Taal nog teken… Dagboek van de opperrabbijn17 juni 2021

Ik ben nog steeds zwaar onder de indruk van de herdenking in Enschede van de Genocide Arameeërs 1915 dinsdag jl. Ik werd met warmte begroet, pontificaal op de eerste rij gezet, vooraan in het midden geplaatst. Ik had het gevoel dat ik werd gezien als de eregast. Die behandeling werd door mij niet gezien als een eerbetoon aan mij als Binyomin Jacobs, maar als een eerbetoon aan mijn positie of, nog beter verwoord: een eerbetoon aan de Joodse gemeenschap. Maar eigenlijk was het ook geen eerbetoon aan de Joodse gemeenschap, maar het was een gevoel van verbondenheid met Joden en met Israël. Na afloop werd me dat erg duidelijk. De een na de ander wilde met mij een selfie, uitgebreid werden er foto’s gemaakt en de een na de ander vertelde mij dat onze Aartsvader Awraham en hun volk uit dezelfde streek kwamen. En dus zijn we broeders. In Jeruzalem hebben ze een eigen Armeense wijk en aldaar een eigen gemeenschap, werd me vol dankbaarheid verteld. Twee jaar geleden is hun gemeenschap dusdanig erkend dat ze in hun paspoort nu ook hun Armeense identiteit vermeld krijgen, hetgeen voor hun een grote erkenning betekende. Ik kan me daar van alles bij voorstellen. Toen ik zo’n 45 jaar geleden als geestelijk verzorger van het Sinai Centrum lid werd van de VGVZ, heb ik soortgelijk meegemaakt. De VGVZ is een soort vakbond van geestelijk verzorgers in de gezondheidszorg. Toen ik daarvan lid werd rees de vraag van welke bloedgroep ik lid moest worden. Bloedgroep??, hoor ik u denken. Was voor mij toentertijd een groot vraagteken. Maar dat zit als volgt: De VGVZ was verdeeld in sectoren en in bloedgroepen. Ik zat dus bij de sector psychiatrie en bij de bloedgroep niet-gelovigen. De bloedgroepsverdeling heeft dus van doen met je geloof. Er was een bloedgroep Katholiek en een bloedgroep Protestant. Maar waar moest ik als Jood geplaatst worden. Dus jarenlang bleef ik zweven tot er ook geestelijke verzorgers vanuit het Humanistisch Verbond zich wilden aansluiten en er een bloedgroep niet-gelovigen werd opgericht. En daar werd ik dus gedeponeerd, gedumpt. Zo voelde ik dat! Later werd er een piepkleine Joodse bloedgroep opgericht met mij als voorzitter, secretaris en penningmeester. De periode dat ik tot de ongelovigen werd gerekend, voelde niet goed. En daarom begrijp ik het geweldige gevoel dat de Armeniërs nu eindelijk in hun paspoort, waarin in Israël ook je identiteit vermeld staat, gewoon genoemd worden voor wat ze zijn, ondanks hun numerieke kleinschaligheid. Maar ik werd door meer getroffen. Door de etnische zuivering in 1915, de genocide die door vele landen nog steeds niet worden erkend als zodanig, kreeg de genocide op de Joden bestaansrecht. De nazi’s zagen namelijk, en dat werd ook zo door hen uitgesproken, dat de wereld wegkeek toen de genocide plaatsvond. En dus hoefden Hitler en consorten niets te vrezen als de Joden zouden worden afgevoerd. De honderden deelnemers waren allen uit hun eigen gemeenschappen in de regio Twente. Ook onder hen opvallend veel jongeren. Waarom de Joodse Gemeente Twente niet aanwezig was, weet ik niet. Misschien waren ze gewoon niet uitgenodigd. Maar voor mij waren de grote afwezigen PKN en RK. Deed me denken aan de toespraak die ik vijf jaar geleden heb gehouden en waarin ik in duidelijke taal mijn verbazing uitsprak dat bij de protestdemonstratie die aandacht vroeg voor de moord op tienduizenden christenen in Irak, PKN en RK de grote afwezigen waren. Wel aanwezig was een vertegenwoordiger van Christenen voor Israël, maar daarbij is het naar mijn beste weten, qua vertegenwoordiging vanuit Christelijk Nederland,

Ondertussen ben ik toch bezorgd en teleurgesteld dat n.a.v. het vorige NIW, waarin verslag werd gedaan van de problemen die gewone Nederlandse kinderen, met Joods geloof, onder toeziend oog van de schoolleiding, worden aangesproken (om het maar even heel fijntjes te benoemen) op hun Jood-zijn. En ik vermoed dat tijdens de geschiedenisles op school de genocide 1915 (omwille van de goede betrekkingen met Erdogan) niet vermeld wordt. Naast mijn pastorale activiteiten heb ik ook uitvoerig gesproken met een politieagent. Hij voelt het antisemitisme en het antizionisme gestaag groeien en dat vervult deze niet-joodse agent met grote zorg. Maar wat eraan te doen? En wat doen we als Joods Nederland nadat in het vorige NIW uitgebreid is geschreven over het antisemitisme op scholen, er geen enkele reactie is gekomen in de Tweede Kamer. Taal nog teken! Maar ja, denk ik dan, we zijn ook nog maar erg klein. ….

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

Genocide herdenking Arameeërs. Dagboek Opperrabbijn B. Jacobs,15 juni 2021

Waarom sta ik hier? Wat doet het ertoe of de moord op onschuldige mensen meer dan 100 jaar geleden wel of niet genocide wordt genoemd of wordt erkend?  Om die vraag te beantwoorden hield ik mezelf een spiegel voor en vroeg mezelf af: hoe zou ik reageren als het bestaan van de Holocaust ontkend wordt of gereduceerd tot iets kleinschaligs? Ik zou dit onacceptabel vinden.

Ik zou dat ervaren als een pijnlijke en flagrante belediging naar hen die toen vermoord werden en naar de nabestaanden van nu. Erkenning is belangrijk, omdat het enigszins de pijn van de gapende open traumatische wond verlicht.

Maar, nog veel belangrijker: geen heden zonder verleden. Onze jeugd moet weten wat er gebeurd is, om te voorkomen dat het weer kan geschieden. En kan het weer geschieden? Ik twijfel daaraan geen seconde. Maar hoe kon het gebeuren? Waren de moordenaars allen per definitie alleen maar slechte mensen? Ik denk het niet. In de jaren ’40-’45 was in Nederland het aantal mensen dat collaboreerde maar een kleine groepje. Maar ook het aantal mensen dat verzet bood en het kwaad durfde te bestrijden was minuscuul. Zoals de beroemde historicus prof. Jacques Presser het in zijn magistrale werk Ondergang beschreef: “5% was heel goed en verborg Joden, 5% was zeer slecht en verkocht Joden voor Fl.7,50 en 90% keek de andere kant op”. De grote meute zag en liet het gebeuren, koos voor de makkelijkste weg, ook als die weg tot de meest mensonterende daden leidde. Of we nu spreken over de Holocaust, andere moordpartijen uit onze moderne geschiedenis, of over de genocide op Arameeërs: het heeft alles te maken met het summum van intolerantie en wegkijken.

Kan de genocide van toen vandaag weer geschieden?  Leren we van de geschiedenis? Volgens mij is de enige historische wetmatigheid die we met zekerheid kunnen vaststellen, dat mensen van het verleden nooit leren.

Vrijheid van Godsdienst? Ja! Vrijheid van Meningsuiting? Ja! Maar als vrijheid van Godsdienst onbeperkt is en oproept om de medemens, die anders denkt of anders is, te elimineren, dan moet die godsdienst of ideologie keihard verboden worden. En als vrijheid van meningsuiting impliceert dat de medemens tot op het bot beledigd en vernederd mag worden, dan mogen wij als samenleving dat niet accepteren, of dat zich nu in Nederland afspeelt of waar ook ter wereld. Extremistische denkbeelden zijn levensgevaarlijk, speciaal in een klimaat dat mondiaal meer en meer aan het polariseren is. En dus moeten wij als samenleving weigeren onze kop in het zand te steken, oog hebben voor de realiteit, leren van wat toen in 1915 mis kon gaan, onze jeugd keihard wijzen op de gevaren van polarisatie, rassenhaat, intolerantie, grootheidswaanzin en genocide.

Maar is dat het doel van onze samenkomst? Is deze bijeenkomst een educatief project om te voorkomen dat? Zijn we hier primair bijeen om een les uit het verleden te halen en naar het heden te vertalen? Neen!

Deze bijeenkomst is begonnen met een minuut stilte. De slachtoffers herdenken. Mannen, vrouwen en kinderen die meedogenloos werden vermoord omdat anderen meenden dat zij niet mochten bestaan.  En ik, als Jood, ben hier aanwezig om met jullie samen die ene minuut stilte te beleven. Ik sta naast jullie., letterlijk en figuurlijk. Ik ben solidair!

 

Bovenstaande waren de woorden die ik heb uitgesproken bij de herdenking van de Genocide 1915 herdenking. De bijeenkomst was geweldig! Wat een warmte, wat een saamhorigheid, wat een liefde voor Israel! En wat een herkenning. Het begon om 19:00 uur en net voor middernacht was ik terug in Amersfoort. Een heleboel indrukken opgedaan, maar ik ga nu naar bed en de indrukken verwerk ik wel in mijn volgende dagboek, want de indrukken waren in een woord uitgedrukt: indrukwekkend!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

Discrepantie, tussen sjoel en vakantie. (rijmt!) Dagboek van de Opperrabbijn 13 juni 2021

Sinds enige weken doe ik mijn snel-wandeling met een niet-Joodse vriend. En raad eens wat? Mijn niet-Joodse vriend vertelt mij dat als hij alleen wandelt, het aantal vriendelijk groetende voorbijgangers aanzienlijk minder is dan wanneer we samen wandelen. En dus is de conclusie dat er toch veel meer mensen zijn die Joden aardig vinden, dan ik dacht. Maar ja, sjabbat op weg naar de synagoge werden we uitgescholden en werd er naar ons gewuifd met een Marokkaanse vlag die een paar jongens op het voetbalveld kennelijk met zich mee droegen. Overigens wist ik niet dat het een Marokkaanse vlag was, maar mijn kleinzoon van tien heeft me dat verteld. Ik moet het ongetwijfeld ooit hebben geleerd, maar in de loop der tijd…Overigens is mij inmiddels ook de vlag van de PLO bekend en er zullen nog wel meer vlaggen komen naarmate onze buurtbewoners meer en meer worden gepolariseerd en vaker dus ons zullen toewuiven! Ik ben benieuwd wat ik nog te zien krijg.

Ik las nu even een pauze in. Ik had vanavond in alle rust dit dagboek zullen schrijven, maar eerst een gezeur met een echtscheiding. Een regelrechte ramp waarin mensen elkaar kapot proberen te maken. Waarom? Geen idee, maar het gebeurt wel. En dus mag ik helpen om zoveel mogelijk schade te beperken en de lijdende partij slapeloze nachten te besparen. Dan ook nog bestuurlijk gezeur. Goedbedoelende bestuurders die onderling ruzie krijgen. Diepere oorzaak? Corona! Wel een sjoeldienst, geen sjoeldienst, wel zingen, niet zingen.

Dan moet ik een toespraak van vijf minuten voorbereiden. Lijkt eenvoudig, maar dat is het niet, want ik moet de toespraak vooraf inleveren. Vier of vijf minuten heb ik zo volgepraat, maar dan achteraf bezien zijn de vijf minuten vol en heb ik eigenlijk niets gezegd.

Verder had ik wel voor volgende week zondag een bezoek aan Nijmegen vastgelegd in mijn agenda, alleen had ik kennelijk vergeten op te slaan en dus moet ik zondag om 15:00 uur in zowel Vuren alsook Nijmegen zijn hetgeen schier onmogelijk is. En dus ben ik enige uren bezig om de agenda-schade te herstellen en voor volgende week een sluitende agenda te maken.

Inmiddels is bovengenoemde pauze voorbij, ben ik vroeg opgestaan en haast ik mij om dit dagboek af te schrijven. Mijn hoofd is weer fris en komt er dus weer van alles boven.  Het herstel van corona heeft een aantal spanningen tot gevolg. Wel sjoel open, niet sjoel open. Wel een sociale kiddoesj na afloop van de sjabbat-dienst of is dit nog te vroeg. In een van mijn gemeenten heeft dit zelfs geleid tot het aftreden van een voorzitter! Jammer. Maar ik heb toch ook wel iets komisch mogen beleven. Met een lid van een Joodse Gemeente die voor corona af en toe de sjoeldienst op sjabbat bijwoonde, had ik een gesprek. Hoewel hijzelf dus niet in het bestuur zit, zit hij wel in de sjoelcommissie en heeft dus een bepalende invloed op wel/niet sjoel open. Wel/niet kiddoesj na afloop. Wel/niet zingen tijdens de dienst. Wel/niet etc. Hij legde me uit dat hoewel bijna alle sjoelbezoekers zij gevaccineerd, de ventilatie in die synagoge perfect is (je tocht bijna de sjoel uit!), de sjoel biedt ruimte aan een zeker honderd mensen en mag blij zijn als het vereiste quorum van tien wordt gehaald, maar toch, om het maar even op een RK-manier te zeggen: het commissielid is vromer dan de Paus! Ieder maar dan ook ieder risico moet worden uitgesloten. Er zat dus bij het onderhavige commissielid geen beweging in te krijgen en dus stopten we het gesprek over de sjoeldiensten en schakelden over naar de vakantie. Hij gaat naar Corsica en legt me uit dat ongeacht reisadvies, ongeacht geel, oranje, rood of zwart hij zich van al die onzin niets gaat aantrekken. Hij s immers al gevaccineerd en gewoon een beetje oppassen met handen schudden en handen wassen is voldoende. Ook die mondkapjes zijn bewezen onzin…. Ik hield maar braaf mijn mond, maar constateerde een discrepantie tussen zijn opstelling richting vakantie en richting synagogale diensten. Wel grappig.  Ik hol nu naar mijn auto, want een nieuwe werkdag is alweer begonnen. Een bezoek aan het hospice en daarna een gesprek in het Sinai Centrum met iemand die het (even) niet meer ziet zitten.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

Post-corona. Dagboek van de Opperrabbijn 10 juni 2021

Het was voor mij vandaag een culminatie van narigheden en dus zat/zit ik in de put. In de put zitten is niet goed, maar toch overkomt me dat af en toe. En vandaag dus meer af dan toe! Twee nieuwe gevallen die willen toetreden tot het Jodendom. Aan mij dan de nare taak om te beoordelen of ze het doen omwille van het Jodendom of vanwege een vriendje. Zie er maar eens achter te komen. In een van de twee gevallen die mij vandaag benaderden via e-mail was er zeker een vriendje in het spel. Hoe ik dat zo zeker weet? Heel simpel: de Israëlische vriend had me namelijk gisteren zelf gebeld en een vurig pleidooi gehouden voor dit niet Joodse gezin, want hij sprak over een gezin, om ze met spoed tot het Jodendom toe te laten.

Verder: een vader opgebeld wiens dochter recentelijk was overleden. Dochter was 39 jaar en moeder van twee kleine kinderen. Suïcide! Geen Joodse mensen, maar wel grote beminnaars van Israël en daarom werd er op mij een beroep gedaan om ze te telefoneren. Mijn belletje werd gewaardeerd. Fijn dat mijn belletje dus welkom was en bemoedigend. Wel had ik nog even een foutje gemaakt. Ik gaf aan dat uiteindelijk alles van Boven komt, maar in het Christendom wordt hier toch een beetje anders tegen aangekeken. Er is een strijd tussen de Duivel en G’d en bij hun dochter heeft de Satan gewonnen. Vanuit de Joodse filosofie bezien komt alles van Boven en dus ook pijn en verdriet.

Dan nog een jonge vrouw die in een scheiding ligt en mijn hulp inroept om de man tot een echtscheiding te bewegen. Zij woont hier en hij in de USA, lekker handig dus.

Een bekende, die regelmatig bij ons komt, is met een zelftest corona positief verklaard. We hebben gelukkig steeds afstand gehouden en bovendien zijn wij beiden gevaccineerd, maar toch! Kan ik sjabbat nu wel of niet naar sjoel in verband met besmetting naar derden?

Een mij onbekende huisarts schrijft: “Ooit las ik in het boek van Rapaport over dwang dát dwangmatig bezig zijn met religieuze regels binnen de roomse en de joodse leer wordt herkend en dat mensen dan ontslagen kunnen worden van die verplichting door een religieuze leider. Ik vraag me af of dat bij hem zou werken, maar het is wellicht te overwegen.”  En dus ga ik proberen om met de patiënt te spreken. Gaat het werken? Weet ik niet, maar het is het proberen waard, hoewel dispensatie niet bestaat, maar het leven gaat wel voor.

Een gesprek met een dochter van een oude moeder. Ma is ziek en heeft niet lang meer te leven. Wel of niet aan moeder vertellen? Vraag het aan de rabbijn!  Gelukkig werd die vraag mij overdag voorgelegd want ik ben nu te moe. Wel zie ik dat iemand mij per whatsapp probeert te bereiken om een bestuurlijk probleem te bespreken. Ik reageer maar even niet, maar krijg vervolgens weer een whatsapp waarin de schrijver aangeeft dat hij ziet dat ik online ben en mij dus verzoekt te reageren. Het is inmiddels 23:56 uur als ik die whatsapp ontvang. Ik ga hem niet meer bellen, want ik moet mijn dagboek nog afmaken en ben gewoon bekaf.

In week 27 komt er een actie van de Bond tegen het Vloeken. Wat ik daarmee van doen heb houd ik nog even onder de keppel, maar het zal ongetwijfeld een paar mensen boos maken.

Ik ben nog niet klaar met het inwinnen van betrouwbare informatie over het aantal lezers van mijn dagboek, maar per keer heeft het tot nu toe al zeker 2.500 dagelijkse lezers. Het dagboek van de opperrabbijn-in-coronatijd wordt herdoopt in ‘dagboek in post-coronatijd’. We gaan dus verder met de “post” erbij. De vraag is alleen nog of het dagboek twee keer of drie keer per week uit mijn digitale pen gaat vloeien.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Opperrabbijn door politie van bed gelicht! Dagboek van de Opperrabbijn van 8 juni 2021

Gewoonlijk word ik uit mezelf ’s morgens wakker. Of beter gezegd: meestal midden in de nacht en af en toe ’s morgens. Maar, of de duivel ermee speelt, zo zeggen we dat in ons calvinistische Nederland, ging het gisterochtend helemaal mis. Ik had moeten opstaan om 5 uur, kop koffie, ochtendgebed, ontbijt en dan de auto in om een belangrijke rabbijn uit de USA van Schiphol te halen met wie ik de hele dag (en de halve nacht) zou optrekken om hem voor te stellen aan diverse pro-Israël politici en pro-Israël organisaties en fondsen, met als doel geld en goodwill in te zamelen voor Israël in een periode dat alles uit de kast wordt gehaald om Israël in diskrediet te brengen en de Joden te demoniseren. Maar ik ben door de wekker heen geslapen of had hem niet goed aangezet of in mijn slaap uitgezet. Om 6:45 uur hoor ik een enorm lawaai; keihard wordt er op de ramen gebonkt. Politie! Politie! Mijn chauffeur die weet dat ik (bijna) altijd stipt op tijd ben, had alle hem bekende telefoonnummers gebeld, aangebeld, geroepen en, gemakshalve, uitgaande van iets naars, 1-1-2 gebeld. En die weten van wakker maken. Nog net geen voorpagina van de Telegraaf: “Opperrabbijn door politie van bed gelicht! Rabbijn ontkende meteen.” Ik in mijn kleren gesprongen en nog half versuft zat ik binnen een paar minuten in mijn auto. Verder was het een boeiende dag met prachtige ontmoetingen die toonden dat Israël ook vele vrienden heeft. Maar op het vliegveld aangekomen, waar mijn gast al door de bagage was, werd ik door een beveiliger aangesproken. Wat krijgen we nou, dacht ik nadat ik ook al die politie op m’n dak had gehad, wat nu weer! Of ik Ivriet sprak. Ja, zei ik braaf en toen moest ik meekomen. Neen, niet opgepakt, maar er zat een Israëliër op een bankje die niet bepaald over een grote talenknobbel beschikte en waarmee ze geen contact konden krijgen. En of ik dan even wilde vertalen. Dat wilde ik wel, maar om 9 uur hadden we in Amersfoort onze eerste afspraak en mijn gast was al bijna door de douane naar buiten gekomen. Om een lang verhaal kort te maken: De man moest terug naar Israël maar kon geen ticket kopen omdat hij geen verklaring had dat hij negatief was getest. En dus was hij op zoek naar een teststation. Ik hem dus meegenomen en bij het teststation kon hij zich laten testen voor €65. Uitslag de volgende ochtend. Maar voor een spoedtest moest hij €225 betalen. Ik raadde hem aan om het zekere voor het onzekere te nemen en de duurste test te doen, maar kleine bijkomstigheid, hij had geen geld voor een test. Hoe hij dan wel geld had voor een ticket begreep ik niet helemaal, maar misschien ontging mij die logica omdat het Hebreeuws toch niet mijn moedertaal is!? Uiteindelijk is hij maar naar het Mercure Hotel gegaan om daar te overnachten. Op mijn vraag naar welk Mercure Hotel hij ging, antwoordde hij mij het Mercure Hotel in Groningen. Een klein eenvoudig optelsommetje leerde mij dat een retour Groningen en een overnachting Mercure-Hotel, de kosten van de test, die hij dus weigerde te betalen, ruim zouden overschrijden. Wij hebben die dag iets minder dan 600 km afgelegd en prachtige contacten gemaakt ten behoeve van ons aller Israël. Om 23:15 uur was ik gevloerd thuis om de volgende ochtend om 6:45 uur mijn gast in een taxi te stoppen op weg naar Schiphol.

En verder? Een gesprek hedenmiddag bij ons thuis, met een hoogbejaarde niet-Joodse vrouw. Ze wilde ons spreken, haar vader was burgemeester geweest van Rossum, weigerde de Jood verklaringen af te geven en is daarom van de radar verdwenen en in het verzet beland. Dochter, in 1943 dertien jaar oud, had in Zaltbommel de Joden naar de treinen zien marcheren. Ze was ziedend en weigerde prompt aan de Duitse les deel te nemen, werd van school gezet en lijdt tot vandaag de dag aan die waanzinnige beelden van toen. Zij was de laatste twintig jaar bevriend met een Joodse man, die ook wel en niet de oorlog had overleefd. Die Joodse vriend was recentelijk overleden en hij had mij gevraagd om voor haar te zorgen als hij er niet meer zou zijn. Zij was vanmiddag bij ons op bezoek en vroeg of ze met ons bevriend mocht blijven…..omdat ze dagelijks leed onder die optocht van de Joden van Zaltbommel die afgevoerd werden om nimmer weer te keren.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

 

Het blijven mijn kinderen. Dagboek vaan de Opperrabbijn 6 juni 2021

Even was ik vandaag al het gezeur om me heen vergeten. Het was alsof de dreiging van het huidige antisemitisme niet bestond. Ik hoor u al denken dat het verstandig van me was om ‘even er tussenuit’ te gaan. Een dagje strand of gewoon in onze eigen prachtige en door Blouma ontworpen en onderhouden tuin. Maar het lag anders. Op 6 en 7 juni 1943 vond Het Kindertransport plaats.  Lees mijn toespraak, kijk bij Omroep Brabant en probeer even uit respect aan die 1269 kinderen te denken. Anoniem als ze zijn, moederziel alleen vermoord. Het zijn en blijven onze kinderen. En als u niet meedoet omdat het te gruwelijk is: het blijven zeker mijn kinderen!

“Meer dan één duizend en achthonderd onschuldige, weerloze kinderen werden vanaf hier ‘op transport gesteld’, zoals we dat zo steriel en gevoelloos zeggen.

Eén duizend tweehonderd en negenenzestig vertrokken met Het Kindertransport op 6 en 7 juni 1943.  In Durchganslager Westerbork, werden enkelen uit de trein gehaald. De overige prille leventjes werden enkele dagen later in Sobibor op beestachtige wijze bruut verscheurd. Aangekomen in Sobibor werden zij uit de goederenwagons gedreven en werden via de Himmelstrasse, zoals het nazi-tuig deze straat schertsend noemde, de gaskamers ingeslagen. Wisten ze wat hen te wachten stond? Wanneer beseften ze dat de douchen geen douchen waren? Hoe lang hebben ze geleden voor ze waren afgemaakt? Genoten de SS-ers, die meekeken via een paar dakraampjes, van het prachtige sadistische schouwspel?

Op het Kindermonument, hier achter mij, staan de namen van de één duizend, tweehonderd en negenenzestig kinderen van het Kindertransport.

Slechts letters zonder gezicht. Van enkelen bestaat een foto, maar de meesten zijn door de industriële moordmachine gereduceerd tot een naam, zonder gezicht.

Waarom staan we hier? Om te voorkomen dat? Is dit monument een educatief project?

Vandaag zijn we hier uitsluitend om te herdenken, niet om te leren, niet om te waarschuwen, zelfs niet om te voorkomen.

Toen ik in 1999 het monument mocht onthullen zag ik na afloop uit het publiek mensen naar voren komen. Ze zochten op het monument, vonden en legden vol tederheid en liefde huilend hun hand op de naam van hun zusje, hun broertje, hun kind of hun kleinkind. Maar op de naam van de meeste kinderen werd geen hand gelegd, want van die kinderen waren de broertjes, de zusjes, de neefjes en de nichtjes, de papa’s en de mama’s ook vermoord. Schrijnend!

Eén duizend, tweehonderd en negenenzestig namen. Eenzame namen, letters zonder gezicht, zonder familie, alsof ze nooit bestonden. Via de schoorstenen van de crematoria van Sobibor verdwenen ze in het duistere gat van de vergetelheid. Anoniem, volledig onbekend, niemand die meer aan ze kan denken. Slechts letters, een paar verdwaalde foto’s, alsof ze nooit waren geboren, maar wel vergast.

Laten we onze ogen sluiten en in volstrekte stilte aan onze kinderen van het Kindertransport denken, die zo kort op deze aarde verbleven, zo wreed werden weggerukt, en van wie niets, maar dan ook niets, meer is gebleven.

Geen graf, geen as, alleen een naam. Nietszeggend, omdat niemand meer weet wie achter die naam heeft geleefd en geleden.

“Moge hun zieltjes gebonden worden in de bundel van het Eeuwige leven”.

https://www.nmkampvught.nl/herdenking-kindertransporten/  

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Oog hebben voor de velen die achter ons (blijven) staan! Dagboek van de Opperrabbijn 3 juni 2021

Zojuist tijdens mijn dagelijkse snel-wandeling reden er twee jonge mannen van allochtone afkomst op de fiets voorbij die mij vriendelijk een goede avond wensten. Dat deed me goed en bevestigde voor mij wederom dat het onterecht is om antisemitisme alleen toe te schuiven aan de moslims. Tijdens de jaren ’40-’45 waren in ons land geen moslims en toch werd 80% van mijn familie vermoord. Een vooraanstaand politicus heeft me eens verteld dat 98% van het huidige antisemitische in ons land toe te schrijven is aan de moslims en deze politicus was geen PVV-er. Ik betreur dit soort opstellingen omdat dit de polarisatie bevordert. Enige dagen geleden werden mijn Blouma en ik, tijdens een wandeling, staande gehouden door een dame. Ooit, zo’n 16 jaar geleden, was zij tijdens een choepa, huwelijksinzegening, in de synagoge de trouwambtenaar die voorafgaande aan de Joodse inzegening het burgerlijk huwelijk sloot. We babbelden wat en van het een kwam het ander en dus vroeg ik haar wat haar het meest was bijgebleven van de Joodse huwelijksvoltrekking, stilletjes hopend dat dat mijn toespraak zou zijn. Mais non: mijn toespraak was ze vergeten, maar wat wel indruk op haar had gemaakt was dat er zoveel gekletst werd in de synagoge en er zelfs moppen werden verteld, hetgeen bij haar in de kerk ondenkbaar was. Is dit nou een compliment voor de synagoge of kritiek op de kerk, vroeg ik me stilletjes af, maar hoe je het draait wendt of keert, het was wederom een fijne ontmoeting die ik goed kon gebruiken in een samenleving die zoveel negativisme kent. Want niet alles verliep voorspoedig. Door het prachtige weer was onze voordeur uitgezet met als resultaat dat we het huis niet binnen konden en we ons dus niet alleen uitgesloten voelden, maar daadwerkelijk buitengesloten waren. Na enige telefoontjes was het duidelijk dat ik moet oppassen wie ik uitnodig als slotenmaker om ons te bevrijden, want, zoals mij duidelijk werd, er lopen een aantal louche figuren rond in de wereld van de slotenmakers die na het slot eenmalig te hebben geopend nog graag, liefst tijdens afwezigheid van de bewoners, een keertje op bezoek komen. Toen we dus eindelijk bevrijd waren door een betrouwbare en erkende slotenmaker, hebben we ons snel omgekleed want wij werden in Den Haag verwacht op een openlucht-afscheidsreceptie ter ere van Joël Voordwind (CU) die na jarenlange strijd tegen antisemitisme en voor Israël, de Tweede Kamer heeft verlaten. Alle aanwezigen waren pro-Israël! Ook was ik benaderd door i24, een televisie actualiteitenprogramma uit Israël, om mijn visie kenbaar te maken over opkomend antisemitisme in Europa. En zie een reactie die ik mocht ontvangen: ”Ik zag uw interview op i24. Ik kom oorspronkelijk uit Nederland, niet Joods en ben strategisch adviseur en red teamer in Vietnam.  Mijn vraag is of ik u/de Joodse gemeenschap in Nederland kan ondersteunen (vergoeding is niet nodig).” Een niet-Joodse man, specialist, zoals hij het zelf omschrijft, op het gebied van strategieontwikkeling, organisatie en competentie ontwikkeling. Die gewoon wil helpen! Ook nog een aantal positieve reacties uit Israël, de USA en Australië. Allemaal positief, behalve een goed bedoelde die ik wat pijnlijk vond. De reactie was namelijk een advies aan mij om een betere microfoon aan te schaffen. Goed bedoeld want ik klonk niet optimaal. Maar dat lag niet aan de microfoon maar aan de verdovingen die nog niet waren uitgewerkt en kennelijk de indruk gaven dat ik sprak als een boer/rabbijn met kiespijn.

De komende sjabbat lezen we uit de Thora de geschiedenis van de Verspieders die zich schuldig hadden gemaakt aan kwaadsprekerij over het land Israël. En vanwege hun kwaadsprekerij gedurende hun veertig dagen durende verkenningstocht, moest het Joodse volk veertig jaar in de woestijn verblijven alvorens Israël te mogen binnentrekken. De vraag wordt gesteld door onze Geleerden dat dit toch niet klopt. Ze hebben veertig dagen verkend en na terugkeer slechts eenmalig geroddeld over het Joodse land. Vanwaar die straf ‘veertig jaar voor veertig dagen’? Het antwoord staat in psalm 34. “Wie is de man die graag wil leven? Hij die de dagen koestert om het goede te zien”. De kwaadsprekerij van de Verspieders duurde niet zolang, maar was wel het resultaat van een veertig dagen verkeerd aankijken tegen het beloofde land. Conclusie: ik moet oog hebben voor de velen die wel achter ons (blijven) staan.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

“Verbeter de wereld, begin bij jezelf!” Dagboek van de Opperrabbijn 1 juni

Dagboek 1 juni

“Verbeter de wereld, begin bij jezelf!”

De dag eindigde vandaag uiterst pijnlijk en gevoelig.  Reden: ik was bij de tandarts die drie kwartier heeft zitten snijden en hechten. Ik was wel verdoofd, maar nu dus niet meer. Hoe kom ik van die kloppende pijn af? Afleiding, afleiding en nog eens afleiding. Helpt dat echt, hoor ik u vragen. Mijn antwoord op die vraag is heel duidelijk dat het natuurlijk niet écht kan helpen, maar dan maar niet echt, als ik de pijn maar niet voel! Bewijs: zojuist was ik op de Israëlische Televisie i24NEWS. Een interview over antisemitisme in Europa. De presentator had zich goed ingeleefd en had, tot mijn verbazing, ook mijn dagboek gelezen, want zijn vraag/opmerking was dat ik nogal zweef. Zo zei hij dat niet, maar dat bedoelde hij wel. Hij merkte op dat ik enerzijds aangeef dat Joden Europa moeten verlaten vanwege opkomend antisemitisme en anderzijds geef ik aan dat ze juist hier moeten blijven, niet eeuwen Joodse cultuur en bijdrage mogen prijsgeven en bovenal zich niet mogen laten leiden door vrees voor terreur! Dat oogt tegenstrijdig, gaf de presentator aan.  En de waarheid is dat dat inderdaad tegenstrijdig is, maar zo zit ik, en met mij velen, erin. Ook vandaag had ik een zoom gesprek met de burgemeester van Nuenen die zich landelijk inzet tegen polarisatie. Hoe ik in Nuenen belandde? Polarisatie is zeer gevaarlijk. Enige weken geleden was ik in sjoel Eindhoven alwaar Max Loewenstein, voorzitter van de Joodse gemeente Brabant, een verdiende koninklijke onderscheiding ontving. En daar had ik dus kennelijk in mijn toespraak gesproken over polarisatie. En omdat de burgemeester van Nuenen daarbij aanwezig was, zich landelijk inzet in de strijd tegen polarisatie, was het ijzer gesmeed om over polarisatie bijeen te komen. En daardoor zat ik dus vandaag op die anti-polarisatie-Zoom. We spraken over het verbeteren van de samenleving. Dat deed me denken aan de volgende parabel, die ik dan ook in het gesprek te berde bracht: Een vader, een natuurkundige van hoog niveau, zit in zijn kantoor keihard te werken. Zijn zoontje van zeven jaar komt binnen en vraagt zijn vader waarmee hij bezig is. De vader legt uit dat hij aan de hand van berekeningen aan het bekijken is hoe de wereld dusdanig kan worden veranderd dat, aan de hand van een soort herschikking van kracht en macht, de polarisatie verdwijnt en de rust kan terugkeren. Het leergierige snotneusje van zeven vroeg zijn vader of hij misschien kon meedenken en helpen bij het vinden van de mondiale alomvattende oplossing. Zijn vader legde hem uit dat hij hiervoor nog te klein is. Het knaapje bleef echter maar doorzeuren, waarop z’n vader de kaft van een blocnote afscheurde en aan het jochie vroeg wat hij zag staan op deze kaft. Dat was geen moeilijke vraag want duidelijk zichtbaar was een wereldkaart. De vader scheurde de kaart van de wereld zorgvuldig in honderden kleine stukjes, gooide ze op tafel, gaf zijn zoon een potje lijm en een stuk karton en zei tegen hem: hier heb je een prachtige puzzel uit ongeveer 500 stukjes bestaat. Het is een grote chaos. Ga jij nou eens proberen om van deze wereld-chaos een eenheid te maken. Papa probeert dat ook, maar het is erg lastig, bijna onmogelijk, want de hele wereld is verscheurd, de eenheid is totaal zoek! Z’n zoontje begint verwoed te puzzelen en waarachtig na een klein half uurtje was de puzzel klaar, de kaart van de wereld weer helemaal hersteld. De vader was perplex. Hoe heeft zijn zoontje dat zo snel kunnen herstellen terwijl hij echt nog nooit aardrijkskunde had gehad en dus zonder voorbeeld de wereldkaart-puzzel echt niet had kunnen maken. ‘Hoe heb je de puzzel zo snel kunnen maken, vraagt zijn vader hem. En het jongetje legt uit dat aan de andere kant van de kaft een foto stond van een mens. En dus, antwoordde de zevenjarige, heb ik alle stukjes van de puzzel eerst omgedraaid en toen was het veel eenvoudiger om de puzzel te maken, want hoe een mens eruitziet wist ik wel. Toen de mens-puzzel klaar was en ieder stukje op de juiste plaats zat en goed aan elkaar gelijmd heb ik de mens-puzzel omgedraaid en zie hier: de kaart van de hele wereld.

De les is duidelijk, Om de polarisatie en chaos in de wereld op te lossen, zal er eerst intensief in het individu geïnvesteerd moeten worden, want: “Verbeter de wereld, begin bij jezelf”.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

Dagboek in post-coronatijd? Dagboek van de opperrabbijn 30 mei 2021

Omdat de sjabbat gisteravond laat eindigde, iets voor 23 uur en tot je dan in bed ligt is het al gauw enige uren later, ben ik (te) laat opgestaan. Op zich geen probleem want ik had vandaag uitsluitend telefoonafspraken en moest een toespraak schrijven. Ik ben gelukkig een makkelijke schrijver en een toespraak heb ik ook snel ik elkaar gepoot. Maar morgen moet ik een toespraak houden in Kamp Vught vanwege de herdenking van Het Kindertransport dat op 6-7 juni 1943 heeft plaatsgevonden. Die toespraak wordt opgenomen en dan via lokale omroep uitgezonden. De hele uitzending zal 12 minuten duren en daarvan moet ik drie minuten vullen. Nou ben ik dus een makkelijke spreker en schrijver, maar juist die korte toespraken zijn erg lastig, want voor je het weet zijn de drie minuten voorbij en heb je niets gezegd! En dus ben ik redelijk veel tijd bezig geweest met de toespraak van drie minuten. Inmiddels dus klaar, op papier en morgenmiddag word ik in Vught verwacht voor de opname van mijn drie minuten toespraak. Overigens heb ik nu ook wekelijks een twee minuten Facebookvideo toespraak in het Engels voor de EJA, European Jewish Association. Enfin, het houdt me wel van de straat, denk ik maar. Een ander tussendoor klusje waarmee ik m’n tijd verpruts is het natrekken van het Jood-zijn van een jonge dame die uit Nederland afkomstig is, maar in een EU-land woont en daar de choepa wil hebben. Al generatieslang zijn ze geen lid van een Joodse Gemeente, deels ook nog uit Duitsland afkomstig, vanwege de oorlog wil haar moeder niet met me spreken (begrijpelijk, maar wel lastig) en het enige aanknopingspunt dat kan helpen en hier in Nederland woonachtig is, neemt de telefoon nooit op. Lekker tijdrovend dus.  Dan ook nog iemand die vanwege corona min of meer vastzit in een Scandinavisch land, bezig is met een gioer (toetredingsprocedure) in Israël en nu van mij verwacht dat ik dus even de gioer zal afronden. Ik ken de hele man niet en zelfs als ik hem wel zou kennen, mijn taak als voorzitter van het Beth Din (Joodse rechtbank) voor gioer is om rabbijnen te helpen als ze zelf een kandidaat hebben bij hun in de Joodse gemeente en die Gemeente beschikt niet over een eigen Beth Din, dan mag ik, op verzoek van het Opperrabbinaat van Israël, de lokale rabbijn helpen en de gioer case overnemen. Maar dit is een volstrekt ander geval. De man woont in Israël, staat daar ingeschreven voor gioer en zit nu even klem vanwege corona. Wat mij betreft dus: gewoon nog even wachten, dan naar Israël en daar de gioer procedure afmaken. Dit is ook de wens van de lokale Scandinavische jonge rabbijn.  Corona is bijna voorbij, dus gewoon nog even wachten. Joods-worden is nooit urgent!

Gezien het ernaar uitziet dat binnen afzienbare tijd de corona periode dus voorbij is, zit ik met een dilemma (ik wens niemand grotere problemen toe!). Indertijd, inmiddels al bijna 1½ jaar geleden, werd ik benaderd door de directeur van het Joods Cultureel Centrum met het verzoek of ik dagelijks een dagboek wil schrijven “Opperrabbijn in Coronatijd”. Dit heeft geresulteerd in de uitgave van een boek “54 dagen uit het leven van de Opperrabbijn” waarvan inmiddels al 2500 exemplaren zijn verkocht. Verder heb ik om de week een column in het papieren NIW, dat Facebook videootje van 2 minuten voor EJA en een meer Bijbels artikel, drie keer per week, op www.cip.nl. Als ik de gehele Thora ben doorgelopen (doorgeschreven eigenlijk) wordt dat dan door CIP ook in boekvorm uitgegeven. Verder verschijnt het dagboek ook op Facebook van de EO en op nog een paar plaatsen. Maar ik zit nu dus met een probleem. Corona zit er bijna op en dus heb ik een dilemma: opperrabbijn in Coronatijd bestaat dus dadelijk, en liefst zo snel mogelijk, niet meer. Maar wat ga ik doen? Ben ik inmiddels verslaafd aan het dagboek? Ga ik nu “dagboek van een opperrabbijn in post-corona tijden” schrijven? Ik ben er nog niet uit. Als u ideeën heeft: ik houd me aanbevolen!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Hij sprak vloeiend Arabisch, met het verkeerde accent. Dagboek van een Opperrabbijn 27 mei 2021

Het was vandaag waarlijk een redelijk normale rabbijnendag. Wat heet normaal? Een niet-joodse psychiater die mijn hulp inroept voor een niet-joodse patiënt. Een oudere vrouw die kennelijk ooit met mij contact heeft gehad en hoewel niet Joods, toch om de een of andere reden zich verbonden weet met de Joodse religie. Wellicht kan ik met haar een gesprek hebben om haar van een dwangneurose af te helpen. Geen idee hoe ik dat moet doen, maar kennelijk helpen de pilletjes niet (meer) en ‘wie weet’, denkt de psychiater. Ik heb haar gebeld en we hebben een afspraak gemaakt. Verder twee ingewikkelde onderzoeken voor een rabbinale verklaring. Dat een wil trouwen, weet eigenlijk dat ze Joods is, maar ieder bewijs ontbreekt omdat de grootouders alles hebben gedaan om ieder spoor van Jood-zijn te vernietigen. Slechte mensen? Helemaal niet. Maar ze wilden voorkomen dat hun nazaten ook in Auschwitz zouden belanden! Ik geloof haar, maar de Joodse wet schrijft voor dat geloven erg mooi is, maar in dit soort zaken wordt er van mij verlangd dat ik een verklaring afgeef gebaseerd op feiten en niet op geloof. En dus speuren, heel goed luisteren en aanknopingspunten vinden die kunnen leiden tot een bewijs van Jood-zijn. Waarom zo moeilijk doen? Omdat ik helaas ook heb meegemaakt en veel vaker dan een keer, dat mensen proberen zo’n verklaring te bemachtigen omdat ze…maar van geen kant Joods zijn! Vaak blijft de reden dat iemand die niet Joods is toch graag wil kunnen aantonen dat hij dat wel is, duister en onbeantwoord. Soms ontbreekt er iedere vorm van bewijs en heel soms kan ik aantonen dat er onwaarheid wordt verkondigd. Ik herinner mij een geval van een vluchteling uit Irak. Een heel verhaal, via een tolk. In Irak moest hij zijn Jood-zijn verborgen houden, naar zijn zeggen, maar nu wil hij deel uitmaken van de Joodse gemeenschap. Aan mij is dan om gedurende het gehele gesprek onafgebroken en aandachtig te luisteren. “Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel” is een bekende uitdrukking die mijn lieve moeder mij vaak heeft verteld. Deze man gaf aan dat hij zijn Jood-zijn geheim moest houden, maar een half uur later beschreef hij de begrafenis van zijn moeder op de Joodse begraafplaats waarbij de goegemeente aanwezig was. Geheim? De begrafenis kon dus kennelijk wel zichtbaar plaatsvinden. Ik vond dat een beetje tegenstrijdig. Hij gaf aan Perzisch te spreken. En dus, tijdens ons gesprek, belde ik een bekende van mij die Perzisch sprak, die goed begreep wat ik wilde weten, en gaf de telefoon aan de vluchteling. Conclusie van mijn vertrouweling: in het gebied waar de man woonde werd door de Joden geen Perzisch gesproken. Vervolgens pleegde ik een tweede telefoontje naar een medewerker van de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum. Deze medewerker sprak vloeiend Arabisch en sprak met de man. Conclusie van mijn medewerker: de man spreekt inderdaad vloeiend Arabisch, maar zijn accent is niet Joods. U moet zich voorstellen dat iemand beweert geboren en getogen te zijn in Maastricht, maar de zachte ‘g’ ontbreekt. Of afkomstig uit Vlaanderen, maar zijn Vlaams klinkt als plat Amsterdams. De vluchteling had een broer in Tel Aviv en gaf mij het telefoonnummer van die broer. Toen hij ons huis nog geen seconde had verlaten heb ik de broer gebeld. De man die ik aan de lijn kreeg had er totaal geen weet van dat hij een broer had in Nederland, afkomstig uit Irak.  Ook wist hij niets van de begrafenis van zijn moeder. Zijn moeder was kern gezond, nauwelijks zeventig jaar en dus echt niet in Irak begraven! Nog geen vijf minuten later word ik gebeld door? U raadt het al! Zijn broer uit tel Aviv. Om een lang verhaal kort te maken: hij had aan mij en aan de AIVD aangegeven dat hij piloot was geweest in het Iraakse leger en gevlogen had in een Apache helikopter. Een klein onbelangrijk detail: bij navraag door een deskundige wist hij niet hoe zo’n ding bestuurd moest worden. Waarom hij dan toch zo graag een Rabbinale verklaring wilde hebben? U mag het hem vragen, maar ik vertrouwde het voor geen cent en heb hem gelukkig buiten de Joodse Gemeente weten te houden.

Van 10:00 uur tot 12:00 uur had ik mijn wekelijkse Joodse les. We zijn niet veel verder gekomen met de Spreuken der Vaderen maar hebben mijn dagboek/artikel over het “zinkende schip” besproken, waarin ik mezelf afvraag of het nog wel veilig is voor mezelf en voor andere Joden om in Nederland te blijven. Het was een heel fijne Joodse les. De vraag wel/niet nog in Nederland leeft bij vele van mijn geloofsgenoten. Begrijpelijk maar intriest.

Vanavond in de Treek gewandeld en nu naar bed. Morgen komt er weer een dag, maar geen nieuw dagboek.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/