Dagboek van de Opperrabbijn van 10 september 2023

We waren drie weken afwezig. Nou ja, afwezig. Het rabbinale werk continueerde gewoon via de digitale en telefonische wegen, alleen zaten we fysiek aan de andere kant van de Oceaan. Eerst waren we in Montreal en daarna New York.

Denk nu niet dat in ons leven alles zonnegeur en maneschijn is. Er is geen huisje zonder kruisje. De kunst is echter om de mooie momenten te laten overheersen en de kruisjes te vergeten.

In Canada trouwde een kleindochter en in de USA een kleinzoon. Ik wens al mijn dagboekeniers uitsluitend simches en uiteraard ook al een sjana towa oemetoeka, een goed en zoet 5784. Waarom zowel goed alsook zoet.  Goed alleen moet toch voldoende zijn! Bovendien is zoet niet echt gezond. Mijn oudoom, de broer van mijn oma die in de oorlog werd gefusilleerd als verzetsstrijder, had toen al, dik voor de oorlog, als arts gespecialiseerd in genetica, een studie gemaakt over suikerziekte onder Joden. Maar dit even terzijde. En als we dan toch het onderwerp gezondheid aanraken: Maimonides schrijft in zijn Jad Hachazaka dat een beetje van iets dat ongezond is, minder schadelijk is dan te veel van gezonde voeding. Maar waarom we elkaar een goed en zoet jaar wensen heb ik uitgelegd in het zogenaamde herderlijk schrijven dat ik in plaats van mijn volgende dagboek als dagboek zal versturen via de gebruikelijke dagboek-kanalen.

 

Bij choepot ontmoet je meestal de halve wereld. Familie komt van heinde en verre, vrienden en vriendinnen van chatan, bruidegom, en kalla, bruid, vliegen of rijden uren om aanwezig te zijn. En zo ontmoette ik een rabbijn uit een van de noordelijke EU-landen die ik diverse keren telefonisch en per zoom had gesproken, maar nog nooit in het echt had ontmoet. Echt is toch anders. Je spreekt opener, laat het onderste van je tong wel zien. En zo mocht ik naar hem luisteren en zijn moeizame rabbinale positie aanhoren. De opperrabbijn onder wie hij werkt woont niet in zijn land, maar in Israël. En vanuit het Heilige Land commandeert hij en helpt de rabbijn-on-de-spot aan…ja, u raadt het goed: aan kritiek, ongevraagd advies en andere vormen van misère en baasje spelen. Uiteraard ben ik absoluut niet tegen het in Israël wonen, maar daar wonen en elders regeren, is niet wat van een lokale rabbijn en zelfs van een lokale opperrabbijn verwacht mag worden. Maar nog meer dan van zijn opperrabbijn-op-afstand, leed deze jonge rabbijn aan eenzaamheid. Niet altijd makkelijk om in een ver-weg-land te wonen. Uiteraard zijn overal Joden en zeker kan niemand weten of één enkele Jood minder belangrijk is dan honderd, maar toch!

Ondertussen heb ik heel wat afgedanst en daar schijn ik wel goed in te zijn, gezien de complimentjes die ik ontving. Ben ik tenminste ergens goed in, dacht ik bij mezelf, want mijn persoonsstructuur neigt naar een lage zelfdunk. Doe ik het wel goed? Heb ik niemand gekwetst? Had ik meer kunnen doen? Ben ik te veel met mezelf bezig?

Sjabbat jongstleden, de sjabbat voor Rosj Hasjana, lazen we twee Sidrot uit de Thora: Netsaviem en Vajelech. De vertaling van Netsaviem is: stilstaan en niet bewegen. De vertaling van Vajelech luidt: bewegen, vooruitgaan. Wat heeft dit te maken met Rosj Hasjana? Vooruitgaan, spiritueel groeien is essentieel. Maar om te kunnen groeien moeten er ook momenten zijn om even te rusten, pas op de plaats, zelfonderzoek. En dan, na de zelfreflectie, weer verder optrekken op de spirituele ladder. Zo moeten we ons voorbereiden op Rosj Hasjana om uiteindelijk te komen tot een goed en zoet jaar. Een jaar van wederzijds respect en tolerantie. Een jaar van bijdragen aan de Joodse gemeenschap die in ons Nederland lijdt onder assimilatie, intern gebrek aan kennis van het Jodendom, groeiend .antisemitisme.

 

Tijdens het dansen bij de choepa was er bij mij even uitsluitend Simcha, vreugde en dankbaarheid. Een totale ontspanning. Weg van de dagelijkse sleur. De Hoge Feestdagen beginnen we serieus, overpeinzingen; waar kunnen we onszelf verbeteren; goede voornemens. Maar het doel is, de laatste dag van de periode der feestdagen, de afsluiting: Simchat Thora, vreugde om en met de Thora.

Moge het ieder van ons gegeven zijn om zingend en dansend het goede en zoete jaar binnen te trekken met als hoofddoel: Sjalom. Geen oorlog en geen strijd. Rust op het slagveld, in de gemeenschap en rust in ieder (mede)mens.

Gegroet vanaf JFK

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 6 september 2023

Nog tien dagen en het is Rosj Hasjana, het begin van het Nieuwe Joodse jaar. En dus? Gezelligheid? Appeltje met honing? Ja en nee. Hoewel de gezelligheid, de appel met honing en de klanken van de sjofar een essentieel onderdeel vormen van Rosj Hasjana, gaan de Hoge Feestdagen, gelijk alle wetten en gebruiken binnen Thora en Traditie, veel dieper. Rosj Hasjana, letterlijk vertaald “hoofd van het jaar” heeft alles te maken met zelfoverpeinzing. Wat heb ik het afgelopen jaar onverhoopt verkeerd gedaan, hoe voorkom ik herhaling in het komende jaar.

Hoewel mijn dagboek gewoon een dagboek behoort te zijn en dus een weergave van mijn activiteiten, gebeurtenissen, ontmoetingen en contacten, is bovenstaande Thora-gedachte het gevolg van een reactie die ik gisteren ontving van een voormalig collega uit het Sinai Centrum n.a.v. mijn dagboek. We houden contact met elkaar via de dagboeken die hij van tijd tot tijd van een kritische , voetnoot voorziet.  Maar juist omdat we vrienden zijn hebben we niet uitsluitend lovend contact, maar houdt hij mij met uitsluitend goede bedoelingen scherp. En dus was ik verheugd met zijn taalkundige terechtwijzing:

Vaak lees ik jouw NIW-Dagboek met belangstelling, zij het op tamelijk grote afstand, bijna een etmaal vliegen.

Altijd interessant. Wel heb ik een opmerking betreffende je taalgebruik. Alweer langgeleden leerde ik, dat een zin beter niet moet beginnen met een voegwoord. Het betreft woorden als: Omdat, Want, Maar, Terwijl, En. Dit gebruik wordt wel aangegeven als ‘Tante Betje-stijl’. Tante Betje had kennelijk deze gewoonte. In jouw artikelen beginnen tamelijk veel zinnen met Tante Betje. Misschien vinden veel, andere lezers dit (erg) leuk. Je begrijpt het, ‘maar’ ik vind het nogal storend. AUB ga door met schrijven, publiceren. Mijn groeten, ook aan Tante Betje.

 

Wat heeft dit te maken met bovenstaande Thora-gedachte over Rosj Hasjana, hoor ik u denken. Als we nadenken over het afgelopen jaar en nagaan bij onszelf wat er verbetering behoeft of niet had mogen gebeuren, dan zijn het vaak de grote misstappen waar we aan denken. De kleintjes worden makkelijk over het hoofd gezien. Toch zijn het vaak de kleine details die voor de ander zo belangrijk kunnen zijn. Een eenvoudig ‘goede morgen’, een simpel oprecht complimentje, het tonen van belangstelling. Allemaal van die ogenschijnlijk onbelangrijke details, kunnen juist zo enorm belangrijk zijn. Een vriendelijke blik, een kort telefoontje met de vraag hoe het met de gezondheid gaat. Rosj Hasjana gaat niet alleen over de grote belangrijke kwesties zoals bijvoorbeeld de oorlog in Oekraïne. We volgen de situatie op de voet, kritisch en bezorgd. Maar wat bereiken we hiermee? Heeft mijn volgen van alle raketaanvallen enige invloed op die afschuwelijke oorlog? Of volg ik vanuit een wellicht onbewuste hunker naar sensatie? Had ik misschien beter die tijd kunnen wijden aan een telefoontje aan een eenzame bejaarde met enkel en alleen de vraag: hoe gaat het met u? De kleine details zijn vaak veel minder klein dan ze lijken. En dus vergeet niet op de kleintjes te letten bij ons zelfonderzoek van het afgelopen jaar.

 

Details! Daarover ging het aanvankelijk ook in Ysselsteyn. U herinnert zich wellicht het geruis over de oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn, inmiddels enige jaren geleden. Een advertentie voor een brasserie waar je heerlijk kon genieten van een gebakje en een kop koffie. Die brasserie zat wel gekoppeld aan de oorlogsbegraafplaats waar meer dan 30.000 Duitse soldaten liggen begraven. Maar naast de gewone Duitse soldaten liggen er ook criminele SS’ers en Nederlandse collaborateurs.  Er ontstond ruis. En om een lang verhaal na vele besprekingen met de Duitse ambassade, de beheerders van de begraafplaats, de oorlogsgravenstichtingen van Nederland en Duitsland en vertegenwoordigers van de Duitse Overheid, kort te maken: er is een indrukwekkend educatief centrum neergezet en we zijn nu bijna klaar met een aansprekend monument ter nagedachtenis aan de meer dan honderdduizend Joden, Sinti en Roma die geen graf werden vergund. Bloemen en kransen zullen niet meer worden gelegd en op de jaarlijkse Trauertage zullen de slachtoffers vermeld worden en de moordenaars als moordenaar benoemd.

Op 4 december zal het nieuwe monument worden onthuld, ik mocht meedenken en meebeslissen in de keuze tussen de verschillende ingediende monumenten. Sommige waren abstract hetgeen prikkelt tot nadenken. Andere waren duidelijker. De beeldhouwer/kunstenaar die mijn voorkeur kreeg, en die van de meerderheid van de juryleden, had een monument dat aan duidelijkheid niets te wensen overliet. Spiegels met daarin foto’s van verschillende Nederlandse concentratiekampen. En door die foto’s heen teksten in het Nederlands, Engels en Duits. Teksten die duidelijk tonen wat er door de nazi’s en collaborateurs , die ook op deze begraafplaats begraven liggen, is aangericht. Teksten die ook keihard waarschuwen.

Wat begon met een onschuldig ogend koffie met gebak,  gaat binnenkort eindigen met een respectvol, educatief en indrukwekkend monument. Hoe kon deze verandering plaatsvinden? Door goed naar elkaar te luisteren en de gevoelens van de ander te respecteren. Er zijn nazaten van slachtoffers, nazaten van moordenaars, nazaten van gewone soldaten die vaak tegen wil en dank op de fronten hun leven moesten geven.

De laatste zoom-vergadering heeft eergisteren plaatsgevonden. De samenwerking was een schoolvoorbeeld van respect en begrip, rekening houdend met wederzijdse emoties. De ander in zijn waarde laten en goed naar elkaar luisteren. Ik vermoed dat hierover nadenken zo kort voor Rosj Hasjana belangrijk is. Want allen zijn we, Joods en niet-Joods, onderdeel van een en dezelfde samenleving en was Adam onze gezamenlijke voorouder.

.

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 3 september 2023

Vrij recentelijk vond er een ongeluk plaats met een bakfiets die kinderen vervoerde. De kinderen die vervoerd werden belandden in een sloot, maar G’d zij dank kwamen allen met de schrik en met natte kleren ervan af. Ook kwam het Stintdrama van enige jaren geleden weer in de belangstelling omdat de eigenaren toch vervolgd gaan worden omdat ze nalatig zouden zijn geweest met de dood van vier kinderen tot gevolg. Als er inderdaad een vervolging tegen de fabrikant zal plaatsvinden zal de rechter tot een uitspraak moeten komen. Maar ongeacht de uitspraak gaat er van de vervolging alleen al een keihard signaal uit naar fabrikanten: denk niet uitsluitend aan winst, maar wees doordrongen van je verantwoordelijkheid met je productie, ongeacht welk product je op de markt zet.

Enige decennia geleden werd er in het toenmalige Sinai Centrum een aanbouw gerealiseerd op de gerontopsychiatrische afdeling. In die aanbouw zat een lift.  Als mijn geheugen mij niet in de steek laat (en dat gebeurt mij nogal eens)  was het de bedoeling dat de bewoners voor recreatie naar de eerste verdieping gebracht zouden worden. Uiteraard werd er gebouwd aan de hand van een bouwplan dat opgesteld was door een architect die gespecialiseerd was op het gebied van bejaardenhuizen. Toen de lift er eenmaal was bleek de lift te klein voor het vervoer van een rolstoel.  Die blunder, want anders kan ik het niet noemen, bleek niet uniek.

Toentertijd bleek ook in een groot Amsterdams ziekenhuis na een verbouwing de breedte van de afdelingsdeuren te smal om er een ziekenhuisbed door te kunnen rollen. Nog een aantal technische fouten bij bouw in de gezondheidszorg schieten me te binnen, maar ik zal u daarmee niet lastigvallen.

De reden dat ik bovenstaande te berde breng is dat ik een aantal ernstige gevaren zie, en velen met mij, die wachten op een ongeluk al dan niet met dodelijke afloop. En wat doen we eraan? Niets! Er zal eerst iets goed mis moeten gaan en dan gaan we kijken wie er schuldig was. Waarop ik doel? Niet alleen de totaal onoverzichtelijke op- en afrit aan het eind van de straat waarin ik woon, dat is slechts een lokaal probleem! Neen, ik denk aan die fietsen met dikke banden en de steppen, deels elektrisch aangedreven, die met hoge snelheid zich door het reguliere autoverkeer heen scheuren. Levensgevaarlijk. Dit soort verkeersmonsters vallen (nog) buiten de wet en heten officieel nog steeds ‘gewone fiets’. Ieder weldenkend mens weet dat er eens een ernstig ongeval moet plaatsvinden tot er een wet wordt gefabriceerd die regels maakt en o.a. snelheid aan banden (figuurlijk) legt om te voorkomen dat…

We bevinden ons in de maand Elloel, de maand van voorbereiding voor de Hoge Feestdagen. Tesjoewa wordt vaak vertaald met berouw. Je denk na over wat je verkeerd hebt gedaan in het verleden en dat spijt je, je hebt hierover berouw. Maar die vertaling dekt de lading niet. Tesjoewa heeft minder te maken met het verleden en richt zich veel meer en bijna hoofdzakelijk op de toekomst. Er ging iets mis in het verleden en dus kijk je hoe in de toekomst deze misstap voorkomen kan worden, in je gedrag ten aanzien van jezelf en ten aanzien van je medemens. Achteraf verwijten maken is misschien goed, maar u kent het spreekwoord: voorkomen is beter dan genezen. Maar gewoonlijk gaat onze goegemeente uit, gelijk bij die steppen en fietsen, van het dempen van de put als het kalf al verdronken is.

En dat is nu precies waarover het gaat in deze maand voorafgaande aan Rosj Hasjana en Jom Kippoer. Natuurlijk het verleden zoveel mogelijk repareren, de put dempen als…, maar nog veel meer: voorkomen is beter dan…

Er was een rel ontstaan over de plaatsing van Stolpersteine in Aerdenhout. Artikel in Trouw, in het NIW en op/in nog een groot aantal andere media. De huidige bewoners waren niet gediend van zo’n herinneringsmonument voor hun deur. Was in hun optiek veel te confronterend. B&W kwam, naar hun eigen zeggen, tot een zogenaamd Salomonsoordeel dat inhield dat er geen Stolpersteine mochten worden geplaatst. Wat er zo Salomons aan dit oordeel zit, begrijp ik niet, maar uiteindelijk hebben de huidige bewoners ingestemd en op een heel nette en indrukwekkende wijze. Ik citeer uit hun schrijven aan het organiserend comité:

Uw wens om twee Stolpersteine te plaatsen voor ons huis in Aerdenhout heeft inmiddels veel discussie en commotie veroorzaakt.
Wij vinden dat daarmee de herinnering aan het echtpaar Barends, de voormalige bewoners, geen recht wordt gedaan. Zij verdienen een dergelijke behandeling niet. 

Om hen op een juiste wijze te eren stemmen wij daarom in met de plaatsing van de twee gedenkstenen. 

Wij zullen dit vandaag ook aan de gemeente Bloemendaal meedelen.

Zo hoort het. In een opwelling of ook zonder opwelling neem je een verkeerd besluit, je heroverweegt en daarna een openbaar Mea Culpa. Het zou mooi zijn als wij in deze maand Elloel bereid zijn om na te denken en daar waar nodig openlijk afstand te nemen van foutieve beslissingen zonde gêne. Hulde aan deze Aerdenhoutse bewoners.

Helaas maken mensen regelmatig elkaar het leven zuur. Ze vallen elkaar aan, beschuldigen, kunnen niet meer stoppen en weten na een x-aantal maanden niet eens meer waarmee de ruzie begonnen was.

Zoals u zult begrijpen wordt mij ook af en toe het vuur na aan de schenen gelegd. Mijn opstelling is dan als volgt: is de kritiek terecht? Zo ja, dan moet ik er iets aan doen en dankbaar zijn voor de kritiek. Zo nee, dan ga ik uit van de gedachte: de honden blaffen, maar de caravaan trekt verder. Lijkt me de meest gezonde opstelling! En laat ik nu net voordat ik dit dagboek begon in Hajom Jom, een chassidisch werk dat voor iedere dag een lesje heeft,  gelezen hebben:

Keep away – to the ultimate degree – from a campaign of attack. Not because we lack the means of prevailing or because of timorousness, but because we must consecrate all our strength exclusively to strengthening our own structure, the edifice of Torah and mitzvot performed in holiness and purity. To this we must devote ourselves utterly.

Anders geformuleerd: verpruts geen tijd aan verdediging en al helemaal niet aan aanval, maar investeer in je eigen gebouw, in jezelf. Want uiteindelijk kun je alleen voor de medemens van betekenis zijn als je uitgaat van je eigen kracht en capaciteiten en die optimaal voor jezelf en voor de brede samenleving weet in te zetten!

Het is weer een nieuwe week. Rosj Hasjana is in volle aantocht. Het Jodendom kent geen oudejaarsvieringen, omdat het verleden uitsluitend een middel is. In het Jodendom, en speciaal in deze maand Elloel, blikken we weliswaar kortstondig terug, maar met als enig doel vooruit te kijken, gericht op een betere toekomst!

Alvast een sjana towa!

 Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

Herderlijk Schrijven van de Opperrabbijn voor de Hoge Feestdagen 2023

In de Sidra (Thora voorlezing) waarmee we deze maand Elloel, de maand van voorbereiding voor de Hoge Feestdagen, begonnen lazen we: “Rechters zult gij aanstellen in al uw poorten” en laat ik nou toevallig (toeval bestaat niet!) de laatste dagen van doen te hebben gehad met (on)recht.
Mijn jongste dochter belt op vanuit Montreal. Totale paniek. Haar man liep zijn kantoor uit naar zijn auto om naar huis te rijden en wat ziet hij? Niets dus, want zijn auto was verdwenen. Maar niet zomaar van straat verdwenen, neen, van een bewaakt parkeerterrein! De beveiliger gaf hem een telefoonnummer dat hij kon bellen om erachter te komen waar zijn auto zich bevond. En inderdaad, de man achter het telefoonnummer wist waar de auto stond en was zeer welwillend om hem dat te vertellen op voorwaarde dat hij bereid was om het nummer, vervaldatum en het driecijferige getal op de achterkant van de creditcard te geven zodat er $80 van zijn rekening kon worden afgegeven. De beveiliger van de parkeerplaats adviseerde hem om gewoon de gevraagde informatie te geven omdat, naar zijn zeggen, we hier te maken hebben met gangsters van een georganiseerde en gevaarlijke bende…
Deed me denken aan mijn andere schoonzoon die jaren geleden een verkeersongeluk had op een highway in de USA. Hij werd naar het ziekenhuis vervoerd en de restanten van de auto werden door een bergingsbedrijf weggesleept. Toen alles weer gezond en wel was, ontving hij een torenhoge bekeuring en kreeg een aantekening achter zijn naam dat hij een misdaad had gepleegd. Wat was de misdaad? Na het ongeluk, totdat de auto was weggesleept, stond de auto op de plek van het ongeval en daar gold een parkeerverbod. Als je zo’n aantekening hebt, wordt het lastig om ooit nog een auto te huren, dus die aantekening moest hij zien te verwijderen na eerst de bekeuring te hebben voldaan. Om een lang verhaal kort ta maken: als hij bereid was om zwart €500 cash aan een lokale rechter te betalen, dan zou het probleem worden opgelost. En aldus geschiedde…
De discussie in Israël gaat niet, als ik het goed begrijp, over corrupte rechters, maar wel over de vraag wie de rechters worden. De USA-rechter die €500 eiste van mijn schoonzoon, is corrupt. Een normale rechter, zoals we die ook in Nederland kennen, neemt geen smeergeld aan en zal zijn uitspraak uitsluitend baseren op de wet. Maar vaak is het allemaal niet zo zwart-wit en moet de rechter inschatten in het grijze gebied. Dat inschatten doet hij vanuit zichzelf en daar ligt het probleem.
Een seculiere rechter zal vanuit zijn seculiere denken wellicht tot een andere uitspraak komen dan een rechter die religieus is. Waarbij er geen sprake is dat de een gelijk heeft en de ander ongelijk, maar de uitspraak, speciaal wanneer ethiek een onderdeel zou zijn van de rechtspraak, kan wel honderdtachtig graden verschillend uitpakken. En daarover gaat in Israël de discussie. Een discussie die we ook in de USA zien en ook in ons Nederland tegenkomen. Menigmaal hoorde ik advocaten hier in ons nette Nederlandse polderlandje zeggen dat ze hopen dat rechter x op de zaak gezet zal worden en niet rechter y, want in het grijze gebied…
We bevinden ons inmiddels in de maand Elloel, de maand van voorbereiding voor de Hoge Feestdagen. Dagelijks horen we de klanken van de sjofar. Wordt wakker! Onderwerp jezelf aan een onderzoek. “Rechters zult gij aanstellen in al uw poorten”. Mijn poorten zijn mijn ogen, mijn oren, mijn mond. Hoe kijk ik aan tegen? Wat hoor ik? En wat komt er uit mijn mond? Roddelpraat? Of onder alle omstandigheden de waarheid? En wat met bejegening van de medemens?

Als ik mezelf eerlijk beschouw denk ik dat ik zwart wel als zwart zie en wit als wit. Maar wat in het grijze gebied? Door wat laat ik mijn oordeel leiden als iets niet zwart en niet wit is? Hoogmoed? Eigenbelang? Sluwheid? Bescheidenheid?
Een strafrechtadvocaat vroeg aan zijn klant, nadat hij voor hem vrijspraak had weten te regelen, om hem te vertellen of hij wel of niet de moord waarvoor hij terecht had gestaan, had gepleegd. Het antwoord van de cliënt luidde: Na uw verdediging gehoord te hebben, begin ik meer en meer te geloven dat ik onschuldig ben.
Het klinkt wellicht zalvend, maar toch: wordt wakker en onderwerp jezelf aan een goed en eerlijk onderzoek, om te voorkomen dat niet recht maar krom de overhand gaat krijgen, ook in je eigen gedachtewereld!
Ondertussen ben ik mezelf aan het voorbereiden om voor te gaan in de diensten op de Hoge Feestdagen en probeer ik rechters over mezelf aan te stellen. Maar ik denk ook al vooruit naar Soekot, als we uitbundig zingend en dansend met de Thora in onze armen de periode van de Hoge Feestdagen zullen afronden. Want het uiteindelijke doel is:
Dien G’d vanuit vreugde –
Maar tot het zover is:
bewaak alle poorten, speciaal de poorten die binnen je bereik liggen:
je ogen, je oren en je mond.

Met vriendelijke groet,

Binyomin Jacobs

 

Dagboek van de Opperrabbijn 29 augustus 2023

Mijn excuus dat ik het dagboek van zondag jl. heb overgeslagen en er dus deze week bij uitzondering maar een dagboek verschijnt in plaats van twee. De reden is dat we, tijdens onze vakantie-afwezigheid, een aantal onverwachte klusjes kregen. Twee buitenlandse rabbinale verzoeken om na te gaan of iemand wel/niet Joods is. Twee besprekingen met (jongere ) collega’s over gioer. Beide rabbijnen gingen er vanuit dat gioer kandidaten naar ons Beth Din in Brussel gestuurd kunnen worden en wij dan voor de verdere begeleiding zorgen. Nee dus! Wij, is dus het Beth Din van de RCE, het Rabbinical Center for Europe. En wij zijn er om lokale rabbijnen te helpen met een eventuele afronding van een gioer procedure als de lokale rabbijn niet over een lokaal of eigen Beth Din beschikt en zelf geheel achter de kandidaat staat. Maar dit bekend zijnde bij EU-rabbijnen, word ik meer en meer als een expert, al dan niet terecht, gezien, bellen lokale rabbijnen voor begeleiding en advies. Hetzelfde geldt ten aanzien van de vraag wie wel of niet Joods is en of er gesproken kan worden van op z’n minst een twijfel. Gisteravond laat kreeg ik een Joodse man aan de telefoon uit België, woonachtig in Congo, die een niet-joodse vriendin heeft uit India die Joods zou willen worden. Vraag één was of zij inderdaad Joods wil worden of dat hij wil dat zij dat wordt. Want toetreden tot het Jodendom kan alleen omwille van het Jodendom, het geloof in G’d en Zijn Thora en Traditie.

Een andere rabbijn legde mij een interessant probleem voor. Een man en vrouw zijn zo’n vijftien jaar getrouwd. Beiden waren strikt orthodox levend. Baard, zwarte hoed, lange pijes, haarlokken. Meneer ziet de baard niet meer zitten, ruilt zijn opvallend charedim-ogende zwarte hoed in voor een klein nauwelijks zichtbaar gehaakt keppeltje en mevrouw en de kinderen voelen zich voor (Joodse) aap gezet. Dat de vrouw hiermee in haar maag zit, moge duidelijk zijn. Moet ze aansturen op een get, scheiding? Of accepteren omwille van de kinderen? Vindt ze hem nog aardig? Of ervaart ze hem als een stoorzender in haar leven. Hoe moet de rabbijn hiermee omgaan? Wat moet hij haar adviseren? Of ik even wil meedenken. Aan mij is het dan om heel goed te luisteren, vragen te stellen om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de ontstane situatie. Scheiden is makkelijk, maar is niet altijd de beste oplossing. Bij elkaar blijven en kinderen en echtgenote diepongelukkig laten, is ook geen optie. Na lang en goed luisteren heb ik het volgende advies gegeven: Blijf samen, scheiden maakt in deze situatie niemand gelukkig, levert uitsluitend schade en verdriet op. Maar gun ieder de vrijheid om zijn en haar leven in te richten zoals ieder dat wil. En daar waar ze samenkomen, bijvoorbeeld met de maaltijden, houden allen zich aan de halaga, want zo zijn ze beiden hun huwelijk begonnen. Beiden stemden in, kreeg ik in een volgend contact met hun rabbijn te horen. Alleen zij heeft nog een probleem. Ze geneert zich om in de Joodse openbaarheid met hem samen te verschijnen. Alle echtgenoten van haar vriendinnen hebben baarden met alles erop en eraan. En hier staat zij met haar man zonder baard, zonder hoed, zonder zwart pak, zonder, zonder…Mijn antwoord/advies was: haar man is wie hij is en dus dient zij dat te accepteren, dat is een deel van het compromis. Als vriendinnen neerkijken hebben die vriendinnen een probleem en mag zij zich afvragen of die vriendinnen echte vriendinnen zijn.  De rabbijn was blij met mijn compromis-voorstel-oplossing. Ik hoop dat het gaat werken en wie weet, misschien door haar tolerante opstelling komt hij weer terug naar zijn oorspronkelijke status, terug van even weggeweest.

Overigens als u goed hebt gelezen begon ik dit dagboek met: . De reden is dat we, tijdens onze vakantie afwezigheid, een aantal onverwachte klusjes kregen. Wie zij WE? Bovenvermelde klusjes hebben uitsluitend met mij te maken en niet met we, mijn Blouma en ikzelf, samen. Blouma is gevallen met als resultaat een fractuur in haar ellenboog. Maar, zoals de arts vertelde: de fractuur zit op een gunstige plaats! Dat was dan fijn om te vernemen, maar de fractuur was wel een fractuur. En dus naar lokale arts, scan in ziekenhuis, bij een speciaalzaak een ding gekocht dat haar arm op z’n plaats moet houden en natuurlijk de ANWB-alarmcentrale ingeschakeld. Daar kreeg ik te doen met Jonathan, een medewerker. Geweldig! Wat een begrip, meedenken, geruststellen. Niet alleen verzekeringen controleren, niet alleen zeuren over geld, maar uitsluitend: hoe kunnen we helpen. Ik wens eenieder toe om niet met de alarmcentrale in aanmerking te hoeven komen, maar als het dan toch helaas wel nodig is: van harte aanbevolen! Jonathan, vanaf deze digitale plek, nog steeds in het buitenland vertoevend en genietend van onze vakantie: enorm bedankt voor je hulp.

Een gevaar, een loszittende tegel, schuilt in een klein hoekje. En als we het dan toch over gevaren hebben. Ik was voornemens om mijn zorg uit te spreken over al die elektrische fietsen met dikke banden en die elektrische steppen die als bezetenen links, rechts, voor en achter opdoemen op onze Nederlandse wegen. Ik begrijp niet dat er niet met spoed wetten komen die deze rijdende gevaren van de weg halen of op z’n minst aan banden leggen qua snelheid, zichtbaarheid en veiligheid. En zie, net voordat ik dit Nederlandse probleem aan dit dagboek wilde toevertrouwen stuurde mijn schoonzoon uit Montreal mij trots een foto op via whatsapp van zijn milieuvriendelijk vervoersmiddel. De auto blijft thuis en hij stept elektrisch naar zijn werk. Gelukkig draag hij naast zijn tsietsiet ook over zijn keppeltje een helm en is hij van nature absoluut geen crosser, maar wel milieubewust.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 23 augustus 2023

Gezien toeval niet bestaat heeft het dus zo moeten zijn dat ik een overeenkomst onder ogen kreeg die aangaf wanneer Delta Airlines wel en wanneer ze zich niet verantwoordelijk acht voor vertraging of uitvallen van hun vluchten. Ik citeer vertalend: “We nemen geen verantwoordelijkheid voor Acts of G’d and Nature.” In Nederland zou dit helaas vandaag de dag volkomen ondenkbaar zijn. Een erkende Nationale Luchtvaartmaatschappij die aangeeft dat wij mensen niet alles onder controle hebben, maar de eindverantwoordelijkheid Boven ligt en wij daarop geen grip hebben en dus ook geen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Interessant overigens dat Delta eigenlijk niet alleen over G’d als eindverantwoordelijke spreekt, maar ook geeft Delta een eigen verantwoordelijkheid aan de Natuur, die dan ook in hun statement met een hoofdletter staat geschreven. Als we dit statement vanuit de Joodse filosofie bekijken dan klinkt hun opstelling erg Joods filosofisch. Want ook in het Jodendom erkennen we G’d als de overkoepelende kracht en Schepper van de totale Schepping en van al wat er op deze aarde en in deze wereld geschiedt. Maar de Natuur wordt niet gezien als een naast G’d opererende kracht, maar als een manifestatie van Hem, de Eeuwige. Daarom ook is de getallenwaarde van Ellokiem, G’d zoals hij zich manifesteert in de natuur, gelijk aan de getallenwaarde van het Hebreeuwse woord voor de Natuur en zouden we vanuit het Jodendom redenerend niet de Natuur met een hoofdletter schrijven. Maar mijn dagboek dreigt nu te religieus te worden en daarom kort samengevat: ik was verbaasd dat een nationale luchtvaartmaatschappij openlijk erkent dat niet de mens maar de Eeuwige uiteindelijk beslist. Ik kan me niet voorstellen dat de KLM, onze nationale luchtvaartmaatschappij, in een contract naar G’d zou verwijzen.

Terwijl ik dit dagboek schrijf zittend voor mijn computer en dus wat aan het filosoferen ben geslagen, lees ik over het neergestorte vliegtuig met aan boord Prigozjin van de Wagner groep en denk ik aan de ontmoeting die ik enige dagen geleden had met een rabbijn uit Rusland. Toen ik hem vroeg over de situatie in Rusland kwam hij met een voor mij verrassende reactie. Zonder ook maar enige goedkeuring te geven aan het moordende oorlogsgeweld, gaf hij de schuld toch veel meer aan Biden dan aan Poetin. Rusland was omringd door landen die stuk voor stuk niet meer behoorden tot de Sovjet-Unie, maar ook geen onderdeel vormden van de EU. Doordat die landen steeds meer tot het Westen gingen behoren voelde Poetin zich bedreigd met als resultaat de afschuwelijke oorlog van vandaag. Deze rabbijn keurt van geen kant het geweld goed, maar brengt wel de nuance aan die, naar mijn gevoel, in ons Nederland vaak onopgemerkt blijft.  Als ik een Russisch vliegtuig zie neerstorten of een Russische tank in brand zie vliegen geeft mij dat een goed gevoel. Maar bij het zien van Oekraïense soldaten die hun benen op het slagveld vanwege Russische mijnen hebben verloren word ik pijnlijk vol medeleven getroffen. Het zwart-wit denken is het normaal. Niemand die medelijden voelt met de drie bemanningsleden van het neergestorte toestel waarin (ook) Prigozjin zat. Misschien waren die drie bemanningsleden gewoon naar vrede hunkerende mannen, jonge vaders van een gezin met kleine kinderen die nu als weeskinderen zullen moeten opgroeien. Eigen schuld dikke bult? Hadden ze maar geen piloot moeten zijn, hoor ik mezelf bijna denken.

Op de begraafplaats van Amersfoort waar ik vorige week even was, zag ik tot mijn schrik dat het monument ter nagedachtenis aan de in Kamp Amersfoort vermoorde Joden, ernstig was beschadigd. Had niets te maken met antisemitisme, maar was bijna helemaal het gevolg van Acts of God and Nature. Meteen dwaalden mijn gedachten af naar het Russische Ereveld enige kilometers verder op, waar de soldaten liggen die ons probeerden te bevrijden. Maar omdat het Russen waren, waren ze plotsklaps niet meer koosjer vanwege de oorlog in Oekraine. Oorlog is afschuwelijk, maar wellicht is zwart-wit denken nog afschuwelijker. Denken veroorzaakt geen doden, lees ik in uw gedachten. Klopt! Maar oorlog is wel het brute en dodelijke resultaat van een samenleving die mensen het vermogen om in nuances te denken heeft ontnomen. Oorlog is gevolg van.

En nu ik toch al aan het afdwalen ben: de vorige weken stond vrouwenvoetbal vooraan in de media. Voor mijn gevoel kregen de dames heel erg veel aandacht omdat onze Nederlandse samenleving het niet accepteerde dat mannen-voetbal topnieuws is en hetzelfde voetbalspel dat door vrouwen wordt uitgevoerd totaal geen aandacht kreeg. Als nazaat van Aletta Jacobs kon en kan ik me geheel in deze extra media-aandacht voor de dames vinden. Maar wat ik lastig vind: waarom wel gigantisch veel aandacht voor de voetbalsport, maar over basketbal en vele andere sporten horen we bijna niets? Zijn die andere sporten minder sportief? Of heeft voetbal het niveau van de Gladiatorenspelen weten te bereiken, of van de stierengevechten. Onvergelijkbaar? Ja en nee. Natuurlijk is voetbal een geweldige sport omdat het sport is en onvergelijkbaar met het zinloos puur voor het vermaak van mensen doden van stieren. Maar rondom het voetbal is er helaas een cultuur ontstaan van tribunes, drank, drugs en geweld. Honderden en honderden manschappen moeten worden aangerukt om de voetballers en fans van de tegenpartij te beschermen. Sport is goed. Maar als mensen geen opvoeding meer krijgen die voorziet in waarden en normen, is het hek van de dam en ontstaan er afschuwelijke oorlogen die aan beide kanten alleen maar slachtoffers kent.

En dus: laten we proberen aandacht te besteden aan het denken. Nuances bespreekbaar maken. Zal erg lastig zijn, want media moeten kijkers en lezers hebben vanwege de gelden die ze nodig hebben om de journalisten te betalen. En de mens hunkert naar sensatie, want zonder sensatie wordt de krant niet verkocht en komt er dus ook geen geld binnen van adverteerders

 We hebben een probleem, want zwart-wit denken lokt en de nuance is saai.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 20 augustus 2023

Sjabbat jl. werd er in alle sjoels ter wereld het deel van de Thora gelezen dat begint met de woorden “Rechters en (politie)beambten zult gij aanstellen in al uw poorten” en laat ik nou toevallig (toeval bestaat niet!) de laatste dagen van doen te hebben gehad met (on)recht. Mijn jongste dochter belt op vanuit Montreal. Totale paniek. Haar man liep zijn kantoor uit naar zijn auto om naar huis te rijden en wat ziet hij? Niets dus, want zijn auto was verdwenen. Maar niet zomaar van straat verdwenen, neen, van een bewaakt parkeerterrein! De beveiliger gaf hem een telefoonnummer dat hij kon bellen om erachter te komen waar zijn auto zich bevond. En inderdaad, de man achter het telefoonnummer wist waar de auto stond en was zeer welwillend om hem dat te vertellen op voorwaarde dat hij bereid was om het nummer, vervaldatum en het driecijferige getal op de achterkant van de creditcard te geven zodat er $80 van zijn rekening kon worden afgegeven. De beveiliger van de parkeerplaats adviseerde hem om gewoon de gevraagde informatie te geven omdat, naar zijn zeggen, we hier te maken hebben met gangsters van een georganiseerde en gevaarlijke bende…

Deed me denken aan een van mijn kinderen die jaren geleden een verkeersongeluk had op een highway in de USA. Hij werd naar het ziekenhuis vervoerd en de restanten van de auto werden door een bergingsbedrijf weggesleept. Toen alles weer gezond en wel was, ontving hij een torenhoge bekeuring en kreeg een aantekening achter zijn naam dat hij een misdaad had gepleegd. Wat was de misdaad? Na het ongeluk, totdat de auto was weggesleept, stond de auto op de plek van het ongeval en daar gold een parkeerverbod. Als je zo’n aantekening hebt, wordt het lastig om ooit nog een auto te huren, dus die aantekening moest hij zien te verwijderen na eerst de bekeuring te hebben voldaan. Om een lang verhaal kort ta maken: als hij bereid was om zwart €500 cash aan een lokale rechter te betalen, dan zou het probleem worden opgelost…En aldus geschiedde.

De discussie in Israël gaat niet, als ik het goed begrijp, over corrupte rechters, maar wel over de vraag wie de rechters worden. De USA-rechter die €500 eiste van mijn zoon, is corrupt. Een normale rechter, zoals we die ook in Nederland kennen, neemt geen smeergeld aan en zal zijn uitspraak uitsluitend baseren op de wet. Maar vaak is het allemaal niet zo zwart-wit en moet de rechter inschatten in het grijze gebied. Dat inschatten doet hij vanuit zichzelf en daar ligt het probleem. Een seculiere rechter zal vanuit zijn seculiere denken wellicht tot een andere uitspraak komen dan een rechter die religieus is. Waarbij er geen sprake is dat de een gelijk heeft en de ander ongelijk, maar de uitspraak, speciaal wanneer ethiek een onderdeel zou zijn van de rechtspraak, kan wel honderdtachtig graden verschillend uitpakken. En daarover gaat in Israël de discussie. Een discussie die we ook in de USA zien en ook in ons Nederland tegenkomen. Menigmaal hoorde ik advocaten hier in ons nette Nederlandse polderlandje zeggen dat ze hopen dat rechter x op de zaak gezet zal worden en niet rechter y, want in het grijze gebied…

We bevinden ons inmiddels in de maand Elloel, de maand van voorbereiding voor de Hoge Feestdagen. Dagelijks horen we de klanken van de sjofar. Word wakker! Onderwerp jezelf aan een onderzoek. “Rechters zult gij aanstellen in al uw poorten”. Mijn poorten zijn mijn ogen, mijn oren, mijn mond. Hoe kijk ik aan tegen? Wat hoor ik? En wat komt er uit mijn mond? Roddelpraat? Of onder alle omstandigheden de waarheid? En wat met bejegening van de medemens? Als ik mezelf eerlijk beschouw denk ik dat ik zwart wel als zwart zie en wit als wit. Maar wat in het grijze gebied? Door wat laat ik mijn oordeel leiden als iets niet zwart en niet wit is? Hoogmoed? Eigenbelang? Sluwheid? Bescheidenheid?

Een strafrechtadvocaat vroeg aan zijn klant, nadat hij voor hem vrijspraak had weten te regelen, om hem te vertellen of hij wel of niet de moord waarvoor hij terecht had gestaan, had gepleegd. Het antwoord van de cliënt luidde: Na uw verdediging gehoord te hebben, begin ik meer en meer te geloven dat ik onschuldig ben.

Het klinkt wellicht zalvend, maar toch: word wakker en onderwerp jezelf aan een goed en eerlijk onderzoek, om te voorkomen dat niet recht maar krom de overhand gaat krijgen ook in eigen gedachtewereld!

Ondertussen ben ik mezelf aan het voorbereiden om voor te gaan in de diensten op de Hoge Feestdagen, probeer die rechters over mezelf aan te stellen en denk ik ook al vooruit naar Soekot.  Dit jaar weer in Maastricht, waar we uitbundig zingend en dansend met de Thora in onze armen het komende Joodse jaar zullen betreden. Want het uiteindelijke doel is: Dien G’d vanuit vreugde!

Maar tot het zover is: bewaak alle poorten, speciaal die poorten die binnen je bereik liggen: je ogen, oren en je mond.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn, 16 augustus 2023

Het was in Amersfoort een bijzondere Brom-Sjabbat. Even een korte uitleg van Brom-Sjabbat. Toen wij naar Nederland kwamen en in dienst o.a. bij de Joodse Gemeente Amersfoort, was de heer Mottel Brom de voorzitter en de vrijwillige chazan-voorzanger. Brom was in het dagelijks leven de directeur van Middeloo, een instituut dat opleidde tot muziektherapeut. Toentertijd was Middeloo een begrip in de wereld van de psychiatrie en klinische psychologie. Meneer Brom, zoals hij genoemd werd, was een combinatie van therapeut, directeur, voorzanger, psycholoog, vader en echtgenoot, voorzitter van de Joodse Gemeente, gabbe (koster) in de synagoge en last but not least was hij componist. Hoewel ik hem in de beginjaren best af en toe lastig vond, omdat hij mij voor mijn gevoel als zijn leerling beschouwde en me dus ook zo behandelde, had hij achteraf bezien meestal gelijk en heeft hij mij dus, aan het begin van mijn carrière, gecoacht en daardoor mede gevormd. Zijn drie kinderen waren inmiddels het ouderlijk huis ontvlogen, getrouwd en wonen nu in Israël en de USA. En afgelopen sjabbat was het Brom-Sjabbat in Amersfoort. Danny en Michel (beiden inmiddels al na de pensioengerechtigde leeftijd) waren met gedeeltelijke maar grote aanhang in Amersfoort en lieten ons genieten van hun prachtige voordawenen, voorgaan in de dienst. Veel van de Amersfoortse sjoel melodieën zijn composities van meneer Brom en gelden inmiddels als typisch Amersfoorts. Toen mijn schoonzoon rabbijn Stiefel pas in Almere kwam, waar hij de rabbijn is, en Amersfoortse melodieën gebruikte in de dienst op sjabbat, werd hem verzocht om niet de Chabad melodieën te gebruiken, maar de Nederlandse. Hij had de Brom melodieën braaf geleerd, niet wetend dat die melodieën uniek Amersfoorts-Broms waren en verder in Nederland onbekend. Prachtig, zo voelde ik het, dat in onze bijna 300-jarige sjoel de oude Brom blijft leven en hopelijk bij de viering van 300 jaar sjoel Amersfoort in 2027 zijn zelf gecomponeerde muziek zal klinken als onderdeel van de viering/herdenking.

Gisteren was een vrij rustige dag. Eerst een interview per zoom vanuit de Universiteit over de vraag of de Joodse Gemeenschap geloofsgenoten die afvallig worden als het ware uit de gemeenschap gooit. Uiteraard kwam Spinoza ter sprake, maar gelukkig wist de wetenschappelijke interviewer dat Spinoza niet door het toenmalige Rabbinaat in de ban werd gedaan, maar door het bestuur. Het wetenschappelijke onderzoek/interview werd door de Overheid bekostigd en moest in kaart brengen bij welke godsdienstige groepen kwesties als verbanning, bloedwraak en soortgelijke onacceptabele praktijken bestaan en hoe de Overheid hiertegen wel/niet kan optreden. Bij ons Joden valt dit allemaal nogal mee, hetgeen de onderzoeker feitelijk al wist omdat hij zelf ook Joods is. En toen hij had begrepen dat ik Joods was (hiervoor hoefde hij waarachtig geen hoogleraar te zijn) gingen we natuurlijk meteen aan de misjpologie en laten we nu inderdaad Mishpoche-wijs elkaar in de vorige generaties regelmatig tegengekomen zijn.

Maar er was toch nog iets dat me onrustig maakte. Mijn verhaal over de (zogenaamde) Iraanse vluchtelinge uit mijn vorige dagboek. Ik vertrouw haar niet, voor geen cent, en dat betekent dus voor mijn gevoel dat zij een potentieel gevaar zou kunnen zijn, een soort lopende tijdbom. Dat ze wacht op het juiste tijdstip…    Maar iets anders, geheel onverwacht, gaf die zenuwachtigheid een extra dimensie.

Als de Thora over onreine beesten spreekt, dan noemt de Thora die beesten niet ‘onrein’, een negatieve benaming, maar worden ze genoemd ‘niet-koosjer’, een netter taalgebruik. En dus toen ik schreef in mijn vorige dagboek over de ‘naïeve vrijwilliger met een maatschappelijke achtergrond’, voelde die vrijwilliger zich beschaamd. Dat deed mij pijn, temeer omdat die beschaming volkomen onterecht was en zeker niet mijn bedoeling.

Hoe geef ik een gebeurtenis weer in mijn dagboek? Als het iets positiefs betreft dan noem ik naam en toenaam, man en paard, nadat ik daarvoor eerst eventueel toestemming heb gevraagd. Maar als het een uiterst gevoelige kwestie betreft dan verander ik naam, geslacht, leeftijd, geboorteland en situatie. Maar pas op: hoewel alles gewijzigd is, bijna alles dat veranderbaar is, geboorteplaats en geboorteland en het soms noodzakelijk was om twee aparte gebeurtenissen door mekaar te mengen opdat niemand herkend kan worden, dan toch nog: de boodschap, de les of de waarschuwing blijven ongewijzigd! En dus was de opgewonden boze mijnheer/mevrouw/neutraal onterecht geïrriteerd, temeer daar het land van herkomst van de vluchteling/vluchtelinge ook was aangepast. De boodschap bleef echter ongewijzigd: we moeten alertheid betrachten en waken voor naïviteit. Want tussen het koren zit helaas af en toe het kaf. Aan ons is het om dat kaf van ons koren te scheiden.       

En als ik mezelf een spiegel voorhoud: toch voorzichtiger zijn met wat ik schrijf opdat ik niemand beschadig, ook niet onbedoeld en zeker niet in de nieuwe Joodse maand Elloel, de maand van bezinning en voorbereiding voor de Hoge Feestdagen.                                                                                                

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 13 augustus 2023

Die kleine aankondiging in het NIW dat ik ben benaderd om voor Europa zitting te nemen in een speciaal Beth Din van de RCE, Rabbinical Center for Europe, met betrekking tot het uitzoeken van gecompliceerde gevallen van wel/niet Jood-zijn, is kennelijk niet onopgemerkt gebleven. Sinds die aankondiging word ik duidelijk vaker benaderd door mensen die denken dat ze Joods zijn, maar het niet kunnen aantonen. Het wordt dan voor mij een soort detectiveverhaal. Het gecompliceerde is om het kaf van het koren te scheiden. Het kaf van het koren?? Wat bedoelt Jacobs, hoor ik u denken.

Recentelijk las ik ergens dat zich tussen de vluchtelingen uit Oekraine ook een aantal terroristen bevinden van IS die zijn ‘verkleed’ als Oekrainers, zich in Nederland nestelen en op een bevel wachten om vanuit hun slapende zielige bestaan wakker te worden om hun dodelijke opdracht uit te voeren. Waarom ik hierover schrijf? Laat ik heel duidelijk zijn: steeds vaker word ik benaderd door kleinkinderen, die inmiddels de middelbare leeftijd al ruimschoots zijn gepasseerd, dat ze van hun grootmoeder op haar sterfbed hebben vernomen dat ze Joods zijn. Meestal kloppen die verhalen en zijn ze op de een of andere manier aantoonbaar, ook als documenten ontbreken. Heel soms echter is niets aantoonbaar en dan is er een probleem. De persoon gelooft in zijn of haar Joodse afkomst, maar halagisch kan ik er niets mee. Maar de reden dat ik dit nu aan mijn dagboek (op dit moment nachtboek) toevertrouw is vanuit zorg. Enige weken geleden had ik contact met een vluchtelinge uit Iran die beweerde Joods te zijn. De door en door goede en vrome Joodse vrijwilliger, met een professionele maatschappelijk-werk-achtergrond, die haar begeleidde en vanuit medelijden veel tijd in haar investeerde is mijns inziens vanuit zijn naïviteit onverantwoord bezig. De vluchtelinge kwam inderdaad erg zielig over , beschikte over geen enkel bewijs van haar joodse afkomst, maar deed wel aan de Joodse tolk, die ik had ingeschakeld, haar beklag over mijn optreden. Ik was te direct met mijn vragen hetgeen haar deed denken aan de religieuze politie die haar in Iran eens had opgesloten en uitgebreid met dwangmiddelen had ondervraagd over haar on-islamitische gedrag.

Nadat ze vetrokken was viel ze op straat flauw, zo liet de vrijwilliger mij achteraf weten. Volgens hem was dat erg zielig en toch wel een teken van haar oprechtheid. Overigens accepteert hij de on-bewijsbaarheid van haar Jood-zijn. Of hij wel of niet haar verder gaat begeleiden, weet ik niet. Mijn grote zorg is echter dat als ze niet-joods is, waarom ze zich voor Jodin wil voordoen. Om ergens bij te horen? Omdat ze gestoord is? Om sneller in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning in Nederland? Om met mijn rabbinale verklaring naar Israël te kunnen gaan? Of is er sprake van poging tot infiltratie binnen de Joodse gemeenschap met kwade bedoelingen? In het AZC waar ze zich zou bevinden wordt ze door Palestijnen die daar dus ook zitten, naar haar zeggen , getreiterd vanwege haar Jood-zijn. Of dit klopt is voor mij heel eenvoudig te controleren. Zitten er überhaupt Palestijnse vluchtelingen in dat AZC en zo ja, hoe weten die Palestijnse vluchtelingen dat onze Iraanse een Jodin is als ieder bewijs in deze ontbreekt? En dus wacht ik al veel te lang om van de vrijwillige maatschappelijke begeleider te horen wat haar juiste naam is en waar ze zich bevindt. Wat de spoed is? Wel, als ze aantoonbaar creatief omgaat met de waarheid wordt alertheid, om het even zachtjes uit te drukken, wel vereist! Ben ik te wantrouwend? Misschien wel, maar haar flauwvallen was voor mij totaal geen bewijs van haar oprechtheid en ook de tolk vertrouwde haar voor geen cent.

Het is dus de vakantieperiode. Stiller dan gewoonlijk wat betreft mijn rabbinale inzet.  We gaan dadelijk met onze kleinkinderen weer naar de Dierentuin. Ons uitstapje met schoonzoon en dochter uit Londen naar Giethoorn vorige week was geweldig fijn. Opvallend was het aantal Israëlische toeristen, bootjes vol. Maar ook, en dat realiseer ik me steeds vaker, met ons zichtbaar Jood-zijn hebben we ook een PR-taak/opdracht voor de Joodse gemeenschap en dus ook voor Israël.  Als een Jood zich onverhoopt in het publieke domein misdraagt, dan schaadt dat de Joodse gemeenschap in haar volle breedte. Maar het tegenovergestelde geldt natuurlijk even zozeer. Goed gedrag valt ook op en heeft ook zijn (positieve) effect. En dus probeer ik zoveel mogelijk te groeten en ga ik graag een praatje aan. En zo kwamen we in de winkel van de pottenbaker terecht. En terwijl mijn dochter alle potten aan het bekijken was en er zelfs een heeft gekocht, stonden mijn Blouma en ik gezellig te kletsen met de verkoper. Hij bleek een Hoogleraar te zijn en zich bezig te houden met de farmaceutische industrie en het gebruik van medicijnen. Hij doceert regelmatig in China en in Groningen en zijn baantje als verkoper van de sierlijk gebakken potten was zijn vrijetijdsbesteding. En van het een komt het ander en dus spreken we over Israël, over de Joodse gemeenschap in Nederland en over zijn mogelijk Joodse afkomst, want zijn oma…

Teruglopend naar de parkeerplaats passeerden we een winkel die uitsluitend kaas verkocht. Een verkoopster in traditionele klederdracht stond voor de deur kaas, kaasschaven, kaasplanken en alles wat met kaas en Nederland te maken heeft te verkopen. Nadat Blouma een kaassnijmes, niet te verwarren met een kaasschaaf, had gekocht vroeg ze aan de verkoopster waar ze haar traditionele kapje had gekocht. Om mij niet duidelijke reden wilde Blouma namelijk ook zo’n kapje voor zichzelf aanschaffen. Het antwoord van de verkoopster in originele klederdracht: in een carnavalswinkel!

Na Giethoorn terug naar huis. Maar, nog wel even langs Steenwijk naar de Joodse begraafplaats waar mijn grootouders liggen. Hoewel ik heel eenvoudig gewoon de bordjes Steenwijk had kunnen volgen en in Steenwijk weet ik de weg wel naar de Joodse begraafplaats, wilde ik het via mijn GPS doen. Resultaat: ik kwam aan bij de Joodse begraafplaats in Pol. Kennelijk werd er van Hogerhand beslist dat ik ook daar een paar tehillim – psalmen uitspreek. Overigens , hoewel ik meen zeer bekend te zijn met alle uithoeken en ver-weg plaatsen binnen Joods Nederland, was deze Joodse begraafplaats voor mij nieuw.

Tien minuten later kwamen we aan in Steenwijk, de geboorteplaats van mijn moeder en vele generaties voor haar. Om de begraafplaats op te kunnen heb ik gebeld naar een van de vrijwilligsters die geheel belangeloos de begraafplaats onderhouden. Meteen kwam ze naar de begraafplaats met de sleutel. Niet alleen doet zij met de groep vrijwilligers het onderhoud, maar ook het in-kaart brengen van alle graven, de geschiedenis van de Steenwijkse Joden bekendheid geven, zorgen dat de Joodse gemeenschap niet wordt vergeten. De gedrevenheid en liefde om de begraafplaats zo waardig mogelijk te behouden, was me uiteraard al vele jaren bekend, maar ter plekke zijnde voelde ik het weer heel sterk en vervulde het mij met grote dankbaarheid. Feilloos wist ze al mijn voorouders te benoemen en hun graven te tonen. Haar vader, zo vertelde ze, was een vriend geweest van mijn moeders broer Louis. Ik had haar al vaker getroffen bij herdenkingen en lezingen, maar nu voor het eerst een persoonlijk gesprek. Fijn, om de betrokkenheid van deze niet-joodse vrouw te voelen.  Geweldig om haar kennis over de foute houding van B&W in de oorlog, haar succesvolle inzet met een groepje gedreven vrijwilligers en de intense steun van de huidige burgemeester te mogen vernemen.  Op de begraafplaats zie ik vele generaties De Leeuw (mijn moeders meisjesnaam), Slager, Van der Horst, De Groot, Stokvis en nog een aantal bekende Steenwijkse families over wie mijn moeder mij vaak vertelde. Maar ik zie ook de vele lege plaatsen waar Joodse Steenwiekers zo graag normaal begraven hadden willen worden.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 9 augustus 2023

Het is vanwege de vakantie een relatief rustige tijd voor mij. We wandelen meer dan gewoonlijk, waren gisteren met de kleintjes naar de Dierentuin in  Amersfoort en hebben zelfs voor onszelf een abonnement genomen omdat we denken dat uitstapje Dierentuin voor herhaling vatbaar is. In Spakenburg, waar we eergisteren aan de avond-wandel waren, kwamen we in gesprek met een echtpaar uit Enkhuizen die lagen aangemeerd in de haven. Interessant te horen hoe gigantisch duur sommige vakantiebootjes kunnen zijn. Is het zinvol om zomaar met onbekenden te spreken, vraagt u zich wellicht af? Ik vind dat gewoon leuk want ik ben geïnteresseerd in mensen. Eigenlijk zijn die ontmoetingen, die praatjes die je onderweg met onbekenden maakt, vergelijkbaar met het bezoek aan een dierentuin, gewoon leuk. Maar los van het gegeven dat ik een gesprek met onbekenden die je zomaar tijdens een wandeling ontmoet, leuk en interessant vind, is het ook zinvol. De bootmensen kwamen dus uit Enkhuizen en dachten dat wij uit Antwerpen kwamen. Gewoon vriendelijk zijn tegen medeburgers die niet Joods zijn, kan geen kwaad en kan gerekend worden, naar mijn bescheiden mening, tot het creëren van goodwill voor al dat Joods is en dus ook voor Israël.

Deze week twee keer post uit de Tweede Kamer der Staten Generaal, zoals de afzenders zo netjes stonden vermeld. We zijn uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de postume uitreiking van

de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in Goud

aan de heer Jan Zwartendijk door

Z.E. dhr. W.B. Hoekstra Minister van Buitenlandse Zaken

Geweldig dat Zwartendijk eindelijk de eer  toekomt die hij verdient vanwege zijn rol in de oorlog bij het redden van honderden Joden uit het bezette Litouwen. Als dank kreeg hij tot nog toe uitsluitend  na de oorlog een berisping voor zijn reddende inzet als consul der Nederlanden, want het scheen niet helemaal legaal te zijn gebeurd! Eindelijk wordt het nu rechtgezet. Laat en postuum, maar beter laat dan nooit!

 

De tweede post die ik uit de Tweede Kamer mocht ontvangen was een boekje dat was uitgegeven ter gelegenheid van 25-jaar Kees van der Staaij in de Tweede Kamer. Mij was verzocht om hieraan een bijdrage te leveren,  vandaar dat ik het boekje getiteld  “Met Recht Kees, 25 jaar daad bij het Woord” heb ontvangen. Hierbij mijn bijdrage:

Op 19 mei zit Kees 25 jaar in de Tweede Kamer. Ik kon het haast niet geloven, want het impliceert dat er ooit “een Tweede Kamer zonder Kees” heeft bestaan. Dat is bijna ondenkbaar want: een Tweede Kamer zonder van der Staaij, is als een lichaam zonder ziel… Klinkt aardig, hoor ik u denken, maar is dat niet wat overdreven?

Waarom heette de eerste mens Adam? A-Dam is de combinatie van de Hebreeuwse letter alef en het Hebreeuwse woord dam. In het Hebreeuws heeft iedere letter een getallenwaarde. De alef is één en wijst op de Eeuwige onze G’d die één is. Het wijst ook op het G’ddelijke vonkje dat we allen in ons hebben, namelijk onze ziel. De vertaling van het woord dam is bloed dat symbool staat voor het menselijk lichaam. Adam is de mens, de combinatie van ziel en lichaam, van spiritualiteit en materialisme, van geloof en politiek. En zo staat onze Kees van der Staaij in de Tweede Kamer, waar helaas velen zich voornamelijk richten op het economisch welzijn, op macht en op het verkrijgen van een stemmenmeerderheid, terwijl de alef van Adam ontbreekt of nauwelijks meetelt. Kees is de Adam van de Tweede Kamer, een lichtend voorbeeld. Ja, zijn partij is klein qua volume, maar een klein lichtpunt is in een doorgaans duistere omgeving intens zichtbaar.

De Joodse datum 28 Ijar 5783 valt dit jaar op 19 Mei 2023. Toeval bestaat niet, uiteindelijk komt alles  van Boven en dus ook de datum 19 mei: Jom Jeroesjalajim-Jeruzalemdag. Wat de betekenis is van deze dag voor de Staat Israël wil ik hier niet vermelden omdat mijns inziens onze Tweede Kamer zich primair moet richten op de belangen van Nederland en alles dat aan Nederland is gekoppeld. De wereld bemoeit zich al veel te veel met het doen en het laten van dat piepkleine landje in het grote en machtige Midden-Oosten.

Maar, omdat toeval dus niet bestaat, neem ik de vrijheid om Kees te verbinden met de spirituele Bijbelse betekenis van Jeruzalem-Jeroesjalajim. Jeroesjalajim heet niet toevallig Jeroesjalajim, maar       de naam heeft een betekenis en ook een duidelijke opdracht.

In de naam Jeroesjalajim liggen meerdere betekenissen besloten: Jirat Sjaleem – volledige Godvrezendheid en Sjalom-vrede. Jeruzalem is vanuit Bijbels perspectief het middelpunt van de wereld, de kern waarom alles moet draaien: vrede. Maar sjalom betekent niet alleen een staakt het                       vuren. Echte vrede betekent éénheid, ook in diversiteit. Tussen volkeren, tussen partijen en in de mens zelf. Maar om die sjalom te bereiken dient er een onwrikbare G’dvrezendheid te zijn.

Zo staat Kees van der Staaij in de Tweede Kamer: met God voor ogen, werken aan de echte sjalom. Kees, ik ben dankbaar om je vriend te mogen zijn!

Binyomin Jacobs

 

Verrast trof ik voorin het boekje over deze senior parlementariër: Waarde Binyomin, Heel veel dank voor de mooie bijdrage in het boekje waarmee ik onlangs werd verrast…en wil je hartelijk danken voor alle vriendschap en waardevolle ontmoetingen…

Kees van der Staaij

Ik ben dankbaar tot de vriendenkring van Kees te mogen behoren!

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .