Rosj Hasjana zit er weer op. Ik heb heel wat afgeblazen, uiteraard op Rosj Hasjana zelf en ook in de maand voorafgaande aan Rosj Hasjana. Op de foto ziet u mij staan blazen bij de opening van het Etty Hillesum huis in Middelburg, vorige week zondag. De daaropvolgende maandag blies ik tijdens de postume uitreiking van de Yad Vashem aan kardinaal de Jong. Beide plechtigheden waren een combinatie van vreugde en verdriet. Geweldig dat eindelijk de heldendaden van kardinaal de Jong de verdiende erkenning kregen. En goed dat er in het geboortehuis van Etty Hillesum een educatief centrum is gekomen dat eer doet aan de geschriften van Etty. Na afloop van Middelburg reed ik terug met Leo, mijn rabbinaal archeoloog, die zijn vrije dag had opgeofferd om mij te rijden. Een archeoloog heeft per definitie oog voor het verleden en dus was het hem opgevallen dat de vreugde tijdens de opening overheerste. Begrijpelijk, want velen hebben met grote inzet en jarenlang fondsen werven, een indrukwekkende prestatie geleverd. Maar, zo liet Leo mij weten, doordat ik in mijn toespraak de aandacht richtte op de oorzaak, de vervolging van en de moord op de Nederlandse Joden, werd de bijeenkomst dat wat het behoorde te zijn: een combinatie van dankbaarheid en afschuw. Toen aan het eind van mijn woorden de klanken van de sjofar door Middelburg galmden, heerste er een doodse stilte, alsof het heden even aan de kant was gezet om het verleden te
Hoe kunnen we zo’n verleden voorkomen? Is het überhaupt mogelijk? Of is het een historische wetmatigheid dat oorlogen eeuwig zijn en mensen elkaar per definitie moeten vervolgen en vernietigen? Ik herinner mij dat tijdens een van de biologielessen werd gesproken over lemmingen die collectief besloten om zich te suïcideren en achter elkaar aanlopend de zee in liepen en verdronken. Toen al, ik was denk ik nog geen 17 jaar, vroeg ik mezelf al af of dit gedrag typisch dierlijk is of dat de mens… Inmiddels weet ik dat de mens zich tot het meest weerzinwekkende dierlijke (menselijke?) gedrag kan verlagen. Kijk naar de talloze brandhaarden in Afrika, Oekraïne, enz. Ik heb het maar even afgedaan met “enz.” omdat mijn dagboek, wil het gelezen worden, niet te lang mag worden.
Maar het is makkelijk om oog te hebben voor de brede cirkel die ons van verre, qua tijd en/of qua locatie, omringt en waarop wij geen invloed kunnen uitoefenen. Lastiger wordt het om het kleine cirkeltje van onze eigen directe omgeving te willen zien. Rabbijn Shimon Evers heeft het op Rosj Hasjana in zijn toespraak in de sjoel van Amersfoort op indrukwekkende wijze verwoord. Een oude hoogbejaarde vader die zijn einde voelde naderen riep zijn kinderen bijeen en toonde ze een samengebonden bundel riet. Vervolgens verzocht hij ieder kind om te proberen de bundel met hun blote handen in tweeën te breken. Geen van de kinderen lukte het. Na alle mislukte pogingen nam vader de bundel riet terug en een voor een haalde hij de rietstengels uit de bundel en brak ze ieder afzonderlijk zonder enige moeite in tweeën. De les was duidelijk voor zijn kinderen. Maar zeker ook voor ons als Joodse Gemeente. Als we onszelf als Joodse Gemeente gebundeld weten zijn we sterk, maar als ieder uitsluitend voor zichzelf leeft, zijn we breekbaar. Te vaak zien we binnen onze eigen gemeenschap ruzies en vetes die vaak over niets gaan. In de periode tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer, waarin we ons nu bevinden, moeten we de intermenselijke relatie onder de loep nemen en tot het besef komen dat we elkaar nodig hebben in het belang van het geheel, maar zeker ook in het belang van ieder afzonderlijk, want als eenling zijn we kwetsbaar. We gaan deze periode van Feestdagen afsluiten met Simchat Thora, Vreugde der Wet. Tijdens een groot feest in sjoel vanwege Simchat Thora ging een van de gemeenteleden naar de rabbijn om z’n beklag te doen over het gedrag van de andere sjoelbezoekers die in zijn optiek te wild waren. Rebbe, zo sprak hij in het Jiddisch, Man tritt auf Mir, er wordt over me heen gelopen. Waarop de Rebbe antwoordde: dan moet je je niet zo verspreiden.
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

Zondag en maandag waren loeidruk. Zondag alleen al 556 km gereden. Eerst de opening van het Etty Hillesum huis in Middelburg en daarna een bar-mitswa in Brussel. En maandag stond geheel in het teken van Zijne Eminentie Johannes Kardinaal de Jong die in het Paushuize te Utrecht door de ambassadeur van Israël postuum de Yad Vashem kreeg
g waren de burgemeesters van Enschede en van Oldenzaal, een aantal Enschedese gemeenteraadsleden en de ambassadeur van Oostenrijk. Nog slechts twee kinderen van weggevoerde vaders waren aanwezig en dus dringt zich de vraag op: moeten we hier nog blijven herdenken. Mijn antwoord luidde duidelijk: Ja! Zelfs als de namen die werden opgelezen steeds onbekender worden en meer vervagen. Want, ik blijf het maar herhalen: het kan zo weer gebeuren! Het gevaar dat de kudde de verkeerde kant op loopt is ook nu zeker aan de orde. De moedige toespraak van onze Minister van Justitie, Dilan Yeşilgöz, die de gevaren die in onze huidige democratie op de loer liggen, oprecht en eerlijk benoemde, versterken mijn visie.
Vandaag stond bijna geheel in het teken van 170 jaar synagoge Arnhem waar ik mocht genieten, zoals enige tijd geleden in Middelburg, van het Amsterdams Synagogaal Koor. Daarom vandaag geen echt dagboek, maar een deel van mijn toespraak die ik liet beginnen met een citaat uit de krant die verscheen op de dag dat de restauratie van de sjoel begon in 2001:
Gioer is voor rabbijnen bijna per definitie een hoofdpijndossier en dus heb ik vandaag de nodige paracetamols geslikt. Laat mij mijn hart even luchten, het even van-me-af schrijven. Wanneer is iemand Joods? Als hij geboren is vanuit een Joodse moeder of als hij een gioer heeft gedaan. In beide gevallen is hij gewoon Joods en niet half Joods. Halve-Joden bestaan ook, maar alleen een Jood die erg kort is van lengte kan zich op deze titel beroepen. Je bent of wel of niet Joods. De kreet dat hij of zij wel joods is maar niet halagisch, is vergelijkbaar met het onmogelijke om ‘een beetje zwanger’ te zijn. In mijn jeugdjaren was iemand gewoon wel of niet Joods. De categorie ‘wel Joods, maar niet halagisch’ is ontstaan in de moderne tijd. Om boze kritiek op voorhand te ontzenuwen: de problematiek waarmee kinderen met alleen een Joodse vader zich (soms) geconfronteerd weten of voelen, erken ik volledig. En als een van mijn dagboekeniers in die situatie zit en ik zou hierin iets kunnen betekenen, bel me of stuur een e-mail. Een medemens helpen, ongeacht wel of niet Joods, is altijd een mitswa!
De NIW borrel! Hoewel ik een kleine borrelaar ben, was ik donderdag jongstleden aanwezig bij de NIW-borrel voor medewerkers en bestuur. Opvallend is dat zo’n pasfotootje in het NIW een zwakke weergave is van hoe de columnist of journalist er in het echt uitziet. Iedere persoon is namelijk niet en nooit uitsluitend een gezicht, maar er is altijd sprake van een heel lichaam en tijdens een vergadering speelt er ook de vaak welsprekende lichaamstaal. Reden dat ik wanneer er vergaderingen zijn prefereer lijfelijke aanwezigheid en geen zoomvergadering. Die zienswijze werd dus maar weer eens bewezen (althans voor mij). Maar het was goed en fijn elkaar voor het eerst gezien te hebben, dat praat in de toekomst wat makkelijker. In het Sinai Centrum hadden we ook jaarlijks een personeelsdag, iets dat belangrijk was voor de saamhorigheid en voor de onderlinge communicatie. Bij het NIK herinner ik me niet dat er ooit zoiets heeft plaatsgevonden. Achteraf bezien wel jammer, maar misschien een idee voor het nieuwe Joodse jaar dat volgende maand al begint! Een rabbijnen-uitstapje met echtgenotes, bestuurders met aanhang, secretariële en financiele personeelsleden. Ik verheug me erop en hoop dat ik, als wel/niet gepensioneerde, mee mag!