Want wie zwijgt stemt toe! Vandaar. Dagboek van de Opperrabbijn 19 december 2021

U leest het goed: dagboek van 19 december, terwijl het inmiddels 21 december is. De reden is dat mijn trouwe NIW journaliste Micky geniet van een meer dan verdiende vakantie en ik dus probeerde mee te genieten. Maar hedenochtend in aller vroegte werd ik wakker met de vraag voor wie ik nou eigenlijk dit dagboek schrijf. Het was in den beginne inderdaad een dagboek en dus dagelijks, en toen de coronatijd bijna voorbij leek werd mijn dagboek afgeschaald, door mijzelf,  van dagelijks naar twee keer per week. Mijn assistente stuurde mij gisteren een e-mail met de vraag waar mijn dagboek bleef. Voordat het dagboek namelijk naar de website van het NIW gaat en daarna naar de diverse Facebook pagina’s, controleert zij altijd spelling en grammatica. En dus werd ik veel te vroeg wakker en ging aan de slag met dit dagboek met de bedoeling om dan daarna weer verder het bed in te duiken. Maar eenmaal achter de computer zag ik een e-mail die mij rond middernacht was gestuurd. Het beantwoorden van die e-mail was gecompliceerd en de problematiek en de politiek die achter die e-mail zit/zat en mijn doordachte reactie hadden op zichzelf een boeiend inzicht gegeven in de problematiek waarmee rabbijnen te maken krijgen. Ik meen een goed antwoord te hebben gegeven, maar verdenk schrijver van de e-mail ervan een valstrik te hebben gemaakt om zichzelf uit een lastige situatie te redden ten koste van mij. Het betrof gioer. Gioer, toetreding tot het Jodendom, is een van de lastigste taken van een rabbijn. Mijn passie ligt bij het helpen van de medemens, ook als dat helpen erg lastig is, naast de medemens  staan. Maar bij gioer sta ik niet naast maar tegenover, moet ik de tegenpartij zijn, en daarin ben ik niet zo goed. Dat dat wel van mij verlangd wordt blijkt uit het gebruik dat  nadat een gioer is afgerond en de nieuwe-Jood of Jodin na de finale afronding gefeliciteerd wordt door het Beth Din, de Rabbinale Rechtbank, direct daarna  de rabbijnen vergiffenis vragen voor hun afstotende optreden. Gioer is ook lastig want ik blijf me, al dan niet terecht, verantwoordelijk voelen. Zij die onder mijn verantwoordelijkheid Joods zijn geworden beschouw ik als mijn kinderen en ouders blijven altijd ouders.

Maar terug naar mijn oorspronkelijke vraag: voor wie schrijf ik nou eigenlijk “het dagboek van de opperrabbijn in coronatijd’? Voor mezelf of voor anderen? Het zou uitsluitend voor anderen moeten zijn en dat is het ook. Want zeer regelmatig hoor ik, ook van mensen die ik geheel niet ken, Joods en niet-Joods, dat mijn dagboeken hun op de een of andere manier tot steun zijn. En daarvoor schrijf ik! Hoewel de eerlijkheid gebiedt dat ik het schrijven ook leuk vind. Het is een andere manier van communiceren in een periode, die in alle heftigheid weer opkomt, van eenzaamheid en van elkaar veel en veel minder vaak kunnen ontmoeten. En bij communiceren is er per definitie sprake van een uitzender en een ontvanger. En dus, voor mezelf en voor mijn trouwe lezers, neem ik geen vakantie!

Dat vakantie-nemen niet echt past bij het beroep, dat geen beroep is, van Rabbijn werd mij de laatste week weer erg duidelijk, want maar liefst drie sterfgevallen speelden zich af in onze ressorten. En dan kan er moeilijk gezegd worden: wegens vakantie niet bereikbaar.

Voor het geval u mijn persbericht niet hebt gelezen:

“PERSBERICHT:

Opperrabbijn Binyomin Jacobs

tevreden met vonnis Baudet.

Amsterdam, vrijdag.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs is tevreden over het eerder deze week in kort geding gewezen vonnis waarin door de voorzieningenrechter werd beslist dat Thierry Baudet vergelijkingen tussen anti- vaxxers en Joden ten tijde van de Holocaust moet staken en tweets waarin hij dat deed moet verwijderen. Die vergelijking is een impliciete bagatellisering van de moord op zes miljoen Joden en wordt door overlevenden en nabestaanden van de Holocaust als grievend ervaren.

Naast bijval en opluchting over het oordeel van de voorzieningenrechter wordt de Joodse gemeenschap na het vonnis ook weer geconfronteerd met antisemitische reacties.

Ik spreek de wens uit dat ook sympathisanten van Kamerlid Baudet zich zullen onderwerpen aan het oordeel van de voorzieningenrechter nu ze ervan doordrongen (kunnen) zijn dat zij met die absurde vergelijkingen opnieuw zout in de nimmer geheelde wonden van de Joodse gemeenschap strooien.”

Kwam er ook nog even tussendoor. Waarom ik een persbericht heb verstuurd? Omdat er kritiek was ontstaan op CIDI en CJO. Ze hadden moeten zwijgen, geen rechtszaak aanspannen, vooral negeren en geen aandacht schenken. Ter ondersteuning van CJO en CIDI werd mij verzocht mijn mening kenbaar te maken, want wie zwijgt stemt toe! Vandaar.

 Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl 

 

 

 

 

Mijn visitekaartje Deel 2. Dagboek van de Opperrabbijn 14 december 2021

Toch nog even terug naar mijn boosterprik. Laat ik nou gedacht hebben dat mijn booster ook Pfizer zou zijn, maar dat liep dus mis. Het werd Moderna. Nadat de booster op vriendelijke wijze en bijna zonder enige pijn mijn lichaam was ingespoten, had ik behoefte aan enige uitleg, hoewel het nu toch al te laat was. Ik was namelijk erg blij geen AstraZeneca en geen Janssen gekregen te hebben, al ware het alleen al omdat Israël uitsluitend Pfizer gebruikte. En was ik dus min of meer overvallen met Moderna. Maar gelukkig was er een arts of iets dat daarvoor doorging aanwezig aan wie ik mijn vraag kon voorleggen. Hij vertelde mij dat het verschil tussen Pfizer en Moderna vergelijkbaar is met het verschil tussen paracetamol van de apotheek en paracetamol van het huismerk van Etos. Waarom ik dan van Moderna voor de booster een halve dosis kreeg en als ik Pfizer gehad zou hebben een volledige dosis, werd voor mij met dit antwoord niet echt duidelijk. Ook het gegeven dat Pfizer op min 80 graden bewaard moet worden en Moderna veel minder koeling behoeft, werd niet verduidelijkt met de vergelijking tussen Paracetamol van de apotheek en het huismerk van Etos. Ach, dacht ik, we kunnen nu eenmaal niets alles begrijpen en aanvaarden zonder uitleg is soms ook belangrijk. Schoenmaker hou je bij je leest! Aan de artsen het medische en aan de rabbijn het Rabbijnse. En dus kwam ik niet uit bij de studie van onze Heilige Geschriften, maar bij mijn nieuwe rabbinale visitekaartje. Dat was best leuk, een beetje een klucht en vol gevoeligheden. Het heeft me veel denkwerk gekost. Ik leg het uit. Ik ben dus de opperrabbijn van het IPOR, het Inter Provinciaal Opperrabbinaat. Dat ben ik al sinds 2008 toen ik werd geïnstalleerd als opperrabbijn. In 1985 overleed mijn zeer gewaardeerde voorganger en leermeester Opperrabbijn Berlinger. Sinds zijn overlijden was is waarnemend-Opperrabbijn en na een proefperiode van 23 jaar (u leest het goed) werd ik dus pas officieel benoemd tot Opperrabbijn van het IPOR. Ik heb mij nooit anders in woord en geschrift anders genoemd, maar het gebeurde steeds regelmatiger dat er in de media alleen stond ‘Opperrabbijn’ zonder ‘van het IPOR’ en dus waren er enkelen die kennelijk weinig te doen hadden die gingen bellen om daarover hun beklag te doen. Maar toen, enige jaren geleden, werd het IPOR als ressort opgeheven en gesplitst in twee ressorten en klommen diezelfde personen in dezelfde telefoon als er achter mijn naam wel vermeld stond ‘van het IPOR”, want dat mocht er van hen nu juist weer niet staan. Voeg daar nog aan toe dat ik inmiddels ook al meer dan vijf jaar de Rabbinale Rechtbank (het Beth Din) voorzit van het is Brussel gevestigde RCE-Rabbinical Center for Europe inzake gioer (toetreding tot het Jodendom).  Vrij recentelijk ben ik dan ook nog benoemd tot chairman of the Committe Combatting Antisemitism van de EJA -European Jewish Association en om veiligheidsredenen kan ik geen adres meer vermelden en dus ook geen telefoonnummer van een vaste lijn. Te veel moet er natuurlijk ook weer niet staan op zo’n visitekaartje, want dan wordt het een CV, maar te weinig is onduidelijk. Uiteraard moet alles in het Engels, want in Nederland heb ik niet echt zo’n introductie nodig. Dit alles in ogenschouw nemend begrijpt u dus dat enig puzzelwerk wel aanwezig was, voordat mijn visitekaartje was ontworpen.  Maar het resultaat mag er wezen. Mooi ontwerp en, naar ik hoop en verwacht, is het duidelijk wat mijn posities zijn en kan mijns inziens niemand zich gekwetst voelen, want dat wil ik echt voorkomen. Bent u nieuwgierig en wilt u graag een kaartje ontvangen? Stuur me even een e-mail en ik verzorg een digitale versie.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Nieuw visitekaartje aflevering 1, Dagboek van de Opperrabbijn 12 december 2021

Het was vandaag een dag met 510 km. Zelf gereden! De dag begon nog voor het krieken van de dageraad (Is dat goed Nederlands, vraag ik me af). Ik moest namelijk om 8:05 uur in Amstelveen mijn boostervaccinatie krijgen en werd dus 5 minuten eerder verwacht. Om 8:00 uur was het vaccinatiebureau nog niet open, terwijl er wel al een groepje mensen voor de deur stond te wachten. Hoewel er al medewerkers binnen waren, mochten we toch niet naar binnen. Een van de aanwezigen begon zowaar te hoesten en sprak de hoop uit dat hij niet vanwege het in de koude staan de griep zou krijgen en dus niet meer geboosterd zou kunnen worden Het was dus al met al best gezellig, zo’n boosterprikje. Zo’n 2½ uur later was ik weer thuis. Ochtendgebed gedaan, ontbeten en toen moesten we naar Maastricht waar de zoon van de lokale rabbijn zijn Bar Mitswa vierde. Uiteraard zou ik gevraagd worden om daar de jonge man toe te spreken, want dat is mijn lot als opperrabbijn. Waar ik ook kom, ik moet altijd een toespraak houden die dan ook nog inhoudelijk iets moet uitstralen en een boodschap moet meegeven. Dus onderweg nadenken en maar hopen dat er iets in me opwelt. Maar ik kreeg weinig bedenktijd want al snel kreeg ik een telefoontje van een Joodse Gemeente: sterfgeval! En dus regel ik vanuit de auto alles dat geregeld moet worden hoewel ik geen begrafenisondernemer ben, maar een onbezoldigde rabbijn die in de gelukkige situatie verkeert dat hij ook na zijn pensionering zich dienstbaar mag maken voor de gemeenschap. Vreugde en verdriet, bar mitswa en sterfgeval, het loopt bij een rabbijn allemaal door mekaar. En dan ook nog administratie. Want, omdat ik in diverse stichtingen zit, moet ik UBO’s regelen. Als een stichting namelijk geen UBO aanstelt, krijgt hij problemen! Ik heb het verzoek van de KvK, de Kamer van Koophandel, om UBO’s aan te stellen uitgebreid gelezen, maar helaas, ik kan er geen touw aan vastknopen. Maar als Jood en als Rabbijn heb ik geleerd dat het meeste niet begrepen kan en hoeft te worden. Het gaat om de daad! Onderweg heb ik me ook nog wel beziggehouden met het ontwerp van mijn nieuwe visitekaartje en nieuw briefpapier. Iedere letter en iedere komma telt en heeft een diepere betekenis. Als ik te veel benadruk dat ik opperrabbijn ben, gaan er leden gillen, dus moet dat ‘opperrabbijn’ niet te veel zichtbaar zijn. Anderzijds moet ik mezelf niet belachelijk maken en me aan de kant laten schuiven en dan op een gegeven moment geen gezag kunnen uitoefenen. Nou is dat niet zo’n ramp, maar soms is mijn opper-rabbinale gezag nodig om knopen door te hakken of juist om mensen met persoonlijke problemen gewoon te begeleiden. Dat voortdurend afwegen en balanceren tussen gewoon mezelf zijn en de positie die ik bekleed ten goede aanwenden, is een lastige. Althans voor mij want, ik veronderstel dat u mij niet gelooft, ik ben van nature verlegen. Ik hoor u denken dat dat niet zichtbaar is, maar het vooraan-staan gaat tegen mijn natuur in, maar wordt qualitate qua van mij wel verlangd. En dus zat ik in mijn gedachte enerzijds op de weg (naar Maastricht) en anderzijds bij mijn nieuwe visitekaartje en briefpapier. Maar is een visitekaartje dan wel zo belangrijk? Deed me denken aan de aanstelling van een nieuwe directeur in het Sinai Centrum. Een van de psychologen die toen ook al eeuwen aan het Sinai Centrum was verbonden, had een diavoorstelling gemaakt van de logo’s van alle directeuren, want iedere nieuwe directeur wilde een nieuw logo gekoppeld aan een nieuw beleid. Aan het eind van de diavoorstelling en dus na zeven logo’s, kwam mijn persoon in beeld met de opmerking dat ondanks alle veranderende benaderingen de Geestelijke Verzorging ongewijzigd bleef. Dat had die psycholoog goed bemerkt, want waarden en normen zijn in het Jodendom, en dus in mijn bijdrage aan het welzijn van de patiënten, ongewijzigd gebleven. Natuurlijk kan de vorm veranderen en sprak ik vroeger over patiënten en nu over cliënten, maar in essentie hoort mijn opstelling niet te veranderen. De bar Mitswa was geweldig. Ondanks corona en de beperkte tijd was het echt fijn, warm en inspirerend. Ik moet stoppen om dit dagboek op tijd online te krijgen. Het volgende dagboek wil ik de problematiek rondom mijn nieuwe visitekaartje uiteenzetten. Zal wel een heel dagboek-vullend zijn.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Soms lopen zaken stroever dan gewoonlijk! Dagboek van de Opperrabbijn, 8 december 2021

De laatste paar dagen waren feitelijk redelijk als vanouds. Het leek wel of corona niet meer bestond! Niets per zoom gedaan, gewoon op kantoor geweest, een enkel pastoraal bezoekje afgelegd, een Rabbinale verklaring afgegeven en een gioer-kandidaat ontvangen. Verder ben ik bezig met het vervolg op Chelsea en heb een Israëlische voetballer gesproken over antisemitisme in het stadion. Na bijna drie maanden zweten doet mijn computer het weer perfect en dankzij hulp van bevriende deskundigen staat alles er ook weer op. Maar kennelijk moet er altijd iets zijn dat als een stoorzender mijn tijd moet verprutsen. Dat was nu een volkomen onverwacht SMS bericht van GGD GHOR NL. Ik citeer: “U komt in aanmerking voor een boostervaccinatie tegen corona. Maak uw afspraak via www.coronavaccinatie-afspraak.nl  Antwoord ‘ja’ op de vraag ‘Uitnodiging gehad vanwege beroep’. Laat op de vaccinatielocatie deze sms en uw identiteitsbewijs zien. Groet, GGD GHOR Nederland.” En ik dus meteen aan de slag en maak een afspraak voor 20 december. Interessant is dat erbij vermeld staat dat als mijn partner (dat heette vroeger gewoon echtgenote of echtgenoot) ouder is dan 60 jaar hij of zij (moet er officieel niet staan ‘het’?) dat die partner mee kan met mijn afspraak.  Via DigiD mijn afspraak gemaakt, maar hoewel er stond dat ik per e-mail bevestigingen (meervoud!) zou ontvangen, ontving ik uitsluitend de bevestiging voor mijzelf. Overigens kon ik nergens voor mijn echtgenote (sorry, partner!) haar gegevens invullen. En dus gebeld naar 0800-7070, het telefoonnummer van de GGD. Maar vanwege een overvloed aan telefoontjes wordt de verbinding automatisch verbroken. Wat nu, dacht ik. Flits, ik had het! Nogmaals gebeld en aangegeven dat ik het gesprek wil in het Engels, et voilà, meteen een mevrouw aan de lijn die Engels spreekt. Ik leg netjes uit dat ik een sms heb ontvangen en niet weet hoe ik mijn echtgenote ook moet opgeven, terwijl er wel online staat dat die mee kan komen voor de booster vaccinatie. De mevrouw legt me uit dat 1/ het niet mogelijk is dat ik een sms heb ontvangen, 2/ ik nog te jong ben voor de booster-vaccinatie en 3/ er vele valse sms-berichten in omloop zijn en ik dus gehackt ben. Ik probeer haar uit te leggen dat dat niet erg waarschijnlijk is, want ik ben ingelogd via DigiD en vraag haar of ze even kan kijken of ik de afspraak wel heb gekregen. Op dat moment merkte ik dat ze problemen had met haar Engels en vroeg haar of ze wellicht ook Nederlands sprak. Dat was een hele opluchting voor haar, want nu kon ze nog duidelijker aangeven wat ze bedoelde. De afspraak was dus wel degelijk gemaakt, maar ik was te jong en de gezondheidszorg was nog niet aan de beurt. Ik moest en zou dus geboren moeten zijn voor 1945 of ik moest het Downsyndroom hebben. Aan beide vereisten kon ik niet voldoen. Om een lang verhaal kort te maken: ze heeft mijn afspraak verwijderd en mij weten te overtuigen dat ondanks dat het mij was gelukt een afspraak te maken via DigiD, de GGD nooit een sms stuurt en ik dus gehackt was en al mijn aan DigiD gekoppelde persoonlijke gegeven zoals mijn BSN-nummer, mijn belastingaanslag etc. etc. nu in criminele handen waren terechtgekomen. Ze vroeg nog wel of ik meer vragen had en wenste mij verder een fijne dag. Bom! Einde gesprek en weg afspraak. Ik naar mijn computerdeskundige en ik bleek niet gehackt en de sms was wel degelijk afkomstig van de GGD. Ik dus nogmaals gebeld naar 0800-7070 en nu maar niet via de Engelse juffrouw, maar proberen via de Nederlandse lijn. En waarlijk, binnen een kwartier kreeg ik iemand aan de lijn. Ik legde mijn situatie uit, zij kon zien dat mijn afspraak was verwijderd (hoewel ik nog wel een bevestiging had ontvangen via e-mail dat de afspraak gemaakt is) en zij was een en al verbazing over de onzin die haar collega had uitgekraamd. Sms-berichten werden wel verstuurd, dat ik eerder kon komen vanwege mijn beroep, zoals in de sms was vermeld, klopt helemaal en er is een nieuwe afspraak gemaakt! Ach, dacht ik, soms lopen zaken stroever dan gewoonlijk! Het is niet anders.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

Daarvoor heb je de politie, altijd dienstbaar! Dagboek van de Opperrabbijn, 5 december 2021

Chanoeka 5782 /2021 zit er weer bijna op. Bijna, want hoewel we zojuist in Eindhoven het achtste lichtje hebben ontstoken, is het morgen, maandag, dus nog wel de laatste dag Chanoeka. Maar voor ons zit de Chanoeka-Toer er wel al op. Nu moet u niet denken dat de Chanoeka-Toer door mij wordt ervaren als een hele toer! Helemaal niet, Ik ervaar het als een voorrecht om op zoveel plaatsen mee te mogen werken aan het verspreiden van licht in duisternis. Als ik terugblik en me afvraag wat voor mij het echte hoogtepunt was van Chanoeka 2021, dat weet ik dat niet echt. Maar terwijl ik dit schrijf en dus diep nadenk, dan denk ik toch dat het de complimenten zijn die ik kreeg voor mijn toespraken. Niet zozeer voor het compliment, maar wel voor de mededeling dat er van mijn woorden een inspiratie is uitgegaan, want daarvoor spreek ik. Gelijk het de bedoeling is van het Chanoeka lichtje dat duisternis wordt verlicht, primair in de geestelijke zin van het woord, is het even zozeer de bedoeling dat mijn woorden ook licht brengen en mensen tot steun zijn, Joods en niet-Joods. Licht heb ik persoonlijk ook beleefd vandaag. Mijn peperdure computer bleef spanning verbruiken ook als die was uitgeschakeld, hetgeen uiteraard niet de bedoeling kan zijn. Gelijk een mens af en toe ook moet ontspannen, zo ook die computer van mij. En dus na bijna een maand gezeur, frustraties, allerlei onlinecontroles, een thuisreparatie en tenslotte twee weken terug naar de fabriek, heb ik hem vorige week gerepareerd teruggekregen. Maar toen zat er voor mij de ellende nog niet helemaal op, want bestanden moesten worden teruggezet. En die operatie is vandaag, dankzij de hulp van mijn lernmaatje en computeringenieur, afgerond. Dat wil zeggen dat er nog wel bestanden worden bijgewerkt in OneDrive…maar dat schijnt zo te horen. Waarom mijn woorden kennelijk dit jaar meer inspirerend waren dan andere jaren, weet ik niet. Misschien wel omdat ik niets op schrift had voorbereid, maar uitsluitend in mijn hoofd had wat ik wilde zeggen, welke boodschap ik wilde overbrengen. En met die boodschap in mijn hoofd ben ik gewoon gaan spreken en dat werkt kennelijk het best.

Wat minder goed ging was ‘vertalen’. Ik bemerkte dat toen er sprake was van bijvoorbeeld het vertalen van Ma’oz Tsoer, de niet-Joodse vertaler zijn vertaling overnam van een Engelse vertaling, daarvan dan weer Nederlands maakte en dan ook nog op eigen initiatief een paar woordjes meende te moeten aanpassen opdat het beter begrepen zou worden. Het gevolg was dat er een vertaling ontstaat die meer een eigen interpretatie is dan een juiste weergave van de desbetreffende tekst. Vertalen wordt dan dus verdraaien en ontstaat er zomaar een theologische visie die aan ons Joden wordt toegeschreven, maar die wij dus soms van geen kant kennen.

Een mooie ervaring was de politiebegeleiding in Bourtange. Omdat mijn tank niet genoeg benzine bevatte om de terugreis van Bourtange naar huis te kunnen halen omdat de benzinemeter aangaf dat ik nog voldoende brandstof had om mijn vehicle 18 km rijdende te houden, probeerde Richard, mijn Chanoeka chauffeur, uit te vinden waar de dichtstbijzijnde benzinepomp was. Gezien mijn GPS weliswaar aangaf waar het vloeibare goud te verkrijgen was, stond er niet bij of de pomp ook in de avond open was. Maar daarvoor heb je de politie, altijd dienstbaar! Speciaal voor onze bijeenkomst was bijna het gehele politiecorps van Westerwolde uitgerukt. En dus vroegen wij aan die ene agent waar het dichtstbijzijnde open pompstation, te vinden is. En een minuut later reden wij achter een politiewagen aan die ons feilloos naar de juiste pomp bracht. Toch goed dat er extra wordt beveilig en er politie is.

En als we dan toch spreken over reacties op mijn toespraken: de reactie op de link die ik in mijn vorige dagboek plaatste was onverwacht groot. Voor degenen die hem kwijt zijn of nog niet hebben geopend: https://www.youtube.com/watch?v=91Ir8Cd5BDY 

 

Ik duik m’n bed in, het is inmiddels 23:45 uur. Morgen om 7:30 uur vertrek ik naar Almere voor de ochtenddienst en dan naar mijn kantoor in Amsterdam, een pastoraal bezoek brengen aan een bewoner van het Sinai Centrum, een overleg met JBW, Joods Begrafeniswezen, en vanavond, voor ik ga duiken, nog een video van 2 minuten maken voor facebook van de EJA, European Jewish Association.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Het vlammetje in verdwaalde medeschepselen. Dagboek van de opperrabbijn 1 december 2021

Nadat ik redelijk vermoeid terug was gekomen uit Kampen, zat mijn Blouma naar een video te kijken, een video waarin een zoon van een SS’er zijn verhaal vertelde.  Kampen was onverwacht geweldig. Onverwacht omdat ik niet had gedacht dat zo’n 150 belangstellenden aanwezig zouden zijn. Er was muziek, de locoburgemeester, een gedreven organiserend comité, koosjere soefganiot en zo waar ook Joodse inwoners van Kampen van wiens bestaan ik niet afwist. De Menora werd aangestoken, twee lichtjes.  Iedereen zong mee met het Ma’oz tsoer. Nog voor ik thuis was stond onze bijeenkomst al in de Stentor en in de lokale krant. De foto om naar het NIW te sturen had ik ook al binnen. Maar ik liet Kampen met een erg fijn gevoel voor wat het was en luisterede mee naar de video die mijn Blouma aan het bekijken was. Aan het woord was een man wiens vader een nazi was geweest, een moordenaar, die nooit enig berouw had getoond over zijn SS-lidmaatschap. Hij bleef van mening, tot zijn dood, dat Joden uitgeroeid moesten worden.  De zoon, inmiddels zelf een vader, verzweeg zijn afkomst angstvallig totdat zijn zoontje van zeven hem vroeg: pappa, had ik ook een opa? En nu vertelt deze zoon van een SS-crimineel zijn levensverhaal, zijn strijd tussen goed en kwaad, tussen moord en naastenliefde. Wat dit te maken heeft met Chanoeka? De zoon van de SS’er was voor mij als een licht in de duisternis, een soort wandelende en levende Menora, een verpersoonlijking van waarvoor Chanoeka staat, namelijk de les dat zelfs in de meest denkbare duisternis licht kan opbloeien en de brede wereld verlichten. Maar waarom moet ik dit beschrijven? Luistert en kijkt u zelf naar het levensverhaal van de zoon van een oorlogsmisdadiger: https://www.youtube.com/watch?v=oxPsMWYryiw  Net voordat ik deze link heb geplakt in dit dagboek heb ik wederom gekeken naar dit dramatische levensverhaal en mijn gedachten gingen enige jaren terug toen mijn Blouma en de dochter van een SS’er hand in hand stonden, in Israël, beiden tranen in hun ogen. En terwijl ik dit nu met u deel heb ik besloten om deze link naar mijn vriend de Duitse Ambassadeur te sturen, naar de directeur van de Oorlogsgraven Stichting, Theo Vleugels, naar de voorzitter, Mr. Piet-Hein Donner, naar de beheerder van het educatieve centrum van Ysselsteyn, de Duitse oorlogsbegraafplaats waar Nazi-moordenaars, landverraders, gewone Duitse soldaten en burgers, samenkomen…Terug naar mijn Chanoeka Toer. Bourtange! In dit kleine vestingstadje hadden we voor de 32ste keer de Menora aangestoken. Voor coronatijden was er een zeer goede opkomst, alles was bijna weer zoals twee jaar geleden. Alleen waren nu eerst de koosjere broodjes en daarna, om precies 17:00 uur, moesten we het café verlaten en staken we de Menora aan op het Marktplein. Tussen mijn aankomst en het aansteken niet alleen die broodjes, maar ook even bijpraten met de burgemeester. Hij had mij gezien op TV in de documentaire van Frans Brommet. Een documentaire die antisemitisme/antizionisme vanuit verschillend perspectief belichtte. De burgemeester wilde begrijpen hoe groot of hoe klein “Een ander Joods geluid” was en of het 50% van Joods Nederland vertegenwoordigde. Ik bracht als vergelijking een uitzending die ik ooit had gezien op televisie. Het onderwerp was wel/niet vaccineren. Het ging niet over corona, want dat bestond nog niet, maar over het normale vaccineren tegen polio, kinkhoest en mazelen. In dat programma was de pro-vaccinatie vertegenwoordiger 50% van de tijd aan het woord en de anticlub ook 50%. Dat lijkt dus eerlijk verdeeld. Maar, was dat wel zo eerlijk verdeeld? Immers de pro-vertegenwoordiger heeft een wereld aan deskundigen en wetenschappelijke onderbouwing achter zich. En de anti-mevrouw verhoudingsgewijs een piepklein groepje. Als de achterban meegenomen zou worden in de tijdverdeling, dan had de pro 99,9% van de tijd gekregen en de anti niet meer dan 0,1%. Pas op: als iemand om religieuze of ideologisch reden anti-vaccinatie is, dan respecteer ik dat, maar als het anti-zijn gekoppeld is aan medische onzin, vind ik dat triest en misleidend. Het “Ander Joods geluid” is maar zeer ten dele een Joods geluid en door het woord “ander” te bezigen, wekt het de indruk van 50-50. Misleidend en onjuist. Natuurlijk mag iemand het oneens zijn met het beleid van de Israëlische regering. Dat is meestal 50% van de bevolking van Israël. Maar dat piepkleine andere (on)Joodse geluid, vertegenwoordigt hier in Nederland waarschijnlijk niet eens die 0,1%. Nadat ik dus de burgervader van Westerwolde, want daartoe behoort Bourtange, had ingevoerd in het “gemiddelde Joodse geluid”, kwamen we te spreken over Winschoten, de nabuurgemeente.  Eens had Winschoten het hoogste percentage Joden binnen de stadsgrenzen. Alleen Amsterdam scoorde qua percentage hoger. Nu lijdt Winschoten aan groepen die met allerlei Nazisymbolen de stad onveilig maken. Antisemitisme? Helemaal niet! Ze zijn tegen Marokkanen, tegen allochtonen. Het AZC Ter Apel bevindt zich namelijk binnen de grenzen van Westerwolde en dus… Ik heb aangeboden om een gesprek aan te gaan met deze groep in Winschoten. Wie weet, misschien ben ik in staat om licht is hun duisternis te brengen en het zuivere vlammetje in ieder van deze verdwaalde medeschepselen te ontsteken.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Mijn Chanoeka-Toer 5782 is gestart! Dagboek van de Opperrabbijn 28 november 2021

Dat niet altijd alles even netjes toegaat in ons polderlandje meende ik te bemerken toen ik het acht-uur journaal van 18 november keek en hoorde hoe een man van 84 als een van de eersten de derde vaccinatie kreeg en trots vertelde dat hij dat “dankzij zijn zoon had geregeld die bij het Ministerie werkt”. Het was voor hem zo belangrijk omdat hij zo graag naar Engeland wilde gaan om voetbalwedstrijden bij te wonen. Hoewel ik dus erg graag een derde vaccinatie wil hebben, meer dan met regelmaat kwetsbare ouderen ontmoet, heb ik dus nog geen derde prik ontvangen want mijn zoon werkt helaas(?) niet bij het ministerie. Een goede vriend van mij, een journalist, heeft me eens uitgelegd dat journalisten nooit onwaarheden mogen verkondigen, maar dat zij wel steeds het nieuws op zo’n wijze moeten brengen dat het verkoopbaar is, want hun redactie zijn handelaren in bedrukt papier en dat bedrukte papier verkoopt uitsluitend met pakkende teksten en koppen. Dus onwaarheden: neen! Maar selectieve waarheden: ja. Daarentegen, zo vertelde mijn journalist, mogen politici wel onwaarheden verkondigen want bij politici draait alles om de verkiezingen, stemmenwinst en dus mensen over de kies-streep zien te krijgen. Met het fenomeen waarheid wordt dan flexibel omgegaan. Ik heb deze flexibiliteit aan een paar politici voorgelegd en geen van hen ontkende en allen wisten ze mij collega’s te noemen die creatief omgingen met de waarheid. En hoe zit het met rabbijnen, vroeg ik mezelf af om u voor te zijn met het stellen van deze gevoelige vraag. En dus heb ik mezelf een spiegel voorhouden, en om te voorkomen dat ik onwaarheden verkondig, heb ik nogmaals naar het journaal van 18 november gekeken en zie: mijn conclusie dat zijn zoon het voor hem had geregeld kan ook anders geïnterpreteerd worden. De 84-jarige heeft een zoon die bij het ministerie werkt en die zoon heeft het geregeld dat alle ouderen een booster vaccinatie ontvangen. En trots vertelt deze vader dus dat zijn zoon dit voor alle ouderen heeft geregeld. Ik had dus wel degelijk goed geciteerd, maar waarschijnlijk verkeerd geïnterpreteerd. En daarvan heb ik vaker last, merk ik. Door onzorgvuldig geschreven teksten of regelgeving zie ik meerdere verklaringen en weet dan niet welke te kiezen of ga met de niet-bedoelde interpretatie aan de slag. En dan heb ik hier meteen de link naar vanavond en het eerste lichtje van de Menora dat we zojuist hebben aangestoken. Het is Chanoeka! Dachten we vorig jaar nog dat het corona-getreiter eenmalig zou zijn, inmiddels vraag ik me af of Chanoeka volgend jaar wellicht ook weer overschaduwd zal worden door allerlei restricties. En dus kon ik het Chanoeka-concert niet bijwonen en hebben de organisatoren hun keiharde inzet in rook zien opgaan. Wel was ik aanwezig bij de bijeenkomst in het Joods Cultureel Centrum in Amsterdam waar de Stichting Talmoed een bijeenkomst had georganiseerd vanwege de uitgave van het Talmoed Traktaat Sanhedrin vertaald in het Nederlands door Jacob Nathan de Leeuwe. Omdat de Talmoed zeer compact is geschreven is vertalen geen sinecure. Ik zou het bijna een monnikenwerk noemen, maar dat is natuurlijk in deze context ongepast. In het Talmoedisch denken staat het ‘van alle kanten bekijken’ centraal en het oppervlakkig lezen is niet aan de orde. En dus struikelde ik bijna over dat acht-uur journaal van 18 november, door in eerste instantie slechts één interpretatie te (willen?) zien.  Eigenlijk is de materie die besproken wordt en de wijze waarop er tegenaan wordt gekeken in de Talmoed vaak nogal technisch. En als ik dan ook aan een breder gezelschap uitleg wat de Talmoed is en met welke onderwerpen de Talmoed zich inlaat, wordt regelmatig aan mij de vraag gesteld: wat heeft de Talmoed met religie te maken? Met andere woorden: waar is G’d in de Talmoed. En die vraag slaat meteen op Chanoeka. Wat is Chanoeka? Wat wilden die Grieken van de Joden? De toenmalige Hellenistische cultuur was niet tegen de Joden, ook niet tegen de bestudering van de Thora en andere religieuze geschriften, zoals de Talmoed. Alles mocht bestudeerd worden, mits G’d eruit werd verwijderd. En daar ligt de essentiële boodschap van Chanoeka: benader ik het leven vanuit G’dvrezendheid of vanuit een seculier denken? Of anders gesteld: wie ben ik? En dat ‘wie ben ik’ bepaalt mijn interpretatie. En dus, als G’d uit het Joodse denken verwijderd zou worden, zoals de toenmalige Grieken dat eisten, dan zouden automatisch Thora en Traditie van een G’ddelijk niveau afdwalen en afdalen naar een wetenschap die uitsluitend op de afgod Ratio is gestoeld. Bij de bijeenkomst mocht ik het eerste lichtje van de Menora ontsteken. Mijn Chanoeka-Toer 5782 is gestart!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Voetballers zijn net rabbijnen. Dagboek van de Opperrabbijn, 24 november 2021

Gisterochtend was ik al om 7:15 uur op Schiphol. Hoewel mijn vlucht pas om 9:25 uur vertrok, maakte ik dankbaar gebruik van de Lounge om het ochtendgebed, in tallieth en tefillin gehuld, uit te spreken.  Op weg dus naar Londen om de wedstrijd Chelsea-Juventus bij te wonen vanaf de eretribune. Ik had bij voorbaat al kritiek ontvangen van een trouwe dagboeklezer. Hoe ik het in m’n hoofd halen naar mijn gastheren om in een psalmenboek te gaan lezen, zoals ik in mijn vorige dagboek schreef, terwijl de voetballers zich uit de naad lopen om te winnen (of te verliezen). En dus besloot ik om als ik tijdens de wedstrijd toch de psalmen ga induiken, ik dat dusdanig onopvallend moet doen, zodat niemand zich eraan kan ergeren. Bovendien zou ik, mocht ik toch betrapt worden, nog altijd kunnen zeggen dat ik bezig was te bidden voor de overwinning van Chelsea en mocht het echt verkeerd gaan met Chelsea, dan richtte mijn gebed zich op hun geestelijk welzijn, want het is natuurlijk verre van plezierig om tegenover een meute van 42.000 in een thuiswedstrijd te verliezen.

Maar het geheel pakte totaal anders uit. Bij aankomst in het nabij het stadion gelegen Millennium Hotel wemelde het van politie en beveiligers. Wij, de delegatie van de EJA, de European Jewish Association, werden daar verwacht en om 17:30 uur precies, volgens afspraak, werden we opgehaald door een dame die onze delegatie de hele avond zou begeleiden. Bij het stadion aangekomen werden we een gebouw binnengeleid, gang na gang, lift na lift. We kregen onze kaarten, maar uiteindelijk hoefden we nergens echt door een veiligheidscontrole want onze gastvrouw was kennelijk de garantie dat wij ‘koosjer’ waren. Nadat we onze jassen hadden afgegeven, twee van de zes van onze delegatie van een stropdas waren voorzien, want die moest gedragen worden, waren we dan eindelijk in het hart van Chelsea. Een tweede gastvrouw werd aan onze delegatie toegevoegd en we werden voorgesteld aan de chairman van Chelsea. En toen begon het. Jassen weer aangetrokken en vanuit de 5 sterren ontvangstzaal in het stadion naar het voetbalveld. En daar mocht ik de reden van ons bezoek uitvoeren. Aan de chairman, en via hem aan de gehele voetbalclub, mocht ik, namens de EJA, de King David Award 2021 uitreiken. Lees het persbericht en u weet waarom ik voor minder dan 24 uur in Londen vertoefde:

PERSBERICHT:

Opperrabbijn Jacobs “Chelsea voorbeeld voor Nederlandse voetbalclubs! “

De Nederlandse opperrabbijn Binyomin Jacobs doet samen met de voorzitter van de Londense voetbalclub Chelsea een appel aan Nederlandse betaaldvoetbalclubs om een campagne te starten tegen antisemitisme in het algemeen en in voetbalstadions in het bijzonder.

Opperrabbijn Jacobs overhandigde gisteravond voorafgaand aan de Champions League wedstrijd tegen Juventus, de prestigieuze King David Award aan de voorzitter van Chelsea Bruce Buck.

Die award wordt jaarlijks uitgereikt door de European Jewish Association (EJA) aan een persoon of organisatie die zich onderscheidt door te strijden tegen antisemitisme.

Opperrabbijn Jacobs is de voorzitter van de commissie binnen deze organisatie die zich bezighoudt met de bestrijding van antisemitisme. “Elke werknemer bij Chelsea loopt met insignes tegen antisemitisme. De strijd tegen dit kwaad zit inmiddels in het DNA van de club en zou als voorbeeld moeten dienen voor betaal voetbalclubs in ons land en elders ter wereld ”, aldus de opperrabbijn.

In aanwezigheid van Britse Joodse bestuurders vond de overhandiging plaats.

Vorig jaar ging de award naar de Libanese zakenman Abdallah Chatila. Hij kocht op een veiling ter waarde van 600.000 euro’s aan Nazi memorabilia om die vervolgens te schenken aan Joodse organisaties. Daarmee wilde de Libanese tycoon zijn verontwaardiging over de veiling tot uitdrukking brengen. Sindsdien heeft Chatila tal van initiatieven tegen antisemitisme gesteund.

Voor nadere info: Hans Knoop 06 47082871

En wat betreft de wedstrijd Chelsea – Juventus: ik denk dat de voorzitter van Chelsea wel door had dat ik niet bepaald een groot voetbalfan ben en daarom vroeg hij mij regelmatig wat ik van de wedstrijd vond. En weet u, los van de grootse ontvangst die ons ten deel viel, op de eretribune: de wedstrijd heeft indruk op mij gemaakt. Die voetballers trappen niet zomaar tegen een bal. Neen, ze denken vooruit, hebben in gedachten de diverse mogelijkheden en zien waar hun medestanders en tegenstanders zich bevinden en welke moves die tegenstanders kunnen nemen. Eigenlijk, zo dacht ik bij mezelf, het zijn net rabbijnen die ook steeds vooruit moeten denken en snel moeten beslissen om aanvallen te voorkomen en om het doel te bereiken.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Geen inhoud zonder verpakking. Dagboek van de Opperrabbijn 17 november 2021

Door het gezeur rondom corona vroeg ik me af of ik weer terug moet naar mijn dagelijks dagboek. De reden? Ik merk dat heel veel mensen mijn dagboek lezen en “er iets aan hebben”. En dus, als velen dus weer meer aan huis gebonden zijn, zie ik het ook als een vorm van pastorale zorg om weer meer te gaan schrijven. Nou is dat woord “pastorale zorg” ongelukkig, want wie wil pastorale zorg hebben? Als u mij dat zou vragen, zou ik zeker voor de pastorale-zorg-eer vriendelijk bedanken. En dus belde ik vroeger, in de mooie tijden dat ik gewoon mensen tot steun kon en mocht zijn en nog niet in de hogere sferen van de representatie en politiek vertoefde , mensen nooit op met de vraag of hij/zij een pastoraal bezoek wilde hebben. Al helemaal niet liet ik goedwillende bestuurders bellen met de vraag of ze een pastoraal bezoek van de rabbijn zouden appreciëren . Hoe ik het dan wel aanpakte: Mijnheer/mevrouw. Toevallig ben ik volgende week dinsdag bij u in de buurt, vindt u het goed dat ik even langs kom om een kop koffie te drinken? En dat vond altijd iedereen erg goed. En daar zat ik dan, met de koffie, zomaar te spreken. Maar wat is daaraan dan zo pastoraal, hoor ik u denken? Waarom ging ik dat kopje koffie drinken? Om mijn uren vol te krijgen? Toen ik inmiddels alweer 46 jaar geleden naar Nederland terugkwam werd ik door het toenmalige NIK, het bestuur van Joods Nederland, aan de rabbinale tand gevoeld. Mij werd duidelijk gemaakt dat ik als rabbijn niet naar mensen mag toegaan om ze aan te moedigen om bijvoorbeeld koosjer te gaan eten. Als mensen bij mij kwamen en mij hulp vroegen om hun huis te kasjeren omdat zij uit zichzelf besloten hadden om koosjer te eten, dan mocht ik ze hierin helpen. Maar aanmoedigen: strikt verboden! Ik heb hiermee maar ingestemd, want anders had ik mijn baantje zeker niet gekregen. Maar heb ik me eraan gehouden? Absoluut niet. Betekent dat dan dat ik als ik een medemens ontmoet dat ik hem de Joodse wet probeer op te dringen? Ook hierop is mijn antwoord: zeker niet! En toch is de essentie van mijn rabbinale taak: bevordering van het Joodse leven. Zit die gedachte voorin mijn hoofd? Neen. Maar wel ergens in mijn achterhoofd. En dus als ik iemand help met zijn/haar probleem is mijn enige bewuste doel: helpen. Maar op de achtergrond, bij mij echt onbewust, maak ik wel reclame voor het Jodendom, en dat is de kerntaak van een rabbijn. Als het stimuleren van het Jodendom niet, ook al is dat onbewust, aanwezig is, dan is de rabbijn geen rabbijn, maar een maatschappelijk werker in een hogere salarisschaal! En nog iets: wat hoort mijn referentiekader te zijn? De Halaga, de Joodse wet en de Joodse filosofie.

Waar ga ik naar toe, hoor ik u denken. Zondag jl. mocht ik een toespraak houden bij het indrukwekkende monument ter nagedachtenis aan de 1500 vermoorde leden van de Joodse Gemeenschap in Arnhem. Jaarlijks ben ik daar aanwezig samen met Marcouch, de burgemeester. Doel is herdenken, het verleden. Maar het is ook mijn plicht om de aanwezigen, Joden en niet-joden, iets mee te geven, voor vandaag en morgen. Mijn oproep was duidelijk: pas op dat antisemitisme niet het normaal wordt. Ik prees de twee VO-scholen die aanwezig waren, maar vroeg me duidelijk af waar de achttien andere Arnhemse VO-scholen waren, want het historisch besef over wat er in de jaren ’40-’45 hier geschiedde is helaas bar slecht. Dat was dus mijn boodschap, onderricht over de WO II op al onze scholen. Maar van vitaal belang is niet alleen de boodschap, maar ook de verpakking. Een prachtige diamant behoeft een mooie ring. Diezelfde diamant in een goedkoop zakje van de Hema oogt niet en lijkt waardeloos. En als ik dan voor de juiste verpakking heb gezorgd en mensen heb weten te raken, zodat mijn boodschap werd gehoord, heb ik mijn bewuste doel bereikt. Maar ook mijn onbewuste doel: reclame voor het Jodendom, voor de Joodse Gemeenschap. De Halaga zegt expliciet dat een Joods Geleerde niet met vlekken op zijn kleren mag lopen want dan zal de samenleving zeggen dat alle Joden vies zijn. Het tegenovergestelde geldt echter ook: er netjes en verzorgd bijlopen heeft een onbewust positieve uitwerking. En een boodschap in een aansprekende verpakking plaatsen steunt en verzorgt een Kiddoesj Hasjeem, een heiliging van G’ds Naam. En dus, toen ik na zes jaar, dus nu veertig jaar geleden, gevraagd werd door mijn voorganger Opperrabbijn Berlinger of ik zijn assistent wilde worden en ik hem vroeg waarom hij mij daartoe benaderde, was zijn antwoord: omdat jij niet wacht tot de mensen bij jou komen, maar omdat jij een proactieve rabbijn bent. Een rabbijn moet er zijn voor het naar-binnen van de Joodse gemeenschap, maar zeker ook voor het naar-buiten. En dus ben ik mij er steeds van bewust dat de verpakking van de rabbijn van groot belang is en ben dankbaar dat mijn Blouma er steeds op toeziet dat ook gewoon mijn kleren netjes, in de plooi en zonder vlekken zijn.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

We hebben erg goed naar elkaar geluisterd. Dagboek van de Opperrabbijn 14 november 2021

Ben ik van mening veranderd? Heb ik me onder druk laten zetten?  Zonder dat ik er een woord over heb geschreven in mijn dagboek (www.niw.nl) ben ik vorige week dagelijks, zelfs toen ik in de bus zat van Krakau naar Auschwitz bezig geweest met de ‘nazibegraafplaats Ysselsteyn’.  Luidkeels heb ik me verzet tegen de jaarlijkse herdenking op de plaats waar de meest gruwelijke oorlogsmisdadigers liggen. En vervolgens waren nazi-jager Hans Knoop en ik aanwezig en heb ik zelfs het woord gevoerd bij een bijeenkomst die ik een jaar geleden nog keihard had afgekeurd.

Dinsdag jl., de dag van de herdenking van de Kristallnacht, stond ik in de hel van Auschwitz waar op industriële systematische wijze Joden werden vermoord met doel de uitroeiing van het gehele Joodse volk.  En nu sta ik hier, 5 dagen later, met een bezwaard gevoel. Ik voel me bijna een verrader. Een verrader van mijn eigen volk, van verzetsstrijders, van onschuldigen die die afschuwelijke donkere periode ’40- ‘45 niet overleefden.

Een verrader, want op deze begraafplaats liggen ook gruwelijke moordenaars die er debet aan zijn dat 80% van mijn familie ‘niet terugkeerde’ zoals we dat zo steriel benoemen.  Ze liggen hier, bewust vermijd ik het woord rusten, omdat ik weet dat ze Boven, waar de leugen geen voet aan de grond krijgt, hun verdiende straf niet zijn ontlopen en geen moment rust hadden, hebben en zullen krijgen.

Maar tegelijkertijd ben ik dankbaar. Naast mij staan hier vrienden, ook Duitse, die begrijpen dat het verleden niet vergeten en niet vergeven kan en mag worden. Samen willen we het verleden niet wegpoetsen, maar keihard zichtbaar maken om te voorkomen dat…We willen tonen dat het onderscheid tussen Menschen en Übermenschen niet en nooit gemaakt mag worden en we willen waarschuwen, waarschuwen, waarschuwen.

Het antisemitisme is helaas weer Salonfähig, het door de eeuwen heen muterende virus is weer uiterst actief!

We mogen niet achteroverleunen, we moeten waakzaam zijn en bijeenkomen om met name onze jeugd te tonen hoe fout het kan gaan als mensen bereid zijn te veranderen van mensen in moordende schurken. De historicus Prof. Presser schrijft in “Ondergang” dat van de Nederlanders slechts 5% echt fout was, slechts 5% pleegde verzet tegen het Nazi schrikbewind en de resterende 90% zag en liet het gebeuren. En daarom is het goed dat we hier bijeen zijn, ben ik dankbaar met de educatieve tentoonstelling, hoop ik dat Nederlandse en Duitse jeugd hier zal samenkomen, om te voorkomen dat de kudde, de 90%, weer de verkeerde richting zal kiezen.

 

Ben ik van mening veranderd? Ja en nee. Na mijn protest tegen de jaarlijkse herdenking ben ik prompt door de Oorlogsgraven Stichting uitgenodigd om naar Ysselsteyn te komen en wilde de ambassadeur van Duitsland een gesprek. We zijn naar elkaar toe gegroeid, hebben goed naar elkaar geluisterd. Er zijn borden aangebracht op de begraafplaats die duidelijk aangeven dat er hier SS’ers van het slechtste soort liggen, Nederlandse collaborateurs die vele doden op hun geweten hebben, ook gewone burgers en Duitse soldaten waarvan velen geen keus hadden en het leger werden in gedwongen. De steen met de tekst dat er 31585 Duitse soldaten liggen, de steen des aanstoots, is verwijderd en een plaquette is in de maak met het opschrift:

Nie wieder!  102.000 Jüdinnen und Juden, Zehntausende Zivilistinnen und Zivilisten, Menschen die Widerstand geleistet haben, Sinti und Roma, Kriegsgefangene, Zwangsarbeiterinnen und Zwangsarbeiter wurden in den Niederlanden Opfer von Krieg und nationalsozialistischer Gewalt, Verfolgung und Ermordung. Den meisten wurde ein eigenes Grab verwehrt. Viele bleiben bis heute unbekannt Ihrem Schicksal gilt unsere Trauer an diesem Ort

Juist nu antisemitisme komt opzetten, ook in Duitsland, is educatie en confrontatie essentieel.  Mijn toespraak werd gehoord, kwam over, juist op de plaats waar het summum van kwaad, onschuldige burgers,  dienstplichtige soldaten en zelfs een enkel Joods slachtoffer samenkomen. De Duitse ambassadeur is niet van mening veranderd, want zijn mening was van meet af aan koosjer, en ook ik heb mijn visie niet bijgesteld. Wel hebben we beiden erg goed naar elkaar geluisterd en gekeken hoe we elkaar het best kunnen begrijpen en hoe we onze gezamenlijke eenduidige boodschap moeten uitdragen. Een boodschap van “Nie wieder! Nooit weer”.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

RSS
Follow by Email