
|
|
|
|
|
|
|
|
|

InterProvinciaal Opperrabbinaat

|
|
|
|
|
|
|
|
|
Eigenlijk is er niets bijzonders te melden, maar na Poerim heel kort even rust en terug naar de gewone dagelijkse gang van zaken, de zoom cursussen en natuurlijk het Sinai-Centrum. Na in 2012 officieel afscheid te hebben genomen van het Sinai Centrum als Rabbijn en Hoofd Dienst Geestelijke Verzorging ben ik tijdelijk weer van stal gehaald om in te vallen voor enige maanden. Geeft een fijn gevoel om weer heel actief te mogen zijn in het bijstaan van mensen met grote problemen. Uiteindelijk ligt daar nog steeds mijn passie. Bij het ‘gewone dagelijkse’ is er dus ook weer veel gezeur en dus ook veel moois. Na het onverwachte verlies van onze oudste zoon en de zeer drukbezochte sjiwwe, zijn er nu velen die bellen en vragen hoe het met ons gaat en op bezoek komen. Dat steunt en geeft een heel fijn gevoel en doet ons ook beseffen hoezeer een simpel telefoontje waardevol kan zijn. En dus ben ik zelf weer even wakker geschud om aan de telefoon te gaan, want, als ik eerlijk ben, was ik toch duidelijk minder gaan bellen. Dat was niet goed! Maar te laat bestaat niet en dus ben ik weer gaan bellen naar mensen die alleen zitten en zich wellicht geïsoleerd voelen. Bezoeken afleggen wil ik nog even uitstellen. Ik wil zelf niet besmet worden, maar ook anderen niet besmetten en hoop snel gevaccineerd te kunnen worden. Ik heb natuurlijk wel een lastige leeftijd: ben jonger dan 80 en ook niet tussen 60 en 65. Als ik het aan mijn kinderen in het buitenland moet uitleggen, snappen ze er niet veel van. Maar je bent toch 70-plus, is hun reactie.
Het gewone ‘gezeur’ is een onbeschofte e-mail van een medewerker die kennelijk met het verkeerde been uit zijn bed was gestapt en daardoor een e-mail produceerde waarvan de honden geen worst lusten. Ik hoop dat hij zich naar zijn leden genuanceerder kan uiten. Dan gisteren een niet-joodse man die echt een gigantisch probleem heeft en mijn hulp inroept en met wie ik bijna een uur een zoom gesprek heb gehad. Waarom is dit gezeur? De man zeurde helemaal niet, maar ik had het gevoel dat ik hem niet kon helpen en dat stoort mij dan en voel ik dat ik mijn tijd heb verkwist en dus was het gesprek ‘gezeur’. Maar toch ontving ik vanochtend een heel vriendelijke e-mail waarin hij mij aangaf dat ons zoom-gesprek hem echt heeft geholpen. Voor de goede orde: natuurlijk ben ik er primair voor de Joodse Gemeenschap, maar uiteraard kan ieder medemens een beroep op mij doen, want uiteindelijke moeten we allen er voor elkaar zijn. Zoals wellicht bekend ben ik lid van het Algemeen Bestuur van het OJEC, Overleg Orgaan Joden-Christenen. Maar er bestaat ook een Overleg Orgaan waarin Joden, christenen en islamieten zitting hebben. Ik was daar voor het eerst participant en mocht een verhaal afsteken over de plaats van Jeruzalem binnen het Jodendom. Je voelt dan duidelijk de beperking van Zoom en het ontbreken van de fysieke aanwezigheid. De echte ontmoeting bouwt bruggen, de zoom ontmoeting is wat betreft het tot elkaar komen niet meer dan een slecht surrogaat. Maar toch was het beter om een surrogaat te hebben dan niets. Ik dacht aan de Zesdaagse Oorlog waarin de Arabische landen tot doel hadden de uitroeiing van het Joodse volk, van Israël, nog maar zo kort na de Sjoa. Maar hier kan, wil en mag je niet alle moslims op aanspreken. En dus is het goed om samen te komen. Maar een dag na de zoom vergadering heb ik echt zitten huilen. Ik huil niet zo snel, eigenlijk nooit, maar nu dus wel. Wat gebeurde er? Via de Stichting Sobibor ontving ik een link naar de “Vergeten interviews van Jules Schelvis”. De interviews met de mensen die in Sobibor hebben deelgenomen aan de opstand. Ik hoor een van hen, Chaskiel Minche, in het Yiddisch vertellen hoe hij op de eerste dag na aankomst aan een van zijn medegevangenen aangaf dat hij wilde weten waar zijn vrouw en zijn zoontje konden zijn. Zijn medegevangene wees hem op de rook die verderop opsteeg uit een van de schoorstenen, terwijl hij dacht dat ze nog leefden. Ik zie de leider van de opstand, Alexander Aronovitsj een Joodse soldaat uit het Russische leger. Die held leefde tijdens de opname van het interview door Jules Schelvis in grote armoede in de USSR. Hij mocht Rusland niet uit omdat hij zich in 1942 had laten arresteren door de moffen en dat gold in de USSR als een doodzonde, speciaal omdat hij een Jood was. We zien dan op een gegeven moment een aantal mensen aan tafel zitten. Allen overlevenden. Allen hun meest dierbaren verloren. De leider staat op, iedereen gaat staan. Hij heft het glas en roept op om al hun kameraden die het niet hebben overleefd te herdenken. ‘Houd op met zeuren over gezeur. Stel je niet aan over corona’, zeg ik tegen mezelf. De tranen springen me weer in de ogen, de emotie overmant me.
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/
ב”ה

“Met grote droefenis delen wij hiermee mee dat onze geliefde vader en grootvader
Dr. Manfred Gerstenfeld vredig is overleden op woensdagavond 24 februari 2021.
De begrafenis zal plaatsvinden: donderdag 25 februari 2021 om 12:00 uur
Op de begraafplaats: Kehillat Yerushalayim, Har HaMenuchot, Givat Shaul”.
Een dag voor zijn overlijden, om precies te zijn om 13:03 uur, ontving ik een e-mail van zijn secretaresse:
“Geachte opperrabbijn Jacobs,
Manfred is zeer ernstig ziek. Hij heeft mij gevraagd om u te schrijven dat de contacten met u altijd zeer plezierig zijn geweest en dat hij graag wilde dat u op de hoogte bent van hoe zeer hij die contacten op prijs heeft gesteld. Vanwege extreme lichamelijke zwakte is hij persoonlijk niet in staat om verdere correspondentie of gesprekken te voeren.
Met vriendelijke groeten,
Wendy Cohen-Wierda
Kantoor Manfred Gerstenfeld”
En diezelfde dag heb ik nog geantwoord om 15:20 uur niet beseffend dat hij een dag later hij niet meer onder de levenden zou zijn:
“Doet u hem mijn heel hartelijke groeten. Laat hem weten dat ik de contacten met hem, zijn opstelling, zijn keiharde en gedreven strijd tegen antisemitisme, door mij buitengewoon werden/worden gewaardeerd. Hij is echt bijna een deel van mijn identiteit geworden.
Moge Hashem hem bijstaan en veel kracht geven.
Met vriendelijke groet בברכת כל טוב ”.
Onze band gaat heel veel jaar terug. Hij was een van mijn eerste leraren. Ik een klein kind en hij student. Hij leerde mij toen nog niet over de gevaren van het opkomend antisemitisme. Neen, hij was een van mijn eerste leraren voor Joodse les. Maar de band met Gerstenfeld gaat nog verder. Zijn vader, alom bekend als Dr. Gerstenfeld, was hoofd van de pastorale zorg van de Joodse Gemeente Amsterdam sinds 1945 en actief, zo herinner ik mij, binnen vele besturen en ook bij JMW, Joods Maatschappelijk Werk. En daar lag dan de link met Jacobs, want ook mijn opa, voor de oorlog, en mijn vader, na de oorlog, deden iets met JMW.
Manfred was uit mijn zicht verdwenen en toen, out of the blue, kwam hij weer in beeld. Maar nu niet om mij de grondbeginselen van het Jodendom bij te brengen, maar om te waarschuwen over het opkomend antisemitisme in Nederland. Dr. Manfred Gerstenfeld (1937, geboren in Wenen, groeide op in Amsterdam. In 1964 emigreerde hij naar Parijs en vier jaar later naar Jeruzalem. Hij studeerde chemie, economie, milieukunde en Judaïca. Gerstenfeld adviseerde multinationals als Fiat en Ford op het gebeid van strategie en duurzaamheid. Elie Wiesel prees hem voor zijn inzicht en moed.
Ja, hij werd door velen beschouwd als extreem, maar ik heb die extremiteit niet als extremiteit ervaren, maar als duidelijkheid en keiharde waarschuwing. Toen ik nog nauwelijks durfde te geloven dat antisemitisme ook in ons land niet meer tot het verleden behoort, schudde hij mij confronterend wakker. Uiteraard behield ik mijn eigen stijl want ik zat hier in Nederland en hij in Jeruzalem. Haarfijn en vlijmscherp volgde hij de Nederlandse samenleving. Ik vroeg mezelf weleens af of hij eigenlijk wel in Israel woonde en of hij inderdaad Nederland had verlaten. Tot op de millimeter observeerde hij met als enig doel: waarschuwing, alertheid, strijden tegen “kop in het zand steken”.
Maar heel bescheiden werd hij na zo’n 65 jaar weer mijn leraar. In zijn boek, dat in 2010 verscheen en de naam draagt “Het Verval. Joden in een stuurloos Nederland”, heeft mijn leraar een paar woorden met de hand geschreven: בס”ד Beste Binyomin. Ik vind het leuk om na dit interview contact te hebben. Ik wens je veel succes in je werk en minder problemen met de lastpakken. Vanuit vriendschap, Manfred”.
Met zijn overlijden is niet alleen een groot geleerde vertrokken, een waakhond tegen het opkomend antisemitisme, een geliefd vader en grootvader, maar ook een stuk Joods Nederland van net voor en vooral van direct na de oorlog. Ja, hij woonde hier niet meer, maar was eigenlijk nooit vertrokken. En voor mij persoonlijk: een vriend en leraar.
ת’ נ’ צ’ ב’ ה’
Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het Eeuwige leven.
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/
Het is nu Poerim, het Lotenfeest. We zijn net terug uit sjoel en hebben de megilla-de rol van Esther gehoord. De snode Haman, personificatie van het kwaad, wilde de Joodse bevolking uitroeien en middels een lot bepaalde hij een datum.
In de Rol van Ester staat de hele geschiedenis beschreven. Het was een strijd tussen het kwaad en het goed, tussen de snode Haman en de goedhartige Mordechaj. Uiteindelijk na gebed en diplomatie zegeviert de Jood Mordechaj, symbool van het goede. Maar de geschiedenis van toen is niet alleen iets uit een ver verleden. Dagelijks wordt er gestreden tussen goed en kwaad, tussen vreugde en verdriet. Constant vallen er slachtoffers en ook worden er vaak overwinningen behaald. Lees de krant, kijk de televisie en luister naar de radio.
Maar wat kunnen wij doen aan al die oorlogen, brandhaarden en, dichter bij huis, de coronaplaag? Wie zijn wij, eenvoudige zielen? En dus de vraag: waarom moeten wij de Rol van Ester lezen? Alleen als geschiedenis?
De Rol van Ester is actueel, want in ieder van ons speelt zich bij voortduring de strijd af tussen goed en kwaad. Roddel ik wel of niet? Voel ik mijzelf wel of niet beledigd? Word ik wel of niet kwaad? Zijn mijn gedachten wel of niet zuiver? Blijf ik geestelijk sterk of geef ik mezelf over aan doemdenken en depressie? De Rol van Ester is een psychologisch handboek voor ons allemaal om te leren hoe in onszelf het goede het kwade kan en moet overwinnen, hoe we overeind moeten blijven ook onder moeizame omstandigheden.
Maar waarom staat het ‘lot’ dan zo centraal? De bepaling van de datum waarop de Joden zouden moeten worden uitgeroeid is toch slechts een uiterst klein detail in een veel en veel groter gebeuren!?
Op het ‘lot’ hebben wij als mens geen grip. Van ons wordt actie verwacht. Als iemand onverhoopt ziek is, moet hij naar de dokter gaan. Om eten te krijgen, moeten wij werken. En in ons dagelijks leven dienen wij ook steeds te vechten tegen het kwaad en voor het goede, tegen neerslachtigheid en voor optimisme. Juist ook in onszelf. Daarover spreekt de Rol van Ester.
Maar ondanks onze rationele inzet, mogen wij niet vergeten dat uiteindelijk wij het leven niet kunnen vatten. Er gebeurt heel veel dat wij geen plaats in ons verstand willen en kunnen geven, maar toch gebeurt het. Waarom is de ene mens steeds ziek en de ander nooit? Waarom is de een arm en de ander rijk? Waarom wordt de hele wereld geteisterd door een plaag die geheel onverwacht kwam opdagen en die zoveel onrust, eenzaamheid en tragedies teweegbrengt?
Het ‘Lotenfeest-Poerim’ toont ons dat we enerzijds steeds moeten strijden en bestrijden, maar dat ook aanvaarding van vitaal belang is. De waaromvraag is begrijpelijk, maar aanvaarding zonder te begrijpen, is ook van onmetelijk belang en essentieel in ons leven. Soms willen mensen alles begrijpen en als ze het uiteindelijk niet snappen, accepteren ze het niet. Ze komen innerlijk in opstand. Poerim, het Lotenfeest, geeft aan dat de mens eerst moet accepteren en daarna gaat hij kijken of het te verklaren is en hoe e.e.a. opgelost kan worden. Aanvaarding van wat wij niet kunnen begrijpen, maakt het leven aanzienlijk makkelijker.
Vandaag is het dus Poerim in bijna de hele wereld, want in ons aller Jeruzalem wordt zondag Poerim gevierd omdat Jeruzalem in de tijd van Jehosjoea een ommuurde stad was en daarom wordt daar Poerim pas op zondag gevierd. En als u dus op Poerim de rol van Esther heeft gelezen en u wilt op Sjoesjan Poerim even genieten van een gezellig, vrolijk en een beetje leerzaam Poerimfeest, ga dan zondag om 14:00 uur achter uw computer en klik op https://youtu.be/6i3tuz6jy1c
Overigens ben ik wel een beetje teleurgesteld dat er een foto vandaag in het NIW staat waarop ik met mijn nieuwe schattige teckel sta. De foto is prima, teckel staat er mooi op, maar het onderschrift klopt echt niet. Ik heb teckeltje niet in huis genomen als excuushondje, zoals NIW suggereert, maar ten eerste vanwege mijn liefde voor huisdieren en om ook na het ingaan van de avondklok pastorale bezoeken te kunnen afleggen omdat ik alleen niet naar buiten mag, maar met teckeltje wel.
Lechajim, Lechajim: op het leven, op onze gezondheid, ook als wij dat leven al veel te lang niet kunnen plaatsen! En mocht u het even niet zien zitten, lees dan de Rol van Esther. Het is niet alleen geschiedenis, maar het is een psychologisch handboek hoe om te gaan met moeizame tijden.
Het zijn onzekere tijden. Mensen voelen zich eenzaam, weten niet wat de toekomst gaat brengen. En als er dan onverwachte stoorzenders doorheen gaan fietsen, maakt dat nog onzekerder en doet een nog groter beroep op het incasseringsvermogen. Even een voorbeeld. Elsje, waarover ik enige tijd geleden heb geschreven, is nog steeds niet in Israël. Ze had alles klaar staan, alleen gingen toen dus de grenzen met Israël op slot en dan is het lastig, om het even eufemistisch uit te drukken, om aliya te maken. Uiteindelijk was bijna alles rond, kon ze haar visum komen ophalen en toen, ter plekke in het Israëlische Consulaat, was er een computerstoring en kon het visum niet worden vervaardigd. Het zou dus worden verzonden per post of bode. En ja hoor, na enige dagen kwam het aan. Alleen een klein foutje: als voornaam stond niet op het loeibelangrijke document “Els”, maar “Elst” met een toegevoegde “t”. Best begrijpelijk want Elst is de geboorteplaats van Els, maar op een visum, een spellingsfout, gaat zondermeer problemen opleveren. En dus krijg ik een paniek-WhatsApp en bied meteen mijn hulp aan. Of ik inderdaad had kunnen helpen, wist ik op dat moment nog niet, maar aanbieden, zo dacht ik, kan geen kwaad. Uiteindelijk is het met een sisser afgelopen en zal Elst met spoed in Els worden gewijzigd. Ik moest even terugdenken aan Israël 1972. Pas getrouwd en pas aangekomen in het Heilige land waar ik mijn rabbinale studie heb afgerond, had ik ook een probleem met mijn papieren. Mijn Joodse naam en mijn roepnaam is Binyomin. Maar in mijn paspoort staat een Nederlandse naam. Reden: het was toentertijd niet toegestaan om zomaar een naam aan je kind te geven. De te geven naam moest op een of andere lijst van de burgerlijke stand voorkomen. En dus zie je dat bijna alle Joodse Nederlanders naast hun Joodse naam een Nederlandse paspoort-naam hebben. Afhankelijk van de religiositeit hanteren ze dan de Nederlandse of de Joodse naam, maar dit even terzijde. Ik woonde dus in Israël en studeerde aan een Talmoed Hogeschool. Omdat wij in een zeer afgelegen stadje woonden waar de ontwikkeling van de moderne samenleving nog nauwelijks was binnengedrongen en de populatie over een groot aantal analfabeten beschikte, kregen wij van overheidswege een salaris omdat wij geacht werden om onder de bevolking sociaal-pastorale zorg te bieden. Mijn betaalcheck kwam binnen op mijn Joodse naam, maar bij de bank, waar ik het geld maandelijks moest ophalen, moest ik mijn identiteitskaart tonen en op die identiteitskaart stond mijn Nederlandse paspoort-naam. Dat leek dus lastig. Maar de oplossing was heel simpel: met een gummetje heb ik de naam op mijn ID uitgewist en met een ballpoint de naam ingevuld die op de check stond vermeld. Dat waren nog eens tijden. Voor de analfabeten stond er trouwens bij de balie een stempelkussen zodat de ongeletterden hun geld konden verkrijgen met een vingerafdruk in plaats van een handtekening. Nu kan ik er om lachen, maar het werd me toen wel even duister voor de ogen. Hoe gaan we later terugkijken naar dit coronajaar? Zullen we achteraf bezien over een heleboel kwesties die we nu als een kwestie ervaren kunnen lachen? Maar we leven niet in de toekomst, we leven nu en ik bemerk dat voor velen de onzekerheid steeds moeizamer wordt, ook natuurlijk voor mezelf. Hoe gaat Poerim er dit jaar uitzien en wat met Pesach?
Maar ondertussen ben ik druk bezig steeds weer afspraken te verplaatsen, want niet alleen verdwijnen de lezingen, waarvan de meesten een jaar geleden al waren vastgelegd, ook de inmiddels vervangende livestream lezingen moeten weer verplaatst worden vanwege de avondklok. Het komt het blijde gemoed allemaal niet ten goede. En zo worstelen we allemaal met nieuwe dagelijkse problemen die inmiddels al niet zo nieuw meer zijn. Hoorde ik aan het begin nog hoe geweldig dat we nu allemaal vanuit huis kunnen werken. Wat goed voor het milieu dat we minder rijden. Wat fijn dat de schoolkinderen vakantie hebben. Een jongere collega heeft mij gevraagd om tijdelijk een volwassenencursus van hem over te nemen. Een heel leuk gezelschap. Maar die overname gaat per zoom. Het bespaart allen de reistijd, maar het gezamenlijk drinken van het kopje koffie, elkaar de hand schudden, samen de deur uitgaan, samen binnenkomen, voor sommigen samen aan komen rijden, met mijn nieuwe leerlingen echt helemaal kennismaken…het ontbreekt allemaal. We zien alleen elkaars gezichten terwijl een mens meer is dan alleen een hoofd. Meer en meer word ik geconfronteerd met medemensen die proberen zoveel mogelijk om het hoofd boven water te houden, overeind te blijven, niet te verdrinken in gevoelens van depressiviteit, eenzaamheid. Donderdag de vastendag van Esther, donderdagavond de megilla, de rol van Esther, en vrijdag Poerim. Laten we er ondanks alles toch een vrolijke Poerim van maken. De eerste Poerim kwam na een periode die veel moeizamer, bedreigender en gevaarlijker was dan de huidige coronatijd. En toch was het eind een grandioze overwinning vol echte Simcha.
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/
Wel of geen avondklok? De ene rechter zegt neen en de andere rechter zegt ja. Maar ook hebben de virologen verschillende meningen. Wij Nederlanders, allen Calvinistisch denkend, kunnen hier geen touw aan vastknopen. Het moet of wel of niet. Zwart of wit en grijs bestaat gewoonweg niet, dat ontkennen we gewoon. Maar de waarheid is toch echt grijs. Zolang het virus nog niet helemaal volledig in beeld is en er dus ook nog geen duidelijk afdoende oplossing is om corona uit te bannen, blijft corona een grijs gebied. Er is iets vóór de avondklok te zeggen en even zozeer vele redenen om tegen te zijn. Ik, als rabbijn, heb het hier niet zo moeilijk mee. Want ook de Halaga, de Joodse wetgeving, is niet altijd zwart-wit, maar heel vaak grijs. En als iets grijs is, kan de een dat naar het zwart vertalen en de ander richting wit.
Gioer, toetreden tot het Jodendom, is ook erg grijs. Ja, er zijn er die de boel belazeren. Om zijdelingse motieven Joods willen worden, bijvoorbeeld om een uitkering te krijgen van de WUV – de Wet Uitkering Oorlogsslachtoffers of vanwege een Joods vriendje of vriendinnetje die je wel erg aardig vindt maar graag wil dat je omwille van hem/haar Joods wordt, maar ik heb ook redenen meegemaakt die u gewoon niet voor mogelijk zou houden. Hoewel we toetreding echt niet stimuleren, kan het wel. En als iemand een gioer heeft ondergaan dan is hij/zij Joods, net zo Joods als een kind van een Joodse moeder. Alleen de een werd het en de ander was het, niet meer en niet minder.
“Beste rabbijn. Ik hoop dat u mijn email wilt lezen. Mijn naam is, althans volgens mijn paspoort, Isabel Gómez en in 1981 ben ik als meisje van twee jaar uit Midden-Amerika naar Nederland gehaald. Ik schrijf bewust gehaald, want als mijn vader gevraagd werd hoe het hem was gelukt om mij te adopteren dan zei hij trots: Ik heb wat extra geld aan de advocaat gegeven en toen konden we haar ophalen. Dat zo’n opmerking voor mij pijnlijk was, realiseerde hij zich hij niet. Het ging om hem, want hij wilde een kind, zo voelde ik dat dan op dat moment. Mijn moeder gaf mij altijd het gevoel van een echte moeder, hoewel ik natuurlijk niet weet hoe het bezit van een echte moeder voelt. Als mijn vader kwaad was op mij, en dat gebeurde nogal eens want ik kon behoorlijk stout zijn, was mijn verweer: waarom heb je me dan gekocht? Ondanks de spanningen, die er natuurlijk ook zijn in een normaal gezin met echte kinderen, werd ik toch liefdevol opgevoed, ook door mijn vader. Mijn ouders, hebben me een warme oprechte christelijke opvoeding gegeven en daardoor ken ik veel verhalen uit het Oude Testament uit mijn hoofd (ik noem het nu Thora) en raakte ik onder andere ontroerd door het zingen van bijvoorbeeld psalm 122. Als kind voelde ik een liefde voor Israël, voelde ik liefde voor het Joodse volk, en was Ruth mijn voorbeeld. Ik heb vaak gebeden: G’d, wilt u ook mijn G’d zijn? Mag ik bij Uw volk horen? Onbewust deed het me pijn toen ik leerde dat de Joden het hadden afgedaan omdat ze ……. Ik ben nu 42. Na mijn scheiding klonken de woorden van Ruth steeds luider in mijn hoofd: Uw volk is mijn volk, en Uw G’d is mijn G’d. Ik wilde erbij horen. Ik deed een DNA test om iets te kunnen vinden over mijn biologische familie en stilletjes hopend dat er ‘iets Joods’ uit zou komen. En inderdaad: ik had Joods DNA! Het dubbeltje was gevallen. Ik ben op weg naar huis, terug naar mijn roots. Rabbijn Jacobs, helpt u mij alstublieft…”
Gioer is een moeizaam proces. Vaak hoor ik vanuit de Joodse gemeenschap roepen: ze zijn dan wel uitgekomen, maar toch. De nesjomme zit er niet in. Onjuist! Bij een echte gioer, oprecht gemeend en uitgevoerd door oprechte rabbijnen, mag er geen enkele discussie zijn: Joods=Joods! Het is, nadat natuurlijk het kaf van het koren is gescheiden, voor velen een soort thuiskomen, zoals voor Isabel die het zeker gaat halen. Alvast van harte welkom! Overigens is het toetreden niet het eind van een moeizame tocht, het is het begin van een nieuwe reis. Jood of Jodin zijn, zeker met het opkomend antisemitisme, dat alleen maar toeneemt naarmate corona langer duurt, is niet altijd even simpel. Vaak hoor ik mede-Joden zeggen als we weer eens het Uitverkoren Volk worden genoemd door de niet-Joodse vrienden: Uitverkoren? Laat de anderen maar eens uitverkoren zijn!
En toch ben ik dankbaar en blij dat ik Joods ben en ik weet zeker dat dat ook zal gelden voor Isabel als ze de finish heeft bereikt en de nieuwe levensreis gaat beginnen
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/
Ik heb er weer een paar baantjes bij! Baantjes hoor ik u denken. Is rabbijn dan een baan? Inderdaad! Rabbijn is geen baan (en zeker niet voor een nette Joodse jongen (!), had ik maar een vak gekozen, denk ik stiekem af en toe). Vandaag had ik dus voor mezelf ingeruimd om mijn twee zoom-cursussen van morgen goed voor te bereiden. Ook had ik een bestuurder van de Joodse Gemeente Amersfoort, voormalig bestuurder van het IPOR, wandelend archief en vriend, willen bezoeken, zomaar even. Zomaar? Hij wil na bijna 30 jaar terugtreden uit het bestuur. Ik ben daar absoluut op tegen. Maar ja, ik ben geen bestuurder en rabbijnen moeten zich nooit (nou ja, bijna nooit) bemoeien met bestuurlijke aangelegenheden.
Maar door ingevlogen klusjes is er dus niets van terecht gekomen van mijn goede voornemens. Niet van de voorbereiding van de cursussen, niet van het bezoek, niet van de telefoontjes die ik had willen plegen. Reden? Ergens is er weer gezeur, en niet zo’n beetje ook, en dat heeft een halve dag opgevreten. Bovendien zal ik aan een van die klusjes de eerstkomende weken blijven hangen, hetgeen me voorlopig zeker een dag per week gaat kosten, maar het klusje zal geklaard worden, we gaan het oplossen! Overigens heb ik er wel weer, om dat specifieke klusje te klaren, een secretaresse bij gekregen, hetgeen helpt. Maar hoe het ook zij, wel of niet secretariële ondersteuning, het gaat tijd kosten. En dus, beste dagboekenier, heb ik helaas moeten besluiten om voorlopig niet ieder dag meer een dagboek te schrijven, dus niet vijf keer per week, maar drie keer per week. Mijn dagboek zal verschijnen op maandag, woensdag en vrijdag. Dinsdag en donderdag zult u dus zonder mij moeten zien te overleven. Lukt dat echt niet? Schroom dan niet en stuur mij een e-mail op rabbi.jacobs@planet.nl of bel gewoon even 033 – 4799247. Het overleven is natuurlijk grappig bedoeld, hoop ik, maar mijn contactaanbod is serieus. Overigens is de nieuwe secretaresse dusdanig actief dat zij mijn agenda bijna helemaal volstopt met afspraken, bijna allemaal met een pastoraal karakter. Ik word dus door de omstandigheden daarheen gesleept waar mijn passie ligt.
Los van deze lokale klus heb ik nu te maken, al bijna een jaar, met vier gevallen van gioer, toetreding tot het Jodendom, die al bijna een jaar in de wacht staan. Pas op, het betreft hier niet Nederland maar de RCE, Rabbinical Center of Europe dat in Brussel is gevestigd. Wat ik met Brussel heb te maken? Het RCE is een soort vakbond voor rabbijnen. Meer dan 800 Europese rabbijnen, allen verbonden aan een Europees Joodse Gemeente, zijn hier lid van. Stel je bent nog een jonge rabbijn (dat wordt iedere dag een minder groot probleem) en je hebt iemand in je gemeente die joods wil worden maar je beschikt niet over een eigen Beth Din, Joodse Rechtbank. Je voelt jezelf te jong of niet voldoende toegerust om zo’n proces af te ronden, dan word ik van stal gehaald en adviseer de lokale rabbijn en verzorg, na grondig eigen onderzoek en diverse contacten, de procedure van toetreding. Maar er zitten nu dus vier cases in de wacht. We hebben contact per zoom, maar tot een afronding kan het niet komen vanwege alle corona restricties, social distance, avondklok, opsluiting in corona-hotel, quarantaine. Naast gioer heb ik ook de politiek in mijn RCE-portefeuille, zoiets heet heel chic: Intergovernmental Relationships. Als er een nationaal gezeur is of dreigt in een Europees land en er moeten gesprekken plaatsvinden met Overheden, dan kan ik erbij gesleept worden. Vrij vertaald: kopje koffiedrinken met Parlementariërs en/of Ministers. Ik ben overigens niet de enige oproepbare rabbijn. Nog vier andere rabbijnen zijn stand-by. Een in Antwerpen, een in Londen, een in Parijs en een in Israël. Vanavond heb ik een gesprek met een Joodse professor uit IJsland en vanochtend werd ik uit Israël gebeld. Waarom ik plotseling over de RCE begin te schrijven? Rabbijn Garelik uit Milaan, Italië is gisteren op hoge leeftijd overleden. Hij was een van mijn medeoprichters van de RCE. Beter geformuleerd: Ik was een van zijn medeoprichters.
O ja, bijna vergeten te vermelden, ik ben benoemd tot lid van de Adviesraad van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting. Wat en aan wie ik precies advies moet geven is me nog niet helemaal duidelijk. En ook werd ik eergisteren benaderd om lid te worden van het Comité van Aanbeveling van? Omdat het niet schriftelijk bevestigd is weet ik niet meer welk Comité van Aanbeveling het betrof. Dus bij deze een “Comité van Aanbeveling alert”. Mocht iemand weten om welk comité het gaat, bel mij s.v.p. en niet de lokale politie! Denkt u dat ik dan voor joker zit in zo’n Comité van Aanbeveling? Vaak wel, maar soms word je weer van stal gehaald en dan mag ik in actie komen! Zoals in dat tijdelijke nieuwe klusje dat mij de eerste maanden gaat bezighouden en dusdanig intensief zal zijn dat ik er niet onderuit kon komen om mijn dagboek van vijf naar drie te beperken.
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/
Onze kleinzoon uit Engeland die in de Jesjiwa leert in Israel en die hier voor 4 uur kwam voor een tussenstop, vertrekt morgen naar de USA na bijna 6 weken Nederland. Zodra Israël zijn grenzen weer heeft geopend voor studenten komt hij weer terug naar Nederland, krijgt hier een visum via de Israëlische Ambassade in Nederland, en vervolgt zijn studie in Israël. Ondertussen hebben wij, mijn echtgenote en ik, het plan om gedurende Pesach in Montreal te zijn. De vluchten zijn inmiddels geboekt en weer omgeboekt, we zijn op een andere vlucht geplaatst, maar of we gaan weten we nog niet. Want we moeten een test maken binnen 72 uur voor vertrek en dan bij aankomst krijgen we nogmaals een zogenaamde sneltest, moeten dan ongeacht de uitslag 3 dagen in quarantaine in een hotel in Canada. Dat hotel (een soort gevangenis dus) mogen we niet verlaten. Ik vermoed wel dat we over onze mobile vrijelijk mogen beschikken. Die drie dagen verplicht hotel kosten ons CAD 2000 per persoon. Mochten we in die drie dagen positief worden (ik bedoel dus positief getest Covid-19, niet qua geestelijke gesteldheid) dan worden we afgevoerd naar een verplicht ander Hotel. Indien we dan erin slagen om ons bijna vrijelijk in Canada te mogen bewegen, dan moeten we voor de terugweg voor het begin van de vlucht een nieuwe test tonen die niet ouder mag zijn dan 4 uur!
Of onze kleinzoon inderdaad morgen kan vertrekken hing af van de uitslag van de test die hij hedenochtend had gedaan. Uitslag kwam om 19:00 uur. Hij was negatief en mag dus weg. Kosten van de test: €139!
Maar naast dit coronagezeur, heb ik ook een paar mooie ervaringen opgedaan dat mijn vertrouwen in de medemens duidelijk positief heeft versterkt. Omdat ik de test voor mijn kleinzoon online moest betalen en daarbij iets fout ging, heb ik het testbedrijf gebeld. De medewerker aan de telefoon begreep dat ik al iets ouder was, omdat ik aangaf dat het een test betrof voor een kleinzoon, en bood spontaan alle benodigde hulp aan (zowel materieel alsook geestelijk) bij het verwerken van alle gegevens. Hij was ook in de USA geweest en daarover hebben we uitgebreid gesproken. Omdat mijn email adres verraadt dat ik Joods ben (rabbi.jacobs@planet.nl) hebben we ook nog over Jodendom gefilosofeerd, want hij had nog nooit met een Jood gesproken en al helemaal niet met een rabbijn. Overigens waren ze ook bij de KLM buitengewoon vriendelijk. Of die juffrouw die ik aan de lijn had wel of niet in de USA was geweest, heeft ze me niet verteld en ik vermoed dat ze weleens een Jood had gezien of gesproken want, hoewel ze zag dat we koosjere maaltijden hadden besteld, ze ging daar verder niet op in. Ik vermoed dat de KLM psychologen aan de telefoon heeft geplaatst om ontdane en gestrande reizigers geestelijk te begeleiden.
Wat heb ik verder vandaag nog gedaan? Weer twee afspraken verplaatst. Eén betrof een onthulling van een plaquette en de ander Stolpersteinen in Epe. Ze stonden in mijn agenda voor eind maart, maar organisatoren willen verplaatsen naar oktober en november.
Verder heb ik mijn sjioer/cursus voorbereid voor morgenochtend, drie “levenslessen” geschreven voor CIP en een artikeltje geschreven voor een bijeenkomst over Jeruzalem. Mijn NIW-column voor het papieren NIW (niet te verwarren met mijn dagboek voor het digitale NIW) van 26 februari (Poerim) dat ik een week eerder moet inleveren, heb ik reeds klaargemaakt en een aantal verjaardag brieven gepost. Mijn leraar en vriend rabbijn Vorst heeft me een schrijven doorgestuurd, aan hem gericht, van een stichting “Gezin in gevaar” met de vraag of hij daaraan mee moet werken. Dit moet ik nog gaan uitpuzzelen want net een verkeerde handtekening of ik, in dit geval dus Rabbijn Vorst, heeft zich begeven op een plaats waar hij/ik beter niet hadden kunnen gaan staan. Natuurlijk zijn wij beiden enthousiaste voorstanders van het gezin als hoeksteen van de samenleving, maar soms oogt de verpakking anders dan de inhoud.
En dan nog mijn boekpresentatie: nog anderhalve week en mijn dagboek in boekvorm zal verschijnen. Waar en hoe hieraan aandacht zal worden besteed, weet ik nog niet. Ik wacht wel braaf af. Ik verwacht niet dat het een bestseller gaat worden, want ik snap nog steeds niet waarom iemand zo’n boek zou willen kopen. Mijn beoogde doel van het schrijven van mijn dagboek was en is uitsluitend een vervanging voor de lezingen en bijeenkomsten die er (tijdelijk) niet zijn. Als zo’n gedrukte versie hiertoe kan bijdragen, dan is dat winst. Maar ik blijf de ontmoeting prefereren.
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.
Mijn regelmaat heeft door een jaar corona zijn regelmatigheid totaal verloren. Het moge dan zo zijn dat het werken per computerbeelden een dankbare toevoeging is aan het ‘bereiken van mijn schaapjes’, mijn dagritme is helemaal veranderd. Uiteindelijk denk ik niet dat dat goed is, maar het komt zoals het komt. Op kantoor ben ik al maanden niet meer geweest, maar ik begrijp dat bijna niemand meer vanuit kantoor werkzaam is. Ik heb wel duidelijk andere ondersteuning gekregen. Was het tot corona uitsluitend rabbijn Spiero vanuit het rabbinaatskantoor, nu is het mijn assistent/secretaresse (die o.a. dagelijks mijn dagboeken voor verzending controleert), de redactie van www.cip.nl (de grootste christelijke website die maandenlang mijn dagboek naar 35 duizend adressen verstuurde), Micky Cornelissen van het NIW (die de dagboeken plaatst op www.niw.nl) en Johan van der Walle, de beheerder van de website van de Joodse Gemeente Limburg (die mijn dagboek via de diverse facebooken verspreidt). O ja, nieuw is ook mijn contact met de Joodse Omroep (Joods bij de EO) en natuurlijk niet te vergeten het Joods Cultureel Kwartier, de uitvinder en initiator van “Opperrabbijn in Coronatijd”. Maar daarnaast heb ik mijn Advisory Board (met wie ik kwesties als Ysselsteyn bespreek) en de Stichting Beheer Fonds Opperrabbijn Jacobs (die mijn onkostenvergoeding regelt en dus eigenlijk mijn baas is, hoewel de enige en echte Baas uiteraard Boven is). Maar er is nu nog een werkgever/baas bijgekomen die over een scala aan medewerkers beschikt: Het Sinai Centrum. U leest het goed: “het Sinai Centrum”. Nadat ik vanaf 1975 veertig jaar lang werkzaam mocht zijn geweest bij wat eerst heette de JGGZ – Joods Geestelijke Gezondheidszorg – en later werd omgedoopt (christelijke invloed?) in het Sinai Centrum, ben ik weer van stal gehaald en kom ik vanaf maandag weer (parttime) in dienst. Het zal echter niet voor een lange periode zijn maar betreft een tijdelijke waarneming. Nou ben ik bekend met het “tijdelijke” van bepaalde posities binnen Joods Nederland. Toen Opperrabbijn Berlinger zl. mij vroeg in 1981 om zijn assistent te worden en mij te benoemen tot rabbijn van het toenmalige Opperrabbinaat Utrecht, heb ik hem voorgesteld om mij te benoemen tot ‘waarnemend’ rabbijn. Na een jaar werd ‘waarnemend’ er stilletjes afgehaald en nauwelijks merkbaar werd het fundament gebouwd voor mijn huidige positie. Nadat Opperrabbijn Berlinger, mijn zeer gewaardeerde voorganger, overleed, precies een jaar nadat hij het “waarnemend” van mijn rabbijn had verwijderd tijdens een indrukwekkende sjoeldienst in Amersfoort in 1984, kwam “waarnemend” weer terug, maar nu werd het “waarnemend” opperrabbijn. Na een proeftijd van drieëntwintig jaar (u leest het echt goed!) werd ik in 2008 benoemd en behoorde het “waarnemend” voor mij voorgoed tot het verleden. Maar nu neem ik dus weer waar met dankbaarheid en tegenzin. Met tegenzin omdat ik hoop dat de huidige functionaris spoedig weer van de partij zal zijn. En met dankbaarheid omdat het zo mooi is om mensen, die helaas gebukt gaan onder zware problematiek, tot steun te kunnen zijn. Als opperrabbijn ben je bezig met politiek, representatie en sta je steeds vooraan. Ik verwacht dat u, beste lezer, denkt dat ik dat wel mooi vind en het zie als een soort bekroning aan het eind van een carrière. Mis! Ik heb ook niet gesolliciteerd om opperrabbijn te worden, nooit aan gedacht. Door mijn zeer gewaardeerde voorganger, fel tegenstander van het chassidisme waartoe ik mezelf reken, ben ik erin gesleept. Toen het Sinai Centrum te Amersfoort 25 jaar bestond en opperrabbijn Berlinger reeds in een rolstoel zat maar honderd procent bij geest was, heeft hij mij publiekelijk genoemd als zijn opvolger. We hebben daarna nog overlegd over de vraag van een soort deeltijdfunctie, waarbij ik wel het pastorale, Halagische en onderwijs gedeelte zou overnemen, maar voor het naar buiten treden en ook voor gioer (tot het Jodendom toetreden) een ander. Maar Berlinger was er erg duidelijk in: “Mijnheer Jacobs, het is alles of niets. En ik adviseer u alles!” U begrijpt dus, beste lezer, dat ik dankbaar ben nu toch weer, hoewel tijdelijk, naast het naar-buiten-treden, weer intensiever qua inhoud en qua tijd mensen mag gaan helpen. Wat ik desondanks betreur is corona. Door corona zal ik waarschijnlijk geen direct contact kunnen hebben, zullen gesprekken via zoom moeten gaan hetgeen een deel van de spontaniteit, van de nabijheid, verzwakt.
Aan het begin van het Coroniaansche tijdperk, heb ik een nieuwe laptop aangeschaft. Een peperdure, maar bijzonder functioneel. Ik kon toen nog niet voorzien dat die computer mijn “waarnemend” kantoor zou worden en dus echt geen overbodige luxe. Voor mijn verjaardag, gisteren, had mijn Blouma een prachtige nieuwe ergonomische bureaustoel gekocht, waardoor ik beter achter mijn toetsenbord kon gaan zitten. Maar ook hier speelt weer de onvoorziene voorzienigheid. Want zat ik tot voorheen primair achter het toetsenbord en was het scherm een bijkomstig hulpmiddel, vanwege mijn waarnemende Sinai functie krijgt ook mijn peperdure laptop een nieuwe taakomschrijving. De nadruk komt te liggen op het beeldscherm en het toetsenbord moet aan importantie inleveren. Ik moet begrip uitstralen, vertrouwen, optimisme en vooral rust. En dus was die nieuwe bureaustoel, waardoor ik letterlijk anders tegen het scherm kan aankijken en dus anders wordt gezien, weer eens het bewijs dat vrouwen, en dus zeker ook mijn Blouma, beschikken over een soort zintuig dat niet altijd meteen te vatten is, maar wel van een vooruitziende blik getuigt.
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.
Never a dull moment, zeggen ze in het Engels. Mijn ontregelde dagelijkse agenda vult zich met de meest vreemde gebeurtenissen. Maar sommige van die onverwachte en onvoorziene dag-vullingen, zijn bijna niet te verzinnen.
Gisteren werd ik om 8:15 uur gebeld uit Israel. Radio 2. Sjalom Jacob, klonk het aan de andere kant van de lijn. Die fout wordt wel vaker vanuit Israël gemaakt, want als ze alleen mijn achternaam kennen vergeten ze de laatste ‘s’ en blijft Jacob over. Gezien het hoogst ongebruikelijk is in Israël om iemand bij zijn achternaam te noemen en de juffrouw van de radio ook meteen zichzelf aankondigde als Sjira, alsof we elkaar al minstens tien jaar kenden, was het meteen een gezellig gesprek. Nou ja gezellig. Als een journalist of radioverslaggever belt moet ik wel even extra oppassen: 1: zit ik al in de uitzending. 2: wat kunnen de gevolgen zijn van mijn woorden. 3: is de persoon die ik aan de lijn meen te hebben, inderdaad dat wat hij/zij zegt te zijn. Na enige seconden, want pijlsnel denken en tot een diagnose komen is een eerste vereiste in het contact met media, begreep ik dat ik nog niet in een uitzending was en Sjira inderdaad van de Nationale Israëlische Radio was. Maar nu dus de vraag wat ze van me wil. Ook dat werd al snel duidelijk, maar drong pas tot mij door na ruw geschat een minuut. Ze kondigde aan dat ze me vandaag in een uitzending wilde hebben, en wel om 9:15 uur Nederlandse tijd. Ik vermoedde dat het iets te maken zou hebben met opkomend antisemitisme of een nieuwsitem dat net openbaar was geworden en te maken had met de Joodse Gemeenschap in ons land of toch weer met het briljante en pijlsnelle Nederlandse coronabeleid dat kennelijk ook in Israël zou zijn doorgedrongen. Maar ik bleek het mis te hebben. Het brandende wereldnieuws betrof de sneeuw en de daaraan gekoppelde gladheid op de wegen! De gemiddelde Israëliër zal in dit onderwerp uiteraard bijzonder geïnteresseerd zijn. Waarschijnlijk doet hij ’s nachts geen oog meer dicht van de zenuwen en ligt hij in zijn bed te woelen en vraagt zich overbezorgd af hoe het gaat met de sneeuw in Nederland. En dus had ik hedenochtend om 9:15 precies mijn drie minuten Radio-interview. Nou ja, precies. Het Israëlische precies en het Nederlandse precies lopen niet helemaal precies gelijk! Maar ondertussen hoop ik de gemiddelde Israëliër van zijn bijna traumatische bezorgdheid te hebben verlost.
Mijn kleinzoon uit Engeland die op weg was naar zijn Jesjiwa in Israël met een vier uur tussenstop op Schiphol, gaat nu zijn zesde week Amersfoort in. Hij doet vreselijk zijn best om via zijn mobile toch nog lessen te volgen in zijn Jesjiwa in Tel Aviv, maar hij is dus de enige die er niet is en dus is het studieprogramma niet echt op hem afgestemd. Vanavond reist hij af naar Almere, naar mijn dochter, om even wat verandering te hebben en maandag komt hij dan weer terug. Ondertussen heb ik wel de ambassadeur gevraagd of hij al enig idee heeft wanneer studenten voorzien van een studentenvisa weer terug kunnen. Maar het antwoord is net zo onduidelijk als corona zelf. Een andere kleinzoon, woonachtig in Montreal en nu studerend in Londen, heeft aangegeven om met Pesach naar ons te willen komen en een kleindochter in Israël, ook uit Montreal, wil dan ook met Pesach in Nederland zijn. Waarom ze niet naar Montreal gaan, gezellig Pesach bij hun ouders? Bij aankomst in Canada zouden ze dan, na de nodige testen, eerst drie dagen in een hotelkamer letterlijk worden opgesloten. Gratis hotel? Neen! Canadese $ 2000. Mochten ze onverhoopt positief uitpakken, hetgeen nagenoeg onmogelijk is gezien mij kleindochter gevaccineerd is en mijn kleinzoon zelfs bloed heeft gegeven omdat hij heel veel antibody’s heeft, maar dit telt niet voor Canada.
Ondertussen komt de daadwerkelijke uitgave van “54 dagen uit het leven van de opperrabbijn” steeds dichterbij. Hoe ik dat weet? Ik volg het helemaal niet, de uitgave was ook niet mijn idee en behalve de dagboeken schrijven heb ik er ook niets aan gedaan. Maar toch merk ik dat de datum dat het boek klaar voor de verkoop is, steeds meer nadert want ik word gebeld door bedrijven die de verkoop moeten stimuleren. Ik had een interview via zoom van 50 minuten over mijn werkzaamheden. Dat zal dan ergens online zichtbaar worden. Vervolgens kreeg ik iemand aan de lijn die met mij de presentatie wilde bespreken van de overhandiging van het eerste exemplaar. Toen kwam er ook nog een e-mail met de vraag of ik de 20 gratis exemplaren wilde ophalen of liever per post ontvang. Mocht ik voor verzending kiezen, dan moet ik wel zelf de verzendkosten betalen. En tevens kreeg ik te horen dat een aantal betrokkenen aanwezig wil zijn bij de uitreiking. Als ik heel eerlijk ben zie ik niet dat ook maar iemand geïnteresseerd is om dat dagboek als boek aan te schaffen, maar er wordt mij door deskundigen verzekerd dat ik dat absoluut verkeerd inschat. We wachten af. Afwachten is trouwens het motto van dit hele corona-tijdperk. Gewoon verstand op nul zetten en hopen op betere tijden.
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/