Foto’s die boekdelen spreken, maar verzwijgen encyclopedieën. Dagboek van de Opperrabbijn 12 sept. 2021

Omdat het NIW twee weken verdiende vakantie heeft genomen, ben ik eigenlijk ook vrij. Maar wat is vrij? Vandaag was ik voor de derde keer in een paar weken in Twente. Een keer voor een onthulling van een grafzerk, twee keer voor een lewaja-begrafenis en overmorgen wederom voor de jaarlijkse herdenking van de eerste razzia in Enschede. Ik moet mijn toespraak nog voorbereiden. Is dat lastig? Jaar-in jaar-uit spreek ik rond deze tijd ter herdenking aan de gruwelijke en zinloze willekeurige arrestatie van Joodse jongemannen. Keihard en volkomen weggerukt uit het normale dagelijkse leven. Ieder jaar dus, al tientallen jaren op dezelfde plaats, over hetzelfde onderwerp en voor nagenoeg hetzelfde publiek. En toch moet ik steeds in andere woorden dezelfde toespraak houden. En dat lukt! Hoe? Geen idee. Kennelijk krijg ik toch ieder jaar weer opnieuw een gedachte van Boven aangereikt. Hoewel? Enige dagen geleden kreeg ik een compliment voor een toespraak. Het compliment was echt goed bedoeld, maar voelde niet zo gezellig aan. “Uw toespraak van vandaag vond ik echt goed! Ik had dat niet verwacht”. Wat moet ik met zo’n compliment, speciaal als er nog eens aan wordt toegevoegd dat het niet verkeerd bedoeld was en dat het best wel te begrijpen is dat de boodschap van mijn toespraken vaak dezelfde is en dat ik, de spreker, daar natuurlijk niets aan kan doen. Ik vond het wel leuk om te zien hoe de complimenteerder zich suf verontschuldigde om zijn ietwat sukkelig geuite compliment te herstellen. Wat hij had moeten doen toen hij merkte iets minder slim te hebben geuit? Zwijgen! Want in een vlek moet je nooit gaan wrijven.

Woorden.

Foto’s.

Vorige week was ik aanwezig bij de opening van een fototentoonstelling genaamd: Survivors – Faces of life after de Holocaust. Gezichten, een tentoonstelling van uitsluitend gezichten. Gezichten kunnen verbergen, verraden, uitstralen, weergeven en soms ook kunnen gezichten meerdere gezichten hebben en boekdelen spreken of de afschuwelijke en onbeschrijfelijke kwellingen verzwijgen. Zo liep ik door de tentoonstelling. Ieder gezicht vertelde een onmenselijke geschiedenis en verraadde wat mensen elkaar kunnen aandoen. Maar ook zagen we dat sommige gezichten ondanks alles, echt hadden overleefd. Dat ze een gigantische kracht verborgen, zodat het leed, de gaskamers, de hel van Auschwitz, van Sobibor, van Mauthausen, van Theresienstadt, van … en van…nog nauwelijks te zien waren. Nauwelijks, want toch meende ik het gigantische lijden te kunnen bespeuren en te voelen in alle gelaatsuitdrukkingen. Maar misschien, zo sprak ik tegen mezelf, misschien ben ik de enige die dat ziet, misschien is het wel echt onzichtbaar en zie ik het leed omdat ik geloof dat het onmogelijk is om de hel van Auschwitz te overleven, wellicht wel bij hoge uitzondering fysiek, maar zeker niet geestelijk. Want, zo meen ik, als een mens ongeschonden uit de gaskamer komt, dan bestaat er voor hem geen vóór en geen na de oorlog, want die oorlog houdt voor hem nooit op. En daarom vertoonde ieder gezicht een soms bijna onzichtbare beroering, in mijn optiek.

Gezichten! Onze minister Grapperhaus hield een indrukwekkende toespraak bij de opening van die tentoonstelling. Een oprechte betrokkenheid straalde van zijn gezicht af. Met zo’n minister mag speciaal de Joodse gemeenschap zich gelukkig weten. Hij analyseerde het gezicht van de moordenaar Eichmann en zag in het gezicht van de nazibeul twee kanten. De ene kant oogde ongeschonden en menselijk, de andere helft verraadde zijn ware aard. Bij deze nazi was er dus van zijn gezicht te lezen een misleidend goed en een beestachtig kwaad. Bij de 75 overlevenden waren er ook twee kanten aan een en hetzelfde gezicht: pijn en optimisme, dood en leven, verleden en toekomst, maar geen greintje kwaad.

Hoe ik deze imponerende tentoonstelling wil samenvatten in een paar woorden?

“Foto’s spreken boekdelen, maar verzwijgen encyclopedieën”

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Het was een moeizaam jaar: vijfduizend zevenhonderd tachtig en één

ב”ה

Het was een moeizaam jaar: vijfduizend zevenhonderd tachtig en één


De corona pandemie beheerste alles om ons heen.


Onze broeders en zusters in Tel Aviv, Ashdot en elders


Verbleven te vaak in schuilkelders.


HamasGaza liet Israël niet met rust


Maar de elfdaagse oorlog werd uiteindelijk geblust.




Het is al bijna weer Rosj Hasjana, Jom Kippoer en Soekot


We gaan naar sjoel, kinderen, ouders en hele misjpachot.


We zorgen voor goede ventilatie


En blijven zoveel mogelijk op onze plaats, ook bij de predicatie.


Met blij gemoed gaan we naar de plaats waar onze ouders kwamen bijeen


Jaar na jaar, door de eeuwen heen.




De muren van onze sjoels vertellen de historie


Bij hen is gebleven de eeuwenlange memorie.


Aan de Ontzagwekkende Dagen dat de sjoels waren vol gebed en gezang


Men smeekte de Eeuwige met vloeiende tranen op ieders wang.


Het Verbond van G’d met onze ouders door de eeuwen heen


Vulde ieder met ontzag en oprecht geween.






Het geschal van de Sjofar en het roerende Kol Nidrei


Ieder is er: oud, jong, vroom en vrij.


Als één grote familie staan wij voor G’d


IK ben de Eeuwige, wij voelen het Eerste Gebod.


Alles verdwijnt, U bent er Alléén


Lieve G’d, waar gaat het heen?


Eeuwenlang worden wij gekweld en verdreven


Wanneer wordt ons eindelijk die rust gegeven?


Als éénling, als volk, als Mishpacha


Lieve G’d, kom toch eindelijk Uw belofte na.




Wij begrijpen dat wijzelf nog veel hebben te doen


Ruzies vormen helaas ook bij Uw volk nog steeds een grimmig visioen.


En toch komen wij tezamen als één


En kennen onderlinge verbondenheid, als geen.


We dansen anderhalve meter van elkaar met de Thora in ons hand


De Thora: onze eeuwige interne band.




Lieve G’d, luister toch naar onze innige wens


Geef sjalom aan ieder land en aan ieder mens.


Laat in 5782 gezondheid en vrede alom zijn,


Spoedig in onze dagen: wenoumar omein.


Binyomin Jacobs, opperrabbijn לשנה טובה ומתוקה בגו”ר

Daad en uitstraling. Dagboek van de Opperrabbijn 5 september 2021

Tijdens de Hoge Feestdagen dawenen we heel wat af. Het zijn lange diensten waarin vele gebeden worden gezegd. Begrijpen we eigenlijk wel alles wat we zeggen? En zo niet, is het dan niet beter om de vertaling te lezen?

Enige tijd geleden viel mijn blik op een artikel over een nieuwe uitvinding. Op het hoofd van een mens wordt een sensor geplaatst en doordat zo iemand dan een bepaald woord, cijfer of formule denkt gaat de televisie in zijn kamer aan óf het licht óf de vaatwasmachine, afhankelijk dus van wat hij denkt en uitzendt. Over enige tijd zal dus, zo vervolgde het artikel, geen afstandsbediening meer nodig zijn: alles zal vanuit de hersenen worden bestuurd.

Eindelijk, dacht ik, een bewijs dat onze gedachten en de uit onze gedachten voortkomende woorden een kracht hebben. Het was dus niet louter bijgeloof dat mijn oma op de vraag hoe het met haar kleinkinderen ging steevast haar antwoord begon met ‘onbeschrie-en onberufen’. Dit om te voorkomen dat door haar lovende woorden mogelijkerwijs, G’d verhoede, enige schade voor hen zou kunnen ontstaan. Gedurende de Hoge Feestdagen hebben we vele tekenen die wijzen op onze eenheid. Vandaag, op Rosj Hasjana, staan jullie allen voor de Allerhoogste, van de stamhoofden tot de waterdragers. De maatschappelijke verschillen zijn verdwenen, we vormen een eenheid, we zijn in essentie allen gelijk: met deze gedachte betreden we Rosj Hasjana. En voor Jom Kippoer vragen we elkaar vergiffenis voor alles wat we elkaar hebben misdaan in gedachte woord en daad: weer die eenheid. En dan Soekot met de loelav (dadelpalm – lekkere smaak), de hadas (mirthetakje – lekkere geur), de arawa (treurwilg – geen smaak en geen geur) en de etrog (citrusvrucht – heerlijke geur en lekkere smaak), die symbool staan voor de vier soorten mensen. De een heeft Tora-kennis, de ander doet veel mitswot, weer een ander heeft geen kennis en doet maar erg weinig aan zijn Jodendom en tenslotte heb je mensen die veel kennis bezitten en die kennis ook in praktijk brengen. We binden ze allen samen en bensjen loelav: weer die eenheid. Dan worden de Hoge Feestdagen afgesloten met Simchat Thora: Of je een groot geleerde bent of een eenvoudige ziel: allen verheugen we ons met de Thora, het geheim van ons bestaan, vanuit eenheid….

Allemaal woorden, symboliek, uitingen. Maar leidt dit ook daadwerkelijk tot de eenheid die ze verkondigen en uitstralen? Als we in gedachte geld geven aan een arme heeft hij daaraan bitter weinig. De mitswa van tsedaka kunnen we niet alleen in gedachte vervullen. Als we per ongeluk geld verliezen en het verloren bedrag wordt door een arm man gevonden, dan hebben we, zonder dat we ons ervan bewust waren, wel een mitswa vervuld. Het resultaat telt! Maar niet altijd: als we een gast ontvangen telt niet alleen de maaltijd die we hem aanbieden, maar zeker ook de wijze waarop we hem bejegenen. Voelt hij zich, door ons gedrag naar hem toe, bij ons op z’n gemak?  En als hij vertrekt, begeleiden we hem dan naar de deur om te tonen dat we zijn aanwezigheid waardeerden?

Met de Hoge Feestdagen spreken we vele gebeden uit, verrichten we vele handelingen, dus we veroorzaken veel ‘straling’. Soms gaat het om de daad, soms uitsluitend om de uitstraling en vaak om beide.

Zoals de sensor op mijn hoofd over enige jaren de afstandsbediening zal vervangen, zo maakt het joodse volk reeds eeuwenlang gebruik van afstandsbediening om de onderlinge eenheid te creëren die ertoe moet leiden dat via dezelfde afstandsbediening het jaar 5782 een jaar van bracha en sjalom zal mogen worden voor ons allen, hier en in ons aller Israël, en voor de gehele mensheid waar ook ter wereld.

Ik wens allen, Joods en niet-Joods een goed, gezond en zoet jaar, een jaar van sjalom voor alle bewoners van Uw aarde!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Het was een kokende sauna! Dagboek van de Opperrabbijn 1 september 2021

Het zijn de dagen van de Selichot, dagen van voorbereiding voor de Jamiem Noraïm, de Ontzagwekkende Dagen. Ontzag -wekkend! Ontzag is van groot belang, want als het aan ‘ontzag’ ontbreekt gaat een samenleving zomaar de verkeerde kant op. Deze gedachte kwam in mij op toen ik gisteren aanwezig was in Westerbork om de fietsers die hadden deelgenomen aan “Terug naar Westerbork” te verwelkomen. Tranen stonden in mijn ogen. Allemaal jonge mensen die de tocht van Auschwitz naar Westerbork hadden gereden. Onderweg de diverse concentratiekampen hadden bezocht, andere plaatsen van verschrikking en nu terug waren in Westerbork. Ontzag! Gebrek aan ontzag kan leiden tot anarchie. Maar onderwerpen aan een verkeerd gezag kan leiden tot hetgeen in WO II geschiedde. Tachtig procent van mijn familie belandde via Westerbork in de gaskamers van Auschwitz en Sobibor! En nu kwamen daar zo’n 70 jonge mensen aanfietsen die keihard waarschuwden voor de gevaren van onderwerping aan een verkeerd gezag. Jonge mensen uit Duitsland, Nederland en Polen. Rechts van mij een Duitse Minister, links de zaakgelastigde van de Duitse Ambassade en nadrukkelijk aanwezig was ook de Commissaris van de Koning in de provincie Drenthe mevrouw Jetta Klijnsma. Wat een krachtige vrouw! Ik was verheugd en dankbaar dat mijn toespraak en de klanken van de sjofar duidelijk werden gehoord en dóórdrongen. Terwijl ik hier nu zit te typen voel ik een brok in mijn keel. Ik zou al die fietsers willen omarmen van dankbaarheid voor hun geweldige prestatie en vooral voor de keiharde demonstratie. Ja, iedere ochtend sta ik in deze dagen voor de Ontzagwekkende dagen eerder op om extra gebeden uit te spreken, maar deze bijeenkomst was een en al bemoediging en ontzag-wekkend. Een warme douche! Die warme douche voelde ik ook vanochtend in Ede waar een bijeenkomst was georganiseerd door een groep gelovige Christenen. In oktober 2020 hadden vertegenwoordigers van diverse kerkverbanden op de Israëlische ambassade in Den Haag schuld beleden voor de nalatigheid van de kerken ten opzichte van Joden voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Nu het antisemitisme helaas weer toeneemt kwam de terechte vraag welke houding de kerken aan het begin van de 21e eeuw gaan kiezen.  Daarom organiseerden vertegenwoordigers van kerken een appèl-bijeenkomst om te spreken over dit onderwerp. Sprekers waren de ambassadeur van Israël, Z.E. N. Gilon, (de kersverse) Prof. dr. B.T. Wallet,  dr. A.A.A. Prosman, en mijn persoontje. Het werd duidelijk dat de aanwezigen zondermeer pro-Israël zijn. Maar ook werd het duidelijk, en ikzelf heb dat heel nadrukkelijk uitgesproken, dat onder de kerkelijke jeugd de liefde voor Israël aan het afnemen is. Dit baart me zorgen, een zorg die door de aanwezigen werd gedeeld. En toch was het symposium een warme douche, dus douche nummer twee. De derde douche heb ik mogen beleven op Urk. In het Gemeentehuis werden de ambassadeur van Israël, twee vertegenwoordigers van Christenen voor Israël en ondergetekende, door burgemeester en wethouders ontvangen. Bij binnenkomst voelde ik me meteen al gediscrimineerd. Geen antisemitisme, want de discriminatie betrof niet de ambassadeur. Wat de discriminatie was? Alle aanwezigen hadden een stropdas met de kleuren van Urk, behalve ik. Het werd bijna meteen rechtgezet, want enige uren later werd ik voorzien van een Urker stropdas en twee paar Urker sokken. Opperrabbijn is toch een lucratief baantje, Ik hoop alleen dat de belasting hier geen weet van krijgt want wellicht valt dit onder verkapte salariëring. Waarom we in het Gemeentehuis waren? Vanaf 14:00 uur tot 22:00 uur was er voor ‘Het ondernemersplatform van Christenen voor Israël’ op (en niet in) Urk een grandioze middag en avond. Uiteraard was de ambassadeur weer aanwezig, die ik daar dus voor de derde keer vandaag ontmoette. ’s Middags waren de 180 aanwezigen in tweeën gesplitst. Groep één kreeg een rondleiding in het vis bedrijf DaySeaDay en groep twee werd rondgeleid door de stegen van Urk. Meer dan €140.000 werd er ’s avonds opgehaald voor de bouw van een jeugdcentrum in Jeruzalem. Wat een warmte, wat een vriendschap, wat een bevlogenheid en wat een eer en hoe uniek dat ik, als opperrabbijn, van zo’n bijeenkomst een onderdeel mocht zijn. Muziek, een Zoom verbinding met Israël, een diner (uiteraard voor Blouma en voor mij koosjer) en inspirerende toespraken. Maar als u nu verwacht dat ik deze avond de derde warme douche ga noemen, dan heeft u het mis! Het was geen warme douche, maar een kokende sauna!

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Symbolischer kan het baantje van een rabbijn niet worden voorgesteld. Dagboek van de Opperrabbijn, 29 augustus

De week van de Selichot, de voorbereidingsweek voor de Hoge Feestdagen, is begonnen. Dagen van voorbereiding voor Rosj Hasjana, dagen ook dat ik honderden en honderden kilometers voor me heb liggen.  Om 1:30 uur (!) was ik, na een rustige sjabbat, naar Almere gereden voor de jaarlijkse selichot-dienst, een speciale sjoeldienst voorafgaande aan Rosj Hasjana. Om 3:30 uur was ik weer thuis en om 9:00 uur zat ik weer in de auto, op weg naar Bergen op Zoom. Daar werden aan de zijwand van wat eens de synagoge was twee grote foto’s onthuld. Een van de befaamde Walter Süskind en de tweede van Mozes de Hes. Walter Süskind was de man die in de Hollandsche Schouwburg, de plaats van waaruit de Joden na arrestatie naar Westerbork werden afgevoerd, velen wist te redden. Hij had in Bergen op Zoom gewoond. En Mozes de Hes was de laatste voorganger van wat eens een bloeiende Joodse Gemeente was. Met de burgemeester mocht ik de beide foto’s onthullen en hiermee zichtbaar maken aan allen die voorbijlopen dat er hier ooit een Joodse Gemeenschap bloeide. Na de oorlog wist een NSB-er op slinkse wijze de synagoge te verkrijgen en via allerlei omwegen en onwaardig gebruik weet een aantal niet-joodse inwoners van Bergen op Zoom de synagoge voor sloop te behoeden en is het gebouw nu een Monument die herinnert aan wat eens was. Na de onthulling was het aan mij om een lezing te geven over de voormalige Joodse Gemeente en ik heb er maar meteen een waarschuwing aan gekoppeld. Een waarschuwing tegen het opkomend antisemitische, mijn stokpaardje. Een van de initiators van deze bijeenkomst was de voormalige voorzitter van de Joodse Gemeente Breda. Na de oorlog werd de Joodse Gemeente Bergen op Zoom opgeheven en onderdeel van de Joodse Gemeente Tilburg. Nadat ook die werd opgeheven werd Bergen op Zoom onderdeel van de Joodse Gemeente Breda en nu ben ik een vurig bepleiter van opheffing van Breda en samenvoeging bij de Joodse Gemeente Brabant. Was de grootvader van mijn oma ooit waarnemend Opperrabbijn van het Ressort Noord-Brabant waartoe vele Joodse Gemeenten behoorden, nu is dat hele ressort gedegradeerd, vanwege het geringe aantal Joden, verworden tot één kleine Joodse Gemeente die het nog best goed doet en weer een opleving doormaakt omdat in Eindhoven een jonge enthousiaste rabbijn is komen wonen die heel Brabant onder zijn religieuze vleugels heeft genomen. Na de bijeenkomst werd ik uiteraard geïnterviewd door de aanwezige pers en toen snel de auto ingesprongen voor de onthulling van een matsewa, grafzerk, in Haaksbergen. Ik herinner me nog dat na de oorlog in Haaksbergen een synagoge was en er iedere sjabbat dienst was,  maar na vertrek van de laatste der Joodse Mohikanen, bleef slechts de Joodse begraafplaats de enige tastbare herinnering aan wat eens was. Naar huis geracet, want om 19:30 uur moest ik in Almere zijn. Kleindochter en aangetrouwde kleinzoon (heet zoiets schoonkleinzoon?) zijn uit New York naar Nederland gekomen om rabbijn en mevrouw Stiefel (onze dochter) te komen assisteren in Flevoland. Ze zullen in Lelystad gaan wonen en proberen om daar uit het niets een Joodse Gemeente te gaan opbouwen. Daar mocht ik dus mijn vierde toespraak van de dag houden, de lezing even niet meegerekend. U ziet: ik spreek wat af! Doel van al die toespraken? Inspireren, waarschuwen en tot steun zijn, want dat moet steeds, in mijn optiek, het doel zijn van iedere rabbinale toespraak. Overigens wel een tegenstrijdigheid: eerst een toespraak bij de synagogedienst in de levende synagoge van Almere, daarna een toespraak bij een synagoge die eigenlijk een grafzerk is voor de velen die geen graf werd gegund. Daarna een onthulling van een grafzerk op een echt graf van een persoon die de oorlog had overleefd maar er wel beschadigd was uitgekomen, zoals zovelen.  En tenslotte een nieuwe frisse jonge rabbijn die een Joodse Gemeente gaat opbouwen in de polder. Intens verdriet over het verleden, waarschuwing voor het heden en optimisme naar de toekomst. Deed me denken aan een zondag, tientallen jaren geleden, dat ik op een en dezelfde dag een Brit Mila, besnijdenis van een acht dagen oud Joods jongetje in het zuiden van het land had en in de middag een choepa, Joodse bruiloft,  in het Noorden en tussendoor ook nog een begrafenis. Symbolischer kan het baantje van een rabbijn niet worden voorgesteld.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Er zullen commissies worden gevormd en Kamervragen worden gesteld. Dagboek van de OLpperrabbijn 25 aug. 2021

We kwamen zeer snel door de security op JFK. Het enige probleem was dat mijn koffertje een extra controle kreeg omdat daarin een verdacht voorwerp werd gevonden: een etrog! In Nederland zijn die ook te koop via het NIK en dat is een geweldige service. Maar in New York, in Israël en in alle grote Joodse centra bestaat de mogelijkheid om er zelf een uit te kiezen en voor een mooiere dan ook natuurlijk meer te betalen. De etrog die we met Soekot gebruiken heeft een heerlijke geur en een geweldige smaak. Hij staat symbool voor de mens die op twee fronten bezig hoort te zijn: hij lernt en hij volgt alle geboden op. Met andere woorden: hij verwerft kennis en brengt die kennis in praktijk. Maar ik ben nu bezig met een Joodse les en dat is niet de bedoeling van mijn dagboek. En toch ook weer wel. Want ik erger me dus blauw aan wat er gebeurt in Afghanistan en hoe de wereld ermee omgaat. Veel theorie en weinig praktijk. Iedere malloot had dit kunnen zien aankomen. Men liet het gebeuren en komt nu, dramatisch te laat, in actie omdat het anders wellicht leidt tot een stemmenverlies bij een komende verkiezing want, zoals een bekende Nederlandse onderzoeksjournalist in zijn onlangs uitgekomen boek schreef: journalisten moeten de waarheid verkondigen, maar dan wel de waarheid die “verkoopt” en politici draaien en verdraaien in verband met het behalen van stemmen. Overigens heeft de mijnheer van de beveiliging met grote zorgvuldigheid en begrip mijn etrog bekeken en met bijna devotie weer zorgvuldig de watten er omheen gedaan, in het kartonnen doosje gestopt en mijn koffertje weer netjes gesloten. Aan boord was er een zee van ruimte en dus kon ik mij na de koosjere maaltijd op vier stoelen te ruste leggen. Maar voordien heb ik uitgebreid met de hoofdstewardess gesproken. Waarover? Het gezeur met de 18 orthodox-Joodse meisjes die enige weken uit een Delta toestel werden gezet wegens wangedrag. Of er inderdaad sprake was van wangedrag weet ik natuurlijk niet, maar ik betwijfel het wel want wat mij ter ore is gekomen is dat het keurige meisjes waren. Desalniettemin is mijn ervaring niet dat het KLM-personeel van antisemitisme beschuldigd kan worden, maar vaak niet goed de achtergrond van orthodox Jodendom kan plaatsen met de koosjere vliegtuigmaaltijden die zij niet mogen openen, mannen die niet naast vrouwen willen zitten of een soort aan boord verboden samenscholing vanwege het minjan. Bovendien loopt het ene soort Joden met baard en lange pijpenkrullen en de andere groep met een gehaakt keppeltje en zonder baard. En daarbij komt dan ook nog dat wij Joden af en toe wat luidruchtig zijn. Ze heeft een en ander genoteerd en ik wacht af. Als ik wat duidelijkheid kan aanreiken aan KLM-medewerkers zal dat goed zijn, want onbekend maakt onbemind en kweekt antisemitisme.

Verder schaamde ik me bijna dat ik comfortabel in een vliegtuig zat, terwijl tienduizenden Afghanen hunkeren naar een vlucht, een vlucht naar vrijheid, een vlucht om de niet afwendbare onthoofding te ontlopen. Verontrust, kwaad en vol onbegrip las ik over rellen in Nederland tegen de komst van Afghaanse vluchtelingen naar ons land die hier een veilig heenkomen zoeken. Toen tijdens de oorlog Duitse Joden naar ons land probeerden te vluchten, werden ze ook al niet welkom geheten. Sterker nog: de grens ging op een gegeven moment op slot! En dus denk ik dat de Joodse Gemeenschap als geen ander de deuren voor vluchtelingen wijd open wil hebben. Maar terwijl ik dit denk en hierover filosofeer voel ik wel een probleem in mezelf opkomen. Want met het binnenhalen van Afghaanse vluchtelingen, wordt ook het antisemitisme binnengehaald. Want, voor zover ik dat kan inschatten, zullen de meeste Afghaanse vluchtelingen geen grote genegenheid richting Joden en Israël hebben. Dat zij zo denken begrijp ik, zo zijn ze in Afghanistan opgevoed,  maar wat doet de Overheid eraan om hen van het ingepalmde antisemitisme pad te krijgen? Het antwoord is me wel duidelijk: rustig achteroverleunen tot er Kamervragen komen en dan wordt onze Overheid wakker en gaat over tot het debat, wordt er een commissie in het leven geroepen en zal er een diepgaand onderzoek worden ingesteld , terwijl het antisemitisme verder en verder groeit, omdat we het laten groeien.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Ontving mijn familie ook een waarschuwingsbericht voor de reis naar Auschwitz? Dagboek van de Opperrabbijn 22 augustus 2021

Hadden en hebben we te doen met corona, nu wordt er roet in ons programma gestuurd door Henri. Henri is de orkaan die gisteren, net voor het eind van de sjabbat, begon te loeien. Zware stortregen en, naar ik begrijp, werd de noodtoestand afgekondigd. We gaan dus verder ons verblijf ik New York vieren met een aangepast programma. Maar wel of niet aangepast: ik moet vanavond naar Monroe. Mijn vader heeft mij vaak verteld dat er van de Jacobs familie, die nagenoeg geheel vermoord is, nog één nichtje in leven moet zijn. Haar naam: Claire. Haar vader heette Sampe en was een leerling van het Nederlands Israëlitisch Seminarium. Na zijn studie te hebben voltooid is hij getrouwd en kreeg drie kinderen. Alleen hij heeft het overleefd en was de enige van de Jacobs kant bij de choepa van mijn ouders in 1948. Nadien is hij hertrouwd met een Joodse vrouw uit Manchester, er is een dochtertje geboren, genaamd Claire, en spoedig na de geboorte is Sampe, die zwaar depressief was, overleden. De moeder van Claire was hertrouwd en omdat mijn vader geen achternaam wist, kon hij haar niet vinden. Pas een jaar voordat mijn vader is overleden hebben we Claire gevonden. Zij woonde in Melbourne Australië, is toentertijd meteen naar Nederland gevlogen om mijn vader, die haar oma, mijn vaders tante, goed heeft gekend, nog te kunnen zien. We zijn samen naar Muiderberg gegaan en stonden daar, met tranen van ontroering in de ogen, bij de graven van onze gezamenlijke overgrootouders. Inmiddels is Claire verhuisd naar Monroe en hoop ik dat Henri te trotseren zal zijn en Blouma en ik haar vanavond kunnen ontmoeten, kennismaken met haar echtgenoot en misschien een paar van haar kinderen te zien. Ondertussen ben ik begonnen om de toespraken voor te bereiden voor de Hoge Feestdagen en een paar lezingen die ik nog mag geven voor Rosj Hasjana. Sjabbat was geweldig. De sjoel, die in de benedenverdieping is van de woning van onze zoon, was helemaal vol. Iedereen doet mee. Allemaal jonge mensen. Het wemelde van de kleine kinderen. Het leeft! Nog niet te vergelijken met Nederland, helaas. Maar we blijven geloven in het ongelofelijke! En toch verlang ik om weer voet op vaderlands bodem te mogen zetten. Nog een paar daagjes. Natuurlijk ben ik in voortdurend contact met mijn rabbinale thuisfront, maak afspraken, stuur e-mails, telefoneer, probeer vetes te beslechten en geef gewoon mijn cursussen per zoom. Maar toch! Mijn plaats ligt in Nederland.

Inmiddels is het zondagavond. Henri maakt het ons toch onmogelijk om Claire vandaag nog te bezoeken want Henri gaat nog flink tekeer. Emmers water vallen uit de hemel en met de auto een lange afstand afleggen op de highway is onverantwoord en dus ga ik maar achter de computer om mijn toespraken verder te fabriceren voor de aanstaande feestdagen, diverse lezingen,  het voorwoord te schrijven voor De Nederlands-Israëlitische Gemeente Utrecht 1789-1960 en drie verjaardagbrieven te versturen. Ondertussen zijn de geboortebewijzen binnen van die mevrouw die haar hele leven voelde dat ze Joods was en die ik heb mogen helpen om haar Joodse roots boven water te krijgen. Alleen ontbraken nog de bewijzen dat ze inderdaad de dochter is van haar moeder en haar moeder de dochter van haar oma. Geloofde ik haar dan niet op haar woord? Absoluut wel. Maar om e.e.a. ook voor komende generaties goed vast te leggen, moet haar bewijs niet gebaseerd zijn op het ‘goede geloof van Jacobs’, maar op aantoonbare feiten. En los hiervan gebeurt het heel soms dat de moeder niet de biologische moeder is. Heel veel reacties heb ik ontvangen op mijn geïrriteerde dagboek dat Nederland veel en veel te weinig doet om de Nederlanders uit Afghanistan te redden. Ik ben zondermeer een trotse Nederlander, maar erger me wel blauw over het eeuwige gepolder, overleg, middenweg, vergaderen, terwijl landgenoten zich in een uitzichtloze levensgevaarlijke situatie bevinden. Als ik dan lees dat onze onderdanen in Afghanistan een aanbeveling ontvingen van onze Ambassade in Afghanistan om vooral voorzichtig te zijn, dan vroeg ik me af, stout als ik soms ben, of mijn familieleden voor ze de trein van de Nederlandse Spoorwegen instapten op weg naar Auschwitz of Sobibor, ook zo’n meelevend waarschuwingsbericht hebben mogen ontvangen. Of lag dat anders?

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

orgaandonaties

 

ב”ה

 Schoenmaker houd je bij je leest en dus, gezien ik geen medicus ben, bemoei ik me niet met medische techniek. Maar als iemand overleden is, moet ik er zijn voor de begrafenis en voor mentale steun aan de nabestaanden. En als er iets zich afspeelt tussen leven en dood, het stervensproces, dan lijkt mij dat zowel de arts als de rabbijn in gezamenlijkheid mogen opereren, uiteraard in de figuurlijke zin van het woord. Waar doel ik op? Orgaandonaties. Niet orgaandonaties van een gezond mens die een nier afstaat aan een medemens en daarmee een leven redt. Ook spreek ik niet over het afstaan van organen na het definitieve overlijden, of dat wel/niet moet of mag. Neen, ik zit in m’n maag met een donor die wettelijk dood is verklaard, maar kunstmatig in leven wordt gehouden en nu wordt gebruikt als leverancier van organen. Hij is dus hersendood verklaard, maar is nog in de stervensfase. Vroeger was een mens dood, levend of stervende. Van ons wordt respect verwacht voor het leven, voor de dood, maar ook respect voor die tussenfase. Ik herinner mij verpleegkundigen op de gerontopsychiatrische afdeling van het Sinai Centrum. “Mevrouw Cohen, lukt het nog een beetje? Uw kinderen zijn zojuist gekomen.” Vol liefde spraken ze tot de stervende, die aan de beademing lag, hoewel ze misschien wel al hersendood zou zijn verklaard als ze donor zou zijn geweest.  Maar was mevrouw Cohen dan al een stoffelijk overschot? Haar lichaam had nog temperatuur, haar hart klopte, alle orgaanfuncties waren intact en zij kreeg medicijnen toegediend. Als iemand het predicaat hersendood heeft verkregen, kan hij donor worden, want als we zeggen dat hij nog leeft… Weet u dat de donor medicatie krijgt tijdens de orgaandonatie procedure?  Medicatie geven aan en beademing van een stoffelijk overschot, is dat wel mogelijk?  Om tegenstribbelen tegen te gaan werd de donor aanvankelijk vastgebonden, maar nu krijgt hij spierverslappende middelen toegediend door de anesthesist. De indruk dat de donor actief verzet pleegt, wordt afgedaan als reflexen!

Genoeg over orgaandonaties. Een ander (gezelliger?) onderwerp: de koosjere slacht. Volgens de tegenstanders leeft de koe nog na de koosjere slacht, want er zijn reflexen. Hoort u het?  Reflexen van de koe zijn tekenen van leven, reflexen van de donor tekenen van dood?

En omdat er op z’n zachtst uitgedrukt twijfel bestaat over de status van de donor in de sterffase tussen leven en dood, is mijn mening: bij twijfel niet inhalen!

 

 

Column NIW 40

 

 

 

Inter Provinciaal Opper Rabbinaat

Postbus 7967, 1008 AD Amsterdam T 020 3018495 E rabbi.jacobs@ipor.nl

Het Rabbinaat omvat: Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Flevoland,

Noord-Holland (m.u.v. Amsterdam), Utrecht, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg

Nederland mag niet zwijgen, toekijken en het laten gebeuren. Dagboek van de Opperrabbijn 18 augustus 2021

Vanwege mijn verblijf in het buitenland en dus mijn dagelijkse confrontatie met de coronaperikelen, meen ik inmiddels een deskundige te zijn op het gebied van corona-regelgeving. Het geheel doet me denken aan de bestudering van de Talmoed. Alleen is er in de Talmoed steeds sprake van logica en bij de regelgeving rondom corona overstijgt het mijn verstand af en toe. Even een college:

We wilden voor een bar mitswa van een kleinzoon naar Canada, dat was mogelijk alleen moesten wij dan wel twee weken tegen betaling van een enorm bedrag in een quarantaine hotel. Na bevrijding konden we dan nog niet naar de bar mitswa, want bij de bar mitswa mocht niemand aanwezig zijn. Een bar mitswa in New York, die 6 weken later zou plaatsvinden was ook onbereikbaar omdat wij überhaupt de USA niet binnen mochten. Daarna werden de diverse regels veranderd en konden wij Canada wel binnen, maar was daar de bar mitswa al een gepasseerd station, als we konden aantonen een eerstegraads familielid in Canada te hebben die de Canadese nationaliteit heeft en dat wij volledig gevaccineerd waren….om een complex en onbegrijpelijk verhaal kort te houden: wij mochten Canada binnen maar moesten daar, om binnen te mogen, 14 dagen verblijven (dag één meegeteld) en iedere dag een app invullen over onze gezondheidstoestand.  Vanuit Canada mochten wij vervolgens de USA binnen (niet vanuit Nederland!) na een verblijf van 14 dagen in Canada (dag één niet meegeteld) en na volledige vaccinatie en een negatieve test. De reis vanuit Canada naar de USA was ons niet toegestaan per auto, maar wel per vliegtuig. Eventueel van de USA terug naar Canada mag wel per auto. Maar van dat voorrecht gaan we geen gebruik maken want we vliegen met KLM vanuit USA naar Schiphol. Of en hoe dat moet gaan we nog uitpuzzelen. En of we dan wel/niet in Nederland wederom getest moeten worden en wel/niet in quarantaine zien we dan wel  weer. Trouwens interessant dat de p.c.r. test in Nederland wordt genomen diep in de keel en in de neus op zo’n manier dat het voelt alsof het staafje er aan de andere kant van je hoofd weer uitkomt. In Canada gaat het staafje niet verder dan het begin van de neus!?

Maar genoeg corona-regels.

Kijk wat er gebeurt in Afghanistan! Het is onbeschrijfelijk. Een totale moorddadige gekte. Het aantal slachtoffers, aanrandingen, verkrachtingen, moorden was/is afgrijselijk. Wat een menselijk leed. Wat een schending van mensenrechten. Het is toch ongelofelijk hoe het extremisme zegeviert. Overigens heb ik nog niet vernomen over VN-resoluties tegen Taliban. Duizenden mensen zullen worden afgeslacht. Vrouwen verliezen al hun rechten, ze worden gedegradeerd tot gebruiksvoorwerpen. Ik hoor geen Iman zijn stem verheffen tegen dit onbeschrijfelijke leed en keihard afstand nemen van de Taliban of uitleggen dat dit niet hun Islam is. En (uiteraard!) wordt het terroristische gedrag van de extremistische Taliban (terecht!) niet verweten aan de Nederlandse moskeeën,  maar moeten wel synagogen extra beveiligd worden als er problemen zijn in Gaza. Het is mij inmiddels duidelijk dat de verovering van Afghanistan geen bezetting heet omdat de Taliban Afghanen zijn. En dus zal de Voedsel en Warenautoriteit geen eisen gaan stellen aan producten uit Afghanistan en zullen ze geen invallen doen in bedrijven die iets met Afghanistan hebben en zullen ze niet eisen dat de producten uit Afghanistan voorzien moeten zijn van een label: “made in door de Taliban bezette gebieden.” Dat er mensen worden vermoord is jammer, maar Taliban is geen bezetter. Volgens internationaal recht doet de Taliban kennelijk niets verkeerd. Mijns inziens moet Nederland keihard schreeuwen tegen het onrecht dat in Afghanistan wordt gepleegd, maar dat mag dus formeel juridisch niet. Voor zover mij bekend heeft Nederland ook in de Hitler-periode zich braaf gehouden aan de regeltjes die Nederland het best uitkwamen. Bij het huwelijk van Prinses Juliana en Prins Bernhard wapperden de Duitse Hakenkruizen van ons bevriende buurland Nazi-Duitsland en onze driekleur vredig naast elkaar. Waar zijn alle vrouwenbewegingen in Nederland? Laten die alleen van zich horen als er een paar mannen meer in de leiding van universiteiten zitten dan vrouwen , maar als vrouwen als seksslavinnen worden verhandeld doen ze er het zwijgen toe? Ook overigens over de uitbuiting van vrouwen uit het buitenland die naar ons brave landje zijn gelokt en nu als prostituees hun pooiers moeten dienen, horen we weinig van deze vrouwenbewegingen. Ik denk dat mijn voorouder Dr. Aletta Jacobs het toch iets waardiger, eerlijker en zinvoller heeft aangepakt. Haar ging het om de verbetering van de positie van de vrouw als mens en kende zij geen verschil tussen vrouwen in onze westerse beschaving en vrouwen in de prostitutie of in Afghanistan. Nederland mag niet zwijgen, toekijken en het laten gebeuren.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Leeftijdsdiscriminatie is ook discriminatie. Dagboek van de Opperrabbijn 15 augustus 2021

In New York heeft zich een tragedie afgespeeld die uiteindelijk een happy end kreeg. Zoals op zovele plaatsen in de wereld, ook in Nederland, worden er door Joodse jeugdverenigingen en Joodse Gemeenten zomerkampen georganiseerd voor de jeugd. Een van die vele kampen had een uitstapje gemaakt en de kinderen en de leiding reden na een geslaagde dag moe terug naar huis. Aangekomen bleek echter een jongetje van zes jaar te ontbreken. Een gigantische zoekactie werd op touw gezet. Behalve de politie, die o.a. met een politiehelikopter aan de zoekactie deelnam, waren er honderden vrijwilligers vanuit verschillende Joods orthodoxe organisaties naar het vertrekpunt van de bus gereden om mee te helpen met de zoekactie. Na zes uur nachtelijk zoeken is het jongetje G’d zij dank gezond en wel teruggevonden. Een man van rond de 60 jaar had zijn hulp aangeboden, maar hem werd verteld dat gezien zijn leeftijd dat niet nodig was. Maar de man keek daar toch anders tegenaan. Als dit mijn kleinzoon zou zijn geweest zou ik dan gedacht hebben, redeneerde hij tot zichzelf, dat ik te oud ben en dat ik het zoeken maar moet overlaten aan de jongere generatie? Ik zou zeker zo niet gedacht hebben en dus sprong de zestiger zijn auto in op weg naar het vertrekpunt van de bus, waar het jongetje dus niet was ingestapt. Bij dat vertrekpunt was het inmiddels een enorme drukte. Uiteraard de pers, maar ook een ambulance en een politiewagen van waaruit de zoekactie werd gecoördineerd. Tientallen vrijwilligers stonden daar te wachten op instructies. De zestiger wilde zich daarbij niet aansluiten, parkeerde zijn auto en ging zelf, ongecoördineerd, op zoek. Zijn leidraad was zijn eigen verstand. Waarheen zou ik gelopen zijn als de bus voor mijn neus zou zijn vertrokken? En zo belandde hij via een tunnel bij de bosjes aan het strand en liep daar een uur lang rond, steeds luid roepend: Yossi, Yossi. We hebben pizza voor je. En plotseling hoorde hij een stemmetje van een kind. Hij zoeken en nog luider roepend, maar niets was er meer te horen. Hij heeft meteen een vriend gebeld met het verzoek om meteen te komen. Politie heeft grote zoeklichten gebracht en na een tijdje werd Yossi gevonden. De zestiger, te oud dus om mee te zoeken, kreeg later een telefoontje van de politie om hem te bedanken en aan te geven dat dankzij zijn tip het jongetje was gevonden.  Grote opluchting bij de ouders, maar ook bij de hoofdleiding van het kamp en bij de jeugdige leiders die verzuimd hadden om de kinderen te tellen.

Deze maand is de maand Elloel, de maand van voorbereiding voor de Hoge Feestdagen. Dagen van bezinning en zelfreflectie. In Nederland hadden we zoals telkenjare, weer een prachtig en succesvol dagkamp. Omdat dit dagkamp officieel onder de verantwoording valt van Chabad Holland en wij de financiën verzorgen, ben ik altijd weer verheugd als het dagkamp is afgelopen zonder problemen. Ik was niet aanwezig, maak het programma niet, weet niet precies wie de vaak jeugdige leiders en leidsters zijn, heb de volle verantwoordelijkheid neergelegd bij een zeer betrouwbaar echtpaar…maar als er G’d verhoede, iets misgaat, is het toch mijn verantwoordelijkheid. Delegeren is belangrijk en verstandig, maar uiteindelijk ben je als financier de kop van jut als het geheel uit de hand loopt. Vaak worden jongeren meegenomen als leiding omdat het voor hen ook erg goed is dat ze in de vakantie zinvol bezig zijn. Perfect! Maar zie wat er (bijna) gigantisch is misgegaan in New York. Besturen op afstand, de mensen onder jouw verantwoordelijkheid ruimte en vrijheid van handelen geven is belangrijk. Maar te veel vrijheid en eigenlijk niet meer weten wie waarover gaat, kan leiden tot een zeer onaangename situatie. Natuurlijk heeft alles risico. Life is risk! Maar nalaten om de kinderen te tellen wijst op gebrek aan gevoel van verantwoordelijkheid. En dus zal ik meer betrokken moeten zijn bij alle activiteiten, waarop ik aangesproken kan worden als er iets mis zou gaan. Het mag dan niet zo zijn, dat ik niet weet wat er verkeerd is gegaan, omdat ik me eigenlijk de facto van het project heb teruggetrokken.

Een andere gedachte kwam in me op: mijn leeftijd. Mag ik zeggen dat ik, omdat ik de pensioengerechtigde leeftijd ben gepasseerd, me moet/mag terugtrekken uit het sociale, maatschappelijke en werkzame leven en in plaats daarvan achter de geraniums gaan zitten of, zoals dat zo vaak wordt voorgehouden: genieten van het leven! ‘Want u heeft hard genoeg gewerkt’. Natuurlijk moet ik zorgen voor opvolging en zeker moet ik stoppen met activiteiten die vanwege mijn leeftijd niet meer goed lopen. Maar als, volgens het oordeel van derden, het functioneren nog 100% is, waarom dan inleveren aan zinvolle inzet? Alleen vanwege leeftijd?

Bovenstaande spiegel moet ik niet als enige mezelf voorhouden. Naarmate een persoon ouder wordt of hoger stijgt op de maatschappelijke ladder, dient hij ervoor te zorgen zich niet uitsluitend met de zogenaamde belangrijke activiteiten bezig te houden en verantwoordelijkheid voor het ogenschijnlijk minder belangrijke, geheel aan anderen over te laten. Dus: hoe hoog je ook bent, blijf op de kleintjes letten! En dan nog een lesje: Als we als samenleving unaniem tegen discriminatie zijn dienen we te beseffen dat leeftijdsdiscriminatie ook discriminatie is. Het was de zestiger die, ondanks z’n leeftijd, Yossi heeft thuisgebracht!

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/