Om vijf uur ’s ochtends stond Taxi Boute voor mijn deur om ons naar Schiphol te brengen. Los van de zeer aantrekkelijke prijs voor zo’n Schiphol-rit, wil ik door deze reclamespot duidelijk maken dat ik sinds het gedonder in Amsterdam niet zomaar een onbekende taxi durf te nemen. Jammer, want van het openbaar vervoer maak ik al jarenlang geen gebruik meer, op aanraden van, wel te verstaan. Nu worden de mij niet bekende taxibedrijven en Uber helaas toegevoegd aan mijn niet-reis-lijstje. Dus als u zich afvroeg waarom ik naar Schiphol moest met Taxi Boute, dan weet u dat nu. Vliegen doe ik trouwens bijna uitsluitend met KLM, niet uit veiligheidsoverwegingen, maar omdat ik airmiles spaar…
Maandag de hele dag met meer dan 130 bestuurders van Europese Joodse organisaties en niet-Joodse europolitici. Onderwerp: hoe kunnen we een eind maken aan het Europese antisemitisme. De hele maandag discussies, panels, lezingen en dag twee: Auschwitz-Birkenau. Aan het eind van de conferentie was het probleem nog niet opgelost, maar de boodschap was wel overgekomen: Joden en niet-joden zullen eendrachtig onze schouders eronder moeten zetten, want het gaat van kwaad tot erger. Onze Aartsvaders Awraham en zoon Jitschak liepen beiden een onbekende, onbegrijpelijke en dreigende toekomst tegemoet. Desondanks waren ze eensgezind en als gevolg van die eendracht kon het Joodse Volk voortbestaan. Op de EJA-conferentie werden vriendschappen gesloten en initiatieven ontplooid. Het was een goede en intense conferentie met tijdens het galadiner een onderscheiding die werd toebedeeld aan David Beesemer voor zijn inzet voor Maccabi Europa en voor zijn optreden donderdag jl. bij de pogrom, die David en ik beiden geen pogrom willen noemen. Tijdens de terugvlucht heb ik een aantal uiltjes geknapt, want ook de dinsdag begon in de zeer vroege ochtend, half zes.
Goed nieuws was dat de burgemeester van Apeldoorn aangifte heeft gedaan tegen de “Judenrein sticker-plakkers”. Hij geeft hiermee een duidelijk signaal af en toont waar hij staat.
Woensdagochtend had ik een scala aan telefoontjes. Journalisten die nog bezig zijn met ‘de pogrom’, die ik geen pogrom wil noemen, verzoek om aan een educatief programma over de jaren ’40-’45 mee te werken en natuurlijk moest ik mijn Urk-middag/avond voorbereiden. Inmiddels was het al 12:30 uur en heb ik er nog een snel-wandelingetje tussen gepropt en verzocht om het vannacht ontvangen e-mail-verslag van mijn Boedapest interventie aan te passen. Want wat aan het papier, zelfs als dat slechts digitaal is, wordt toevertrouwd, kan jaren later uit de kast (of computer) worden gehaald en goed of verkeerd geïnterpreteerd worden.
Omdat ik om uiterlijk 15:30 uur op Urk (en niet in Urk) verwacht word, zaten we, Blouma ging mee) om 14:15 uur in de auto.
Urk was één groot warm bad plus ook nog een extra warme douche. Christenen voor Israël had een avond georganiseerd om geld in te zamelen voor Jad Ezra. Meer dan 250 vrienden van Israël waren aanwezig en samen hebben ze €81.000 bijeengebracht voor de restauratie van de keuken die dagelijks 2000 maaltijden vervaardigt en onder de behoeftigen verdeelt. (Dit was het warme bad).
Maar er was nog iets toegevoegd aan onze Urker-trip, de hete douche!. Om 15:30 uur heb ik een groep van Urkers ontvangen in De Koningshof van Willem de Boer. Gewone Urker-burgers om ze te bedanken voor hun niet aflatende steun en inzet voor Israël de Nederlandse Joden. Mocht u hierover meer willen weten: gewoon even in de Telegraaf kijken!
En om vier uur was ik op het Gemeentehuis om de nieuwe burgemeester, die nog maar een maand in functie is, te ontmoeten. Het gesprek was goed en open. We weten elkaar daar waar nodig (en ook niet-nodig) te vinden, dag en nacht. Dat dag en nacht klinkt u wellicht wat vreemd en overdreven in de oren, maar inmiddels hebben we voor en na de ontmoeting op het Gemeentehuis al twee keer diep in de late uurtjes met elkaar gesproken. Ik duik m’n bed in. Morgen overdag twee ontmoetingen in Den Haag en in de avond een bar mitswa. U ziet het: ik hoef me niet te vervelen.


U heeft uiteraard wel gehoord dat de overlevingskracht van de Joden o.a. is door onder alle omstandigheden de humor te behouden. En zo kreeg ik hedenochtend een telefoontje van een rabbijn uit Australië. Hij ging ervan uit dat we elkaar goed kenden, terwijl ik hem echt niet kon plaatsen. Het is heel wel mogelijk dat we elkaar inderdaad kennen, maar mijn geheugen liet mij volledig in de steek. Hij wil dat ik via zoom of zoiets verslag doe van de huidige toestand in Amsterdam. Datum: dinsdag 26 november. Dat moet een verkeerde datum zijn, want hoe kan ik over twee weken verslag doen van de actuele situatie nu? Ik vraag hem dus drie keer of de datum wel klopt. Blijkt toch te kloppen. Het blijft dus 24 november!


Ik voelde dat ik aan het graf stond van een Tsadiek, een door en door goed mens, ik heb gedawend voor zijn zielenrust en G’d gesmeekt voor Sjalom in Israël en ook elders in deze woelige wereld.
En toch: 7 oktober! Het is een goed Joods gebruik om graven van Tsadikiem te bezoeken en daar gebeden uit te spreken en G’d te vragen voor gezondheid, sjalom, of wat dan ook. Natuurlijk is de Eeuwige alom aanwezig, maar bij het graf van een Tsadiek, een door en door goed mens, worden onze gebeden sneller verhoord. Ik ontving een aan de Lubavitcher Rebbe toebedeelde uitspraak: een inwoner van Eilat kwam eens bij de Rebbe. “Ik wil graag mijn gebeden uitspreken op het graf van Tsadikiem, maar in Eilat zijn die er niet.” Waarop de Rebbe antwoordde: “Ga naar de IDF-sectie van de lokale begraafplaats. Daar vind je de echte Tsadikiem”.
Een nieuwe Duitse ambassadeur en dus zat ik vorige week in Den Haag in de residentie aan de Lange Vijverberg tegenover ‘het Torentje’. Een fijne kennismaking en, naar ik verwacht, een voortzetting van de bijzondere relatie die ik met zijn voorganger Cyrill Jean Nunn mocht opbouwen. Dus geen verandering en niets nieuws onder de Duits/Nederlandse Joodse zon.
Op 8 oktober, nauwelijks 7 oktober achter ons, werden de heer Engel, Frank van Oordt, voorzitter van Christenen voor Israël, de voorzitter van de Joodse Gemeente Amersfoort, Alexander van Dijkhuizen, en mijn persoontje door burgemeester Bolsius op het Stadhuis van Amersfoort ontvangen. Ter gelegenheid van wat deze ontmoeting, vraagt u zich af.
Het onderwerp? 7 Oktober. Wat is de impact op de Joods Gemeenschap? Een geweldige opkomst en gedurende mijn lezing van iets meer dan een uur: muisstil! Maar… een kleine uitglijder was dat een van de aanwezigen aan het eind publiekelijk meende de hoop te moeten uitspreken dat “de opperrabbijn tot het ware geloof zal mogen komen”. Ik liet het maar over me heen komen, maar na afloop heb ik de zendeling aangegeven, toen hij mij de hand kwam schudden, dat ik zijn bede ongepast vond. Hij schrok en de lokale predikant alsook de organisatoren, begrepen mijn irritatie volledig en vonden zijn hoop op bekering onjuist. Ik verwacht eerstdaags nog wel een excuusbrief. De kerk, na alle eeuwen met pogroms, inquisitie en Jodenhaat, dient zich bescheiden op te stellen. En los daarvan: als ik me bekeer, ben ik mijn baantje als opperrabbijn kwijt.