Over enige maanden zullen we eindelijk weer een sjabbaton in Middelburg mogen beleven met de Joodse Gemeente. Maar anders dan andere jaren, wanneer het een gewone sjabbat betreft, zal ons bezoek gekoppeld zijn aan het dertigjarig bestaan van de gerestaureerde synagoge. Dertig jaar geleden mocht ik samen met chazan Prof. Hans Bloemendal de sjoel inwijden, nadat op de ruïnes van de in de oorlog door een bom getroffen sjoel, de nieuwe sjoel van Middelburg was herrezen. Maar los van de sjoel: wat een eenheid, wat een vriendelijkheid, wat een prachtige Joodse gemeente. Nu waren wij er slechts een paar uurtjes om een tentoonstelling te openen, die eigenlijk al geopend was, maar die ik toch met terugwerkende kracht heb geopend. Schitterende tekeningen die een en al spiritualiteit toonden en allen waren voorzien van een uitgebreide en diepgaande uitleg. De kunstenaar was een broer van ‘mijn man in Zeeland’, Luuc Smit, de chazan, opbouwer, kiddoesj-regelaar en bovenal de ziel van Zeelands synagoge.
Nablijven was deze keer niet mogelijk want om 18:45 uur werd ik verwacht in Amsterdam, waar de March of Life, de wandeltocht van Westerbork naar de Hollandsche Schouwburg officieel werd beëindigd. Mij was verzocht om de wandelaars, niet-Joodse Nederlanders en niet-Joodse Duitsers, toe te spreken. Vijf minuten en niet langer, want ook de andere sprekers zouden het kort houden. Maar toen ik de andere sprekers had gehoord begreep ik dat vijf minuten een zeer rekbaar begrip was geworden. Ik voelde me thuis en heb dan ook duidelijk aangegeven dat volgend jaar ik niet alleen aan het eind zal komen, maar, indien mogelijk, de tocht ga meemaken. Een pro-Israël demonstratieve wandeling die als enig doel heeft: tonen aan de wereld dat we achter Israël staan en blijven staan. Een indrukwekkende bijeenkomst. Speciaal de Duitse vrouw die als kind niet anders wist dan dat haar grootvader vanwege longproblemen in de Sjoa niet in Hitlers leger had gediend… tot ze op onderzoek uitging en de leugen de waarheid niet langer kon verbergen. Haar grootvader was de elektricien van Auschwitz die zeer actief had meegebouwd aan de gaskamers van de hel… Voor zijn kleindochter begon toen een lijdensweg van schuldgevoelens en woede.
Omdat ik de gewoonte heb om iedere dag “Chitas te lernen” las ik vanochtend o.a. dat daar waar een mens zich bevindt een opdracht op hem ligt te wachten. Gisteravond bij mij thuis een journalist van de Volkskrant voor een interview voor de krant van, naar ik meen, aanstaande zaterdag. Wat ik daar heb geprobeerd te zeggen kunt u dus over een paar dagen in de Volkskrant lezen. Gisteravond dus de journalist en vanochtend de fotograaf. Met het nemen van zo’n foto zijn gewoonlijk enige uren gemoeid: zus staan, zo staan: hier kijken, daar kijken. Maar ik ben het ondertussen wel gewend, het gaat altijd zo. Maar wat nu anders was dan anders, en daar lag dus kennelijk mijn opdracht voor vandaag, dat was de fotograaf zelf, een moslim wiens ouders uit Tunesië afkomstig waren. We hebben toch alles bij mekaar bijna twee uur gesproken over antisemitisme, Israël, het Midden-Oosten, het bestaansrecht van Israël, radicalisering, extremisme, Gaza en Hamas. We zijn er nog niet in geslaagd om het Midden-Oosten conflict op te lossen, maar we hebben gesproken en dat is al heel wat. Want helaas is de bereidheid om met elkaar in contact te zijn aan onze kant, de Nederlandse Joden, en van hun kant de vertegenwoordigers van de Moskeeën, miserabel klein.
Na enige uren achter de computer e-mails beantwoorden en telefoongesprekken, ging ik wandelend naar mijn opticien om mijn bril een beetje te laten bijstellen. Dat is niet zo spannend, maar wel de wandeling erheen.
Een man met duidelijk de kenmerken van iemand die uit een niet-westers land, stond naast zijn fiets langs de route in het parkje. Maar na de opticien stond hij er nog en staarde mij met grote ogen aan. Benieuwd zijnde vroeg ik hem wie hij was en na die vraag brak hij los: afkomstig uit Afghanistan, vrouw en drie kinderen, woont hier al een tijdje, was een journalist en doet een inburgeringscursus. Van Joden had hij nog nooit gehoord, maar wel wist hij me te vertellen dat Mohammed de Jehoed-mannen had vermoord om vervolgens, naar zijn zeggen, hun vrouwen tot slavin te maken en hun bezittingen te confisqueren. We blijken beiden tegen fanatisme en tegen extremisme te zijn. Hij is fel tegen de Taliban en legt me uit dat Taliban in Pakistan hoort te leven en niet in Afghanistan. Ik knik vol begrip om hem een goed gevoel te geven, maar ik weet nauwelijks het verschil tussen Pakistan en Afghanistan, voor mij zo’n beetje gelijk aan het verschil tussen Drenthe en Groningen. Een heel aardige man, maar hij leeft nog steeds in zijn ver weg land en lijdt zichtbaar onder de angsten van voor zes maanden geleden, voordat hij in Nederland werd toegelaten, nadat hij onze soldaten jarenlang had mogen helpen met vertalen.
De dialoog is goed en belangrijk. Op z’n minst naar elkaar luisteren. Proberen elkaar te begrijpen. In mijn woonplaats is een zogenaamd Bondgenotenoverleg. Dat overleg is bedoeld om spanningen in de stad te voorkomen, daar moet het contact zijn. Mais non, alle denkbare schakeringen, kleuren en geloven doen mee, behalve: de moskeeën! Mijn persoonlijke gesprekken waren goed, zinvol en hoopvol, maar het gesprek met vertegenwoordigers van de Islamitische gemeenschap wordt vermeden. En dus hoeven we niet verbaasd te zijn als het antisemitisme groeit en groeit en groeit!

Maar er bestaat een Joodse traditie dat het niet goed is om met iets negatiefs te eindigen en dus moet ik melding maken van het bezoek helemaal aan het eind van mijn dag. Rabbijn Mendi Kotlarsky, zoon en opvolger van de recentelijk overleden leider van de educatieve afdeling van Chabad International en ook familie van mijn Blouma, was op doorreis in Nederland. Maar ondanks de zeer beperkte tijd is hij speciaal voor een half uur vanaf Schiphol naar Amersfoort gekomen om mij de hand te drukken. Die onverwachte handdruk was warm en bemoedigend… Een mooi einde van een paar zware dagen met vele kilometers!



Hoewel ik me bijna fanatiek had voorgenomen om mijn dagboek een gewoon dagboek te laten zijn en dus geen belerend verhaal of een uitleg over de “Sidra van de week”, wil ik daar vandaag van afwijken om de simpele reden dat ik me de laatste dagen intensief in geest heb bezig gehouden met de moeizame geschiedenis van de zogenaamde Verspieders. Ik geloof dat er geen geschiedenis zoveel vraagtekens en dus ook even zoveel antwoorden heeft veroorzaakt, als de Verspieders.
Deze foto is mij vanuit de meest onverwachte hoeken toegestuurd, o.a. door een demissionair minister, een voormalige rechter en een tiental mensen die in mijn contactgegevens zitten maar met wie ik al jarenlang geen contact meer heb gehad. Ik vroeg mezelf ook af of ikzelf wellicht de verspreider ben, mede gezien ik de laatste dagen nogal hoest. Hoewel het een met het ander niets van doen heeft, weet je het trouwens echt niet meer. Als intelligentie kunstmatig kan zijn, waarom zou dan een gewoon fysieke virus niet kunnen overslaan op een computer? Een van mijn fanatieke volgelingen dacht dat de foto van mij was en ik in dat ziekenhuisbed lag. Ik ben de foto nader gaan bekijken, zag mezelf niet in dat ziekenhuisbed liggen en herkende de orthodoxe ‘arts’ die achter het bed stond, als mijn vriend rabbijn Mendel Cohen, de held uit Mariupol! Honderden heeft hij uit Mariupol weten te redden. Hij woont nu in Israël maar bevindt zich om de haverklap weer in Oekraïne om als Moheel, ritueel besnijder, pasgeboren baby’s op de achtste dag, conform de wet van de Thora, binnen het verbond met Abraham te brengen. Maar stel dat een Joodse man/jongen niet de achtste dag werd besneden, dan kan het altijd nog. En zo zien we dat vele Joden die vanwege assimilatie geen Brith Milah kregen, op latere leeftijd dit alsnog wilden en willen ondergaan. Juist door de oorlog (Rusland-Oekraïne bestaat nog in alle hevigheid!) is er een onverwachte vraag ontstaan om deze mitswa, dit gebod, alsnog op latere leeftijd te vervullen. En dus gaat rabbijn Mendel met een collega Moheel, die ook uroloog is, regelmatig terug naar zijn Oekraïne. En dat is die foto.
Maar ik stop nog niet, omdat ik wil vermelden dat we hoog bezoek hadden. Rabbijn Sholom Duchman, de directeur van Colel Chabad. Colel Chabad klinkt erg Chabad, maar is dat de facto helemaal niet. Colel Chabad verzamelt in de hele wereld geld voor mensen in nood die in Israël woonachtig zijn. Ook in Israël heerst op zeer veel plaatsen armoede, zijn er mensen met een verstandelijke handicap, zijn helaas velen die ledematen hebben verloren vanwege de oorlogen, gezinnen zonder vaders, bestaat behoefte aan psychologen en psychiaters. Colel Chabad helpt daar waar geholpen moet worden, zeker na 7 oktober. En als er financiën nodig zijn om projecten in Israël te steunen, tot wie kunnen we ons dan wenden? Wie zijn de grootste donateurs voor Israël in ons land? Ook in een tijd waarin de meerderheid van onze Nederlandse bevolking zich tegen Israël keert? Antisemitisme hoogtij viert? Christenen voor Israël! Niet-Joden die achter Israël stonden, staan en zullen blijven staan. Overigens niet alleen áchter Israël, maar ook vóór, links en rechts van. Rabbijn Duchman heeft het IPC- Israël Producten Centrum wederom bezocht om zijn dankbaarheid kenbaar te maken voor de geweldige steun van de afgelopen jaren. Duchman was zeer onder de indruk van de onnavolgbare inzet van CvI ten behoeve van bijna alle vormen van hulp aan Israël. Maar even zozeer was de directie van CvI vol bewondering voor de manier waarop Duchman zich inzet. Met hart en ziel, vol toewijding, dag en nacht. Voor mij gold het als een eer om samen met hem een paar uur te mogen optrekken en samen met mijn niet-Joodse vrienden Colel Chabad te mogen steunen.
De gasten keren nu huiswaarts. Ieder terug naar zijn/haar eigen woestijn. De tafels zijn leeg. Alleen op onze tafel staat nog een prachtige bos bloemen die de hele Jom Tov onze tafel had versierd. Net voor Jom Tov werden wij ermee verrast. Afkomstig van een ons onbekende niet-Joodse familie die hun steun aan Israël wilde betuigen. De bloemen straalden warmte uit en vooral bemoediging.
De conferentie (ben ik nu toch een verslag aan het schrijven?) eindigde met een bezoek aan het Joods Cultureel Kwartier. In de bijna 350-jarige Esnoga werden we opgewacht door de voorzitter (met zwarte hoge hoed) van de PIG, David Samama, die ons allen welkom heette en ons een kort kijkje gaf in de geschiedenis van de Portugese Joodse Gemeenschap. Een indrukwekkende en emotionele bijeenkomst in de Hollandsche Schouwburg, markeerde het einde van de conferentie, althans voor mij, want ik moest mij naar Antwerpen spoeden om nog net, dinsdagavond en woensdag, aanwezig te kunnen zijn bij de dayanim-conferentie van de RCE (Rabbinical Center for Europe). Overigens moest ik woensdagochtend alweer, en dus voortijdig, terug naar huis omdat ik om 14:00 uur met de vertegenwoordiger van de Israëlische Ambassade in het IPC, Israël Producten Centrum, de tentoonstelling “Israël onder de loep” mocht openen.