Door stof en viezigheid zijn de letters niet meer zichtbaar! Dagboek van de Opperrabbijn 5 oktober 2022

Mijn voorbereiding voor Jom Kippoer bestond voornamelijk uit het aanwezig zijn en het houden van toespraken over de betekenis en zin van herdenken en het uitspreken van een Jizkor voor de slachtoffers die herdacht werden. De relativiteit van het aardse bestaan drong keihard tot me door. In Coevorden werden de Joden herdacht die op 2 oktober 1942, nu dus 80 jaar geleden, werden afgevoerd. In Dalfsen en in Blesdijke werden de Joden herdacht die uit de zogenaamde Joden-kampen waren opgehaald. De burgemeester van Dalfsen memoreerde de onbekendheid die er leeft in Dalfsen. Het waren alle drie indrukwekkende bijeenkomsten georganiseerd door mensen die achter ons staan. Vrienden van Israël! Het was goed dat ik aanwezig was bij die herdenkingen. Goed voor de aanwezigen en ook goed voor mezelf. Dankbaar zijn en dankbaar blijven met al hetgeen we hier aan welvaart en aan vrijheid hebben. En bij alle bijeenkomsten waren ook lokale Joden of Joden die “iets” hadden met Coevorden, Dalfsen en Blesdijke aanwezig, Voor mij was Blesdijke extra emotioneel omdat mijn moeder daar enige tijd ondergedoken had gezeten. (Dank aan Robert Mulder die deze foto maakte op de plaats waar eens het Jodenkamp heeft gestaan.) Naast de burgemeester zit op de foto de commissaris van de koning die ik de laatste weken al diverse keren heb mogen ontmoeten bij herdenkingen. Zijn toespraak, hij sprak voor mij, was een samenvatting van mijn toespraken, zoals hijzelf aangaf! En dus moest ik mijn toespraak pijlsnel aanpassen, want ik had hetzelfde willen zeggen als bij eerdere herdenkingen. En dus begon ik mijn toespraak met een woord van dank aan de commissaris voor het wegkapen van mijn speech! Ook met Coevorden had ik wat, want het was de geboorteplaats van de moeder van mijn opa. “Hartog Lefman Elkus” galmde het door mijn hoofd tijdens de plechtigheid in Coevorden en in Blesdijke. Hij was de broer van mijn oma en behoorde tot de eersten die bij de razzia in Enschede werd opgepakt en daarom hoor ik jaarlijks tijdens de Mauthausen-herdenking bij het oplezen van de namen van de mannen die bij de eerste razzia werden opgepakt, de naam van die Hartog Lefman Elkus. Waarom ik aan hem moest denken? Geen idee. Misschien ben ik te veel met de oorlog bezig, wilde ik daar in dat bosje in Blesdijke en in Coevorden een naam van een slachtoffer herdenken, maar kende ik niemand persoonlijk en dus kwam de naam van de broer van mijn oma boven in mijn gedachte. Het waren dus confronterende dagen van voorbereiding voor de Grote Verzoendag. Voeg daar nog aan toe dat de dag dat de Joden uit de Werkkampen en uit Coevorden werden afgevoerd, Jom Kippoer was, en mijn voorbereiding was compleet!

Bij een van die herdenkingen was een Joodse man aanwezig die Joods was maar een totale analfabeet ten aanzien van zijn Jodendom. Hij hunkerde naar zijn roots, maar was ermee geheel niet bekend. De reden? Zijn ouders hadden gezworen dat hun kind niet in Auschwitz zou belanden en dus werd hem zijn afkomst niet verteld.  En toch kwam hij erachter doordat hij in een van de schoenendozen met foto’s er een foto was van zijn ouders tijdens hun bruiloft. Beiden droegen ze een ster!  En dus voelde ik dat ik hem met zijn Jodendom vertrouwd moest maken: onze ontmoeting kon geen toeval zijn! Zoiets heet bij velen: Kieroef rechoukim – verafstaanden terugbrengen. Bij Chabad bestaat er geen Kieroef rechouking. Geen Jood is ver weg van zijn roots, zijn nesjomme. Chabad, mijn stroming, richt zich op Mekareef zaijn Jidden – Joden dichterbij brengen. Verafstaanden bestaat namelijk niet. Een Jood is per definitie dichtbij G’d, dichtbij zijn roots. Er moet alleen wat gepoetst worden om hem zijn Joodse nesjomme ook te laten voelen!

Twee gezanten van de vorige Lubavitscher Rebbe kwamen bij de voorzitter van een Joodse Gemeente in de VS met als doel Joods onderwijs en volwasseneneducatie te verbeteren. Toen de voorzitter begreep dat ze niet kwamen voor geld, vroeg hij ze naar de reden van hun komst. Een van hen antwoordde dat in Oost-Europa sofrim, schrijvers, langs de Joodse gemeenten trokken en als er ergens in een sjoel een Thora was die reparatie nodig had, dan deden zij dat. U kunt ons vergelijken met die sofrim, schrijvers. De Thora telt 600.000 letters en bij de berg Sinai, toen de Thora werd gegeven aan het Joodse volk, bestond het Joodse ook uit 600.000 Joden. En als er één letter vervaagd is, is de hele Thora-rol pasoel, niet meer koosjer.

Hetzelfde geldt voor het Joodse volk, zo legden de twee gezanten uit. Iedere ziel correspondeert met een letter uit de Thora. Als ook maar een enkele mede-Jood ontbreekt, heeft dat invloed op de totaliteit van het Joodse volk, raakt dat iedere mede-Jood. Wij, zo zeiden de twee gezanten, komen de verdwenen letters aanvullen.

Na terugkomst bij hun Rebbe vertelden ze trots hun vergelijking, waarop de Rebbe antwoordde dat hun vergelijking niet helemaal opgaat. Een Jood kun je niet vergelijken met een letter die op het perkament is geschreven en die dus van het perkament kan worden afgekrabd. Een Jood moet vergeleken worden met een letter die in steen is gegraveerd, dus nooit kan vervagen, alleen door stof en andere viezigheid soms niet meer zichtbaar is.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

RSS
Follow by Email