Ben ik rabbijn of detective? Dagboek van een Opperrabbijn18 april 2021

Mijn agenda was voor vandaag, zondag, leeg. En dat betekent dus dat ik rustig de tijd heb voor mijn dagboek, dat 3 x per week uitkomt, voor mijn rubriek Rab en Rik, ook 3 uitgaven per week op www.CIP.nl , Christelijk Informatie Platform, en vooruitdenken voor mijn NIW Column over twee weken. En verder gewoon een rustige dag met mijn dagelijkse wandeling, maar vandaag dan wat uitgebreider, dacht ik.  Het liep weer anders dan verwacht want er kwamen vele klusjes tussendoor en dus toch geen wandeling.

Ten eerste was ik in mijzelf aan het filosoferen over de vraag van het continueren van mijn Dagboek in Cororna-tijd. Dit soort gefilosofeer komt op als ik een lege agenda heb, want daar kan ik niet zo goed tegen. Maar terwijl ik nog nauwelijks begonnen was met mijn gefilosofeer kwamen er e-mails binnen met reacties op mijn dagboeken. En ik doel nu niet op positieve en negatieve commentaren op de dagboeken, maar ik denk aan lezers, die doordat ze me kennen vanwege “Dagboek van een Opperrabbijn”, met persoonlijke vragen komen. Er kwamen vanochtend vier binnen die ik meen te moeten beantwoorden, al is het maar kort. Maar er is nu ook iets nieuws ontstaan. Afgelopen week werd ik vanuit vier verschillenden disciplines benaderd om mee te doen aan een interview over: 1: Wat wel/niet te vermelden op bijsluiters van medicijnen. 2: Hoe kijkt het Jodendom aan tegen palliatieve zorg en wat kan wel en wat absoluut niet? 3: Een interview over mijn visie op de dialoog met Christenen.  En 4: assistentie bij een vluchteling die op het punt staat om ons land te worden uitgezet en beweert dat hij Joods is.

Ten aanzien van de bijsluiters merk ik dat er gedacht wordt dat als er varken aanwezig zit in het pilletje wij Joden dit medicijn niet mogen gebruiken. Los hiervan kreeg ik de vraag toegespeeld of een vaccin waarin dierlijke bestanddelen verwerkt zijn, gebruikt mag worden. Het is van de halaga, de Joodse wet, niet toegestaan om niet-koosjere producten te eten. Het moet dus gaan over ‘eten’. Een vaccin is geen eten. Maar los hiervan, zelfs als we een pilletje inslikken waarin niet-koosjere ingrediënten, dan heet ook dat niet eten. Eten is kauwen en dan rustig doorslikken. De wijze waarop we een pilletje tot ons nemen valt niet onder ‘eten’ en dus (bijna) geen probleem. Ik heb tussen haakjes ‘bijna’ geschreven. Want, en nu komt het probleem boven, als een pilletje van een heerlijk coating wordt voorzien die geen bijdrage levert aan de genezende kracht van het medicijn, maar uitsluitend is toegevoegd om de vieze smaak te neutraliseren en die coating is niet-koosjer, dan hebben we een probleem. Als de coating er moet zijn vanwege de werking van het medicijn, dan vormt die coating een onderdeel van de werkzaamheid van dit medicijn en dan is het weer toegestaan. Het interview duurde een uur en dus zal ik u verdere details besparen. Maar wat opvalt is dat collega’s van andere denominaties een mening hebben die voortkomt uit hun eigen visie. Lijkt me lastig! Ik heb het veel eenvoudiger want ik kijk in de halaga, de Joodse wet, wat het systeem van Thora en Traditie als antwoord geeft. Ik bemerk soms verbazing, bijna jaloezie, bij collega’s hoe eenvoudig het voor mij is om tot een beslissing te komen en hoe lastig voor hen vanwege een nauwelijks vastgelegd standpunt wat ze wel moeten bepalen.

O ja, ik had nog een lastige.

“Goedemorgen, we zitten nu in het vliegtuig naar Israël, eindelijk ‼Ik wil u bedanken om uw bereidwilligheid om steeds te helpen als het tegenzat. Ik herinner me dat u de tekst uitsprak tijdens onze choepa nu alweer dertig jaar geleden: “G’d sprak tot Abraham. Trek weg uit je land en ga naar het land dat IK je zal wijzen.”  Dit is het enige wat ik altijd heb onthouden van wat er gezegd werd die dag. En nu is het zover, we zijn onderweg!” Ik hoor u, geachte lezer, vragen wat hieraan lastig is. De Jewish Agency wilde een verklaring hebben van de rabbijn die zo’n veertig jaar geleden de gioer had gedaan. Dat was dus Opperrabbijn Berlinger die in 1985 is overleden! Verklaringen van haar leraren waren ook goed, maar ook die vertoeven reeds lang in Hogere Werelden. Gezeur dus, maar uiteindelijk zijn ze aan boord op weg “Naar het land dat IK je zal wijzen”. Voor de kandidaten is die overdreven securiteit van de Jewish Agency lastig en pijnlijk en gaf ze letterlijk slapeloze nachten! Maar desondanks is het toch goed. Want, ook vandaag nog (punt 4 hierboven vermeld), was ik bezig met een vluchteling die in Nederland asiel wil krijgen. Nu hij uitgeprocedeerd is en de grens zal worden overgezet, geeft hij plotseling aan dat hij Joods is en naar Israël wil emigreren. En dus mag ik gaan duiken in de wirwar van documenten waarvan enkelen in het Russisch en mag ik gaan natrekken in hoeverre het mogelijk is dat zijn moeder uit Jemen komt, zijn vader uit Frankrijk, hij in Ethiopië is geboren en in de USSR grootgebracht. Ondertussen heb ik al kunnen aantonen dat zijn geboorteakte vervalst is. Ik vraag me weleens af:  ik rabbijn of detective.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

NVWA: Neem een glas heerlijke wijn uit Judea en Samaria en wens Israël Lechajim! Dagboek van een Opperrabbijn, 15 april 2021

Het is vandaag, voor u dus gisteren, Jom Ha’atsmaoet, de Onafhankelijkheidsdag van Israël. Israël is natuurlijk volledig afhankelijk van Hashem, onze G’d, maar volledig onafhankelijk van de Verenigde Naties. Maar waarom helemaal richting VN kijken?

Ik citeer uit een gerenommeerde Nederlandse krant:

 “Hoe vreselijk het verhaal van de Joden ook was, toch was het in zekere zin een zegen dat ze verspreid werden in de diaspora. Ze hadden geen macht, en daarmee ook geen mogelijkheid om religieus gemotiveerd geweld uit te oefenen. En je ziet ook hoe het mis kan gaan als die macht er wel is, in de staat Israël.” Waar dit notoire antisemitische stuk stond? Dagblad Trouw. Ik zal de schrijver dezes hier niet bij name noemen, want dat vind ik te veel eer. Maar ik spreek wel mijn verbazing uit dat dit artikel zomaar is geplaatst en niemand erop reageert. Nou is soms niet reageren het best, maar anderzijds Trouw werd in 1943 opgericht als verzetskrant en streed dus tegen de nazistische denkbeelden. Wat hier staat is niet alleen antizionistisch maar zuiver antisemitisch! “Het was een zegen dat Joden verspreid waren in de diaspora…”.

Gelukkig had ik ook iets heel moois. In het NIW van deze week staat een oproep. Een mevrouw van net na de oorlog is in het bezit gekomen, via een erfenis, van een schilderij dat een zekere Benno Elkus had geschilderd vanuit zijn onderduikplaats in Denekamp, ook zijn geboorteplaats, en hij had dat schilderij geschonken aan zijn duikouders. De mevrouw wil het schilderij (terug)geven aan nazaten van Benno Elkus. Mijn oma was een Elkus uit Denekamp en de tante van Benno. Benno woonde na de oorlog in Melbourne en ik heb contact met Zvi Elkus, zijn zoon. Meteen heb ik hem gebeld en uiteraard ook de huidige eigenares van het schilderij. Het schilderij gaat zo spoedig mogelijk naar Australië. Maar voordien ga ik een gesprek regelen per zoom of whatsapp tussen de zoon van oom Benno en de dochter van de duikouders.  Zvi Elkus heeft mij inmiddels het oorlogsdagboek van zijn vader, de schilder van het bewuste schilderij, gestuurd.

Wat er verder de revue vandaag is gepasseerd? Een telefoontje van een Amerikaan die mij verzoekt om hem te helpen met het oprichten van een bedrijf in Nederland dat zich richt op de verkoop van cosmetica. Nou ben ik ten eerste niet zo goed in het oprichten van bedrijven en ten tweede heb ik weinig verstand van cosmetica! Geen idee waarom ik hierbij betrokken word, maar waarschijnlijk ziet men in de USA een andere taak voor een rabbijn dan in Nederland. Enfin, nee-zeggen is niet mijn sterkste kant en dus heb ik hem verzocht om e.e.a. per e-mail aan mij te sturen. Verder had ik een vrouw geholpen met de aanschaf van een wasmachine. Zij is straatarm, invalide en alleenstaand. Ik heb de wasmachine geregeld en vervolgens me gewend tot een Stichting die precies tot doel heeft om in dit soort situaties bij te springen. Netjes voorbesproken per telefoon met een van de bestuurders die mij enige tijd geleden had geattendeerd op de Stichting en vervolgens een brief gestuurd met verzoek om de wasmachine, die ik inmiddels al had betaald, te vergoeden. Tot mijn stomme verbazing ontving ik hedenochtend een schrijven waarin min of meer gesuggereerd wordt dat ik het geld in eigen zak wil steken en dat ik eerst een briefje moet brengen van een rabbijn dat de aanvraag gerechtvaardigd is. Als in de nabije toekomst iemand in nood zit en financiële ondersteuning nodig heeft is het mij nu wel duidelijk naar welke Stichting ik ze niet moet sturen. Een noodkreet van een goede vriend die echt in de misère zit. Een kapotte auto en geen geld om de garage te betalen. Een zieke man die nauwelijks nog kan lopen en een stoellift moet hebben, maar die wordt niet vergoed door de instanties…Het was dus wel een dag met veel narigheid. Overigens begon de dag met een e-mail van een van mijn gemeenteleden die zich keihard afvroeg waarom G’d het heeft laten gebeuren dat zoveel jonge Joodse soldaten moesten sneuvelen daags nadat in 1948 de Staat Israël onafhankelijk werd. “En Hij zag dat het goed was…” Velen van hen hadden net de concentratiekampen overleefd. En toch was het een fijne dag. Met tranen in mijn ogen zie ik Israël als een rots in de Joodse branding. Een van mijn kleinzonen is vandaag, Jom Ha’atsmaoet, in Israël aangekomen. Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft! Er werd aan de deur gebeld. Een niet-joodse vriend die ons een cadeautje komt brengen vanwege Jom Ha’atsmaoet. Een leuke beker made in Israël en een blik Humus. En nog iets: Een oude fluwelen zak met daarin een oude tallieth, gebedsmantel, en een oud paar Tefilin, gebedsriemen. De eigenaar was recentelijk overleden. Hij stond absoluut niet bekend als een religieus levende Jood, en toch had hij gebedsriemen en een gebedsmantel die duidelijk regelmatig gebruikt waren. Dezelfde vriend die die beker bracht en de Humus, made in Israël, bracht ook die fluwelen zak, een cadeau voor ons. Niet dat we dat nodig hebben, niet dat we er iets mee kunnen doen. Maar het is wel een verbinding met het verleden en de toekomst. Want door de eeuwen heen weten we ondanks alles te overleven omdat onze ouders, wij en onze nazaten vasthouden aan het geheim van onze existentie: Thora en Traditie. En niet te vergeten: mensen die, met gevaar voor eigen leven en geheel belangeloos, bereid waren onze ouders in huis te nemen als onderduikers. Daarom neemt Yad Vashem in Jeruzalem zo’n zichtbare plaats in. Vervolging, niet-Joden die zich hebben ingezet om ons te redden en Jeruzalem, onze eeuwige hoofdstad. Laat Trouw, de voormalige verzetskrant, daar aandacht aan besteden. En richting NVWA – Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit zeg ik: Het is alom bekend dat jullie het zo zwaar hebben en daarom geen tijd om alles wat op jullie afkomt te controleren, zoals bijvoorbeeld de misstanden in de abattoirs.  Ontspan je, neem een glas heerlijke en eerlijke wijn uit een van de Joodse dorpen in Judea en Samaria en wens Israël, vanwege Jom Ha’atsmaoet, een warm en gemeend Lechajim!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

De wereld is als een smalle brug. En de essentie is om niet te vrezen. Dagboek van een Opperrabbijn 13 april 2021

Of het nu het gevolg is van de uitgave van mijn “Dagboek van een Opperrabbijn” of door alle dagelijkse dagboeken op www.niw.nl of anderszins in de publiciteit komen, maar ik word vaker en vaker benaderd voor problemen van algemene aard.

  • “Geachte Opperrabbijn Jacobs, Weet u misschien hoe om te gaan met het volgende? Mijn werkgever is een tijd geleden overleden. Met hem had ik een prima verhouding. Maar zijn opvolger heeft geen enkel oog voor menselijke waarden en zegt dat ik blindelings moet doen wat hij opdraagt. Kritiek, kritiek, kritiek! Ik draai er helemaal van door, maar dat kan die nieuwe baas helemaal niets schelen. Wat zou ik het beste kunnen doen in deze enorme conflictrelatie en wantrouwen? Ontslag nemen? De ziektewet ingaan?” Ik heb hem aangeraden door te gaan en niet te zwichten.
  • Ik krijg een telefoontje uit het buitenland. Een en al gestotter komt uit mijn telefoon. Met gigantisch veel geduld probeer ik te ontcijferen wie me belt en waarom. Zonder overdrijving begreep ik pas na een kwartier wie ik aan de telefoon had. Een weduwe van begin zeventig. Haar moeder, die dus al ver in de negentig is, woont in Nederland. Zij is bezorgd over haar moeder. Als haar iets overkomt, wat gaat er met haar gebeuren? En zij had gehoord dat in Nederland euthanasie een vanzelfsprekendheid is. Zij, de enige dochter, heeft vrij recentelijk een beroerte gehad. Kan niet goed spreken en al helemaal niet typen. Of ik kan spreken met de leiding van het ziekenhuis waar haar moeder onverwacht is opgenomen, want dat lukt haar niet. Uiteraard heb ik dat gedaan.
  • “Ik volg uw dagboek al een tijdje… heel herkenbaar, alertheid zeker geboden, zeker nu er een aantal antisemieten in de Tweede Kamer zijn gekozen, en het lijkt of het merendeel van de samenleving weer blind en doof is. Een groter gevaar op termijn dan Covid, want er is geen vaccin tegen antisemitisme opgewassen. Wat zou ik kunnen betekenen, want ik ben diep bezorgd. Kan ik nog wel in dit land blijven wonen?” Relativerend heb ik hem uitgelegd dat onze Overheid antisemitisme echt niet tolereert.
  • Een telefoontje van een jong gezin vanaf Schiphol. Ze staan gepakt en gezakt om op aliya naar Israel te gaan. Huis verkocht, er is geen weg terug. Uitsluitend een prachtig ogende toekomst. Maar door een typefoutje kloppen de sloot aan papieren niet meer. Hoe ze het ook uitleggen, ze worden niet toegelaten tot het vliegtuig. Ik heb ze nog nooit ontmoet, maar weet van hun bestaan. Zij ook van het mijne. En dus klim ik in de telefoon en inderdaad, hoe het is gelukt en of het iets te maken heeft gehad met mijn alarmbellen weet ik niet, maar een whatsapp laat me later op de dag weten: we zijn aangekomen in het Beloofde Land.

En terwijl ik dit schrijf hoor ik op de achtergrond mijn Blouma geboeid luisteren naar uitzendingen vanuit Israël vanwege Jom Hazikaron. De dag voorafgaande aan Jom Ha’atsmaoet, de Onafhankelijkheidsdag van de Staat Israël. Er klinken namen van de jonge mannen, net geen kinderen meer, die sneuvelden in de strijd om het behoud van ons Israël. Ik voel me bijna schuldig dat ik hier in Nederland zit. In mijn herinnering komen de beelden uit de Jom Kippoer oorlog weer naar boven. In Faïd, redelijk diep in Egypte, ben ik geweest, op vele legerplaatsen in de Sinai woestijn, op de fronten, op de plaatsen waar veel soldaten gesneuveld waren. Met vijfentachtig rabbinale studenten werden we naar de fronten gevlogen. Waar we landden weet ik niet meer, maar op dat geïmproviseerde legervliegveld stonden tientallen legerjeeps op ons te wachten. Met z’n tweeën in een jeep met een soldaat als beveiliger, een soldaat als chauffeur, voorzien van helm en met de opdracht dat als we in gevaar zouden geraken we meteen de jeep moesten verlaten en ons zouden moeten verspreiden in de woestijn.  De verslagenheid die we aantroffen in de kampementen waar een hoog percentage van de soldaten was gesneuveld, zal ik nimmer vergeten. Wij boden geestelijke bijstand in persoonlijke gesprekken en zongen en dansten met de groep. Het lied dat toen geschreven werd en gezongen voordat onze jongens het Suezkanaal zouden moeten oversteken komt in mijn gedachten boven: “Kol Haolam koelo gesjer tsaar me’od – De hele wereld is als een smalle brug. En de essentie is om niet te vrezen……” Ik hoor het ze zingen, onze soldaten op de avond voordat ze die smalle brug zouden moeten oversteken. Achter hen de dorre onafzienbare woestijn en vóór hen de gigantische Egyptische legerschare. Velen van hen lieten hier voor ons het leven. Hen gedenken wij vanavond bij de aanvang van Jom Hazikaron.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Dagboek van een Opperrabbijn, 11 april 2021

Waarom is me niet geheel duidelijk, maar vaker dan ooit ontvang ik via mijn e-mail complimentjes over mijn dagboek. Nou dragen zomaar complimentjes weinig bij aan het welzijn van onze samenleving en voor mij persoonlijk hebben die complimenten ook weinig waarde, behalve dan natuurlijk dat het gevoelens van hoogmoed stimuleert (en dat is niet goed!). Anderzijds is het leuk om een complimentje te krijgen en stimuleert dat om verder te gaan en, en dat is voor mij wel erg belangrijk: ik merk dat sommigen een les uit mijn dagboek halen.  Of beter geformuleerd: via mijn dagboeken ben ik anderen tot steun. En dat is de facto mijn hoofdreden om te continueren met het dagboek!

Ik breng een paar quotes:

  • Grote dank voor deze column. Zeer herkenbaar voor mij als 2e generatie. Ik schrik iedere keer weer hoe het antisemitisme bijna geruisloos toeneemt en zelfs nu stilletjes de Tweede Kamer is binnengedrongen (Forum voor Democratie). Beangstigend.  Ik troost me met de gedachte dat we altijd hebben weten te overleven.  Inquisitie, pogroms, kampen, moorden… we zijn er nog altijd. En -G’d zij dank- we blijven altijd, we zijn niet te verslaan ondanks de ontelbare slachtoffers die ‘onderweg’ vallen.
  • Geregeld lees ik uw “brieven in corona tijd.” En meerdere keren ontroert en raakt het me, of tovert het een glimlach bij wat u schrijft. Zo ook van vandaag. Het onzekere van de corona ontwikkeling. Maar meer nog richtte mijn blik zich op toenemende haat, het antisemitisme. En ook merk ik hoe u zich, al schrijvend, omhoogwerkt, boven dat negatieve uit. Zoals u schreef: Matzes trotseren de eeuwen. Matzes brood van het geloof. Matzes zijn in verhouding tot een heerlijk vruchtengebakje smakeloos. Maar het heerlijke gebakje is aan bederf onderhevig, terwijl de matzes onbeperkt houdbaar zijn. Ondanks alles overleven we. Ik voelde het helemaal toen ik uw dagboek las. Ik reken mijzelf tot de minder gelovige Joden, liberaal, maar ik besefte dat de orthodoxe matzes en alles dat daaraan gekoppeld zit aan Joodse Traditie, ons de eeuwen laat trotseren, ondanks alles.

Gisteren was ik de chauffeur en persoonlijk begeleider van mijn leraar, vriend en collega rabbijn Ies Vorst. We gingen naar Kamp Westerbork. Zesenzeventig jaar geleden werd Westerbork bevrijd. En rabbijn Vorst was een van de sprekers, een van de overlevenden. De NOS had hieraan een uitzending van een uur gewijd. Een indrukwekkende uitzending, ieder detail was doorgenomen en had een plaats. Wat mij vooral trof was (wederom!) de zorgvuldigheid waarmee de sprekers, allen overlevenden, werden omgeven. Voor allen was een persoonlijke begeleider, koffie, thee en een lunch, speciaal voor de Joodse deelnemers zelfs een koosjere maaltijd laten overkomen. Als ik terugdenk schieten de tranen mij in de ogen van dankbaarheid en ontroering. Alle zes sprekers waren indrukwekkend. Maar geen van hen hield eigenlijk een toespraak, geen van hen was voor mijn gevoel een spreker. Het waren stuk voor stuk ‘getuigenissen’ vol emotie, pijn en verdriet. Waarom rabbijn Vorst bereid was de moeizame reis naar Westerbork te maken? Opdat het niet vergeten zal worden! En ook een eerbetoon aan zijn moeder die ergens langs de spoorlijn op een onbekende plaats in een massagraf haar laatste rustplaats heeft gevonden. Twee weken heeft rabbijn Vorst als kind aan het eind van de oorlog rondgedoold in een beestenwagon door Duitsland op weg van concentratiekamp Bergen Belsen naar een gaskamer om vernietigd te worden, de Endlösung. Op de harde grond van de wagon geslapen, wakker wordend tussen ontzielde lichamen. Het getuigt van grote moed om dat verhaal te vertellen ‘opdat het niet vergeten zal worden’ en ‘om herhaling te voorkomen’. De begeleider van rabbijn Vorst, de medewerker van Westerbork, vertelde ons dat Kamp Westerbork toentertijd beschikte over het grootste en beste ziekenhuis van Nederland! Hoe dat kon? Omdat onder de gevangenen vele Joodse artsen waren. De gezondheidszorg stond dus op hoog niveau. De medische zorg was geweldig! En als je dus genezen was van je ziekte, was je rijp voor transport, geschikt voor de gaskamer.

Helaas is Westerbork meer en meer uit het Nederlands besef aan het verdwijnen. Hoeveel van de huidige jeugd weet nog wat Westerbork was? En dus is het geweldig en van essentieel belang dat Westerbork, Vught, Kamp Amersfoort en ook de talrijke zogenaamde ‘werkkampen’ hun dubieuze verleden blijven vertellen. Want het waren in deze Nederlandse Kampen niet alleen de moffen die het kwaad hebben aangericht.  En misschien dat onze Overheid zich iets minder zorgen moet maken over alles wat te maken heeft met doorgeslagen gender neutraliteit en iets meer met het voorkomen van antisemitisme dat weer bijna helemaal Salonfähig is, alleen verstoppen we het nog onder de sluier van antizionisme.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Het Joodse Volk leeft, maar alertheid is geboden. Dagboek van een Opperrabbijn 5 april 2021

Holocaust Memorial Day, Jom Hasjoa. Ik was niet van plan om er aandacht aan te besteden, ik wilde er eigenlijk niet aan denken, maar ik werd plotseling als het ware overmeesterd door herkenning, boosheid en grote bezorgdheid. Mij wordt verweten dat ik te veel aandacht besteed aan de oorlog en aan antisemitisme.  Catherine Keyl heeft recentelijk een boek geschreven getiteld “Oorlogsvader”.  Haar vader, een Joodse verzetsstrijder, had Sacksenhausen wel en niet overleefd, meer niet dan wel. En dan, aan het eind van zijn leven, als zijn been geamputeerd moet worden en Catherine een psychiater vraagt om haar vader te gaan vertellen dat zijn been eraf gaat, toont de jonge psychiater totaal geen inlevingsvermogen in de wereld van een man die de hel van de concentratiekampen z’n hele leven met zich mee moest dragen en nu, dementerend, denkt dat ‘ze hem alsnog te pakken krijgen’ omdat zijn been eraf moet en hij dus niet meer zal kunnen vluchten. En tegelijkertijd krijg ik een prachtige e-mail van Nechamah Mayer, overlevende van de Holocaust, nadat ze mijn dagboek heeft gelezen. Ik citeer haar: Beste Binyomin. Jouw dagboek heb ik in één ruk in de Pesachtijd uitgelezen. Het viel me op dat je het in de laatste hoofdstukjes steeds meer over antisemitisme had. Alsof het steeds erger werd. Of kreeg je meer moed om de lezer erop te wijzen hoe erg het is geworden. Ik vond de zwarte bladzijden met citaten een mooie manier van lay-out. Ik ga het boek doorgeven, want het moet breed gelezen worden. Veel lezers gewenst. Nechamah.  Door haar bemoedigende woorden en door een video gezien te hebben over de positie van de HH-artsen in Nazi Duitsland, voel ik me verplicht om de kritiek van een jongere collega volledig te negeren. Hij is de mening toegedaan dat ik niet over antisemitisme moet spreken en al helemaal niet moet waarschuwen. Waarschijnlijk beseft hij niet dat voor de oorlog er veel te veel is gezwegen. Het zou wel goedkomen, de Geallieerden kwamen eraan, een beetje werken in het Oosten…Maar het kwam niet goed! Vijftig procent van de medici in Duitsland werkten mee aan de vernietiging. Psychiaters beoordeelden wie wel en wie niet mochten leven en wisten de grote meute te overtuigen dat de Endlösung ethisch volledig verantwoord was!  Duitsers, niet-joden, met een fysiek defect en een psychiatrische stoornis werden geëlimineerd omdat zij schade berokkenden aan het prachtige Arische ras en economisch tot last waren. Gisteravond werd ik ingezoomd in een zoom-kring van een dominee in Dokkum. Tien minuten werd ik geïnterviewd. Waarover was mij niet medegedeeld, maar het onderwerp werd antisemitisme en Jom Hasjoa. Of ik een boodschap had voor alle deelnemers, werd mij aan het eind van het interview gevraagd. Mijn boodschap werd een verzoek. Een dringend verzoek: ik vraag alle deelnemers om mijn ambassadeurs te worden en te verkondigen aan ieder die ze zien of spreken wat er toen is geschied en dat herhaling absoluut niet uitgesloten is. Sterker nog: ik zie geen enkele reden waarom het antisemitisme zou zijn uitgeroeid. Aan het eind van de corona-tunnel straalt licht. Maar het virus genaamd antisemitisme kent een oneindig lange tunnel. Is er dan geen licht? Jawel, de komst van de Mosjiach. Daar verlangen we naar, kijken we al eeuwen reikhalzend naar uit. Maar ondertussen dienen we wel de huidige realiteit te beseffen. Niet ver van ons vandaan woonde Beppie Caneel. Beppie had de experimentenbarak van Auschwitz overleefd. Ze was altijd vrolijk. Kon natuurlijk geen kinderen meer krijgen, maar ze had het echt overleefd met haar zus. Mijn Blouma ging met haar naar het ziekenhuis voor een of ander onderzoek. Ze moest haar mouw opstropen. De arts vroeg haar toen verbaasd wat die nummers op haar arm waren. G’d zij dank was Beppie hardhorend…Een arts die naar ik mag aannemen niet alleen medicijnen heeft gestudeerd maar ook een algemene opleiding heeft gehad. “Wat zijn die nummers op uw arm?” En die jongere collega van mij maar mekkeren dat ik vooral niet moet spreken over de oorlog en antisemitisme. Neen, we moeten vooral zwijgen over het toen, over het nu en natuurlijk over morgen. Ik ontvang een video, u moet die aanklikken want “Am Jisraeel Chaj – het Joodse Volk leeft!” ondanks alles, maar alertheid is geboden. https://www.youtube.com/watch?v=OOWCgKVQE5M 

Ja ik heb vandaag ook nog Joodse (zoom) lesgegeven aan een vaste wekelijkse groep. En ja, ook nog mijn handtekening geplaatst onder een rabbinale verklaring. En ja, een pastoraal gesprek gevoerd en iemand bijna twee uur lang aangehoord over zijn gestrande verloving. Maar Holocaust Memorial Day – Jom Hasjoa overheerst. Ik dacht aan al die familie van mij die ik totaal niet heb gekend en waarvan ik niets weet omdat mijn ouders mij verdriet wilden besparen. Ik kijk naar die twee zilveren bekers in onze glazen kast. Er staan namen op: Bernhard en Siegmund. Dat waren neven van mijn vader. Alleen die twee bekers zijn nog over van hunzelf, hun echtgenotes. hun kinderen… En het antisemitisme wordt weer zichtbaar.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

Joods worden is géén geneesmiddel. Dagboek van een Opperrabbijn. 6 april 2021

Pesach zit er weer op. Acht dagen helemaal weggeweest van de gewone dagelijkse sleur. Nou ja sleur? Over afwisseling heb ik nooit te klagen gehad. Maar toch. Die acht dagen Pesach werden door mij gevoeld als een prachtig onbewoond eiland. Als ik terugdenk: wat een rijkdom, wat een geschiedenis, wat een ‘met jezelf bezig zijn’. Maar dan niet ‘met jezelf bezig zijn’ om jezelf te promoten en/of je bezittingen uit te breiden. Neen! Aan jezelf werken aan dat ongerezen matze gevoel, bescheidenheid, jezelf kunnen wegcijferen en tegelijkertijd er duidelijk zijn met al je capaciteiten wanneer er op jou een beroep wordt gedaan.

Vanuit Canada, Toronto, ben ik benaderd met het verzoek zitting te nemen in de Advisory Board van een mondiale organisatie die de strijd gaat aanbinden tegen antisemitisme en tegen iedere andere vorm van discriminatie, bijvoorbeeld in China. En tegelijkertijd wil die organisatie waar mogelijk Israël bijstaan in de strijd tegen BDS. Vandaag met de oprichter van deze organisatie een Zoom gesprek gevoerd. Het ziet er interessant uit. Ik moet nu een CV opsturen en een professionele foto voor als dadelijk de organisatie aan de pers wordt getoond. ‘

Ook nog een livestream gehad over Pesach met op YouTube al bijna 3300 lezers.

Maar, zoals gezegd, never a dull moment. Grote zaken en kleine kwesties. Wat is groot? Wat is klein?

Een telefoontje om 23:20 uur ’s avonds. Op zichzelf voor mij geen probleem. In principe moet een rabbijn dag en nacht beschikbaar zijn, maar toch. Een mevrouw die ik niet ken, in het buitenland woont maar van Nederlandse origine aan de lijn. Netjes vroeg zij of het nu schikte. Ik gaf aan dat ik met iemand in gesprek was aan de andere telefoon. Het is maar een korte vraag, gaf zij aan. “Ik ben niet Joods en wil u geen Halagische vraag voorleggen, maar een probleempje bespreken op ethisch gebied. Mijn rabbijn had mij naar u verwezen. Ik ben bezig om Joods te worden, maar mijn man staat hier niet achter. Adviseert u mij om door te gaan met de gioer – het toetredingsproces of om te stoppen?” In feite vraagt ze mij om even te beslissen voor haar, of beter gezegd om haar te adviseren, of ze wel of niet moet gaan scheiden! Onder het mom van een kort klein vraagje mag ik dus haar eventjes om 23:30 uur ’s nachts een richting aangeven! Hoe gestoord kun je het maken? En wat met haar man, vraag ik me natuurlijk af. Op mijn vraag hoe oud ze is, hoe lang getrouwd en of er kinderen uit het huwelijk zijn voortgekomen wordt netjes geantwoord. Bijna 25 jaar getrouwd en een zoon van 16 jaar die nog thuis woont. Mijn antwoord is altijd in dit soort gevallen: blijf wie/wat je bent. Maar de essentie: ik peins er niet over om een huwelijk kapot te gaan maken, want een van de twee partners wel Joods en de ander niet, maakt een complexe situatie die onhaalbaar is. Zij houdt wel sjabbat, hij niet? Zij eet wel koosjer en hij niet? Zij houdt zich wel aan de huwelijkswetten en hij niet?  Dus was mijn antwoord al heel snel: geen gioer gaan doen. En toen, zoals zo vaak bij dit soort vragen, kwam haar hele huwelijksproblematiek tot in de kleinste en meest privé-details aan de orde, om inmiddels 23:55 uur. Ze wilde in feite scheiden, van hem af.  Het Joods worden zou dan als het ware het excuus of het geneesmiddel zijn. Nou, ongeacht of deze vrouw wel of niet een eind aan haar 25-Jarig huwelijk wil maken en in het midden latend of ze wel of niet bij elkaar moeten blijven, laat ik me hier absoluut niet voor een karretje spannen. En dus liet ik haar niet uitpraten, raakte ze geïrriteerd en gaf ik aan dat ik nu het gesprek wilde beëindigen en mijn advies: lost u zelf uw huwelijksprobleem op. Als dat wel of niet gebeurd is, kunt u uw eigen rabbijn wellicht nogmaals benaderen over wel/niet toetreden tot het Jodendom. De persoon aan de andere lijn, die ik even on hold had gezegd voor een zeer kort vraagje, had inmiddels de hoorn neergelegd, begrijpelijk. En dus heb ik er twee boze mensen bij. De mevrouw die ik in het holst van de nacht niet even Joods wilde laten worden en de man die met mij in gesprek was aan de andere telefoon en die ik gewoon helemaal was vergeten.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

Nazi begraafplaats en Holocaustontkenning

Geachte medestanders,
 
op zondag 23 sept. 2021 wil de nazibegraafplaats Ysselsteyn officieel hun nieuwe bezoekerscentrum openen. Inclusief de gezellige brasserie ‘De Paardenkop’, waar u luidkeels ‘Ein Prosit’ of ‘Zum Wohl’ mag roepen tenzij u graag ‘Alte Kameraden’ zingt..
 
We hebben dit centrum al een keer bezocht, en er was opnieuw geen enkele vermelding van de holocaust, terwijl ook termen als nazi, Jodenvervolging, Jodenjacht, exercutie, beul, folteraar, racisme, oorlogsmisdaad (en -dadiger) nog steeds geheel ontbreken.
Ook de namen van grote oorlogsmisdadigers als SS’er Julius Dettmann, die Anne Frank cs. liet deporteren, ontbreken.
 
Uiteraard ontbreken ook SS-majoor en Nijmeegse politiecommissaris Anton van Dijk, die zelf op straat razzia’s leidde en lege Joodse huizen beroofde. De eerste Nederlandse SS-vrijwilliger, Willem Heubel. onderduikjager Van Bussel etc, etc, etc…
Dit is overigens geheel in lijn met de overige publicaties van de beheerder, de Duitse Volksbund.de.
 
Dit is naar onze mening de ernstigste vorm van opzettelijke holocaustontkenning die we in Nederland kennen. Vooral omdat van de bijna 32.000 doden 99% nazisoldaat was, SS’er of zware Nederlandse verrader, folteraar, Jodenjager of oorlogsmisdadiger.
We hebben duidelijke signalen dat ook nu weer dezefde ontkennende aanpak gehanteerd zal worden.
 
Dit zou uiteraard een holocaust-herinneringscentrum moeten zijn, aangezien hier ongeveer bijna 32.000 helpers, ondersteuners, bevorderaars, medeplicthigen en echte uitvoerders en daders van de naziterreur en de holocaust liggen.
 
Zeker zijn er zo’n honderd doden – zoals 85 Duitse soldaten uit WO-I, enkele vrouwen, enkele bejaarden en babies – die hier niet horen. De Volksbund mag graag wijzen op kindsoldaten onder de 18 – naar onze schatting zo’n 400. Dan rijst snel de vraag of zij oorlogsmisdaden op hun geweten hebben.
 
We zullen ons uit alle kracht verzetten tegen deze opening.
 
We zullen volgende week een voorlopig plan opstellen en een persbericht uitgeven. We melden deze zaak ook aan bij Serge en Beate Klarsfeld, museum/kamp Dachau, de Féd. Int. des Résistants en de Int. Holoc Remembrance Alliance, bij deze laatste vanwege hun nieuwe actie tegen holocaustontkenning en -vervorming.
 
Het ligt in de rede de actie de vorm van een petitie te geven.
 
Suggesties, opmerkingen of simpelweg adhesiebetuigingen zijn welkom.
 
M vr gr
Arthur Graaff
 
woord. AFVN-BvA
lid Com. 21 Maart teg. Racisme
 
06 2704 7728

Het komende jaar in Jeruzalem – de kracht van de gedachte! Dagboek van een Opperrabbijn 25 maart 2021

Het is een onstuimige tijd in de wereld. Corona slaat wild om zich heen. Natuurlijk hoop ik dat vandaag nog alles zal luwen en morgen de wereld weer helemaal normaal kan functioneren. Maar ik ben bang dat dat te optimistisch is gedacht en we nog geduld moeten betrachten. Maar niet alleen corona is een gevaarlijk virus, er is ook een onderliggende kwaal genaamd antisemitisme. Dat virus is ook voortdurend aan het muteren en baart mij meer zorgen dan corona omdat ik, wat dat virus betreft, geen licht zie aan het eind van de tunnel.

Op Pesach gedenken wij de Uittocht uit Egypte, de verlossing uit slavernij en ballingschap. Wij gedenken de verlossing van vernedering en van voortdurende angst, ongeacht wie of wat de veroorzaker van die angst is. In iedere generatie worden we geacht de geschiedenis van de Uittocht uit Egypte opnieuw te beleven in de geestelijke zin van het woord.

Dit jaar is die geestelijke beleving bijna fysiek. Corona beheerst ons leven. En dan dus ook nog die onderliggende kwaal.  Maar ben ik nu aan het doemdenken?  Waar is mijn geloof en vertrouwen? Is dit de opbeurende boodschap die een opperrabbijn met de gemeenschap moet delen?

Er bestaat een wijze Joodse uitspraak die zegt: tracht gut, wet zajn gut! Als je goed denkt, zal het goed gaan. Klinkt mooi, denk ik dan een beetje depressief en ongelovig. Is dit zo? Klopt dit?

Als je goed denkt, zal het goed gaan. Een diepe verklaring van deze gedachte luidt, dat als een mens op de juiste wijze denkt, dan beseft hij dat in feite alles goed is. Ook dat wat wij mensen als negatief ervaren. De Eeuwige is goed! Alleen wij ervaren dat niet altijd zo. Iedere beproeving heeft zijn waardevolle betekenis, maar helaas is die waardevolle betekenis vaak volledig onzichtbaar en eigenlijk onacceptabel.

Een depressieve man komt bij de psychiater: “Wat moet ik doen, dokter, ik zie alles zwart?” De psychiater antwoordt hem: “Ga eens een avond naar het theater om te kijken naar Pierrot, de beroemde Franse clown. Gewoon even weg van alles en lekker lachen!” “Dokter”, antwoordt de patiënt, “Ik ben Pierrot!”

Ik voel me soms net Pierrot. Ik moet uitstralen, overeind blijven, anderen inspireren. Maar moet ik niet ook eerlijk en realistisch zijn en waarschuwen? Ja, onze voorouders werden bevrijd uit slavernij, maar tot die bevrijding er was.  Maar hoe stellen we ons nu op? Gaan we bij de pakken (matzes) neerzitten? En wat na corona?  En hoe zal dit jaar lesjana haba’a bieroesjalajim – het komende jaar in Jeruzalem klinken, speciaal bij hen die dat dit jaar moederziel alleen gaan zingen, omringd met gedachten uit voorbije jaren, met op tafel drie matzes en vanuit de Hagada de Pesach geschiedenis lezend? Maar toch. Ook als we alleen zitten weten we dat Jeroesjalajim van ons is en dat we er zeker volgend jaar kunnen zijn. Wel moeten we natuurlijk alert zijn voor die onderliggende kwaal, maar voorlopig daar maar even niet aan denken!

Ik heb het dipje weer van me afgeschreven. We gaan ook dit jaar weer de matzes eten, met blij gemoed. Matzes die ook wel genoemd worden het brood van het geloof. Geloof in de kracht van de matze, het ongerezen brood. Symbool van bescheidenheid, ongerezen. Al dat gerezen is verbranden we. Geen kruimeltje mogen we in ons bezit hebben. Letterlijk met een kaarsje zoeken we in alle hoeken, gaten en spleten. Hebben we nog ergens iets van dat gerezen gevoel, van hoogmoed in ons? Weg ermee! Verbranden en vernietigen. Neem afstand van de hoogmoed.

Met de matzes trotseren we de eeuwen. Bescheidenheid geeft de mogelijkheid om met elkaar de bevrijding te vieren. Dat is Pesach. Samen de slavernij achter ons laten en optrekken naar de Berg Sinai alwaar de Eeuwige zich aan Zijn volk zal openbaren. Als het duister is, is het licht juist veel beter zichtbaar. Tracht gut, wet zajn gut!  Het is geen loze kreet, geen holle frase, maar het is Pesach.

 

Pesach, het bewijs dat er na slavernij bevrijding is. Na duisternis komt licht. Maar voorwaarde is wel dat we de matzes steeds laten prevaleren in ons leven. Dan zijn we namelijk bij machte om een hechte eenheid te vormen, omdat we de ander als een broeder en/of zuster ervaren en omdat we daarom samen kunnen optrekken. Weg van de negatieve slavernij, dwars door de Schelfzee, waarvan we meenden dat die ongenaakbaar was en waarvan we even dachten dat we erin zouden verdrinken.

Op weg naar de Sinai, naar Thora en Mitswot, op weg naar de uiteindelijke verlossing “voor al Uw bewoners van deze aarde”:

Het komende jaar in Jeruzalem – tracht gut, wet zajn gut!

En wat betreft mijn dagboek: vanwege Pesach leest u mij pas terug op maandag 5 april. Een koosjere Pesach en blijf gezond!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Gezocht: aardappelschilmesje. Dagboek van een Opperrabbijn, 23 maart 2021

Hoewel het bijna Pesach is en ik me normaliter zou moeten bezighouden met de grote Pesach schoonmaak, gaat het gewone werk gewoon door. Wel Pesach, niet Pesach. Een telefoontje van een mij onbekende mevrouw. Helemaal overstuur biedt ze mij haar excuus aan omdat ze mij vier jaar geleden ‘had overrompeld’. Dat stoort haar al vier jaar. Slapeloze nachten heeft ze ervan en nu dus eindelijk heeft ze de stoute schoenen aangetrokken om mij vergiffenis te vragen voor haar ongepaste optreden naar mij toe. Geen idee waarover dit gaat. Ik ken de hele vrouw niet, nog nooit van gehoord. Uiteraard heb ik haar volledig vergeven maar zit ik nu met een probleem. Ik voel me schuldig dat ik haar, de onbekende, kennelijk vier jaar lang heb gekwetst, het zou namelijk een totaal verzinsel kunnen zijn, maar misschien ook niet. En dus had ik vannacht haar slapeloze nacht!

Nadat ik gisteravond 1/ aan een web seminar met zo’n 120 deelnemers van OJEC, overlegorgaan Joden Christenen, een bijdrage had mogen leveren over Pesach, 2/ in Arnhem handgebakken matzes had afgeleverd bij het bestuur die voor de verdere verspreiding gaat zorgen, 3/ vanavond mocht optreden bij een livestream over Pesach, 4/ ik voor Family7 TV een praatje heb gehouden over de verkiezingen in Israel, mocht ik 5/ aan de ambassadeur van Oekraïne in Nederland drie matzes uitdelen. Eén voor hemzelf (Joods), één voor de (Joodse) Premier en de derde voor de (Joodse) President.

Fijn dat er zoveel bezorgdheid is over de ramadan en de avondklok. Maar wat met de Seideravond? Maar helaas zijn wij zo klein (geworden) dat daarvoor totaal geen oog meer is en velen de familieavond bij uitstek in eenzaamheid zullen moeten doorbrengen. Wel kreeg ik een aantal telefoontjes of ik even kon regelen dat gasten na de Sederavond gewoon over straat kunnen lopen zonder boete te krijgen. Een lieve door-en-door goede vrouw verzocht mij om even Rutte te bellen en toestemming te vragen dat haar twee gasten zonder problemen na de Sederavond naar huis mogen lopen. Ik kon dan aan Rutte beloven dat we niemand zouden vertellen dat hij voor deze twee gasten toestemming had verleend. Hoe ik haar ook probeerde uit te leggen dat het zo niet werkt, het drong niet door. Maar toen ik haar adviseerde dat ze zelf Rutte mocht bellen en ik haar wel het mobiele nummer van Rutte zou geven, gaf ze mij te verstaan dat dat niet realistisch is. Mijn diagnose als rabbijn met meer dan 40 jaar ervaring in de psychiatrie: ze gaat selectief om met de realiteit. Hoewel, ik moet dat helaas toegeven, ik soms de realiteit van de coronamaatregelen ook niet altijd kan vatten. Neem nou bijvoorbeeld mijn echtgenote. Dit jaar met Pesach zijn we niet, zoals vorig jaar, bij de kinderen in Montreal. Omdat we al jaren achtereen Pesach niet meer thuis waren, had Blouma het hele Pesach servies aan een jong gezin gegeven dat toen voor het eerst in Nederland was om de gelederen van de rabbijnen te komen versterken. En dus moest er een nieuw servies, potten en pannen en verder keukengerei worden aangeschaft, waaronder een aardappelschiller. Op zichzelf is de aanschaf van een aardappelschiller geen probleem, maar hier bij de AH toch wel, want hoewel ze de aardappelschiller braaf in haar mandje had gelegd, bleek het onbetaalbaar. Reden: Omdat een aardappelschilmesje onder alcohol valt en alcoholische dranken niet na 20:00 uur verkocht mogen worden en zeker niet aan klanten die jonger zijn dan 16 jaar, kon, zo gaf de caissière aan, mijn echtgenote het mesje niet betalen. Hoewel mijn echtgenote al enige tijd geleden de 16 was gepasseerd en zich dus bijzonder gevleid voelde met de haar toebedeelde leeftijd, hebben we nog steeds geen aardappelschilmesje en speciaal is dat lastig met Pesach vanwege de grote hoeveelheid aardappels dat gegeten wordt. Bij deze dus een oproep: wie heeft er nog een Pesach aardappelschilmesje over?

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

Hij was soldaat in Libanon, Dagboek van een Opperrabbijn 21 maart 2021

Toen we sjabbath-ochtend naar sjoel liepen weerklonk het vanuit een kantoorgebouw, dat verbouwd is tot appartementen building, een luid “Jóóóden”. Hoewel ik natuurlijk trots ben op mijn Jood-zijn en ik het fijn vond herkend te worden, bedoelde, naar ik aanneem, de roeper het niet als compliment of bemoediging. Maar het negatieve naroepen werd ’s middags dubbel en dwars goed gemaakt. Voorafgaand aan mijn sjioer-op-niveau op sjabbatmiddag gaan mijn lern-maatje en ik iedere sjabbat het natuurgebied achter ons huis in en hebben een wandeling van vijftig gezonde sjabbat-minuten. Maar sjabbat jl. waren we een half uur langer onderweg. Toen wij de plaats van waaruit de vogels kunnen worden geobserveerd al een paar meter voorbij waren, weerklonk plotseling vanuit het groepje dat de vogels stond te bekijken een ‘sjabbat sjalom’. Het naroepen van ‘sjabbat sjalom’ komt regelmatig voor en aanzienlijk vaker dan het “Jóóóden”. Bijna altijd komt zo’n ‘sjabbat sjalom’ van niet-joden die met hun welgemeende groet hun steun aan Israël willen betuigen. Zo voel ik dat en zo is het ook. Bemoediging! Het ‘sjabbat sjalom’ vertoonde dit keer een Israëlisch accent en na ons te hebben omgedraaid zagen wij de roeper met ijsmuts, verrekijker en fiets. U weet toch hoe dat gaat. Over en weer namen uitwisselen, waar woon je, waar kom je vandaan? Hij woont al dertig jaar in Nederland en heeft in de Libanon-oorlog gestreden. Heeft geen contact met de Joodse gemeenschap, beroemt zich erop dat hij moslimvrienden heeft, heeft een niet-joodse echtgenote en heeft me uitgelegd dat hij tegen het beleid is van Netanyahu en daarom op GroenLinks heeft gestemd. We hadden een heel fijn gesprek en we voelden onvermeld een snelgroeiende vriendschap. Hij vertelde trots dat hij twee jaar geleden Jom Kippoer in de sjoel van Amersfoort is geweest en dat zijn echtgenote de hele dag in sjoel was gebleven, maar hij niet. Op mijn speels tussen de regels door gesuggereerde voorstel of hij misschien nog iets vaker naar sjoel zou kunnen komen, gaf hij aan dat hij het ook weer niet wil overdrijven en gewoon wil vasthouden aan regelmatig één keer per jaar. We spraken over de plaats van de Joden in Nederland en ongevraagd begon hij zich min of meer te excuseren dat hij Israël heeft verlaten, fysiek en geestelijk. Hij was soldaat geweest in het Israëlische leger ten tijde van de Libanon oorlog. Hij had het overleefd, maar te nauwer nood. Na hersteld te zijn van zijn verwondingen heeft hij Israël de rug toegekeerd. ‘Mijn moeder heeft liever een levende zoon in een huis in Nederland, dan een dode zoon in een kist in Israël’. Ik hoop dat ik iets voor hem mocht betekenen, want hij straalde zichtbaar tijdens ons gesprek. Het was alsof we elkaar al jaren kenden.

Er is een Joodse wet die zegt dat een Joods Geleerde niet mag rondlopen met een vlek op zijn kleren. En hoewel, zeker met Pesach voor de deur en de bescheidenheid van het ‘ongerezen’ brood/gevoel centraal moet staan, moet ieder zichzelf ten aanzien van deze wet beschouwen als een Joods Geleerde. De reden van het verbod om met vlekken rond te lopen is de uitstraling naar de brede samenleving waarvan wij een onderdeel vormen. Als ik er onverzorgd uitzie, zijn alle Joden vies. Uiteraard is die veralgemenisering onterecht, maar zo werkt het. En dus heeft ieder van ons de verplichting om er verzorgd bij te lopen. Maar het gaat hier niet uitsluitend over echte vlekken. Een vieze vlek in mijn gedrag is nog veel schadelijker.

De hele zondag was ik bezig met de grote Pesach schoonmaak. Er mag geen kruimeltje chameets-brood in huis zijn. Mijn auto is al helemaal ‘Pesach-dik’. Maar die kruimeltjes gerezen deeg zijn gekoppeld aan het gerezen gevoel: hoogmoed. Terwijl ik al het gerezene uit mijn huis haal, moet ik tegelijkertijd ook het gerezene uit mezelf verwijderen, zelfs een vlek mag niet achterblijven. Heeft die Pesach-schoonmaak alleen betekenis voor mezelf? Zeker niet. Want mijn gedrag, mijn zuiverheid, straalt ook uit en heeft daardoor invloed, ook als ik die invloed zelf niet bemerk. Gisteren, sjabbath, wist ik dus dat ik werd opgemerkt, maar ook als niemand reageert is het heel wel mogelijk dat er wordt gekeken.

Ik ga me voorbereiden voor de zoom-toespraak om 20:00 uur voor het NIK. Onderwerp: “Welke invloed hebben wij op de brede samenleving.” Geïnspireerd dus door mijn nieuwe vriend de Israëliër, heb ik dat onderwerp net bedacht. Ik hoop dat ik voor hem iets mocht betekenen. Misschien had het luisteren naar zijn moeizame legerperiode voor hem een genezende invloed. Of was mijn begrijpende blik dat ik hem niet veroordeel omdat hij Israël heeft verlaten en nu al dertig jaar hier woont, voor hem van geestelijk belang. Of wellicht heeft ons gesprek positief bijgedragen aan zijn worsteling met zijn geboorteland Israël, zijn identiteit, zijn Joodse nesjomme.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/