Oekraïense rabbijnen in Hongarije. Dagboek van de Opperrabbijn 28 augustus 2022

De NIW borrel! Hoewel ik een kleine borrelaar ben, was ik donderdag jongstleden aanwezig bij de NIW-borrel voor medewerkers en bestuur. Opvallend is dat zo’n pasfotootje in het NIW een zwakke weergave is van hoe de columnist of journalist er in het echt uitziet. Iedere persoon is namelijk niet en nooit uitsluitend een gezicht, maar er is altijd sprake van een heel lichaam en tijdens een vergadering speelt er ook de vaak welsprekende lichaamstaal. Reden dat ik wanneer er vergaderingen zijn prefereer lijfelijke aanwezigheid en geen zoomvergadering. Die zienswijze werd dus maar weer eens bewezen (althans voor mij). Maar het was goed en fijn elkaar voor het eerst gezien te hebben, dat praat in de toekomst wat makkelijker. In het Sinai Centrum hadden we ook jaarlijks een personeelsdag, iets dat belangrijk was voor de saamhorigheid en voor de onderlinge communicatie. Bij het NIK herinner ik me niet dat er ooit zoiets heeft plaatsgevonden. Achteraf bezien wel jammer, maar misschien een idee voor het nieuwe Joodse jaar dat volgende maand al begint! Een rabbijnen-uitstapje met echtgenotes, bestuurders met aanhang, secretariële en financiele personeelsleden. Ik verheug me erop en hoop dat ik, als wel/niet gepensioneerde, mee mag!

Hoe belangrijk een ongedwongen samenzijn is, werd mij duidelijk aan de hand van een bijzonder weekend in Hongarije. Tweehonderd rabbijnen met echtgenotes en kinderen hadden besloten om samen te komen. Op zichzelf niet uniek, maar in deze wel erg speciaal: het waren uitsluitend rabbijnen uit Oekraïne. En dan ook nog de rabbijnen die momenteel niet weten of ze nog ooit terug kunnen of willen gaan naar de plaatsen waar ze hadden gedacht hun hele leven te mogen blijven. Een groot aantal is al terug, sommigen waren überhaupt niet vertrokken, maar deze over-sjabbat in Hongarije was voor de rabbijnen die wel of niet terug kunnen, zoals rabbijn Mendel Kohen van Mariupol, of anderen die in een maandenlange twijfel-situatie verkeren. Zijn er nog genoeg leerlingen die bereid zijn naar hun Joodse school te gaan? Is het qua veiligheid verantwoord om de school te openen en, ook niet onbelangrijk: is het juist om met vrouw en eigen kinderen nu terug te gaan met alle gevaren die aan een terugkomst kleven. En hoe moet het financieel? En wat, voor vele rabbijnen het belangrijkst, wat met de leden van de Joodse gemeenschap die niet gevlucht zijn. Mogen zij, de rabbijnen, hun gemeenschap onbeheerd achterlaten?

Ondertussen zijn de rabbijnen die nu in Israël zijn, o.l.v. rabbijn Mendel Kohen, intensief bezig met de, sorry, met hun vluchtelingen die hals-over-kop huis en haard moesten verlaten. In Jeruzalem hebben ze voor hen een inspirerend weekend georganiseerd met als hoogtepunt een bezoek aan de Kotel op vrijdag voorafgaande aan de sjabbat. Niet te vergelijken met nieuwe immigranten die na goede voorbereiding hun geboorteland hebben ingewisseld voor Erets Hakodesj – het Heilige Land om een nieuw leven te beginnen. 

Een van mijn zonen heeft vrijdag jl. zijn rijbewijs gehaald. Ik hoor u denken: nou en? Hij is vrijwilliger bij Hatzola, is zo’n beetje 24/7 bereikbaar (naar ik vermoed is hij daarmee erfelijk belast) en heeft nu zijn rijbewijs voor het besturen van een ambulance. Hatzola is de organisatie die in Golders Green, een van de Joodse wijken in Londen, letterlijk dag en nacht bereikbaar is voor eerste medische hulp. Ik had er al eens eerder over geschreven. Geweldig te zien hoe zo’n veertig jonge orthodoxe mannen uit alle gelederen van de Joodse gemeenschap geheel onbezoldigd zich inzetten.

En als we dan toch over de medische kwesties spreken in Londen: een Britse arts heeft recentelijk een baby hersendood verklaard, aldus las ik in een Engelse krant. Maar na twee weken aan de beademing begon het kind weer te ademen! De arts had niets verkeerd gedaan, alle testen die wettelijk vereist zijn om tot de officiële uitspraak ‘hersendood’ te komen waren uitgevoerd. Is het u bekend dat het criterium om officieel hersendood te zijn in Engeland niet dezelfde is als in Nederland. Naar ik begrijp is er nu een aanpassing van de definitie hersendood in de maak. Maar of het artikel nu wel of niet helemaal klopt: het blijft een lastig verhaal. Want iemand die hersendood is, is niet dood. Hij wordt ook niet ‘dood’ genoemd, maar ‘hersen-dood’. Dat wil zeggen dat de rest dus nog leeft?

Vandaag zijn we begonnen met het blazen op de sjofar, voorbereiding voor Rosj Hasjana. We kunnen elkaar nu al een sjana towa toewensen, een jaar van gezondheid, fysiek en geestelijk.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Gezin in Gevaar! Dagboek van de Opperrabbijn 25 aug. 2022

Na bijna twee weken Beekbergen, waar ik de rabbinale scepter zwaaide over het kasjroet, de toespraken en de sjioerim, zijn we weer thuis. Het was een fijne tijd. Werk en geen werk, rabbijn en toerist. De eerste dagen smachtte ik naar ons van airco voorziene eigen huis, maar naarmate de koelte meer van zich liet voelen, was het goed om even weg te zijn. Een ander publiek en een andere omgeving. Mijn toespraken en sjioerim zijn gewoonlijk afgestemd op een Joods publiek dat Joods is, maar qua kennis nog wel enige verbetering kan gebruiken. Dat impliceert helemaal niet dat het houden van een toespraak dan dus veel eenvoudiger zal zijn, maar het tegendeel is waar. Want als de toehoorder de ‘taal’ beheerst kan ik in mijn/hun eigen ‘taal’ uiteenzetten. Maar als de toehoorder, die de taal niet beheerst, maar intellectueel niet onderdoet voor degene die de taal wel beheerst, moet ik zowel de materie uiteenzetten en tegelijkertijd ook vertalen. Ik hoop dat ik duidelijk ben. En dus had ik het met mijn toespraken makkelijker dan in mijn gewone rabbinale Nederlandse dagelijkse leven.

Helaas waren er ook uiteraard een paar minder plezierige stoorzenders. Een nog jonge man met wie het fysiek helemaal niet goed gaat. Of ik hem even wilde bezoeken. Uiteraard gedaan, want een rabbijn hoort geen vakantie te hebben, maar dit soort ‘einde-levens-gesprekken’ zijn en blijven belastend en luisteren naar ieder woord. Dat ik hiervan gedeprimeerd raak is natuurlijk niet professioneel, maar onberoerd blijven moge dan wellicht professioneel zijn, maar is naar mijn mening toch ongewenst en bovenal geen teken van menselijke betrokkenheid.

19 Januari jl. was ik de hele dag opstap met een cameraman, een regisseuse en een presentatrice. Brunssum in Zuid-Limburg was de bestemming. Een indrukwekkende reportage was het resultaat. Zo indrukwekkend dat mijn dochter in Londen, die een school met een speciale onderwijsmethode leidt, erop aandrong om de reportage van een Engelse ondertiteling te voorzien, opdat ook Londen, die nagenoeg niets weet over de oorlog, te bereiken.

Abba, dit moet een Engelse ondertiteling krijgen want deze belangrijke geschiedenis verdient mondiale aandacht. En dus heb ik mijn trouwe secretaresse en assistent het programma laten vertalen en was Christenen voor Israël bereid om die vertaling onder de Nederlands gesproken film te krijgen. En zie en klik hier voor het resultaat: https://www.youtube.com/watch?v=fE6kLCC596E

Wat was de boodschap van de reportage over Brunssum? Brunssum weigerde mee te doen met het normaal van toen: zwijgen, wegkijken of actief meewerken met de nazi’s.  Brunssum als collectief en als individu weigerde als een kudde de verkeerde kant op te lopen, richting verraad en moord. In Brunssum is niet één Stolpersteine geplaatst omdat niet één Jood uit Brunssum vermoord is. Brunssum had gedurende de oorlog aanzienlijk meer Joden dan voor de oorlog, want meer dan tweehonderd Joodse kinderen die uit de Hollandsche Schouwburg werden gered zaten daar verborgen.

Aan het eind van de documentaire vraagt de niet-joodse presentatrice zich af hoe zij gehandeld zou hebben. Zou zij de moed hebben gehad om haar leven te riskeren en het leven van haar dierbaren, om Joden te redden. Een oprechte vraag van een eerlijke jonge niet-joodse vrouw.  Ze zette mij aan het denken. Wat zou ik gedaan hebben?

En dus zeg ik volmondig, na enige kort denkwerk, dat ik bereid zou zijn geweest om een medemens die met de dood wordt bedreigd onderdak te verlenen, ondanks de risico’s, want de mens moet mens blijven, ook als de kudde volledig ontspoort, want daartoe zijn wij op Rosj Hasjana geschapen

Kuddegedrag, zien we niet uitsluitend in oorlogen.

In een advertentiebijlage van het Reformatorisch Dagblad, waarop mijn Blouma mij attendeerde, werd opgeroepen om aan Dennis Wiersma, Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, te verzoeken om te stoppen met het promoten van seksuele zonden op onze scholen. Nou ben ik zelf niet zo’n gebruiker van het woord zonden, maar in essentie ben ik het wel eens met de oproep. “Het geslacht bij de geboorte” bepaalt niet “op wie je verliefd kunt worden”. De docent moet daarom het kind “stap voor stap” aanmoedigen “tot verrassende inzichten te komen van hun eigen mogelijkheden”. Dit zou al aan kinderen van zes jaar moeten worden onderwezen! Ik ben fel tegen discriminatie van ieder medemens. Discriminatie vanwege ras, geloof, afkomst en zeker ook vanwege geaardheid, moet keihard worden aangepakt. Maar wanneer het gaat om LHBT etc. slaat, mijns inziens, de kudde door. Ik voel me bijna schuldig dat in mijn optiek het gezin de hoeksteen van de samenleving was, is en moet blijven! Maar, ik beken dit heel eerlijk, met lood in mijn schoenen (momenteel vanwege de hitte sandalen), schrijf ik hier mijn mening neer. Een mening die tegen de richting van de kudde indruist. Ik verwacht een storm van protest, misschien wel een rechtszaak. Maar toch heb ik gemeend dit te moeten uiten en mijn steun te betuigen aan de oproep van de Stichting Gezin in Gevaar.  

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

 

Rust. Dagboek van de opperrabbijn Zondag 21 augustus 2022

Het is nu inmiddels 23:00 uur en nu pas ga ik mijn dagboek schrijven. De reden? Ik ben net klaar met de helft van mijn dagelijkse snel wandeling en voel me al een stuk beter en goed genoeg om dit dagboek gezellig te houden. Ik was nog nauwelijks opgestaan vanochtend, had online met mijn chawer, zoals iedere ochtend in de vroege uurtjes nog voor het dawenen (ochtendgebed) zullen lernen, maar toen kwam er een naar telefoontje binnen waarmee ik acuut aan de slag moest. En dus viel het lernen in het water en kwam ik ook nog te laat in sjoel. Doordat het gezeur mij persoonlijk raakte (is niet professioneel!) heb ik ook nauwelijks ontbeten.

We vertrokken wel op tijd naar Maastricht voor de obsjerenisj van de zoon van rabbijn en rabbanit Cohen uit Maastricht. Mijn ontbrekende ontbijt kon ruimschoots worden aangevuld met de catering bij de obsjerenisj. Iedere sjabbat hebben de Cohennen vol-huis. In de sjoel is slaapruimte voor sjabbat en de maaltijden worden dan in huize Cohen genuttigd. Dit heeft dus even niets te maken met de obsjerenisj, maar mag wel eens gezegd worden.

Tussen Beekbergen en Maastricht en tussen Maastricht en Beekbergen was ik bezig met twee moeizame los van elkaar staande problemen. Beide problemen heb ik niet kunnen oplossen. Dan daar doorheen nog een mevrouw die in een psychiatrisch ziekenhuis zit en zich, heel begrijpelijk, heel eenzaam voelt. Omdat ze niemand heeft en zich erg alleen voelt heb ik haar eens aangeboden dat ze me altijd mag bellen: en aldus geschiedt dagelijks. Ik heb daarmee geen moeite. Wel dus met die andere problemen die mijn hele dag door mijn hoofd bleven met een depressieve gemoedstoestand als resultaat. En dat deugt niet! Ivdoe en Hashem besimcha – Dien G’d met vreugde! Ik heb dus nog wel een en ander aan mezelf te verbeteren tot Rosj Hasjana – Joods Nieuwjaar om mijn neiging tot depressiviteit onder controle te krijgen. Dat ik hiervan doordrongen ben is overigens een goede zaak, want, zoals de Talmoed aangeeft, als de ziekte bekend is, is er sprake van een halve genezing!

Door de vetes en de daaraan voor mij gekoppelde gemoedstoestand, was ik bijna vrijdag vergeten en de prachtige sjabbat. Vrijdag werd ik om 9:30 uur in Nijkerk verwacht en om tien uur na o.a. mijn toespraak, werd het startschot gegeven voor de fietstocht. Het was een sponsor-fietstocht die tot doel had om een fiets te kopen voor een fysiek gehandicapte inwoner van een groot tehuis voor medemensen met een lichamelijke beperking. Van de fietstocht fietste ik bijna direct de sjabbat in.  Sjabbat was geweldig. Wat een sfeer! Wat een saamhorigheid en wat een vreugde. Ik houd het vandaag kort want ik ben dus erg moe en heb drie mooie foto’s. Soms vertellen beelden meer dan woorden.

Nu dus snel het tweede deel van mijn snel-wandeling en dan bed met hopelijk een piekervrije nacht(rust)!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Wat heb ik te zoeken in Abu Dhabi? Dagboek van de Opperrabbijn 17 augustus 2022

“Enige dagen geleden was ik bij de uitvaart van Carla en ik wil u graag laten weten hoe dankbaar ik ben hoe zorgvuldig en eervol u haar ter aarde bestelling heeft geleid.

Zoals u weet heeft Carla geen gemakkelijk leven gehad. Ze was een kwetsbaar mensenkind en had niet altijd stuur over haar gedachten. Ik heb eerst als geestelijk verzorger en later als vriendin een eindje met haar mee mogen lopen. Carla had gouden handen en een gouden hart.

Ze heeft als creatief vormgeefster van de dienst geestelijke verzorging zoveel verhalen in prachtige gewaden en beelden vormgegeven. Daarmee heeft ze heel veel kwetsbare andere mensen een glimlach op hun gelaat bezorgd. Vaak worden mensen met een psychische kwetsbaarheid niet meer her- en erkend in hun mens zijn. Daarmee doen we niet alleen hen, maar ook onszelf te kort.

U deed recht aan haar en haar nabestaanden bij haar uitvaart”.

Nog steeds vanaf mijn vakantie/werkverblijf ontving ik bovenstaande bericht van de geestelijk verzorger van Carla. Ik probeer altijd te voorkomen om bij een lewaja in clichés te vervallen en al helemaal weiger ik om onwaarheden te verkondigen. Maar soms is het lastig. Als de overledene al tientallen jaren in een psychiatrisch ziekenhuis werd verpleegd, is een hesped, een treurrede, ingewikkeld. Als je last hebt van zweetvoeten heb je geen psychiater nodig! Neen, als geestelijk verzorger van het Sinai Centrum weet ik maar al te goed hoe moeizaam een psychiatrisch defect kan zijn voor de patiënt en voor zijn/haar naaste omgeving. En toch is ook een psychiatrisch patiënt net zo mens als u en ik. Enige maanden geleden kwam ik Carla weer tegen, na jaren geen contact. Carla wist dat ze niet lang meer te leven had en ze bereidde zich voor op het verlaten van haar aardse bestaan op een manier waaraan vele niet-patiënten een voorbeeld mogen nemen. Geen paniek, geen verwijt, maar repareren wat ze tijdens haar leven verkeerd had gedaan. Met haar ex, die het niet meer met haar kon uithouden, en met haar dochter, die haar moeder al meer dan dertig jaar niet had gezien of gesproken. Bij haar lewaja waren velen aanwezig. De toespraken klonken allemaal hetzelfde: Carla, we zijn je dankbaar voor wat je ons hebt gegeven. We hebben zoveel van jou geleerd!

En terug in Beekbergen mag ik dan weer mensen helpen met hun vakantiedag invulling: Gierhoorn is altijd leuk, de Apenheul en natuurlijk de Efteling. Verdriet en vreugde lopen schier door mekaar. Er is hier een familie die hun dochter, moeder van een pasgeboren baby, bij een aanslag in Israël hebben verloren en ook een man van wie de broer bij een andere aanslag het leven liet.

Interessant trouwens dat Israëliërs van Nederlandse afkomt die Nederlands als voertaal gebruiken, mijn dagboeken lezen. Geeft mij een goed gevoel. En dat is dan weer niet goed want ik behoor te schrijven om de medemens te inspireren en niet om mijn gevoel van trotst te vergroten, zeker niet met de Hoge Feestdagen in het verschiet. Dagelijks na het ochtendgebed (eerste minjan om 8:30 uur en tweede dienst om 9:30 uur) houd ik een korte toespraak. Korte toespraken vergen meer voorbereiding dan lange, gelijk mijn wekelijkse column in het papieren NIW van precies 400 woorden, veel meer tijd kost dan mijn dagboek dat een onbeperkt aantal woorden toestaat. Na de hittegolven is het vandaag regenachtig en koel. Heerlijk. Maar of wandelen me gaat lukken weet ik nog niet. Want voor het Cheider moet ik het kwartaalblad Rond de Bron redactioneel controleren en een begeleidend schrijven toevoegen. Verder is een oud-bestuurder onjuist bejegend door het nieuwe bestuur en moet ik een oplossing zien te vinden. Een Joodse vrijwilliger van een van de Chanoekavieringen voelt zich door de voorzitter uitgesloten en moet ik dat weer gaan oplossen. En zojuist een whatsapp van collega Heintz met het verzoek om een zwaar zieke man te bezoeken. Verder is het hier echt heel gezellig en wil ik dadelijk met het pontje over de IJssel van Brummen naar de kleinste stad van Nederland, Bronkhorst, varen om daar een paar tehillim-psalmen te zeggen op de Joodse begraafplaats. Ja, beste dagboekenier, u leest het goed. In de kleinste stad van Nederland is ook een Joodse begraafplaats. Overal waren voor de oorlog Joodse Gemeenten, sjoels en dus ook Joodse begraafplaatsen. Overigens hoop ik dat het pontje kan varen want de waterstand in de IJssel is erg laag en de hoeveelheid stikstof die dat piepkleine pontje uitstoot zal wel erg hoog liggen. Of ik voor enige dagen naar Abu Dhabi vlieg of mijn jaarlijkse toespraak houd bij de herdenking van de eerste razzia in Enschede, weet ik nog steeds niet. Ik heb nog maar niets laten weten aan het Comité Herdenking Razzia Twente. Ik regel wel zo nodig vervanging en gebruik dit dagboek maar even als een test om te zien of de leden van het Comité mijn dagboek lezen.  Wat ik als opperrabbijn van het IPOR in Abu Dhabi te zoeken heb? Voorlopig dus nog niets.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

Jeruzalem in Beekbergen. Dagboek van de Opperrabbijn, 14 augustus 2022

We genieten van de werkvakantie. Nog even voor de lezers die niet ieder dagboek lezen: we bevinden ons in Beekbergen in een hotel dat onder mijn rabbinale toezicht staat en waar ik dus dagelijks aanwezig ben, maar vanwege de hitte ben ik ook regelmatig thuis, zowel overdag als ’s nachts, omdat er niet de hele dag wordt gekookt en onze airco thuis aanzienlijk beter is dan de airco in het hotel. Mijn taak is dus het toezicht uitoefenen op het kasjroet en op sjabbat een cursus geven en bij de ochtenddienst een toespraak. Ook iedere ochtend na het ochtendgebed een korte gedachte. Daarnaast de hele dag door allerlei “rabbinale” vragen. Ik zal er een paar benoemen: 1: Mijn vrouw heeft hoofdpijn, heeft u een aspirientje. 2: Kunt u me helpen een fluisterbootje te reserveren in Giethoorn. 3: We gaan naar de Efteling. Welke waterijsjes zijn koosjer. 4: Waarheen adviseert u ons te gaan. We zoeken een plaats waar het koel is, misschien een strand, maar niet een strand waar iedereen met schaarse kledij ligt te zonnebaden. 5: Een Israëliër vraagt mij waar hij Israëlische wijn kan kopen, want ze hebben thuis in Israel een wijnkelder en verzamelen dus wijnen. 6: Zijn alle frisdranken koosjer?  

En dan de reacties op mijn toespraakjes en uiteraard vragen over de Joodse Gemeenschap in Nederland. 

Ondertussen is iemand overleden, want het gewone leven met al zijn aspecten gaat gewoon door, ook in vakantietijd. Het betreft een vrouw die ik de laatste maanden heb mogen bijstaan en dus doe ik uiteraard de lewaja. 

En wat denk u hiervan: een telefoontje van de voorzitter van de World Council of Arameans. Een groep Arameeërs uit Israel is naar Europa gekomen en vloog donderdag jl. weer terug. Woensdagavond belt de voorzitter mij met een probleem. We hebben elkaar al eens ontmoet bij de jaarlijkse ‘herdenking genocide 1915’. Een van de groepsleden is zijn koffer verloren met daarin zijn Israëlische paspoort. Vliegtuig vertrekt donderdag om 13: O0 uur uit Düsseldorf. Of ik een tijdelijk paspoort kan regelen. De Israëlische ambassades en consulaten in Duitsland en Nederland nemen de telefoon niet op. En dus ik meteen onze ambassadeur een WhatsApp gestuurd, binnen 10 minuten belt hij terug en een kwartier later kan ik de voorzitter van de Arameeërs laten weten dat de man-zonder-paspoort zich donderdagochtend om negen uur kan vervoegen bij de ambassade In Den Haag met twee pasfoto’s om vervolgens een tijdelijke reisvergunning te krijgen zodat hij om 13:00 uur terug kan vliegen naar Israel.

En vervolgens ontving ik donderdagochtend de volgende WhatsApp:

“Veel dank voor uw inspanningen betreffende de Aramese jongeman

uit Israël die zijn paspoort was kwijtgeraakt. Gelukkig was vanochtend vroeg

zijn koffer met paspoort teruggevonden en heeft hij die op tijd kunnen

ophalen om zijn vlucht terug naar huis te nemen. Nogmaals dank en hopelijk

kom ik binnenkort weer een keer naar Nederland, dan zou het een eer zijn om

met u van gedachten te wisselen.”  Fijn dat de jongeman zijn paspoort en koffer had gevonden, maar jammer dat ik dus de uiteindelijke hulp-rabbijn niet mocht zijn! 

Ook nog een leuke reactie ontvangen over de “Nederlands Dagblad soap” die vooralsnog nog niet voorbij is: “Ik heb net uw dagboek gelezen. Ik vind dat altijd tof van u, u laat

ondanks dat u Rabbijn bent, niet de kaas van uw brood afeten. Als mensen

niet fatsoenlijk zijn en oneerlijk gaat u altijd door, laat het niet over

z’n kant gaan en maakt het zelfs openbaar. Totdat het recht zal zegevieren.

Ik ben ook zo maar ik ken niet veel mensen die ook zo zijn. Maar ik denk dat

u dan ook heel gevoelig bent en dat kan best lastig zijn. Mijn grootvader

zl zei altijd tegen mij: als mensen je kwetsen moet je het gewoon in je zak

stoppen, daoen ze het nog een keer, stop het dan weer in je zak en als die

zak vol, maak hem dan maar leeg.” 

Deze trouwe lezer heeft mij goed door. Ja, ik ben (te) gevoelig en steek niet zo gauw kwetsende opmerkingen in m’n zak, terwijl ik dat wel zou moeten doen. Maar daar ben ik dus niet zo goed in! Wel interessant en goed dat mijn dagboek naar mij corrigerend werkt. Met de Hoge Feestdagen voor de deur is zelfcorrectief helemaal top!

Ik stop nu met dit dagboek van vandaag, want gasten komen en gasten gaan. En van de vertrekkende moet ik toch even afscheid nemen en ze alvast een sjana towa wensen, hetgeen gebruikelijk is na 15 Menachem Aw. En ondertussen klinkt er chassidische muziek op het terras en voel ik me in Beekbergen bijna in Jeruzalem.

 

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het

Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

Orthodoxe Joden op de Bijbelbelt. Dagboek van de Opperrabbijn 10 augustus 2022

De vakantiestemming zit er al goed in. Niet dat ik met vakantie ben of ga, maar de sfeer is er wel. Gistermiddag in Beekbergen geweest in Fletcher Hotel de Wipselberg waar vanaf vandaag t/m 24 augustus onder mijn rabbinale oog en met mijn rabbinale stempel door een koosjere cateraar uit Antwerpen voor gasten uit vele landen de gelegenheid wordt geboden om in de Veluwe te vertoeven. Outsiders denken dan vaak dat het een soort groepsreis betreft, maar dat is het dus niet. Mensen uit diverse landen binnen en buiten Europa (Israël!) boeken voor een week, twee weken of enkele dagen het hotel, kunnen dan uiteraard koosjer eten en ook zijn er dagelijks, ’s morgens, ’s middags en ’s avonds sjoeldiensten. Gistermiddag was ik er dus, voordat het begon, om erop toe te zien dat de keuken op de juiste wijze koosjer wordt gemaakt. Uiteraard zal ik er regelmatig zijn om mijn controlerend oog zijn werk te laten doen, want ‘I’am not a rubber stamp!’ Kent u de uitdrukking? Daarmee wordt bedoeld een rabbijn die zijn stempel op een koosjer certificaat plaatst, daarvoor betaald wordt en vervolgens geen verantwoord toezicht uitoefent. Vaak hoor ik zeggen dat iets koosjer is, want er staat een stempel op. Maar het is dus van belang te weten wie achter die stempel zit, want als ik iets eet dat wel een koosjer-stempel draagt, maar niet koosjer is, heb ik toch echt iets gegeten dat niet-geoorloofd was. Het rabbinale stempel maakt het product niet koosjer, maar is slechts een bewijs dat het koosjer is, als dat ten minste inderdaad zo is. Snapt u het? Waarmee ik heb willen aangeven dat uiteindelijk ieder voor zijn eigen daden verantwoordelijk is. Dadelijk dus weer naar Beekbergen voor controle, de avondmaaltijd en sjoeldienst. Het oogt wel bijzonder daar op de Veluwe met links en rechts de Bijbelbelt en daar tussenin een groep orthodoxe joden. Door de week valt het wel mee, maar op sjabbat als iedereen met vol sjabbat tenue zichtbaar is, kun je je zomaar in Jeruzalem wanen. Dat wordt wat lastiger op donderdagavond als er in het dorp de Veluwse Avondmarkt Beekbergen wordt gehouden en de boerendans onder begeleiding van accordeonspel wordt uitgevoerd. Als je dan de orthodoxe Joden in (zomervakantie!) kledij ziet lopen, dan besef je dat het toch niet Jeruzalem is, maar oer-Nederlands! Ondertussen houd ik me nu bezig met de vraag van de cateraar of Aviko frozen frites wel of niet geoorloofd zijn en voor de gasten ben ik veelal een VVV- tourist information bureau. Waar zullen we vandaag heengaan? Apenheul? Openluchtmuseum? Hoge Veluwe? U ziet, geachte dagboeklezer, een rabbijn hoort van alle (Veluwe)markten thuis te zijn. Dan krijg ik ook nog de vragen te beantwoorden van niet-joodse gasten die in een ander deel van het hotel hun vakantie vieren en van niet-joodse personeelsleden die zo ook maar bijna geheel onverwacht tegen dit gebeuren aanlopen. En natuurlijk nemen mensen, ook op vakantie, hun problemen met zich mee, want die zijn niet gekoppeld aan woon- of leefomgeving, maar zijn persoonlijk bezit. En dus, juist als ze een rustige omgeving hebben, word ik als praatpaal/adviseur/luisterend-oor ingeschakeld. Fijn dat ik dat mag doen, maar ik geef de voorkeur aan een gezellige wandeling. En dus, voordat de persoon zijn hart wil luchten, stel ik voor dat we dat al wandelend doen! Twee vliegen in een klap, moet u maar denken: hij z’n probleem en ik mijn dagelijkse wandeling.

En nu we toch over problemen hebben: Het gezeur met het Nederlands Dagblad is nog niet geweken! En al peinzend denk ik dan aan mijn recente ontmoeting op een terrasje met collega rabbijn van der Kamp. Binnen een mum van tijd werd het Nederlands Dagblad ons gespreksonderwerp. De dikke zwartgedrukte kop dat compromisloze zionisten de oorzaak zijn van het conflict in het Midden-Oosten, beangstigde ons beiden. Eng! Want voor de goegemeente is antizionisme het synoniem van antisemitisme. Laat de ND gewoon het beestje bij de naam noemen: schuldig zijn compromisloze Joden, dan staat er tenminste duidelijk wat er bedoeld wordt.

Natuurlijk heeft het ND nadien een aantal andersdenkenden aan het woord gelaten, maar de kop heeft de voor mij onacceptabele boodschap verkondigd en de redactie heeft geen afstand genomen van dit tendentieuze opiniestuk. Toen inmiddels meer dan een jaar geleden er deining ontstond over de nazibegraafplaats in Ysselsteyn is de Oorlogsgravenstichting meteen in de telefoon geklommen en is de Duitse Ambassadeur binnen een mum van tijd het gesprek met Joods Nederland aangegaan, met als resultaat: begrip, samenwerking en vriendschap.  Ook het ND, die zich de kwaliteitskrant van christelijk Nederland noemt, mag een fout maken. Maar erken, pak het op, maak van de gelegenheid gebruik en ga vooral het gesprek niet uit de weg! Hopelijk zien ze het licht, om even een niet-joodse uitdrukking te gebruiken, en kunnen we de strijdbijl begraven en er iets moois van maken, samen, eendrachtig met behoud van eigen geloof. We hebben zoveel gemeen en kunnen samen zoveel bestrijden, betekenen en bereiken!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Na het vasten: een staakt het vuren en een vlag met hakenkruis. Dagboek van de Opperrabbijn 7 augustus 2022

Hoewel het vandaag een erg nare dag was, negen Aw, de langste vastendag van de Joodse kalender en tevens de meest trieste, het begin van de ballingschap met alle vervolgingen als resultaat, voelde ik ook, al reflecterend, lichtpunten. Maar eerst maar even de duisternis: Israël ligt weer onder vuur. Ik leef mee met de inwoners van Gaza. Vreemd denkt u, maar toch is dat zo. De veroorzaker van mijn medeleven met de inwoners van Gaza is Amnesty International. Amnesty International heeft namelijk Oekraïne veroordeeld vanwege het beschieten van de Russen vanuit plaatsen tussen de burgers, hetgeen tegen het oorlogsrecht schijn te zijn. Overigens snap ik dat oorlogsrecht niet, want geen hond ter wereld zal zich in een oorlog daaraan houden! Ik weet dat Oekraïne inderdaad zich hieraan schuldig maakt, maar dit terzijde. Waarop ik nu zit te wachten is dat Amnesty International de Jihad-Gaza, of hoe die club gangsters ook mogen heten, zal veroordelen, want zij beschieten zonder enige twijfel, zichtbaar gefotografeerd, ook vanuit de dichtbevolkte wijken waar onschuldige burgers wonen die letterlijk geen kant op kunnen. Maar zo’n veroordeling zal niet komen, want alles met betrekking tot Joden en Israël ligt anders. Ik ben trouwens benieuwd naar het Nederlands Dagblad, hoe die zullen reageren en of zij de compromisloze Zionisten met grote zwarte krantenkoppen zullen veroordelen of dat zij bereid zijn de waarheid neer te schrijven of, en dat verwacht ik, er gewoon geen aandacht aan te besteden. U ziet, mijn teleurstelling richting de christelijke ND, is nog niet geweken.

De herdenking van de genocide in 2014 op de Jezidi’s donderdag jl. zit ook nog vers in mijn gedachten. Kinderen die als slaaf of slavin worden verhandeld en de wereld kijkt toe. De wereld zal uiteraard Israël wel veroordelen, maar geen oog voor de inwoners van die wijk in Gaza. Geen woord over de schatrijke criminele leiders die de gewone meestal straatarme mensen gebruiken voor hun haat tegen Israël, door vanuit hun dichtbevolkte buurt Israël te belagen met honderden en honderden raketten en zelf de meest riante huizen bewonen ver weg van oorlogsgeweld.

Naar de lichtpunten:

 

Beste meneer Jacobs,

Het was een eer om u te ontmoeten op de herdenking van Jezedi-genocide. Graag wil ik u bedanken voor uw bijdrage als spreker. Het was een interessant gesprek en het is belangrijk om het over dit onderwerp te blijven hebben. 

Hopelijk kijkt u ook goed terug op de herdenking van Jezedi-genocide. 

Nogmaals bedankt.

Met hartelijke groet,

Dit bericht is voor mij een lichtpunt, ik mocht iets voor ze betekenen. Maar ook ontving ik van de leiding van Nationaal Monument Kamp Amersfoort een e-mail:

Geachte rabbijn Jacobs, bij een inspectie vanmiddag bleek het twee weken geleden gereinigde monument er uitstekend bij te staan. Bijgevoegd een foto. Met vriendelijke groeten, Floris van Dijk

Ik herinner me niet dat ik ooit na afloop van een bekladding een foto opgestuurd heb gekregen van het monument dat weer schoon is gemaakt! En de inzet en betrokkenheid van de nieuwe directie is hartverwarmend. Binnenkort heb ik een gesprek met de nieuwe directeur en gaan we proberen te achterhalen wat er vooral na de oorlog in en rondom Kamp Amersfoort heeft gespeeld. Want dat er e.e.a. heeft gespeeld staat buiten kijf. Details zal ik hier niet neerschrijven, maar er gaat onderzocht worden wat aan naoorlogse politiek hier heeft gespeeld. Nooit zal ik vergeten dat, daags na de officiële inwijding van het herdenkingscentrum Kamp Amersfoort, ik aanwezig was in de gevangenis in Groningen waar een monument werd onthuld ter nagedachtenis aan de ex-politieke gevangenen die daar waren vermoord. Naast mij in Groningen zat een oud-militair met een waslijn aan medailles. Hij was de dag tevoren aanwezig bij de opening van het herdenkingscentrum Kamp Amersfoort en bleek zelf in Amersfoort gezeten te hebben. Op mijn vraag wat er na de oorlog speelde rond kamp Amersfoort vertelde hij mij toen dat bepaalde gebeurtenissen dusdanig negatief zijn, dat mensen die meenemen in hun graf.

De tentoonstelling die er nu is in Kamp Amersfoort is imponerend! Een lichtpunt. En ook de erkenning dat er in Amersfoort toentertijd geen zevenhonderd maar tweeduizend zevenhonderd Joden hadden gezeten.

Nog een lichtpunt is het telefoontje van het hoofd van de wijkagenten in mijn woonplaats nadat ik in dit dagboek mijn beklag had gedaan over een snotaapje dat mij meende te moeten vertellen dat ik “Israël” ben en vervolgens “Free Palestine”. Hij wil kijken hoe we dit breder kunnen aanpakken. Dat breder had voor mij niet gehoeven omdat er überhaupt tot nu toe niets werd gedaan.

Hoe ben ik deze vervelende, nare en lange vastendag doorgekomen? Uitgaande sjabbat om 23:15 uur was er sjoeldienst in Amersfoort en uiteraard was ik daar aanwezig. Vanochtend was ik in Eindhoven om daar naar sjoel te gaan en ook een toespraakje te houden en tenslotte voor het middaggebed naar Almere. En nu dus: einde van de Drie Weken (de treurweken) en nadat ik meer dan 24 uur heb gevast, niet gegeten en niet gedronken, lees ik dat er in Israël een staakt het vuren is bereikt en dat er niet ver van ons vandaan een vlag met hakenkruis op het viaduct boven de A1 is opgehangen

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

GESPOT!

Twee  oudere collega’s die zich niet oud voelen maar nog steeds piepjong van geest en van leden, genieten beiden van een werkoverleg  op een koosjer zonovergoten terrasje. Ze blikken samen voldaan terug op gezamenlijk bijna 100 jaar rabbinale ervaring, maar maken zich desondanks ook samen grote zorgen over het huidige antisemitisme. Onbegrijpelijk en onacceptabel vinden ze het beiden dat het Nederlands Dagblad, dat zichzelf christelijke betrokken verklaart, met vette letters laat verkondigen:

“Israël hoofdschuldige in conflict door compromisloze houding van zionisten.”

Precies uit de ND-hoek, christelijk Nederland, hadden beide rabbijnen steun verwacht in de strijd tegen het antisemitisme en de acceptatie dat heden ten dage antisemitisme en antizionisme synoniemen zijn. Want Joden zijn zionisten en zionisten zijn Joden. Vervang dus in het opiniestuk van 25 juli het woord zionist door Jood en begrijp de zorg van de twee jonge oudere collega’s.

“Israël hoofdschuldige in conflict door compromisloze houding van Joden.”

De plaatsing van zo’n opiniestuk, kweekt antisemitisme en antizionisme, antizionisme en antisemitisme!

Rabbijn op Malieveld. Dagboek van de Opperrabbijn, 3 augustus 2022

We staan aan de vooravond van Tisja Be’aw, de negende van de Joodse maand Aw. De meest trieste dag op de Joodse jaarkalender. We herdenken dan de vernietiging van de Tempel in Jeruzalem waarmee de ballingschap, waarin we ons nog steeds bevinden, begon. En dus was mijn aanwezigheid op het Malieveld vandaag, zes Aw,  qua datum goed getimed!  Mijn dag stond geheel in het teken van herdenken. Weliswaar geen herdenking die iets te maken heeft met onze Joodse geschiedenis, want het betrof de herdenking van de “Jezidi-genocide in 2014”.  En dus hierbij voor u, trouwe dagboek-lezer: mijn toespraak.  En voor mij: een vrije dagboek-dag!

Vrienden,

Ik betreur het dat ik ben uitgenodigd om hier te spreken, omdat de aanleiding die heeft geleid tot deze herdenking, dit samenzijn, door en door triest en afkeurenswaardig is. De aanleiding had er nooit mogen zijn.

Onschuldigen werden bruut uit hun huizen gerukt, afgevoerd, vermoord of als slavinnen verkocht en verhandeld. De overlevenden zijn voor hun hele leven beschadigd, diep getraumatiseerd, maar tenminste zijn ze fysiek vrij. Zij zijn vrij, maar vele duizenden zitten nog steeds in wrede slavernij en zijn slachtoffer van dagelijks misbruik, mishandeling en ook van gewone handel, business.

Waarom is er zo weinig bekend over de genocide van 2014? Waarom wordt er nauwelijks in de media aandacht aan besteed? Waarom moeten wij hier anno 2022 aandacht voor vragen? Waarom zal een doorsnee leerling van onze Nederlandse geciviliseerde onderwijsinstellingen niet weten wie of wat Jezidi’s zijn?

Is het omdat het kwantitatief allemaal ‘wel meevalt’? Het betreft geen honderdduizenden? Of is het een ver-van-mijn-bed show, terwijl het topografisch bezien, niet eens zo ver weg is!?

Of misschien kijken we weg omdat het ons niet in onze eigen portemonnee raakt, de gasprijzen niet verhoogd werden en zelfs de benzine werd geen cent duurder! Toen in de Verenigde Staten van Amerika één zwarte medemens door de politie dusdanig gruwelijk werd behandeld dat de man stikte (onacceptabel!) hielden de media niet op met aandacht. En hier, een ver-weg-volk dat louter en alleen omdat ze zijn wie ze zijn en wie ze willen blijven zijn, wordt op beest onwaardige wijze vervolgd…het raakt ons nauwelijks, het blijft bijna onbekend.

Voor overlevenden die allen familieleden hebben die het niet hebben overleefd, die allen familieleden hebben van wie het nog steeds onbekend is hoe en waar ze zijn, voor die overlevenden gaat er geen dag voorbij zonder zorg, verdriet, afschuw en hoop. Onze Volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer hebben de genocide erkend, dat is fijn, maar er blijven bij de overlevenden gapende wonden die ongeneeslijk zijn.

En daarom sta ik hier in Den Haag op het Malieveld en ben ik dankbaar met de uitnodiging om hier te mogen spreken.

De Joodse filosofie geeft aan dat het bezoeken van een zieke bijdraagt aan zijn genezing. Jullie allen, Jezidi’s, moeten welhaast ziek zijn, zwaar beschadigd. Als niet lichamelijk, dan zeker wel geestelijk! Want zo’n geschiedenis hebben en er niet door geraakt worden, normaal blijven alsof er niets is gebeurd, nog steeds gebeurt en ook morgen weer gebeurt, is onmogelijk en volstrekt niet normaal. Beschouw mijn aanwezigheid als een teken van solidariteit, een ziekenbezoek.

Wij Joden weten al eeuwen en eeuwenlang wat vervolging inhoudt, voor de direct vervolgden en voor hun nazaten, de second generation. Want zieke ouders, excuseer mijn taalgebruik, geven hun kinderen bewust, maar meestal onbewust, een lastige opvoeding.

 

Het Jodendom doet niet aan bekering. Wij gaan uit van een multiculturele samenleving, een wereld waarin mensen van elkaar mogen verschillen. Maar allen zijn we wel schepselen van een en dezelfde G’d, en allen hebben we onze eigen manier om die gezamenlijke G’d te dienen. De mensheid als geheel is vergelijkbaar met een uniek individu. Ieder heeft hersens, ledematen, een hart, voeten, benen. Ieder heeft ook zijn eigen specifieke taak.

Een van de taken die wij als het Joodse volk hebben is om een bijdrage te leveren aan de brede samenleving, zonder de ander te willen bekeren.

Onze Joodse feest-, treur- en gedenkdagen zijn bijna allemaal interne aangelegenheden, we willen niet assimileren, we willen onszelf blijven, gelijk de Jezidi’s. Bijna allemaal intern, want gedurende het Chanoekafeest, acht dagen lang, door de eeuwen heen, zelfs onder de meest miserabele en barre omstandigheden, wordt er voor het raam, voor de buitendeur of op openbaar terrein, zichtbaar voor iedere voorbijganger, de Menora, de achtarmige kandelaar, aangestoken als het buiten donker is. Licht brengen in de ons omringende geestelijke duisternis.

Prof. Presser, de historicus, schrijft in zijn beroemde geschiedenisboek ‘Ondergang’ over de Tweede Wereldoorlog in Nederland: slechts 5% van de Nederlanders heulde met de vijand, slechts 5% bood actief verzet tegen de nazi’s en 90% zag en liet het gebeuren! Zo gaat het helaas te vaak in de wereld. Negentig procent kijkt toe en laat het gebeuren en wordt uitsluitend wakker als er sprake is van persoonlijk verlies.

Wat er met de Jezidi’s is geschied raakt geen van ons Nederlanders in onze portemonnee en dus bloeit weelderig de neiging om weg te kijken.

En om mijn afschuw kenbaar te maken tegen dat wegkijken, sta ik hier. Want als er een wond is aan een van de menselijke organen of ledematen, dan lijdt het hele lichaam.

Verantwoordelijkheid voor elkaar, tolerantie, wederzijds respect, de ander willen zien en vooral niet wegkijken.

En als een enkeling dan plotseling, als er een beroep op hem wordt gedaan, aangeeft dat hij te klein is om in die grote corrupte duistere wereld verandering te brengen: kijk dan naar de Menora, de achtarmige kandelaar die als het buiten intens donker is wordt ontstoken, en wees ervan doordrongen dat een heel klein zuiver vlammetje een gigantische hoeveelheid duisternis kan verdrijven.

Ik probeer met mijn aanwezigheid hier vandaag bij deze herdenking van de genocide in 2014 dat kleine vlammetje te zijn en vooral niet weg te kijken.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

 

 

 

RSS
Follow by Email