Rabbijn Evers en de bundel riet. Dagboek van de Opperrabbijn 28 sept. 2022

Rosj Hasjana zit er weer op. Ik heb heel wat afgeblazen, uiteraard op Rosj Hasjana zelf en ook in de maand voorafgaande aan Rosj Hasjana. Op de foto ziet u mij staan blazen bij de opening van het Etty Hillesum huis in Middelburg, vorige week zondag. De daaropvolgende maandag blies ik tijdens de postume uitreiking van de Yad Vashem aan kardinaal de Jong. Beide plechtigheden waren een combinatie van vreugde en verdriet. Geweldig dat eindelijk de heldendaden van kardinaal de Jong de verdiende erkenning kregen.  En goed dat er in het geboortehuis van Etty Hillesum een educatief centrum is gekomen dat eer doet aan de geschriften van Etty.  Na afloop van Middelburg reed ik terug met Leo, mijn rabbinaal archeoloog, die zijn vrije dag had opgeofferd om mij te rijden. Een archeoloog heeft per definitie oog voor het verleden en dus was het hem opgevallen dat de vreugde tijdens de opening overheerste. Begrijpelijk, want velen hebben met grote inzet en jarenlang fondsen werven, een indrukwekkende prestatie geleverd. Maar, zo liet Leo mij weten, doordat ik in mijn toespraak de aandacht richtte op de oorzaak, de vervolging van en de moord op de Nederlandse Joden, werd de bijeenkomst dat wat het behoorde te zijn: een combinatie van dankbaarheid en afschuw. Toen aan het eind van mijn woorden de klanken van de sjofar door Middelburg galmden, heerste er een doodse stilte, alsof het heden even aan de kant was gezet om het verleden te

Hoe kunnen we zo’n verleden voorkomen? Is het überhaupt mogelijk?  Of is het een historische wetmatigheid dat oorlogen eeuwig zijn en mensen elkaar per definitie moeten vervolgen en vernietigen? Ik herinner mij dat tijdens een van de biologielessen werd gesproken over lemmingen die collectief besloten om zich te suïcideren en achter elkaar aanlopend de zee in liepen en verdronken. Toen al, ik was denk ik nog geen 17 jaar, vroeg ik mezelf al af of dit gedrag typisch dierlijk is of dat de mens… Inmiddels weet ik dat de mens zich tot het meest weerzinwekkende dierlijke (menselijke?) gedrag kan verlagen. Kijk naar de talloze brandhaarden in Afrika, Oekraïne, enz. Ik heb het maar even afgedaan met “enz.” omdat mijn dagboek, wil het gelezen worden, niet te lang mag worden.

Maar het is makkelijk om oog te hebben voor de brede cirkel die ons van verre, qua tijd en/of qua locatie, omringt en waarop wij geen invloed kunnen uitoefenen. Lastiger wordt het om het kleine cirkeltje van onze eigen directe omgeving te willen zien.  Rabbijn Shimon Evers heeft het op Rosj Hasjana in zijn toespraak in de sjoel van Amersfoort op indrukwekkende wijze verwoord. Een oude hoogbejaarde vader die zijn einde voelde naderen riep zijn kinderen bijeen en toonde ze een samengebonden bundel riet. Vervolgens verzocht hij ieder kind om te proberen de bundel met hun blote handen in tweeën te breken. Geen van de kinderen lukte het. Na alle mislukte pogingen nam vader de bundel riet terug en een voor een haalde hij de rietstengels uit de bundel en brak ze ieder afzonderlijk zonder enige moeite in tweeën. De les was duidelijk voor zijn kinderen. Maar zeker ook voor ons als Joodse Gemeente. Als we onszelf als Joodse Gemeente gebundeld weten zijn we sterk, maar als ieder uitsluitend voor zichzelf leeft, zijn we breekbaar. Te vaak zien we binnen onze eigen gemeenschap ruzies en vetes die vaak over niets gaan. In de periode tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer, waarin we ons nu bevinden, moeten we de intermenselijke relatie onder de loep nemen en tot het besef komen dat we elkaar nodig hebben in het belang van het geheel, maar zeker ook in het belang van ieder afzonderlijk, want als eenling zijn we kwetsbaar. We gaan deze periode van Feestdagen afsluiten met Simchat Thora, Vreugde der Wet. Tijdens een groot feest in sjoel vanwege Simchat Thora ging een van de gemeenteleden naar de rabbijn om z’n beklag te doen over het gedrag van de andere sjoelbezoekers die in zijn optiek te wild waren. Rebbe, zo sprak hij in het Jiddisch, Man tritt auf Mir, er wordt over me heen gelopen. Waarop de Rebbe antwoordde: dan moet je je niet zo verspreiden.

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

Een historische Yad Vashem uitreiking. Dagboek van de Opperrabbijn 21 september 2022

Zondag en maandag waren loeidruk. Zondag alleen al 556 km gereden. Eerst de opening van het Etty Hillesum huis in Middelburg en daarna een bar-mitswa in Brussel. En maandag stond geheel in het teken van Zijne Eminentie Johannes Kardinaal de Jong die in het Paushuize te Utrecht door de ambassadeur van Israël postuum de Yad Vashem kreeg

Het geboortehuis van Etty Hillesum is veranderd in een buitengewoon goed en doeltreffend educatief project. Belangrijk, speciaal in deze tijd van opkomend antisemitisme. Hoewel het een redelijk feestelijke aangelegenheid was met terechte blije gezichten, heb ik, naar mijn gevoel, een beetje roet in het eten gegooid. Het is goed dat haar gedachtengoed een goede en centrale plaats heeft gekregen en dus een waardevol educatief project, maar: ze werd wel op jeugdige leeftijd vermoord en door die moord krijgt ze nu, terecht, de nodige belangrijke en leerzame aandacht. Het ware beter geweest… Van Middelburg zijn we naar Brussel afgereisd na eerst nog even het middaggebed in de sjoel van Middelburg te hebben uitgesproken en een kop soep te hebben gedronken. We, waren deze keer niet Blouma en mijn persoontje. Blouma is herstellende van een verkoudheid en Leo, mijn rabbinale archeoloog, was mijn driver. Overigens niet helemaal, want bij de bar-mitswa had hij mij geadviseerd geen alcohol te drinken en hijzelf dus wel. En dus was ik de chauffeur op de terugweg. Dat was jammer, want ik had eigenlijk het dawenen voor Rosj Hasjana willen voorbereiden, maar dat ging dus niet door. Overigens konden we niet zomaar Brussel binnen, maar we moesten wachten tot 19:00 uur want het was een autoloze zondag. Maar na een half uur rondjes-rijden, want parkeren of stoppen was verboden, mochten we naar binnen. Het was de bar-mitswa van de zoon van de directeur van de RCE (Rabbinical Center of Europe) en van de EJA (European Jewish Association). Een bar-mitswa waar je ‘u’ tegen zegt. Doel: de talrijke ambassadeurs van de EU die regelmatig worden benaderd met verzoek om hulp, nu eens niet benaderen voor hulp maar om iets aan ze te geven. Uitgebreid heb ik gesproken met de voormalige ambassadeur van Oekraïne die nu de ambassadeur is bij de EU. Uiteraard hebben we gesproken over de toestand. Hij zegt ervan overtuigd te zijn dat Oekraïne uiteindelijk zal zegevieren. Vele jonge EU-rabbijnen voor wie ik mag dienen als een senior-rabbijn waren aanwezig, uit respect voor de inzet van de directeur, Menachem Margolin. Het was een bar-mitswa van een kaliber dat ik nog nooit eerder had meegemaakt.

Van een totaal andere orde was op maandag het symposium en de uitreiking van de Yad Vashem. Het was leerzaam en ik denk dat ik ook daar iets heb aangesneden in mijn toespraak dat een beetje afweek, gelijk in Middelburg. Ik heb namelijk proberen aan te geven dat Kardinaal de Jong zelf deze hoogste onderscheiding van de Staat Israël niet behoeft. Hij wordt beloond door de Eeuwige in het leven na dit aardse bestaan. Neen, wij hebben het nodig om erbij stil te staan hoe 90% van de Nederlanders niet bewogen, maar het gewoon lieten gebeuren en dat het slechts enkelingen waren die de moed hadden om actie te ondernemen, gelijk de Kardinaal. Maar, ik blijf dat steeds weer benadrukken, er waren ook anderen die de moed hadden om in opstand te komen maar die verraden waren nog voordat ze iets konden verrichten en dus geen Yad Vashem kunnen ontvangen omdat ze geen heldendaad hadden verricht. Maar de grote meerderheid verroerde zich niet, zag en liet het gebeuren. En precies dat moeten we in de toekomst zien te voorkomen, het kuddegedrag. Maar of we dit van de geschiedenis kunnen leren betwijfel ik want, met mijn levenservaring, weet ik inmiddels dat de enige wetmatigheid die geschiedenis kent is: er wordt nooit van geschiedenis geleerd.

Het bericht kwam over, dat was duidelijk. Maar eigenlijk bij de verkeerde personen, want alle aanwezigen waren er al voor de indrukwekkende plechtigheid van doordrongen dat kuddegedrag levensgevaarlijk is. Postuum dank aan doorzetter/initiatiefnemer Dr. Hans Themans zl. die deze belangrijke historische Yad Vashem toekenning heeft weten te regelen.  Hiermee heeft hij niet alleen de verschuldigde dank aan Kardinaal de Jong en zijn bisschoppen weten te concretiseren, maar bij het brede publiek heeft hij, via de uitstraling van de indrukwekkende plechtigheid, de gevaren van kuddegedrag onder de aandacht weten te brengen en ook de zorg over het onuitroeibare antisemitisme dat vandaag weer volop leeft onder het pseudoniem antizionisme.

Ondertussen een paniektelefoontje van iemand die naar Israël wil immigreren, maar letterlijk bijna gek wordt van de veelheid aan papieren, paperassen en documenten die vereist zijn en soms de logica te boven gaan. Jammer, want Israël is een geweldig land! Het land munt uit op velerlei gebied, maar ook op het gebied van vaak minder logische regels.

Verder een epistel ontvangen van iemand die is voortgekomen uit een overspelige situatie van zijn moeder en meent daarom zijn hele leven benadeeld te zijn geweest. Kan zijn, kan ook niet zo zijn. Maar los van de vraag wel of niet, zit de persoon dus gigantisch in de knel en stuurt mij daarom een epistel dat op zichzelf al een leestijd vergt van een half uur gezien de veelheid aan onduidelijkheden die ik oppervlakkig lezend al zie zitten. Ik ga deze email niet beantwoorden, hier trek ik een grens. Waarom word ik uitgekozen om deze persoon te helpen? Maar niet antwoorden is niet netjes, dus heb ik besloten wel te antwoorden en hem te adviseren om naar zijn lokale predikant te gaan als hij niet-joods is en naar zijn lokale rabbijn als hij dat wel zou zijn. En nu maar hopen dat hij niet toevallig wel Joods is en dat zijn lokale rabbijn het te ingewikkeld vindt en mij verzoekt het even over te nemen!

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

 

 

 

Leg de loelav neer bij het Consulaat der Nederlanden Dagboek 17 september, uitgaande sjabbat 2022

Woensdag jl. was het de geboortedag van de Baäl Shem Tov. Waar een mens zich ook bevindt, daar ligt zijn opdracht, was een van de slogans van de Baäl Shem Tov. Dat wil zeggen dat al wat ik op mijn levensweg ontmoet een doel heeft. Vaak is dat doel onzichtbaar, maar af en toe merk je wel waarom je waar bent, je ziet je opdracht dan als het ware op straat liggen.

En dus had ik besloten om donderdagavond naar Amsterdam te gaan naar het Spui om aanwezig te zijn bij de presentatie van het boek van David Wertheim. Ik had een persoonlijke uitnodiging gekregen en omdat die uitnodiging mij had bereikt dacht ik: wie weet wat voor nut mijn aanwezigheid kan hebben. Wellicht moet ik daar weer iets voor iemand betekenen. Of kan ik een bijdrage leveren aan iets positiefs, los van de boekpresentatie. Maar ik redde het niet. David, een oud-leerling van mij, heeft een boek geschreven over Joden, hoe er tegen hen wordt aangekeken en waarom te pas en vooral te onpas Joden erbij worden gesleept. Hij heeft mij een tijd geleden per zoom geïnterviewd, dus mijn persoon zal wel ergens wat aandacht krijgen. Ik betrapte me erop dat het me niet zoveel kan schelen hoe ik daar vermeld word, ook als dat zou kunnen bijdragen aan een negatieve beeldvorming. Zal ik tolerant genoemd worden? Modern? Orthodox of ultra-orthodox? We zien het wel, want welke betiteling die mij zal worden toebedeeld hangt meer af van de kijker dan van mijzelf. Hoewel de gedachte dat negatief in de pers verschijnen ook reclame is, niet door mij wordt aangehangen. Het klopt natuurlijk wel, maar toch voel ik me een soort wandelend reclamebord voor Joods Nederland. In de Joodse wet, de Sjoelchan Aroeg, staat expliciet dat een rabbijn geen vlekken mag hebben op zijn kleren, want als hij dat heeft wordt er gezegd: alle Joden zijn vies. Ik voel me dus verantwoordelijk.

En daarom deed het me goed dat de echtgenote van de Honorair Consul van Israël, mijn vriend John Manheim, mij woensdagavond complimenteerde dat ik er weer zo netjes uitzag. Overigens komt dat complimentje op het conto van Blouma, want zij geeft aan wat ik wel en wat ik niet moet aandoen. Woensdagavond was een aantal Nederlandse Joden, vertegenwoordigers van JNF, CIDI, Rabbinaten, JCK, Yad Vashem, etc., uitgenodigd bij de Israëlische Ambassadeur in Scheveningen als de aanloop naar Rosj Hasjana. Dat was een goede en vruchtbare bijeenkomst. Hoe gaan we Israël het komende jaar, wanneer Israël 75 jaar bestaat, vieren. Ik herinner me nog het tienjarig bestaan. Als jongetje van negen liep ik mee in een parade door de straten van Amsterdam. Ik meen me te herinneren dat we langs het Concertgebouw gingen. Als aandenken hebben alle kinderen een plastic bekertje gekregen waarop het wapen van Israël stond afgedrukt. Tijdens het etentje werd aan alle aanwezigen verzocht om ideeën aan te reiken voor de viering. Doel: Israël goed en positief op de Nederlandse kaart plaatsen. Interessant te horen hoe JNF aangeeft dat het vele positieve dat Israel bijdraagt aan de wereld tijdens de viering moet worden benadrukt. CIDI vraag aandacht voor antisemitisme, de vertegenwoordiger van Yad Vashem vindt dat de Holocaust niet onvermeld mag blijven en ik zocht naar een combinatie. Hoe die combinatie er uit moet gaan zien zal ik te zijner tijd gaan bespreken met de ambassade in aanloop naar 75-jaar Israël vieringen.

Wat er verder de revue passeerde? Een bezoek aan een ernstig zieke man, die inmiddels is overleden en een gesprek met een gemengd gehuwd paar dat in de knel zit met de vraag waar te zijner tijd te worden begraven. Hij is Joods, maar zij niet. Maar ook na dit aardse bestaan willen ze graag verenigd blijven. Een dergelijk probleem, maar veel eenvoudiger oplosbaar, was een Joods echtpaar. Hij wil begraven worden in zijn geboorteplaats A en zij in haar geboorteplaats B. Compromis zou kunnen zijn de Joodse begraafplaats in C, waar beiden woonachtig zijn. Maar C gaat het niet worden want beiden voelen daar niet voor. De uiteindelijke beslissing werd dat als hij eerder komt te overlijden hij begraven zal worden in A en zij hem dan zal volgen (na overlijden!) en idem als zij eerder dit aardse bestaan gaat verlaten, dan dus beiden in B. De vraag als beiden tegelijk komen te overlijden werd niet besproken. Ondertussen zijn beiden gezond en sterk en maak ik van deze dagboek-gelegenheid gebruik ze nog vele jaren te wensen en natuurlijk een sjana towa oemetoeka! En die wens uit ik uiteraard aan al mijn dagboekeniers.

Voor ik sluit, nog even een aardig voorval van vrijdag: een van mijn collega’s kreeg een e-mail uit Israël met de vraag of als iemand gedurende Soekot vanuit Israël naar Nederland komt, of er dan problemen kunnen ontstaan vanwege het loelav-stel bij de Nederlandse douane. De dierbare jongere collega heeft de vraagsteller geantwoord om met de opperrabbijn contact op te nemen! Een mooie manier om van een potentieel gezeur af te komen. Na enig kort denkwerk heb ik de vraagsteller, met een CC naar de jongere (en luiere) collega, geantwoord: leg het loelav-probleem neer bij het Consulaat der Nederlanden in Israël (en laat mij met rust!).

 

Gedurende de coronatijd schrijft Opperrabbijn Jacobs een dagboek

Voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

Super-logisch en Halagisch. Dagboek van de Opperrabbijn 14 september 2022

Het was een bijzonder indrukwekkende jaarlijkse herdenking van de Eerste Razzia in Twente, nu 81 jaar geleden. Honderd-en-vijf mannen werden opgepakt als represaille omdat er een elektriciteitskabel was doorgesneden. Aanwezig waren de burgemeesters van Enschede en van Oldenzaal, een aantal Enschedese gemeenteraadsleden en de ambassadeur van Oostenrijk. Nog slechts twee kinderen van weggevoerde vaders waren aanwezig en dus dringt zich de vraag op: moeten we hier nog blijven herdenken. Mijn antwoord luidde duidelijk: Ja! Zelfs als de namen die werden opgelezen steeds onbekender worden en meer vervagen. Want, ik blijf het maar herhalen: het kan zo weer gebeuren! Het gevaar dat de kudde de verkeerde kant op loopt is ook nu zeker aan de orde. De moedige toespraak van onze Minister van Justitie, Dilan Yeşilgöz, die de gevaren die in onze huidige democratie op de loer liggen, oprecht en eerlijk benoemde, versterken mijn visie.

Na Jizkor en kaddiesj werd er op de sjofar geblazen en volgde een voelbare minuut stilte. De sjofar is een hoorn van een beest en staat symbool voor het dierlijke dat overal aanwezig is en dat we allen ook in ons hebben. Allen hebben we goede en slechte eigenschappen, niets mis mee.  Door de dierlijke sjofar te gebruiken voor een heilige mitswa, verheffen we het dier in de mens, en dat is nu precies wat van ons mensen verwacht wordt. Blijf mens, ook als de kudde veelal uit gemakzucht, instinctmatig de verkeerde en vaak beestachtige richting volgt.

Educatie is het antwoord ter voorkoming van kuddegedrag. En daarom is het frapper toujours, niet opgeven. En ja, er worden ook succesjes geboekt. Kinderen van een lokale school lazen de 105 namen voor. Op school hadden ze geleerd over de razzia.

Een ander lichtpuntje dat ik deze week mocht beleven was een fietser, zichtbaar van niet-Nederlandse afkomst, die mij zag zeulen met een vuilniszak, omdraaide, stopte en aanbood om te helpen dragen, en bij de Albert Heijn een Marokkaanse jonge vrouw die mijn echtgenote vroeg of ze haar kon helpen met het inladen van de boodschappen in de auto. Voeg daar nog bij een Marokkaanse vrouw die een soort buiginkje voor me maakte, en ik heb dan toch weer wat hoop dat educatie misschien toch nog vruchten zal afwerpen. Die buigende Marokkaanse deed me herinneren aan de Marokkaanse vrouwen die in de beginjaren van mijn werkzaamheden in Nederland bij mij kwamen met hun huwelijksproblemen omdat 1: naar hun zeggen de imam gaf hun mannen altijd gelijk en 2: in Marokko gingen ze ook altijd naar de rabbi.

Tussen de bedrijven door heb ik voor een meisje van 20 jaar een rabbinale verklaring geschreven. Ik heb haar en haar moeder speciaal bij me laten komen, hoewel ik achter de schermen haar Jood-zijn al had kunnen natrekken. Maar het leek me goed dat we elkaar ontmoetten, even kennismaken, aanmoedigen om naar Israël te gaan en mochten er dan in Israël onverhoopt problemen opduiken vanwege ontbrekende of verkeerde of zoekgeraakte verklaringen, dan weet ze me makkelijker te vinden.

Net voor ik maandagavond wilde vertrekken naar de sjiwwe van Jitschak Pagrach zl, de rondreizende Mediene-chazan, stond de politie voor de deur. Geen bekeuring en zelfs geen huiszoeking (waarschijnlijk omdat ik geen klant ben van de Jumbo). Neen, de diender kwam me vertellen dat hij vergeten was mij te vertellen dat hij met de moeder had gesproken van het knaapje dat mij Free Palestine meende te moeten toeroepen. De moeder begreep het en betreurde het diep dat haar zoontje zich zo misdroeg. Ik hoop binnen afzienbare tijd een gesprek met de moeder te mogen voeren.

Ondertussen ben ik redelijk vermoeid en maak me nu al zorgen over aanstaande zondag. Eerst om middernacht Selichot, de speciale gebeden ter voorbereiding van de Hoge Feestdagen, dan een paar uurtjes nachtrust en dan om 10:45 uur richting Middelburg om vervolgens via Brussel, alwaar een bar mitswa is, naar Nederland terug te keren. Dat zal dus alles bij elkaar ca. 7 uur rijden vergen. Uiteraard dan tussendoor nog een paar toespraken. Ik kon geen chauffeur vinden want die werken niet op zondag, vanwege hun vrije dag of vanwege hun rustdag. Uiteindelijk gaat mijn rabbinale archeoloog mee als chauffeur, want alleen denk ik niet dat ik zo’n afstand trek. Ik hoor u denken: Rabbinale Archeoloog? Heel simpel. Leo is Joods en archeoloog. (Hij is ook nog vader en echtgenoot, maar dat is voor nu even niet relevant). Het komt voor dat er, bijvoorbeeld vanwege de oorlog, een Joodse man of vrouw begraven ligt op een niet-joodse begraafplaats. We willen dan zo mogelijk de stoffelijke resten overbrengen naar een Joodse begraafplaats om ruiming te voorkomen en de eeuwige grafrust te verzekeren. Als rabbijn mag van mij verwacht worden dat ik theoretisch dusdanig ben opgeleid dat ik weet hoe een en ander moet worden uitgevoerd. Maar bij dit soort zaken is de theorie niet hetzelfde als de praktijk. En dan komt Leo in de picture en samen zorgen we ervoor dat de herbegraving zo zorgvuldig mogelijk, respectvol en Halagisch verantwoord, wordt uitgevoerd. En daarom is hij voor mij de Rabbinaal Archeoloog. Archeoloog vanwege zijn professie in het dagelijks leven en Rabbinaal vanwege zijn inmiddels vergaarde ervaring met Halaga, (her)begraven en begraafplaatsen

Mijn dagboek zit er weer op, maar niet voordat ik een aardig Halagisch vraagstukje heb opgelost dat ik ook met mijn Rabbinale Archeoloog heb besproken: Op de oude Joodse begraafplaats in Vlagtwedde staat een boom die verwijderd of gekapt zou moeten worden om te voorkomen dat de wortels van de boom de grafrust van de overledene zouden verstoren of de stam de grafzerk zou verdringen. Na enig denkwerk en na overleg met Leo, kwam ik tot super-logische en dus Halagische  conclusie: het verwijderen van de wortels van de boom zal leiden tot meer verstoring van de grafrust, dan het laten voor wat het is. En kappen heeft geen invloed op de wortels. En mocht de boomstam de zerk kapot drukken, dan plaatsen of verplaatsen we gewoon die zerk, dat zal ook goedkoper uitvallen dan kappen en zagen.

Gedurende de coronatijd schrijft Opperrabbijn Jacobs een dagboek

Voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website.

 

Dagboek van de Opperrabbijn. 11 september 2022

Dagboek 11 sept. 2022

Am Jisraeel Chaj – ook in Arnhem!

Vandaag stond bijna geheel in het teken van 170 jaar synagoge Arnhem waar ik mocht genieten, zoals enige tijd geleden in Middelburg, van het Amsterdams Synagogaal Koor. Daarom vandaag geen echt dagboek, maar een deel van mijn toespraak die ik liet beginnen met een citaat uit de krant die verscheen op de dag dat de restauratie van de sjoel begon in 2001:

Van een onze verslaggevers. Arnhem …. Jacobs staat in de Arnhemse synagoge aan de Pastoorstraat. Samen met enkele tientallen leden van de Joodse Gemeente in Arnhem en een aantal bezoekers wordt een feestje gevierd. Wethouder H. Lenferink en J. Kellerman van de Joodse Gemeente hebben zojuist een oud raam verwijderd ten teken van het begin van de restauratie. In 1852 werd op deze locatie, waar de bekende Joodse rechtsgeleerde Jonas Daniël Meijer werd geboren, de eerste steen voor het Joods gebedshuis gelegd.

Dat nu aan een grondige en kostbare restauratie kan worden begonnen, was volgens rabbijn Jacobs ‘een reden tot vreugde en verdriet’. Verdriet omdat de Joodse Gemeente niet meer in staat is een dergelijk karwei zelf te financieren. Dat vloeit voort uit het feit dat deze gemeenschap in de oorlogsjaren van ’40-’45 gedecimeerd werd. Veertienhonderd Joden werden door de Duitsers, met medewerking van Nederlandse politieambtenaren, uit Arnhem weggevoerd naar concentratiekampen. De populatie bestaat hooguit nog uit enkele gezinnen.

Bewakers.

Rabbijn Jacobs waarschuwde ervoor dat zoiets niet weer mag gebeuren. Zaterdag is daar in alle synagogen ter wereld de aandacht op gevestigd., zo vertelde hij.  Er werd voorgelezen uit de Thora waarin te lezen is dat mensen bewakers over zichzelf moeten aanstellen om hun normen en waarden zuiver te houden. Vervolgens sprak hij een gebed uit voor degenen die in de Tweede Wereldoorlog het leven lieten en blies hij op de sjofar, de ramshoorn. ‘Een dierlijk instrument. We hebben allen ook dierlijke neigingen in ons. Daar is niets mis mee. De vraag is alleen wat we ermee doen”.

De krant gaf een juiste weergave van mijn boodschap. “Rechters en politieagenten moet je aanstellen bij al je poorten”. Deze Bijbelse opdracht heeft niet alleen een fysieke betekenis, maar ook een spirituele component. De mens, ieder mens, moet zijn eigen poorten, zijn ogen en zijn oren, bij voortduring bewaken. Door wie en door wat laat ik me leiden? Wat gaat mijn gedrag beïnvloeden? Verkeerde impulsen kunnen ertoe leiden dat de mens als individu en de mens als samenleving zomaar de verkeerde weg inslaat. Negentig procent zag en liet het gebeuren in de oorlog. Met als gevolg dat er van de Joodse Gemeente Arnhem nauwelijks nog iets over is. Het is te simpel om uitsluitend richting Duitsland te kijken en het falen van Nederland in alle lagen van de samenleving te verdoezelen.

Maar deze boodschap is alweer verouderd, want deze hebben we  twee weken geleden in alle synagogen ter wereld gelezen.

De mondiale boodschap van gisteren, sjabbat jl., luidde: Kie tee-tsee lamilchama: er moet ten strijde worden getrokken.

Toen ik enige tijd geleden aan een van de kopstukken uit de politiek aangaf dat ik me zorgen maakte over het opkomend antisemitisme, sprak zij mij met duidelijke bewoordingen tegen want, zoals zij dat formuleerde, het antisemitisme komt helemaal niet opzetten, het is nooit in ons land weggeweest, ook niet na de bevrijding!

De tijd dat er gewaakt moet worden is mijns inziens voorbij. De strijd moet worden gevoerd, antisemitisme, rassenhaat en iedere vorm van intolerantie moet keihard worden aangepakt. Want als we te lang wachten loopt de kudde zomaar wederom de levensgevaarlijke verkeerde kant op. Er moet proactief worden gehandeld, speciaal op educatief gebied. Arnhem mag dankbaar zijn dat ze een burgemeester hebben, mijn vriend Ahmed Marcouch, die hierin een leidende rol vervult en afgelopen vrijdag op het Beekdal Lyceum de aftrap heeft gegeven van de estafette-herdenking Holocaust, waaraan ook ik binnenkort een bijdrage ga leveren.

 

De Joodse Gemeente Arnhem is de klap van de jaren ’40-’45 niet te boven gekomen, dat is de realiteit. Maar is het bestaan van het Joodse volk als totaliteit dan wel de realiteit?

Als aan een Hoogleraar in de historie uitgelegd zou worden dat er een volkje bestaat dat over de hele wereld is verspreid, dat vervolging na vervolging heeft moeten doormaken.  Dat waar ze zich ook bevindt zich aanpast aan de hen omringende samenleving en dat zich nooit als asielzoeker of als vluchteling heeft opgesteld.  Laat staan dat hun kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen of achterachterkleinkinderen zich als vluchteling gedragen of voelen. Als dit aan een hoogleraar in de historie zou worden voorgelegd, dan zou die professor zeker aangeven, dat dat volkje volgens de wetten der historie allang niet meer bestaat.

En toch bestaan we!  En toch, hoe klein ook, bestaat er een Joodse Gemeente Arnhem en viert die Joodse Gemeente Arnhem het 170-jarig bestaan van hun prachtige synagoge.”

Ik besloot mijn toespraak met het blazen op de sjofar: Door de eeuwen heen, zelfs in de meest duistere perioden van onze geschiedenis, heeft de sjofar weerklonken: wordt wakker, sluit je ogen niet voor de realiteit, maar tegelijkertijd geef nooit op want Am Jisraeel Chaj, het Joodse volk leeft en overleeft, ook in Arnhem!

 

Gedurende de coronatijd houdt Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

Eén medemens is niet minder belangrijk dan honderd! Dagboek van de Opperrabbijn. 7 sepember 2022

We waren dus een paar dagen afwezig. In Londen bezochten we een kennis uit Nederland en die vond mijn dagboeken verdrietig. En laat ik nou diezelfde dag een belletje krijgen van een goede vriend die ergens een column had geschreven over het verval van Joods Nederland, de achteruitgang, en hem werd vanwege zijn sombere teneur verweten dat hij ten onrechte een gedeprimeerd beeld schetste. Nou rijst dus bij mij de vraag: schrijf ik somber en zo ja, waarom doe ik dat?

Na een korte zelfdiagnose kwam ik tot de conclusie dat ik de toekomst van Joods Nederland inderdaad nogal somber inzie en omdat dat mij bezorgd maakt schrijf ik daarover dus kennelijk vaker dan ik eigenlijk wil. Het aantal Joden in Nederland blijft constant, er zijn vele initiatieven die zeer lofwaardig zijn, maar omdat de kern steeds zwakker wordt, ook door positief vertrek naar Israël, is het gevolg dat de periferie steeds meer perifeer wordt. En dat observeer ik en dat stemt mij dus kennelijk somber. En omdat mijn dagboek ook, als ik daarover nadenk, een soort uitlaatklep is en misschien wel een stukje therapie (u merkt nu dus even de invloed van mijn 38 jaar Sinai Centrum!) wordt dat opgemerkt.

Doet me even denken aan enige decennia geleden. Aan mij was het om op de afdeling de nieuwe directeur te introduceren aan de bewoners. Ik stelde dus beleefd de nieuwe directeur voor, waarop een van de bewoners spitsvondig opmerkte: dat zeggen ze allemaal de eerste dag!

Waarom dit grapje? Omdat die kennis ook aangaf dat het hem was opgevallen dat er in mijn dagboeken ook humor aanwezig is. Conclusie/zelf-diagnose: lichte neiging naar pessimisme, maar dat weet ik dit te pas en te onpas te compenseren met een grap en een grol.

Dat vreugde en verdriet, optimisme en negatief denken vaak hand in hand gaan, beleefde ik toen ik in Londen, gisteren dus, werd aangehouden door een gehelmde politieagent op de fiets. Naar beste weten beging ik geen enkele verkeersovertreding, maar ik werd wel staande gehouden. Ik meteen braaf mijn raampje geopend, maar dat hielp weinig want hij ging naar het raampje van de bijrijder, Blouma dus. Ik open dus haar raampje en vraag aan de politieman wat ik verkeerd had gedaan, omdat ik me werkelijk van geen kwaad en van geen overtreding bewust was. Mijn snelheid bedroeg ongeveer 10 km per uur, ik reed, ook voor Britse norm, aan de goede kant van de weg en meende niet dat ik in een eenrichting-straat was beland en nu dus spookrijder zou zijn. Na een bijzonder vriendelijke groet kwam het hoge woord eruit: de politieman had opgemerkt dat het stuur van mijn auto aan de verkeerde kant zat. Na een korte uitleg dat dat was omdat mijn auto uit Nederland afkomstig is en daarom niet alleen een NL- kentekenplaat draagt, maar ook ‘het stuur aan de verkeerde kant’ heeft, vroeg hij ons waar we in Nederland wonen. En toen kwam de aap uit de politie-mouw: hij had enige maanden in Utrecht gewoond en had familie in Ede-Wageningen. Na dit aangehoord te hebben en wat uitwisselingen over toeristische plekken op de Veluwe, mochten wij onze reis, zonder bekeuring, voortzetten.

Wat is de moraal (en dan dus speciaal voor mij): niet meteen het ergste denken. De politiebeambte wilde gewoon even een babbeltje maken. En dus, als ik in de toekomst in Nederland wordt gestopt of gefotografeerd door een vriendelijk ogende politieagent, moet ik gewoon positief blijven denken.

Even terug naar Joods Nederland: JEM, Jewish Educational Media, heeft me een video gestuurd. Een buitengewoon inspirerend verhaal. De Lubavitcher Rebbe benadrukt het belang van ieder individu. Ook een mede-Jood in een kleine ver-weg plaats is van onmetelijk belang. Niet denken in getallen en ervan uitgaan dat honderd medemensen belangrijker zijn dan één! En ook moeten we ervan doordrongen zijn dat waar ik me ook bevind, daar had ik moeten zijn. zelfs als ik verdwaald ben. “Alles komt uiteindelijk van Boven!”

https://videos.jem.tv/video-player?clip=8912&anonymous=true&signed=r&signed=r:3663000178;e:1662868279;f9882179b15bb3ee669321730fb9b96c

En dus, of de kehilla groot is of piepklein, of de gemeenteleden jong zijn of hoogbejaard, begaafd of hulpbehoevend: waar ik mij bevind daar ligt mijn opdracht. En dus moet ik me ervoor waken om somber te zijn over de toekomst van Joods Nederland. De toekomst is leuk van statistieken en wetenschappelijke voorspellingen. Ik en u, wij beiden, leven in het nu, op de plaats waar we ons bevinden en dus ligt daar mijn en uw opdracht.

Er wordt nu omgeroepen dat alle passagiers zich naar hun auto’s moeten begeven. Het is nu woensdagochtend 8:15 uur. We zijn geland in Hoek van Holland. Op naar huis. Om 11:15 uur worden we opgehaald om naar Antwerpen te gaan waar een bijeenkomst is van Nederlandse zakenlui die Israël moreel en financieel steunen. Ik mag ze toespreken en de middag en avond met ze doorbrengen. Hopelijk lukt het me nog om voordien mijn nieuwe bril af te halen want gistermiddag kreeg ik van de opticien een sms dat hij klaar ligt.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

Hulde aan de organisatoren van eenheid binnen diversiteit. Dagboek van de Opperrabbijn 4 sept. 2022

Ik heb normaliter niet veel tijd nodig om een toespraak voor te bereiden en het liefst spreek ik ter plekke zonder voorbereiding, vanuit mijn hart en niet vanaf papier. Ik laat me door de entourage als het ware inspireren, maar als de organisatoren vooraf mijn toespraak willen hebben, heb ik geen keus en zet vooraf mijn toespraak op schrift.  Maar ook als ik binnen een kort tijdsbestek meerdere toespraken moet houden, moet ik, om te voorkomen dat ik de diverse toespraken door mekaar ga halen, op z’n minst per gebeurtenis/toespraak puntsgewijs mijn rede aan het digitale papier toevertrouwen. Als ik dat namelijk niet doe ontstaan er of doublures of vergissingen. Momenteel word ik overladen met te houden toespraken en te schrijven artikelen: Op 7 september spreek ik in Antwerpen, op 11 sept. in Arnhem, op 13 sept. in Enschede, op 14 sept. een sjioer online, op 18 sept. in Middelburg, aansluitend in Brussel en op 19 sept. in Utrecht. Uiteraard komen ook Rosj Hasjana en Jom Kippoer er aan. Voeg daaraan toe mijn dagboeken en de wekelijkse column van het NIW, en zie wat er mis is gegaan: Mijn vorige dagboek was voorzien van een foto van een jongetje met een fakkel. De titel van het dagboek luidde “Ik voelde me een beetje opa”. Nadat Blouma mijn dagboek had gelezen stelde ze een redelijk goede vraag: waarop slaat de titel en wat heeft de foto van onze kleinzoon met de inhoud van het dagboek te maken? Voor mij was het wel duidelijk. Immers maandagavond 29 augustus was er een heel bijzondere bijeenkomst in Amsterdam. Een nieuwe Thora-rol werd zingend en dansend door de straten van Buitenveldert naar de Beth Hamidrash, een van de sjoels van Buitenveldert, gebracht. Een geweldige happening. Kinderen met fakkels liepen achter de choepa, het trouw-baldakijn, waaronder de nieuwe Thora-rol werd gedragen. Muziek, zang, dansen. Kol hakavod -hulde- aan de organisatoren, aan de leiding van de Beth Hamidrash, aan het koleel. Alle gelederen van orthodox en niet-orthodox waren uitgenodigd en aanwezig. Tussen de kinderen die met de fakkels liepen zag ik een jongetje wiens ouders via mij gioer hadden gedaan en die nu met een fakkel de nieuwe Thora-rol begeleidde. En toen bekroop mij het gevoel “Ik voel me een beetje zijn opa”. Uiteraard ga ik geen foto plaatsen van dit jongetje vanwege privacy, maar omdat ik toevallig een foto kreeg toegestuurd van mijn eigen kleinzoontje, plaatste ik die bij de tekst. Helaas, als gevolg van te veel door mekaar, ontbrak de tekst waarover dat dagboek had moeten gaan: hulde aan de organisatoren van de geweldig motiverende happening rondom de nieuwe Thora-rol voor het Beth Hamidrash. De bijeenkomst was een bewijs dat ondanks onze diversiteit uiteindelijk éénheid rondom de Thora het geheim is van onze en de overleving van het Joodse volk en het Jodendom .

Dit in schril contrast met de gevaarlijke polarisatie uit de jaren 1960 rondom Yossele Shumacher. De kloof tussen orthodox en seculier was in die jaren levensgevaarlijk diep. Waarom ik een gebeurtenis uit die jaren erbij haal anno 2022? Gisteren, sjabbat, liepen Blouma en ik door Stamford Hill, de orthodox Joodse wijk in Londen. Normaliter lopen we nooit langs de weg die we nu bewandelden, maar om redenen nu dus wel. En plotseling wijst Blouma mij op een huis: in dit huis zat Yossele Shumacher verborgen. Bij mij kwam de geschiedenis weer helemaal boven. Ik herinner mij de ontvoering door Yossele. Ik was zelf toen nog een klein jongetje, maar mijn innerlijke gevoel van verbondenheid met Israël deed mij de ontvoering, die toentertijd wereldnieuws was, gespannen volgen. Als u alle details wilt weten klik dan even op https://mishpacha.com/finally-here-is-yossele/ .  Maar in het kort: Yossele werd door zijn orthodoxe grootvader, een overlevende van het communisme, ontvoerd omdat zijn dochter, zo werd verteld, niet meer religieus was. De Mossad bleek niet bij machte Yossele op te sporen. Achteraf bleek het toch een beetje anders in elkaar te zitten. Opa Schtroks wist dat zijn dochter van plan was om naar de Sovjet-Unie terug te gaan en wilde dat voorkomen. Of dat de ontvoering wel of niet rechtvaardigde is een ethisch dilemma, maar zeker geen zwart-wit verhaal. Hoe het ook zij: de ontvoering had als resultaat een gigantische polarisatie binnen de Joodse gemeenschap en speciaal natuurlijk in Israël.

En dat is nou precies wat we niet moeten hebben. Ja, we mogen van mening verschillen, diversiteit mag er zijn. Maar wel éénheid binnen die diversiteit.

En dat had ik dus willen benadrukken met mijn dagboek over de inwijding van de nieuwe Thora-rol.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Ik voelde me een beetje opa. Dagboek van de Opperrabbijn 31 augustus 2022

Gioer is voor rabbijnen bijna per definitie een hoofdpijndossier en dus heb ik vandaag de nodige paracetamols geslikt. Laat mij mijn hart even luchten, het even van-me-af schrijven. Wanneer is iemand Joods?  Als hij geboren is vanuit een Joodse moeder of als hij een gioer heeft gedaan. In beide gevallen is hij gewoon Joods en niet half Joods. Halve-Joden bestaan ook, maar alleen een Jood die erg kort is van lengte kan zich op deze titel beroepen. Je bent of wel of niet Joods. De kreet dat hij of zij wel joods is maar niet halagisch, is vergelijkbaar met het onmogelijke om ‘een beetje zwanger’ te zijn. In mijn jeugdjaren was iemand gewoon wel of niet Joods. De categorie ‘wel Joods, maar niet halagisch’ is ontstaan in de moderne tijd. Om boze kritiek op voorhand te ontzenuwen: de problematiek waarmee kinderen met alleen een Joodse vader zich (soms) geconfronteerd weten of voelen, erken ik volledig. En als een van mijn dagboekeniers in die situatie zit en ik zou hierin iets kunnen betekenen, bel me of stuur een e-mail. Een medemens helpen, ongeacht wel of niet Joods, is altijd een mitswa!

Maar waarom is gioer een hoofdpijn dossier? De eerste hoofdpijn treedt bij mij aan als ik een serieuze kandidaat ontmoet en mag gaan uitleggen dat ik in het proces voortdurend de rol van tegenpartij moet gaan vervullen. Dat ligt mij dus van geen kant! De tweede hoofdpijnaanval begint in een latere periode. De kandidaat lijkt serieus, maar blijkt onwaarheden te verkondigen en wordt door mij hierop betrapt. Mijn vertrouwen heeft dan een gigantische deuk gekregen en zit ik volledig in de knel (en de kandidaat naar ik aanneem nog veel meer}.

Maar mijn dagboek is niet bedoeld voor lezingen over welk onderwerp dan ook en zeker niet over moeilijke onderwerpen. En dus: genoeg over hoofdpijn!

Overigens verdween de hoofdpijn en zag ik ook iets heel moois. Een zoon van een Joodse vader en een Joodse moeder (moeder was eens niet-joods!) is vandaag naar Israël vertrokken om in een Jesjiwa te gaan lernen! Dat bericht, dat mij zojuist bereikte, is sterker dan vele paracetamolletjes en doet mij beseffen dat gioer niet alleen hoofdpijn oplevert.

Oorzaak van de hoofdpijn was ook het gevolg van een ietwat minder succesvol optreden van mij om mijn Blouma te helpen in de huishouding. Een plafondlamp had het begeven. De lamp deed het niet meer. Ik dus de keukentrap gepakt, ben erop geklommen en heb toen de glazen lampenkap vakkundig verwijderd. Maar na die verwijdering ging er iets minder professioneel. Het glazen onding, want het was een hele klus om die glazen kap van het plafond los te krijgen, viel uit mijn handen. Resultaat een gigantische hoeveelheid glasscherven, een noodzakelijke aanschaf van een nieuwe plafondlamp en (hopelijk} een levenslang verbod om te helpen in de huishouding. Mijn dierbare echtgenote was niet erg blij met mijn spontane hulp, maar gelukkig zag ze hierin toch geen reden tot een echtscheiding en mag ik wel blijven.

In het dagelijkse stukje dat ik lern uit de Joodse filosofie werd vandaag gesproken over beproevingen. Alles komt van Boven en alles, ook als wij het als onaangenaam ervaren, heeft zo moeten zijn. Of een beproeving als negatief of als positief wordt ervaren, hangt uitsluitend en alleen af van de wijze waarop er tegen de beproeving wordt aangekeken. Ik ken mensen die het verre van makkelijk hebben en toch altijd vreugdevol en intens dankbaar zijn. In alles zien ze het goede. En anderen bemerken in alles helaas het negatieve, met als gevolg dat zelfs het summum van licht als een donkere wolk wordt ervaren.

Licht was rijkelijk eergisteren aanwezig. Een nieuwe Thora werd in een zingende en dansende processie in het Beth Hamidrasj, een van de synagogen in Amsterdam, binnengebracht. Muziek vanuit een vooroprijdende auto, een vreugdevolle meute en kinderen van de orthodox-joodse school het Cheider die met fakkels achter de choepa (trouwbaldakijn) aanliepen. Am Jisraeel Chaj: het Joodse volk leeft en overleeft. Tussen de fakkel dragende kinderen zag ik ook twee kinderen van een moeder die ooit niet-joods was en via mij tot het Joodse volk is gaan behoren. Ze zijn dus niet mijn kleinkinderen, maar gevoelsmatig toch ook wel een beetje wel, want ik had aan de wieg mogen staan van de geboorte, de gioer, van hun moeder.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

 

Oekraïense rabbijnen in Hongarije. Dagboek van de Opperrabbijn 28 augustus 2022

De NIW borrel! Hoewel ik een kleine borrelaar ben, was ik donderdag jongstleden aanwezig bij de NIW-borrel voor medewerkers en bestuur. Opvallend is dat zo’n pasfotootje in het NIW een zwakke weergave is van hoe de columnist of journalist er in het echt uitziet. Iedere persoon is namelijk niet en nooit uitsluitend een gezicht, maar er is altijd sprake van een heel lichaam en tijdens een vergadering speelt er ook de vaak welsprekende lichaamstaal. Reden dat ik wanneer er vergaderingen zijn prefereer lijfelijke aanwezigheid en geen zoomvergadering. Die zienswijze werd dus maar weer eens bewezen (althans voor mij). Maar het was goed en fijn elkaar voor het eerst gezien te hebben, dat praat in de toekomst wat makkelijker. In het Sinai Centrum hadden we ook jaarlijks een personeelsdag, iets dat belangrijk was voor de saamhorigheid en voor de onderlinge communicatie. Bij het NIK herinner ik me niet dat er ooit zoiets heeft plaatsgevonden. Achteraf bezien wel jammer, maar misschien een idee voor het nieuwe Joodse jaar dat volgende maand al begint! Een rabbijnen-uitstapje met echtgenotes, bestuurders met aanhang, secretariële en financiele personeelsleden. Ik verheug me erop en hoop dat ik, als wel/niet gepensioneerde, mee mag!

Hoe belangrijk een ongedwongen samenzijn is, werd mij duidelijk aan de hand van een bijzonder weekend in Hongarije. Tweehonderd rabbijnen met echtgenotes en kinderen hadden besloten om samen te komen. Op zichzelf niet uniek, maar in deze wel erg speciaal: het waren uitsluitend rabbijnen uit Oekraïne. En dan ook nog de rabbijnen die momenteel niet weten of ze nog ooit terug kunnen of willen gaan naar de plaatsen waar ze hadden gedacht hun hele leven te mogen blijven. Een groot aantal is al terug, sommigen waren überhaupt niet vertrokken, maar deze over-sjabbat in Hongarije was voor de rabbijnen die wel of niet terug kunnen, zoals rabbijn Mendel Kohen van Mariupol, of anderen die in een maandenlange twijfel-situatie verkeren. Zijn er nog genoeg leerlingen die bereid zijn naar hun Joodse school te gaan? Is het qua veiligheid verantwoord om de school te openen en, ook niet onbelangrijk: is het juist om met vrouw en eigen kinderen nu terug te gaan met alle gevaren die aan een terugkomst kleven. En hoe moet het financieel? En wat, voor vele rabbijnen het belangrijkst, wat met de leden van de Joodse gemeenschap die niet gevlucht zijn. Mogen zij, de rabbijnen, hun gemeenschap onbeheerd achterlaten?

Ondertussen zijn de rabbijnen die nu in Israël zijn, o.l.v. rabbijn Mendel Kohen, intensief bezig met de, sorry, met hun vluchtelingen die hals-over-kop huis en haard moesten verlaten. In Jeruzalem hebben ze voor hen een inspirerend weekend georganiseerd met als hoogtepunt een bezoek aan de Kotel op vrijdag voorafgaande aan de sjabbat. Niet te vergelijken met nieuwe immigranten die na goede voorbereiding hun geboorteland hebben ingewisseld voor Erets Hakodesj – het Heilige Land om een nieuw leven te beginnen. 

Een van mijn zonen heeft vrijdag jl. zijn rijbewijs gehaald. Ik hoor u denken: nou en? Hij is vrijwilliger bij Hatzola, is zo’n beetje 24/7 bereikbaar (naar ik vermoed is hij daarmee erfelijk belast) en heeft nu zijn rijbewijs voor het besturen van een ambulance. Hatzola is de organisatie die in Golders Green, een van de Joodse wijken in Londen, letterlijk dag en nacht bereikbaar is voor eerste medische hulp. Ik had er al eens eerder over geschreven. Geweldig te zien hoe zo’n veertig jonge orthodoxe mannen uit alle gelederen van de Joodse gemeenschap geheel onbezoldigd zich inzetten.

En als we dan toch over de medische kwesties spreken in Londen: een Britse arts heeft recentelijk een baby hersendood verklaard, aldus las ik in een Engelse krant. Maar na twee weken aan de beademing begon het kind weer te ademen! De arts had niets verkeerd gedaan, alle testen die wettelijk vereist zijn om tot de officiële uitspraak ‘hersendood’ te komen waren uitgevoerd. Is het u bekend dat het criterium om officieel hersendood te zijn in Engeland niet dezelfde is als in Nederland. Naar ik begrijp is er nu een aanpassing van de definitie hersendood in de maak. Maar of het artikel nu wel of niet helemaal klopt: het blijft een lastig verhaal. Want iemand die hersendood is, is niet dood. Hij wordt ook niet ‘dood’ genoemd, maar ‘hersen-dood’. Dat wil zeggen dat de rest dus nog leeft?

Vandaag zijn we begonnen met het blazen op de sjofar, voorbereiding voor Rosj Hasjana. We kunnen elkaar nu al een sjana towa toewensen, een jaar van gezondheid, fysiek en geestelijk.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Gezin in Gevaar! Dagboek van de Opperrabbijn 25 aug. 2022

Na bijna twee weken Beekbergen, waar ik de rabbinale scepter zwaaide over het kasjroet, de toespraken en de sjioerim, zijn we weer thuis. Het was een fijne tijd. Werk en geen werk, rabbijn en toerist. De eerste dagen smachtte ik naar ons van airco voorziene eigen huis, maar naarmate de koelte meer van zich liet voelen, was het goed om even weg te zijn. Een ander publiek en een andere omgeving. Mijn toespraken en sjioerim zijn gewoonlijk afgestemd op een Joods publiek dat Joods is, maar qua kennis nog wel enige verbetering kan gebruiken. Dat impliceert helemaal niet dat het houden van een toespraak dan dus veel eenvoudiger zal zijn, maar het tegendeel is waar. Want als de toehoorder de ‘taal’ beheerst kan ik in mijn/hun eigen ‘taal’ uiteenzetten. Maar als de toehoorder, die de taal niet beheerst, maar intellectueel niet onderdoet voor degene die de taal wel beheerst, moet ik zowel de materie uiteenzetten en tegelijkertijd ook vertalen. Ik hoop dat ik duidelijk ben. En dus had ik het met mijn toespraken makkelijker dan in mijn gewone rabbinale Nederlandse dagelijkse leven.

Helaas waren er ook uiteraard een paar minder plezierige stoorzenders. Een nog jonge man met wie het fysiek helemaal niet goed gaat. Of ik hem even wilde bezoeken. Uiteraard gedaan, want een rabbijn hoort geen vakantie te hebben, maar dit soort ‘einde-levens-gesprekken’ zijn en blijven belastend en luisteren naar ieder woord. Dat ik hiervan gedeprimeerd raak is natuurlijk niet professioneel, maar onberoerd blijven moge dan wellicht professioneel zijn, maar is naar mijn mening toch ongewenst en bovenal geen teken van menselijke betrokkenheid.

19 Januari jl. was ik de hele dag opstap met een cameraman, een regisseuse en een presentatrice. Brunssum in Zuid-Limburg was de bestemming. Een indrukwekkende reportage was het resultaat. Zo indrukwekkend dat mijn dochter in Londen, die een school met een speciale onderwijsmethode leidt, erop aandrong om de reportage van een Engelse ondertiteling te voorzien, opdat ook Londen, die nagenoeg niets weet over de oorlog, te bereiken.

Abba, dit moet een Engelse ondertiteling krijgen want deze belangrijke geschiedenis verdient mondiale aandacht. En dus heb ik mijn trouwe secretaresse en assistent het programma laten vertalen en was Christenen voor Israël bereid om die vertaling onder de Nederlands gesproken film te krijgen. En zie en klik hier voor het resultaat: https://www.youtube.com/watch?v=fE6kLCC596E

Wat was de boodschap van de reportage over Brunssum? Brunssum weigerde mee te doen met het normaal van toen: zwijgen, wegkijken of actief meewerken met de nazi’s.  Brunssum als collectief en als individu weigerde als een kudde de verkeerde kant op te lopen, richting verraad en moord. In Brunssum is niet één Stolpersteine geplaatst omdat niet één Jood uit Brunssum vermoord is. Brunssum had gedurende de oorlog aanzienlijk meer Joden dan voor de oorlog, want meer dan tweehonderd Joodse kinderen die uit de Hollandsche Schouwburg werden gered zaten daar verborgen.

Aan het eind van de documentaire vraagt de niet-joodse presentatrice zich af hoe zij gehandeld zou hebben. Zou zij de moed hebben gehad om haar leven te riskeren en het leven van haar dierbaren, om Joden te redden. Een oprechte vraag van een eerlijke jonge niet-joodse vrouw.  Ze zette mij aan het denken. Wat zou ik gedaan hebben?

En dus zeg ik volmondig, na enige kort denkwerk, dat ik bereid zou zijn geweest om een medemens die met de dood wordt bedreigd onderdak te verlenen, ondanks de risico’s, want de mens moet mens blijven, ook als de kudde volledig ontspoort, want daartoe zijn wij op Rosj Hasjana geschapen

Kuddegedrag, zien we niet uitsluitend in oorlogen.

In een advertentiebijlage van het Reformatorisch Dagblad, waarop mijn Blouma mij attendeerde, werd opgeroepen om aan Dennis Wiersma, Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, te verzoeken om te stoppen met het promoten van seksuele zonden op onze scholen. Nou ben ik zelf niet zo’n gebruiker van het woord zonden, maar in essentie ben ik het wel eens met de oproep. “Het geslacht bij de geboorte” bepaalt niet “op wie je verliefd kunt worden”. De docent moet daarom het kind “stap voor stap” aanmoedigen “tot verrassende inzichten te komen van hun eigen mogelijkheden”. Dit zou al aan kinderen van zes jaar moeten worden onderwezen! Ik ben fel tegen discriminatie van ieder medemens. Discriminatie vanwege ras, geloof, afkomst en zeker ook vanwege geaardheid, moet keihard worden aangepakt. Maar wanneer het gaat om LHBT etc. slaat, mijns inziens, de kudde door. Ik voel me bijna schuldig dat in mijn optiek het gezin de hoeksteen van de samenleving was, is en moet blijven! Maar, ik beken dit heel eerlijk, met lood in mijn schoenen (momenteel vanwege de hitte sandalen), schrijf ik hier mijn mening neer. Een mening die tegen de richting van de kudde indruist. Ik verwacht een storm van protest, misschien wel een rechtszaak. Maar toch heb ik gemeend dit te moeten uiten en mijn steun te betuigen aan de oproep van de Stichting Gezin in Gevaar.  

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

 

RSS
Follow by Email