Een maar liefst zeven verdiepingen tellend nieuw onderkomen voor de Jüdische Chabad Gemeinde Berlin werd ingewijd. De straat voor het gebouw was uiteraard zwaar beveiligd en stond vol met kraampjes waar gratis falafel, shoarma, fruitsalades, allerlei soorten drank en hamburgers gratis aan de duizenden gasten werd uitgereikt. Ongelofelijk goed georganiseerd. Wat er voor mijn gevoel ontbrak waren de Berliner bollen. Die Berliner bollen waren voor mijn gevoel meer op z’n plaats geweest dan de Hamburgers. Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft, werd niet alleen gezongen, maar beleefd en gedemonstreerd. De Berlijnse en Duitse nationale overheid was aanwezig. Rabbijnen uit heel Europa participeerden, bestuurders van Joodse Gemeenten gaven acte de présence, iedereen was er, zelfs de Sefardische Opperrabbijn van Israël rabbijn Jitschak Joseph, was even komen invliegen. En ik, als decorum-deelnemer, werd vanwege mijn grijze baard, naast de opperrabbijn geplaatst en zag hoevelen hem de hand kwamen schudden en hem een bracha, als.
Eenmaal weer terug en ik vol enthousiasme een goede vriend deelgenoot maakte van wat ik zou willen betitelen als ‘het wonder van Berlijn’ werd ik er fijntjes op geattendeerd dat weliswaar de Duitse Overheid alles doet om het on-reparabele verleden zoveel mogelijk te herstellen, het antisemitisme onder de gewone Duitse bevolking schrikbarend groeit.
Terug naar normaal, de gewone dagelijkse beslommeringen. Nou ja, gewoon? Geen dag is bij mij gewoon. Vandaag was mijn agenda bijna leeg. Eerst om 9:00 uur een zoom vergadering. Een leerling van een Talmoed Hogeschool in Israël kon zijn Jood-zijn niet aantonen en gezien hij oorspronkelijk uit Nederland afkomstig is, mocht ik het probleem oplossen. Om 10:00 uur was de vergadering afgelopen, maar zijn Joodse afkomst heb ik niet kunnen aantonen. Integendeel, te veel klopte er niet. De hele familie zou dus wel Joods zijn, volgens de leerling, maar dat werd strikt geheimgehouden. Maar: terwijl de Joden werden afgevoerd of probeerden onder te duiken, kwam deze Joodse (?) familie juist als Joodse(?) familie bijeen? Vreemd en levensgevaarlijk!
Daarna een zoom vergadering over een groot Europees symposium volgend jaar mei/juni over antisemitisme. We moeten het onder de aandacht houden, want het groeit. Toen ik gisteravond rond 21:00 uur even een frisse neus ging halen werd ik uitgebreid na-gescholden met Free Palestine en Hamas (3X), Joden aan het gas. Moet toch kunnen in ons tolerante Nederlandje. Ik heb per sms de wijkagent geïnformeerd en verwacht van hem over een of twee weken een reactie, want veel sneller zal die niet komen!
Zojuist ben ik gebeld door Trouw over het door de minister uitgevaardigde verbod betreffende het dragen van religieuze kenmerken bij de politie. Hoe ik hierover denk? Mijn reactie was als volgt: Ik begrijp de minister volledig. Ik ben ervan overtuigd dat in principe haar de mening is toegedaan dat religieuze uitingen zouden moeten kunnen! Maar kijkt zij van boven naar beneden of van beneden naar boven? Als helaas de ongewenste realiteit bestaat dat voor sommige burgers het dragen van een hoofddoekje de neutraliteit van de agent in twijfel zou trekken omdat, helaas, helaas er tussen de moslims enkelingen rondlopen met onacceptabele denkbeelden, dan begrijp ik haar keuze ter bescherming van de burger (het beneden) die bang zou kunnen worden. De minister heeft dan geen andere keus dan ook het kruisje en het keppeltje mee te nemen om haar neutraliteit en geloofwaardigheid te waarborgen. Overigens kan een Joodse politieagent zijn of haar pet opzetten, de Joodse wet verlangt hoofdbedekking en niet specifiek een keppeltje. Het ware echter het best geweest als iedereen met zijn eigen religieuze insignes en/of kleding politieagent kan zijn. Maar helaas is dit niet haalbaar omdat onze samenleving geen plaats biedt voor totale gelijkheid in minimale verscheidenheid. Met andere woorden: er is een probleem in de samenleving, maar niet in de minister. En dus moest de minister een compromis verzinnen om een zieke multiculturele samenleving voor verdere verzieking te behoeden.
Maar Berlijn was geweldig!
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

Het klinkt wellicht vreemd maar ik zit nu heerlijk te relaxen. Het is zondagochtend. Opgestaan om 5 uur, gedawend (ochtendgebed), een stukje homebaked cheesecake gegeten en nu zit ik in de KLM Lounge op Schiphol in afwachting van mijn vlucht naar Berlijn. Ik zal vandaag dus in Berlijn zijn, niet als spreker maar als decorum. Er wordt daar een community center voor de Joodse gemeenschap geopend. Zeven verdiepingen hoog en een gigantische hoeveelheid vierkante meters. Ik zie het dadelijk wel. Gezien er bij de opening van 12:00 uur tot ca. 14:00 uur veel Duitse Vips aanwezig zullen zijn, ben ik van (de Nederlandse) stal gehaald vanwege mijn grijze baard en zal ik wel ergens zichtbaar gepositioneerd worden. In het Nederlands noemen we dit dus decorum, maar mijn (ooit Engelse) Blouma spreekt over “rent a crowd’. Meer over het uitstapje Berlijn op of na de terug vlucht vanavond om 18:50 uur
Hoewel het alweer een halve week geleden is, gonst de muziek en vooral de sfeer nog na in mijn gehoor en, nog belangrijker, in mijn gevoel. Een geweldig concert in de sjoel van Arnhem, zondag jl. ter gelegenheid van 75-jaar Israël. Meer dan 160 aanwezigen, waaronder de ambassadeur van Israël en zijn echtgenote. Een geweldig feest. Maar wat misschien belangrijker was dan het concert zelf, was de uitgebreide inloop vooraf en het nablijven na afloop. Het voelde als een ouderwetse Mediene-dag, men ontmoette elkaar, het was als één grote familie. Met andere woorden: het middel was het schitterende concert, maar het doel reikte verder. Enige weken geleden toen ik werd gevraagd om een toespraak te houden, was er sprake van tien minuten. Maar enige dagen voor het concert kreeg ik te horen dat mijn spreektijd was gereduceerd tot zeven minuten. Nadat ik over de inkorting van mijn spreektijd mijn verbazing had kenbaar gemaakt werd mij aangegeven dat ik acht minuten moest spreken. En zie: mijn toespraak was klaar! Tien staat immers symbool voor de Tien Geboden, spiritualiteit. Zeven zijn de zeven dagen van de week, materialisme. En acht staat voor zeven plus één. Zeven het aardse en één is G’d: met beide beentjes op de grond staan en tegelijkertijd weten dat het niet realistisch is om te denken dat dat alles realistisch is. Anders gezegd: als een mens ziek is moet hij naar de dokter. Maar zowel de arts alsook de patient moeten beseffen dat de uiteindelijke genezing van Boven komt. En deze gedachte kwam precies overeen (want toeval bestaat niet!) met de Sidra van de week, het deel van de Thora dat sjabbat jongstleden centraal stond en ook met de lezing van aanstaande sjabbath. Sjabbat jl. lernden we over de zogenaamde Verspieders. U kent de geschiedenis hopelijk (zo niet, stuur me even een email
Het is zondag, vroeg ik de ochtend, mijn tuindeur staat open en de frisse lucht schept een goed klimaat in onze woonkamer in afwachting van de op komst zijnde hitte. Ik moet mijn toespraakje voor het chazzanoet concert dadelijk in Arnhem nog voorbereiden, maar dat gaat wel lukken. Ik denk niet dat ik mijn woorden ga opschrijven, het moet ‘uit het hoofd’ lukken, dat is spontaner en klinkt echter. Als ik spreek bij een lewaja, begrafenis, is mijn doel om de familie tot steun te zijn en eer te bewijzen aan de overledene. Als ik een bruidspaar mag toespreken wil ik het jonge echtpaar iets mee geven voor hun verdere leven.
Omdat ik regelmatig op mijn digitale vingers wordt getikt dat mijn dagboeken vaak triest zijn, heb ik, om bijna therapeutische reden, deze keer diep nagedacht voor anti-trieste gebeurtenissen in mijn dagelijks leven. En die waren inderdaad rijkelijk aanwezig. Neem nou vorige week de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging Hebreeuws, stichting ter bevordering van kennis van Hebreeuws. Een vereniging met zo’n vierhonderd leden. De leden komen voornamelijk uit de wereld der universiteiten. (Voormalige) hoogleraren, theologen, een aantal Joden die zich om de een of andere reden op universitair niveau bevinden en een extra band hebben met de Hebreeuwse taal. En wie er ook in zit, is mijn Blouma en dan zelfs als bestuurder. Ze is niet verbonden aan welke universiteit dan ook, maar haar kennis van de Hebreeuwse taal staat op hoog niveau, niet alleen qua taal maar ook qua kennis van grammatica en taalhistorie. En dus was zij uitverkoren om een dagje Antwerpen te organiseren nadat eerst in de zaal van Hoffy’s (aan de overkant) een Algemene Ledenvergadering had plaatsgevonden met gebak, koffie, thee en versnaperingen. Na de ALV een diner op z’n Hoffy’s en toen een bezoek aan de grote sjoel van Antwerpen om vervolgens via het Monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Antwerpse Joden een bezoek te brengen aan de Jesjiwa. Voor bijna alle 50 deelnemers was dit voor het eerst om een Jesjiwa van binnen te aanschouwen. Een van de deelnemers gaf aan al vaak Jesjiwot (grammaticale meervoudsvorm van Jesjiwa) van buiten te hebben gezien, maar van binnen… Vrijelijk met de leerlingen te converseren, te vragen naar wat ze lernen, wat hun toekomstplannen zijn en waar hun ouders wonen. Een veelheid van EU-landen was vertegenwoordigd. Leerlingen uit Oekraïne en Rusland lernen hier vredig met en naast elkaar. Kunnen ze in hun thuislanden nog wel iets van leren! Eigenlijk zou die eenheid de voorpagina moeten halen.
Met de gedachte van “schoenmaker had je maar bij je leest gehouden” kwam ik donderdagavond thuis na een zogenaamde debatavond die georganiseerd was om het bestaan van 75 jaar Israël te vieren. Ik was benieuwd wat het Reformatorisch Dagblad, de organisator van deze viering van 75 jaar Israël, erover zou schrijven. Maar op vrijdag stonden er mooie foto’s in de krant, maar op de inhoud werd niet ingegaan. Terecht, dacht ik bij mezelf, want als het publiek uitgebreid mocht aanhoren dat Gaza het grootste concentratiekamp ter wereld is, dat de wetten van de enige democratie in het Midden-Oosten, gelijk zijn aan de wetten van Nazi-Duitsland, dat Hamas en de andere Palestijnse terroristische organisaties niet de vernietiging van Israel voor ogen hebben…
Dat een rabbijn meer is dan een pastoraal werker, een orator en een geestelijke, was me bekend. Ik voel me dus als een Joods manusje van alles. Maar dat ik ook cineast behoor te zijn, ging me net iets te ver! Mij werd per email verzocht of ik bereid was een tekst in te spreken voor een informatiepaaltje bij een voormalige synagoge. Nadat ik dus braaf het ja-woord had gegeven kreeg ik vervolgens een technische beschrijving hoe een en ander op video moest worden opgenomen en met welke belichting. En dat ging me net een stapje te ver. Een tekst voorlezen: prima! Maar een professionele YouTube maken: dat niet! En dus zal er te zijner tijd een technicus naar huize Jacobs komen om een professionele opname te fabriceren, nadat ik had uitgelegd dat een rabbijn weliswaar een manusje van alles is, maar dat het rabbinale ‘alles’ ook z’n beperkingen kent.
Vandaag stond geheel bij mij in het teken van de
We zijn weer terug in ons eigen huis na bijna tien dagen Londen voor de choepa van onze kleindochter. Gisteren was ik knetter vroeg opgestaan, om 4 uur in de ochtend, omdat onze boot (Harwich Hoek van Holland) om 9 uur zou vertrekken. Nou had ik dus de gedachte om op de boot in de lounge de hele overtocht te gaan slapen, maar het pakte geheel anders uit. Aanstaande zondag moet ik een toespraak houden bij de herdenking van de zogenaamde Kindertransporten in Nationaal Monument Kamp Vught, die tachtig jaar geleden hebben plaatsgevonden. Er was mij gevraagd om mijn toespraak, zoals te doen gebruikelijk, op papier te zetten voor het geval iemand de tekst zou willen opvragen. Maar eigenlijk spreek ik liever spontaan met uiteraard wel in mijn hoofd de gedachte die ik wil overbrengen, maar niet meer dan dat. Voordeel is dus de spontaniteit en de beleving die ik zelf ter plekke ervaar, nadeel is echter de tijd. Spontaan heeft als risico dat ik niet goed zou weten wat te zeggen en misschien ter plekke mijn inspiratie tekort zou schieten en mijn toespraak te kort zou worden. Maar hiervoor ben ik niet bevreesd, zo heeft ervaring mij geleerd. Maar door afhankelijk te zijn van mijn inspiratie (= gevoel) kan de toespraak te veel uitlopen en komt het programma in de knel te zitten omdat er meerdere sprekers zijn, er muziek is en een stilte-moment. En dus had ik net voordat ik mijn uiltje wilde gaan knappen besloten om te voorkomen dat mijn toespraak zondag gaat uitlopen, toch maar mijn overpeinzing gevolgd door een Jizkor en twee minuten stilte, aan het digitale papier toe te vertrouwen. En zo heb ik van de zeven uur overtocht zo’n vier uur zitten schrijven. Voordeel is wel dat ik voor zondag aanstaande ook al mijn dagboek klaar heb, want ik had besloten om die toespraak dan meteen als dagboek te versturen. En omdat ik toch al aan de computer zat, heb ik meteen de e-mails die binnen waren gekomen beantwoord. Omdat op zee, anders dan vorige keren, de Wifi perfect werkte, heb ik ook maar meteen de nodige telefoontjes gepleegd. Thuisgekomen om 19:00 uur moest Blouma meteen aan de zoom voor een vergadering van de Stichting Hebreeuws. De voorzitter, mijn goede vriend Piet van Midden die ook mijn voorzitter is vanuit het OJEC, had een link moeten sturen. Dat had hij ook gedaan, maar het was een link naar een Volvo showroom. Dus tot we de juiste link hadden, waren er zo’n 10 minuten verstreken en kwam Blouma dus iets te laat in de vergadering. De Stichting Hebreeuws gaat volgende week een uitstapje maken naar Antwerpen.
De afgelopen dagen was ik in Londen, in een van de joodse wijken genaamd Stamford Hill. Veertigduizend Joden wonen hier, allen orthodox. In heel Nederland tellen we officieel ook veertigduizend Joden, maar dan verspreid over het gehele land en tellen we ook Joden mee die Joods zijn, maar het zelf niet weten. En hoewel de Sidra van afgelopen week begon met het tellen van de Joden, moeten we ervoor waken om onze gemeenschap te degraderen tot een getal en te vergeten dat ieder mens als individu belangrijk is en we ieder, juist als we zo klein zijn, meer dan nodig hebben. Ieder telt mee en we mogen nooit denken dat de kwantiteit belangrijker is dan de kwaliteit.