Dagboek in post-coronatijd? Dagboek van de opperrabbijn 30 mei 2021

Omdat de sjabbat gisteravond laat eindigde, iets voor 23 uur en tot je dan in bed ligt is het al gauw enige uren later, ben ik (te) laat opgestaan. Op zich geen probleem want ik had vandaag uitsluitend telefoonafspraken en moest een toespraak schrijven. Ik ben gelukkig een makkelijke schrijver en een toespraak heb ik ook snel ik elkaar gepoot. Maar morgen moet ik een toespraak houden in Kamp Vught vanwege de herdenking van Het Kindertransport dat op 6-7 juni 1943 heeft plaatsgevonden. Die toespraak wordt opgenomen en dan via lokale omroep uitgezonden. De hele uitzending zal 12 minuten duren en daarvan moet ik drie minuten vullen. Nou ben ik dus een makkelijke spreker en schrijver, maar juist die korte toespraken zijn erg lastig, want voor je het weet zijn de drie minuten voorbij en heb je niets gezegd! En dus ben ik redelijk veel tijd bezig geweest met de toespraak van drie minuten. Inmiddels dus klaar, op papier en morgenmiddag word ik in Vught verwacht voor de opname van mijn drie minuten toespraak. Overigens heb ik nu ook wekelijks een twee minuten Facebookvideo toespraak in het Engels voor de EJA, European Jewish Association. Enfin, het houdt me wel van de straat, denk ik maar. Een ander tussendoor klusje waarmee ik m’n tijd verpruts is het natrekken van het Jood-zijn van een jonge dame die uit Nederland afkomstig is, maar in een EU-land woont en daar de choepa wil hebben. Al generatieslang zijn ze geen lid van een Joodse Gemeente, deels ook nog uit Duitsland afkomstig, vanwege de oorlog wil haar moeder niet met me spreken (begrijpelijk, maar wel lastig) en het enige aanknopingspunt dat kan helpen en hier in Nederland woonachtig is, neemt de telefoon nooit op. Lekker tijdrovend dus.  Dan ook nog iemand die vanwege corona min of meer vastzit in een Scandinavisch land, bezig is met een gioer (toetredingsprocedure) in Israël en nu van mij verwacht dat ik dus even de gioer zal afronden. Ik ken de hele man niet en zelfs als ik hem wel zou kennen, mijn taak als voorzitter van het Beth Din (Joodse rechtbank) voor gioer is om rabbijnen te helpen als ze zelf een kandidaat hebben bij hun in de Joodse gemeente en die Gemeente beschikt niet over een eigen Beth Din, dan mag ik, op verzoek van het Opperrabbinaat van Israël, de lokale rabbijn helpen en de gioer case overnemen. Maar dit is een volstrekt ander geval. De man woont in Israël, staat daar ingeschreven voor gioer en zit nu even klem vanwege corona. Wat mij betreft dus: gewoon nog even wachten, dan naar Israël en daar de gioer procedure afmaken. Dit is ook de wens van de lokale Scandinavische jonge rabbijn.  Corona is bijna voorbij, dus gewoon nog even wachten. Joods-worden is nooit urgent!

Gezien het ernaar uitziet dat binnen afzienbare tijd de corona periode dus voorbij is, zit ik met een dilemma (ik wens niemand grotere problemen toe!). Indertijd, inmiddels al bijna 1½ jaar geleden, werd ik benaderd door de directeur van het Joods Cultureel Centrum met het verzoek of ik dagelijks een dagboek wil schrijven “Opperrabbijn in Coronatijd”. Dit heeft geresulteerd in de uitgave van een boek “54 dagen uit het leven van de Opperrabbijn” waarvan inmiddels al 2500 exemplaren zijn verkocht. Verder heb ik om de week een column in het papieren NIW, dat Facebook videootje van 2 minuten voor EJA en een meer Bijbels artikel, drie keer per week, op www.cip.nl. Als ik de gehele Thora ben doorgelopen (doorgeschreven eigenlijk) wordt dat dan door CIP ook in boekvorm uitgegeven. Verder verschijnt het dagboek ook op Facebook van de EO en op nog een paar plaatsen. Maar ik zit nu dus met een probleem. Corona zit er bijna op en dus heb ik een dilemma: opperrabbijn in Coronatijd bestaat dus dadelijk, en liefst zo snel mogelijk, niet meer. Maar wat ga ik doen? Ben ik inmiddels verslaafd aan het dagboek? Ga ik nu “dagboek van een opperrabbijn in post-corona tijden” schrijven? Ik ben er nog niet uit. Als u ideeën heeft: ik houd me aanbevolen!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Hij sprak vloeiend Arabisch, met het verkeerde accent. Dagboek van een Opperrabbijn 27 mei 2021

Het was vandaag waarlijk een redelijk normale rabbijnendag. Wat heet normaal? Een niet-joodse psychiater die mijn hulp inroept voor een niet-joodse patiënt. Een oudere vrouw die kennelijk ooit met mij contact heeft gehad en hoewel niet Joods, toch om de een of andere reden zich verbonden weet met de Joodse religie. Wellicht kan ik met haar een gesprek hebben om haar van een dwangneurose af te helpen. Geen idee hoe ik dat moet doen, maar kennelijk helpen de pilletjes niet (meer) en ‘wie weet’, denkt de psychiater. Ik heb haar gebeld en we hebben een afspraak gemaakt. Verder twee ingewikkelde onderzoeken voor een rabbinale verklaring. Dat een wil trouwen, weet eigenlijk dat ze Joods is, maar ieder bewijs ontbreekt omdat de grootouders alles hebben gedaan om ieder spoor van Jood-zijn te vernietigen. Slechte mensen? Helemaal niet. Maar ze wilden voorkomen dat hun nazaten ook in Auschwitz zouden belanden! Ik geloof haar, maar de Joodse wet schrijft voor dat geloven erg mooi is, maar in dit soort zaken wordt er van mij verlangd dat ik een verklaring afgeef gebaseerd op feiten en niet op geloof. En dus speuren, heel goed luisteren en aanknopingspunten vinden die kunnen leiden tot een bewijs van Jood-zijn. Waarom zo moeilijk doen? Omdat ik helaas ook heb meegemaakt en veel vaker dan een keer, dat mensen proberen zo’n verklaring te bemachtigen omdat ze…maar van geen kant Joods zijn! Vaak blijft de reden dat iemand die niet Joods is toch graag wil kunnen aantonen dat hij dat wel is, duister en onbeantwoord. Soms ontbreekt er iedere vorm van bewijs en heel soms kan ik aantonen dat er onwaarheid wordt verkondigd. Ik herinner mij een geval van een vluchteling uit Irak. Een heel verhaal, via een tolk. In Irak moest hij zijn Jood-zijn verborgen houden, naar zijn zeggen, maar nu wil hij deel uitmaken van de Joodse gemeenschap. Aan mij is dan om gedurende het gehele gesprek onafgebroken en aandachtig te luisteren. “Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel” is een bekende uitdrukking die mijn lieve moeder mij vaak heeft verteld. Deze man gaf aan dat hij zijn Jood-zijn geheim moest houden, maar een half uur later beschreef hij de begrafenis van zijn moeder op de Joodse begraafplaats waarbij de goegemeente aanwezig was. Geheim? De begrafenis kon dus kennelijk wel zichtbaar plaatsvinden. Ik vond dat een beetje tegenstrijdig. Hij gaf aan Perzisch te spreken. En dus, tijdens ons gesprek, belde ik een bekende van mij die Perzisch sprak, die goed begreep wat ik wilde weten, en gaf de telefoon aan de vluchteling. Conclusie van mijn vertrouweling: in het gebied waar de man woonde werd door de Joden geen Perzisch gesproken. Vervolgens pleegde ik een tweede telefoontje naar een medewerker van de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum. Deze medewerker sprak vloeiend Arabisch en sprak met de man. Conclusie van mijn medewerker: de man spreekt inderdaad vloeiend Arabisch, maar zijn accent is niet Joods. U moet zich voorstellen dat iemand beweert geboren en getogen te zijn in Maastricht, maar de zachte ‘g’ ontbreekt. Of afkomstig uit Vlaanderen, maar zijn Vlaams klinkt als plat Amsterdams. De vluchteling had een broer in Tel Aviv en gaf mij het telefoonnummer van die broer. Toen hij ons huis nog geen seconde had verlaten heb ik de broer gebeld. De man die ik aan de lijn kreeg had er totaal geen weet van dat hij een broer had in Nederland, afkomstig uit Irak.  Ook wist hij niets van de begrafenis van zijn moeder. Zijn moeder was kern gezond, nauwelijks zeventig jaar en dus echt niet in Irak begraven! Nog geen vijf minuten later word ik gebeld door? U raadt het al! Zijn broer uit tel Aviv. Om een lang verhaal kort te maken: hij had aan mij en aan de AIVD aangegeven dat hij piloot was geweest in het Iraakse leger en gevlogen had in een Apache helikopter. Een klein onbelangrijk detail: bij navraag door een deskundige wist hij niet hoe zo’n ding bestuurd moest worden. Waarom hij dan toch zo graag een Rabbinale verklaring wilde hebben? U mag het hem vragen, maar ik vertrouwde het voor geen cent en heb hem gelukkig buiten de Joodse Gemeente weten te houden.

Van 10:00 uur tot 12:00 uur had ik mijn wekelijkse Joodse les. We zijn niet veel verder gekomen met de Spreuken der Vaderen maar hebben mijn dagboek/artikel over het “zinkende schip” besproken, waarin ik mezelf afvraag of het nog wel veilig is voor mezelf en voor andere Joden om in Nederland te blijven. Het was een heel fijne Joodse les. De vraag wel/niet nog in Nederland leeft bij vele van mijn geloofsgenoten. Begrijpelijk maar intriest.

Vanavond in de Treek gewandeld en nu naar bed. Morgen komt er weer een dag, maar geen nieuw dagboek.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Het schip gaat niet zinken! Dagboek van een Operrabbijn 25 mei 2021

Dagelijks ontvang ik in mijn e-mailbox steunbetuigingen als deze: “Bij deze wil ik u veel sterkte en wijsheid wensen vanwege de Jodenhaat die door geheel Europa raast. Het begon al in de 3e eeuw toen de kerkvaders het beleid veranderden door de Joden buiten te sluiten. Leugens die ze toen verzonnen, doen nog steeds de ronde. Mijn hart huilt, en ik bid voor U en alle Joden, dat de Heer u allen zal beschermen.”

Het had vandaag eigenlijk een gewone dag zullen worden. Van 9:00 – 11:00 uur mijn jaarlijkse gastcollege aan de Theologische Universiteit Apeldoorn waar ik fysiek aanwezig kon zijn, daarna een bezoek aan een ernstig zieke vrouw in het ziekenhuis te Ede die nog niet weet hoe ziek ze is, huiswaarts om e-mails te beantwoorden, een online vergadering over sjechieta (koosjer slachten) met een commissionair van de Europese Unie, een pastoraal gesprek bij mij thuis, ticket geboekt naar de USA voor de bar mitswa van een kleinzoon en dan nog wat klusjes om de dag dan te eindigen met een fikse wandeling met een goede vriend en vervolgens, als een soort rituele dagsluiting, ‘het dagboek’.  Maar het verliep toch anders dan gepland. Emotioneel heb ik mezelf doorgaans goed onder controle. Maar vandaag ging het in mijn beleving mis. Het begon met de bovenstaande steunbetuiging die mij keihard op de realiteit wees van het opkomend antisemitisme met als gevolg dat ik mij, toen tijdens het gastcollege in Apeldoorn gevraagd werd naar de situatie in Israël, te emotioneel heb geuit: “Dank voor uw indrukwekkende college. Maar we schrokken van uw opmerking dat als u geen opperrabbijn zou zijn, u waarschijnlijk al wel verhuisd was naar Israël. Het beeld van een kapitein die een zinkend schip niet mag verlaten was wat dat betreft even schokkend als veelzeggend. Dank voor de open, persoonlijke en kwetsbare toon in het gesprek, dat ook mij persoonlijk raakte. Sterkte en wijsheid in het opkomen voor het belang van een veilige plaats voor de Joodse mensen in ons land. Waar mogelijk willen we u daarin steunen. Onderdeel daarvan is uw stem een plaats te geven in het curriculum van de Theologische Universiteit te Apeldoorn. We stellen deze samenwerking bijzonder op prijs. Dit biedt o.m. de gelegenheid om studenten als toekomstige voorgangers een beter zicht te geven op de situatie van de Joodse gemeenschap in Nederland.  Dr. Michael (M.C.) Mulder, Universitair docent Nieuwe Testament, Judaïca en Kerk en Israël, Theologische Universiteit Apeldoorn”. Ik weet niet of ik dit zo had moeten formuleren, want uiteindelijk laat ik me niet verdrijven uit mijn geboorteland waar ik al zeker tien generaties deel van uitmaak. Maar daarna ging het wederom mis. De commissionair van de Europese Unie was vriendelijk en politiek correct. Zij zal opkomen voor sjechieta (koosjer slachten), maar ik kreeg niet de indruk dat het antisemitisme, wat gewoon ten grondslag ligt aan het verbod op de sjechieta, door haar werd aangevoeld. En dus ging ik weer, in mijn optiek, de fout in en vermeldde dat in de straat van mijn dochter in Londen met luidsprekers werd opgeroepen om Joodse vrouwen en meisjes te verkrachten. Wat dierenwelzijn? Als er één godsdienst is die het dierenwelzijn hoog in het vaandel heeft…Waarom geen aanpak van het echte en aantoonbare dierenleed: het transport, het sadisme in de abattoirs. Waarom geen duidelijker hoorbaarder protest van de EU ten aanzien van antisemitische leuzen in heel Europa tijdens anti-Israël demonstraties? Ik laat me niet uit Europa verdrijven, hoewel mijn verstand mij aangeeft dat verhuizen naar Israël wel verstandig zou zijn. Maar een kapitein verlaat zijn zinkend schip niet als eerste. Maar los hiervan: Eeuwen Europees Jodendom moet aanwezig blijven, ik laat het schip niet zinken! Ik voel de emotie weer opkomen, terwijl ik dit schrijf. En dan lees ik ook nog dat Kaag en Rutte onenigheid hadden over… Israël! Voeg daar dan nog aan toe dat vijf PKN-predikanten menen vergiffenis te moeten vragen aan de Palestijnen omdat ze het hebben toegelaten dat Joden naar Israël zijn verhuisd na de Holocaust. Ik ga naar bed en ben dankbaar met de vele steunbetuigingen en hoop op betere tijden en een betere gemoedstoestand voor mezelf.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Het echte ceasefire is er nog niet. Dagboek van een Opperrabbijn 23 mei 2021

Bij de pro-Israël demonstratie vorige week donderdag sprak ik de volgende woorden:

  • Beseffen de politieke partijen, die menen maatregelen tegen Israël te moeten eisen, dat zij hiermee de haat tegen Joden, ook hier in Nederland, aanwakkeren?
  • Weten die politieke partijen dat er Moslimleiders zijn die hun geloofsbroeders hebben opgeroepen om alle Joden ter wereld, dus ook hier in Nederland, aan te vallen en waartoe dat elders in de wereld al heeft geleid?
  • Realiseren ze zich dat ze met hun anti-Israël houding het vuur van oorlog aanwakkeren, in plaats van doven?
  • Zijn ze op de hoogte van de honderden Arabische Israëliërs die in Miron vooraan stonden om hun Joodse Israëlische medeburgers te helpen, met water en voeding, met onderdak, en zelfs met hun eigen bloed? En vragen ze zich niet af waarom dat nauwelijks in de media wordt vermeld?
  • En beseffen ze dat vrede er niet kan komen zolang in miljoenen schoolboekjes, o.a. met Nederlands belastinggeld, haat tegen Joden wordt gekweekt.
  • Is het ze bekend dat in Londen enige dagen geleden werd opgeroepen om Joodse vrouwen te verkrachten en dat ik hier in mijn Nederland de meest afschuwelijke verwensingen naar mijn hoofd geslingerd krijg als ik gewoon, maar wel zichtbaar Joods, op straat loop?
  • Geloven ze nog steeds dat antizionisme niets te maken heeft met antisemitisme als bij antizionistische demonstraties antisemitische leuzen worden gescandeerd, gewoon hier in ons veilige Nederland? En denken ze werkelijk dat als er dadelijk een ceasefire zal zijn in Israël dat dan de haat tegen Joden, hier in Nederland, niet meer zal bestaan?
  • Mijn bede is, want ik eindig graag positief, dat er spoedig vrede mag komen voor alle inwoners van Israël ongeacht hun afkomst, voor alle inwoners van Israëls’ nabuurlanden, zeker ook voor de onschuldige inwoners van Gaza die als levend schild worden misbruikt. Vrede over Jeruzalem. Shalom, echte vrede, spoedig in onze dagen, voor alle bewoners van Uw aarde.

Inmiddels is er dus een ceasefire. En voel ik me nu gerust? Die schoolboekjes die antisemitisme aanbevelen zijn er nog steeds en vergiftigen dus de jeugd. En dus, moge er dan een (tijdelijk) ceasefire zijn, het virus van het antisemitisme is nog volop aanwezig en heeft een ‘goede’ boost gehad door alle antizionistische en antisemitische beelden tijdens anti-Israel demonstraties en via social media. En dus erken ik dat hier toch sprake is van een verschil tussen antisemitisme en antizionisme. Want in deze elf dagen durende escalatie hebben de antizionisten verloren omdat Hamas een zeer gevoelige dreun heeft gekregen, maar de antisemieten hebben gewonnen. Het oer-antisemitisme is bij velen weer helemaal tevoorschijn gekomen en is weer geheel salonfähig.

Enige weken geleden werd mij het eerste exemplaar overhandigd van “Daan en zijn vrienden”.  Het heeft de voorpagina’s niet gehaald, want het riep slechts op tot vrede en tolerantie. Een paar gepensioneerde deskundigen hebben een schoolboek samengesteld waarin uitleg wordt gegeven over Jodendom. Een soort zeer bescheiden tegenhanger van het vergiftigende schoolboek dat miljoenen Arabische kinderen in hun prille jaren voorgeschoteld krijgen. Ik ben ervan overtuigd dat christelijke scholen dit prachtige boekje graag gaan gebruiken, maar ik weet ook bijna helemaal zeker dat scholen die zich ‘openbaar’ noemen het zullen negeren. De reden: het zal als niet-neutraal worden beschouwd, hoewel het dus totaal niet over politiek gaat, maar wel indirect oproept tot wederzijds respect tussen Joodse en Islamitische kinderen. Maar juist dat wederzijds respect zal voor een aantal openbare scholen net een brug te ver zijn! Ben ik aan het doemdenken? Ik hoop het. Maar als een bekende presentator, die ook af en toe een column schrijft in een van de landelijke dagbladen, gewoon bang is om zijn pro-Israël visie met derden te delen ‘want dan zouden ze weleens bij mij thuis de ruiten kunnen komen ingooien of mij op straat overvallen’, dan besef ik dat het echte ceasefire er nog lang niet is.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Renovatie synagogen in Lod

Al tientallen jaren zijn de synagogen Beit Israel en Ohel Yehuda actief in de Bar Ilan Straat, gehuisvest in één gebouw dat in tweeën is gedeeld. De plaats die aanvankelijk bruiste van de Joden werd een gebied met in meerderheid Arabische bewoners.  De Joodse bewoners die in de nabije omgeving woonden, trokken geleidelijk weg uit het gebied, totdat op een gegeven moment men moeite had om minje te halen.
Rabbi Yitzchak Rosen is sinds 20 jaar de rabbijn van de synagoge van Ohel Yehuda en zorgt voor het voortbestaan van de synagoge.  Door een opleving in de afgelopen jaren van het Joodse leven is het gebied weer opgebloeid. Leden van de Garin Torani en anderen zijn zich weer in deze buurten gaan vestigen. Hierdoor bloeit de synagoge-activiteit op.
Enkele dagen geleden hebben wij allen met afschuw de rellen van 1957 herbeleefd. Rellen die zich concentreerden in de betrokken steden en vooral in de stad Lod. De paar synagogen zijn door rellen zwaar beschadigd. Het is niet voor niets dat de synagogen zijn getroffen.  Synagogen zijn immers een symbool van Joodse aanwezigheid.  De Arabieren probeerden die aanwezigheid te breken en te vernietigen. Wij zullen echter niet opgeven.  We zijn hier om te blijven.  Dit is ons heilige land, de erfenis van onze voorvaderen.
De synagoge moet nodig worden gerenoveerd, omdat we hier willen blijven.  Om de synagoge weer in gebruik te kunnen nemen, moet er snel worden gehandeld.  Laten we het meest geschikte antwoord geven op terrorisme: “Maar hoe meer zij hen onderdrukten, des te meer zij zich vermenigvuldigden en groeiden (Exodus 1:12).

Help ons deze synagoge te renoveren. De bouwwerkzaamheden zijn al begonnen!
https://www.charidy.com/beytarye/32485496766

Een sprookje van de gebroeders Grimm. Dagboek van een Opperrabbijn 19 mei 2021

Dit wordt een vreemd dagboek. Ik was immers enige dagen ‘uit de lucht’ vanwege de twee dagen Wekenfeest. Ik vind die vertaling ‘Wekenfeest’ altijd lastig, want in het Hebreeuws staat er geen ‘feest’ omdat het geen feest is. Idem ‘Loofhuttenfeest’. Waarom in de Nederlandse vertaling ‘feest’ achter de Hebreeuwse benaming wordt geplakt is me niet duidelijk. Want de letterlijke vertalingen luiden ‘Weken’ en ‘Loofhutten’, beiden dus zonder ‘feest’. Waarom sta ik stil bij deze foute vertalingen? Een vriend van Israel die aangaf mijn dagboek dagelijks te lezen, richtte zich tot mij met een probleem. Hij was benaderd door zijn dochter die van een bekende een waslijst aan vragen had gekregen. Letterlijk een waslijst.  Citaten uit de Talmoed en uit vele andere plaatsen in de Joodse literatuur waarin te lezen zou staan dat wij Joden de niet-joodse medemens varkens noemen, ze mogen doden zonder reden enz. enz. enz. Aan mij de vraag of ik even alle ‘citaten’ wilde weerleggen omdat zijn dochter het Joodse Volk wilde verdedigen. Het deed me denken aan het bloedsprookje waarin Joden worden beschuldigd dat ze Christelijke kinderen hebben geslacht om hun bloed te gebruiken om de matzes ten behoeve van het ‘Pesach-feest’ te bakken. Dit bloedsprookje heeft door de eeuwen heen weinig ‘feestelijks’ aan het Joodse volk gebracht en tot vele pogroms geleid. Mijn dochter die in Montreal woont liet me weten dat moslims een pogrom aan het voorbereiden zijn en dat de politie achter hun aanzit. In de Joodse wijk, waar zij niet woont, waren twee Joden op het ‘Wekenfeest’ neergestoken en de ruiten van vele huizen en winkels ingegooid. Vandaag, zo schrijft ze mij, rijden ze door onze wijk en noteren de huizen met mezoezot en ze stuurt mij een foto van een auto die voor de Joodse school tegenover haar langzaam rijdt en het schoolgebouw filmt. De tweede foto die ze me stuurt is van een man die voor haar huis staat en langs alle huizen loopt en bij de Joodse huizen, kenbaar aan de mezoeza aan de deurpost, zichtbaar een notitie maakt. Maar, zo schrijft ze mij in de Whatsapp, ik ben niet bang want uiteindelijk is alles in Zijn handen. Mijn andere dochter die in Londen woont heeft me een filmpje gestuurd van auto’s die door haar straat reden en met luidsprekers antisemitische leuzen uitkraamden en opriepen om Joodse vrouwen en Joodse meisjes te verkrachten. Canada is ver weg, hoor ik u denken. Londen, ondanks de Brexit, aanzienlijk dichterbij. Maar ook ik heb de eer mogen hebben: twee jongens van een jaar of 17 brulden mij na: Free Palestina! Toen ze door twee voorbijgangers hierop werden aangesproken en hen verzocht werd om gewoon met mij in gesprek te gaan want we zijn toch samen Nederlanders, gaf de een aan een Libanees te zijn en de ander Marokkaans en dat ze derhalve mij zelfs niet in mijn gezicht wilden kijken omdat ik een smerige Jood ben, waarvan ze walgden. Interessant dat ze ondanks gebrekkig Nederlands het woord ‘walgen’ goed en voorzien van duidelijke bodytaal, konden uitspreken. Was dus ook een deel van mijn ‘Weken-feest’. Voeg daaraan dan nog aan toe dat 490 Nederlandse Universitaire docenten een schriftelijke oproep deden aan onze regering om Israel te boycotten, en het waren me dus de ‘feestdagen’ wel!

Overigens had ik vorige week een virtuele zoom rondleiding gehad in het in oprichting zijnde Holocaust Museum. Indrukwekkend en belangrijk. Wat toen geschiedde mag nooit weer gebeuren. Maar ja, het risico bestaat natuurlijk wel dat de 490 Universitaire docenten te zijner tijd met een verklaring komen dat de Holocaust een wetenschappelijk aantoonbaar onderdeel is van het beroemde sprookjesboek van de gebroeders Grimm of op zijn gunstigst dat de Holocaust geen sprookje is, maar wel schromelijk overdreven, want het viel allemaal wel mee…….

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

9½ = 4?

ב”ה

Enige dagen geleden kreeg ik een telefoontje uit Israel van M. die met een van mijn kinderen in de klas had gezeten. Hij was niet erg intelligent, maar toch kreeg hij voor de Joodse vakken altijd hoge cijfers omdat zijn meester inzet en gedrag zwaarder liet meetellen dan kennis. Hij belde mij op om mij nog vele jaren te wensen vanwege Sjawoe’ot en liet me trots weten dat hij sinds kort zijn onderwijsdiploma heeft gehaald en nu kinderen met een verstandelijke beperking begeleidt. Ik herinner mij dat ik toentertijd geschokt was dat een van de moeders mij vertelde dat de 9½ van M. eigenlijk een 4 had moeten zijn en niet vergelijkbaar met de 8 van haar zoon.

Dat Thorastudie hoog in het Joodse vaandel staat, behoeft weinig betoog. Wij Joden zijn immers het Volk van het Boek, van het lernen, dagelijks en door de eeuwen heen. En toch gaat het bij het Jodendom niet om de verworven kennis. Jodendom is geen wetenschap en lernen is geen studeren. Een hoog cijfer zegt net zo weinig als een verstandelijke beperking.

Als we met een trein reizen dan stappen we ergens in die trein. Bij het instappen, weten we al waar we gaan uitstappen. En als we uitgestapt zijn, kan ieder zien wat het oorspronkelijke doel was van die reis. Zo zit een goed boek ook in elkaar. In de titel van het boek, het begin, zit in feite de gehele inhoud verpakt. En helemaal aan het eind, in de laatste zin of in het laatste woord, wordt de conclusie zichtbaar.

De Thora begint met de geschiedenis van de Schepping. En onze grote verklaarder Rasjie stelt een voor de hand liggende vraag: Waarom begint de Thora met het Scheppingsverhaal? De Vijf Boeken Mozes zijn toch primair bedoeld voor het Joodse Volk en we kunnen pas spreken van het Joodse Volk na de Uittocht uit Egypte als op de berg Sinai de Thora is ontvangen. Ware het niet logischer geweest als de Thora hiermee zou zijn begonnen!?  En Rasjie beantwoordt zijn eigen vraag als volgt: voordat we ons inhoudelijk gaan verdiepen in de Thora dienen we te beseffen dat er een Schepper is!

Als we naar de laatste zin van de Thora kijken zien we een soortgelijke gedachte: Moshe breekt de Stenen Tafelen en G’d is hem daarvoor dankbaar! Vreemd! Met dit drama moet onze prachtige Thora eindigen? En hoe komt Moshe tot zijn daad om de Stenen Tafelen, letterlijk een geschenk uit de Hemel, kapot te gooien? Als Moshe ziet dat de Joden, zijn mensen, G’d als het ware vergeten zijn en het Gouden Kalf aanbidden, had hij niet beter de Stenen Tafelen even rustig ter zijde kunnen leggen, naar zijn mensen gaan en ze vermanend toespreken om vervolgens de Stenen Tafelen weer ter hand te nemen. Waarom kapot gooien? En waarom was G’d zo tevreden met die destructieve daad van Moshe?

En ook hier weer hetzelfde antwoord als op de vraag over het Scheppingsverhaal: als de Joden G’d niet meer zien zitten en zich richten op afgodendienst, is de Thora totaal waardeloos geworden en hebben de Stenen Tafelen niets meer te bieden.

De Thora is geen doel, maar een middel. Het middel om G’d te dienen en als Joods volk te overleven. En daarom begint en eindigt de Thora met die gedachte. Als we ervan doordrongen zijn dat de Thora het middel is, dan mogen we gaan lernen. En het gaat dan niet om de 9½ of de 4, niet over een hoog of een laag IQ. Het gaat om inzet, echte vroomheid en oprechtheid. Thora is een middel, en zij die Thora als het doel beschouwen, kunnen beter iets anders gaan studeren.

 

Nog vele goede, voorspoedige en gezonde jaren   

גוט יום טוב

 

Binyomin Jacobs, opperrabbijn

Sjawoe’ot 5781

 

 

Alarm, ook bij mij thuis. Dagboek van een opperrabbijn 11 mei 2021

Het was een overvolle dag, net of de corona niet meer bestaat. In het Sinai Centrum te Amstelveen overleg gehad, per telefoon gezeur met een jongere collega die kennelijk niets beters heeft te doen dan te ruziën, op mijn Rabbinaat te Amsterdam een vergadering met een  bestuurder van een Joodse Gemeente , verjaardag brieven op kantoor getekend, dankbaar en blij dat we er een kleinzoon bij hebben gekregen, verdrietig dat ik/we niet naar de Brit Mila kunnen gaan vanwege corona restricties, online vergadering met de Adviesraad van het Cheider, een cursus voor de bewoners van het verzorgingstehuis Beth Shalom in Amsterdam, overhandiging van het eerste exemplaar van Daan, een schoolboekje waarin ook Jodendom ter sprake komt, en vervolgens een echtpaar op bezoek met een probleem dat ze juist liever bespreken met een rabbijn die niet te dichtbij woont en iets ouder is in jaren.

Maar mijn dag begon een beetje te vroeg! Om 3 uur ging het alarm af (het echte alarm, niet de wekker!) en kreeg ik dus meteen de meldkamer aan de telefoon. Politie bleef aan de lijn, ik voorzichtig naar beneden, maar niemand aangetroffen. Waarom het alarm dan afging is me niet duidelijk, maar gezien ik net daarvoor een e-mail had ontvangen dat al wat Joods is extra alert moet zijn omdat een of andere antisemiet, en dus lieveling van de Verenigde Naties, had opgeroepen om aanslagen op Joden te plegen, zal het waarschijnlijk vandaag wel worden bekeken wat de reden was dat het alarm afging en waarschijnlijk de halve buurt heeft wakker gemaakt. Lieve buren, links, rechts, voor en achter: excuus! Was van mij geen opzet.

Ondertussen is het al 22:30 uur en maak ik me ernstige zorgen over de toestand in Israël. Onze nieuwe wijkagent die vanochtend om 7:30 uur al aanwezig was om te kijken of er sporen van inbraak zijn heeft alle camerabeelden laten bekijken tussen 01:00 en 03:30 uur vannacht. Hij laat er geen gras over groeien, hetgeen mij een goed gevoel geeft. Maar ik zit wel vol zorgen want het regent raketten in Israël. Wat hoor ik van de Nederlandse Regering? Waarschijnlijk is onze minister van Buitenlandse Zaken bezig met een anti-Israël-resolutie binnen de Verenigde Naties, hetgeen ik natuurlijk niet had mogen schrijven maar (nog) wel denken.

Ik stop en ga opzoek naar nieuws uit Israël, ik kan aan iets anders meer denken. Israël zal moeten ingrijpen. Nog even een paar verjaardagbrieven gaan posten. Ik bemerk een extra alertheid in mezelf. Oppassen dat er geen auto’s op me inrijden of dat voorbijrijdende fietsers niet gaan afstappen om  me in mekaar te slaan, want ze zien dat dat zo hoort op de TV uit Jeruzalem… 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

De toevallige twee toeters op Jom Jeroesjalajim. Dagboek van een Opperrabbijn 9 mei 2021

De Ba’al Sjem Tov, de oprichter van het Chassidisme, heeft benadrukt dat op iedere plaats waar een mens zich bevindt, ook als dat ‘toevallig’ lijkt, heeft hij een opdracht te vervullen. Meestal zijn we er onszelf niet van bewust, soms merken we het meteen en heel soms wordt dat pas jaren en jaren later zichtbaar. In de Sidra Korach, die we over enige weken in sjoel lezen, vraagt Korach aan Moshe of een huis dat vol staat met Thora-rollen nog wel een mezoeza moet hebben. Zijn (onterechte) redenering is dat de teksten die in de mezoeza staan uit de Thora komen en als het hele huis vol staat met Thorateksten, dan zouden toch twee korte teksten uit diezelfde Thora niet meer nodig zijn. Maar Korach had ongelijk, ook een huis vol Thora-rollen moet wel een mezoeza hebben, omdat de Thora dat nu eenmaal gebiedt. De diepere filosofische gedachte hierachter is dat een mens die boordevol Thora-kennis zit vergeleken wordt met een Thora. Zijn kennis is enorm, hij heeft als het ware de hele Thora in zich, qua daad en qua wetenschap. Is dat voldoende? Neen, leert ons de mezoeza. Zelfs als je vol Thora-kennis zit, je bent een groot Joods geleerde, toch moet er aan de deurposten ook een mezoeza zijn.  De menselijke deurposten zijn de communicatiemiddelen, het contact tussen binnen en buiten. Met andere woorden: het is mooi als je over een enorme Thora-kennis beschikt, maar als het buiten niet zichtbaar is, er ontbreekt een uitstraling, is het niet goed.

Ik moest hieraan denken toen ik een vriend van mij bezocht en ik aan zijn deurpost geen mezoeza kon vinden. De reden? Hij was bevreesd voor antisemitisme en had daarom de mezoeza aan de binnenkant van zijn deurpost geplaatst. Vaker en vaker zie ik dit: angst om te tonen wie je bent, terwijl juist de mezoeza aangeeft dat we wel moeten tonen wie we zijn en vooral waarvoor we staan. En dus ben ik tegen de baseball cap als vervanging voor mijn Joods ogende zwarte hoed. Enige dagen geleden werd ik gevraagd om mee te werken aan een reclameposter voor een goed doel. Mijn foto dus zichtbaar en herkenbaar in het publieke domein. Men wist mij te overtuigen dat het een goede zaak diende als ik, met nog anderen, zou meewerken. Ik had al het ja-woord gegeven toen mij plotseling bijna de vrees bekroop van het extra risico dat ik ging oplopen, speciaal nu er spanningen zijn op de Tempelberg in Jeruzalem en er bij de voetbalster Zehavi een overval had plaatsgevonden. ‘Bijna de vrees bekroop’, want ik heb een gouden regel en die luidt: geef nooit toe aan chantage! Ik laat me dus niet chanteren door niets en niemand en dus ook zeker niet door vrees. En dan kom ik terug bij de mezoeza: een Jood, een mens en zeker een rabbijn moet licht, hoop en warmte uitstralen

Toeval bestaat dus niet en het was dus ook zeker niet toevallig dat ik die vriend “toevallig “bezocht, die ontbrekende mezoeza zag en van mijn vriend iets hoorde over de invloed van het “toeval”. Mijn vader zl. woonde bij hem in de buurt. Iedere vrijdagmiddag kwam mijn vader met zijn auto voor zijn huis, toeterde en mijn vriend kwam naar buiten om mee te rijden naar sjoel voor de vrijdagavonddienst voor de ingang van de sjabbat. Daarna reden ze samen nog een paar honderd meter verder, toeterde mijn vader nogmaals om nog een sjoelbezoeker mee te nemen. Dit ritueel vond jarenlang plaats, tot mijn vader te oud werd om te rijden. Een Joodse vrouw, die tussen de twee ‘toeters’ in woonde, benaderde mijn vriend met de vraag waarom mijn vader niet meer langskwam op vrijdagmiddag. Zij deed verder niets aan haar Jodendom, maar die twee toeters deden haar herinneren aan de twee sirenes die in Jeruzalem de sjabbat aankondigden. Zij voelde zich op dat moment weer in Jeruzalem waar ze ooit enige maanden had gewoond. Die twee toeters waren haar verbond met het Jodendom, met Israël en met Jeroesjalajim. Eergisteren heb ik dit gehoord, over mijn lieve vader en aan de vooravond van Jom Jeroesjalajim! Toevallig?

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Getreiter. Dagboek van een Opperrabbijn 6 mei

Omdat ik nergens was gedurende de 2 minuten stilte en op Bevrijdingsdag een gewoon rabbijnen-programma had, ben ik gaan bladeren in mijn toespraken-mapje. En zie:

 

Jonge soldaten ver van huis

Kwamen voor ons strijden tegen het nazistische gespuis.

Honderden, neen duizenden lieten het leven

Dat ze voor onze bevrijding wilden geven.

Voor vrijheid hebben deze jonge helden gestreden

Voor toen, voor morgen en voor het heden

Maar als vrijheid betekent, alles kan en alles mag

En respect verdwijnt voor Overheid en voor gezag

Als waarden en normen vervagen en verdwijnen

Als mensen alleen denken aan zichzelf en aan de zijnen

En voor de ander is geen plaats en is geen oord

Als het gewoon is te denken dat dat zo hoort

Dan is de vrijheid van toen niet de vrijheid van het heden

Is het niet de vrijheid waarvoor zij streden

Laten wij hen gedenken en eren

Door antisemitisme, discriminatie en rassenhaat niet te tolereren

En te bidden voor hun zielenrust en voor vrede

Sjalom voor ieder, is onze bede….

 

Dit was een deel van mijn toespraak in 2016 in Flevostad. Maar wat bedoelde ik met dat ik ‘nergens’ was? Ik had in principe om 14:00 uur in Leeuwarden zullen zijn voor de herdenking en aan de herdenking gekoppeld de onthulling van de namenwand waarop de namen van de uit Leeuwarden ‘weggevoerde’ Joden. Voor de oorlog telde de Joodse gemeenschap 600 zielen. Slechts enige tientallen overleefden. En na Leeuwarden had ik de Afsluitdijk moeten oversteken om naar de Dam in Amsterdam te gaan waar ik ook jaarlijks aanwezig ben. In Leeuwarden en in Amsterdam was ik dus niet. Maar ik was wel in Utrecht. Dat wil zeggen dat er van tevoren door het AD een video was opgenomen van een korte toespraak en die werd uitgezonden. Op Bevrijdingsdag was ik te horen bij Groot Nieuws Radio over Vrijheid en in het RD was op 4 mei een hele pagina waarin mijn visie werd gevraagd over de ramp in Miron. En natuurlijk was er een 4 mei dagboekuitgave en een interview voor een programma in Melbourne – Australië. Dat ging overigens niet over bevrijding, want daar kennen ze uiteraard 5 mei niet, maar over samenwerking met de Christelijke Gemeenschap. Maar omdat ik dan toch al in het programma zat, heb ik toch maar even de 4 mei herdenking en 5 mei Bevrijdingsdag vermeld. De reporter begreep in eerste instantie niet goed wat er herdacht moest worden want hij leefde in de veronderstelling dat in Nederland alle Joden waren gered.

Mijn stelling dat vrijheid alleen echte vrijheid kan zijn als die vrijheid ook grenzen kent, heeft een flink aantal positieve reacties opgeleverd. Geeft me een goed gevoel omdat ik dan weet dat er inderdaad mensen hebben geluisterd. Want niets is frustrerender dan spreken tegen dovemans oren. Wat ook frustrerend kan zijn is getreiter. En als rabbijn heb ik geen gebrek aan getreiter, want er is altijd wel iemand in de aanval. Maar of het getreiter mij raakt of niet, is niet afhankelijk van de treiteraar maar van mezelf. De Joodse filosofie geeft aan dat als je goed bezig bent er tegenstand komt. Je gedrag stoort de Satan en dus komt er getreiter. En dus heb ik van die dagen dat ik waarschijnlijk erg goed bezig ben! Overigens moge het dan een goed teken zijn, het kan soms wel zenuwslopend zijn.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/