Dagboek van de Opperrabbijn 11 febr. 2024

Bij mij thuis was zondagavond minjan gemaakt, een kleine synagoge-dienst, vanwege een jaartijd. Op de sterfdag van een eerstegraads bloedverwant heeft men de gewoonte om kadiesj te zeggen. Niets van doen met politiek, maar al mijn gasten, die met tussenpozen arriveerden, werden door de op de speelplaats aanwezige jongeren met een duidelijk niet Nederlandse afkomst, “verwelkomd” met een luid Free Palestine. Ja, ik heb een politieke mening over een heleboel mondiale kwesties, waaronder de situatie in Israël, en dat moet mogen. Ik ben momenteel echt vóór Netanyahu, misschien morgen tegen. Tegen Poetin, maar misschien morgen vóór. Tegen wie ik vóór of tegen zou moeten zijn in Afrika, kan ik nog geheel niet overzien, omdat ik me niet heb verdiept in wat zich daar afspeelt. Maar hier in Nederland, dat ons allen bindt, moeten we willen samenleven met wederzijds respect. Het is onacceptabel dat als ik beleefd op straat groet – goede morgen, goede middag, goede avond – vaak de mensen die uit de Moskee komen of hadden kunnen komen, weigeren terug te groeten. Onbeschoft en on-Nederlands. Wat kost het om gewoon beleefd te groeten?

Toen er enige weken geleden in de Utrechtse Dom een bijeenkomst plaatsvond met drie sprekers, georganiseerd om de Joodse Utrechtse Gemeenschap een hart onder de riem te steken, werd tegen mijn aanwezigheid als bruggenbouwer buiten de Dom en op social media geprotesteerd want ik “ben een man die consistent vreedzame demonstranten criminaliseert en vergelijkt met nazi collaborateurs. Onbegrijpelijk dat hij als verbinder werd aangekondigd.” Dat dit soort berichten op social media worden gebracht, begrijp ik, maar wat ik niet kan vatten is het volgende: Tijdens een bijeenkomst, enige tijd geleden, die georganiseerd was door een burgemeester met vertegenwoordigers van alle geloven binnen zijn stad, stond de vertegenwoordiger van de Turkse gemeenschap op en deelt zijn ergernis dat opperrabbijn Binyomin Jacobs (dat ben ik dus!) publiekelijk zou hebben verklaard dat hij achter Netanyahu staat! Het kan zeker kloppen, maar doet hier niet ter zake. Ik weet zeker dat die klagende vertegenwoordiger van de Turkse gemeenschap vóór Erdogan is. So what?  In ons huizenrijtje woont een uit Turkije afkomstige familie. We groeten elkaar altijd en als ik heel sporadisch een Sjabbes Goy nodig heb…

De problematiek van elders moeten we elders laten. Hier in Nederland moeten we met respect voor elkaar als Nederlanders leven, met wat we gemeen hebben en met wat ons bindt. Mijn kinderen hebben nog nooit een andersdenkende uitgescholden en vanuit de synagoge is en zal nooit een niet-jood worden vervloekt.

Voor mij, voor het Traditionele Jodendom, is het gezin de hoeksteen van de samenleving. Maar geeft mij dat het recht anderen, die daar anders bewust of onbewust tegenaan kijken, te haten of te doden?

Meer dan veertig jaar geleden werd er een nieuwe Geneesheer-Directeur gezocht bij de Joods Geestelijke Gezondheidszorg, het Sinai Centrum, waaraan ik als geestelijk verzorger verbonden was. Een bestuurslid van het Sinai-Centrum, dat toen nog gewoon Sinai-Kliniek mocht heten, had een belangrijke vraag. Men was op zoek naar een nieuwe geneesheer-directeur en er was een goede kandidaat gevonden, maar daaraan kleefde een probleem: hij was homoseksueel.  Als de dag van gisteren herinner ik mijn vragende antwoord: wordt hij aangesteld als homoseksueel of als geneesheer-directeur?

Hij werd een geweldige geneesheer-directeur. Leerde Hebreeuws, Jiddisch, Joodse ethiek, huwelijkswetten…alles om zijn patiënten beter te kunnen begrijpen. Harry, zijn partner, en hij kwamen regelmatig bij ons thuis en wij bij hen. Omdat toentertijd homoseksualiteit niet tot het ‘normaal’ behoorde en wij het te ingewikkeld vonden om onze toen nog kleine kinderen uitleg te geven over seksualiteit, hebben we aangegeven dat Lansen de dokter is en Harry zijn butler.

Mijn gasten van zondagavond moesten dus worden nagescholden met Free Palestine. Schelden doet geen pijn, maar: wat doen die snotaapjes over vijf jaar? Kijk om je heen! Haat!  Vraag: wat doen we hieraan? Antwoord: we zien en laten het gebeuren. China heeft nu te kampen met een gigantisch vergrijzingsprobleem. Oorzaak: het verbod van tig jaar geleden om meer dan één kind te baren. Ieder weldenkende Chinees had toentertijd dit probleem kunnen voorspellen. Hetzelfde geldt voor het vergrijzingsprobleem in ons eigen land. We keken toen weg. En we kijken nu weer weg. Want de snotaapjes van nu… 

Blouma en ik kregen vandaag een rondleiding op het Cheider, een van de twee Joodse dagscholen in Amsterdam. Uiteraard kennen we beiden de school op ons duimpje. Blouma heeft daar lesgegeven, ik zat meer dan 30 jaar in het bestuur. Een van onze dochters geeft er les. Een kleindochter geeft er les. Kleinkinderen en achterkleinkinderen zijn leerlingen.

En toch een rondleiding omdat de beveiliging die in den beginne zich beperkte tot een gewoon doorzichtig tuinhek, inmiddels moest worden opgevoerd tot een kogelvrije bunker die bij wijze van spreken zelfs een luchtaanval kan doorstaan.

Welkom in ons vredige en groene landje. Wat doen we eraan?  Leunen we achterover omdat het uiteindelijk wel zal meevallen, terwijl we allen wel beter weten! Kunnen mijn gasten niet meer gewoon via de voordeur bij ons op bezoek komen?  Laten we het op z’n beloop?

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 6 februari 2025

Zaterdag aanstaande is het Joed Sjewat, de sterfdag van de vorige Lubavitcher Rebbe. Nou schrijf ik bijna nooit over Chabad/Lubavtich, hoezeer dat ook mijn richting is, maar nu toch even wel omdat het alles te maken heeft met mijn functioneren in Nederland. Tien (Joed) Sjewat was ook de verjaardag van Opperrabbijn Berlinger, mijn voorganger. Hij was nogal tegen mijn komst naar Amersfoort en ook mijn aanstelling in het Sinai Centrum werd door hem geaccepteerd omdat ik de enige kandidaat was en het Sinai Centrum echt een geestelijk verzorger moest hebben. Bij het bestuur van de Joodse Gemeente Amersfoort, mijn werkgever, liet hij duidelijk blijken dat hij niet erg pro-Jacobs was en bracht als argument mijn te jeugdige leeftijd. Zesentwintig! De oud-voorzitter, de heer Rintel, deed deze kritiek af met de opmerking dat het leeftijdsprobleem per dag minder groot werd.

Het was, in 1981, toen ik met Opperrabbijn Berlinger naar de Joodse begraafplaats in Wassenaar reed, dat Opperrabbijn Berlinger mij ging uitleggen dat dankzij de vorige Lubavitcher Rebbe er nog Jodendom was in Europa. Want, zo vertelde hij mij, de Rebbe trok erop uit. Ging naar de mensen toe. Verborg zichzelf niet en stond voor iedere mede-Jood (en uiteraard ook waar nodig voor niet-Joden) open. En die benadering was precies ook zijn benadering. En daarom vroeg hij mij enige maanden later om zijn assistent te worden. Dag en nacht stond Berlinger voor iedereen klaar, ondanks de geniepige kritiek die hij toch af en toe over zich heen kreeg (herkenbaar!). Het spoorboekje kende hij uit zijn hoofd en zijn bezoeken aan Joodse Gemeenten en particulieren werden hogelijk gewaardeerd. Ik herken me hierin, zeker in het spoorboekje dat ook ik minstens net zo vaak heb mogen raadplegen.

Wellicht hier de plaats om n.a.v. bovenstaande de stromingen binnen het Jodendom een beetje uit te leggen. In het Christendom en ook in de Islam zijn er tussen de diverse stromingen dogmatische verschillen. Binnen het traditionele Jodendom zijn er ook vele stromingen, maar dogmatisch-Halachisch zijn ze één. Vergelijkbaar met een gezin met tien kinderen. Allen eten en slapen ze. Allen gaan ze naar school, allen zitten ze op muziekles etc. etc. Maar de een vindt sport het leukst en de ander gaat helemaal op in de muziekles. Er zijn stromingen die geen negatieve en niet-Joods gedachtengoed in hun huis willen hebben en daarom bouwen ze een muur om zich heen. Alleen voor het noodzakelijke contact met de brede omringende samenleving treden ze buiten hun muren, buiten hun eigen leefwereld. Ook laten ze alleen dat wat onontbeerlijk is binnen. Nadeel: af en toe hebben ze kinderen voor wie die muur te benauwend is, die de afgeslotenheid niet aankunnen en dan ervoor kiezen om op een andere wijze met hun Jodendom om te gaan.  Een tegenpool van deze stroming is Chabad. Als er zoveel mis is met de samenleving, breek dan alle muren af en ga de wereld in om de samenleving te verbeteren. Nadeel kan zijn dat de rabbijn niet de wereld ten goede veranderd, maar dat de profane wereld de rabbijn beïnvloedt en de rabbijn dus minder vroom wordt.

Maar tot welke van de vele stromingen iemand zich ook rekent, de Halacha, de Joods religieuze wet, is voor ieder precies dezelfde.

Het is een summiere en zeer korte uitleg, maar ik hoop wel iets van duidelijkheid te hebben verschaft en dat u, mijn trouwe dagboekenier, begrijpt dat ik bij de tweede stroming zit.

Vanmiddag hoog bezoek. Nou, hoog? Het voelde meer als gewoon, vrienden onder mekaar. De ambassadeur van Hongarije vereerde ons met een tegenbezoek nadat ik hem enige maanden geleden in Den Haag had bezocht voor een eerste kennismaking. Knap hoe hij, nog geen jaar in Nederland, al de Nederlandse taal begint te beheersen. Hoewel we de Gaza problematiek samen niet hebben kunnen oplossen en de vele andere brandhaarden niet hebben kunnen blussen, hebben we wel veel over de politiek rondom Israël gesproken. Uiteraard kwam het antisemitisme rijkelijk aan de orde en benadrukte de ambassadeur dat er in Hongarije geen antisemitisme is en iedere Jood zijn keppeltje of haar Mageen David probleemloos kan dragen.

 Het was overigens wel een erg Hongaarse dag. Nadat ik gisteravond een uur met een collega uit Boedapest had gesproken en vandaag nogmaals een aantal gesprekken per zoom heb gevoerd, om vervolgens twee uur de ambassadeur op bezoek te mogen hebben gehad, wilde ik weer gewoon Nederlands zijn en Nederlands doen.

Alvast: gut shabbos!

Dagboek van de Opperrabbijn 2 febr. 2025

In de Dom te Utrecht vond een bijzondere bijeenkomst plaats. Het doel?

“Goede buren in Utrecht! Samen zijn we Utrecht! Kom ook naar de samenkomst op dinsdag 28 Januari om 19:00 uur in de Domkerk! …. Wij willen het conflict dat zich daar (in Gaza dus) afspeelt niet overbrengen naar onze stad. Daarom nodigen wij u uit samen te komen in de Domkerk.  Met deze samenkomst willen wij de Joodse Gemeenschap in Utrecht laten weten dat wij naast hen staan. Daarom spreken wij ons uit. Wij zeggen nee tegen antisemitisme! Wij willen goede buren zijn.”  Honderden gaven gehoor aan de oproep. Vrienden van Israël binnen in de Dom, en buiten, in de plenzende regen, een paar malloten met papiertjes waarop mijn aanwezigheid ter discussie werd gesteld omdat ik, zoals op Social Media werd gesuggereerd, een opper-racistische-rabbijn ben, die antizionisme gelijkstelt aan antisemitisme. Zo, die zit! Ze hebben dus goed begrepen dat antizionisme = antisemitisme. Voor wie die zit weet ik niet precies, maar wat doet het ertoe! Er was binnen goede zeer passende muziek en drie sprekers. Ik denk dat ik de Joodse Gemeenschap een hart onder de riem heb gestoken, maar de twee andere sprekers hielden zich niet helemaal aan de afspraak en dat hart onder de riem werd door sommige aanwezigen, waartoe ik mezelf zeker niet reken, meer als een dolksteek in de rug ervaren omdat antisemitisme werd geplaatst naast islamofobie. Overigens had ik, als oud gymnasiast, tot voor enige jaren geleden, nog nooit gehoord van islamofobie. Mijn kinderen hadden, hebben en zullen dan ook nooit een aanhanger van de Islam naschelden en vanuit geen enkele synagoge zal een onvertogen woord richting Islam gehoord worden. Sterker nog: islamitische vrouwen kwamen regelmatig met hun (huwelijks)problemen bij mij voor advies, want ook in Marokko gingen ze voor geestelijke steun naar de rabbi!    

Woorden zijn belangrijk, even een woord dat meerdere betekenissen heeft en er kan zomaar een misverstand of pijn ontstaan, terwijl de spreker of schrijver het echt niet kwaad bedoelde. Een woord dat een van de sprekers bij een van de toespraken, niet in de Dom, met de beste bedoelingen gebruikte, schoot in mijn verkeerde keelgat. Trump gaat vluchtelingen die illegaal in de USA zijn, ‘deporteren’. Voor mij is deportatie gekoppeld aan gaskamers, speciaal ais we bijeen zijn om onschuldige slachtoffers te herdenken die hun leven in die gaskamers beëindigden. Dus, zo ging het door mijn hoofd, als je dan al meent te moeten waarschuwen en je meent dat Trump een gevaar vormt voor onze mondiale toekomst, waarschuw dan even niet als we bijeen zijn om te herdenken en je beseft dat niet iedereen je politieke standpunt deelt!

Woorden, emoties, visies. Een geweldig goede ontmoeting van meer dan drie koppen thee, had ik woensdag in het Bisschoppelijk Paleis in ’s-Hertogenbosch. De bisschop, Mgr. de Korte, had ik al meerdere malen ontmoet, in Groningen, zijn vorige standplaats, in Arnhem en in Leeuwarden. Tot nu toe gingen de gesprekken over geloof, over wat ons bindt en soms over de verschillen tussen Jodendom en christendom. Maar nu was het thema: hoe kan de RK-Nederland om ons heen staan als een schil om een vrucht, om ons, de Joodse gemeenschap, te beschermen. De ontmoeting ging niet over de vraag óf de RK ons Joden bescherming wil bieden, maar enkel over het hoe.

Steeds vaker ben ik bezig met het onderzoeken of iemand Joods is. Afgelopen dagen vier cases. Eén bleek inderdaad Joods te zijn. Vanaf deze plaats: welkom! We zijn nog maar erg klein en dus is ieder nieuw lid van groot belang en meer dan welkom.

Maar die drie anderen lopen niet zo soepel. De een blijft maar zeuren en tegelijkertijd weigeren eenvoudige informatie te verstrekken, die zij heeft en ik maar niet mag ontvangen. Nummer twee presteert het om aantoonbaar creatief met de waarheid om te gaan, ze liegt dus, en nummer drie blijkt niet degene te zijn die zijn tijdelijke verblijfsvergunning aangeeft. Dat wil zeggen: de foto lijkt redelijk op hem, hoewel niet overtuigend, maar de naam die hij zegt te hebben staat niet op zijn ID! Als iemand zegt Piet Jansen te heten, maar dan in het Arabisch, en op zijn ID staat als naam het Arabische equivalent van Jan Pieterse, dan is enige uitleg niet overbodig.

Ook nog begonnen met een echtpaar van middelbare leeftijd, dat niet meer als man en vrouw verder wil, nu hun enige dochter het ouderlijk huis heeft ingeruild voor een gehuwd bestaan buiten onze Nederlandse grenzen. Haar voorkeur, en dat van haar man, ging niet uit naar Israël. De reden? Beiden zijn tegen Netanyahu.

Maar om volgens Joodse traditie met iets positiefs te eindigen: een geweldige avond mogen beleven met Naftaly Bennet, de voormalige premier van Israël. De avond was georganiseerd door Israëlactie, proud partner of keren hayesod.

Dagboek van de Opperrabbijn 27 januari 2025

Ik ontbrak, wel/niet tot mijn spijt, bij de Nationale Auschwitz Herdenking in Amsterdam. De reden? Ik was gevraagd om een lezing te geven in Cadier en Keer vanwege de Katholieke Dag van het Jodendom. De andere spreker was de bisschop van Roermond, Mgr. Ron van den Hout, de opvolger van Mgr. Smeets, die zo triest veel te jong was overleden. De organisatie was in handen van de Resonansgroep, een al vele jaren bestaande ontmoeting tussen de Rooms Katholieke Kerk en de Joodse Gemeente Limburg. Een van de oprichters van de Resonansgroep was Benoit Wesly, de vorige voorzitter van de Joodse Gemeente, de eigenaar van Hotel Derlon in Maastricht, de koning van Maastricht, zoals hij wel wordt genoemd, en, last but not least, mijn vriend, de Honorair Consul van Israël. Speciaal in deze tijd van florerend antisemitisme hebben wij als Joodse gemeenschap vrienden nodig die pal achter ons staan. En om die vriendschap te tonen was ik zondag niet bij de Nationale Auschwitz Herdenking in Amsterdam, maar in het verre Limburg.

Provinciale Holocaust Herdenking

Maar er was nog een reden om in Maastricht te vertoeven: de viering dat 80 jaar geleden Limburg werd bevrijd en de daaraan gekoppelde Limburgse Holocaust herdenking. Een serene stilte heerste er in het Gouvernement. Sprekers waren de gouverneur Emile Roemer, Lalla Weiss, namens de Roma en Sinti, Onno Hoes en Ferdinand Grapperhaus. En tussen alle sprekers was er muziek en voordracht. Geen applaus, uitsluitend een zeer gepaste stilte. En na afloop van het programma een receptie, een samenzijn, een van gedachten wisselen. Voor koosjere hapjes was er royal gezorgd. En een parkeerplaats hoefde ik ook niet te zoeken, want wij kregen een gereserveerde plaats. Roemer bedankt mij voor mijn aanwezigheid, terwijl mijn dank echt naar hem uitging. We voelden ons zo bijzonder welkom.

Als ik terugdenk aan alle bijeenkomsten waarbij ik aanwezig mocht zijn, dan ben ik dankbaar dat er zoveel vrijwilligers zich geheel belangeloos hebben ingezet om de herinnering aan de Holocaust levend te houden en ook achter Israël te staan, gisteren, nu en morgen. Am Jisrael Chaj, het Joodse volk leeft en zal altijd overleven! Maar ondersteuning en vriendschap vanuit de niet-Joodse samenleving kunnen we goed gebruiken! Voelt goed!

Wat heeft op mij de meeste indruk gemaakt, vroeg ik mezelf af. Van alle bijeenkomsten die ik heb meegemaakt beginnend met de borrel van de coördinator antisemitisme bestrijding en vanmiddag eindigend met de Holocaust Herdenking in het Gouvernement aan de Maas, was ik het meest getroffen door een Stolpersteine zonder tekst. Bij de herdenking van het Apeldoornsche Bosch trad een zanger op. Ik weet niet of het woord zanger hem voldoende omschrijft, want hoewel hij zong, zong hij eigenlijk niet. Al zingend beschreef hij waarvoor hij stond. Hij had zich in de plechtigheid verdiept en verwoordde de reden van het samenzijn, het pijnlijke onbeschrijfelijke leed dat de bewoners van het Apeldoornsche Bosch was aangedaan.

Toen ik hem complimenteerde voor zijn sensitieve optreden, vroeg hij mij advies. Hij was gevraagd om een lied te componeren voor de onthulling van een Stolperstein-zonder-naam. Een tekstloos steentje, ter herinnering aan een naamloos slachtoffer, een baby die nog geen baby was. Zijn pappa en mamma hadden zich aangemeld voor de zogenaamde “tewerkstelling in het Oosten”. Pappa werd bij aankomst vergast. Mamma, zichtbaar zwanger, kwam onder de moordende handen van de kamparts Josef Mengele. Haar baarmoeder werd opengesneden en de baby, ongeboren, werd naamloos vermoord. Voor hem moest de zanger zingen bij de onthulling van de naamloze Stolperstein. Zijn moeder overleefde, maar heeft zich jaren na de bevrijding van het leven benomen, want fysiek had ze overleeft, maar geestelijk was ze vermoord.

Nog even de krant van morgen bekeken: een museumdirecteur wil niet, naar aanleiding van de brutale kunstdiefstal in Assen, dat een museum in gewapend beton moet worden gegoten. Terecht! Maar, mijnheer de museumdirecteur, is het u bekend dat Joodse scholen en bijeenkomsten al vele jaren binnen het gewapende beton zijn geplaatst? Hoe luidde het spreekwoord ook alweer? Kanarie in de kolenmijn?

Morgen een televisieopname van de EO voor een of ander programma over de Auschwitz herdenking en daarna komt Miriam Nir, voormalig voorzitter van de Joodse Gemeente Bussum, om mij te interviewen voor mijn eigen jaarverslag over 2024.

Maar de Stoplperstein-zonder-naam krijg ik voorlopig niet uit mijn gedachten…

 

Dagboek van de Opperrabbijn 23 januari 2025

We zitten nu op de boot naar Engeland. Uitgaande sjabbat gaan we weer terug en dan zondagochtend vanuit Hoek van Holland direct naar Maastricht vanwege de Dag van het Jodendom. In Cadier en Keer, in een zaal grenzend aan het klooster, wordt van mij een lezing verwacht. Onderwerp, u raadt het al: antisemitisme. Maandagmiddag zijn we dan in het Gouvernement voor de herdenking dat tachtig jaar geleden Limburg werd bevrijd. Daar zal ik geen toespraak houden maar fungeer ik als decorum, op nadrukkelijke persoonlijke uitnodiging van Emile Roemers, de Gouverneur van Limburg. X. Ook dat is van belang, maar vergt nagenoeg geen voorbereiding. Hoewel: schoenen moeten gepoetst zijn, stropdas, net pak, lintje goed zichtbaar. De hoofdspreker zal Grappenhaus zijn, de voormalige minister van Justitie en Veiligheid. En dan omstreeks 17::00 uur terug naar huis. Waarom ‘even’ Londen? Jaartijd van Yisrolik zl. onze oudste zoon die daar begraven ligt. Zijn vrouw, onze schoondochter, bezoeken en haar op zijn sterfdag tot steun zijn…

Ik weet niet meer waar te beginnen en waar te eindigen met dit dagboek. Zoveel impressies, zoveel Auschwitz, zoveel namen die werden, in Apeldoorn, en nog steeds worden, in Westerbork, voorgelezen, zoveel inzet van vrijwilligers, burgemeesters…

De afgelopen week begon met de borrel op het Ministerie van Justitie en Veiligheid, voor allen die hadden meegewerkt aan het educatieve project van de Coördinator Antisemitisme bestrijding. Naast de staf, ik begreep dat die bestaat uit tien medewerkers, waren er ook nog zo’n veertig genodigden. Behalve een welkomstwoord van Eddo Verdoner, de coördinator, was er geen programma, maar volop gelegenheid kennis te maken met elkaar en gedachten uit te wisselen over de broodnodige Holocaust educatie. Dat was goed en vooral warm. Alle hapjes waren koosjer en erg goed verzorgd. Maar na die maandagavond begon het.

Gemeente Apeldoorn – Herinneringscentrum Apeldoornsche Bosch is uitgebreid en heropent op dinsdagavond 21 januari. Voorafgaand aan de opening wordt een theatervoorstelling opgevoerd in Het Vierhuis: Ludmilla of Lijken aan de lopende band. Foto Rob Voss

Dinsdag stond letterlijk de hele dag in het teken van het Apeldoornsche Bosch. Van tien uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds. Meer dan 1400 bewoners en medewerkers werden op 21/22 januari 1943 afgevoerd. Slechts 21 hebben het overleefd. Vanwege mijn veertig jaar Sinai Centrum, de naoorlogse opvolger van het psychiatrische ziekenhuis het Apeldoornsche Bosch, voel ik me extra verbonden. Bij het monument heb ik het herdenkingsgebed uitgesproken, kadiesj gezegd en uiteraard mijn jaarlijkse toespraakje gehouden. Hoewel ik absoluut niet voornemens was om de huidige politieke situatie in Israël ter sprake te brengen, kon ik het toch niet nalaten om keihard aan te geven dat als toen de Staat Israël had bestaan, we nu niet bijeen hadden hoeven komen om de onmenselijke moord op de bewoners van het Apeldoornsche Bosch te herdenken.

’s Avonds heeft Hare Koninklijke Hoogheid prinses Margriet het hernieuwde herdenkingscentrum geopend. De avond was zo geweldig georganiseerd, perfecte indrukwekkende zang/muziek, goede toespraken, alles verliep zo indrukwekkend, was zo geweldig voorbereid en Blouma en ik voelden ons zo welkom. Het hernieuwde Herinneringscentrum is van groot belang. Een eerbetoon aan de toenmalige bewoners en hun begeleiders en een brok educatie. Scholen moeten hierheen gaan, om te herdenken en om te voorkomen dat…. De confrontatie met antisemitisme, racisme, het summum van ontmenselijking.  Dat was dus dinsdag.

Woensdag van tien tot elf uur in Amstelveen: Symposium Joodse Sector VGVZ, Vereniging voor Geestelijk Verzorgers. Door mijn opvolger in het Sinai Centrum, Daniel van Praag, werd een studiedag georganiseerd. Zo’n twintig geestelijk verzorgers van de Joodse Sector kwamen bijeen om te leren over het Joodse aspect van geestelijke verzorging. Aan mij was gevraagd om van 10:30 uur tot 11:00 uur te spreken over de invloed van 7 oktober op Joods Nederland.

Om 11:10 uur zat ik weer in de auto, gereden door een van mijn onvervangbare vrijwillige chauffeurs en om 13:25 uur was ik waar ik wezen moest: Westerbork!  Van twee tot drie waren wij uitgenodigd. Met wij bedoel ik twee overlevenden met hun kleinkind. Twee burgemeesters. Nog een klein aantal zeer betrokkenen en Yanki en ik. Het was het officiële begin van een paar dagen onafgebroken voorlezen van namen van hen die via Westerbork in de gaskamers van voornamelijk Sobibor en Auschwitz uit ons midden werden weggerukt. Namen, namen, namen. En leeftijden. Hoogbejaard en slechts enige maanden oud. Bertien Minco, de directeur van Herinneringscentrum Kamp Westerbork heette ons welkom en gaf hiermee de aftrap voor het lezen van namen en namen en namen… Uiteraard is ze in dienst van Westerbork, het is haar baan, duidelijk. Maar de wijze waarop ze invulling geeft, verdient een groot applaus. Ik maak even een sprongetje van woensdag naar dinsdagavond. Mevrouw Minco was een van de sprekers. Alle toespraken waren stuk voor stuk meer dan goed. En toch sprong voor mij de toespraak van Bertien eruit. Haar toespraak was geen toespraak, maar de persoonlijke dramatische geschiedenis van haar tante Sara, verpleegster in het Apeldoornsche Bosch. Ik voelde me niet meer aanwezig bij een herdenking. Neen, we werden door haar woorden en de foto’s die haar toespraak begeleidde, meegezogen in het drama van toen.

 

Dagboek van de Opperrabbijn 20 januari 2025

De laatste dagen begonnen met een bijna lege agenda, maar uiteindelijk werd de agenda dagelijks on the spot ingevuld. De komende dagen is precies andersom. Een propvolle agenda zonder tijd voor tussendoortjes of onverwachte afspraken. En dus ben ik verzoeken voor een gesprek of ontmoetingen die ik moet organiseren aan het vooruit duwen, richting februari. Een ingewikkeld probleem met betrekking tot de veiligheid van een Joodse school in een EU-land buiten de Benelux, dat via via bij mij is aangekomen, stuur ik via via netjes terug naar waar het hoort te zijn, namelijk bij de beveiligingsorganisatie in dat EU-land. Vergelijkbaar met het voorleggen van een Halachisch vraagstuk aan een rabbijn die niet in Nederland woonachtig is. Haagsche vraagstukken die (ook) te maken hebben met de omgeving waarin het vraagstuk zich afspeelt, horen door de lokale rabbijn te worden beantwoord, niet door een buitenlandse rabbijn die geen zicht heeft op de situatie en de entourage. Hetzelfde geldt dus voor veiligheidsvraagstukken. Terwijl ik dit dagboek begin te schrijven zit ik in de lucht richting Boedapest. In Boedapest mag ik als een soort bemiddelaar een klusje klaren. En om daartoe in staat te zijn zal ik vandaag een aantal betrokkenen ontmoeten. We gaan landen, met vertraging.

’s Avonds: Gevloerd ben ik nu in mijn hotel aangekomen na vandaag twaalf gesprekken te hebben gevoerd. U leest het goed: twaalf! Het aardige is dat klus A geklaard lijkt te zijn, maar al oplossend kwamen er ook twee andere klusjes bovendrijven… maar gezien ik rabbijn probeer te zijn en geen ambitie heb om klusjesman te worden…!

Morgenvroeg word ik om 6:30 uur verwacht in de sjoel, daarna gesprekken en om 11:00 uur naar het vliegveld, terug naar Nederland. Daarna naar Den Haag, naar huis en dan de volgende ochtend herdenking Apeldoornsche Bosch.  Maar nu even een pauze ingelast en morgen schrijf ik wel verder, dacht ik.

Want ik kreeg een vreemd telefoontje dat ik gevoelsmatig via mijn dagboek bijna moet delen. Een journalist aan de telefoon gehad, net voordat ik de terugvlucht zou beginnen. Een zware Nederlandse delegatie gaat volgende week naar Auschwitz. Mijns inziens een erg goede zaak, speciaal nu het antisemitisme zo zichtbaar aan het opkomen is. Volgens de journalist, en ik ga ervan uit dat hij weet waarover hij het heeft, mogen er in Auschwitz geen toespraken worden gehouden. Wat ik hiervan vind? Met stomheid geslagen. Het antisemitisme neemt gigantisch toe, het lijkt alsof Auschwitz nooit bestaan heeft…en dan mag er over antisemitisme nabij de gaskamers niet gesproken worden? En wie heeft het dan verboden, vraag ik me af, en waarom? Vanwege Gaza? Vanwege druk vanuit de Verenigde Naties? Direct na landing op Schiphol staan Blouma en mijn (vrijwillige) chauffeur me op te wachten. We gaan meteen door naar het Ministerie van Justitie en Veiligheid alwaar het onderwijsprogramma over de Holocaust officieel wordt gepresenteerd door de Coördinator Antisemitisme Bestrijding. Waarom heeft Nederland deze coördinator aangesteld? Om antisemitisme te bestrijden: kennelijk is dat nodig! Maar als een zeer hoge Nederlandse delegatie Auschwitz aandoet, mag er niet gesproken worden, dus antisemitisme moet onvermeld blijven, want waar anders over wordt er daar gesproken. Het is dat ik in een vliegtuig zit en we dadelijk gaan landen, anders had ik gedacht: dit kan niet waar zijn, de journalist ziet ze vliegen of ik, nu mijn beide beentjes niet op de grond staan, ben ook geestelijk even het contact met de werkelijkheid kwijt. Ik zweef en moet gewoon dadelijk landen. Ik hoop dat ik het allemaal verkeerd heb begrepen of door vermoeidheid overmand, het contact met de realiteit even kwijt ben.

Dagboek van de Opperrabbijn 15 jan. 2025

De laatste dagen had ik overdag relatief veel open plekken in mijn agenda, maar uiteindelijk werden die lege plekken opgevuld met totaal onverwachte telefoontjes en ontmoetingen. Voordat ik het eerste telefoontje te berde breng wil ik eerst iets pijnlijks vermelden van enige jaren geleden om herhaling te voorkomen. Twee predikanten wilden naar ons huis komen om vergiffenis te vragen voor de foute houding van hun ouders en grootouders in de oorlog. Ik heb ze duidelijk laten weten dat ze van harte welkom zijn, maar ik accepteer hun persoonlijke vergiffenis niet, omdat zij niets naar mij hebben misdaan. Dat de kerk als geheel afstand heeft genomen van het antisemitisme door de eeuwen heen, is een ander verhaal en door mij hogelijk gewaardeerd… en dus verschijnt er in de buitenlandse Joodse pers een mededeling dat Jacobs het algemene brede christelijke excuus weigerde te accepteren en hiermee ook de Joodse Nederlanders diep heeft gekwetst. Er wordt nog een buitenlandse rabbijn bij gesleept, die me kennelijk niet zo aardig vindt, en die weet te vertellen dat ik het Nederlandse Jodendom niet begrijp.

Ik kreeg een telefoontje van een meisje van begin twintig. Na het openbaar maken van het oorlogsarchief is het haar duidelijk geworden dat in haar familie meer dan zeventien voorouders, inclusief ooms en tantes, zwaar fout zijn geweest. ‘Kunt u hen allen vergiffenis schenken’, was haar verzoek. Mijn antwoord was voorzichtig maar duidelijk dat ik dat niet kan en niet wil. Zij die door hun toedoen werden vermoord, zijn de enigen die zouden kunnen vergeven, maar zij zijn niet meer. Vergast dankzij haar zeventien familieleden. Maar, heb ik haar uitgebreid uitgelegd, ‘jij bent niet schuldig aan hun fouten, jij hebt niets verkeerd gedaan! Integendeel, jij neemt afstand van hun daden en lijdt onder hun misstappen. Doe goed, sta klaar voor de medemens en help ons Joden in de strijd tegen antisemitisme. G’d zegene jou en jouw familie’. Ondertussen heb ik al een tweetal van dit soort gesprekken mogen voeren en hoop ik dat ik de nazaten tot steun ben geweest. Nazaten die de NSB-opstelling van hun ouders/grootouders onacceptabel vinden. De nazaten die het eens zijn met foute ouders zullen mij niet bellen.

Omdat ik op nogal wat plaatsen ben geweest, plaatsen waar ik doorgaans niet zo vaak kom, ontmoette ik mensen die ik niet zo vaak zie of überhaupt nog nooit heb ontmoet. Een lid van een Joodse Gemeente die me vertelt dat zijn moeder nooit naar Joodse bijeenkomsten ging, ze wilde haar Jodendom verbergen. Maar toen het Jodendom naar haar kwam, toen in het hartje van haar stad de torenhoge Menora werd aangestoken, toen het publiek voor een zeer groot deel uit niet-joden bestond, toen waagde ze richting Jodendom te komen. Na die grote Menora wist ik dat ik echt Joods was en zie wat er nu voor u staat: tefillin, gebedsriemen, tsietsiet, schouwdraden, een keppeltje. Een dag later vertelt een oudere man een soortgelijk verhaal. Ook hij is via de publiekelijke Menora terug naar zijn roots gekomen. Tegelijkertijd weet een van de twee Publiekelijke-Menora-Joden me te vertellen dat hij iemand benaderde, een Joodse man, om hem te attenderen op de grote Menora. Maar de man ontstak in woede en van de valse beschuldiging dat hij een jood was! Hij was het zeker, vier Joodse grootouders. Maar voor hem was Jodendom een keihard taboe.

Dat wel/niet Jood zijn brengt mij naar maandagmiddag. JMW, Joods Maatschappelijk Werk. Jews in the Netherlands in the 2020s. De JPR, European Jewish Demography Unit, heeft Joods Nederland in kaart gebracht. Met z’n hoevelen zijn we nog? Hoevelen gaan naar sjoel? Wie zijn liberaal en wie orthodox? Hoe veel zijn getrouwd met een niet-joodse partner? Hoeveel Israëliërs zijn onze Joodse gelederen komen versterken of misschien juist verzwakken?

Met het bekend zijn van de getalletjes en de globale mate van betrokkenheid, kan er mijns inziens doelgerichter worden gewerkt. Maar zelfs als het rendement van dit indrukwekkende demografische onderzoek nul zou zijn, dan nog is het goed voor de geschiedenis om de getallen te kennen, you never know!  Dank aan JMW, vanaf deze dagboek-plaats, voor de uitnodiging en dat ik zelfs gereserveerd zat op de voorste rij!

Op weg naar sjoel, sjabbat jongstleden, komt een moslima met donkere huidskleur naar mij toe. Ik was de eerste Jood ooit die ze in levenden lijve had mogen aanschouwen. Ze is jaloers op Joden, want, zo zei ze, wij moslims hebben maar één profeet en jullie Joden heel veel. Fijn om te horen, dacht ik, terwijl ze afscheid neemt van ons met een warm sjalom. Geen river en geen sea! Zo kan het dus ook.

 

Dagboek van de Opperrabbijn 12 jan. 2025

Een ogenschijnlijk raar einde van het eerste boek van de Thora, Bereesjiet-Genesis, dat sjabbat jongstleden in alle synagogen ter wereld werd gelezen. Joseph wil dat na zijn overlijden zijn stoffelijk overschot niet meteen in Israël zal worden begraven, maar gebalsemd en gekist pas Egypte zou verlaten als ook de Joden uit Egypte zouden worden bevrijd. Waar maakte hij zich druk over en waarom werd zijn vader Jacob wel meteen na overlijden naar de grot van Machpela, in Chevron- Israël, overgebracht? Onze aartsvader Jacob heeft weliswaar in Egypte gewoond, maar toch ook weer niet, want in Egypte woonde hij met zijn familie in Goshen, afgezonderd van de Egyptische samenleving. Joseph daarentegen werd volledig omringd door een cultuur die verre van Joods was en gaf ook nog opdracht om na zijn overlijden vooral in Egypte te blijven. Joseph wilde bij het Joodse volk blijven, ook als ze in ballingschap, in slavernij, zouden zijn, om ze erop te attenderen dat Jodendom niet alleen beleeft moet worden als alles goed gaat, als het eenvoudig is en er geen tegenstand is, maar ook, zoals het Joseph verging, wanneer de omgeving tegen Jodendom is, iedere mitswa als het ware een probleem is.

 

Ik hoor u even schrikken, want mijn dagboek is niet bedoeld als een religieuze column, maar gaat nu wel even die kant op. De Sidra van de week, de Schriftlezing van afgelopen sjabbat, kan toch echt niet als profaan worden betiteld. En toch misbruik ik de mij gegeven dagboekruimte, niet om het te religieuzeren, maar om te tonen dat religieus en profaan binnen het Joods religieus/profaan denken niet van elkaar gescheiden kan worden. Afgelopen sjabbat was ik aanwezig bij een grote bar-mitswa, die niet alleen op sjabbat werd gevierd, maar al op de maandag ervoor, toen de bar-mitswa-jongen op een doordeweekse dag voor de Thora werd opgeroepen en ook vandaag, op de zondag erna. Het feest was niet religieus en niet niet-religieus. De bar-mitswa jongen zal zeker iedere sjabbat naar sjoel komen en dagelijks tefillin, de gebedsriemen, aandoen. Maar ook het gewone dagelijkse schoolleven, zwemmen, fietsen, eten… ook dat zal doorspekt zijn (om even een niet zo Joodse uitdrukking te gebruiken) met Jodendom. Dat was de boodschap van Joseph aan het Joodse volk in ballingschap en aan de bar-mitswa jongen.

Voor die bar-mitswa hadden Blouma en ik ons jaarlijkse etentje in Antwerpen. Ooit was er een gigantische ruzie in het doorgaans vredige Middelburg, tussen de Joodse Gemeente Zeeland en de Stichting Behoud Synagoge Middelburg. De Joodse Gemeente was bijna letterlijk de sjoel uitgezet. Als bemiddelaar heb ik de partijen aan tafel gekregen en de langdurig slepende vete kunnen oplossen. Om vetes te voorkomen is er afgesproken dat we eens per jaar naar Antwerpen komen om eventuele pijnpunten uit te spreken, om ontploffingen voor te zijn. Ondertussen weet niemand meer waarover de ruzie ging, maar komen we nog wel een keer per jaar naar Antwerpen voor het ruzie-voorkomende etentje.

O ja, mijn kleinzoon uit Almere, die sjabbat bij ons was, had kennelijk nog nooit een oversteekplaats met voetgangers stoplicht gezien. Het viel hem op dat bij het oversteek-verkeerslicht in plaats van een groen of rood jongetje, een groen of rood meisje verschijnt. Ik leg hem uit dat jongetjes vervangen zijn door meisjes vanwege de emancipatie en dat moet hij als nazaat van Dr. Aletta Jacobs toch echt begrijpen. Steeds een jongetje in verband brengen met wel of niet oversteken werkt stigmatiserend. Maar, zo vroeg mijn kleinzoontje, als dat zo is, waarom moet dat oversteek-meisje een paardenstaart hebben. Mogen jongetjes dus geen paardenstaarten hebben, alleen meisjes? Mag een meisje er ook voor kiezen om zonder een paardenstaart door het leven te gaan? En waarom draagt dat oversteek-meisje een broek? Moeten meisjes broeken dragen en zijn rokjes voor meisjes dus verboden? Inmiddels stond het voetgangers-oversteeklicht op groen en liepen we verder zonder de complexiteit van voortdurend wisselende en vaak onzinnige typisch Nederlandse ethiek te hebben opgelost.

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 8 jan. 2025

Gioer, toetreding tot het Jodendom, behoort nu niet bepaald tot de leukste onderdelen van het rabbinale baantje. Toen opperrabbijn Berlinger, mijn voorganger en leraar, mij vroeg of ik zijn assistent wilde worden richting opvolger, stelde ik voor dat ik al zijn werkzaamheden stukje bij beetje zou overnemen, maar dat ik het prefereerde om gioer zo lang mogelijk bij hem te laten. Zijn reactie was overduidelijk: alles of niets! En zeker niet alleen de krenten uit de pap. 

De lokale rabbijn of voorganger mag de kandidaat steunen, maar ik moet als Beth Din (Joodse Rechtbank) juist de tegenpartij zijn. En juist dat ‘tegenpartij zijn’ past totaal niet bij mij. Ik wil het de kandidaten niet onnodig lastig maken, maar van mij wordt Halachisch verwacht dat ik dat dus in zekere zin wel doe. Het viel me op, en daarom breng ik het onderwerp ter sprake, dat ik sinds 7 oktober veel meer gioer-telefoontjes krijg dan gewoonlijk. Ik begrijp werkelijk niet waarom iemand juist nu het antisemitisme zo abnormaal van zich laat horen, Joods zou willen worden. Maar ja, denk ik dan, er is heel veel op onze rumoerige aarde dat ik niet vat, en toch is het er en moet ik, moeten we, ermee omgaan en leven.

Mijn agenda kent bijna geen vaste punten meer. Corona en de daaraan gekoppelde cursus ‘hoe kan ik verder zonder-buiten-te-komen’, en de uitvinding van de computer, mijn portabel rabbinale kantoor, maken rondreizen bijna geheel overbodig.

Omdat we niet-joods nieuwjaar net achter ons hebben en ik me herinner dat mijn vader aan het eind van het jaar de kas opmaakte, ben ik zelf ook maar even gaan terugblikken. Dat ‘even’ liep uit en enige uren later zat ik nog steeds achter deze computer om dit dagboek voor u klaar te krijgen.

De laatste dagen van het maatschappelijk jaar zijn een goede samenvatting van mijn afgelopen jaar: een potpourri van alles en nog wat.

Een mooie lewaja (begrafenis). Mooi, omdat er veel mensen waren en de overledene een hoge leeftijd mocht bereiken. Mooi ook omdat er sjiwwe werd gezeten en er velen naar de sjiwwe (treur-week) waren gekomen. Helaas is dit in Joods Nederland niet meer het normale, want de gemeenschap dunt uit en de kennis van het Jodendom verzwakt.

Positief is dat ik de laatste week gesprekken heb gehad met toppers uit onze niet-Joodse samenleving, die bezorgd zijn, meeleven en beiden onafhankelijk van elkaar mij benaderden en wilden weten hoe de Kersttoespraak van Z.M. de koning was overgekomen binnen Joods Nederland. Nou moet ik er uiteraard voor waken om niet te snel ‘namens’ te spreken, maar mijn inschatting was, na goed luisteren gedurende de Chanoeka bijeenkomsten, dat Joods Nederland de toespraak als warm en bemoediging heeft ervaren. En dat is goed!

Wat lastig was voor mij, en ik ben er nog niet uit, was het verzoek van een bejaarde vrouw die aangeeft zich al heel lang Joods te voelen, altijd meedoet met de activiteiten van de Joodse Gemeente, maar tegelijkertijd vertelt ze mij dat ze niet-Joods is. Ik kan natuurlijk schrijven dat ze het in essentie wel is of zoiets, maar ik voel me geroepen haar echt te helpen en dat zal uitsluitend kunnen door de realiteit waarin ze zich bevindt, te accepteren als de plaats waar G’d haar wil hebben omdat daar haar persoonlijke opdracht ligt. Anders geformuleerd: daar waar je bent moet je zijn, ook als je daarvan nog niet bent doordrongen.

 

 

 

 

En toen: het Hoornbeeck College. Zeshonderd docenten Voortgezet Onderwijs kwamen naar mij luisteren als onderdeel van hun bezinningsdag. Mijn aanwezigheid was via een professionele video aangekondigd en toen ik het podium betrad, werd achter mij voor ieder goed zichtbaar die video vertoond, waarin ik aangaf waarover ik zou spreken. Het was goed dat die video, die ik nog niet had gezien en gehoord, werd afgespeeld. Ik wist toen tenminste wat er van mij als spreker werd verwacht. Klinkt wellicht wat grappig, maar is voor mij wel de realiteit. Ik houd niet van toespraken die van papier worden voorgedragen. Ik spreek liever met de zaal, ik wil contact, verbondenheid. Ik heb duidelijk te horen gekregen dat mijn toespraak was geland, mijn oproep aan de docent om vooral ook aan zichzelf te werken, aan zijn eigen religiositeit. De beste, meest professionele, educatieve videopresentatie zal niet gehoord worden als de docent hem niet op de juiste wijze weet te presenteren. Als een top-video over de oorlog (’40-’45) niet door de leerkracht wordt gedragen, dan is de video gelijk een peperdure diamant in een plastieken ordinaire disposable ring.

En terwijl ik gistermiddag in de synagoge van Amstelveen een fijn gesprek had met de voorzitter van de Joodse Gemeente Amsterdam, Sidney Bialystock, en mijn collega rabbijn Wolff, kreeg Blouma bezoek van onze wijkagent met de vraag of ik tevreden was met de aanwezigheid van politie tijdens mijn lezing voor het Hoornbeeck College.

En tussen al deze bemoedigingen was er ook nog een Bar Mitswa op maandagochtend in Amersfoort. Maar omdat het oproepen voor de Thora slechts het begin was van het bar-mitswa-feest, want aanstaande sjabbat zal de bar-mitswa-jongen uit de Thora lezen, daarna een grote kiddoesj en dan ook nog een dag later een groot bar-mitswa-feest, wacht ik nog even met bar-mitswa-details. Overigens had ik ook nog een twee uur durende kennismaking met de nieuwe medewerker van ‘Joods bij de EO’ en blijft mijn dagboek vooralsnog gewoon ook bij hen, gewoon op de facebook-line Joods bij de EO.

Dagboek van de Opperrabbijn 5 jan. 2025

Na mijn Chanoeka-Toer en naar ik hoop heel veel licht in duisternis te hebben verspreid, had ik vanochtend even niets te doen. Het was nog te donker om te dawenen, het ochtendgebed uit te spreken, en terug naar bed was niet nodig want ik was klaarwakker. En wat doet Jacobs dan? Dagboek, en dus terugblikken en vooruitkijken. Vooruitkijken in mijn agenda toont heel veel representatie. Een aantal Nieuwjaarsrecepties bij burgemeesters en Commissarissen van de Koning en ook een aantal lezingen. Een van die lezingen, morgen, is voor een bezinningsdag voor leraren. Als ik het goed heb begrepen worden zo’n zeshonderd docenten verwacht. Ik zal daarover, naar ik vermoed, nog wel gaan schrijven. Maar wat me trof was de titel die me was gegeven: ’He jij, waar ben je?’ Omdat we aanstaande sjabbat het eerste boek van de Thora, Bereesjiet-Genesis, zullen eindigen vloog mijn gedachte meteen naar het begin van Bereesjiet, omdat vanuit Joods filosofisch perspectief begin en eind altijd aan elkaar gekoppeld zijn. En dus kwam ik uit bij de eerste mens, Adam. Adam ging de fout in, besefte dat en verborg zich. En toen weerklonk de stem van God die hem vroeg: Adam, waar ben je? (Genesis 3:9) De Thora is geen geschiedenisboek, maar primair een leerboek dat ons aangeeft hoe we ons dienen te gedragen. Adam is de mens, dat bent u, mijn trouwe dagboekenier, en dat ben ik. En dus had ik meteen het begin van het mij aangereikte onderwerp: ‘He jij, waar ben je?’ of in Bijbelse bewoording: ‘Adam, waar ben je’. Omdat ik nog geen zin had om die lezing voor te bereiden zonk ik weg in een soort zelfbeschouwing: ‘Binyomin, waar ben je?’ Acht dagen ben je bezig geweest om anderen te attenderen op duisternis en hoe in die duisternis licht te brengen, maar wat met je eigen duisternis? En dus ben ik op zoek gegaan naar mijn eigen duisternis.

Enige weken geleden werd ik publiekelijk beschaamd. Omdat ik van mijn hart geen moordkuil maak heb ik de belediger gevraagd naar zijn drijfveer. Zijn geïrriteerde antwoord was dat ik me te veel profileerde, te zichtbaar ben. Op zichzelf was dit een goed bericht voor mij want ik herinner mij als de dag van vandaag dat rabbijn Vorst zl. en ik met iets bezig waren, Jad Achat, dat veel tijd en energie vergde, alles van een leien dakje liep en wij ons dus afvroegen of we wel goed bezig waren. Maar Baroeg Hasjeem kwam er toen kritiek en wisten we dat we dat we dus op de juiste weg zaten!

En toch raakte mij de kritiek van de jaloerse belediger en vroeg ik mezelf af: ben ik wel goed bezig? Hoe zit het met de duisternis in mezelf. Was mijn primaire doel van de Chanoeka-Jacobs-Toer, Chanoeka-Toer of Jacobs? Het antwoord zal wel ergens in het midden liggen, denk ik. Maar is dat juist? Een mens, Adam, moet zichzelf wegcijferen, maar dat is vaak lastig, want de neiging om jezelf als het middelpunt van de wereld te beschouwen ligt voortdurend op de loer, er is in ieder mens een voortdurende strijd tussen de goede eigenschappen en de minder goede neigingen, die ook bij ieder aanwezig zijn. Het belangrijkste is dat de mens ervan doordrongen is dat die strijd speelt en dat we ons voortdurend de vraag moeten stellen: ’He jij, waar ben je?’.

Gelijk het niet is toegestaan om kwaad te spreken over anderen, zo ook hoort een mens niet over zichzelf te roddelen. En dus zwijg ik hier over de uitslag van mijn zelfonderzoek, het duister in mezelf. Maar een lichtpunt wil ik wel delen. Omdat ik veertig jaar in het Sinai Centrum heb mogen werken ben ik erg goed in staat om te scheiden. Als ik iemand ontmoet die ik uitsluitend ken vanuit de psychiatrische entourage, zal ik nooit tonen dat ik weert wie hij of zij is. De reden van opname en zijn/haar moeizame situatie, zijn buiten de Sinai niet in mijn hoofd. Nooit zal ik die kennis gebruiken, ook als dat mij van pas zou kunnen komen. Het scheiden van belangen is essentieel. Als mij een Halachische of een hulpvraag bereikt, dien ik naar eer en geweten een antwoord of advies te geven. Het is onacceptabel als bij die hulpverlening of de Halachische uitspraak een belangenverstrengeling optreedt en er dus politiek wordt bedreven. Een gioer-kandidaat wilde mij verrassen met een prachtige bos bloemen, heel lief bedoeld. Ik heb de kandidaat uiteraard netjes en beleefd ontvangen, maar de bloemen niet aanvaard, ook niet met een ‘het was voor uw vrouw bestemd, niet voor u’. Ik hoop mijn allergie voor omkoping tot in lengte van jaren te mogen behouden, mijn belediger te hebben wakker geschud met mijn opmerking over belangenverstrengeling en ga nu toch nog even naar bed.