Mijn zorgen om politiek. Dagboek van een Opperrabbijn 18 maart 2021

Een van de prominenten van Joods Nederland, die kennelijk af en toe gekweld wordt door de ziekte die jaloezie heet, benaderde mij met de opmerking dat hij had vernomen dat ik zondag aanstaande spreek voor het NIK op zoom vanwege Pesach en sprak de hoop uit dat ik niet weer zou spreken over antisemitisme en ook niet mijn boodschap/lezing zou laten opnemen bij ‘die Christenen’. Nou hoef ik me natuurlijk niet te verantwoorden en mag ik doen wat ik wil, maar het stoorde me toch. Omdat bij ‘die christenen’ professionele opname apparatuur aanwezig was en ‘die christenen’ waren bereid om geheel kosteloos een goede opname te maken, had ik mijn NIK Chanoeka presentatie bij en door ‘die christenen’ gemaakt. Enige jaren geleden had ik ook zo’n opmerking gekregen, van diezelfde persoon, over ‘die christenen’. Ik moest wat minder contact met ze hebben. Ik begrijp die opstelling wel. Wat ik echter niet helemaal snapte was dat diezelfde criticus vervolgens wel naar ‘die christenen’ ging om financiele steun te vragen voor zijn, overigens prima, projecten.

Niets nieuws onder de zon. Ik herinner mij dat ik enige tijd geleden een top-arts sprak. Dat ‘top’, zo vertelde hij mij hoogstpersoonlijk, zat niet zozeer in zijn deskundigheid op zijn vakgebied, maar wel in zijn politieke kwaliteiten. Neen, hij zat niet in de politiek, hij doelde op de politiek in de top van zijn academische ziekenhuis. Toen ik een beetje van die politiek hoorde dacht ik meteen aan de rabbinale wereld! (Grapje natuurlijk, want rabbijnen doen niet aan politiek!) Want er bestaat dus overal politiek. Zeker in de echte en noodzakelijke democratische politiek: De verkiezingen!

De hele nacht heb ik niet kunnen slapen. Als ik naar de nieuwe samenstelling van de Tweede Kamer keek, werd ik door bezorgdheid overmand. Ik hoop en bid dat ik het volkomen verkeerd inschat, maar ik ben er bang voor. Natuurlijk mag er kritiek zijn op de Israëlische Politiek, dat hoeft geen teken van antisemitisme te zijn. Maar als er uitsluitend wordt gemekkerd over Israel en geen woord wordt er vermeld over de feodale dictaturen van de landen rondom Israel, dan snap ik dat even niet. Ik begrijp en accepteer dat een van onze vooraanstaande burgemeesters in een speech bij #MayorsAgainstAntisemtism# beweert dat kritiek op Netanyahu toegestaan is, gelijk er ook kritiek mag zijn op Rutte. Maar daar ligt het probleem niet. Kritiek op Netanyahu mag, 50% van Israel heeft kritiek op hem en daarmee worden ze niet tot antisemieten gedegradeerd. Het probleem is dat er nagenoeg uitsluitend op Israel kritiek is. Dat Israel verreweg de grootste winnaar is van veroordelende VN Resoluties.  Dat een burgemeester moet proberen zijn stedelingen met elkaar te verbinden en dat gebeurt niet door gevoelige buitenlandse conflicten te importeren. Denk ik dat deze burgemeester antisemitisch is? Absoluut niet! Vind ik dat deze burgemeester kritiek mag hebben op Netanyahu? Zeker! Maar wat ik betreur is dat kritiek op Israel helaas en vaak ongewild leidt tot antisemitisme. Hoe vaak mag ik niet uitleggen dat ik Nederlands spreek, wel Jood ben maar niet in Israel geboren. De oppervlakkige eenzijdigheid in de beleving, hoe genuanceerd een burgemeester het ook brengt, veroorzaken hier in ons land antisemitisme. En dus: als de burgemeester van mening is dat we het probleem van het Midden-Oosten buiten de stad moeten houden, uit dan kritiek op Israel, op Jordanië, op Jemen, op Saoedi-Arabië, op Egypte, op Noord-Korea, op China, op… en op…. Maar nog veel beter: laat de burgemeester proberen de diverse bevolkingsgroepen binnen de stadsgrenzen aan elkaar te binden en oproepen om samen activiteiten te ontplooien die verenigen. En dan, als er verbanden zijn ontstaan en vriendschappen, dan kan, ondanks de diversiteit, vanuit de vriendschap zelf gekeken worden naar knelpunten en naar meningsverschillen die onbespreekbaar leken. Denkt u dat dat kan slagen? Vaak niet, maar soms wel. En dat soms koester ik, want ik heb dit soms vaak mogen beleven!

En tegen de prominente Joodse Nederlander zou ik willen zeggen: volgende week is het Pesach en lezen Joden overal ter wereld de Hagada, waarin de toenmalige Uittocht uit Egypte wordt beschreven. En wat lezen we daar over het heden en nu? “Want in iedere generatie wordt er tegen ons opgestaan om ons te vernietigen”, letterlijk. En dan gaat de tekst verder en vertelt dat G’d ons uiteindelijk redt. Het Joodse volk leeft en overleeft, maar onderweg gebeurt er wel van alles. Dat moeten we weten, zien te voorkomen en bestrijden, maar niet ontkennen! Ik hoop dat de nieuwe Tweede Kamer met ons die strijd zal willen voeren en de alertheid zal willen betrachten.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

Op bezoek bij coalitiepartners. Dagboek van een opperrabbijn 16 maart 2021

Het was vandaag een mengelmoesje van Nederland, Europa, naar buiten treden en gewoon Jodendom in het heden en in het verleden.

Het heden was dat ik me aan het voorbereiden was voor mijn twee zoom-cursussen van morgen. Maar daardoorheen kwamen twee Joodse verzoeken gekoppeld aan het verleden. Ik werd geattendeerd op een grafzerk ergens in Overijssel op een Joodse begraafplaats in een stadje waar sinds ’40-’45 geen Joodse gemeenschap meer bestaat. In 1943 werd er een Joodse man begraven, midden in de oorlog dus. En op zijn graf staat i.p.v. een Mageen David, een Davidster, een kruis. Niet echt passend. Ik ga ervan uit dat dat kruis met de beste bedoeling werd afgebeeld. Wie zal hem daar in 1943 begraven hebben? Waarschijnlijk niet-joden. Maar nu word ik door een Joodse man, die in Amsterdam woonachtig is, hierop gewezen met het verzoek om het even te regelen. Nou ga ik dat zeker doen, maar dat wordt natuurlijk niet ‘even regelen’ want wie is de eigenaar van de begraafplaats en ‘even’ een kruis veranderen in een ‘Mageen David’ is niet ‘even’ gedaan! Maar we pakken het op. Ook een gesprek gehad met een Joodse man, iemand die aan een van mijn zoom-cursussen deelneemt. Hij woont in een ander stadje waar ook eens een Joodse Gemeente was en nu als enige herinnering is er nog een Joodse begraafplaats. Hij wil die begraafplaats een plaats geven binnen de gemeenschap. Als een educatief middel om te laten zien wie hier eens woonden, als een waarschuwing dat geschiedenis zich kan herhalen en als eerbetoon aan voorouders die moederziel op hun begraafplaats liggen en geen bezoek hoeven te verwachten omdat hun nazaten,  de potentiële bezoekers, niet meer leven en ook geen graf hebben gekregen op hun begraafplaats in hun woonplaats waar ze zo graag ‘normaal’ hadden willen sterven. Nadat ik hedenochtend eerst een korte zoom-vergadering had met een van mijn medewerkers, overleg had gehad over een begrafenis en een paar problemen die daaraan gekoppeld zaten, gingen we naar het kantoor van de Christen Unie. Wie zijn ‘we’ hoor ik u vragen. Sinds vandaag ben ik chairman, voorzitter dus, van het Comité ter bestrijding van het antisemitisme van de EJA- Europees Joodse Associatie (maar dan alles in het Engels). Een organisatie die gevestigd is in Brussel en strijdt tegen iedere vorm van antisemitisme. Vanuit die organisatie mocht ik per vandaag meteen al in actie komen en omdat ik voorzie dat die eervolle positie veel werk zal geven, heb ik een plaatsgenoot en medelid van de Joodse Gemeente Amersfoort maar meteen tot medewerker gebombardeerd tegen een aantrekkelijk salaris van €0 per uur. De eerste actie was het bedanken van Gert-Jan Segers en Dilan Yesilgöz voor hun initiatief en inzet voor de aanstelling van een coördinator antisemitisme bestrijding. En hoewel ik van mening ben dat er beter een niet-jood deze positie had kunnen krijgen, hoop ik dat Eddo Verdoner vanuit deze positie de aan deze gekoppelde taak naar behoren zal kunnen uitvoeren en een essentiële bijdrage zal kunnen leveren aan de bestrijding van het antisemitisme. Interessant te zien hoezeer mijn dank-je-wel werd gewaardeerd. Beide parlementariërs stuurden meteen via de media allerlei berichten rond en zelfs bij het lijsttrekkersdebat voor de televisie werd naar ons gesprek gerefereerd. Waarom ik liever een niet-jood als coördinator antisemitisme-bestrijding had gezien? Als een Jood iets antisemitisch vindt loopt hij de kans beschuldigd te worden van overgevoeligheid vanwege zijn eigen Joodse identiteit. Waarvandaan die zorg? In de film “de Zaak Menten”, van het lid van mijn Advisory Board Hans Knoop, werd hem overgevoeligheid verweten door zijn medejournalisten en redactieleden van de Telegraaf toen hij het onderzoek wilde beginnen naar de gestolen kunst van Menten. Hans Knoop zou, als gevolg van zijn Jood-zijn, spoken zien en de kwestie gigantisch overdrijven! Dat zie ik hier ook gebeuren indien Verdoner melding maakt van een incident. Een niet-jood is mijns inziens neutraler en dus acceptabeler. Maar het is zoals het is gegaan en natuurlijk wens ik vanaf deze plaats aan de nieuwe en eerste coördinator veel succes. Ik heb Dilan en Gert-Jan mogen toespreken alvorens ik ze bedankte en uitgelegd dat er in de Hagada staat dat er in iedere generatie (on) mensen zijn die het Joodse Volk willen uitroeien, maar onze kracht om ze te verslaan putten we uit éénheid. Een éénheid die niet uitsluitend op onszelf van toepassing is, maar ook duidt op vriendschap met niet-joodse vrienden en instanties. In een oorlog hebben de troepen namelijk munitie nodig, een actieplan, een strategie, timing en zeker ook coalities. De initiatiefnemers zijn onze coalitiepartners. Met hen zijn wij één. Het ontbreken van coalitiepartners kan catastrofaal zijn, speciaal in Nederland, waar wij als Joodse gemeenschap piepklein zijn.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

Het Pesach vaccin. Dagboek van een Opperrabbijn 14 maart 2021

Gisteren, sjabbath, en vandaag heb ik gepoogd me te concentreren op de voorbereidingen van een aantal zoom-sjioerim (cursussen). Want een sjioer van een uur vereist een degelijke voorbereiding die aanzienlijk meer tijd kost dan de sjioer zelf. Maar dat is natuurlijk prima, want zo word ik gedwongen om tijd te besteden aan lernen, want als rabbijn van een kehilla word je al heel snel betrokken bij van alles en nog wat en dat gaat dan weer ten koste van het lernen. Het klinkt wellicht vreemd, maar een sjioer voorbereiden voor een groep intelligente mensen zonder kennis van het Jodendom vergt veel meer tijd dan de voorbereiding voor een les voor mensen met een brede Joodse kennis. Juist omdat het een groep is, en ik doel dan op mijn 65+ groep, die bestaat uit leerlingen/deelnemers die goed kunnen nadenken, zal het op niveau moeten zijn. Maar, en nu komt het moeilijke, in eenvoudige taal. En dat is nu juist het lastige want het is veel eenvoudiger om op niveau ook uit te spreken op niveau, gewoon oorspronkelijke Talmoed-taal of filosofische begrippen te gebruiken. Om namelijk een diepe gedachte naar beneden te kunnen ‘vertalen’ moet ik juist de materie veel en veel dieper begrijpen dan wanneer ik ‘de les’ op niveau kan overbrengen. En dat is steeds weer een uitdaging. Speciaal de Pesach geschiedenis zit boordevol diepe lessen die prachtige vertaalslagen behoeven, maar ook aantrekkelijk moeten worden gepresenteerd. En om voor een mooie presentatie te zorgen van enige Pesach gedachten ontving ik van mijn collega en vriend Menachem Sebbag, Justitie-rabbijn en rabbijn van de Amos-sjoel in Amsterdam, de volgende WhatsApp: Al die nieuwe vaccins!? De Rabbijn heeft er eentje 12 jaar geleden ontdekt🥰. Ik dus opzoek naar mijn ‘ontdekking van 12 jaar geleden’ en zie wat ik vond in mijn archief:

Tijdens een recente conferentie in Parijs van de RCE, Rabbinical Center of Europe, besprak de voormalige Opperrabbijn van Israël, Opperrabbijn Lau, een statistiek die het assimilatieproces van de Joden in de USA op dramatische wijze demonstreert: van de 100 seculiere joden in de USA zijn er nog maar 4 joden over in de vierde generatie. Bij de georganiseerde niet-traditionele Joodse gemeenschappen zijn er van de 100 in het vierde geslacht tussen de 13 en 24 over als bewuste Jood. Maar bij Charedische (strikt orthodoxe) families zijn in de vierde generatie maar liefst 2587 joods levende nazaten!

De conclusie is overduidelijk: naarmate het Jodendom een belangrijkere rol speelt in het dagelijks leven, zal het meer bescherming bieden tegen de op de loer liggende assimilatie.

De Seideravond is een van de meest beproefde middelen om de Joodse bewustwording te stimuleren. 

Voorwaarde is wel dat de Seideravond, die bol staat van de symboliek, zich niet mag beperken tot die twee avonden per jaar. Gelijk het eeuwige licht niet voortdurend brandde in de Tempel, maar wel continu uitstraalde, zo ook moeten de matzes als een anti-assimilatie vaccin een bescherming bieden van minstens één jaar.

Hoe kan ik de prachtige vertelling van de Hagada een upgrade geven zodat het verhaal van geschiedenis tot vaccin wordt verheven?  

‘Ha lachma anja – dit is het brood der ellende’! Als we ons weten te vereenzelvigen met het toen op een manier dat het toen nu wordt en we ieder onderdeel van de Hagada als leidraad nemen om onszelf uit de slavernij te bevrijden en via de Uittocht onszelf weten op te werken naar een hoger spiritueel niveau, dan wordt de Seideravond een voedingssupplement dat ons ten dienste staat om als Jood te overleven.

Op naar Pesach, de inkopen, het huis chameets-vrij maken. Eet de matzes, proef het bittere kruid, neem de geschiedenis tot je en maak de vertaalslag naar het nu opdat we, met G’ds hulp, lasjana haba’a – het komende jaar – in vrede en voorspoed de Seider zullen mogen vieren in ons onverdeelde en herbouwde Jeroesjalajim en uiteraard zonder corona.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Emoties zijn emoties en halaga is halaga. Dagboek van een Opperrabbijn 11 maart 2021

Ik heb sinds enige weken een nieuwe wekelijkse sjioer/cursus via Zoom. Om de week mijn 60+ groep, die oorspronkelijk fysiek bij ons thuis plaatsvond en aan het begin van Corona is ontstaan. Rabbijnen.NL waar ik wekelijks een cursus gaf maar nu ben afgeschaald naar om de week. En nu dus nog een heel leuk groepje van twee uur per week erbij. Als het een beperkte groep is, leer je elkaar kennen en het is dan niet een eenrichtingsverkeer maar met-elkaar-lernen. Daarnaast zijn er natuurlijk de lezingen voor een breder publiek, Joods en niet-Joods. En zo’n lezing had ik dus eergistermiddag in Gouda voor een studentenvereniging. Dat werd een livestream met 160 deelnemers die aan het begin van de avond, toen ik alweer lang en breed thuis was, werd uitgezonden. Maar ik was er nog niet vanaf, want na de livestream uitzending was er een vragenuurtje. Zo’n lezing is natuurlijk iets heel anders dan de bovenvermelde cursussen, maar minstens even zo belangrijk. Waarom? Ten eerste hebben wij ook de plicht om een bijdrage te leveren aan de ons omringende samenleving en door ook ethische kwesties aan de orde te stellen zoals voltooid leven, abortus, secularisatie, NPO Bloot kan ik de zienswijze kenbaar maken zoals die vanuit de Thora bezien de juiste is. Bekeren? Zeker niet! Maar wel ervoor zorgen dat onze maatschappij in zijn volle breedte zich onderwerpt aan de zogenaamde Zeven Noachidische Wetten die voor de gehele mensheid gelden. Rechtspreken, geen dierenleed, geen ontucht en overspel, geen diefstal om er maar een paar te noemen. Overigens gaat het om zeven basiswetten waaraan veel meer gedragscodes gekoppeld zitten. Toen gisteren mijn boek “Dagboek van de Opperrabbijn” werd gepresenteerd tijdens een bijeenkomst in het Joods Historisch Museum en ik aan mijn echtgenote en aan mijn vriend, collega en leraar rabbijn Ies Vorst het eerste (aan mijn echtgenote was het de allereerste, want twee keer de eerste kan niet!) exemplaar mocht aanbieden ten overstaan van een indrukwekkend gezelschap van zeven mensen, werd ook door de diverse sprekers gewag gemaakt van de waarde van die dagboeken. Duidelijke boodschappen naar de Joodse Gemeenschap in zijn volle breedte, maar zeker ook levenslessen naar de brede samenleving en: strijd tegen antisemitisme door onbekendheden en onwaarheden te verwijderen. Neem nou bijvoorbeeld die livestream voor de studenten. Een goed bedoelde vraag en prima dat die is gesteld: waarom neemt Israël wraak met honderden bombardementen terwijl er vanuit Gaza slechts één raket op Israël wordt afgevuurd? Het is toch van de zotten dat ik eraan te pas moet komen om deze leugen te ontzenuwen. Geweldig dat de vraag werd gesteld, maar hoe velen stellen die vraag niet. Gisteren is er ook een verzoek binnengekomen, om even verder te gaan met de opsommingen van zoom-cursussen en aanverwante presentaties, om een keer per week in twee minuten mezelf te filmen en dan ook nog iets zinnigs te zeggen, kort, prikkelend en wijs. En dus vandaag, tussen twee fysieke afspraken in, mijn computertje/mobile op de plank in een kast gezet, op de knop camera gedrukt en toen op video en inderdaad: het werd een filmpje. De opdrachtgever was zeer tevreden over beeldkwaliteit en over inhoud. In feite een beetje verrassend, want ik vond het qua inhoud matig tot slecht. Dus ga ik het volgende week beter proberen te doen en hopelijk zal de opdrachtgever het dan niet afwijzen. Alles moet in deze moderne tijd kort, snel en vooral oppervlakkig (terwijl de corona bestrijding/vaccinatie de snelheid heeft van een invalide slak)

In die moderne oppervlakkigheid word ik dus meegesleurd maar niet wanneer het gaat om Halagische kwesties. En dus toen ik enige weken geleden benaderd werd om mijn akkoord te geven voor een choepa maar er geen bewijs was dat de bruid Joods was, heb ik alles nauwkeurig gepoogd te controleren. Wat vreemd leek aan het verhaal was dat er in die hele familie niemand in de oorlog is omgekomen. Begrijp me niet verkeerd: G.Z.D. dat er niemand is vermoord. Maar een Joodse familie die net voor de oorlog Choepa heeft gehad, een Joods religieuze huwelijksvoltrekking in een synagoge, en vervolgens weet de hele familie zonder problemen de oorlog door te komen. Geweldig, maar wel (helaas) afwijkend van het gewone beeld van Joodse families in ons land. Enfin, na diverse telefoontjes, puzzelstukjes aan elkaar plakken, aanmoedigen om de moed niet op te geven, kreeg ik een rabbijn aan de telefoon uit Zuid-Frankrijk alwaar dus kennelijk de choepa moet plaatsvinden. Na een goed gesprek met de rabbijn, gaf hij aan dat zijn schoonvader, de lokale senior rabbijn, mij wilde spreken. Na enige inleidende woorden waarin hij belangstellend vroeg hoe het met mij en mijn echtgenote ging, bedankte hij mij hevig geëmotioneerd voor alles wat ik voor hem had gedaan. Ik gaf aan dat hij mij echt niet hoefde te bedanken, het was natuurlijk mijn plicht om waar mogelijk te helpen. Geen idee waarover hij het had en waarvoor hij mij bedankte! Na de telefoon neergelegd te hebben raadpleegde ik mijn geheugen, (dat wil zeggen: mijn echtgenote) en binnen een mum van tijd was ik bijgepraat en legde mijn echtgenote mij gedetailleerd uit wat zich zo’n twintig jaar geleden gespeeld had aan misère. Kennelijk had onze inzet van toen geleid tot een goed resultaat. Je mag nooit iets doen om een dankjewel te krijgen, zeker niet als je hulp wordt ingeroepen voor een medemens in nood. Maar dat dankjewel, de toon waarin dat werd gepresenteerd, de warmte die naar mij uitstraalde……het raakte me wel.

En wat betreft de Joodse status van die bruid, want daarover ging het telefoontje: ik verwacht dat we eruit gaan komen. Ik moet gewoon wat dieper spitten en op meerdere plaatsen tegelijk. Maar dit even en volledig los van de emotionele woorden en dankbaarheid. Want emoties zijn emoties en halaga is halaga.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Alles zat mee. Nou ja, alles?  Bijna alles. Dagboek van een Opperrabbijn9 maart 2021

Er zijn van die dagen dat alles tegen zit, maar ook dagen dat alles mee zit. Het begon met een onverwachte brief. Bedankje voor een pakketje dat een Joodse Gemeente had gestuurd naar een van haar leden. Bij dat pakje zat dus ook mijn Poerim-brief. Aan het eind van dat Poerim-schrijven schreef ik ‘Lechajim’ – ‘op het leven’ zoals de letterlijke vertaling luidt. Die paar wellicht onbetekenende woorden maakten iets los. Ik citeer: “mijn vrouw en ik zullen nooit vergeten dat u bij ons kwam op 3 augustus 2000. Onze dochter was geheel onverwachts overleden en binnen een mum van tijd stond u voor onze deur, diezelfde dag. Dat deed goed, was geestelijke en versterkende voeding. Het hielp ons om met het verlies van onze dochter te leren leven, het te leren aanvaarden als deel van ons leven. Ons leven met onze geliefde dochter die, ook al is zij overleden, altijd deel blijft uitmaken van ons leven. Wij praten over haar, komen nog altijd mensen uit haar leven tegen, dingen van haar tegen, zetten bloemen, soms kaarsen bij haar foto, verzorgen haar graf waar bijna wekelijks verse bloemen staan. Zo leeft zij met ons leven verdere mee. Ook u schreef over aanvaarding.”

En ook vandaag de oplossing van een probleem. Enige dagen gelden ontving ik een email van mijn vriend Vsevolod Chentsov, de ambassadeur van Oekraïne in Nederland. Hij heeft me een paar keer geholpen om in Oekraïne iets van de grond te krijgen wat zonder zijn hulp niet zou zijn gelukt. Hij heeft zijn regering onder druk gezet om vaart te zetten met de opsporing van de man die bijna rabbijn Mendel Cohen uit Mariupol had vermoord. Hij heeft ook rabbijn Axelrod uit …geholpen om toestemming te krijgen om een leegstaande bibliotheek, ooit het eigendom van de Joodse gemeente, te mogen gebruiken als synagoge. Maar nu waren even de rollen omgekeerd. De ambassadeur riep mijn hulp in. Voor een ernstig ziek Joods meisje was in Oekraïne €40.000 ingezameld. Haar leven zou in Israël gered kunnen worden. Helaas bleek het onmogelijk om het bedrag vanuit Oekraïne rechtstreeks naar Israël over te maken. De reden? Israël accepteert niet zomaar geld uit Oekraïne zonder de exacte afkomst te kennen. En dus zal voor ieder tientje moeten worden aangegeven waarvandaan het bedrag afkomstig is. Op zichzelf een prima eis, alleen in dezen onuitvoerbaar en dus dreigde de reddingsoperatie te mislukken en het meisje komen te overlijden. Hoe en waarom mijn vriend de ambassadeur bij deze reddingspoging betrokken werd, weet ik niet en is verder volstrekt onbelangrijk. Wat ik wel weet was het beroep dat op mij werd gedaan om de €40.000 vanuit Oekraïne naar Israël te krijgen, rechtstreeks naar het ziekenhuis waar de ingewikkelde en levensreddende operatie zou moeten plaatsvinden. Vanochtend kreeg ik te horen dat de operatie financiën was geslaagd. Het geld was via een van mijn netwerken vanuit Oekraïne via X naar Israël gekomen. De echte operatie, die zeker het gewenste resultaat gaat opleveren, is geslaagd. Wat was mijn rol? Een klein schakeltje in een lange keten. Wat prachtig dat ik dat kleine nauwelijks zichtbare schakeltje mocht zijn, want hoe klein en bijna onzichtbaar dat schakeltje ook is, als het had ontbroken…

En ook een hoogbejaarde vrouw die lid wilde worden van de Joodse Gemeente om te zijner tijd begaraven te mogen worden op de Joodse begraafplaats. Hoogbejaard, afkomstig uit Hongarije, spreekt nauwelijks Nederlands, heeft haar hele leven niet in Nederland gewoond, geen familie, geen documenten die haar Jood-zijn kunnen aantonen. Maar omdat ze Joods begraven wil worden zal haar Jood-zijn wel aangetoond moeten worden. Haar oom was rabbijn in Budapest, haar vader was chazan, voorzanger. Zij woonde in die en die straat. Haar moeder…enfin een heel verhaal van een parmantig ogende dame die duidelijk richting dementie gaat. Ik laat haar haar afkomst in het Hongaars opschrijven. Zij zal zeker de waarheid neerschrijven want ze is te afwezig om onwaarheid te verkondigen. Haar verhaal stuur ik naar een collega in Budapest en binnen vijf minuten ontvang ik de mededeling dat het verhaal helemaal klopt. Sterker nog, mijn Hongaarse collega is de rabbijn van precies dezelfde synagoge waar haar vader de chazan was en haar oom de rabbijn. Haar verhaal klopt dus helemaal en ze is inmiddels lid en na 120 jaar kan ze Joods begraven worden. en laat haar dan tot die tijd genieten van haar leven als lid van de Joodse Gemeente.

Het was een mooie dag! Alles zat mee. Nou ja, alles? Bijna alles, want ik bleek op een of ander facebook te staan op de foto met mijn vriend burgemeester Marcouch. Compliment? Ja en neen. Want het was de Facebook pagina van een bekende haatpreker die niet gecharmeerd was dat Marcouch met mij ergens op een foto stond.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Zo Joods als de poes van mijn buren. Dagboek van een Opperrabbijn 7 maart 2021

Af en toe ontmoet ik ook mensen in het echt. Een van die ‘echte’ mensen was een nog vrij jonge vrouw die ik eigenlijk min of meer toevallig tegenkwam toen ik op weg was naar mijn kantoor. Ze is een medewerker van een fiscaal adviesbureau. Zo’n bedrijf met van die chique stoelen en tafels en een al even chique uurtarief. We kenden elkaar van lang geleden en dus groette ik haar vriendelijk. Maar die oppervlakkige groet ontaardde in een, wat genoemd wordt, pastoraal gesprek.  Ze kwam letterlijk bij mij uithuilen vanwege de rampen die ze moet meemaken. Een aantal van haar cliënten ziet het dusdanig niet meer zitten dat ze spelen met de gedachte om een eind aan hun leven te maken. Het betreft kleine zelfstandige ondernemers die vanwege corona volledig zijn uitgeschakeld. Of ik haar kan adviseren hoe met deze ‘gestoorde’ mensen om te gaan, want ze vreest dat een aantal zich gaat suïcideren.

Onbewust deed dit mij denken aan een ervaring decennia geleden. Op Muiderberg, de Joodse begraafplaats van de Joodse Gemeente Amsterdam waar mijn ouders, grootouders en overgrootouders begraven liggen, bemerkte ik een paar rijen met graven van hele gezinnen en allen met dezelfde datum van overlijden, ergens in mei 1940. Ouders die na de inval van de moffen op 10 mei 1940 besloten om zichzelf en hun gezin de vervolging te besparen en de gaskraan hebben opengedraaid. Hoe weet ik dat ze een eind hebben gemaakt aan hun leven met de gaskraan? Weet ik niet, maar vermoed ik. Want ik kende twee mensen die op die manier ook hun leven ‘uit voorzorg’ hadden willen beëindigen, maar door naasten ervan zijn weerhouden, op het laatste moment. Die twee hebben zonder concentratiekamp en met ‘slechts’ onderduiken, de oorlog overleefd. Zelfmoord (en ook de moderne versie genaamd: voltooid leven) is een zware overtreding en mensen die bewust zich van het leven hebben beroofd mogen daarom ook niet zomaar begraven worden. Voor hen een plaats helemaal aan de zijkant van de begraafplaats, op afstand van de reguliere graven. En toch waren die rijen op Muiderberg niet aan de kant van de begraafplaats.  Ook ik heb helaas een aantal geslaagde zelfmoordpogingen meegemaakt in de loop van mijn rabbinale carrière. Maar nog nooit zijn de overledenen ‘aan de kant’ van de begraafplaats begraven. Gij zult niet doden, geldt ook ten aanzien van jezelf. Maar ‘aan de kant’ is uitsluitend van toepassing indien de zelfmoord volledig bewust is gepleegd. Die mensen uit mei 1940 werden door een gigantische en zeer begrijpelijke angst overmeesterd. En ook de mensen die vanuit wanhoop het niet meer zagen zitten en ik heb moeten begraven waren ziek, niet slecht. Zo ook moeten we aankijken tegen mensen die het gevoel hebben dat alles wat ze gedurende tientallen jaren hebben opgebouwd door corona in een enkel jaar kapot is gemaakt. Ik begrijp hun gevoel en bied de medewerker aan om waar mogelijk te helpen. Ze mag radeloze cliënten naar me toesturen, misschien kan ik iets betekenen of regelen dat de persoon op korte termijn een psychiater kan spreken. Het is geen toeval dat ik sinds kort weer in het Sinai Centrum werk. Maar de les die ik aan de medewerker gaf was dat ze deze radeloze cliënten niet als gestoord kan en mag beschouwen. Ze zijn ziek en een zieke moet je helpen, niet veroordelen. “Regel jij de financiële kant van de zaak. Geef mij de geestelijke begeleiding”.

Nadat ik vorige week door een collega benaderd was over een meisje van een jaar of twintig dat voor de Joodse wet wil gaan trouwen in Marseille, kreeg ik net voor de aanvang van de sjabbat haar aanstaande aan de lijn. Haar aanstaande is Joods en naar vermoeden ook zijn verloofde. De ouders van haar opa en oma, van moeders kant, hadden namelijk in 1937 choepa, religieuze inzegening van het huwelijk, in Nederland gehad. En dus als de moeder van de moeder van haar moeder Joods is, is zij dat dus ook. Of ik het even kan uitzoeken. Allereerst heb ik natuurlijk de aanstaande bruidegom van harte mazzeltov gewenst en verzocht of zijn verloofde mij zelf kan bellen. Dit gaat dus een puzzelwerk worden. Goed luisteren naar haar verhaal en zoeken naar aanknopingspunten. Had haar betovergrootmoeder broers en/of zussen? Waar leven die nu? Waar waren die in de oorlog? Wie van de familie is waar begraven. Als alles gewoon geregistreerd staat en er zijn documenten, is het natrekken of iemand Joods een kwestie van minuten. Maar bij mij komen de moeizame gevallen. Detective Jacobs wordt ingeschakeld. Percentage succesvolle opsporing? Rond de 80%! De ontbrekende 20% lukt niet omdat er totaal niets aan papieren of aanwijzingen te vinden zijn. En een gedeelte van hen blijkt ook gewoonweg niet Joods te zijn, maar hadden slechts een vermoeden in die richting of hoopten dat. En een zeer klein percentage heeft bewust geprobeerd om de boel op te lichten. Waarom? Kan een geldkwestie zijn, een erfenis, een uitkering of zomaar een kronkel in het hoofd. Ik herinner mij een geval van een mevrouw die bij hoog en laag beweerde dat haar ouders begraven lagen op de Joodse begraafplaats in Parijs, maar welke wist ze niet meer. Belachelijk dat ik haar niet accepteerde als Jodin. Na ettelijke maanden zeuren, zoeken, schrijven blijkt de moeder in Amersfoort te zijn gecremeerd en de mevrouw zo Joods is als de poes van mijn buren.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Over rust en spanning. Dagboek van een Opperrabbijn 4 maart 2021

Voor mijn gevoel heb ik weer eens iets moois mogen doen. En dat heb ik echt wel nodig als stimulans. Want er zijn van die dagen dat er meer kritiek komt dan anders. Maar ja, kritiek hoort er natuurlijk wel bij. Sterker nog: als er geen kritiek is, moet ik me echt afvragen of ik wel goed bezig ben, want kennelijk is de Satan dus tevreden met mijn inzet en dat deugt dus echt niet.

Wat was het mooie? Ik had een gesprek met een mevrouw met een fysiek probleem. Ze probeerde een afspraak met een internist te krijgen en belandde op een wachtlijst die dusdanig lang was dat ze echt de eerste vier maanden niet aan de beurt zou kunnen komen. Het gesprek met de internist zou niet gaan over zweetvoeten, maar er kon een ernstig probleem in haar lichaam zitten. Niet levensbedreigend, maar voor haar emotioneel zeer belastend en dus was ze zeer en zeer bang en zenuwachtig. Ik dus enig bel- en netwerk verricht en zie: Nog deze week krijgt ze de afspraak! Weliswaar als laatste die dag, extra toegevoegd, maar wel een afspraak. En nu maar hopen dat het meevalt. Maar op z’n minst is haar weken extra en onnodige zenuwen bespaard. En, omdat ze extra is toegevoegd, hoef ik me niet schuldig te voelen dat door mijn interventie een andere patiënt later aan de beurt zou komen.

In een uithoek van Europa (neen, niet Oekraïne! Een uithoek ‘aan de andere kant’) speelt een totaal ander maar wel ingewikkelder probleem. Een Joodse man uit Israël afkomstig wil Joods gaan leven en komt langzaam maar zeker weer terug naar zijn Jodendom, dankzij de lokale jonge rabbijn die nog maar korte tijd daar in Verweggistan in functie is gekomen. Probleem is dat hij een niet-joodse vriendin heeft. Om een lang verhaal kort te maken: Zij wil haar vriend en vader van de baby in haar baarmoeder volgen en Joods worden. Hij is Joods, maar was toch ver weg van het traditioneel Joodse leven. En dus trekken ze samen op. Voor hem: terug van weggeweest. Voor haar: helemaal weg van het verleden en een totaal nieuwe toekomst. De jonge rabbijn is blij. De vrouw van de rabbijn is blij, de Joodse man en de nog-niet-Joodse vrouw zijn ook blij. Iedereen happy. En dan blijkt: hij is een Cohen. Hij is een nazaat van Aäron de Hoge Priester. Geweldig, denken ze. Nog van adel ook! Beiden vertellen ze dit trots en verheugd aan de jonge rabbijn. Maar hier begint de tragedie. Want diezelfde Halaga die ze beiden oprecht willen gaan volgen, waarop ze hun gezinnetje willen gaan bouwen, verbiedt een Cohen om in het huwelijk te treden met een vrouw die Joods in geworden. Waarom? Is dat eerlijk? Oneerlijk? Heeft het een reden? Allemaal leuke vragen voor een discussieavond. Maar de Halaga, de Joodse wet, is gewoon duidelijk. En dus is er een probleem. Probleem voor de man, de vrouw en zeker ook een probleem voor de jonge nog nauwelijks gelande nieuwe rabbijn. Pas begonnen en nu al een probleem dat de populariteit en dus zijn opbouwwerk niet ten goede komt, om het maar even zachtjes uit te drukken. Ik heb aangeboden om zodra het mogelijk is naar hun toe te vliegen, zelf met de Joodse man en de nog-niet-Joodse vrouw te gaan spreken. Te zoeken naar oplossingen binnen het kader van de Halaga. En mochten er onverhoopt geen oplossingen zijn, dan zal ik het op me nemen om het jonge rabbijnenpaar, dat zich nog volledig zal moeten bewijzen, te sparen. Er moet dus of een oplossing komen binnen het kader van de Halaga. En als er onverhoopt geen Halagische mouw aan valt te passen, dan heeft dat kennelijk zo moeten zijn.  En dan zijn er twee opties: 1: Ze accepteren de situatie en beseffen dat uiteindelijk alles Boven wordt bepaald en dit dus ook. 2: Ze worden ziedend van woede. Ik zal dan de boosheid over me laten afroepen om de lokale jonge rabbijn en zijn vrouw te sparen en geen bom te leggen onder zijn nog nauwelijks begonnen carrière.

Terwijl iedereen min of meer rustig achter de computer zit te wachten op de versoepeling van de corona restricties, mocht ik een verre vlucht gaan boeken met hopelijk een happy end, maar misschien ook niet.  En dus stopte ik even met mijn dagboek en ging vluchten en corona-eisen bekijken om even een dagje op-en-neer te gaan. Resultaat: voorlopig geen vluchten. En dus de jonge rabbijn gebeld en geadviseerd om het probleem voorzichtig te vermelden en uit te leggen dat Europese rabbijnen al drukdoende zijn om een oplossing te vinden.

Dus voor die mevrouw heb ik de spanning aanzienlijk kunnen inperken en voor de jonge rabbijn en zijn leerlingen precies het tegenovergestelde. Het blijft een wereld van uitersten. Maar ja, zo is het nu eenmaal. Bij de een breng ik rust en bij de ander hopelijk ook, maar nu nog even niet, helaas.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Volmacht voor het verkopen van chameets t.b.v. Pesach 5781-2021

Volmacht voor het verkopen van chameets t.b.v. Pesach 5781-2021 kunt u insturen tot maandag 22 maart 12 uur* naar IPOR via Rabbijn S. Spiero; contactgegevens onderaan:

Hierdoor bevestig ik, dat ik ondergetekende, aan het Inter Provinciaal Opper Rabbinaat (hierna in deze volmacht te noemen als IPOR) te Amsterdam volmacht verleen om in mijn plaats te handelen en namens mij al het chameets (w.o. zuiver chameets, twijfelachtig chameets en alle soorten chameets-mengsel) dat – mij bekend of onbekend – in mijn bezit is te verkopen in overeenstemming met de voorschriften van de Tora en de Rabbijnse wetten en zoals gespecificeerd in het uitvoerige autorisatiecontract, dat een deel vormt van deze volmacht, geldig voor iedere opdrachtgever.

Tevens geef ik, aan het IPOR te Amsterdam volmacht te verhuren alle mij toebehorende ruimte(n) waar dit chameets gevonden zou kunnen worden.

Het IPOR te Amsterdam heeft het volle recht te verkopen en te verhuren door transacties, zoals hij geschikt en juist oordeelt en voor de tijd, die hij noodzakelijk acht in overeenstemming met alle gedetailleerde voorwaarden, als voorkomende in bovengenoemd uitvoerig autorisatiecontract. Ook geef ik hierbij het IPOR te Amsterdam volmacht en machtiging om een vervanger in zijn plaats aan te stellen en eveneens met volmacht om te verkopen en te verhuren zoals hierboven uiteengezet. De door mij gegeven volmacht is in overeenstemming met alle regels van de Tora en de Rabbijnse wetten.

1. Adres(sen) (inclusief woonplaats) van de plaats(en) waar chameets zich bevindt:

 

2.  De geschatte waarde van chameets: (Het is beter om de waarde van de chameets lager te schatten.)

€                                

3.  Mijn postadres inclusief woonplaats is: Graag ook uw email adres opgeven:

 

4. Naam: (in hoofdletters)

 

5. Handtekening:

 

6.Datum:

 

Bij voorkeur het type chameets vermelden. (bv. brood, pasta, whisky etc.), waar de chameets zich precies bevindt (bv. kelder etc.) en waar eventueel de sleutels zijn:

 

Postadres: IPOR ,Postbus 7967 1008 AD Amsterdam Tel. (020) 3018495 Email rabbi.spiero@ipor.nl

 

* N.B. Na dit tijdstip op 22 maart kunnen wij uw Volmacht niet meer in behandeling nemen.

 

Voor administratiekosten wordt € 5,- in rekening gebracht.

Het rekening nr. is NL58ABNA0828476225 t.n.v. NIK inzake IPOR o.v.v. chameetsverkoop.

 

 

Sobibor anno 2021. Dagboek van een Opperrabbijn 2 maart 2021

Eigenlijk is er niets bijzonders te melden, maar na Poerim heel kort even rust en terug naar de gewone dagelijkse gang van zaken, de zoom cursussen en natuurlijk het Sinai-Centrum. Na in 2012 officieel afscheid te hebben genomen van het Sinai Centrum als Rabbijn en Hoofd Dienst Geestelijke Verzorging ben ik tijdelijk weer van stal gehaald om in te vallen voor enige maanden. Geeft een fijn gevoel om weer heel actief te mogen zijn in het bijstaan van mensen met grote problemen. Uiteindelijk ligt daar nog steeds mijn passie. Bij het ‘gewone dagelijkse’ is er dus ook weer veel gezeur en dus ook veel moois. Na het onverwachte verlies van onze oudste zoon en de zeer drukbezochte sjiwwe, zijn er nu velen die bellen en vragen hoe het met ons gaat en op bezoek komen.  Dat steunt en geeft een heel fijn gevoel en doet ons ook beseffen hoezeer een simpel telefoontje waardevol kan zijn. En dus ben ik zelf weer even wakker geschud om aan de telefoon te gaan, want, als ik eerlijk ben, was ik toch duidelijk minder gaan bellen. Dat was niet goed! Maar te laat bestaat niet en dus ben ik weer gaan bellen naar mensen die alleen zitten en zich wellicht geïsoleerd voelen. Bezoeken afleggen wil ik nog even uitstellen. Ik wil zelf niet besmet worden, maar ook anderen niet besmetten en hoop snel gevaccineerd te kunnen worden. Ik heb natuurlijk wel een lastige leeftijd: ben jonger dan 80 en ook niet tussen 60 en 65. Als ik het aan mijn kinderen in het buitenland moet uitleggen, snappen ze er niet veel van. Maar je bent toch 70-plus, is hun reactie.

Het gewone ‘gezeur’ is een onbeschofte e-mail van een medewerker die kennelijk met het verkeerde been uit zijn bed was gestapt en daardoor een e-mail produceerde waarvan de honden geen worst lusten. Ik hoop dat hij zich naar zijn leden genuanceerder kan uiten.  Dan gisteren een niet-joodse man die echt een gigantisch probleem heeft en mijn hulp inroept en met wie ik bijna een uur een zoom gesprek heb gehad. Waarom is dit gezeur? De man zeurde helemaal niet, maar ik had het gevoel dat ik hem niet kon helpen en dat stoort mij dan en voel ik dat ik mijn tijd heb verkwist en dus was het gesprek ‘gezeur’. Maar toch ontving ik vanochtend een heel vriendelijke e-mail waarin hij mij aangaf dat ons zoom-gesprek hem echt heeft geholpen. Voor de goede orde: natuurlijk ben ik er primair voor de Joodse Gemeenschap, maar uiteraard kan ieder medemens een beroep op mij doen, want uiteindelijke moeten we allen er voor elkaar zijn. Zoals wellicht bekend ben ik lid van het Algemeen Bestuur van het OJEC, Overleg Orgaan Joden-Christenen. Maar er bestaat ook een Overleg Orgaan waarin Joden, christenen en islamieten zitting hebben. Ik was daar voor het eerst participant en mocht een verhaal afsteken over de plaats van Jeruzalem binnen het Jodendom. Je voelt dan duidelijk de beperking van Zoom en het ontbreken van de fysieke aanwezigheid. De echte ontmoeting bouwt bruggen, de zoom ontmoeting is wat betreft het tot elkaar komen niet meer dan een slecht surrogaat. Maar toch was het beter om een surrogaat te hebben dan niets. Ik dacht aan de Zesdaagse Oorlog waarin de Arabische landen tot doel hadden de uitroeiing van het Joodse volk, van Israël, nog maar zo kort na de Sjoa.  Maar hier kan, wil en mag je niet alle moslims op aanspreken. En dus is het goed om samen te komen. Maar een dag na de zoom vergadering heb ik echt zitten huilen. Ik huil niet zo snel, eigenlijk nooit, maar nu dus wel. Wat gebeurde er? Via de Stichting Sobibor ontving ik een link naar de “Vergeten interviews van Jules Schelvis”. De interviews met de mensen die in Sobibor hebben deelgenomen aan de opstand. Ik hoor een van hen, Chaskiel Minche, in het Yiddisch vertellen hoe hij op de eerste dag na aankomst aan een van zijn medegevangenen aangaf dat hij wilde weten waar zijn vrouw en zijn zoontje konden zijn. Zijn medegevangene wees hem op de rook die verderop opsteeg uit een van de schoorstenen, terwijl hij dacht dat ze nog leefden. Ik zie de leider van de opstand, Alexander Aronovitsj een Joodse soldaat uit het Russische leger. Die held leefde tijdens de opname van het interview door Jules Schelvis in grote armoede in de USSR. Hij mocht Rusland niet uit omdat hij zich in 1942 had laten arresteren door de moffen en dat gold in de USSR als een doodzonde, speciaal omdat hij een Jood was. We zien dan op een gegeven moment een aantal mensen aan tafel zitten. Allen overlevenden. Allen hun meest dierbaren verloren. De leider staat op, iedereen gaat staan. Hij heft het glas en roept op om al hun kameraden die het niet hebben overleefd te herdenken. ‘Houd op met zeuren over gezeur. Stel je niet aan over corona’, zeg ik tegen mezelf. De tranen springen me weer in de ogen, de emotie overmant me.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/