En toen het volgende: Een goede vriend van mij had een pakketje ontvangen uit Frankrijk, een of andere bestelling die zijn vrouw had gedaan bij een online bedrijf. Omdat het pakje te groot was voor de brievenbus werd het afgeleverd bij een afleverplaats die speciaal daarvoor is opgericht. Mijn vriendje komt daar maandagmiddag voorzien van QR-code die aan zijn pakje zat gekoppeld en sluit zich netjes aan in de geduldig wachtende rij pakjes-ophalers. En toen was het zijn beurt. “Sjosjanna Joosten, bent u dat? Neen, antwoordt mijn vriendje beleefd, dat is mijn vrouw. Is ze soms Joods want het is zo’n gekke naam? Ja, dat is ze. U ook soms?” en vervolgens wordt mijn vriend haarfijn uitgelegd door de pakjes-afleveraar dat het niet verbazingwekkend is dat Isra?l zich schuldig maakt aan genocide omdat ze 85-jaar geleden ook de Holocaust waren begonnen en het inmiddels wetenschappelijk is aangetoond dat Auschwitz nooit heeft bestaan.
En toch, helaas voor de bekladders en hun broertje de pakjes-afleveraar, heeft de Poerim-vreugde de nare gevoelens die ik had kunnen krijgen geen ruimte gegeven. Poerim was geweldig. Bewust zijn we op Poerim naar elders gegaan om elders, in Lelystad en in Almere, mee te feesten en ook om ze te bemoedigen. In Lelystad waar het Joodse leven nog maar net aan het beginnen is met de jonge rabbijn Shusterman en zijn even jonge echtgenote, waren tegen de zestig deelnemers komen opdagen. Niet gek, als tot voor kort er aan Joods leven totaal niets en niemand was. Hulde aan Shneur en Moessie! Voor het optreden van de goochelaar glipten Blouma en ik er stiekem tussenuit, op naar Almere. Daar werd ik met een loeiend applaus verwelkomd. Ook daar iedereen verkleed, een en al feest, muziek, dansen, Poerim-maaltijd! De bekladding en de pakjes-afleveraar was ik al bijna helemaal vergeten. Bijna, want ik wilde het gewoon vasthouden om het met u, mijn trouwe dagboekenier, te delen. Meer dan andere jaren droop de actualiteit van de Poerim-geschiedenis er af.
O ja, ik werd natuurlijk geacht om de feestende ietwat te vrolijk aangeslagen Poerim-vierders toe te spreken. Ik vraag dan ook uw aandacht voor een deel van mijn toespraak die eigenlijk meer te maken had met mijn taalkundig dagboekschrijven, dan met Poerim, maar Poerim staat alles op z’n kop, dus ook mijn toespraak die ik gekoppeld had aan mijn voornaamste taak in Almere, namelijk het verkopen van de loten en niet van de lotten.
Nederlands is moeilijk te leren, maar weten we ook waarom?
Men spreekt van ??n lot, en verschillende loten,
maar ’t meervoud van pot is natuurlijk geen poten.
Zo zegt men ook altijd ??n vat en twee vaten,
maar zult u ook zeggen: ??n kat en twee katen?
Laatst ging ik vliegen, dus zeg ik vloog,
maar zeg nou bij wiegen beslist niet: ik woog,
want woog is nog altijd afkomstig van wegen,
maar is dan ‘ik voog’ een vervoeging van vegen?
Wat hoort er bij ‘zoeken’? Jazeker, ik zocht,
en zegt u bij vloeken dus logisch: ik vlocht?
Welnee, beste mensen, want vlocht komt van vlechten.
En toch is ik ‘hocht’ niet afkomstig van hechten.
En bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep.
En evenmin zegt men bij slopen ‘ik sliep’.
Want sliep moet u weten, dat komt weer van slapen.
Maar fout is natuurlijk ‘ik riep’ bij het rapen.
Want riep komt van roepen. Ik hoop dat u ’t weet
en dat u die kronkels beslist niet vergeet.
Dus: kwam ik u roepen, dan zeg ik ‘ik riep’.
Nu denkt u: van snoepen, dat wordt dan ‘ik sniep’?
Alweer mis, m’n beste. Maar u weet beslist,
dat ried komt van raden, ik denk dat u ’t wist.
Komt bied dan van baden? Welnee, dat wordt bood.
En toch volgt na wieden beslist niet ‘ik wood’.
‘Ik gaf’ hoort bij geven, maar ‘ik laf’ niet bij leven.
Dat is bijna zo dom als ‘ik waf’ hoort bij weven.
Zo zegt men: wij drinken en hebben gedronken.
Maar echt niet: wij hinken en hebben gehonken.
’t Is moeilijk, maar weet u: van weten komt wist,
maar hoort bij vergeten nou logisch vergist?
Juist niet, zult u zeggen, dat komt van vergissen.
En wat is nu goed? U moet zelf maar beslissen:
hoort bij slaan nu: ik sloeg, ik slig, of ik slond?
Want bij gaan hoort: ik ging, niet ik goeg of ik gond.
En noemt u een mannetjesrat nu een rater?
Dat geldt toch alleen bij een kat en een kater.

