Een overpeinzing vanuit de hoogte. Dagboek van de Opperrabbijn 1 augustus 2021

We waren enige dagen helemaal weg. Waarop ik doel? Beekbergen! Al meer dan 20 jaar wordt er door een cateraar uit Antwerpen in de zomer Hotel de Wipselberg in Beekbergen afgehuurd voor gasten die in een koosjere ambiance hun vakantie willen doorbrengen. Gasten uit België, Frankrijk, Duitsland, USA, Engeland en natuurlijk uit Israël. De laatste jaren is hij ook open op Sjawoe’ot, in de wintervakantie en gedurende Soekot. Omdat de cateraar een hechsjer, een soort rabbinaal Kemakeur, nodig heeft, kom ik in de picture. Bijverdienste? Geestelijk wel, want ik verblijf dan met mijn Blouma op de Veluwe midden in de bossen en geniet van drie keer dagelijks minjan, sjoeldienst en een geweldige sjabbat. Mensen die elkaar veelal helemaal niet kennen, maar de sjabbat gemeen hebben. Een groot spiritueel gebeuren vol warmte, inspiratie en gezang. Los hiervan hebben wij hierdoor in de loop der jaren gigantisch veel mensen ontmoet waaronder ook bekenden uit de internationale Joodse wereld. Deze keer was er de jongste zoon van Ovadia Joseph, de voormalige beroemde Opperrabbijn van Israël. Zijn broer, de huidige Opperrabbijn, heeft mij indertijd verzocht (en dus het vertrouwen gegeven) om namens hem, en dus namens het Opperrabbinaat van Israël, jongere collega’s in Europa te helpen met gioer, toetreding tot het Jodendom. Sjabbatmiddag, gisteren dus, ben ik ingevallen als tourgids. Bijbaantje? Nee hoor. Ik leg het uit. Een van de vaste gasten in het hotel is een orthodoxe Joodse man uit Antwerpen die als beroep een week rondreist met toeristen uit voornamelijk Israël en ze Nederland laat zien. Sjabbatmiddag mocht ik van hem overnemen en een paar uur wandelen met zijn uit 8 personen bestaande Israëlische groep. We hebben bijna twee uur gewandeld. Zij hebben de bossen gezien, prachtige villa’s en van mij te horen gekregen over Joods Nederland. Hoeveel Joden hier nog wonen, dat voor de oorlog in iedere plaats een Joodse Gemeente was, met een sjoel, met een mikwa en met een Joodse begraafplaats. De kennis die Joden elders in de wereld, en speciaal uit Israël, hebben over Joods leven voor en na de oorlog in Nederland is nihil. Een van de gasten was een jonge vrouw, een klinisch psycholoog. Zij was zeer geïnteresseerd in mijn werk in het Sinai Centrum. En dus ging het weer over de oorlog, terwijl ik meer en meer begin te beseffen hoezeer het lijden van mijn ouders in de oorlog op mij een zware stempel heeft gedrukt. Momenteel zit ik in een vliegtuig dit dagboek te schrijven. En omdat ik van de stewardess een koptelefoontje in mijn handen kreeg geduwd heb ik de verleiding niet kunnen weerstaan en ben op zoek gegaan naar een film over: de oorlog. Et voilà, er was een Nederlandse film over het verzet getiteld “Bankier van het Verzet”. Ik heb hem niet helemaal uitgekeken. Ik moest denken aan mijn lieve moeder die met zoveel respect sprak over de verzetsstrijders die haar het leven hadden gered. Wiersma, een politieagent uit Boskoop, was de grote leider. Vele adressen waar zij was ondergedoken heb ik als klein kind bezocht. Wat een moed hebben deze mensen aan de dag gelegd om ervoor te zorgen dat mijn moeder de oorlog mocht overleven. Maar hoeveel verraad was er gepleegd. Kijk die film en zie het. Hoeveel jongemannen en vrouwen hebben het niet overleefd. Mijn ouders hadden geen keus, want ze waren Joden. Maar deze verzetshelden, jonge mannen en jonge vrouwen, hebben ervoor gekozen om te vechten voor gerechtigheid, geheel belangeloos.  Ze hebben geweigerd om met de nazi’s mee te doen en ook hebben ze geweigerd om het te laten gebeuren en met 90% van de Nederlandse bevolking in het beste geval, toe te kijken! Velen van hen hebben het niet overleefd. Ze hebben ouders nagelaten, soms kinderen en jonge vrouwen. Ik heb het gevoel dat ik ernstig tekort ben geschoten om mijn dankbaarheid aan de redders van mijn moeder en de redders van mijn grootouders kenbaar te maken. De Zaak Menten welt op in mijn gedachte. Hoe was het mogelijk dat deze brute koude massamoordenaar gedekt werd vanuit de hoogste Nederlandse regionen? En het is toch van de zotten dat de Drie van Breda, die zoveel onschuldigen de dood hebben ingejaagd, om humanitaire redenen voortijdig zijn vrijgelaten? En wat met het pensioen van de Zwarte Weduwe?  Met mijn kleinzoon uit Israël heb ik woensdag jl. een wandeling gemaakt door de oude binnenstad van Amersfoort. Bij de oude Joodse begraafplaats kwamen wij een journalist tegen, een bekende van mij. Hij doet onderzoek naar de rol van de burgerlijke gemeente Amersfoort ten aanzien van Kamp Amersfoort, maar wilde nog geen tipje van de ongetwijfeld stinkende sluier oplichten.  Maar ik heb bange vermoedens. Er is goed geprofiteerd door Amersfoorts burgerij van de aanwezigheid van kamp Amersfoort. We gaan bijna landen. Ik houd u op de hoogte, maar dan niet vanuit de hoogte, maar gewoon vanaf een plaats waar ik met beide beentjes op de grond sta.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Scheldkanonnade voor de Snoge. Dagboek van de opperrabbijn 28 juli 2021

Met mijn kleinzoon uit Israël heb ik een bezoek gebracht aan het Joods Cultureel Kwartier. Ik heb een beetje misbruik gemaakt van mijn ‘dagboek in coronatijd’. Ik leg het uit: aanvankelijk was ik door het Joods Cultureel Kwartier gevraagd om een dagboek bij te houden. Het was nog onduidelijk hoeveel weken ik dat dagboek zou moeten schrijven en wat het JCK ermee zou doen was nog onduidelijker. Naar ik begreep was er ook een liberale rabbijn benaderd en een journalist, maar ik vermoed dat ik de enige (gek?) was die gewoon dagelijks een dagboek aanleverde. Maar na enige maanden werd het voor mij toch lastig om tegen een niet reagerende muur te schrijven (en ik doel niet op de Klaagmuur!), want behalve de directeur van het JCK las niemand mijn urenlange schrijfwerk. Overigens heb ik tot op heden nog geen dag moeten zoeken naar een gebeurtenis die het vermelden waard is, dus het schrijven gaat me wel makkelijk af. Maar ondanks het makkelijk schrijven is het niet ontvangen van een reactie best lastig. Het is alsof je spreekt tegen een zaal zonder toehoorders. Enfin, uiteindelijk is er een plaats gevonden die in mijn corona-dagboek geïnteresseerd was. Ik braaf toestemming gekregen van mijn opdrachtgever en als wisselgeld, want dat wilde ik wel aanbieden, zou onder ieder dagboek vermeld worden dat het JCK de opdrachtgever was. En dus had het JCK een gratis advertentie op de grootste christelijke website van Nederland, www.cip.nl.  En omdat ik gratis reclame maak (ondertussen al meer dan 1½ jaar) voor het JCK, was ik zo brutaal om te vragen om een professionele rondleiding in met name de beroemde bibliotheek Eets Chaim, in het gebouw van de Snoge, de grote indrukwekkende synagoge van de Portugees Israëlitische Gemeente aan het Mr. Visserplein in Amsterdam, die beheerd wordt door het JCK. En dus werd er op stel en sprong aan mijn wens voldaan en kregen mijn kleinzoon (rabbijn in opleiding in Israël) en ik een indrukwekkend kijkje in de wereldberoemde bibliotheek. Uiteraard was ik wel eerder in de bibliotheek geweest, maar dat was meestal een vluchtig bezoekje met de Opperrabbijn van Israël of zoiets dergelijks. Mijn kleinzoon was enorm onder de indruk dat de bibliothecaris, die niet joods is, zoveel diepgaande kennis had van de Joods religieuze wereld en vloeiend de Hebreeuwse en Aramese teksten kon lezen. Nu was het met diepgang en heeft mijn 1½ jaar dagboekenieren toch nog iets opgeleverd!

Roger van Oordt, van Christenen voor Israël, was een week in Israël en kwam gisteren terug. En uiteraard (!) meldde hij zich meteen bij mij om verslag te doen van zijn Israël-reis. Via mij was hij in contact gekomen met Arameeërs die in Nederland woonachtig zijn en via dat contact was hij weer in contact gekomen met een groep Arameeeës die in Israël wonen. Zij zijn nazaten van Aartsvader Awraham en dus de oorspronkelijke bewoners. Wat Roger precies met ze wil doen, heb ik niet helemaal voor de geest, maar fijn dus dat ik weer een schakeltje mocht zijn. Ik schakel wat af, dacht ik bij mezelf. Maar nu to the point: Roger liet me weten dat naar zijn mening mijn dagboeken te veel gaan over negatieve gebeurtenissen en ervaringen. Daarin kon hij weleens gelijk hebben, maar anderzijds: als ik schrijf dat iemand me vriendelijk goedemorgen of goedemiddag zei of ander positieve ervaringen, dan trekt dat geen lezerspubliek. Kijkt u maar in mijn vorig dagboek waarin ik Hans Knoop vermeld en uitleg dat (de kop van) een artikel pakkend moet zijn. En dus deze keer een positief verhaal over het JCK. Maar: het bezoek aan het museum eindigde helaas in mineur. Want we hadden nog geen stap buiten het gebouw gezet of een fietser trakteerde mijn kleinzoon en mij op een niet bepaald vriendelijk klinkend “kanker-Jood, Jehoed”. Ik was geschokt. Juist op deze plaats waar eens het getto was, waar ieder huis een Joodse geschiedenis vertegenwoordigde, waar na de oorlog niemand meer aanwezig was. Maar het meest was ik geschokt van de reactie van mijn kleinzoon. Hij reageerde namelijk helemaal niet. Heb je niet gehoord wat die malloot uitriep, vroeg ik hem. Hij had het wel gehoord, maar het verbaasde hem niet want het laatste half jaar was hij voor studie in Londen en als hij in de underground reisde werd hij gemiddeld 3 keer per uur uitgekafferd voor dirty Jew.

Omdat Roger van Oordt nadrukkelijk aangaf om uitsluitend positieve gebeurtenissen te vermelden, moet u bovenstaande scheldkanonnade maar als niet geschreven beschouwen. Het bezoek aan het Joods Cultureel Kwartier was geweldig. Thuisgekomen was mijn eerste opmerking naar mijn Blouma, die een knobbel heeft voor geschiedenis: “Jammer dat jij er niet bij was.” Binnenkort ga ik weer proberen om via protectie een rondleiding te krijgen, want het was echt enorm indrukwekkend, leerzaam en verrijkend.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

Rabbijn is helaas politicus. Dagboek van de opperrabbijn 25 juli 2021

Hans Knoop, de befaamde journalist, heeft een boek geschreven dat ik bijna in een adem heb uitgelezen. Inmiddels was dat alweer een paar weken geleden, maar er blijft iets nazingen en dat is dat hij 1: de redactie van een krant een handelaar in bedrukt papier noemt, dat 2: politici bijna per definitie de waarheid steeds naar hun hand zetten en dus vaak creatief omgaan met de waarheid en dat 3: journalisten uitsluitend juiste feiten behoren te brengen, maar wel de feiten die het publiek de krant doet kopen, want anders wordt zijn nieuws niet geplaatst. Ik was niet echt geschrokken van de drie gegevens en het verbaasde mij ook niet, maar zette eigenlijk op een rijtje wat ik al zeker onbewust wist. En hoe zit het met mijzelf als rabbijn? Want kritiek op anderen, ook als die terecht is, is eenvoudiger dan jezelf een spiegel voorhouden. En dus de spiegel gepakt en naar mezelf gekeken. Als ik nu mijn dagboek schrijf, of een artikel, of een lezing geef, ook als ik dat ‘om niet’ doe, wil ik natuurlijk wel dat het ‘verkoopt’.  Een artikel schrijven en niemand leest het, is natuurlijk niet hetgeen ik beoog. Dus moet ik altijd nadenken over de titel. Die moet pakken om de lezer te trekken. En ben ik ook een politicus? Ik denk van wel. Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat alle rabbijnen die op een belangrijke rabbinale post zitten, stuk voor stuk politici moeten zijn anders hadden ze nooit de veelheid aan tegenwerkingen die rabbijnen te verwerken krijgen, kunnen overleven. Wel weiger ik pontificaal onwaarheden te vertellen, maar ook hoef ik niet te allen tijde de volle waarheid te verkondigen. Als ik dus echt vroom wil zijn, had ik een ander baantje moeten nemen, bijvoorbeeld directeur van een Talmoed Hogeschool. Zijn leven bestaat primair uit het overdragen van kennis en het inspireren van zijn leerlingen. Ik word, terwijl ik dit schrijf, bijna jaloers! Maar jaloers worden heeft ook weinig zin. Daar waar ik ben ligt mijn opdracht en daarom ben ik niet weg te branden en probeer de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte te dienen, naar eer en geweten, hoewel dat geweten best af en toe zwaar op de proef wordt gesteld. Maar naast dit ‘belangrijke werk’ moet ik ook op de kleintjes letten. De werkzaamheden die geen voorpagina halen, die niets met politiek van doen hebben en die zich aan het gezichtsveld van de goegemeente onttrekken, maar daarom niet minder belangrijk zijn. Wat ik bedoel met ‘de kleintjes’? Een felicitatiebrief die ik aan een eenzame weduwe stuur en die voor die weduwe zo belangrijk is. Ik ontvang regelmatig telefoontjes van mensen die me bedanken voor mijn geschreven ‘mazzeltov’.  En hoe gelukkig maak ik mensen die ik thuis persoonlijk kom bezoeken vanwege hun verjaardag of zomaar omdat ik in de buurt ben. Maar ik word ook gebeld door mensen die het leven niet meer zien zitten of enorm verdrietig zijn omdat ze een dierbaar familielid hebben verloren. Als het helemaal alleen aan mij is, zou ik mijn rabbinale loopbaan geheel willen wijden aan ‘de kleintjes’. Maar zo is het dus niet gelopen. Er rust op mijn schouders ook de opdracht om politiek actief te zijn, niet voor mezelf maar voor de brede Joodse Gemeenschap en natuurlijk voor Israël want als wij, de rabbijnen, al niet meer duidelijk en zichtbaar achter Israël staan, wie dan wel? En daarom, of de Prime Minister nu Bennet of Netanyahu is, sta ik 100% achter Israël. Israël is namelijk het Heilige Land, hoewel nog niet alle Israëliërs heilig zijn. En zo sukkel ik maar verder als rabbijn. Pendelend tussen de weet dat ik ongevraagd Joods Nederland vertegenwoordig, met alle daaraan klevende spelletjes, en anderzijds er te mogen zijn voor een eenzame mede jood. Of voor een niet Joodse man die zijn vrouw had verloren aan een nare ziekte. Hij, en zijn echtgenote, hebben zich tientallen jaren met hart en ziel voor de Joodse Gemeenschap en Israël ingezet. Ik had hem opgebeld om te condoleren, mijn medeleven te betuigen en te proberen om hem uit de sleur van het verdriet te halen. En vervolgens hoor ik van diverse kanten dat de weduwnaar zo verheugd was met mijn telefoontje. Hij was verbaasd dat de opperrabbijn tijd had om hem te bellen…

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Giethoorn. Dagboek van de Opperrabbijn, 21 juli 2021

Omdat onze kleinzoon uit Montreal bij ons op bezoek was voor tien dagen en ik na een negatieve corona-test vanwege enige dagen verblijf in Engeland weer vrij mocht rondlopen, zijn we naar de Joodse begraafplaats in Steenwijk geweest. Mijn grootouders liggen daar begraven. En gezien we toch al in Steenwijk waren zijn we ook naar Giethoorn geweest. Wat een rust op zo’n fluisterbootje door de vrij drukke (water)straten van Giethoorn, op het meer en door het riet. Maar een uur en 18 minuten van mijn huis, maar het voelde als een andere planeet. Hoe het precies is gegaan weet ik niet, maar op een gegeven moment, toen juist ik aan het stuur zat, was er uitsluitend sprake van tegenliggers. Wij waren het enige bootje dat mijns inziens de goede kant opging. Maar gezien het kanaaltje vrij smal was werd het een aaneenschakeling van manoeuvreren, botsingen vermijden, af en toe in z’n achteruit en dan weer met volle snelheid vooruit, vriendelijke bejegeningen van tegenliggers en ook regelmatig boze gezichten. “Met andere woorden”: een perfecte weergave van mijn rabbinale leven. Dan weer een botsing, daarna een tijdje rust, vervolgens wat extra gas geven en ook vaak even de luwte in. Maar voortdurend tegenliggers. Dit “met andere woorden” was een bemerking van mijn kleinzoon die na twee dagen al goed in de gaten had waarmee zijn opa zoal de dag vult.

Maar laat ik eerlijk zijn en niet overdrijven. Het zijn natuurlijk echt niet uitsluitend tegenliggers die ik ontmoet in mijn rabbinale leven! De mens neigt ertoe om vooral de tegenliggers te voelen en een beetje weg te kijken van medestrijders. Neem nou de koosjere fles wijn die ik mocht ontvangen van de Hongaarse ambassadeur. De fles had hij speciaal door zijn Hongaarse chauffeur laten kopen bij het Israël Producten Centrum in Nijkerk en bij mij thuis laten afleveren. Uiteraard zat de fles wijn in een tasje met daarop het wapen van Hongarije en een buitengewoon vriendelijke met de handgeschreven kaart was bijgevoegd. “Van harte mazzeltov!”. Dat was toch echt attent van mijn vriendje Zijne Excellentie de Ambassadeur! Ik dus meteen in de telefoon geklommen om hem te bedanken en ook hem te vragen waarmee hij mij mazzeltov wenste, wat de aanleiding was. Het bleek mijn 65ste verjaardag te zijn. Leuk dat hij daaraan dacht, speciaal omdat mijn 65ste geboortedag al meer dan zeven jaar geleden had plaatsgevonden en qua datum ik nog ver verwijderd ben van de maand februari. Toch goed bedoeld en aardig. Geeft de rabbinale burger, ondanks de vele tegenliggers, toch weer moed. Die moed voelde ik ook toen ik aan de deelnemers van mijn 65+ sjioer voorstelde om gedurende de vakantieperiode de sjioer te staken en bijna allen aangaven gewoon verder te willen gaan. En dus zal ik morgenmiddag weer in de ether zijn met mijn twee-wekelijke cursus genaamd “lernen met diepgang”. Ondertussen hang ik al bijna een week als poster tegen racisme van de Bond tegen het Vloeken in vijftien steden bij de bushaltes en langs snelwegen.  Door mijn foto heen staat met grote duidelijke letters JOOD en dan onderaan ‘je afkomst mag geen scheldwoord zijn’. Tot nog toe heb ik nog niet veel op- en aanmerkingen over deze postercampagne gehoord, maar ik merk wel dat er discussie is binnen de Joodse gemeenschap over de vraag hoe om te gaan met antisemitisme. Ik hoor regelmatig dat antisemitisme er nu eenmaal is en dat we dat gewoon moeten accepteren, door de eeuwen heen. Ik deel die mening maar ten dele. Inderdaad denk ik niet dat het fenomeen antisemitisme even uit te bannen is. Het is gelijk een resistent virus dat gewoon blijft, soms nauwelijks waarneembaar is en af en toe de kop op steekt en regelmatig muteert. Maar voor mijn gevoel dienen wij, ondanks de moeizame prognose, het toch te bestrijden. Ziekte komt van Boven en toch zijn we vanuit de halaga, de Joodse wet, verplicht om naar de dokter te gaan en mogen we niet zomaar achteroverleunen en accepteren. Terwijl uiteindelijk, als de dokter niets (meer) kan doen, we toch moeten aanvaarden. Ook het leven van ieder van ons kan dus vergeleken worden met dat tochtje met de fluisterboot. Tegenslagen, volle snelheid vooruit, af en toe gas terugnemen en uiteindelijk dagelijks door het leven heen weten te laveren. Eigenlijk, zo dacht ik, heeft mijn kleinzoon dus ongelijk, want tussen het rabbinale leven en het niet rabbinale is uiteindelijk weinig verschil. Rabbijnen zijn dus gewone mensen.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Welkom terug. Dagboek van de Opperrabbijn 18 juli 2021

De twee weken vakantie van het NIW zitten er weer op en dus ook de twee weken dat ik rust heb genomen van mijn dagelijkse dagboek. Hoewel dagelijks? Het was al gereduceerd van dagelijks naar drie keer per week en nu ga ik verder met twee keer. En dus zal ik te lezen zijn op maandag en op donderdag. Waarom? Wel ik dacht dat dagboek-in-coronatijd inmiddels niet meer actueel zou zijn, maar helaas! Het corona-gezeur zit er voorlopig nog wel in. Dan maar weer dagelijks? Toch maar niet want als gevolg van mijn corona-dagboek verschijn ik nu al maandenlang drie keer per week op www.cip.nl met een ‘levenswijsheid’ in een speciale rubriek genaamd Rab&Rik. Het werkt als volgt. Ik (Rab) breng een gedachte uit de wekelijkse Thoravoorlezing en Rik stelt dan twee vragen over die gedachte die ik dan weer beantwoord. Daarnaast heb ik dus om de week een column in het echte (ik bedoel dus het papieren) NIW en bij de EJA (European Jewish Association) verschijn ik op facebook met een video van niet meer dan twee minuten. En dus wordt een dagelijks dagboek te veel voor mij qua tijd. Hoewel dit dagboek voor mij wel ook een soort therapie is. Ik word gedwongen na te denken over al hetgeen mijn dagelijkse revue is gepasseerd en mezelf tegelijkertijd kritisch te bekijken. Heb ik goed gehandeld en was mijn motivatie wel zuiver of was het weer ordinaire politiek gebaseerd op eigenbelang? Het schrijven van een dagboek van 800 woorden is eenvoudiger dan een NIW-column van 350 woorden en het meest lastig is dat videofilmpje van twee minuten. Dat klinkt misschien onlogisch maar het probleem is dat er in een mum van tijd twee minuten aan elkaar zijn gekletst zonder iets gezegd te hebben! En dus vragen die twee minuten de meeste tijd! En dus, vanwege de tijd, twee dagboeken per week!

Ondertussen heb ik in die twee weken mooie en minder mooie belevenissen gehad. (Doet me even denken aan Sara die na thuiskomst met de auto aan haar man zegt dat ze hem iets positiefs en iets negatiefs wil vertellen. Wat zal ik eerst zeggen? Het positieve of het negatieve? Begin met het goede nieuws, antwoordt haar man. Wel, zegt Sara enthousiast, de airbags van je Lexus werkten erg goed … Ik wil beginnen met het negatieve. Woorden zijn van vitaal belang. Een goed en opbeurend woord kan troosten en tot steun zijn. Een verkeerd woord kan doden. Ik moest enige dagen in Engeland zijn. De reden is verder niet relevant maar de corona-bombarie er omheen wil ik delen. Ik ging met de auto op een ferry. Het ticket voor de overtocht was zo geboekt, maar daarna het test-theater.  Ik online gekeken welke test nodig is om de zee over te steken. PCR. Kosten? €130. Netjes betaald en een afspraak gemaakt. Een vriend attendeerde mij erop dat de test van €39 ook volledig voldoet aan de eisen der wet. Om 11:05 uur precies moest ik op het testbureau aanwezig zijn. Vooral niet eerder vanwege mogelijke besmetting.  En ik dus om 11:04 op de testlocatie verschenen. Vervolgens heb ik meer dan een uur in de rij gestaan! En toen waren we dan, na ellenlange papieren verklaringen over testen, verblijfsplaatsen en quarantaines te hebben ingevuld en ondertekend, op onze plaats van bestemming. Vier keer per dag werden we gebeld met de vraag hoe we ons voelden en waar we waren en om de dag controle aan huis of we nog wel aanwezig waren. En toen weer terug. Laat ik nu gedacht hebben dat terugkeren eenvoudig is zijn want ik ben immers volledig gevaccineerd en bovendien ben ik Nederlander. Mais non!  Ik had bij vertrek uit Nederland aan de marechaussee gevraagd waaraan ik moest voldoen om terug te kunnen en dat was duidelijk: u bent gevaccineerd en dat is voldoende. Maar het bleek toch gecompliceerder. Ik werd gebombardeerd door de Ferry compagnie met waarschuwen waaraan ik zou moeten voldoen. En nou komt het en toont hoezeer ‘taal’ kan beschadigen: enige keren per dag werd mij medegedeeld per sms, whatsapp en per e-mail dat ik, om terug te mogen keren, geacht werd aan te geven dat ik 1/ een urgente reden had om naar Nederland te reizen en die urgente reden moest officieel vallen onder de uitzonderingen. 2/ Mijn gevaccineerd zijn niet werd erkend door de NL Overheid als ik uit GB kwam en 3/ moest ik een negatieve PCR test aanleveren die niet ouder mocht zijn dan 24 uur voor vertrek. En dat 3/ was een lastige, want mijn ferry vertrok om 23:00 uur ’s avonds. Ik zou dus pas de volgende ochtend naar een testbureau kunnen gaan en de uitslag zou mij binnen 72 uur per e-mail worden toegestuurd! Ik werd er gestoord van. Enfin, we zijn na een paar dagen GB en meer dan vijf testen met negatieve uitslag weer in Nederland, waar ik vriendelijk werd welkom geheten door onze Koninklijke Marechaussee. Alleen de ID moest ik tonen. Geen testuitslagen en zelfs niet mijn app waarop te zien is dat ik echt volledig ben gevaccineerd…Dat vriendelijke ‘welkom terug in Nederland en een fijne dag” deden mij in een mum van tijd al het testgezeur vergeten.

Het was vandaag 9 Aw, herinnering aan de Verwoesting van de Tempel in Jeruzalem. Begin van de Diaspora. Een van de redenen van het ballingschap was ‘haat zonder reden’ en de reparatie daarvan is het tonen van ‘belangeloze liefde’. Die vriendelijke woorden “welkom terug” waren daarvan een lichtend voorbeeld.

 

Gedurende de (post?) coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

De kaars zonder kruis. Dagboek van de opperrabbijn 29 juni 2021

We hadden met onze kleindochter een prachtige dag op Urk. U weet toch dat het niet is ‘in’ Urk, maar ‘op’ Urk. We hebben een rondleiding gekregen in een van de grote visfabrieken. Een van de drie directeuren leidde ons rond met op z’n hoofd een keppeltje uit solidariteit. Overigens wapperden op vele plaatsen op Urk de Israëlische vlag. Ik waande me bijna in Jeruzalem aan Zee! In de fabriek waar zeker honderd mensen werken werd ik netjes geïntroduceerd als Binyomin Jacobs en het frappante is, ik was daar best trots op, dat velen mij herkenden van foto’s of bijeenkomsten. Dat is weleens anders geweest. Ik herinner mij jaren geleden dat ik in de sjoel van Elburg was. Er stonden daar, en ze staan er nog steeds, zes monitoren. En op iedere monitor houd ik een verhaal over iets dat te maken heeft met de sjoeldienst en op de muur wordt een sjoeldienst geprojecteerd. En wie gaat daar voor in de dienst?  En wie is daar levensgroot zichtbaar? Ik dus. Het was vakantie en ik had de sjoel van Elburg nog nooit echt goed bekeken en dus op een mooie zomerse dag stond ik daar in T-shirt met een pet op in plaats van mijn zwarte hoed. Staat er iemand te kijken naar de film op de muur, loopt naar een van de monitoren om daar te kijken en vervolgens ziet hij mij. Staart mij aan en vraagt me: waar ken ik u van? Waarop ik hem adviseerde om even snel weer naar die muur te kijken. Dat zijn van die ontmoetingen die je niet vergeet. Om weer terug te gaan naar de visfabriek (hoewel ze daar geen vis fabriceren meen ik toch dat die vistoestand wel zo heet): toen we na een rondleiding door de oud-burgemeester door Urk weer terugkwamen in de visfabriek om wat vis voor ons thuis op te halen, kwam de directeur naar buiten om ons persoonlijk de doos vis te brengen. En toen ontstond er een gesprek over de regenboog-toestand en de ethiek die daaraan gekoppeld zit. Ik verwacht niet veel regenboogvlaggen in Urk. Waarden en normen werden besproken, kritiek op de secularisatie, de nieuwste religie die soms erg dwangmatig kan zijn. Tolerantie, waarvan ik een fanatiek voorstander ben, hoort beide kanten op te werken. Het was opvallend dat Urk en ik een heleboel gemeen hebben qua denken en levensvisie en met betrekking tot liefde voor de Staat Israël! Overigens had ik bijna over tien dagen naar Israël gegaan waar ik was uitgenodigd door Buitenlandse zaken om een conferentie over antisemitisme bij te wonen. Door sukkelige communicatie werd het mij pas vandaag duidelijk dat Buitenlandse Zaken zou regelen dat wij Israël binnen zouden kunnen komen en dat zij een hotel zouden regelen en vervoer vanaf Ben Gurion. Te laat voor mij om nog te gaan. Ik zal dan te veel moeten afzeggen, bovendien heb ik nog geen tickets geboekt.

De ontmoeting op Urk was interessant, om niet te vergeten. Maar ik had een dag later ook een ontmoeting die breder beleefd mag worden. Tijdens het bezoekuur in het AMC trof ik nog een bezoeker bij mijn patiënt. Een Joodse man die, als gevolg van de oorlog, pas op latere leeftijd vernomen heeft dat hij Joods is. Voor het eerst in zijn leven heeft hij de tefillin, de gebedsriemen, aangedaan. Tefillin: het uniform van de Jood! Hij trouwde in een kerk omdat z’n echtgenote  katholiek was en betreurde het dat de rabbijn niet kon komen omdat de ruimte vol beelden stond. Het was een eerste ontmoeting, zelfs zijn naam ken ik niet en ik had hem nog nooit ontmoet. Trots vertelde hij mij dat zijn vrouw een kaars had ontstoken bij de huwelijksinzegening door de priester. Op de kaars van zijn vrouw een kruis. Maar op zijn kaars was ‘natuurlijk’ geen kruis, want hij was en is Joods.

Het NIW gaat genieten van enige weken rust en dus ga ik ook een paar weekjes uit de ether. Heb ik rust….. en u ook. Maar na de rust gaan we verder want: rust roest! En ik houd graag het contact!

Gedurende de post- coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

Geen onkosten vergoeding, want de opdracht was geheim. Dagboek van de Opperrabbijn 27 juni 2021

Wel of niet een biografie? Met die vraag eindigde ik mijn dagboek van donderdag jl. In eerste instantie dacht ik dat het de moeite waard is om het in overweging te nemen. Maar na rustig nadenken, de pro’s en contra’s op een rijtje te hebben gezet, is mijn conclusie: niet doen. De reden? Ik denk dat het meest van mijn werkzaamheden te vertrouwelijk is. Misschien vanwege mijn werkzaamheden in het Sinai Centrum ben ik zeer alert om vertrouwelijkheden geheim te houden. Het kan niet zo zijn dat informatie die met mij werd gedeeld naar buiten komt. Maar los van de vertrouwelijke informatie kan ik dikke biografieën het licht doen laten zien met ‘smakelijke’ verhalen die scoren. Ruzies, belangenverstrengelingen, overspel, poging tot omkoop: welkom in onze geciviliseerde samenleving. De schrijver die geïnteresseerd was om mijn biografie te schrijven meende dat een en ander wel min of meer anoniem gebracht kon worden, maar dat zie ik niet zitten. De Joodse Gemeenschap is te klein om iets anoniem en onherkenbaar te kunnen brengen. In mijn dagboeken vertel ik ook wat ik meemaak en daar waar nodig maak ik van een man een vrouw (heden ten dage is dat heel populair!), krijgt mijnheer Cohen de naam Polak en kan ik een beetje met de leeftijd sjoemelen. Maar zij die vlakbij het vuur zitten herkennen. Maar ik kan best een heleboel belevenissen delen die op z’n zachts uitgedrukt interessant zijn. Neem nu het volgende: ik werd door een voorzitter gevraagd om in het geheim naar het buitenland te gaan om een probleem voor de desbetreffende organisatie op te lossen. Netjes tot volle tevredenheid opdracht uitgevoerd. Toen ik mijn onkosten wilde declareren, dat wil zeggen de reiskosten en een lunch die ik moest aanbieden om het moeizame gesprek makkelijker tot een oplossing te brengen, kreeg ik te horen dat ik geen feitelijk gemaakte onkosten mocht indienen want (houd u vast!) het was een geheime opdracht. En wat te denken van een hoogwaardigheidsbekleder, een topper, die mij de briljante vraag stelde waarom Joden in de oorlog een Jodenster droegen. Ze hadden toch beter dat niet kunnen doen want dan zou niemand weten dat ze Joods waren! Of een andere topper die de mening is toegedaan dat 98% van Nederlandse antisemieten moslims zijn. Het zou dus een smakelijke biografie worden, maar wil ik dat? En los daarvan: er zijn in de Joodse wet twee vormen van kwaadsprekerij. 1: je beschadigt door kwaadsprekerij, ook als de feiten allemaal kloppen. 2: Je beschadigt met verzinsels die kant noch wal raken, maar in principe wel hadden kunnen kloppen. Maar, hoor ik u denken. Je kunt toch ook gewoon de echte mooie gebeurtenissen vertellen, inspirerende ontmoetingen. Wat is daarmee mis? Helaas vermoed ik dat als ik alle mooie belevenissen neerschrijf, niemand onder de indruk zal zijn en dus zal de biograaf daarover minder willen schrijven, want een journalist of een auteur gaat het uiteindelijk om de verkoop! Maar dan nog los van achterklap en roddel: welk nut dient zo’n biografie? En hoeveel tijd gaat me dat kosten? En hoeveel mensen zal ik beschadigen? En dus zie ik ervan af. Ik kan mijn tijd beter besteden. Bijvoorbeeld aan de mensen die me een e-mail sturen met een hulpvraag, of om advies. Of ergens in den lande een lezing geven en daarmee mensen inspireren.

Ik ga stoppen want de vastendag zit er bijna op. Om 23:10 uur is het ‘nacht’.  Het is vandaag 17 Tammoez, een vastendag en dus niet eten en niet drinken. Er was een bres geslagen in de muren van Jeruzalem. Drie weken later de verwoesting van de Tempel. Ondertussen nu de mondkapjes zijn verwijderd, moet mijn dagboek niet meer coronatijd gekoppeld worden. Ik wil het vanaf heden losgekoppeld zien. Het wordt dus gewoon: Dagboek van de Opperrabbijn, zonder corona en zonder mondkapje.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

Dagboek van de Opperrabbijn 24 juni 2021

Mijn dag stond in het teken van gioer, toetreding tot het Jodendom. Binnen de RCE, Rabbinical Center for Europe, een soort vakbond van Europese rabbijnen, ben ik de ‘uitverkorene’ om de portefeuille ‘gioer’ te beheren. Ik zet dat ‘uitverkorene’ maar even tussen aanhalingstekens, want het is zo’n beetje de lastigste en meest ondankbare klus binnen de rabbinale wereld. Even een kort exposé hoe e.e.a. in z’n werk gaat: toen indertijd mijn voorganger opperrabbijn Berlinger zl. mij vroeg of ik zijn assistent/plaatsvervanger wilde worden, reageerde ik daarop positief met een ‘maar’. Ik wilde hem de eer laten om verantwoordelijk te blijven voor de gioer. Zijn antwoord was overduidelijk: alles of niets! Niet alleen de krenten uit de pap en de rotklussen aan anderen overlaten. Het lastige is dat je met gioer nooit vrienden maakt, moet afstoten en ook nog eens als een soort rechercheur te werk moet gaan. Is de kandidaat serieus? Wil de kandidaat Joods worden omwille van het Jodendom, omwille van G’d, of spelen er ander belangen, zoals een Joods vriendje of vriendinnetje? Zie er maar achter te komen! Inmiddels ben ik dus vanuit Brussel, want daar zetelt het RCE, belast met gioer voor die Joodse Gemeenten die zelf niet de gelegenheid hebben om gioer te doen en die woonachtig zijn in een plaats waar geen Beth Din, Rabbinale rechtbank, zetelt. En dus was ik vandaag de hele dag in Brussel om kandidaten, die volgens de lokale rabbijn klaar is voor gioer, te ontvangen en dus te bevragen. Ik was nog maar nauwelijks aangekomen en nam even  rust na de lange reis terwijl ik de agenda voor vandaag doorliep, de dossiers van de diverse kandidaten doornam, komt er ongevraagd en zonder kloppen een oud mannetje binnen sukkelen. Hij deed me denken aan Doris, bekende televisie-figuur uit mijn jeugdjaren.  Een soort bedelaar met gescheurde kleren en een grote snor. Stelt u zich voor: zo’n mannetje komt ongevraagd binnen, gaat zitten en ik heb geen idee met wie ik te maken heb. Dat blijft ook zo want hij stelt zich niet voor en ik probeer mijn Frans, Engels, Duits en Nederlands. Hij bleek een paar woorden Engels machtig te zijn. in het kort: hij is een moslim, heeft theologie gestudeerd in New York terwijl hij in Nederland woonde, was gescheiden van zijn eerste vrouw, was nu gehuwd met een christen vrouw, kwam regelmatig in Israël, is volgens zeggen, een afgestudeerde arts en om het nog gezelliger te maken bracht hij voor mij een bos bloemen mee en werd door mij vriendelijk verzocht om mijn kantoor te verlaten en op de afgesproken tijd, drie kwartier later, terug te komen. Twee kandidaten kwamen vandaag voor de afronding en moesten dus vandaag voor het Beth Din, de Joodse Rechtbank, verschijnen voor de afronding. Oprechte kandidaten die inmiddels nu geen kandidaat meer zijn en dolgelukkig als herboren ‘er uit gekomen’ zijn, zoals dat heet op z’n Nederlands. Ik kan boeken schrijven aan belevenissen. Op de terugweg kreeg ik een telefoontje van mijn secretaris die in Jeruzalem woont, dat ik binnen twee weken weer terug naar Brussel moet. Een interessant verhaal. Een jonge bruid die over één maand onder de choepa (trouwbaldakijn) hoopt te staan. Maar wat blijkt: de moeder van de moeder was decennia geleden uitgekomen. Omdat de dochter twijfelt aan de gioer van haar moeder, wil zij nogmaals voor het Beth Din (Joodse rechtbank) verschijnen om iedere twijfel weg te nemen. Boeken kan ik dus schrijven en laat ik nou vanavond op de terugreis benaderd zijn door een auteur die brood in mij ziet en een gesprek met mij wil hebben. Doel?  Een biografie over het leven van mijn persoontje.

Dat overviel me en hoewel ik het gesprek zal aangaan, weet ik het echt nog niet. Wat zijn de voordelen en welke de nadelen? We wachten af.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Bovendien ben ik kleurenblind. Dagboek van de Opperrabbijn 22 juni 2021

Een redelijk vrije dag genomen omdat onze kleindochter uit Israël voor enige dagen in Nederland was op weg naar Zweden. In Israël studeert ze aan een seminarium en in Zweden, Stockholm, gaat ze de Joodse Gemeente helpen met de organisatie van een zomerkamp voor de jeugd. Dat gaat drie weken duren, dan vliegt ze naar Montreal en vandaar gaat ze nog naar New Jersey (VS) om ook daar weer een jeugd-zomer-kamp te leiden. En zo vliegen de leerlingen van Talmoed Hogescholen en meisjes-seminaria de wereld rond. Vandaag hebben wij haar uitgenomen naar de Zaanse Schans. Ik dus zonder hoed, maar met pet. Geen keurig pak, maar een vrijetijd broek. Wel een schoon overhemd aan en geen T-shirt. Nou en, hoor ik u denken. Maar zo werkt dat niet. Ik word geacht er steeds keurig verzorgd en vooral klassiek uit te zien, hoed en stropdas. Maar ja, dacht ik, wie ziet me daar? En al helemaal niet op Marken, waarheen we na afloop zijn gegaan. Ik loop er nog geen vijf minuten of iemand roept mijn naam: rabbijn Jacobs, rabbijn Jacobs. En ja hoor. Een goede kennis die vanuit Antwerpen met zijn busje toeristen rondleidt door Nederland. Laat hij nou net verteld hebben aan zijn toeristen dat hij de opperrabbijn goed kent en precies dan zien we elkaar. En dus alle toeristen met de Opperrabbijn van Nederland op de foto. En daar stond ik dan met pet en katoenen broek, zonder stropdas op een aantal selfies want ik moest meteen op de foto want ze wilden vrienden en bekenden in Israël laten zien dat ze niet alleen windmolens hebben aangetroffen bij de Zaanse Schans. Ondertussen staan de media bol van het gezeur rond wel of niet regenboog bij de sport. Ik vind het allemaal maar gezeur. Voor alle duidelijkheid: ik ben fel tegen iedere vorm van discriminatie, maar wel of niet het stadion in regenboogkleuren. Ik weet het niet, bovendien ben ik kleurenblind waardoor het me kennelijk minder aanspreekt. Dat sport ‘buiten de politiek moet blijven’ vind ik een lastige, want wat is politiek? En hoe zat het ook al weer met de Olympische Spelen in 1936 in Berlijn, waaraan Joden niet konden deelnemen? Of lag dat anders? Wat me wel een fijn gevoel gaf was de ‘gewijzigde motie van het lid van der Staaij C.S.’ die werd aangenomen in de Tweede Kamer. De regering heeft nu de opdracht gekregen om in geval er een ‘eenzijdige anti-Israël resolutie’ op de agenda van de VN staat om niet alleen zich te onthouden van stemming, maar tegen te stemmen. Kees: bedankt! Wat me ook trof was de deining rond een oproep van de schoolleiding van een VO-school in Roermond die vanwege het warme weer de leerlingen verzocht om niet te bloot naar school te komen. Had dus niet gemogen! Belachelijk. En dat terwijl meer en meer bovenkomt drijven over seksueel misbruik en ontucht in de sportwereld. Natuurlijk is iedere vorm van seksueel misbruik onaanvaardbaar en dient daartegen keihard te worden opgetreden. Maar iedere malloot snapt dat als de alles-mag-en-alles-kan mentaliteit opgelegd wordt, de kans op ontucht wordt vergroot. Ik vind het dus moedig, verstandig en juist dat een schoolleiding leerlingen verzoekt om met gepaste kledij naar school te komen. Tenslotte is een school een onderwijsinstelling en geen nachtclub, ook niet als het warm weer is!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

Persbericht: Opperrabbijn Jacobs bezoekt Sky of Hope WO2- en Vliegeniersmuseum. Dagboek van de Opperrabbijn 20 juni 2021

 

Opperrabbijn Jacobs heeft het WO2- en Vliegeniersmuseum in Fort Vuren (Waaldijk 29) bezocht. Tijdens zijn bezoek heeft hij de hoed van de tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoorde Herwijnse Joodse inwoner Bernard van Straten, in een vitrine geplaatst. De heren Lex en Harvey van Straten, die dezelfde voorouders als de Herwijnse broers Bernard en Mozes van Straten hebben, waren bij dit bijzondere moment aanwezig. Violiste Lydi Groenewegen heeft ter nagedachtenis aan de Joodse families Van Straten een Joods lied gespeeld. Historische vereniging “Den Ouden Dijk” uit Herwijnen heeft de hoed van Bernard en een boek van zijn zoon Manuel aan het museum in bruikleen gegeven.

 

Achtergrondinformatie:

In 2013 heeft de historische vereniging Den Ouden Dijk uit Herwijnen 6 Stolpersteine gelegd bij de woningen waar de families Van Straten tijdens de oorlog hebben gewoond. Het gezin van Bernard van Straten woonde in de Molenstraat en het gezin van zijn broer Mozes woonde aan de Waaldijk; hij had daar een slagerij. Bij die Stolpersteinlegging was Opperrabbijn Jacobs destijds ook aanwezig.

Persoonlijke items Bernard en Manuel van Straten:

De Herwijnse historische vereniging heeft een hoed met koffer van Bernard van Straten en een boek van zijn zoon Manuel van Straten aan het Sky of Hope WO2- en Vliegeniersmuseum in Fort Vuren beschikbaar gesteld om deze tentoon te stellen. Dat er nu ook persoonlijke spullen van de Joodse familie Van Straten uit Herwijnen in ons museum te bezichtigen zijn, is heel bijzonder.

Einde persbericht. Ik veronderstel dat ik met bovenstaande “in de vitrine plaatsen van een hoed” niet echt score. Ik denk niet dat de media zich hierop zullen storten en verwacht ook geen promotie tot opper-opperrabbijn (als zoiets al bestaat) of de voorpagina van de Telegraaf. En toch was ik in Vuren en had daarbij een heel bijzonder gevoel. Bernard van Straten zl., vermoord, verdwenen in het duistere gat van de vergetelheid. Voor hij ‘vertrok’ had hij de hoed die hij bij zijn huwelijk had gedragen aan zijn buurman gegeven om het na ‘terugkeer’ weer op te halen. Die terugkeer heeft echter nooit plaatsgevonden. De buurman van toen heeft de hoed aan het museum gegeven en stond ik daar met die hoed in mijn hand en mocht die hoed in een vitrine plaatsen, waarmee Bernard van Straten toch weer een heel klein beetje terugkwam in zijn geboorteplaats. Bewust heb ik niet willen spreken over het opkomend antisemitisme. Uitsluitend en alleen aandacht voor die Bernard van Straten die bij zijn vertrek nog even dacht dat hij z’n hoed te zijner tijd wel weer zou ophalen. Hoe onnozel heeft hij kunnen zijn? Tegen beter weten in? Of wist hij het echt niet. En hoe het nu? Een van de bekendste journalisten van JTA-Jewish Telegraph Association, Cnaan Liphshiz, is woonachtig in Nederland en vertrekt nu naar Israel. Reden? Liever te vroeg vertrokken, dan te laat gevlucht, zoals Bernard van Straten zl. Ondertussen komt er ook van de kant van een christelijke organisatie een anti-antisemitisme actie en ligt er ook nog een algemene antiracisme publiciteit in het verschiet. Bij al deze acties ben ik ook op de een of andere wijze betrokken. Ben ik daarover verheugd? Trots? Geheel niet. Uitsluitend triest, want het gaat niet goed. Ik maak me ernstige zorgen. En juist daarom is het goed dat die hoed met al dat erachter zit, een plaatsje heeft gekregen en een beetje publicitaire aandacht in de krant, online, op radio en TV..

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/