Mislukt! Nadat ik mijn stokpaardje had gelanceerd in Arnhem en daarna in Ysselsteyn, ging het mis op het lyceum.
Wat is mijn huidige stokpaardje? GRIJS, en dus niet zwart-wit! Polarisatie, de tegenpool van GRIJS, is mijns inziens de bron van zeer veel ellende. Bij de herdenking zondag jl. in Arnhem en daarna op de Duitse oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn, was de leidraad van mijn toespraak het grijze gebied. In de oorlog waren er collaborateurs (zwart) en verzetsstrijders (wit). Maar de overgrote meerderheid, negentig procent volgens de historicus Presser, zat in het grijze gebied. En dat zwart-wit-grijs speelt zich nu wederom af. De Russen zijn de bad-ones en de Oekraïners de good-ones. En het grijze gebied wordt overgeslagen. Ik vermeldde in mijn beide toespraken de ontmoeting met een Joodse vrouw die bevrijd was door de Russen en zwaar had geleden onder de wrede Oekraïense kampbewakers. Velen in Israël voelen die nuance erg goed aan en het was dan ook niet zo verwonderlijk dat de toespraak die de Joodse Zelensky hield via Zoom in de Knesset veel minder werd gewaardeerd dan hij wellicht verwachtte. Begrijp me s.v.p. niet verkeerd. De oorlog in Oekraïne is afschuwelijk. Valt van (bijna) geen kant goed te praten. Maar het lijden treft ook Russische soldaten die als kanonnenvlees weerloos op de fronten worden geplaatst, letterlijk geen kant op kunnen en of zwaargewond of in een kist huiswaarts mogen keren. Maar op die Duitse oorlogsbegraafplaats liggen ook SS’ers en collaborateurs van het meest kwalijke soort. Maar ook een Joodse Duitse soldaat die na de bevrijding in een interneringskamp voor Duitse krijgsgevangen soldaten door een Duitse militaire rechtbank onder toeziend oog van de Canadese bevrijders ter dood werd veroordeeld wegens desertie. En vervolgens werd hij gefusilleerd met door de Canadese bevrijders aangeleverde geweren en wederom onder toeziend oog van de Canadezen. Zijn laatste rustplaats is Ysselsteyn, te midden van (on)schuldige Duitse soldaten, SS’ers en Nederlanders die zwaar fout waren geweest. En de zielige kindsoldaten, die doorgaans inderdaad onschuldig zijn en ook in Ysselsteyn hun laatste rustplaats hebben gevonden, bleken toch niet zo onschuldig te zijn als de benaming kind-soldaat doet vermoeden. Tussen de gesneuvelde Duitse soldaten zaten velen die geen kant op konden en dus tegen wil en dank een regime moesten verdedigen waarmee ze zich geheel niet wilden vereenzelvigen. Maar van die kindsoldaten is het bekend dat ze op fanatieke wijze achter de Nazi-ideologie bleven staan, tot de dood erop volgde.
Vrede wordt niet verkregen door polarisatie, integendeel! Daags nadien heb ik op een Arnhems lyceum tweehonderd leerlingen mogen toespreken en ze dezelfde boodschap willen overgedragen. Maar dat mislukte dus. Er werd voor mijn gevoel niet geluisterd. Ik kreeg geen grip op de leerlingen. Wellicht is dat niet mijn publiek en was mijn verhaal niet inspirerend genoeg. Maar vorig jaar had ik op een ander lyceum in Arnhem hetzelfde aantal leerlingen mogen toespreken. Een speld kon je horen vallen! Ik hield toen geen toespraak, maar was in gesprek met de leerlingen. Maar maandag lukte dat van geen kant. Complicerende factor was de zaal. De zaal was dusdanig groot dat ik alleen met de voorste rijen oogcontact kon krijgen. Los hiervan stonden er palen in de zaal en was er geen microfoon voor de leerlingen die vragen wilden stellen, waardoor ik tig keer de vraag moest laten herhalen voordat ik kon antwoorden. Vorig jaar op dat andere lyceum zaten de leerlingen als in een arena en kon er dus goed oogcontact zijn. Het bleek, bij navraag, dat ook dit lyceum een theater/arena had, maar die kon niet gebruikt worden. Voor mijn gevoel had ik dus beter niet kunnen spreken want goodwill heb ik niet kunnen kweken door het ontbreken van contact met de zaal. Voeg daar nog aan toe dat ik door het gebruik van een woord, dat ik kennelijk beter niet had kunnen gebruiken, uitgebreid werd uitgelachen en u begrijpt het: missie mislukt!
Een klein succesje had ik wel behaald. Tegen het eind van mijn optreden (afgang) kwam op de eerste rij een leerlinge te zitten met een hoofddoekje. Ik was juist aan het vertellen dat er in ons land door velen ontzettend wordt gegeneraliseerd over ‘de’ moslims. ‘De’ moslims bestaat niet. Er zijn schurken die moslim zijn, maar er zijn ook heel veel moslims die keihard afstand nemen van ieder vorm van geweld en discriminatie. Er wordt vergeten dat de meeste slachtoffers van IS moslims zijn en dat in WO-II in ons land geen moslims woonden maar wel 80% van mijn familie werd vermoord en dat het de Nederlandse politie was die doorgaans de Joden uit hun huizen haalden om ze vervolgens in Nederlandse treinen naar de vernietigingskampen af te voeren.
Toen ik de zaal al had verlaten kwam dat meisje van de eerste rij met het hoofddoekje naar me toe. Ze was volledig overstuur en huilend dankte ze mij omdat ik de nuance had aangebracht en de polarisatie, richting de moslims, keihard had veroordeeld.
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.



Op weg naar Parijs om vandaar een vlucht te nemen naar Schiphol, schrijf ik dit dagboek vanuit de lucht. Het zit er bijna op. Zondag vlogen we, Blouma en ik, van Schiphol naar Krakau. Dinsdag, zonder mijn echtgenote, van Krakau naar Israël en nu dus weer terug. Het zou waarschijnlijk minder vermoeiend zijn geweest als ik een directe vlucht zou hebben genomen, Tel Aviv-AMS, maar die vertrok dusdanig vroeg dat ik dan niet meer had kunnen dawenen op Ben Gurion Airport. Dat was weer een geweldige ervaring. De taxichauffeur van Jeruzalem naar Ben Gurion, had me uitgebreid uitgelegd dat er ook een intern antisemitisme bestaat die ook bedreigend is. Hij doelde op verschillen binnen de Israëlische samenleving. Verschil tussen vroom en vrij, tussen Ashkenazische Joden en Sefardische, tussen arm en rijk. Hij heeft ten dele gelijk, naar mijn bescheiden mening, want natuurlijk is de kracht van het Joodse Volk onze eenheid en is onderlinge verdeeldheid als gif.
Donderdag een telefoontje van Dit is de Dag van de EO. Meer dan twee jaar was ik eens per maand op zondag hun commentator in hun veel beluisterde radioprogramma. Ik was het al bijna weer vergeten. Maar nu werd ik weer van stal gehaald om mijn mening te geven over de verkiezingsuitslag in Israël. Ik voelde me inhoudelijk deskundig genoeg om hierop in te gaan en mijn boodschap luidde: iets meer naar rechts of naar links, uiteindelijk zal Israël gewoon een democratie blijven, maar dan wel een democratie in en van het Heilige Land. Natuurlijk zal Netanyahu alles in het werk stellen om de premier van alle bewoners zijn, ongeacht geloof, ras, afkomst en/of geaardheid.
Ik had vandaag een binnen-dag. Alleen vanavond mijn verplichte dagelijkse snel-wandeling met Roger van Oordt, maar verder alleen achter de computer, de telefoon en twee Zoom vergaderingen. En: de naweeën van gisteren. Gisteren was ik in Brussel voor ontmoetingen met kandidaten die Joods willen worden. Als een lokale rabbijn een kandidaat heeft waarvan hij denkt dat die klaar is om tot het Jodendom toe te treden, qua kennis en vooral qua motivatie, worden wij ingeschakeld vanuit het Rabbinical Center of Europe, een soort vakbond voor Europese rabbijnen (800 leden!). Met als kanttekening dat we meer een bond zijn dan een vak, want rabbijn behoort geen vak te zijn, maar een roeping. Ik mocht een paar fijne gesprekken hebben daar in Brussel, maar ook een rotgesprek. Ik zag geen kans om verder te gaan met een van de kandidaten. Reden? Ik betrapte hem op tegenstrijdigheden of, iets minder diplomatiek geformuleerd, hij loog. En dan heb ik een probleem want, hoewel ik de ‘tegenpartij’ ben van de kandidaten, ga ik wel met respect om met de kandidaat en verwacht van hem of haar hetzelfde. En daarbinnen is geen plaats voor leugens. Vertrouwen moet er ten opzichte van elkaar zijn, maar als dat vertrouwen is geschaad en er bovendien nog een dreigtelefoontje op volgt en verschillenden mensen worden ingeschakeld om mij te bedreigen of om te kopen (uiteraard niet via de bank maar met cash!), dan is het voor mij einde oefening! Maar hoe kom ik erachter dat de kandidaat onwaarheid heeft gesproken. Van mij mag toch verwacht worden dat ik de geloofwaardigheid van een medemens niet in twijfel trek?! Ik ben toch een mens van het geloof! Dat klopt ook, alleen zijn het vaak lokale derden die me in vertrouwen bellen om me te waarschuwen. En als ik dan de woorden die me zijn aangereikt voorleg ter controle aan de kandidaat en zijn reactie is niet een ontkenning maar slechts de vraag wie me dit heeft verteld, dan heb ik een probleem en dus de kandidaat ook.
Terwijl de grote wereld zich terecht ernstige zorgen maakt over Rusland-Oekraïne, is een jarenlange inzet om Levi te redden mislukt. Levi zit al vanaf 2016 onder erbarmelijke omstandigheden in een primitief land in het gevang, omdat hij Joods is. Na jarenlange pogingen om hem bevrijd te krijgen via bemiddeling van een ander land, is die weg mislukt. Ik mocht een klein schakeltje zijn in die bevrijdingsactie, maar dus zonder resultaat, zo kreeg ik vrijdag te horen vanuit de USA. Een gevoel van onmacht bekruipt me. Onmacht en onbegrip ook over Oekraïne en Rusland. De rabbijnen in Oekraïne zitten in een erg moeizame situatie. Sommigen zijn gevlucht en zitten nu zonder bron van inkomsten veelal in Israël, diep in de zorgen. Anderen zijn gebleven, en weten ook niet goed wat ze moeten doen en al helemaal niet welke kant het op zal gaan. De hoofdrabbijn van Dnjepr heb ik aan de telefoon gehad. Hij kan niet weg, zo liet hij me weten, omdat speciaal de oudere gemeenteleden ook niet weg kunnen. Geen haar op z’n hoofd die eraan denkt om zijn gemeenschap, zijn (zinkende?) schip, te verlaten, zolang het gros van zijn bemanningsleden en opvarenden die vluchtweg niet kan of niet wil inslaan. Meer en meer denk ik aan mijn ouders en hun generatieleden en aan de beslissingen die zij moesten nemen om te overleven. Mijn ouders hebben de juiste beslissingen genomen en daarom besta ik en bestaat de second generation. Maar de grote meerderheid van toen heeft de verkeerde beslissing genomen of kon letterlijk en figuurlijk geen kant op. Velen dachten toen dat alles zo’n vaart niet zou lopen en dat Nederland, gelijk in WO-1, wel weer de dans zou kunnen ontspringen. Realiseren we ons voldoende dat Rusland en Oekraïne dichter bij ons land liggen dat het Duitsland van WO-2?
Omdat ik pas om 3:30 uur in bed lag vanwege omvliegende tijd, was mijn dag redelijk ongeorganiseerd, hetgeen helemaal niet bij mij past. Helaas mocht/moest ik naar een aantal mensen luisteren die gewoon in de misère zaten en behoefte hadden aan een luisterend oor. Toen ik eindelijk ontbijt/lunch, brunch dus, achter de rug en achter de kiezen had, moest ik naar Amsterdam voor een korte vergadering en om 16:30 uur de oratie van Prof. Dr. Bart Wallet. De jonge nieuwe hoogleraar sprak over ‘De lucht van Amsterdam maakt wijs’. Grondlijnen voor een kritische joodse stadsgeschiedenis. Een bijzonder mens en een bijzondere lezing/bijeenkomst in de Universiteit van Amsterdam. Na afloop een zeer lange rij die maar traag voortbewoog, maar ik werd netjes uit de rij geplukt door een medewerker van de universiteit en via een zijingang stond ik plotsklaps vooraan in de felicitatie-rij. Niet netjes, maar ik merk dat niemand daarmee moeite had. Waarom eigenlijk niet, vroeg ik mezelf af. En het antwoord is niet dat er voor mij een soort vanzelfsprekend respect is, maar wel voor mijn functie! En dat is mooi om te zien in een samenleving en een tijd waarin dit eigenlijk niet meer van deze tijd is! Schitterend het Hora Est en dan de binnenkomst van alle in toga geklede professoren. Een en al symboliek en protocol. En dan de oratie, de inauguratie-rede, van Bart. Indrukwekkend en heel leerzaam. Hoe de Joden enerzijds volledig zijn en waren geïntegreerd in de Nederlandse samenleving en anderzijds zichzelf bleven, vasthielden aan hun Joodse identiteit en op sjabbat gewoon met hun tallieth zichtbaar op straat liepen, gelijk in Jeruzalem. Ik begrijp nu dat als ik aan Prof. Wallet advies vraag hoe om te gaan met de diverse aanvallen op mijn persoon, want die zijn er bij voortduring, dat hij dan haarfijn aanvoelt wat ik bedoel en begrijpt dat dat er altijd al was en ook altijd zal blijven, als het niet van links komt, dan wel van rechts. De meeste indruk maakte op mij zijn opmerking dat de Jood eigenlijk in twee werelden leeft, speciaal in Nederland. De Nederlandse Jood is volledig een Nederlander. Maar tegelijkertijd weet hij zich een onderdeel van een land overkoepelende grootheid, het Jodendom. De vraag of ik een Nederlandse Jood ben of een Joodse Nederlander, is hiermee dus beantwoord: zowel het een als het ander! Zo zaten en zitten wij Nederlandse Joden nu eenmaal in mekaar. Die mengeling werd zichtbaar in een zilveren Thora-kroon die de replica was van een kerktoren en ook de drie kruisjes van de Amsterdamse vlag vertoonde! En wat vindt u van het verbod voor Joodse bedelaars om op zondag te venten vanwege de Christelijke rustdag. En idem moesten ook de christenen rekening houden met de sjabbatrust. Overigens mocht er wel gebedeld worden op zondag als het die dag ook Poerim was.
Mijn voorbereiding voor Jom Kippoer bestond voornamelijk uit het aanwezig zijn en het houden van toespraken over de betekenis en zin van herdenken en het uitspreken van een Jizkor voor de slachtoffers die herdacht werden. De relativiteit van het aardse bestaan drong keihard tot me door. In Coevorden werden de Joden herdacht die op 2 oktober 1942, nu dus 80 jaar geleden, werden afgevoerd. In Dalfsen en in Blesdijke werden de Joden herdacht die uit de zogenaamde Joden-kampen waren opgehaald. De burgemeester van Dalfsen memoreerde de onbekendheid die er leeft in Dalfsen. Het waren alle drie indrukwekkende bijeenkomsten georganiseerd door mensen die achter ons staan. Vrienden van Israël! Het was goed dat ik aanwezig was bij die herdenkingen. Goed voor de aanwezigen en ook goed voor mezelf. Dankbaar zijn en dankbaar blijven met al hetgeen we hier aan welvaart en aan vrijheid hebben. En bij alle bijeenkomsten waren ook lokale Joden of Joden die “iets” hadden met Coevorden, Dalfsen en Blesdijke aanwezig, Voor mij was Blesdijke extra emotioneel omdat mijn moeder daar enige tijd ondergedoken had gezeten. (Dank aan Robert Mulder die deze foto maakte op de plaats waar eens het Jodenkamp heeft gestaan.) Naast de burgemeester zit op de foto de commissaris van de koning die ik de laatste weken al diverse keren heb mogen ontmoeten bij herdenkingen. Zijn toespraak, hij sprak voor mij, was een samenvatting van mijn toespraken, zoals hijzelf aangaf! En dus moest ik mijn toespraak pijlsnel aanpassen, want ik had hetzelfde willen zeggen als bij eerdere herdenkingen. En dus begon ik mijn toespraak met een woord van dank aan de commissaris voor het wegkapen van mijn speech! Ook met Coevorden had ik wat, want het was de geboorteplaats van de moeder van mijn opa. “Hartog Lefman Elkus” galmde het door mijn hoofd tijdens de plechtigheid in Coevorden en in Blesdijke. Hij was de broer van mijn oma en behoorde tot de eersten die bij de razzia in Enschede werd opgepakt en daarom hoor ik jaarlijks tijdens de Mauthausen-herdenking bij het oplezen van de namen van de mannen die bij de eerste razzia werden opgepakt, de naam van die Hartog Lefman Elkus. Waarom ik aan hem moest denken? Geen idee. Misschien ben ik te veel met de oorlog bezig, wilde ik daar in dat bosje in Blesdijke en in Coevorden een naam van een slachtoffer herdenken, maar kende ik niemand persoonlijk en dus kwam de naam van de broer van mijn oma boven in mijn gedachte. Het waren dus confronterende dagen van voorbereiding voor de Grote Verzoendag. Voeg daar nog aan toe dat de dag dat de Joden uit de Werkkampen en uit Coevorden werden afgevoerd, Jom Kippoer was, en mijn voorbereiding was compleet!
Wel of niet op weg gaan net voor Jom Kippoer? Wordt een rabbijn niet geacht zich voor te bereiden voor z’n Jom Kippoer toespraken? Ik dus kennelijk niet want ik zit nu in mijn auto! Donderdag was ik in Voorburg, en vandaag, zondag, eerst in Enschede, daarna Coevorden en toen in Blesdijke. In Coevorden sprak ik aan het begin van de plechtigheid en in Blesdijke aan het eind om zo op beide plaatsen aanwezig te kunnen zijn en mijn toespraak en gebed te kunnen delen met de aanwezigen. Waarom kon ik geen nee zeggen? Omdat alle bijeenkomsten te maken hadden met leden van een Joodse Gemeente die op die specifieke dagen werden afgevoerd om nimmer weer te keren. Ik voel me verplicht om aanwezig te zijn, een paar woorden te zeggen en vooral een Jizkor uit te spreken voor hun aller zielenrust. Lokale niet-Joden proberen op de dag dat tachtig jaar geleden hun Joden op transport werden gesteld, ze uit de vergetelheid te halen, even hun namen te noemen, een minuut stilte te betrachten, bijeen te komen en via de media aandacht te vragen voor al hetgeen toen ernstig fout ging. Juist net voor Jom Kippoer hiermee geconfronteerd worden is goed, zet me aan het denken over de relativiteit van het leven, roept me op tot bezinning.