Het IPOR is het samenwerkingsorgaan van de Kehillot in de mediene. Het samenwerkingsverband is een organisatie waarin de deelnemende kehillot verenigd zijn op basis van vrijwilligheid. Het doel van het samenwerkingsverband is de bevordering van joods leven in de provincie. De organisatorische vormgeving zal in de loop der tijd een nieuwe vorm krijgen.
Dagboek van de Opperrabbijn, 4 mei in de vroege ochtend.
Bijzonder aan de bijeenkomst is de aanwezigheid van Opperrabbijn Jacobs, die een groot deel van het programma zal bijwonen en ook aanwezig is bij de onthulling van de Stolpersteine. Zijn betrokkenheid onderstreept het belang van deze herdenkingen, juist ook voor huidige en toekomstige generaties.
De grafzerken zonder graf werden gelegd voor Otto Sternheim aan de Koestraat en voor Hugo en Julie Terhoch-Levy en hun dochter Ilse Lina, aan de Grensweg, waar hun laatste woning stond. Met deze stenen kregen de slachtoffers ruim tachtig jaar na dato opnieuw een naam en een plek in de gemeenschap. De voorzitter van de Stichting Heemkunde Arcen: Ook in een kleine gemeenschap als Arcen zijn deze verhalen dichtbij. Juist daarom is het belangrijk dat we ze zichtbaar blijven maken. Met de Stolpersteine brengen we de geschiedenis terug naar de straat en geven we de mensen achter die geschiedenis weer een plek in ons dorp. Het is nu 3 uur in de vroege ochtend van 4 mei. Over een paar uurtjes word ik afgehaald om naar het Nationaal Ereveld Loenen te gaan waar de Oorlogsgravenstichting zijn jaarlijkse 4 mei herdenking houdt. Honderden, waaronder vele Vips, zullen aanwezig zijn. De officiële ceremonie begint om 13:30 uur met bijdragen van onder anderen oud-secretaris-generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer, president van de Oorlogsgravenstichting Jaap Smit en Timian Horst. Hij vertelt het verhaal van zijn betovergrootvader Willem van Boven die tijdens de oorlog boswachter was in Loenen en onderduikers, Engelse piloten en ontsnapte krijgsgevangenen in de bossen verborgen hield. Toppers als Jaap de Hoop Scheffer en Jaap Smit zullen voor u geen onbekenden zijn. Maar wie is Timian Horst (ik hoop dat ik zn naam juist heb geschreven!)? En ik ben zo vrij te veronderstellen dat u ook nog nooit van zijn betovergrootvader heeft gehoord. Na deze grootse herdenking zal ik om 16:00 uur aanwezig zijn als burgemeester Bolsius van Amersfoort een krans legt bij het Joodse licht-monument op het Borneoplein waar op 4 mei alle 360 lichtjes branden, ter nagedachtenis aan de 360 Amersfoortse Joodse mannen, vrouwen en kinderen die niet weerkeerden, zoals we dat zo steriel kunnen zeggen. En dan de Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam.
Waarschijnlijk vraagt u zich af, mijn trouwe dagboeklezer, waar ik naartoe ga. En ik bedoel niet waarheen ik me fysiek ga bewegen, maar wat ben ik aan het vertellen, wat is mijn boodschap aan de vooravond van de vierde mei waarop dit jaar Free Palestine luidkeels zal weerklinken, Joden voor kindermoordenaars zullen worden uitgemaakt en via de sociale media wetenschappelijk, misleidend en haat zaaiend zal worden aangetoond dat er helemaal geen zes miljoen Joden werden vermoord maar slechts tweehonderdzeventig duizend, en waarschijnlijk, als Auschwitz überhaupt heeft bestaan, was het geen vernietigingskamp maar een soort vakantieoord. En bijna zeker zal ons Joden verweten worden dat wij, de nazaten van de overlevenden, de vier mei herdenking hebben gekaapt, want vier mei dient eigenlijk Vult u zelf maar in.
Vele jaren geleden werd mij verweten dat ik waarschuwde voor het opkomend antisemitisme. Een rabbijn moet vreugdevolle boodschappen brengen, niet zeuren over narigheid waarvan er toen nog geen zichtbare sprake was. En inderdaad, mijn jarenlange waarschuwingen waren achteraf bezien totaal zinloos.
Vanavond, 4 mei, begint op de Joodse kalender Lag Baomer, de 33ste dag van de zogenaamde Omertelling. Na de Uittocht uit Egypte trokken de Joden door de woestijn naar de berg Sinai, alwaar ze op de 50ste dag de Tien Geboden zouden ontvangen. Maar om hiervoor geestelijk rijp te zijn was er geestelijke voorbereiding nodig, zelfreflectie. De Joden hadden Egypte, toonbeeld van immoraliteit, verlaten, maar Egypte nog niet de Joden. De negenenveertig dagen tussen de Uittocht uit de Egyptische slavernij en het ontvangen van Thora en Traditie, het Woord van Gd, waren en zijn dagen van zelfonderzoek, hoe zit het met mijn eigen persoonlijke minder goede neigingen? En midden in de toch enigszins minder gezellige periode, is het Lag Baomer, de drieëndertigste dag van die periode, een dag van grote vreugde gekoppeld aan Reb Simon bar Jochaj. Mocht u niet bekend zijn met Lag Baomer, stop gerust met mijn dagboek-lezing en google even. Op deze dag gaan duizenden en duizenden naar het graf in Miron, noord-Israël, van deze grote Rabbijn om te bidden en om vreugdevuren te ontsteken. De Sefardische Opperrabbijn van Israël, David Yosef, heeft keihard verboden om dit jaar naar Miron te gaan. Onverantwoord gevaarlijk. Het gaan naar Miron is een gewoonte, het jezelf in een levensgevaarlijke situatie brengen is een verbod en een verbod weegt vele malen zwaarder dan een gewoonte.
Ik was dus in Arcen, duidelijk zichtbaar Joods. Moet ik mijn Jood-zijn gaan verbergen? Adviseren om geen davidster meer te dragen op bepaalde plaatsen in ons bevrijde Nederland?
Wat moeten we doen? Waarom spring ik van de hak op de tak? Van de Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam naar lokale Stolpersteine in Arcen? Omdat de enige manier om Nederland echt bevrijd te krijgen is door middel van educatie, vanuit de landelijke Overheid en vooral ook gewoon lokaal, op scholen, door het gesprek met elkaar, met andersdenkenden, met de ouders van de jongeren, met gewoonlijk een niet-Nederlandse achtergrond, die mij naroepen omdat ik een Nederlandse Jood ben. Inmiddels heeft de politie de eigenaar van de brommer gevonden die vorige week uitgaande sjabbat mijn gast voor kankerjood meende te moeten uitschelden. Volgens de politie waren zijn ouders erg ontdaan, dit hadden ze niet verwacht van hun lieve onschuldige zoontje die omstreeks elf uur s nachts op een fat bike door de straten scheurt. Het doet me goed dat de ouders schrokken, maar een bosje bloemen of een spijtbetuiging heeft mijn gast nog niet ontvangen. Ik ben bereid het gesprek met ouders en zoonlief aan te gaan. Niet om te vermanen, maar om een bruggetje te bouwen. Maar ik ben er bijna van overtuigd dat de wet op de privacy de bouw van dat bruggetje niet zal toelaten en het besmeuren van het Nationaal Monument op de Dam zal bevorderen.
En toch is er hoop en zijn er vele lichtpunten. Het aantal bemoedigingen en steunbetuigingen die mij bereiken is indrukwekkend. Nog nooit wordt mij op straat zo vaak sjalom gezegd en de begripvolle blikken spreken boekdelen. En weet u, zelfs onderduikadressen worden me aangeboden.
Dagboek van de Opperrabbijn, 4 mei in de vroege ochtend.
Bijzonder aan de bijeenkomst is de aanwezigheid van Opperrabbijn Jacobs, die een groot deel van het programma zal bijwonen en ook aanwezig is bij de onthulling van de Stolpersteine. Zijn betrokkenheid onderstreept het belang van deze herdenkingen, juist ook voor huidige en toekomstige generaties.
De grafzerken zonder graf werden gelegd voor Otto Sternheim aan de Koestraat en voor Hugo en Julie Terhoch-Levy en hun dochter Ilse Lina, aan de Grensweg, waar hun laatste woning stond. Met deze stenen kregen de slachtoffers ruim tachtig jaar na dato opnieuw een naam en een plek in de gemeenschap. De voorzitter van de Stichting Heemkunde Arcen: Ook in een kleine gemeenschap als Arcen zijn deze verhalen dichtbij. Juist daarom is het belangrijk dat we ze zichtbaar blijven maken. Met de Stolpersteine brengen we de geschiedenis terug naar de straat en geven we de mensen achter die geschiedenis weer een plek in ons dorp. Het is nu 3 uur in de vroege ochtend van 4 mei. Over een paar uurtjes word ik afgehaald om naar het Nationaal Ereveld Loenen te gaan waar de Oorlogsgravenstichting zijn jaarlijkse 4 mei herdenking houdt. Honderden, waaronder vele Vips, zullen aanwezig zijn. De officiële ceremonie begint om 13:30 uur met bijdragen van onder anderen oud-secretaris-generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer, president van de Oorlogsgravenstichting Jaap Smit en Timian Horst. Hij vertelt het verhaal van zijn betovergrootvader Willem van Boven die tijdens de oorlog boswachter was in Loenen en onderduikers, Engelse piloten en ontsnapte krijgsgevangenen in de bossen verborgen hield. Toppers als Jaap de Hoop Scheffer en Jaap Smit zullen voor u geen onbekenden zijn. Maar wie is Timian Horst (ik hoop dat ik zn naam juist heb geschreven!)? En ik ben zo vrij te veronderstellen dat u ook nog nooit van zijn betovergrootvader heeft gehoord. Na deze grootse herdenking zal ik om 16:00 uur aanwezig zijn als burgemeester Bolsius van Amersfoort een krans legt bij het Joodse licht-monument op het Borneoplein waar op 4 mei alle 360 lichtjes branden, ter nagedachtenis aan de 360 Amersfoortse Joodse mannen, vrouwen en kinderen die niet weerkeerden, zoals we dat zo steriel kunnen zeggen. En dan de Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam.
Waarschijnlijk vraagt u zich af, mijn trouwe dagboeklezer, waar ik naartoe ga. En ik bedoel niet waarheen ik me fysiek ga bewegen, maar wat ben ik aan het vertellen, wat is mijn boodschap aan de vooravond van de vierde mei waarop dit jaar Free Palestine luidkeels zal weerklinken, Joden voor kindermoordenaars zullen worden uitgemaakt en via de sociale media wetenschappelijk, misleidend en haat zaaiend zal worden aangetoond dat er helemaal geen zes miljoen Joden werden vermoord maar slechts tweehonderdzeventig duizend, en waarschijnlijk, als Auschwitz überhaupt heeft bestaan, was het geen vernietigingskamp maar een soort vakantieoord. En bijna zeker zal ons Joden verweten worden dat wij, de nazaten van de overlevenden, de vier mei herdenking hebben gekaapt, want vier mei dient eigenlijk Vult u zelf maar in.
Vele jaren geleden werd mij verweten dat ik waarschuwde voor het opkomend antisemitisme. Een rabbijn moet vreugdevolle boodschappen brengen, niet zeuren over narigheid waarvan er toen nog geen zichtbare sprake was. En inderdaad, mijn jarenlange waarschuwingen waren achteraf bezien totaal zinloos.
Vanavond, 4 mei, begint op de Joodse kalender Lag Baomer, de 33ste dag van de zogenaamde Omertelling. Na de Uittocht uit Egypte trokken de Joden door de woestijn naar de berg Sinai, alwaar ze op de 50ste dag de Tien Geboden zouden ontvangen. Maar om hiervoor geestelijk rijp te zijn was er geestelijke voorbereiding nodig, zelfreflectie. De Joden hadden Egypte, toonbeeld van immoraliteit, verlaten, maar Egypte nog niet de Joden. De negenenveertig dagen tussen de Uittocht uit de Egyptische slavernij en het ontvangen van Thora en Traditie, het Woord van Gd, waren en zijn dagen van zelfonderzoek, hoe zit het met mijn eigen persoonlijke minder goede neigingen? En midden in de toch enigszins minder gezellige periode, is het Lag Baomer, de drieëndertigste dag van die periode, een dag van grote vreugde gekoppeld aan Reb Simon bar Jochaj. Mocht u niet bekend zijn met Lag Baomer, stop gerust met mijn dagboek-lezing en google even. Op deze dag gaan duizenden en duizenden naar het graf in Miron, noord-Israël, van deze grote Rabbijn om te bidden en om vreugdevuren te ontsteken. De Sefardische Opperrabbijn van Israël, David Yosef, heeft keihard verboden om dit jaar naar Miron te gaan. Onverantwoord gevaarlijk. Het gaan naar Miron is een gewoonte, het jezelf in een levensgevaarlijke situatie brengen is een verbod en een verbod weegt vele malen zwaarder dan een gewoonte.
Ik was dus in Arcen, duidelijk zichtbaar Joods. Moet ik mijn Jood-zijn gaan verbergen? Adviseren om geen davidster meer te dragen op bepaalde plaatsen in ons bevrijde Nederland?
Wat moeten we doen? Waarom spring ik van de hak op de tak? Van de Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam naar lokale Stolpersteine in Arcen? Omdat de enige manier om Nederland echt bevrijd te krijgen is door middel van educatie, vanuit de landelijke Overheid en vooral ook gewoon lokaal, op scholen, door het gesprek met elkaar, met andersdenkenden, met de ouders van de jongeren, met gewoonlijk een niet-Nederlandse achtergrond, die mij naroepen omdat ik een Nederlandse Jood ben. Inmiddels heeft de politie de eigenaar van de brommer gevonden die vorige week uitgaande sjabbat mijn gast voor kankerjood meende te moeten uitschelden. Volgens de politie waren zijn ouders erg ontdaan, dit hadden ze niet verwacht van hun lieve onschuldige zoontje die omstreeks elf uur s nachts op een fat bike door de straten scheurt. Het doet me goed dat de ouders schrokken, maar een bosje bloemen of een spijtbetuiging heeft mijn gast nog niet ontvangen. Ik ben bereid het gesprek met ouders en zoonlief aan te gaan. Niet om te vermanen, maar om een bruggetje te bouwen. Maar ik ben er bijna van overtuigd dat de wet op de privacy de bouw van dat bruggetje niet zal toelaten en het besmeuren van het Nationaal Monument op de Dam zal bevorderen.
En toch is er hoop en zijn er vele lichtpunten. Het aantal bemoedigingen en steunbetuigingen die mij bereiken is indrukwekkend. Nog nooit wordt mij op straat zo vaak sjalom gezegd en de begripvolle blikken spreken boekdelen. En weet u, zelfs onderduikadressen worden me aangeboden.
Dagboek van de opperrabbijn 29 april 2026
En ondertussen komt het bericht binnen van de aanslag in Golders Green, komt het antisemitisme dichterbij en wordt het steeds normaler en gewelddadiger, terwijl wij in Nederland druk bezig zijn te overleggen over de wet op de privacy en de vrijheid van meningsuiting.
Maar er is ook goed nieuws en wel vanuit ons buurland België: De Brusselse kerk heeft haar excuses aangeboden voor een beschuldiging tegen Joden uit 1370 en heeft een gebrandschilderd raam dat het zogenoemde bloedsprookje‑beschuldiging afbeeldde, vervangen door een gedenkplaat met excuses. Tijdens een bijeenkomst op woensdag vorige week onthulden aartsbisschop Luc Terlinden en mijn collega de Brusselse opperrabbijn Albert Guigui een plaquette in de Kathedraal van Sint‑Michiel en Sint‑Goedele, waarin het antisemitische karakter van het “Mirakel van het Sacrament” wordt erkend.
Het Mirakel van het Sacrament zou hebben plaatsgevonden ergens in 1370, dus al meer dan een week geleden, toen minstens zes Joden uit Brussel ervan werden beschuldigd hosties te hebben gestolen en deze met een mes te hebben doorstoken. Vervolgens vond er een of ander wonder plaats. Voor informatie over de details van het wonder verwijs ik u door naar een RK-geestelijke, daar ik dat niet tijdens mijn Rabbinale opleiding heb meegekregen. Wel weet ik dat er Joden hiervoor levend werden verbrand en de Joodse gemeenschap uit de stad werd verbannen. Deze gebeurtenis vormde de basis voor een jaarlijkse processie die eeuwenlang werd gehouden en begin twintigste eeuw werden gebrandschilderde ramen met karikaturale afbeeldingen van Joden toegevoegd. Nu dus zijn de ramen verwijderd en vervangen door plaquettes waarop staat dat Joden in het verleden ten onrechte werden beschuldigd en dat dit onlosmakelijk verbonden was met antisemitisme. Ook vragen de teksten de Joodse gemeenschap om vergiffenis voor het leed dat hun werd aangedaan. “We kunnen het verleden niet veranderen, maar we kunnen wel beslissen hoe we het doorgeven. En daarin schuilt een enorme verantwoordelijkheid: ervoor te zorgen dat verhalen die ons ooit verdeelden, kansen worden voor verzoening,” sprak opperrabbijn Guigui.
Overmorgen, vrijdag 14 Ijar-1 mei, is het Pesach Sjenie, de tweede Pesach. Als in de tijd van de Tempel in Jeruzalem iemand gedurende Pesach door omstandigheden het Pesach-offer niet had kunnen brengen, hij was bijvoorbeeld onrein of onderweg, dan was 14 Ijar, precies een maand na Pesach, een herkansing mogelijk. Het Pesach-offer kunnen we niet brengen zolang de Tempel niet is herbouwd, maar ook de wetten die fysiek niet (meer) bestaan, blijven hun eeuwigheidswaarde behouden. Met andere woorden: er bestaat nooit een te laat! Te laat dus niet, maar laat wel. Het is inmiddels erg laat, al in de vroege uurtjes van donderdag en verlaat ik dit dagboek, maar niet na eerst mijn dank te hebben uitgesproken voor de prachtige bos bloemen die een van mijn trouwe lezers heeft gestuurd. Was bestemd voor Pesach, gaf de afzender aan, maar toen waren wij niet thuis. Maar omdat het Pesachoffer bij afwezigheid ook een maand later gebracht kon worden, zal hetzelfde ook wel gelden voor de bloemen, die komen nooit te laat! Dank!
O ja, ik zou het bijna vergeten. Om tien uur precies stonden ze voor de deur, vanochtend, en iets voor enen gingen ze weer weg. Ze, is de Tv-ploeg van Dit is De Kwestie dat elke week een uitzending maakt over een maatschappelijke kwestie op het snijvlak van geloof en samenleving. En in die bijna drie uur filmden ze, spraken met mij en Blouma en werkten aan een uitzending over de Joodse gemeenschap die bezorgd is en zich afvraagt of ze hier nog wel kunnen blijven. Mijn mening heb ik duidelijk kenbaar gemaakt: ik woon hier al vele generaties en laat me niet wegpesten, hoewel het storend is en eigenlijk totaal onaanvaardbaar dat mijn schoondochter uit Londen, waar net die aanslag is gepleegd, voor vakantie niet meer met haar gezin durft in te trekken in ons huis vanwege de vele en inmiddels genormaliseerde antisemitische scheldkanonnades. En leest u dit even, wat een van de gemeenteleden, mijn gast op sjabbat, ons schreef: “Beste Opperrabbijn. Dank dat ik sjabbat bij u mocht zijn voor de maaltijden. Maar ik heb op straat tot drie keer toe nare ervaringen gehad en dat wil ik toch, ondanks de lekkere maaltijden en de fijne sjabbat-sfeer, met u delen. Vrijdagavond liep ik langs een schoolpleintje op weg naar uw huis, toen ik beledigend werd nageroepen door jeugd. Ik keek om en zag tot mijn verbazing dat bij de scheldende kinderen een volwassen persoon stond, die het allemaal maar prima en normaal leek te vinden want van correctie naar de kinderen of excuses naar mij, was geen sprake. Op de terugweg in hetzelfde wijkje werd ik nagescholden voor kankerjood door een jongen op een scooter met een kenteken dat ik aan de politie heb doorgegeven maar om geen gezeur te krijgen met de wet op de privacy ik hier niet vermeld. Een fietser reed naast hem. Sjabbat-middag in het drukke centrum werd ik wederom, dit keer zelfs uitgebreid, beledigend nageroepen door een stel mannen. Het leek me niet verstandig om om te kijken. Vele voorbijgangers en omstanders hoorden en zagen het gebeuren, maar het werd kennelijk aanvaard, want niemand greep in of zei iets tegen de mannen of tegen mij. De Jood heeft het maar te accepteren.”
Dagboek van de opperrabbijn 26 april 2026
Het Gouvernement aan de Maas (wij gewone Nederlanders noemen dat het Provinciehuis) bestaat veertig jaar en de Gouverneur, de Commissaris van de Koning de heer Roemers, grijpt deze gelegenheid aan om een jaar lang te vieren (daar zijn ze in Limburg erg goed in!) en aandacht te vragen voor de democratie, dus het aangename met het nuttige te combineren. Ik had de eer om bij de opening van het feestjaar uitgenodigd te zijn en zitting te nemen in een panel onder de zeer professionele leiding van niemand minder dan Twan Huys. Hoewel ik uiteraard het belang van een democratie onderschrijf, moeten we ook ervoor waken om de democratie te verheerlijken en idealiseren. Ook een democratie moet alert blijven en voorkomen dat er geen verkeerde leiders democratisch worden gekozen die vervolgens op democratische wijze de democratie de das omdoen. Speciaal voor mij en Blouma was er een koosjere lunch verzorgd, hetgeen een erg warm gevoel gaf. Natuurlijk had ik ook zelf mijn boterhammetje kunnen meenemen, maar dat was voor Gouverneur en organisatie onacceptabel. Hopelijk was mijn bijdrage aan de paneldiscussie waardevol, maar zelfs als die niet veel voorstelde was mijn aanwezigheid met hoed en baard voor mijn gevoel belangrijk. We zijn er nog, zelfs in Limburg! Hoewel, de heer Benoit Wesly, tot voor kort nog de honorair-consul van Israël in Maastricht en voorzitter van de Joodse Gemeente Limburg, heeft de aanwezigheid door de jaren heen wel goed en positief zichtbaar gemaakt. Overigens doet de huidige voorzitter van de Joodse Gemeente, Ernst de Reus, het ook fantastisch. Maar desondanks zijn we piepklein achtergebleven, ook in Limburg.
Het panel discussieerde over democratie, een politiek onderwerp. Maar, achteraf bezien, was het juist dat ik me met de politiek inliet? Een rabbijn is een geestelijke en dient zich van politieke uitspraken te onthouden. Hij is er voor de mensen van de Joodse gemeenschap, ook voor degenen die wellicht een andere politieke opvatting hebben dan de rabbijn. En terwijl ik daarover aan het peinzen was, ontving ik onderstaande e-mail:
Ik ben een trouw lezer van uw dagboek en zou graag in contact komen met u. U schreef een stuk over de verschillen tussen antisemitisme en antizionisme. Op zichzelf wel boeiend. Vervolgens schreef u zonder duiding dat u aanhanger bent van Netanyahu. Ik vroeg me af waarom u uw politieke voorkeur in uw stuk betrok. Ik heb deze korte zin als polariserend ervaren maar vraag me af of dit zo is bedoeld. Ik weet ook niet of anderen dit zo hebben gelezen. Ik denk dat veel van uw dagboek-lezers politiek ambivalent zijn. Het is daarom mooi deze ambivalentie te bespreken. Dit zal velen aanspreken. Zeker in de aanloop naar 4 en 5 mei is dit wat we nodig hebben. Ongetwijfeld is bovenstaande niet volledig of niet volledig duidelijk. Daarom zou ik graag eens in een gesprek met u van gedachten wisselen.
Als u mij een beetje kent zal het u niet verbazen dat ik binnen een mum van tijd in de telefoon ben geklommen, een afspraak heb gemaakt en ondertussen zit ik te peinzen. Ja, ik ben voor Netanyahu, vandaag en gisteren. Maar zal ik ook morgen pro zijn? En los van mijn pro of contra, mijn mening heeft weinig waarde, alleen in Nederland heb ik stemrecht. Maar waarom schreef ik zo uitdagend dat ik pro-Netanyahu ben? Ik denk dat half Israël voor is en half tegen, niets mis mee. Ik laat me daarover ook duidelijk niet uit. Maar of ik voor of tegen Netanyahu ben wens ik zelf te bepalen en ik weiger mee te doen aan de anti-Israël stemming die van ons eist om tegen Netanyahu te zijn! Ik bepaal mijn mening over zionisme en ik weiger mijn mening te laten bepalen door media, als bijvoorbeeld de N
!
Donderdag was een landelijke bijeenkomst van het OJEC, het overlegorgaan Joden- Christenen in de Portugese Synagoge. Een boeiende rondleiding, een buitengewoon interessante lezing door Prof. Emile Schrijver, mijn vriendje, en tenslotte afscheid van Piet van Midden die zich tientallen jaren als voorzitter van het OJEC heeft ingezet om binnen de Christelijke samenleving begrip te kweken voor het Jodendom en voor Israël.
Beste dagboekenier, ziet u wat er gebeurt? Jodendom, religie, en Israël, politiek. Het is onafscheidelijk. En dus, hoewel ik me verre van politiek houd, lopen politiek en religie vaak sterk door elkaar. In ieder geval: Beste Piet, dank voor je geweldige inzet voor het Ojec, de verhouding Joden-Christenen en vooral: blijf gezond en blijf pro-Israël en anti-antisemitisme columns schrijven.
In de pauze van de Ojec-Snoge-middag, het weer was schitterend, mochten we van de nieuwe voorzitter in de binnenplaats van het Synagoge-complex een luchtje scheppen. En toen overkwam me iets vreemds. Gelijk ik vanaf dag één van mijn rabbijn-schap in Nederland me had voorgenomen om na mijn pensionering Nederland in te ruilen voor Israël als woonplaats, had ik zo rond mijn 65ste besloten om gids te worden bij de Snoge en met de oprichting van het Holocaust Museum had ik me voorgenomen om als vrijwilliger een dag per week zichtbaar aanwezig te zijn in het museum om met toeristen te spreken en te vertellen over eeuwen Joods leven in mijn Nederland. Waarom welden die pensioneringsgedachten in me op, terwijl ik tot geen pensioen te bewegen breng? Een Amerikaanse toerist die ik tijdens mijn frisse luchtje op de binnenplaats trof, begon een gesprek. Hij wist dat alle Joden in Nederland de Holocaust hadden overleefd en dat onze koningin Wilhelmina in de oorlog met een Jodenster rondliep als protest tegen de Jodenvervolging. Ondertussen was de Amerikaanse toerist, hij was Joods, verheugd om met een Nederlandse rabbijn te spreken. In zijn woonplaats had hij geen contact met rabbijnen.
En zo zie je maar weer dat wat de Baal Sjem Tov heeft gezegd geen theorie is, maar praktijk. Van alles wat een mens in het leven tegenkomt dient geleerd te worden, toeval bestaat niet, niets is zinloos, Dat luchtje scheppen, was niet alleen voor het luchtje, maar ook voor die Amerikaanse toerist die kennelijk dat rabbinale contact nodig had.
Vandaag, zondag, was ik in Kopenhagen. Ik mocht een gezin helpen met een probleem en ik denk dat ik ze inderdaad heb geholpen. Ik heb met ze gesproken van drie tot vijf, slechts twee uur. Als ik dadelijk thuis ben gaat de mevrouw nog even met Blouma spreken via zoom en dan denk ik dat het probleem is opgelost. Nou, niet helemaal opgelost, maar ze weten nu hoe ze het probleem kunnen hanteren en als een mens weet hoe met zijn probleem om te gaan, dan is het probleem geen echt probleem meer, maar een uitdaging.
Mijn dagboek is klaar en mijn vliegtuig, vlucht KL1276, gaat landen. Mijn auto staat op Schiphol en mijn dag zit er weer op.
Dagboek van de opperrabbijn 22 april 2026
Een trouwe lezer van mijn dagboeken, die ik toevallig ontmoette en aangaf dat hij met veel belangstelling mijn dagboeken leest, verzocht mij om mijn dagboeken iets korter te maken, want hij vond ze aan de lange kant. Wat moet ik daar nu mee, vroeg ik mezelf af. Inkorten kan natuurlijk, maar klinkt eenvoudiger dan het is. Mijn wekelijkse column in het papieren NIW moet precies vierhonderd woorden tellen en dat is lastiger dan u denkt. Ik wil namelijk een bepaalde gedachte overbrengen, kom dan al schrijvend op te veel woorden uit en dan is inkorten, zonder afbreuk te doen aan de boodschap die ik wilde overbrengen, lastig en vooral tijdrovend. Dus ik zou allen die vinden dat mijn dagboek te lang is adviseren: lees eerst de eerste helft en een dag later de rest. Gezien mijn dagboek twee keer per week verschijnt, treffen we elkaar dan dus vier keer per week en wordt mijn dagboek dan dus bijna een echt iedere-dag-boek, waarbij ik uitga van een vijfdaagse werkweek, ook voor een rabbijn van wie 24/7 inzet wordt verwacht.
Het waren emotionele dagen. Zondagavond in Amos de Jom Hazikaron herdenking van de gesneuvelde Israëlische soldaten, omgekomen in de strijd om het (voort)bestaan van de Staat Israël. Het concept van de plechtige herdenking was gelijk vorige jaren, alleen weer meer soldaten die herdacht moesten worden. Speciale indruk maakte op mij de toespraak van Zvi Aviner Vapni, de nieuwe ambassadeur van Israël in ons land. Als kind was zijn vader gesneuveld. Met deze kennis kijk ik plotseling anders tegen hem aan. Hij is nu niet meer voor mij een gewone beroepsambassadeur, maar met zijn geschiedenis is hij echt geworden, niet meer een ambassadeur van politiek-Israël, maar van Israël-zelf.
Maandag een lezing tijdens de Landelijke Ontmoetingsdag van Kerk en Israël in Nijkerk. In Nijkerk en niet in het gebouw van het Israël Producten Centrum? Ik kon me er niets bij voorstellen, ik wist niet goed wat ik ervan moest verwachten, maar het viel enorm mee. Enorm mee? Het was geweldig, een kleine honderdvijftig toehoorders. Het is me nog niet helemaal duidelijk wat en of er verschil is met Christenen voor Israël. Het onderwerp wat mij was gegeven luidde: Geboden samengevat in Tenach en Talmoed. Geen idee wat ik daarover moest vertellen en dus ben ik mijn inleiding begonnen met een parabel van de Maggid van Dubno. Hij sprak altijd in parabels maar eens was hij in een sjoel waar hij een toespraak had zullen houden, maar de voorzitter van de Joodse gemeente liet hem spreken op voorwaarde dat hij geen parabel zou gebruiken. De Maggid beloofde dat en begon zijn toespraak met
een parabel: ik was te voet op weg van Lemberg naar Lodz. De weg was uiterst modderig en het was moeizaam lopen. Tot mijn verbazing komt mij een paard zonder berijder tegemoet. Ik vraag het paard vanwaar hij komt en waarheen hij gaat en het paard antwoordt dat hij onderweg is van Lodz naar Lemberg, maar de juiste weg niet kan vinden (Er bestond nog een GPS!). Als ik nou jouw berijder word en we naar Lodz (terug)gaan, ga je daarmee akkoord? Zeker niet, antwoordde het paard, daar kom ik net vandaan. Okay, zeg ik, als ik op je rug mag zitten gaan we samen naar Lemberg. Na een paar uur wordt de bewoonde wereld zichtbaar en roept het paard uit: we komen uit in Lodz. Je had me beloofd dat we naar Lemberg zouden gaan. Dat klopt, antwoordde ik hem, maar die belofte deed ik voordat ik de teugels in handen had, maar toen ik eenmaal op je rug zat heb ik mijn eigen richting gekozen. Beste mensen, sprak de Maggid van Dubno, ik heb beloofd om geen parabels te brengen, maar dat was voordat ik op het spreekgestoelte stond
en toen begon hij zijn toespraak met een parabel.
Zo ook geachte toehoorders, sprak ik de zaal toe, heb ik toegezegd om met u te spreken over Geboden samengevat in Tenach en Talmoed, maar dat was voordat u mij de microfoon had gegeven. En toen heb ik een lezing gegeven waarin de oorsprong van Tenach en Talmoed wordt teruggebracht tot de eerste twee van de Tien Geboden. Precies het onderwerp dat gevraagd was, maar dan op zn kop.
Maar rabbijnen houden niet alleen toespraken, ook de pastorale zorg is des rabbijns en heb ik daaraan ook enige uurtjes besteed om vervolgens ook nog een Europese jongere collega-rabbijn in de Halagische problemen te hebben mogen helpen.
Inmiddels is het gisteren geworden, ben ik in de ochtend enige uren bezig geweest met een kanjer van een huwelijksprobleem en toen was het richting Barneveld. Meer dan veertienhonderd vrienden van Israël waren naar de christelijke studio Het Kruispunt getogen om samen met de Joodse Gemeenschap Jom Haatsmaoet te vieren. Ik had min of meer dezelfde toespraak willen gebruiken die ik de dag tevoren had gegeven in de vorm van een lezing. Met een beetje taalkundige handigheid verandert een lezing van driekwartier in een toespraak van vijftien minuten. Mais non! Ik bemerkte nog net op tijd dat een aantal van Nijkerks toehoorders ook hier waren komen luisteren. En dus, ik had de microfoon reeds in mijn hand, moest ik mijn rede aanpassen. De bijeenkomst was geweldig. Zo professioneel georganiseerd. Schitterende muziek. Indrukwekkend gezang. Geweldige presentatie. De manifestatie was een grote pro-Israël demonstratie die keihard uitriep: Am Jisraeel Chaj-het Joodse volk leeft en overleeft, dankzij de Eeuwige, de Schepper van de wereld, en met een ongelofelijke steun van christenen die weigeren ons te bekeren, maar alles doen om ons te helpen. Met geld, met liefde en met een door en door oprechte overgave. Dank christenen voor Israël! Jullie zijn zo voor Israël dat zelfs de anti-Joodse media de aanslag op jullie christelijke Israël centrum gedoopt hebben tot het Joodse Israël Centrum in Nijkerk.
Inmiddels ben ik net terug uit Maastricht, maar te vermoeid om daar nu over te schrijven en bovendien wilde ik, op verzoek, mijn dagboek iets inkorten.
Dagboek van de opperrabbijn 19 april 2026
En toch kwam ik terug van de conferentie, en ik ben ervan overtuigd dat ik niet de enige ben, met een goed gevoel, want alle deelnemers waren van mening: we laten ons niet wegpesten. Wij steunen Israël onvoorwaardelijk, maar wij laten ons niet verdrijven uit ons Europese land van inwoning. Velen van ons wonen al vele generaties in ons Europese geboorteland. Wij gaan verhuizen als wij dat willen en als het onze eigen vrijwillige beslissing is gebaseerd op van alles en nog wat, maar niet opgedrongen door angst. Want als angst onze keuze gaat bepalen, worden we gechanteerd. En aan chantage mag nooit worden toegegeven, ook niet als het niet-toegeven mijn positie of mijn privéleven kan schaden want als het niet zwichten geen nadeel zou opleveren, is het geen chantage!
Maar ook de aanwezigheid van niet-Joodse autoriteiten en niet-Joodse politici kwam warm over. Er zijn G.Z.D nog vele niet-joden die Israël niet laten stikken en hun kop uitsteken in de strijd tegen antisemitisme en antizionisme. Neem nou ons eigen Christenen voor Israël. Vooraan staan ze in de strijd voor Israël, geen risico is hun te groot en geen pro-Israël project te klein. Zelfs hun eigen privéleven brengen ze vrijwillig en geheel belangeloos in gevaar. Aan concessies hebben ze geen boodschap, duivelse filosofieën die Israël in het verdomhoekje duwen bestaan bij hun niet en hoe meer ze door de brede samenleving worden vervolgd, des te sterker stellen ze zich op. Het was daarom ook geweldig dat tijdens de conferentie onder luid applaus een oorkonde werd uitgereikt aan Frank van Oordt, directeur van Christenen voor Israël Nederland en aan David Vandeputte, directeur van de Belgische Christenen voor Israël. Op het prachtig ingelijste certificaat, dat hopelijk een zichtbare plaats zal krijgen in het Israël Producten Centrum in Nijkerk, lezen we:
For their unwavering courage and moral clarity
in standing with the Jewish people and the State of Israel,
even in the face of intimidation, hostility and violence,
Christians for Israel embody the true meaning of a mensch.
At a time when support too often comes at a cost,
they have chosen principle over pressure,
conviction over convenience, and solidarity over silence.
In honoring them, we recognize not only their steadfast friendship, but also
the enduring values of decency, integrity and shared responsibility that
binds us together.
Ik ben trots dat mijn Blouma op het podium het certificaat mocht uitreiken en ik ben dankbaar dat ik door velen gezien word als de opperrabbijn van de Christenen voor Israël, zowel in Christelijke kringen als binnen Joods Nederland.
Maar, pas op: niet alle christelijke kringen kunnen mijn hechte vriendschap met C4I waarderen en ook in mijn eigen Joodse gemeenschap vindt niet iedereen het juist dat ik me bezighoud met niet-rabbinale zaken en dus indirect niet-rabbinale-zaken verhef (of degradeer) tot rabbinale-taken (een doordenkertje!).
Zo was er een bevriende collega die elders zijn ongenoegen is gaan spuien dat ik onlangs was uitgenodigd door minister-president Jetten naar aanleiding van de aanslag op het Cheider. Ik vond het jammer dat hij mij niet persoonlijk heeft benaderd met zijn klacht, verdenk hem zeker niet van primitieve jaloezie, maar vermoed dat zijns inziens dit soort politieke ontmoetingen niet des-rabbijns behoren te zijn. Ik zou tot hem willen zeggen: neem contact op met rabbijn Yehuda Kaploun. President Donald Trump heeft hem namelijk in april 2025 aangesteld als speciale gezant voor het monitoren en bestrijden van antisemitisme, een positie met de rang van ambassadeur. Rabbi Kaploun was een van de eregasten in Brussel en is een toonbeeld van de combinatie van ambassadeur en rabbijn, rabbijn en ambassadeur. Natuurlijk moet een rabbijn onder alle omstandigheden rabbijn blijven, maar dat impliceert niet dat een rabbijn uitsluitend binnen moet blijven en het buiten vooral buiten houdt. Mijns inziens behoort iedere rabbijn, als de gelegenheid zich voordoet, ook een ambassadeur te zijn.
Aan het begin van Sanhedrin (een van de traktaten van de Talmoed) wordt gesproken over de samenstelling van een Beth Din, een Joodse rechtbank. Zon Beth Din kan uit drie dayanim, rechters, bestaan of uit eenenzeventig, afhankelijk van de kwestie waarin een uitspraak moet worden gedaan. De uit eenenzeventig dayanim bestaande rechtbank heet het Sandedrin en is lokaal gebonden aan de Tempelberg en aan een functionerende Tempel. Momenteel is er dus geen Sanhedrin en zal er pas een Sanhedrin zijn met de komst van de Mosjiach. De dayanim die deel uit maakten waren allen Joods-juridische toppers van het allerhoogste niveau. Aan het eind van het traktaat Sanhedrin wordt gesproken over de aanwezigheid van het kwaad in de wereld, dus niet alleen in Israël en zeker niet uitsluitend in Jeruzalem. Het begin van een traktaat en het eind hebben altijd een bepaalde verbintenis, maar die verbintenis lijkt hier volledig zoek. De eenenzeventig dayanim van het Sanhedrin waren geleerden die zich bezighielden met de meest ingewikkelde juridische kwesties en voor de gewone beslommeringen, vetes en gezeur waren kleinere rechtbanken en lokale rabbijnen. Maar toch werd ook van de Halagische toppers verwacht dat ze van tijd tot tijd Jeruzalem verlaten en eropuit trekken om ook in de wereld van het dagelijkse gezeur te strijden tegen het kwaad. En dus, als dat erop uittrekken al gold voor de top van de rechtsgeleerden, hoeveel te meer geldt dat voor mij als eenvoudige rabbijn. Het is goed te lernen, kennis te blijven verrijken, binnen te blijven. Maar ook de Joodse kamergeleerde rabbijn dient zich te begeven in het buiten. En was voor mijn gevoel het juist dat ik de uitnodiging van Jetten heb aanvaard.
Dagboek van de opperrabbijn 15 april 2026
Maar na Pesach was het weer: alle hens aan dek. Een scala aan e-mails, besprekingen, interne en externe politiek, mensen met problemen, uitnodigingen om lezingen te geven en natuurlijk ook mooie en bemoedigende ontmoetingen.
Vandaag zijn Blouma en ik afgereisd naar Brussel voor de jaarlijkse conferentie (die voor mijn gevoel vaker dan eens per jaar wordt gehouden) van de EJA, European Jewish Association. Onderwerp? Antisemitisme, want dat is helaas de grote zorg van alle Joodse Gemeenten in Europa. Maar gelukkig is zon conferentie veel meer dan alleen het onderwerp. Er vinden ontmoetingen plaats, bestuurders (want EJA is bedoeld voor bestuurders van Joodse Gemeenten) leren elkaar kennen en bespreken hun successen en moeilijkheden en wellicht ook hun rabbijnen.
Maar voor dag-één-Brussel had ik dinsdag, gisteren dus, een dagje Den Haag. Eerst een kop koffie met onze nieuwe Minister van Defensie Yesilgöz en daarna in de Tweede Kamer met CDA-fractievoorzitter Bontenbal en Tijs van den Brink, die de portefeuille antisemitisme beheert. Wel grappig om Van den Brink regelmatig tegenover me te hebben gehad hebben als interviewer bij o.a. Dit is de Dag en nu dus als CDA-portefeuilledrager. De boodschap die ik wilde overbrengen was dat beveiliging van Joodse gebouwen en personen valt onder de categorie symptoombestrijding, maar paracetamol neemt de kwaal niet weg. De enige manier om de kwaal te elimineren is door middel van educatie, educatie, educatie op onze scholen, universiteiten, in de thuis-entourage en in de AZCs. Ik was om 16:00 uur thuis en toen om 18:00 uur naar de Hollandsche Schouwburg voor de jaarlijkse herdenking van de Holocaust.
Ook dit jaar weer een indrukwekkend gebeuren, hoewel een van de zeer goede sprekers aan het eind van haar sterke en indrukwekkende persoonlijke oorlogsgeschiedenis kennelijk even was vergeten dat de jaarlijkse herdenking een herdenking van de moord op honderdtweeduizend Nederlandse Joden was en niet bedoeld om een uitgesproken mening te laten horen over de politiek in het Midden-Oosten. Jammer, want wat kan ik nu nog als verweer gebruiken als op een school tijdens de educatie over de Holocaust de Midden-Oosten problematiek wordt geïmporteerd en de herdenking van wat onze samenleving liet gebeuren wordt gekaapt door huidige Jodenhaat. Maar verder was het indrukwekkend en weer geweldig georganiseerd en daarom had ik bovenstaande wanklank beter niet moeten vermelden, maar wat staat, staat en uitgummen lukt niet zo goed op het digitale papier.
Donderdag, dag twee dus van de EJA-conferentie, komen twee medewerkers van de Gouverneur van Limburg naar Brussel. Niet voor de EJA-conferentie, maar om met mij voor te bespreken 40-jaar Gouvernement aan de Maas. Tijdens die viering op 22 april zal er namelijk een panelgesprek zijn in de Feestzaal van het Gouvernement voor een publiek van ca. 250 personen in de stijl van college tour, met als gespreksleider Twan Huys. Het thema waarover gesproken en gevraagd zal worden is democratie, ethiek en nog een aantal randvoorwaarden waaraan een samenleving dient te voldoen om als vredige en tolerante maatschappij te kunnen bestaan, zonder chaos en polarisatie. Mede omdat er voorkomen moet worden dat de Midden-Oosten problematiek wordt geïmporteerd in het Limburgse, willen de organisatoren vooraf met mij, en naar ik verwacht ook met de andere panelleden, een voorgesprek. Omdat mijn agenda de komende week propvol zit en dus even naar Maastricht vanuit het verre Westen er niet inzit, treffen we elkaar in Brussel tijdens de EJA-sluitings-lunch. Reden dat ik dit vermeld, terwijl de viering pas volgende week is, omdat de organisatie de 40-jaar wil vieren en een kaping van de viering door het importeren van Iran, Libanon of Gaza wil voorkomen. Voelt u waarom dit plotseling al schrijvende over de herdenking in de Hollandsche Schouwburg in mijn gedachten opkomt?
De conferentie is geweldig. Op de vraag of je als Jood bang bent om anno 2026 zichtbaar Joods op straat te lopen, was de uitslag (stemming met de mobile telefoons) 50% – 50% en op de vraag of de Joodse gemeenten zich na 7 oktober in de steek gelaten voelden door hun lokale en nationale overheden gaf 72% van de Joodse bestuurders aan dat ze zich niet gesteund wisten. Maar desondanks gaf de overgrote meerderheid duidelijk te kennen dat ze er niet over peinzen om hun Europese geboorteland te verlaten. Alleen de vertegenwoordiger van Ierland, woonachtig in Dublin, wil haar kinderen niet in haar geboorteland zien opgroeien. De reden: in Ierland wordt er van overheidswege geen enkele vorm van beveiliging geboden. De Joodse gemeenschap moet dat zelf verzorgen en bekostigen.
Terwijl ik zit te luisteren naar een paneldiscussie, moet ik dit dagboek afronden om het op tijd bij u, mijn trouwe volgers, te krijgen. Er wordt nu gesproken over de vraag of er voor de bescherming van de Europese Joden een aparte legale status moet worden gecreëerd om Joden te beschermen, maar wel of geen status apartus, allen zijn het erover eens dat in een situatie waarin Joden niet meer zichtbaar als Joden kunnen leven, dat het dan een legale verplichting van de overheid is om ons te beschermen, geen gunst!
Achter het spreekgestoelte neemt nu plaats ambassadeur rabbi Yehuda Kaploun, aangesteld door president Trump als speciale gezant voor het monitoren en bestrijden van antisemitisme. Hoe meet hij zijn succes, vraagt hij zichzelf af. Hoe weet hij of hij iets heeft bereikt? En het antwoord dat hij zichzelf geeft luidt: als ik wakker word in de ochtend en er was die nacht/dag geen aanslag gepleegd, heb ik iets bereikt. Hij, reeds dertig jaar bevriend met Trump, benadrukte de inzet van Trump om antisemitisme te bestrijden en zijn vriendschap met Israël en het Joodse volk.
Ondertussen is ook Frank van Oordt aangekomen en gaf David Vandeputte een uiteenzetting over de inzet van Christenen voor Israël. Ik was daarvan niet onder de indruk, want ik ken Christenen voor Israël als mijn eigen broekzak. Maar alle anderen waren diep onder de indruk. Dat wij Joden lijden onder antisemitisme, is inmiddels normaal, want we zijn Joods. Maar dat Christenen door zich keihard in te zetten voor Israël en tegen antisemitisme strijden en dan ook de volle laag over zich heen krijgen, creëerde respect en misschien wel verbazing.
Dagboek van de Opperrabbijn 6 april 2026
Eigenlijk had ik vanwege de tussendagen van Pesach geen dagboek willen schrijven. Even helemaal weg, geen nieuws volgen en moeten constateren dat mijn wel of niet geïnformeerd zijn over wat zich in de grote wereld afspeelt, zelfs in het Midden-Oosten, totaal niet wordt beïnvloed door mijn op de hoogte blijven.
Maar na het begin van de Hagada te hebben gelezen op de Seideravond (en na de aanslag op het IPC-Israel Producten Centrum in Nijkerk), ben ik toch maar weer achter mijn laptop gaan zitten om mijn gedachten met u te delen.
Dit is het brood der ellende dat onze voorouders in Egypte hebben gegeten. En vervolgens nodigen we iedereen uit die hongerig is om onze gast te zijn. Een vreemd begin van de vertelling van de geschiedenis van meer dan drieëndertighonderd jaar geleden, de geschiedenis van de Uittocht uit Egypte, het einde van de vierhonderd jaar durende slavernij. Dit is het brood der ellende dat onze voorouders in Egypte hebben gegeten. En, zo vervolgt de Hagada, als onze voorouders toen niet uit Egypte zouden zijn bevrijd, zouden wij nog steeds slaven zijn van de Farao in Egypte.
Als we een beetje nadenken moeten we tot de conclusie komen dat deze introductie op zn zachtst uitgedrukt vreemd is. Want de matse die we nu voor ons op tafel hebben liggen, is echt geen drieëndertighonderd jaar oud. En los hiervan, hebben onze voorouders bij de Uittocht uit Egypte inderdaad matses gegeten, maar niets wijst erop dat ze ook gedurende de slavernij zelf matses zouden hebben moeten eten. En de bewering dat als we toen niet zouden zijn bevrijd we nog steeds in Egypte zouden zijn, terwijl Gd nadrukkelijk aan onze aartsvader Abraham had aangegeven dat de slavernij niet langer zou duren dan vierhonderd jaar, klopt dus ook van geen kant.
Omdat u mij nu leest omdat ik een dagboek ben en geen Joods-filosofische les, zal ik u een uitgebreid antwoord besparen, maar heel in het kort:
De volledige bevrijding uit de slavernij heeft nooit plaatsgevonden. Nog steeds bevindt het Joodse volk zich in ballingschap, zelfs in het Heilige Land Israel. De Uittocht uit Egypte heeft ons weliswaar uit de toenmalige slavernij bevrijd, maar het fenomeen slavernij is gebleven en blijft tot de uiteindelijke verlossing zal komen, de Tempel in Jeruzalem weer zal functioneren en er echte Sjalom zal heersen voor alle volkeren van Gds aarde.
Toen ik na de eerste twee dagen Pesach mijn zorgvuldig weggestopte laptop weer opende om te zien hoe het klimaat in onze wereld ervoor stond, las ik tot mijn schrik en verbazing: Politie onderzoekt explosie bij Israëlcentrum in Nijkerk. Dit is het vierde incident bij een Joodse instelling in Nederland in een maand tijd.
Natuurlijk mag eenieder het oneens zijn met de politiek van Netanyahu. Ik vermoed dat de helft van de Israëliërs tegen Netanyahu is. Maar hun tegen-zijn betekent niet dat ze vinden dat de Staat Israël van de kaart geveegd moet worden en dat Joden, waar ze zich ook bevinden, vervolgd mogen worden, louter en alleen vanwege hun Jood-zijn. Ook kan ik me nog voorstellen dat iemand tegen de oprichting van de Staat Israël was in 1948, maar absoluut geen Jodenhater. Antizionisme was dus niet het synoniem van antisemitisme. Maar als we de mening zijn toegedaan dat een antizionist niet per definitie een antisemiet is, dan zouden er ook antisemieten moeten bestaan die weliswaar vervuld zijn met Jodenhaat, maar desondanks pro-Israël! En dit soort zionistische antisemieten heb ik in Nederland nog niet ontmoet.
En daarom verbaast het me niet dat Christenen voor Israël op de website van een gerenommeerd Nederlands dagblad een Joodse instelling wordt genoemd: een antisemiet is namelijk niet te onderscheiden van een antizionist en antisemitisme en antizionisme zijn in de loop der jaren synoniemen geworden: antisemitisme = antizionisme.
Nog steeds bevinden we ons in de toenmalige slavernij en is dus de aanslag op het gebouw van Christenen voor Israël niet verbazingwekkend. Maar met de toenmalige Uittocht uit die slavernij hebben we de kracht gekregen om uiteindelijk tot de ultieme sjalom te komen, de definitieve uittocht uit een ballingschap waarin we ons nog steeds bevinden. Gelijk toentertijd de Uittocht gepaard ging met beproevingen en wonderen, zo vergaat het ons ook nu.
Maar we gaan de goede kant op als zelfs dat gerenommeerde dagblad, dat gewoonlijk niet verdacht kan worden van pro-Israëlische denkbeelden, al volmondig toegeeft dat antisemitisme en antizionisme hetzelfde is en daarom het Christelijke Israël Producten Centrum te Nijkerk niet meer christelijk is, maar gewoon Joods, en ik dus terecht regelmatig in bepaalde Christelijke kringen, die niet zo pro-Israël zijn, word gezien als de Opperrabbijn van Christenen voor Israël!
dagboek van de opperrabbijn 30 maart 2026
Donderdag jl. was ik aanwezig in de ambtswoning van de Israëlische ambassadeur vanwege het afscheid van Arjan Lont als honorair-consul van Israel voor de noordelijke provincies van Nederland. Maar het klopt niet helemaal, zijn vertrek, want Lont moge dan officieel afscheid hebben genomen, zijn strijd voor Israel, tegen antizionisme en tegen antisemitisme gaat gewoon door en wellicht met nog meer overgave (haast niet voorstelbaar!). Nou had ik hem willen toespreken bij die receptie, maar soms is zwijgen verstandiger dan spreken, speciaal als er al een aantal toespraken zijn geweest en mensen ook met elkaar willen spreken. Maar, toch was er min of meer wel een toespraak van mij. De scheidende honorair-consul vermeldde namelijk uitgebreid in zijn toespraak onze bijzondere verhouding en bracht in herinnering een toespraak van mij van zon tien jaar geleden bij een reünie van nazaten van… Ja, van wie weet ik niet meer en ik denk dat ook Lont dat was vergeten. Maar mijn toespraak aan het graf van die voorouder van een paar honderd Joodse bijeengekomen nazaten, herinnerde hij zich nog wel. Dat wil zeggen, de inhoud was hij kwijt, maar de grap die ik ter inleiding vertelde was hem bijgebleven. Of mij dat een goed of een minder goed gevoel moet geven, weet ik even niet.
Een dominee spreekt aan het graf van een overledene en eindigt zijn toespraak met het leggen van honderd euro op de baar en spreekt daarbij de wens uit dat de overledene dit bedrag in het leven na het aardse bestaan zal kunnen gebruiken. De pastoor spreekt ook een treurrede uit en geeft de overledene ook honderd euro mee voor het toekomstige bestaan. Daarna komt de rabbijn. Ook hij spreekt over het vele goede dat de overledene heeft verricht tijdens zijn aardse bestaan, zegt ook honderd euro toe, schrijft een check uit van driehonderd euro, legt die check op de grafkist en neemt de tweehonderd van de pastoor en de dominee als wisselgeld. Wel grap, geen grap: onze geweldige verhouding werd voor alle aanwezigen meer dan duidelijk.
Woensdag was ik ook al in Den Haag. Maar nu niet voor een afscheid, maar voor een première: de eerste Loe de Jong-lezing. Door de coördinator antisemitismebestrijding, Eddo Verdoner, en zijn team, was een hele dag georganiseerd met workshops over de bestrijding van antisemitisme. En aan het eind van de middag, ter afsluiting, was er een soort gala-receptie met een inloop en een uitloop (heet dat zo?) met als hoogtepunt de eerste Loe de Jong-lezing, uitgesproken door Adriaan van Dis. Een geweldige spreker, voorzien van een indrukwekkende feitenkennis, die de toehoorder geboeid liet luisteren. Onderwerp was uiteraard antisemitisme en het conflict in het Midden-Oosten. Wat ik jammer vond was dat hij voor mijn gevoel te neutraal sprak en daardoor de noodzaak dat Israel vecht om te overleven en de tegenstanders uit zijn op de vernietiging van Israel en oproepen tot Jodenhaat in de gehele wereld, niet voldoende werd benadrukt. Maar de bijeenkomst en de Loe de Jong-Lezing waren in zn geheel buitengewoon succesvol, zeker ook voor mii persoonlijk. Er bestond ruim de gelegenheid om te ontmoeten, netwerken, nieuwe contacten maken, oude contacten versterken. Ik heb daar een Islamitische wethouder uit Schiedam ontmoet en een Islamitische wethoudster (heet dit zo?) uit nota bene Amersfoort, mijn woonplaats. We gaan kijken hoe we bruggen kunnen bouwen. Met deze twee en met mij zal er aan weerskanten een kade zijn, dus is overbrugging denkbaar en kan er op zn minst gepoogd worden om die brug, zelfs als het maar een fragile bruggetje zal zijn, van de grond te krijgen.
Sjabbat hadden we een moeder met haar twee kinderen te logeren. Het was een fijne sjabbat en mooi te zien hoe dit gezin dat woonachtig is in een plaats waar ze naar alle waarschijnlijkheid de enige Joden zijn, toch heel bewust en religieus met hun Jodendom bezig zijn. Knap! Maar nog knapper: beide kinderen gaan het komende schooljaar hun huidige middelbare school verlaten en hun verdere opleiding aan het Maimonides-Lyceum in Amsterdam vervolgen. Geweldig, maar ook triest, want hun openbare huidige school verlaten ze vanwege antisemitisch gepest! Welkom bij het door onze Overheid gesubsidieerde onderwijs. Waar is de Inspectie?? Of valt dit onder vrijheid van meningsuiting of misschien vrijheid van godsdienst?
Een jongere collega benaderde mij met de vraag over een vrouw van middelbare leeftijd die meent Joods te zijn omdat de moeder van haar moeder via de moederslijn via haar bet, bet, betovergrootmoeder Joods zou zijn. Een van haar voorouders heette Schenker en dat zou een verbastering zijn van Schonker, een Joodse familienaam. Weer een andere familienaam was Rast, en dat zou Kats zijn geweest. Bovendien zou een DNA test ook haar Joodse afkomst gedeeltelijk aantonen. Deze vrouw heeft een uitgebreide stamboom gestuurd met daarop haar bewijzen. Omdat al haar voorouders uit dezelfde stad kwamen en ik toevallig met die stad al vele jaren bemoeienis heb, heb ik contact opgenomen met de historicus die alle inns en outs kent van de Joden uit die plaats en er zelfs een boek over heeft geschreven. En zie hier zijn reactie:
Dit verhaal rammelt aan alle kanten. Het is een zeer verwarrend en historisch gezien uitermate zwak en onbetrouwbaar. Alles wordt er bijgehaald. En veel namen en beweringen zijn onjuist. Het lijkt alsof er gebruik is gemaakt van AI (kunstmatige intelligentie). Dit verhaal overtuigt totaal niet. Ook de feiten met betrekking tot de Joodse geschiedenis van deze stad kloppen niet. Het verhaal van de familie Schenker gaat naar mijn overtuiging uit van ongefundamenteerde veronderstellingen en aannames.
Ik zal haar uitnodigen voor een gesprek en kijken hoe en of ik haar kan helpen, want wel of niet Joods: hulp heeft ze nodig!
Pesach staat voor de deur, woensdagavond de eerste Seideravond. Per e-mail en ook telefonisch word ik benaderd met vragen over wat wel en wat niet gekasjerd kan worden. Mensen met speciale diëten zoeken vervanging voor matses. Hoe groot moet de beker zijn voor de vier bekers wijn? Is eigen gemaakte wijn van rozijnen ook goed voor de vier bekers? En waar kan ik een seiderviering bijwonen?
Mooi dat zovelen Pesach niet zomaar voorbij laten gaan. Maar ook heerst er bezorgdheid. Is het verantwoord om dit jaar een gezamenlijke Seider te vieren? En zullen de IDF-soldaten dit jaar überhaupt thuis de Seider kunnen vieren? We weten het niet en kunnen slechts bidden-dawenen dat er spoedig een einde zal komen aan de oorlog en aan de tientallen andere oorlogen op onze soms onbegrijpelijke aardbol.
De matses, de vier bekers wijn, de maror, de charoseth, het leunen als teken van vrijheid. Het is weliswaar geen oorlogswapen, maar ligt wel ten grondslag aan het overleven van het Joodse volk, want het traditionele Jodendom is het geheim van ons bestaan. Am Jisrael Chaj- we leven en overleven, ondanks Iran, Houties en allerlei soorten Hamas.
Het Joodse volk wordt gezien in onze heilige geschriften als een lichaam met ledematen, bloedvaten, organen, spieren. In een lichaam is alles met elkaar verbonden, op elkaar van invloed en op elkaar afgestemd.
De matses die wij dit jaar eten en de wijn die wij drinken, ons samenzijn, ons samen eten, ons samen zingen en vertellen, is niet alleen van belang voor de versterking van onze eigen identiteit, ons eigen Jood-zijn, onze nesjomme, maar het heeft ook invloed op onze soldaten die op de fronten vechten voor het voortbestaan van de Staat Israel en dus ook voor het overleven van de Joden, waar ook ter wereld.
Namens Blouma en mij:
Een koosjere Pesach en Lesjana Habaa Bieroesjalajim, met de komst van de ultieme sjalom voor alle volkeren van Uw aarde.
Dagboek van de opperrabbijn 25 maart 2026
Toen we gingen landen en verzocht werden om onze stoelriemen vast te maken, schrok ik wakker en moest ik even diep nadenken om me te oriënteren. Was ik op de heen- of op de terugweg en waarheen en vanwaar ook alweer. Zoals u zeker bekend is, zijn de Christenen voor Israel, ondanks de barre omstandigheden, nog steeds keihard bezig in Oekraïne met hun Breng de Joden thuis. En dus onder het mom van dit motto werd ik afgehaald door een van de vrijwilligers van Christenen voor Israel en was ik om vier uur s middags weer thuis, terug van weggeweest. De meeste tijd ging naar binnen- en buitenlandse e-mails en telefoontjes over de aanslagen in Luik, bij de Rotterdamse synagoge, het Cheider en nu dus ook de Londense ambulances. Mensen zijn bezorgd. Wanneer zal het ophouden? Kan de geweldspiraal nog stoppen? Kan de geest nog terug in de fles? Allemaal vragen die zinloos zijn. Kan dit? Kan dat? Alertheid is geboden, maar groter maken dan het is, is ongezond. Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft en overleeft, daarvan mogen we doordrongen zijn.
En om de daad bij het woord te voegen had ik maandagavond een aanstaand bruidspaar op bezoek om hun choepa te bespreken. Geweldig toch! Am Jisraeel Chaj.
Waar een normale rabbijn deze dagen non-stop met de komende Pesach bezig is, gaat mijn meeste tijd naar het gezeur rondom geestelijke en fysieke beveiliging. En dus kreeg ik dinsdag bezoek uit de hogere politiekringen die vanuit het veld, dat ben ik dus, direct wilden vernemen hoe het gaat met Joods-Nederland. Overigens kreeg ik maandagmiddag, een half uur na mijn thuis-landing, uitgebreid bezoek van onze wijkagent. Dat voelde goed. Speciaal nadat ik n.a.v. een online interview was bekogeld met de meest afschuwelijke verwensingen waarvan de journalist me deelgenoot had gemaakt. Nou ja, ook weer niet helemaal deelgenoot. Want, zo liet hij me weten, hij was drie uur bezig geweest om vervloekingen en bedreigingen van het allerlaagste allooi te verwijderen. Zoveel haat had hij niet verwacht.
En toen mochten we vereerd worden met de vijf vrijwillige bestuursleden van een fonds dat als doel heeft: Joods Nederland tot steun te zijn en niet te potten. Er schijnen vele fondsen binnen Joods Nederland te bestaan die zich voornamelijk inzetten om het fonds in stand te houden omwille van het fonds. Dit fonds dus helemaal niet en daarom kwamen ze bij ons, bij Blouma en mij. Hoe kunnen ze de gelden zo effectief mogelijk inzetten en ook hoe het kaf van het koren te scheiden. Want overal, en dus zelfs in Joods Nederland, bestaat er kaf en koren! Het was inmiddels al over tienen en langzaam toog ik richting bed. De volgende ochtend, vandaag dus, om elf uur, zo las ik nu in mijn agenda, werd ik verwacht in een bekend Wegrestaurant aan de A1. Een tweegesprek voor een van onze landelijke dagbladen. Rabbijn van de Kamp en ondergetekende kregen een tiental stellingen voorgelegd en werden daarover bevraagd. De bedoeling was uiteraard niet dat we met elkaar zouden instemmen en eensluidende meningen verkondigen en dat gebeurde dan ook niet. Waar van de Kamp erg gelooft in het gesprek met de Moslimgemeenschap en ervan overtuigd is dat dat mogelijk is, zit ik er kritischer in. Ik wil dolgraag bruggen bouwen, doe, naar ik meen, erg mijn best, maar een brug vereist aan weerskanten een kade.
En terwijl we een boeiend en interessant gesprek voerden, in dat Wegrestaurant aan de A1, kwam een medewerker ons vertellen dat het niet was toegestaan om te fotograferen. Ons gezelschap bestond uit twee Joods-ogende rabbijnen, twee journalisten en een fotograaf. Die fotograaf fotografeerde uitsluitend ons beiden met als achtergrond een muur die geen enkel beeld vertoonde dat de locatie herkenbaar maakte. De journalisten antwoordden dat ze daags vooraf een tafel hadden gereserveerd en toestemming hadden gevraagd om te fotograferen. De medewerker reageerde daarop nauwelijks tot niet en wilde de fotos zien die genomen waren. Die kreeg ze te zien en, na nogmaals duidelijk gesteld te hebben dat er niet gefotografeerd mocht worden, verliet ze ons tafeltje. Inmiddels was de fotograaf vertrokken en kwam de manager van het Wegrestaurant aan de A1 ons vragen of we hadden gefotografeerd en dat dat niet was toegestaan Ons interview ging over antisemitisme in ons land. Dit fotografie-tafereel vormde voor mij een prachtige illustratie. Na afloop van het gesprek heb ik me tot de receptie van het Wegrestaurant aan de A1 gewend en aangegeven dat ik de bewuste manager wilde spreken. Hij kwam meteen opdagen en begreep mijn ongenoegen, mijn zorg, maar, zo gaf hij mij aan, hij had een bericht gekregen van de medewerker die ons in eerste instantie had gesommeerd om te stoppen met fotograferen, had de twee Joods-ogende rabbijnen nog helemaal niet gezien en wist dus niet dat het iets met Joden van doen had. Ik ben zo vrij geweest hem uit te leggen dat Joodse gezelschappen bijna geen zalen meer kunnen huren en dat het antisemitisme weelderig bloeit. Hij verzekerde mij dat dit bij hem niet speelde. Hij begeleidde mij naar mijn auto terwijl hij nogmaals zijn excuus aanbood. Ik geloof hem, ben nog niet overtuigd van de goede bedoeling van zijn medewerker, maar mijn negatieve beoordeling van hem, de manager, was onterecht. Niet achter iedere boom staat een antisemiet. Ik voelde me een beetje richting rabbijn van de Kamp nijgen, maar het interview was al geweest.
Ik word dadelijk afgehaald om naar Den Haag te gaan al waar de eerste Lou de Jong-lezing wordt gehouden. Ik ben benieuwd maar weet op voorhand dat het een goede en belangrijke avond zal worden omdat Eddo Verdoner, de nationaal coördinator antisemitisme bestrijding, het heeft georganiseerd en mij persoonlijk heeft uitgenodigd.


