Ik mag het Kasjroet-Certificaat ondertekenen. Dagboek van de Opperrabbijn 30 maart 2022

Nog steeds ben ik niet bijgekomen van de Oekraïne-reis. De hele dag door word ik op de hoogte gehouden door Koen en anderen vanuit Oekraïne over hun inzet, zorgen, paniek en momenten van grote dankbaarheid als er weer een aantal Joden is gered.

Ik was de laatste dagen drukdoende om geregeld te krijgen dat de Joodse Gemeenten in mijn ressorten bereid zijn zo nodig diensten af te nemen van JBW, Joods Begrafeniswezen. Wat betekent dit, vraagt u zich ongetwijfeld af en wat heeft u, mijn trouwe dagboekeniers, hiermee te maken? Regelmatig wordt mij gevraagd hoeveel Joden er in Nederland woonachtig zijn. Het vaste getal is 45.000. Interessant trouwens dat als ik op niet-joodse scholen vraag hoeveel Joden de leerlingen denken die er in ons land wonen, dat er dan regelmatig over enige miljoenen wordt gesproken! Het getal is dus 45.000. Maar dat is al jarenlang zo! Er komen dus kennelijk geen Joden bij en er vallen geen Joden af. Maar pas op: het moge dan zo zijn dat het aantal ‘ruw geschatte Joden’ in Nederland ongewijzigd blijft, de Joodse kern gaat qua grootte sterk achteruit. Als iemand zich uitschrijft uit de kerk, dan is hij geen christen meer en wordt dus ook niet meegeteld. Vandaar dat het aantal leden bij de PKN of de RK achteruitgaat. Maar een Jood blijft altijd Jood. Wel religieus, niet religieus. Wel lid van een Joods Kerkgenootschap, geen lid. Of hij zich wel of niet Joods voelt. Het doet er allemaal niet toe. Iedere Jood, ongeacht zijn/haar beleving van het Jodendom, ongeacht zijn wel of niet Joodse gevoel, ongeacht of hij wel of niet weet dat hij Joods is: ieder telt mee. Dat is natuurlijk mooi in mijn optiek, want inderdaad een Jood blijft Jood ongeacht wel of niet lid van de Joodse Gemeente of aan iets anders Joods verbonden. Meestal voelt ook een Jood die nooit naar de synagoge komt, zich net zo Joods als de vaste sjoelbezoeker. Maar het moge duidelijk zijn dat als de kern kleiner wordt, ook de periferie steeds zwakker en meer perifeer zal worden. En dat proces is helaas gaande. De kern-Joden trekken weg vanwege gebrek aan Joodse omgeving en toenemend antisemitisme. Toen mijn voorganger, Opperrabbijn Berlinger, een tekst ter controle van een grafzerk kreeg voorgelegd door een lokale bestuurder, dan hoefde hij niet meer te doen dan bijna pro-forma ter goedkeuring zijn handtekening te plaatsen. De lokale voorzitter van de Joodse Gemeente kon zonder moeite een Hebreeuwse tekst maken. Vandaag de dag krijgen wij geen toegeleverde kant en klare teksten van grafzerken meer toegestuurd, want wij moeten de gehele tekst maken omdat helaas de kennis van de brede gemeenschap, en dus ook van de bestuurders, dusdanig is verzwakt dat lokaal geen kant en klare tekst meer kan worden aangeleverd. Het gaat dus niet goed met het Nederlandse Jodendom, we worden meer en meer een zeldzaam kunstobject dat in een museum best wel kijkers zal trekken.

Maar genoeg hierover en genoeg pessimisme uitgesproken! Dadelijk ga ik naar het bar-mitswa feestje van een kleinzoon. Even weg, even Oekraïne vergeten. Ik gezellig feestje-vieren en anderen zitten in een situatie die nog veel erger is dan slavernij! Maar zo is het leven nu eenmaal. Ten aanzien van de meeste kwesties hebben we geen keus. We moeten maar nemen zoals het komt. Dat is overigens niet wat ik ga zeggen aan mij kleinzoon als ik hem mag toespreken. Ik wil hem laten weten dat hij mijns inziens echt Bar Mitswa kan worden. Verplicht tot het naleven van alle ge- en verboden. Maar als die verplichting op hem rust, betekent dat hij er ook toe in staat is. Waarom ik dat denk? Omdat hij enerzijds een vroom en gelovige jongen is die weet wat er van Boven komt. Anderzijds staat hij met beide benen op de grond, midden in deze woelige wereld waarvan hij wel degelijk (koosjere) kaas heeft gegeten. En dit is nu precies het Jodendom. Met beide benen op de aardse grond en de blik steeds op Boven gericht (uiteraard figuurlijk bedoeld!).

Wat dit van doen heeft met de eerste regels van dit dagboek over Joods begrafeniswezen? Ik moet realistisch vooruitdenken. Als de Joodse kennis achteruitgaat en het ledental landelijk slinkt, zijn de kleinere Joodse Gemeenten dan nog wel in staat om zelf begrafenissen te verzorgen? Zijn er dan nog wel genoeg vrijwilligers? Zal er nog genoeg kennis aanwezig zijn om de uitvaartdienst te leiden en de rituele dodenwassing in overeenstemming met de Halaga uit te voeren? En dus willen JBW – Joodse Begrafeniswezen te Amsterdam- en mijn persoon afspraken maken hoe JBW, dat uiteraard ook steeds minder ‘te doen heeft’, de nood voor zijn en nu afspraken maken hoe JBW de kleinere Joodse gemeente kan helpen door hun diensten aan te bieden.

Pesach is in aantocht. En dus heb ik vandaag overleg gehad met de medewerkers van JMW -Joods Maatschappelijk Werk- hoe het kasjroet (de koosjere maaltijden) onder controle te plaatsen. ORT – Onder Rabbinaal Toezicht. We hebben een toezichthouder gevonden, vooraf gaat een van onze rabbijnen naar Lunteren om de keuken te kasjeren, koosjer te maken voor Pesach en een andere collega heeft overleg met de medewerkers van JMW over de inkoop van koosjere producten. En ik? Ik mag het Kasjroet -Certificaat opstellen en ondertekenen.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn, 27 maart 2022

Na een zeer indrukwekkende en uiterst vermoeiende week, back to normal! Maar ja, vraag ik mezelf regelmatig af: wat is voor een rabbijn die geen vaste werkzaamheden heeft maar geleefd wordt door de gebeurtenis van de dag, wat is voor zo’n rabbijn ‘normal’?

Laat ik eerst vooropstellen dat ik absoluut nog niet ‘bijgekomen’ ben van mijn reis naar Oekraïne. Ik doel niet zozeer op de vermoeidheid, maar de emoties. Ook ben ik verbaasd over de enorme sympathie die getoond wordt richting Oekraïne. Laat ik heel duidelijk zijn: het vermoorden van mensen is onaanvaardbaar, maar het is te eenvoudig gesteld dat de Oekraïners lieve aardige goedhartige en vooral zielige mensen zijn en de Russen zijn de bad-ones. Antisemitisme viert in beide landen hoogtij. Wat ik ook niet helemaal begrijp is onze zorgen over het welzijn van de inwoners van Oekraïne en onze volledige ongeïnteresseerdheid voor de walgelijke al jarenlang durende strijdtonelen in Afrika waar mensen levend aan stukken worden gesneden, verkracht, beroofd…Maar ja, dat levert geen verhoging van de benzineprijs op en dus laat het ons koud.

Mijn dagboeken met de verslagen uit Oekraïne zijn breed gelezen, hetgeen voldoening geeft, maar: het ware veel en veel beter geweest als deze afschuwelijk humanitaire ramp er niet zou zijn geweest, Tragedies. Vaders die afscheid nemen van hun kinderen en hun echtgenote en echt niet weten of het voor tijdelijk is of niet. De bedoeling was dus dat ik nu een beetje zou uitrusten en de afschuwelijke beelden verwerken. Maar, zo vraag ik mezelf af, wat is verwerken?

Gisteren, zondag, kwam er niets van het verwerken. Gezellig hadden wij naar Maastricht zullen gaan voor de derde bar mitswa van een heel lief jongetje. De derde bar mitswa viering, want vanwege corona waren de vorige twee afgelast. Zo’n feestje, ook als ik een paar woorden mag spreken, is voor mij echt een feestje, ontspanning, mooi. Ouders en zoonlief zijn zo blij. Maar de avond voor de zondag, dus uitgaande sjabbat: lewaja-begrafenis! Locatie: Maastricht. En dus voor de bar-mitswa eerst nog een lewaja van een stokoude vrouw die steeds bij de geest en bij de tijd is gebleven. Mijn aanwezigheid en mijn toespraak werden gewaardeerd. Nou moet ik het natuurlijk niet doen om waardering te krijgen, maar het is wel fijn om dankbaarheid te mogen voelen. Maar we zaten nog maar net in de auto of: lewaja nr. 2. Een jonge vrouw die vaak als overrijpe puber bij ons kwam en zelfs een hele tijd bij ons officieel heeft ingewoond. Tragedie! Enfin, zondag dus 5 uur en 53 minuten in de auto (mijn auto geeft aan hoe lang ik in de auto per dag vertoef) en 448 km afgelegd. Geradbraakt kwam ik dus ’s avonds thuis. En toen was het na een veel te korte nacht weer ochtend. Om 8:00 uur werd ik op een school verwacht in Veenendaal. Veenendaal is de geboorteplaats van rabbijn Katz uit Amsterdam. In Veenendaal heeft hij een groot deel van zijn jeugd doorgebracht. Omdat hij vanwege de choepa van zijn zoon in Engeland is, mocht ik hem waarnemen en op een VO-school de leerlingen uitleg geven over Israël en over Jodendom in het algemeen. Is dit nuttig? Zeker wel, want we leven in een Nederlandse samenleving waarin antizionisme en antisemitisme groeiende zijn en waar het dus van belang is dat we ambassadeurs hebben. En de toekomstige ambassadeurs zijn deze leerlingen. Enfin, nadien nog even naar de tandarts, want ook rabbijnen moeten daar af en toe naartoe, en toen weer thuis. Om 16:00 uur een cursus gegeven voor mijn vaste groepje. En toen wilde ik dus aan dit dagboek gaan werken, maar kreeg een telefoontje van een moeder met twee kleine kinderen uit Oekraïne die nu hier is en die min of meer haar beklag deed over de behandeling. Er werd niet genoeg voor haar gedaan. Dat dus dan maar weer nazoeken en kijken of haar klacht terecht is of niet. Maar zelfs als de klacht onterecht is, dan nog. Man en vader in Oekraïne en de jonge moeder hier met twee kleine kinderen die uiteraard ook ontredderd zijn. Voor mij speelt zich een herhaling af van de periode van de Russische vluchtelingen. Vluchtelingen in huis nemen is geweldig, maar lang niet altijd eenvoudig. Verschil van mentaliteit, geen gezamenlijke taal, geen dag invulling voor de vluchtelingen, voortdurende stress…

Een telefoontje uit New York. Rabbijn Mendel Cohen, de rabbijn uit Mariupol, die probeert gelden te krijgen om zijn mensen uit Mariupol weg te krijgen. Hoe? Geen idee en dat moet ik ook zeker niet via de telefoon vragen, want je weet maar nooit wie er meeluistert.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Opperrabbijn Jacobs in Oekraïne – dag 2 (deel 2)

Opperrabbijn Jacobs met Michael Kaytelmann en Koen Carlier. (Foto: Sveta Soroka)

 

Na 270 kilometer en drieënhalf uur rijden door Moldavië kwamen we aan in Kishenov, de hoofdstad van Moldavië. Daar droegen we de Joodse vluchtelingen over aan het Joods Agentschap. Enkelen vertrokken vanavond nog, anderen morgen of overmorgen. In een grote gymnastiekzaal werden de nieuwe olim ontvangen. Israëlische paramedici en artsen stonden de uitgeputte vluchtelingen waar nodig bij. We namen afscheid van Faina, de vrouw op de brancard, van Michael, de oude man met de vier tassen en het Russische paspoort, en van alle andere olim.

 Het Joodse volk leeft!

We zongen Heeweenoe Sjalom Aleechem, en deden dat blijkbaar met zoveel enthousiasme dat alle paramedici ijlings hun mobiele telefoons pakten om foto’s te maken. Midden in de afschuwelijke oorlog een moment van vreugde. Am Yisrael Chai, het Joodse volk leeft en overleeft. Of er nu na eeuwen en eeuwen een einde is gekomen aan het Joodse leven in Oekraïne zou zomaar een feit kunnen zijn. Helaas? Ik denk aan de honderden massagraven uit de Tweede Wereldoorlog, aan Babi Yar, aan het massagraf in Marioepol, 10 meter breed en 11,5 kilometer lang.

Michael gaf mij zijn telefoon en ik had zijn dochter aan de lijn, die Hebreeuws sprak. Zij zat in Leningrad, waar de grootouders van mijn echtgenote door honger en uitputting waren vermoord. We hebben vandaag Mendel Cohen, de rabbijn van Marioepol, diverse keren aan de telefoon gehad. Hij en de rabbijn van Zaporozhe zijn non-stop in de weer om leden van hun gemeenten te redden. De inzet van Koen en zijn team is nodig voor het ophalen van Joodse vluchtelingen die geen kant op kunnen. Van Frank en Roger van Oordt wordt financiële ondersteuning gevraagd.

Rabbijn Rachamim

Rabbijn Cohen adviseerde ons dringend om in Kishenov vooral rabbijn Rachamim te bezoeken. Een enthousiaste jonge rabbijn. Vanaf de eerste dag dat de vluchtelingen naar Moldavië kwamen, stond hij in de voorste gelederen om hulp te bieden. Vervoer vanaf de grens, organisatie van papieren, hotelkamers en koosjere maaltijden. Alles heeft hij opgezet, helemaal alleen met zijn echtgenote. Voor de synagoge staat een tent met eten, dag en nacht geopend.

De rabbijn heeft voor een maand een hotel afgehuurd tegen een tarief van duizend euro per dag. ‘De vluchtelingen moeten zich goed kunnen voelen. We zorgen er ook voor dat ze extra goede maaltijden krijgen. Als ze zich lichamelijk goed voelen, heeft dat ook invloed op hun geestelijke situatie’, legde rabbijn Rachamim uit als een soort excuus voor de hoge kwaliteit van de maaltijd die we allen aangeboden kregen. Roger en Koen hadden, vermoed ik, al hun beslissing genomen. Deze jonge enthousiaste rabbijn moet een partner worden in de hulp aan de Joodse vluchtelingen op weg naar Israël. 

Vanaf het begin van de oorlog staat rabbijn Rachamim klaar om Joodse vluchtelingen te helpen.

Na drie uur rijden zijn we aangekomen ergens op een bungalowpark. Vraag me niet waar, maar het is nog in Moldavië. Het is dichter bij het vliegveld in Roemenië van waaruit we morgen naar Wenen vliegen. Het is bijna middernacht. Bedtijd! Ik moet het avondgebed nog uitspreken, mijn e-mails nakijken en dan mezelf fysiek voorbereiden voor de terugtocht morgen. De vier Urkerboys waren de hele dag bij ons om de busjes te besturen en zijn nu terug naar het grensdorpje om de vluchtelingen op te vangen. Het werk gaat door. Niemand weet hoe de oorlog afloopt en of en wanneer hij afloopt. Maar wat de afloop ook zal zijn, er zijn al duizenden slachtoffers gevallen. En nog veel meer mensen zijn geestelijk beschadigd.

Fotografe
De fotografe die de hele tijd bij ons is, woont in Kiev. Ze is Joods, kan vluchten, zit nu hier in Moldavië, maar peinst er niet over om Kiev te verlaten. Ze heeft daar een taak, familie die niet weg wil en zij wil haar Kiev niet verlaten. Ook dat is een benadering. Of ik ook die benadering heb? Ik heb makkelijk oordelen vanuit Nederland, maar denk wel dat Israël voor het Joodse volk de beste plaats is.

Nog even, voordat ik echt eindig: Koen en ik hadden een discussie. Als de man Oekraïne niet uit kan omdat hij dienstplichtig is, moet hij dan wel of niet zijn vrouw en kinderen laten vluchten? Koen was duidelijk: de man/vader moet zijn vrouw en kinderen wegsturen en in veiligheid brengen. Koen wilde mijn mening horen. Maar ik heb geen mening. Ik weet het niet, want ik zit G’d zij dank niet in die situatie en hoop dat ik nooit voor deze afschuwelijke keuze kom te staan.

 

Opperrabbijn Jacobs in Oekraïne – Dag 2, deel 1.

Het is 05.00 uur en ik heb best goed geslapen. Nu eerst douchen, dawenen en dan om 07.20 uur naar beneden waar ons busje op ons wacht. De sirenes bleken vannacht diverse keren te zijn afgegaan. Niets van gehoord. Dat was overigens niet erg, want alleen als de sirene afgaat en er op de deur geklopt wordt, moet je naar de schuilkelder. Overigens geen idee waar deze schuilkelder zich bevindt. Bij het ontbijt in de opvanglocatie heb ik alle vluchtelingen ‘bemoedigend’ toegesproken, want zo werd mij verzocht door Koen. Maar dat bemoedigen heb ik niet zo in me. Ik had meer de neiging om ze een advies mee te geven. 

Het is inmiddels 14.15 uur en inmiddels zijn we met een grote bus onderweg van de grens tussen Oekraïne en Moldavië naar Kishenov, de hoofdstad van Moldavië. In de bus alleen Joodse vluchtelingen met eindbestemming het Heilige Land, Eretz Yisrael. Aan de Oekraïense kant van de grens moest iedereen uitstappen, met bagage en al. De bagage: een paar tassen, vuilniszakken en hier en daar een rugzakje. Dat was voor de meesten hun totale bezit. De groep bestond uit oudere mannen en vrouwen. De jongere vrouwen met kinderen waren zonder man. Hun mannen en vaders kunnen het land niet uit vanwege de dienstplicht. Vóór de brug (naar de vrijheid) de grenscontrole van Oekraïne. Daarna zo’n 800 meter wandelen over de brug en vervolgens de grenscontrole van Moldavië. En daarna met de bus (waarin ik dit schrijf) naar Kishenov.

De operatie grens-grens-bus duurde meer dan drie uur vanwege controles en het ontbreken van een rolstoel. Rolstoel, hoor ik u denken? Onder de vluchtelingen was ook Faina Schneiderman, een oude vrouw die door een val haar heup gebroken had en door het team van Koen – liggend op een brancard (die waarschijnlijk nog van vóór de Eerste Wereldoorlog afkomstig was) – in een busje naar de grensplaats gereden was. Het plan was dat de jongens uit Urk – die in de grensplaats in een huisje verblijven om Koen te helpen met het vervoer van Joodse vluchtelingen vanaf de grens naar welke bestemming dan ook – aan de Oekraïense kant van de grens met een rolstoel zouden klaarstaan. Dit plan mislukte helaas, want ze mochten Oekraïne niet in. En dus brachten we Faina op de gammele brancard lopend de grens over. Met het verlaten van Faina uit Ezhuyn, een voormalig getto in de buurt van Sharherod, is de laatste Joodse inwoner uit deze voormalige shtetl verdwenen, na honderden jaar Joods leven.  

Die jongens uit Urk is overigens een verhaal apart. Door een journalist uit Israël werd hen gevraagd zich volledig belangeloos tijdelijk in de grensplaats in Moldavië te vestigen om Joodse vluchtelingen te vervoeren, te helpen en te beschermen. Het gaat daarbij niet om bescherming tegen Russische bombardementen, maar tegen de lokale criminaliteit, zoals diefstal, ontvoering, prostitutie en oplichting. De Urkerboys lieten mij dan ook geen minuut alleen.

Terug naar de brug naar de vrijheid. Ik mocht een jonge vrouw, die met haar twee kinderen reisde en voorzien was van twee kleine koffertjes en een half gescheurde vuilniszak, helpen bij het dragen van de ‘bagage’. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om met mijn eigen handbagage (een koffertje op wielen) comfortabel achter haar te lopen. Maar toen ik een oude man met vier tassen zag voortzeulen, gaf ik de gescheurde loodzware vuilniszak aan een van de teamleden van Koen en schoot de bejaarde man te hulp. Michael Kaytelmann komt uit Chernigov, is 70 jaar en in z’n eentje gevlucht. Een schrijnend aangezicht. Ik ben bij hem gebleven, naast hem en voor hem. Hij werd tot in het waanzinnige gecontroleerd, Oekraïne uit en Moldavië in. Een teamlid van Koen liet in duidelijk te verstane taal weten dat we hem niet zouden achterlaten. Na een half uur ondervraging aan de Oekraïense kant en bijna twee uur in Moldavië was kennelijk geconstateerd dat hij geen spion was en zelfs geen terrorist. De reden van de verdenking: hij had een Russisch paspoort. Waarschijnlijk hebben ze in mijn paspoort mijn visum voor Rusland niet opgemerkt. Genoeg geschreven voor nu. Tot zover dus dag 2, deel 1. We gaan nu onderweg naar Kishenov en daarna weer noordwaarts. Dat wordt dan dag 2, deel 2.

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagboek uit Oekraïne van de Opperrabbijn deel I

Zoals bekend, heb ik bijna vanaf de eerste corona-dag dagelijks een dagboek geschreven. Maar na anderhalf jaar verscheen mijn dagboek nog maar twee keer per week. En dus eigenlijk geen dagboek meer. Maar nu ik toch even terug naar het dag-boek, voor slechts drie dagen.

Naar Oekraïne

Maandag. De eerste dag van mijn Oekraïne-reis. Mendel Cohen, die eens de rabbijn was van Marioepol en nu vol schuldgevoelens in Israël is, heeft mij dringend verzocht om naar Moldavië, Roemenië en Oekraïne te reizen. Omdat ook mijn vrienden van Christenen voor Israël mij die richting op wilden laten gaan, ben ik overstag gegaan en zit nu in het vliegtuig naar Iasi, een klein vliegveld in Roemenië op de grens met Moldavië.

Wat ik in Moldavië precies ga doen weet ik niet. Ik heb duidelijk aangegeven dat ik absoluut geen ramptoerist wil zijn. Nee, had men mij verzekerd, jouw komst is waardevol en constructief. We zien het wel. Ons gezelschap bestond uit drie personen: Frank, de directeur van Christenen voor Israël, Roger, de honorair consul van Israël en mijn persoontje. Maar op het vliegveld van Wenen schoof nog iemand aan uit Brussel. Alsof we elkaar al jaren kenden, begroette hij mij. Geen idee wie het was en nu mij de naam inmiddels is medegedeeld, weet ik nog niet waarom hij mee is en kennelijk de drie dagen een deel is van onze ‘delegatie’. 

Na urenlang rijden over wegen die vaak bijzonder slecht bereikbaar waren, kwamen we aan bij de schuilplaats. Dit is de plaats waar de vluchtelingen werden en worden opgevangen. Het lastige van dit dagboek is dat ik niet te specifiek kan zijn. Alles is vlakbij oorlogsgebied en te veel details kunnen gevaarlijk zijn. Maar hier hebben we Koen Carlier, de coördinator van het team in Oekraïne, en zijn vrouw Ira ontmoet. Voor mij was een koosjere maaltijd geregeld. Maaltijd? Het was dusdanig veel dat we de meervoudsvorm kunnen gebruiken. Na de maaltijd hebben we een kijkje genomen in de opslagplaats voor voedsel. Rabbijn Mendel uit Marioepol, die nu dus in Israël is, heb ik nog uitgebreid gesproken.

Levens gered

Dankzij de voorzienigheid van Koen zijn er in Marioepol levens gered. Weken voor de oorlog heeft Koen grote hoeveelheden extra voedselpakketten gebracht met de nadrukkelijke mededeling aan de rabbijnen om nog niets uit te delen. Ze moesten wachten tot het noodzakelijk is. En als generaal Koen een bevel geeft…

‘Weken voor de oorlog heeft Koen extra voedselpakketten naar Marioepol gebracht.’

Ondertussen ben ik door een aantal rabbijnen, waarvan de meesten nu in Israël zijn, gebeld om hulp te regelen voor achterblijvers. Er zijn grote bedragen geld nodig om mensen alsnog weg te krijgen. Geld voor het busvervoer en geld om om te kopen. 

Vanochtend ben ik om 5.30 uur opgestaan en zijn we nu om 21.30 uur eindelijk aangekomen op de plaats waar wij slapen. Dit is dus niet in de schuilplaats. We kwamen grenspost na grenspost tegen, wegversperring na wegversperring. Inmiddels weet ik wie wie is en vormen we met z’n vieren een leuk groepje. Koen en zijn vrouw Ira zijn erbij gekomen en morgenochtend om 7.20 uur verlaten we ons hotel om het team van Koen te ontmoeten. Daarna zullen we met de vluchtelingen met een grote bus naar de brug tussen Oekraine en Moldavië gaan. Voor de brug zullen ze allen moeten uitstappen, met hun hele hebben en houwen (bijna niets!) de brug over lopen en dan in andere bussen naar Kishenov om vandaar met behulp van het Joods Agentschap voorgoed naar Israël te vertrekken.

Vluchtelingen lopen via de brug van Oekraïne naar Moldavië

Ik ga naar bed.

Er kwam slechts één woord uit: dramatisch! Dagboek van de Opperrabbijn 20 maart 2022

We zijn terug uit Maastricht waar we Poerim en de daaropvolgende sjabbat hebben doorgebracht. Freifeld, een cateraar uit Antwerpen, had weer kamers afgenomen in Crowne Plaza Maastricht van dinsdag tot zondag. Hij kookt dan, er zijn in het hotel sjoeldiensten en het eten is uiteraard koosjer en staat onder mijn ORT, Rabbinale Toezicht.  We hadden dus een uitstapje, want zo beleven wij het wel. Hoewel uitstapje: van mij worden wel voortdurend toespraakjes verwacht, naast de rabbinale controle op de maaltijden en daarnaast krijg ik ook nog allerlei Halagische vragen op mijn bordje. Na de Poerim-maaltijd op donderdag kreeg ik een uitgebreide dank van de cateraar voor mijn bijdrage, ik dacht dat hij mij complimenteerde voor mijn toespraak, mais non, neen dus. Het compliment betrof mijn dansen! Kennelijk maakt dus mijn danskunst meer indruk dan mijn toespraak! Ik vergelijk het maar even met een danser van het Scapino Ballet die gecomplimenteerd wordt voor een toespraak! En dus of ik dit moet opvatten als een compliment of een belediging, weet ik nog niet helemaal.

De meeste gasten komen uit Antwerpen, Israël, Londen en Manchester en zijn allen orthodox. Een geheel ander publiek dan de Joodse Nederlanders en dus heb ik er ook een andere functie. Wat dan precies het verschil is, is me niet helemaal duidelijk, maar het is wel anders.

Vrijdag was ik erg moe. Of dit te wijten was aan het vele dansen, te weinig slaap, herstel van een fikse verkoudheid, te veel wijn op Poerim of mijn zorgen over Oekraïne, is me niet duidelijk. Maar de vermoeidheid is er niet minder om.  Ik had ook vrijdag een gesprek met de voorzitter van de Joodse gemeente Limburg en vandaag, op weg naar huis, gingen we nog even naar Breda voor overleg met het nieuwe bestuur. Natuurlijk ken ik ook de nieuwe bestuursleden, maar ik ken ze niet als bestuurder. Sommige bestuurders ondergaan na aantreden een soort metamorfose. Gelukkig viel dat mee in Breda, want metamorfosen zijn meestal geen vooruitgang.

Vanochtend hadden we dus Maastricht verlaten na eerst van alle gasten afscheid te hebben genomen. Het is interessant te zien hoezeer onze aanwezigheid werd gewaardeerd. Mijn toespraken, die anders zijn dan mijn speeches die ik gewoonlijk mag afsteken voor mijn gebruikelijke Nederlandse publiek. Maar los van de sjioerim en de toespraken, had ik ook een pastorale functie, want misère is helaas overal.  Kennelijk trekken wij de narigheid aan of, positiever gebracht, worden mijn Blouma en ik snel tot praatpaal verheven. Ik gebruik nadrukkelijk het woord ‘verheven’ want ik ben dankbaar om als praatpaal mensen te kunnen helpen. Praktisch bezien hoeven we dus niets te doen, uitsluitend begripvol en meelevend luisteren en dan vanochtend bij het afscheid toch nog even refereren aan het gesprek en ze sterkte wensen, waarmee je toont geluisterd te hebben. Eigenlijk hebben we dus niets gedaan, maar dat niets kan zoveel betekenen! Het zou goed zijn als meer mensen zich met dit ‘niets’ zouden bezighouden. Sjabbatmiddag heb ik trouwens ook nog een sjioer gegeven voor een paar leden van de Joodse Gemeente Limburg en natuurlijk hebben we rabbijn Awremmie Cohen en zijn echtgenote bezocht. Dat rabbijnen-echtpaar doet goed werk. Poerim, zo zagen we op foto’s en hoorden we van deelnemers, was geweldig. Het geeft me ook duidelijk een goed gevoel, dat hoewel wij in het verre Zuiden zaten bij een groep mensen die niet tot onze primaire rabbinale doelgroep horen, we via kinderen en kleinkinderen in Nederland op vele plekken Poerimfeesten hebben mogen organiseren: in Almere, sjoel Amstelveen, Zuidas en Lelystad. Maar ook de inzet van bijvoorbeeld rabbijn Cohen voel ik een beetje als een product van onze werkzaamheden ten behoeve van Joods Nederland, want via ons is rabbijn Cohen in Maastricht beland. We hoeven onszelf dus geen verraders te voelen.

Sjabbat was nog niet voorbij of ik werd weer keihard geconfronteerd met Oekraïne. Een van de rabbijnen uit Oekraïne vroeg of ik een moeder met 2 kinderen kon opsporen die ergens in Nederland als vluchtelingen moesten zijn aangekomen. Na enig speurwerk hebben we ze gevonden en we gaan proberen de taak van hun Oekraïense rabbijn over te nemen. Op de vraag aan de rabbijn uit Mariupol, die nu in Israël is, hoe de situatie is, kwam er slechts één woord uit: dramatisch! Zijn huis bestaat niet meer; alle foto’s van zijn kinderen, zijn er niet meer; zijn sjoel is een ruïne; bijna al zijn gemeenteleden zijn omgekomen; alles dat hij had opgebouwd is niet meer; De Rabbijn van Mariupol is de rabbijn van een groeiende gemeente die eens was….maar niet meer is!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Ik kreeg de Bisschop op het juiste pad! Dagboek van de Opperrabbijn, 16 maart 2022  Poerim.

Het is Poerim. Maar het is dit jaar redelijk dubbel. Wel verkleden, niet verkleden? Uitbundig vieren of ingetogen? Wel of niet dansen en de overwinning van de Jood Mordechaj over de snode Haman vieren als er nu bitter weinig valt te vieren? Wel of niet de Poerimgrollen, waarin altijd weer wordt ingetuimeld omdat een echte goede grap erg dicht bij de waarheid behoort te liggen. Zo niet, dan is het een grap, maar geen goede!

Ik heb me dus dit jaar niet verkleed. Mijn persoonlijke keus. Reden: de Joden in Oekraine verkleden zich dit jaar ook niet. Hun sjoels bestaan nog nauwelijks meer en ze hebben wel wat anders aan hun hoofd dan verkleden. Maar toch wil ik iets met u delen over een verkleedpartij in Oekraïne:

Koen Carlier en zijn team zijn voor mij de helden van Christenen voor Israel die dag en nacht tussen de bombardementen door Joodse Oekrainers over de grens rijden om ze een veilig thuis in Israël te verschaffen. Tranen van ontroering wellen in mij op als ik denk aan het gevaar dat ze vrijwillig op zich nemen om ons te redden. Drie weken geleden, een kwartier voor het begin van de sjabbat, vroeg Koen mij in een whatsapp of het toegestaan is om op sjabbat door te gaan met zijn reddingswerk. Mijn reactie was dat het niet mag, maar moet. Toen mijn Blouma zijn vraag hoorde moest ze meteen denken aan haar grootvader, Jesaja Shapiro, geboren in Soemi – Oekraïne en omgekomen bij het beleg van Leningrad door uitputting en honger, nog geen 50 jaar oud. Hij had kunnen vluchten maar heeft dat niet gedaan om de achterblijvers te helpen met onderduik of ontsnappen. Onder hen vele jonge Joodse mannen die als kanonnenvlees het leger van de Sovjet-Unie in moesten en uiteraard hun Joods religieuze leven konden afschaffen, want het dienen van G’d was crimineel. Een van zijn nichtjes, een weeskind, was pas getrouwd. Maar het geluk was maar van korte duur want al snel werd het te gevaarlijk voor haar man en met hulp van oom Jesaja ‘verdween’ hij. Oom Jesaja gaf haar geld om een treinkaartje te kopen om de hel te ontvluchten. Als ze eindelijk een treinkaartje heeft verworven en twee weken later de trein kan nemen, komt ze huilend bij haar oom. De datum van de riskante treinreis naar de hopelijke vrijheid was op een sjabbat en dus kon ze niet weg. Maar oom Jesaja gaf haar duidelijk te verstaan dat ze die sjabbat niet met de trein mag reizen, maar moet. Oom heeft haar zelf naar het station gebracht. Ze was in blijde verwachting, maar het woord blijde was met veel verdriet omringd, want ze stond alleen op het perron, zonder haar prille echtgenoot. Oom ging mee de trein in en toen de conducteur floot en hij de trein uit moest zei hij tegen zijn nichtje: dadelijk komt een oud vrouwtje naast je zitten. Zeg niets tegen haar, maar wees niet verbaasd als haar stem lijkt op de stem van je man.  Het nichtje en haar verklede oude vrouwtje hebben in Israel een gezin opgebouwd en vele nazaten gekregen. Taiby Camissar uit Amstelveen, de vrouw van de Chabad-rabbijn voor de Israëliërs, is een van hun kleinkinderen!

En nu naar het heden: Bisschop Herman Woorts van het Aartsbisdom Utrecht en mijn persoon waren samen vorige week zondag aanwezig bij de plechtigheid vanwege de situatie in Oekraïne op het militaire Ereveld in Loenen. Doodstil voor Vrede, was het thema. Voorafgaand aan deze bijzondere middag, die eindigde met de Taptoe en twee minuten doordringende stilte, zat ik in de auto van het Bisdom met als chauffeur de Bisschop himself. Nou was het weliswaar nog geen Poerim, maar toch was het de omgekeerde wereld. De Rooms Katholieke Kerk heeft het bekeren van Joden afgeschaft in 1965 en sindsdien is er voortdurend gewerkt aan een positieve waardering en hechte band.  En dus, geloof het of niet, heb ik, met Poerim in mijn gedachten, van de gelegenheid gebruik gemaakt om de rollen maar eens om te draaien en besloten om de Bisschop op het juiste pad te krijgen, nadat eeuwenlang er geprobeerd is om ons te bekeren. En, trouwe lezer van mijn dagboek: het is gelukt! Na enig tegensputteren heeft de Bisschop toegegeven, zijn dwaling erkend en gekozen om de door mij aangegeven richting blindelings en vol vertrouwen en vanuit  vriendschap te volgen.

En dus, met slechts enkele minuten vertraging vanwege de wegwerkzaamheden, kwamen we samen eendrachtig en goed aan bij het militaire Ereveld in Loenen en kon de plechtigheid beginnen.

 

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Doodstil voor Vrede! Dagboek van de Opperrabbijn 13 maart 2022

 

Gisteravond, uitgaande sjabbat, waren we naar Almere gegaan voor de “melawe malka”, de maaltijd die na afloop van de sjabbat genuttigd wordt als een soort “uitgeleide doen van koningin sjabbat”. Het was ook het verjaardagsfeestje van een van onze kleinkinderen. Tot we thuis waren was het rond middernacht. Niet meteen naar bed, maar eerst natuurlijk online kijken naar het nieuws over Oekraïne. Twee keer per jaar ga ik naar Oekraine en ik heb dan altijd dezelfde tolk. We kennen elkaar erg goed na al die jaren en daardoor levert zij niet alleen een juiste letterlijke vertaling, maar ook de emotie weet ze over te brengen, hetgeen natuurlijk erg belangrijk is voor de toespraken en lezingen die ik geef voor de Joodse gemeenschappen die we bezoeken. Van 9 tot 17 mei staat er weer een bezoek gepland in mijn agenda. Ik weiger dat bezoek te verwijderen en, zoals u ziet, schreef ik zojuist niet dat we twee keer per jaar naar Oekraïne gingen, maar we gaan!  Thuisgekomen en de ramp weer gezien te hebben, hebben we beiden bijna een uur lang gekeken naar Mr. Bean. Even weg van de schrijnende werkelijkheid. Vanwege het late uur en omdat ik sjabbat overdag geen uiltje had geknapt, had ik de wekker op 9 uur gezet. En ja hoor: om 9 uur ging de wekker af en hoorden we meteen op het nieuws over de op West Oekraïne afgeschoten raketten, de slachtoffers, de ambulances. Maar direct na het nieuws het zondagochtend radioprogramma: “Vroege Vogels”. Over de natuur, de vogeltjes, de insecten en de paddenstoelen. Jammer dat er ook nog even werd gezeurd, want zo noem ik dat denigrerend, over het probleem dat slechts 28% van de vogelaars vrouwen zijn en het beeld bij de outsiders leeft dat vogelaars uitsluitend mannen zijn met baarden. Maar verder een geweldig programma. Wat een rust, wat is onze aarde mooi, wat een G’ds wonder hoe alles op elkaar is afgestemd. De kleur van de bloemetjes om bepaalde insecten te lokken die dan weer, nadat ze op het bloemetje zijn neergestreken, voor bevruchting bij andere bloemetjes zorgen. Wellicht, mijn trouwe dagboekenier, denkt u dat ik tijdelijk de weg geestelijk een beetje kwijt ben. Terwijl rampen zich afspelen, schrijf ik over vogeltjes. 

Terug naar mijn tolk. Ik heb vernomen dat het haar is gelukt om te vluchten met haar zoon. Uiteraard zonder man, want die is dienstplichtig. Wat een ramp, terwijl de vogelaars gewoon doorgaan met het in alle stilte observeren van vogeltjes, insecten en plantjes. En terecht! Zo is het leven nu eenmaal! Aan de ene kant van de wereld, overigens akelig dichtbij, speelt zich een humanitaire ramp af en elders gaat alles gewoon door. Vrolijke folders bereiken mij voor Poerimfeesten. Wel gaan? Niet gaan? Vreugde en verdriet. Leven en dood. Geboorte en een begrafenis. Luxe en onbeschrijfelijke armoede. Toen iemand aan een Rebbe vertelde dat hij niet meer in G’d gelooft vanwege Auschwitz, antwoordde de Rebbe hem: Ah, u gelooft dus in de mensheid!

We waren vandaag in Loenen als genodigden van de Oorlogsgravenstichting. Een indrukwekkende en perfect georganiseerde bijeenkomst onder de titel: Doodstil voor Vrede. We, dat waren Blouma, Bisschop Woorts van het Aartsbisdom Utrecht en ik. We hadden afgesproken om zichtbaar naast elkaar aanwezig te zijn om te tonen dat de Joodse Gemeenschap en de RK-kerk beiden, los van welke politiek dan ook, ieder slachtoffer van oorlog diep betreuren en dat we beiden snakken naar sjalom. Dit idee kwam trouwens uit de koker van generaal-majoor Theo Vleugels, mijn vriend en directeur van de oorlogsgraven stichting. Het was een briljante bijeenkomst. Tot in de puntjes georganiseerd. Ontmoetingen met slachtoffers, overlevenden, een vader van een gesneuvelde soldaat en Herman Polak, een overlevende van de Holocaust. Maar ook een strateeg, een psychologe en een geestelijk verzorger van defensie vormden een onderdeel van het programma en beantwoordden vragen van de genodigden. Een toen om 15:30 uur de ceremonie.  Een paar korte toespraken. Muziek van de militaire kapel, een Russische en een Oekraïense moeder die samen opriepen tot beëindiging van de oorlog en toen twee minuten stilte om alle burgerslachtoffers en ook militaire slachtoffers van de huidige oorlog te herdenken: het was Doodstil voor Vrede!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Dat heeft dan ook geen invloed op de prijs van onze benzine. Dagboek van de Opperrabbijn 9 maart 2022

Ik ben helemaal geobsedeerd door de toestand in Oekraïne waaraan ik natuurlijk niets kan veranderen behalve dawenen-bidden. Ik ben gevraagd om naar de grens te komen tussen Moldavië en Oekraïne, maar hoewel ik erg graag wil gaan heb ik geen tijd en bovenal: Wat kan ik daar doen? Zal ik tot last zijn? Gaan voor de foto, de PR? Ondertussen probeer ik de mij bekende en bevriende rabbijnen te bellen en hen tot steun te zijn en mijn Blouma belt hun echtgenotes. Met Christenen voor Israel die gigantisch werk verrichten denk ik mee en non-stop word ik op de hoogte gehouden van hun pogingen om Joden uit Oekraïne op te halen. Die pogingen zijn absoluut niet zonder gevaar want de doorgaans onbegaanbare wegen zijn nu in sommige gebieden levensgevaarlijk.

Vanochtend was ik in Hoorn. Het gewone rabbinale werk gaat ook door en dadelijk rijd ik naar Den Haag voor een vergadering van de Nettie van Zwanenberg Stichting. Wat ik in Hoorn deed? Op de Joodse begraafplaats zijn twee grafzerken, die in de tuin van het museum in Hoorn hadden gelegen, teruggebracht. Ook een steen met opschrift die ooit in het Metahara huisje, waar de overledenen werden gewassen, op de oude begraafplaats aan de muur hing, werd hier aan het begin van de begraafplaats als het ware onthuld. Ik kan me voorstellen dat u zich afvraagt of ik niet iets beters te doen heb. Een goede vraag waarop mijn antwoord is: neen, ik heb niets beters te doen. Aanwezig waren de wethouder van cultuur en de burgemeester. Dit soort bijeenkomsten zijn van groot belang voor de educatie van de jeugd. Door schoolkinderen hierheen te brengen kunnen ze zien en horen hoe eens in Hoorn een Joodse gemeenschap was, waarvan niets meer is overgebleven. Dit soort plekken spreekt vaak meer aan dan “Ver-weg-Auschwitz”, omdat het bij de jeugd om de hoek is en zodoende zichtbaarder is. De burgemeester en de directeur van het museum vanwaar de stenen kwamen deelden mijn mening volledig. Educatie, educatie, educatie. Wij moeten onze kinderen uiteenzetten wat er zomaar fout kan gaan.

Even een uitstapje naar Oekraïne, oorlog. Afschuwelijk en onaanvaardbaar! Rusland de agressor en Oekraïne het slachtoffer. Klopt helemaal. Maar in dit afgrijselijke slagveld ontstaat er ook anarchie, plunderingen van winkels en plunderingen van voedselvoorraden. Die plunderaars zijn zowel Russen als Oekraïners. En in die plaatselijk heersende anarchie zien we ook weer: antisemitisme! Losgeslagen bendes geven de Joden de schuld. Dit is al geen theorie meer, maar praktijk. Mijn schoonmoeder die als kind het beleg van Leningrad heeft overleefd werd van buiten belaagd door de bommen, van binnen door de honger en van beide kanten door antisemitisme! De geschiedenis herhaalt zich terwijl u mijn dagboek leest.

Gisteravond zou ik een lezing geven voor een van mijn Joodse Gemeenten. De voorzitter belde mij maandag nog even om wat na te vragen over de inhoud van mijn lezing. Nadat ik zijn vraag had beantwoord zei hij: tot straks! Oeps, een foutje in mijn agenda. En dus moest ik na mijn lezing in Helmond voor Probus, halsoverkop naar: Groningen. Dit werd me even te veel, want nadat ik bijna twee uur achter elkaar in Helmond had gesproken nog even naar Groningen? Maar ja, mijn fout en dus werd het een “ja, ik kom”. Uiteindelijk heeft het bestuur medelijden met me gehad en mag ik volgende week maandag komen.

En dus had ik gistermiddag vrij. Dat wil zeggen, gewoon e-mails beantwoorden en verder zenuwslopend meedenken hoe we de Joodse Oekraïners weg kunnen krijgen en de nodige telefoontjes. Een oudere man en vrouw uit een van de EU-landen willen toetreden tot het Jodendom. Ze zijn er klaar voor volgens hun lokale rabbijn, ik heb ze inmiddels een paar keer gezien en nu een datum bepalen. Mijn agenda is bomvol. Poerim komt eraan. Na Poerim conferentie over vrijheid van G’dsdienst en over Oekraïne in Budapest. En zojuist krijg ik een verzoek van CIP om een column te schrijven over de Joodse visie op oorlog en of we Poetin mogen haten. Als ik dadelijk terug ben uit Den Haag, ga ik wel even achter de computer zitten om die column te schrijven. En ondertussen ben ik in mijn gedachten steeds in Oekraïne. Ik ken ze, ik zie die bejaarde zieke mensen op de vijfde verdiepingen. Zij kunnen niet weg. Te ziek, te zwak. Hoe kunnen mensen elkaar dit aandoen? Terecht gigantisch veel aandacht voor Oekraïne, maar wat met de slachtingen in Afrika? Nauwelijks tot geen aandacht. Maar ja, dat heeft dan ook geen invloed op de prijs van ons gas en onze benzine.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Opdat er eenheid in diversiteit ontstaat. Dagboek van de opperrabbijn 6 maart 2022

Bij de opening vorige week van de dubbeltentoonstelling in de sjoel van Enschede heb ik iets geleerd wat ik nog niet wist. Enschede heeft een wijk genaamd Lonneker, dat was me bekend omdat ik decennia geleden de rabbijn (toen heette dat nog pastoraal werker) was van het ressort Overijssel. Wat mij onbekend was, was dat in de periode 1818-1884 Enschede een deel was van Lonneker. Met andere woorden: de huidige wijk Lonneker was eens de baas van de toenmalige wijk Enschede en was toentertijd dus een belangrijke plaats. Dat toenmalige Enschede had van 1893-1906 de eerste Joodse burgemeester van Nederland. Na zijn burgemeesterschap in Lonneker werd deze eerst Joodse burgemeester van 1906-1911 de burgemeester van Almelo. Zijn naam: Eduard Jacobs. En een van zijn zussen was Aletta Jacobs. En die Aletta Jacobs, zo is mij door mijn oma en opa Jacobs altijd verteld, was een nicht van de vader van mijn opa.  Met andere woorden: waarom ben ik in 1976 spontaan, en het eerste jaar vrijwillig, een dag per week mijn rabbinale diensten gaan aanbieden aan Overijssel om er vervolgens 10 jaar te blijven werken? Overijssel was me altijd duidelijk omdat de grootvader van mijn oma opperrabbijn was van Overijssel en Zwolle had daarboven nog iets extra’s want daar woonde die opa van mijn oma.  Maar nu blijkt dat ik niet alleen met Zwolle een dubbele band heb, maar ook met Almelo en Enschede.

Met het bovenstaande was ik dus even afgeleid van de huidige afschuwelijke situatie in Oekraïne, die me momenteel dag en nacht bezighoudt. Uiteraard word ik voortdurend op de hoogte gehouden van de heldendaden van Koen Carlier met zijn team. Wat daarvan het nut is, weet ik niet precies, maar ik denk dat Koen en de zijnen ook behoefte hebben om tussen de bombardementen door hun gigantische zorg te delen met een groepje vertrouwelingen. Los daarvan zit ik zo’n beetje de hele dag het nieuws te volgen, de drama’s te bekijken, kort te bellen met de rabbijnen uit Oekraïne waarvan ik nu iets meer dan een maand geleden nog een flink aantal in Kiev heb ontmoet. Wat een machteloosheid, wat een moed bij een van die rabbijnen die me letterlijk schrijft dat hij zijn paar duizend ouderen niet kan achterlaten. We krijgen ook namen door van mensen in grote nood die volledig vast zitten zonder eten, drinken, medicijnen. Of ik kan regelen dat ze bezocht worden. Onbegrijpelijk en onbeschrijfelijk.

En dan krijg ik gezellige uitnodigingen voor Poerimfeesten. Het heeft geen zin om Poerim dit jaar te schrappen, misschien juist extra vieren.  Even weg van alles. Maar ja, denk ik dan, wegkijken en weglopen heeft geen zin. Maar anderzijds, wat bereik ik door met op Poerim te gaan treuren? Er zal wel weer onenigheid ontstaan over het wel of niet Poerim-vieren. En dat moet nu juist niet gebeuren. Haman had opgemerkt dat er bij de Joden onderlinge verdeeldheid heerste en daarvan wilde hij gebruik maken om het Joodse volk uit te roeien. Maar onze grootste kracht is juist onze éénheid. Laat dat onze inzet zijn voor Poerim 5782 -2022. Eenheid betekent ook dat je een ander afwijkend inzicht mag hebben, van mening mag verschillen, want uiteindelijk zijn we inderdaad allemaal anders, niemand is uniek of juist en beter geformuleerd: ieder van ons is uniek en heeft het recht om er vanuit zijn eigen denkwereld tegenaan te kijken. Voorwaarde is wel dat wederzijds respect en inlevingsvermogen een sine qua non zijn opdat er eenheid in diversiteit ontstaat. Als de grote Russische leiders dat nou ook begrijpen, is de oorlog in Oekraïne verleden tijd!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/