Columnist in RD schrijft demoniserende verhale

Nog vele jaren wens ik u allen, terwijl ik vermoeid na bijna 26 uur niet gegeten en niet gedronken te hebben, achter mijn computer ben gekropen om dit dagboek te schrijven. Met de wens dat het een goed en zoet jaar voor alle bewoners van Uw aarde moge worden, eindigde ik mijn toespraak voordat het Slotgebed werd uitgesproken. Waarom ‘goed en zoet’? Is alleen goed of alleen zoet niet voldoende? En waarom dopen we op Joods Nieuwjaar de appel in de honing? Het ware logischer geweest dat we bijvoorbeeld mierikswortel, het bittere kruid, in de honing dopen. De symboliek is dan veel aansprekender: we wensen dat het bittere het komende jaar uitsluitend zoet zal mogen worden.

Dus waarom goed en zoet? Een operatie is pijnlijk, maar leidt tot genezing. Het voelt verre van goed, maar het resultaat, de genezing, is goed, daar gaat het om. Andersom: een heerlijke sigaar, zoet, kan ernstige ziekte tot gevolg hebben. Van vele kanten hoor ik de positieve benadering dat corona een onverwachte éénheid brengt. Mensen staan klaar voor elkaar, helpen elkaar, jongeren doen boodschappen voor de ouderen. En ten aanzien van onze Schepper: ieder voelt dat uiteindelijk wij mensen niets voor het zeggen hebben, de verafgoding van onszelf heeft een fikse knauw gekregen. De Almachtige wordt veel zichtbaarder.

De verafgoding van onszelf heeft een fikse knauw gekregen.

En toch is dit niet wat we elkaar wensen aan het begin van het Joodse Nieuwjaar. We willen geen verleiding die een tijdelijk goed en bevredigend gevoel geeft, maar leidt tot misère en zelfs geen bittere tijden, corona, die genezing brengen, lichamelijk of geestelijk. Neen, wij vragen de Eeuwige een goed en een zoet jaar! Vrede die eenheid brengt of eenheid die overvloeit in vrede, een totale en echte shalom, voor ieder mens en voor de gehele mensheid.

De dienst ingaande Jom Kippoer, zondagavond, en vandaag van 9:30 uur tot 20:30 uur non-stop was goed. Normaliter is de sjoel op Jom Kippoer vol. Dit jaar helaas dus niet. Kon ook niet vanwege de 1,5 meter afstand. Maar speelt bij andere geloofsgemeenschappen alleen corona, bij ons Joden zitten we met het probleem dat ventilatie lastig kan zijn, want er mogen vanwege onverhoopte terreur geen deuren open en ook geen ramen aan de straatkant! En dus, als er wel een deur in de synagoge waar ik vandaag was open moet, moet er beveiliging worden geregeld. Welkom in Nederland anno 2020!

Omdat een goede vriend niet naar zijn synagoge kon deze Jom Kippoer omdat ‘zijn’ synagoge geen dienst had vanwege….. verbleef hij bij ons de gehele Jom Kippoer en uiteraard heeft hij na Jom Kippoer de maaltijd bij ons genuttigd alvorens huiswaarts te keren. Om reden die verder niet relevant is, vertelde hij dat hij een broertje heeft gehad. Dat wil zeggen zijn ouders hadden net voor de oorlog een zoontje gekregen. Dat jongetje zat ondergedoken met de duiknaam Keesje. In 1945 werd hij ziek en namen zijn (duik)ouders hem naar de huisarts. Die weigerde het vijfjarige kind te behandelen omdat hij besneden was en dus is Keesje overleden……een gewone Nederlandse huisarts!

Jammer dat een gerenommeerd dagblad ruimte geeft aan dit soort onware misleidende berichtgeving.

Misschien een goed idee voor de Israël columnist van het RD om daarover eens iets te schrijven in plaats van polariserende en demoniserende verhalen over ultraorthodoxe Joden. Waarschijnlijk was Alfred Muller op z’n vingers getikt omdat hij had geschreven dat ultraorthodoxe Joden en Arabieren de schuld zijn van corona in Israël. In de zaterdageditie op blz. 7 heeft hij dat hersteld door te schrijven: “In Israël is veel geklaagd over het gedrag van haredim. Vele ultraorthodoxen houden zich onvoldoende aan de afstandsregels en blijven bij elkaar komen-met alle risico’s van dien……” en nu komt het: “Met name de Chassidim die een derde deel van de haredim vormen, willen daarvan niet afwijken …”.

Weet de columnist überhaupt wat haredim en wat Chassidim zijn? Ik behoor zelf tot een chassidische stroming en herken mij hierin totaal niet. Ik ga zeer zorgvuldig om met de coronamaatregelen. Maar gelukkig is er ook nog iets goeds aan de Grote Verzoendag want, en hij zegt dan een rabbijn Pfeffer te citeren, “De Misjna (de oudste rabbijnse neerslag van de mondelinge Thora) zegt dat op de Grote Verzoendag de ongetrouwde meisjes naar de wijngaarden gaan. Daar komen jonge mannen om hun partners te kiezen. Het is een dag van liefde tussen God en het Joodse volk en de wereld in het algemeen.”

Misschien kan de columnist mij even laten weten waar in Israël of elders in de wereld ongetrouwde meisjes op de Grote Verzoendag de wijngaarden zijn ingetrokken. (Of misschien alleen dit jaar niet vanwege de 1,5 m afstand?) Het is jammer dat een gerenommeerd dagblad ruimte geeft aan dit soort onware misleidende berichtgeving. Typisch een voorbeeld van de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt. Jammer, triest en niet goed in een tijd van opkomend antisemitisme.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Laat die anderen maar eens uitverkoren zijn

Maandag zal er geen dagboek van mij te lezen zijn. Natuurlijk zal er zich op vrijdag, sjabbat en zondag van alles en nog wat hebben afgespeeld, maar maandag is het Jom Kippoer-Grote Verzoendag en gelijk ik geen publicaties wil op de sjabbat, wil ik ook geen publicaties op de Grote Verzoendag omdat het dagboek dan op de Grote Verzoendag zelf geplaatst zal worden. Dus u en ik een vrije dagboek-dag! En dinsdag ben ik dus weer in de lucht of beter gezegd: online!

Ondertussen heb ik vandaag lichamelijk werk verricht: de soeka-loofhut gebouwd. De dinsdag na Jom Kippoer word ik in Brussel verwacht voor een after-Rosh Hashana receptie voor Europarlementariërs. Voorafgaande aan deze bijeenkomst is er een bespreking met EU-leiders over antisemitisme, vrijheid van godsdienst en veiligheid. Maar of ik naar Brussel kan, weet ik nog niet want de provincie Utrecht is inmiddels rood, heeft men mij verteld. (Dit moest mij verteld worden want, omdat ik kleurenblind ben, zie ik het zelf niet!).

Het was vandaag een volle Halagische dag. Meer dan gewoonlijk kreeg ik allerlei Joods wettelijke vragen voorgelegd: wel of niet medicijnen innemen op de Grote Verzoendag waarop we meer dan 25 uur niet eten en niet drinken; vragen over wel/niet Joods zijn; een vraag over lidmaatschap; een herziening van een reglement lidmaatschap Joodse Gemeente; een vraag ten aanzien van een Joods religieuze huwelijksinzegening; ……: …… . Het was vandaag echt een Halagische potporie! En ondertussen stromen de e-mails binnen over de sjoeldiensten op de Grote Verzoendag die worden afgelast in Israël en in vele andere landen.

Helaas heb ik door de potporie mijn voorgaan in de dienst nog niet kunnen voorbereiden. Ingaande Jom Kippoer ga ik voor van 20:15 – 21:30 uur en dan de volgende dag van 9:30 – 13:00 uur non stop, dan weer van 16:30 – 20:30 uur en dan ook nog een toespraak. Hoe zal het dit jaar zijn? Veel minder mensen dan andere jaren. Maar op z’n minst hebben we een dienst, terwijl elders…Overigens houdt mijn gewaardeerde collega rabbijn Shimon Evers de toespraak maandagavond en doet hij dienst van 13:00-16:15 uur overdag op de Grote Verzoendag, ook geen sinecure.

Vanavond nog een zoom-cursus gegeven voor RabbijnenNL en zag ik tot mijn vreugde op CIP dat SGP-fractievoorzitter Kees vd Staaij z’n verbazing kenbaar maakt, of beter geformuleerd zijn verbijstering, dat het ministerie van Buitenlandse Zaken van mening is en blijft dat de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) terecht investeert in het bekeuren van het Israël Producten Centrum vanwege in hun ogen foutief gelabelde flessen wijn. Wat een opwinding om niets! Maar goed, wel goede gratis reclame voor het IPC in Nijkerk. Dat de dreiging vanuit Libanon steeds grilliger wordt en dat ook in diverse landen in de EU-opslagplaatsen liggen met dat levensgevaarlijke materiaal waarmee recentelijk half Beroet van de kaart is geveegd, krijgt geen aandacht. Neen, die paar flesjes wijn uit Israël, dat is hoofdprioriteit.

Wij Joden, Israël dus, zijn het Uitverkoren Volk, vandaar waarschijnlijk die extra aandacht? Regelmatig hoor ik vanuit de Joodse Gemeenschap: laat die anderen maar eens een tijdje uitverkoren zijn! Het deed me even denken aan de uitspraak van Albert Einstein: “De wereld is een gevaarlijke plek om te wonen; niet vanwege de mensen die kwaad willen, maar vanwege de mensen die daar niets tegen doen.” Wellicht een idee om deze wijsheid boven de ingang van ons eigen Ministerie van Buitenlandse Zaken te plakken.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stromingen, Dagboek van een Opperrabbijn, 23 september 2020

Gisteren had ik beloofd om uitleg te geven over de diverse stromingen binnen het Jodendom en hoewel uitleg en leringen niet echt tot een dagboek behoren, ben ik toch maar zo vrij om de vrijheid die ik heb te misbruiken.  Van-huis-uit ben ik een typische jekke. Ik vermoed dat u, speciaal mijn niet-joodse lezer, het even niet kunt volgen. Het Jodendom bestaat uit stromingen die weliswaar precies dezelfde uitgangspunten hebben qua wetgeving (halaga) en qua geloofspunten, maar die onderling verschillen in beleving. Uitleg: een gezin met tien kinderen. Allen gaan ze dagelijks naar school (althans in het precorona tijdperk), ze doen allen aan sport, eten allemaal, slapen, lezen etc. Allen doen ze alles, alleen de een legt meer de nadruk op sport, de ander is meer een boekenwurm. Zo ook bestaat het Traditionele Jodendom, dat de eeuwen heeft weten te trotseren, uit stromingen die onderling geen dogmatische verschillen kennen, maar wel andere aspecten benadrukken. Een voorbeeld: er is een stroming die vrij in zichzelf is gekeerd, om zichzelf een muur heeft gebouwd om het moreel verval van onze huidige maatschappij buiten de deur te houden. Een andere stroming zal juist omdat er ‘buiten’ veel rotzooi is, geen muur opwerpen maar juist het ‘buiten’ opzoeken om de wereld te verbeteren. Beide benaderingen hebben hun voor en tegen. Door om mezelf en om mijn gezin een muur te bouwen, loop ik het risico dat de sfeer thuis verstikkend werkt en de kinderen als het ware uitbreken, de engte van het geloof niet meer aankunnen en hun leven buiten het geloof gaan plaatsen. En als er geen muren meer zijn, bestaat het risico dat niet de rabbijn de samenleving beïnvloedt, maar de alles-mag-en-en-alles-kan-cultuur de rabbijn. Welk van de twee stromingen is de juiste? Antwoord: beiden zijn juist, maar verschillend. Ik zit dus bij die tweede stroming, vandaar mijn naar-buiten-treden, vandaar dit dagboek, vandaar contact met andersdenkenden. Maar vandaar ook dat ik voortdurend moet oppassen geen grenzen te overschrijden en me niet door de omgeving te laten beïnvloeden. Maar ook moet ik ervoor waken geen situaties te creëren die verkeerd vertaald zouden kunnen worden. Was het veertig jaar geleden geen enkel probleem om een bejaarde dame thuis te bezoeken, heden ten dage moet ik daar erg voorzichtig mee omgaan. Derden zouden vertaalslagen kunnen maken die ongepast zijn en schadelijk. Maar dat is toch niet uw probleem, hoor ik u denken. Mis! Gelijk kwaadsprekerij een verbod is, is het ook verboden door je eigen gedrag anderen de gelegenheid te bieden om over jou te gaan roddelen. En dus trek ik erop uit en ben voortdurend mezelf aan het afvragen: waar ligt de grens? Maar, en daarmee begon ik dit dagboek, wat is een jekke? Jekkes zijn Duitse en Nederlandse Joden. Heel punctueel, altijd op tijd, alles van tevoren vastgelegd, een dagelijks ritme dat weinig ruimte laat voor het toeval. In het Nederlands zouden we zeggen: typisch Calvinistisch. Maar ik heb een beetje en langzaam dat jekkische huis verlaten en vertoef nu in de sfeer van dat Jodendom zonder muren, maar wel met die ietwat neurotische drang naar geordendheid. Vandaar onder andere dit dagboek, dat dus al maandenlang verschijnt en dagelijks precies op tijd klaar is. Mijn geordende achtergrond laat het niet toe om af en toe toch een dagje over te slaan!  U kunt me nu dus een beetje beter plaatsen.

Maar vandaag had ik geen goed omlijnd programma. Voorbereiding voor Jom Kippoer, de Grote Verzoendag, zondagavond en de gehele maandag. Toespraak voorbereiden. Ook nog morgenavond een zoom-lezing. En natuurlijk, omdat ik voorga in de gebeden, dat weer voorbereiden. Ik ken de gezangen en melodieën wel, maar toch moet ik dat ieder jaar weer opnieuw vooraf doornemen. Een jonge collega wil dat ik een bepaald deel van de dienst inzing op zijn whatsapp, dus dat heb ik vandaag ook nog even gedaan en, zeer belangrijk, mijn wandeling-op-tempo ontbrak vandaag niet, hoewel ik de laatste dagen wel te veel spijbel in dezen. Niet goed en strookt niet met mijn jekkisch geordende gedrag.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks

Alle Nederlanders zijn een beetje calvinistisch.

Het is nu 4:30 uur in de ochtend. Ik ben op, heb 5 uur geslapen en voel me heerlijk uitgeslapen. Het nadeel van die korte nachten is dat ik dan ergens overdag toch de neiging vertoon om een half uurtje iets minder goed bij de les te zijn.

Het is nog te vroeg voor het ochtendgebed en dus zit ik achter mijn computer om mijn dagprogramma in te vullen, want het moge dan zo zijn dat ik qua stroming binnen het Jodendom tot het chassidisme behoor, van huis-uit ben ik een typische jekke. Morgen zal ik dat nog uitleggen, maar het komt erop neer dat ik nogal georganiseerd ben. Niets mis mee, hoor ik u denken. Klopt, want de meeste Nederlanders zijn ook georganiseerd. Alle Nederlanders zijn ondanks verschillende geloven, toch een beetje calvinistisch. Tien uur is tien uur. Niet vijf voor tien en niet tien over tien.

Als iemand met mij een afspraak heeft om elf uur dan zie ik ze soms al om een paar minuten voor elf voor de deur staan, maar om precies elf uur bellen ze aan. Zo zitten wij Nederlanders in elkaar. Dat is op zichzelf een goede zaak, maar af en toe gaan we iets te neurotisch om met onze punctualiteit. En dus moet ik voor mezelf weten wat ik vandaag moet doen. Agenda: mijn toespraak voorbereiden voor Jom Kippoer; dagboek voor vandaag; voor morgenavond een Zoom-les voor de Joodse gemeenschap voorbereiden; toespraak voorbereiden voor zondagochtend op de begraafplaats te Haarlem; een paar pastorale telefoontjes; mensen bedanken voor de bloemen die we voor Rosj Hasjana ontvingen. Dat is het, maar ik moet altijd ruimte hebben voor het beantwoorden van e-mails en het te woord staan van mensen die me bellen.

Die oningevulde ruimte, die iedere dag zichzelf vult, is de dagelijkse onzekere factor in mijn agenda waarmee ik rekening moet houden. Overigens ben ik vergeten te vermelden dat ik om 14:30 uur naar Den Haag moet voor de opening van een tentoonstelling op de ambassade van Litouwen. De tentoonstelling genaamd “Kindness of one’, is geïnspireerd door de Japanse diplomaat Chiune Sugihare en de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk, die beiden in Kaunas (Litouwen) aan duizenden Joden ‘visas for life’ hebben uitgereikt in een paar dagen tijd en met hun heldendaad duizenden Joden het leven hebben gered. Na de oorlog werd Sugihare in Japan ontslagen en heeft Jan Zwartendijk in plaats van erkenning en een meer dan verdiende Koninklijke Onderscheiding, een reprimande gekregen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het verstrekken van deze illegale visums.

Boosheid voel ik in mezelf opkomen als ik dan eraan denk dat de burgemeester van een plaats in de nabijheid van Utrecht, zo werd me gisteren door iemand verteld, geheel vrijwillig en nog voordat het van burgemeesters werd gevraagd door de nazi’s, reeds een lijst met Joden had gemaakt. Soms is het braafste-jongetje-van-de-klas-zijn een kwalijke en criminele eigenschap. Hier moest ik gisteravond ook even aan denken toen ik onze minister van Buitenlandse Zaken vanuit Brussel hoorde vertellen dat het besluit om de oppositie in Wit-Rusland te steunen niet meteen ten uitvoer kan worden gebracht want er moet eerst nog een formele weg worden bewandeld via het ambtelijke EU-apparaat. En ondertussen worden de moedige demonstranten in Minsk en in vele anderen steden hardhandig de gevangenissen ingetrapt…. Ik verlaat dit dagboek nu even, want me opwinden zo vroeg in de ochtend is niet gezond. Ik ga nog even een uurtje naar bed. Tot straks!

Inmiddels 22:30 uur en een volle dag achter de rug. De bijeenkomst in de ambassade van Litouwen was fijn, waardig en indrukwekkend. Een telefoontje van iemand die mij ooit ergens had ontmoet. Of ik contact kan opnemen met een hoogbejaarde dame bij wie de oorlog weer helemaal bovenkomt. Ook nog even een aanbevelingsbrief geschreven voor de aanvraag van een Koninklijke Onderscheiding voor iemand die het echt verdient. En een verzoek om voor iemand anders ook zo’n aanbevelingsbrief te schrijven. Maar of ik dat wil doen weet ik niet. Soms weet ik namelijk te veel…

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

 

Dagboek van een Opperrabbijn21 sept. 2020

Wie zijn schuldig? Ultraorthodoxe Joden en Arabieren…..

Vandaag was ik aan het bijkomen van twee dagen Rosj Hasjana. Intensieve dagen en voor het eerst sinds lange tijd weer in de ´echte’ synagoge. De ventilatie was dusdanig goed dat er wordt gekeken of het misschien iets minder kan, om te voorkomen dat de ventilatie weliswaar beschermt tegen corona, maar we worden weggetocht vanwege de ijzige kou. En de helaas benodigde beveiliging was ook helemaal goed, als vanouds, voor de coronacrisis. Uiteraard en helaas waren er minder mensen aanwezig bij de diensten vanwege angst voor besmetting, hetgeen gerespecteerd moet worden, maar niet leuk is. En daarom toch even tot de leden van de Joodse Gemeente die dit jaar verstek lieten gaan vanwege corona: jullie hebben wel wat gemist! Het waren inspirerende diensten.

Anders dan andere jaren was ook het sjofarblazen. De tonen waren uiteraard dezelfde, maar de locatie was aangepast. Ik blies namelijk voor de open tuindeur en dus kon de hele binnenstad meegenieten omdat ik namelijk over een zeer goede blaas beschik (Grapje. Leuk?) De beveiligers kregen van een buurvrouw de vraag of dat geluid uit de synagoge kwam, waarop de niet van humor gespeende beveiliger antwoordde dat het geschal waarschijnlijk afkomstig was van een pand achter de synagoge. Voor de sjoeltuin had zich een groep toeristen verzameld om mee te luisteren! Ik geloof dat het monumentendag was en indien dat niet zo was: het wemelde van de dagjesmensen die de binnenstad aandoen en verrast werden door een echte rabbijn, blazend op een echte ramshoorn in het echte stadshart.

Uitgaande Rosj Hasjana trof ik op mijn WhatsApp: “Voor de Joodse gemeenschap; gelukkig nieuwjaar. Zo mooi, de kruimels die straks in stromend water gestrooid worden als zonden die in het diepst van de zee worden geworpen. Zo goed voor de zoete dagen van inkeer richting Grote Verzoendag Jom Kippoer. Cruciaal, verzoenen brengt ons van ‘steeds opnieuw’ naar ‘nooit meer’, zei ik bij de herdenking van de fatale Slag om Arnhem, die de bevrijding ernstig vertraagde.” De afzender? Ahmed Marcouch, de burgemeester van Arnhem. Een mooi begin voor het nieuwe Joodse jaar. Meteen na afloop, zondagavond dus, kreeg ik een telefoontje van rabbijn Mendel Cohen, de rabbijn van Mariupol die, net bijgekomen van een aanslag, corona had gekregen, via Odessa naar Israel was overgebracht in een privé ambulancevliegtuig en nu in een ziekenhuis in Israel ligt. Omdat ik hem voor sjabbat niet kon bereiken, was ik bezorgd en tijdens de gebeden kwam hij vele keren op in mijn gedachten. G’d zij dank is het goed met hem. Nou ja, goed?  Het ademhalen blijft een probleem, maar het zal goedkomen, verzekerde hij mij. Wat niet goed ging en waaraan ik me blijf ergeren, is de column in het Reformatorisch Dagblad van Alfred Muller. Ik citeer: “De belangrijkste oorzaak (van de tweede lockdown in Israel) is dat te veel burgers het te gemakkelijk hebben genomen om de kansen van de pandemie te verkleinen. Dat was voornamelijk het geval onder ultraorthodoxe Joden en Arabieren.” Terwijl wij in onze gebeden shalom vroegen aan de Eeuwige voor alle inwoners van Uw aarde, kon de heer Muller het niet nalaten om een polariserende opmerking te plaatsen. Het ware netjes geweest als hij zijn Israel column op Rosj Hasjana gebruikt zou hebben om Israel toe te wensen dat meer Israel omringende landen, Arabieren, het pad van de vrede zouden kiezen. Maar ja, denk ik dan heel stout, als er rust komt in het Midden-Oosten, waarover zal Muller dan moeten schrijven? En klopt het dat ultraorthodoxe Joden de coronaregels aan hun laars lappen? Zeker zullen er zijn die dat doen. Maar er zij ook ultra-anti-orthodoxe seculiere Joden die hetzelfde gedrag vertonen. Idem bij christenen, bij Islamieten bij….en bij…. En er zijn ook ultraorthodoxe Joden die fanatiek de coronaregels wel in acht nemen. Maar ja, dat vermelden polariseert niet en trekt dus geen lezers. Maar goed dat ik zijn column pas na Rosj Hasjana las, zodat ik me er op Rosj Hasjana niet aan hoefde te ergeren. En na Rosj Hasjana had ik eerst ook nog de bemoedigende WhatsApp van de Arnhemse burgermeester Ahmed Marcouch gelezen. Ik was dus gelukkig niet van mijn optimistische en goede Rosj Hasjana gevoel af te krijgen. En alsnog, want een goede wens komt nooit te laat: een goed, voorspoedig, gezond en vredig 5781, voor u en voor alle bewoners van Uw aarde.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

Er werd niet geblazen…

Dit jaar hebben we op de eerst dag van Joods Nieuwjaar-Rosj Hasjana niet op de sjofar geblazen want, zo staat in de Talmoed: Misschien vergeet iemand dat het sjabbat is en draagt hij per ongeluk de sjofar op straat en op sjabbat is dat niet toegestaan, vanwege het draagverbod. Hoe kan het, zo wordt de vraag gesteld, dat zo’n belangrijk gebod als het sjofarblazen wordt afgelast vanwege een zeer onwaarschijnlijke overtreding?

Het jaar waarin de Eerste Tempel in Jeruzalem werd verwoest was ook een jaar waarin de eerste dag Rosj Hasjana op sjabbat viel. En ook de verwoesting van de Tweede Tempel viel in een jaar waarin ook op de eerste dag Rosj Hasjana niet op de sjofar werd geblazen. Geen goed voorteken dus dat we dit jaar niet op de sjofar konden blazen op de eerste dag Rosj Hasjana.

Maar behalve dit negatieve is er ook iets positiefs in onze geschiedenis dat heeft plaatsgevonden juist in een jaar waarin de eerste dag Rosj Hasjana op sjabbat viel. In het 40ste jaar na de Uittocht uit Egypte trok het Joodse volk Israel binnen en ook in dat jaar viel de eerste dag op sjabbat. En ook het jaar waarin G’d vergiffenis schonk aan het volk vanwege het dienen van het Gouden Kalf, was een jaar dat begon zonder de sjofar op de eerste dag.

Dus reist de vraag: is het negatief of positief dat we dit jaar begonnen zijn zonder het sjofarblazen op de eerste dag?

In een zeker land werkte in het paleis van de koning een bediende. De bediende was erg toegewijd, maar desondanks kwam hij op een gegeven dag op het idee om een staatsgreep te plegen. Hij werd betrapt, gearresteerd en moest verschijnen voor de rechtbank waarbij de opperrechter de koning zelf zou zijn. De bediende ging op zoek naar een advocaat die bereid zou zijn hem te verdedigen, maar geen enkele advocaat durfde deze klus op zich te nemen. De verrader verdedigen ten overstaan van de koning!? Uiteindelijk kwam zijn vrouw op het idee dat zijzelf de verdediging zou voeren. Die verdediging verliep geweldig. De rechtbank, onder leiding van de koning, hoorde van de verdediger wat voor een goede vader en echtgenoot haar man was, hoe trouw hij in essentie was aan de koning en hoe hij vol spijt en berouw was over zijn poging tot staatsgreep. De verdediger, de echtgenote, heeft de verdediging zo goed gevoerd dat de bediende er met een heel lichte straf afkwam.

Een tijd later doet zich een soortgelijk geval voor. Ook weer een bediende die de koning van de troon wilde stoten. En ook hij kon geen verdediger vinden. En ook hij kwam op het idee om zijn vrouw als verdediger te laten fungeren. Maar hun relatie was verre van goed en zijn vrouw peinsde er niet over. Maar na zware ruzies en spanningen heeft ze, onder zware druk van haar man, toch ingestemd. Bij de rechtbank verscheen ze met haar hand in een zwachtel en een blauw oog. Resultaat van een echtelijke wrijving. Ze voerde de verdediging maar kwam verre van goed over met als gevolg dat haar man een nog zwaardere straf kreeg dan aanvankelijk was geëist.

Na de Schepping van de wereld kwam de sjabbat met een klacht bij G’d. Lieve Heer. Zondag heeft maandag. Dinsdag heeft woensdag. Donderdag heeft vrijdag. Alleen ik, de sjabbat, ben alleen, zonder partner. G’d hoorde de klacht van de sjabbat aan en bracht een oplossing: het Joodse volk zal jouw partner zijn.

En zo staat op Rosj Hasjana, de dag van de rechtspraak, de sjabbat als verdediger van het Joodse volk voor de Allerhoogste. Als we een goede relatie hadden met de sjabbat, de sjabbat respecteerden en eerden, dan zal de sjabbat als verdediger goed overkomen en komen we er goed vanaf. Als we een slechte relatie hadden…

Hoe zit het met onze relatie met sjabbat? Er zijn toch helaas vele Joden die de sjabbat niet helemaal eerbiedigen?

Reb Levie Jitschak van Barditsjev heeft hierover het volgende gesprek met G’d:
Lieve G’d. Kijk naar Uw volk. Stel, in een bepaald land is het aan de Joden verboden om op Rosj Hasjana op de sjofar te blazen. Ze krijgen alleen toestemming als ze eerst voor Rosj Hasjana miljoen dollar aan de overheid betalen. Alle Joden, en ook de Joden die normaliter niet eens naar sjoel zouden gaan, zullen dan alles in het werk stellen om het bedrag bijeen te rapen, om het bedrag omlaag te krijgen of om kwijtschelding te verkrijgen: er moet op de sjofar geblazen kunnen worden!

Maar omdat er één mening in de Talmoed is die aangeeft dat het blazen op de sjofar tot een mogelijke overtreding van de Heilige Sjabbat zou kunnen leiden, blaast geen enkele Jood ter wereld op de sjofar wanneer Rosj Hasjana op de sjabbat valt.

Kijk, Almachtige G’d, wat een geweldig indrukwekkende band Uw volk heeft met de Heilige Sjabbat!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

Dagboek van een opperrabbijn, 17 september 2020

Enige tijd geleden viel mijn blik op een artikel over een nieuwe uitvinding. Op het hoofd van een mens wordt een sensor geplaatst en als hij dan een bepaald woord, cijfer of formule denkt gaat de televisie in zijn kamer aan óf het licht óf de vaatwasmachine, …….afhankelijk dus van wat hij denkt en via de sensor uitzendt. Over enige tijd zal dus, zo vervolgde het artikel, geen afstandsbediening meer nodig zijn: alles kan vanuit de hersenen worden bestuurd.

Eindelijk een bewijs, dacht ik, dat onze gedachten een tastbare uitstraling hebben. Het was dus niet louter bijgeloof dat mijn oma op de vraag hoe het met haar kleinkinderen ging steevast haar antwoord begon met ‘unbeschrieben en unberoefen,’. Dit om te voorkomen dat door haar lovende woorden mogelijkerwijs, G’d behoede, haar kleinkinderen beschadigd zouden kunnen worden. Het was dus geen onzinnig bijgeloof van mijn oma, want gedachten en dus zeker ook woorden hebben een bepaalde kracht!

Tijdens de Hoge Feestdagen of beter omschreven als de Ontzagwekkend Dagen, hebben we vele tekenen die wijzen op eenheid. Vandaag, op Rosj Hasjana-Nieuwjaar, staan jullie allen voor de Allerhoogste, van de stamhoofden tot de waterdragers. De maatschappelijke verschillen zijn verdwenen, we vormen een eenheid, we zijn in essentie allen gelijkwaardig: met deze gedachte betreden we Rosj Hasjana.

En voor Jom Kippoer-Grote Verzoendag vragen we elkaar vergiffenis voor alles wat we elkaar hebben misdaan in gedachten, woord en daad …..weer die eenheid.

En dan Soekot-Loofhuttenfeest met de loelav (dadelpalm – lekkere smaak), de hadas (mirthetakje – lekkere geur), de arawa (treurwilg – geen smaak en geen geur) en de etrog (citrusvrucht – heerlijke geur en lekkere smaak), die symbool staan voor de vier soorten mensen. De een heeft Thora-kennis, de ander concentreert zich meer op het verrichten van goede daden, weer een ander is geen kop-mens en wat betreft het verrichten van goede daden is hij ook maar zwakjes en tenslotte heb je mensen die veel kennis bezitten en die kennis ook in praktijk brengen. We binden ze allen samen en spreken de lofzegging uit over de loelav….weer die eenheid.

Dan worden de Ontzagwekkende Dagen afgesloten met Simchat Thora- Vreugde der Wet: we dansen allen samen met de Thora. Of je een groot geleerde bent of een beginner: we sluiten ons aaneen en uiten onze gezamenlijke vreugde vanuit eenheid….

Allemaal woorden, symboliek, uitingen. Maar leidt dit ook daadwerkelijk tot de eenheid?

Als we in gedachte geld geven aan de armen, daar hebben ze helemaal niets aan. Het gebod van tsedaka-liefdadigheid alleen in gedachte is waardeloos. Maar als we per ongeluk geld verliezen en het verloren bedrag wordt door een arme man gevonden, dan hebben we toch, hoewel onbewust, toch het gebod vervuld. Het resultaat telt, niet de intentie!

Maar deze redenering gaat niet altijd op: als we bijvoorbeeld een gast ontvangen telt niet alleen de maaltijd die we hem voorschotelen, maar zeker ook de wijze waarop we hem bejegenen. Voelt hij zich op z’n gemak?  En als hij vertrekt, begeleiden we hem dan naar de deur om te tonen dat we zijn aanwezigheid waardeerden?

Met de Hoge Feestdagen spreken we vele gebeden uit, verrichten we vele handelingen, dus we veroorzaken veel ‘straling’. Soms gaat het om de daad, soms uitsluitend om de uitstraling en vaak ook om beide.

Het samen-in-de synagoge-zijn zal dit jaar anders verlopen. In vele gemeenten zal er überhaupt geen dienst zijn en zullen we zelfs op Vreugde der Wet niet samen met de Thora kunnen dansen.

Maar zelfs of juist als we niet samen onze gebeden kunnen uitspreken en niet samen met de Thora kunnen dansen, ligt de nadruk, meer dan andere jaren, op onze ‘uitstraling’.

Gelijk de sensor op mijn hoofd over enige jaren de tastbare afstandsbediening zal vervangen, zo ook wens ik ons allen toe dat de ‘uitstraling’ dit jaar dermate krachtig zal zijn dat het een jaar zal worden van zegen, gezondheid en shalom, voor ons allen en voor de gehele mensheid waar ook ter wereld.

לשנה טובה ומתוקה, een goed en zoet jaar, materieel en geestelijk voor al mijn trouwe en ook minder trouwe dagboekeniers.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagboek 16 sept 2020. Laten we ons levend begraven?

Het lernen met mijn eigen lerngroep 60+ was fijn. Even uitleggen: al enige jaren ben ik vaste docent van een 65+ lerngroep in Amsterdam. Naamgenoot Paul Jacobs heeft die lerngroep opgericht ter nagedachtenis aan zijn echtgenote. Ongeveer een jaar geleden dacht ik dat het een goed idee zou zijn om ook in Amersfoort een lerngroep op te richten voor de 60-plussers. Ik verkoos te spreken over 60+ in plaats van 65+ omdat dat de deelnemers een jonger gevoel geeft gezien de meesten 70+ zijn. Niet te veel mensen, ongeveer tien. Dit om te voorkomen dat mijn lerngroep ontaardt in een lezing. Nu ben ik niet tegen lezingen (ik doe bijna niet anders!), maar ‘ik geef een lezing’ en het publiek luistert.

Nou ja, luistert? Bij een lezing moet ik maar hopen dat er geluisterd wordt. Ik zeg weleens midden in de lezing, om de luisteraars bij de les te houden, dat ik er geen moeite mee heb als de toehoorders af en toe op hun horloge kijken omdat ze willen weten hoe lang ze nog moeten. Ik raak pas geïrriteerd als ze, nadat ze op hun horloge hebben gekeken, het horloge tegen hun oor aandrukken om te luisteren of het nog wel werkt!

Mijn lerngroep draagt de naam “Lernen met diepgang”. En dat is nu precies wat er gebeurt. We lernen samen en verdiepen ons juist door het gesprek met als leidraad G’ds Thora en Traditie. En dat ‘samen’ is essentieel en geeft een extra en noodzakelijke dimensie. En die dimensie hebben we ook nodig in het gesprek met PKN, RK en andere kerkelijke organisaties. Vanochtend ontving ik een Nieuwjaarswens van PKN en in mijn reactie naar de scriba, mijn vriend Dr. de Reuver, stel ik voor om het komende jaar elkaar te spreken over antisemitisme, dat hij vermeldt in zijn nieuwjaarswens, en ook over antizionisme en dus over de positie van de PKN ten opzichte van Israel en de problematiek in het Midden-Oosten. Alleen middels erover ‘lernen’ kunnen we er hopelijk uitkomen. Via allerlei verklaringen en interne discussies over de ‘onverbrekelijke band met Israël’ wijzigen in ‘onverbrekelijke band met Jodendom’,  komen we er niet uit, maar groeit de kloof die we beiden niet wensen en niet willen. En dus is dat een van de goede voornemens die ik op me heb genomen. Voor het komende nieuwe jaar. Verder heb ik onderweg naar Arnhem de afspraak vastgelegd met de ambassadeur van Hongarije. Geen idee wat hij wil, maar ‘je weet maar nooit’. Zoiets heet netwerken. Die netwerken bouw je op zonder concreet doel voor ogen, maar zodra er noodzaak toe bestaat heb je een adres. En geloof me, die adressen heb ik al meerdere keren moeten gebruiken. In Arnhem hadden we een Selichot-bijeenkomt op de Joodse begraafplaats. Selichot zijn speciale gebeden die uitgesproken worden in de week voor Joods Nieuwjaar. Er was geen grote opkomst, maar de bijeenkomst was warm, fijn en inspirerend. Het was eigenlijk een lern-bijeenkomst, maar dan niet bij mij thuis, niet in de synagoge, niet op zoom, maar op de begraafplaats. En aan het eind heb ik alle aanwezigen een fles wijn gegeven. Ze durven vanwege corona geen dienst te houden gedurende de Ontzagwekkende Dagen. Mijn doel was om ze toch iets mee te geven. Een fles Israëlische wijn en een inspirerende gedachte. De gedachte kwam over en zal ze hopelijk tot steun zijn. Ik bracht een parabel. Een boer hoorde een enorm gejank van zijn oude ezel in het veld. Hij z’n huis uit, hoort het gejank, maar ziet geen ezel. Na enig rondkijken vindt de boer zijn ezel in een diepe put. Water stond er lang niet meer in die put en het leek een onmogelijke klus om de oude ezel eruit te slepen. En dus besloot de boer met een van zijn knechten (en zonder toestemming van de Partij voor de Dieren) om zand in de put te scheppen en zo de oude ezel (levend!) te begraven. De boer en zijn knecht nemen beiden een schep en beginnen het graf dicht te gooien. Ondertussen jankt de ezel maar door. Na een uur scheppen horen ze niets meer, kijken de put in en zien dat de put inmiddels tot de rand is gevuld. Maar ze zien nog iets: de ezel loopt tot hun stomme verbazing vrolijk rond in de weide! Wat was er gebeurd? Iedere schep aarde die de ezel over zich heen kreeg had hij van zich afgeschud.  En toen de bodem van de put op niveau was gekomen van de weide, heeft de ezel vrolijk de put verlaten.

In deze corona periode krijgen wij van een veelheid aan narigheden over ons heen. Laten we ons eronder begraven of schudden we het van ons af? Mijn advies: volg de oude ezel!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

De ambassadeur als beproeving

Hoewel het Joods Nieuwjaar en de Grote Verzoendag in het Nederlands vaak worden aangeduid als de Hoge Feestdagen, is het beter om te spreken van de Ontzagwekkende Dagen.  Om de een of andere onverklaarbare reden is het behalve de week voor de Ontzagwekkende Dagen, dagen van diepe bezinning, voor mij dit jaar ook de Maand van de Ambassadeurs.

Met de ambassadeur van Israël heb ik zeker wekelijks whatsapp contact en de laatste weken hebben we elkaar ook fysiek vele keren ontmoet. Maar vandaag ontving ik een uitnodiging van de ambassadeur van Hongarije om op zijn ambassade te komen lunchen.  Maar indien ik niet reis, zo schrijft hij, dan is hij zeker bereid om naar mij te komen. Wat hij precies bedoelde met “indien ik niet reis” weet ik niet, want voor mijn gevoel “doe ik niet anders dan reizen”.

Maar behalve Hongarije en Israel ontving ik ook een uitnodiging van de ambassadeur van Litouwen en de ambassadeur van Japan om aanwezig te zijn bij de opening van een fototentoonstelling genaamd “Kindness of One” geïnspireerd door het verhaal van de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk en de Japanse diplomaat Chiune Sugihara die in 1940 duizenden visums hebben geregeld om Joden in Litouwen daarmee de gelegenheid te geven Litouwen te ontvluchten en zo aan de Endlösung te ontkomen.

Jan Zwartendijk en Chiune Sugihara zijn ook uitgebreid aanwezig op de tentoonstelling “Redders in Nood” in het Israel Producten Centrum in Nijkerk. Het trieste is dat deze twee reddende engelen niet alleen na de oorlog geen erkenning hebben gekregen, maar integendeel: Sugihara heeft in de gevangenis gezeten en onze Zwartendijk kreeg na de oorlog in plaats van een Koninklijke Onderscheiding een reprimande van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het redden van duizenden Joden. Sick! Die reprimande heeft hem zeer diep geraakt, zijn leven werd hier verder door getekend.

Dat heette dus bevrijd Nederland. Ik voel de woede in mij opkomen en denk dan meteen aan mijn lieve vader die ook na zijn afschuwelijke onderduikperiode verre van een ‘welkom-terug’ heeft gekregen, gelijk de overgrote meerderheid van de Joodse overlevenden. Na de oorlog, ja u leest het goed, zijn nog bij mijn vader ruiten ingeslagen. Niet door moslims, maar door ‘gewone’ Nederlanders!

Even terug naar al die ambassadeurs: Waarom, zo vroeg ik me af, plotseling al die ambassadeurs zo vlak voor de Ontzagwekkende Dagen?

De Baal Sjemtov, de stichter van het Chassidisme, heeft steeds onderstreept dat uit alles dat een mens tegenkomt een les valt te halen. Op Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, wordt het komende jaar vastgelegd en bepaald. Wie rijk zal worden, gezond, enz. Maar ook wordt het gehele wereldgebeuren vastgelegd. Wordt het Trump of Biden.

Natuurlijk zullen beiden campagne moeten voeren en zal het Amerikaanse volk moeten stemmen, maar wie er wint wordt op Rosj Hasjana al bepaald. Of we dan wel of niet nog invloed kunnen uitoefenen op het verloop van 5781, zal ik nog wel een van de komende dagboeken behandelen, vermoed ik.

Maar een ding is zeker: onze gebeden en onze opstelling gedurende de Ontzagwekkende Dagen zijn op het komende jaar van invloed. En dus, als ik plotsklaps een aantal onverwachte ontmoetingen krijg met ambassadeurs, is dat geen toeval maar wordt van mij kennelijk verwacht dat ik hun beïnvloed om ten opzichte van Israël en de Joodse Gemeenschap in hun landen een positieve opstelling te betrachten. Kennelijk wil G’d van mij dat ik niet uitsluitend mezelf probeer te verbeteren (en dat is al een flinke klus!), maar dat ik ook mijn opgebouwde netwerk breed ga inzetten om voor de samenleving een goed en gezegend jaar te verkrijgen. Zo heeft ieder zijn taak en opdracht.

Maar waar ook ik voor moet waken is hoogmoed. Die ambassadeurs zijn poppetjes die ik ten goede kan aanwenden, maar diezelfde poppetjes kunnen ook valkuilen zijn of zelfs handlangers van de afgod genaamd “IK”.  Die ambassadeurs bieden dus niet alleen de mogelijkheid voor mij om ze te gebruiken in de strijd tegen antisemitisme, antizionisme en iedere andere vorm van onrecht, maar ze zijn multifunctioneel. Want ze zijn ook allen beproevingen: gebruik ik ze ten goede of misbruik ik ze voor mijn eigen roem en hunker naar eer?

Zondag jl. was ik in Postdam, Duitsland. Er was een feestelijke bijeenkomst vanwege een nieuwe Thora die de Joodse Gemeente, de Synagogengemeinde, had gekregen. De Joodse Gemeente beschikt weliswaar over een aantal gehuurde lokalen waar de synagogediensten worden gehouden, maar een eigen gebouw, een echte sjoel, is er nog niet. Maar die is wel in de maak. De Landesregierung van Brandenburg, waar Postdam onder valt, heeft de Joodse Gemeenschap toegezegd om een plaatsvervanger te bouwen voor de vorige synagoge die in de Kristalnacht in vlammen opging.

Geweldig dat ze een nieuwe synagoge gaan bekostigen! Maar één probleem: de Landesregierung wil bepalen hoe die synagoge er uit gaat zien en geeft geen ruimte aan de Joodse gemeenschap om zelf de inrichting en het aangezicht te bepalen. In mijn toespraak omschreef ik dit als volgt: normaliter is er eerst een synagoge en daarna wordt de Thora binnengeleid. Hier was het precies andersom: de Thora is er al, maar de synagoge moet nog gebouwd worden. De les: de Thora moet de synagoge, het omhulsel, bepalen en niet het omhulsel, het gebouw, de Thora.

Van alles wat op onze weg komt moeten we iets leren, speciaal in deze week voor de Ontzagwekkende Dagen. Mijn lichaam is de synagoge en de Thora mijn bezieling. Wie laat ik de boventoon voeren?   

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

Het kind van foute ouders

Ik meen dat ik het al een keer aan mijn dagboek had toevertrouwd. In het gebouw van het IPC, het Israel Producten Centrum te Nijkerk, is een expositie gaande, genaamd “Redders in nood”. Een must voor de jeugd om te zien hoe mensen bereid waren met gevaar voor eigen leven zich in te zetten voor de medemens. Daar heb je hem weer, denk u waarschijnlijk, want ik heb deze expositie al meerdere keren genoemd in mijn dagboek.
Een onderdeel van de expositie zijn drie deuren. Je wordt uitgenodigd om bij alle drie aan te bellen en dan krijg je het volgende te horen. Er wordt opengedaan en Ds. Overduin vraagt de bewoner of voor één enkele nacht twee Joden die in grote nood verkeren bij hun mogen overnachten. Huis één wordt kwaad en beschuldigd Ds. Overduin van het nodeloos in gevaar brengen van zijn gemeenteleden. Deur twee wil graag helpen, maar is bang. Deur drie zegt spontaan ‘ja’. Waarom ik dit wederom vermeld? Bij de herdenking van de razzia in Twente vermeldde de burgemeester van Enschede dat ds. Overduin, een Enschedese predikant, meer dan duizend Joden aan onderduikplaatsen had geholpen. Dit was mij uiteraard bekend. Maar daarna vertelde de burgemeester nog iets, hetgeen voor mij nieuw was.
Na de oorlog heeft ds. Overduin geld ingezameld om kinderen en vrouwen van NSB-ers te helpen. Overduin heeft ook aangeklopt bij een rijke Joodse man die de verschrikkingen van de oorlog had overleefd, maar uiteraard bijna al zijn naasten had verloren. De Joodse man weigerde over de brug te komen. Geld aan vrouwen en kinderen van NSB-ers? Absoluut niet. Daarop heeft Overduin de zoon van die rijke man benaderd en hem gevraagd zijn vader te overtuigen om wel te geven, hetgeen uiteindelijk is gelukt. Ik vroeg mij tijdens de toespraak van de burgemeester pijlsnel af hoe ik gehandeld zou hebben. Wel of niet kinderen van foute ouders steunen?
In het Sinai Centrum werd mij, ik schat zo’n twintig jaar geleden, een soortgelijk dilemma voorgelegd. Als Sinai Centrum waren/zijn wij gespecialiseerd in trauma’s ten gevolge van oorlogsgeweld. En ook de second generation behoort tot onze expertise. Kinderen van ouders die de hel van Auschwitz hebben overleefd hebben het soms erg moeilijk gehad in hun jeugd want zij werden opgevoed door ouders die erg beschadigd waren. Maar hetzelfde gold natuurlijk ook voor kinderen wier vader en/of moeder na de bevrijding werden opgepakt, wellicht jaren in de gevangenis moesten doorbrengen en zeker sociaal werden geïsoleerd. In feite hadden die kinderen hetzelfde probleem als de Joodse kinderen. Aan mij werd toen gevraagd of het ethisch verantwoord was, vanuit de Joodse optiek, om ook kinderen van foute ouders te behandelen. Mijn antwoord op die vraag was een stellig ‘ja’.
De kinderen, mits ze uiteraard niet zelf ook antisemieten waren, zijn niet schuldig aan de fouten van hun ouders. Ik had wel als voorwaarde gesteld dat het Joodse kind en het NSB-kind niet in dezelfde wachtkamer mogen zitten. Dat zou zeker voor het Joodse kind te confronterend kunnen zijn, te emotioneel. Vergeet niet dat beide kinderen, inmiddels natuurlijk volwassen, psychisch in de knel zitten. Ik mag van beiden niet verwachten dat ze met dezelfde zakelijkheid waarmee ik ernaar kijk, de emotionele afstand weten te bewaren.
Dit gonsde pijlsnel door mijn hoofd toen ik de Enschedese burgemeester hoorde vertellen dat ds. Overduin ook kinderen van foute ouders hielp. Even dacht ik dat Overduin na de bevrijding de fout was ingegaan, onze tegenstander was geworden. Maar direct kwam de link naar het Sinai Centrum in mij op en ben ik ter plekke ds. Overduin nog meer gaan waarderen.
En ook flitste door mijn hoofd die Nederlandse vrouw die op mijn vrouw, Blouma, afkwam in Jeruzalem, en tegen haar zei: “Waarschijnlijk wil je mij geen hand geven, want mijn vader was in de oorlog een SS’er.” Mijn Blouma gaf haar wel de hand, met innige warmte. En toen ze afscheid van elkaar namen, omhelsden ze elkaar. Ik herinner me dat de tranen in mij opkwamen toen ik die omhelzing zag.
Na de toespraken, na de gebeden, na het blazen op de sjofar en na de twee minuten stilte, kwam een mij onbekende niet-joodse mevrouw naar mij toe. Haar naam was Overduin, een nichtje van de verzetsheld. Zij wist niet van de tentoonstelling in Nijkerk. En als ik het goed heb begrepen wist ze ook niet van de razzia herdenking in Enschede. Maar, en nu komt het, zij volgt trouw mijn dagboek en vernam daar over de jaarlijkse herdenking en besloot te gaan.
We gaan een afspraak maken en ik wil haar persoonlijk bij de expositie rondleiden. Maar vooral wil ik haar de drie deuren laten zien en de drie verschillende reacties laten horen toen dominee Overduin aanbelde.
 
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.