YouTube met echte mensen en echte lichtjes. Dagboek van een Opperrabbijn van 16 december 2020

Het was vandaag wel en niet gezellig. Wel gezellig omdat we onze kleinkinderen in Nederland Chanoeka-geld zijn gaan brengen. Maar niet gezellig vanwege een woedende e-mail die ik kreeg. Niet woedend op mij, maar ik was de uitverkorene om het probleem op te lossen! Wat was, en is nog steeds, het probleem? De briefschrijver is een student, die naar ik begrijp tot de categorie eeuwige studenten behoort. Dat eeuwige zit echter niet vast aan het studeren. De student heeft al meer dan tien jaar een betalende baan en is sindsdien niet meer op de universiteit geweest. Maar voordat hij afgestudeerd was, was hij dus student en was daarom lid van een Joodse Gemeente tegen betaling van een studententarief. Maar inmiddels heeft de eeuwige student, die niet meer studeert, dus een baan, een echtgenote en twee kleine kinderen. Qua gezin is hij dus uitgebreid ten opzichte van zo’n tien jaar geleden. En ook qua inkomen. Maar, en nu komt het, zijn lidmaatschap van de Joodse Gemeente zit nog onveranderd op het studentenniveau! Hij was daarop door de penningmeester geattendeerd, maar het kwam niet verder dan attenderen. Want verzoeken van de penningmeester werden gewoon niet beantwoord. En dus toen er recentelijk, ondanks de corona, een Chanoeka feestje was met 1.5 m afstand en alle anderen RIVM-verordeningen, werd hem verzocht om, gelijk niet-leden, een bescheiden bijdrage te leveren aan het feestje. En omdat de eeuwige niet studerende student van mening is dat leden niet hoeven te betalen voor een feestje van de Joodse Gemeente en hij en zijn dochtertje dus onder de categorie leden vallen, weigerde hij een kleine bijdrage die nodig is om de kosten te dekken. En dus ontstonden er ‘woorden’ en liepen vader en dochtertje boos weg. En wat doe je dan als je thuiskomt? Een brief met een zware klacht naar Jacobs. Ik mag het dus kennelijk oplossen! Maar ik doe hieraan even niet mee! Ik heb gewoon de klacht doorgestuurd naar de penningmeester van de desbetreffende Joodse Gemeente.

Ma Nisjtana – Wat verschilt dit jaar Chanoeka van alle andere jaren Chanoeka? Alle andere jaren Chanoeka kan de Menora zonder problemen ook buiten worden aangestoken, dit jaar geeft dat problemen. En dus waren er verschillende Joodse Gemeenten die ervoor kozen om maar niets te doen dit jaar en andere Joodse Gemeenten waren van mening om juist dit jaar extra actief te zijn. Andere jaren had ik hiermee geen enkele bemoeienis, dit jaar werd ik op verschillende plaatsen ingeschakeld om óf het bestuur over de Chanoeka-streep te krijgen óf de burgemeester. En daar waar ik werd ingeschakeld of (stiekem) mezelf inschakelde kregen we óf buiten óf binnen een gloedvolle Chanoeka bijeenkomst. De laatste hobbel is morgen. Bourtange, de 31ste keer. Op het Marktplein wordt het toch niet, maar in de synagoge wel. Met helaas  een heel klein aantal aanwezigen. Maar in aanwezigheid van een paar journalisten die het Chanoeka-wonder in Bourtange breed zullen laten stralen in de extra duisternis van dit corona-Chanoeka-jaar tot ver buiten de muren van de Vesting.

En die extra brede uitstraling zien we nu al! Kijk even naar de synagoge van Middelburg https://www.youtube.com/watch?v=FbVUX-511t0. En als u gaat zoeken vindt u dat de YouTube van de eerste avond gezien is door meer dan 4.400 geïnteresseerden en het SGP-programma over Israel, waar achter mij de menora brandde, heeft al 6.500 kijkers mogen verwelkomen. Ook het programma van de CU dat de titel droeg: “Licht in het Parlement” staat op een blog (vraag me niet wat dat betekent!), maar ook op twitter en daar was het een paar dagen geleden meer dan 10.000 keer bekeken.

En dus, ondanks de extra corona-duisternis, is het licht van de Menora dit jaar (met nog één dag te gaan) waarschijnlijk veel breder gekomen dan andere jaren. Wat leren we hieruit? Dat we ook andere jaren meer gebruik moeten maken van social media, maar dan wel samen met het echte aansteken. Want voor mij blijft dat vlammetje voor het Stadhuis met mensen die echt voor me staan indrukwekkender dan de vele YouTube ’s, hoe mooi, indrukwekkend, professioneel en warm ze ook mogen zijn. Hoewel: bij sommige lokale Joodse Gemeenten waren de YouTube ‘s een beetje sukkelig waardoor de leden van de joodse gemeente wel de Menora konden zien, maar nagenoeg niets konden horen. Dus volgend jaar dus gewoon weer in de open lucht met goede livestream, zoom en/of YouTube.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Extra duisternis en dus: extra licht. Dagboek van een Opperrabbijn 15 december 2020

Er liep weer van alles door mekaar. Laten we beginnen met het leukste. Omdat de coördinator antisemitisme bestrijding nu toch echt in aantocht lijkt te zijn, kreeg ik een mazzeltov-email van de ambassadeur van Oekraïne in Nederland., mijn vriend Vsevolod Chentsov. Kennelijk dacht hij dat óf ik het had geregeld óf vermoedde hij dat ik benoemd was als de coördinator! Andere positieve gebeurtenissen: meegewerkt aan twee tv-programma’s die reeds nu, gedurende Chanoeka, zijn opgenomen, maar pas omstreeks Oud en Nieuw worden uitgezonden. Het ene programma is een terugblik op o.a. de positie van Israël in 2020, met name vanwege de Abraham akkoorden. Het tweede programma is meer een Nieuwjaars-show van twee uur waar ik een stichtelijk woord moest inbrengen van acht minuten. (Vanwege de acht kaarsjes van de Menora of gewoon toeval?) Ook heb ik vandaag een opname laten maken van een half uur, waarin ik een sjioer, college, moest geven over de laatste Sidra, Schriftlezing, van Bereesjiet-Genesis. Het is bestemd voor een breed Europees publiek en moest in het Nederlands worden gegeven!? En ik moest de opname/link naar een collega in Midden-Amerika sturen. Geen idee waarom voor een niet Nederlands sprekend publiek een cursus in het Nederlands. Maar ik heb het braaf gedaan en soms is het verstandig om gewoon niets te vragen. Zondag waren mijn echtgenote en ik in Eindhoven. Voor het Stadhuis werd de Menora aangestoken, alles werd opgenomen en kon door de leden van de Joodse Gemeente gevolgd worden via zoom. Mooi om te zien hoe rabbijn Steinberg en zijn echtgenote bijna uit het niets hebben opgebouwd en het Joodse leven weer langzaam aan het terugkomen is.  En geweldig dat de burgemeester aanwezig was en ook een toespraak hield. Mijn oprechte dankbaarheid betreft ook de burgemeester van Kampen die zaterdagavond in de voormalige synagoge van Kampen had gesproken. En heden in Nijmegen sprak burgemeester Bruls in de synagoge bij het zesde kaarsje. In principe had er een grote menora aangestoken moeten worden midden in de stad, maar, hoewel toegestaan, verwachtte de burgemeester dat daaruit gezeur zou kunnen voortkomen en dus, op zijn nadrukkelijke verzoek: Wel aansteken, maar in de synagoge! Het licht moet doorgaan, zo was de boodschap van burgemeester Bruls. Het is nu 23:50 uur.

PAUZE

Omdat ik te moe was, was ik gisteravond gestopt. Het is inmiddels 7 uur in de ochtend. Het is nog te vroeg om het ochtendgebed uit te spreken. Terug dus naar eergisteren, want ik lig achter. Ik ontving een e-mail van een bekende. Een man van mijn generatie, dus van direct na de oorlog. Zijn ouders hadden de oorlog overleefd, maar wel ernstig beschadigd. In die ernstig beschadigde entourage werd hij grootgebracht. De vraag die hij mij stelde was: waar was G’d in Auschwitz? Waarom zoveel misère op deze wereld. Natuurlijk kan ik hem uitleggen dat G’ds wegen niet te doorgronden zijn en de vergelijking brengen met de pijnlijke operatie waarmee dit zijn op aarde wordt vergeleken. Er is iets vóór en er is iets ná. De operatie kan zeer pijnlijk zijn, maar heeft een doel. Probleem is dat wij mensen kunnen zien bij een fysieke operatie hoe de toestand vóór was, we volgen de operatie en zien vervolgens het resultaat na de operatie. De patiënt was ziek, ondergaat de operatie en vervolgens is hij beter. Maar bij de operatie die ‘het leven hier op aarde’ heet, kunnen we niet ervoor en niet erna kijken. Het heeft geen zin om hem dit te schrijven. Ik moet hem bellen, spreken, luisteren, aanhoren, proberen licht te brengen in zijn leven. Het was eergisteren, maandagavond dus, het vijfde lichtje van de Menora. Het vijfde kaarsje valt nooit op een vrijdagavond, nooit dus op de sjabbat. Als de menora op een vrijdagavond brandt, is er dubbel licht. Het licht van de menora en het licht van de sjabbat-kaarsen die we iedere vrijdagavond, ingaande sjabbat, aansteken. Het vijfde lichtje heeft dus een extra zware taak, namelijk nog meer duisternis verdrijven dan de andere zeven lichtjes. Want op de andere dagen is er eens in de zoveel tijd toch ook nog, behalve de duisternis, het licht van de sjabbat. En dus bestaat de gewoonte om juist op de avond dat we het vijfde lichtje aansteken extra vrolijk te zijn. We geven de kinderen “Chanoeka-geld”. Want als er duisternis heerst moeten we daartegenover iets positiefs stellen, een extra inzet, extra licht. En dus zal ik schrijver van de e-mail, die gebukt gaat onder de duisternis, moeten gaan bezoeken of op z’n minst bellen. Aanhoren, heel goed luisteren en op z’n minst de duisternis met hem delen. Dat is namelijk de boodschap van Chanoeka: waar mogelijk licht brengen.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Dagboek van een opperrabbijn, 14 december 2020

Probleem!  In deze Chanoeka periode gebeurt er zoveel per dag dat het onmogelijk is om in één dagboek het dagelijks gebeuren te kunnen verwerken en dus loop ik achter. Aan het derde lichtje, dat na afloop van sjabbat werd aangestoken, heb ik nog geen aandacht kunnen besteden. Maar los van Chanoeka gaat het dagelijkse gewoon door. In gewone niet-corona-dagen was ik bijna uitsluitend bezig gedurende Chanoeka met Chanoeka. Vergaderingen en besprekingen vonden gewoonweg niet plaats. Maar in dit corona-Chanoeka-jaar gaan de reguliere besprekingen gewoon door, want die gaan toch per zoom. Dat is het gewone vergaderen geworden.

Dus even recapituleren: Vrijdag, een dag dat ik zeker in deze periode van het jaar vanwege het vroege begin van de sjabbat, nooit vergaderingen heb, had ik dus een vergadering van 1½ uur. Ik zit q.q. in tal van Comités van Aanbeveling. Daarin doe je niet meer dan ‘erin zitten’. Maar er zijn besturen die geen ‘in-zit’ maar ‘in-zet’ vereisen. Speciaal als die te maken hebben met ethische vraagstukken die op gespannen voet kunnen staan met de gangbare huidige visies van alles-mag-en-alles-kan. Als er wetgeving is, dan is het duidelijk, maar niet alles laat zich in wetgeving vertalen en dan ontstaat er een ‘strijd’ tussen opvatting over vrijheid van G’dsdienst, over ‘mijn waarden’ en ‘hun waarden’. Eigenlijk dus de Chanoeka-strijd. Laat ik iets concreter zijn. In een van de dagbladen las ik dat er ook in Nigeria baby-fabrieken zijn. Straatarme tienermeisjes worden van de straat geplukt, zwanger gemaakt met als doel kinderen te kweken die verkocht kunnen worden. Onacceptabel! Wij Nederlanders nemen hiervan met afschuw kennis. Maar in ons geciviliseerde Nederland gebeurt precies hetzelfde! Iedereen weet het! Vrouwen uit Oostbloklanden worden naar Nederland gelokt en belanden als slavinnen in de prostitutie. En niemand doet er iets aan. Waarom hiertegen niets wordt ondernomen? Vraag het de verantwoordelijken die bij machte zijn om er nu iets tegen te ondernemen, maar dat nalaten. Te zijner tijd over een x aantal jaren krijgen we vast en zeker een analoge toestand over dit onderwerp, gelijk er nu gaande is over de kindertoeslagaffaire. Maar het leed is dan al geschied en zal onherstelbaar zijn. De vergadering ging niet over de kindertoeslag-affaire en zelfs niet over de uitbuiting van buitenlandse vrouwen, maar wel over waarden en normen die onder vuur liggen. Nederland is een multiculturele samenleving waar ook voor afwijkende visies, binnen het kader van de wet, ruimte moet zijn.

Na deze vergadering snel bloemen gekocht, mijn taken verricht die ik altijd doe voor het begin van de sjabbat, de menora aangestoken en toen: kwam sjabbat, kwam rust!

En direct na sjabbat, zaterdagavond om 17:23 uur, begon bijna meteen de voortzetting van de Chanoeka-toer. Om 17:30 uur was Sara van Oordt hier met camera. Ik moest het derde kaarsje aansteken en daarbij in het Nederlands een Chanoeka gedachte brengen. Die moest dan meteen worden opgestuurd naar het secretariaat van de RCE, Rabbinical Center of Europe ten behoeve van LIGHTINGEUROPE#. Wat ze er precies mee gaan doen, was me niet helemaal duidelijk, maar: u vraagt en wij draaien. Daarna met het derde lichtje op de achtergrond brandend een toespraak in het Engels met daarin een oproep om juist vooral thuis de menora aan te steken, juist nu het buiten niet kan. Ik ben een half uur bij de menora blijven zitten en toen naar Kampen, waar in de voormalige sjoel de Menora zou worden aangestoken.  Voorafgaand aan Kampen was er donderdag onduidelijkheid ontstaan. Vorige jaren werd een grote Menora voor de voormalige synagoge aangestoken, buiten aan de IJsselkade. Maar dit jaar werd, zo had ik het begrepen, geen toestemming gegeven om deze happening buiten te doen in verband met Cororna. En dus bood de conservator van Gemeentemuseum, waaronder de voormalige synagoge valt, aan om het aansteken van de Menora in de voormalige synagoge te doen. Maar dan kunnen er slechts een paar mensen aanwezig zijn. Uiteindelijk had de burgemeester geen bezwaar tegen buiten, maar toen had de idee om binnen de Menora aan te steken al zoveel emoties losgemaakt, dat het organiserend comité niet meer naar buiten wilde. Maar nu bleek binnen ook een probleem te hebben want je kunt natuurlijk niet in een museum, waar waardevolle kunstwerken aanwezig zijn, een vuurtje gaan stoken. En hoewel het vlammetje van de Menora maar heel klein is, toch… Uiteindelijk werd ik dus zaterdagavond om 19:45 uur in de Gouden Zaal van het Stedelijk Museum van Kampen ontvangen door de conservator van het museum en de burgemeester en de bestuurders van het organiserend comité. Waarom al die eer en dankbaarheid? Ik weet het niet en om heel eerlijk te zijn: ik kan er niet zo goed tegen. Maar ik heb het bijzonder gewaardeerd. Die bijeenkomst had een heel merkwaardig karakter. Chanoeka is het inwijding -feest. Het is dus een feest. Maar toen ik de kaarsjes in de voormalige sjoel aanstak benam de emotie mij. Sinds 1942 was in deze synagoge geen menora meer aangestoken, omdat er in Kampen geen Jood meer was overgebleven. En daar stond ik dan. Gesteund door de conservator van het museum, de burgemeester en de leden van het organiserend comité en een scala aan lokale pers. De vlammetjes van de Menora in de sjoel van Kampen spraken boekdelen. Hoop, verwachting. Vlammetjes die de eeuwen hebben weten te trotseren, ondanks alles. Maar ook vlammetjes waarin de namen van allen die vermoord waren bijna te lezen waren. Iets van voor de oorlog kwam heel kort weer even terug, dertig minuten lang……

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Beste Philip, voorzitter van de Joodse Gemeente Breda, Dagboek van een Opperrabbijn 13 december 2020

Ik ben wel een beetje boos. Een beetje maar natuurlijk, want boos worden op Philip Soesan kan niet zo makkelijk, want daarvoor ben je veel te beleefd en te vriendelijk. We hebben gedurende de twintig jaar veelvuldig contact gehad en vaak heb je mij vragen voorgelegd, maar de vraag of ik akkoord ben dat je je voorzitterschap van nog maar twintig jaar gaat neerleggen, heb ik (nog) niet voorgelegd gekregen. Het antwoord zou zijn: zeker niet! Maar je hebt me niets gevraagd en dus heb ik het maar te accepteren, helaas!

Philip, weet dat ik je erg bewonder en heel veel van je heb geleerd. Waarop ik doel? Als baby de oorlog te hebben overleefd, nooit je ouders gekend te hebben, pas op latere leeftijd, toen je zelf al met Els was getrouwd en zelf al vader was, voor het eerst een foto van ze te hebben gezien en desondanks zo normaal te blijven, althans voor het oog van de buitenwereld, is erg knap, bijna onmogelijk. En dan ook nog in staat zijn om scholen te bezoeken en pogen uit te leggen aan de jeugd waartoe onderscheid maken tussen mensen en übermenschen kan leiden. En mij dan ook nog heel zakelijk, bijna zonder emotie, kunnen vertellen dat er leerlingen waren die demonstratief hun stoel omdraaiden omdat ze niet van hun ouders naar de Jood Soesan mochten luisteren… Dit alles getuigt van grote wijsheid en van een enorme kracht.

Het is geen toeval, want toeval bestaat niet, dat je afscheid neemt gedurende Chanoeka. Chanoeka staat voor het verspreiden van licht, het verdrijven van duisternis, het brengen van warmte aan de medemens. Als voorzitter was je er voor iedereen, vaak als een zuiver vlammetje als anderen geen licht meer zagen. Dat is een voorzitter! En toen je vermoedde dat mijn persoon en/of mijn positie onder vuur lag vanwege bestuurlijke ressortale ruzie, waar ik overigens buiten stond, was je vraag aan mij: “Het is toch niet tegen jou, hè? Want dat zal ik niet accepteren.”  Maar het meest is mij bijgebleven het cadeau dat je me gaf na afloop van een lezing bij jouw/onze Joodse Gemeente Breda. Gewoonlijk krijg ik niets en als ik wel iets krijg is dat meestal een bos bloemen, hetgeen ik overigens zeer waardeer. Maar jij had iets afwijkends. In een interview met het NIW had gestaan dat ik iedere ochtend een bord Brinta eet. En dus kreeg ik maanden later na afloop van een sjioer een pak Brinta. Ik denk dat er weinig rabbijnen of geestelijken van andere denominaties zijn die thuiskomen met Brinta als een vergoeding voor een lezing. Moet ik dit pak Brinta opgeven aan de Belasting? Overigens ben ik inmiddels van de Brinta af en zit ik nu reeds jarenlang aan de Quaker Havermout Naturel. Dit even een seintje naar je opvolger.

Philip, dank voor je inzet, je toewijding, je vriendschap en speciaal voor het licht dat je naar zovelen en zeker naar mij uitstraalde. Je was, bent en zult nog vele jaren gelijk een Menora zijn, die uitstraalt naar de medemens.

 

Het ga je goed en we blijven zeker contact houden!

Binyomin

Bovenstaand mijn afscheidsbrief aan Philip Soesan, de inhoud spreekt voor zich. Hij is een van die mensen die getekend door de oorlog het Jodendom overeind wilde houden.

Toevallig, maar toeval bestaat niet, kreeg ik recentelijk een foto toegestuurd. Op de foto staan Joop Sanders, de voormalig secretaris van het NIK. Als weeskind kwam hij uit de oorlog. Dr. Manus Wikler zl., jarenlang voorzitter van het NIK en voordien voorzitter van het bestuur van mijn opperrabbinaat, Meir Groen zl., de opvolger van Wikler als voorzitter van het IPOR. Decennialang hebben wij samen opgetrokken. Hij was mijn steun en toeverlaat. Vele keren per dag hadden wij contact. Heel veel heb ik aan hem te danken. Samen zijn wij naar Israël gevlogen voor de lewaja-begrafenis van opperrabbijn Berlinger, mijn voorganger. En jaren en jaren later vloog ik alleen naar Israël voor de onthulling van zijn matsewa-grafzerk. En ook staan Mevrouw zl. en Opperrabbijn Berlinger zl. op die foto. Tijdens het 25-jarig bestaan van het Sinai Centrum heeft hij publiekelijk gesproken over “mijn opvolger rabbijn Jacobs”. Van het Chassidisme, waartoe ik mezelf reken, moest Berlinger niets hebben. Maar, zoals hij mij meerdere keren liet weten, “Uw opstelling om naar de mensen toe te gaan en niet te wachten tot men bij U komt, dat hebben wij gemeen”.  Berlinger was een van die mensen die achter het overbrengen heeft gezeten van de Joodse bevolking van Denemarken naar Zweden op die bewuste Jom Kippoer in de oorlog. Met die repatriëring van veroverd Denemarken naar neutraal Zweden werden duizenden levens gered. Berlinger was toen rabbijn in Malmö.  Tenslotte sta ook ik op die foto, als jong rabbijntje, maar reeds assistent van Berlinger zl. Wat hadden allen op de foto gemeen (behalve ik)? Allen overlevenden die gezworen hadden het Jodendom te herbouwen op de ruïnes van wat eens was. Voelt u de link naar oud-voorzitter Philip Soesan? En ziet u de relatie met Chanoeka? Het licht van de Menora trotseert de eeuwen, laat zich niet doven, dankzij het zuivere vlammetje van mensen als Joop Sanders, Manus Wikler zl., Meir Groen zl., Opperrabbijn Berlinger zl., mevrouw Berlinger zl. Wat ben ik trots om met deze overlevenden op de foto te mogen staan.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

Toespraak Menora Tweede Kamer. Dagboek van een Opperrabbijn, 10 december 2020

Allereerst mijn oprechte dank aan mevrouw Arib, voorzitter van onze Tweede Kamer, omdat ze zelfs dit jaar weer bereid was de Menora in ontvangst te nemen en die Menora een plaats te geven in het hart van ons Parlement. Waarmee automatisch, zonder woorden, ook getoond wordt dat dat kleine Joodse vlammetje, de Nederlands Joodse Gemeenschap of wat daarvan nog over is, onlosmakelijk verbonden is met de brede Nederlandse samenleving.

‘Zelfs dit jaar’, want het gezamenlijk aansteken van de kaarsjes, de vlammetjes, met daaraan gekoppeld de ontvangst van de rabbijnen zoals voorafgaande jaren, heeft niet plaatsgevonden. De brandende vlammetjes, de essentie van het hele Chanoeka gebeuren, ontbraken dit jaar. De essentie ontbrak! En dus rijst de vraag: Hadden we dit jaar Chanoeka, het aansteken van de Menora wellicht moeten overslaan, in het Parlement en op zovele andere plaatsen?

We weten allen dat de gedachte achter het kruikje olie en het vlammetje dat daaruit voortkomt is: het verlichten van duisternis. In de Sjoelchan Aroeg, het Joodse Wetboek, staat dat de Menora moet worden aangestoken als het buiten duister is en zolang er mensen buiten in de straat lopen. Maar wat als er niemand in de straat het licht kan zien en de boodschap van tolerantie niet kan horen? Als Joden in situaties verkeerden of verkeren waarin het voor het raam plaatsen van de Menora gevaarlijk is, of als er gewoon helemaal niemand buiten te zien is omdat ik bijvoorbeeld in woestijn woon, helemaal alleen?  Steken we dan geen Menora aan? Het antwoord op deze vraag is heel duidelijk: hoewel het tijdstip van aansteken alles te maken heeft met de zichtbaarheid, het verdrijven van duisternis juist bij de ander, toch moet de Menora zonder enige twijfel ook worden aangestoken als niemand maar dan ook niemand de zuivere vlammetjes kan zien.

En dat is nu precies wat ook dit jaar gebeurt. Publiekelijk de Menora aansteken, met een grote menigte, zit er dit jaar niet in. Zelfs met een paar rabbijnen de Menora overhandigen en de lichtjes ontsteken in het gebouw van de Eerste en Tweede Kamer, hebben we niet willen doen. En desalniettemin wordt in ieder Joods huis het licht ontstoken. Een licht dat hoger is dan de ratio, een licht dat als taak heeft licht te verspreiden Maar ook als het niets verspreidt moet het toch branden.

Is dat rationeel? Kunnen we dat verklaren? Neen, het is een soort contradictio interminis. Totaal niet te vatten. Zolang mensen het vlammetje kunnen zien moeten we de Menora aansteken, maar ook als niemand het ziet en het rationele deel dus ontbreekt, steken we het toch aan?! Laat ik het anders verwoorden: Stel we zetten een actie op poten om geld in te zamelen voor mensen die straatarm zijn. Ze hebben geen financiële mogelijkheid om eten te kopen. Iedereen zal doneren. Maar als op een gegeven moment de armen in staat zijn om zich in hun eigen levensonderhoud te voorzien hebben ze geen gaarkeuken meer nodig. Op dat moment is het zinloos om aan die gaarkeuken geld te geven. Sterker nog, volgens de Joodse wet mogen die armen, die inmiddels niet meer arm zijn, geen geld aannemen van Tsedaka, liefdadigheid, want het zou dan onterecht zijn, tegen de gerechtigheid indruisen.

Wat zou er dus logischer zijn geweest dat de Menora alleen dan wordt aangestoken als de lichtjes van de Menora worden gezien door derden. Mensen die zich in de duisternis bevinden, ongeacht of dat een tastbare duisternis is, het is gewoon buiten donker, of een spirituele duisternis. De Menora zit gekoppeld aan het verspreiden van licht en dus het verdrijven van duisternis. Maar er bevindt zich niemand in duisternis!

En dan zien we het volkomen onlogische: als de armen niet meer arm zijn, kunnen ze uiteraard niet meer nemen van de armenbedeling.

Maar als er niemand aanwezig is die zich in de duisternis bevindt, zijn we toch verplicht om licht te brengen. Maar aan wie? Aan niemand. Totaal onlogisch! Niet te beredeneren.

En dat is nu juist precies de essentie van Chanoeka. In de Talmoed wordt gevraagd: Wat is Chanoeka? En het antwoord is dan het wonder van het kruikje olie. Geen woord over het wonder dat een klein groepje onervaren strijders een gigantische Griekse professionele legerschare wist te verslaan. De reden?

De Grieken waren geen antisemieten. Joden werden niet vervolgd zoals in de tijd van de inquisitie of in de Tweede Wereldoorlog. Joden mochten zelfs de Thora bestuderen. Maar er zat één maar aan: G’d, de spiritualiteit, de ziel moest eruit verwijderd worden. Alleen logica telde. Alles moest begrepen worden. De afgod Ratio moest vereerd worden.

Dat was de strijd van toen en is ook de strijd van nu: Het licht van de Menora moet gezien worden, maar ook als niemand het ziet moeten we het toch aansteken.

Het vlammetje van de Menora straalt uit dat we niet alles kunnen begrijpen. G’d moet aanwezig zijn in onze maatschappij. Niet alles is te vatten. We weten meer niet, dan wel. Als we daarvan doordrongen zijn, dan pas gaan we proberen te begrijpen. Die boodschap straalt dit jaar sterker uit dan andere jaren, met dank aan corona.

Nog vele jaren Chanoeka, in gezondheid en met de echte sjalom, voor ieder medemens!

Bovenstaande toespraak heb ik gebruikt als dagboekvulling: twee vliegen in één klap!

Wat ik verder heb gedaan? Vanuit Zeeland waren een cameraman en een presentator gekomen naar ons huis om mij vijf minuten op te nemen voor TV Zeeland. Die vijf minuten worden dan wel, als ik het goed heb begrepen, zondag zes keer uitgezonden als onderdeel van een Chanoeka programmaatje waarin ook de menora wordt aangestoken in de sjoel van Middelburg door de onnavolgbare Luuc Smit, chazan van de Joodse Gemeente Zeeland. In datzelfde programma weerklinkt vanuit het carillon van de Grote Kerk het Ma’oz Tsoer.

Vanavond bijna twee uur vanuit het Israel Producten Centrum in Nijkerk (bijna mijn tweede thuis!) het aansteken van het eerste kaarsje door Joop Elzas, voorzitter van het NIK, de federatie van Joodse Gemeenten, gevolgd door het zingen van Ma’oz Tsoer door mijn Canadese schoonzoon en aansluitend een lezing van mij over……Chanoeka! Ondertussen heb ik me nog wel even opgewonden over een relletje dat hopelijk na een gesprek met een burgemeester tot bedaren is gebracht. En ook begrijp ik nog steeds niet, waarschijnlijk vanwege mijn beperkte politieke verstand, waarom in Dubai producten uit de zogenaamde bezette gebieden zonder label mogen worden verkocht, maar in Nijkerk niet. Misschien moet het IPC – Israel Producten Centrum zijn wijn vanuit Israel naar Dubai laten sturen en dan vanuit Dubai naar Nederland. Als ons Ministerie dan gaat gillen krijgen ze de Verenigde Arabische Emiraten op hun dak. Ik snap dat dit voorstel niet erg klopt, maar dat is inherent aan de politiek. Als het maar goed en aannemelijk klinkt. En dat doet het zeker!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit naar Dubai. Dagboek van een Opperrabbijn 9 december 2020

Het was weer een aaneenschakeling van e-mails beantwoorden. Verrassend was het initiatief van een mij onbekende die alleen een Joodse vader heeft. Hij wil een website opzetten met als titel: “vraag het de rabbijn”. Ik vond het fijn dat juist iemand die dus halagisch niet-joods is mij hiervoor benadert. Ik heb dus meteen contact gemaakt en mijn participatie toegezegd. De bedoeling is dat mensen hun vraag online stellen en dat de beheerder, hij dus, dan de vragen doorstuurt naar een van de deelnemende rabbijnen. Dat er een soort voorselectie plaatsvindt lijkt me verstandig, maar hoewel hij dacht dat de vragen zich zouden beperken tot vragen over kennis, verwacht ik veel meer hulpvragen. Een hulpvraag is erg lastig schriftelijk te beantwoorden. En dus is mijn voorstel dat de rabbijn vanaf een onherkenbaar nummer de vraagsteller belt. De ervaring heeft mij geleerd dat de meeste vragen die bij mij komen verkleed zijn in een eenvoudige feitelijke vraag, maar dat achter die simpele vraagstelling een veel diepere vraag of probleem schuilgaat. Die problematiek kan ik niet bemerken als de vraag schriftelijk is gesteld. En dus gaat de master van de website aan de slag en kijken hoe we het kaf van het koren kunnen scheiden, maar tegelijkertijd het kind niet weggooien met het waswater. Ik ben benieuwd! Hoewel ik dus te laat was opgestaan, doordat ik veel te laat naar bed was gegaan, werd mijn werkdag te klein. Speciaal ook omdat ik voor de SGP naar Veldhoven moest komen voor een Israel uitzending waarin een soort debat over antisemitisme en over de vraag hoe de politiek omgaat met Israël. En dat was dan net leuk. Ik had namelijk aan mijn vriend Louk de Liever een fles Israëlische wijn gebracht speciaal uit Judea en Samaria, die door de anti-Joodse-lobby gebombardeerd zijn tot zogenaamde ‘bezette gebieden’ en deze besmette producten moeten voorzien worden van een label waarop de origine herkenbaar is. Dus product van Israël is natuurlijk uit den boze, maar ook afkomstig uit Judea en Samaria wordt niet geaccepteerd. Er moet staan: product uit ‘bezet gebied’. En terwijl ik net na mijn wandeling uit de binnenstad van Amersfoort, waar Louk woont, was teruggekomen, zie ik een bericht dat in Dubai producten uit de zogenaamde ‘bezette gebieden’ mogen worden verkocht zonder label omdat dat de economie van de Palestijnen ondersteunt. Ik ben benieuwd of de Verenigde Naties nu een resolutie gaan aannemen tegen de Verenigde Arabische Emiraten en nog meer ben ik benieuwd hoe ons Ministerie van Buitenlandse zaken zal reageren. Sturen ze nu een aantal medewerkers om de Kamer van Koophandel in Dubai te bekeuren, zoals ze dat een paar maanden geleden in Nijkerk hebben gedaan? Ervoor zorgen dat het dierenleed in de abattoirs wordt beperkt, daarvoor was er niet genoeg personeel beschikbaar, maar die paar flesjes heerlijke Israëlische wijn uit de ‘bezette gebieden’, daarvoor was kennelijk genoeg tijd en personeel en dat was echt belangrijker dan onnodig dierenleed. Maar zelfs als die berichtgeving nog niet klopt, maakt dat niet uit. Want in de politiek kan de waarheid van vandaag, de leugen van morgen zijn of andersom!

Om 18:00 uur vertrokken naar Veldhoven, vlakbij Eindhoven, voor de Israël-avond van de SGP. Het begon om 20:00 uur en duurde tot 21:15 uur. Wat een geweldig programma, wat een energie heeft de SGP hier ingestopt. Wat een pro-Israël warmte.  En wat ben ik dankbaar dat ik hieraan mocht meewerken. De achtergrond was een grote foto van Jeruzalem met daarvoor de brandende menora. Perfecte muziek, live-interview met iemand uit Israël en iemand anders uit Irak. Het was geweldig. Maar ik moest natuurlijk wel nadenken wat ik zou zeggen. Het kost energie, maar G.Z.D. heb ik die. Om 23:15 uur was ik thuis, gevloerd. Het dagboek geschreven en nog een gesprek gehad met een politieke topper om te proberen een visum te krijgen voor een vader die in Israël woont, gescheiden is en zijn twee kleine kinderen, die bij zijn ex wonen in Nederland, wil bezoeken. Probleem: een visum wordt niet toegekend vanwege corona. De topper gaat kijken wat hij kan betekenen. En nu, mijn trouwe dagboekenier, als u een uur en vijftien minuten niet weet wat te doen met uw tijd, klik dan op deze link:  https://youtu.be/NYJQaIjQIt8 . Geniet van onze Israël vrienden, want die hebben we echt!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Een Gemiste Kans. Dagboek Van Een Opperrabbijn 8 december 2020

Vanochtend werd ik pas om 9:15 uur wakker. Geen idee waarom. De meest voor de hand liggende reden was dat ik gewoon moe was en dus langer sliep dan normaal. Om 10:15 uur was ik klaar met het ochtendgebed en om 14:30 uur ontbeten. Wel natuurlijk een flink aantal koppen koffie, maar voor het ontbijt wel eerst nog even kijken naar de WhatsApps en e-mails. Dat is bij mij een bijna neurotische verplichting alvorens ik mag ontbijten. Gevolg is vaak dat er zoveel te beantwoorden is, dat het ontbijt automatisch verandert in een lunch en nog net niet de avondmaaltijd wordt. Nog voordat ik dus aan de e-mail ging, het klinkt bijna als een verslaving, kreeg ik een onverwacht telefoontje van een goede vriend die al bijna negen jaar in Israel woont. Tot zijn vertrek spraken we elkaar bijna dagelijks. Hij was ook werkzaam in het Nederlands Joodse circuit en zodoende hadden we veel gemeen aan ervaringen. Het was leuk om hem even te spreken. Dat even duurde overigens meer dan een uur. En daarna dus eerst de Apps. Een noodkreet van een vader die in Israel woont, gescheiden is en die van plan is om zijn kleine kinderen, die bij zijn ex in Nederland wonen, te bezoeken. Hij doet dat twee keer per jaar. Probleem is dat hij nu geen visum krijgt vanwege corona. Of ik dat even kan regelen. Was daar dus meteen mee aan de slag gegaan, maar is nog steeds niet gelukt. Maar ik geef niet op! De vader heeft zich laten testen en heeft dus volgens hem en volgens het ziekenhuis in Rechovot, dusdanig veel antibodies dat hij niet meer ziek kan worden en ook niet anderen ziek kan maken. Het is me nog niet gelukt. Iemand die wellicht soelaas zou kunnen bieden stuurt me zojuist (om 23:52 uur) een bericht dat het nu te laat is om te bellen. Misschien kan ik morgen iets bereiken voor deze zielige, aardige en zachtmoedige vader.

In de e-mail een adviesvraag. De persoon woont in een buurt waar het vuurwerk de hele dag door weerklinkt. Hij voelt zich daar niet meer veilig, durft niet meer de straat op en weet niet wat te doen. Ik werd dus kennelijk geacht het antwoord te geven.

Dan een mevrouw die duidelijk uit een zwaar Christelijk milieu afkomstig is, maar recentelijk heeft uitgevonden dat haar overgrootmoeder Joods was via de vrouwelijke tak en zelfs op een Joodse begraafplaats ligt begraven. En dus is ze Joods en wil ze terug naar haar oorsprong. Wel lastig voor haar man en kinderen die trouwe kerkgangers zijn. Ik heb haar meteen gebeld en uitgenodigd voor een ontmoeting, waarbij ik wil dat ook haar niet-joodse man aanwezig zal zijn. Voor hem is haar verlangen om naar haar Jodendom terug te keren een schok en een bedreiging, juist omdat ze samen christelijk zijn grootgebracht en zij een kant opgaat die met de christelijk opvoeding niet te rijmen valt. Overigens is ze erg dankbaar aan haar betovergrootmoeder, want doordat die zich had afgekeerd van het Jodendom zijn haar nazaten in staat geweest de oorlog te overleven. Terwijl haar broer en zus in Sobibor werden vermoord.

Een artikel uit het FD, dat ik al had gelezen, werd me toegestuurd. Roofkunst die niet is teruggegeven aan de Joodse eigenaren of hun nazaten. Lag en ligt gewoon in Nederlandse musea. Er is heel wat afgestolen door de Nederlanders. Denk even aan die kwestie Menten. Vele Nederlandse grootheden hadden schalen met boter op hun hoofd.

Aan Kamp Amersfoort heb ik nog niets kunnen doen: wat was er gaande in Kamp Amersfoort in en na de oorlog? Welk geheim nam die oud-gedetineerde mee z’n graf in?

Om 16:00 uur had ik mijn tweewekelijkse Zoom cursus voor de 65-plussers uit Amersfoort. Die had ik dus grondig willen voorbereiden, maar om 15:00 uur een telefoontje van iemand die het echt niet meer zag zitten. Ik moest hem dus even uit het dal halen. Gelukt! En dan nog net voor het begin van de cursus een jonge man die geschorst is omdat hij voor zijn religieuze waarden wilde opkomen, en dat was uiteraard in ons landje niet geoorloofd. De cursus had ik dus helaas niet kunnen voorbereiden, maar misschien juist daarom liep het gesmeerd. Later op de dag kwam er nog onverwacht bezoek en helemaal aan het eind een e-mail uit Brussel van de EJA – European Jewish Association met de vraag of ik bekend was met Huize Doorn. In Der Spiegel had een heel artikel gestaan over roof van Joodse kunst of zoiets, want ik had het nog niet echt begrepen. Zal er mogen voor gaan zitten, want het is een groot artikel en voordat ik reageer is het wel zaaks dat ik weet waarop ik reageer. Tijdens de 65+ cursus werd er gebeld. Ik even de cursus, die ik zelf dus geef, verlaten om open te doen. Een pakje met een dure fles wijn, zoals ik later uitvond. De bezorgster vroeg wat die (Joodse) letters op mijn deur betekenden. Ze vroeg het met belangstelling, maar ik kon haar niet antwoorden omdat ik dus midden in die cursus zat. Jammer want ze wilde het echt begrijpen en door niet te antwoorden kweekte ik geen goodwill, terwijl we dat echt nodig hebben als Joodse Gemeenschap in Nederland. Helaas dus een gemiste kans.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Bijna vier opnames, Dagboek van een Opperrabbijn, 7 december 2020

Het was een opnamedag. In mijn Sinai periode, toen ik daar nog zeer actief was als geestelijk verzorger, was dat gewoonlijk een zwaarbeladen dag, want wie wil er nou worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis? Opname in de psychiatrie is toch immers een schande! Fel heb ik steeds gestreden tegen deze zienswijze. Het is geen schande om naar een huisarts, een internist, een oogarts of psychiater te gaan. Sterker nog: het getuigt van moed en realiteitsbewustzijn als iemand de moed heeft en het gezond verstand om zo nodig een psychiater in te schakelen. Het taboe dat er hangt rondom de psychiater moet doorbroken worden. Anderzijds heeft een patiënt ook het recht om zich te generen. Ik mag hem of haar niet forceren om zich niet te schamen, hoe onterecht ik dit persoonlijk ook vind. Mezelf verplaatsen in de gedachtewereld van de ander vind ik essentieel. Bekend is toch die grap van A en B die een meningsverschil hebben. A komt bij de rabbijn, legt zijn visie uit en de rabbijn geeft hem gelijk. B gaat ook naar dezelfde rabbijn en krijgt ook gelijk. C gaat naar de rabbijn en zegt tegen de rabbijn dat het toch niet zo kan zijn dat de rabbijn zowel A alsook B gelijk geeft. Waarop de rabbijn aan C zegt: U hebt ook gelijk! Deze grap heeft u wellicht al eens gehoord. Het toont het gedraai van een rabbijn, erg komisch! Maar in feite is dit helemaal geen grap. Als ik A heb aangehoord en mij verplaatst heb in zijn gedachtewereld en in zijn specifieke situatie, dan is het heel wel mogelijk dat ik van mening ben dat hij gelijk heeft. Idem kan ik ook overtuigd zijn van het gelijk van B die vanuit zijn perspectief inderdaad volkomen gelijk kan hebben. En ook C heeft gelijk. Vanuit mijn eigen beleefwereld zal ik of het eens moeten zijn met A of met B. Alleen word ik geacht om niet vanuit mijn eigen zienswijze te luisteren, maar van mij wordt verwacht dat ik me in de wereld van de vraagsteller verplaats. Toen ik zojuist een langdurig gesprek had met een mevrouw die slaande ruzie had met haar man, vond ik dat zij echt gelijk had, nadat ik me in haar situatie geheel had ingeleefd. Alleen gelijk hebben en gelijk krijgen is niet hetzelfde. En dus moest ik me gaan verplaatsen in de denkwereld van haar man, die ik nauwelijks ken, om haar in zijn denkpatroon in te voeren en zo tot een oplossing te komen. Zoiets heet dus ook tolerantie. Bereid zijn om vanuit de zienswijze van de medemens te denken en zo tot respect voor de ander te komen, ook als zijn achtergrond, manier van denken, intelligentie, gender, financiële situatie enz. enz. sterk van de jouwe verschilt. Betekent dat dan ook dat ik een crimineel moet respecteren? Of iemand die overspel pleegt of anderzijds verslaafd is aan een onzedelijk gedrag of aan gokken of drugs? Natuurlijk niet, maar de vraag is wel of ik optreed als rechter of als hulpverlener. En als hulpverlener is het natuurlijk goed als ik zelfs de crimineel begrijp. Maar als zijn optreden tegen de Wil van G’d ingaat, zal mijn doel toch echt moeten zijn: correctie. Ik benader hem met liefde, want ik begrijp hem. Maar krom mag ik niet recht praten. In onze alles-mag-en-alles-kan samenleving wordt onder tolerantie verstaan een bijna onbegrensd “alles accepteren”. In het Jodendom bestaan er grenzen en wordt liefde soms tot uitdrukking gebracht door correctie. Maar om te kunnen corrigeren zal ik hem of haar toch echt moeten begrijpen.

Maar, en nu ga ik even terug naar het begin van mijn dagboek van vandaag: het was vandaag een opname dag! Eerst een opname voor een toespraak van iets meer dan zeven minuten die een onderdeel gaat worden van de jaarlijkse (virtuele) overhandiging en de (virtuele) plaatsing van een Menora in het gebouw van de Eerste en Tweede kamer, daarna een toespraakje van drie minuten voor de derde dag Chanoeka, vervolgens een opname voor Family7 van een uur en tenslotte zou ik in de sjoel van Amersfoort zijn van 20:00 tot 21:30 uur voor een gesprek met Roelof Bisschop, de parlementariër van de SGP, over antisemitisme. Dat had dus vandaag mijn vierde opname zullen zijn! Had zullen zijn, want net voor ik naar sjoel zou gaan werd het gesprek afgelast omdat de cameraman in quarantaine moest en naar ik begreep ook de heer Bisschop zelf. Maar geen zorgen. Aanstaande woensdag krijg ik een herkansing met Cees van der Staaij. Maar dan niet in de sjoel van Amersfoort, maar op een corona-vrije locatie in Eindhoven! Wat ik dan vanavond doe? Gewoon voorbereiden voor de komende week met vele Chanoeka toespraken. En, o ja, zojuist een telefoontje uit IJsland van de echtgenote van de nog jonge rabbijn die daar vrij recentelijk vanuit de USA naartoe is verhuisd. Een van de leden van de Joodse Gemeente heeft een kanjer van een probleem. En dan mag ik, als bestuurslid van de RCE, the Rabbinical Center of Europe, te hulp schieten met advies. Wel leuk! Het probleem helemaal niet, maar dat er een hulpvraag bij mij komt van een jonge collega, geeft een nuttig en fijn gevoel. Hopelijk zal ik goed kunnen adviseren en het probleem oplossen of op z’n minst verkleinen.

En het gesprek met de mevrouw die echt in een erg conflicterende situatie zit met haar man, van wie zij zegt dat hij moet worden opgenomen, omdat hij hard aan een psychiater toe is? We gaan er uitkomen. Het zal de nodige uurtjes gaan kosten. Haar man is bereid tot een gesprek. Een opname gaat er G.Z.D niet van komen!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Foute Rechters, Dagboek van een Opperrabbijn, 6 december 2020

Probleem: voor het eerst sinds mijn corona dagboek nr. 1 heb ik het dagboek van donderdag jongstleden niet geschreven. Heeft niets met Corona te maken gehad, maar met Chanoeka moet ik op zoveel plaatsen spreken, dat ik dat even liet voorgaan. Maar, hoor ik u denken, dat doe je toch ieder jaar? Klopt, alleen dit jaar wordt er in de week vóór Chanoeka reeds van alles opgenomen op YouTube, Webex, Livestream, Microsoft-teams en allemaal nieuwe woorden/systemen waarvan ik tot voor Corona nog nooit had gehoord, laat staan gedroomd, omdat ik van het bestaan geheel niet op de hoogte was. Een toespraakje is voor mij nooit zo’n probleem, maar als ik bijvoorbeeld morgen drie verschillenden toespraken moet inspreken, voor verschillende groepen maar wel over hetzelfde onderwerp, namelijk Chanoeka, dan moet ik voorbereiden en aantekeningen op schrift zetten om te voorkomen dat ik alles door mekaar ga halen. Vandaar dus mijn eerste spijbelen, waarvoor excuus. Mocht u nu denken dat ik dus voor morgen alles al klaar heb op dit tijdstip van de dag (het is inmiddels 22:00 uur) dan vergist u zich. Zonder dat u dat hebt gemerkt was ik een paar dagen afwezig en ben vannacht weer thuisgekomen. Waar ik was? Privé! En dat mag, want op mijn dagboek waarin ik melding maakte dat ik mijn hoed had thuisgelaten en naar het strand was gegaan met pet en dus zonder hoed werd betrapt, kreeg ik veel bijval met de opmerking dat ik, ondanks mijn rabbijn-schap, toch recht heb op privacy. Dus ik was een paar dagen privé afwezig. Nou ja afwezig: de e-mails en telefoontjes gingen gewoon door. Maar vandaag werd ik opgeslorpt door een bericht in het FD waarin een Duitse rechter openbaar maakte dat 50% van de rechters na de oorlog een nazi verleden hadden. Onder hen ook een rechter die in Den Haag belast was met het ontvreemden van het geld van o.a. mijn familie. Hun foto’s hangen voor eerbetoon aan de muur van een officieel Duits Regeringsgebouw! Daarna las ik dat Biden Trump had vergeleken met Göbbels, de public relation man van het Duitse Rijk, en vervolgens viel mijn aandacht op een aantal artikelen over Forum voor Democratie waar het antisemitisme welig schijnt te tieren. Om de dag nog ‘gezelliger’ te maken werd mij een YouTube gestuurd waarin een Joodse man zijn zware en emotionele afkeer kenbaar maakte over een tentoonstelling in het Holocaust Museum in New York. https://www.youtube.com/watch?v=luawko-fboA&feature=youtu.be De tentoonstelling had niets met de Holocaust te maken, maar was een soort eerbetoon aan de door de politie gedode/vermoorde George Floyd. De Joodse man met keppeltje had geen goed woord voor de moord op deze Floyd, maar de vergelijking met de Holocaust vond hij onacceptabel en onaanvaardbaar. Meer dan zes miljoen mensen weren vermoord. Het plan was om een heel volk uit te roeien middels een buitengewoon goed georganiseerd misdadig en industrieel systeem. Nadat de hele wereld zweeg hebben de Joden recht op een gedenkplaats dat uitsluitend voor hen is, althans dat was de mening van de Joodse man die geëmotioneerd pleitte om de Holocaust niet te gaan veralgemeniseren door een man als George Floyd als het ware te gaan maken tot een deel van die Holocaust. Pijn moet niet met pijn worden vergeleken. Ieder verdriet mag zijn eigen plaats hebben. Die plaats wegkapen, want zo wordt dat beleefd, maakt de pijn buitengewoon en nodeloos pijnlijk. Gun de overgebleven Joden een plaats voor hun eigen verdriet, kaap die plaats niet weg! Ondertussen werd ik gebeld door een man en vrouw die een gigantisch huwelijksprobleem hebben. Goed luisteren en proberen advies te geven.

Inmiddels was ik een beetje wakker geschud door die nazi’s die nu plotseling netjes als hoogst betrouwbare rechters prijkten aan de muur van een of ander Regeringsgebouw. En daardoor kwam bij mij iets heel anders, maar toch soortgelijk naar boven: Voormalig Kamp Amersfoort! Cees Biezeveld, toenmalige directeur van de Politieschool die op het terrein van het voormalige kamp wilde een herinneringscentrum maken om te voorkomen dat de herinnering aan Kamp Amersfoort zou vervagen. Zijn plan werd niet door iedereen met gejuich ontvangen. Het herinneringscentrum mocht er niet echt komen. Ik herinner me dat ik toen een afspraak heb gemaakt met de toenmalige Commissaris van de Koningin, Jkh. Beelaerts van Blokland. Het herinneringscentrum kwam er uiteindelijk. Een dag na de onthulling, waarbij ik had gesproken, zat ik in de gevangenis van Groningen vanwege een herdenking van de Expoge, ex-politieke gevangenen. Naast mij een oude man met een waslijn aan medailles. Hij had mij horen spreken bij de inwijding van het herinneringscentrum Kamp Amersfoort. Hij was daar aanwezig als voormalig gevangene. Ik, nieuwsgierig als ik ben, vroeg hem wat er precies speelde rondom   de onwil om een herdenkingsruimte te maken. Zijn antwoord luidde: Ach er zijn van  die afschuwelijke kwesties die je liever meeneemt in je graf……….Daar kon ik het mee doen. Maar nu, geprikkeld door de nazirechters, wil ik toch proberen uit te vinden wat er heeft gespeeld in Kamp Amersfoort

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

Betrapt met pet! Dagboek van een Opperrabbijn 2 december

Het is lastig om het midden te vinden tussen overdrijven en naïviteit. De gulden middenweg is de juiste weg om te bewandelen, dat moge duidelijk zijn. Maar waar ligt die gulden middenweg? Van een oudere intelligente dame, een moedige vrouw, had ik al enige weken niet meer vernomen. En dus belde ik haar op en bleek ze al een tijdje een beetje te sukkelen met haar gezondheid. Goed dat ik haar had gebeld, maar ik voel me wel schuldig dat ik nu pas, na een paar weken, haar afwezigheid had bemerkt. Ondertussen, omdat ik haar had gebeld, is ze een paar van mijn dagboeken gaan lezen en stuurt me de volgende reactie: “Beste rabbijn Jacobs. Ik lees uit uw dagboeken dat u veel mensen ontmoet met persoonlijke problemen en dat u zich ernstige zorgen maakt over het opkomend antisemitisme. Dat lijkt me erg zwaar. Ikzelf vind het verschrikkelijk die ervaringen te lezen. Het is me te veel. Ikzelf ben groot geworden met de woorden ‘mag niet, anders maken ze je dood’ gedurende de oorlog. En na de oorlog moest ik in geuren en kleuren alle verschrikkingen aanhoren van overlevenden van de kampen. Voor mij begon de oorlog na 5 mei ’45. Ik wil al die ellende die u moet aanhoren liever niet lezen.” En dus, na deze reactie, vraag ik me af wat de gulden middenweg is. Ik probeer te waarschuwen voor het opkomend antisemitisme, maar ik moet, mag en wil absoluut geen paniek zaaien en zeker niemand die al pijn heeft, nog meer pijn bezorgen. Heel veel WhatsApps ontvangen om ‘het Joodse geluid’ te laten horen over de rel rondom Forum voor Democratie. Maar wat is ‘het Joodse geluid’? En ben ik dan ‘het Joodse geluid’? Maar zwijgen? Een goede vriend van mij, een niet-joodse psychiater, heb ik mijn probleem voorgelegd. Als ik m’n mond open doe gaan sommigen gillen of doe ik, bijvoorbeeld deze moedige vrouw, onnodig pijn. En als ik zwijg krijg ik klachten dat ik niets laat horen. Zijn reactie was heel duidelijk: “Als je nu je mond niet opendoet, ben je voor mij geen rabbijn meer. En als mensen door jouw opmerkingen verdrietig worden, help ze. Dat is toch jouw primaire taak als rabbijn.” Maar naast zorgen over het opkomend antisemitisme en alle daaraan gekoppelde spanningen, begint Chanoeka erg dichtbij te komen. Vandaag een telefoontje uit Jeruzalem om tijdens het aansteken van de menora bij mij thuis, zonder gasten, een filmpje te maken met een oproep om ook als het buiten niet mogelijk is vanwege corona de menora aan te steken, het vooral wel binnen te doen. De oproep moet in het Nederlands na het aansteken van het derde lichtje. Een tweede telefoontje, ook vandaag dus, uit Brussel om, ook na het aansteken van het derde lichtje, een boodschap in het Engels over een niet-religieus onderwerp, maar wel over Chanoeka. En de derde opdracht/verzoek kwam uit Zuid-Amerika om een toespraak te houden in het Nederlands van 25 minuten. Dat zal aan nog zeven opperrabbijnen gevraagd worden. Iedere avond zal een rabbijn uit een ander land spreken en voor ondertiteling zal gezorgd worden. Los hiervan heb ik komende week ook nog drie tv-opnames over…Chanoeka! Na al die telefonische verzoeken voor TV, zoom, video’s, Whatsapps en YouTube vraag ik mezelf af of ik wellicht beter regisseur kan worden. Maar ondertussen zal ik de komende week keihard aan de voorbereiding moeten werken. Voor het opnemen van de video’s heb ik al een vrijwillige professional gevonden. Maar aan mij de teksten! Dat is ook een spanning, maar wel fijn. Maar toch geven al die problemen spanning, verdriet en teleurstelling. Het werd me een beetje te veel. En dus heb ik vanavond gespijbeld. Blouma en ik hebben de auto genomen, naar het strand gegaan. Uiteraard ging ik niet met mijn hoed op, maar met een pet. Even incognito. Uitwaaien. Heerlijk! We lopen nog geen twintig minuten op de boulevard, ruiken het water, voelen de wind of plotseling roept iemand achter mij: rabbijn Jacobs! Waarom draagt u geen hoed. U zegt toch altijd dat we niet moeten zwichten voor het antisemitisme en onze Joodse kleding moeten behouden gelijk onze voorouders in Egypte. U zegt toch altijd dat u niet bereid bent uw hoed in te wisselen voor een baseball-cap! Ik wist even niet wat te antwoorden, ik voelde me betrapt met mijn pet, maar de wandeling was wel erg verfrissend.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/