Omdat het voor de chatan, de bruidegom, erg belangrijk was dat zijn choepa, huwelijksinzegening, conform de Sefardische gebruiken zou worden ingezegend, heb ik er uiteraard in toegestemd dat zijn rabbijn uit Israël zou overkomen om de choepa te geven. Uiteindelijk lukte dat dan weer niet en heeft de Israëlische rabbijn een leerling van hem uit België verzocht om de honneurs waar te nemen. En zo vond er in de bijna 300 jaar bestaande Ashkenazische sjoel van Amersfoort voor het eerst een Sefardische choepa plaats. Ze zijn dus gelukkig getrouwd en gaan zich vestigen in Amersfoort waar de kalla, de bruid, al enige jaren woonachtig is. Bruidspaar happy, Joodse Gemeente happy. En dus ook opperrabbijn happy. Dat was dus mijn zondag.
Maandag, na eerst urenlang e-mails beantwoorden achter de rug te hebben, reden we naar Leeuwarden. De ‘we’ zijn mijn trouwe vrijwillige chauffeur en ik. Die chauffeur heeft twee redenen. Ten eerste hoef ik dan niet te rijden, maar ten tweede: ik kan in de auto gewoon door blijven werken met telefoneren en e-mails lezen/beantwoorden.

En toen dus Leeuwarden. Omdat het me niet geheel duidelijk was, wat er van mij werd verlangd, kon ik me niet voorbereiden.

Dat niet-voorbereid een toespraak houden en in Leeuwarden zelfs twee toespraken, heeft ook zijn voordelen. Voordeel nummer een: kost geen voorbereidingstijd. En het tweede voordeel is de presentatie van de toespraak. Want als ik niets heb voorbereid heb ik dus logischerwijs ook geen papier voor me en heb ik weinig andere keus dan uit m’n hoofd spontaan mijn woorden presenteren. Nadeel van zo’n ter plekke gefabriceerde speech is het risico dat je te lang spreekt (te kort en Jacobs bestaat niet!) of dat je niet meer weet wat je moet zeggen. Dat is een reëel gevaar, maar van dit gevaar heb ik nog nooit last gehad. En dus stond ik daar als derde spreker nadat de commissaris van de koning en de burgemeester mij waren voorgegaan. Wat ik had gezegd herinner ik me niet precies meer, maar de laatste woorden van mijn toespraak maakten gewag van een doos vol foto’s van allemaal familieleden, naar ik vermoed, waarvan nog slechts een foto is overgebleven, zonder dat de naam bekend is en hun stem gehoord kan worden. Al met al een bijzondere plechtigheid met even een moment dat ik me letterlijk verloren voelde. Nou ja, verloren? Meer verdwaald. Nadat de zes Stolpersteine waren gelegd, door rabbijn Spiero een speciaal gebed werd voorgedragen voor de zielenrust van degenen die uit hun huizen werden weggerukt, nadat de heer Ben Troostwijk kaddiesj had gezegd en nadat ook ik was uitgesproken, werd ik door TV Friesland, NPO-radio 1, een journaliste van het Friesch Dagblad en de NOS-TV geïnterviewd. En dat was goed! Want, zoals ik ook in mijn toespraak vermeldde, voor de aanwezigen is zo’n plechtigheid niet nodig. Wel voor hen die niet aanwezig waren. En dus mijn oproep: lieve mensen, wordt ambassadeurs tégen antisemitisme en polarisatie, en vóór Israël. Toen de interviews klaar waren en de cameraploeg van de NOS en van TV-Friesland waren vertrokken, stond ik moederziel en in de plenzende regen alleen bij de zes monumentjes. Uiteindelijk werd ik toch nog naar het juiste adres begeleid door een journaliste die plotseling als uit het niets was opgedoken, heb mijn tweede toespraak afgestoken en keerde laat, voldaan en vermoeid huiswaarts.
Dinsdag was triest: een oud-leerling van mij, 52 jaar oud, overleden. Een ramp voor zijn ouders en zusje. Veel te jong. Vandaag, woensdag, de lewaja, begrafenis. Wat kan ik hierover schrijven? G’ds wegen zijn niet te vatten en Zijn gedachten en Zijn daden overstijgen ons verstand en zijn niet vergelijkbaar met de onze… Er was voor Joods Nederland een ongekend grote opkomst op die kleine Joodse begraafplaats in Barneveld. En wonder boven wonder plensde het de hele dag, maar gedurende de begrafenis was het droog en aangenaam. Hopelijk hebben de ouders en zus Jaffa kracht geput uit dat zonnetje dat doorkwam en warmte verspreidde toen het lichaam van Flip aan het stof der aarde werd toevertrouwd en zijn ziel in het Gan Eden werd ontvangen. Bij deze mijn complimenten aan de Joodse Gemeente Amersfoort voor hun geweldige inzet en zichtbare betrokkenheid.
Vanochtend een plechtigheid in Velp. Op 16 april 1945 werd Velp namelijk bevrijd van de moffen en daarom vandaag Stolpersteine. Omdat ik toch al in de buurt was van Arnhem heb ik nog een paar mensen thuis kort bezocht en ze een speciale sjemoera handgebakken matse gegeven om op de Seideravond te nuttigen.
Verder? Bemoedigende kaarten; een prachtig boeket bloemen; bezoek van buren die achter ons blijven staan; vraag voor lezingen; scholen die graag willen dat ik kom vertellen over Joden, Jodendom en Israël; reserve wijkagent die zich kwam voorstellen en echt in ons welzijn, ook geestelijk, belangstelling toonde: heel veel tekeningen van kinderen; warm whatsapp-contact met mijn vriend Ahmed Marcouch, burgemeester van Arnhem.
Morgen naar Kampen voor de presentatie van het onderzoeksrapport Sporen van Joods Leven; overmorgen herdenking bevrijding Kamp Amersfoort; en ook een ontvangst, op zijn verzoek, bij burgemeester Bolsius van Amersfoort
Ondertussen staat de deur naar Pesach al op een kier. Maandagavond de eerste Seideravond waarop Joden in de hele wereld aan tafel zitten en vertellen over de uittocht uit Egypte 3336 jaar geleden. De drie matzes, het brood der ellende, staan voor ons op tafel. Vier bekers wijn, teken van vrijheid, zullen worden gedronken. Slavernij en bevrijding lopen door mekaar: Toen en Nu.

Vrijdag werd ik om 9:25 uur verwacht voor het Holocaust Museum. Uiteraard had ik rekening gehouden met files en was dus, zoals voor mij te doen gebruikelijk, keurig op tijd aanwezig. Voor het museum was het interview met AT5 en vanaf 10:00 uur tot 12:45 uur werden we, Rob Oudkerk en mijn persoontje, uitgebreid en erg vriendelijk/meelevend geïnterviewd door de journaliste van Het Parool. Woensdag aanstaande verschijnt ons interview over de serie De Joodse Raad in de bijlage. AT5 heeft inmiddels het interview uitgezonden. Was goed en bracht precies de boodschap over die we voor ogen hadden: pappen en nathouden werkte niet in de oorlog met de Joodse Raad en zal dus ook nu niet werken ten aanzien van antisemitisme! Ook de NOS heeft er in het journaal een paar minuten aan gewijd.
Vandaag was de onthulling van het monument, de grafzerk zonder graf, voor 83 vermoorde Joodse inwoners van Roermond. Op de begraafplaats waar ze ongetwijfeld zo graag normaal begraven hadden willen worden, prijken nu hun namen op twee grote grafzerken zonder graven. Het was een indrukwekkende bijeenkomst met indrukwekkende toespraken die een balans creëerden tussen het herdenken van de 83 nimmer teruggekeerde slachtoffers van het naziregime en het fel opkomend antisemitisme vandaag de dag. In één woord: indrukwekkend, waardevol en respectvol (sorry: In drie woorden… Maar dat klinkt niet!).
Maar behalve Roermond was het allemaal erg negatief. Ja, de bijeenkomst vrijdagmiddag in koosjer restaurant Meat Me met Dilan Yeşilgöz en Mirjam Dikker was niet goed, maar geweldig! Het is duidelijk waar ze staan ten opzichte van de Joodse gemeenschap: in de voorste gelederen. Maar zullen ze de kracht hebben om de kudde de juiste kant op te krijgen? Mijn mond zal koekjes eten!
Na een zeer enerverende week en bijna een dagboek te hebben overgeslagen, zit ik dus nu weer, in de zeer vroege uurtjes van vrijdag (bijna lijdend aan een DMC -dagboek missing complex) achter mijn computer. Woensdag was ik voor mijn doen al zeer vroeg on the road, op weg naar Gooise Meren. Wat een fantastische organisatie. Ik doel op de Stichting Struikelstenen Gooise Meren.
Het waren erg vreemde dagen. Een nagenoeg lege agenda die overvol geraakte. Het is nu zondagavond en zojuist heb ik deel drie van De Joodse Raad bekeken. Tot voor kort was dit de geschiedenis van mijn ouders en mijn grootouders. Ik hoefde niet bang te zijn, want, zo vertelden mijn ouders mij, dit zal nooit weer gebeuren. Maar nu ik de documentaire bekijk zie ik dat het nu weer aan het gebeuren is. Zie ik spoken? Zal de Overheid ons aan de Jihadisten, of hoe dat rapalje ook moge heten, overdragen omdat ze anders zelf gevaar zullen lopen? Die Staatssecretaresse die ons daar in de Tweede Kamer stond te verkopen en het antisemitisme stond te relativeren. Allemaal mooie woorden die ons worden verteld. Hard optreden. Onaanvaardbaar… En ondertussen word ik door kleine islamitische snotaapjes nagescholden, gaan autoraampjes omlaag en worden er foto’s van mij genomen door haatdragende blikken. Wanneer zal de overheid ingrijpen of beter uitgedrukt: willen ze ingrijpen? Ik heb een uitnodiging ontvangen van het comité 4 en 5 mei om aanwezig te zijn in Roermond bij de viering van de Bevrijdingsdag en ’s avonds bij de afsluiting bij het concert aan de Amstel. Maar hebben wij Joden wat te vieren als het inmiddels overduidelijk is dat Nederland niet eens meer langzaam de verkeerde kant opgaat.
“Helaas komen we niet alleen in Nederland maar in de hele wereld steeds meer alleen te staan. Na het incident dat onlangs met Lenny Kuhr plaatsvond, heb ik het gevoel dat de volgende stap zal zijn dat we bordjes gaan tegenkomen ‘verboden voor Joden’.”
“Activisten grijpen Poerim aan om aandacht te vragen voor een van de Israëlische gijzelaars die nog in handen van Hamas zou zijn”, einde citaat NOS. Dit was het bericht dat onze NOS in plaats van een Vrolijk Poerim aan Joods Nederland aanbood. Leest u het even rustig en laat de suggestieve leugen/insinuatie tot u doordringen.
Mijn dagboek over de opening van het Holocaustmuseum kreeg 19 duizend lezers op de website. Eigenlijk begrijp ik dat aantal niet zo goed. Ik snap dat het onderwerp met de protesterende anti-Joodse meute qua public relations aanspreekt, maar hoe weet de lezer voordat die het dagboek heeft gelezen of het een artikel is dat hem aanspreekt? Ik weet niet of ik me erin moet gaan verdiepen om te snappen hoe een en ander gekoppeld aan algoritmen werkt, maar duidelijk is dat ik bereik heb/krijg en dat dien ik ten goede aan te wenden.
We witness here today the combination of the normal and the abnormal, the acceptable and the not acceptable, a regular new Jewish cemetery and the awful 7 October monument. And we see with tears in our eyes that the world accepts the non-acceptable by condemning Israel and by accepting antisemitism. Met deze woorden eindigde ik mijn toespraak gisteren in Porto bij de inwijding van de nieuwe begraafplaats en tegelijkertijd met de onthulling van het monument waarop de namen van allen die op 7 oktober op beestachtige wijze werden vermoord.