Dagboek van de Opperrabbijn 6 oktober 2024

Allereerst wens ik u allen, mijn trouwe lezers (en uiteraard ook de minder trouwe) nog vele jaren en hoop dat u allen voor een goed en zoet jaar bent ingeschreven. Waarom ‘goed’ en ‘zoet’? Is goed niet alleen voldoende? Als ik een klein kind met een scherp mes zie spelen dan pak ik hem acuut dat gevaarlijke speelgoed af en krijgt hij van mij ook nog een flinke corrigerende tik. Dat kind blèrt het uit van verdriet en boosheid. Mijn ingreep ervaart hij allerminst als goed en plezierig, hoewel mijn tik echt met de beste bedoelingen werd uitgedeeld en ook vanuit het kind bezien gewoon goed was. Het is heel wel denkbaar dat wij in ons leven tikken krijgen die in essentie gewoon goed en terecht zijn, maar door ons niet als zodanig worden ervaren. En dus wensen we elkaar niet alleen een goed jaar, maar vooral ook een zoet jaar. Een jaar dat uitsluitend goed brengt dat wij ook als goed én zoet ervaren.

Rosj Hasjana is best bij ons goed verlopen. Op de achtergrond uiteraard de spanning in Israël en het lot van de gijzelaars, maar we werden niet een keer uitgescholden. In tegendeel: veel voorbijgangers die ons een goede dienst wensten,  sjalom riepen , met hun duim duidelijk maakten dat ze achter Israël stonden en zelfs vanuit een passerende auto een luid “Am Jisraeel Chaj!”. In de brievenbus een allerliefst kaartje van een paar huizen verderop met als tekst: “Een goed jaar gewenst! Het vreugdevol vieren zal onder druk staan. Moed en volharding gewenst.” Maar ook op de brievenbus troffen wij, terugkomend van sjoel, een verrassing. : vier granaatappels.

En wat vindt u van mijn Blouma op weg naar sjoel? Zij loopt haar gebruikelijke route en plotseling komt er een oude man zijn huis uithollen in een pyjama, één broekspijp gewoon naar beneden en de andere opgetrokken, zodat zijn blote been duidelijk zichtbaar was. ‘Komt u alstublieft binnen, dit moet u zien!” Omdat mijn Blouma vreesde dat er een ongeluk was gebeurd en er sprake was van nood, ging ze met de man mee naar binnen, uiteraard de deur openlatend. De opwinding van de oude man betrof echter geen ongeluk, maar een foto “van uw man”. Dinsdag was ik namelijk  (zoals bekend bij de trouwe lezer en bij de minder trouwe wellicht niet) in Staphorst bij de plechtigheid in “Het Werkkamp Wijde Kamp”. De zoon van de oude man, die één broekspijp had opgestroopt omdat de wijkzuster zo zou komen om zijn ontstoken been in te zwachtelen, was een van de organisatoren van die plechtigheid. Trotst als een aap liet hij mijn Blouma een foto zien waarop zijn zoon met “uw man, de opperrabbijn” samen staan afgebeeld.

Dus los van de fijne sjoeldiensten, de goede opkomst, het krachtige sjofarblazen en het buitengewoon gezellige samenzijn na afloop van de diensten, bereikte mij uitsluitend positieve en bemoedigende opmerkingen vanuit de niet-Joodse medeburgers. Zelfs werd er op sjabbat tijdens de kiddoesj-na-afloop door een niet-Joodse predikant een prachtige sierkaars aan de Joodse Gemeente aangeboden begeleid door tienstallen handtekeningen van zijn Gemeenteleden: allen fans en vrienden van Israël!

Vandaag werd ik om twaalf uur afgehaald om deel te nemen aan de anti-antisemitisme demonstratie in Enschede. Zo’n driehonderd deelnemers verzamelden zich op de Oude Markt om na drie duidelijke toespraken, onder zware politiebegeleiding, naar de synagoge te lopen in een stille tocht zonder vlaggen, zonder geschreeuw, maar waardig en duidelijk met als slogan: Antisemitisme? Nee. Loop je mee?

Om 17:55 uur was ik thuis en stond de volgende auto al voor de deur om me mee te nemen naar Amstelveen waar een grote herdenkingsbijeenkomst was georganiseerd door CIDI, Maccabi en nog een paar Joodse organisaties. Grote opkomst, prima sprekers. Moeilijk inschatten met hoevelen we daar stonden, kan 1000 zijn geweest, of 1500 of 500. Als de NOS er aandacht aan besteedt, dan zullen het er zeker niet meer dan 500 zijn en zo mogelijk nog iets minder.

Ondertussen een hard klinkend meningsverschil tussen Yesilgöz en Halsema. De NS biedt ruimte aan anti-Joodse betogers om een aantal grote treinstations vredelievend te blokkeren. Wanneer? Morgen 7 oktober. Doel: de anti-Israël demonstratie in de gelegenheid stellen om de pro-Israël demonstranten het leven nog zuurder te maken…

Ik ga nadenken over morgen. Eerst de Dam, dan een bijeenkomst die nog onder embargo zit en tenslotte Barneveld.

Dagboek van de Opperrabbijn 30 sept. 2024

Ik merk dat ik nauwelijks nog tijd heb voor mijn dagboek vanwege de voorbereidingen voor Rosj Hasjana en voorbereidingen voor 7-oktober. Van alle kanten telefoontjes van landelijke dagbladen en sites hoe het gaat met de Joodse Gemeenschap in Nederland, hoeveel willen vluchten, hoe voelen de Nederlandse Joden zich?  Dus, ondanks een bijna chronisch tijdgebrek, toch nog een snel dagboek. Er valt namelijk genoeg te delen. Hoe ik aankijk tegen “De gevolgen van 7 oktober en de oorlog op de verhouding tussen Joden en de christelijke gemeenschap” ga ik hier niet beschrijven, want daarover heb ik een uitvoerige column geschreven in www.cvandaag.nl. Bovendien zal ik wel in de verschillende media n.a.v. telefonische interviews geciteerd worden. Ook de EO komt op NPO2 met een uitzending over 7-oktober op 8 oktober.

Donderdag jl. had het CJO een geweldig goed georganiseerde Rosj Hasjana receptie neergezet in Nieuwspoort in het gebouw van de Tweede Kamer. De voorzitter van CJO, Chanan Hertzberger, hield een buitengewoon goede toespraak en de receptie was ook qua catering erg goed. Anders dan anders qua variëteit en in overvloede. Natuurlijk is het doel van zo’n bijeenkomst niet de hapjes, maar het is wel voor een groot deel sfeerbepalend. Het aantal volksvertegenwoordigers viel wat tegen, maar dat had een positieve oorzaak: in de Kamer werd gedebatteerd over de leveranties van vliegtuigonderdelen aan Israël. Ik heb onze mensen dan liever in de Kamer dan bij de receptie.

Een Rosj Hasjana schrijven vanuit de RK, de PKN en diverse christelijke gemeenten. Dat bemoedigt en kunnen we met het sterk oplaaien van antisemitisme en antizionisme goed gebruiken. Wat ik trouwens niet helemaal begreep in het schrijven van de PKN was de opmerking Een krachtig nee tegen iedere vorm van antisemitisme en Jodenhaat… Ik weet niet precies het verschil tussen Antisemitisme en Jodenhaat.

Zondagavond kwamen we pas rond twee uur in de nacht thuis. Een Bar Mitswa ten noorden van Brussel. Een geweldig feest! Alleen op de terugweg een probleem. Het dashboard van mijn auto gaf aan, in rood (of oranje of groen, omdat ik kleurenblind ben),  CONTROLEER UW REMMEN. Er werd echter geen uitleg gegeven hoe dat moet! Ik heb, na overleg met mijn medepassagier, mijn Blouma, besloten om toch maar door te rijden, niet te hard, afstand bewaren en vooral niet remmen. Maandag naar de garage en het bleek een loos alarm. Maar toch: net voor Rosj Hasjana moet ieder zijn remmen bekijken. Wellicht moet ik de rem zetten op mijn dagboeken en meer tijd besteden aan Thora studie. Misschien ben ik te ongeremd in het beoordelen van anderen en kom te snel tot conclusies. Met mijn auto-remmen was dus niets mis, des te meer reden om mijn spirituele en verstandelijke remmen eens goed te controleren.

Maandag de jaarlijkse Selichot-dienst op de begraafplaats van Arnhem en dinsdagochtend herdenking Werkkamp Het Wijde Gat. Nederland telde vele zogenaamde werkkampen. Dat waren voorportalen voor Westerbork en eindigden in de vernietigingskampen. Dit soort herdenkingen hebben een duidelijke extra lading gekregen, na 7-oktober.

Na Staphorst, Het Wijde Gat, na Blouma eerst te hebben opgehaald naar sjoel Amstelveen voor de afscheidsreceptie van Marcel de Weerd, een van de grondleggers van  het Joodse Politienetwerk. Na 42 jaar trouwe dienst stopt hij. Of hij van een welverdiende rust gaat genieten durf ik te betwijfelen. Welverdiend, is ongetwijfeld, maar dat rusten zie ik hem niet zo gauw doen. Overigens heb ik hem nog onder mijn leerlingen in Zwolle mogen hebben. Zijn choepa (en die van zijn echtgenote toevallig ook) heb ik  bijna precies veertig jaar geleden gegeven. Hij uit Zwolle, zij uit Wierden, choepa, huwelijksvoltrekking was in Almelo, als ik me niet vergis.

Tijdens die drukbezochte receptie vernam ik over de werkweigering van politiemensen om Joodse plekken te beschermen. Kan niet waar zijn, dacht ik bij mezelf. En als het toch blijkt te kloppen, zal het hopelijk een uitzondering zijn die door de korpsleiding of nog hoger keihard zal worden aangepakt. Maar als dit wel waar is en getolereerd wordt, kan het dan overslaan naar de gezondheidszorg, het ziekenhuis…?

Stop doemdenken, zeg ik tegen mezelf, we leven echt en nog steeds in een rechtsstaat, dit kan hier niet gebeuren! Even keihard op de rem trappen om mijn remmen te controleren: zelfonderzoek vanwege Rosj Hasjana.

En dus zult u mij, trouwe dagboekenier, even moeten missen:  Geen dagboek tot na Rosj Hasjana.

Voor u allen: een sjana towa oemetoeka, een goed en zoet jaar, een jaar van sjalom voor al Uw schepselen op deze vaak erg woelige aarde.

Dagboek van de Opperrabbijn 25 sept. 2024

Dat het heel vaak niet inschatbaar is wat je betekent voor een ander, werd mij deze week weer eens duidelijk. Ik stap mijn auto uit op een parkeerplaats en een mij onbekende komt naar me toe en stelt zich voor als de schoonzoon van Herman Levi. Zo’n veertig jaar geleden bracht ik een pakje misjloach manot ter gelegenheid van Poerim aan iemand in de Beethovenbuurt in Amsterdam. Ik kreeg geen gehoor en belde bij de buren aan in de hoop dat zij wel thuis zouden zijn en bereid om het aan hun buurman af te geven. Om een lang verhaal kort te houden: de buurman Herman Levi was (ook) Joods en we besloten om contact te houden. Jarenlang hebben we eens per maand gelernd. Reb Zwi, want zijn Joodse naam was Zwi, en ik hebben zeker vijfentwintig jaar samen gelernd, twee uur per maand. En na iedere lernsessie een broodje Meijer. Nadat de echte broodje Meijer geschiedenis was geworden zijn we gestopt met het broodje en met het lernen, maar we hielden contact… Reb Zwi is inmiddels hoogbejaard maar zijn geheugen is naar een niveau afgedaald dat lernen er niet meer in zit. Ik ben Reb Zwi sinds een jaar uit het oog verloren. “Nu ik u zie, rabbijn Jacobs, wil ik u laten weten hoeveel u voor mijn schoonvader heeft betekend. De lernsessies, de wekelijkse telefoontjes, de gesprekken over de oorlog die hij als enige van zijn familie had overleefd…” Ik wist niet dat Reb Zwi een schoonzoon en dus een dochter had. Nooit hebben we gesproken over zijn echtgenote, die hij dus kennelijk heeft gehad. Al schrijvend komt Reb Zwi weer in mijn geheugen bovendrijven en ben ik dankbaar te vernemen dat ik kennelijk iets voor hem heb mogen betekenen. Reb Zwi was geen zielenpoot, niet armlastig, maar een zeer geslaagde zakenman. Maar wel een overlevende van een sterk traumatiserende onderduik. Als die schoonzoon aangeeft dat ik zo belangrijk was voor Reb Zwi, dan zal dat zeker zo zijn. Maar ik heb dat nooit zo gevoeld en geweten.

Amersfoorts burgemeester Lucas Bolsius heeft een delegatie ontvangen van de Joodse Gemeente om te spreken over de demonstratie “Amersfoort tegen zionisme”. Zijn positie is goed en duidelijk. Hij gaat eraan werken zich dusdanig te profileren dat er over die duidelijkheid bij zijn Joodse inwoners geen onduidelijkheid meer bestaat, en dat is goed. Een fijn gesprek, een warme ontvangst.

En nu we het toch over een burgemeester hebben: ik ben net terug uit Hilversum. N.a.v. de documentaire van de EO over de positie van de media in WO II hadden  de voorzitter van de Joodse Gemeente Hilversum, Gerard Klein, en ik een bijzonder fijn gesprek met burgemeester Gerhard van den Top. Hierover heeft de Gemeente Hilversum intern als volgt gecommuniceerd:

“Op woensdag 25 september heeft de burgemeester van Hilversum een heel goed gesprek gehad met Opperrabbijn Binyomin Jacobs en Gerard Klein. De verhalen over de onveiligheid die de Joodse gemeenschap ervaart zijn indringend. We moeten in de samenleving op zoek blijven naar verbinding en dialoog, juist als het zo onrustig is in de wereld zoals dat nu het geval is. Niemand zou zich zorgen moeten maken over zijn vrijheid en veiligheid omwille van zijn of haar geloof of afkomst. Dat betekent dat we een actieve plicht hebben, zeker ook naar de Joodse gemeenschap, om als samenleving ervoor elkaar te zijn en het maatschappelijke debat te voeren hoe de onrust in de wereld ons niet verder uit elkaar drijft maar dichter bij elkaar brengt.”

Nog een week en het is Rosj Hasjana. Helaas ben ik te veel bezig met de situatie in Israël. Het laat me niet los. Maar mijn zorgen hebben geen enkele invloed op het verloop van die oorlog en ook niet op de eenzijdige berichtgeving van de NOS, die me bepaald niet vrolijk maakt. En dus, zeg ik tegen mezelf: pak de telefoon en bel een bekende waarvan je weet dat hij/zij je telefoontje zal waarderen, omdat hij/zij alleen is.  Ja, ik weet het, sommige mensen kunnen goed alleen zijn, zitten niet te wachten op mijn telefoontje. Maar de meerderheid der mensen kwijnt weg in eenzaamheid en zal innig dankbaar zijn met een eenvoudig telefoontje met daarin de wens voor een sjana towa oemetoeka.

Ik blaas dadelijk, gelijk iedere dag in deze maand Elloel, op de sjofar. Word wakker, kom tot inkeer. Maar ook: denk niet dat er gigantische daden van je worden verwacht.

 

Dagboek van de Opperrabbijn 22 sept. 2024

Hoewel Blouma en ik woensdagavond uitgeput voet op vaderlandse bodem mochten zetten en ons Israël-verblijf feitelijk alweer verre achter ons ligt, voelen we ons nog steeds in Israël en blijven we denken aan de burgemeester van Sderot. Wat een moed, wat een heldhaftigheid en tegelijkertijd wat een verantwoordelijkheidsgevoel . Maar door zijn stralende ogen heen bespeurde ik toch ook diepe zorg: wat zal de toekomst brengen? Hij bleef benadrukken dat hij een optimist is, dat alle families zijn teruggekeerd en er na 7 oktober zelfs veertig nieuwe families zijn bijgekomen. Sderot is een grote familie, iedereen kent elkaar, steunt elkaar, vecht voor elkaars leven en enkelen zijn voor elkaar gestorven.  Am Jisraeel Chaj, zeker hier. Meer dan honderd sjoels op een populatie van zo’n 35.000 inwoners. De terroristen hadden zich gericht op het politiebureau omdat van daaruit de controle over de stad het eenvoudigst was te verkrijgen. Maar ondanks hun overmacht aan manschappen en aan geavanceerde wapens (met dank aan de Nederlandse belastingbetaler voor de financiële ondersteuning hiervan) zijn ze er niet in geslaagd om Sderot te veroveren. Maar het heeft slachtoffers gekost, jonge onvervangbare levens.

En ondertussen zitten we in de maand Elloel, de maand van voorbereiding voor de Hoge Feestdagen. Dagelijks blazen we op de sjofar, de ramshoorn. De reden van dit sjofarblazen? Maimonides geeft aan dat er geen reden is. Het staat in de Thora dat er op Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, op de sjofar geblazen moet worden: en dus blazen Joden al eeuwen en eeuwen, zelfs in de meest moeizame omstandigheden. Maar, gaat Maimonides verder in zijn uitleg over de sjofar, ondanks het ontbreken van een rationele verklaring, zit er wel een aanwijzing in de sjofar: wordt wakker! Met een scala aan tegenstrijdige gevoelens blies ik op de sjofar voor de grote uit Nederland afkomstige Menora in Sderot met naast mij Frank van Oordt, de directeur van Christenen voor Israël.

Ik ben inmiddels wakker, het is 5 uur in de ochtend van maandag 20 Elloel. Rosj Hasjana is al heel dichtbij. En toch ben ik veel minder dan andere jaren bezig met de voorbereidingen. De situatie in Israël, de rijkelijke aanwezigheid van antisemitisme, de datum 7 oktober. Van vele kanten word ik uitgenodigd om aanwezig te zijn bij herdenkingen en een toespraak te houden. Zoals het er nu naar uitziet zal ik zondag 6 oktober in Enschede zijn en 7 oktober staan drie demonstraties op mijn programma. Ik zal die dagen de nodige kilometers moeten afleggen en emoties moeten verwerken, maar dat is allemaal erg relatief met de nog steeds gevangen gijzelaars, de gewonde soldaten, de jonge levens die uit het leven werden weggerukt’. Waar gaat dit naar toe?

Maar voordat ik de toekomst ga beschrijven, een terugblik. Donderdagavond in IJsselmuiden een toespraak gehouden en op de sjofar geblazen. Na jaren inzet is het Metaheerhuisje op de Joodse begraafplaats weer helemaal hersteld. Een groot bord met uitleg over de Joodse Gemeenschap die hier ooit was. IJsselmuiden valt onder de gemeente Kampen en dankzij burgemeester Sander de Rouwe, mijn vriend, wethouders en met volledige medewerking van de lokale scholengemeenschap wordt er heel veel aandacht besteed aan wat hier eens was aan Joods leven.

Gistermiddag geen geschiedenis, geen herdenking, maar iets dat volledig leeft: de opening van een Beth Chabad in Amstelveen voor de vele Israëliërs die Israël hebben verlaten en nu in Nederland wonen en werken. Dankzij de inzet van rabbijn Akiva Camissar en zijn echtgenote Taiby, hebben de Israëliërs een plaats om samen te komen. Geweldig! Dank en mazzeltov.

 

Ik ga, na twee koppen koffie die bij mij slaap opwekken, weer op zoek naar mijn bed om nog een paar uur van mijn nacht/dag rust te gaan genieten.

Dadelijk een paar lastige gesprekken, een sjioer online en het volgen van het nieuws. Waarom ik het volg weet ik eigenlijk niet, want mijn volgen heeft totaal geen invloed op wat dan ook. Kost me wel een enorme hoeveelheid energie en maakt me niet altijd even blij.

Er komen steeds meer mensen naar me toe, vanuit de Joodse Gemeenschap, met de vraag: kunnen we hier nog blijven? En vanuit de niet-Joodse samenleving: wanneer vertrekken jullie? En ondertussen speel ik met de gedachte om de moeder van de messentrekker een bezoekje te brengen. Toch afschuwelijk voor haar om zo’n zoon te hebben. Of ik binnengelaten word, weet ik niet.

Ik ga nog even naar bed, hoop na een paar uur slaap bevrijd te zijn van mijn psychische dip en ook wat mooie dingen te mogen beleven, maar vooralsnog zie ik veel te veel duisternis. Maar om met iets positiefs te eindigen: de educatie over de Holocaust schijnt te verbeteren. Hoe ik dat merk?

Naast Free Palestine toegeschreeuwd te krijgen, word ik nu ook regelmatig vanaf de fat bike met de Hitlergroet toe gegroet. Het onderwijs over de Holocaust schijnt dus te werken!

 

Dagboek van de opperrabbijn 18 sept. 2024

Dat horen niet gelijk is aan zien, werd me weer eens erg duidelijk.

We zitten nu in het vliegtuig van Ben Gurion naar CDG, om na een tussenstop aldaar van oorspronkelijk vier uur, maar inmiddels gereduceerd tot twee uur, naar Schiphol te vliegen. Het was een loeizware week en het is onmogelijk om aan deze zes zeer intensieve dagen slechts twee dagboeken te wijden. Zelfs zes dagboeken zou niet voldoende zijn. Wat een indrukken, bevestigingen, zorgen en innige dankbaarheid. Laat ik even, als aftrap, duidelijk zijn. Vorige week donderdag, toen ik mijn eerste dag Israël beleefde, vond er in de sjoel van Enschede de jaarlijkse herdenking van de eerste razzia in Twente plaats. Door een agendueel (heet dat zo?) foutje, kon ik niet aanwezig zijn en heeft rabbijn Simcha Steinberg mij vervangen, waarvoor nogmaals en nu publiekelijk, mijn dank. Ik was wel een beetje aanwezig omdat mijn toespraak door Jaap Hartog, mijn oud-voorzitter, werd voorgelezen. N.a.v. die toespraak werd ik in de Tubantia een ‘hardliner’ genoemd omdat ik, naar ik vermoed, antisemitisme vergeleek met antizionisme en het waagde de razzia van toen te koppelen aan de situatie van nu. Wel, lieve Tubantia, mijn bezoek aan Israël heeft mij zeker nog veel hardline-iger gemaakt!

Over de sjabbaton met de vluchtelingen uit Mariupol heeft u al kunnen lezen in mijn vorige dagboek, dus vrijdag en sjabbat hebben al de revue in mijn Israëlische-dagboek gepasseerd.

Zondag en maandag stonden geheel in het teken van Chesed, naastenliefde. De opening van de nieuwe vleugel van Shalva. Christeren voor Israël had de gelden bijeen gesjnord en daardoor kon Shalva zijn hulp aan mensen met een verstandelijke handicap gigantisch uitbreiden. Het wemelt bij Shalva van de vrijwilligers en respect voor de medemens met een beperking voert daar de boventoon. Ik voelde me weer een beetje terug in de jeugdafdeling van het Sinai Centrum, waar mijn Blouma en ik veertig jaar mochten werken.

Na Shalva namen we een kijkje in de keuken van Colel Chabad. Wow, wow! Een liefdadigheidsinstelling die ruim tweehonderd jaar geleden werd opgericht om behoeftigen in Israël, toen er nog geen druppeltje sprake was van een Staat, financieel te steunen. Vandaag helpt deze organisatie tienduizenden met opvang, maaltijden, maatschappelijke hulp, geestelijke bijstand, kleding etc. etc. Alles in nauwe samenwerking met de landelijke en lokale overheden.

Christenen voor Israël werkt samen met Colel Chabad in Sderot. En dus brachten we na de indrukwekkende opening  van de nieuwe Shalva vleugel, een bezoek aan Pantry Packers in Jeruzalem. Vanbuiten oogde het niet, maar eenmaal binnen wisten we niet wat we zagen. Een enorm super modern inpak-bedrijf waar honderden vrijwilligers met de meest geavanceerde apparatuur maaltijden voor bejaarden, zieken, arme gezinnen in heel Israël komen inpakken. De basis: Chesed.

En toen naar de Har Hazetiem, de Olijfberg, waar Liesbeth Luurs, de bekende kinderarts, na haar beroepsleven als kinderarts, nu vrijwilligster is bij Shalva. Zij was net opgestaan van de sjiwwe, de treurweek, na het overlijden van haar moeder en wilde graag dat ik kasdiesj zou zeggen aan haar graf. En dus charterde ze tien jongens uit een jesjiewa en stonden we dus, Blouma, Frank van Oordt en mijn persoontje op een van de oudste Joodse begraafplaatsen ter wereld: Chesed. We hadden ook nog naar de graven van de grootouders van Blouma willen gaan en naar de graven van opperrabbijn Berlinger, mijn gerespecteerde voorganger en naar het graf van Opperrabbijn Just, dat ik bij een vorig bezoek had aangedaan, maar het begon te schemeren en we wisten niet precies waar te zoeken, dus dat mislukte.

 

Dinsdag was bijscholing dag voor Frank. Hij was ooit leraar en is dat gebleven. En dus was het bezoek aan Kfar Chabad voor hem een en al lernen. Een bezoek aan een van de scholen en zien hoe volledig uitgaande van Thora en Traditie kinderen met liefde worden opgevoed om in hun latere leven met G’d voor ogen en beide beentjes op de grond, te leven!  Bijna alle rabbijnen waarmee Christenen voor Israël samenwerkt in Oekraïne hebben als kind op deze school gezeten. Een bezoek aan een Sofeer, Thora-schrijver, een kijkje in de replica van het New Yorkse 770 om daar de geschiedenis van het Chassidisme te zien en te horen. Van tien uur tot half drie een intensieve lerndag. En toen een kennismakingsbezoek met de nieuwe ambassadeur der Nederlanden in Ramat Gan. We werden warm ontvangen, hebben uiteraard gesproken over de relatie Nederland-Israël en mochten vernemen dat vandaag Nederland niet meer heel Israël code rood zou geven. Of, na de ontploffingen van de Hezbollah semafoontjes, rood inderdaad voor het grootste deel van Israël in code oranje is bijgesteld, durf ik te betwijfelen. Als we dadelijk in CDG zijn geland, kijk ik wel even voorzichtig op mijn mobieltje.

En toen was het dinsdag: Gewoera, strengheid, de tegenpool van liefde. Om 8:15 uur vertrokken en om 20:30 uur weer terug in Jeruzalem. Ik weet niet hoe die dag te beschrijven. In Sderot mocht ik voor de grote Nederlandse Menora op de sjofar blazen. Klanken die niet onder woorden te brengen zijn op dat moment en op die plaats. Lichtjes van die Menora verlichten ook Gaza. De ontvangst die we kregen, het verhaal van de medewerkers, jonge vrouwen, die op de beruchte 7 oktober moesten coördineren. Het gesprek met de burgemeester, een held (!!), was indrukwekkend en moest vertrouwelijk blijven. De huizen die toen beschoten waren, zijn nu volledig hersteld, want de burgemeester bleef benadrukken dat hij optimist was, is en blijft. Maar zijn ogen verraadden ongewild ook grote zorgen. In Sderot, een klein stadje met meer dan honderd synagogen, zijn niet alleen alle inwoners weer teruggekeerd, maar er zijn nu veertig nieuwe jonge gezinnen bijgekomen.

Maar de gruwelijke moordende 7 oktober heeft natuurlijk diepe wonden nagelaten. Voor 7 oktober kregen in de regio ca.120 kinderen psychologische hulp. Nu meer dan twee duizend! Maar de optimistische  burgemeester blijft strijden, blijft fier en trotst op zijn Sderot en wordt door de bevolking op handen gedragen. Iedereen beseft dat uiteindelijk alles van Boven komt, ook als we er niets van kunnen vatten.

En toen langs de andere grensplaatsen via Be’eri naar de afschuwelijke herdenkingsplaats waar het Nova muziekfestival voor eeuwig werd onderbroken. We spraken met inwoners van Ofakiem, zagen de verwoestingen, overal bloemen met namen, kleine kinderen die door opa en oma zullen worden grootgebracht. In kibboets Erez zagen en voelden we hoe dichtbij Gaza was, werden ons de wegen getoond die de terroristen hadden gebruikt en werd glashelder dat het vertrouwen dat de inwoners hadden gesteld in hun buren, waarmee ze een goede relatie hadden gehad, op criminele wijze was geschaad. De op dode terroristen gevonden kaarten waren dusdanig gedetailleerd, dat alleen bekenden die hadden kunnen schrijven. Erez hield stand, werd niet veroverd, heldendaden werden verricht…maar van de vermeende vriendschap is niets meer over.

We zijn bijna weer terug in Nederland en ik denk niet dat ik door de confrontatie met het begin van deze oorlogssituatie, de pogrom van 7 oktober die op geen enkele wijze valt goed te praten, minder hardliner ben geworden. Jammer dus, Tubantia.

Dagboek van de Opperrabbijn 15 sept. 2024

Iemand plaatste ergens een opmerking dat “Jacobs wel erg veel buiten de Nederlandse grenzen vertoeft” en daarom had ik bijna besloten om ons momentele verblijf in Israël maar beter te verzwijgen, want te veel buitenland en airmiles levert alleen maar kritiek op. Maar uiteindelijk, na zeer kort overleg met mezelf, heb ik besloten om mijn Israël verblijf van precies een week, toch te vermelden. Woensdag in de namiddag waren we, bekaf, aangekomen, donderdag overdag hadden we voor onszelf en een bezoek gebracht aan Ier David en donderdagavond begon ik mijn werk. Eerst een overleg in ons hotel met een medewerker van het secretariaat van de RCE, Rabbinical Center of Europe, over de politiek rondom giyur en aansluitend met Mendel Kohen de sjabbaton voorbereid. Mendel Kohen is de rabbijn van Mariupol, die nu in Petach Tikwa woont en zich dag en nacht inzet voor de vluchtelingen uit zijn voormalige woonplaats. Meer dan 120 voormalige leden van zijn gemeente kwamen samen van vrijdagmiddag tot uitgaande sjabbat. Wij, Blouma en ik, waren gevraagd om samen met Frank van Oordt, de directeur van Christenen voor Israël, te participeren en hun te tonen: we zijn jullie niet vergeten en blijven jullie steunen. Hebben ze dan nog steun nodig? Ze zitten nu toch veilig in Israël? Veilig wel, maar emotioneel ligt het allemaal niet zo eenvoudig. Een meisje van 17 dat mij een tekening toont die ze zelf heeft gemaakt. Ze legt me uit dat de tekening haarzelf uitbeeldt terwijl ze zich probeert te verbergen en doodangsten uitstaat. Op de tekening is een bommenwerper te zien die zijn dodelijke bagage mikt op het theater in Mariupol waar zij zich verbergt. De bommen bereikten hun doel en zij is een van de weinige overlevenden, zwaar getraumatiseerd. En zo hebben alle deelnemers aan deze sjabbaton hun verhaal, hun verdriet, hun omgekomen dierbaren, hun man of zoon die is achtergebleven en Oekraïne niet kan verlaten vanwege de dienstplicht. En allen hebben ze ook hun toekomst in Israël met nieuwe uitdagingen en onzekerheden en met een nieuwe oorlogsdreiging. Om o/a hen en Reb Mendel met zijn onvervangbare echtgenote te bemoedigen zijn we hier.

De sjabbaton was geweldig. Snikheet qua temperatuur en vol geestelijke warmte. Het alarm ging een paar keer af in ons hotel, geen idee waarom. Niemand holde naar de schuilkelders, we merken niets van Gaza. Uitgaande sjabbat plotseling heel veel lawaai, politieauto’s, politie te paard: een anti-Netanyahu demonstratie. In mijn nieuwsgierigheid probeerde ik erachter te komen hoe een Arabische-Israëliër aankijkt tegen de situatie, tegen Netanyahu, tegen de Medienat Jisraeel. Ik wendde me tot de beveiliger voor ons hotel en vroeg hem of hij niet-joods is en of ik hem iets mocht vragen. Dat een Jood bijna standaard een vraag met een wedervraag beantwoordt is mij gevoeglijk bekend. Maar dat een Arabier dat ook doet was nieuw voor mij. “Waarom denk je dat ik niet-joods ben?”  Wel, was mijn antwoord, omdat je sjabbat gewoon hier stond te bewaken, te werken. Tot op het bot was de beveiliger beledigd. “Omdat ik me niet aan de sjabbat-regels houd, ben ik voor jou niet meer Joods. Ik ben Joods, was tien dagen geleden nog als IDF-soldaat in het leger in Gaza op de meest gevaarlijke plekken… en waar was u?”  Zo zie je maar hoe invloedrijk woorden kunnen zijn. Woorden kunnen gigantisch bemoedigen, maar tegelijkertijd ook krenken en verwonden. Ik heb hem kunnen uitleggen dat ik dacht dat alle medewerkers van het hotel die op sjabbat dienst hadden, niet-Joods waren. Dat bleek dus te kloppen, alleen zijn de beveiligers niet in dienst van het hotel en staan zij halachisch als het ware boven de reguliere halacha. Hij heeft het begrepen en heeft me wel nog zijn mening over de demonstratie gegeven. Hij weet dat de anti-Netanyahu demonstranten het goed bedoelen, maar deelt hun mening niet. Uiteindelijk heb ik tot nog toe geen Arabische Israëliër kunnen bevragen, maar wat in een goed vat zit…

Dadelijk komt Frank van Oordt ons ophalen. Beiden moeten we een toespraak houden bij de opening van de nieuwe vleugel van Shalva ( https://www.shalva.org/ ) en dan om 13:00 uur naar de Pantry Packers van Colel-Chabad, daarna naar… en zo gaan zondag t/m dinsdag eruitzien. Van hot naar her. Alles te maken met financiële ondersteuning, bemoediging, politiek, zelf informatie vergaren om te gebruiken in onze strijd tegen antisemitisme.

Ik moet stoppen, de wekker is net om 6:30 uur afgegaan,  nu naar sjoel voor het dagelijkse ochtendgebed en om 9:30 uur staat Frank voor ons hotel.

We gaan er een sjewoea tov, een goede week, van maken.

 

 

 

dagboek van de Opperrabbijn 11 sept. 2024

Het was weer een herdenkingsweek. Zondagmiddag herdenking van de ontruiming van Kamp Vught , 80 jaar geleden. Vanwege de oprukkende geallieerde troepen heerste er paniek bij de SS’ers en moest Vught acuut ontruimd worden. De mannen werden afgevoerd naar Mauthausen en de vrouwen naar Sachsenhausen. Bijna niemand heeft het overleefd. Maar voor de transporten werden eerst nog honderden ter plekke gefusilleerd. Blouma en ik waren aanwezig. We hadden er geen functie, ik hield er geen toespraak, heb geen gebed uitgesproken en zelfs niet op de sjofar geblazen.  Het enige dat we deden was meelopen in de stille tocht en bij de herdenking op de fusieladeplaats op de eerste rij zitten op gereserveerde plaatsen. Had u dan niets beters te doen, hoor ik een aantal van u vragen. Antwoord: inderdaad, we hadden niets beters te doen. Ondanks dat ik deze keer niet iets moest doen, meenden wij er juist daarom te moeten zijn en hiermee te tonen dat wij de organisatie van deze herdenking van groot belang achten, juist in deze tijd van opkomend antisemitisme, juist omdat Kamp Vught niet alleen Joodse slachtoffers herdenkt maar vooral verzetsstrijders die hun leven gaven in de strijd tegen het nazisme en juist omdat we niet aanwezig waren vanwege een verplichting, maar enkel en alleen om er te zijn!

Er te zijn: Toen ik sjabbat in vol ornaat van sjoel naar huis liep hield een vriendelijke man ons groepje sjoel-gangers staande om ons te vertellen dat hij het zo mooi vond dat ‘jullie Joden altijd een volk blijven’.  Zo zie je maar, door gewoon je als zichtbare Jood te vertonen, heb je een functie, of het nu bij een herdenkingsplechtigheid is of gewoon op straat.

Dit fenomeen is trouwens niet nieuw. In de Shoelchan Aroech, het Joodse wetboek, staat een wet ten aanzien van kleding. Het is een Joods Geleerde niet toegestaan om met een vlek op zijn kleren te lopen, want als een Joods Geleerde er vies uitziet, zal er gezegd worden: alle Joden zijn vies! Hoezeer bescheidenheid van groot belang is, dient ten aanzien van deze wet iedere Jood zich als een Joods Geleerde te beschouwen. Maar die vlek heeft ook een spirituele betekenis: een vlek in gedrag. Een Jood moet ervan doordrongen zijn dat zijn/haar gedrag gezien wordt en vertaald naar heel Israël.

En daarom doet het mij pijn dat ik de jaarlijkse herdenking van de razzia van sjabbat 13 en zondag 14 september 1941, dit jaar niet kan bijwonen. Reden: ik ben net aangekomen in Jeruzalem om komende vrijdag en sjabbat aanwezig te zijn bij een sjabbaton,  georganiseerd door Rabbijn Mendel Kohen, de rabbijn van Mariupol. Meer dan 120 deelnemers, vluchtelingen uit zijn Mariupol, die nu verspreid over Israël wonen, komen eens per jaar samen. En Blouma en ik mogen daarbij aanwezig zijn, als oude bekenden, om te steunen en te bemoedigen, een sjioer te geven, toespraken te houden.

Rabbijn chazan Simcha Steinberg zal me in Enschede  vervangen, de gebeden uitspreken en op de sjofar blazen en mijn oud-voorzitter van IPOR en van NIK, Jaap Hartog, zal mijn toespraak voorlezen:

Geachte aanwezigen,

Allereerst mijn oprechte excuses dat ik wel sta aangekondigd als spreker, maar niet aanwezig ben. De onduidelijkheid over mijn wel of niet hier nu staan, heeft alles te maken met het belang van deze herdenking. Waarom zijn we hier bijeen? Om te herdenken en om te voorkomen, maar, zoals ik al vele jaren vanaf deze plek heb aangekondigd, dient mijns inziens het herdenken centraal te staan. De naam van mijn oma’s broer werd zojuist

voorgelezen en de naam van de vader van mijn gewaardeerde voormalige voorzitter van het IPOR, het Interprovinciaal Opperrabbinaat, werd ook weer genoemd. Een zeer enkele naam zal nog herkend worden door een van u. Maar de meeste namen zijn verworden tot namen. En nu kunnen we wel blijven benadrukken dat een mens pas echt er niet meer is, als ook zijn naam is vergeten: Het klopt zeker, maar een naam met wie een nog levende zich weet te associëren, is toch net nog een iets hoger niveau dan een naam met wie niemand zich meer verbonden weet. En die kant van de herdenking hebben we al bijna bereikt.

Maar de tweede reden van deze herdenking wordt helaas meer en meer het voornaamste doel: herdenken als wapen in de strijd tegen antisemitisme. Ik ben niet de mening toegedaan dat antisemitisme vandaag de dag is toegenomen. Het was niet weg, maar onzichtbaar omdat openlijke Jodenhaat niet gepast was, vandaar…

Maar vandaag? Om redenen die alles te maken hebben met de razzia die we hier herdenken en met Jodenhaat in zijn volle breedte, ben ik nu in Israël. Maar of ik wel of niet naar Israël had kunnen vliegen, was tot op het laatste moment onduidelijk, omdat Israël weer onder vuur ligt, omdat de bewoners Joden zijn. Laten we er geen doekjes om winden. Antisemitisme is een muterend virus:

  • De slachtoffers van de razzia in Twente werden opgepakt en vermoord louter en alleen omdat ze Joden waren, ze hadden het verkeerde ras.
  • Joden hadden enige jaren geleden het corona-virus de wereld ingebracht om vervolgens schatrijk te worden met het door hunzelf uitgevonden corona-vaccin.
  • En nu ben ik zionist, want ik ben Jood.

Vanuit Jeruzalem:

Moge hun zielen gebundeld worden in de bundel van het eeuwige leven.

ת’  נ’  צ’  ב’  ה’

Maar herdenken alleen is niet voldoende. Educatie, educatie, educatie! En daarover had ik een zoom-meeting met Eddo Verdoner, coördinator antisemitisme-bestrijding. Hij wil gewoon aan de brede samenleving tonen wie en wat Joden zijn en is daarom bezig met een educatief programma voor leraren, leerlingen, docenten en studenten. Antisemitisme is negatief. Educatie is positief. Beiden hebben we nodig in de strijd waarmee we eigenlijk niet bezig zouden moeten zijn. Maar zolang de Tempel in Jeruzalem nog niet herbouwd is en de Mosjiach er nog steeds niet is, zullen we Jodenhaat moeten tegengaan met bestrijding (negatief) en educatie (positief).

Dagboek van de Opperrabbijn 8 sept. 2024

Rabbijn Mendel Kohen was weer terug in Oekraïne. Teruggaan naar zijn Mariupol, waar hij nog vrij recentelijk een eigen sjoel had gebouwd, is ondenkbaar want alles maar dan ook alles is daar vernietigd en het is bovendien in handen van Rusland.

Charkov,  Kiev en Poltova bezocht hij deze keer om een totaal van zes britoth, besnijdenissen, te verrichten. Zes Joden die ondanks oorlog zich wilden verbinden in het verbond van onze Aartsvader Awraham. De jongste was deze keer drie weken en het oudste “slachtoffer” had net de vijftig gepasseerd. Voor allen was er na afloop een etentje.  Ik schreef bewust ‘deze keer’, want enige keren per jaar reizen rabbijn Mendel en zijn collega door Oekraine. Zijn collega is uiteraard ook een mohel, maar daarnaast is hij een medicus die dus, indien onverhoopt nodig, medisch zou kunnen ingrijpen, hetgeen nog nooit nodig is gebleken. Het is nu 2:45 uur, midden in de nacht dus, maar ik ben wakker, ga dadelijk weer slapen om vervolgens om een uur of acht uitgerust, hopelijk, weer op te staan. Mocht een van mijn trouwe dagboekeniers een oplossing weten voor mijn afwijkende slaappatroon, dan houd ik me aanbevolen. Overigens is het geen slaappatroon, maar juist een niet-slaap-patroon. Ik ben trouwens op dit moment niet de enige die nu wakker is. Ik stuur af en toe tijdens mijn nachtelijke wake-up een whatsapp naar een paar leeftijdsgenoten die te maken hebben met dezelfde problematiek. Maar terwijl ik dit neerschrijf, vraag ik me af of we hier mogen spreken van problematiek, want of een probleem echt een probleem is, wordt vaak door de lijder, met een lange-ij, zelf bepaald.

Wat ik merk is dat zo laat in de avond of zo vroeg in de ochtend, de verhouding tussen verstand en gevoel, anders is dan overdag. Een Hollandse vriend van mij die in de USA woont en met wie ik nu in contact ben, met een tijdverschil van negen uur, leeft nog volledig overdag en snapt niet dat ik nog in Nederland wil blijven wonen. Zijns inziens moet ik gewoon mijn paspoort inleveren, vertrekken en duidelijk kenbaar maken dat een leus die uitschreeuwt dat Amersfoort nee zegt tegen zionisme, onacceptabel is en niet getolereerd mag worden.

Ik ben ervan overtuigd dat er uiteindelijk een verklaring zal komen van B & W dat ze deze leuze niet toejuichen, maar ik heb het bange vermoeden dat daarover nog een x aantal keren vergaderd moet worden en dat de uiteindelijke verklaring dusdanig verwoord zal zijn, dat de leuze-schreeuwers er niet wakker van zullen liggen, maar ik wel! Duidelijk hoorbaar werd tijdens de toegestane demonstratie tot de jihad opgeroepen. Toen een meeloper, die geen meeloper was maar gewoon aan onze zionistische=Joodse kant stond, een agent vroeg of hij de oproep tot jihad ook had gehoord en zo ja, waarom hij niet ingreep, kwam de verrassende bevestiging dat oom-agent inderdaad Jihad had horen scanderen, maar het was niet strafbaar want, zo formuleerde hij het: ook Jihad kan vredig bedoeld zijn!

Mijn Hollandse-USA-vriend blijft in de VS wonen, terwijl hij mij laat weten dat zijn burgervader voornemens is om zijn stadje een tweeling-verbond te laten sluiten met, ja u leest het goed en ik verschrijf me niet: met Gaza! Ik vind dat ook mijn vriend z’n biezen moet pakken en richting Israël moet gaan en niet alleen mij moet aanmoedigen tot paspoort-inlevering.

Ik heb een nieuwe bril en zie daardoor naar vermoeden alles weer duidelijker. Zo zie ik in het NOS-journaal dat vele kindertjes in Gaza gevaccineerd worden met het poliovaccin. Die kindertjes zien er totaal niet ondervoed uit, ze ogen gewoon gezond. Hoe kan dit als we al weken onze media laten verkondigen dat er in Gaza hongersnood heerst. Overigens, toch mooi om te zien hoe de Gazaanse antizionistische en antisemitische kinderen het vaccin krijgen. Even een stukje historie: het poliovaccin was uitgevonden door de Joodse arts Jonas Salk in 1953. In 1955 werd het vaccin breed ingezet en verklaarde de Joodse arts Salk publiekelijk dat hij geen copyright wilde en geen enkel profijt, opdat alle kinderen ter wereld van zijn vaccin zouden kunnen profiteren. 

En nu, 70 jaar later, profiteren Hamas-kindertjes van een Jood die ze per definitie verafschuwen en die ze hadden vermoord als ze de kans zouden krijgen. Ik wacht nog steeds op een mondiale boycot van alles dat door Israël of door Joden is gefabriceerd, en dus ook het poliovaccin.  Als u, geachte dierbare dagboekenier, aan deze antisemitische boycot wilt deelnemen, dan zult u meteen uw computer moeten uitzetten, want zonder Joden geen computers. Maar de wereld is niet zo consequent en dus verwacht ik zero respons op mijn oproep om het poliovaccin te boycottenen en ga ik nog snel een paar uur lekker slapen. Eerst nog een beetje hoestdrank en een hete citroendrank tegen verkoudheid en vóór slapen. Voor nu dus: een goede nacht en/of een goede ochtend.

Dagboek van de Opperrabbijn 4 september 2024

Vandaag de eerste dag van de Joodse maand Elloel, de voorbereidingsmaand voor de Hoge Feestdagen. Iedere dag wordt er kort op de sjofar, de ramshoorn, geblazen: wordt wakker!   Onderwerp jezelf aan een jaarlijkse controle. Hoe gaat het met je, met je gedrag? Je omgang met jezelf en met de ander? Onderwerp jezelf aan een check up, een soort  jaarlijkse APK.  Terwijl ik zat te wachten in mijn garage om een rood lampje dat opriep met een paar uitroeptekens om vooral mijn remmen te laten controleren, legde ik die link tussen APK en het sjofarblazen.

Hoe gaat het met mij? En hoe gaat het met u, vroeg ik, binnen het kader van de geestelijke APK, aan een voormalig burgemeester, later Commissaris van de Koningin en nog weer later lid van de Raad van State, maar als constante: een meer dan goede vriend. En zijn antwoord luidde: met mij gaat het goed, maar met de wereld om me heen niet!

Deze voormalig top politicus leest veel en probeert met oud-collega’s een soort geschreven wake-upcall te organiseren. Zijn politieke richting staat los van religie en toch ontbreekt het hem, en ook zijn niet-religieuze collega’s,  aan een Godsdienstig systeem waaraan waarden en normen zijn gekoppeld. Zuilloos werkt niet, kwamen de HH oud-politici tot de conclusie, nadat ze tijdens hun werkzame leven keihard hadden gewerkt aan de zogenaamde ontzuiling.

En toen kreeg ik een telefoontje van Pauline Krikke die een goede bekende van mij is uit de tijd dat zij de burgemeester was van Arnhem. Als burgemeester, lernde ze mij, ben je een manager. Je medewerkers maken geen eigen beleid, maar voeren het beleid uit dat de burgemeester gedetailleerd aangeeft. Maar nu ben ik zelfstandig gevestigd coach, vertelde ze mij, en help ik mensen om invulling te geven aan hun eigen beleid. Woeps, dacht ik veelzeggend, als ik leiding mag geven aan collega’s die onder mij werkzaam zijn of aan bestuurders die zich aan mij, dus aan de halacha, dienen te onderwerpen, probeer ik ook zoveel mogelijk op niveau twee bezig te zijn. Ik dien als opperrabbijn  de richting aan te reiken die de halacha voorschrijft, vergelijk mij met een ANWB-richtingwijzer,  maar de gedetailleerde uitvoering laat ik graag over aan de bestuurders of lokale rabbijnen. Ik weiger een dictator-rabbijn te zijn. Volgens Krikke is dat juist goed, ik hoop het.

Nog een totaal onverwachte maar mooie ontmoeting: een van de ingehuurde beveiligers gisteravond in Den Haag, kwam naar me toe en zei: jij bent een held. Dat kwam vriendelijk over, maar ik was me eigenlijk van geen kwaad (of goeds) bewust en vroeg dan ook waarop deze beveiliger zijn compliment baseerde. “U bent een held, omdat u met keppel en baard, als een zichtbare Jood op straat durft te lopen. Dank hiervoor! “ Die beveiliger stond de bijeenkomst te beveiligen die gehouden werd in Marriott Den Haag ter gelegenheid van 75 jaar hechte band tussen Israël en Nederland. Minister Veldkamp, onze minister van Buitenlandse Zaken, hield een duidelijke en bemoedigende toespraak. Het was duidelijk hoorbaar waar hij stond en staat, hoewel het ook duidelijk was dat Veldkamp en Minister Veldkamp niet helemaal op een en dezelfde lijn mogen zitten. De bijeenkomst werd geopend met een geweldige toespraak, het was bijna een lezing, van onze ambassadeur Modi Efraim. De misère benoemen en tegelijkertijd de lichtpunten duidelijk hun plaats geven en laten stralen. Het was goed er te zijn. 75 Jaar binding tussen Israël en Nederland. Een grote opkomst, hoewel ik meer parlementariërs had verwacht en ook wat meer ambassadeurs. Maar het was ook, althans voor mij, een beetje een reünie. Bekenden weerzien. Afspraken maken om een kop koffie te drinken. De opening was emotioneel en warm, althans zo heb ik het beleefd. Het Hatikwa en het Wilhelmus, broederlijk na en naast elkaar, terwijl buiten, gewoon ook voor mijn huis, het “Joden, Joden”, vol haat en vijandschap lijkt te klinken.

Moe en laat thuisgekomen kreeg ik nog drie ongezellige e-mails te verwerken. In de een werd er gedreigd mij voor de rechter te slepen omdat ik weiger een Rabbinale Verklaring te geven. Ik hoop dat ik voor de rechter mag komen, is me bijna nog nooit gebeurd. Ik verheug me erop. Dan een e-mail waarin iemand aangeeft dat ik hem/haar zou hebben beledigd. Dat is een lastige, want bijna nooit beledig ik. Maar ik besef dat ieder woord negatief en positief vertaald kan worden. De derde klagende e-mail was grof, agressief en beledigend, maar details ben ik vergeten. Zo zie je maar, vergeten is soms een zegen van Boven.

Dagboek van de Opperrabbijn 1 sept. 2024

In de Sidra, Thora-lezing, van aanstaande sjabbat zien we dat de mens vergeleken wordt met een boom in het veld. Gelijk bij een boom de vruchten het doel zijn, zo ook moet ieder mens ervan doordrongen zijn dat de hoofdreden van zijn verblijf hier op aarde is om voor derden vruchten af te werpen, van betekenis te zijn voor de medemens, de samenleving. Er is nog een aantal vergelijkingen die getrokken kunnen worden, maar die ik hier niet wil brengen omdat ik dan niet genoeg ruimte meer heb om mijn grote zorg die ik met u wil delen in dit dagboek van de zondag na de sjabbat van gisteren, kenbaar te maken.

Eigenlijk staat er niet dat de mens vergelijkbaar is met een boom in het veld, maar er staat dat de mens een boom in het veld is! Als u niet helemaal de nuance aanvoelt, lees dan nog even rustig over wat ik tot nu toe heb geschreven en ga dan daarna verder.

Ik ben een Amsterdammer. Geboren en getogen in de Pijp. Amsterdamser kan bijna niet. Maar ik woon al bijna zestig jaar buiten Mokum. Niets bijzonders, hoor ik u denken. Bijna niemand blijft gekoppeld aan zijn/haar geboortelocatie, sterker nog: ook als iemand in hetzelfde huis blijft wonen, dan nog zit hij niet vast aan zijn geboorteplek. Hetzelfde geld voor beesten. Ook die worden ergens geboren, maar blijven niet aan hun geboorteplek vastzitten. Wel een boom! Die blijft op de plaatst waar hij zich heeft ontwikkeld van een piepklein zaadje tot een kanjer van een boom. Iedereen kan zien vanwaar hij zijn kracht heeft gekregen en nog steeds ontvangt.

Een mens moet een boom zijn en voortdurend bewust zijn van zijn oorsprong: de scheppende kracht van de Eeuwige. Als een mens zo leeft, als hij ervan doordrongen is dat hij een boom is, dan kan hij heerlijke en gezonde vruchten afwerpen. Positief bijdragen aan de brede samenleving.

Maar wat als de grond waarop de boom gedijt zwaar verontreinigd is? Als er zich in zijn grond giftige stoffen bevinden? De kans dat de vruchten dan ook buitengewoon ongezond zijn, is dan volop aanwezig.

Gisteren werd mijn heilige sjabbat ziekelijk verstoord door een demonstratie die als motto had: Nee, tegen zionisme! Iedere vorm van zionisme moest volgens de honderd vijftig demonstranten uit Amersfoort verdreven worden. Omdat er geen zionist in Amersfoort te vinden is, kan het niet anders dan dat ze gewoon de Amersfoortse Joden bedoelden. Ze hoefden hiervoor niet eens te erkennen dat antizionisme = antisemitisme. Overigens was aan duidelijkheid geen enkele twijfel, want de afsluitende en inspirerende woorden aan het begin van de demonstratie logen er niet om:

“we sluiten af en dit is mijn favoriete afsluiting, Wij steunen het verzet in Gaza, in Jenin, in Tulkarem, in Libanon, en Jemen, En wij zijn het verzet, wij blijven in verzet, totdat ons doel bereikt is. En dat is één staat, niet twee. Hoor mij goed. Een staat genaamd Falestin, met de hoofdstad Al-Quds.”

En toen ik mijn gebruikelijke wandeling van sjoel naar huis liep, werd ik nog even nagescholden door een nieuw-Nederlands snotaapje: Joden, Joden! Waarschijnlijk bedoelde hij: Zionisten, zionisten! Hoe komt zo’n kind hierop? Waarom scheldt hij mij uit, want ik heb het bange vermoeden dat zijn “Joden, Joden” niet complimenteus bedoeld was.

De mens is een boom. Een boom wordt gevoed en blijft verbonden met de bodem van waaruit hij is ontstaan. Als die bodem zwaar verontreinigd is door schadelijke en ziekelijke vervuiling, dan zijn giftige vruchten het resultaat.

Als dit wordt getolereerd door zich te verstoppen achter allerlei wetgevingen, door weg te kijken, door een pappen-en-nathouden-politiek…  Als er niet wordt opgetreden tegen dit soort gevaarlijke bodemverontreiniging…  Als er geen duidelijk signaal komt vanuit de bestuurlijke overheid, dan….

Maar weet de betekenis van de kanarie in de kolenmijn. Het begint met de Joden. In de Tweede Wereldoorlog zijn zes miljoen Joden vermoord. Maar meer dan tweeënvijftig miljoen mensen lieten het leven. Door moord, afpersing, uitbuiting of door gewoon burgerslachtoffer te zijn als gevolg van het bombardement op Hiroshima of de bombardering van gewone Duitse steden vol onschuldige burgers. Want oorlog betekent per definitie doden. Ik hoop dat ik overdrijf, maar ik ben er niet zo zeker van.

Het speelde zich af afgelopen sjabbat in Amersfoort, vlak bij de synagoge. Maar kanaries en kolenmijnen zijn ook elders,