dagboek van de opperrabbijn 12 augustus 2026

Dagboek van de opperrabbijn, 12 augustus 2026
Als iemand ziek is, moet de ziekte bestreden worden om weer op gezonde wijze te kunnen (blijven) functioneren. Hoe pakken we dit aan? Allereerst moet er een diagnose worden gesteld, daarna een passende medicatie worden gevonden om uiteindelijk, met G’ds hulp, van de ziekte bevrijd te worden.
Maar er is nog een actie nodig. Juist een zieke moet goed eten om het gezonde deel van zijn gesteldheid extra kracht te geven om zo, samen met de specifieke medicatie/behandeling, het zwakke punt in zijn lichaam te bestrijden en waar mogelijk geheel uit te schakelen.
Wat geldt voor het lichaam, geldt ook voor de geest. In de maand Elloel zijn we begonnen om dagelijks op de sjofar te blazen: word wakker! En als we dan wakker zijn geschud, denken we aan de overtredingen die we hebben gedaan ten opzichte van de Eeuwige en ten opzichte van de medemens. Waar zijn we de mist ingegaan en waar hadden we iets goeds kunnen doen, maar van de gelegenheid geen gebruik gemaakt?
Tesjoewa heet zoiets: tot inkeer komen, berouw hebben, terugkeren naar de weg die we hadden moeten bewandelen, die mijn GPS, gebaseerd op Thora en Traditie, zorgvuldig had aangegeven. Tesjoewa is vergelijkbaar met een medicijn! Maar enkel een medicijn werkt niet. Er moet ook bij ons gezonde voeding binnenkomen: extra goede daden, mitswoth. Het zieke deel van het lichaam heeft die ondersteuning hard nodig, fysiek en geestelijk.
Naar die geestelijke bijvoeding moeten we op zoek gaan. Maar gelijk de valkuilen ongevraagd op onze weg komen en we vaak de beproevingen ongevraagd zien verschijnen, zo ook komen we de onvoorziene extraatjes tegen.
Gisteren bijvoorbeeld, ik had me verslapen. Gebeurt niet vaak en eigenlijk bijna nooit, maar gisteren dus wel. Teruggekomen uit Algarve-Faro-Portugal dook ik maandagavond uitgeput mijn bed in om half een ’s nachts. Het woordje ‘duiken’ is eigenlijk op deze plek onjuist, want ik was veel en veel te vermoeid om een duik in mijn bed te nemen. Een betere omschrijving is dat ik mijn bed instrompelde, zo vermoeid was ik na vier dagen snikhete Algarve-strand-dagen die niet alleen warm waren vanwege de zon, maar ook vanwege de problematiek, de ruzies dus, die ik mocht oplossen.
‘Mocht oplossen’, ja, ik ‘mocht oplossen’, want zo zit het leven in elkaar. Al lopend op deze aardbol komt er van alles en nog wat op je weg en ieder obstakel is een beproeving, een valkuil of een kans.
Een mooi voorbeeld: doordat ik maandagavond bekaf in slaap was gevallen en nadat ik mijn wekker op zes uur dinsdagochtend had ingesteld, werd ik pas om zeven uur wakker. Zeven uur was knap laat, want om uiterlijk acht uur moest ik op Schiphol zijn om mijn vliegtuig naar Chisinau (RMO) via Wenen te halen. En dus kon ik niet meer thuis het ochtendgebed uitspreken met talliet, gebedsmantel, en tefillin, gebedsriemen, maar verplaatste ik het ochtendritueel, dat ongeveer vijftig minuten duurt, naar een propvol Schiphol. Omdat het zo propvol was, kreeg ik helemaal geen bekijks. Alle reizigers waren kennelijk dusdanig met zichzelf bezig om zich een weg tussen de meute door te banen, dat ze een Jood gehuld in een talliet, met tefillin op zijn hoofd en met een gebedenboek in z’n handen, niet meer bemerkten. En daar stond ik dan, moederziel alleen, tussen de bewegende niet-Joodse massa. Niemand besteedde aandacht aan me, geen enkeling zag me staan, behalve een ietwat Joods uitziende man. Om een lang dagboekverhaal kort te houden: hij, zijn echtgenote en hun zoon waren op weg naar Curaçao, ze waren Joods en voelden zich duidelijk opgewarmd door mij te zien dawenen, tussen honderden niet-Joden. Na afloop van mijn ochtendgebed ontstond er een gesprek, uiteraard over Jodendom en over mijn ‘moed’ om ongegeneerd tussen al die niet-Joodse reizigers met mijn Jood-zijn ‘te koop’ te lopen. Het toeval wilde dat zij juist net voor hun vakantie de mezoezot (meervoud van mezoeza) van hun woning hadden verwijderd omdat ze, naar hun zeggen, niet met hun Jodendom te koop wilden lopen en geen antisemitisme wilden uitlokken. Maar na de confrontatie met mij in vol Joods ornaat te midden van honderden niet-Joden, hadden ze spijt van hun mezoeza-verwijdering en zullen ze, meteen na hun vakantie, juist de duidelijk zichtbare mezoezot aan al hun deurposten terugbrengen.

In het vliegtuig tussen Wenen en Chisinau (RMO) kwam ik naast een ietwat oudere man te zitten. Hij woonde in Florida en was op weg naar zijn geboorteland Oekraïne om daar naar de tandarts te gaan voor een of andere behandeling die in zijn huidige vaderland enige duizenden euro’s kostte, maar in Oekraïne verhoudingsgewijs bijna gratis was. Het ticket had hem $1300 gekost, maar dat ticket maakte het nog steeds meer dan de moeite waard om de USA-tandarts te vervangen voor een Oekraïense specialist vanwege de verschillende prijskaartjes. En, na het tandartsverhaal geduldig te hebben aangehoord, vertrouwde hij mij toe ook Joods te zijn, liet een foto van zijn typisch Joods-ogende moeder zien en beloofde mij spontaan toe om dit jaar Rosj Hasjana en Jom Kippoer wel naar sjoel te gaan, nadat ik hem een Sjana Towa had toegewenst. Kennelijk had hij dit jaar Rosj Hasjana en Jom Kippoer buiten de sjoel willen doorbrengen, maar had mijn buurmanschap hem tot andere en betere gedachten gebracht.
Alles komt van Boven en overal liggen kansen.
‘Welcome. We are honored to have you join us for this special occasion. Official inauguration of Rabbi Menachem Mendel Axelrod as chief rabbi of the republic of Moldova.’ Voor die inauguratie was ik gisteren naar Chisinau (RMO) gevlogen, zodat ik vanmiddag aanwezig kon zijn bij de officiële benoeming van mijn verse en veel jongere collega rabbijn Axelrod tot opperrabbijn. Overigens was ik niet de enige aanwezige opperrabbijn. Rabbijn Kalman Bar, de opperrabbijn van Israël, behoorde tot de geëerde gasten. Rabbijn Rafael Shaffer, de opperrabbijn van Roemenië. Rabbijn Menachem Mendel Nachson, opperrabbijn van Nof Hagalil. En naast nog een aantal geëerde rabbijnen en bestuurders van Europese Joodse Gemeenten, waren er ook vele Moldavische hoogwaardigheidsbekleders.
Hoewel ik vanaf het vliegtuig naar het Radisson Hotel en de hele dinsdag en woensdag een vipbehandeling kreeg, behoorde ik niet tot de sprekers bij de inauguratieceremonie. Mijn taak beperkte zich tot decorum. Bij de lunch, na afloop van de inauguratie, werd er wel van mij verwacht om de verse jonge collega toe te spreken, zo las ik op de uitnodiging.
Waarover ik heb gesproken? Omdat ik de duizend woorden, die mijn dagboeken per keer in beslag nemen, reeds heb bereikt, zal ik mij hier beperken tot een korte samenvatting. Wat verandert er voor de Moldavische rabbijn? Salarisverhoging? Een groter kantoor? Extra taken? Het antwoord is: neen! En toch is die titel van wezenlijk belang, want met de titel wordt er anders tegen je aangekeken, vanuit de Joodse gemeenschap en vanuit de lokale en nationale overheden. Ja, er zal dus vaker en fellere kritiek komen. Jezelf even terugtrekken, korte tijd vakantie, zit er niet meer in. Maar desondanks kan een opperrabbijn door de titelverhoging meer bereiken dan voorheen, want ieder woord dat hij uitspreekt krijgt door de toevoeging ‘opper’ een zwaarwegendere betekenis.

Het woord van de opperrabbijn wordt al snel verheven tot een Woord!

Dagboek van de Opperrabbijn, 6 augustus 2026

Dagboek van de opperrabbijn 6 augustus 2026

Eigenlijk had ik dit dagboek willen overslaan onder het mom van “Wegens vakantie gesloten”. Maar helaas ben ik bang dat ik dan vergeet wat ik nu weer heb beleefd, want ik heb weer van alles en nog wat meegemaakt. Een goede jeugdvriend van mij, Willy Krakauer, is plotseling overleden. Een grote Talmied Chacham, geleerde, die het verstond om een briljante docent te zijn en de meest ingewikkelde passages uit de Talmoed ook aan ongeletterden over te brengen. Mijn gedachten gaan terug naar mijn gymnasiumperiode en mijn studietijd aan de École Rabbinique de Paris. Als het vakantie was en ik in Nederland was, en Willy ook, dan lernden we iedere vrije minuut!
Terug naar vandaag: ik zal niet ophouden om te waarschuwen voor de dreiging van buitenaf, terrorisme, voor het gevaar van binnenuit, assimilatie, en sinds enige tijd voor het gevaar van penetratie. Mensen doen zich voor als jood en proberen zo binnen te komen. Wat ze ‘binnen’ willen doen, weten we niet, maar het zal verre van koosjer zijn. Met zo’n geval had ik de afgelopen week te maken. Iemand, een man van middelbare leeftijd met een juridische achtergrond, komt vanuit het buitenland naar ons land en stelt zich binnen de Joodse gemeenschap zeer zichtbaar en strijdvaardig op en schreeuwt van de daken dat zijn missie het bestrijden van antisemitisme en antizionisme is. Aanvankelijk binnengekomen via een door JMW georganiseerde laagdrempelige koffieochtend, is hij er inmiddels in geslaagd om zo’n beetje overal waar Joodse advocaten zichtbaar zijn, vooraan te staan, zelfs op de Israëlische ambassade. Hij meldt zich nu aan als lid van een Joodse gemeente en dus stuurt het secretariaat van de onderhavige NIG hem naar mij voor mijn goedkeuring. Bij ons belandt de aanvraag bij de afdeling ‘rabbinale detective’. U lacht? Niet terecht, want soms voel ik me meer detective dan rabbijn. Voor de goede orde: de meeste aanvragers van een lidmaatschap of van enkel een Rabbinale Verklaring worden lid en ontvangen gewoon een Rabbinale Verklaring, maar als er sprake is van ‘vreemd gedrag’, dan komt de afdeling rabbinale detective in actie. Hoe dat precies werkt? Dat kan ik eigenlijk niet uitleggen, maar zoals een goede antiquair van een afstand kan herkennen of er sprake is van een vervalsing of iets echts, zo zit ik ook een beetje in elkaar. Van een afstand ruik ik oprechtheid of oplichting. Vanaf deze plek: wees alert. Kwaadwillige penetratie is geen zeldzaamheid. Zoals er tussen vluchtelingen echte vluchtelingen zijn, maar ook terroristen die verkleed als vluchteling proberen binnen te komen, zo gaat het ook met aanmeldingen binnen de Joodse gemeenschap. Laat je niet leiden door medelijden, door behoefte aan nieuwe leden, door de noodzaak om tien man te hebben voor het minjan. Hoe voel ik of iemand oprecht is of een potentieel gevaar? Heel goed luisteren, tegenstrijdigheden opsporen, gelaatsuitdrukkingen vertalen. Wat onze advocaat betreft: te veel van zijn opgevoerde zogenaamde vrienden wisten niet dat hij hun vriendje was. In zijn Rabbinale Verklaring uit Zuid-Afrika zaten te veel taalfouten in het Hebreeuws. De (zogenaamde) rabbijn die had ondertekend, was, toen ik hem door een lokale collega liet bellen, hoorbaar geïrriteerd dat ik hem niet blindelings vertrouwde. De advocaat zelf kon nooit met ja of nee antwoorden, maar uitsluitend met ellenlange e-mails of langdurige telefoongesprekken. Om een vierdaags verhaal kort te houden: de onderhavige zogenaamde rabbijn bleek niet te bestaan, de advocaat bleek geen advocaat te zijn, zijn vrienden bleken slechts oppervlakkige kennissen en de rabbinale verklaring bleek geen vervalsing, maar een originele verklaring van een ervaren oplichter. Vandaag zal ik de diverse betrokkenen waarschuwen. En bij dezen bied ik ook mijn verontschuldigingen aan aan allen die wel degelijk Joods waren/zijn, maar in eerste instantie door Jacobs-detective niet met open armen werden verwelkomd binnen de Joodse gemeenschap.
In de beginjaren van mijn rabbinale loopbaantje had ik veel contact met overlevenden van de Shoah, speciaal natuurlijk vanwege mijn werkzaamheden in het Sinai Centrum. Die overlevenden bestaan niet meer. Ze zijn bijna allemaal overleden en hebben een graf gekregen. Hun heengaan was uiteraard verdrietig, maar wel natuurlijk. We zijn maar tijdelijk op deze aarde. Zij werden op natuurlijke wijze geboren en mochten ook een natuurlijke dood sterven.
De aandacht die ik aan deze groep mede-Joden mocht besteden, geef ik nu aan ouderen en jongeren die zich ernstige zorgen maken over het huidige anti-Joodse klimaat en mij dan bellen voor advies of steun en vaak alleen maar voor een begripvol luisterend oor.
Een oudere, intelligente vrouw aan de lijn. Ze heeft een advies dat ze met mij wil delen. Zelf behoort ze tot de generatie die is opgegroeid in de schaduw van de oorlog, de Holocaust. Waar zij woont, heeft ze helemaal geen last van antisemitisme. Niemand weet dat ze Joods is, ze heeft geen typisch Joodse naam, geen typisch Joods uiterlijk en vrijwel geen Joodse kennissen. Naar de synagoge gaat ze niet, dus ook daar kan ze niet betrapt worden. Waarom, zo vraagt ze, wordt er geen groep Joodse wetenschappers gevormd die de wereld vertelt welk een enorme bijdrage Joden door de eeuwen heen aan de brede samenleving hebben geleverd? Op het gebied van techniek, medische wetenschap en de farmaceutische industrie. Deze goedwillende Joodse dame, die een politieke carrière op lokaal gebied achter de rug heeft, is kennelijk niet zo goed op de hoogte van hoe diep het venijn van het antisemitisme onze beschaafde Nederlandse samenleving is binnengedrongen en is ernstig bezorgd over de toekomst van haar kinderen en nog meer over die van haar kleinkinderen. ‘Mijn tijd zal het nog wel uitzingen, maar mijn dochter en haar man en mijn vier kleinkinderen…’ En dus is het aan mij om haar te steunen, want daarvoor belt ze me. Waarom is ze nu bezorgd en belde ze niet eerder? Haar dochter is verpleegster in een ziekenhuis en hoorde van een arts-specialist, ook Joods, dat een bepaald medicijn dat voor een bepaalde patiënt genezing zou kunnen betekenen, niet mocht worden aangeschaft omdat het “made in Israel” was…
Ik moet nu stoppen met het schrijven in mijn dagboek. Dadelijk heb ik een afspraak bij de huisarts om mijn oren te laten doorspuiten, hoewel het wellicht gezonder is als ik af en toe wat minder hoor. Daarna een (ernstig) ziekenbezoek, een gesprek met een journaliste uit Israël die mij wil interviewen, dan naar Putten (met een n) voor een solidariteitswandeling en vervolgens naar Portugal voor een paar dagen. Vakantie? Hopelijk ook een beetje, maar de lokale Joodse gemeente en haar rabbijn zitten gezamenlijk in hun maag met twee inwoners die beiden wel of niet net zo Joods zijn als mijn advocaat. Dus mag rabbinaal detective Jacobs in actie komen. Ach, denk ik dan, zo zie ik nog eens wat van de wereld…

Dagboek van de opperrabbijn, 2 augustus 2026

Dagboek van de opperrabbijn, 2 augustus 2026
Als een psychiater zijn cliënt verzoekt om zijn leven aan het papier toe te vertrouwen “opdat hij zijn cliënt beter kan begrijpen”, dan weet ik uit ervaring dat de meeste psychiaters die levensverhalen helemaal niet inzien, maar wel hun patiënten laten schrijven, als therapie. Waarom schrijf ik mijn dagboek, vroeg ik mezelf af: omwille van de lezer of voor mezelf, als therapie? Ik denk dat het bij mij en-en is!
Maar hoe verhoud ik me ten aanzien van boeken die ik aangeboden krijg over onderduik, de geschiedenis van de Joden die in een van de vele kehillot woonden of wonen waarvan bijna niets meer over is, biografieën? Lees ik die boeken? Ik probeer dat zeker te doen om te weten hoe het eens was, ter nagedachtenis aan hen die niet meer zijn en ook uit respect voor de schrijver, ook als het schrijven voor de schrijver ‘slechts’ therapie zou zijn geweest.
Maar er zijn ook boekwerken van soms tientallen pagina’s waarin iemand uitlegt hoe hij weet dat hij/zij Joods is. Die boekwerken moet ik dan doorwroeten om het vermeende Jood-zijn te kunnen aantonen ten behoeve van een door mij uit te geven rabbinale verklaring. ‘Betbetovergrootmoeder was drie keer gehuwd. Uit het tweede of eerste huwelijk was de vader van haar grootvader geboren die Janssen heette, maar eigenlijk Cohen. Die naamswijziging was geheimgehouden, alleen een paar familieleden wisten ervan, maar die familieleden leven inmiddels niet meer. Nou had die vader van die grootvader een zuster en die heeft via de moederslijn een kleindochter in Israël die daar een choepa, Joodse huwelijksinzegening, recentelijk heeft gehad…’ Vaak wordt er in zo’n boekwerk van alles en nog wat bijgesleept dat volkomen niet ter zake doet. Met een drieënvijftig pagina’s tellend epistel ben ik de afgelopen dagen in mijn vrije tijd bezig geweest. Resultaat? Veel te veel vraagtekens, ontbrekende essentiële verklaringen, niet-onderbouwde verhalen en aantoonbare tegenstrijdigheden. Uiteraard kan ik dan geen rabbinale verklaring afgeven… Afhankelijk van de doortastendheid van de wel/niet Joodse man of vrouw, worden dan derden erbij gesleept, rabbijnen uit het buitenland erbij betrokken, bestuurders van elders ingeschakeld.
Recentelijk heeft iemand die drie keer zijn naam had gewijzigd met de hulp van een buitenlandse rabbi en tegen betaling van een aantrekkelijke vergoeding een papiertje van Jood-zijn verkregen. De man, die zichzelf profileerde als een Joodse-Israëliër, terwijl hij geen woord Hebreeuws sprak, zit nu in de bak, met en zonder (mijn) rabbinale verklaring.
En wat vindt u van die mevrouw die over kopieën van buitenlandse notariële documenten beschikte die haar Jood-zijn zouden bewijzen, door velen als rasechte Jodin werd beschouwd, met open armen binnen de Joodse gemeenschap werd ontvangen, totdat de vervalser van de kopie van de notariële akte bij ons rabbinaat kwam opbiechten dat hij had meegewerkt aan de vervalsing…
Gelukkig zijn dit uitzonderingen, maar ze bestaan wel.
Maar waarom zou iemand zich als Jood of Jodin willen uitgeven, als hij of zij dat niet is, wordt mij regelmatig gevraagd. Die vraag mag die psychiater met wie ik dit dagboek begon beantwoorden, dat is niet des rabbijns! Aan ons rabbijnen is het om zorgvuldig en oprecht met deze ingewikkelde kwesties om te gaan. En ter geruststelling: verreweg de meeste ingewikkelde vragen betreffende het Jood-zijn worden opgelost, mede omdat ze niet worden ‘begeleid’ met ellenlange verhalen en boekwerken die meer onduidelijkheid dan duidelijkheid verschaffen.
Donderdagmiddag vond dan de beladen herdenkingsbijeenkomst plaats bij Loods24 en het Kindermonument te Rotterdam in aanwezigheid van Carola Schouten, de burgemeester, en Zvi Aviner Vapni, de ambassadeur van Israël. Beiden waren er, beiden hebben gesproken en beiden weigerden te zwichten voor achterbakse chantage! Hulde aan de organisatie die de waardigheid heeft weten te bewaren, voor een bijzondere plechtigheid heeft gezorgd en bijzonder goed is omgegaan met een aantal schreeuwlelijken die meenden de nagedachtenis van hen die vermoord werden te mogen bezoedelen. Het was een bijzondere plechtigheid met een geweldige opkomst uit alle gelederen van de Nederlands-Joodse gemeenschap.
Een speciaal woord van dank mag hier niet ontbreken voor Jaap Hamburger, voorman van Een Ander (on)Joods Geluid. Ongetwijfeld was het mede dankzij hem dat dit jaar de plechtigheid zo gigantisch veel aandacht kreeg, dat burgemeester Schouten haar ruggengraat heeft kunnen tonen, dat de ambassadeur van Israël een indrukwekkende ovatie kreeg en dat er een zichtbare solidariteit was ontstaan binnen Joods Nederland! Jaap: dankzij jouw beschamende optreden voelden we ons één!
Een gevoel van eenheid heerste er ook vanmiddag, 2 augustus, in de sjoel van Apeldoorn. In de nacht van 1 op 2 augustus, precies vijfentachtig jaar geleden, werd de synagoge aan de Paslaan door Nederlandse NSB’ers in brand gestoken nadat een aantal van de waardevolle ornamenten, waaronder de Menora, eerst was verwijderd om ze voor het NSB-nageslacht te behouden.
‘Beste rabbijn Jacobs, u kunt de kandelaar bij de politie in ontvangst nemen en hem teruggeven aan de synagoge van Apeldoorn. Dankzij ons is hij bewaard gebleven en was hij in goede handen. Hoe die Menora bij ons is gekomen, zal onduidelijk blijven, maar het is wel bekend dat hij al die tijd in Joodse handen was. Wij willen niet op onze leeftijd nog in de belangstelling komen en zullen daarom, ondanks uw aandringen, bij de plechtigheid niet aanwezig zijn. Ik ben Joods, gelijk mijn vader en grootvader, maar vanwege het huidige antisemitische klimaat wil ik hieraan geen bekendheid geven. Uw verzoek om de Menora uit de vergetelheid te halen en terug te geven aan de sjoel van Apeldoorn hebben mijn echtgenote en ik willen honoreren. Het is allemaal heel bijzonder gelopen en we zien er duidelijk de hand van Hashem in…’
Het was een bijzondere bijeenkomst en toonde dat er ook in duisternis zichtbare lichtpunten zijn.

Dagboek van de Opperrabbijn 29 juli 2026

Dagboek van de Opperrabbijn, 29 juli 2026

Vreemde tijden. Gisteravond belde mij De Telegraaf om van mij te horen wat ik vond van “Lang leve 7 oktober”. Uiteraard onacceptabel, maar het verbaast me niet. Ik zal het even uitleggen. Hoewel ik geen profeet ben, kon ik zo’n zestig jaar geleden al de vergrijzing van de huidige samenleving voorspellen. Hoezo? Wel, als de geboortebeperking aan potentiële jonge moeders werd opgedrongen en het bijna asociaal was om kinderen op deze aarde neer te zetten, dan kon ieder weldenkend mens voorzien dat die paar kinderen die wel geboren mochten worden, in een vergrijsde samenleving zouden belanden. Hetzelfde geldt voor Joden en Israël. Door gebrek aan educatie over de Tweede Wereldoorlog, door totale onbekendheid met het fenomeen Joden en door media die iedere vermeende misstap van Israël breed uitmeten, kon het niet anders dan dat dit een voedingsbodem zou worden voor het antisemitisme dat na 5 mei 1945 echt niet uit onze samenleving was verdwenen en nu weelderig onze zo tolerante samenleving heeft vergiftigd. Als ik wil spreken met de ouders van een knaapje dat het zich veroorlooft om mij in het Engels, “from the river…”, na te roepen, dan is het heilige antwoord: privacy! De wet op de privacy is van essentieel belang. We mogen niet verworden tot een communistische samenleving waarin mensen geen mensen mogen zijn, maar pionnen in een groot schaakspel dat door de overheid wordt gespeeld. Maar, beste medelanders, wetten zijn er om de samenleving mogelijk te maken. Als een bepaalde wet de samenleving echter onmogelijk dreigt te maken, dan is de uitvoering wel in overeenstemming met de letter van de wet, maar in tegenspraak met de geest ervan. Als educatie verboden terrein wordt (sorry: is geworden), dan moeten we niet verbaasd zijn dat 7 oktober wellicht ook nog tot een nationale feestdag wordt verheven, want waarom de ene genocide wel aandacht geven en de andere niet… Sic! In fase één werd er herhaaldelijk op gehamerd dat antizionisme vooral gescheiden moest worden van antisemitisme, maar in fase twee, waarin we onszelf reeds bevinden, bestaat de splinterdunne mechietsa, scheidingswand, tussen antizionisme en antisemitisme helemaal niet meer. En dus zou de viering van 7 oktober zomaar kunnen overslaan in een aanval op die paar Nederlandse Joden die nog in ons land woonachtig zijn. Wel een deprimerend dagboek, terwijl ik juist met u het feestje wilde delen dat we gisteren hadden. Achterkleinzoon Ari is zes jaar geworden. En dus: een feestelijke barbecue ten huize van zijn grootouders. Om het verjaardagspartijtje niet al te materialistisch te laten zijn, heeft de jarige ook een aantal goede voornemens op zich genomen en zelfs een korte Dvar Thora, een les uit de Thora, voorgedragen. Geen negatief woord over andersdenkenden, geen geklaag en geen gezeur, respect voor de medemens, iedere medemens, en ervan doordrongen zijn dat er meer is dan eten, drinken en ‘als je maar gelukkig bent’, want geluk is zeer welkom, maar ook niet alles.
Dadelijk een choepa in de sjoel van Nijmegen, maar eerst wil ik uw dagboek klaar hebben en voor spellingscontrole hebben verzonden, om daarna mijn toespraak met u te gaan delen. Ik weet al wat ik ga zeggen, maar als ik dat even met u, mijn trouwe dagboekenier, mag delen, dan zit het uitgewerkt in mijn hoofd en hoef ik dadelijk niet van het papier voor te lezen.
Voordat ik aan die toespraak begin: een mijnheer, die ik niet ken of van wie ik me niet meer herinner hem ooit gesproken te hebben, stuurt me een WhatsApp-geluidsboodschap. Negentien minuten en enige seconden heb ik braaf zitten luisteren. Hij denkt dat hij Joods is via zijn moeder, die moeder na moeder na moeder en dan nog een paar keer verder rechtstreeks van Portugese Joden zou afstammen die rond het jaar 1500 naar Nederland waren gevlucht. Het schijnt dat hij mij hierover eerder had benaderd, evenals een collega. Maar niet ik en niet mijn collega hebben hem kunnen helpen. Gezeur! Maar wat in mijn ogen gezeur is, is voor de zeurder gewoon erg belangrijk. En dus heb ik hem netjes uitgebreid geantwoord en is het nu al enige keren heen en weer gegaan. ‘Heb je niets anders te doen?’, hoor ik u denken. ‘Neen’, is mijn antwoord, ‘ik heb niets anders te doen!’ Juist dit soort simpele figuren met respect behandelen en antwoorden, jezelf er niet te hoog voor voelen, dat heet naastenliefde. Ik heb eens een schrijven gezien van de Lubavitcher Rebbe aan een jongeman die niet bepaald hoogbegaafd was. Hij vroeg de Rebbe wat voor cadeau hij zijn zusje zou geven voor haar verjaardag. De Rebbe had hem uitgebreid geantwoord, een heel A4’tje vol. Uiteindelijk heb ik de schrijver die zich tot mij richtte duidelijk kunnen maken dat hij is wie hij is. Wel Joods, niet-Joods: ‘Je bent een mens en G’d heeft je daar geplaatst waar je moet zijn. Daar ligt je opdracht! Met Chanoeka zal ik weer Nederland doorkruisen; kom naar een van de grote Menora’s en laten we daar even spreken.’ De man die wel/niet Joods is, ziet het weer helemaal zitten en dus heb ik mijn dagelijkse extra mitswa weer mogen doen!
Vandaag is het 15 Aw. Na het dieptepunt van 9 Aw, de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem en het begin van de ballingschap, is vandaag, 15 Aw, juist het tegenovergestelde van 9 Aw. Een heleboel vermeldenswaardige gebeurtenissen hebben zich door de eeuwen heen afgespeeld op deze 15e Aw. Een van die speciale acties, gekoppeld aan 15 Aw, was dat de ongetrouwde meisjes zich allemaal op z’n paasbest (sorry, een niet-Joodse uitdrukking) kleedden in een verwoede poging een partner te vinden. Een soort voorloper van de moderne datingsite. De Talmoed legt uit dat ze allen dezelfde kleding droegen om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Met andere woorden: ze streefden gelijkwaardigheid na. Fantastisch! Maar de Talmoed continueert en geeft aan dat de knappe meisjes de jongens attendeerden op hun schoonheid. Andere meisjes riepen echter dat schoonheid niet het allerbelangrijkste is, maar afkomst, want door afkomst ben je gevormd. Waarop andere meisjes, die misschien niet in aanmerking kwamen voor deelname aan de Miss World-verkiezingen, uitriepen dat Godvrezendheid het allerbelangrijkste is. Direct na deze geschiedenis vertelt de Talmoed hoe een hele kring Tsadiekim, rechtvaardigen, in een kring danste, allen wijzend naar de Eeuwige, die midden in die kring had plaatsgenomen.
Welke les ligt hier voor ons? Allen moeten we een kring vormen, allen dragen we dezelfde kleding, we zijn in essentie allen gelijk en dat moeten we weten en voelen. Maar tegelijk hebben we allen onze eigen capaciteiten: de een heeft afkomst, de ander weet zich van nature erg mooi te presenteren, hij/zij heeft gevoel voor PR en weer een ander is een en al vroomheid; hij/zij heeft nauwelijks tot geen slechte eigenschappen. Diversiteit in gelijkheid! Als we daarvan maar een beetje doordrongen zouden zijn, zou geen mens het in zijn hoofd halen om 7 oktober te gaan vieren!
Mijn wens aan het bruidspaar:
Word één, blijf vooral ook jezelf en ga dansend door het leven!

Dagboek van de opperrabbijn 26 juli 2026

Dagboek van de opperrabbijn, 26 juli 2026

Eigenlijk wilde ik dit dagboek overslaan, maar gezien de honderden en honderden reacties op mijn dagboek van vorige week waarin ik vertelde over mijn bezoek aan het Anne Frank Huis, wilde ik niet verstek laten gaan en een week spijbelen.
Het was donderdag Tisj’a Be’av, de dag waarop de Eerste en Tweede Tempel werden verwoest, de dag waarop door de eeuwen heen veel vervolgingen hebben plaatsgevonden, het begin van de ballingschap. Ingaande deze vastendag was ik in de sjoel van Amersfoort, donderdagochtend in Maastricht en donderdagmiddag in Almere. We hebben inmiddels de zwaarste vastendag van het Joodse jaar overleefd en dus vanaf vrijdag was ik terug naar het normaal. Maar eigenlijk is er niet veel interessants geschied. Vrijdag was het gewone wekelijkse vrijdagprogramma, sjabbat idem en vandaag, zondag, uitstapje met kleinkinderen naar het NEMO Science Museum.
Een van de redenen van de verwoesting van de Tempel was ‘haat zonder reden’, iedere vorm van haat, ook, of misschien wel juist, onderlinge haat. En dus reageer ik hier op een commentaar dat iemand met een duidelijk Portugees Joodse voor- en achternaam heeft geplaatst als reactie op mijn eerder vermelde dagboek. Even ter verduidelijking: ik lees bijna nooit de reacties op mijn dagboeken en ook deze reactie/commentaar had ik dus zelf niet opgemerkt, ware het niet dat een van mijn trouwe dagboekeniers het mij had toegestuurd. Door deze commentator word ik denigrerend een ‘sektarische provincie rabbijn’ genoemd die alles in het werk stelt om zijn, mijn dus, Chabad achtergrond aan derden op te leggen. Er zitten nog meer verwijten in zijn commentaar, maar die ben ik inmiddels vergeten. Beste mijnheer X met de Joods Portugese voor- en achternaam, u mag zondermeer met mij van mening verschillen en ik sta altijd open voor kritiek! En juist daarom: waarom heeft u mij niet gebeld? Bel me alsjeblieft alsnog. Mijn telefoonnummer is makkelijk te vinden! Mocht u niet bij machte zijn om zelf mijn telefoonnummer boven water te krijgen, bel gerust naar Chacham Toledano die daar zeker over beschikt en met wie ik een meer dan goede verstandhouding heb, anders dan u suggereerde.
Komende week staat al op mijn programma: dinsdag een interview met een of ander dagblad i.v.m. het 300-jarig jubileum van de sjoel van Amersfoort, woensdag een choepa en donderdag herdenking Loods24 in Rotterdam met/zonder ambassadeur van Israël, met/zonder burgemeester Carola Schouten, maar zeker wel met mij, juist vanwege de met/zonder bij burgemeester en ambassadeur.
Dat het IPC, Israel Producten Centrum, onder vuur ligt vanwege de import van producten uit de zogenaamde bezette gebieden, was u natuurlijk bekend, maar wat ik vrijdag nog even in elkaar heb geregeld was de volgende brief van EJA, European Jewish Association, aan het IPC, Israël Producten Centrum:
Aan het bestuur van het Israël Producten Centrum
Betreft: steun van de European Jewish Association
Geacht bestuur,
Tot onze verbazing vernamen wij de situatie waarin het Israël Producten Centrum is beland vanwege de verkoop van Israëlische producten.
De aanval op uw organisatie is niet alleen onrechtvaardig en buitenproportioneel, maar draagt er ook toe bij dat het reeds zorgwekkende niveau van antisemitisme in Nederland verder wordt aangewakkerd.
Wij begrijpen niet waarom een conflict in het Midden-Oosten op deze wijze wordt geïmporteerd naar de straten en winkels van Nederland. Toch is dat hier precies wat dreigt te gebeuren.
Nederlandse burgers en ondernemingen mogen niet het doelwit worden van politieke campagnes enkel omdat zij Israëlische producten verkopen of banden met Israël onderhouden. Het kan zeker niet de bedoeling van de Nederlandse Overheid zijn om maatregelen te nemen die in de praktijk leiden tot uitsluiting, stigmatisering of ongelijke behandeling van Israëlische ondernemingen en hun Nederlandse handelspartners.
Daarbij valt de onevenredige aandacht voor Israël sterk op, terwijl ernstige vervolging, onderdrukking en geweld tegen christenen, moslims en andere minderheden in tal van landen nauwelijks dezelfde politieke of maatschappelijke verontwaardiging oproepen. Deze dubbele maatstaf is verontrustend en kan niet los worden gezien van het klimaat waarin Joodse organisaties steeds vaker worden geviseerd.
De European Jewish Association staat achter het Israël Producten Centrum. Wij spreken onze bijzondere waardering uit voor uw vasthoudendheid en moed om onder zware druk uw rechtmatige activiteiten voort te zetten.
Wij vernamen dat u ons voorstel heeft aanvaard om ons, waar juridisch mogelijk, toe te voegen in de procedure tegen de Nederlandse Staat.
Wij zijn verheugd dat u met dit voorstel heeft ingestemd en zijn bereid om samen met u te onderzoeken hoe wij deze zaak juridisch, inhoudelijk en publiekelijk het best kunnen ondersteunen.
U staat niet alleen! Voor iedere vorm van steun die u nodig heeft en die binnen onze mogelijkheden ligt, mag u ten alle tijde een beroep op ons doen.
Wij zullen ons blijven verzetten tegen maatregelen die Israëlische organisaties, Joodse instellingen of hun handelspartners op oneigenlijke gronden uitsluiten, stigmatiseren en/of discrimineren.
Met vastberadenheid en volledige solidariteit,

En dan de handtekening van Rabbi Menachem Margolin, de voorzitter van EJA, van Ellen van Praagh, vicevoorzitter EJA, en van mij als voorzitter van het Committee Combatting Antisemitism. EJA heeft z’n hoofdkwartier in Brussel, waar ik dan ook regelmatig te vinden ben, maar zet zich in voor de EU in z’n geheel. (NB: De stijl van bovenstaand epistel is niet geheel de mijne maar door een Vlaamse collega, die dus denkt Nederlands te spreken (!), opgesteld.)

Toch mooi? Als EJA willen we gewoon tot steun zijn, want ik ben er helaas van overtuigd dat vele organisaties, waaronder ook christelijke, zullen afhaken, want de weg van het wegkijken is eenvoudiger en voorkomt veel boe-geroep, ongewenste negatieve publiciteit en intimidatie!
EJA heeft trouwens ook een schrijven ter ondersteuning doen uitgaan naar de organisatoren van de herdenking Loods24.

Ondertussen schijnt een aanslag op een sjoel in Parijs te zijn voorkomen maar vond er wel een afschuwelijke moordpartij plaats op de Pride Parade in Berlijn. Voor alle duidelijkheid: voor mij is het gezin de hoeksteen van de samenleving en ben ik derhalve geen voorstander van een Pride Parade en van het gedachtengoed dat erachter zit. Maar een aanslag is misdadig en volstrekt onacceptabel. Van mening verschillen mag, maar haten, oproepen tot haat, andersdenkenden vermoorden of zelfs alleen maar onvriendelijk bejegenen omdat ze anders denken of anders zijn: onaanvaardbaar, sic! Duidelijker kan ik het niet verwoorden.

En net voordat ik dit dagboek wil beëindigen bereikt mij het bericht dat op sjabbat de synagoge in Haditch-Oekraïne die bij het graf staat van rabbijn Shneor Zalman (1745-1812) de oprichter van het Chabad-Chassidisme, is afgebrand. Politie vermoedt opzet, maar het onderzoek is nog in volle gang.

Toen we gisteravond om 22:37 uur de sjabbat eindigden wensten we elkaar een shavua-tov, een goede week. Maar inmiddels is het me duidelijk dat de week helaas verre van goed-tov is begonnen…

Dagboek van de Opperrabbijn, 22 juli 2026

Dagboek van de Opperrabbijn, 22 juli 2026

Ik ben net wakker, heb gisteren geen tijd gehad, ik bedoel: “geen tijd gemaakt” om te wandelen, zijnde nog te vroeg voor het ochtendgebed, duik ik mijn computer in om mijn doen en laten van gisteren en eergisteren met u, mijn trouwe dagboekenier, te delen.
Het is vandaag de dag voor Tisj’a Be’av. Vanavond zal de meest donkere vastendag van de Joodse kalender beginnen. Op de negende van de Joodse maand “Menachem Av”, ook wel alleen “Av” genoemd, werden zowel de Eerste als de Tweede Tempel in Jeruzalem vernietigd, het begin van de ballingschap waarin we ons nog steeds bevinden. Ballingschap, vervolging, pogroms, antisemitisme, antizionisme, polarisatie, chaos.
Blouma heeft haar broer uit Australië steeds toegezegd dat als een van zijn kinderen ooit in Israël onder de choepa zal staan, en niet in hun woonplaats Melbourne-Australië, dat we dan zullen komen. En dus zijn we naarstig op zoek naar onbetaalbare tickets om nog voor Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, naar het Heilige Land te vliegen om aanwezig te zijn bij de bruiloft van ons Australische neefje. Het vinden van een ticket naar Israël is vanwege de aankomende Hoge Feestdagen, vanwege de spanningen in het Midden-Oosten, vanwege de per dag stijgende benzineprijzen, een dagvullende bezigheid. En dus was ik de laatste dagen tussen het gewone rabbinale werk door op zoek naar (on)betaalbare tickets. Ik denk dat ik ze bijna heb gevonden! Details en het prijskaartje zal ik u besparen!
Gisteren ontving ik een uitnodiging om mee te lopen met een nieuwe Solidariteitswandeling, namelijk in Sneek, de geboorteplaats van mijn oma, de moeder van mijn vader. Op mijn Solidariteits-wandeling-programma staan nu voor de komende periode: Putten op 6 augustus, Groningen 15 oktober, Dordrecht 8 september, Buren 17 september en zojuist is daarbij gekomen 23 september Sneek.
De Joodse maand waarin we ons nu bevinden heet dus: Menachem Av. Vertaling: troost de Vader. Troost de Vader? Onze Vader moet ons troosten! Kijk om je heen en zie dat de wereld bijna geheel in brand staat. Chaos, oorlogen, doden, slachtoffers, vluchtelingen. Maar ook zijn er bijna overal interne oorlogen die geen enkele voorpagina halen: onderlinge haat en jaloezie, gebaseerd op nagenoeg niets. Een van de oorzaken van de vernietiging van de Tempel was: sinat chinam – haat zonder reden! En dus moeten we keihard werken aan de tegenpool, onbaatzuchtige liefde, om te repareren! Maar wat betekent dat onze Vader getroost moet worden? Ieder mens heeft goede en slechte neigingen, zo heeft de Eeuwige onze G’d ons mensen geschapen. Waarom? Geen idee. Zijn wegen zijn vaak ondoorgrondelijk. Maar we hebben dus in onszelf de strijd tussen goed en kwaad, tussen het G’ddelijke en het dierlijke. En dat goede in ons, het G’ddelijke, moet getroost worden, want maar al te vaak wordt dat G’ddelijke vonkje in ieder van ons meegesleept in de dierlijke en egoïstische wereld, de wereld van sinat-chinam, haat zonder reden. Menachem Av. We smeken de Eeuwige onze G’d om dat zuivere G’ddelijke vonkje in ieder van ons te troosten: Menachem Av.
Maar ondanks de vastendag die vanavond begint en morgenavond, donderdag, na ‘nacht’ zal eindigen, heb ik gisteren een prachtige ervaring en ontmoeting gehad. Ik was uitgenodigd om de vrijwilligers van Boete en Verzoening toe te spreken. Zij zijn momenteel met een groep van zo’n tachtig vrijwilligers bezig op Muiderberg, de begraafplaats van Joodse Gemeente Amsterdam, om grafzerken te herstellen en paden beter begaanbaar te maken. Wat een warmte, wat een steun, wat een onbaatzuchtige liefde voor onze Joodse gemeenschap in een periode waarin het antisemitisme per dag toeneemt. Met gejuich en applaus werd ik welkom geheten. Meer dan aandachtig hebben we gelernd, gediscussieerd, de Eeuwige gedankt voor onze vriendschap. Want het antisemitisme=antizionisme moge dan totaal de verkeerde kant opgaan, we hebben ook vrienden en die mogen en moeten we koesteren!
Interessant was dat zijnde op Muiderberg er ook een paar Halagische (Joods-wettelijke) praktische vragen werden voorgelegd die alles te maken hadden met het onderhoud waarmee onze niet-Joodse vrienden bezig waren.
Toen ik thuiskwam kreeg ik een telefoontje met een Halagische vraag over een begraafplaats in het Zuiden des lands. Een Joodse man die zich geweldig inzet voor het onderhoud van de niet meer in gebruik zijnde begraafplaats, probeert zijn niet-Joodse medeburgers ervan te doordringen dat in deze plaats een bloeiende Joodse Gemeente was. Monumentendag valt op sjabbat. Hij wil de Joodse begraafplaats dan openstellen want de sjabbat inruilen voor de zondag zal niet werken in zijn zwaar-christelijke dorp. En dus de vraag of hij, de enige Joodse inwoner, wellicht toch op sjabbat de Joodse begraafplaats ‘open’ mag houden. Details zijn verder niet interessant en de reden om een sjabbat-openstelling te willen is duidelijk, juist in deze Menachem-Av periode, goodwill kweken bij onze niet-Joodse vrienden. Maar daartegenover staat de vraag: hoeveel water bij de koosjere wijn doet de wijn veranderen in water… Hoe ver moeten we gaan? Hoe ver mogen we gaan? De begraafplaats blijft dicht op sjabbat en de enige Joodse inwoner accepteert en begrijpt het. En ook de niet-Joden zullen het kunnen plaatsen en uiteindelijk zeker respecteren.
Mijn lezing op de parkeerplaats van de Joodse begraafplaats te Muiderberg heeft zeker anderhalf uur geduurd. Er werd aandachtig en geboeid geluisterd, je kon een speld horen vallen, het was doodstil (toepasselijk!). Het was goed dat ik er ben geweest. Voor mij, diezelfde dag, was de voorzitter van de Joodse Gemeente Amsterdam, Sidney Bialystock, ook op bezoek geweest om zijn dankbaarheid te tonen voor de vrijwillige inzet. En na mij, aan het eind van de middag, zou mijn Amsterdamse collega rabbijn Katz nog acte de préséance geven. Ik ben ervan overtuigd dat ook hij Boete en Verzoening heeft toegesproken en zijn dank voor hun inzet heeft kenbaar gemaakt.
Ik ging terug naar huis om vervolgens te worden afgehaald om voor 17:45 uur in de radiostudio van NPO1 te zijn voor Dit is de Dag. Telefonisch was een en ander al voorbesproken, dus ik wist waarover het zou gaan. Het gesprek met mij ging niet over de Merwedebrug en ook niet over de benzineprijzen, maar, u raadt het al: antisemitisme en antizionisme. Kunnen wij Joden nog in Nederland blijven? Kijkt en luistert u zelf. Hier is de link: www.nporadio1.nl/fragmenten/dit-is-de-dag/019f85c0-e726-739d-a1e9-37e74531af9f/2026-07-21-opperrabbijn-binyomin-jacobs-maakt-zich-zorgen-over-toenemend-antisemitisme
Ik wilde nog iets anders delen. Een Joods echtpaar, niet in Nederland woonachtig. Zij wil religieus leven, maar hij wil dat onder geen beding. Er ontstaan spanningen en zij wendde zich tot haar lokale rabbijn. Maar omdat de rabbijn er niet uit schijnt te komen vraagt de rabbijn in een rabbijnen-WhatsAppgroep voor collegiale hulp. Wie kan hem/haar helpen? Meerdere collega’s hebben hem toen naar mij verwezen. Ik heb er dus weer een klusje bij en tegelijkertijd een interessant onderwerp voor mijn volgende dagboek! Wordt vervolgd.

Dagboek van de opperrabbijn, 19 juli 2026

Dagboek van de Opperrabbijn, 19 juli 2026

“Eens zal deze verschrikkelijke oorlog toch wel aflopen, eens zullen wij toch weer mensen en niet alleen Joden zijn.”
Blouma en ik gaan dit jaar niet met vakantie, maar we blijven gewoon thuis en hebben afgesproken om een paar keer per week een ‘uitstapje’ te maken. En dus togen Blouma en ik woensdag naar Amsterdam om een bezoek te brengen aan het Anne Frank Huis. Omdat alleen gaan, zelfs alleen met z’n tweeën, niet zo gezellig is, gingen we samen met Rianne, Rianne Letschert, onze minister van OCW, die haar eerste vakantiedag wilde gebruiken om meer te begrijpen van ons Joden, van de geschiedenis die we met ons meedragen, onze onderliggende verbondenheid en onze verbintenis met Israël.
Mijn ogen vielen bij binnenkomst in het Anne Frank Huis op een op de muur geschreven tekst: “Eens zal deze verschrikkelijke oorlog toch wel aflopen, eens zullen wij toch weer mensen en niet alleen Joden zijn.” Ik vroeg me af of dat “eens” dat Anne Frank op 11 april 1944 in haar dagboek schreef al is aangebroken, of worden we momenteel juist meer en meer Joden en steeds minder en minder mensen?
Zien de duizenden en duizenden bezoekers alleen de geschiedenis van Anne Frank als iets uit een gepasseerd verleden, of zijn ze bereid de actualiteit van Anne Frank heden ten dage te zien? Het kwam voor mij erg dichtbij. Mevrouw Kuperus, de directrice van de zesde openbare lagere montessorischool in de Niersstraat, was mijn juffrouw, maar zij was ook de juf van Anne Frank, totdat Anne Frank niet meer naar de gewone school mocht, maar naar de Joodse school moest gaan.
Anne, haar ouders en haar zus waren vluchtelingen uit Duitsland die nooit de Nederlandse nationaliteit kregen en dus stateloos waren, net zoals de ouders van Blouma. Wat betekende dat? Toen Otto Frank, de vader van Anne, aanvoelde dat nazi-Duitsland Nederland zou binnenvallen, probeerde hij voor zijn gezin visa te krijgen om naar een ander land te vluchten. Maar geen land gaf een visum aan een stateloze burger, met als direct gevolg dat de familie Frank moest onderduiken in het beroemde Achterhuis om vervolgens, waarschijnlijk na verraad, in de hel van de concentratiekampen te belanden met voor allen, behalve Otto, de dood tot gevolg.
We kregen een indrukwekkende rondleiding van Ronald Leopold, de algemeen directeur himself. Ik ben mezelf nog aan het afvragen of we die VIP-rondleiding, want dat was het, kregen vanwege de minister, of vanwege mijn Blouma, of vanwege mijn opperrabbinale titel…
Na het Anne Frank Huis spoedden we ons richting de Portugese Synagoge, de Snoge, alwaar we werden ontvangen door Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier, die ons buiten voor de ingang opwachtte. Het was zijn idee om mij aan het prille begin van corona te vragen vijf keer per week een dagboek te schrijven, met de bedoeling om die dagboeken dan te zijner tijd voor een tentoonstelling te gebruiken.
Corona verdween, de tentoonstelling is allang geweest, maar mijn dagboek bleef, inmiddels wel met een gereduceerde frequentie, nog maar twee keer per week, maar bleef! Dit dagboek is het 762e! Bij de duizend zal ik trakteren en gaan we hopelijk een feestje bouwen.
Na woensdagmiddag de uitgebreide ontmoeting met ‘mijn’ minister van OCW, Rianne Letschert, met de directeur van het Anne Frank Huis en met de directeur van het Joods Cultureel Kwartier, hadden we donderdagmiddag de voormalige Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, NCTV, Pieter-Jaap Aalbersberg, met echtgenote bij ons thuis op bezoek. Het is adembenemend te zien hoe deze topper-politieagent van alle markten thuis is. Je kunt het zo gek niet verzinnen of hij weet ervan, is er geweest of heeft er een mening over. Het is jammer dat hij als NCTV met pensioen is gegaan, maar ik ben ervan overtuigd dat hij, gelijk Heintje Davids, toch weer ergens terugkomt. Geprolongeerd wegens succes!
Succes! Hoe meten we succes en moet succes überhaupt gemeten worden? Mijn dagboek is een onverwacht en eclatant succes vanwege de duizenden en duizenden die het lezen. Maar, kun je jezelf afvragen, drukt succes zich uit in kwantiteit?
In de regel beantwoord ik iedere e-mail die me bereikt, met dien verstande dat ik geen vragen beantwoord die niet op mijn terrein liggen. Uitleg: het Jodendom is gebaseerd op de Schriftelijke Leer, Tenach-Oude Testament, en de Mondelinge Leer, de Talmoed. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en op de berg Sinai door G’d aan Mozes gegeven.
Het christendom (er)kent de Mondelinge Leer niet. Als mij dus vanuit het christelijk denken een vraag wordt voorgelegd en het antwoord bevindt zich in de Mondelinge Leer, dan verwijs ik de vraagsteller naar zijn of haar dominee. Het is niet aan mij om een christelijke vraag, die het Jodendom niet heeft vanwege de parallel lopende Mondelinge Leer, te beantwoorden.
Waarom ik dit hier te berde breng? Dagelijks bereiken mij vragen die des dominees zijn en die ik dus niet kan, maar vooral ook niet wil beantwoorden. Ook een Joodse schoenmaker moet zich bij zijn Joodse leest houden!
Meer dan andere jaren heb ik het gevoel dat we in de Negen Dagen zijn, dagen van treur vanwege Jodenhaat en vervolging. Aanstaande woensdagavond begint Tisj’a Be’av, de negende van de maand Menachem Av, de dag waarop zowel de Eerste als de Tweede Tempel werden verwoest en de ballingschap, waarin we ons nog steeds bevinden, een feit was geworden.
Ik hoor en zie dat meer en meer Joden van mij een rabbinale verklaring willen hebben om hun Jood-zijn te kunnen bewijzen, opdat ze naar Israël kunnen uitwijken en daar onder de Wet op de Terugkeer makkelijker kunnen binnenkomen.
Het was gisteren “zwarte sjabbat”, de sjabbat voor 9 Aw. In de Joodse mystiek wordt gebracht dat juist op deze “zwarte sjabbat” de Derde Tempel, die zal verrijzen met de komst van de Mosjiach, zich als in een droom van hoop zal tonen.
Ja, zeker heb ik nagedacht over de Derde Tempel in Jeruzalem en voelde ik het diepe verlangen naar de ultieme sjalom voor alle bewoners van G’ds aarde, terwijl we ons omringd weten met een steeds maar groeiende Jodenhaat, ook gewoon hier in ons eigen Nederland.
Maar juist in die diepe duisternis moeten we ook oog hebben voor lichtpunten: het groeiende aantal wekelijkse en maandelijkse Solidariteitswandelingen, de vele blijken van medeleven die me per e-mail en WhatsApp bereiken, het ‘sjalom-goede morgen’ op straat, ook af en toe van een nieuwe Nederlander, een ministerieel bezoek aan het Anne Frank Huis.
We hebben gisteravond na afloop van de sjabbat Havdala gemaakt, afscheid genomen van de sjabbat. De nieuwe week is begonnen en ik heb me voorgenomen om dadelijk, op de eerste dag van de nieuwe week, op ziekenbezoek te gaan om anderen tot licht te zijn.

Dagboek van de Opperrabbijn, 15 juli 2026

Dagboek van de Opperrabbijn, 15 juli 2026
Ik ben vanochtend nogal filosofisch bezig en vroeg mezelf af waarom ik zo fanatiek aan het dagboekschrijven ben.
Vorige week vierde onze schoonzoon, rabbijn Moshe Stiefel uit Almere, zijn verjaardag. Geen taart met kaarsjes, geen feestelijke slingers, maar een zogenaamde farbrengen. Er wordt een beetje lechajim gezegd (Joden zeggen vaak lechajim, maar zijn kleine drinkers!), de jarige draagt een chassidische verhandeling voor, ieder die iets wil zeggen, doet dat. Moshe had een paar goede voornemens op zich genomen voor het komende jaar en riep alle aanwezigen op om ook iets goeds voor te nemen. Ik heb op me genomen om speciale aandacht te besteden aan in mijn optiek zinloze gesprekken. Want wat voor mij zinloos moge lijken, kan voor de ander juist heel zinvol zijn. En terwijl ik deze woorden begon te typen, zag ik dat iemand mij belde, maar ik nam te laat op. En dus heb ik, want zo zit ik in mekaar, teruggebeld. Geen idee wie ik aan de andere kant van de lijn zou krijgen en, ik beken, na een telefoongesprek van vierendertig minuten, wist ik dat nog steeds niet. De beller was net teruggekomen van een vakantie naar Budapest. Hij had daar monumenten gezien, vele oude synagogen en sprak herhaaldelijk over de herbouw van de Tempel in Jeruzalem, hetgeen een passend onderwerp is in deze Drie Weken die begonnen met een bres in de muren van Jeruzalem en eindigden met de verwoesting van de Tempel, het begin van de ballingschap. Beller heeft me uitgebreid onderhouden over diverse bouwwerken, zijn inzicht in het Einde der Tijden en was nogal teleurgesteld in de aandacht die zijn werkgever hem gaf na ontslag, om over de uitkeringsinstanties maar te zwijgen. Hij excuseerde zich uitgebreid dat hij op vakantie was gegaan naar Budapest en niet naar Jeruzalem en beloofde me om volgend jaar wel naar Israël te gaan ongeacht of er wel of niet sprake is van oorlog. Toen ik hem na ongeveer tien minuten vroeg of hij Joods was, was zijn reactie een duidelijke en ietwat geïrriteerde: hij was Rooms-katholiek, had bij een eerder bezoek aan Rome ook een gesprek met de Paus gehad en wil absoluut geen Jood bekeren, maar wel wilde hij katholieken vertrouwd maken met de sjabbat als G’ds rustdag in plaats van de zondag… Ik heb hem nauwelijks tot niet onderbroken, wel tot drie keer toe gevraagd wat precies zijn vraag aan mij is en uiteindelijk heeft hij ons telefoongesprek afgebroken en mij bedankt voor mijn goede advies! Dat advies was overigens gratis en mijzelf niet bekend!
Gisteren had ik een gesprek met een advocaat. Dat gesprek zal voor mij winstgevend zijn, ik kan verder, nadat ik meende vast te zitten. Daarentegen had het gesprek met mijn beller, het luisteren naar een man met een ietwat afwijkend gedrag, voor mij totaal niets opgeleverd. Voor hem echter was mijn bereidheid om naar hem te luisteren, naar al zijn onsamenhangende onzin, hoogst waarschijnlijk waardevoller dan het gesprek dat ik met mijn advocaat mocht hebben en waarvoor ik ook nog eens een flinke mep geld moest neertellen.
Maandag, eergisteren dus, was een overbezette dag. Een gesprek met mijn bank, een gesprek bij Christenen voor Israël met de directeur van Colel Chabad, een organisatie die zich bezighoudt met het helpen van mede-Joden en mede-niet-Joden in Israël, zowel fysiek als geestelijk. Ook nog, bij mij thuis, gesproken en meegedacht met het bestuur van Joods Erfgoed over “met niet meer in gebruik zijnde synagogen en hun huidige functie en synagogen die weliswaar nog wekelijkse diensten hebben, maar waar de Joodse Gemeente niet meer bij machte is om hun vaak monumentale gebouw(en) te onderhouden.” Hoewel er weinig is binnen de Mediene waarvan ik het bestaan niet weet, ben je nooit te oud om te lernen. En zo leerde ik van het bestaan van SyNeOn, de vereniging van synagogen en voormalige synagogen in Noord en Oost-Nederland.
En toen, ’s avonds, op naar Dalfsen waar ook een voormalige synagoge staat, lid van SyNeOn.
Met de toename van het antisemitisme=antizionisme schieten de solidariteits-wandelingen als paddenstoelen uit de grond: Amersfoort, Apeldoorn, Elburg, Zwolle, Leeuwarden, Buuren, Utrecht, Dordrecht, Drachten, Rotterdam, Dalfsen…De meesten lopen eens per maand en ik probeer op z’n minst eens per jaar van de lokale wandel-partij te zijn. Er wordt verzameld bij het Stad- of Gemeentehuis om vervolgens een half uur later bij de synagoge te eindigen. En daartussen toespraken, stilstaan bij Stolpersteine die onderweg opduiken, gebed. Het verloop is vredig, vraagt aandacht voor de haat tegen Joodse medeburgers, is a- politiek en vlagvertoon en/of het scanderen van leuzen is niet aan de orde.
Ook Dalfsen werd recentelijk gezegend met zo’n Solidariteitswandeling. Helaas dook er voor de wandeling, waarin ook ik zou participeren, een probleem op. Omdat vorige keer de wandeling met een plensbui eindigde, had het organiserend comité toestemming gevraagd bij het bestuur van de Voormalige-Synagoge om binnen een kop koffie te mogen drinken tijdens de napraat. Daar zou dan een groepsfoto gemaakt worden, er zou gezongen worden en ik zou de meelopers toespreken. Maar toen, daags voor de wandeling, ontving ik een whatsapp: “Omdat opperrabbijn Jacobs een prominent persoon is, is het voor de beeldvorming niet wenselijk als hij een toespraak houdt.” Wat speelt hier, vroeg ik me geschrokken af? Het bestuur van de Voormalige-Synagoge was bevreesd voor beeldvorming (!?). Omdat antisemitisme kennelijk toch gelijk is aan antizionisme, hetwelk door tegenstanders van de Staat Israël steeds hardnekkig werd ontkend, zou de beeldvorming kunnen ontstaan dat het bestuur van de voormalige synagoge voorstander is van Netanyahu, hetgeen kennelijk erg onwenselijk is. Gelukkig, na interventie van goedwillenden, kwam er toch een schoorvoetende toestemming en stond de Voormalige-Synagoge toch nog open voor niet-joden die ons Joden steunen in de strijd tegen het antisemitische venijn. Maar toch gingen de Solidariteits-Wandelaars de sjoel niet binnen, want ze weigerden aan de voorwaarden van het bestuur te voldoen! Geen vlaggen, was geen probleem; geen pro-Israel-leuzen, was een vanzelfsprekendheid; geen foto’s, desnoods; maar dat de opperrabbijn niet welkom was en niet mocht spreken, was net een Joodse-brug te ver! Juist omdat het een Voormalige-Synagoge betreft, werd er verwacht dat het bestuur zich schaart achter initiatieven die gericht zijn op de bestrijding van antisemitisme. De synagoge is inderdaad geen synagoge meer, maar was dat wel. Meer dan honderd deelnemers kwamen opdagen. Er werd gesproken, gezongen, gebeden en zelfs gedanst. De deelnemers bleven uiteindelijk buiten vóór de sjoeldeur, maar hun roep om sjalom en ook de woorden van de rabbijn die niet mocht spreken kwamen bij alle toehoorders overduidelijk binnen.

dagboek van de opperrabbijn , 12 juli 2026

Dagboek van de opperrabbijn 12 juli 2026
Ik zou bijna vergeten dat het gisteren een gewone reguliere sjabbat was met sjoeldienst, kiddoesj na afloop en dat ik vrijdagmiddag met Blouma aanwezig was bij de receptie van het huwelijk van een van de zonen van Roger van Oordt, de honorair-consul van Israël. Wat een warmte, letterlijk en figuurlijk. Alle aanwezigen, en dat waren er nogal wat, vrienden van Israël.
Maar ik was nog nauwelijks thuis of ik zag een bericht van de Oorlogsgravenstichting. Even een uitlegje: ik zit in de Adviesraad van de Oorlogsgravenstichting die zich bezighoudt met het beheer van de meer dan zestigduizend oorlogsgraven die ons land telt, in Nederland, Indonesië en nog vele ander landen waar ons leger gedurende de Tweede Wereldoorlog heeft vertoefd. Ook huidige gesneuvelden krijgen een graf op een van de erevelden. Vorige week hadden we een vergadering van de Stichting en, waarom weet ik niet meer, heb ik toen kenbaar gemaakt dat oorlog van geen kant zwart-wit is en dat het onacceptabel is dat Nederland juicht als een Russische tank ontploft en we intens verdrietig zijn als een Oekraïense tank wordt uitgeschakeld. We gaan er even aan voorbij dat de bemanning in de Russische tank ook gewone mensen zijn, vaders, zonen, echtgenoten die in die tanks zijn gedumpt en geen kant op konden. In Leusden is een Russisch ereveld. Daar liggen soldaten van de voormalige Sovjet-Unie die hun leven gaven om onze ouders te bevrijden. Maar omdat Rusland de agressor is in de oorlog met Oekraïne en Nederland ongenuanceerd achter Oekraïne staat, is het niet (meer) netjes om eer te betonen aan onze bevrijders die daar hun laatste rustplaats hebben gevonden.
Waarom ik dit ter sprake bracht in de vergadering weet ik niet meer, maar na de huwelijksreceptie zag ik een appje van de Oorlogsgravenstichting met de mededeling dat op het Sovjet Ereveld in Leusden zo’n 150 graven waren beklad. Met rode verf waren in de nacht van donderdag op vrijdag verschillende leuzen op de grafstenen aangebracht, gericht tegen de Oekraïense en Russische president en de islam. Omdat dit even bij hoge uitzondering niets met Joden te maken had, heb ik me naar Rusthof gespoed om daarmee aan te geven dat dit soort acties voor mij, en voor de Joods Gemeenschap, onaanvaardbaar zijn, ook als het woord antisemitisme hierbij geheel niet aan de orde is. Hoewel de meeste media al waren vertrokken, kon ik nog net een interviewtje afgeven aan Hart voor Holland om mijn demonstratieve aanwezigheid voor het voetlicht te krijgen.
Dat neemt niet weg dat de strijd tegen antisemitisme en antizionisme het meest van mijn (vrije) tijd vergt. Binnen dat kader loop ik waar mogelijk mee met Solidariteitswandelingen. De Solidariteitswandeling is ontstaan na de beruchte 7 oktober. Een groepje niet-joden besloot om iedere donderdagavond te lopen van het Amersfoortse Stadhuis naar de synagoge. Zonder vlaggen, zonder leuzen, maar in stilte en gebed met als enig doel: solidariteit met ons Joden en dus tegen Jodenhaat. Dit initiatief is inmiddels overgenomen door Buren, Utrecht, Rotterdam. Dordrecht, Elburg, Zwolle, Apeldoorn en Dalfsen. Mijn streven is om minstens een keer met een van deze wandelingen mee te lopen en hiermee onze dankbaarheid te tonen aan onze vrienden voor hun belangeloze inzet. Mijn deelname wordt dan meegenomen op de flyer en dat levert dan gewoonlijk extra publiciteit en dus extra meelopers.
Morgenavond, maandag, loop ik mee in Dalfsen en mocht u morgenavond helemaal niets te doen hebben en bent u benieuwd naar Dalfsen, schroom niet om mee te wandelen. Dalfsen is een mooi plaatsje! Maar, geheel onverwacht, dook er een probleempje op. De wandeling start bij het Gemeentehuis en eindigt voor de voormalige synagoge. Daar wordt dan, althans zo verging het de eerdere wandelingen, een groepsfoto gemaakt en als ik meeloop houd ik dan ook een korte toespraak. Maar dat schijnt nu een probleem te worden want zojuist ontving ik een whatsapp met de volgende tekst: “Omdat opperrabbijn Jacobs een prominent persoon is, is het voor de beeldvorming niet wenselijk als hij een toespraak houdt.” Wat speelt hier? Op de website van de voormalige synagoge Dalfsen lezen we dat “naast de verhuur voor tentoonstellingen, kan de ruimte voor allerlei activiteiten worden gehuurd.” En dus heeft het comité zich gewend tot het bestuur van de voormalige synagoge met de vraag of ze na afloop van de Solidariteitswandeling tegen betaling in de synagoge bijeen mogen komen om na te praten onder het genot van een kop koffie. Dat verzoek werd echter afgewezen omdat het bestuur tegen de politiek van Netanyahu is. Uiteraard mag het bestuur van de voormalige synagoge die politieke mening hebben, maar de Solidariteitswandeling gaat over solidariteit met de Nederlands Joodse gemeenschap die wordt geconfronteerd met Jodenhaat. Wellicht dat ook een aantal of misschien wel alle Solidariteitswandelaars ook tegen Netanyahu zijn! Na heen en weer gesprekken en e-mails is er uiteindelijk toch toestemming gekomen en mag er na afloop in de voormalige synagoge een afsluitende ontmoeting plaatsvinden. Maar: Jacobs mag niet spreken in de voormalige synagoge en ook niet tijdens de wandeling! Maar er zijn nog meer voorwaarden, leest u zelf: “Ook in onze ogen is (toenemend) antisemitisme helaas een feit en geen kwestie van beeldvorming. Wij gaan er dus ook vanuit dat de solidariteitswandeling bedoeld is om solidariteit te betuigen met het Joodse volk en gericht is tegen antisemitisme en niet tegen beeldvorming hierover. Wij zijn bereid de voormalige synagoge te verhuren voor een bijeenkomst na afloop van deze wandeling. U stelt terecht dat u de vrijheid heeft om op de openbare weg de uitlatingen te doen die u wilt met middelen die binnen de wet zijn toegestaan. Daar heeft de voormalige synagoge niets over te zeggen. Wij zien dat de bedoeling van de wandeling niet is een standpunt uit te dragen over de politiek van de regering van Israël. Wij vrezen alleen, dat als de Israëlische vlag of vergelijkbare middelen meegedragen zouden worden, dat dat door de buitenwereld gemakkelijk kan worden opgevat als steunbetuiging aan de regering van Israël. Onbedoeld zou dan beeldvorming kunnen ontstaan. Met die beeldvorming wil de voormalige synagoge niet in verband gebracht worden…Wij begrepen tijdens het gesprek dat u niet van plan bent vlaggen e.d. mee te dragen…Ook hebben we begrepen dat bij wandelingen als deze geen foto’s gemaakt worden. Misschien hebben wij dat laatste niet helemaal goed begrepen. Het gaat ons er niet om dat geen foto’s gemaakt zouden mogen worden, maar ook voor foto’s geldt dat ze, als ze naar buiten gebracht worden, onbedoeld kunnen leiden tot ongewenste beeldvorming…We hebben ingestemd met verhuur omdat we aannemen dat u bereid bent onbedoelde beeldvorming zoveel mogelijk te voorkomen”, aldus las ik in een email van het bestuur van de voormalige synagoge Dalfsen aan het organiserend comité Solidariteitswandeling Dalfsen. Kort samengevat: de ruimte mag gehuurd worden maar dan wel op voorwaarde van geen vlaggen, geen leuzen, geen foto’s om beeldvorming te voorkomen.
Welke beeldvorming? Dat antizionisme gelijk is aan antisemitisme? Of dat antisemitisme gelijk is aan antizionisme? Of dat er geen verband bestaat tussen de twee? En door de solidariteitswandeling zal het niet bestaande verband juist gecreëerd worden? En ik mag dan geen toespraak houden om beeldvorming te voorkomen? Terwijl ik keer op keer blijf benadrukken dat er bruggen gebouwd moeten worden, dat in de Tweede Wereldoorlog niet alleen zes miljoen Joden zijn vermoord maar meer dan vierenvijftig miljoen medemensen zijn omgekomen en dat er veel te weinig aandacht is in de media voor de vervolging van Christenen en de vervolging van Moslims! En daarom heb ik me naar het Russische Ereveld gehaast waar de leuzen niet tegen Joden waren, zelfs niet tegen Israël, maar wel tegen de Koran. Mocht u mijn dagboek nog op tijd lezen: maandagavond 13 juli, 20:00 uur, Dalfsen Gemeentehuis. Na afloop groepsfoto voor de voormalige synagoge, zonder koffie en met toespraak van Jacobs.

Dagboek van de Opperrabbijn, 8 juli 2026

Dagboek van de Opperrabbijn, 8 juli 2026

Het zal wel psychisch zijn, maar vanaf 17 Tammoez tot en met 9 Menachem Av, de zogenaamde Drie Weken, voel ik me altijd in een dip en naarmate de dagen vorderen en we dichter komen bij 9 Aw, de dag waarop zowel de eerste als de tweede Tempel in Jeruzalem werden verwoest, wordt die dip dipper en dipper. Galoeth, de Ballingschap, waarin we ons nog steeds bevinden, bijna uitzichtloos. “Bijna?” Er komt geen eind aan! Dat eind zal er natuurlijk wel aankomen, want het is een van de geloofspunten van Maimonides dat we geloofden, geloven en blijven geloven in de komst van de Mosjiach. Maar weet u, ik geloof het natuurlijk, maar omdat geloof hoger staat dan begrijpen, moet ik het met volle overtuiging aanvaarden. Maar het is soms wel lastig. Neem nou een gewoon benzinestation. Was het tien jaar geleden denkbaar dat daar boven onze driekleur bovenaan op een hoge paal ook een vlag zou kunnen wapperen die, nu druk ik me genuanceerd uit, het tegenovergestelde van sjalom verkondigt? Gelukkig waaide het niet, het was volkomen windstil, zelfs geen briesje, waardoor die misplaatste vlag een beetje triest maar nagenoeg onzichtbaar daar hoog in die paal voor joker hing. Bij navraag wist van het personeel niemand hoe die vlag daar was gekomen, maar er werd wel van uitgegaan dat ‘mensen’ hem hadden opgehangen. Hoe weet ik zo zeker dat ‘mensen’ dat hadden gedaan? Omdat een actief lid van de Joodse Gemeente, vermoedelijk met keppeltje op en tsietsiet (schouwdraden) zichtbaar uit z’n broek hangend, gewoon even binnen is gaan vragen bij de medewerkers wie die vlag had opgehangen. En kijk, ze gaven duidelijk aan dat het geen initiatief van het bedrijf of van medewerkers was, maar ze dachten wel dat “mensen” erachter zaten. “Mensen”, was het duidelijke antwoord. In ieder geval was geen van de medewerkers zich van enig kwaad bewust en zagen er dan ook niet erg geschokt uit. Het Joodse gemeentelid heeft zich toen gewend tot het bedrijf, de benzinebaas zullen we hem of haar maar even noemen, en toen was er in een mum van tijd de volgende duidelijke en verheugende reactie:
“Hartelijk dank voor uw bericht en voor het kenbaar maken van uw bezorgdheid over de situatie bij onze locatie aan de …weg in Dinges. Wij nemen uw feedback uiterst serieus. Onze tankstations en winkels zijn neutrale plekken waar iedereen zich welkom moet voelen. Het uiten van politieke of maatschappelijke standpunten past inderdaad niet binnen de kernwaarden van onze organisatie en de visie die wij uitdragen naar onze consumenten. De situatie die u beschrijft is vanmorgen ook direct door de locatieverantwoordelijke ter plekke geconstateerd. De bewuste vlag is toen uiteraard direct door ons verwijderd. Naar aanleiding van uw bericht hebben wij zojuist nogmaals een extra controle uitgevoerd op het terrein en alles is momenteel volledig in orde. Om herhaling in de toekomst te voorkomen, hebben wij ons team ter plaatse geïnstrueerd om extra alert te zijn op ongewenste uitingen of objecten van derden op ons terrein. Mocht zoiets onverhoopt toch weer voorvallen, dan zullen wij hier direct tegen optreden en de objecten onmiddellijk weghalen. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zien u in de toekomst graag weer als klant op onze locatie. Met vriendelijke groeten, Cordialement, Kind Regards, Customer Care…”. Goed optreden van het lid der Joodse Gemeente en gelukkig een duidelijk antwoord. Omdat mijn broodheren op wier sites ik mijn dagboeken mag publiceren geen reclame toelaten, wil ik me verder niet uitlaten over het benzinemerk. Maar: als u erg graag wil weten welk benzinemerk dit betreft kan ik u mededelen dat jaren geleden bij hetzelfde benzinestation bewust op mij is ingereden. Gezien ik echter nogal alert ben en het dus zag aankomen, ben ik de dans (lees: auto) tijdig ontsprongen. Overigens is het benzinemerk van toen niet meer het benzinemerk van nu. Maar nog een puntje. Als ik het merk hier vermeld dan zullen, naar ik vermoed, meer pro-Israël mensen hier gaan tanken, maar ik weet zeker dat het aantal anti-Israëlklanten dit pompstation en wellicht het hele merk zullen gaan mijden en mijn vermoeden geeft me aan dat de anti-groep kwantitatief de pro-groep overstijgt. En gezien ik dit benzinemerk geen schade wil berokkenen…
Maar te midden van de nare trieste drie weken met de negen dagen en de negende Aw waarop de Tempels in Jeruzalem werden verwoest, waren bijna tweehonderd Joodse kinderen bijeengekomen voor twee weken Chabad Zomer Dagkamp. Geweldig toch! Am Jisrael Chaj. En terwijl ik dit positieve schrijf komen er via WhatsApp twee mooie berichten binnen. Een van een zieke die zojuist goede bloeduitslagen heeft gekregen en de duisternis nu met die uitslagen veel lichter is geworden. En, piep, een ander laat me weten dat zijn vader toch besloten heeft om zijn belangrijke inzet voor Joods Nederland niet te gaan afbouwen, maar dat hij, hoewel hij zich al geweldig inzet, zijn inzet gaat vergroten. Licht in duisternis en zie: ik voel me meteen al een stuk beter. En natuurlijk was het prachtig om te zien hoe Taiby Camissar, ondanks haar niet bepaald hoge postuur, gedreven als ze is de hele groep bijeen weet te houden. Kinderen, madrichiem en madrichot en zelfs de Jiddische (vaak overbezorgde) ouders. Trouwens de lernafdeling onder leiding van mijn aangetrouwde kleinzoon Oshi Kluwgant deed het ook fantastisch. Ik mocht de eerste sjioer geven en heb de jongens erop geattendeerd dat ze steeds moeten weten dat er naar hen wordt gekeken, naar wie ze zijn, hoe ze zich gedragen. Ieder van hen heeft dus een voorbeeldfunctie en dient dat steeds te beseffen, zelfs tijdens kanoën. Een rabbijn mag niet met een vlek op z’n kleren lopen, zo lernt ons de Sjoelchan Aroeg, het Joodse Wetboek. Maar vlekken hoeven niet per se alleen vieze plekken te zijn. Ook vlekken in gedrag worden hiermee bedoeld. En natuurlijk geldt dit niet alleen voor een rabbijn, want iedere Jood wordt vaak door de niet-Joodse omgeving als een rabbijn beschouwd, zelfs als ze nog heel jong zijn. En die niet-Joden die heus wel weten dat niet alle Joden rabbijn zijn (ik moet er trouwens niet aan denken!), die niet-Joden zullen niet over een vlekje vallen, ze hebben er waarschijnlijk geen oog voor en doen zeker niet aan het generaliseren van Joden, want zij weten dat ook Joden net gewone mensen kunnen zijn.
Mijn dip-toestand verdwijnt al schrijvend, en dat is maar goed ook, want hoewel depressiviteit, jezelf in de put trekken, geen officiële overtreding is, brengt het tot de grootste overtredingen, gelijk het mikwa (voor heren) geen mitswa is, maar brengt tot de grootste mitswoth. Kleren maken de mens en dus is het tegenovergestelde ook waar. Zonder kleren, omringd door water, voel je jezelf een niets en weet je dat je een taak hebt op deze wereld, zelfs of misschien wel juist in de duisternis van de ballingschap.