Op naar Pesach! Dagboek van de Opperrabbijn 13 april 2022

Nadat we, Blouma was ook mee, eergisteren een bijzondere Heidag hadden van de Raad van Toezicht en de Adviesraad van de Oorlogsgravenstichting, was het gisteren weer back to normal. Nou ja, normaal? Geheel onverwacht stonden Koen en Ira Carlier uit Veniza, Oekraïne, voor onze deur! Ze hadden even rust genomen om hun drie (nog kleine) kinderen in Brugge te bezoeken, overleg met het bestuur van christenen voor Israël en ook met mij moest een en ander besproken worden. Ondanks alles blijven zij op hun post, met hun team, in Oekraïne om de Joden thuis te brengen. Hun inzet is, zoals u begrijpt, niet zonder gevaar, maar ze weten van geen wijken. Indrukwekkend is dat een flink aantal rabbijnen Oekraïne moest verlaten, maar ook een groot aantal is op z’n post gebleven om ondanks de duistere tijden toch een Seideravond te organiseren voor Pesach en matzes onder hun Joodse Gemeenschap te verspreiden. De matze is het brood der ellende, maar tegelijk herinnert de matze ook aan het geloof dat ondanks alle misère door de eeuwen heen overeind is gebleven en in de meest miserabele omstandigheden met Pesach werd gegeten. Volgens Koen gaat het niet goed met de rabbijn van Mariupol. Hij heeft een keiharde confrontatie met de realiteit van de oorlog. Zijn huis en de synagoge staan niet meer overeind. De synagoge was pas nieuw en gebouwd met moeizaam verkregen donaties. Voor hem en zijn echtgenote zal deze Pesach wel heel erg anders zijn dan alle andere Pesach vieringen de afgelopen jaren. In- en intriest. Hoewel er de afgelopen week wel weer een aantal van zijn gemeenteleden via Zaparohza heeft weten te ontkomen, heeft hij geen contact meer kunnen krijgen met verreweg het grootste deel van zijn mensen. Voor deze rabbijn is terug waarschijnlijk geen optie meer. Hoewel een aantal kinderen uit weeshuizen Oekraïne heeft kunnen verlaten, zit nog een flink aantal kinderen op rustiger terrein in de Karpaten. De reden: niet alle kinderen mochten van de Oekraïense autoriteiten het land verlaten. Door gebrek aan de benodigde papieren en handtekeningen, had de leiding geen andere keus dan de kinderen naar veiliger gebied brengen, met uiteraard een deel van de leiding, die wel weg had gekund.  Ik moest denken aan de leiding van het Psychiatrisch Ziekenhuis het Apeldoornsche Bosch. Ook daar ging leiding mee in 1943. Een groot aantal had kunnen ontvluchten. Laten we hopen en bidden voor een betere afloop hier in Oekraïne!

 Na dit geheel onverwachte bezoek en ondanks de Pesach schoonmaak, had ik een opname voor een interview, beeld en geluid, voor de Gemeente Den Helder. 3 Mei namelijk wordt het monument ter herinnering aan de 118 vermoordde Joden voor de tweede keer onthuld. De eerste keer was onofficieel vanwege Corona en nu dus de echte onthulling. Maar om de onthulling niet beperkt te houden tot het uurtje drie mei, heeft de Gemeente Den Helder besloten om een film te laten maken over de geschiedenis van de Joden uit Den Helder. En dus kwam er gisteren om 13:00 uur een cameraploeg om mij te interviewen over de oorlog en wat dat met de overlevenden van toen, vandaag nog doet. De film gaan ze op scholen gebruiken om de jongeren te laten horen wat er toen geschiedde. Niet ver weg in Polen, maar gewoon om de hoek of zelfs in dezelfde straat. Nou is de combinatie ‘Pesach-schoonmaak en film opname’ niet bepaald een erg geslaagde. Stofzuigers uit, kranen dicht, spreekverbod voor mijn Blouma en onze hulp in de huishouding. In alles was voorzien. Behalve dat precies midden in de opname een optocht met muziek, trommels en trompetten meende door onze straat te moeten marcheren. Als ik niet beter zou weten, zou ik dit aan een opzettelijk antisemitische verstoring van mijn functioneren kunnen toeschrijven. Maar zo zit ik dus niet in mekaar. De opname werd dus halverwege gestopt en we moesten wachten tot de fanfare voorbij was getrokken. Maar dat ging ook niet zo snel want ze bleven voor ons huis staan met hun muziek. Wel gezellig, maar ook een goede stoorzender.

Het was gisteren de 120ste geboortedag van mijn inspiratiebron, de Lubavitcher Rebbe. Het begrip Rebbe ligt bij sommigen in ons koude kikkerlandje soms wat moeizaam, maar zowel op een van mijn cursussen alsook bij de grote bijeenkomst ter gelegenheid van de verjaardag van de Rebbe, werd mij de gelegenheid geboden om het begrip “Rebbe” uiteen te zetten. Ja, een Rebbe doet soms ‘wonderen’, maar met wonderen is hij nog geen rebbe!  De Lubavitcher Rebbe inspireert, geeft richtlijnen hoe je te gedragen, en print godvrezendheid in je doen en laten. Zijn nalatenschap op spiritueel vlak is onnavolgbaar groot! Of, zoals Opperrabbijn Berlinger zl. mij ooit vertelde: Zonder inzet van de Lubavitcher Rebbe’s in de USSR toentertijd, zou er nu in Europa nauwelijks nog Jodendom zijn. Maar voor nu: Op naar Pesach!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Quatar en de Matze. Dagboek van de Opperrabbijn, 10 april 2022

Het zal wel aan mij liggen, maar ik snap iets niet. Terecht worden de oligarchen aangepakt want ze zijn te dicht bij Poetin en die maakt zich naar verluid schuldig aan het voeren van een afschuwelijke oorlog. Maar waarom dan wel enthousiast voetballen in Qatar en helemaal niets boycotten? Terecht worden ons de afschuwelijke beelden getoond van het drama in Oekraïne, maar nauwelijks aandacht voor de humanitaire tragedies in Qatar en al helemaal niets over afschuwelijke wreedheden in verschillende Afrikaanse landen. Desalniettemin dank aan de journalisten die met groot gevaar voor eigen leven vooraan staan op de Oekraïense fronten om ons wakker te schudden en met de realiteit van het leven te confronteren, maar graag ook meer aandacht voor Afrika, Tibet, Jemen enz. enz.

Terwijl ik me zit op te winden, hetwelk overigens nauwelijks enig nut heeft, ging vrijdag de telefoon. Mijn vriend Bas Belder, de befaamde net gepensioneerde politicus. Hij zit zich nog steeds te ergeren aan het WOB-verzoek aan de Nederlandse Universiteiten. Een universitair docent, waarmee ik Belder in contact had gebracht, had hem verteld hoezeer hij geschokt was toen zijn leidinggevende out of the blue naar aanleiding van het WOB-verzoek tijdens een vergadering plotseling vroeg: wie heeft er contacten met Israël en wie is er Joods? De docent waande zich terug in het jaar 1940. En dat gonst door mijn hoofd terwijl ik me aan het voorbereiden ben voor Pesach en ook al een beetje voor na Pesach, namelijk 3 en 4 Mei. Op het Ereveld Loenen ben ik gevraagd om op 4 mei een korte toespraak te houden hetgeen ik als bijzonder ervaar. Niet omdat het ereveld Loenen een militair ereveld is en ik weliswaar (tot mijn 65ste?) het vaderland heb gediend als buitengewoon dienstplichtig, nadat ik daadwerkelijk slechts twee dagen in dienst was, maar ik denk dat mijn zichtbare aanwezigheid als opperrabbijn een bepaalde uitstraling heeft, ook en juist naar het huidige antisemitisme.

Vandaag, zondag, heb ik geen programma. Dat wil zeggen ik zie wel wat er op mij gaat afkomen, de dag moet nog beginnen.  Maar sinds mijn laatste dagboek van woensdag jl. heeft zich wel een en andere afgespeeld. Die woensdag mocht ik in allerijl een interviewtje geven voor het actualiteitenprogramma van “Uitgelicht” van Family7. Het onderwerp was, zoals vermeld in mijn vorige dagboek, het aftreden van een Minister uit het Israëlische Kabinet. De reden: het wel/niet toestaan van chameets (ongerezen deeg) gedurende de komende Pesach in de Ziekenhuizen. Of ik daarover wel of niet iets zinnigs heb gezegd en of het juist is geweest dat ik een kennismaking met een lid van de Eerste Kamer hiervoor heb afgezegd, betwijfel ik inmiddels. Bovendien, en dat gaat me niet nogmaals gebeuren, blijkt de echte reden van het aftreden toch iets gecompliceerder te zijn en het me nog niet duidelijk is of en wat het ongezuurde deeg ermee te maken heeft. Dus: nooit te oud om te leren en, Jacobs, hap niet te snel. Verdiep je eerst goed in de politieke materie, alvorens een mening te vormen!

En nu we het toch over leren hebben: ik heb zojuist mijn lern-makkertje, met wie ik al bijna twintig jaar iedere sjabbatmiddag lern, gesproken en we gaan nu ook dagelijks in de vroege ochtend een kwartier via zoom lernen, nog voor het ochtendgebed. Wat precies we gaan bestuderen gaan we nog bepalen.

Het NIW gaat met Pesach-vakantie, maar ik heb besloten om mijn dagboek niet te stoppen. Via Facebook van Joods bij de EO en het Facebook van secretaris Opperrabbijn, kunt u mij gewoon blijven volgen en natuurlijk ook via www.ipor.nl. De NIW-vakantie-dagboeken zullen dan na Pesach allen in een keer geplaatst worden op www.niw.nl.  Waarom zelf geen vakantie genomen? Door allerlei bestuurlijke spanningen (klinkt netter dan gevechten!) stuur ik geen verjaardag brieven meer uit. Bijhouden wie in mijn rabbinale gebied (het IPOR- Inter Provinciaal Opper Rabbinaat) een bijzondere verjaardag heeft, vergt tijd. De collega die dat voor mij regelde en alle gemeenten belde om te informeren, is ontslagen. En ik zag geen mogelijkheid om deze tijdverslindende activiteit zelf over te nemen. Maar, zo vertelde een van mijn fans (want die heb ik duidelijk ook) dat mijn dagboek ook een pastorale functie heeft en meer bereikt dan de individuele verjaardagbrief.  Bij deze dus mijn hartelijke mazzeltov voor allen die de komende tijd een bijzondere verjaardag hebben en zeker van mij een persoonlijke verjaardagbrief zouden hebben ontvangen….

Het is zondag 8 uur in de ochtend. Ik wens u een gut woch – een goede week. En veel succes met de voorbereidingen voor Pesach. En weet, naast het verwijderen van al het tastbare chameets (gerezene), moeten we vooral de diepere betekenis niet vergeten. Het gerezen deeg staat symbool voor het gerezen gevoel in de mens. Hoogmoed! Egoïsme! Een gerezen slagroomtaartje is aan bederf onderhevig en dus beperkt houdbaar. De ongerezen matze is onbeperkt houdbaar, zal nooit bederven. Bescheidenheid siert de mens.

En om even terug te komen op het voetballen in Qatar: mijns inziens ontbreekt bij dat voetballen de matze-gedachte. Dieptriest!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn, 6 april 2022

 

Het was eergisteravond heel bijzonder. Rachel Levy, bestuurder van de Joodse Gemeente Utrecht, vroeg me advies. Niet dat advies-vragen was het bijzondere, want dat overkomt mij met grote regelmaat, maar wel haar vraag en mijn antwoord. Omdat mijn vriend en collega rabbijn Katz uit Amsterdam zijn roots heeft in Veenendaal heeft hij, ook nu hij al tientallen jaren in Amsterdam woont en ook zijn ouders, inmiddels in Israël woonachtig, reeds sinds bijna mensenheugenis in Amsterdam hebben gewoond, het contact met Veenendaal heeft blijven onderhouden. En zo heeft een ploeg niet-joodse vrijwilligers, geïnspireerd door rabbijn Katz, het metaheer-huisje op de begraafplaats om-niet gerestaureerd.

Nu denkt u, gewaardeerde lezer van mijn dagboeken, dat ik van alles door mekaar haal, maar dat klopt niet, want: de Joodse Begraafplaats in Veenendaal is eigendom van de Joodse Gemeente Utrecht. En dus wist het bestuur van de Joodse gemeente Utrecht van de restauratie, heeft een en ander begeleid en vervolgens heeft dit ertoe geleid dat (deels andere) vrijwilligers ook de Joodse begraafplaats aan het Zandpad te Utrecht zijn gaan opknappen (en dat was keihard nodig!) en weer andere vrijwilligers zijn bezig om de sjoel aan de Springweg op te kalefateren. En dus belde Rachel met een adviesvraag: wat kunnen wij al die vrijwilligers geven als dank voor hun inzet? Waarop mijn antwoord luidde: laten we een avond organiseren waarop ik een verhaal afsteek over begraven en begraafplaatsen en ze uiteraard bedank voor hun belangeloze inzet! En dus hadden we maandagavond een boeiende en informatieve bijeenkomst. Als extra verrassing deelde Rachel Levy pakjes Hollandia Matzes uit en had ik de enige en echte RA (Rabbinale Archeoloog) meegenomen.

Rabbinale Archeoloog, hoor ik u vragen. Zoals bekend doen wij vanuit het Joodse denken en vanwege de Joodse wetgeving niet aan het ruimen van graven. Ook verplaatsen hoort niet te geschieden, want de grafrust mag vanuit het Traditionele Joodse denken niet geschonden worden. Maar soms is er geen keus en moet een Joodse begraafplaats verplaatst worden. Bijvoorbeeld als een burgerlijke gemeente een snelweg wil aanleggen dwars over de Joodse begraafplaats. Wij, als Rabbinaat, zullen alles wat mogelijk is dit proberen te voorkomen, maar als het onoverkomelijk is en de Gemeente bij weigering de grond gaat onteigenen, dan kunnen we als Joodse Gemeenschap beter meewerken en voor een waardige herbegraving/overplaatsing gaan. En dan komt onze Rabbinale Archeoloog in beeld. Want bij het overbrengen van stoffelijke resten komt er van alles kijken, zeker ook Joods-wettelijk, waarvan ik u de details zal besparen.

Zojuist ben ik teruggekomen van een opname voor Family7, de christelijke tv-zender. Onderwerp: de problemen binnen het Kabinet van Israël over wel of niet gedurende Pesach (Joods Pasen) alleen matzes en andere Pesach lekkernijen die onder rabbinaal toezicht zijn vervaardigd of moeten er ook niet-koosjere maaltijden geserveerd kunnen worden in ziekenhuizen als patiënten daar prijs op stellen. Het matze-probleem heeft in ons land de NOS gehaald, terwijl ik er absoluut zeker van ben dat in Israël niemand geïnteresseerd is in de mondkapjes affaire rond minister De Jonge. Maar ja: het is Israël en dus volop in de schijnwerpers.

Gistermiddag was ik van 12:30 uur tot 15:00 uur bij de fotograaf. Opnamen voor de omslag van mijn nieuwe boek: Rab&Rik. Mocht u niet weten wat Rab&Rik is, google even en hopelijk verschijnt er iets dat uw geheugen opfrist of ontbrekende kennis aanvult.

Ik stop, want ik ga een pastoraal bezoekje afleggen om vervolgens een lezing te geven voor een kerkelijk publiek. Is dat zinvol? Moet een rabbijn zich hiermee inlaten? Het kweken van goodwill is naar mijn mening van groot belang. Als we gehoord willen worden, zullen we eerst contacten moeten onderhouden en moet van ons bestaan geweten worden. Bovendien zijn we een onderdeel van een brede samenleving en dus dienen we, met behoud van onze eigen Joodse identiteit, aan de maatschappij een bijdrage te leveren. En geloof me: het Jodendom heeft heel wat te bieden!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Ik ben tegen dit soort goede doelen! Dagboek van de Opperrabbijn 3 april

Een kleinzoon die afgelopen week bar-mitswa is geworden. Een zegen om te zien hoe generaties Jodendom zich voortzetten. Dat geeft mij  natuurlijk een enorm goed gevoel van dankbaarheid. Maar tegelijkertijd maak ik me ernstige zorgen over Oekraïne. En nu even los van alle fysieke problematiek, de oorlog, de slachtoffers, de verscheuring: afgrijselijk! Ik denk ook maar even niet na over de vraag of alle Russische soldaten schurken zijn. Ik ben ervan overtuigd dat heel veel Russische soldaten ook zomaar zijn neergepoot in een oorlog waarmee ze zich geheel niet konden verenigen. Ze hadden geen keus. Ook zij zijn slachtoffers. Ik denk even terug aan mijn gevecht in Ysselsteyn over de Nazi-begraafplaats waar dus ook gewone soldaten begraven liggen. Oorlog kent verliezers aan beide kanten. Oorlog kent criminaliteit bij de winnaars en bij de verliezers. En ook zijn er aan beide kanten mensen, al dan niet in uniform, die ondanks alle dreigingen mens blijven en bereid zijn daarvoor te sterven. Begrijpt u mij niet verkeerd! Deze oorlog deugt niet, is een humanitaire ramp, maar is in mijn bescheiden optiek niet zo zwart-wit als ons wordt voorgeschoteld. Overigens hebben bovenstaande woorden weinig nut omdat ik geheel niet bij machte ben om te begrijpen hoe precies de hazen lopen, wie precies de hazen zijn en waar de media genuanceerd en waar ongenuanceerd hun mening verkondigen. Ik kan slechts dawenen (bidden) voor vrede, echte sjalom voor de gehele mensheid.

Maar eigenlijk dacht ik aan iets anders. De bar-mitswa dus van onze kleinzoon in Almere. En nu doel ik even niet op het feest, maar op de foto’s die vandaag verschenen op mijn Whatsapp.  Uiteraard geen foto’s van sjabbat, maar van het eerste oproepen voor de Thora donderdagochtend en van het feest op woensdagavond. Ik denk terug aan Oekraïne/Sovjet Unie waar mijn schoonouders vandaan kwamen en dan denk ik tegelijkertijd aan bijvoorbeeld de broers en zusters van de opa  van mijn echtgenote (klinkt allemaal ver weg!) waarvan niets meer over is. Vermoord, verdwenen, wel of niet in massagraven vergaan. Door uitputting en uithongering dit aardse bestaan verlaten. Als ik die foto’s van de bar mitswa bekijk ontwaar ik een wonder. Nazaten van generaties die van de aarde werden weggeveegd, louter en alleen omdat ze Joods waren. En uiteraard denk ik, als ik de foto’s bekijk, vol verdriet  aan 80% van mijn Nederlandse familie waaraan zelfs geen herinneringen meer bestaan: Jacobs, de Leeuw, Elkus, Sanders…

Maar los van de oorlogen en vervolgingen is er ook een andere vorm van vernietiging: assimilatie. Moord en assimilatie zijn qua wreedheid en qua vrijwilligheid onvergelijkbaar, maar toch. Ik was vandaag in Brussel op het kantoor van de RCE, Rabbinical Center of Europe. Ik ben daar belast met gioer, toetreding tot het Jodendom. Het Jood-zijn loopt volgens het Traditionele Jodendom via de moeder. Maar een niet-jood kan ook toetreden. Dat wordt van geen kant aangemoedigd, maar is wel mogelijk. Of het moeilijk is? Of er een zwaar examen gedaan moet worden met een torenhoog zakkingspercentage? NEEN. Het heeft alles te maken met motivatie. Joods worden verlangt bereidheid om de totaliteit van Thora en Traditie te accepteren en als dat aanwezig is, is de gioer een fluitje van… nou ja, ook weer niet van een cent, maar echt niet zo ingewikkeld als vaak wordt gedacht. Waarom wordt dat zo vaak gedacht? Omdat de kandidaten die zonder al teveel problemen Joods worden, toetreden, niet klagen maar dankbaar zijn. Maar degenen die worden afgewezen  gaan vaak klagen en brengen argumenten die door de rabbijn vanwege vertrouwelijkheid niet kunnen worden weerlegd. En zo had ik dus gisteren een gioer van een oudere man en vrouw die, op latere leeftijd, gewoon Joods willen worden. Hun twee dochters waren hun reeds jaren geleden voorgegaan. Een verrijking van de Joodse gemeenschap! Ze straalden geluk en dankbaarheid aan de Eeuwige uit.

Er bestaat een uitdrukking: het venijn zit in de staart. En hier komt het dan: het percentage niet-joodse Oekrainers dat onder de titel  “Joodse vluchtelingen” in Israël aankomt is groot. Uiteraard moet ieder medemens geholpen worden, zonder onderscheid van geloof of afkomst. Maar er ontstaat een onduidelijkheid die op den duur gaat leiden tot assimilatie, teleurstelling en spanning. Als de niet-joodse vluchteling gewoon blijft aangeven dat hij of zij niet Joods is, is er geen probleem. Maar als er onduidelijkheid wordt gecreëerd, ontstaat er aan lastige situatie.

En zo zat ik dus vanmiddag met een Joodse jongeman die op een Joods feestje een meisje ontmoet dat aangeeft dat haar betovergrootmoeder Joods was, maar waarvan geen enkel bewijs bestaat, zelfs niet het begin van een bewijs. En Joods worden wil ze ook niet omwille van de religie, maar wel voor hem. En dus word mij gevraagd, weliswaar op subtiele wijze, of ik een donatie voor een door mijzelf te bepalen goed doel wil ontvangen. Dat goede doel zou dus ook mijn eigen portemonnee mogen zijn. Ik zal verder proberen te achterhalen hoe het zit met die betovergrootmoeder, maar een toetreding zit er niet meer in. Ik ben tegen dit soort goede doelen!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

Ik mag het Kasjroet-Certificaat ondertekenen. Dagboek van de Opperrabbijn 30 maart 2022

Nog steeds ben ik niet bijgekomen van de Oekraïne-reis. De hele dag door word ik op de hoogte gehouden door Koen en anderen vanuit Oekraïne over hun inzet, zorgen, paniek en momenten van grote dankbaarheid als er weer een aantal Joden is gered.

Ik was de laatste dagen drukdoende om geregeld te krijgen dat de Joodse Gemeenten in mijn ressorten bereid zijn zo nodig diensten af te nemen van JBW, Joods Begrafeniswezen. Wat betekent dit, vraagt u zich ongetwijfeld af en wat heeft u, mijn trouwe dagboekeniers, hiermee te maken? Regelmatig wordt mij gevraagd hoeveel Joden er in Nederland woonachtig zijn. Het vaste getal is 45.000. Interessant trouwens dat als ik op niet-joodse scholen vraag hoeveel Joden de leerlingen denken die er in ons land wonen, dat er dan regelmatig over enige miljoenen wordt gesproken! Het getal is dus 45.000. Maar dat is al jarenlang zo! Er komen dus kennelijk geen Joden bij en er vallen geen Joden af. Maar pas op: het moge dan zo zijn dat het aantal ‘ruw geschatte Joden’ in Nederland ongewijzigd blijft, de Joodse kern gaat qua grootte sterk achteruit. Als iemand zich uitschrijft uit de kerk, dan is hij geen christen meer en wordt dus ook niet meegeteld. Vandaar dat het aantal leden bij de PKN of de RK achteruitgaat. Maar een Jood blijft altijd Jood. Wel religieus, niet religieus. Wel lid van een Joods Kerkgenootschap, geen lid. Of hij zich wel of niet Joods voelt. Het doet er allemaal niet toe. Iedere Jood, ongeacht zijn/haar beleving van het Jodendom, ongeacht zijn wel of niet Joodse gevoel, ongeacht of hij wel of niet weet dat hij Joods is: ieder telt mee. Dat is natuurlijk mooi in mijn optiek, want inderdaad een Jood blijft Jood ongeacht wel of niet lid van de Joodse Gemeente of aan iets anders Joods verbonden. Meestal voelt ook een Jood die nooit naar de synagoge komt, zich net zo Joods als de vaste sjoelbezoeker. Maar het moge duidelijk zijn dat als de kern kleiner wordt, ook de periferie steeds zwakker en meer perifeer zal worden. En dat proces is helaas gaande. De kern-Joden trekken weg vanwege gebrek aan Joodse omgeving en toenemend antisemitisme. Toen mijn voorganger, Opperrabbijn Berlinger, een tekst ter controle van een grafzerk kreeg voorgelegd door een lokale bestuurder, dan hoefde hij niet meer te doen dan bijna pro-forma ter goedkeuring zijn handtekening te plaatsen. De lokale voorzitter van de Joodse Gemeente kon zonder moeite een Hebreeuwse tekst maken. Vandaag de dag krijgen wij geen toegeleverde kant en klare teksten van grafzerken meer toegestuurd, want wij moeten de gehele tekst maken omdat helaas de kennis van de brede gemeenschap, en dus ook van de bestuurders, dusdanig is verzwakt dat lokaal geen kant en klare tekst meer kan worden aangeleverd. Het gaat dus niet goed met het Nederlandse Jodendom, we worden meer en meer een zeldzaam kunstobject dat in een museum best wel kijkers zal trekken.

Maar genoeg hierover en genoeg pessimisme uitgesproken! Dadelijk ga ik naar het bar-mitswa feestje van een kleinzoon. Even weg, even Oekraïne vergeten. Ik gezellig feestje-vieren en anderen zitten in een situatie die nog veel erger is dan slavernij! Maar zo is het leven nu eenmaal. Ten aanzien van de meeste kwesties hebben we geen keus. We moeten maar nemen zoals het komt. Dat is overigens niet wat ik ga zeggen aan mij kleinzoon als ik hem mag toespreken. Ik wil hem laten weten dat hij mijns inziens echt Bar Mitswa kan worden. Verplicht tot het naleven van alle ge- en verboden. Maar als die verplichting op hem rust, betekent dat hij er ook toe in staat is. Waarom ik dat denk? Omdat hij enerzijds een vroom en gelovige jongen is die weet wat er van Boven komt. Anderzijds staat hij met beide benen op de grond, midden in deze woelige wereld waarvan hij wel degelijk (koosjere) kaas heeft gegeten. En dit is nu precies het Jodendom. Met beide benen op de aardse grond en de blik steeds op Boven gericht (uiteraard figuurlijk bedoeld!).

Wat dit van doen heeft met de eerste regels van dit dagboek over Joods begrafeniswezen? Ik moet realistisch vooruitdenken. Als de Joodse kennis achteruitgaat en het ledental landelijk slinkt, zijn de kleinere Joodse Gemeenten dan nog wel in staat om zelf begrafenissen te verzorgen? Zijn er dan nog wel genoeg vrijwilligers? Zal er nog genoeg kennis aanwezig zijn om de uitvaartdienst te leiden en de rituele dodenwassing in overeenstemming met de Halaga uit te voeren? En dus willen JBW – Joodse Begrafeniswezen te Amsterdam- en mijn persoon afspraken maken hoe JBW, dat uiteraard ook steeds minder ‘te doen heeft’, de nood voor zijn en nu afspraken maken hoe JBW de kleinere Joodse gemeente kan helpen door hun diensten aan te bieden.

Pesach is in aantocht. En dus heb ik vandaag overleg gehad met de medewerkers van JMW -Joods Maatschappelijk Werk- hoe het kasjroet (de koosjere maaltijden) onder controle te plaatsen. ORT – Onder Rabbinaal Toezicht. We hebben een toezichthouder gevonden, vooraf gaat een van onze rabbijnen naar Lunteren om de keuken te kasjeren, koosjer te maken voor Pesach en een andere collega heeft overleg met de medewerkers van JMW over de inkoop van koosjere producten. En ik? Ik mag het Kasjroet -Certificaat opstellen en ondertekenen.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn, 27 maart 2022

Na een zeer indrukwekkende en uiterst vermoeiende week, back to normal! Maar ja, vraag ik mezelf regelmatig af: wat is voor een rabbijn die geen vaste werkzaamheden heeft maar geleefd wordt door de gebeurtenis van de dag, wat is voor zo’n rabbijn ‘normal’?

Laat ik eerst vooropstellen dat ik absoluut nog niet ‘bijgekomen’ ben van mijn reis naar Oekraïne. Ik doel niet zozeer op de vermoeidheid, maar de emoties. Ook ben ik verbaasd over de enorme sympathie die getoond wordt richting Oekraïne. Laat ik heel duidelijk zijn: het vermoorden van mensen is onaanvaardbaar, maar het is te eenvoudig gesteld dat de Oekraïners lieve aardige goedhartige en vooral zielige mensen zijn en de Russen zijn de bad-ones. Antisemitisme viert in beide landen hoogtij. Wat ik ook niet helemaal begrijp is onze zorgen over het welzijn van de inwoners van Oekraïne en onze volledige ongeïnteresseerdheid voor de walgelijke al jarenlang durende strijdtonelen in Afrika waar mensen levend aan stukken worden gesneden, verkracht, beroofd…Maar ja, dat levert geen verhoging van de benzineprijs op en dus laat het ons koud.

Mijn dagboeken met de verslagen uit Oekraïne zijn breed gelezen, hetgeen voldoening geeft, maar: het ware veel en veel beter geweest als deze afschuwelijk humanitaire ramp er niet zou zijn geweest, Tragedies. Vaders die afscheid nemen van hun kinderen en hun echtgenote en echt niet weten of het voor tijdelijk is of niet. De bedoeling was dus dat ik nu een beetje zou uitrusten en de afschuwelijke beelden verwerken. Maar, zo vraag ik mezelf af, wat is verwerken?

Gisteren, zondag, kwam er niets van het verwerken. Gezellig hadden wij naar Maastricht zullen gaan voor de derde bar mitswa van een heel lief jongetje. De derde bar mitswa viering, want vanwege corona waren de vorige twee afgelast. Zo’n feestje, ook als ik een paar woorden mag spreken, is voor mij echt een feestje, ontspanning, mooi. Ouders en zoonlief zijn zo blij. Maar de avond voor de zondag, dus uitgaande sjabbat: lewaja-begrafenis! Locatie: Maastricht. En dus voor de bar-mitswa eerst nog een lewaja van een stokoude vrouw die steeds bij de geest en bij de tijd is gebleven. Mijn aanwezigheid en mijn toespraak werden gewaardeerd. Nou moet ik het natuurlijk niet doen om waardering te krijgen, maar het is wel fijn om dankbaarheid te mogen voelen. Maar we zaten nog maar net in de auto of: lewaja nr. 2. Een jonge vrouw die vaak als overrijpe puber bij ons kwam en zelfs een hele tijd bij ons officieel heeft ingewoond. Tragedie! Enfin, zondag dus 5 uur en 53 minuten in de auto (mijn auto geeft aan hoe lang ik in de auto per dag vertoef) en 448 km afgelegd. Geradbraakt kwam ik dus ’s avonds thuis. En toen was het na een veel te korte nacht weer ochtend. Om 8:00 uur werd ik op een school verwacht in Veenendaal. Veenendaal is de geboorteplaats van rabbijn Katz uit Amsterdam. In Veenendaal heeft hij een groot deel van zijn jeugd doorgebracht. Omdat hij vanwege de choepa van zijn zoon in Engeland is, mocht ik hem waarnemen en op een VO-school de leerlingen uitleg geven over Israël en over Jodendom in het algemeen. Is dit nuttig? Zeker wel, want we leven in een Nederlandse samenleving waarin antizionisme en antisemitisme groeiende zijn en waar het dus van belang is dat we ambassadeurs hebben. En de toekomstige ambassadeurs zijn deze leerlingen. Enfin, nadien nog even naar de tandarts, want ook rabbijnen moeten daar af en toe naartoe, en toen weer thuis. Om 16:00 uur een cursus gegeven voor mijn vaste groepje. En toen wilde ik dus aan dit dagboek gaan werken, maar kreeg een telefoontje van een moeder met twee kleine kinderen uit Oekraïne die nu hier is en die min of meer haar beklag deed over de behandeling. Er werd niet genoeg voor haar gedaan. Dat dus dan maar weer nazoeken en kijken of haar klacht terecht is of niet. Maar zelfs als de klacht onterecht is, dan nog. Man en vader in Oekraïne en de jonge moeder hier met twee kleine kinderen die uiteraard ook ontredderd zijn. Voor mij speelt zich een herhaling af van de periode van de Russische vluchtelingen. Vluchtelingen in huis nemen is geweldig, maar lang niet altijd eenvoudig. Verschil van mentaliteit, geen gezamenlijke taal, geen dag invulling voor de vluchtelingen, voortdurende stress…

Een telefoontje uit New York. Rabbijn Mendel Cohen, de rabbijn uit Mariupol, die probeert gelden te krijgen om zijn mensen uit Mariupol weg te krijgen. Hoe? Geen idee en dat moet ik ook zeker niet via de telefoon vragen, want je weet maar nooit wie er meeluistert.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Opperrabbijn Jacobs in Oekraïne – dag 2 (deel 2)

Opperrabbijn Jacobs met Michael Kaytelmann en Koen Carlier. (Foto: Sveta Soroka)

 

Na 270 kilometer en drieënhalf uur rijden door Moldavië kwamen we aan in Kishenov, de hoofdstad van Moldavië. Daar droegen we de Joodse vluchtelingen over aan het Joods Agentschap. Enkelen vertrokken vanavond nog, anderen morgen of overmorgen. In een grote gymnastiekzaal werden de nieuwe olim ontvangen. Israëlische paramedici en artsen stonden de uitgeputte vluchtelingen waar nodig bij. We namen afscheid van Faina, de vrouw op de brancard, van Michael, de oude man met de vier tassen en het Russische paspoort, en van alle andere olim.

 Het Joodse volk leeft!

We zongen Heeweenoe Sjalom Aleechem, en deden dat blijkbaar met zoveel enthousiasme dat alle paramedici ijlings hun mobiele telefoons pakten om foto’s te maken. Midden in de afschuwelijke oorlog een moment van vreugde. Am Yisrael Chai, het Joodse volk leeft en overleeft. Of er nu na eeuwen en eeuwen een einde is gekomen aan het Joodse leven in Oekraïne zou zomaar een feit kunnen zijn. Helaas? Ik denk aan de honderden massagraven uit de Tweede Wereldoorlog, aan Babi Yar, aan het massagraf in Marioepol, 10 meter breed en 11,5 kilometer lang.

Michael gaf mij zijn telefoon en ik had zijn dochter aan de lijn, die Hebreeuws sprak. Zij zat in Leningrad, waar de grootouders van mijn echtgenote door honger en uitputting waren vermoord. We hebben vandaag Mendel Cohen, de rabbijn van Marioepol, diverse keren aan de telefoon gehad. Hij en de rabbijn van Zaporozhe zijn non-stop in de weer om leden van hun gemeenten te redden. De inzet van Koen en zijn team is nodig voor het ophalen van Joodse vluchtelingen die geen kant op kunnen. Van Frank en Roger van Oordt wordt financiële ondersteuning gevraagd.

Rabbijn Rachamim

Rabbijn Cohen adviseerde ons dringend om in Kishenov vooral rabbijn Rachamim te bezoeken. Een enthousiaste jonge rabbijn. Vanaf de eerste dag dat de vluchtelingen naar Moldavië kwamen, stond hij in de voorste gelederen om hulp te bieden. Vervoer vanaf de grens, organisatie van papieren, hotelkamers en koosjere maaltijden. Alles heeft hij opgezet, helemaal alleen met zijn echtgenote. Voor de synagoge staat een tent met eten, dag en nacht geopend.

De rabbijn heeft voor een maand een hotel afgehuurd tegen een tarief van duizend euro per dag. ‘De vluchtelingen moeten zich goed kunnen voelen. We zorgen er ook voor dat ze extra goede maaltijden krijgen. Als ze zich lichamelijk goed voelen, heeft dat ook invloed op hun geestelijke situatie’, legde rabbijn Rachamim uit als een soort excuus voor de hoge kwaliteit van de maaltijd die we allen aangeboden kregen. Roger en Koen hadden, vermoed ik, al hun beslissing genomen. Deze jonge enthousiaste rabbijn moet een partner worden in de hulp aan de Joodse vluchtelingen op weg naar Israël. 

Vanaf het begin van de oorlog staat rabbijn Rachamim klaar om Joodse vluchtelingen te helpen.

Na drie uur rijden zijn we aangekomen ergens op een bungalowpark. Vraag me niet waar, maar het is nog in Moldavië. Het is dichter bij het vliegveld in Roemenië van waaruit we morgen naar Wenen vliegen. Het is bijna middernacht. Bedtijd! Ik moet het avondgebed nog uitspreken, mijn e-mails nakijken en dan mezelf fysiek voorbereiden voor de terugtocht morgen. De vier Urkerboys waren de hele dag bij ons om de busjes te besturen en zijn nu terug naar het grensdorpje om de vluchtelingen op te vangen. Het werk gaat door. Niemand weet hoe de oorlog afloopt en of en wanneer hij afloopt. Maar wat de afloop ook zal zijn, er zijn al duizenden slachtoffers gevallen. En nog veel meer mensen zijn geestelijk beschadigd.

Fotografe
De fotografe die de hele tijd bij ons is, woont in Kiev. Ze is Joods, kan vluchten, zit nu hier in Moldavië, maar peinst er niet over om Kiev te verlaten. Ze heeft daar een taak, familie die niet weg wil en zij wil haar Kiev niet verlaten. Ook dat is een benadering. Of ik ook die benadering heb? Ik heb makkelijk oordelen vanuit Nederland, maar denk wel dat Israël voor het Joodse volk de beste plaats is.

Nog even, voordat ik echt eindig: Koen en ik hadden een discussie. Als de man Oekraïne niet uit kan omdat hij dienstplichtig is, moet hij dan wel of niet zijn vrouw en kinderen laten vluchten? Koen was duidelijk: de man/vader moet zijn vrouw en kinderen wegsturen en in veiligheid brengen. Koen wilde mijn mening horen. Maar ik heb geen mening. Ik weet het niet, want ik zit G’d zij dank niet in die situatie en hoop dat ik nooit voor deze afschuwelijke keuze kom te staan.

 

Opperrabbijn Jacobs in Oekraïne – Dag 2, deel 1.

Het is 05.00 uur en ik heb best goed geslapen. Nu eerst douchen, dawenen en dan om 07.20 uur naar beneden waar ons busje op ons wacht. De sirenes bleken vannacht diverse keren te zijn afgegaan. Niets van gehoord. Dat was overigens niet erg, want alleen als de sirene afgaat en er op de deur geklopt wordt, moet je naar de schuilkelder. Overigens geen idee waar deze schuilkelder zich bevindt. Bij het ontbijt in de opvanglocatie heb ik alle vluchtelingen ‘bemoedigend’ toegesproken, want zo werd mij verzocht door Koen. Maar dat bemoedigen heb ik niet zo in me. Ik had meer de neiging om ze een advies mee te geven. 

Het is inmiddels 14.15 uur en inmiddels zijn we met een grote bus onderweg van de grens tussen Oekraïne en Moldavië naar Kishenov, de hoofdstad van Moldavië. In de bus alleen Joodse vluchtelingen met eindbestemming het Heilige Land, Eretz Yisrael. Aan de Oekraïense kant van de grens moest iedereen uitstappen, met bagage en al. De bagage: een paar tassen, vuilniszakken en hier en daar een rugzakje. Dat was voor de meesten hun totale bezit. De groep bestond uit oudere mannen en vrouwen. De jongere vrouwen met kinderen waren zonder man. Hun mannen en vaders kunnen het land niet uit vanwege de dienstplicht. Vóór de brug (naar de vrijheid) de grenscontrole van Oekraïne. Daarna zo’n 800 meter wandelen over de brug en vervolgens de grenscontrole van Moldavië. En daarna met de bus (waarin ik dit schrijf) naar Kishenov.

De operatie grens-grens-bus duurde meer dan drie uur vanwege controles en het ontbreken van een rolstoel. Rolstoel, hoor ik u denken? Onder de vluchtelingen was ook Faina Schneiderman, een oude vrouw die door een val haar heup gebroken had en door het team van Koen – liggend op een brancard (die waarschijnlijk nog van vóór de Eerste Wereldoorlog afkomstig was) – in een busje naar de grensplaats gereden was. Het plan was dat de jongens uit Urk – die in de grensplaats in een huisje verblijven om Koen te helpen met het vervoer van Joodse vluchtelingen vanaf de grens naar welke bestemming dan ook – aan de Oekraïense kant van de grens met een rolstoel zouden klaarstaan. Dit plan mislukte helaas, want ze mochten Oekraïne niet in. En dus brachten we Faina op de gammele brancard lopend de grens over. Met het verlaten van Faina uit Ezhuyn, een voormalig getto in de buurt van Sharherod, is de laatste Joodse inwoner uit deze voormalige shtetl verdwenen, na honderden jaar Joods leven.  

Die jongens uit Urk is overigens een verhaal apart. Door een journalist uit Israël werd hen gevraagd zich volledig belangeloos tijdelijk in de grensplaats in Moldavië te vestigen om Joodse vluchtelingen te vervoeren, te helpen en te beschermen. Het gaat daarbij niet om bescherming tegen Russische bombardementen, maar tegen de lokale criminaliteit, zoals diefstal, ontvoering, prostitutie en oplichting. De Urkerboys lieten mij dan ook geen minuut alleen.

Terug naar de brug naar de vrijheid. Ik mocht een jonge vrouw, die met haar twee kinderen reisde en voorzien was van twee kleine koffertjes en een half gescheurde vuilniszak, helpen bij het dragen van de ‘bagage’. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om met mijn eigen handbagage (een koffertje op wielen) comfortabel achter haar te lopen. Maar toen ik een oude man met vier tassen zag voortzeulen, gaf ik de gescheurde loodzware vuilniszak aan een van de teamleden van Koen en schoot de bejaarde man te hulp. Michael Kaytelmann komt uit Chernigov, is 70 jaar en in z’n eentje gevlucht. Een schrijnend aangezicht. Ik ben bij hem gebleven, naast hem en voor hem. Hij werd tot in het waanzinnige gecontroleerd, Oekraïne uit en Moldavië in. Een teamlid van Koen liet in duidelijk te verstane taal weten dat we hem niet zouden achterlaten. Na een half uur ondervraging aan de Oekraïense kant en bijna twee uur in Moldavië was kennelijk geconstateerd dat hij geen spion was en zelfs geen terrorist. De reden van de verdenking: hij had een Russisch paspoort. Waarschijnlijk hebben ze in mijn paspoort mijn visum voor Rusland niet opgemerkt. Genoeg geschreven voor nu. Tot zover dus dag 2, deel 1. We gaan nu onderweg naar Kishenov en daarna weer noordwaarts. Dat wordt dan dag 2, deel 2.

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagboek uit Oekraïne van de Opperrabbijn deel I

Zoals bekend, heb ik bijna vanaf de eerste corona-dag dagelijks een dagboek geschreven. Maar na anderhalf jaar verscheen mijn dagboek nog maar twee keer per week. En dus eigenlijk geen dagboek meer. Maar nu ik toch even terug naar het dag-boek, voor slechts drie dagen.

Naar Oekraïne

Maandag. De eerste dag van mijn Oekraïne-reis. Mendel Cohen, die eens de rabbijn was van Marioepol en nu vol schuldgevoelens in Israël is, heeft mij dringend verzocht om naar Moldavië, Roemenië en Oekraïne te reizen. Omdat ook mijn vrienden van Christenen voor Israël mij die richting op wilden laten gaan, ben ik overstag gegaan en zit nu in het vliegtuig naar Iasi, een klein vliegveld in Roemenië op de grens met Moldavië.

Wat ik in Moldavië precies ga doen weet ik niet. Ik heb duidelijk aangegeven dat ik absoluut geen ramptoerist wil zijn. Nee, had men mij verzekerd, jouw komst is waardevol en constructief. We zien het wel. Ons gezelschap bestond uit drie personen: Frank, de directeur van Christenen voor Israël, Roger, de honorair consul van Israël en mijn persoontje. Maar op het vliegveld van Wenen schoof nog iemand aan uit Brussel. Alsof we elkaar al jaren kenden, begroette hij mij. Geen idee wie het was en nu mij de naam inmiddels is medegedeeld, weet ik nog niet waarom hij mee is en kennelijk de drie dagen een deel is van onze ‘delegatie’. 

Na urenlang rijden over wegen die vaak bijzonder slecht bereikbaar waren, kwamen we aan bij de schuilplaats. Dit is de plaats waar de vluchtelingen werden en worden opgevangen. Het lastige van dit dagboek is dat ik niet te specifiek kan zijn. Alles is vlakbij oorlogsgebied en te veel details kunnen gevaarlijk zijn. Maar hier hebben we Koen Carlier, de coördinator van het team in Oekraïne, en zijn vrouw Ira ontmoet. Voor mij was een koosjere maaltijd geregeld. Maaltijd? Het was dusdanig veel dat we de meervoudsvorm kunnen gebruiken. Na de maaltijd hebben we een kijkje genomen in de opslagplaats voor voedsel. Rabbijn Mendel uit Marioepol, die nu dus in Israël is, heb ik nog uitgebreid gesproken.

Levens gered

Dankzij de voorzienigheid van Koen zijn er in Marioepol levens gered. Weken voor de oorlog heeft Koen grote hoeveelheden extra voedselpakketten gebracht met de nadrukkelijke mededeling aan de rabbijnen om nog niets uit te delen. Ze moesten wachten tot het noodzakelijk is. En als generaal Koen een bevel geeft…

‘Weken voor de oorlog heeft Koen extra voedselpakketten naar Marioepol gebracht.’

Ondertussen ben ik door een aantal rabbijnen, waarvan de meesten nu in Israël zijn, gebeld om hulp te regelen voor achterblijvers. Er zijn grote bedragen geld nodig om mensen alsnog weg te krijgen. Geld voor het busvervoer en geld om om te kopen. 

Vanochtend ben ik om 5.30 uur opgestaan en zijn we nu om 21.30 uur eindelijk aangekomen op de plaats waar wij slapen. Dit is dus niet in de schuilplaats. We kwamen grenspost na grenspost tegen, wegversperring na wegversperring. Inmiddels weet ik wie wie is en vormen we met z’n vieren een leuk groepje. Koen en zijn vrouw Ira zijn erbij gekomen en morgenochtend om 7.20 uur verlaten we ons hotel om het team van Koen te ontmoeten. Daarna zullen we met de vluchtelingen met een grote bus naar de brug tussen Oekraine en Moldavië gaan. Voor de brug zullen ze allen moeten uitstappen, met hun hele hebben en houwen (bijna niets!) de brug over lopen en dan in andere bussen naar Kishenov om vandaar met behulp van het Joods Agentschap voorgoed naar Israël te vertrekken.

Vluchtelingen lopen via de brug van Oekraïne naar Moldavië

Ik ga naar bed.

Er kwam slechts één woord uit: dramatisch! Dagboek van de Opperrabbijn 20 maart 2022

We zijn terug uit Maastricht waar we Poerim en de daaropvolgende sjabbat hebben doorgebracht. Freifeld, een cateraar uit Antwerpen, had weer kamers afgenomen in Crowne Plaza Maastricht van dinsdag tot zondag. Hij kookt dan, er zijn in het hotel sjoeldiensten en het eten is uiteraard koosjer en staat onder mijn ORT, Rabbinale Toezicht.  We hadden dus een uitstapje, want zo beleven wij het wel. Hoewel uitstapje: van mij worden wel voortdurend toespraakjes verwacht, naast de rabbinale controle op de maaltijden en daarnaast krijg ik ook nog allerlei Halagische vragen op mijn bordje. Na de Poerim-maaltijd op donderdag kreeg ik een uitgebreide dank van de cateraar voor mijn bijdrage, ik dacht dat hij mij complimenteerde voor mijn toespraak, mais non, neen dus. Het compliment betrof mijn dansen! Kennelijk maakt dus mijn danskunst meer indruk dan mijn toespraak! Ik vergelijk het maar even met een danser van het Scapino Ballet die gecomplimenteerd wordt voor een toespraak! En dus of ik dit moet opvatten als een compliment of een belediging, weet ik nog niet helemaal.

De meeste gasten komen uit Antwerpen, Israël, Londen en Manchester en zijn allen orthodox. Een geheel ander publiek dan de Joodse Nederlanders en dus heb ik er ook een andere functie. Wat dan precies het verschil is, is me niet helemaal duidelijk, maar het is wel anders.

Vrijdag was ik erg moe. Of dit te wijten was aan het vele dansen, te weinig slaap, herstel van een fikse verkoudheid, te veel wijn op Poerim of mijn zorgen over Oekraïne, is me niet duidelijk. Maar de vermoeidheid is er niet minder om.  Ik had ook vrijdag een gesprek met de voorzitter van de Joodse gemeente Limburg en vandaag, op weg naar huis, gingen we nog even naar Breda voor overleg met het nieuwe bestuur. Natuurlijk ken ik ook de nieuwe bestuursleden, maar ik ken ze niet als bestuurder. Sommige bestuurders ondergaan na aantreden een soort metamorfose. Gelukkig viel dat mee in Breda, want metamorfosen zijn meestal geen vooruitgang.

Vanochtend hadden we dus Maastricht verlaten na eerst van alle gasten afscheid te hebben genomen. Het is interessant te zien hoezeer onze aanwezigheid werd gewaardeerd. Mijn toespraken, die anders zijn dan mijn speeches die ik gewoonlijk mag afsteken voor mijn gebruikelijke Nederlandse publiek. Maar los van de sjioerim en de toespraken, had ik ook een pastorale functie, want misère is helaas overal.  Kennelijk trekken wij de narigheid aan of, positiever gebracht, worden mijn Blouma en ik snel tot praatpaal verheven. Ik gebruik nadrukkelijk het woord ‘verheven’ want ik ben dankbaar om als praatpaal mensen te kunnen helpen. Praktisch bezien hoeven we dus niets te doen, uitsluitend begripvol en meelevend luisteren en dan vanochtend bij het afscheid toch nog even refereren aan het gesprek en ze sterkte wensen, waarmee je toont geluisterd te hebben. Eigenlijk hebben we dus niets gedaan, maar dat niets kan zoveel betekenen! Het zou goed zijn als meer mensen zich met dit ‘niets’ zouden bezighouden. Sjabbatmiddag heb ik trouwens ook nog een sjioer gegeven voor een paar leden van de Joodse Gemeente Limburg en natuurlijk hebben we rabbijn Awremmie Cohen en zijn echtgenote bezocht. Dat rabbijnen-echtpaar doet goed werk. Poerim, zo zagen we op foto’s en hoorden we van deelnemers, was geweldig. Het geeft me ook duidelijk een goed gevoel, dat hoewel wij in het verre Zuiden zaten bij een groep mensen die niet tot onze primaire rabbinale doelgroep horen, we via kinderen en kleinkinderen in Nederland op vele plekken Poerimfeesten hebben mogen organiseren: in Almere, sjoel Amstelveen, Zuidas en Lelystad. Maar ook de inzet van bijvoorbeeld rabbijn Cohen voel ik een beetje als een product van onze werkzaamheden ten behoeve van Joods Nederland, want via ons is rabbijn Cohen in Maastricht beland. We hoeven onszelf dus geen verraders te voelen.

Sjabbat was nog niet voorbij of ik werd weer keihard geconfronteerd met Oekraïne. Een van de rabbijnen uit Oekraïne vroeg of ik een moeder met 2 kinderen kon opsporen die ergens in Nederland als vluchtelingen moesten zijn aangekomen. Na enig speurwerk hebben we ze gevonden en we gaan proberen de taak van hun Oekraïense rabbijn over te nemen. Op de vraag aan de rabbijn uit Mariupol, die nu in Israël is, hoe de situatie is, kwam er slechts één woord uit: dramatisch! Zijn huis bestaat niet meer; alle foto’s van zijn kinderen, zijn er niet meer; zijn sjoel is een ruïne; bijna al zijn gemeenteleden zijn omgekomen; alles dat hij had opgebouwd is niet meer; De Rabbijn van Mariupol is de rabbijn van een groeiende gemeente die eens was….maar niet meer is!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

RSS
Follow by Email