Gisteren, de vastendag 10 Teweth, was ik bezig met het invullen en afstemmen van mijn agenda. Afspraken moeten zoveel mogelijk op elkaar aansluiten en als er tussenruimte is, dan moet die tussenruimte gebruikt kunnen worden. Onderschat deze agenda-klus niet. Heeft me echt bijna een hele dag gekost. Maar nu zit mijn agenda dan ook voor de komende weken goed en pico bello in mekaar zonder veel tijdverlies, want daar kan ik niet zo goed tegen. Normaliter worden afspraken gemaakt door secretaressen en gaan er e-mailtjes rond om een datum te prikken. Ik heb daarvoor geen geduld en maak mijn afspraken dus op de ouderwetse wijze door gewoon net zo lang te bellen tot mijn (en hun) agenda klopt. Dit heen en weer gebel had mijn dag tot ongeveer 14:00 uur gevuld.
Nadien ben ik aan de column-slag gegaan. Wellicht is het u bekend dat ik in het papieren NIW een column heb. Zo’n column probeer ik zoveel mogelijk vooruit te schrijven en dat lukt, maar kost soms flink wat tijd. Als onderwerp had ik een verzoek van een rechtse politieke website, genaamd NieuwRechts, om maandelijks voor hen te gaan schrijven. Voorwaarde was wel dat ik niet zoetsappige verhalen mag aanleveren, vooral geen nuances aanbrengen, maar duidelijk to the point en fel. Als onderwerp werd bijvoorbeeld aangereikt: Minister de Jonge loog over mondkapjes”, “Veel te hoog instroomcijfer migranten”, “Forum voor Democratie moet verboden worden”. Maar wil ik wel dit soort columns schrijven? Even los van de vraag of ik daarvoor tijd heb: wil ik dit wel? Is het opperrabbijn-waardig om een Minister leugenaar te noemen? Tegelijkertijd stuurt een goede vriend een whatsapp met de volgende tekst: Echte vrienden mogen kritiek geven, denk ik. Kijk uit dat je in jouw column niet te veel aan zelfverheerlijking doet!
Ik ben erg kritiek-gevoelig, hetgeen niet echt gezond is, en koppelde de waarschuwing meteen aan mijn wel of niet die nieuwe column gaan schrijven. In de Spreuken der Vaderen staat geschreven dat ‘als er geen ander is, jij er moet zijn’. Met andere woorden: bescheidenheid is een must, maar niet te allen tijde. Als er niemand opstaat om te helpen als er hulp nodig is en jij bent daartoe is staat, dan is het onjuist en onacceptabel om dan vanuit bescheidenheid aan de kant te blijven staan. En dus heb ik uren zitten filosoferen of ik bezig ben met schrijven vanuit een zelfverheerlijking en of ik nu wel of niet het verzoek van de website NieuwRechts moet honoreren. Als ik ga schrijven met als hoofddoel mezelf, een soort afgodendienst met als de afgod MEZELF-IK, dan deugt dat niet. Maar als mij de gelegenheid wordt geboden om via die website een groot bereik te krijgen en zo medemensen de juiste richting te wijzen, mag ik dan, omdat ik mezelf zo bescheiden waan, weigeren?
Ik legde deze column in wording voor aan twee leden van mijn Advisory Board. Een van hen vond de column op zichzelf erg goed, maar…stel ik mezelf niet veel te kwetsbaar op, vroeg hij zich af. Uiteindelijk is de column voor het NIW tot stand gekomen en hoop ik dat u hem zult lezen in een van de komende NIW’s. Ondertussen heb ik wel besloten om me aan die nieuwe Website te verbinden, maar het recht bedongen om als het onderwerp in mijn optiek te extreem is en mijn mening te veel medemensen zou kunnen beschadigen, gewoon een weekje (of maandje, want ik weet nog geen details over tijdstip en frequentie!) over te slaan.
En terwijl ik mijn tijd wijd aan de vraag wel of niet een polariserende column en wel of geen zelfverheerlijking, was rabbijn Mendel Kohen in Charkov voor een brith milah en was hij op de terugweg bezig een sjabbat-weekend te organiseren voor zijn Oekrainers in… Chevron, bij de graven van onze Aartsvaders en Aartsmoeders. En ik maar doorzeuren over zelfverheerlijking en wel of geen felle column en dan ook nog op een manier dat er voor u, trouwe lezer, wellicht geen touw meer aan vast de knopen was!
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

In Apeldoorn wordt jaarlijks op Nieuwjaarsdag een stille fakkeltocht voor vrede georganiseerd. Honderden liepen met een fakkel en vele bordjes worden meegedragen. Bordjes waarop de naam van een land waarin een ernstig conflict speelt: een land in oorlog! Jaarlijks loopt de stoet ook langs de synagoge waar wordt gestopt en ik de meute mag toespreken. Mijn bijdrage was in een mum van tijd gepiept en dat kwam me erg goed uit, want ik kwam aangereden uit Maastricht en moest nog naar Almere. Aangekomen in Apeldoorn om 17:20 uur werd ik keurig en warm (hoewel de sjoel ijskoud was!) door het bestuur van de Joodse Gemeente Stedendriekoek ontvangen. We zaten gezellig te keuvelen toen de echtgenote van voorzitter Rob Lezer, zich afvroeg of de stoet misschien al bij de sjoel was aangekomen. En inderdaad, terwijl wij binnen aan de gezellige koffie zaten, stond de fakkelende meute al met smacht te wachten op mijn jaarlijkse toespraak, die ik overigens nog niet had voorbereid. Buitengekomen kreeg ik een goed werkende microfoon in mijn hand gedrukt, beter dan vorige jaren, en mijn toespraak begon automatisch over Chanoeka, want de veelheid aan vuren deed me daaraan denken en Chanoeka was nog maar minder dan een week voorbij. Waarom weet ik niet, maar Mariupol welde ook op in mijn gedachten. Rabbi Mendel Kohen kreeg daags voor Chanoeka een telefoontje uit Mariupol. De eigenaar van het pand, waarin de sjoel sinds een half jaar was gevestigd, ging kijken wat er van zijn pand nog over zou zijn: slechts de muren hadden standgehouden, binnen was het een grote ruïne. En tussen het puin bemerkte de niet-joodse eigenaar verstopt onder 70 cm rotzooi, de originele menora van de sjoel. Hij had meteen contact opgenomen met rabbijn Mendel Kohen en aangeboden om op dag één van Chanoeka die Menora aan te steken in de ruïne van de grote sjoel van Mariupol. En aldus geschiedde! Deze ervaring, waarvan ik hoop dat u, trouwe dagboekenier, bemerkt dat u dit al eerder heeft gelezen in mijn dagboek, deelde ik met de aanwezige fakkeldragers en legde ze uit, in zo’n twintig minuten, dat zij met hun vuren vergelijkbaar zijn met de Menora uit Mariupol: licht in duisternis! Want de namen van de landen die ze meedroegen op bordjes, hadden stuk voor stuk te doen met ruïnes, moord, vernietiging, verkrachting, intimidatie, oorlog.
Met de woorden “bijna back to normal” eindigde ik mijn vorige dagboek en de Chanoeka-Toer 2022/5783. Maar, zo vroeg ik me vandaag af, wat is “bijna back to normal”?
De Chanoeka-Toer zit er voor dit jaar weer op. Vandaag heb ik de laatste 390 km gereden en geschiedde er een wonder. Het plensde. Om 16:15 uur zou op de Markt van Bourtange de Menora worden aangestoken, maar om 15:50 uur belt de heer Willem Fokkens, voorzitter van de Stichting Synagoge Bourtange, dat het weer dermate slecht is dat we het aansteken moeten verplaatsen naar de sjoel. Mijn opmerking dat de gebruikelijke belangstelling zeker niet in de sjoel past, werd afgewimpeld met de opmerking dat er nauwelijks publiek zal zijn. Net voordat ik Bourtange binnenreed, stopte de regenbui. En toen ik enige minuten later de Vesting binnenreed, stond triomfantelijk de Menora op de Markt omringd door een iets kleinere meute dan andere jaren, maar in sjoel zou het zeker niet gepast hebben! Voor de 30ste keer heb ik, samen met de burgemeester, en zonder regen, in het hoge noorden het licht mogen brengen. Voor talloze Joden uit de Duitse grensstreek en uiteraard voor Joodse inwoners van de brede omgeving is dit een van de hoogtepunten van het Joodse jaar. Maar ook zien we jaarlijks inmiddels bekende niet-joodse gezichten. Omdat mijn benzinetank bijna leeg was, absoluut niet genoeg om thuis te kunnen komen, vroeg ik de aanwezige politie waar ik (na de toespraken, na het aansteken van de Menora, na het Ma’oz Tsoer en na de broodjes) een tankstation kan vinden dat open is. Het bleek dat ik twee jaar geleden aan dezelfde politieagent dezelfde vraag had voorgelegd. Alleen toen had hij mij voorgereden en dit jaar kreeg ik uitsluitend instructies en moest ik het zelf maar uitzoeken. Hetgeen overigens wel goed is gelukt. Donderdag hebben we genoten, nadat de Menora was aangestoken, van soep en van cabaret Quatsch in Arnhem. Uitgaande sjabbat was Kampen aan de Chanoeka-beurt. Een gigantisch grote opkomst en voortreffelijk georganiseerd. Locatie? De steeg naast de sjoel. In Winterswijk en in Enschede was ik gevraagd om niet alleen de Menora aan te steken, maar ook een korte lezing te geven. Maar kort is relatief en de korte lezing in Winterswijk nam bijna 50 minuten. In Enschede werd mij slechts 10 minuten spreektijd gegeven. Maar ik denk dat ik met vlag en wimpel de 10 minuten heb overschreden en dat er meerdere spelden hadden kunnen vallen… Beide plaatsen hadden zeer goed voor de inwendige Chanoeka-mens gezorgd, dus het was goed toeven in de bovenzaal van de mooiste sjoel van Nederland en in de volle sjoel van Winterswijk.
Ik ben er helemaal klaar voor: mijn Chanoeka-Toer 5783. Vandaag eerst Eindhoven en daarna Zutphen, dacht ik. “Dacht ik”, want er kwam een onverwachte prelude. En ik doel nu niet op de kennismaking met de nieuwe burgemeester van Eindhoven, Jeroen Dijsselbloem, en de Commissaris van de Koning van Brabant, geënsceneerd door het bestuur van de Joodse Gemeente Brabant. Want die ontmoeting zat al in de planning. Ook de aanwezigheid in Eindhoven van Mevrouw Fentay Rachel Alamu, First Secretary van de Israëlische ambassade, was mij al bekend. Neen, de prelude kwam uit Mariupol! Gisteravond, knap laat, kreeg ik een telefoontje van rabbijn Mendel Kohen met de vraag of ik zijn whatsapp al had gezien. Omdat ik in de auto zat en appen en rijden bij mij niet samengaat, want dat mag ik niet van Blouma, was mijn antwoord negatief. Mendel kon zich niet meer inhouden. Ik moest en ik zou zijn whatsapp acuut bekijken. Ik dus een parkeerplaats op en in mijn whatsapp bijgaande foto van een Menora. Niets bijzonders, hoor ik u denken, gewoon een Menora!
Een goede morgen. Ik ben weer terug! Of het is opgevallen dat ik een dagboek weg was, weet ik niet, maar ik heb dus één dagboek overgeslagen. De reden was van persoonlijke aard: de bijzondere verjaardag van mijn Blouma en onze zoveelste trouwdag. En dus: een familiebijeenkomst en een onvergetelijke mooie en vermoeiende sjabbat jl. Count your blessings! Maar ook een bezoek aan Muiderberg naar mijn ouders, grootouders en overgrootouders die daar begraven liggen. Natuurlijk ging het reguliere (gezeur & niet-gezeur) ook gewoon door. De meeste e-mails heb ik even geparkeerd, maar gecompliceerde en eenvoudige vragen gewoon beantwoord en een nieuw probleem dat op mijn weg kwamen gepoogd op te lossen. En bij die poging werd ik onaangenaam geconfronteerd met een nare eigenschap. Niet iedereen heeft de moed om onderscheid te maken. Uitleg: ik krijg een telefoontje uit het buitenland. Een uiterst schrijnende kwestie, een drama in de privésfeer, dat zich in Nederland afspeelt. Hulp zou geboden kunnen worden door iemand met wie ik jaren geleden een conflict heb gehad dat er toentertijd nogal hard aan toe ging. Maar toen heeft niets met nu te maken. En dus neem ik contact op met mijn toenmalige tegenstander om een medemens in zeer grote nood te helpen. Geen reactie! Menselijk drama nu mag kennelijk niet opgelost worden vanwege een al niet meer bestaand conflict toen. Zonder mezelf op de borst te slaan en zeker bewust van vele persoonlijke tekortkomingen die ik nog moet zien op te lossen in mezelf, zal ik nooit weigeren medemensen in nood te helpen met volle overgave. Ook als die medemens me ooit dwars zou hebben gezeten en mij pijn heeft gedaan. En zelfs als het conflict van toen zich ook nu afspeelt. Ik verwacht van mezelf als rabbijn en van een academisch geschoolde tegenstander onderscheid te kunnen maken en nimmer uit een soort gevoel van wraak een medemens hulp te weigeren en zelfs overleg te weigeren. Sic, maar helaas wel een veel voorkomend probleem! Maar wat zich in mijn kleine wereldje afspeelt zien we ook in het grote bestaan. De corruptie in de EU, de zwendel en ontucht in de sportwereld, het gemak dat Qatar geaccepteerd wordt, de rellen vanwege een buitenlandse voetbalploeg die geweldig presteert en Free Palestine (en dus antisemitisme) dat te pas en meestal te onpas te berde wordt gebracht. Overigens heb ik nog steeds geen reactie ontvangen van mijn wijkagent over het gesprek dat ik inmiddels een half jaar geleden heb aangevraagd met de ouders van een klein snotaapje dat meende mij op sjabbat te moeten toeroepen Free Palestine. Het conflict tussen Poetin en Zelenski zal zonder onderhandelingstafel niet opgelost kunnen worden. En hetzelfde geldt voor de ouders van het snotaapje en mij als Jood. Uiteraard ben ik ervan doordrongen dat mijn Free Palestine ruzie totaal qua ernst in het niet valt bij de oorlog in Oekraïne, maar oorlogen beginnen zeer kleinschalig en hebben alles te maken met piepkleine beginsituaties. Het moge duidelijk zijn dat ik me als zichtbare Jood verre zal moeten houden van voetbal-overwinningsfeestjes, in mijn eigen Nederland, waar ik al zeker tien generaties woonachtig ben. (Kijk maar naar de foto waar mijn kleinkinderen die voor de graven staan van de grootouders van mijn grootouders!) En toch ben ik van mening dat Nederland zijn grenzen moet openstellen voor vluchtelingen die hun eigen land vanwege vervolging moeten ontvluchten en ben ik er trotst op dat ik, aan het begin van mijn werkzaamheden voor het Sinai Centrum, 36 jaar geleden, vele vrouwen uit Marokko mocht helpen. “Want in Marokko gingen ze ook naar de Rabbi.” Ja, de rellen rondom het WK deugen niet en zijn onaanvaardbaar. Maar generalisering deugt ook niet.
Omdat mijn kinderen en kleinkinderen dadelijk moeten worden afgehaald van Schiphol, ze komen uit Montreal aanvliegen, ben ik al door de wekker wakker geworden. Ik had nog naar bed terug willen gaan, maar in plaats daarvan zit ik nu achter mijn computer mijn dagboek te schrijven. Overigens vraag ik me wel af of mijn dagboek voor mij een dagboek is of een therapie. Mijn antwoord, na vluchtig nadenken: therapie! Als ik mijn dagboek schrijf filter ik wat ik wel en wat ik niet kan neerschrijven en dus reflecteer ik op de afgelopen dag(en). En dat filteren en nadenken is voor mij een goede zaak en brengt mij tot geestelijke rust. En dat heb ik zeker nodig, want ik krijg nogal wat te verwerken! Een van de rabbijnen uit Oekraïne, die ik overigens slechts oppervlakkig ken, wonend in G. zit nu in Berlijn als vluchteling en kan niet meer terug. De reden: G. was door de Russen veroverd. Hij bleef in G. en wilde, zo vertelt het bericht, zijn kehilla niet in de steek laten en ‘terwijl de Russische en Oekraïense kogels om z’n oren vlogen’, bleef hij helpen waar nodig met voedselpakketten voor de zieke en zwakke bejaarden. In zijn sjoel kwamen Russische Joodse soldaten dawenen. Inmiddels is G. heroverd door de Oekrainers en wordt hij beschuldigd van landverraad, omdat hij de Russische soldaten onderdak bood. Zijn goede vriend is inmiddels gearresteerd, want die had een Russische piloot verstopt, nadat de Oekrainers G. weer hadden heroverd, en hem veilig en wel teruggebracht naar de Russische troepen, een paar straten verderop. Hem staat levenslang te wachten. Een dierbare vriend van mij, een van de gevluchte rabbijnen uit Oekraine, is de mening toegedaan dat zijn collega te vriendelijk is omgegaan met de Russen. Als je decennialang gesteund bent door Oekraine en nu dus kiest voor de Russen en met hen zonder blikken en blozen aanpapt, dan was je verkeerd bezig. Dat de rabbijn, die nu rabbijn is op de Krim, mee is gegaan met de Russen en meteen na de inval niet de benen heeft genomen, vindt mijn vriend-rabbijn ook onacceptabel. Oeps, dacht ik spontaan. Ik ben ook, notabene als gast van Poetin, met veel honneurs ontvangen op de Krim nadat die veroverd was door Poetin. Er werd een monument onthuld ter nagedachtenis aan de Joden die in WO II waren omgekomen. Poetin zag ik als een grote vriend van Joden en Israél. Ik heb nog een prachtige foto van Poetin met de rabbijnen in het Kremlin. Volgens mijn bevriende rabbijn had ik nooit naar Poetin mogen gaan. Maar ja, een uitnodiging afslaan had ook toentertijd zijn repercussies kunnen hebben. Maar als ik mezelf eerlijk de spiegel voorhoud, dan was ik gewoon buitengewoon vereerd om deel te mogen uitmaken van een EU-rabbijnen-delegatie die waren uitgenodigd op het Kremlin. Voeg daarbij dat ik nooit een hoge pet (hoed) ophad met Oekraïne en al zijn massagraven en net een bezoek had gebracht aan het Joodse museum in Moskou. Want in dat, door Poetin opgerichte museum, had ik ook de meest afschuwelijke foto’s gezien van de Oekraïense moordpartijen in WO II en mijn antipathie voor Oekraine kreeg een gevoelige boost. En nu, nog maar weinig jaren later, kan geen fatsoenlijk mens meer accepteren hoe de Russen omgaan met Oekraine en is de anti-Oekraine-boost al totaal niet meer werkzaam bij mij.
Overigens heb ik vandaag uren en uren aan de telefoon gezeten met KLM-klachtenafdeling over mijn vlucht van JFK naar AMS. Het Delta computersysteem gaf aan dat ik niet aan boord was. Na keiharde bewijzen dat ik wel in het vliegtuig zat, zijn de medewerkers van KLM het erover eens dat ik die vlucht heb gemaakt, maar het computersysteem is niet op andere gedachten te brengen.