Rariteitenkabinet. Dagboek van een Opperrabbijn 25 oktober 2020

Soms lijken mijn e-mail INBOX en mijn brievenbus, waar slechts spaarzaam wat invalt,  op een rariteitenkabinet. Ik laat u meelezen in een paar e-mails en brieven die ik de laatste dagen ontving:

  • “Ik ben een tiener die op onverklaarbare wijze een enorme aantrekkingskracht ervaart naar uw prachtige religie. Alles in mij trekt ernaartoe”. Netjes doorgestuurd naar iemand, een Joodse dame, die ik eerst had benaderd en die ze mag bellen om al haar vragen te stellen. Ik vermoed een stuk eenzaamheid achter haar hunker naar Jodendom, of problemen thuis of inderdaad een diepreligieus gevoel. Graag wil ik haar helpen, maar ik moet wel oppassen, geen idee wie zij is, waar ze woont en hoe ze aan mijn adres komt.
  • “Mijn vader wordt volgende week 80 jaar. Mijn moeder is vorig jaar plotseling overleden en dus is vader erg verdrietig en vooral eenzaam. Ik en mijn broer wilden een mooi feest voor hem maken, maar corona heeft het onmogelijk gemaakt. U kent mij en mijn vader niet, maar vader kent u wel en leest, als gelovig christen, met belangstelling uw dagboeken. Speciaal de grappen vindt hij erg leuk. Ben ik erg onfatsoenlijk als ik u vraag om mijn vader op zijn verjaardag maandag aanstaande te bellen.” Natuurlijk ga ik bellen, al ware het alleen al om de zoon, die zich zo ontroerend inzet voor zijn vader, te ondersteunen.
  • Een brief (reguliere post bestaat dus kennelijk ook nog!) uit Duitsland aan “the relatives of Carolina Fronica A Jacobs de Leeuw”. Wat die A erin doet weet ik niet, maar dit is dus mijn moeder die 8 jaar geleden op 97-jarige leeftijd is overleden. Afzender is Conference on Jewish Material Claims Against Germany. Mijn vader, die 20 jaar geleden op 82-jarige leeftijd is overleden, heeft, zo staat in de brief, recht op €1539,00 per kwartaal. Voorwaarde is wel dat mijn vader, op het moment dat het bedrag zal worden uitgekeerd, nog in leven is. Fijn dat mijn vader op zo’n mooi bedrag recht zou hebben gehad. Misschien krijg ik over een paar jaar een brief gericht aan the relatives van mijn vader, dat mijn moeder eenzelfde bedrag zou hebben mogen ontvangen! Het geeft me in ieder geval een rijk gevoel!
  • En wat denkt u van onderstaande:

Datum uitspraak : 19 maart 2018

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Stichting Werkgroep Behoud de Peel, gevestigd te Deurne

apellante

en

Het College van gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

verweerde

Een grote brand eind april 2020 legde 800 van de 1200 hectare veengebeid in de Deurnsche Peel in de as. Onder leiding van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost hebben brandweer, politie en brandweer dagenlang samengewerkt onder moeilijke omstandigheden

Bovenstaande kwam per reguliere post, gericht aan Het Secretariaat en dan mijn huisadres. Afzender staat nergens vermeld! Het is me niet echt duidelijk wat er nu van mij wordt verlangd. Als iemand een idee heeft: ik houd me aanbevolen!

  • En dan een verzoek van een niet-joodse historicus. Hij heeft uitgevonden dat een Joodse vrouw in de oorlog is overleden aan een natuurlijke dood. Zij zat ondergedoken en is in het geheim begraven, uiteraard op een algemene begraafplaats. De historicus heeft haar graf gevonden en verzoekt aan mij, via BenW van het dorp waar ze begraven ligt, of zij alsnog begraven kan worden op een Joodse begraafplaats. Geweldig! Ik meteen contact opgenomen met mijn Rabbinale Archeoloog. Dat is gewoon een archeoloog die Joods is en zich heeft gespecialiseerd in de halagische aspecten van dit soort klussen onder mijn rabbinale leiding. (Dat betekent dus in praktijk dat hij al het graafwerk verricht, met grote zorgvuldigheid, en ik sta erbij en geef als een van de stuurlui aan de wal hier en daar aanwijzingen en prevel de nodige gebeden.) Maar even los van dit tussen haakjes ge(mis)plaatste grapje: Wat een bijzondere klus. Wij, mijn archeoloog Drs. Leo Smole en ik, hebben echt het gevoel dat we haar thuis mogen brengen, na waarschijnlijk in het holst van de nacht, vestoken van haar familie, in groot geheim en eenzaamheid te zijn begraven en meer dan 75 jaar in volledige anonimiteit te hebben verkeerd. We beginnen aan de klus, gaan eerst nog proberen te achterhalen of er nog ergens familieleden in leven zijn en willen haar dan alsnog een waardige Joodse begrafenis geven. Uiteraard zullen de Joodse Gemeente die de eigenaar is van de begraafplaats waar zij nu verder zal mogen rusten, en Eduard Huisman, de functionaris van het NIK die belast is met alle Joodse begraafplaatsen, er zo spoedig mogelijk bij betrokken worden. Er zullen vergunningen tot herbegraving moeten zijn, een kist, transport en dan een begrafenis met het vereiste quorum van tien Joodse mannen opdat er kadiesj, het gebed voor de zielerust van de overledene, kan worden uitgesproken na al die jaren. En in een later stadium ook een waardige grafzerk waarop Leo en ik willen proberen de namen te vereeuwigen van haar famlieleden, waarvan bijna zeker het merendeel zal zijn vergast. Voor hen dus nergens een graf en van hen ook geen stoffelijke resten, verdwenen via de schoorstenen van de crematoria in het duistere gat der vergetelheid.  Nu dus aan de slag! Leo en ik zijn dankbaar dat we ons hiervoor mogen inzetten.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op www.niw.nl

 

 

PKN biedt excuses aan voor rol in Jodenvervolging, Dagboek van een Opperrabbijn 22 oktober 2020

https://www.nporadio1.nl/dit-is-de-dag/onderwerpen/66735-2020-10-22-pkn-biedt-excuses-aan-voor-rol-in-jodenvervolging

Soms verlopen dagen totaal anders dan verwacht, en dat was dus vandaag het geval. PKN had bekend gemaakt dat ze een verklaring gaan uitgeven waarin ze schuldbelijden voor de houding van de kerken in de oorlog. En dus kreeg ik het eerste telefoontje al om 8 uur vanochtend van het Reformatorisch Dagblad met de vraag: Wat vindt de Joodse Gemeenschap hiervan? Lastig, want als er wordt gevraagd wat ik ervan vind, kan ik meteen een antwoord geven, maar als ik de woordvoerder word van de gehele Joodse Gemeenschap, wordt het ingewikkelder. En toch meen ik wel globaal te weten hoe er over de schuldbelijdenis gedacht wordt binnen Joods Nederland. Maar ik had hierover nog nauwelijks kunnen nadenken of Family7 aan de lijn, toen Grootnieuws radio, daarna de Telegraaf en uiteindelijk NPO1 Dit is de Dag. En omdat de titel van mijn dagboek gewoonlijk de kortste samenvatting is van mijn dagvulling, werd https://etc vandaag de kop!

Overigens werd ik tussendoor wel nog geïnterviewd door een student van de school voor de journalistiek uit Zwolle, maar dit ging niet over de schuldbelijdenis, maar “gewoon” over antisemitisme. Als u wilt weten hoe ik denk over die schuldbelijdenis, klik dan op de titel van vandaag of kijk op de voorpagina van het Reformatorisch Dagblad. Eigenlijk heb ik niet veel meer kunnen doen dan die schuldbelijdenissen, want hoewel ik niet veel moest voorbereiden, vroeg het wel veel tijd, want iedere tien minuten in de lucht vereist minstens het vierdubbele aan voorbesprekingen.  Dus eerst vanochtend een half uur de vraag van Dit is de Dag of ik wil meewerken en of ze mij überhaupt wel willen. Toen om 15: 00 uur een voorbereidingsgesprek, een half uur naar Hilversum rijden, een uur in de studio en toen weer een half uur terug. Hoewel de andere uitzendingen via zoom verliepen, waren ook daar voorbesprekingen en het testen van geluid, inloggen, telefoon uitproberen en ook nog bij Family7 een storing eerst in beeld en toen dat was opgelost in het geluid.

O ja, ik vergat bijna dat ik vanochtend een zoom-vergadering had met Stieneke van de Graaf. Zij is fractielid van de CU in de Tweede Kamer. Wat moest ik van haar? Er is een wetsvoorstel in aantocht die het mogelijk maakt dat bij een burgelijke echtscheiding ook door de rechter uitspraak wordt gedaan dat de man of de vrouw op straffe van een dwangsom aan een religieuze echtscheiding moet meewerken. Zondermeer een prima zaak. Voorkomt treiterende mannen die weigeren mee te werken aan een religieuze echtscheiding nadat de civiele echtscheiding reeds heeft plaatsgevonden. Deze wet zal zeker soulaas bieden aan de Islamitische Gemeenschap in ons land. Maar door deze goedbedoelde wetswijziging, komen wij Joden juist in de knel. Als de rechter namelijk de man, die doet meestal het moeilijkst en treitert het graagst, dwingt een get (religieuze scheiding) af te geven, dan is die get volgens Joods religieus recht ongeldig omdat de man de get niet uit vrije wil heeft afgegeven. En dus, hoewel het goed is dat er een wetsvoorstel in de maak is die wil voorkomen dat mensen die civiel gescheiden zijn, toch nog religieus aan elkaar vast blijven zitten, werkt dit wetsvoorstel voor de Joden precies averechts en zal er voor de Joodse gemeenschap hier ter lande een kleine aanpassing in het wetsvoorstel moeten komen, zodat de vervelende echtgenoot niet kan treiteren. Hoe dat wetsvoorstel jurdisch dan in mekaar moet zitten, wist ik niet precies en dus had ik Mr. Loonstein mee laten zoomen.

Geheel los van zoom, radio, tv en andere media, had ik een probleempje: ik krijg bijna iedere dag een e-mail met verzoek om te doneren. En dat doe ik graag, maar toch aarzel ik. Wie geef ik wel, wie geef ik niet? Sinds een week ontvang ik bijna dagelijks een e-mail van een vader wiens dochter van 16 jaar op het vliegveld van Bulgarije is gearresteerd vanwege een ‘onschuldig’ pakje dat ze had meegenomen uit Israel. Een tragedie! Het kind hangt een gevangenisstraf van meer dan tien jaar boven het hoofd. Vader vraagt geld om zijn dochter vrij te krijgen en om een goede advocaat te regelen.  Bovendien is vader een appartement in Bulgarije gaan betrekken om in de buurt van zijn dochter te kunnen blijven die hij wel iedere dag mag bezoeken. Ramp! En dus heeft hij dringend geld nodig. Maar hoe weet ik of dit verhaal klopt? Iedere dag krijg ik tragedies lijkend op deze bedel-e-mail in mijn inbox. Dan weer een kind dat ongeneeslijk ziek is en een operatie behoeft, dan weer etc etc. Je kunt het zo tragisch niet noemen of ik ontvang er wel een bedel-e-mail over. Wel geven? Niet geven? Bij twijfel, niet inhalen? Maar wat heet hier “niet inhalen”? Lastig!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op www.niw.nl

 

 

 

 

 

Ambassadeurs lijken wel Rabbijnen. Dagboek van een Opperrabbijn 21 oktober 2020

Vandaag stond in het teken van het buitenland. De ambassadeur van Hongarije had mij uitgenodigd voor een lunch op zijn ambassade. We kennen elkaar al een paar jaar, ontmoeten elkaar van tijd tot tijd en vandaag dus weer. Reden van het bezoek? Geen. Gewoon weer even bijpraten over koosjer slachten, dat een probleem dreigde te worden in Polen, de relatie Hongarije-Israel en w.v.t.t.k.* Omdat het nu niet bepaald eenvoudig zou zijn om op de Hongaarse ambassade een koosjere maaltijd te regelen, hebben wij, mijn Blouma en ik dus, hem bij ons voor de lunch uitgenodigd. De ambassadeur dus naar Amersfoort en wij niet naar Den Haag. Omdat hij niet met lege handen wilde komen had hij een enorme bos bloemen meegenomen en een fles koosjere wijn.

Hoe was hij aan die wijn gekomen? De ambassadeur heeft z’n vriendje Naor (de ambassadeur van Israel) gebeld en die heeft ervoor gezorgd dat er een fles koosjere Israëlische wijn die afkomstig was van het IPC –het Israel Producten Centrum- te Nijkerk op de Hongaarse ambassade hedenochtend werd afgeleverd. En omdat de ambassadeur van Hongarije niet van het bestaan afwist van het IPC, dat op tien minuten van mijn huis ligt, heb ik hem na de lunch daarheen genomen. Uiteraard heb ik ervoor gezorgd dat hij naast de rondleiding en uitleg over de doelstelling van IPC en Christenen voor Israel, ook een pak koekjes kreeg. Want: morgen komt de ambassadeur van Israel op bezoek bij de Hongaarse ambassadeur en dan leek het me wel aardig dat ik dan de fles wijn terugbetaal via een rol koosjere Israëlische koekjes. Los daarvan heb ik een masker aan de ambassadeur gegeven met daarop “I love Israel”, zodat de Hongaarse ambassadeur dat dan kan dragen als de Israëlische ambassadeur zijn opwacht komt maken. Netwerken heet zoiets. Levert meestal ter plekke niets op, maar is wel belangrijk voor wanneer nodig. Ambassadeurs doen niet anders, lijken wel rabbijnen, althans mijn soort rabbijnen. Want ik ben van mening dat de rabbijn er uiteraard primair is voor de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte. Maar voor die Joodse gemeenschap is ook het contact met buiten die gemeenschap van vitaal belang, want we zijn een onderdeel van de brede samenleving: Noach moest op last van G’d de Ark verlaten! Los van het belang voor de Joodse gemeenschap hebben wij ook de plicht, mijns inziens, om mee te werken aan het welzijn van de ons omringende maatschappij. Gisteren had ik ander soort ambassadeur op bezoek, namelijk Dr. Pieter de Boer, lid van het deputaat Kerk en Israel van de CGK-Christelijk Gereformeerde Kerken- en de woordvoerder van de Interkerkelijke Werkgroep. Die Werkgroep had een schuldverklaring opgesteld over de houding van de kerken tijdens en kort na de oorlog. Vandaag is die schuldverklaring officieel naar buiten gebracht. Hoewel voor mij zo’n schuldverklaring niet echt hoeft, gaf het me toch een goed gevoel. Speciaal de opmerking over wat er mis is gegaan na de oorlog raakte me. Neefjes en nichtjes van mijn opa en oma mochten niet bij mijn opa en oma grootgebracht worden, maar moesten in de Christelijke gezinnen blijven waar ze ondergedoken waren geweest. Natuurlijk hadden die duikouders een band met hun duikkinderen ontwikkeld, hadden ze hun levens gered, maar……hun vermoorde ouders hadden ze echt niet afgestaan met de bedoeling dat ze zouden worden grootgebracht als Christenen.

En nu we toch aan het ambassadeuren zijn: een telefoontje uit Oekraïne. Een van de rabbijnen zat in een conflictsituatie met Christenen voor Israel die hem steunen met een adoptie project. Mensen in Nederland adopteren een straatarm Joods gezin in Oekraïne voor €25 per maand. In Kirovograd liep de communicatie tussen de Nederlandse gevers en de lokale rabbijn even niet goed. En dus word ik gebeld door de rabbijn en sla ik aan het bemiddelen of aan het oplossen, als een soort ambassadeur van wie weet ik eigenlijk niet, maar ik zit wel ergens tussen. Na de nodige telefoontjes hoop ik dat ik alles weer recht heb kunnen strijken en het ook in Kirovograd weer vlekkeloos verloopt. Lastig is hier wel dat de lokale rabbijn wel vloeiend Russisch spreekt, maar geen Jiddisch, gebrekkig Engels en ook niet optimaal Ivriet en al helemaal geen Nederlands! Ondertussen wacht ik op de uitslag van een archiefonderzoek om iemand zijn Jood-zijn te kunnen bevestigen. Voor mijn gevoel is dat zo na te kijken, maar niet iedereen deelt mijn mening dat (bijna) alles meteen moet worden opgepakt. In principe beantwoord ik ook altijd e-mail per direct. Moet ik interessant doen en pas na een week antwoorden als ik het ook meteen kan doen? Gevolg is wel dat ik soms tot diep in de nacht achter die stomme computer zit, die mijn hele leven aan het beheersen is!

Goed nieuws! Althans voor mijn gevoel. Want hoewel het natuurlijk echt niet zo is dat honderd toehoorders bij een lezing belangrijker zijn dan tien, en hetzelfde geldt voor het aantal lezers van mijn dagboeken, toch, ik moet mijn zwakte in deze bekennen, vind ik het wel fijn dat mijn dagboeken breed worden gelezen. En dus: Goed nieuws voor mij! Toevallig (hoewel ik dus echt van mening ben dat toeval niet bestaat) heeft de EJA –European Jewish Association- een van mijn dagboeken gezien, met google vertaald en toestemming gevraagd om een paar keer per week dit dagboek te mogen plaatsen op hun website en hun Facebook. En dus weer meer lezers. Mijn dagboek gaat Europees!

*w.v.t.t.k.: wat verder ter tafel komt.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op www.niw.nl

 

 

 

 

 

Dat gaat naar Den Bosch toe Zoete lieve Gerritje. Dagboek van een Opperrabbijn 20 oktober 2020

Nadat ik gisteravond mijn dagboek had gesloten en verstuurd, ontving ik een bericht dat in Den Bosch, die vriendelijke stad van “Zoete lieve Gerritje”, een demonstratie had plaatsgevonden tegen de corona-maatregelen en dat tijdens deze demonstratie antisemitische kreten pur sang werden gescandeerd. Wie had ooit kunnen bevroeden dat anno 2020 die “Zoete Lieve Gerritje” vanuit mijn jeugd naar Den Bosch zou gaan om daar antisemitische en anti-politie leuzen te gaan verkondigen? Een duidelijke bevestiging van mijn grap over de vraag wie er schuldig is: “De Joden of de lantaarnpaal? Waarop dan als reactie komt: Hoezo de lantaarnpaal?” Een beangstigende ontwikkeling, waarvoor we onze ogen niet mogen sluiten.  Dat was dus het slechte nieuws of toch niet? Want hiermee is het wel duidelijk geworden dat de Joden niet schuldig kunnen zijn aan het Covid-19 virus omdat zij juist de veroorzakers zijn van de anti-coronamaatregelen en dus duidelijk niet van Covid-19 zelf! Of zie ik dat nu precies verkeerd en is dit een te optimistische vertaalslag en zijn wij Joden schuldig én aan het virus zelf én aan de antivirus maatregelen? Maar het echte goede nieuws, want dat is er ook altijd, is de boom van Anne Frank:

Mijn echtgenote ontving van onze vriendelijke, uit oost Europa afkomstige en bejaarde tuinman de volgende e-mail: U e-mail heb ik gelezen. Deze week zal alle dagen regenen, behalve zaterdag. Maar dan viert u Sabbat. Volgende week maandag en dinsdag zal droog zijn. Maar dat moeten te zijner tijd nog een keer bekijken. Natuurlijk kom ik, als droog is. Een heel zeldzaam nieuws wil ik U vertellen: afgelopen week was ik gast bij mijn vriend in Flevoland. Hij was de directeur van de vermeerdering bedrijf daar voor de boomkwekerij. Hij heeft in zij tuin een jonge wilde kastanjeboom (Aesculus hippocastanum), die dit jaar droeg eerst vruchten. Hij vertelde, dat die kastanjeboom een van de 8 Kastanjebomen zijn die zijn broer heeft van Anne Frank Kastanje boom vermeerderd. Hij gaf me twee vruchten met de opzet een aan U te geven, een aan onze Dominee. Dat vond ik heel attent van hem. Maar, die heb ik nu in de koelkast gestopt om koude inductie te krijgen. In maart probeer ik in een pot bij mij te ontkiemen, en als dat lukt, kan ik de ene voor U voor € 0,- aanbieden. Ik hoop dat de vrucht gaat ontkiemen en ben onder de indruk van zijn bemoedigende schrijven. Gewoon, direct uit het hart, zonder franje en het zal geen krant of Facebook halen, alleen dus mijn dagboek.

Ik was vandaag verder bezig met naspeurwerk over de vraag of iemand wel/niet Joods is, de organisatie rondom een overlijden en Ysselsteyn is nog steeds niet over, want er zijn er die inderdaad van mening zijn dat ook onze agressors en moordenaars geëerd moeten worden binnen het kader van verzoening! Er wordt mij hierbij vermeld dat inwoners van Ysselsteyn door geallieerde soldaten vermoord waren en dat ook de Nederlands soldaten in Indonesië herdacht worden, ondanks hun begane oorlogsmisdaden. Dat de moordenaar van Anne Frank, die ook op het ereveld ligt van Ysselsteyn, geen lof dient te verkrijgen, begrijpt de schrijver van de brief aan mij, maar toch……! Hij schijnt te vergeten dat ik geen bezwaar heb tegen respect tonen naar de jonge Duitse soldaten die gesneuveld zijn en gedwongen in het leger zaten. Mijn bezwaar betreft de SS’ers en SD’ers die geheel vrijwillig aan de Endlösung meewerkten en die daar ook in groten getale begraven liggen.

Ondertussen ben ik benieuwd hoe er vanuit de Bisschoppen gereageerd gaat worden op het artikel in het laatste NIW over de (niet goede) positie van Paus Pius XII, de oorlogspaus. Verder was ik vandaag onaangenaam verrast over een artikel op de opiniepagina van het RD over de zorg in Christelijke kring dat christenen aan de voeten van rabbijnen het Oude testament gaan leren. Dit gaat uit van een Christelijke organisatie die vanuit Israel werkzaam is. Ik was ook gevraagd om regelmatig artikeltjes voor ze te gaan schrijven, maar bij nader inzien heb ik me hiervan gedistantieerd om redenen die ik niet aan het digitale papier wil toevertrouwen. Ondertussen heb ik mezelf ook een spiegel voorgehouden, want ik heb best veel Christelijke contacten. Wil ik Christenen bekeren? Absoluut niet. Ik wil coalities vormen, samen strijden voor de terugkomst van het geloof in G’d, voor moraliteit gebaseerd op Bijbelse waarden, voor het gezin als hoeksteen van onze samenleving en tegen antisemitisme. En als ik spreek over strijden, denk ik niet, G’d behoede, aan wapens maar aan gesprek, aan shalom, met gelovigen van andere denominaties en ook met ongelovigen, want ook ongeloof is een religie.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op www.niw.nl

 

 

 

Beroepsgeheim! Dagboek van een opperrabbijn 19 oktober 2020

Vandaag kon ik min of meer de hele dag niet op de computer want er werd een nieuwe geïnstalleerd. Ik was redelijk bevreesd omdat het een hoogwaardige computer ging worden met daaraan ook een hoogwaardig prijskaartje. Ik wachtte al enige maanden tot het nieuwe wonder eindelijk vandaag zou arriveren. Waarom niet een eenvoudige goedkope die direct leverbaar was?  Bij een goede bekende, een oud-leerling, advies ingewonnen en toen kwam er dus een combinatie uit van een kleine lichte laptop en een groot zwaar scherm met toetsenbord en ingebouwde camera. Het grote scherm voor thuis op mijn Opperrabbinaal Hoofdkantoor (mijn Rabbinaat heeft de afmeting van één vierkante meter en bevindt zich in de hoek van onze woonkamer) met de kleine zeer lichte laptop die het scherm aanstuurt. Maar die kleine lichte laptop kan ook makkelijk meegenomen worden zodat ik zelfs vanuit de auto (als ik niet zelf achter het stuur zit!) verder kan met het beantwoorden van e-mails, het schrijven van mijn dagelijkse dagboek, het in elkaar fabriceren van Rab@Rik – levenslessen van de Opperrabbijn – dat op www.cip.nl verschijnt, het bekijken van diverse documenten en archieven, het in contact blijven met buitenlandse collega’s enz.  De operatie, het overzetten van al mijn gegevens, die bijna een hele dag duurde, viel mee. En u, beste dagboekenier, heeft de primeur om de eerste productie te mogen ontvangen. Lijst dus s.v.p. dit dagboek in, wie weet wat voor waarde dit in de toekomst zal krijgen!

Hoewel dus per e-mail vandaag moeizaam bereikbaar, werkte de telefoon normaal. Weer van alles en nog wat door mekaar. Maar ik observeer iets vreemds. Regelmatig word ik gevraagd om naspeurwerk te verrichten over Joodse afkomst. Maar het aantal dat mij deze weken bereikt is wel erg groot. Met maar liefst zes gevallen ben ik bezig, bijna allemaal van niet-Nederlanders wier ouders of grootouders uit ons land afkomstig zijn. Bij bijna allemaal weten of vermoeden ze sinds kort dat ze afkomstig zijn van Joodse voorouders. Bij allen hadden de grootouders na de oorlog alles in het werk gesteld om de Joodse afkomst te verbergen en sinds kort is dat dan toch uitgekomen. En dus gaan de nazaten op zoek naar hun afstamming en dan kom je uiteraard uit bij de rabbijn, waar anders zou ik bijna zeggen. Ik voel me soms een gediplomeerd Joods vuilnisvat. Ik ben nu bezig met twee Nederlandse gevallen, een uit Nieuw-Zeeland, een uit Israel, een uit België en een heel lastige uit de voormalige Sovjet-Unie. Lastige klusjes die enerzijds een heel zakelijke aanpak behoeven, anderzijds erg gevoelig en emotioneel liggen. Ik heb het gevoel dat dit soort identiteitsproblematiek wordt aangewakkerd door het vele thuiszitten en ook door de confrontatie met de relativiteit van het leven, het wegvallen van zekerheden, die nu toch minder zeker blijken te zijn.

Vragen of wij iemand kennen die een geschikte huwelijkspartner zou zijn voor zoon of dochter bereiken ons ook regelmatig, maar die zitten in de portefeuille van Blouma. Die kent altijd iedereen, weet de juiste vragen te stellen en heeft erg vaak al voor het kennismakingsgesprek per telefoon al een paar ideeën. Maar dan is er nog niemand getrouwd, zo snel gaat het ook weer niet. Deze week werden we gebeld door een vader die voor zijn dochter in Israel via een datelijst een keurige jongen had gevonden. Maar wat bleek, de jongen oorspronkelijk uit Nederland afkomstig, had niet de hele waarheid over zichzelf opgegeven. En aan mij nu het verzoek of ik even de datasite kan aanspreken en/of ook de jongen een reprimande kan geven. Ja, wat moet ik daar nou weer mee, gonsde het door mijn hoofd. Ik ken die jongen nauwelijks tot niet. Maar het probleem loste zich automatisch op. Tien minuten na het telefoontje van de boze vader van het meisje belt de jongen uit Israel me zelf op. Hij heeft een probleem. Moet hij wel of niet meteen nog voor het eerste gesprek het kleine probleem dat hij met zich meedraagt vermelden. Als hij dat doet, zal niemand in hem geïnteresseerd zijn omdat hij a priori zal worden afgewezen. Anderzijds wil hij absoluut de waarheid niet verzwijgen. Na enig flitsend denkwerk heb ik hem een advies gegeven waarmee komende vaders niet boos kunnen worden en hij zonder onwaarheid te verkondigen, zonder bewust te verzwijgen en zonder zijn kansen op de datesite huwelijksmarkt te verkleinen, gewoon verder kan. Wat ik hem heb geadviseerd? Beroepsgeheim!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op www.niw.nl

 

 

 

 

 

De eerste Lockdown, de Ark van Noach. Dagboek van een Opperrabbijn 18 oktober 2020

Om 8:10 uur viel sjabbat jl. plotseling de stroom uit. Dat is altijd lastig, maar speciaal op sjabbat omdat ik geen storingsdienst kan bellen (Ook als de telefoon het nog zou doen). Water voor koffie en thee in de sjabbat-ketel was keurig vrijdagavond voor het begin van de sjabbat aangezet, de maaltijd voor sjabbatmiddag stond in de slow cooker te pruttelen, verlichting, freezer en koelkast, verwarming…..niets werkte meer. Ik naar de elektriciteitkast, naast de voordeur, om te kijken of de aardschakelaar wellicht de schuldige was. Maar ook als dit het geval zou zijn geweest, dan nog had ik weinig kunnen doen: Sjabbat! En toen kwam mijn Reformatorisch Dagblad de brievenbus binnenvallen.

Ik meteen de deur opengedaan en mijn elektrische probleem aan de bezorger kenbaar gemaakt. De bezorger van het RD begreep het probleem meteen. “Ik kijk wel even wat er aan de hand is, want u kunt dat niet vanwege sjabbat!”. Hij dook meteen de elektriciteitskast in, kon niets afwijkends vinden en ging vervolgens kijken of er elders in de wijk ook problemen waren. Vijf minuten later was hij terug en vertelde mij dat de hele buurt zonder stroom zit. Op dat moment ging het licht weer aan. Wat was ik blij met mijn Reformatorisch Dagblad dat dus niet alleen de krant brengt, maar ook het licht! En dus ging ik met een gerust hart naar de synagoge waar het begin van Genesis werd gelezen met daarin o.a.: Toen zei G’d “Er zij licht” en er was licht!

Vorige week had ik in mijn dagboek mijn ongenoegen kenbaar gemaakt over de voorgenomen herdenking op de oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. Reden: daar liggen Duitsers en Nederlanders die in de oorlog zwaar fout waren geweest. Vrijdagmiddag, ruim voor het begin van de sjabbat, een journalist aan de telefoon. Kennelijk was mijn https://niw.nl/een-gezonde-winter/ in de Limburgse mediawereld doorgedrongen. Ik heb de journalist netjes te woord gestaan met als gevolg dat ik na de sjabbat veel reacties op mijn e-mail aantrof. Mijn Ysselsteyn-afkeer had het brede Limburgse publiek via de Limburgse Radio, TV en andere media bereikt.

De Sjabbat en de aan de Sjabbat gekoppelde sjabbatrust was nog nauwelijks voorbij of een collega belt op vanwege een sterfgeval. De vrouw van de voormalige voorzitter van de Joodse gemeente Zwolle was op hoge leeftijd overleden, gewoon ouderdom, maar toch. Heinneringen komen bij mij boven. Regelmatig was ik bij hun thuis voor overleg. Ook een e-mail met de vraag om een oudere man te bellen die vrijdag een slecht-nieuws-bericht had gekregen van zijn huisarts. Ik dus meteen in de telefoon. Kijken wat ik voor hem zou kunnen betekenen. We hebben lang gesproken en blijven contact houden.

En op Sjabbat zelf? Sjoeldienst, maar met minder mensen dan gewoonlijk. ’s Middags gelernd met mijn leerling, de computeringenieur, met wie ik al meer dan tien jaar iedere sjabbatmiddag eerst een uur wandel en dan enige uren lern. Omdat aanstaande sjabbat de geschiedenis van Noach wordt gelezen, doken wij de Ark in (niet fysiek!). Noach kreeg voor het uitbreken van de zondvloed de opdracht van G’d om in de Ark te gaan. En toen het buiten weer droog was moest hij de Ark weer te verlaten. Waarom, zo wordt de vraag gesteld, moest hij opdracht krijgen om de Ark te verlaten. Het was toch droog! Het antwoord bevat een belangrijke levensles. In de Ark heerste een sfeer van echte Sjalom, vergelijkbaar met het Paradijs. Noach vond dat fijn. Waarom de wereld met al zijn beslommeringen en misère intrekken? Maar G’d gaf duidelijk aan dat het afzonderen van de samenleving onjuist is. In die wereld met al zijn beproevingen hebben wij de opdracht om Hem te dienen door juist een bijdrage te leveren aan de ons omringende samenleving, ook als afsluiten voor ons persoonlijk plezieriger zou zijn. Geen Joodse kloosters dus!

Maar voordat de Zondvloed begon kreeg Noach de opdracht om juist de Ark binnen te gaan en zich wel af te sluiten van de wereld. Zonder corona te willen vergelijken met de Zondvloed, zijn er tijden dat wij, u en ik, juist midden in de wereld moeten staan om de medemens te helpen en om te socialiseren, maar er zijn ook perioden dat we tijdelijk juist niet naar buiten mogen, social distance. Hoelang moeten we binnenblijven? Weten we niet. Maar gelijk Noach niet protesteerde en in de Ark bleef toen dat van hem werd verlangd, zo ook moeten wij binnenblijven, ook als we dat lastig vinden. Het is buiten even te gevaarlijk, helaas. Aanstaande sjabbat wordt in alle synagogen ter wereld gelezen over de Ark van Noach, de eerste mondiale Lockdown.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op www.niw.nl

 

 

Van Den Helder naar Sobibor, Dagboek van een Opperrabbijn 15 oktober 2020

Ik ben weer ouderwets pré-coronaansch gevloerd. Om 11:30 uur vertrokken en nu om 19:00 uur thuis. Ik werd gereden door mijn vaste driver en omdat ik dus zelf niet reed, had ik alle tijd om mijn zoom-sjioer die ik om 20:00 uur moest geven voor RabbijnenNL voor te bereiden. En natuurlijk de telefoontjes en e-mails. De eerste stop was Den Helder. Onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de 118 Joden die werden weggevoerd. Uiteraard was alles in de open lucht en in zeer afgeslankte vorm. Burgemeester had eerst niet willen komen om te voorkomen dat hem verweten zou worden toch ergens publiekelijk aanwezig te zijn. Maar uiteindekijk was hij er toch, hield een gloedvol betoog voor het kleine selecte gezelschap. Het was goed, zo gaf ik aan in mijn toespraak na de onthulling, dat we toch bijeenkwamen. Goed omdat er fotografen en journalisten gekomen waren om de boodschap van dit monument verder uit te dragen. Afgelasten had ik onjuist gevonden. Voor mijn gevoel zou het ongepast en oneerbiedig zijn voor hen die hier toch nog hun eigen ‘grafzerk’ hebben gekregen na meer dan 75 jaar.

Luister hoe treffend de staddichter Regina Kikkert het verwoordde:

 

Deze stenen in Den-Helder

vertellen een geschiedenis

van liefdeloze onvrede,

een tijd van diepe duisternis.

 

Steen is onvergankelijk,

markeert de Eeuwigheid op aard

zelfs weer en wind kan het doorstaan

en blijft ten allen tijd bewaard.

 

Verzonken in Helderse grond

zijn Joodse namen thuis gebracht,

een teken van identiteit

en in een monument herdacht.

 

Beschermd door de dijk en pieren,

dicht bij de duinen, zee en kust,

veilig beschut in de luwte

komt een levensverhaal tot rust.

 

In herinnering verbonden

spreekt elke steen, zijn eigen taal.

Geëerd wordt heel het mensbestaan

als medeburgers, allemaal.

 

Met stil respect, vertraagd de pas,

verleden tijd….. maakt nieuw begin.

ZIJ ZULLEN NOOIT VERGETEN ZIJN,

want zij gaan mee, de toekomst in.

 

De Vrede is een kostbaar goed

die wordt gekoesterd en bewaakt.

Onder de Nederlandse vlag

wordt een stil, eerbetoon gemaakt.

 

Voor allen die gestorven zijn

klinkt een SHALOM als welkomstgroet,

in het Huis van de Eeuwige

rust hun ziel in Vrede, voorgoed.

 

Maar los hiervan: we zien in onze huidige corona-bubbel dat corona alles en iedereen overheerst. Ziekenhuizen zijn aan het afschalen.  Ik begrijp het, want corona is een zeer gevaarlijk virus. Maar antisemitisme is minstens zo sluw en onberekenbaar. We weten allen dat het coronavirus een beperkte levensverwachting heeft, uiteindelijk zal het uitgeroeid zijn of op z’n minst behandelbaar. Maar met het virus antisemitisme zal het niet zo goed aflopen. Dat venijn heeft zich bewezen onuitroeibaar te zijn en zit in een bijna voortdurend proces van mutaties. We hadden eerst het verkeerde geloof, toen veroorzaakten wij de pest, mijn ouders hadden het verkeerde ras en ik ben zionist en wordt ook al op social media verklaard tot de fabrikant van Covid-19. En daarom was de korte bijeenkomst met een zeer beperkt publiek zo enorm goed en indrukwekkend.

Van Den Helder naar Heemstede voor een bespreking met het bestuur van de Joodse Gemeente Noord-Holland Noordwest en toen naar huis na onderweg nog een telefoontje uit IJsland te hebben gehad. Toch onbegrijpelijk dat iemand uit IJsland mij zomaar weet te vinden tussen de Kanaalweg in Den Helder en de synagoge in Heemstede. We vinden het allemaal maar gewoon, maar dat is het toch echt niet!

Het was dus een positieve dag en met een goed gevoel kwam ik weer thuis. Ik gaf mijn Zoom cursus en in plaats van naar bed gaan, ging ik toch nog de documentaire over de opstand in Sobibor bekijken. Alles kwam weer boven. Ik ben de generatie van direct na de oorlog. Ik ben grootgebracht met vóór en ná de oorlog, ik weet nog dat mijn ouders hebben geleden en alles in het werk hebben gesteld om mij er niet mee te confronteren. Wij, de generatie die nu al in de zeventig is, wij moeten doorvertellen wat onze ouders niet durfden bespreekbaar te maken. In het Sinai Centrum woonden de mensen die de oorlog wel en niet hebben overleefd. Streepjes-pyjama’s waren niet toegestaan. De verpleegsters mochten geen laarzen dragen en douchen kon ook echt niet. Onze bewoners wisten namelijk niet of er water of gas uit de douchekoppen zou komen……Ik verwijt mijzelf dat ik misschien niet goed genoeg doordrongen was van hun pijn. Ik weet zelfs niet hoe mijn lieve vader en mijn lieve moeder wel of niet nog hebben geleden van hun onderduik en verlies van hun naasten en hun angsten. Van mijn moeder hoorde ik de innige dankbaarheid voor de mensen bij wie zij is huis was geweest en die door en door goed waren. Haar angsten heeft ze nauwelijks met mij gedeeld. “Wij hebben het goed gehad, want wij waren niet in de kampen” heb ik honderden keren van mijn moeder moeten horen. Ik stop. Ik moet nog kunnen slapen. Den Helder was goed. Maar ook de onthulling in Warnsveld die zojuist is afgelast, moet mijns inziens doorgaan. Dan maar met minder mensen. En ik moet luisteren naar Jules Schelvis die in de documentaire de opdracht gaf om het door te vertellen……Wij, de second generation, moeten de opdracht “om niet te vergeten” overnemen, ook als dat onszelf schaadt, want het terugdenken aan en het zien van dit soort documentaires laat me niet onberoerd.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op www.niw.nl

Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…. Dagboek van een Opperrabbijn 14 oktober 2020

Vandaag heb ik enige uren op Muiderberg rondgelopen en gezocht naar de graven van mijn overgrootouders, de ouders van mijn opa. Vandaag precies acht jaar geleden is mijn moeder overleden en had ik dus vandaag Jaartijd. Extra aan tsedaka, liefdadigheid, gedoneerd en natuurlijk lang bij het graf van mijn moeder gestaan. Zevenennegentig jaar heeft mijn moeder op deze aarde doorgebracht. Meer dan zestig jaar mocht ik haar als moeder hebben. En omdat ik toch op Muiderberg was heb ik uiteraard ook de graven van mijn grootouders bezocht en ook die van de ouders van mijn opa Jacobs. Veld C, rij 46, graf 82 en 83.  Maar ook heb ik gezocht en helaas niet gevonden.

Een Israëlische arts die nu in België aan een van de Universitaire Ziekenhuizen is verbonden, probeert uit te vinden wie haar Nederlandse groot- en overgrootouders waren. En dus werd ze in contact gebracht met mij. We hebben al familie weten op te sporen waarvan zij het bestaan überhaupt niet wist. En ook die opgespoorde familie wist niet dat er nog nazaten van hun overgrootvader in leven waren. Vanochtend, net voordat ik naar Muiderberg vertrok, ontving ik de foto van haar oma. Oma was 43 jaar toen zij, haar man en haar kinderen stierven. Op 15 mei 1940 stierven ze allen, ze zagen de bui al hangen en namen zich het leven. Ik hoopte hun graven op Muiderberg te kunnen vinden, gezocht maar niet gevonden. Waar ze dan wel hun laatste rustplaats hebben gevonden wil ik nog uitvinden. Hun kleindochter, de arts, wil hun graven bezoeken. En al zoekend kwam ik het graf tegen van notaris Joseph Sanders, geboren in Sneek, de geboorteplaats van mijn oma. Moet de oom zijn geweest van mijn oma, gezien de verdere namen op de zerk. Nooit van zijn bestaan geweten. Maar ik heb zoveel niet geweten, want mijn lieve vader en moeder wilden mij, hun enige kind, niet belasten met al het verdriet dat zij moesten meemaken. En dus weet ik niet wie hun ooms en tantes, neven en nichten waren. Ik heb er ook nooit naar gevraagd. Ik denk dat ik intuïtief aanvoelde dat er over de oorlog niet gesproken mocht worden, hoewel wel alles zich voor of na de oorlog afspeelde. Kennelijk heeft die periode tussen voor en na de oorlog niet bestaan. Mijn kinderen weten meer over het leven van mijn ouders in die periode dan ik. Maar één opmerking van mijn opa, de vader van mijn moeder, bleef en blijft in mijn geheugen gegrift. Mijn moeder vertelde me ieder jaar weer op 10 mei dat toen opa, haar vader, de vliegtuigen van de moffen boven Steenwijk hoorde en zag vliegen, hij zijn handen omhoog hief en uitriep: Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…… Opa, oma en mijn moeder en haar twee broers hebben de oorlog wel overleefd. Wat er gebeurd is met hun twee pleegkinderen, Joodse vluchtelingetjes uit Oostenrijk, weet ik niet. Is nooit over gesproken. Steeds weer die oorlog en de vertaalslag naar het opkomend antisemitisme van nu. Misschien trek ik het aan, lok ik het uit. Ik weet het niet. Morgen spreek ik bij de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden in Den Helder. Weer dus de oorlog. En ook weer die oorlog toen ik een telefoontje kreeg van een hoogleraar. Hij wil me spreken want hij is een ‘vader-Jood’’. Een afschuwelijke benaming voor iemand die alleen een Joodse vader heeft en dus niet Joods is. Zijn grootvader was een orthodoxe Jood uit Polen. Hun zoontje weten ze net voor de Duitse bezetting naar Nederland te krijgen. En dan komt ook hier een bezetting en het jongetje, dan inmiddels al een puber is, duikt onder. Het jongetje gaat na de oorlog trouwen met de dochter van zijn duikouders. En dus heeft hun zoon, de hoogleraar, een probleem. Hij valt tussen de niet-joodse wal en het Joodse schip. En wie lijdt hieronder het meest? De dochter van de Professor. We, de Professor en ik, gaan een kop koffie drinken, kijken waar ik iets kan betekenen voor hem en zijn dochter. Zeggen dat hij toch Joods is omdat ook vader-joden Joods zijn, klinkt leuk, lost niets op en klopt niet. Vergelijkbaar met een arts die een zieke patiënt vertelt dat de ziekte nauwelijks een ziekte is. Ja. Professor, u heeft een probleem. Ontkennen lost het probleem niet op, maar misschien stoppen we te spreken over de vader-jood als probleem. Laten we het een uitdaging noemen, klinkt beter oplosbaar. Tenslotte nog dit: mijn enige oude lieve tante, vandaag 93 geworden en die ik net heb gesproken, is van mening dat de schuld van de noodzaak tot verscherping van de corona-regels bij de veertigers ligt, die weigerden afstand te houden en zich aan de corona-wetten te onderwerpen. Waarom weigerden ze volgens mijn tante zich aan de corona-regels te houden? Ze hadden de oorlog niet meegemaakt!

Ziet u het? Zelfs mij lieve intelligente tante die ik alleen maar belde om haar mazzeltov te wensen, lukte het om de oorlog weer op tafel te krijgen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op www.niw.nl

 

 

 

 

De echte Zeven Wereldwonderen, Dagboek van een Opperrabbijn 13 oktober 2020

Uiteraard ontvang ik vele e-mails over van alles en nog wat. Fijn dat we ondanks alle lockdown-maatregelen toch nog de mogelijkheid hebben om te communiceren. Zelfs bestaat de mogelijkheid om indien er door de week geen mogelijkheid bestaat om naar de synagoge te gaan voor het ochtend-, middag- en avondgebed mee te doen met de diensten bij de Klaagmuur in Jeruzalem! Het klinkt natuurlijk erg interessant om aan te geven dat je dermate veel e-mails ontvangt dat je geen tijd hebt om ze allemaal te lezen en dus blokkeert. Ik blokkeer niet, geef openhartig toe dat ze niet allemaal mijn interesse krijgen, maar er zitten soms prachtige gedachten tussen. Neem bijvoorbeeld deze, die mooi past bij het Scheppingsverhaal dat we aanstaande sjabbat in alles sjoels ter wereld lezen (als ze nog open mogen zijn!):

Aan een klas op school wordt door de juffrouw gevraagd aan de kinderen om de Zeven Wereldwonderen op te schrijven. Uiteindelijk, na stemmen, kwamen de volgende wonderen eruit: 1/de Pyramides in Egypte; 2/de Taj Mahal; 3/ Grand Canyon; 4/ het Panamakanaal; 5/ Empire State Building; 6/ St Pieters Basiliek; 7/ de Chinese Muur. Er was echter één meisje in de klas dat haar papiertje nog niet had ingeleverd. Op de vraag waarom zij nog niets had opgeschreven zei ze dat ze er niet uit kwam. Er zijn zoveel wonderen op deze wereld, zoveel gebouwen, natuurverschijnselen, technieken, medicijnen. Ik weet niet welke een groter wonder is. Maar eigenlijk denk ik aan heel iets anders als we spreken over wonderen, zei het meisje. Voor mij zijn er wonderen die al die gebouwen, uitvindingen en natuurverschijnselen overtreffen. Ik denk eraan dat ik kan 1/ aanraken; 2/ smaken; 3/ zien; 4/ horen; 5/ voelen; 6/ lachen; 7/ liefhebben. Dat zijn voor mij de Zeven Wereldwonderen. Dat kleine meisje heeft gelijk. En weet u, ik ontmoet juist in deze coronatijd mensen die zo intens dankbaar zijn dat ze gezond zijn, dat al hun zintuigen werken en dat ze ook nog kunnen lachen en houden van.  Wie is gelukkig, wordt gevraagd in de Spreuken der Vaderen, hij die tevreden is met wat hij bezit. En dus ben ik dankbaar dat zoveel mensen aan mij denken en mij e-mails sturen, ook als ze slechts hiervoor eenmaal op een knopje hoeven te drukken.

Ik heb een beetje een soft day. Niets schokkends, maar wel iets heel moois in lijn met de Zeven allergrootste Wereldwonderen. Vandaag was ik in Etrog Amerpoort. Dit is de voortzetting van wat eens de afdeling verstandelijk gehandicapten van het Sinai Centrum was, bekend als de ‘kinderafdeling’. Nog Zeven bewoners van weleer wonen hier in hun nieuwe thuis. Ze eten koosjer, weten zich in een Joodse omgeving en worden met liefde omringd. Maar inmiddels zijn alle kinderen van toen hoogbejaard. Ludwig vierde vorige week zijn 80ste verjaardag. Jaap Kleve is daar een van de ‘oude’ medewerkers en hij zorgt er met een enorme overgave voor dat alles zoveel mogelijk Joods en koosjer blijft. Geweldig zijn inzet. Vanwege de verhuizing naar een nieuwe locatie waren er ook veel nieuwe medewerkers en mocht ik dus aantreden om te vertellen over Jodendom. Altijd weer is het schitterend, bijna ontroerend, te zien hoe medewerkers in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zich inzetten voor ‘hun’ bewoners. Zij beschouwen hun werk niet als werk maar als roeping en dus willen ze goed de achtergrond van ‘hun’ bewoners weten en bovenal aanvoelen. En dus mag ik terugkomen na dit eerste hernieuwde contact. Ik vind dat ook fijn, want zo kan ik iets betekenen voor medemensen die niet de top van de samenleving vormen, maar gewoon oprecht en kinderlijk eerlijk zijn. Hier ligt mijn hart. Ik denk terug aan mijn werkzaamheden in het Sinai Centrum, aan de gerontopsychiatrische afdeling, de psychiatrie, ambulante zorg en ‘de kinderafdeling’.  Ik mocht ze Joodse les geven. Alef, beet, weet, gimmel….de melodie welt weer in me op. Ze klapten allemaal mee. Zij die konden zingen zongen. Ze omhelsden me, wuifden als ik wegging. En een week later zongen we weer precies dezelfde liedjes. Alef, beet, weet, gimmel, dalet… Jarenlang! En ook vandaag wuifde Sakia naar me toen ze me zag. Ik had haar moeder beloofd altijd een oogje in het zeil te houden, waar nodig voor haar belangen op te komen, als haar moeder er niet meer zou zijn. Waarschijnlijk gelooft u mij niet, maar het werk in de Sinai was zo mooi. Er viel weliswaar geen eer mee te behalen, maar dat was juist het mooie. Als rabbijn krijg je applaus. Ook veel tegenstand, maar als het applaus de tegenwerking overstemt, ben je geslaagd. Steeds politiek, commentaar, politiek. Maar natuurlijk ook steun en instemming. Maar altijd spanning! In mijn Sinai werk was alles uitsluitend gericht op hulp aan de medemens in geestelijke nood of aan de medemens die geestelijk zwaar of geheel hulpbehoevend was. Ik droom terug naar die tijd. Ik voel me weer aanwezig bij de patiëntenbesprekingen. Ik waan me weer in Londen op mijn driemaandelijkse reis met een psychiater en een specialist op het gebied van ouderenzorg om daar de lokale Joodse gemeenschap te helpen, want het Sinai was een topper van een ongekend hoog niveau. Drie dagen waren we dan in Londen voorzien van een bomvolle agenda om te helpen, te helpen en nogmaals te helpen.

Ik word wakker. Die Sinai-tijd is voorbij. Maar is dat zo? Waak je ervoor, zo spreek ik tegen mezelf, om de essentie uit het oog te verliezen. Staar jezelf niet bot op het grote en imponerende werk waarmee je als opperrabbijn kunt scoren! Luister naar dat ene meisje dat de echte Zeven Wereldwonderen wist te benoemen.

Het was een goede dag. Even terug bij het Sinai Centrum. En wat ik eraan overhield? “Een prachtige bos bloemen voor uw Blouma”. Geweldig!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op www.niw.nl

Een gezonde winter! Dagboek van een Opperrabbijn, 12 oktober 2020

Tijdens de oorlog werden Duitsers die zich vrijwillig bij de SS en de SD hadden aangesloten en Nederlandse handlangers van de Nazi’s begraven in de Gemeenten waar ze waren doodgegaan of gefusilleerd. Na de oorlog wilden de Gemeenten waar die Jodenjagers en ander gespuis begraven lagen hun stoffelijke resten niet langer op die lokale kerkhoven dulden. Het Ministerie van Defensie stelde toen een stuk grond in Ysselsteyn beschikbaar waar dat tuig herbegraven moest worden. Die dodenakker in Ysselsteyn is dus een verzamelbak van SS-tuig, Nederlandse SD-ers, collaborateurs, waarvan een aantal door het verzet was gefusilleerd, en ook nog ‘gewone’ Duitse soldaten. Ook de persoon die Anne Frank en haar familie op transport liet stellen ligt daar begraven.

Een herdenking op een begraafplaats waar alleen gesneuvelde ‘gewone’ soldaten begraven liggen, zelfs als dat uitsluitend Duitse soldaten zouden zijn, is in mijn optiek een totaal ander verhaal. Daar herdenken is het overwegen zeker waard. Maar hier in Ysselsteyn eer betonen aan verraders en moordenaars die er vrijwillig voor gekozen hebben om o.a. mijn familie uit te moorden en/of ze naar de gaskamers te hebben gestuurd? No way! En dus heb ik de petitie alsnog getekend, hoewel ik van nature niet zo’n ondertekenaar ben. Ik voegde mijn naam toe aan de petitie om te voorkomen dat ook maar iemand zou kunnen denken dat ik hen hun gruweldaden heb vergeven, omdat het al zolang geleden zich heeft afgespeeld, omdat het inmiddels geschiedenis is geworden, omdat de misdaden zijn verjaard…. Neen dus. Dit soort misdaden tegen de menselijkheid kan en mag niet verjaren en verworden tot oude spannende geschiedenis. Ben ik dan haatdragend? Toen jaren geleden in het Sinai Centrum (Joods psychiatrisch centrum) de vraag kwam of wij als Joodse instelling kinderen van foute ouders willen behandelen, liet ik duidelijk horen: zeker! Wij mogen kinderen niet straffen voor fouten van hun ouders en ik ben dankbaar dat ik die slachtoffers van de oorlog mocht helpen, omdat ook zij slachtoffers zijn van die afschuwelijke donkere jaren. Dat hun ouders tegenover mijn ouders stonden, maakt hen niet minder slachtoffer, niet minder second generation. Uiteraard spreken we hier wel over kinderen die lijden omdat ook in hun optiek hun ouders ‘fout’ waren. Ik herinner mij een ontmoeting in Israel van mijn echtgenote met een dochter van een Duitse SS-er. Huilend omarmden die dochter en mijn Blouma elkaar: een hartverscheurend en indrukwekkend tafereel!

En terwijl ik vanuit mijn auto bovenstaande informatie over Ysselsteyn bevestigd wist te krijgen, was ik op weg naar Den Haag samen met de secretaris van het NIK. Een afspraak met de Ambassadeur van Polen de heer Marcin Czepelak. (Vraag me niet hoe deze naam uit te spreken. Ik merk dat die ambassadeurs uit die voormalige Oostbloklanden allemaal van die onuitspreekbare namen hebben.)  Het was een goed en vriendschappelijk gesprek. Het ging over de dreigende nieuwe wet die export van in Polen geslacht koosjer vlees wil gaan verbieden. De Poolse Joden zullen voor binnenlands gebruik koosjer mogen blijven slachten, maar export? Dat zou een brug te ver moeten worden. De ambassadeur begreep goed dat het hier niet alleen een praktisch en zakelijk probleem betreft. Hij voorzag heel duidelijk dat indien Polen de export gaat verbieden meerdere EU-landen zullen volgen en aan het eind van de politieke rit zal er geen koosjer vlees meer te verkrijgen zijn binnen de EU, ook niet in Nederland. Daarover bestond bij de Ambassadeur geen twijfel. Maar hij voelde ook haarscherp dat het verbod op export van koosjer vlees de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte een pijnlijke dreun zou geven, hun Jood-zijn diep zou raken. Ook Joden die nooit koosjer eten en misschien koosjer eten als onzin en niet-meer-van-deze-tijd beschouwen, worden, zo gaf de ambassadeur zelf aan, net zozeer getroffen door deze maatregel. Want het moge dan zo zijn dat zij geen koosjer vlees nuttigen, toch is het verbod op de export van koosjer vlees een aanslag op hun Joodse identiteit.

En nu dan aan het eind van deze dag dit dagboek aan het digitale papier toevertrouwd en hopelijk nog puf om de Soeka, de Loofhut, vanavond nog af te breken en weg te zetten tot volgend jaar. En tot dan? Hopelijk rust en een zeer spoedige verlossing van het kwaad dat corona wordt genoemd en ook het Joodse leven in ons polderlandje behoorlijk, of beter geformuleerd ‘onbehoorlijk’, onder druk zet! Zelfs op Jom Kippoer waren er Joodse Gemeenten die geen sjoeldienst hadden. En dit jaar moeten nu veel minder loofhutten die bij de synagogen stonden worden afgebroken. Reden? Ze werden helaas vanwege corona ook niet opgebouwd! Aan het eind van al deze Joodse Feestdagen wensen wij elkaar, en ik u dus ook: een gezonde winter!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op www.niw.nl.