan naar de Menora, de achtarmige kandelaar die als het buiten intens donker is wordt ontstoken, en wees ervan doordrongen dat een heel klein zuiver vlammetje een gigantische hoeveelheid duisternis kan verdrijven.

Ik probeer met mijn aanwezigheid hier vandaag bij deze herdenking van de genocide in 2014 dat kleine vlammetje te zijn en vooral niet weg te kijken.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

 

 

 

Nederlandse visvergunning op Cyprus. Dagboek van de Opperrabbijn, 31 juli 2022.

Aan afwisseling geen gebrek! Donderdagmiddag op bezoek bij onze kleindochter en haar man (heet zoiets schoon-klein-zoon?) in Lelystad. Gelijk in heel Flevoland uit het water land is ontstaan, zo ook gaan zij proberen om een Joodse Gemeente uit het niets te laten opbloeien. Een klus, maar daar schijnen ze niet voor weg te lopen. Vanaf mijn computer: succes! Vrijdag mocht ik mijn kleinkinderen afhalen van het Chabad Holland Dagkamp, Tsivoth Hashem. Het heeft een smak geld gekost (mag ik zien op te hoesten) maar toen ik wederom al die vrolijke Joodse kindertjes zag, meer dan tweehonderd, was meteen mijn financiële zorg verdwenen. Ik moest even denken aan Adje Cohen, de verzetsman en oprichter van het Cheider, die aangaf, als er weer eens financiële problemen dreigden te ontstaan: het geld is er, alleen wij hebben het nog niet! Geweldig de inzet van Taiby Camissar met haar staf. Perfect georganiseerd en belangrijk voor de toekomst van Joods Nederland. Vanaf deze plaats: dank voor jullie inzet. En dank ook aan de ouders die bereid waren hun kinderen te sturen en de grootouders die kwamen brengen en halen. En, mocht u ons werk willen steunen: een donatie aan Chabad Holland op rekening NL95 INGB 0000 5916 59 is van harte welkom en ook nog fiscaal aftrekbaar.

Ondertussen heb ik een flinke kou gevat en kon daarom sjabbat niet voorgaan in de dienst, maar collega Shimon Evers nam zonder slag en stoot over, zoals altijd.

Vandaag, zondag had het dus een rustige dag moeten worden, maar daar kwam de klad in. Vrijdagavond laat was er een e-mail gekomen die ik uiteraard pas na sjabbat, zaterdagavond omstreeks 23:00 uur, kon zien. Een uitnodiging om te spreken bij een herdenking. So far so good, hoor ik u denken. Maar het was toch wel een beetje bijzonder en niet alledaags voor mij. Tijdens een bijeenkomst op het Ereveld in Loenen aan het begin van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne was er onder de genodigden ook een jongeman van de Jezidi’s. Uiteraard kende ik wel een beetje hun catastrofe uit 2014, maar veel meer dan oppervlakkige kennis was er niet. Eigenlijk had ik nog nooit een Jezedi ontmoet, zoals zovelen als ze mij zien, dat ze nog nooit in het echt een Jood hadden gezien. We hebben een beetje gekletst, maar daarbij bleef het. Tot gisternacht dus: een uitnodiging om te komen spreken bij hun herdenking van de genocide uit 2014.

Wel gaan, niet gaan? Wat zijn de voordelen? Wat zijn de nadelen? Zijn er valkuilen? Kan ik misbruikt gaan worden en welke kritiek roep ik over me af als ik wel ga of als ik niet ga. Met die afweging ben ik de gehele zondagochtend bezig geweest. Ik moet er wel aan toevoegen dat ik doordat ik een antihoest pilletje had genomen voor het naar-bed-gaan, pas om 11 uur beneden was. Het lastige is dat als ik ergens ben dat dan meteen een betekenis heeft. Zomaar ergens naartoe en we zien wel, bestaat voor mij niet. En dus mijn Advisory Board ingeschakeld. Tegen argumenten waren of ik als opperrabbijn overal moet verschijnen. De herdenking heeft niets te maken met Joden, niet met Israël, niet met de Nederlands Joodse geschiedenis en ook niets met mijn huidige reguliere werkzaamheden. Dus waarom moet Jacobs weer met z’n neus vooraan staan, zullen mijn critici uitroepen. Nou laat ik mijn critici voor wat ze zijn en geef ik ze graag de mogelijkheid om hun creatieve kritiek kenbaar de maken. Voor-argumenten waren: je toont medeleven en, voor mij het meest zwaarwegends, je maakt duidelijk dat niet alleen antisemitisme je stoort maar ook andere vormen van discriminatie en vervolging.  Uiteindelijk, na overleg met mezelf, heb ik besloten om te gaan. En dus was ik de rest van de dag bezig met het schrijven van een toespraak.  Nog een akkevietje: vrijdag werd ik gebeld door een collega uit Cyprus. Er is daar een waarschijnlijk Joodse man overleden met de Nederlandse nationaliteit. Ik meteen alle denkbare adressen gebeld, maar niemand had ooit van deze man gehoord. Na enig speurwerk heb ik uitgevonden dat hij een bedrijf had op Cyprus, hetgeen de lokale rabbijn die me belde, nog niet wist. Verder is het maar de vraag of hij überhaupt iets heeft met Nederland, want het ID die mij werd gestuurd was geen Identiteitskaart, maar een visvergunning. Wat een Israëliër, als hij dat inderdaad blijkt te zijn, die op Cyprus woont met een Nederlandse visvergunning moet doen, is me geheel niet duidelijk. Tenzij hij probeerde in Nederlands troebel water te vissen en daarvoor hoef je vandaag niet meer in Nederland woonachtig te zijn.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

Compromisloze houding van zionisten? Dagboek van de Opperrabbijn 27 juli 2022

Het boeken van een vliegticket is zo’n beetje een fulltime job, speciaal als je je vergist met de datum. En dat geschiedde mij dus. Omdat er in november een symposium zal zijn van de EJA – European Jewish Association in Krakau op een dinsdag met op woensdag een bezoek aan Auschwitz en hoe eerder geboekt, hoe goedkoper het tarief, had ik dus netjes mijn boeking gedaan. Toen bleek echter dat het symposium op maandag begint en dus niet op dinsdag. Verknalde tijd: een hele ochtend. Maar uiteindelijk is alles wel gelukt. Nog niet gelukt is het herstel van mijn beeldscherm-computer in mijn auto. Kennelijk een verkeerd knopje ingedrukt met als resultaat dat niets meer werkte. Ook dat probleem heb ik ten dele weten op te lossen.

Wat lastiger op te lossen is, is de groeiende toename van anti-Joodse beïnvloeding. In het Nederlands Dagblad, het dagblad dat in het land der dagbladen het meest religieus christelijk is, las ik: Israël hoofdschuldige in conflict door compromisloze houding van zionisten. Natuurlijk mag er kritiek zijn op het beleid van de Israëlische politiek. Maar waarom een totaal eenzijdig ongenuanceerd artikel? Beseft het ND dat hiermee antisemitisme wordt gekweekt, want zionisten zijn Joden en Joden zijn zionisten? Wel of niet de redactie benaderen, vroeg ik mezelf af, maar verder dan het mezelf afvragen ben ik niet gekomen.  Het is voor mij een schrijnende tegenstrijdigheid. Enige tijd geleden een verklaring vanuit de kerken met een schuldbelijdenis over de houding van de kerk in het verleden tegenover het Joodse volk en nog geen jaar voorbij of zo’n artikel verschijnt. Zijn er protesten gekomen vanuit de christelijke wereld tegen het verschijnen van dit in mijn optiek zorgwekkende artikel? En ik maar bruggen bouwen en bruggen bouwen en bruggen bouwen. Maar, zo denk ik verdrietig, als de kade zich verder en verder verwijdert, wordt de brug steeds lastiger overeind te houden.

We bevinden ons in de zogenaamde drie weken. De periode tussen het begin van het beleg om Jeruzalem dat leidde drie weken later tot de verwoesting van de Tempel zo’n 2500 jaar geleden, is een periode van rouw. Met de verwoesting was de ballingschap een feit geworden.  Maar uitsluitend rouwen en terugblikken, is interessant en kweekt historisch besef, maar dat is niet voldoende. Er moeten, zoals bij alle Joodse wetten, gebruiken en geschiedenissen, vertaalslagen worden gemaakt naar het heden. Een van de redenen van de verwoesting van de Tempel was het ontbreken van wederzijds respect en acceptatie. En dus dient daaraan gewerkt te worden, ook door het Nederlands Dagblad dat in zijn vaandel dagelijks heeft staan: nederlandsdagblad christelijk betrokken. Ik vraag me af of Israël hoofdschuldige in conflict door compromisloze houding van zionisten onder die christelijke betrokkenheid valt. Weet het ND dat in Bethlehem het aantal aldaar wonende christenen aanzienlijk is afgenomen sinds Bethlehem onder het gezag valt van de Palestijnse Autoriteit en niet meer onder het gezag van de compromisloze Zionisten?   Verder wil ik er geen woord meer aan wijden omdat ik vrees dat het tot dovemans oren is gesproken.

Ik denk maar even liever vol vreugde en dankbaarheid terug aan de sjabbat die we in Almere doorbrachten vanwege de 50ste verjaardag van onze schoonzoon, Moshe Stiefel, de rabbijn van Almere. Gisteravond had hij er nog een farbrengen aan gekoppeld, een chassidische bijeenkomst, maar helaas voelde ik me niet echt lekker en ben met een paracetamolletje al hoestend mijn bed ingedoken om er vandaag, woensdag, weer helemaal tegen te kunnen. Nu even een pauze, het is 8:00 uur ’s ochtends. Ik heb al 20 minuten lernen met mijn lernmaatje achter de rug. Nu het ochtendgebed. En daarna dat storende christelijke artikel uit mijn hoofd proberen te krijgen: een nieuwe dag met zeker ook weer nieuwe uitdagingen. Tot straks!

En terwijl ik “tot straks” nog geen seconde geleden heb neergeschreven belt Rabbijn Mendel Kohen. Natalia, 48 jaar oud, echtgenote en moeder van Bogdan (12 jaar) en David (10 jaar), is overleden. Mendel heeft kunnen regelen dat ze op het Joodse deel van de begraafplaats in Mariupol ‘tot het stof der aarde’ terugkeert, haar laatste rustplaats heeft verkregen, te midden van een verwoestende oorlog. Een kleine daad in een grote wereld! Of misschien juist een grote daad in een kleine wereld? Ik ga voor het laatste.

 

Opperrabbijn Jacobs houdt sinds het begin van de coronatijd een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken twee keer per week.

 

 

RSS
Follow by Email