“Dit berichtje komt uit Wollongong, Australië waar wij een kleine Joodse gemeenschap hebben.
Ik wilde U vragen of Hijman Jacobs (1843-1872) misschien in uw familielijn voorkomt? Zijn achterkleinkind die ooit een student was op onze lokale universiteit (~1970), is verteld dat zijn overgrootvader een Rabbijn is geweest in Amsterdam.” Aldus de e-mail die ik hedenochtend ontving uit Wollongong-Australië. Nog nooit gehoord van een rabbijn Jacobs uit Amsterdam, maar wat niet is kan nog komen. Ik bedoel niet dat ik ambities heb om rabbijn van Amsterdam te worden, maar het zou zomaar kunnen zijn dat ik op het spoor ben gekomen van een voorouder waarvan ik het bestaan niet kende. Misschien was hij geen rabbijn en werd alleen maar rabbijn genoemd omdat hij leraar was. Ik ben zeker geen nazaat in de directe lijn, maar wellicht was hij een neef van mijn vader en dus wel een echte Jacobs. En als het ook maar een beetje klopt moet ik dat zeker ook met Claire delen. Claire, hoor ik u vragen. Wie is Claire?
Claire en ik delen dezelfde overgrootouders Salomon Levie Jacobs en Froukje Jacobs-Leek, die beiden zo’n honderd jaar geleden zijn overleden. Samen stonden wij zo’n tien jaar geleden op de begraafplaats van de Joodse Gemeente in Muiderberg. Wij lijken op elkaar en hebben volgens mijn vrouw dezelfde gelaatstrekken. Ik denk ook dat wij beiden gemengde gevoelens hebben over Aletta Jacobs met wie wij beiden dezelfde familierelatie hebben. Trots over haar inzet voor gelijkberechtiging van de vrouw en tegen de gangbare achterstelling, maar ook hebben wij beiden moeite met bepaalde onderdelen van haar strijd/levensvisie op het gebied van de ethiek. Claire en ik behoren beiden tot de orthodoxe kern van de Joodse gemeenschap. Mijn lieve zorgzame en overbezorgde vader heeft me altijd verteld dat er van de familie Jacobs nog één persoon in leven moet zijn. Een achternichtje met de naam Claire, kleindochter van zijn tante Bella, de zus van zijn vader. Mijn opa Jacobs had een zus en drie broers. Allen vermoord met kinderen, aangetrouwde kinderen en kleinkinderen. Een neef, Sampe, had de oorlog overleefd maar had zijn vrouw en kind verloren in een van de kampen. Hij was op de bruiloft van mijn ouders in 1948 het enige familielid van de kant van Jacobs. Sampe, zo vertelde mijn vader mij, was zwaar depressief en is hertrouwd met een vrouw uit Manchester. Er wordt een meisje geboren die de naam Claire krijgt. Korte tijd na de geboorte komt Sampe te overlijden. De moeder van Claire hertrouwt. Met wie en waar wist mijn vader niet. Maar de naam Claire ben ik niet vergeten. Zo’n tien jaar geleden krijg ik een telefoontje van de Joodse Gemeente Den Haag. Een zekere Claire is op zoek naar haar afkomst. Ze woont in Melbourne. Ik hoefde niet lang na te denken, heb de telefoon genomen en heb met Claire gesproken, mijn achternicht, de enige nog in leven zijnde Jacobs. Zij wilde weten wie haar grootouders waren geweest en ook details over haar vader. Haar moeder was maar korte tijd getrouwd geweest met hem en wist feitelijk maar bar weinig over hem te vertellen. Omdat mijn vader toen aan het begin stond van dementie heb ik aan Claire gezegd dat ze, als ze nog details van mijn vader wilde horen over haar opa en oma, ze nu moest komen. En dus ontmoette ik een week later Claire. Dat gevoel was heel bijzonder. Nu nog, als ik terugdenk, schieten mij de tranen in de ogen. Mijn opa en haar oma waren broer en zus. Nadat ze mijn vader ontmoet had zijn we samen naar Muiderberg gegaan en stonden vol ontroering voor de graven van Salomon Levie Jacobs en Froukje Jacobs-Leek, onze gezamenlijke overgrootouders. Claire is opgevoed door haar moeder en haar tweede vader. Maar er is haar niet verteld dat haar stiefvader niet haar echte vader was. Die stiefvader heeft nooit onderscheid gemaakt tussen Claire en de later geboren kinderen. Moeder en stiefvader wilden haar niet belasten met de echte vader die er niet meer was. Of dat ethisch juist of onjuist was, is niet meer relevant. Zo hadden haar moeder en stiefvader besloten met de beste bedoelingen ter wereld. Twee weken voor haar choepa-huwelijk hebben ze aan haar aanstaande man verteld dat de echte vader van Claire niet meer leeft. Hij, de aanstaande echtgenoot, wilde dat Claire dat ook te weten komt, maar vanwege de mogelijke emotionele klap hadden ze besloten om te wachten tot een week na de bruiloft. Ze heeft het aangehoord, tot zich genomen, emotioneel verwerkt, maar er verder niets mee gedaan. Ze was net getrouwd, bezig een gezin op te bouwen, daarna kinderen……en toen, tien jaar geleden, toen de kinderen inmiddels uit huis waren en zij en haar man het rijk voor zichzelf hadden, wilde ze weten: “Wie waren mijn grootouders en wie was mijn vader?” Ik heb nog iemand kunnen vinden die haar vader heel goed had gekend. We hebben de graven gevonden van de ouders van haar vader en we hebben elkaar gevonden. Eigenlijk zijn we alleen maar verre familie van mekaar, twee mensen die elkaar nooit eerder hadden ontmoet. Maar beiden zijn we nazaten van dezelfde overgrootouders, leven we in hun voetsporen, zijn beiden voor zover bekend de enige overlevenden van die grote familie Jacobs. Beiden dankten we G’d dat we daar samen mochten staan op de begraafplaats van de Joodse Gemeente Amsterdam, want we beseften dat bij de meeste graven op de Joodse begraafplaatsen nooit iemand zal komen, omdat er niemand meer is overgebleven. En terwijl ik mijn dagboek bijna had afgesloten ontving ik per e-mail een uitnodiging van Claire voor de choepa van een van haar kleinkinderen op 5 januari in Monroe New York
En nu dus die e-mail uit Wollongong, Australië. Misschien duikt er toch nog een Jacobs op: Hijman Jacobs. Ik wacht af!
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

Vrijdag was de laatste dag Chanoeka. De acht lichtjes straalden de duisternis in en brachten licht en warmte. Van diverse kanten werd mij gevraagd naar “Wat is het verschil tussen deze Chanoeka en alle andere jaren Chanoeka?”. En dus ben ik gaan evalueren en viel het mij op dat ik, zelfs dit jaar met alle corona-restricties en dus veel minder publiek, toch voorafgaand aan ieder Chanoeka-bijeenkomst door de lokale politie ben gebeld om me te laten weten dat ze aanwezig zullen zijn. En ze waren inderdaad duidelijk overal waar ik de Menora mocht aansteken aanwezig. In Bourtange vormde de aanwezige politie 50% van de aanwezigen met twee politieauto’s en in Eindhoven twee motoragenten! Hebben we dit jaar dan minder mensen bereikt? Ik denk het niet. Ik durf zelfs te beweren: integendeel! Dankzij zoom, YouTube en andere social media hebben we een aanzienlijk groter bereik gehad. Vorige jaren was er zeker ook aandacht in de (lokale) krant en misschien heel af en toe op de lokale televisie, maar dit jaar was er steeds voor gezorgd dat er media-aandacht zou zijn. Los van Facebook had bijvoorbeeld het eerste lichtje 4702 bekijkers op YouTube. De YouTube over de Menora in de Tweede Kamer had op een Facebook 10.000 klikken en een speciale uitzending over Israel in de schaduw van de Menora had meer dan 6700 kijkers. Het bereik was dus groot en het aantal uren auto was iets minder dan vorig jaar, maar toch aanzienlijk. Maar wat ontbrak was de over-sjabbat Chanoeka en de persoonlijke ontmoeting na afloop. Zo’n aansteek plechtigheid duurt alles bij mekaar misschien een half uur, maar de ontmoeting na afloop is normaliter veel langer en vooral persoonlijker. Ik denk terug aan de ontmoeting in Leeuwarden enige jaren geleden. Een mevrouw die al meer dan dertig jaar in Leeuwarden woont, maar nog nooit contact heeft gehad met de Joodse Gemeente. Waarom niet? Bevreesd voor een aanslag heeft ze steeds haar Jood-zijn angstvallig verborgen. Bewust geen mezoeza aan haar deurpost. Maar op dat grote plein tussen de honderden aanwezigen kon ze haar Joodse ei kwijt. Ik denk ook terug aan die bijeenkomst in Elburg. In totaal waren er slechts, voor zover ik kon nagaan, twee Joden aanwezig. Een oude man, ik schat hem eind zeventig, die me huilend de hand drukte. Oorspronkelijk afkomstig uit Polen. We spraken met elkaar in het Jiddisch, terwijl de tranen hem over de wangen biggelden. Al enkele decennia had hij geen Jiddisch meer horen spreken. Van zijn Jodendom was nagenoeg niets meer over, maar de vlammetjes van de Menora doorkliefden zijn hart. Misschien was die ene handdruk veel meer waard dan die 6700 kijkers op de YouTube. En dan de televisie-uitzending op de lokale Omroep Zeeland: geen duizenden, maar wel meer dan 700 kijkers. Het mooie was dat leden van de Joodse Gemeente Zeeland op de uitzendingen, want het werd op zondagochtend zes keer uitgezonden, waren geattendeerd. Nijmegen en Eindhoven hadden ervoor gezorgd om naast de publieke media ook voor hun eigen leden een programma te verzorgen van het aansteken van de Menora, gelijk ook Utrecht en Amersfoort hadden gedaan. En gelijk burgemeester Marcouch van Arnhem en Bruls van Nijmegen hadden aangedrongen om toch vooral ook dit jaar de Menora te laten branden, vernam ik van een collega rabbijn dat de burgemeester van Parijs wil dat volgend jaar de Menora, gelijk dit jaar, weer op de Eiffeltoren zal branden. De Menora moet van de burgemeester, mv. Anne Hilago, een jaarlijks terugkomend evenement worden. Het Jodendom moet in Europa blijven! Maak ik me daarover dan zorgen? Zie het Nederlands Dagblad van vrijdag jl. het artikel met de kop: “Jacobs: Joden zullen uit Europa wegtrekken.” Het gaat over de uitspraak van het Europese Hof dat ieder land zelfstandig mag beslissen of koosjer slachten wel/niet geoorloofd is. Zo’n beslissing maakt me droevig. Maar als ik dan zie met hoeveel egards bijvoorbeeld de burgemeesters van Nijmegen, Eindhoven, Bourtange en Kampen mij ontvingen. Het hoeveel liefde ik welkom werd geheten, hoeveel licht er overal werd verspreid. Als ik die warmte voel dan kan ik slechts denken aan die foto van al die op mekaar liggende geschiedenisboeken over De Griekse Cultuur, de Romeinen, de Babyloniërs, Egypte, de Duitse Endlösung enz. En boven op al die stapel boeken over vergane culturen staat een Menora te branden die al die wereldmachten van weleer heeft overleefd! Am Jisraeel Chaj – Het joodse Volk leeft!