Hoewel dit mijn dagboek van 19 mei behoort te zijn, heb ik pas nu, 20 mei, de gelegenheid om te schrijven. Positief is dat ik sjabbat jl. slechts één keer werd nageroepen en dan ook nog slechts van verre. Maar voorafgaand aan deze rustige sjabbat was ik woensdag in Katwijk, met alle beroering die nadien breed in de media stond uitgemeten, terwijl ikzelf er niets van had meegekregen tijdens deze bijzondere viering van Jom Ha’atsmaoet door Christenen voor Israël.
Donderdag een geweldige bijeenkomst in Leeuwarden (met de inschrijving in het Gouden Boek van twee vertrekkende bestuurders), zondag in Winterswijk en gisteren in Amersfoort (en nu in het vliegtuig naar Boedapest). Wat hadden deze drie bijeenkomsten gemeen? De verbinding met het verleden dat niet meer is, een relatie tussen toen en nu, en een harde waarschuwing voor de toekomst. Maar ook bij alle drie een enorm enthousiasme en overgave om, met hulp vanuit de niet-Joodse gemeenschap, alles in het werk te stellen om overeind te blijven in deze woelige tijden. Indrukwekkend!
In Leeuwarden werd de voormalige Joodse School ingewijd tot Joods Cultureel Centrum. De eigenares is mevrouw Cohen die geheel belangeloos de Joodse School ter beschikking stelt aan de Joodse Gemeenschap voor intern en extern gebruik. Extern, ten behoeve van onze niet-Joodse vrienden om ze informatie te geven over het Jodendom en als onze ambassadeurs te fungeren in de strijd tegen antisemitisme. Hetzelfde geldt voor Winterswijk waar de her-inwijding plaatsvond van de indrukwekkend knap gerestaureerde sjoel mede dankzij de gigantische inzet van Mirjam Schwartz, de voorzitter van de piepkleine Joodse Gemeente.
Zowel in Leeuwarden alsook in Winterswijk heerste vreugde, dankbaarheid, zorg vanwege het alom opkomend antisemitisme, maar ook vastberadenheid om niet te zwichten voor angst en bedreiging en overeind te blijven, al ware het alleen al vanwege de emotionele plicht naar hen die ‘niet terugkwamen’.
Door mijn aanwezigheid in Winterswijk, waar mij de eer was toebedeeld de mezoeza aan te slaan, kon ik niet aanwezig zijn bij het 50-jarig bestaan van Cidi en ook niet bij de presentatie van het door Prof. Knoops geschreven boek ‘Als de rechtsstaat faalt’. Ik voel me daarvoor schuldig, maar Winterswijk moest voorgaan. En combineren was, hoezeer ik het ook had gehoopt, niet mogelijk.
Normaliter spreek ik uit het hoofd, zonder tekst voor me. In mijn hoofd heb ik de essentie die ik wil verkondigen en ter plekke verzorg ik de verbale verpakking, aangepast aan de toehoorders.
Mijn toespraak bij de onthulling van het bijzondere Joodse monument in Amersfoort had ik echter wel op schrift om te voorkomen dat ik de mij gegeven spreektijd zou overschrijden en vanwege de complexiteit. Want: 1/ ik wil en mag geen paniek zaaien, 2/ dank dienen we te betuigen voor de hulp van bevriende niet-Joden, 3/ de inzet van de kleine Joodse Gemeente moeten we prijzen en 4/ tegelijkertijd mogen we onze ogen niet sluiten voor de realiteit en de consequenties van het weelderig bloeiende antisemitisme dat verkleed is als antizionisme.
Ik deel hieronder met u een deel van mijn Amersfoortse toespraak, want wat geldt voor Amersfoort, geldt voor iedere Joodse gemeente in ons land.
“… De overgrote meerderheid van Amersfoort zag en liet het gebeuren: Demoniseren, indoctrineren, wegkijken, de makkelijkste weg bewandelen.
Toen een van de opperrabbijnen van Israël, meer dan tien jaar geleden, gevraagd werd wanneer hij vrede verwacht in het Midden-Oosten, was zijn antwoord: zolang er in miljoenen schoolboekjes haat wordt gekweekt, zal er geen vrede zijn.
Maar wat deze opperrabbijn verkondigde heeft voor mij slechts beperkte relevantie, want ik woon in Nederland en ik weiger om conflicten van elders te importeren.
We zijn nu tachtig jaar na de oorlog. Een oorlog waarin niet uitsluitend zes miljoen Joden werden vermoord, maar meer dan vierenvijftig miljoen medemensen omkwamen, als dienstplichtig soldaat, als burger, als verzetsstrijder, vanwege geaardheid, of gewoon als mens.
Willen wij de hele wereld veranderen? Ik wil het misschien wel, een wereldomvattende vrede voor alle bewoners van Uw, van G’ds, aarde. Maar het is niet realistisch en dus zinloos. Neen, laten we proberen samen onze directe omgeving te verbeteren.
Jaren geleden, toen 4 mei op zaterdag viel en ik vanwege de sjabbat niet in de gelegenheid was om naar een officiële herdenking te gaan, werd er voor mijn huis op een speelplaats tijdens de twee minuten stilte luidruchtig door een groep jongeren gevoetbald. Hoewel ik bijna nooit kwaad word, holde ik, inwendig kokend van woedde, na afloop van de twee minuten naar hen toe. Op mijn wenken kwamen ze naar mij toe en ik legde ze uit dat we zojuist twee minuten stilte hadden, de dodenherdenking. Ik gaf ze aan dat 80% van mijn familie was vermoord. Ze schrokken, vroegen of ze alsnog twee minuten stil zouden zijn: niet thuis en niet op school hadden ze hierover vernomen.
Maar sindsdien kan en mag ik niet meer met jongeren spreken. Kleine kinderen hollen voor mij weg, ze zijn doodsbang, want ze hebben onder andere gehoord dat ik hun ogen wil uitsteken om die aan kindertjes te geven die niet goed kunnen zien, Joodse kinderen in Israël.
Laten we proberen samen te werken aan een Amersfoort dat intern vele van elkaar afwijkende meningen mag hebben, maar waar in shalom met elkaar wordt geleefd. Een Amersfoort waar ik en niemand anders meer word uitgescholden, waar ieder die ik groet een vriendelijke teruggroet geeft.
Educatie begint bij jezelf, van kindswijs af aan. En als je je dan afvraagt wat kan ik, als eenling, betekenen, weet dan dat een heel klein vlammetje een gigantische hoeveelheid duisternis kan verdrijven.
Zij die omkwamen hebben geen monument nodig, want zij bevinden zich in een wereld waar de echte shalom, alomvattende vrede, vol licht overheerst.
Maar wij hebben dit monument wel nodig, om te voorkomen dat onze nazaten over tachtig jaar hier weer een monument zullen moeten onthullen…”

Eigenlijk had ik nog een extra dag in Madrid zullen blijven om Toledo te bezoeken, maar omdat ik het gevoel had dat ik niet mocht ontbreken bij “Vier Jom Ha’atsmaoet” van Christenen voor Israël woensdagavond in Katwijk, heb ik mijn ticket gewijzigd en ben ik gisteravond/nacht thuisgekomen, Blouma in Madrid achterlatend. Maandagochtend waren we om 4:15 uur vertrokken en om 10:30 uur zaten we al in ons hotel om deel te nemen aan de conferentie van de EJA, de European Jewish Association, voor bestuurders van Europese Joodse Gemeenten. Het onderwerp was Building or Leaving, decision time for Europe’s Jews, met andere woorden: wel of niet uit Europa vertrekken. De conclusie was nagenoeg eensgezind dat we ons niet weg laten treiteren, maar hoe verder om te gaan met het explosief groeiende antisemitisme was waarover werd gesproken en gedelibereerd.
Laat ik beginnen met het delen van positieve gevoelens over de afgelopen 4 & 5 mei en wat er omheen zit. Zo was ik vanochtend, woensdag 7 mei, in Kampen om op het Hoornbeeck College voor meer dan driehonderd MOB-leerlingen te spreken over antisemitisme. Drie kwartier werd er aandachtig geluisterd, je had een speld kunnen horen vallen, als de vloer van steen zou zijn geweest. En vanavond was ik op Urk (en niet in Urk!) en ontving ik vooraf een whatsapp van Urk’s burgemeester waarin hij mij op voorhand van harte welkom heette en me verzekerde dat er zich geen ongeregeldheden zouden voordoen. Dat er zo’n driehonderd belangstellenden waren gekomen, verbaasde me niet. Maar wat me wel verbaasde was hoe ik mezelf veilig, welkom en bijna helemaal thuis voelde, op Urk. Morgen wordt dan voor mij de afsluiting van herdenken (en vieren??) met eerst ’s ochtends een plechtigheid op het Militair Ereveld Grebbeberg en ’s avonds meelopen met de wekelijkse Amersfoortse Solidariteitsloop/Gebedswandeling voor Israël en de Joodse Gemeenschap. De aftrap was in Ommen op 3 mei met de onthulling van een indrukwekkend monument ter nagedachtenis van de volledig uitgeroeide Joodse gemeenschap. Op 4 mei militair ereveld Loenen en ’s avonds op de Dam bij de Nationale Dodenherdenking. Op Bevrijdingsdag de Nationale Viering in Wageningen (met de inmiddels alom bekende verstoring) en ’s avonds de Nationale en officiële afsluiting van Bevrijdingsdag op de Amstel en in Carré in aanwezigheid van de Koning en Koningin. Waar ik ook was werd ik met meer dan gebruikelijke egards en warmte welkom geheten. Misschien een detail, maar er was bij alle bijeenkomsten voor gezorgd dat ik niet via parkeergarages hoefde te komen maar dat ik dicht bij de entrees mocht aankomen om maar niet langs hagen van oproerkraaiers te hoeven lopen. En overal voor mij en Blouma speciaal aangerukte koosjere maaltijden of hapjes. Pas op: ongevraagd! Het was alsof de bestuurders van Nationaal Comité 4 en 5 mei, van de Oorlogsgravenstichting en andere organisatoren ons duidelijk wilden laten voelen: Jullie horen erbij. Wij staan achter jullie. Weet dat jullie ook vele vrienden hebben. 
die het aangezicht van mijn woonplaats op een paar honderd meter van ons huis meende te moeten bezoedelen en het bestaan van Kamp Amersfoort bijna leek te ontkennen. Zal wel pro-Palestijns bedoeld zijn en dan wordt het natuurlijk getolereerd. Maar de link tussen het huidige Midden-Oosten-conflict en nazi-Duitsland ontgaat me een beetje, hetgeen wel aan mijn beperkte verstandelijke eigenschappen zal liggen. Maar ja, denk ik dan, het hele fenomeen antisemitisme spoort niet, is onlogisch, maar toch bestaat het en mogen alle middelen om dat antisemitisme te voeden worden aangewend, ook als er geen enkel verband bestaat tussen Joden, Palestina en een scala aan etnische groeperingen die waarschijnlijk nog nooit een Jood hebben gezien, maar de Jodenhaat wel met zich meedragen. En wat doet de lokale overheid met deze Reichskriegsflagge? Of die mag blijven hangen of niet wordt aan hogere instanties overgelaten, en ondertussen…de-escaleren! En dus bestuurlijk achteroverleunen.


