Dagboek van een Opperrabbijn 2 augustus 2020

Ik vroeg me af of ik niet te veel refereer naar de Holocaust en dus ben ik gaan kijken naar NIW en ook internationale Joodse pers zoals JTA (Jewish Telegraph Association) en Daily Briefing. Conclusie: ik zie dat ik toch echt niet de enige ben.
 
Maar los hiervan: nog nooit heb ik zoveel e-mails/telefoontjes gehad van kinderen of bekenden van oorlogsoverlevenden die juist nu in een depressie belanden, gekoppeld aan de onderduik of de kampen. Bijna allemaal slikken ze medicijnen, maar medicijnen zijn slechts hulpmiddelen – de oorzaak nemen ze niet weg. Sterker nog: de oorzaak ís niet weg te nemen. Mijn stelling dat ‘iemand die de oorlog heeft overleefd en normaal is gebleven is gestoord’ blijkt helaas meer en meer te kloppen. Maar vandaag werd mij door een ontwikkelde intelligente vrouw verteld dat ook mijn generatie van direct na de oorlog, beschadigd is door onze gestoorde opvoeding. En ik denk dat deze psychologe gelijk heeft.
 
Begrijp me niet verkeerd: ik heb een geweldige opvoeding genoten. Pas nu besef ik hoezeer ik tekort ben geschoten in het uiten van dankbaarheid aan mijn ouders. Alles gaven ze voor mij. En als ik spreek over mezelf, dan bedoel ik de hele generatie van na de oorlog. Maar: óf alles werd verzwegen, óf precies het tegenovergestelde en alles werd gekoppeld aan voor-en-na-de-oorlog. Overbezorgde ouders die gezworen hadden dat hun kinderen nooit zouden mogen meemaken wat zij hadden doorgemaakt. En dus denk ik dat die vriendelijke en intelligente psychologe gelijk heeft als ze mij vertelt dat ik toch een beetje gestoord ben net zoals zijzelf, naar eigen zeggen.
 
Maar behalve deze ontluisterende diagnose, heb ik verder een fijne sjabbat gehad. Op sjabbat hadden we sjoeltuin of tuinsjoel. Ik bedoel te zeggen dat we in plaats van in de synagoge de sjabbatdienst in onze tuin hadden. Alle medewerking van de politie die zelfs een deel van de dienst heeft bijgewoond. Voordeel? Perfecte coronaproof ventilatie, daar kan geen synagogegebouw tegenop.
 
Overigens is het natuurlijk niet zo dat iedere Joodse overlevende depressief is. G’d zij dank niet. Alleen ik krijg natuurlijk geen telefoontje als iemand zich goed voelt, vrolijk is, ondanks alles, en er op geweldige wijze in is geslaagd om het verleden het verleden te laten en ook de voordelen van de coronaperiode te ervaren. Dus ik besef goed dat niet alles kommer en kwelling is. Dat bleek ook weer uit het volgende: na afloop van de tuinsjoeldienst heb ik met Avi, mijn leerling en leermaatje, de gebruikelijke sjabbat-natuur-wandeling gemaakt door het achter ons huis liggende natuurgebied. Veel mensen kom je daar niet tegen en toch: drie keer werd ons toegeroepen door niet-joodse fietsers: sjabbat shalom! Dat was warm en fijn. Het geeft de (Joodse) burger moed. Niet één keer nagescholden, wel drie keer warme en oprechte shalom.
Maar uitgaande sjabbat (na 22:30 uur!) en zondagochtend weer nare berichten. Twee sterfgevallen. Niets van doen met corona, maar gewoon overleden aan een nare ziekte. Beiden veel te jong en beiden verdriet achterlatend. En dus begrafenissen regelen, bijstand verlenen, er zijn voor de nabestaanden. Maar dit soort tragedies laten me verre van onberoerd. Praktisch kan ik gelukkig altijd bouwen op mijn collega-rabbijnen Spiero en Evers die waar nodig overnemen, maar de emotie blijft bij mij.
 
Tussendoor nog een medewerker van een Joodse instelling, die door zijn bestuur geplaagd wordt, mogen adviseren. Juist vanwege mijn jarenlange ervaring als hoofd van de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum en als lid van het Scheidsgerecht van het Ziekenhuiswezen, ken ik de slagen van de personeelszweep en weet ik hoe te overleven en meen ik goed te kunnen adviseren als een medewerker zich in het nauw gedreven voelt.
Maar het hoogtepunt van dit weekend: een enorm fijne bijeenkomst ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’. Ik zal iets duidelijker zijn. Omdat in Enschede al een tijdje helaas geen sjoeldiensten hebben plaatsgevonden vanwege corona, heeft het bestuur besloten om een lunch te organiseren in tenten achter de prachtige synagoge. Een geweldige opkomst. Een perfecte lunch en na een introductie van de voorzitter mocht ik de goegemeente toespreken. Om een lang verhaal kort te houden (waarin ik overigens niet zo goed ben!): toen de Thora op verzoek van de Griekse koning Talmi in het Grieks was vertaald door vijf grote rabbijnen, viel er een duisternis over de wereld. Vreemd, want ook Mozes had de Thora vertaald en wel in zeventig talen, waaronder het Grieks. Wat was er mis met de vertaling in opdracht van koning Talmi? Vertaling is toch juist erg goed; het maakt de Thora toegankelijk?! Inderdaad. Vertalingen zijn goed, maar ook beperkend. Ieder woord in de Thora heeft vele betekenissen, maar in een vertaling kun je slechts één betekenis weergeven. De rest gaat verloren. En zelfs kunnen vertalingen misleidend zijn: sjabbat is bijvoorbeeld echt geen rustdag. En rein en onrein hebben niets te maken met schoon en smerig. Maar waarom was de vertaling die Mozes maakte dan wel goed? Heel in het kort: bij de vijf rabbijnen was de opdrachtgever een Griekse koning, een afgodendienaar. Mozes vertaalde op verzoek van de Eeuwige. We maakten daar ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’ een vertaalslag naar de politieke actualiteit. Kritiek op het beleid van Israël mag, maar de grote vraag is: wie uit die kritiek? Door welk gedachtegoed wordt de journalist of de politicus gedreven? Afhankelijk van de ‘opdrachtgever’ is die kritiek koosjer of niet-koosjer en dus een uiting van antizionisme=antisemitisme. De gemoederen van de toehoorders raakten in beroering. Verhalen kwamen boven. Zorg over de toekomst van Joden in Nederland. Onze overheid is ons goed gezind, beschermt ons en doet z’n best om de Joodse Gemeenschap voor Nederland te behouden. Maar toch: onze ouders dachten in groten getale in de jaren voor de oorlog dat het ‘ons’ niet zou gebeuren want wij zijn Nederlanders. Onze overheid zal dit niet tolereren. Maar het gebeurde toch… Het was duidelijk dat bij alle Joodse Tukkers de algemene harde conclusie luidde: alertheid is geboden, want het gevaar ligt op de loer, zelfs ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’.
 
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!
 
 

NIK en Mediene-kehillot beslechten conflict, gaan ‘samen naar de toekomst’

Het conflict tussen het bestuur van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) en het ressort Mediene is opgelost. Dat meldt het bestuur (de Permanente Commissie of PC) in een persbericht aan Jonet.nl. Het geschil binnen het kerkgenootschap duurde ruim twee jaar en ging over een nieuwe bestuurlijke indeling. Op vrijdag is er een vaststelling tussen beide spelers ondertekend. Ze begraven de strijdbijl en willen samen door naar de toekomst. Die overeenkomst moet nog wel worden goedgekeurd inde eerstkomende vergadering van de Centrale Commissie (CC), maar daar is alle vertrouwen in. Voorzitter Ellen van Praagh van het IPOR – dat onder het ressort Mediene valt – heeft aan Jonet.nl bevestigd dat de overeenkomst door haar is ondertekend.

De grond van het geschil
Het conflict binnen het NIK ontstond meer dan twee jaar geleden. Het kerkgenootschap is ingedeeld in ressorten (districten). De Joodse gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Leiden zijn in drie ressorten ingedeeld. De overige Joodse gemeenten waren tot en met mei 2018 ingedeeld in een vierde ressort: het IPOR. Destijds werd besloten de indeling te wijzigen door het ressort IPOR op te splitsen in een ressort Nederland-Midden en een ressort Mediene. De gemeenten die in het laatst genoemde ressort vielen, verzetten zich echter tegen de nieuwe indeling en stapten naar de rechter. De rechtsgang mondde uiteindelijk uit in een mediationproces waarvan overeenkomst van vrijdag de uitkomst was.

Opgetogen en tevreden
Voorzitter Joop Elzas van het NIK is opgetogen. “Ik ben verheugd te kunnen mededelen dat dit geschil is opgelost en
dat we ons nu gezamenlijk op de toekomst kunnen richten. Gerechtelijke procedures worden gestaakt, de Mediene-kehillot gaan weer volledig deelnemen aan het besturen van het NIK,” aldus Elzas. “Daarmee is de strijdbijl begraven en wordt het draagvlak voor herstructurering van het NIK, een onderwerp dat nu volle aandacht kan krijgen, gedeeld door de kehillot in het hele land.” Ook voorzitter Ellen van Praagh is tevreden. “Wij onderschrijven de vaststellingsovereenkomst volledig en willen samen gaan bouwen aan de toekomst,” zegt ze tegen Jonet.nl.

Geen bodemprocedure
Toen Elzas in 2019 samen met de huidige bestuursleden aantrad, werd hij geconfronteerd ‘met een tegen het NIK aangespannen rechtszaak van een ontevreden nieuw gevormd ressort Mediene dat de splitsing in twee ressorten wilde aanvechten’. In de vaststellingsovereenkomst is vrijdag bepaald dat deze nieuwe indeling alsnog wordt geaccepteerd en dat de rechtsgang wordt stopgezet. Een bodemprocedure lijkt daarmee definitief afgewend. “We willen als PC met deze overeenkomst ook nadrukkelijk tot uitdrukking brengen het belang van de kehillot in de Mediene te erkennen,” aldus de NIK-voorzitter.

Ressort Mediene terug in CC
Door het geschil werd de deelname geblokkeerd van afgevaardigden uit het ressort Mediene aan de Centrale Commissie (CC), de verenigde vergadering van bestuurders van de aangesloten NIK-gemeenten. In de vaststellingsovereenkomst is dit nu ook opgelost. Verder zal de PC zich inzetten om, nadat de afgevaardigden van de groep Mediene in de CC weer aan tafel zitten, een CC-lid uit die kring benoemd te krijgen in de PC. Elzas: “Wij zullen één van hen kandidaat stellen om met de zittende PC-leden het bestuur van het kerkgenootschap te vormen.” De vaststellingsovereenkomst regelt ook de vereffening van het IPOR waaronder ook de toegang tot de bankrekeningen.

Vertrouwen
Op 30 augustus zal de CC weer bijeenkomen en wordt de reeds ondertekende vaststellingsovereenkomst aan de CC-leden ter stemming voorgelegd. Elzas: “Ik heb er alle vertrouwen in dat de Centrale Commissie haar goedkeuring zal hechten aan de overeenkomst. Wat nu is gerealiseerd is in het belang van de toekomst van het NIK en de kehillot. We gaan samen vooruitkijken op basis van onderling vertrouwen, in plaats van met de rug naar elkaar toe te staan.” Voorzitter Ellen van Praagh van het IPOR onderschrijft deze insteek. “Ik ben ooit voorzitter geworden om iets op te bouwen en dat is waar ik ook voor wil gaan.” Ze heeft er alle vertrouwen in dat de CC akkoord zal gaan met de vaststellingsovereenkomst.

bron: Jonet

Dagboek van een Opperrabbijn, 30 juli 2020

Negen Av, de meest trieste dag van de Joodse kalender. Ik ontvang een e-mail.  Bij het leegruimen van een huis vindt iemand een fotoboek, het behoorde toe aan Ruth Marion Weile. De heer Weile heeft indertijd het fotoboek afgegeven aan de heer L. Wind in Haren.

De heer Ruth Marion Weile, geboren 25 juni 1928 in Magdenburg. Hij woonde van 2 april 1941 t/m 9 februari 1943 aan Poorthofsweg 26 Haren. Hij is op 10 september 1943 in Auschwitz vermoord.

Negen Av, de triestste dag van de Joodse kalender. Ik ontvang een e-mail.  Bij het leegruimen van een huis vindt iemand een fotoboek, het behoorde toe aan Ruth Marion Weile. De heer Weile heeft indertijd het fotoboek afgegeven aan de heer L. Wind in Haren.

Misschien is er nog ergens een familielid van Ruth Marion Weile die graag dit gewone fotoboek wil hebben, de herinnering in ere houden aan? Het is een nietszeggend fotoboek.  Maar juist vanwege het nietszeggende, getuigt het van het grote drama. En als er zelfs niemand meer bestaat die Ruth Marion Weile nog ergens kan plaatsen, gaat het naar het Joods Historisch Museum.

Maar voor het zover is, ga ik zoeken. In Westerbork bijvoorbeeld. Ik heb zelf een kistje met foto’s. Geen idee wie al die mensen zijn. Mijn vader had het mij zeker kunnen vertellen, maar ik heb het hem nooit gevraagd en hij mij eigener beweging nooit over verteld. Ze werden allen vermoord, met hun herinnering. Ik herinner mij dat ik enige jaren geleden een medaillon van mijn moeder opende om te kijken wat erin zat. Een foto van een man met een pet en een baard. Geen idee wie dat was. Als mensen, zo speelt het in mijn hoofd, gewoon vergeten zijn vanwege de jaren, dan is dat normaal. Ze blijven voortleven in hun nageslacht, ook als de nazaten niet meer weten wie ze waren. Maar op jonge leeftijd vermoord, met en zonder nageslacht…

Terwijl ik in de synagoge ben van Maastricht gonzen deze gedachten door mijn hoofd. Mijn gedachten dwalen af van de Klaagliederen die we op Negen Av uitspreken gedurende de ochtenddienst. Aan het einde van de dienst vraagt de rabbijn van Limburg om iets te lernen voor de aanwezigen, voordat we weer huiswaarts keren.  Ik houd een voordracht over onderlinge onverdraagzaamheid en over het gevaar van Bijbelvertaling. Iedere vertaling is immers een verklaring.

Nog nauwelijks in de auto belt de specialist van het Erasmus Medisch Centrum mij. Over dat kindje uit Zuid-Amerika die hier in Nederland geholpen hoopt te worden. Het contact tussen de vader en de medicus is gelegd en dus kan ik er tussenuit. Dat gebeurt vaker. Er komt een probleem op me af. Ik treed op als een soort koppelaar en ga er dan tussenuit.

Toen ik twee uur later in Amersfoort aankwam, mocht ik weer ergens tussen gaan zitten. Een belletje uit Israël. Er ligt iemand in Nederland op sterven. De familie in Israël wil graag dat ‘in geval dat’ er een Joodse begrafenis zal plaatsvinden. De zieke vrouw, middelbare leeftijd, is Joods maar heeft nooit iets gedaan met haar Jodendom en is dus nergens lid van een begrafenisvereniging. In feite dus onverzekerd. Via het belletje uit Israël kom ik in contact met de kinderen. De dochter legt me uit dat ze niet weet wat ze moet doen want ze weet niets van het Jodendom omdat ze als Nederlander is opgevoed. Ik ben er maar even niet op ingegaan, maar ik had de neiging om even corrigerend op te merken dat ook ik Nederlander ben en ook als Nederlander ben opgevoed. Enfin, na de dochter gesproken te hebben en aangeboden om moeder te gaan bezoeken en waar mogelijk behulpzaam te zijn, heb ik de voorzitter van de betreffende Joodse Gemeente in contact gebracht met de dochter en mocht ik er weer tussenuit wat betreft de financiële regeling. En weer was ik dus de koppelaar. 

Ondertussen ontvang ik een appje van de journalist van de Telegraaf dat het bericht over de aanslag in Mariupol online is gelezen door 187.677 mensen en direct daarna een appje dat een jongeman van 47 jaar, vader van zes kinderen, zoon van een vriend van mij uit Londen, plotseling aan een hartaanval is overleden. Het is inmiddels 19:15 uur. Om 22:14 uur is de vastendag voorbij. Meer dan 24 uur niet eten en niet drinken. Wel nare confrontaties. Het ballingschap in optima forma. Door de eeuwen heen een moeizame periode voor het Joodse volk. Een aaneenschakeling van vervolgingen, pogroms, juist in deze periode. Daarom zie je dat orthodoxe Joden doorgaans pas na deze periode op vakantie gaan. Onderweg loert er altijd gevaar, zeker in ‘den vreemde’.

Het hotel in Beekbergen waar wij ieder jaar enige weken vertoeven omdat het in de vakantie vanaf Negen Av al bijna twintig jaar ‘koosjer draait’, gaat dit jaar niet door. Een koosjere cateraar uit Antwerpen neemt dat gewone hotel over gedurende de zomer. Maar om Joodse toeristen te krijgen moet hij een koosjer certificaat hebben van een rabbijn, een soort Kema Keur, maar dan voor koosjer. Ik ben ieder jaar dat certificaat. Ik zie het niet als business, want mijn handel is ‘mensen helpen en bruggen bouwen’, maar het is leuk. Maar dit jaar dus even niet: want corona!

Met nog een paar Joodse mannen vertrekken we dadelijk naar de synagoge in Almere voor de middag- en avonddienst. En dan snel naar huis. Eten kan nog even wachten, maar een kop koffie, daar snak ik naar. Ik ga nu nog even naar Mariupol bellen om te kijken hoe het gaat met rabbijn Mendel, met z’n shock. O ja, bijna vergeten, een appje van de ambassadeur van Oekraïne in Nederland. Hij gaat ook naar rabbijn Mendel bellen. De ambassadeur is ook Joods. Hij doet er weliswaar niets aan, maar toch. Overigens zijn de president en de premier van Oekraïne ook beiden Joods. Schertsend vroeg ik eens aan de ambassadeur of ook niet-joden bij hun een regeringsbaantje kunnen krijgen.

Maar het antisemitisme is er zeer aanwezig, in een land dat eens de bakermat was van een gigantisch Joods leven. Van die rijkdom is nagenoeg niets meer over. Wat rest zijn keihard werkende rabbijnen die redden wat er nog te redden valt en die honderden massagraven proberen te beschermen tegen grafschennis. Ik zie mezelf nog zo staan bij dat massagraf in Mariupol: 16.000 Joden werden daar vermoord, omdat ze Joods waren… Laten we bidden dat deze negende Av volgend jaar een feestdag zal zijn, omdat het ballingschap ten einde is.

 

Dagboek van een Opperrabbijn, 28 juli 2020

Waarom weet ik niet, maar hier in Maastricht voel ik me even volledig weg van alles, hoewel ik nu u dit leest alweer thuis ben. Nou ja, volledig? Eigenlijk gaat het gewone rabbinale door. Een Nederlandse collega benadert mij. Een kindje van nog geen drie jaar uit Zuid-Amerika lijdt aan een zeldzame ziekte en nu schijnt er in Nederland een mogelijke behandeling in ontwikkeling te zijn. En dus wordt mijn collega benaderd door een collega uit Zuid-Amerika die de rabbijn is van de vader van het kindje. En gezien Jacobs toch in de psychiatrie werkte…

En dus probeer ik de vader via via met de betreffende artsen in contact te brengen. Maar de vader moet wel eerst een online formulier invullen. Een formulier in het Nederlands en dus zit ik met mijn computer voor me en mijn smartphone aan mijn oor de vader te vertellen wat hij moet invullen. En dat speelt zich dan af op een terrasje op het Onze Lieve Vrouwenplein in Maastricht.

Terwijl ik wacht op mijn auto die uit de garage van het hotel wordt gehaald, word ik nog even door Benoit Wesly, voorzitter van de Joodse Gemeente Limburg en eigenaar van Hotel Derlon waar we verblijven, voorgesteld aan de nieuwe trainer van voetbalclub MVV.

De auto in, tien minuten rijden en we zijn bij de startplaats van onze wandeling. We gingen de rode pijltjes volgen. Maar toen kwamen de telefoontjes en e-mails. Een paar klussen waar ik volledig buiten wil blijven en waarmee ik ook helemaal niets te maken heb. 

Blouma heeft nog snel even mevrouw Cohen uit Leeuwarden gebeld die vandaag 85 jaar is geworden. Een paar weken geleden waren we nog bij haar op (corona) bezoek. Vijf jaar lang, meer dan 40 jaar geleden, reisde ik iedere zondag naar Leeuwarden om onder anderen haar kinderen les te geven – nostalgie. De band is altijd gebleven. 

Een telefoontje over een tekst op een grafzerk.

Een telefoontje van een Joodse Gemeente die de sjoeldiensten op de binnenplaats wil beginnen.

En toen een telefoontje uit Mariupol, Oekraïne: onze dag werd volledig anders dan gedacht. Rabbijn Mendel Cohen, een Israëliër die daar de rabbijn is, aan de telefoon. In shock vertelt hij mij dat hij nog leeft dankzij de steun vanuit Nederland en dankzij mij.

Waarover heeft hij het, vroeg ik mezelf verbouwereerd af. ‘s Ochtends probeerde een man met een bijl de synagoge binnen te dringen. De beveiliger heeft met hem gevochten en hem zijn bijl weten te ontfutselen. De aanvaller is gevlucht, maar is duidelijk te zien op camerabeelden. De beveiliger heeft wonden opgelopen aan hoofd en nek, maar hij maakt het GZD goed.

De politie was nu in de synagoge en Mendel belde mij volledig in shock op, innig dankbaar dat Christenen voor Israël nu al vijf jaar de beveiliging van de synagoge bekostigt. Blouma natuurlijk meteen gebeld naar zijn vrouw Esty die uiteraard ook helemaal overstuur is. Ze was slechts een paar meter verwijderd van het weduwschap.

En dan NIW aan de lijn. Esther Voet, de hoofdredacteur, was vorig jaar nog in Mariupol om een verslag te maken van hun inzet. Duizenden kilometers weg van de bewoonde wereld, oorlogsgebied, separatisten, armoede, een massagraf van 10 meter breed en 11,6 kilometer lang. Maar antisemitisme, daarvan was geen sprake. Er waren veel te veel andere problemen.

Rabbijn Mendel hoort nu, uren later, nog steeds het geroep van de schurk: ‘waar is de synagoge, waar is de synagoge?!’… De beveiliger heeft vandaag al een grote bonus gekregen. Hij heeft zijn leven geriskeerd, met blote handen de bijl aan de schurk ontfutseld, en zo vele levens weten te redden. Maar de aanvaller is nog niet gepakt. Mendel en Esty voelen zich nog verre van veilig. Blouma en ik hebben de kilometers van de wandeling wel afgelegd, maar onze gedachten waren in Mariupol, bij Mendel en zijn gezin. Toen ik vijf jaar geleden het contact heb gelegd tussen rabbijn Mendel Cohen en Christenen voor Israël in de hoop dat laatstgenoemde Mendel zouden willen steunen en helpen aan beveiliging, kon ik echt niet bevroeden dat die kennismaking toen, nu zijn leven heeft gered. Morgenavond begint de vastendag van 9 Av, de herinnering aan de verwoesting van de Tempel en het begin van de ballingschap. Eén van de gevolgen van die verwoesting: de aanslag op rabbijn Mendel en zijn gemeenschap.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

Dagboek 27 juli 2020, De derde tempel, licht in duisternis

Toen ik afgelopen Sjabbat een ommetje maakte werd ik aangesproken door een islamitische dame met de vraag “Spreek je Arabisch?”. Wat ik daarvan moet denken weet ik niet, maar ik heb maar gewoon in het Nederlands geantwoord. Tenslotte wonen we in ons eigen Nederland met onze eigen Nederlandse taal en cultuur, waarvan ik, met meer dan tien generaties Nederlands Jodendom en de Nederlandse taal als moedertaal, deel uitmaak.

Gisteren was ik aanwezig bij de begrafenis van de heer David Rosenberg. Op bijna 96-jarige leeftijd overleden. Hij laat zijn echtgenote, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen na, hetgeen voor wat eens Joods Nederland was een unicum. Bij de meeste Joodse begrafenissen is niet eens het vereiste quorum van tien volwassen mannen te realiseren. Rosenberg behoorde tot de generatie die voor de oorlog nog een gedegen Joodse kennis had gekregen, was ondergedoken tot begin 1945, toen verraden (waardoor een paar foute Nederlanders fl. 7,50 rijker konden worden) en vervolgens vanuit een ongekende gedrevenheid probeerde de Joodse gemeenschap weer op te bouwen. Letterlijk op de ruïnes van een rijk bloeiend Joods leven. Beilen, Stadskanaal, Emmen… Ja, in Emmen staat nog een sjoel of beter geformuleerd: het gebouw dat eens een sjoel was.

Ik had dus eigenlijk op vakantie moeten zijn, een paar dagen naar het zuiden des lands in een hotel van een goede vriend van ons. Maar mijn vrouw Blouma vond dat ik het niet kon maken om vanwege vakantie bij deze begrafenis te ontbreken. En gezien de positie van de vrouw binnen het Joodse gezin bepaalt zij… Maar het was goed dat ik aanwezig was. Immers, ook de heer Rosenberg was altijd aanwezig als er ergens in het noorden van het land een begrafenis was en er op hem een beroep werd gedaan. Vaak wordt er niet beseft dat wij als Joode gemeenschap in Nederland nog maar piepklein zijn. Er was bijna geen stad of dorp waar een synagoge, begraafplaats of een mikwa, een kerkelijk bad, ontbrak. En toch waren er die in de concentratiekampen, en ik weet over wie ik spreek, die gezworen hadden dat als ze er levend uit zouden komen ze op de resten van Joods Nederland zouden gaan herbouwen. En dat hebben een aantal overlevenden op ongelofelijke wijze gedaan. Ze hebben na de oorlog gestreden. Mijn generatie heeft dit soort mensen als voorbeeld, is door hen grootgebracht.

En dus vechten ik en velen van mijn naoorlogse generatie om het Jodendom voor Nederland te behouden. Onze strijd is tegen antizionisme=antisemitisme=BLM=BDS. Is het leuk om strijdend door het leven te gaan? Zeker niet. Maar er is geen alternatief. Vechten in tijden van duisternis zit in onze Joodse genen. Ook in de duisternis weten wij dat er uiteindelijk weer licht zal zijn.

Wij bevinden ons in de zogenaamde Negen Dagen. De dagen voorafgaande aan Tisje Be’Av. Op die dag werd de Tempel in Jeruzalem verwoest en begon de ballingschap waarin we ons bevinden. Vanwege deze duistere periode heet afgelopen Sjabbat de ‘Zwarte Sjabbat’. Maar op die ‘Zwarte Sjabbat’ wordt juist gedacht aan de Derde Tempel die door G’d zelf herbouwd zal worden. Juist in de zwarte duisternis straalt het summum van bevrijding, echte bevrijding. Er wordt niet alleen gedacht aan de Derde Tempel met de daaraan gekoppelde komst van de Mosjiach, maar de Derde Tempel wordt zelfs getóónd. Hij wordt als het ware zichtbaar voor allen die hiervoor oog hebben.

En als dan eindelijk de Mosjiach er zal zijn, dan betekenen BDS en BLM en zelfs de Verenigde Naties helemaal niets meer. De Eeuwige zal dan door allen (h)erkend worden, er zal echte Sjalom zijn en niet alleen voor Joden, maar voor de gehele mensheid. Jeruzalem zal zonder enige discussie de eeuwige hoofdstad zijn van Israël, Joden en niet-Joden zullen dringen om de muren van de Tempel te mogen aanraken.

 Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

 

Een rabbijn heeft nooit vakantie – dagboek van een opperrabbijn

CIP neemt twee weken vakantie. Jammer, want wat doe ik dan met mijn dagboeken? Doorgaan? Ook vakantie nemen? Ik vraag me af wie wie meer nodig heeft in deze onzekere tijden. Ik het dagboek of het dagboek mij. Het zal wel 50/50 zijn zoals zoveel gebeurtenissen in het leven.

Enige dagen geleden was ik op bezoek in Den Haag bij een vooraanstaand politicus. Tijdens ons gesprek, dat niet ging over koetjes en kalfjes, plaatse de politicus een opmerking die mij is bijgebleven. Tijdens een vergadering enige jaren geleden waarbij wij beiden aanwezig waren, werd er gesproken over tolerantie ten opzichte van iemand waarmee je het volledig oneens bent. Moet je de ander van jouw gelijk overtuigen of laat je hem in zijn waarde met zijn, in jouw optiek, kromme denkbeelden?

De politicus was toen onder de indruk van de Joodse benadering waarbij het je verplaatsen in de gedachtewereld van de ander, ook als die wereld niet de jouwe is, steeds het uitgangspunt moet zijn. Op vele zonden staat in het de Bijbel de doodstraf. Maar de uitvoering van die doodstraf was nagenoeg onmogelijk omdat het Jodendom ervan uitgaat dat het beter is om een schuldige ongestraft te laten rondlopen dan een onschuldige ten onrechte te veroordelen. Dit typeert de opstelling naar de medemens: concentreer je op hetgeen hij wel kan en laat zijn tekortkomingen, zolang je daarin toch geen verandering kunt aanbrengen, voor wat ze zijn. Sterker nog: probeer die tekortkomingen te begrijpen, verplaats je in zijn verkeerde manier van leven, om hem te kunnen helpen met de problematiek waaraan hij lijdt. Als hij jou om hulp vraagt, biedt hem dan dat wat voor hem en ook in zijn optiek het best is.

Hoewel een rabbijn soms recht moet spreken, is hij primair in mijn visie, een hulpverlener die als taak heeft om te helpen en niet om te (ver)oordelen. Ik scoorde dus hoog bij de politicus. Maar klopt het eigenlijk wel dat je altijd moet meegaan met het verlangen van degene die om hulp vraagt? Wat als hij anderen beschadigt? En wat als het overduidelijk is dat hij gesteund wil worden in het beschadigen van zichzelf? Er zijn grenzen ook aan het meegaan in de gedachtewereld van de ander. Maar desondanks moet het je primaire doel zijn om hulp te bieden en niet terechtwijzen. De nuance mag nooit ontbreken.

Maar bij het bieden van hulp komt automatisch de vraag naar boven in hoeverre de problematiek, de misère van de ander, door jou naar huis wordt meegenomen. Afstand nemen, is het gebruikelijke advies. Maar om een naaste te helpen en te adviseren is afstand niet altijd haalbaar. Ik, na 45 jaar werkzaamheid, kan me nog steeds niet loskoppelen van tragedies. Het telefoontje vandaag van een jonge vrouw die nog maar kort te leven heeft, grijpt mij aan. Zij zoekt het contact met mij, wil dat ik haar bezoek in het hospice…..ze had zo graag haar kinderen zien opgroeien. Ik denk terug aan mijn vriend, de psychiater, die maar een korte periode van zijn pensioen kon genieten. Hij werd zieker en zieker. Hij kwam langs, gereden door zijn zoon, om afscheid te nemen. Zoveel hadden we samen mogen helpen en nu afscheid. En toch mag ik me niet door de emotie laten bevangen, maar langs me heen laten gaan ook weer niet.

En terwijl ik net bovenstaande heb geschreven, belt een van mijn rabbijnen me op. Hij heeft een vrouw ontmoet, dochter van een Joodse moeder. Moeder, overlevende van de oorlog, wist eigenlijk tot voor kort niet dat ze Joods is. Het trekt haar vanwege haar vermoorde ouders die ze nooit heeft gekend. Haar dochter is dus ook Joods en heeft dat gisteren voor het eerst gehoord. Er gebeurt van alles met deze moeder en dochter. Zij worden op eigen verzoek geconfronteerd met hun identiteit, met voorouders generaties lang. Waarschijnlijk kwamen hun voorouders uit Polen en overleefden ze de pogroms. En nu willen ze terug naar het Jodendom, ze voelen zich een schakel in een eeuwenoude ketting. Maar wat zijn de implicaties? Ze weten eigenlijk niets. Beiden uiteraard met niet Joodse mannen getrouwd, prima huwelijken. Ze willen sjabbat houden, koosjer eten……geweldig! Maar ze lopen veel te hard van stapel. Ik adviseer mijn jongere collega om vooral te bouwen en ervoor te waken dat er niet gebroken gaat worden.

Identiteitsprobleem voor de moeder en de dochter, maar even zozeer voor hun niet-joodse echtgenoten. Ook zij moeten ermee om gaan, er moeten wegen worden gevonden. De jongere rabbijn moet moeder, dochter, vader en echtgenoot begeleiden op hun pas ingeslagen nieuwe levensweg. Een weg die verbindt met eeuwenlange tradities. Maar de weg zit wel vol valkuilen en er geldt een duidelijke snelheidsbeperking, want bij te snel rijden kun je uit de bocht vliegen.

Ik ga met mijn Blouma volgende week een paar dagen even weg. Maar of weg echt weg zal zijn weet ik nooit. De gemeenschap is klein, maar complex en een rabbijn heeft altijd dienst. Want laten we eerlijk zijn: rabbijn behoort geen baan te zijn, maar een 24/7 roeping. Het is mij gegeven om Hem 24/7 te dienen door mezelf dienstbaar te maken voor ieder, juist ook als hij/zij in nood verkeert.

Een fijne en zegenrijke vakantie. En vergeet niet dat er voor Boven geen vakantie bestaat.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Rabbinaal advies aan ministers Kaag en Blok, Dagboek van een opperrabbijn  

In het deel van de Thora dat aanstaande sjabbat in alle Traditionele Synagogen ter wereld wordt gelezen staat dat Mozes de Thora uitlegde voordat het Joodse volk het land Israel zou binnentrekken (dewarim 1:5). En onze verklaarders vertellen ons dat hiermee bedoeld wordt dat Mozes de Thora vertaalde in zeventig talen overeenkomstig de zeventig volkeren waaruit de wereld bestaat. Een mooie verklaring, maar eigenlijk totaal onbegrijpelijk. Nagenoeg iedere Jood sprak toch Hebreeuws en voor die paar enkelingen die de taal niet machtig waren, moest het hele volk daaronder lijden? Een van de lessen die we hieruit halen is dat welke taal je ook spreekt, waar je ook woont, de lessen uit de Bijbel zijn er voor eeuwig, voor ieder en onder alle omstandigheden.

Toen de vertaling van de Thora in het Grieks verscheen, eeuwen later, viel er een duisternis over de wereld. Wat was er aan de hand? Waarom duisternis? Omdat een vertaling altijd kan resulteren in een niet beoogde verklaring met alle gevolgen van dien. Sommige woorden of gedachten laten zich niet vertalen. Neem bijvoorbeeld de vertaling van ‘sjabbat’ met rustdag. Klopt die vertaling? En als die vertaling juist is, betekent het dan dat alles waarvan ik moe word niet is toegestaan want het valt onder de verboden ‘werkzaamheden’? De reinheidswetten worden vaak gekoppeld aan schoon en vies, terwijl het daarmee totaal niet van doen heeft en het beruchte ‘oog om oog, tand om tand’ heeft nog nooit binnen het Jodendom letterlijk bestaan.

En daarom viel er een duisternis over de wereld toen de vertaling door een aantal grote Joodse Geleerden klaar was. De vertaling was zeker perfect, maar een vertaling kan leiden tot een niet beoogde verklaring en dat is gevaarlijk en dat kan dan weer tot gevol hebben: een bijna onuitroeibaar antisemitisme.

Maar waarom heeft Mozes dan wel vertaald? Vertaling kan toch leiden tot (verkeerde) verklaring? Wat was het verschil tussen de vertaling van de Geleerden en de vertaling van Mozes?

Tussen Mozes en de Geleerden bestond er niet echt een verschil! Klopt, maar het verschil zat in de opdrachtgever. De directe opdrachtgever van Mozes was G’d. De opdrachtgever van de Geleerden was de Griekse koning Talmi. Met andere woorden: wie of wat is de bron!

Of dichter bij huis vertaald: wat is de drijfveer van een journalist of politicus?

En zo wordt door de media het opkomend antisemitisme gevoed, gestimuleerd, aangewakkerd: In de ‘bezette gebieden’ wonen ‘kolonisten’. Er had ook neutraal kunnen staan: In de ‘betwiste gebieden’ wonen ‘mensen’. Door de woorden ‘bezet’ en ‘kolonisten’ te gebruiken worden de Joodse bewoners gedemoniseerd en wordt het antizionisme = antisemitisme gestimuleerd. Maar ook ten aanzien van wel/niet abortus, het ‘voltooide’ leven en nog vele andere onderwerpen die bovenaan de politieke agenda’s prijken, worden meningen onbewust opgedrongen, ook door zogenaamde neutrale media. Verkeerde koppen zijn gevaarlijker dan corona. Door verkeerde koppen worden hele dorpen uitgemoord, vallen er veel meer slachtoffers dan nu als gevolg van corona. Dat we nu over sociale media beschikken is zeker een zegen. Maar verkeerd gebruik van media kan in een vloek ontaarden.

Om te weten of een product koosjer is, en dus geoorloofd voor consumptie door Joden, zijn producten voorzien van een koosjer stempel of sticker. Ik laat me nooit verleiden door de koosjer-stempel maar ik wil weten wie er achter die stempel zit. Welk rabbinaat heeft verklaard dat het product koosjer is. Als ik bijvoorbeeld weet dat een hulpverleningsorganisatie onder de vlag van de Verenigde Naties actief is, dan vraag ik mij in alle oprechtheid af: Is dit wel koosjer? Hetzelfde kun je jezelf overigens afvragen bij BLM. Ieder die een beetje ingevoerd is in de politiek moet dit kunnen begrijpen. Jammer dat onze ministers Blok en Kaag deze keer vergeten waren dat sommige vaandels, zoals de UAWC, de aangegeven lading niet altijd goed dekken. Het siert ze dat ze dat ruiterlijk erkenden, na indringende Kamervragen. Maar toch een (rabbinaal) advies voor de toekomst:

Beste Excellenties: Ga niet blindelings af op de fles zelf, maar kijk wat erin zit. (De Spreuken der Vaderen) Anders verwoord: Is de inhoud wel net zo koosjer als de naam doet vermoeden?

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Een leeg hoofd Dagboek van een opperrabbijn

Het is gebruikelijk in Joodse kringen om als er een meningsverschil is, bijvoorbeeld over een erfenis, naar de rabbijn te gaan en hem als een arbiter te laten beslissen. Het oordeel zal uiteraard gebaseerd zijn op de halaga, de Joodse wet. Een goede rabbijn zal echter altijd eerst proberen om een realistisch compromis te vinden. Met een compromis zijn namelijk beide partijen tevreden. Want als het moet komen tot een rabbinale uitspraak is de winnaar verheugd en zal mogelijkerwijs de verliezer kwaad zijn en vaak zijn hele leven teleurgesteld blijven.

En dus, nu ik gevraagd ben om een ingewikkeld financieel conflict op te lossen, ben ik eerst aan het begrijpen wat er precies speelt om daarna voorzichtig af te tasten waar een mogelijk compromis aanwezig is. Om een lang verhaal kort te maken (en daarin ben ik niet zo goed!): Ik kwam in contact met een voormalig landelijk politicus die mij wellicht meer details kon geven in deze zaak. Nou is het soms van belang om meteen ter zake te komen en soms is dat juist heel onverstandig. Hier was het dus beter om eerst over koetjes en kalfjes te spreken en zo kwam het gesprek op de “Onverwachte inval van de Handhavers”, de Israëlische politiek en het opkomend antisemitisme.

Tot mijn verbazing was de politicus van mening dat antisemitisme uitsluitend voorkomt bij de allochtonen, had hij een zeer kritische mening over de Israëlische politiek en zag geen link tussen antizionisme en antisemitisme. Ons gesprek duurde bijna een uur en met de betrekking tot de zaak waarover ik belde bleek hij geheel niet betrokken te zijn geweest en had ik dus beter niet kunnen bellen! Maar zo gaat het niet in het leven: alles komt van Boven, behalve Godvrezendheid. Soms zien we direct de reden van het waarom. Zoals hier. Politicus had nooit van doen gehad met de zaak waarover ik hem belde, maar moest wel even bijgepraat worden over dat kleine maar o zo krachtige en beloofde landje aan de Middellandse Zee. Maar vaak ook verdwaal je als het ware en is en blijft het waarom onzichtbaar.

Ondertussen ben ik nog geen steek verder gekomen met mijn oriëntatie in de zaak die ik hopelijk zal kunnen oplossen, maar hebben we er wel een politicus bijgekregen die minder anti-Israël zal zijn en ook duidelijk aangaf verbaasd te zijn over het optreden van de Keuringsdienst van Waren, de NVWA, in de kwestie rond de flesjes wijn uit een “Israëlisch dorp in Judea en Samaria”.

Ook ben ik preventief aan het onderzoeken over een choepa. Een choepa is een bruiloft die door een rabbijn wordt ingezegend. Het woord ‘ingezegend’ klinkt nogal religieus, maar dat religieuze valt in deze nogal mee. Wat is hier nou weer aan de hand, hoor ik u denken. Een Joodse man die gescheiden zegt te zijn van zijn eerste vrouw die in het buitenland woont, wil nu choepa met zijn nieuwe vriendin. Beiden wonen reeds onder een dak in Nederland, maar hun officiële woon- en verblijfplaats is Israël of de USA. Heeft er inderdaad een officiële burgerlijke en godsdienstige scheiding plaatsgevonden? Zo niet, dan kan er zomaar sprake zijn van bigamie. En wat met een burgerlijk huwelijk? Of willen ze burgerlijk ongehuwd blijven om een bestaande uitkering niet in gevaar te brengen of om de belasting te ontduiken? En dus niet meteen een spontaan hoera, maar eerst onderzoek en dan pas verder kijken.

Ondertussen was ik geïrriteerd over iets anders. Ik had een paar dagen geleden een spoedafspraak geregeld bij een psycholoog. Moeder belt me in paniek op dat zoonlief van in de twintig met spoed een psycholoog of psychiater nodig heeft. Ik regel dat keurig, de moeder mag de psycholoog zelfs op z’n privé nummer bellen, tijdens zijn vakantie. En vervolgens gebeurt er niets. Ze belt niet. Waarom? Ze hadden zelf al iemand gevonden. Prima, vertel ik de moeder, maar misschien dan toch even een belletje naar mijn psycholoog die bereid was om haar zoon direct te ontvangen tijdens vakantie. De bevriende psycholoog belde mij namelijk weer dat hij niet gebeld was. Ik had een punt, gaf de moeder begripvol aan. Maar inmiddels is er weer een dag verstreken, maar het fatsoen om even te bellen was er nog niet. Jammer, maar zo werkt dat dus.

Wel vervelend want het toeval, dat dus niet bestaat, wil dat die mijnheer die wilde dat ik zijn tweede huwelijk eventjes snel zou inzegenen maar dan wel zonder voorafgaand burgerlijk huwelijk, ook een psychiater nodig had. En ook voor hem had ik dat netjes binnen een uur geregeld. Maar hij had wel meteen gebeld en op het antwoordapparaat van de psychiater zijn telefoonnummer ingesproken waarop hij bereikbaar was. Helaas bestond dat nummer niet en belt de behandelaar mij of ik wellicht het juiste nummer heb. Ook daar eerst paniek, Jacobs regelt meteen, opent deuren en vervolgens gebeurt er niets. Ik kan hier niet zo goed tegen, nog steeds niet na al die jaren. Blouma en ik zijn de auto ingestapt en naar Bunschoten/Spakenburg gereden. Even weg, uitwaaien, proberen mijn hoofd leeg te krijgen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Zeker orthodox, hè? – Dagboek van een opperrabbijn

Omdat mijn dagboek een dagboek is en niet een column over een bepaald onderwerp, word ik geacht gewoon te schrijven wat ik als rabbijn in Coronatijd meemaak. Een bestuurder verzocht mij om voor zijn Joodse Gemeente het dagboekachtige een keer per week eruit te halen en van het dagboek een column te maken. Een goed idee! Ga ik dus doen.

Maar hij had nog een advies, hij vond namelijk dat in de dagboekversie het ontbijt-op-bed opgediend door mijn vrouw, ontbrak. Hij had een punt, alleen moet ik eerlijk bekennen dat dat ontbijt-op-bed niet alleen ontbrak in mijn dagboek, maar ik krijg nooit ontbijt-op-bed! Reden: mijn zorgzame echtgenote misgunt mij dat zeker niet, maar het is lastig omdat ik ’s morgens voor het ochtendgebed niet behoor te eten! Ik zou dus om dat ontbijt-op-bed te kunnen krijgen eerst moeten opstaan, aankleden, gebedsriemen en gebedsmantel, ca. 45 minuten gebed, dan weer snel mijn kleren uit en pyjama aan, terug naar bed en dan vrouwlief laten opdraven voor het ontbijt-op-bed.

Neen, ik heb wel iets anders dat ik moet vermelden en waarvoor ik mijn innige dankbaarheid tot uitdrukking wil brengen en dat is: het onderhoud van de tuin. In deze coronaperiode ontvang ik mijn gasten, die naar ons huis komen voor een bespreking of een interview, niet in huis maar in de tuin. En die tuin is zo mooi, zo natuurlijk, zo geweldig rustgevend ingericht, dat ik mij in coronatijd in het Gan Eden – het Paradijs waan. En dat Paradijs is hand made in Amersfoort door mijn dierbare levenspartner, Blouma.

Maar los van de paradijselijke tuin: ja, mijn echtgenote en ik hebben een rolverdeling met primaire verantwoordelijkheden. Maar speciaal in deze coronatijd, waarin ik veel en veel meer vanuit huis werk, vloeien die verantwoordelijkheden in elkaar over. Maar dat ontbijt-op-bed: voor mij niet acceptabel. Het doet me denken aan die echtgenoot in zijn fauteuil met zijn voeten op een bijzetbankje, een dikke sigaar en vrouwlief komt zijn sinaasappel schillen. Los van de vraag wat mijn echtgenote hiervan zou vinden, is dit voor mij onacceptabel. Wij zijn partners is een gecompliceerd bedrijf dat “het gezin” als bedrijfsnaam draagt. En partners zijn gelijkwaardig. Vandaar dat ik mijn echtgenote ook nooit “mijn vrouw” noem. Voor mij klinkt dat “mijn vrouw” erg overheersend. Neen, ik spreek over “mijn echtgenote” omdat voor mijn gevoel echtgenote beter recht doet aan de verhouding zoals die in een huwelijk behoort te zijn.

In de Nederlandse taal spreken we van man en vrouw. Twee woorden die niets met elkaar gemeen hebben. In het Hebreeuws is er voor man en vrouw slechts één woord. Als we een man bedoelen is dat woord mannelijk verbogen en de vrouw krijgt de vrouwelijke verbuiging van datzelfde woord. Het straalt gelijkheid uit. En daarom noem ik mijn Blouma nooit mijn vrouw. Zij is mijn echtgenote en ik haar echtgenoot. We zijn precies hetzelfde, voltrekt gelijkwaardig, alleen anders verbogen. En dus voor mij geen ontbijt-op-bed omdat ook zij dat van mij niet krijgt.

In de paradijselijke tuin had ik een bespreking. Ik ontving een e-mail van twee hoogleraren, beiden emeritus. Zij gaan een boek schrijven over onderwijs, vorming en kennisoverdracht. Of ik bereid was om een bijdrage te leveren. Leek me leuk, alleen lastig. Ik wist niet goed wat ze bedoelden, wat willen ze met hun boek bereiken en dus stelde ik voor: kom naar onze rustgevende tuin en interview mij, maak er een artikel van en ik zal het daarna van commentaar voorzien, aanpassingen maken en dan komt er te staan wat past binnen jullie uitgave en mijn visie.

En aldus geschiedde. Twee deskundigen die bezorgd zijn over de praktische uitvoering van artikel 23 van de Grondwet: Vrijheid van Onderwijs en vrijheid van Godsdienst. Beide waren onderwijsdeskundigen uit het onderwijsveld. Dus geen theoretici, geen kamergeleerden. En beide fervente voorstanders van kennisaanbieding op alle fronten. Ook kennis aanreiken waarmee zij het inhoudelijk vanuit hun levensbeschouwing oneens zouden kunnen zijn. Helemaal op mijn lijn! Mijn kinderen mogen zondermeer de Theorie van Darwin kennen. Sterker nog, ik vind dit een vereiste. Maar, en daar komt het lastige en de discussie: Hoe breng ik die kennis over? Neutraal? Wat is neutraal en wie bepaald dat? Meer en meer wordt seculier als neutraal beschouwd. De term “openbaar onderwijs” wordt algemeen gezien als neutraal en dus seculier. Maar klopt dit? Of is hier (ook) sprake van beïnvloeding? En is beïnvloeding per definitie verkeerd?

Regelmatig wordt mij gevraagd hoe ik mijn eigen kinderen heb opgevoed: “Zeker orthodox, hè?”. Het is niet eens een vraag, maar een negatieve stelling. Ik als rabbijn heb mijn kinderen zeker geïndoctrineerd, zo is de ondertoon van die vraag. Wat is mijn antwoord, hoor ik u vragen. “Ja, ik heb mijn kinderen een orthodox Joodse richting aangeven en hoop dat ik dat niet dwangmatig heb gedaan”. En dan mijn wedervraag, zoals te verwachten van een rabbijn: “Maar, mevrouw, hoe hebt u uw kinderen opgevoed?” En dan volgt het clichéantwoord: “Ik laat mijn kinderen vrij”. Beste lezer van mijn dagboek: Vrij is ook een richting en ook die richting kan verdraaid dwangmatig zijn.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Eindhoven onderzoekt rol onteigening Joodse woningen

Burgemeester John Jorritsma van Eindhoven

EINDHOVEN – De gemeente Eindhoven gaat onderzoeken welke rol zij zelf heeft gehad in de onteigening van zeker 38 woningen van Joodse inwoners in de Tweede Wereldoorlog.

 
RSS
Follow by Email