Dagboek van een Opperrabbijn, 28 juli 2020

Waarom weet ik niet, maar hier in Maastricht voel ik me even volledig weg van alles, hoewel ik nu u dit leest alweer thuis ben. Nou ja, volledig? Eigenlijk gaat het gewone rabbinale door. Een Nederlandse collega benadert mij. Een kindje van nog geen drie jaar uit Zuid-Amerika lijdt aan een zeldzame ziekte en nu schijnt er in Nederland een mogelijke behandeling in ontwikkeling te zijn. En dus wordt mijn collega benaderd door een collega uit Zuid-Amerika die de rabbijn is van de vader van het kindje. En gezien Jacobs toch in de psychiatrie werkte…

En dus probeer ik de vader via via met de betreffende artsen in contact te brengen. Maar de vader moet wel eerst een online formulier invullen. Een formulier in het Nederlands en dus zit ik met mijn computer voor me en mijn smartphone aan mijn oor de vader te vertellen wat hij moet invullen. En dat speelt zich dan af op een terrasje op het Onze Lieve Vrouwenplein in Maastricht.

Terwijl ik wacht op mijn auto die uit de garage van het hotel wordt gehaald, word ik nog even door Benoit Wesly, voorzitter van de Joodse Gemeente Limburg en eigenaar van Hotel Derlon waar we verblijven, voorgesteld aan de nieuwe trainer van voetbalclub MVV.

De auto in, tien minuten rijden en we zijn bij de startplaats van onze wandeling. We gingen de rode pijltjes volgen. Maar toen kwamen de telefoontjes en e-mails. Een paar klussen waar ik volledig buiten wil blijven en waarmee ik ook helemaal niets te maken heb. 

Blouma heeft nog snel even mevrouw Cohen uit Leeuwarden gebeld die vandaag 85 jaar is geworden. Een paar weken geleden waren we nog bij haar op (corona) bezoek. Vijf jaar lang, meer dan 40 jaar geleden, reisde ik iedere zondag naar Leeuwarden om onder anderen haar kinderen les te geven – nostalgie. De band is altijd gebleven. 

Een telefoontje over een tekst op een grafzerk.

Een telefoontje van een Joodse Gemeente die de sjoeldiensten op de binnenplaats wil beginnen.

En toen een telefoontje uit Mariupol, Oekraïne: onze dag werd volledig anders dan gedacht. Rabbijn Mendel Cohen, een Israëliër die daar de rabbijn is, aan de telefoon. In shock vertelt hij mij dat hij nog leeft dankzij de steun vanuit Nederland en dankzij mij.

Waarover heeft hij het, vroeg ik mezelf verbouwereerd af. ‘s Ochtends probeerde een man met een bijl de synagoge binnen te dringen. De beveiliger heeft met hem gevochten en hem zijn bijl weten te ontfutselen. De aanvaller is gevlucht, maar is duidelijk te zien op camerabeelden. De beveiliger heeft wonden opgelopen aan hoofd en nek, maar hij maakt het GZD goed.

De politie was nu in de synagoge en Mendel belde mij volledig in shock op, innig dankbaar dat Christenen voor Israël nu al vijf jaar de beveiliging van de synagoge bekostigt. Blouma natuurlijk meteen gebeld naar zijn vrouw Esty die uiteraard ook helemaal overstuur is. Ze was slechts een paar meter verwijderd van het weduwschap.

En dan NIW aan de lijn. Esther Voet, de hoofdredacteur, was vorig jaar nog in Mariupol om een verslag te maken van hun inzet. Duizenden kilometers weg van de bewoonde wereld, oorlogsgebied, separatisten, armoede, een massagraf van 10 meter breed en 11,6 kilometer lang. Maar antisemitisme, daarvan was geen sprake. Er waren veel te veel andere problemen.

Rabbijn Mendel hoort nu, uren later, nog steeds het geroep van de schurk: ‘waar is de synagoge, waar is de synagoge?!’… De beveiliger heeft vandaag al een grote bonus gekregen. Hij heeft zijn leven geriskeerd, met blote handen de bijl aan de schurk ontfutseld, en zo vele levens weten te redden. Maar de aanvaller is nog niet gepakt. Mendel en Esty voelen zich nog verre van veilig. Blouma en ik hebben de kilometers van de wandeling wel afgelegd, maar onze gedachten waren in Mariupol, bij Mendel en zijn gezin. Toen ik vijf jaar geleden het contact heb gelegd tussen rabbijn Mendel Cohen en Christenen voor Israël in de hoop dat laatstgenoemde Mendel zouden willen steunen en helpen aan beveiliging, kon ik echt niet bevroeden dat die kennismaking toen, nu zijn leven heeft gered. Morgenavond begint de vastendag van 9 Av, de herinnering aan de verwoesting van de Tempel en het begin van de ballingschap. Eén van de gevolgen van die verwoesting: de aanslag op rabbijn Mendel en zijn gemeenschap.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

Dagboek 27 juli 2020, De derde tempel, licht in duisternis

Toen ik afgelopen Sjabbat een ommetje maakte werd ik aangesproken door een islamitische dame met de vraag “Spreek je Arabisch?”. Wat ik daarvan moet denken weet ik niet, maar ik heb maar gewoon in het Nederlands geantwoord. Tenslotte wonen we in ons eigen Nederland met onze eigen Nederlandse taal en cultuur, waarvan ik, met meer dan tien generaties Nederlands Jodendom en de Nederlandse taal als moedertaal, deel uitmaak.

Gisteren was ik aanwezig bij de begrafenis van de heer David Rosenberg. Op bijna 96-jarige leeftijd overleden. Hij laat zijn echtgenote, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen na, hetgeen voor wat eens Joods Nederland was een unicum. Bij de meeste Joodse begrafenissen is niet eens het vereiste quorum van tien volwassen mannen te realiseren. Rosenberg behoorde tot de generatie die voor de oorlog nog een gedegen Joodse kennis had gekregen, was ondergedoken tot begin 1945, toen verraden (waardoor een paar foute Nederlanders fl. 7,50 rijker konden worden) en vervolgens vanuit een ongekende gedrevenheid probeerde de Joodse gemeenschap weer op te bouwen. Letterlijk op de ruïnes van een rijk bloeiend Joods leven. Beilen, Stadskanaal, Emmen… Ja, in Emmen staat nog een sjoel of beter geformuleerd: het gebouw dat eens een sjoel was.

Ik had dus eigenlijk op vakantie moeten zijn, een paar dagen naar het zuiden des lands in een hotel van een goede vriend van ons. Maar mijn vrouw Blouma vond dat ik het niet kon maken om vanwege vakantie bij deze begrafenis te ontbreken. En gezien de positie van de vrouw binnen het Joodse gezin bepaalt zij… Maar het was goed dat ik aanwezig was. Immers, ook de heer Rosenberg was altijd aanwezig als er ergens in het noorden van het land een begrafenis was en er op hem een beroep werd gedaan. Vaak wordt er niet beseft dat wij als Joode gemeenschap in Nederland nog maar piepklein zijn. Er was bijna geen stad of dorp waar een synagoge, begraafplaats of een mikwa, een kerkelijk bad, ontbrak. En toch waren er die in de concentratiekampen, en ik weet over wie ik spreek, die gezworen hadden dat als ze er levend uit zouden komen ze op de resten van Joods Nederland zouden gaan herbouwen. En dat hebben een aantal overlevenden op ongelofelijke wijze gedaan. Ze hebben na de oorlog gestreden. Mijn generatie heeft dit soort mensen als voorbeeld, is door hen grootgebracht.

En dus vechten ik en velen van mijn naoorlogse generatie om het Jodendom voor Nederland te behouden. Onze strijd is tegen antizionisme=antisemitisme=BLM=BDS. Is het leuk om strijdend door het leven te gaan? Zeker niet. Maar er is geen alternatief. Vechten in tijden van duisternis zit in onze Joodse genen. Ook in de duisternis weten wij dat er uiteindelijk weer licht zal zijn.

Wij bevinden ons in de zogenaamde Negen Dagen. De dagen voorafgaande aan Tisje Be’Av. Op die dag werd de Tempel in Jeruzalem verwoest en begon de ballingschap waarin we ons bevinden. Vanwege deze duistere periode heet afgelopen Sjabbat de ‘Zwarte Sjabbat’. Maar op die ‘Zwarte Sjabbat’ wordt juist gedacht aan de Derde Tempel die door G’d zelf herbouwd zal worden. Juist in de zwarte duisternis straalt het summum van bevrijding, echte bevrijding. Er wordt niet alleen gedacht aan de Derde Tempel met de daaraan gekoppelde komst van de Mosjiach, maar de Derde Tempel wordt zelfs getóónd. Hij wordt als het ware zichtbaar voor allen die hiervoor oog hebben.

En als dan eindelijk de Mosjiach er zal zijn, dan betekenen BDS en BLM en zelfs de Verenigde Naties helemaal niets meer. De Eeuwige zal dan door allen (h)erkend worden, er zal echte Sjalom zijn en niet alleen voor Joden, maar voor de gehele mensheid. Jeruzalem zal zonder enige discussie de eeuwige hoofdstad zijn van Israël, Joden en niet-Joden zullen dringen om de muren van de Tempel te mogen aanraken.

 Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

 

Een rabbijn heeft nooit vakantie – dagboek van een opperrabbijn

CIP neemt twee weken vakantie. Jammer, want wat doe ik dan met mijn dagboeken? Doorgaan? Ook vakantie nemen? Ik vraag me af wie wie meer nodig heeft in deze onzekere tijden. Ik het dagboek of het dagboek mij. Het zal wel 50/50 zijn zoals zoveel gebeurtenissen in het leven.

Enige dagen geleden was ik op bezoek in Den Haag bij een vooraanstaand politicus. Tijdens ons gesprek, dat niet ging over koetjes en kalfjes, plaatse de politicus een opmerking die mij is bijgebleven. Tijdens een vergadering enige jaren geleden waarbij wij beiden aanwezig waren, werd er gesproken over tolerantie ten opzichte van iemand waarmee je het volledig oneens bent. Moet je de ander van jouw gelijk overtuigen of laat je hem in zijn waarde met zijn, in jouw optiek, kromme denkbeelden?

De politicus was toen onder de indruk van de Joodse benadering waarbij het je verplaatsen in de gedachtewereld van de ander, ook als die wereld niet de jouwe is, steeds het uitgangspunt moet zijn. Op vele zonden staat in het de Bijbel de doodstraf. Maar de uitvoering van die doodstraf was nagenoeg onmogelijk omdat het Jodendom ervan uitgaat dat het beter is om een schuldige ongestraft te laten rondlopen dan een onschuldige ten onrechte te veroordelen. Dit typeert de opstelling naar de medemens: concentreer je op hetgeen hij wel kan en laat zijn tekortkomingen, zolang je daarin toch geen verandering kunt aanbrengen, voor wat ze zijn. Sterker nog: probeer die tekortkomingen te begrijpen, verplaats je in zijn verkeerde manier van leven, om hem te kunnen helpen met de problematiek waaraan hij lijdt. Als hij jou om hulp vraagt, biedt hem dan dat wat voor hem en ook in zijn optiek het best is.

Hoewel een rabbijn soms recht moet spreken, is hij primair in mijn visie, een hulpverlener die als taak heeft om te helpen en niet om te (ver)oordelen. Ik scoorde dus hoog bij de politicus. Maar klopt het eigenlijk wel dat je altijd moet meegaan met het verlangen van degene die om hulp vraagt? Wat als hij anderen beschadigt? En wat als het overduidelijk is dat hij gesteund wil worden in het beschadigen van zichzelf? Er zijn grenzen ook aan het meegaan in de gedachtewereld van de ander. Maar desondanks moet het je primaire doel zijn om hulp te bieden en niet terechtwijzen. De nuance mag nooit ontbreken.

Maar bij het bieden van hulp komt automatisch de vraag naar boven in hoeverre de problematiek, de misère van de ander, door jou naar huis wordt meegenomen. Afstand nemen, is het gebruikelijke advies. Maar om een naaste te helpen en te adviseren is afstand niet altijd haalbaar. Ik, na 45 jaar werkzaamheid, kan me nog steeds niet loskoppelen van tragedies. Het telefoontje vandaag van een jonge vrouw die nog maar kort te leven heeft, grijpt mij aan. Zij zoekt het contact met mij, wil dat ik haar bezoek in het hospice…..ze had zo graag haar kinderen zien opgroeien. Ik denk terug aan mijn vriend, de psychiater, die maar een korte periode van zijn pensioen kon genieten. Hij werd zieker en zieker. Hij kwam langs, gereden door zijn zoon, om afscheid te nemen. Zoveel hadden we samen mogen helpen en nu afscheid. En toch mag ik me niet door de emotie laten bevangen, maar langs me heen laten gaan ook weer niet.

En terwijl ik net bovenstaande heb geschreven, belt een van mijn rabbijnen me op. Hij heeft een vrouw ontmoet, dochter van een Joodse moeder. Moeder, overlevende van de oorlog, wist eigenlijk tot voor kort niet dat ze Joods is. Het trekt haar vanwege haar vermoorde ouders die ze nooit heeft gekend. Haar dochter is dus ook Joods en heeft dat gisteren voor het eerst gehoord. Er gebeurt van alles met deze moeder en dochter. Zij worden op eigen verzoek geconfronteerd met hun identiteit, met voorouders generaties lang. Waarschijnlijk kwamen hun voorouders uit Polen en overleefden ze de pogroms. En nu willen ze terug naar het Jodendom, ze voelen zich een schakel in een eeuwenoude ketting. Maar wat zijn de implicaties? Ze weten eigenlijk niets. Beiden uiteraard met niet Joodse mannen getrouwd, prima huwelijken. Ze willen sjabbat houden, koosjer eten……geweldig! Maar ze lopen veel te hard van stapel. Ik adviseer mijn jongere collega om vooral te bouwen en ervoor te waken dat er niet gebroken gaat worden.

Identiteitsprobleem voor de moeder en de dochter, maar even zozeer voor hun niet-joodse echtgenoten. Ook zij moeten ermee om gaan, er moeten wegen worden gevonden. De jongere rabbijn moet moeder, dochter, vader en echtgenoot begeleiden op hun pas ingeslagen nieuwe levensweg. Een weg die verbindt met eeuwenlange tradities. Maar de weg zit wel vol valkuilen en er geldt een duidelijke snelheidsbeperking, want bij te snel rijden kun je uit de bocht vliegen.

Ik ga met mijn Blouma volgende week een paar dagen even weg. Maar of weg echt weg zal zijn weet ik nooit. De gemeenschap is klein, maar complex en een rabbijn heeft altijd dienst. Want laten we eerlijk zijn: rabbijn behoort geen baan te zijn, maar een 24/7 roeping. Het is mij gegeven om Hem 24/7 te dienen door mezelf dienstbaar te maken voor ieder, juist ook als hij/zij in nood verkeert.

Een fijne en zegenrijke vakantie. En vergeet niet dat er voor Boven geen vakantie bestaat.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Rabbinaal advies aan ministers Kaag en Blok, Dagboek van een opperrabbijn  

In het deel van de Thora dat aanstaande sjabbat in alle Traditionele Synagogen ter wereld wordt gelezen staat dat Mozes de Thora uitlegde voordat het Joodse volk het land Israel zou binnentrekken (dewarim 1:5). En onze verklaarders vertellen ons dat hiermee bedoeld wordt dat Mozes de Thora vertaalde in zeventig talen overeenkomstig de zeventig volkeren waaruit de wereld bestaat. Een mooie verklaring, maar eigenlijk totaal onbegrijpelijk. Nagenoeg iedere Jood sprak toch Hebreeuws en voor die paar enkelingen die de taal niet machtig waren, moest het hele volk daaronder lijden? Een van de lessen die we hieruit halen is dat welke taal je ook spreekt, waar je ook woont, de lessen uit de Bijbel zijn er voor eeuwig, voor ieder en onder alle omstandigheden.

Toen de vertaling van de Thora in het Grieks verscheen, eeuwen later, viel er een duisternis over de wereld. Wat was er aan de hand? Waarom duisternis? Omdat een vertaling altijd kan resulteren in een niet beoogde verklaring met alle gevolgen van dien. Sommige woorden of gedachten laten zich niet vertalen. Neem bijvoorbeeld de vertaling van ‘sjabbat’ met rustdag. Klopt die vertaling? En als die vertaling juist is, betekent het dan dat alles waarvan ik moe word niet is toegestaan want het valt onder de verboden ‘werkzaamheden’? De reinheidswetten worden vaak gekoppeld aan schoon en vies, terwijl het daarmee totaal niet van doen heeft en het beruchte ‘oog om oog, tand om tand’ heeft nog nooit binnen het Jodendom letterlijk bestaan.

En daarom viel er een duisternis over de wereld toen de vertaling door een aantal grote Joodse Geleerden klaar was. De vertaling was zeker perfect, maar een vertaling kan leiden tot een niet beoogde verklaring en dat is gevaarlijk en dat kan dan weer tot gevol hebben: een bijna onuitroeibaar antisemitisme.

Maar waarom heeft Mozes dan wel vertaald? Vertaling kan toch leiden tot (verkeerde) verklaring? Wat was het verschil tussen de vertaling van de Geleerden en de vertaling van Mozes?

Tussen Mozes en de Geleerden bestond er niet echt een verschil! Klopt, maar het verschil zat in de opdrachtgever. De directe opdrachtgever van Mozes was G’d. De opdrachtgever van de Geleerden was de Griekse koning Talmi. Met andere woorden: wie of wat is de bron!

Of dichter bij huis vertaald: wat is de drijfveer van een journalist of politicus?

En zo wordt door de media het opkomend antisemitisme gevoed, gestimuleerd, aangewakkerd: In de ‘bezette gebieden’ wonen ‘kolonisten’. Er had ook neutraal kunnen staan: In de ‘betwiste gebieden’ wonen ‘mensen’. Door de woorden ‘bezet’ en ‘kolonisten’ te gebruiken worden de Joodse bewoners gedemoniseerd en wordt het antizionisme = antisemitisme gestimuleerd. Maar ook ten aanzien van wel/niet abortus, het ‘voltooide’ leven en nog vele andere onderwerpen die bovenaan de politieke agenda’s prijken, worden meningen onbewust opgedrongen, ook door zogenaamde neutrale media. Verkeerde koppen zijn gevaarlijker dan corona. Door verkeerde koppen worden hele dorpen uitgemoord, vallen er veel meer slachtoffers dan nu als gevolg van corona. Dat we nu over sociale media beschikken is zeker een zegen. Maar verkeerd gebruik van media kan in een vloek ontaarden.

Om te weten of een product koosjer is, en dus geoorloofd voor consumptie door Joden, zijn producten voorzien van een koosjer stempel of sticker. Ik laat me nooit verleiden door de koosjer-stempel maar ik wil weten wie er achter die stempel zit. Welk rabbinaat heeft verklaard dat het product koosjer is. Als ik bijvoorbeeld weet dat een hulpverleningsorganisatie onder de vlag van de Verenigde Naties actief is, dan vraag ik mij in alle oprechtheid af: Is dit wel koosjer? Hetzelfde kun je jezelf overigens afvragen bij BLM. Ieder die een beetje ingevoerd is in de politiek moet dit kunnen begrijpen. Jammer dat onze ministers Blok en Kaag deze keer vergeten waren dat sommige vaandels, zoals de UAWC, de aangegeven lading niet altijd goed dekken. Het siert ze dat ze dat ruiterlijk erkenden, na indringende Kamervragen. Maar toch een (rabbinaal) advies voor de toekomst:

Beste Excellenties: Ga niet blindelings af op de fles zelf, maar kijk wat erin zit. (De Spreuken der Vaderen) Anders verwoord: Is de inhoud wel net zo koosjer als de naam doet vermoeden?

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Een leeg hoofd Dagboek van een opperrabbijn

Het is gebruikelijk in Joodse kringen om als er een meningsverschil is, bijvoorbeeld over een erfenis, naar de rabbijn te gaan en hem als een arbiter te laten beslissen. Het oordeel zal uiteraard gebaseerd zijn op de halaga, de Joodse wet. Een goede rabbijn zal echter altijd eerst proberen om een realistisch compromis te vinden. Met een compromis zijn namelijk beide partijen tevreden. Want als het moet komen tot een rabbinale uitspraak is de winnaar verheugd en zal mogelijkerwijs de verliezer kwaad zijn en vaak zijn hele leven teleurgesteld blijven.

En dus, nu ik gevraagd ben om een ingewikkeld financieel conflict op te lossen, ben ik eerst aan het begrijpen wat er precies speelt om daarna voorzichtig af te tasten waar een mogelijk compromis aanwezig is. Om een lang verhaal kort te maken (en daarin ben ik niet zo goed!): Ik kwam in contact met een voormalig landelijk politicus die mij wellicht meer details kon geven in deze zaak. Nou is het soms van belang om meteen ter zake te komen en soms is dat juist heel onverstandig. Hier was het dus beter om eerst over koetjes en kalfjes te spreken en zo kwam het gesprek op de “Onverwachte inval van de Handhavers”, de Israëlische politiek en het opkomend antisemitisme.

Tot mijn verbazing was de politicus van mening dat antisemitisme uitsluitend voorkomt bij de allochtonen, had hij een zeer kritische mening over de Israëlische politiek en zag geen link tussen antizionisme en antisemitisme. Ons gesprek duurde bijna een uur en met de betrekking tot de zaak waarover ik belde bleek hij geheel niet betrokken te zijn geweest en had ik dus beter niet kunnen bellen! Maar zo gaat het niet in het leven: alles komt van Boven, behalve Godvrezendheid. Soms zien we direct de reden van het waarom. Zoals hier. Politicus had nooit van doen gehad met de zaak waarover ik hem belde, maar moest wel even bijgepraat worden over dat kleine maar o zo krachtige en beloofde landje aan de Middellandse Zee. Maar vaak ook verdwaal je als het ware en is en blijft het waarom onzichtbaar.

Ondertussen ben ik nog geen steek verder gekomen met mijn oriëntatie in de zaak die ik hopelijk zal kunnen oplossen, maar hebben we er wel een politicus bijgekregen die minder anti-Israël zal zijn en ook duidelijk aangaf verbaasd te zijn over het optreden van de Keuringsdienst van Waren, de NVWA, in de kwestie rond de flesjes wijn uit een “Israëlisch dorp in Judea en Samaria”.

Ook ben ik preventief aan het onderzoeken over een choepa. Een choepa is een bruiloft die door een rabbijn wordt ingezegend. Het woord ‘ingezegend’ klinkt nogal religieus, maar dat religieuze valt in deze nogal mee. Wat is hier nou weer aan de hand, hoor ik u denken. Een Joodse man die gescheiden zegt te zijn van zijn eerste vrouw die in het buitenland woont, wil nu choepa met zijn nieuwe vriendin. Beiden wonen reeds onder een dak in Nederland, maar hun officiële woon- en verblijfplaats is Israël of de USA. Heeft er inderdaad een officiële burgerlijke en godsdienstige scheiding plaatsgevonden? Zo niet, dan kan er zomaar sprake zijn van bigamie. En wat met een burgerlijk huwelijk? Of willen ze burgerlijk ongehuwd blijven om een bestaande uitkering niet in gevaar te brengen of om de belasting te ontduiken? En dus niet meteen een spontaan hoera, maar eerst onderzoek en dan pas verder kijken.

Ondertussen was ik geïrriteerd over iets anders. Ik had een paar dagen geleden een spoedafspraak geregeld bij een psycholoog. Moeder belt me in paniek op dat zoonlief van in de twintig met spoed een psycholoog of psychiater nodig heeft. Ik regel dat keurig, de moeder mag de psycholoog zelfs op z’n privé nummer bellen, tijdens zijn vakantie. En vervolgens gebeurt er niets. Ze belt niet. Waarom? Ze hadden zelf al iemand gevonden. Prima, vertel ik de moeder, maar misschien dan toch even een belletje naar mijn psycholoog die bereid was om haar zoon direct te ontvangen tijdens vakantie. De bevriende psycholoog belde mij namelijk weer dat hij niet gebeld was. Ik had een punt, gaf de moeder begripvol aan. Maar inmiddels is er weer een dag verstreken, maar het fatsoen om even te bellen was er nog niet. Jammer, maar zo werkt dat dus.

Wel vervelend want het toeval, dat dus niet bestaat, wil dat die mijnheer die wilde dat ik zijn tweede huwelijk eventjes snel zou inzegenen maar dan wel zonder voorafgaand burgerlijk huwelijk, ook een psychiater nodig had. En ook voor hem had ik dat netjes binnen een uur geregeld. Maar hij had wel meteen gebeld en op het antwoordapparaat van de psychiater zijn telefoonnummer ingesproken waarop hij bereikbaar was. Helaas bestond dat nummer niet en belt de behandelaar mij of ik wellicht het juiste nummer heb. Ook daar eerst paniek, Jacobs regelt meteen, opent deuren en vervolgens gebeurt er niets. Ik kan hier niet zo goed tegen, nog steeds niet na al die jaren. Blouma en ik zijn de auto ingestapt en naar Bunschoten/Spakenburg gereden. Even weg, uitwaaien, proberen mijn hoofd leeg te krijgen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Zeker orthodox, hè? – Dagboek van een opperrabbijn

Omdat mijn dagboek een dagboek is en niet een column over een bepaald onderwerp, word ik geacht gewoon te schrijven wat ik als rabbijn in Coronatijd meemaak. Een bestuurder verzocht mij om voor zijn Joodse Gemeente het dagboekachtige een keer per week eruit te halen en van het dagboek een column te maken. Een goed idee! Ga ik dus doen.

Maar hij had nog een advies, hij vond namelijk dat in de dagboekversie het ontbijt-op-bed opgediend door mijn vrouw, ontbrak. Hij had een punt, alleen moet ik eerlijk bekennen dat dat ontbijt-op-bed niet alleen ontbrak in mijn dagboek, maar ik krijg nooit ontbijt-op-bed! Reden: mijn zorgzame echtgenote misgunt mij dat zeker niet, maar het is lastig omdat ik ’s morgens voor het ochtendgebed niet behoor te eten! Ik zou dus om dat ontbijt-op-bed te kunnen krijgen eerst moeten opstaan, aankleden, gebedsriemen en gebedsmantel, ca. 45 minuten gebed, dan weer snel mijn kleren uit en pyjama aan, terug naar bed en dan vrouwlief laten opdraven voor het ontbijt-op-bed.

Neen, ik heb wel iets anders dat ik moet vermelden en waarvoor ik mijn innige dankbaarheid tot uitdrukking wil brengen en dat is: het onderhoud van de tuin. In deze coronaperiode ontvang ik mijn gasten, die naar ons huis komen voor een bespreking of een interview, niet in huis maar in de tuin. En die tuin is zo mooi, zo natuurlijk, zo geweldig rustgevend ingericht, dat ik mij in coronatijd in het Gan Eden – het Paradijs waan. En dat Paradijs is hand made in Amersfoort door mijn dierbare levenspartner, Blouma.

Maar los van de paradijselijke tuin: ja, mijn echtgenote en ik hebben een rolverdeling met primaire verantwoordelijkheden. Maar speciaal in deze coronatijd, waarin ik veel en veel meer vanuit huis werk, vloeien die verantwoordelijkheden in elkaar over. Maar dat ontbijt-op-bed: voor mij niet acceptabel. Het doet me denken aan die echtgenoot in zijn fauteuil met zijn voeten op een bijzetbankje, een dikke sigaar en vrouwlief komt zijn sinaasappel schillen. Los van de vraag wat mijn echtgenote hiervan zou vinden, is dit voor mij onacceptabel. Wij zijn partners is een gecompliceerd bedrijf dat “het gezin” als bedrijfsnaam draagt. En partners zijn gelijkwaardig. Vandaar dat ik mijn echtgenote ook nooit “mijn vrouw” noem. Voor mij klinkt dat “mijn vrouw” erg overheersend. Neen, ik spreek over “mijn echtgenote” omdat voor mijn gevoel echtgenote beter recht doet aan de verhouding zoals die in een huwelijk behoort te zijn.

In de Nederlandse taal spreken we van man en vrouw. Twee woorden die niets met elkaar gemeen hebben. In het Hebreeuws is er voor man en vrouw slechts één woord. Als we een man bedoelen is dat woord mannelijk verbogen en de vrouw krijgt de vrouwelijke verbuiging van datzelfde woord. Het straalt gelijkheid uit. En daarom noem ik mijn Blouma nooit mijn vrouw. Zij is mijn echtgenote en ik haar echtgenoot. We zijn precies hetzelfde, voltrekt gelijkwaardig, alleen anders verbogen. En dus voor mij geen ontbijt-op-bed omdat ook zij dat van mij niet krijgt.

In de paradijselijke tuin had ik een bespreking. Ik ontving een e-mail van twee hoogleraren, beiden emeritus. Zij gaan een boek schrijven over onderwijs, vorming en kennisoverdracht. Of ik bereid was om een bijdrage te leveren. Leek me leuk, alleen lastig. Ik wist niet goed wat ze bedoelden, wat willen ze met hun boek bereiken en dus stelde ik voor: kom naar onze rustgevende tuin en interview mij, maak er een artikel van en ik zal het daarna van commentaar voorzien, aanpassingen maken en dan komt er te staan wat past binnen jullie uitgave en mijn visie.

En aldus geschiedde. Twee deskundigen die bezorgd zijn over de praktische uitvoering van artikel 23 van de Grondwet: Vrijheid van Onderwijs en vrijheid van Godsdienst. Beide waren onderwijsdeskundigen uit het onderwijsveld. Dus geen theoretici, geen kamergeleerden. En beide fervente voorstanders van kennisaanbieding op alle fronten. Ook kennis aanreiken waarmee zij het inhoudelijk vanuit hun levensbeschouwing oneens zouden kunnen zijn. Helemaal op mijn lijn! Mijn kinderen mogen zondermeer de Theorie van Darwin kennen. Sterker nog, ik vind dit een vereiste. Maar, en daar komt het lastige en de discussie: Hoe breng ik die kennis over? Neutraal? Wat is neutraal en wie bepaald dat? Meer en meer wordt seculier als neutraal beschouwd. De term “openbaar onderwijs” wordt algemeen gezien als neutraal en dus seculier. Maar klopt dit? Of is hier (ook) sprake van beïnvloeding? En is beïnvloeding per definitie verkeerd?

Regelmatig wordt mij gevraagd hoe ik mijn eigen kinderen heb opgevoed: “Zeker orthodox, hè?”. Het is niet eens een vraag, maar een negatieve stelling. Ik als rabbijn heb mijn kinderen zeker geïndoctrineerd, zo is de ondertoon van die vraag. Wat is mijn antwoord, hoor ik u vragen. “Ja, ik heb mijn kinderen een orthodox Joodse richting aangeven en hoop dat ik dat niet dwangmatig heb gedaan”. En dan mijn wedervraag, zoals te verwachten van een rabbijn: “Maar, mevrouw, hoe hebt u uw kinderen opgevoed?” En dan volgt het clichéantwoord: “Ik laat mijn kinderen vrij”. Beste lezer van mijn dagboek: Vrij is ook een richting en ook die richting kan verdraaid dwangmatig zijn.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Eindhoven onderzoekt rol onteigening Joodse woningen

Burgemeester John Jorritsma van Eindhoven

EINDHOVEN – De gemeente Eindhoven gaat onderzoeken welke rol zij zelf heeft gehad in de onteigening van zeker 38 woningen van Joodse inwoners in de Tweede Wereldoorlog.

 

Spanning: corona of de terrorist – Dagboek van een opperrabbijn

Dat de verzoeken die mij bereiken van uiteenlopende aard zijn, maakt mijn baantje en dus ook mijn leven, aangenaam spannend en afwisselend. Een verzoek of ik wil spreken met een vertegenwoordiger van een actiegroep die mondiale aandacht vraagt voor de verdrukking van de Oeigoren, een verzoek om een streamlezing te geven, een verzoek of ik een off-the-record ontmoeting wil regelen met de ambassadeur van Israël en een aanbod van een reisbureau dat mij graag mee wil hebben met een commerciële vijfdaagse reis naar Krakau/Auschwitz. Voor ons, mijn echtgenote mag ook mee, is dat dus een gratis vakantie (Auschwitz, vakantie??) en voor het reisbureau ben ik dan de trekpleister die deelnemers moet lokken.

Ook ben ik gebeld n.a.v. mijn dagboek “Inval door Handhavers” waarin ik mijn teleurstelling keihard kenbaar maak dat de Nederlandse Overheid zich wel zorgen maakt over de verkoop van een paar flesjes wijn uit de “bezette” gebieden, maar andere “bezette” gebieden ongemoeid laat. Ik kreeg hierop veel reacties waarvan ik twee telefoontjes vermeld. Beller A, uiterst ter zake kundig, was de mening toegedaan dat BDS een synoniem is van antisemitisme, maar dat mijn redenering ten aanzien van de door Rusland, China en Turkije bezette gebieden niet opgaat. Marokko met de Westelijke Sahara is wel vergelijkbaar. Op mijn vraag hoe het dan kan zijn dat er Kamervragen over worden gesteld, was zijn antwoord: wacht het antwoord van de Minister maar af en dat zal ik dan dus braaf doen.

Beller B was een oudere buitenlandse collega. Overigens is het heel wel denkbaar dat ik ouder ben dan hij, maar hij oogt zeker ouder. Hij hield eerst een uitgebreide proloog over corona en de spanning die dat bij hem in zijn Joodse gemeenschap opleverde. En toe kwam de aap uit de rabbinale mouw: klopt het dat ik had opgeroepen om Marokko te boycotten? Van geen kant dus! Ik heb gepoogd uit te leggen dat als de Nederlandse Overheid de mening is toegedaan dat er gecontroleerd moet worden op etikettering, waarom dan alleen richting Israël? Om het lange gesprek met beller B samengevat weer te geven: of ik in de toekomst China, Rusland en Turkije wel wil blijven vermelden als bezetters, want hij deelt mijn mening over de selectieve verontwaardiging van de Nederlandse Overheid en hij ziet hetzelfde bij de VN, maar toch liever Marokko niet, want Marokko is goed voor de Joodse Gemeenschap en de Sahara is voor hen heilig.

En dan ook nog een whatsapp van een Parlementariër die zich afvraagt hoe het kan dat de NVWA (die Handhavers dus) wel tijd heeft voor die paar flesjes wijn, maar geen mogelijkheid ziet om de slachthuizen te controleren en überhaupt een tekort aan handhaving waar je U tegen zegt. En na de Brexit wordt de NVWA een echt knelpunt vanwege de verplichte inspecties van goederen uit Engeland. Interessant dat mijn simpele dagboekje voor het Joods Cultureel Kwartier over die paar flesjes wijn uit Nijkerk ook de Jeruzalem Post, de Times of Israel. Israel National News, een niet-Joodse site in Engeland en zelfs een pro-Palestijnse Nederlandse website heeft bereikt. Overigens wordt op die pro-Palestijnse website mijn vergelijking met Rusland en China vermeld, maar Turkije en Marokko zijn daar weggelaten.

De “bezette” gebieden mag ik dus kennelijk vergelijken met De Krim en met Tibet, maar niet met de Westelijke Sahara en het Turkse deel van Cyprus. Ik ben blij om rabbijn te zijn en geen politicus, al dat gedraai. Maar als ik heel eerlijk ben………..mag u zelf invullen. Wat ik wil zeggen: overal in onze geciviliseerde maatschappij wordt er politiek bedreven. In ziekenhuizen, universiteiten en misschien zelfs wel bij rabbijnen, maar dit laatste even off the record.

Het dagboek, die u nu leest, is van na het weekend en is voor mij het meest lastig. Ik mag verwoorden wat ik heb meegemaakt op vrijdag, sjabbat en op zondag. Drie dagen in één en dus veel gebeurtenissen, veel afwisseling en toch maar beperkte ruimte. Het dagboek heet “dagboek van een opperrabbijn in coronatijd”. Maar is er verschil tussen een dagboek van een opperrabbijn met het dagboek van een scriba of een bisschop? Gelijk kerken zitten ook de synagogen met het probleem van wel/niet open, wel/niet samenzang, wel/niet mondpakjes, wel/niet ventilatie.

Maar bij wel/niet ventilatie speelt er bij de kerken geen beveiligingsaspect, wel bij de synagogen. De voordeur kan niet zomaar open en ook ramen die dusdanig groot zijn dat ze voor ventilatie in aanmerking komen, vormen een bedreiging en dus blijven ze voorzien van kogelvrij glas krampachtig dicht.

Binnen zitten we dus met het onzichtbare coronavirus en buiten ligt de onberekenbare terrorist op de loer. Deze spanning vertaalt zich ook naar de bestuurders van de synagogen. Welke vijand vormt momenteel een grotere bedreiging en afhankelijk daarvan wel/niet open. Of sluit ik ieder risico uit en openen we pas de synagoge als de vijand vanbinnen, het virus, en de vijand vanbuiten beiden tot een aanvaardbaar risico zijn beperkt? En wie beslist? De rabbijn of de voorzitter? Een spanning waarvan ikzelf een onderdeel vorm, want ik ben rabbijn en sjoelbezoeker. En dat terwijl ik juist zo graag boven de partijen sta om te kunnen bemiddelen. Lastig!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Eeuwig is soms erg relatief – Dagboek van een opperrabbijn

Zoals u wellicht bekend is lezen wij iedere week een deel uit de Thora en wel op zo’n manier dat in een jaar de hele Thora wordt uitgelezen om dan direct daarna weer bij het Scheppingsverhaal, Genesis, opnieuw te beginnen. Deze week begint deze “portie” met Numeri 31:2. Ik noem dit maar even “portie” omdat ik het toch iets moet noemen en de Hebreeuwse naam zal bij de meesten nietszeggend zijn.

En hier loop ik meteen tegen een probleem aan. De Thora, het Oude Testament, is in het Hebreeuws geschreven en zodra er vertaald gaat worden, zit je er per definitie naast. Want ieder woord in de Thora heeft zeventig betekenissen en zodra je vertaalt ben je er negenenzestig kwijt. Maar laat ik er niet te diep op ingaan want het Joods Cultureel Kwartier wil een dagboek van “een opperrabbijn in corona tijd” en geen theologische uiteenzettingen, hoewel Jodendom natuurlijk onlosmakelijk aan onze Joodse Cultuur zit gekoppeld. Sterker nog: de Joodse Cultuur is de Joodse G’dsdienst!

Lees verder “Eeuwig is soms erg relatief – Dagboek van een opperrabbijn”

Slavinnen, maar helaas niet in bezet gebied – Dagboek van een opperrabbijn

Bij het schrijven van mijn dagelijkse dagboek vraag ik mezelf wel eens af: wordt het wel gelezen of schrijf ik voor dovemansoren? Maar na gisteren en eergisteren is die twijfel verdwenen. Waarschijnlijk maar voor tijdelijk, want zo zit ik nou eenmaal in elkaar.

Maar nu dus, zeker vandaag, weet ik dat ik een breed lezerspubliek geniet. Eergisteren schreef ik over Herman. Herman die zwakbegaafd was en nu overleden. Ik ontving een aantal Whatsapps van leden van de Joodse Gemeenschap die aanboden om voor Herman kadiesj te zeggen. Kadiesj is het gebed dat bloedverwanten in de synagoge uitspreken voor hun overleden dierbaren. Aandoenlijk en getuigt van echte naastenliefde.

Maar ook ontving ik een kritische en bijna boze e-mail. Mij werd verzocht te corrigeren. De e-mail klonk in mijn oren nogal dreigend. Hoe zou menigeen gereageerd hebben? Niet waarschijnlijk of pas na een paar dagen. Ik zit zo niet in elkaar. Belangrijke beslissingen neem ik nooit meteen, tenzij urgent, maar ik laat er altijd een nacht overheen gaan. Maar bij een boze reactie reageer ik altijd direct en dus meteen mijn telefoonnummer gestuurd en binnen twee minuten had ik de klager aan de lijn. Mijn opmerking dat het bekladden van grafzerken in Worms-Duitsland geen primeur was, schoot bij de schrijver van de e-mail in het verkeerde keelgat. Ten eerste was de bekladder een gestoorde persoon en ten tweede doet Duitsland er alles aan om het opkomend antisemitisme te bestrijden. En dat is inderdaad waar. Duitsland als geen ander, begrijpelijk….maar toch, zet alles op alles om het antisemitisme dat ook daar weer komt opzetten, keihard te bestrijden. We hebben elkaar gesproken, zijn in feite beiden dezelfde mening toegedaan en wie weet waartoe ons contact in de toekomst zal leiden of al heeft geleid!

Lees verder “Slavinnen, maar helaas niet in bezet gebied – Dagboek van een opperrabbijn”

RSS
Follow by Email