Vandaag stond geheel bij mij in het teken van de “de Kindertransporten”. Leest u mijn toespraak:
Toespraak 4 juni 2023 Herdenking Kindertransporten Vught
Als ik me voorbereid voor een toespraak probeer ik me te verdiepen in het onderwerp, de gebeurtenis of de mijlpaal. Ik ga niet zitten voorbereiden op zoek naar teksten, maar ik laat mezelf als het ware wegdromen.
Het kenmerk van dromen is dat onmogelijkheden mogelijk worden. Dat kan soms heel mooi zijn.
We zijn hier bijeen vanwege de zogenaamde Kindertransporten van tachtig jaar geleden. De kinderen zouden naar elders worden gebracht, naar speciale kinderkampen, dat klonk erg mooi en zelfs bemoedigend! Tachtig jaar geleden…
Ik ging op zoek naar de betekenis van tachtig: In het vijfde hoofdstuk van de Spreuken der Vaderen, een van onze Heilige Geschriften, leren wij dat een kind van vijf jaar begint met het leren van de Thora, als het kind tien jaar is wordt er begonnen met de studie van de Misjna, de Mondelinge Leer, op z’n dertiende wordt hij bar-mitswa en daarna volgen nog meer leeftijden die mijlpalen zijn in het menselijk leven, zoals de choepa, het huwelijk, tot ik belandde bij tachtig: “בן שמונים לגבורה – tachtig is de leeftijd der sterken.”
Toen ik zo-even, zoals ieder jaar, vanaf het herinneringscentrum naar het Kindermonument liep werden door kinderen van nu de namen voorgelezen van de kinderen van toen.
Als de kinderen, die de namen lazen, toen zouden hebben geleefd, Joods zouden zijn geweest en hier gevangen zouden hebben gezeten, dan hadden zij vandaag hier geen haag gevormd, maar dan zouden ook hun namen op dit monument hebben gestaan.
Als de Kindertransporten niet zouden hebben plaatsgevonden, dan zouden de kinderen van de Kindertransporten de opa’s oma’s zijn geweest van de jeugd van nu…
Als er toen geen Kindertransporten zouden zijn geweest, dan waren onze kinderen allen de leeftijd der sterken al gepasseerd. Sommigen zouden de tachtig niet gehaald hebben, anderen waren wellicht de tachtig royaal gepasseerd…
En dus vroeg ik mij al dromend af: moeten we nog wel herdenken? Geen mens heeft toch immers het eeuwige leven! Ook onze kinderen van de Kindertransporten zouden dat niet gehad hebben…
En hebben zij, de kinderen van de Kindertransporten, ons herdenken eigenlijk nog wel nodig?
Waar waren wij, Nederlanders, toen ze ons zeker wel nodig hadden? Heeft Nederland voldoende pogingen ondernomen om de brute moord te voorkomen en/of te verhinderen?
En heeft Nederland voldoende gedaan, na de oorlog, om die paar kinderen die overleefden te steunen en op te vangen? En überhaupt waren zij die uit de hel van de vernietigingskampen half levend terugkwamen, terug naar wat zij toen zagen als hun Nederland, waren ze nog wel welkom?
De huidige burgemeester van Lochem heeft zich verdiept in de geschiedenis van de Joodse Gemeente Lochem voor, tijdens en na de oorlog. De enkelingen die nauwelijks hadden overleefd en al hun familie kwijt waren, werden na de oorlog benaderd door B&W. De Gemeente wilde hun synagoge-pand kopen, want die had de gedecimeerde Joodse Gemeente toch niet meer nodig. Maar, zo kregen die paar overlevenden te horen, de koopprijs zou wel onder de marktwaarde liggen, omdat er geen synagoge-diensten meer werden gehouden door gebrek aan Joden.
B&W had ze eerst voortvarend aan de gaskamers uitgeleverd om ze vervolgens te verwijten dat ze met te weinigen waren teruggekeerd, het vereiste quorum nodig voor de synagoge-diensten daardoor niet meer aanwezig was, en hun synagoge dus in waarde was gedaald…
En toen ik zo-even, met grote dankbaarheid, de jeugd van nu de namen hoorde lezen van de kinderen van de Kindertransporten, moest ik in mijn gedachte toch even denken aan andere jeugd die meent mij te moeten naschreeuwen met Jehoed, Jehoed. En ik dacht aan de voetbalwedstrijden waar in spreekkoor de meest afschuwelijke teksten worden gezongen: “Joden aan het gas”.
De Kinderen van de Kindertransporten gingen aan het gas, gestikt, afschuwelijk geleden. Wat zich in de gaskamers heeft afgespeeld is onvoorstelbaar. De treinreis naar de vernietigingskampen was het summum van ontmenselijking…
“בן שמונים לגבורה – tachtig is de leeftijd der sterken.” Laten wij, juist tachtig jaar na dato, onszelf extra gesterkt weten en met kracht en overgave strijden tegen het venijn van het zichtbaar opkomend antisemitisme en iedere vorm van discriminatie en rassenhaat keihard bestrijden.
Want ik vrees dat de geschiedenis van toen, zomaar de werkelijkheid van morgen kan zijn.
En toen volgde het Jizkor-gebed en twee doodstille minuten stilte. Zoals ieder jaar was er weer een indrukwekkend programma: indruk – wekkend!
Maar zeker ook het programma na afloop van de herdenking: een toneelstuk, uitgevoerd door jongeren: Sjiwwe, heette het. Imponerend en confronterend. Ik kan het niet beschrijven, omdat de opvoering van de weg die de kinderen van de Kindertransporten moeten afleggen, zo echt was dat woorden tekort zouden schieten. Alle Middelbare scholen zouden verplicht dit moeten zien, in de strijd tegen antisemitisme en ieder andere vorm van rassenhaat.
Ik voel me emotioneel diep geraakt!
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

We zijn weer terug in ons eigen huis na bijna tien dagen Londen voor de choepa van onze kleindochter. Gisteren was ik knetter vroeg opgestaan, om 4 uur in de ochtend, omdat onze boot (Harwich Hoek van Holland) om 9 uur zou vertrekken. Nou had ik dus de gedachte om op de boot in de lounge de hele overtocht te gaan slapen, maar het pakte geheel anders uit. Aanstaande zondag moet ik een toespraak houden bij de herdenking van de zogenaamde Kindertransporten in Nationaal Monument Kamp Vught, die tachtig jaar geleden hebben plaatsgevonden. Er was mij gevraagd om mijn toespraak, zoals te doen gebruikelijk, op papier te zetten voor het geval iemand de tekst zou willen opvragen. Maar eigenlijk spreek ik liever spontaan met uiteraard wel in mijn hoofd de gedachte die ik wil overbrengen, maar niet meer dan dat. Voordeel is dus de spontaniteit en de beleving die ik zelf ter plekke ervaar, nadeel is echter de tijd. Spontaan heeft als risico dat ik niet goed zou weten wat te zeggen en misschien ter plekke mijn inspiratie tekort zou schieten en mijn toespraak te kort zou worden. Maar hiervoor ben ik niet bevreesd, zo heeft ervaring mij geleerd. Maar door afhankelijk te zijn van mijn inspiratie (= gevoel) kan de toespraak te veel uitlopen en komt het programma in de knel te zitten omdat er meerdere sprekers zijn, er muziek is en een stilte-moment. En dus had ik net voordat ik mijn uiltje wilde gaan knappen besloten om te voorkomen dat mijn toespraak zondag gaat uitlopen, toch maar mijn overpeinzing gevolgd door een Jizkor en twee minuten stilte, aan het digitale papier toe te vertrouwen. En zo heb ik van de zeven uur overtocht zo’n vier uur zitten schrijven. Voordeel is wel dat ik voor zondag aanstaande ook al mijn dagboek klaar heb, want ik had besloten om die toespraak dan meteen als dagboek te versturen. En omdat ik toch al aan de computer zat, heb ik meteen de e-mails die binnen waren gekomen beantwoord. Omdat op zee, anders dan vorige keren, de Wifi perfect werkte, heb ik ook maar meteen de nodige telefoontjes gepleegd. Thuisgekomen om 19:00 uur moest Blouma meteen aan de zoom voor een vergadering van de Stichting Hebreeuws. De voorzitter, mijn goede vriend Piet van Midden die ook mijn voorzitter is vanuit het OJEC, had een link moeten sturen. Dat had hij ook gedaan, maar het was een link naar een Volvo showroom. Dus tot we de juiste link hadden, waren er zo’n 10 minuten verstreken en kwam Blouma dus iets te laat in de vergadering. De Stichting Hebreeuws gaat volgende week een uitstapje maken naar Antwerpen.
De afgelopen dagen was ik in Londen, in een van de joodse wijken genaamd Stamford Hill. Veertigduizend Joden wonen hier, allen orthodox. In heel Nederland tellen we officieel ook veertigduizend Joden, maar dan verspreid over het gehele land en tellen we ook Joden mee die Joods zijn, maar het zelf niet weten. En hoewel de Sidra van afgelopen week begon met het tellen van de Joden, moeten we ervoor waken om onze gemeenschap te degraderen tot een getal en te vergeten dat ieder mens als individu belangrijk is en we ieder, juist als we zo klein zijn, meer dan nodig hebben. Ieder telt mee en we mogen nooit denken dat de kwantiteit belangrijker is dan de kwaliteit.
Steeds vaker wordt het verleden het heden. Twee keer afgelopen dagen werd ik benaderd door kinderen van ouders met wie Blouma en ik, toen we pas in Nederland waren gearriveerd, contact hadden. Een van de twee kinderen, die inmiddels al lang geen kind meer is, is bezig om het leven van zijn ouders op schrift te zetten. Omdat er kennelijk bepaalde delen uit het (gecompliceerde) leven van pa en ma ontbreken, omdat er thuis kennelijk niet over werd gesproken, ben ik benaderd. De vraag is natuurlijk of ik alles wat ik weet kan en mag vertellen. Anderzijds is er totaal geen sprake van criminaliteit of een andere vorm van beschamen als ik uit de school zou klappen. Ik moet dus even rustig nadenken wat ik wel en wat ik niet kan prijsgeven. Het moge duidelijk zijn dat zijn ouders niet meer tussen ons zijn en toestemming vragen dus niet aan de orde is. Pa en ma, beiden kind-overlevenden van de Shoa, waren door allerlei omstandigheden, onafhankelijk van elkaar, in zwaar christelijke kring beland en waren daar buitengewoon gelukkig en volledig geaccepteerd. Maar wij, Blouma en ik, hebben onbewust in hun rustige vrome christelijke leven roering gebracht. Ons eerste bezoek en de daaropvolgende contacten hebben beiden langzaam maar zeker tot hun echte Joodse identiteit teruggebracht. Maar dat terug-naar-het-Jodendom ging niet zonder problemen. De warme confrontatie met ons werd als bedreigend ervaren en bracht ze ertoe om te gaan verhuizen, ver weg van de Jacobs-familie. Maar het ontvluchten van de Joodse identiteit ging niet zo simpel en een verhuizing loste het probleem niet op…en zo, zonder dat ik dat wist, kwamen ze langzaam maar zeker terug naar het geloof en de leefwijze van hun ouders, die alle vier hun einde vonden in Sobibor.
Inmiddels heb ik al heel wat heidagen en conferenties mogen bijwonen. Je steekt er altijd wel wat van op, maar, laat ik heel eerlijk zijn, het voornaamste doel van een Heidag is ‘elkaar beter leren kennen’ en op conferenties staat ‘uitbreiding netwerk’ centraal. De conferentie van de EJA, European Jewish Association, van gisteren en eergisteren in Oporto was voor mijn gevoel anders dan normaal. Natuurlijk heb ik resultaat geboekt in de vorm van een uitnodiging om elders in Europa een lezing te geven, kennis gemaakt met de directeur van het Joods museum van Warschau, een zeer vermogende zakenman ontmoet uit Zagreb die aangaf dat ik waar nodig een beroep op hem kan doen, ik heb een ontmoeting gehad met de rabbijn/tandarts van Oporto (die financieel niet afhankelijk wilde zijn van het bestuur van zijn Joodse Gemeente en daarom ook tandarts is geworden) en ik had een verrassende ontmoeting met een Joodse vrouw uit Montenegro. Tot enige EJA-antisemitische-conferenties geleden kende ik het bestaan van Montenegro nauwelijks tot niet. Maar inmiddels, omdat er op iedere conferentie een Joodse of niet-Joodse Montenegrose-VIP aanwezig was, weet ik waar Montenegro ligt en dat Joodse bijeenkomsten en de synagoge geen bewaking vereisen, omdat antisemitisme/antizionisme daar niet bestaan. Maar deze vertegenwoordiger van de EU-Republiek Montenegro was gewoon een Joodse vrouw die uitsluitend een VIP-status kreeg vanwege haar lidmaatschap van de Joodse Gemeente. Ik dus gezellig met haar gesproken, zonder netwerk-gedachte in mijn achterhoofd, en wat hoor ik: ook in Montenegro bestaat antisemitisme. Weliswaar niet zichtbaar, maar de vooringenomen denkbeelden over de invloed van Joden, dat ze zo slim zijn en alle andere karakteristieken zijn sluimerend bij velen aanwezig. Als het maar sluimerend blijft, dacht ik. Who cares!
Overigens had ik gisteren ook nog met mijn sjabbat-middag-lern-maatje een fikse wandeling gemaakt. Dat moet kracht geven en opbeuren, relaxen, past binnen de sjabbat. Maar ook daar ging weer iets mis. Bij het verlaten van het park werden we geconfronteerd met een Davidster, een is-gelijk-teken (=) en een Hakenkruis met graffiti op een brug gespoten.
Genoeg mineur! De piloot geeft net aan dat we over Londen vliegen vanwege vliegbeperkingen boven Frankrijk. Een langere route, maar we komen wel op de verwachte tijd aan. Ben benieuwd of wij (Blouma, Ellen van Praagh -voorzitter NIK- en nog enkele bestuurders uit Joods-Nederland, zijn ook mee) nu extra Flying Blue Miles krijgen want die Miles, de punten, schijnen aan de feitelijk afgevlogen miles gekoppeld te zijn.
“We gaan eraan”, zijn de woorden van mijn opa Siegfried de Leeuw uit Steenwijk die op tien mei, de dag van de Duitse inval, jaarlijks door mijn hoofd gonzen. Vanaf mijn zeer jonge jaren vertelde mijn lieve moeder mij ieder jaar weer dat op 10 mei mijn opa Siegfried, toen hij de Duitse vliegtuigen zag overvliegen, zijn handen ten hemel richtte en uitriep: “Mijn G’d, we gaan eraan…”. Wonderwel hebben opa en oma met hun drie kinderen de oorlog overleefd dankzij Wiersma, de politieagent uit Boskoop, het verzet in Friesland leidde en honderden Joden heeft laten onderduiken., waaronder mijn moeder. Voor zover ik me herinner had mijn opa Siegfried al zijn kinderen een zak met geld gegeven en tegen hen zei, toen het duidelijk was dat er ondergedoken moest worden: neem dit geld en vind je weg. En dus, zo vertelde mijn moeder mij naar ik me herinner, liep mijn moeder van Steenwijk naar Wolvega alwaar ze haar eerste duikadres vond. Hoe ze dat adres heeft gevonden, weet ik niet. En hoe en waarom ze vanuit dat adres naar vele anderen plaatsen werd overgeplaatst, is me nooit verteld. En ik heb het haar ook nooit gevraagd.
Loeidruk, waren de afgelopen dagen. Herdenking na herdenking. Woensdag 3 mei stond Leeuwarden op het programma. Daar werden in de Harmonie postuum vijf Yad Vashem onderscheidingen uitgereikt. Maar voor het zover was, had ik eerst thuis bezoek van een technicus met microfoon en camera. Van half elf tot na het nieuws van elf uur zat ik namelijk in de uitzending van Spraakmakers op NPO 1. Naar aanleiding van een uitzending over gestolen erfgoed op televisie (pointer.kro-ncrv.nl/het-verdwenen-joodse-vastgoed) werd er hieraan ook op de radio aandacht besteed. Mij was gevraagd om voor deze uitzending in de studio in Hilversum aanwezig te zijn, maar dat zou ik niet redden omdat ik om 13:00 uur in Leeuwarden werd verwacht en hoewel het programma in Leeuwarden pas om 14:00 uur echt zou beginnen, probeer ik zoveel mogelijk al bij de zogenaamde inloop aanwezig te zijn. Want, en dan spreek ik als ervaringsdeskundige, de inloop en het na-afloop, zijn pastoraal bezien de meest geschikte momenten. De Joodse Gemeente Friesland had een perfect staaltje van organisatietalent getoond. Honderden aanwezigen waren getuige van een indrukwekkende plechtigheid. Vijf helden-die-geen-helden waren kregen uit handen van de ambassadeur van Israël de Yad Vashem onderscheiding als dank voor het actief redden van Joden gedurende de bezetting door de nazi’s. Een indrukwekkende bijeenkomst die een coproductie was van de ‘Vrienden van Yad Vashem Nederland’, de ambassade van Israël en de Joodse Gemeente Leeuwarden. In mijn toespraak verbond ik verleden met heden. Zij die de onderscheiding kregen toebedeeld waren mijns inziens geen helden. Als ze helden hadden willen zijn, hadden ze met groot gevaar voor eigen leven, niets gedaan. Neen, zo benadrukte ik, ze bleven mens in een periode dat negentig procent van de mensen hun besef van menselijkheid waren vergeten. Zo’n beetje dezelfde gedachte die tijdens de Nationale 4 mei herdenking in De Nieuwe Kerk op indrukwekkende wijze werd gebracht door Marcel Möring onder de titel “Mens en medemens”. Marcel Möring had de moed om, nota bene ten overstaan van Koning Willen Alexander, de laakbare opvang van Joden, Roma en Sinti na de bevrijding te vermelden. Koningin Wilhelmina vond na de oorlog dat er geen onderscheid gemaakt mocht worden tussen Nederlanders. En dus geen extra opvang en steun voor de overlevenden van de concentratiekampen…Overigens bekritiseerde onze koning zelf publiekelijk in 2020 zijn overgrootmoeder voor haar rol in de bezettingsjaren.
Maar na sjoel ging het mis. Twee fietsende snotaapjes van een jaar of twaalf meenden luidkeels mij de nodige verwensingen te moeten toeschreeuwen waaronder het bekende kanker-jood en ‘ga weg uit dit land’. En uitgaande sjabbat las ik dat in Amsterdam 154 voetbalsupporters waren opgepakt vanwege het zingen van antisemitische liederen. En op mijn whatsapp kreeg ik foto’s van een Davidster, een is-gelijk-teken en een hakenkruis. Op vier plaatsen in mijn woonplaats waren die aangebracht.
Met de vierde mei in aantocht ben ik aan het nadenken over de toespraken die ik zal gaan houden. Wat wordt mijn boodschap? En als ik de boodschap voor mezelf duidelijk heb, ga ik daarna nadenken over ‘de verpakking’ waarin ik die boodschap ga gieten. Dat ‘nadenken over’ doe ik niet gestructureerd, dat wil zeggen, ik ga niet van 15:00 uur tot 16:30 uur ‘zitten nadenken’. Het gonst gewoon door mijn hoofd tot ik de boodschap heb gevonden. En daarna blijft het gonzen in mijn hoofd op zoek naar de verpakking.
Maandag was er bij ons thuis, voor mij voor de voor de laatste keer, een vergadering van Nettie. De Nettie van Zwanenberg-stichting wordt door de insiders, de bestuursleden, gewoonlijk gewoon “Nettie” genoemd. Dat klinkt erg gemoedelijk en dat is nu precies wat Nettie is. Uit de nalatenschap van Nettie van Zwanenberg (Organon! Oss) is een stichting ontstaan die als enig doel heeft om daar waar de nood aan de man (of vrouw) is steun te verlenen. Het gaat niet om grote bedragen, maar de jaarlijkse bestuursvergadering gaat wel gepaard met veel overgave en zorgvuldigheid. We geven geen druppels op gloeiende platen, maar springen wel met kleine bedragen bij om te helpen met een activiteit binnen Joods Nederland, het ondersteunen van een project of de betaling van een Apk-keuring voor een mijnheer die financieel helemaal in de knel zit. Achtendertig jaar geleden ben ik als opvolger van Opperrabbijn Berlinger erbij gekomen en benoemd in de functie van voorzitter van de Raad van Toezicht. Het verschil tussen dagelijks bestuurder en Raad van Toezicht is reglementair vastgelegd, maar meer dan dat is het niet. Wel heb ik als voorzitter van de Raad van Toezicht meerdere Bestuursvoorzitters mogen toespreken bij hun komen en bij hun gaan. Voor deze gelegenheid was, voor mij als verrassing, een oud-bestuursvoorzitter speciaal opgeroepen om mij uit-te-spreken. Mijn Blouma werd voorzien van een prachtige bos bloemen en ik kreeg een zwaan (het symbool van Nettie) van plastic die gevuld was met €492, de getallenwaarde van Nettie van Zwanenberg. De plastieke zwaan was een tsedaka-busje en de vulling, de euro’s, mochten door mij voor tsedaka (liefdadigheid) naar keuze aangewend worden. Geweldig toch! In een woelige wereld waar enige dagen geleden weer een moordende terroristisch aanslag in Jeruzalem was gepleegd, in de schaduw van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne waarvan niemand kan voorspellen hoe die afloopt en wat de onverhoopte gevolgen zijn voor de rest van de wereld, in de periode vlak voor alle 4 mei herdenkingen…om in die periode als Nettie samen te zitten en uitsluitend bezig te zijn met het helpen van de medemens, is geweldig!