Het interview met het Joods Cultureel Kwartier was bijzonder. Bij een interview denk je normaliter aan een verslaggever die je vragen stelt over een bepaald onderwerp. Maar hier speelde iets anders. Het Nationaal Holocaustmuseum wil geschiedenis vastleggen. Nu de overgrote meerderheid van de overlevenden er niet meer is en de enkelingen die er nog wel zijn (tot in lengte van jaren en minstens tot 120!) meestal in de oorlog geboren baby’s waren met daardoor een beperkt verhaal, mocht ik de eerste zijn die zijn verhaal deed als ‘geboren in de schaduw van de oorlog’. Want wij, de generatie van “direct-na”, heeft ook een geschiedenis en bovenal voel ik mezelf verplicht om het stokje van de overlevenden over te nemen opdat het nooit zal worden vergeten. Ik mocht een deel van mijn eigen levensverhaal vertellen, hoe ik ge/vervormd ben tot wat en wie ik nu ben. Mocht u geïnteresseerd zijn, dan kunt u op de site van het Joods Cultureel Kwartier een kijkje nemen. Maar wat deed dit interview met mij om terug te koppelen naar mijn prille kinderjaren en dan bewust een link te leggen met het leed dat mijn ouders hadden moeten meemaken en waarvan zij zo intensief hadden geprobeerd om mij erbuiten te houden. Zonder het hele interview van anderhalf uur in geest te gaan herhalen wil ik twee onverwachte momenten delen. Politierapport nr. 197 Politie Amsterdam bureau Stadhouder kade van den 16 den juli 1942. Ik citeer: “namens moeder opsporing verzocht van Aron Salomon Jacobs, geb. te Amsterdam 3-1-1919, kantoorbediende, won. Ferd. Bolstraat 94-1, alhier, die sinds hedenmorgen spoorloos is. Ongeluk wordt gevreesd. Tel. verzonden, met volledig signalement.” Tijdens het interview werd mij het bovenstaande politierapport getoond. Ik wist het meteen te plaatsen. Mijn vader was opgeroepen voor tewerkstelling, zoals dat zo mooi heette en is meteen ondergedoken, ondanks dat hij in het bezit was van valse papieren. Waarom hij geen gebruik wilde maken van het persoonsbewijs zonder J is me nooit helemaal duidelijk geworden. Mijn oma, een zeer intelligente vrouw, heeft zich dramatisch bij de politie gemeld. Met nog een politierapport werd ik geconfronteerd. Mijn opa had na de oorlog, in bevrijd Nederland, aangifte gedaan van vernieling. De bewoners van de Ferd. Bolstraat 94 die het geroofde huis uiteindelijk moesten verlaten hadden, nadat ze alle kranen hadden opengedraaid, rondverteld dat mijn grootouders en mijn vader hadden gecollaboreerd met de Nazi’s en dus werden hun ruiten ingegooid. Volgens mijn vader door dezelfde mensen die JUDEN op hun ramen hadden gekalkt aan het begin van de oorlog. Welkom terug in Bevrijd Nederland!
Een naar klusje had ik gisteren. Als Beth Din voor zeer ingewikkelde gevallen van wel/niet Joods hadden we onze eerste vergadering op Zoom. Maar net daarvoor twee Iraniërs waarvan de een bijna zeker Joods is, een kwestie van natrekken, maar de tweede een groot vraagteken. En dan begint het moeizame: want uiteraard besef ik dat documenten waaruit het Jood-zijn bewezen kan worden ontbreken. Heftige emoties. Ik word vergeleken met geheime politie. Ik toon geen begrip… Maar hoe ik ook uitleg, blijft het verwijt overeind. ‘Wat kan het u schelen of die persoon wel of niet Joods is’, hoor ik u denken. Als zij, want het betreft een jonge vrouw, Joods is heb ik er geen moeite mee, maar als ze dat niet is en ze gaat haar zogenaamde Jood-zijn gebruiken om Israël binnen te komen of anderzijds gaat meedoen met de Joodse Gemeenschap hier in den lande, hoe weet ik of zij wel/niet gestuurd is door de Islamitische Staat? Ik denk ook terug aan decennia geleden toen iemand, ik houd voor mij wie die iemand was, een man tot Jood verklaarde om ‘humanitaire redenen’. Met die humanitaire redenen heeft de persoon in kwestie geld weten te krijgen van de Wiedergutmachung, terwijl die persoon, aantoonbaar, van geen kant iets Joods in zich had! Hoe ik dat zo zeker wist? Na gesprek met zijn niet-joodse moeder en zijn niet-joodse zussen! Het trieste is dat de toenmalige voorzitter of directeur (ik weet niet meer wie en wat), weigerde met mij in gesprek te gaan over dit probleem.
Enfin, na de Iraniërs op sjiwwe bezoek in Bussum. Greetje Sealtiel was sjabbat overleden. Meer dan tien jaar was zij de conciërge van de Joodse Gemeente Bussum. Zij en haar man woonden nota bene boven de sjoel. Maar als ik zeg dat ze de conciërge was, doe ik haar chronisch te kort. Ze was alles! Bij iedere activiteit en gebeurtenis springt zij naar voren om te helpen. Het was fijn om te zien hoe velen naar de sjiwwe waren gekomen en, naar ik vernam, was de lewaja ook onder zeer grote belangstelling.
Thuisgekomen nog even snel de e-mails bekeken. Een voormalig bestuurder van mijn IPOR, met wie ik jarenlang heb mogen samenwerken, wil iets met me bespreken. Hij is bezig met het organiseren van Stolpersteine en wordt nu geconfronteerd met bewoners die die kleine monumentjes niet voor hun deur wil hebben. Het is toch onvoorstelbaar! Waarschijnlijk was hun huis in de oorlog van de Joden geroofd en nu is er geen plaats voor een piepklein monumentje van tien bij tien centimeter, een klein grafzerkje voor de Joodse familie aan wie eens dit huis toebehoorde, een familie waarvan niemand heeft overleefd, díe geen graf werd gegund… en nu is dat kleine herinneringsmonumentje ongewild door de huidige bewoners!?
En nu, nadat ik om 10:00 uur een toekomstig bruidspaar had ontvangen om hun choepa te bespreken, zit ik in de auto op weg naar Sneek, geboorteplaats van mijn oma. Er wordt daar dadelijk een monument onthuld. Omdat ik vandaag een chauffeur heb, kan ik nu dus mijn toespraak voorbereiden en rond ik dit dagboek af. O ja, na Sneek, eventjes naar Nieuwe Pekela op verzoek van het Joods Agentschap, de Jewish Agency. Ze staan in contact met een gezin dat op aliya wil gaan, maar ze vertrouwen het niet. Ik stop, begin aan mijn toespraak en denk nog even na welke foto ik bij dit dagboek ga laten plaatsen.
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .


Of u het wel of niet heeft gemerkt, maar ik heb een dagboek overgeslagen omdat we een paar dagen weg waren, even op adem komen. Ik had willen doorschrijven, maar door een verhevigde concentratie e-mails en telefoontjes, kwam het dagboek in het gedrang. We waren in Maastricht, onze vaste jaarlijkse vakantieplaats toen onze kinderen nog de kleintjes waren. Je hebt daar het gevoel helemaal weg te zijn. Ik loop (stiekem) in een katoenen broek, T-shirt en sandalen (zonder stropdas en zelfs zonder mijn lintje… En nu maar hopen dat niemand me ziet of zag.
Uiteraard gesproken met Benoit Wesly, de koning van Maastricht, voormalig voorzitter van de Joodse gemeente Limburg, voormalig bestuurder van het IPOR, honorair consul van Israël, enz., enz. Maar bovenal is hij mijn adviseur en goede vriend op wie ik altijd kan terugvallen als het me even te heet wordt onder mijn rabbinale voeten. Morgen via Antwerpen terug naar “gewoon”, waarvan ik me regelmatig afvraag hoe gewoon het gewone wel is.
Een maar liefst zeven verdiepingen tellend nieuw onderkomen voor de Jüdische Chabad Gemeinde Berlin werd ingewijd. De straat voor het gebouw was uiteraard zwaar beveiligd en stond vol met kraampjes waar gratis falafel, shoarma, fruitsalades, allerlei soorten drank en hamburgers gratis aan de duizenden gasten werd uitgereikt. Ongelofelijk goed georganiseerd. Wat er voor mijn gevoel ontbrak waren de Berliner bollen. Die Berliner bollen waren voor mijn gevoel meer op z’n plaats geweest dan de Hamburgers. Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft, werd niet alleen gezongen, maar beleefd en gedemonstreerd. De Berlijnse en Duitse nationale overheid was aanwezig. Rabbijnen uit heel Europa participeerden, bestuurders van Joodse Gemeenten gaven acte de présence, iedereen was er, zelfs de Sefardische Opperrabbijn van Israël rabbijn Jitschak Joseph, was even komen invliegen. En ik, als decorum-deelnemer, werd vanwege mijn grijze baard, naast de opperrabbijn geplaatst en zag hoevelen hem de hand kwamen schudden en hem een bracha, als.
Het klinkt wellicht vreemd maar ik zit nu heerlijk te relaxen. Het is zondagochtend. Opgestaan om 5 uur, gedawend (ochtendgebed), een stukje homebaked cheesecake gegeten en nu zit ik in de KLM Lounge op Schiphol in afwachting van mijn vlucht naar Berlijn. Ik zal vandaag dus in Berlijn zijn, niet als spreker maar als decorum. Er wordt daar een community center voor de Joodse gemeenschap geopend. Zeven verdiepingen hoog en een gigantische hoeveelheid vierkante meters. Ik zie het dadelijk wel. Gezien er bij de opening van 12:00 uur tot ca. 14:00 uur veel Duitse Vips aanwezig zullen zijn, ben ik van (de Nederlandse) stal gehaald vanwege mijn grijze baard en zal ik wel ergens zichtbaar gepositioneerd worden. In het Nederlands noemen we dit dus decorum, maar mijn (ooit Engelse) Blouma spreekt over “rent a crowd’. Meer over het uitstapje Berlijn op of na de terug vlucht vanavond om 18:50 uur
Hoewel het alweer een halve week geleden is, gonst de muziek en vooral de sfeer nog na in mijn gehoor en, nog belangrijker, in mijn gevoel. Een geweldig concert in de sjoel van Arnhem, zondag jl. ter gelegenheid van 75-jaar Israël. Meer dan 160 aanwezigen, waaronder de ambassadeur van Israël en zijn echtgenote. Een geweldig feest. Maar wat misschien belangrijker was dan het concert zelf, was de uitgebreide inloop vooraf en het nablijven na afloop. Het voelde als een ouderwetse Mediene-dag, men ontmoette elkaar, het was als één grote familie. Met andere woorden: het middel was het schitterende concert, maar het doel reikte verder. Enige weken geleden toen ik werd gevraagd om een toespraak te houden, was er sprake van tien minuten. Maar enige dagen voor het concert kreeg ik te horen dat mijn spreektijd was gereduceerd tot zeven minuten. Nadat ik over de inkorting van mijn spreektijd mijn verbazing had kenbaar gemaakt werd mij aangegeven dat ik acht minuten moest spreken. En zie: mijn toespraak was klaar! Tien staat immers symbool voor de Tien Geboden, spiritualiteit. Zeven zijn de zeven dagen van de week, materialisme. En acht staat voor zeven plus één. Zeven het aardse en één is G’d: met beide beentjes op de grond staan en tegelijkertijd weten dat het niet realistisch is om te denken dat dat alles realistisch is. Anders gezegd: als een mens ziek is moet hij naar de dokter. Maar zowel de arts alsook de patient moeten beseffen dat de uiteindelijke genezing van Boven komt. En deze gedachte kwam precies overeen (want toeval bestaat niet!) met de Sidra van de week, het deel van de Thora dat sjabbat jongstleden centraal stond en ook met de lezing van aanstaande sjabbath. Sjabbat jl. lernden we over de zogenaamde Verspieders. U kent de geschiedenis hopelijk (zo niet, stuur me even een email
Het is zondag, vroeg ik de ochtend, mijn tuindeur staat open en de frisse lucht schept een goed klimaat in onze woonkamer in afwachting van de op komst zijnde hitte. Ik moet mijn toespraakje voor het chazzanoet concert dadelijk in Arnhem nog voorbereiden, maar dat gaat wel lukken. Ik denk niet dat ik mijn woorden ga opschrijven, het moet ‘uit het hoofd’ lukken, dat is spontaner en klinkt echter. Als ik spreek bij een lewaja, begrafenis, is mijn doel om de familie tot steun te zijn en eer te bewijzen aan de overledene. Als ik een bruidspaar mag toespreken wil ik het jonge echtpaar iets mee geven voor hun verdere leven.
Omdat ik regelmatig op mijn digitale vingers wordt getikt dat mijn dagboeken vaak triest zijn, heb ik, om bijna therapeutische reden, deze keer diep nagedacht voor anti-trieste gebeurtenissen in mijn dagelijks leven. En die waren inderdaad rijkelijk aanwezig. Neem nou vorige week de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging Hebreeuws, stichting ter bevordering van kennis van Hebreeuws. Een vereniging met zo’n vierhonderd leden. De leden komen voornamelijk uit de wereld der universiteiten. (Voormalige) hoogleraren, theologen, een aantal Joden die zich om de een of andere reden op universitair niveau bevinden en een extra band hebben met de Hebreeuwse taal. En wie er ook in zit, is mijn Blouma en dan zelfs als bestuurder. Ze is niet verbonden aan welke universiteit dan ook, maar haar kennis van de Hebreeuwse taal staat op hoog niveau, niet alleen qua taal maar ook qua kennis van grammatica en taalhistorie. En dus was zij uitverkoren om een dagje Antwerpen te organiseren nadat eerst in de zaal van Hoffy’s (aan de overkant) een Algemene Ledenvergadering had plaatsgevonden met gebak, koffie, thee en versnaperingen. Na de ALV een diner op z’n Hoffy’s en toen een bezoek aan de grote sjoel van Antwerpen om vervolgens via het Monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Antwerpse Joden een bezoek te brengen aan de Jesjiwa. Voor bijna alle 50 deelnemers was dit voor het eerst om een Jesjiwa van binnen te aanschouwen. Een van de deelnemers gaf aan al vaak Jesjiwot (grammaticale meervoudsvorm van Jesjiwa) van buiten te hebben gezien, maar van binnen… Vrijelijk met de leerlingen te converseren, te vragen naar wat ze lernen, wat hun toekomstplannen zijn en waar hun ouders wonen. Een veelheid van EU-landen was vertegenwoordigd. Leerlingen uit Oekraïne en Rusland lernen hier vredig met en naast elkaar. Kunnen ze in hun thuislanden nog wel iets van leren! Eigenlijk zou die eenheid de voorpagina moeten halen.
Met de gedachte van “schoenmaker had je maar bij je leest gehouden” kwam ik donderdagavond thuis na een zogenaamde debatavond die georganiseerd was om het bestaan van 75 jaar Israël te vieren. Ik was benieuwd wat het Reformatorisch Dagblad, de organisator van deze viering van 75 jaar Israël, erover zou schrijven. Maar op vrijdag stonden er mooie foto’s in de krant, maar op de inhoud werd niet ingegaan. Terecht, dacht ik bij mezelf, want als het publiek uitgebreid mocht aanhoren dat Gaza het grootste concentratiekamp ter wereld is, dat de wetten van de enige democratie in het Midden-Oosten, gelijk zijn aan de wetten van Nazi-Duitsland, dat Hamas en de andere Palestijnse terroristische organisaties niet de vernietiging van Israel voor ogen hebben…
Dat een rabbijn meer is dan een pastoraal werker, een orator en een geestelijke, was me bekend. Ik voel me dus als een Joods manusje van alles. Maar dat ik ook cineast behoor te zijn, ging me net iets te ver! Mij werd per email verzocht of ik bereid was een tekst in te spreken voor een informatiepaaltje bij een voormalige synagoge. Nadat ik dus braaf het ja-woord had gegeven kreeg ik vervolgens een technische beschrijving hoe een en ander op video moest worden opgenomen en met welke belichting. En dat ging me net een stapje te ver. Een tekst voorlezen: prima! Maar een professionele YouTube maken: dat niet! En dus zal er te zijner tijd een technicus naar huize Jacobs komen om een professionele opname te fabriceren, nadat ik had uitgelegd dat een rabbijn weliswaar een manusje van alles is, maar dat het rabbinale ‘alles’ ook z’n beperkingen kent.