Getreiter. Dagboek van een Opperrabbijn 6 mei

Omdat ik nergens was gedurende de 2 minuten stilte en op Bevrijdingsdag een gewoon rabbijnen-programma had, ben ik gaan bladeren in mijn toespraken-mapje. En zie:

 

Jonge soldaten ver van huis

Kwamen voor ons strijden tegen het nazistische gespuis.

Honderden, neen duizenden lieten het leven

Dat ze voor onze bevrijding wilden geven.

Voor vrijheid hebben deze jonge helden gestreden

Voor toen, voor morgen en voor het heden

Maar als vrijheid betekent, alles kan en alles mag

En respect verdwijnt voor Overheid en voor gezag

Als waarden en normen vervagen en verdwijnen

Als mensen alleen denken aan zichzelf en aan de zijnen

En voor de ander is geen plaats en is geen oord

Als het gewoon is te denken dat dat zo hoort

Dan is de vrijheid van toen niet de vrijheid van het heden

Is het niet de vrijheid waarvoor zij streden

Laten wij hen gedenken en eren

Door antisemitisme, discriminatie en rassenhaat niet te tolereren

En te bidden voor hun zielenrust en voor vrede

Sjalom voor ieder, is onze bede….

 

Dit was een deel van mijn toespraak in 2016 in Flevostad. Maar wat bedoelde ik met dat ik ‘nergens’ was? Ik had in principe om 14:00 uur in Leeuwarden zullen zijn voor de herdenking en aan de herdenking gekoppeld de onthulling van de namenwand waarop de namen van de uit Leeuwarden ‘weggevoerde’ Joden. Voor de oorlog telde de Joodse gemeenschap 600 zielen. Slechts enige tientallen overleefden. En na Leeuwarden had ik de Afsluitdijk moeten oversteken om naar de Dam in Amsterdam te gaan waar ik ook jaarlijks aanwezig ben. In Leeuwarden en in Amsterdam was ik dus niet. Maar ik was wel in Utrecht. Dat wil zeggen dat er van tevoren door het AD een video was opgenomen van een korte toespraak en die werd uitgezonden. Op Bevrijdingsdag was ik te horen bij Groot Nieuws Radio over Vrijheid en in het RD was op 4 mei een hele pagina waarin mijn visie werd gevraagd over de ramp in Miron. En natuurlijk was er een 4 mei dagboekuitgave en een interview voor een programma in Melbourne – Australië. Dat ging overigens niet over bevrijding, want daar kennen ze uiteraard 5 mei niet, maar over samenwerking met de Christelijke Gemeenschap. Maar omdat ik dan toch al in het programma zat, heb ik toch maar even de 4 mei herdenking en 5 mei Bevrijdingsdag vermeld. De reporter begreep in eerste instantie niet goed wat er herdacht moest worden want hij leefde in de veronderstelling dat in Nederland alle Joden waren gered.

Mijn stelling dat vrijheid alleen echte vrijheid kan zijn als die vrijheid ook grenzen kent, heeft een flink aantal positieve reacties opgeleverd. Geeft me een goed gevoel omdat ik dan weet dat er inderdaad mensen hebben geluisterd. Want niets is frustrerender dan spreken tegen dovemans oren. Wat ook frustrerend kan zijn is getreiter. En als rabbijn heb ik geen gebrek aan getreiter, want er is altijd wel iemand in de aanval. Maar of het getreiter mij raakt of niet, is niet afhankelijk van de treiteraar maar van mezelf. De Joodse filosofie geeft aan dat als je goed bezig bent er tegenstand komt. Je gedrag stoort de Satan en dus komt er getreiter. En dus heb ik van die dagen dat ik waarschijnlijk erg goed bezig ben! Overigens moge het dan een goed teken zijn, het kan soms wel zenuwslopend zijn.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

4-mei. Dagboek van een Opperrabbijn 4 mei 2021

Het was een nare 4 mei. Het is mij ten enenmale onduidelijk waarom het wel is toegestaan het kampioenschap van Ajax luid te vieren, maar een waardige kleinschalige herdenking niet tot nauwelijks. Ik heb de herdenking op de Dam gevolgd omdat ik daar jaarlijks bij aanwezig ben en heb bewust geen andere aan de oorlog gerelateerde programma’s bekeken. Het verbaast u? Ik ben veel te veel bezig met de oorlog. Mijn ouders hebben niet voor niets mij weinig over de oorlog verteld. Zij wilden mij niet belasten met al het afschuwelijke dat zij hebben moeten meemaken. Ondertussen heb ik wel meegewerkt aan een programma van het AD in Utrecht, ben ik geïnterviewd door het Reformatorisch Dagblad over Miron en staat er voor morgenochtend een telefonisch interview op het programma om 10:30 uur met een of ander Radioprogramma in Melbourne-Australië en later in de ochtend een gesprek per telefoon met een verslaggever van Groot Nieuws Radio over bevrijding. Morgenavond een sjiwwe-bezoek afleggen in Amsterdam. Even voor de onwetenden: een sjiwwe bezoek is een bezoek in de eerste week na de begrafenis aan de nazaten of eerstegraads familieleden van een gestorvene. Een soort condoleancebezoek dus, maar dan net een beetje anders. Gisteren was ik de hele dag in Brussel. Wat ik daar doe? Ik ontvang kandidaten die Joods willen worden. Waar ze wonen is geen Rabbinaat dat zichzelf capabel acht om zich hiermee bezig te houden. En dus komen mensen op verzoek van hun lokale rabbijn invliegen om met mij een gesprek te hebben. Ik moet dus mensen in een vrij korte tijd kunnen inschatten en beslissen of ze wel/niet verder kunnen gaan met de procedure. Ik ben dus altijd in dezen de tegenpartij, niet de rabbijn die de kandidaat steunt. Met een van de kandidaten had ik een zeer uitvoerig gesprek, indrukwekkend zijn geschiedenis. Wat minder indrukwekkend is, is wat ik vandaag via WhatsApp ontving van deze serieuze kandidaat. Hij dankte mij voor het gesprek en bood me een bedrag aan voor het Sinai Centrum waar ik dus tijdelijk weer werkzaam ben. Dat ga ik dus onder geen beding accepteren. Als ik dat wel zou doen, moet ik meteen met dit geval stoppen. Ik ben namelijk in deze de rechter die moet beoordelen en dus is het mij van de Joodse wet strikt verboden om geld of wat dan ook aan cadeaus aan te nemen. Ook als de gever er niets kwaads mee in de zinnen heeft, heet het toch omkopen en moet ik me per direct van de zaak distantiëren.

Aan de column voor het NIW die ik donderdag moet inleveren, heb ik letterlijk uren zitten zweten. Onderwerp? “Miron en mijn zorg over polarisatie binnen de Joodse gemeenschap.”. O ja, kijkt u even naar onderstaande: Uiteraard bestaat de mogelijkheid om diensten digitaal bij te wonen op dit tijdstip. De regelgeving voorziet in uitzonderingen die het mogelijk maken om de digitale bijeenkomst op locatie te organiseren, mensen die daarvoor in de synagoge moeten zijn kunnen met een werkgeversverklaring en een eigen verklaring ’s avonds over straat. Ik begrijp goed dat dit heel anders is dan zelf aanwezig te kunnen zijn bij een dienst in de synagoge en ik realiseer mij ook dat dit voor veel mensen een gemis betekent. Maar gezien het huidige epidemiologische beeld en de uiterst zorgelijke situatie in de zorg is het van groot belang het aantal contacten tussen mensen zo laag mogelijk te houden.  Een collega rabbijn vroeg aan het ministerie of hij een bijeenkomst mocht organiseren in de synagoge met voldoende afstand en voldoende ventilatie. In principe is dat toegestaan, maar hier speelde het probleem van de avondklok. Gezien het een Joodse feestdag betreft is het dus Joods wettelijk niet toegestaan om de bijeenkomst via zoom te houden, maar het Ministerie denkt daarover dus anders. Hebben we in Holland niet: Scheiding van Kerk en Staat? En dus best Ministerie: Of het ons wel/niet toegestaan is om op een Joodse Feestdag te zoomen, wordt door ons bepaald.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

Miron. Waarom? Wie? Dagboek van een Opperrabbijn 2 mei 2021

Miron! Vaders, kinderen, studenten. Waarom? Waarom? Met deze vraag heb ik me niet beziggehouden sinds donderdagnacht, want het enige antwoord dat er bestaat is dat er geen antwoord is omdat we uiteindelijk het leven, vóór en ná en ook nú, niet kunnen vatten. “G’d heeft gegeven en G’d heeft genomen”, zeggen we bij iedere lewaja-begrafenis. Wat zagen we: Mageen David Edom, Zaka, onze soldaten, artsen, verpleegkundigen, ambulances, orthodox, seculier allen keihard aan het helpen, eensgezind……Maar dan, terwijl alle hulpverleners keihard aan het werk waren om levens te redden, kinderen die hun ouders kwijt waren opvingen, zich ontfermden over de doden, welde de vraag op: niet ‘hoe’ heeft dit kunnen gebeuren, maar ‘wie’ was er verantwoordelijk en ‘wie’ is er dus schuldig!

In Arnhem vond afgelopen week een anti-corona-demonstratie plaats. Er waren veel te veel deelnemers. Hetzelfde vandaag in Amsterdam bij het landskampioenschap van Ajax. Maar toch grepen de burgemeesters niet in.  Hun afwegingen waren dat ingrijpen zou kunnen leiden tot geweld met alle mogelijke negatieve gevolgen van dien. Het verliep prima zonder incidenten. De demonstranten hebben in Arnhem hun mening vredig, duidelijk en respectvol kunnen ventileren (en speciaal ventilatie is bij corona erg belangrijk!) en in Amsterdam hun vreugde kunnen uiten. De burgemeesters kregen terecht grote waardering. Maar wat als achteraf zou blijken, G’d behoede, dat er sprake is van een corona-uitbraak? Zou de burgervader en burgermoeder dan ook gecomplimenteerd worden voor hun besluit?

Life is risk, luidt een Engelse uitdrukking. Een burgemeester, een minister-president, een hoofdcommissaris, een gewone politieman, een rabbijn, lerares, een vader en een moeder, allen zien ze van tijd tot tijd een weegschaal voor zich staan. En allen moeten ze af en toe afwegen naar welke kant ze de weegschaal laten doorslaan. Aan hen de beslissing, tijd om te filosoferen is er niet: het wordt rechts of links, overleg is vaak niet mogelijk. Natuurlijk dient er een grondig en onpartijdig onderzoek te komen om te bezien hoe een drama als dit in de toekomst kan worden voorkomen. Natuurlijk zijn er wijzen die het allemaal van tevoren hebben zien aankomen. Er doet zelfs een (verzonnen?) tekst de ronde dat het al voorspeld was, enige honderden jaren geleden, dat er 45 slachtoffers zouden vallen. Jammer dat de verzenders van deze tekst na afloop hun profetieën gingen verkondigen en niet van tevoren zodat er vooraf een overduidelijke waarschuwing had kunnen uitgaan. Ik dacht even terug aan een vroegere collega. Hij wist me altijd te vertellen dat hij het wel had voorspeld en had zien aankomen en soms had hij mij willen waarschuwen. In het ‘achteraf’ was hij briljant, maar ‘vooraf’ was niet zijn specialiteit. Als mij een vraag wordt voorgelegd, en dat gebeurt nu regelmatig m.b.t. corona vaccinatie, probeer ik zo zorgvuldig mogelijk af te wegen om tot een antwoord of advies te komen, rekening houdend met de vraag en de vraagsteller. Mijn advies kan zijn om een arts te raadplegen waarvan ik weet dat die breed, zichzelf overstijgend, kan denken en dan om de uitspraak van die arts te volgen en niet bij nog weer een andere arts te rade te gaan of nog meer filmpjes te gaan bekijken die aangeven dat vaccinatie tegen corona niet deugt.

Als een arts een levensgevaarlijke operatie uitvoert en de patiënt overleeft, dan is hij de geweldige medicus die op handen wordt gedragen. Maar als de patiënt komt te overlijden, dan is de arts de kop van jut en het summum van kwaadaardigheid en medische onkunde. In de Pirkee Awoth (2:5) leren we “Beoordeel een ander niet of je moet in zijn omstandigheden zijn gekomen”. Natuurlijk zal er in Israël een onderzoek komen naar de toedracht. Het resultaat zal hopelijk een lering zijn voor de toekomst en juist de éénheid, die hier toch echt werd getoond, bevorderen en niet tot polarisatie leiden.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Vreugde en verdriet, onbegrip en dankbaarheid. Zo is het leven nu eenmaal. Helaas? Dagboek van een Opperrabbijn 29 april 2021

Een telefoontje uit Australië. Via via was mijn naam bij hem, de journalist, gekomen. Hij is niet Joods, maar werkt voor een Joods programma op de TV. Hij had gehoord dat ik een bruggenbouwer ben, dat ik coalities probeer te vormen en groepen tot elkaar probeer te brengen met als doel om gezamenlijk te strijden tegen de secularisatie. Er zou een interview plaatsvinden via Zoom en er was een tijdstip afgesproken. Ik zit dus braaf achter mijn computer te wachten. Maar helaas, geen zoomcode en geen telefoontje. Een week later belde hij weer. Hij had mij verward met een ander die hij ook een interview wilde afnemen. Maar nu dus een nieuwe afspraak: maandag 3 mei. En dus krijg ik hem vandaag donderdag 29 april aan de lijn. Maar ik had uiteraard vandaag in mijn agenda niet vrijgehouden vanwege een afspraak op 3 mei. Enfin. Het zal mij benieuwen of hij maandag 3 mei wel/niet belt.  Ik vond het wel grappig en aan iets grappigs had ik vandaag wel even behoefte. Te veel narigheid, helaas. Een vrouw die geld nodig heeft, €250, om haar advocaat te betalen. Maar als ik aanbied om de advocaat rechtstreeks te betalen, wordt ze kwaad. Ze wil cash. Wat mij betreft: no way! Ik moet uiteraard de medemens vertrouwen en niet met achterdocht benaderen, maar ik twijfel wel aan de betrouwbaarheid van de vrouw en ik peins er niet over om iets onoorbaars te doen.

Dan de trieste mededeling dat de echtgenote van een goede vriend, een oud-EU-parlementariër (SGP), een voorvechter van Israel en strijder tegen antisemitisme, is overleden. Ik belde hem vandaag op om mijn medeleven te betuigen. Schrijnend.

En dan dit: Zelf ben ik een gelovige, moeder van 9 kinderen. En als ik “de levens golven” soms beklemmend voel, dan lees ik uw dagboek en in de psalmen, en noem bewust: de Allerhoogste, de Almachtige, juist om me afhankelijk op te stellen en mijn hulp daarvan te verwachten. Dank voor uw woorden van vertrouwen. Dank ook nog voor de Pesach-brief met uw wederom steunende berichten in deze moeilijke tijd. Uit de balans van zorgelijke en relativerende woorden, ontleen ik positiviteit en dat hebben we speciaal nu zo nodig. Nogmaals dank!

Zojuist heb ik gekeken naar NPO 3. Een uitzending over het huidige Nederlandse Jodendom in zijn volle breedte. Mijn Blouma en ik traden daarin ook op. Ik denk dat we goed overkwamen alleen werd ik aangekondigd als de Opperrabbijn van de ultraorthodoxe Joden in Nederland. En dat ben ik dus echt niet. Ten eerste omdat er in Nederland geen ultraorthodoxe Joden zijn en ten tweede haat ik het om in een hokje gestopt te worden. Ik beschouw mijzelf niet orthodox, niet ultraorthodox, maar gewoon Jood. Ik voel mijzelf in dienst van de Joodse Gemeenschap in haar volle breedte en gelukkig word ik ook zo beleefd. Maar verder een prima uitzending. De uitzending was nog maar net voorbij of de whatsapps vliegen binnen met reacties op de uitzending. Bijna allemaal positief. Waarschijnlijk zijn de negatieve in de spam box beland.

O ja, bijna vergeten, Ik had een afspraak met Jaap Sanders, de schrijver van het boek Adje Cohen. Ik heb het nog niet gelezen, maar wel al de nodige recensies gezien. Ik ben benieuwd, want deze man, een oud-verzetsstrijder en de oprichter van het Cheider, was een geweldige krachtige persoonlijkheid met een enorme moed. Ik heb veel van hem geleerd, waaronder het volgende advies: Als je ooit geld nodig hebt van een Stichting of van de lokale of landelijke Overheid, ga dan nooit alleen. Eén mens is een bedelaar, twee een delegatie! Daarover wil ik een prachtige waargebeurde geschiedenis vertellen, maar niet nu. Ik moet naar bed. Het is 23:30 uur, ik ben bekaf en ben al op vanaf 3:00 uur (neen niet vanmiddag 15:00 uur, maar vanaf vanochtend 3:00 uur!) Ik maak wel even een notitie dat in mijn volgende dagboek de geschiedenis zal worden verteld.  En net voordat ik stop: het afschuwelijke nieuws uit Miron! Twee van onze kleinkinderen lieten ons weten dat ze ook in Miron waren. De een was al vertrokken voordat het drama geschiedde. De ander, aan de dameskant, wachtte met vertrekken om de wegen niet te belasten voor de ambulances.

 Vreugde en verdriet, onbegrip en dankbaarheid. Zo is het leven nu eenmaal. Helaas?

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Koninklijke Onderscheiding voor Louise Mathilde Julia (Louise) Loman – Löwenhardt

Louise Mathilde Julia (Louise) Loman-Löwenhardt (70 jaar) uit Dalfsen kreeg op maandag 26 april 2021 een versiersel uitgereikt, passend bij de onderscheiding als Lid in de Orde van Oranje Nassau.
Louise Loman is vanaf 2015 gepensioneerd, maar ook in de jaren dat ze werkzaam was in haar hoofdfunctie, ontplooide ze al vrijwillige activiteiten als (bestuurs)lid en vrijwilliger bij diverse organisaties en instanties. Haar bijzondere inzet, met name op het terrein van VluchtelingenWerk, heeft ervoor gezorgd dat ze nu benoemd wordt tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Louise Loman is vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk Oost Nederland, locatie Dalfsen en heeft het naaiatelier Sam Sam opgezet. Hier wierf mevrouw sponsoren en vrijwilligers, zorgde voor de huisvesting, legt de contacten met de media en organiseert de opvang van de kinderen. Hoe bijzonder is het dan ook dat het naaiatelier hiermee een van de winnaars is geworden op de lijst van de Duurzame Top 100 van Dagblad Trouw en landelijke aandacht kreeg bij de uitzending van het kerstconcert van Omroep MAX.
Verder is Louise Loman jaren actief geweest als lid van het Comité Welcome Again Veterans Dalfsen, waarbij ze bijdroeg aan het bezoekprogramma en contacten onderhield. Ook zet ze zich tot op heden in als vrijwilliger bij de Stichting Het Verscholen Dorp te Vierhouten, waarbij ze helpt met de organisatie van de jaarlijkse Dodenherdenking bij twee monumenten. Vanaf 2000 tot heden is Louise Loman vrijwilliger bij de Nederlands Israëlitische Gemeente Zwolle. Ook heeft ze zich jarenlang ingezet als zowel bestuurslid van het Muziektheater Bel Canto Vechtsteek in Dalfsen, als bestuurslid van De Zonnebloem, afdeling Dalfsen.

Op een rij: alle ontplooide activiteiten door decoranda:

1995 – 2005
Lid van het Comité Welcome Again Veterans Dalfsen. Het comité organiseerde eens in de vijf jaar de ontvangst van destijds circa veertig Canadese veteranen. Betrokkene droeg bij aan het bezoekprogramma en onderhield de contacten.
2000 – heden
Vrijwilliger bij de Nederlands Israëlitische Gemeente Zwolle. Betrokkene maakt deel uit van een studiegroep en verzorgt presentaties en excursies. Daarnaast draagt zij bij aan de organisatie van de viering van Pesach.
2010 – 2016
Bestuurslid van het Muziektheater Bel Canto Vechtstreek te Dalfsen. Het muziekgezelschap trad op bij cultuurmanifestaties en verzorgde een musical voor mantelzorgers.
2010 – heden
Vrijwilliger bij de Stichting Het Verscholen Dorp te Vierhouten. Betrokkene draagt bij aan de organisatie van de jaarlijkse Dodenherdenking bij twee monumenten.
2013 – 2019
Bestuurslid van De Zonnebloem, afdeling Dalfsen. Betrokkene voerde de intakegesprekken met de vrijwilligers en de gasten. Daarnaast ondersteunde zij bij de activiteiten.
2016 – heden
Vrijwilliger bij VluchtelingenWerk Oost Nederland, locatie Dalfsen. Betrokkene begeleidt vergunninghouders en organiseert mede de warmwelkomdagen. Daarnaast zette zij het naaiatelier Sam Sam op, waar vergunninghouders naast dagbesteding en het aangaan van sociale contacten, ook oefenen met de Nederlandse taal. Zij wierf sponsoren en vrijwilligers, zorgde voor de huisvesting, legt de contacten met de media en organiseert de opvang van de kinderen. De artikelen worden te koop aangeboden in de Wereldwinkel. In 2019 was het naaiatelier een van de winnaars op de lijst van de Duurzame Top 100 van dagblad Trouw en kreeg landelijke aandacht bij de uitzending van het Kerstconcert van Omroep MAX.


 
Foto: Gemeente Dalfsen
 
 
 

Gender-extremisme, een brug te ver.  Dagboek van een Opperrabbijn 27 april 2021

Er zijn van die mensen die als levensdoel hebben het kwetsen van de medemens. Als de ander zich naar voelt zijn ze pas echt tevreden. Zo’n figuur had ik vandaag aan de telefoon. Ik probeerde hem uit te leggen dat hij kwetst en dat mensen hem daarom niet mogen. Zijn volstrekt eerlijke antwoord was dat hij geen vrienden heeft en pas echt tevreden is als mensen hem na afloop van de synagogedienst negeren. Maar ik had ook een zoom ontmoeting met iemand die echt op zoek is naar mogelijkheden om de medemens juist te helpen en in wiens woordenboek ‘kwetsen’ niet voorkomt. Vanuit de Joodse filosofie redenerend is de mens zeker niet van nature slecht, maar ook niet van nature goed. Toeval bestaat niet, alles geschiedt zoals het moet geschieden, maar het is wel aan de mens om te kiezen tussen goed en kwaad. En als ik dus deze twee tegenpolen vandaag ontmoette, en dat heeft dus kennelijk zo moeten zijn, dan zal daar voor mij een les in besloten liggen waarmee ik iets moet. Waarom blijf ik maar doorschrijven met mijn dagboek in coronatijd, vroeg ik mezelf af. Vrijetijdsbesteding? Naamsbekendheid? Afreageren? Observeren? Anderen een spiegel voorhouden? Waarschuwen? Mensen met mijn woorden tot steun zijn? Na enige interne filosofie kwam ik in mezelf tot de conclusie dat het een combinatie moet zijn van al deze factoren, maar dat de hoofdzaak bij mij toch ligt in de ‘waarschuwing’ en ‘tot steun zijn’. En dus hoop ik dat de bijna gediplomeerde kwetser dit dagboekje leest en zichzelf gaat bijsturen. En hoop ik ook dat zijn tegenpool door mijn woorden zich gesteund weet en volhardt in het klaarstaan voor de medemens. Onze grote geleerde en filosoof Maimonides, die ook een arts was, schrijft in een van zijn werken dat het eten van een beetje ongezond minder schadelijk is dan te veel gezond. Uiteraard doelde hij niet op een beetje arsenicum, maar zijn benadering is duidelijk en begrijpelijk. Alles met mate, is zijn les. Betekent dat dan dat extreme inzet om de medemens te helpen niet juist is? Er bestaat toch goed en dus ook altijd beter!? Maar ook het doen van goed mag geen extreme vormen aannemen omdat een mens ook behoefte heeft aan rustpunten om juist in het goede te kunnen volharden. En dus kom ik terug bij mijn dagboek van eergisteren waarin ik waarschuwde voor het gevaar van polarisatie. Polarisatie is levensgevaarlijk voor de samenleving als geheel, maar de individuele polarisatie in de mens zelf is minstens net zo’n groot probleem ongeacht naar welke kant het polariseert, hoewel ik liever te maken heb met de extremist die extreem zich inzet voor het goede dan de bovenvermelde professionele kwetser.

Omdat ik vandaag langdurig in de auto zat had ik de gelegenheid om na te denken over een interessante e-mail die ik enige weken gelden ontving en die ik nog steeds niet had beantwoord. Een man, van wie ik vermoed dat hij de middelbare leeftijd reeds een flinke tijd geleden is gepasseerd, wilde lid worden van de Joodse Gemeente. Maar om lid te kunnen worden moet je wel Joods zijn. Aan mij de soms nare taak om dat Jood-zijn te onderzoeken en te bevestigen. Enfin, om dit dagboek niet te lang te maken, na enge contacten bleek de man Joods te zijn en is nu lid. En vervolgens ontving ik van hem een heel interessante waarschuwing over de nieuwste mallotigheid van onze luxemaatschappij: gender-neutraliteit. Hij waarschuwt tegen het fenomeen van gender-gelijkheid en de in zijn optiek levensgevaarlijke mogelijke gevolgen. Maar na oppervlakkige lezing distilleerde ik het volgende uit zijn e-mail:

Een medemens mag nooit gediscrimineerd worden, niet om zijn geloof, geslacht, lichamelijke of fysieke afwijking, geaardheid, ras of huidskleur. Maar, zet u schrap: het kan niet zo zijn dat er geen verschillende geslachten meer mogen bestaan. G’d heeft mannen en vrouwen geschapen. Maar zo mag er bijna niet meer gedacht worden. De hij en zij moeten uit het taalgebruik worden verwijderd! De mens moet ‘het’ zijn, anders is het discriminatie. Ik heb thuis een groot probleem want wij hebben twee toiletten, een met een D en een met een H. Dat heet dus al discriminatie, want ik moet er of één hebben voor D, H en N (gender neutraal) of drie.  Twee kan dus echt niet. De samenleving slaat door en alles wat doorslaat polariseert. Of het nu antisemitisme is of genderextremisme, het is een brug te ver, om even terug te denken aan de brullende Vitesse supporters!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

Max Loewenstein onderscheiden

Het heeft de majesteit behaagd
“het heeft de majesteit behaagd” Max Loewenstein penningmeester IPOR onderscheiden
Max Loewenstein heeft de orde gekregen van Ridder in de Orde van Oranje Nassau voor 25 jaar voorzitter van de NIHS Brabant,  zijn verbindende bestuurscapaciteiten in zijn eigen gemeente, maar zeker ook voor Joods Nederland. Hij is aimabel en bouwt bruggen.  Met andere woorden deze onderscheiding is meer dan verdiend.
 
Ellen van Praagh
 

Bestuurder van vereniging productie varkensvlees. Dagboek van een Opperrabbijn 25 april 2021

Heeft Jacobs er weer een bestuursfunctie bij, hoor ik u denken. Bijna. Want als Iran lid kan worden van de vrouwencommissie van de Verenigde Naties die zich inzet voor de gelijkberechtiging van vrouwen en de bevordering van gendergelijkheid en empowerment van vrouwen, dan kan ik als rabbijn zeker ook lid worden van bovengenoemd (niet bestaand) varkensvlees bestuur! Ik heb soms het gevoel dat onze samenleving zotter en zotter wordt. Laat ik heel duidelijk zijn: als het doel is om op deze manier de vrouwenrechten in Iran te verbeteren, dan ben ik voor lidmaatschap van Iran van deze VN-vrouwencommissie. Maar ik vrees dat deze nobele gedachte ver verwijderd is van de realiteit. Een land waar zonder enige twijfel nog veel aan vrouwenrechten moet worden verbeterd, is gekozen in een VN-commissie ter bevordering van de rechten van de vrouw elders in de wereld!? En hoe stemde Nederland? Heeft ons land ook voor Iran gestemd? Buitenlandse Zaken geeft aan dat dat geheim is! Geheim? In onze democratie?

Vandaag was ik aanwezig bij de uitreiking van een Koninklijke Onderscheiding aan een van onze Joodse bestuurders. Twee burgemeesters waren aanwezig en beiden gaven duidelijk aan dat er in onze samenleving een gemeenschappelijk G’dsdienst overstijgend probleem is: polarisatie. Alles is gefocust op verschillen en naar hetgeen we gemeen hebben wordt nauwelijks gekeken. En los daarvan: de verschillen zijn dusdanig dominerend dat ‘het met elkaar oneens zijn’ automatisch betekent dat je elkaars vijanden bent. En als vijanden sta je uiteraard tegenover elkaar en zeker niet naast elkaar en dat betekent dus: polarisatie. Een virus, zoals een van de burgemeesters mij hedenmiddag toevertrouwde, dat veel en veel gevaarlijker is dan corona.

En daarom doen burgemeester Marcouch en ik pogingen om met de Vitesse supporters in contact te komen die meenden antisemitische liederen te moeten scanderen als voorbereiding naar een wedstrijd met de “Jodenclub” Ajax. Hoewel ik niet vermoed dat hier sprake is van echt antisemitisme, speelt hier wel een mengelmoes van onwetendheid, baldadigheid en beïnvloeding. En juist daarom wil ik met ze in gesprek. Ze stonden hun antisemitische “Hamas Hamas Joden aan het gas” te zingen op een brug. En die brug is precies waardoor ik me geroepen voel om het gesprek aan te gaan. Ik ben namelijk tégen polarisatie en vóór het bouwen van bruggen. Dat er altijd een kleine groep extremisten is waarmee niet te spreken valt, moge duidelijk zijn. Maar de grote meute? Die is niet per definitie extreem, maar wordt door polarisatie extreem gemaakt. En daar loert het grote gevaar en dus ook de uitdaging. Toen ik vanmiddag aanwezig was bij die uitreiking van de Koninklijke Onderscheiding ging mijn echtgenote na afloop van de plechtigheid in gesprek met een overlevende van de oorlog. Hij vertelt op scholen over de oorlog en onder andere dat zijn vader, in Duitsland woonachtig, naar de Polizei was gegaan, helemaal aan het begin van de naziperiode. Hij deed aangifte dat oproerkraaiers in zijn winkel de ruiten hadden ingegooid en de hele winkel hadden leeggeroofd. Maar de agenten lieten blijken dat ze dat niet als een probleem zagen omdat Joden, zoals hij, geen volwaardige mensen waren. Of ze het inderdaad meenden of niet, weet ik niet, maar ze verkondigden het wel en werden niet tegengesproken. En dus voel ik me nog meer gemotiveerd om met Marcouch het gesprek met die supporters aan te gaan.  En ook wil ik die overlevende in contact brengen met een medewerker van Herinneringscentrum Voormalig Kamp Westerbork opdat hij begeleiding kan krijgen bij het bezoeken van scholen omdat zij die het na kunnen vertellen steeds kleiner in getal worden en we hen moeten koesteren en hun verhalen vastleggen.

Soms word ik een beetje moedeloos vanwege mijn zedenpreken. Maar dan kijk ik even naar de Joodse kalender en wat zie ik? Het is vandaag 14 Ijar – Pesach Sjenie. Pesach? Ja Pesach, de Tweede Pesach. Als Joden in de tijd van de Tempel niet in de gelegenheid waren geweest om het Pesachoffer op tijd te brengen omdat ze niet thuis waren of onrein, dan konden ze een maand later het alsnog brengen. De les? Er bestaat een laat, maar nooit een te laat! En dus geef ik de moed absoluut niet op, we blijven strijden tegen polarisatie, antisemitisme en vooral vóór eenheid, tolerantie en wederzijds respect.

 

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Mijn leerling, vriend en leermeester is niet meer. Dagboek van een Opperrabbijn 22 april

Een vrouw die me laat weten dat ze zojuist te horen heeft gekregen dat ze nog drie jaar te leven heeft en dat een medicatie die haar leven zou kunnen verlengen niet gegeven kan worden omdat dat medicijn niet te combineren valt met een medicijn van de reumatoloog. Ze begrijpt niet waarom de internist, brenger van het slechte nieuws, niet in gesprek kan gaan met de reumatoloog. En als klap op de (dodelijke) vuurpijl, krijgt ze een briefje van het ziekenhuis dat ze ‘uitbehandeld’ is. Waarom deze vrouw, die ik slechts oppervlakkig ken, zich tot mij wendt? Geen idee. Maar uiteraard bel ik haar meteen.

Dit was het begin van mijn dag. Of eigenlijk ook niet. Want om 6:10 uur Israëlische tijd en dus 5:10 uur werd ik 4:03 minuten geïnterviewd door Kol Jisraeel, de Israëlische radio, over de rel rond de supporters van Vitesse waarvan een aantal meenden als prelude voor de wedstrijd Ajax-Vitesse te moeten scanderen: ‘Hamas, Hamas, Joden aan het …’. Op 4 mei twee jaar geleden werd er op de speelplaats voor ons huis gewoon veder gegaan met voetbal tijdens de twee minuten stilte. Ik ben bijna nooit echt kwaad, maar dit ging me te ver. En ik dus, direct na de stilte, naar de speelplaats. Mijn verwachting was dat de voetballende tieners wel zouden weghollen als ze mij zouden zien. Maar het tegendeel was waar. Ze kwamen na mijn korte wenk meteen naar me toe. ‘Waarom konden jullie niet twee minuten stoppen met voetbal als Nederland zijn doden herdenkt?’ Ze schrokken zichtbaar, hadden wel gehoord over de Tweede Wereldoorlog, maar wisten niet van 4 mei, Nationale Dodenherdenking. ‘Zullen we nu nog even twee minuten stilstaan?’, was hun reactie. Ze wisten het gewoonweg niet en voelden zich zichtbaar schuldig. Maar natuurlijk waren zij niet schuldig, maar wel hun ouders en zeker hun school. Met deze gebeurtenis in mijn achterhoofd had ik Marcouch een Whatsapp gestuurd. Met Jihadisten en Salafisten valt niet te praten, maar met gewone ‘schoffies’ natuurlijk wel. En dus gaat Marcouch hun een uitnodiging sturen om op het Stadhuis met hen en met mij in gesprek te gaan. Ik ben ervan doordrongen dat antisemitisme hard dient te worden aangepakt, maar indien mogelijk moet die ‘harde aanpak’ met de ‘zachte hand’ zijn. Nooit zal ik vergeten de fietsclub van ome Jopie. Zo’n 150 tieners uit de achterstandswijken van Arnhem die naar Westerbork kwamen, met een roos in hun hand naar het monument liepen, muisstil was het. Ik mocht ze toespreken bij het monument, maar ik heb dat niet gedaan. Ik verkoos om ze niet toe te spreken maar met ze te spreken. Ze waren bijna allemaal diep geraakt. Ik was waarschijnlijk de eerste Jood die ze zagen. Ze wisten niet wat Westerbork was en de moord op 102.000 Nederlandse Joden leek nieuw voor ze. De bijeenkomst, het gesprek, de plechtigheid duurde zeker een uur. Deze jongeren zullen nooit racist of antisemiet worden. En daarom mijn Whatsapp naar vriend Marcouch. Maar misschien ben ik te goedgelovig in de goedheid van de mens. Het nieuws van onze educatieve benadering ging als een vuurtje door de internationale media: Israël, USA, Duitsland, Engeland, Italië…

Maar ook een van mijn vaste wekelijkse zoom cursussen heb ik vandaag gegeven. Twee uur achtereen met tien minuten koffie-zoom-pauze. En terwijl ik dit typ komt er een overlijdensaankondiging per post. De overlevende van de oorlog met wie ik al waarschijnlijk twintig jaar maandelijks leer, is overleden. Ik wist dat hij een slechte prognose had, nog maar een jaar te leven, maar het jaar is nog lang niet voorbij. Hij was 87 jaar maar zeer jong van geest. Een buitengewoon bijzondere man. Ik ben even de kluts kwijt. Hij was een vriend, wij hadden een bijzondere band, hij was ook mijn leermeester, want ik heb veel geleerd van zijn manier van leven, van zijn omgaan met zijn verdriet, met zijn ervaringen tijdens de onderduik, van zijn kracht en moed en van zijn ongekende wijsheid. Ik heb over hem geschreven in een van mijn dagboeken, uiteraard met zijn toestemming, gewijzigde naam en onherkenbaar gemaakt.

 

Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het Eeuwige leven.

  •  

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Mijn dagboek, mijn therapie? Dagboek van een Opperrabbijn 20 april 2021

Gisteren kreeg ik de vraag van een vriend of het dagboek dat ik schrijf ook een soort therapie is voor mezelf. Op zichzelf een goede vraag, die ik goed kan plaatsen en mij aan het denken heeft gezet. Mijn conclusie: het is niet een therapie, waarmee overigens niets mis zou zijn, maar geeft me wel inzicht in mijn eigen functioneren, wat goed gaat en wat beter had gemoeten. Het zwaarst is, zo voel ik dat, dat ik uiteindelijk knopen moet doorhakken, niemand boven me heb, behalve het echte Boven, op wie ik kan terugvallen. Had ik dat dan ooit? Met dankbaarheid denk ik dan terug aan mijn voorganger opperrabbijn Berlinger. Als ik een nare en lastige beslissing moest nemen, waarvan ik wist dat die niet goed zou liggen, kon en mocht ik altijd aangeven dat ikzelf er wellicht anders over denk, maar mijn ‘baas’, opperrabbijn Berlinger, is van mening dat. En dan volgde dus het onaangename bericht. Maar na zijn overlijden in 1985 kon ik me niet meer achter hem verschuilen en moest ikzelf de kastanjes uit het rabbinale vuur halen. Natuurlijk weet ik dat ik een politicus ben en gewoonlijk ook lastige kwesties netjes en aanvaardbaar weet te brengen, maar niet altijd. Want uiteindelijk ben ik rabbijn en geen politicus, sta ik voor waarheid en niet voor leugen. En een rabbijn dient niet zijn eigen mening weer te geven of zich te laten leiden door emoties, maar wij rabbijnen moeten aangeven wat de halaga, de Joodse wet, het Woord van G’d, ervan vindt.

Waarom nu deze ontboezeming? Ik moest een erg vervelend antwoord geven aan een jong rabbijnen gezin dat sinds enige jaren in een kleine Joodse Gemeente werkzaam is ver weg van de Joodse bewoonde wereld. Die jonge rabbijn en zijn echtgenote hadden een klein groepje om zich heen verzameld vanuit de Joodse lokale gemeenschap, vertrouwelingen die hen in alles steunden. Een van hen was een hoogleraar, een nog vrij jonge man afkomstig uit Israël. Zijn niet-joodse vrouw wil Joods worden en ook hij wil volledig Joods gaan leven. En dus word ik van stal gehaald voor advies en wellicht, maar daarover valt nu nog niets te zeggen, aan het eind van de rit een gioer. Maar wat blijkt: de Joodse professor is een kohen, een afstammeling van Aharon de Hoge Priester en het is niet toegestaan aan een kohen om te trouwen met iemand die Joods is geworden. De reden hiervoor is even niet relevant, maar het probleem dus levensgroot, want zelfs als de niet-joodse vrouw Joods zou worden, zou ze niet met hem kunnen trouwen! Maar dezelfde wet die aangeeft dat iets niet kan heeft soms ook mogelijkheden binnen die wet om tot een positief resultaat te komen en aan mij dus de taak en de brede schouders om te zoeken naar mogelijkheden, terwijl de jonge rabbijn en zijn echtgenote in de zenuwen zitten te wachten op mijn verlossende woord en de professor en zijn vrouw nog van niets weten.

Opperrabbijn Berlinger was nog geen dag overleden of een echtpaar waarmee Blouma en ik buitengewoon goed bevriend waren (ze zijn niet meer in leven!) komen mij vertellen dat hun dochter gaat trouwen met een Joodse jongen in Israël. Wat waren ze gelukkig! Beiden overlevenden van de oorlog, hij verzetsstrijder en zij koerier. Ze konden geen kinderen krijgen en hebben toen, direct na de oorlog, een kind geadopteerd, hun enig kind. Of ik even een verklaring wilde schrijven dat hun dochter Joods was. Ik ging, het was de dag na het overlijden van Opperrabbijn Berlinger, bijna letterlijk, door de vloer. Met lood in mijn schoenen ging ik naar hun huis om navraag te doen over haar biologische ouders. Het sloeg in als een bom. Hun dochter was hun kind, officieel geadopteerd, hoe ik het in mijn hoofd durfde te halen, als jong rabbijntje, navraag te doen naar haar (biologische) ouders. Zij waren de ouders. Gelijk dat jonge rabbijnen-echtpaar in een staat van totale ontreddering was gekomen, zo ook had ik dat in 1985. Deze brave goede mensen die ons zo steunden! En nu dit! Wat ik gedaan heb? Eerst uitgebreid gaan dawenen-bidden en smeken aan G’d om mij wijsheid te geven hoe hieruit te komen. Mijn dagboek van eergisteren was getiteld: ben ik rabbijn of detective? Hoe kom ik erachter wie de biologische moeder van hun dochter is/was? Zij wilden mij niets aanreiken, hetgeen ik ook goed begrijp. Ik wilde ze geen verdriet doen, maar de halaga overtreden is niet aan de orde. De details weet ik niet meer, maar via via kwam ik uit bij de Joodse advocaat/bestuurder die inmiddels in Israël woonde en de adoptie had geregeld. Hij kon zich het geval nog erg goed herinneren en heeft mij, uiteraard onder zware geheimhouding, aangegeven wie de biologische moeder was. Een Joodse ongehuwde jonge vrouw die alleen uit de hel van de oorlog was gekomen, hunkerde naar liefde, aandacht en geld en zo in de prostitutie belandde en zwanger was geraakt. Wat een tragedies, wat een verdriet. Maar voor mij was het probleem opgelost en heb ik de verklaring afgegeven, binnen 48 uur na mijn bezoek aan de ouders. Het huwelijk was een gigantisch feest. Kosten nog moeite hadden haar ouders gespaard. Ik was zo blij voor ze. Maar ook intens verdrietig omdat de echte moeder ontbrak. Hoe graag had ik die aanwezig willen laten zijn, maar dat was natuurlijk niet aan de orde, onmogelijk. Was hier sprake van een happy ending? Voor de ouders wel, maar voor de moeder niet. Die wist niet eens waar haar dochter was en zeker niet dat ze onder het trouwbaldakijn stond. Wat kon zij eraan doen dat ze in de prostitutie was beland?

Het speelde in 1985, meer dan 35 jaar geleden. Maar ik ben het niet vergeten. Misschien toch een therapie dat ik het nu aan u toevertrouw?

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/