De knagende onzekerheid. Dagboek van een opperrabbijn 21 februari 2021

Het zijn onzekere tijden. Mensen voelen zich eenzaam, weten niet wat de toekomst gaat brengen. En als er dan onverwachte stoorzenders doorheen gaan fietsen, maakt dat nog onzekerder en doet een nog groter beroep op het incasseringsvermogen. Even een voorbeeld. Elsje, waarover ik enige tijd geleden heb geschreven, is nog steeds niet in Israël. Ze had alles klaar staan, alleen gingen toen dus de grenzen met Israël op slot en dan is het lastig, om het even eufemistisch uit te drukken, om aliya te maken. Uiteindelijk was bijna alles rond, kon ze haar visum komen ophalen en toen, ter plekke in  het Israëlische Consulaat, was er een computerstoring en kon het visum niet worden vervaardigd. Het zou dus worden verzonden per post of bode. En ja hoor, na enige dagen kwam het aan. Alleen een klein foutje: als voornaam stond niet op het loeibelangrijke document “Els”, maar “Elst” met een toegevoegde “t”. Best begrijpelijk want Elst is de geboorteplaats van Els, maar op een visum, een spellingsfout, gaat zondermeer problemen opleveren. En dus krijg ik een paniek-WhatsApp en bied meteen mijn hulp aan. Of ik inderdaad had kunnen helpen, wist ik op dat moment nog niet, maar aanbieden, zo dacht ik, kan geen kwaad. Uiteindelijk is het met een sisser afgelopen en zal Elst met spoed in Els worden gewijzigd. Ik moest even terugdenken aan Israël 1972. Pas getrouwd en pas aangekomen in het Heilige land waar ik mijn rabbinale studie heb afgerond, had ik ook een probleem met mijn papieren. Mijn Joodse naam en mijn roepnaam is Binyomin. Maar in mijn paspoort staat een Nederlandse naam. Reden: het was toentertijd niet toegestaan om zomaar een naam aan je kind te geven. De te geven naam moest op een of andere lijst van de burgerlijke stand voorkomen. En dus zie je dat bijna alle Joodse Nederlanders naast hun Joodse naam een Nederlandse paspoort-naam hebben. Afhankelijk van de religiositeit hanteren ze dan de Nederlandse of de Joodse naam, maar dit even terzijde. Ik woonde dus in Israël en studeerde aan een Talmoed Hogeschool. Omdat wij in een zeer afgelegen stadje woonden waar de ontwikkeling van de moderne samenleving nog nauwelijks was binnengedrongen en de populatie over een groot aantal analfabeten beschikte, kregen wij van overheidswege een salaris omdat wij geacht werden om onder de bevolking sociaal-pastorale zorg te bieden. Mijn betaalcheck kwam binnen op mijn Joodse naam, maar bij de bank, waar ik het geld maandelijks moest ophalen, moest ik mijn identiteitskaart tonen en op die identiteitskaart stond mijn Nederlandse paspoort-naam. Dat leek dus lastig. Maar de oplossing was heel simpel: met een gummetje heb ik de naam op mijn ID uitgewist en met een ballpoint de naam ingevuld die op de check stond vermeld. Dat waren nog eens tijden. Voor de analfabeten stond er trouwens bij de balie een stempelkussen zodat de ongeletterden hun geld konden verkrijgen met een vingerafdruk in plaats van een handtekening. Nu kan ik er om lachen, maar het werd me toen wel even duister voor de ogen. Hoe gaan we later terugkijken naar dit coronajaar? Zullen we achteraf bezien over een heleboel kwesties die we nu als een kwestie ervaren kunnen lachen? Maar we leven niet in de toekomst, we leven nu en ik bemerk dat voor velen de onzekerheid steeds moeizamer wordt, ook natuurlijk voor mezelf. Hoe gaat Poerim er dit jaar uitzien en wat met Pesach?

Maar ondertussen ben ik druk bezig steeds weer afspraken te verplaatsen, want niet alleen verdwijnen de lezingen, waarvan de meesten een jaar geleden al waren vastgelegd, ook de inmiddels vervangende livestream lezingen moeten weer verplaatst worden vanwege de avondklok. Het komt het blijde gemoed allemaal niet ten goede. En zo worstelen we allemaal met nieuwe dagelijkse problemen die inmiddels al niet zo nieuw meer zijn. Hoorde ik aan het begin nog hoe geweldig dat we nu allemaal vanuit huis kunnen werken. Wat goed voor het milieu dat we minder rijden. Wat fijn dat de schoolkinderen vakantie hebben. Een jongere collega heeft mij gevraagd om tijdelijk een volwassenencursus van hem over te nemen. Een heel leuk gezelschap. Maar die overname gaat per zoom. Het bespaart allen de reistijd, maar het gezamenlijk drinken van het kopje koffie, elkaar de hand schudden, samen de deur uitgaan, samen binnenkomen, voor sommigen samen aan komen rijden, met mijn nieuwe leerlingen echt helemaal kennismaken…het ontbreekt allemaal. We zien alleen elkaars gezichten terwijl een mens meer is dan alleen een hoofd. Meer en meer word ik geconfronteerd met medemensen die proberen zoveel mogelijk om het hoofd boven water te houden, overeind te blijven, niet te verdrinken in gevoelens van depressiviteit, eenzaamheid. Donderdag de vastendag van Esther, donderdagavond de megilla, de rol van Esther, en vrijdag Poerim. Laten we er ondanks alles toch een vrolijke Poerim van maken. De eerste Poerim kwam na een periode die veel moeizamer, bedreigender en gevaarlijker was dan de huidige coronatijd. En toch was het eind een grandioze overwinning vol echte Simcha.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

Isabel Gómez. Dagboek van een Opperrabbijn 18 februari 2021

Wel of geen avondklok? De ene rechter zegt neen en de andere rechter zegt ja. Maar ook hebben de virologen verschillende meningen. Wij Nederlanders, allen Calvinistisch denkend, kunnen hier geen touw aan vastknopen. Het moet of wel of niet. Zwart of wit en grijs bestaat gewoonweg niet, dat ontkennen we gewoon. Maar de waarheid is toch echt grijs. Zolang het virus nog niet helemaal volledig in beeld is en er dus ook nog geen duidelijk afdoende oplossing is om corona uit te bannen, blijft corona een grijs gebied. Er is iets vóór de avondklok te zeggen en even zozeer vele redenen om tegen te zijn. Ik, als rabbijn, heb het hier niet zo moeilijk mee. Want ook de Halaga, de Joodse wetgeving, is niet altijd zwart-wit, maar heel vaak grijs. En als iets grijs is, kan de een dat naar het zwart vertalen en de ander richting wit.

Gioer, toetreden tot het Jodendom, is ook erg grijs. Ja, er zijn er die de boel belazeren. Om zijdelingse motieven Joods willen worden, bijvoorbeeld om een uitkering te krijgen van de WUV – de Wet Uitkering Oorlogsslachtoffers of vanwege een Joods vriendje of vriendinnetje die je wel erg aardig vindt maar graag wil dat je omwille van hem/haar Joods wordt, maar ik heb ook redenen meegemaakt die u gewoon niet voor mogelijk zou houden.  Hoewel we toetreding echt niet stimuleren, kan het wel. En als iemand een gioer heeft ondergaan dan is hij/zij Joods, net zo Joods als een kind van een Joodse moeder. Alleen de een werd het en de ander was het, niet meer en niet minder.

“Beste rabbijn. Ik hoop dat u mijn email wilt lezen. Mijn naam is, althans volgens mijn paspoort, Isabel Gómez en in 1981 ben ik als meisje van twee jaar uit Midden-Amerika naar Nederland gehaald. Ik schrijf bewust gehaald, want als mijn vader gevraagd werd hoe het hem was gelukt om mij te adopteren dan zei hij trots: Ik heb wat extra geld aan de advocaat gegeven en toen konden we haar ophalen. Dat zo’n opmerking voor mij pijnlijk was, realiseerde hij zich hij niet. Het ging om hem, want hij wilde een kind, zo voelde ik dat dan op dat moment. Mijn moeder gaf mij altijd het gevoel van een echte moeder, hoewel ik natuurlijk niet weet hoe het bezit van een echte moeder voelt. Als mijn vader kwaad was op mij, en dat gebeurde nogal eens want ik kon behoorlijk stout zijn, was mijn verweer: waarom heb je me dan gekocht? Ondanks de spanningen, die er natuurlijk ook zijn in een normaal gezin met echte kinderen, werd ik toch liefdevol opgevoed, ook door mijn vader. Mijn ouders,  hebben me een warme oprechte christelijke opvoeding gegeven en daardoor ken ik veel verhalen uit het Oude Testament uit mijn hoofd (ik noem het nu Thora) en raakte ik onder andere ontroerd door het zingen van bijvoorbeeld psalm 122. Als kind voelde ik een liefde voor Israël, voelde ik liefde voor het Joodse volk, en was Ruth mijn voorbeeld. Ik heb vaak gebeden: G’d, wilt u ook mijn G’d zijn? Mag ik bij Uw volk horen? Onbewust deed het me pijn toen ik leerde dat de Joden het hadden afgedaan omdat ze ……. Ik ben nu 42. Na mijn scheiding klonken de woorden van Ruth steeds luider in mijn hoofd: Uw volk is mijn volk, en Uw G’d is mijn G’d. Ik wilde erbij horen. Ik deed een DNA test om iets te kunnen vinden over mijn biologische familie en stilletjes hopend dat er ‘iets Joods’ uit zou komen. En inderdaad: ik had Joods DNA! Het dubbeltje was gevallen. Ik ben op weg naar huis, terug naar mijn roots. Rabbijn Jacobs, helpt u mij alstublieft…”

Gioer is een moeizaam proces. Vaak hoor ik vanuit de Joodse gemeenschap roepen: ze zijn dan wel uitgekomen, maar toch. De nesjomme zit er niet in. Onjuist! Bij een echte gioer, oprecht gemeend en uitgevoerd door oprechte rabbijnen, mag er geen enkele discussie zijn: Joods=Joods!  Het is, nadat natuurlijk het kaf van het koren is gescheiden, voor velen een soort thuiskomen, zoals voor Isabel die het zeker gaat halen. Alvast van harte welkom! Overigens is het toetreden niet het eind van een moeizame tocht, het is het begin van een nieuwe reis.  Jood of Jodin zijn, zeker met het opkomend antisemitisme, dat alleen maar toeneemt naarmate corona langer duurt, is niet altijd even simpel. Vaak hoor ik mede-Joden zeggen als we weer eens het Uitverkoren Volk worden genoemd door de niet-Joodse vrienden: Uitverkoren? Laat de anderen maar eens uitverkoren zijn!

En toch ben ik dankbaar en blij dat ik Joods ben en ik weet zeker dat dat ook zal gelden voor Isabel als ze de finish heeft bereikt en de nieuwe levensreis gaat beginnen

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

Comité van Aanbeveling alert! Dagboek van een opperrabbijn 16 februari 2021

Ik heb er weer een paar baantjes bij! Baantjes hoor ik u denken. Is rabbijn dan een baan? Inderdaad! Rabbijn is geen baan (en zeker niet voor een nette Joodse jongen (!), had ik maar een vak gekozen, denk ik stiekem af en toe). Vandaag had ik dus voor mezelf ingeruimd om mijn twee zoom-cursussen van morgen goed voor te bereiden. Ook had ik een bestuurder van de Joodse Gemeente Amersfoort, voormalig bestuurder van het IPOR, wandelend archief en vriend, willen bezoeken, zomaar even. Zomaar? Hij wil na bijna 30 jaar terugtreden uit het bestuur. Ik ben daar absoluut op tegen. Maar ja, ik ben geen bestuurder en rabbijnen moeten zich nooit (nou ja, bijna nooit) bemoeien met bestuurlijke aangelegenheden.

Maar door ingevlogen klusjes is er dus niets van terecht gekomen van mijn goede voornemens. Niet van de voorbereiding van de cursussen, niet van het bezoek, niet van de telefoontjes die ik had willen plegen. Reden? Ergens is er weer gezeur, en niet zo’n beetje ook, en dat heeft een halve dag opgevreten. Bovendien zal ik aan een van die klusjes de eerstkomende weken blijven hangen, hetgeen me voorlopig zeker een dag per week gaat kosten, maar het klusje zal geklaard worden, we gaan het oplossen! Overigens heb ik er wel weer, om dat specifieke klusje te klaren, een secretaresse bij gekregen, hetgeen helpt. Maar hoe het ook zij, wel of niet secretariële ondersteuning, het gaat tijd kosten. En dus, beste dagboekenier, heb ik helaas moeten besluiten om voorlopig niet ieder dag meer een dagboek te schrijven, dus niet vijf keer per week, maar drie keer per week.  Mijn dagboek zal verschijnen op maandag, woensdag en vrijdag.  Dinsdag en donderdag zult u dus zonder mij moeten zien te overleven. Lukt dat echt niet? Schroom dan niet en stuur mij een e-mail op rabbi.jacobs@planet.nl of bel gewoon even 033 – 4799247. Het overleven is natuurlijk grappig bedoeld, hoop ik, maar mijn contactaanbod is serieus. Overigens is de nieuwe secretaresse dusdanig actief dat zij mijn agenda bijna helemaal volstopt met afspraken, bijna allemaal met een pastoraal karakter. Ik word dus door de omstandigheden daarheen gesleept waar mijn passie ligt.

Los van deze lokale klus heb ik nu te maken, al bijna een jaar, met vier gevallen van gioer, toetreding tot het Jodendom, die al bijna een jaar in de wacht staan. Pas op, het betreft hier niet Nederland maar de RCE, Rabbinical Center of Europe dat in Brussel is gevestigd. Wat ik met Brussel heb te maken? Het RCE is een soort vakbond voor rabbijnen. Meer dan 800 Europese rabbijnen, allen verbonden aan een Europees Joodse Gemeente, zijn hier lid van. Stel je bent nog een jonge rabbijn (dat wordt iedere dag een minder groot probleem) en je hebt iemand in je gemeente die joods wil worden maar je beschikt niet over een eigen Beth Din, Joodse Rechtbank. Je voelt jezelf te jong of niet voldoende toegerust om zo’n proces af te ronden, dan word ik van stal gehaald en adviseer de lokale rabbijn en verzorg, na grondig eigen onderzoek en diverse contacten, de procedure van toetreding. Maar er zitten nu dus vier cases in de wacht. We hebben contact per zoom, maar tot een afronding kan het niet komen vanwege alle corona restricties, social distance, avondklok, opsluiting in corona-hotel, quarantaine. Naast gioer heb ik ook de politiek in mijn RCE-portefeuille, zoiets heet heel chic: Intergovernmental Relationships. Als er een nationaal gezeur is of dreigt in een Europees land en er moeten gesprekken plaatsvinden met Overheden, dan kan ik erbij gesleept worden. Vrij vertaald: kopje koffiedrinken met Parlementariërs en/of Ministers. Ik ben overigens niet de enige oproepbare rabbijn. Nog vier andere rabbijnen zijn stand-by. Een in Antwerpen, een in Londen, een in Parijs en een in Israël. Vanavond heb ik een gesprek met een Joodse professor uit IJsland en vanochtend werd ik uit Israël gebeld. Waarom ik plotseling over de RCE begin te schrijven? Rabbijn Garelik uit Milaan, Italië is gisteren op hoge leeftijd overleden. Hij was een van mijn medeoprichters van de RCE. Beter geformuleerd: Ik was een van zijn medeoprichters.  

O ja, bijna vergeten te vermelden, ik ben benoemd tot lid van de Adviesraad van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting. Wat en aan wie ik precies advies moet geven is me nog niet helemaal duidelijk. En ook werd ik eergisteren benaderd om lid te worden van het Comité van Aanbeveling van? Omdat het niet schriftelijk bevestigd is weet ik niet meer welk Comité van Aanbeveling het betrof. Dus bij deze een “Comité van Aanbeveling alert”. Mocht iemand weten om welk comité het gaat, bel mij s.v.p. en niet de lokale politie! Denkt u dat ik dan voor joker zit in zo’n Comité van Aanbeveling? Vaak wel, maar soms word je weer van stal gehaald en dan mag ik in actie komen! Zoals in dat tijdelijke nieuwe klusje dat mij de eerste maanden gaat bezighouden en dusdanig intensief zal zijn dat ik er niet onderuit kon komen om mijn dagboek van vijf naar drie te beperken.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Ondanks coronagezeur ook mooie ervaringen. Dagboek van een Opperrabbijn zondag 14 februari 2021

Onze kleinzoon uit Engeland die in de Jesjiwa leert in Israel en die hier voor 4 uur kwam voor een tussenstop, vertrekt morgen naar de USA na bijna 6 weken Nederland. Zodra Israël zijn grenzen weer heeft geopend voor studenten komt hij weer terug naar Nederland, krijgt hier een visum via de Israëlische Ambassade in Nederland, en vervolgt zijn studie in Israël. Ondertussen hebben wij, mijn echtgenote en ik, het plan om gedurende Pesach in Montreal te zijn. De vluchten zijn inmiddels geboekt en weer omgeboekt, we zijn op een andere vlucht geplaatst, maar of we gaan weten we nog niet. Want we moeten een test maken binnen 72 uur voor vertrek en dan bij aankomst krijgen we nogmaals een zogenaamde sneltest, moeten dan ongeacht de uitslag 3 dagen in quarantaine in een hotel in Canada. Dat hotel (een soort gevangenis dus) mogen we niet verlaten. Ik vermoed wel dat we over onze mobile vrijelijk mogen beschikken. Die drie dagen verplicht hotel kosten ons CAD 2000 per persoon. Mochten we in die drie dagen positief worden (ik bedoel dus positief getest Covid-19, niet qua geestelijke gesteldheid) dan worden we afgevoerd naar een verplicht ander Hotel. Indien we dan erin slagen om ons bijna vrijelijk in Canada te mogen bewegen, dan moeten we voor de terugweg voor het begin van de vlucht een nieuwe test tonen die niet ouder mag zijn dan 4 uur!

Of onze kleinzoon inderdaad morgen kan vertrekken hing af van de uitslag van de test die hij hedenochtend had gedaan. Uitslag kwam om 19:00 uur. Hij was negatief en mag dus weg. Kosten van de test: €139!

Maar naast dit coronagezeur, heb ik ook een paar mooie ervaringen opgedaan dat mijn vertrouwen in de medemens duidelijk positief heeft versterkt. Omdat ik de test voor mijn kleinzoon online moest betalen en daarbij iets fout ging, heb ik het testbedrijf gebeld. De medewerker aan de telefoon begreep dat ik al iets ouder was, omdat ik aangaf dat het een test betrof voor een kleinzoon, en bood spontaan alle benodigde hulp aan (zowel materieel alsook geestelijk) bij het verwerken van alle gegevens. Hij was ook in de USA geweest en daarover hebben we uitgebreid gesproken. Omdat mijn email adres verraadt dat ik Joods ben (rabbi.jacobs@planet.nl) hebben we ook nog over Jodendom gefilosofeerd, want hij had nog nooit met een Jood gesproken en al helemaal niet met een rabbijn. Overigens waren ze ook bij de KLM buitengewoon vriendelijk. Of die juffrouw die ik aan de lijn had wel of niet in de USA was geweest, heeft ze me niet verteld en ik vermoed dat ze weleens een Jood had gezien of gesproken want, hoewel ze zag dat we koosjere maaltijden hadden besteld, ze ging daar verder niet op in. Ik vermoed dat de KLM psychologen aan de telefoon heeft geplaatst om ontdane en gestrande reizigers geestelijk te begeleiden.

Wat heb ik verder vandaag nog gedaan? Weer twee afspraken verplaatst. Eén betrof een onthulling van een plaquette en de ander Stolpersteinen in Epe.  Ze stonden in mijn agenda voor eind maart, maar organisatoren willen verplaatsen naar oktober en november.

Verder heb ik mijn sjioer/cursus voorbereid voor morgenochtend, drie “levenslessen” geschreven voor CIP en een artikeltje geschreven voor een bijeenkomst over Jeruzalem. Mijn NIW-column voor het papieren NIW (niet te verwarren met mijn dagboek voor het digitale NIW) van 26 februari (Poerim) dat ik een week eerder moet inleveren, heb ik reeds klaargemaakt en een aantal verjaardag brieven gepost. Mijn leraar en vriend rabbijn Vorst heeft me een schrijven doorgestuurd, aan hem gericht, van een stichting “Gezin in gevaar” met de vraag of hij daaraan mee moet werken. Dit moet ik nog gaan uitpuzzelen want net een verkeerde handtekening of ik, in dit geval dus Rabbijn Vorst, heeft zich begeven op een plaats waar hij/ik beter niet hadden kunnen gaan staan. Natuurlijk zijn wij beiden enthousiaste voorstanders van het gezin als hoeksteen van de samenleving, maar soms oogt de verpakking anders dan de inhoud.

En dan nog mijn boekpresentatie: nog anderhalve week en mijn dagboek in boekvorm zal verschijnen. Waar en hoe hieraan aandacht zal worden besteed, weet ik nog niet. Ik wacht wel braaf af. Ik verwacht niet dat het een bestseller gaat worden, want ik snap nog steeds niet waarom iemand zo’n boek zou willen kopen. Mijn beoogde doel van het schrijven van mijn dagboek was en is uitsluitend een vervanging voor de lezingen en bijeenkomsten die er (tijdelijk) niet zijn. Als zo’n gedrukte versie hiertoe kan bijdragen, dan is dat winst. Maar ik blijf de ontmoeting prefereren.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

 

De vooruitziende blik van mijn Blouma. Dagboek van een Opperrabbijn 11 februari 2021

Mijn regelmaat heeft door een jaar corona zijn regelmatigheid totaal verloren. Het moge dan zo zijn dat het werken per computerbeelden een dankbare toevoeging is aan het ‘bereiken van mijn schaapjes’, mijn dagritme is helemaal veranderd. Uiteindelijk denk ik niet dat dat goed is, maar het komt zoals het komt. Op kantoor ben ik al maanden niet meer geweest, maar ik begrijp dat bijna niemand meer vanuit kantoor werkzaam is. Ik heb wel duidelijk andere ondersteuning gekregen. Was het tot corona uitsluitend rabbijn Spiero vanuit het rabbinaatskantoor, nu is het mijn assistent/secretaresse (die o.a. dagelijks mijn dagboeken voor verzending controleert), de redactie van www.cip.nl (de grootste christelijke website die maandenlang mijn dagboek naar 35 duizend adressen verstuurde), Micky Cornelissen van het NIW (die de dagboeken plaatst op www.niw.nl) en Johan van der Walle, de beheerder van de website van de Joodse Gemeente Limburg (die mijn  dagboek via de diverse facebooken verspreidt). O ja, nieuw is ook mijn contact met de Joodse Omroep (Joods bij de EO) en natuurlijk niet te vergeten het Joods Cultureel Kwartier, de uitvinder en initiator van “Opperrabbijn in Coronatijd”. Maar daarnaast heb ik mijn Advisory Board (met wie ik kwesties als Ysselsteyn bespreek) en de Stichting Beheer Fonds Opperrabbijn Jacobs (die mijn onkostenvergoeding regelt en dus eigenlijk mijn baas is, hoewel de enige en echte Baas uiteraard Boven is). Maar er is nu nog een werkgever/baas bijgekomen die over een scala aan medewerkers beschikt: Het Sinai Centrum. U leest het goed: “het Sinai Centrum”. Nadat ik vanaf 1975 veertig jaar lang werkzaam mocht zijn geweest bij wat eerst heette de JGGZ – Joods Geestelijke Gezondheidszorg – en later werd omgedoopt (christelijke invloed?) in het Sinai Centrum, ben ik weer van stal gehaald en kom ik vanaf maandag weer (parttime) in dienst. Het zal echter niet voor een lange periode zijn maar betreft een tijdelijke waarneming. Nou ben ik bekend met het “tijdelijke” van bepaalde posities binnen Joods Nederland. Toen Opperrabbijn Berlinger zl. mij vroeg in 1981 om zijn assistent te worden en mij te benoemen tot rabbijn van het toenmalige Opperrabbinaat Utrecht, heb ik hem voorgesteld om mij te benoemen tot ‘waarnemend’ rabbijn. Na een jaar werd ‘waarnemend’ er stilletjes afgehaald en nauwelijks merkbaar werd het fundament gebouwd voor mijn huidige positie. Nadat Opperrabbijn Berlinger, mijn zeer gewaardeerde voorganger, overleed, precies een jaar nadat hij het “waarnemend” van mijn rabbijn had verwijderd tijdens een indrukwekkende sjoeldienst in Amersfoort in 1984, kwam “waarnemend” weer terug, maar nu werd het “waarnemend” opperrabbijn. Na een proeftijd van drieëntwintig jaar (u leest het echt goed!) werd ik in 2008 benoemd en behoorde het “waarnemend” voor mij voorgoed tot het verleden. Maar nu neem ik dus weer waar met dankbaarheid en tegenzin. Met tegenzin omdat ik hoop dat de huidige functionaris spoedig weer van de partij zal zijn. En met dankbaarheid omdat het zo mooi is om mensen, die helaas gebukt gaan onder zware problematiek, tot steun te kunnen zijn. Als opperrabbijn ben je bezig met politiek, representatie en sta je steeds vooraan. Ik verwacht dat u, beste lezer, denkt dat ik dat wel mooi vind en het zie als een soort bekroning aan het eind van een carrière. Mis! Ik heb ook niet gesolliciteerd om opperrabbijn te worden, nooit aan gedacht. Door mijn zeer gewaardeerde voorganger, fel tegenstander van het chassidisme waartoe ik mezelf reken, ben ik erin gesleept. Toen het Sinai Centrum te Amersfoort 25 jaar bestond en opperrabbijn Berlinger reeds in een rolstoel zat maar honderd procent bij geest was, heeft hij mij publiekelijk genoemd als zijn opvolger. We hebben daarna nog overlegd over de vraag van een soort deeltijdfunctie, waarbij ik wel het pastorale, Halagische en onderwijs gedeelte zou overnemen, maar voor het naar buiten treden en ook voor gioer (tot het Jodendom toetreden) een ander. Maar Berlinger was er erg duidelijk in: “Mijnheer Jacobs, het is alles of niets. En ik adviseer u alles!” U begrijpt dus, beste lezer, dat ik dankbaar ben nu toch weer, hoewel tijdelijk, naast het naar-buiten-treden, weer intensiever qua inhoud en qua tijd mensen mag gaan helpen. Wat ik desondanks betreur is corona. Door corona zal ik waarschijnlijk geen direct contact kunnen hebben, zullen gesprekken via zoom moeten gaan hetgeen een deel van de spontaniteit, van de nabijheid, verzwakt.

Aan het begin van het Coroniaansche tijdperk, heb ik een nieuwe laptop aangeschaft. Een peperdure, maar bijzonder functioneel. Ik kon toen nog niet voorzien dat die computer mijn “waarnemend” kantoor zou worden en dus echt geen overbodige luxe. Voor mijn verjaardag, gisteren, had mijn Blouma een prachtige nieuwe ergonomische bureaustoel gekocht, waardoor ik beter achter mijn toetsenbord kon gaan zitten. Maar ook hier speelt weer de onvoorziene voorzienigheid. Want zat ik tot voorheen primair achter het toetsenbord en was het scherm een bijkomstig hulpmiddel, vanwege mijn waarnemende Sinai functie krijgt ook mijn peperdure laptop een nieuwe taakomschrijving. De nadruk komt te liggen op het beeldscherm en het toetsenbord moet aan importantie inleveren. Ik moet begrip uitstralen, vertrouwen, optimisme en vooral rust. En dus was die nieuwe bureaustoel, waardoor ik letterlijk anders tegen het scherm kan aankijken en dus anders wordt gezien, weer eens het bewijs dat vrouwen, en dus zeker ook mijn Blouma, beschikken over een soort zintuig dat niet altijd meteen te vatten is, maar wel van een vooruitziende blik getuigt.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

Hopen op betere tijden. Dagboek van een Opperrabbijn 10 februari 2021

Never a dull moment, zeggen ze in het Engels. Mijn ontregelde dagelijkse agenda vult zich met de meest vreemde gebeurtenissen. Maar sommige van die onverwachte en onvoorziene dag-vullingen, zijn bijna niet te verzinnen.

Gisteren werd ik om 8:15 uur gebeld uit Israel. Radio 2. Sjalom Jacob, klonk het aan de andere kant van de lijn. Die fout wordt wel vaker vanuit Israël gemaakt, want als ze alleen mijn achternaam kennen vergeten ze de laatste ‘s’ en blijft Jacob over. Gezien het hoogst ongebruikelijk is in Israël om iemand bij zijn achternaam te noemen en de juffrouw van de radio ook meteen zichzelf aankondigde als Sjira, alsof we elkaar al minstens tien jaar kenden, was het meteen een gezellig gesprek. Nou ja gezellig. Als een journalist of radioverslaggever belt moet ik wel even extra oppassen: 1: zit ik al in de uitzending. 2: wat kunnen de gevolgen zijn van mijn woorden. 3: is de persoon die ik aan de lijn meen te hebben, inderdaad dat wat hij/zij zegt te zijn.  Na enige seconden, want pijlsnel denken en tot een diagnose komen is een eerste vereiste in het contact met media, begreep ik dat ik nog niet in een uitzending was en Sjira inderdaad van de Nationale Israëlische Radio was. Maar nu dus de vraag wat ze van me wil. Ook dat werd al snel duidelijk, maar drong pas tot mij door na ruw geschat een minuut. Ze kondigde aan dat ze me vandaag in een uitzending wilde hebben, en wel om 9:15 uur Nederlandse tijd. Ik vermoedde dat het iets te maken zou hebben met opkomend antisemitisme of een nieuwsitem dat net openbaar was geworden en te maken had met de Joodse Gemeenschap in ons land of toch weer met het briljante en pijlsnelle Nederlandse coronabeleid dat kennelijk ook in Israël zou zijn doorgedrongen. Maar ik bleek het mis te hebben. Het brandende wereldnieuws betrof de sneeuw en de daaraan gekoppelde gladheid op de wegen! De gemiddelde Israëliër zal in dit onderwerp uiteraard bijzonder geïnteresseerd zijn. Waarschijnlijk doet hij ’s nachts geen oog meer dicht van de zenuwen en ligt hij in zijn bed te woelen en vraagt zich overbezorgd af hoe het gaat met de sneeuw in Nederland. En dus had ik hedenochtend om 9:15 precies mijn drie minuten Radio-interview. Nou ja, precies. Het Israëlische precies en het Nederlandse precies lopen niet helemaal precies gelijk! Maar ondertussen hoop ik de gemiddelde Israëliër van zijn bijna traumatische bezorgdheid te hebben verlost.

Mijn kleinzoon uit Engeland die op weg was naar zijn Jesjiwa in Israël met een vier uur tussenstop op Schiphol, gaat nu zijn zesde week Amersfoort in. Hij doet vreselijk zijn best om via zijn mobile toch nog lessen te volgen in zijn Jesjiwa in Tel Aviv, maar hij is dus de enige die er niet is en dus is het studieprogramma niet echt op hem afgestemd. Vanavond reist hij af naar Almere, naar mijn dochter, om even wat verandering te hebben en maandag komt hij dan weer terug. Ondertussen heb ik wel de ambassadeur gevraagd of hij al enig idee heeft wanneer studenten voorzien van een studentenvisa weer terug kunnen. Maar het antwoord is net zo onduidelijk als corona zelf. Een andere kleinzoon, woonachtig in Montreal en nu studerend in Londen, heeft aangegeven om met Pesach naar ons te willen komen en een kleindochter in Israël, ook uit Montreal, wil dan ook met Pesach in Nederland zijn. Waarom ze niet naar Montreal gaan, gezellig Pesach bij hun ouders? Bij aankomst in Canada zouden ze dan, na de nodige testen, eerst drie dagen in een hotelkamer letterlijk worden opgesloten. Gratis hotel? Neen! Canadese $ 2000. Mochten ze onverhoopt positief uitpakken, hetgeen nagenoeg onmogelijk is gezien mij kleindochter gevaccineerd is en mijn kleinzoon zelfs bloed heeft gegeven omdat hij heel veel antibody’s heeft, maar dit telt niet voor Canada.

Ondertussen komt de daadwerkelijke uitgave van “54 dagen uit het leven van de opperrabbijn” steeds dichterbij. Hoe ik dat weet? Ik volg het helemaal niet, de uitgave was ook niet mijn idee en behalve de dagboeken schrijven heb ik er ook niets aan gedaan. Maar toch merk ik dat de datum dat het boek klaar voor de verkoop is, steeds meer nadert want ik word gebeld door bedrijven die de verkoop moeten stimuleren. Ik had een interview via zoom van 50 minuten over mijn werkzaamheden. Dat zal dan ergens online zichtbaar worden. Vervolgens kreeg ik iemand aan de lijn die met mij de presentatie wilde bespreken van de overhandiging van het eerste exemplaar. Toen kwam er ook nog een e-mail met de vraag of ik de 20 gratis exemplaren wilde ophalen of liever per post ontvang. Mocht ik voor verzending kiezen, dan moet ik wel zelf de verzendkosten betalen. En tevens kreeg ik te horen dat een aantal betrokkenen aanwezig wil zijn bij de uitreiking. Als ik heel eerlijk ben zie ik niet dat ook maar iemand geïnteresseerd is om dat dagboek als boek aan te schaffen, maar er wordt mij door deskundigen verzekerd dat ik dat absoluut verkeerd inschat. We wachten af. Afwachten is trouwens het motto van dit hele corona-tijdperk. Gewoon verstand op nul zetten en hopen op betere tijden.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Moeder, kind en adoptieouders. Dagboek van een opperrabbijn 9 februari 2021

Het corona-gezeur blijft maar voortsukkelen. Vijftien mensen zijn in ons land na toediening van het vaccin overleden, in Zuid-Afrika wordt een bepaald merk niet meer gebruikt en we worden allen gebombardeerd met adviezen, waarschuwingen en complottheorieën. Dit vaccin werkt niet voor de 65-plusser, dat weer niet voor ouderen, of juist voor jongeren, er worden via het vaccin chips ingespoten, enz. Kort samengevat: geen touw meer aan vast te knopen. Vanmiddag heb ik even al die onduidelijkheden en de daaraan gekoppelde twijfels van me af laten sneeuwen. En met succes, want toen ik na een uur wandelen weer thuis was, was ik bijna vergeten dat we in het corona- tijdperk leven. Maar het nieuws en de krant die ik las vulde deze lacune meteen weer op. Het meest interessant en hoopgevend vond ik het bericht dat omdat de testlocaties vanwege de sneeuw gesloten waren, er minder besmettingen werden gemeld. Een briljante conclusie van zo’n journalist. Duidelijk dat hij ervoor heeft geleerd!  En ook echt hoopgevend! Maar, ondanks mijn bereidheid om me te laten vaccineren, begin ik me toch een heel klein beetje af te vragen of dat verstandig is. Maar ja, niet vaccineren zal wellicht betekenen dat ik te zijner tijd geen vliegtuig meer binnen wordt gelaten. Hoe los ik dit voor mezelf op een Joodse wijze op?  In het Jodendom is er een regel die uitgaat van het principe dat als er gekozen moet worden tussen zeker en misschien, zeker voorgaat. En hier dus ook. Het is zeker dat corona een dreigend gevaar is en misschien krijgt een enkeling ernstige bijwerkingen. En dus geldt ook hier de regel dat zeker voorgaat. En dus wacht ik geduldig op het vaccin dat de redding moet brengen. Een collega van mij, een rabbijn uit Detroit, heeft zich luidkeels, agressief en publiekelijk anti-vaccinatie verklaard en heeft opgeroepen om vooral niet te laten vaccineren! Hij werd onmiddellijk van de lijst van rabbijnen geschrapt en mijns inziens volkomen terecht. Als een arts van mening is dat vaccineren niet juist is, mag hij dat zeggen. Sterker nog: hij moet dat kenbaar maken. Maar beste collega rabbijn: schoenmaker, houd je bij je leest! Wij rabbijnen willen niet dat artsen Halagische – Joods wettelijke – uitspraken gaan doen, zo ook moeten wij geen medische adviezen gaan geven. Ieder zo zijn/haar vak!

Wat vandaag ook uitgebreid ter sprake kwam was het gesjoemel met adoptie. Wat een tragedie, iedereen begrijpt dat dit onacceptabel is. Gestolen kinderen, ontvoerd. Om maar te zwijgen over de babyfokboerderijen waar kinderen werden geproduceerd. En wie worden hiervan slachtoffer? De biologische moeder die misbruikt is en misschien nog steeds op zoek is naar haar kind, het geadopteerde kind die niet weet wie hij/zij is en de volledig te goedertrouwe adoptieouders.  Maar, en nu komt het ei dat ik kwijt wil, als ik zo’n twintig jaar geleden het gewaagd zou hebben om iets tegen adoptie te vermelden, dan was ik niet van de rabbijnenlijst geschrapt, omdat ik mijn mening nooit agressief zou hebben verkondigd, maar ik zou wel met vele argusogen zijn bekeken. Hoe durf ik officiële van overheidswege zo goed gecontroleerde adoptie in twijfel te trekken? Over orgaandonatie maak ik me zorgen. Waar komen die organen vandaan? Wordt daarmee ook gesjoemeld? Maar dat mag ik niet zeggen, maar als er over tien jaar blijkt dat…en dat de Overheid nog braaf heeft meegewerkt ook!

Mijn boek, 54 dagen uit het leven van de Opperrabbijn, wordt momenteel gedrukt, naar ik begreep in Polen. En dus werd ik vandaag benaderd door revive.nl (nog nooit van gehoord) voor een interview. En ook weer een verzoek van drie middelbare scholieren die een werkstuk moeten maken over Jodendom en mij een aantal schriftelijke vragen voorleggen. Ik heb ze verzocht om me te bellen en dan het gesprek op te nemen. Dat spaart me schrijftijd en, en dat vind ik veel belangrijker, ik kan dan contact krijgen en goodwill kweken, een brug bouwen. Is dat nodig? Moet ik mijn tijd verkwisten aan dit soort onbelangrijke activiteiten? Aan de Vrije Universiteit is per 1 februari als hoogleraar Joodse Studies benoemd prof. dr. Jessica Roitman. “Nederlanders weten te weinig over Joden” heeft zij duidelijk aangegeven bij haar aantreden. Helemaal gelijk! En dus geef ik graag dat interview aan die drie middelbare scholieren in de stellige verwachting dat ik daarmee een bijdrage lever aan wederzijdse tolerantie en begrip. Wat de link is met adoptie? Onjuiste vooringenomen denkbeelden die geen tegenspraak duld(d)en maar die ik zo graag, op z’n minst (te) laat, wil weerleggen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

Ik begrijp dat ik het niet snap. Dagboek van een Opperrabbijn 8 februari 2021

“Ik lees uw dagboek regelmatig en ik ervaar dat als erg inspirerend. Wij hebben veel zorgen om ons oudste kind (bijna 17, we adopteerden hem 10 jaar geleden uit Sri Lanka). We hebben hem recentelijk uit huis moeten laten plaatsen. We hadden zelf ook twee biologische kinderen die na de adoptie zijn geboren. Waarom we geadopteerd hebben is verder niet relevant, maar we bemerkten dat onze oudste zijn met zijn twee zusjes een, laat ik me voorzichtig uitdrukken, een afwijkende relatie had. Hij deed dit in het diepste geheim, hoogstwaarschijnlijk vanwege diep verborgen trauma’s uit zijn verleden. Thuis wonen was daarmee absoluut geen optie meer. Onze oudste zoon, want hij blijft gewoon onze zoon en wij houden van hem net zoveel als van onze andere kinderen, wil hierover absoluut niet praten, mogelijk kan hij het ook niet kan.  In die periode van uithuisplaatsing las ik dagelijks uw dagboek. Het heeft me veel kracht gegeven om door te gaan. Zowel met de zorg voor onze twee thuiswonende kinderen, maar ook voor ons uitwonende kind…” Dit was een reactie die ik vandaag per e-mail ontving. Hoe ik die mevrouw tot steun ben geweest weet ik werkelijk niet. Ik ken haar niet, nog nooit ontmoet of gesproken. Het deed me denken aan een begrafenis, jaren geleden, waarbij een van de familieleden van de overledene dacht dat ik in mijn treurrede tegen hem had gesproken en niet over de overledene. En toevallig (hoewel toeval dus niet bestaat) zag ik gisteravond laat een YouTube van de echtgenote van de rabbijn van Zagreb. Zij voelde zich in Zagreb erg eenzaam. Een zeer kleine Joodse gemeenschap, haar man deed al het werk en zij zat voornamelijk thuis met haar vijf kinderen. Tien jaar geleden wilde ze weg. Ze zag het niet meer zitten. De eenzaamheid bekroop haar. Ze heeft toen gesproken met een oudere rabbijn en die drukte haar op het hart dat alleen al haar aanwezigheid in Zagreb, zelfs als ze niets meer doet dan er woonachtig zijn, een functie heeft. En waarlijk enige weken later belt een Joodse vrouw haar op en zegt dat haar aanwezigheid in Zagreb voor haar zo belangrijk is. Door haar aanwezigheid voelt ze zich gesteund in haar Jodendom.

Ook ik vraag me soms af waarmee ik nou eigenlijk bezig ben. Zit ik hier alleen maar te zitten of mag ik ook iets betekenen voor anderen. Mijn landelijke bijeenkomsten en lezingen liggen al bijna een heel corona-jaar stil. Doe ik nog wat? En dus zit ik maar dagenlang op de computer te dagboeken, want dat dagboek van mij verdient het ondertussen wel om een werkwoord te zijn. En net toen ik me dat weer eens afvroeg, ontving ik per e-mail bovenstaande “Ik lees uw dagboek regelmatig…”. Niet altijd kan een mens overzien wat hij in stilte bereikt, hoe hij de medemens zonder dat te weten tot steun kan zijn.

Aanstaande sjabbat lezen we in alle synagogen ter wereld het deel van de Exodus dat de naam draagt: Misjpatim. Misjpatim zijn wetten die we kunnen begrijpen. Het verbod bijvoorbeeld om te stelen, te doden. Het gebod om juiste gewichten in huis te hebben voor de weegschaal om oplichting te voorkomen. Wetten die ieder land heeft en ieder mens zelf ook had kunnen bedenken. Maar er zijn ook wetten die we niet kunnen vatten. Ook die onbegrijpelijke wetten moeten we naleven. Net iets anders vertaald: begrijpen en niet-begrijpen lopen steeds in het leven door mekaar.

Ik begrijp bijvoorbeeld dat ik een paar dagen geleden een tasje met een fles appelsap, enige versnaperingen en een spelletje aangeboden kreeg. Zomaar, gratis. Wie was de gulle schenker? De burgemeester van Amersfoort, mijn woonplaats. Alle inwoners boven de zeventig kregen zo’n pakketje en de vraag of ze wellicht bezoek willen hebben om een eventuele eenzaamheid te verlichten. Heel geweldig van de burgemeester. Gewoon een kleinigheidje, een attentie. Bijzonder. Ik kan deze geste helemaal begrijpen.

Maar wat ik helemaal niet kan begrijpen is dat een jongere collega van mij, die ergens in de USA-rabbijn is, luidkeels is gaan oproepen om vooral geen vaccinatie te accepteren. Andersdenkenden werden door hem zeer on-rabbijns beledigd en als debiel neergezet. Onbegrijpelijk! Schoenmaker houd je bij je leest, dacht ik toen ik dit hoorde. Prompt is hij door de vereniging van rabbijnen waartoe hij behoorde van de rabbijnen -lijst geschrapt. Jammer, maar terecht. Maar waarom hij zichzelf zo in de belangstelling wilde plaatsen, kan ik niet begrijpen.

En zo ben ik weer terug bij het begin van dit dagboek: begrijpen en niet-begrijpen lopen telkens door mekaar in ons aardse bestaan. En dus schrijf ik maar verder aan mijn dagboek en begrijp ik absoluut niet waarom de situatie dusdanig is dat gewone bijeenkomsten en ontmoetingen helaas niet mogelijk zijn. Ik snap er niets van.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Israelisch Covid-medicijn sneeuwde bekering in. Dagboek van een opperrabbijn 7 februari 2021

“De aandacht voor Israël neemt in veel Nederlandse Kerken toe. Toch kan het wel wat meer. De Hersteld Hervormde Kerk (HHK) heeft nu opnieuw haar visie op papier gezet. De Kerk is geroepen om antisemitisme te ontmaskeren als haat tegen de G’d van Israel”, aldus las ik in het Reformatorisch Dagblad. Aan het eind van het artikel werd van verschillende christelijke kerkgenootschappen vermeld hoe hun houding is tegenover Joden. Wat mij natuurlijk interesseerde was hun opstelling ten opzichte van het bekeren van Joden en hun mening over de vervangingstheologie. Even een korte uitleg voor mijn Joodse en minder christelijk onderlegde niet-joodse dagboeklezers: de vevangingstheologie verkondigt dat overal waar in Tenach het Joodse volk wordt vermeld, dat vervangen moet worden door ‘christenen’. Deze theologie is door de eeuwen heen de bron van zeer veel antisemitisme en Jodenvervolging geweest.  Om een interessant artikel kort samen te vatten: de diverse kerkgenootschappen hebben diverse meningen over hoe aan te kijken tegen Joden en hoe ze wel of niet bekeerd mogen/moeten worden. En die drang of wens om te bekeren zette mij zondag (nota bene de christelijke rustdag!) aan het denken. Dat de bekeringsdrang geleid heeft door de eeuwen heen tot miljoenen slachtoffers is een feit. Dat vervangingstheologie daardoor voor mij als uiterst verwerpelijk wordt beleefd, moge duidelijk zijn. Maar hoe kijk ik aan tegen een christen die mij wil bekeren? Kan ik dat accepteren? Uiteraard laat ik me niet bekeren en zal actief pogingen om bekeren te bestrijden, maar…Vind ik dat de ander het verlangen mag hebben om mij te bekeren?

Wij Joden hebben het makkelijk want wij zijn van mening dat Joden op een Joodse manier de Eeuwige moeten dienen, maar niet-joden hoeven dat niet. Voor hen gelden de zogenaamde Zeven Noachidische Wetten. Als de niet-jood leeft volgens deze wetten, toch nog een heel pakket, dan is dat prima. Zal ik dan, vroeg ik mezelf af, proberen om seculiere niet-joden ervan te overtuigen om zich aan deze wetten te houden? En zal ik zo genaamde Messias belijdende Joden wijzen op hun dwaling? En mijn antwoord is dan een duidelijk ‘ja’. Maar, zo vroeg ik mezelf toen af, dan doe ik toch ook aan zending! Kijk naar Chanoeka als we publiekelijk de Menora aansteken? Dat is niet zomaar een gezellig feestje. Het heeft een duidelijke boodschap: licht brengen in spirituele duisternis! En waarom zit ik dan te zeuren als christenen ons willen bekeren?

Het was een interessante en felle discussie met mezelf, maar uiteindelijk denk ik dat ik gelijk heb gekregen (een doordenkertje!). Ik ben eruit gekomen. Ik geloof, ben er zelfs van overtuigd, dat iedere gelovige christen mij graag ziet overstappen naar het christendom. Ik zal dat nooit doen omdat 1: ik mijn baantje als opperrabbijn dan kwijt ben en 2: ik als Jood zit rotsvast in mijn geloof en zal daar (helaas dus voor de zendeling) echt niet van af te brengen zijn. Maar: hoe kijk ik aan tegen die zendeling, bekeringsdrang of, ook als er geen bekeringspoging wordt ondernomen, tegen het fenomeen dat, hoewel ik nu met rust gelaten moet worden, de stellige overtuiging leeft dat ik uiteindelijk het “licht” zal zien.

Ik kwam bij mezelf tot de conclusie dat ik hiermee geen moeite heb. Ieder mens mag denken en geloven zoals hijzelf wil. Ieder mens mag van mij ook denken dat zijn manier van leven de juiste is en de ander fout zit. Maar op het moment dat zijn geloof ruimte geeft of oproept om de andersdenkende te doden, om te kopen met geld of geestelijk te chanteren, dan wordt het voor mij onacceptabel.

Overigens werd de bekering volledig ingesneeuwd door het bericht in de media dat er twee medicijnen zijn ontdekt in Israel die corona patiënten schijnen te genezen. Geen vaccins dus, maar geneesmiddelen. Het FD spreekt van een “gamechanger”. Ik hoop van harte dat zeer snel zal blijken dat het inderdaad werkt en daarmee voor een gigantische mondiale doorbraak zal zorgen.  Geweldig ook dat Israel dan voor die doorbraak zorgt. Geeft me een geweldig fijn en trots gevoel.  Maar het zal natuurlijk ook een prachtige gelegenheid zijn om de complottheorieën te bevestigen. Joden zijn schuldig aan corona en zie het bewijs: ze gaan nu weer smakken geld verdienen aan het geneesmiddel. Gaat het Internationale Gerechtshof in Den Haag zich hiermee ook bemoeien en komen er dadelijk invallen bij onze apotheken die niet vermelden in hun bijsluiter “made in Israel”? Want er zal vast wel een klacht over komen of een VN-resolutie omdat misschien een van de artsen die de ontdekking heeft gedaan in de ‘bezette gebieden’ woonachtig is. En zo niet dan waarschijnlijk een van de patiënten die met een van deze middelen is genezen. Of denk ik te negatief?  Want ook tegen mobiele telefoons, computers en tal van andere geneesmiddelen die van mondiale waarde zijn en ‘made in Israel’ is nooit een boycot uitgeroepen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

Ik was niet bij de Auschwitz Herdenking. Dagboek van een opperrabbijn 4 februari 2021

Mijn 60+ sjioer had ik netjes voorbereid, alleen werd er gestoord door mijn echtgenote. Klinkt niet vriendelijk en een beetje aanvallend, maar het was mijn fout. Mijn Blouma kreeg visite, hetgeen ik wist, maar ik realiseerde me niet dat dan haar gesprek als een stoorzender werkt voor de toehoorders van mijn onlinecursus. Conclusie: meer alertheid en afstemmen, juist nu wij, en met ons zeer veel anderen, veel meer samen zitten en veel meer op elkaar zijn aangewezen dan in pre-Coroniaansche tijden. En dus heb ik meteen gecontroleerd hoe haar programma vandaag zou zijn. Want ik heb een interview met twee docenten uit het VO die aan hun leerlingen iets willen vertellen over Jodendom. En mijn echtgenote zal ik de vanaf vandaag t/m zondag min of meer (ik vermoed meer) moeten missen want de jaarlijkse Kinus Shluchot staat op het programma. Even uitleg. Gelijk alle Lubavitscher Shluchim (rabbijnen die vanuit een chassidische benadering opereren en outgoing zijn) een keer per jaar in New York bijeenkomen voor een halve week ‘bijtanken’, zo ook is er jaarlijks een soortgelijke bijeenkomst voor de Shluchot, de echtgenotes van de Shluchim (mannelijk vorm van Shluchot).  Jaarlijks nemen daaraan deel zo’n 3000 dames. Maar gelijk dit jaar de bijeenkomst voor de heren online was, zo ook dit jaar voor de dames. En dus zal mijn echtgenote de komende dagen achter de computer zitten. Het programma? Bijscholing op vele fronten, topsprekers, in Engels, Hebreeuws en Frans. Mocht u geïnteresseerd zijn om even een kijkje te nemen: www.kinus.com.

In het NIW van vrijdag, dat vanaf donderdag online stond, een schitterende foto van duizenden orthodoxe Joden die in Israel de begrafenis bijwoonden van een beroemde rabbijn. Die foto is prachtig, maar de boodschap erachter triest en slecht. Er wordt totaal geen rekening gehouden met social distance, mondkapjes en het verbod van samenscholing. Ik heb hiervoor geen goed woord, maar, zet u schrap, er zijn ook duizenden en duizenden ultra-orthodoxen (ik ben tegen dit soort betitelingen omdat het polariseert) die zich wel braaf houden aan alle regels. Ik weet dat bij mijn kinderen in Montreal, die daar in een zeer grote Joodse wijk wonen, al bijna een jaar geen synagoge meer open is en scholen dan weer open en dan weer dicht zijn. Mijn dochter is directeur van een grote rijks gesubsidieerde kleuterschool in die wijk en als we haar per Whatsapp spreken (in haar pauze) en ze zit op haar werk kunnen we haar nauwelijks herkennen want ze draagt een mondkapje en een scherm. Maar van de tienduizenden ultraorthodoxen die zich wel strikt aan de regels houden zijn er uiteraard geen foto’s voorhanden! Terug naar ons eigen land: gisteren was in het journaal een verslag van de Auschwitz herdenking. En prompt ben ik verwijtend benaderd, van verschillende kanten, met de vraag waarom ik daar niet aanwezig was. ‘U had daar moeten zijn!’ Mijn antwoord: Klopt, maar ik had geen uitnodiging ontvangen. En dus vandaag in de telefoon geklommen om herhaling te voorkomen. Wat er een beetje speelt is het volgende. In het (bijna grijze) verleden zag je mij nooit bij nationale herdenkingen. Niet op de Dam, niet in de Hollandsche Schouwburg, niet bij de Kristallnachtherdenking in de Snoge en niet bij de Auschwitz Herdenking. Ik zag daar voor mijn aanwezigheid geen toegevoegde waarde. Ik huppelde al van de ene naar de andere plaatselijke herdenking, waaronder de jaarlijkse herdenking Kindertransporten in Vught, Herinneringscentrum Westerbork, Kamp Amersfoort, Apeldoornsche Bosch en vele lokale jaarlijkse en eenmalige herdenkingen. Ik doe dat nog steeds, uiteraard, en zal dat absoluut blijven doen want ik voel me hiertoe verplicht en meer nog geroepen. Maar los van dat lokale ben ik steeds meer, al dan niet vrijwillig, ook landelijk actief. En dus werd ik terecht gemist bij de Nationale Auschwitz herdenking van gisteren. Ik beloof beterschap en Jacques Grishaver, voorzitter van het Auschwitz Comité, die ik dus heb gebeld en mij niet had uitgenodigd, heeft dat ook beloofd. Want uiteindelijk mogen we elkaar en staan hij en ik voor precies hetzelfde: de herinnering aan onze vermoorde familieleden levend houden (en alle Joden zijn uiteindelijk familie van elkaar, zoals de Talmoed ook vermeldt) en hen zoveel mogelijk alsnog een plaats geven in hun Nederland waar ze bruut werden weggerukt om nimmer weer te keren. Wel was ik virtueel aanwezig bij de Europese Holocaust Memorial. Kijkt en leest u zelf maar op mijn (splinternieuwe) blog: opperrabbijn.nl