Foutje. Zal niet meer gebeuren. Sorry. Dagboek van de Opperrabbijn, 2 maart 2022

In de sjoel van Enschede vond vorige week een bijzondere bijeenkomst plaats: een dubbeltentoonstelling! Een tentoonstelling over 1/ Enschede in de oorlogsjaren en 2/ borden met daarop de namen van alle leden van de Joodse Gemeente van voor de oorlog, die niet terugkeerden, zoals we dat zo keurig en bijna gevoelloos benoemen. Maar het was iets ingewikkelder. In 1928 werd Circus Menko, zoals de sjoel werd genoemd, ingewijd. Via een gecompliceerd speurwerk zijn alle namen gevonden van de toenmalige aanwezigen en zelfs hun zitplaatsen bij de inwijdingsdienst kon worden achterhaald. En dus kreeg ieder op zijn plaats zijn naamkaartje en idem op de damesgalerij. De nieuwe burgemeester was aanwezig en samen mochten we de tentoonstelling openen. Uiteraard is er nog veel meer gebeurd de afgelopen dagen, maar wat overheerste en overheerst is de oorlog in Oekraïne. Blouma en ik zijn er constant mee bezig. Maar wat kunnen we van hieruit doen? Voor ons is het allemaal heel erg dichtbij. Wij kennen Oekraïne, we kennen de rabbijnen, de medewerkers van Christenen voor Israel die daar hun werk doen onder het motto “Breng de Joden thuis”. Koen, het hoofd van de organisatie in Oekraïne, is een held. Ongelofelijk wat daar gedaan wordt gedaan om de Joden uit Oekraine weg te krijgen. Ik volg het de hele dag door, bel de rabbijnen regelmatig om ze te bemoedigen. Een van de rabbijnen kon het niet meer aan. Huilend aan de telefoon omdat zijn gemeenteleden vermoord worden, er geen eten meer is, elektriciteit was uitgevallen en ze geen kant op konden. De rabbijn doet wat hij kan, maar feitelijk kan hij bijna niets. Hoe kan het dat Joodse oligarchen Poetin blijven steunen en dus zwijgend toekijken hoe volledig onschuldige burgers worden vermoord. Na dit aardse bestaan hebben die oligarchen iets uit te leggen, dat moge duidelijk zijn, maar deze weet helpt niet de huidige situatie.

Ik ben net terug van mijn dagelijkse snel-wandeling. Even weg van het nieuws en aan iets anders denken. Een aantal kehillot wil nu al een Pesach artikel hebben en uit California word ik benaderd vanwege een triest sterfgeval in Nederland en vanuit Engeland krijg ik een telefoontje om iemand in Polen te helpen.  Never a dull moment!

Vanmiddag was ik aanwezig bij de (her)onthulling van het zogenaamde “Erkentelijkheids-monument”. Even uitleggen: na de oorlog heeft een aantal Joden een monument opgericht om de Nederlanders te danken voor hun hulp en voor het feit dat Nederland weigerde hun Joden te verraden. Een flinke misser, want 80% van onze Joodse gemeenschap werd vermoord met enthousiaste medewerking van Nederland. En dus was er toen felle kritiek op de plaatsing van dit monument. Om een lang verhaal kort te houden: het monument was om redenen verplaatst en nu weer naar de bijna oorspronkelijke plaats teruggebracht. Ook deze verplaatsing is discutabel en dus moest ik diep nadenken of ik wel of niet de uitnodiging namens de Burgemeester van Amsterdam wilde aanvaarden. Na overleg koos ik ervoor om wel te gaan. Nadrukkelijk zou verwoord worden, en aldus geschiedde, dat het belachelijk was dat Joden zelf een erkentelijk monument moesten betalen en los daarvan: erkentelijk voor wat?? Voor het enthousiaste meewerken aan de nazi’s? Het zou een kleine bijeenkomst worden, slechts enkelingen waren uitgenodigd. Na wikken en wegen sloeg mijn interne weegschaal naar rechts door en dus zou ik gaan. Het was trouwens een prima bijeenkomst met twee sprekers. Emile schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier die perfect uitlegde hoe fout de boodschap was, maar dat die foute boodschap wel een deel was van de geschiedenis. En de tweede spreker was Halsema. Samengevat was haar korte toespraak: schaamte, schaamte voor hetgeen Amsterdam had nagelaten te doen.

Voordat ik naar de korte plechtigheid ging, ontmoette ik op mijn kantoor te Amsterdam Buitenveldert, een medewerker. In mijn onwetendheid wilde ik hem een lift aanbieden naar de (her)onthulling. Dat had ik beter niet kunnen aanbieden, want hij was niet uitgenodigd, was de mening toegedaan dat niemand naar die bijeenkomst zou moeten gaan en omdat het begrip tolerantie hem niet zo goed bekend is, werd ik op onaangename en aanmatigende wijze door deze medewerker bejegend.

Zo, ik heb dat nu van mij afgeschreven!  Mocht de onderhavige medewerker dit dagboek lezen dan zal ik wel weer mijn excuus moeten aanbieden aan zijn bestuurders omdat ik hem heb beledigd. Bij deze dus mijn welgemeende excuus! Ik had mijn boosheid niet op papier moeten zetten! Foutje. Zal niet meer gebeuren. Sorry.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/

 

Maar ik heb er wel een hard hoofd in. Dagboek van de Opperrabbijn 27 februari 2022

Wellicht bekend, maar wekelijks heb ik een column in het papieren NIW. Doordat ik maandag mijn column voor het NIW van vrijdag, die op woensdag wordt gedrukt, moet inleveren, kan dus een column niet echt actueel zijn. En dus was mijn column voor het aanstaande NIW al klaar. Die column ging over medische ethiek en wel over abortus. Maar ik durfde het niet meer te versturen want Oekraine staat ook vandaag nog steeds in brand en ik verwacht niet dat de brand snel zal zijn geblust. Een gevoel van machteloosheid heeft mij en velen met mij benomen. Het gezeur over wel of niet mondkapje, voel ik nu als een belachelijke toneelvoorstelling van een stelletje malloten. Wat mensen elkaar kunnen aandoen is niet te vatten en niet te beschrijven. En toch probeer ik te relativeren. Waarom al die opwinding over Oekraïne, terwijl op zovele plaatsen in de wereld precies hetzelfde gebeurt? Denk aan een aantal Afrikaanse landen waar opstandelingen of regeringstroepen volledig onschuldige burgers verkracht, verminkt, vermoordt. Was ons Nederlandse optreden in Indonesië wezenlijk anders dan de Russische aanval op Oekraïne. En waarom horen we nagenoeg niets over Tibet, over mensenrechten in…en in… (vul zelf maar in!)?

We naderen Poerim. Toen was de aanval van de snode Haman uitsluitend gericht op de Joden, nu zeker niet specifiek op Joden, maar op alle inwoners, ongeacht geloof, huidskleur of ras. Van discriminatie is dus geen sprake en zelfs niet van antisemitisme. Dat is dan mooi meegenomen, vliegt door mijn gedachten. En toch ligt er voor de Joodse gemeenschap van Oekraïne een extra gevaar op de loer. Want als er anarchie ontstaat, en dat kan zomaar geschieden, dan barst het antisemitisme los en krijgen de Joden de schuld. Schuld waarvan, hoor ik u denken. U kent toch dat grapje dat feitelijk de keiharde waarheid naar voren brengt: Vraag: Wie is schuldig, de lantaarnpaal of de Joden? Antwoord: Hoezo lantaarnpaal? Van alle kanten word ik gebeld met de vraag hoe Oekraïne gesteund kan worden. En vervolgens moet ik al mijn pastorale vaardigheden aanwenden om de vraagsteller te steunen. Angst overheerst. Wanneer houdt Poetin op? Hoe ver zal hij gaan? Is het verstandig dat de Nederlandse Overheid zich pro Oekraïne uitspreekt? Ikzelf loop voortdurend te denken aan mijn jongere collega’s, die ik persoonlijk ken en die met gevaar voor eigen leven weigerden hun standplaats te verlaten…

Vanmiddag was er een ingelaste sjoeldienst in Amsterdam om te dawenen-bidden voor het welzijn van Oekraïne. Een van de aanwezigen komt na afloop van de speciale dienst naar me toe om z’n beklag te doen dat zijn rabbijn afgelopen sjabbat geen woord heeft gerept over de afschuwelijke toestand in Oekraïne. Een ander kwam mij vertellen dat hun rabbijn gek is geworden want die vermeldde in zijn droosje-toespraak tijdens de sjabbat-dienst dat het onjuist is om kwaad te spreken over Poetin, want Poetin heeft gigantisch veel gedaan voor de Joodse gemeenschap in Rusland. Verder kreeg ik nog een woedende e-mail met de aanmerking c.q. beschuldiging dat ik aandacht vroeg voor de misère van de Joden in Oekraïne terwijl de catastrofe voor allen gelijk is, Joods en niet-Joods! Ook mocht ik vernemen van weer iemand anders dat medelijden voor Oekrainers onterecht is want de Oekraïners waren grotere schurken dan de Nazi’s. Mijn antwoord dat zelfs als dat waar is, dan nog kunnen we kleinkinderen niet veroordelen voor de misdaden van grootouders. Maar dat antwoord werd niet geaccepteerd, want dat zou uitsluitend gelden als de kleinkinderen officieel afstand zouden hebben genomen van de misdaden van hun grootouders.

Ondertussen is er in een van mijn Joodse Gemeenten een ruzie ontstaan over een wel of niet koosjer pannetje en ben ik drukdoende de strijdende partijen weer tot elkaar te brengen. Of dat pannetje wel of niet nog koosjer is, is eigenlijk niet meer aan de orde, want de ontstane vete staat hoger dan het pannetje. Deed me denken aan mijn overgrootvader. Die woonde in Sneek en had zich afgescheiden van de bestaande Joodse Gemeente, een eigen sjoel opgericht en een eigen Joodse begraafplaats. Laat ik nou altijd hebben gedacht dat dat was om religieuze redenen, maar deskundigen hebben me verzekerd dat het was om een ruzie over een kinderwagen! En ondertussen is de catastrofe en het menselijk leed in Oekraïne afschuwelijk en moeten we dawenen-bidden dat de vrede spoedig mag komen, “voor alle bewoners van Uw aarde”.

Maar ik heb er wel een hard hoofd in.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Dit is een dagboek en geen klaagzang! Dagboek van de Opperrabbijn 23 februari 2022

Ik ben nog maar net wakker omdat ik zeer laat was thuisgekomen van een chassene (bruiloftsfeest) in Antwerpen. Er waren honderden gasten en echt een groot Joods feest. Ik zat aan de hoofdtafel op een podium en kreeg van alle kanten vriendelijke woorden, heel veel kowed (eer) en erkenning. Mijn gevoel van hoogmoed bloeide! Om 3 uur in de ochtend zag ik dan eindelijk pas mijn bed nadat ik nog net niet achter het stuur in slaap was gevallen. En nu zit ik dan met een kater. Niet van de alcohol, want er wordt in orthodox Joodse kringen nauwelijks gedronken, maar vanwege mijn zorg over Oekraïne en het sterk groeiende antisemitisme in ons land en in de rest van Europa. Dagelijks ben ik in contact met onze moedige rabbijnen in Oekraïne. Oekraïne is natuurlijk geen probleem dat alleen Joden treft, maar als er dadelijk onverhoopt anarchie ontstaat in de zogenaamde bevrijde gebieden, dan is de Joodse gemeenschap bij uitstek wel overgeleverd aan extremistische bendes waarvan er velen antisemitisch zijn. Een van de Oekraïense rabbijnen bedankte mij gisteren uitgebreid voor mijn bemiddelende rol tussen zijn gemeenschap en Christenen voor Israël. Omdat ik de koppelaar ben geweest tussen hem en CvI zijn honderden straatarme Joodse Oekraïners jarenlang voorzien geweest van medicijnen en voedsel. Zijn dramatisch getoonde dankbaarheid deed me denken aan de briefjes die uit de trein van Westerbork naar Auschwitz werden gegooid waarin vaak woorden van “dank voor de vriendschap en de hulp en maak je geen zorgen over ons. Tot ziens!”

En dan de tweede reden voor mijn kater: helaas heb ik gelijk gekregen. Het uitstel van de Koepel van Universiteiten voor het WOB-onderzoek is niet meer dan een uitstel. Iemand van de Erasmus Universiteit (Erasmus was trouwens bepaald geen vriend van het Joodse volk lang voor het bestaan van de Staat Israël in 1948) heeft het uitstel sluw aangegrepen om uit te leggen welke nobele bedoelingen er liggen in het clubje van Van Agt. Dit was natuurlijk te verwachten en daarom had ik al in de Joodse media gereageerd op het uitstel van de universiteiten en mijn terughoudendheid kenbaar gemaakt. Helaas had ik dus gelijk. Een goede vriend van mij had mij laten weten dat het onjoods is om negatief te denken en dat ik juist de brief van de Koepel van Universiteiten als positief moest beschouwen. Uiteraard zie ik die brief als positief, maar daarmee is het antisemitisme op universiteiten echt niet verdwenen.

Enfin, dit is een dagboek en geen klaagzang! Mijn Blouma en ik waren op bezoek bij een van de bestuurders van Joods Nederland. We zijn beiden even oud en hebben dus ook dezelfde ervaring met Joods Nederland. Geweldig om te horen op hoeveel fronten dit bestuurdersechtpaar, want ze zaten en zitten beiden in vele besturen, actief is en was. Mensen die in de schaduw van de oorlog keihard hebben gevochten om Joods Nederland weer overeind te krijgen. Heel veel hebben ze ook gedaan voor Israël, veel eer hebben ze gekregen, maar bijna evenzoveel kritiek en afgunst. Maar juist die afgunst en die tegenwerking zijn het bewijs dat ze echt goed bezig zijn en waren. Laat ik nou gedacht hebben dat alleen tegenwerking bij rabbijnen bestaat!

Een bestuurder van een van mijn gemeenten vertelde mij eergisteren over de gigantische hulp die ze als Joodse Gemeente heeft gekregen van niet-joodse vrijwilligers die om niet de sjoel hebben gerestaureerd en op de begraafplaats al het achterstallig onderhoud hebben verricht waardoor sjoel en begraafplaats er weer uitzien. Om hun dankbaarheid te tonen ben ik gevraagd, door die bestuurder, om voor die groep een lezing te houden over een door hen te kiezen onderwerp. Dat doe ik dan graag! We hebben echt ook vrienden, vrienden van Israël, vrienden die voor en achter ons staan en die meestrijden om ook voor Nederland de Joodse Gemeenschap te behouden.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

Ik voel mezelf als een vuurtoren. Dagboek van de Opperrabbijn 20 februari 2022

Door al mijn geschrijf bereik ik, tot mijn verbazing en vreugde, mensen uit de Joodse gemeenschap die Joods zijn, Joods blijven, maar ver weg zijn van hun roots, door allerlei omstandigheden. Mijn dagboeken zijn dan een soort vuurtoren, een lichtpunt, dat hen helpt de richting op te gaan die ze zo graag willen, maar tot op heden niet konden of niet wisten.

Ik breng Elsje weer even in beeld:

Elsje deel II.

Elsje stuurde mij vanochtend een bericht uit Israël. Het gaat heel goed met haar.

“Hallo rabbijn Jacobs, even een berichtje uit Israël van ons. We hebben het nog steeds heerlijk hier, genieten volop van kinderen,  kleinkinderen en van het Heilige Land. Ik ben op 3 oktober begonnen met de Oelpan, 3 ochtenden per week, superleuk om te doen. Ze beginnen helemaal bij het begin en eigenlijk hoor ik in een andere klas, maar dan moet ik 5 dagen en dat vind ik te veel. Dus lekker rustig aan en:   ben ik  voor het eerst van mijn leven de beste vd klas😄 .

Ik loop wel een eind vooruit in het boek waaruit we leren en krijg ander huiswerk mee dan de rest, dus dat is wel fijn. Het is hier een geweldig klimaat, zo heerlijk, bijna elke dag zon. We missen Nederland echt niet, we zijn zo op onze bestemming hier. Gaat alles goed bij jullie? Doe Blouma de hartelijke groeten van ons, en uiteraard ook voor u.

Elsje.”

Voor het geval dat u niet (meer) weet wie Elsje is, ben ik in mijn verzamelde dagboeken en columns gedoken en zowaar vond ik Elsje in een van mijn columns uit januari 2021:

  • Els vertrekt binnenkort naar Israël! Jarenlang zat ik iedere woensdag bijna twee uur in de trein om het groepje, waarin ze zat, Joodse les te geven. Ik had haar leren kennen door haar moeder. Een lieve maar zwaar zieke vrouw die de oorlog wel en niet had overleefd. Verslaafd aan de alcohol, kettingrookster, kon geen relatie vasthouden en was diepongelukkig. Een wandelende tragedie. En in die zieke entourage groeide Elsje op. Ik weet waarschijnlijk beter dan zijzelf hoe ze werd misbruikt, toen ze nog heel klein was. Met geen pen te beschrijven. Ze was een voorbeeldige leerlinge, snakte naar kennis en naar warmte. Onvoorstelbaar dat ze normaal was. Elsje werd ouder en krijgt een vriendje, een jongen die ook in dat groepje zat. Ze wilden trouwen. Ieder moet zelf beslissen met wie het verdere leven te delen, maar hier wilde ik toch, hoe onethisch ook, tussenbeide komen, als een soort vader. “Elsje, je verdient beter. Haast je niet, de ware komt echt wel, je bent nog zo jong.” Ze hoorde me aan, ik denk dat ze me begreep, maar ze volgde me niet. En dus, enige jaren later heb ik hun de choepa gegeven en ze vanuit de grond van mijn hart al het goeds toegewenst. Het gezin breidde zich uit, het leek allemaal zo mooi. Maar toen kwam er een abrupt einde aan het sprookje. Hun straat werd afgezet, een arrestatieteam deed een inval en manlief verdween voor jaren achter de tralies. Elsje bleef alleen achter met haar kinderen, contact met hem wilde ze echt niet meer hebben, maar, zo verzekerde ze me ongevraagd, ik zal als een vrome Joodse vrouw blijven leven, denk niet dat ik dat zal opgeven. Dat lukte haar enige jaren, maar daarna dwaalde ze af naar een sekteachtig gebeuren. Af en toe hadden we contact. Na jaren kwam er een nieuwe man in haar leven, die haar en de kinderen als een zorgzame man en vader behandelde. Bij de Brit Mila van hun gezamenlijke zoontje was ik aanwezig. Els wordt binnenkort vijfenvijftig, een intelligente krachtige vrouw met levenservaring. Heel lang was ze erg ver weg. Haar moeder kijkt vanuit de hogere sferen verheugd toe hoe haar nazaten,

ondanks alles, voor het Jodendom behouden blijven en op weg zijn naar het Heilige land. En ik ontving eergisteren een WhatsApp: Bedankt voor de Joodse lessen! Elsje.

Els, bedankt dat ik een schakeltje in je leven mocht zijn en daardoor een onderdeel van je aliya naar het Heilige land!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

 

 

 

Goed WOB-nieuws, maar toch… Dagboek van de Opperrabbijn 16 februari 2022

In de auto hoorde ik op de radio een discussie over de vraag of de huisarts wel of niet zich mag bezighouden met abortus. Hoewel het duidelijk moge zijn dat de Joodse wet, de halaga, fel tegen abortus is maar abortus verplicht (!) als het leven van de moeder in gevaar is, ben ik toch geïnteresseerd om de voor en tegen argumenten te volgen, speciaal als ik in de auto zit en behalve mijn blik op de weg te houden niets anders heb te doen. En zo volgde ik de discussie over de vraag of abortus uitsluitend in een zogenaamde abortuskliniek mag plaatsvinden of dat ook de huisarts deze ‘medische’ ingreep moet kunnen uitvoeren. Ik zet het woord ‘medisch’ maar even tussen aanhalingstekens omdat ik altijd dacht dat ‘medisch’ gekoppeld is aan genezen en pijnbestrijding, maar dit terzijde. Wat mij uiterst verbaasde is de opmerking van de huisarts die van mening was dat ook de huisarts abortus zou moeten kunnen plegen. Haar argumentatie was dat abortus erg persoonlijk is en het daarom van belang is dat de huisarts, die de patiënt goed kent, toegankelijker is dan de arts van een onbekende abortuskliniek. Om e.e.a. te verduidelijken bracht ze een voorbeeld. Een patient van haar was in verwachting maar wilde, zonder dat haar man dat zou weten, het kindje verwijderen, want ze hadden al vijf kinderen. De weg naar de abortuskliniek was dusdanig lang en ingewikkeld, dat uiteindelijk ‘helaas (!!)’ het kindje wel geboren is. Als ik een vals gebit zou hebben gehad, zouden mijn tanden uit mijn mond zijn gevallen. Ten eerste omdat voor ons, mijn Blouma en ik, er geen kinderen ‘helaas’ zijn geboren en ten tweede: hoe kan een arts willen meewerken aan een abortus in een situatie waarin er sprake is van een normale relatie tussen man en vrouw. Ze zijn met elkaar getrouwd, vormen een echtpaar. Het is dus niet zo dat uitsluitend en alleen de vrouw een baby verwacht, ook haar man. En dan, zonder hem erin te betrekken, abortus in overweging te nemen vind ik erg onethisch en haast discriminerend richting de vader. Natuurlijk weet ik en besef ik dat de moeder het kind negen maanden draagt en weet ik dat zwangerschap verdraaid zwaar kan zijn, lichamelijk en psychisch, maar toch heeft ook het ongeboren kind een moeder en een vader!

Waarmee we van doen hebben is een samenleving waarin waarden en normen zich voortdurend wijzigen. Er is sprake van een ethische golfbeweging. Dat kan soms goed uitvallen, zoals nu de alertheid tegen grensoverschrijdend gedrag. Dat daarvoor aandacht is, is geweldig. Eindelijk, hoor ik mezelf denken. Maar een tiental jaren geleden werd je tot randdebiel verklaard als je grensoverschrijdend gedrag afkeurde.

En als we dan toch de goede kant opgaan door (machts)misbruik keihard af te wijzen, wil ik graag aandacht voor de slavernij. Ik doel dan niet op ons Nederlandse slavernijverleden, dat gelukkig nu aandacht krijgt, maar ik vermeld nogmaals, want ik heb het al een paar keer te berde gebracht in mijn dagboeken, aandacht voor vrouwen nu en gewoon bij ons allen om de hoek! Vrouwen uit de Oostbloklanden die onder valse voorwendsels naar Nederland zijn gelokt en geheel onvrijwillig in de prostitutie zijn beland: de huidige slavernij! Wat doen we eraan? Of moeten we nog een decennium wachten tot we hiervoor oog hebben en de media er bol van gaan staan en het gebruik maken van deze onvrijwillige vrouwelijke slavinnen keihard gaan veroordelen en de misbruikers worden veroordeeld?

Het is nu 8 uur ’s ochtends. Mijn dag moet nog beginnen, maar mijn dagboek voor vandaag heb ik dus al bijna klaar. Bijna, want op de valreep ontving ik een bericht dat ik niet onvermeld mag laten. Het betreft een “Aanvullende verklaring Universiteiten inzake WOB-verzoek”. Ik citeer: “Universiteiten staan voor een veilig onderwijs-, onderzoeks- en werkklimaat voor al onze medewerkers en studenten. De signalen dat dit in het geding is gekomen door onze aanpak van het WOB-verzoek trekken wij ons aan en bevestigen dat een zorgvuldige beoordeling van het verzoek noodzakelijk is.” Goed nieuws, maar nog wel afwachten hoe het nu verder gaat verlopen.  Maar toch blijft het moeizaam en zorgelijk dat in eerste instantie het WOB-verzoek klakkeloos werd overgenomen. Maar ik moet nu niet zeuren: goed nieuws! Dank aan onze niet-joodse vrienden die zich voor en achter de schermen hebben ingezet om de Universiteiten tot de orde te roepen. Want GZD hebben we ook vrienden!

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

Mocht u werkzaam zijn aan een universiteit en het emotioneel erg lastig vinden… Dagboek van de Opperrabbijn 13 februari 2022

De laatste dagen liet ik me volledig opzuigen door Oekraïne, de Nederlandse Universiteiten en de officieuze opening van de prachtige nieuwe sjoel van Amos. Onverwacht belandde ik donderdag om 16:30 uur bij de opening van die nieuwe sjoel. Naar ik begreep was niemand uitgenodigd vanwege corona, maar was iedereen welkom. En dus dacht ik: ik moet daarbij aanwezig zijn al ware het alleen maar om mijn respect te tonen richting rabbijn Menachem Sebbag en zijn echtgenote (die iedere keer als ze mij ziet weer schrikt omdat ik volgens haar zeggen sprekend lijk op haar vader!). Het was een mooie en waardige bijeenkomst die warmte, groei en bloei uitstraalde. Maar, zoals rabbijn Sebbag treffend formuleerde in zijn welkomstspeech, het gebouw bestaat slechts uit dode stenen, spijkers en cement. Het is aan de gemeenschap om er ziel in te blazen zodat het een levend bouwwerk wordt van een levende Joodse gemeenschap. Ik ben ervan overtuigd dat dat gaat lukken! Vanaf deze digitale plaats: mazzeltov!

Maar de donderdagavond en de vrijdag en ook weer vandaag, zondag, waren redelijk prut. Ik ben helemaal geobsedeerd door de toestand in Oekraïne en in Nederland. Door Joodse medewerkers van universiteiten word ik benaderd met de vraag hoe ze moeten en kunnen omgaan met de vragen die zij moeten beantwoorden. Vragen die duidelijk hun Jood-zijn tot iets problematisch maken. Ze moeten ‘bekennen’ dat ze, zijnde in Nederland, contact hebben gehad met Israël of met joodse instellingen in Nederland of misschien een gift hebben gedaan aan Simon Wiesenthal Stichting. Het is beschamend dat universiteiten dit W.O.B.-verzoek onder het mom van “wet is wet” gewoon aanvaarden. Gelukkig zijn er die dit W.O.B.-verzoek weigeren te accepteren, maar het is een piepkleine minderheid. De meerderheid schijnt vooralsnog de makkelijkste weg te kiezen, de weg van de minste weerstand. Dat hiermee Joodse overlevenden en hun nazaten, opgegroeid in de schaduw van de jaren ’40-’45, diep kwetsen, lijkt dus duidelijk irrelevant. Mocht u werkzaam zijn aan een universiteit en het emotioneel erg lastig vinden om de vragenlijst te beantwoorden en mocht u denken dat mijn luisterend oor hierbij behulpzaam kan zijn: schroom niet en bel me voor een afspraak (06-53674929), een zoom gesprek of bereik me per e-mail rabbi.jacobs@planet.nl. Het antisemitisme bloeit weelderig in mijn Nederland. Ik zal u niet vertellen wat ik allemaal denk, maar blijven zal ik omdat een kapitein zijn zinkende schip niet mag verlaten en ik toch nog hoop dat het tij zal keren, hoewel ik bijna zeker weet dat het ijdele hoop is.

Ik blijf dus, gelijk mijn rabbijnen in Oekraïne ook op hun post blijven nadat ze gisteravond, na het einde van de sjabbat, een zoom-vergadering hebben gehad en allen eendrachtig besloten hebben om op hun post te blijven en hun gemeente niet te verlaten en al helemaal niet aan het lot over te laten. Maar dat de situatie zorgwekkend is, moge duidelijk zijn. Het is niet voor niets dat Israël zijn burgers oproept om per direct naar Israël terug te keren.  Een paar keer per dag spreek ik een aantal rabbijnen uit Oekraïne om te steunen en te tonen dat ik ze niet ben vergeten! Ondertussen heb ik nog steeds het plan om op 9 mei naar Oekraïne te gaan voor mijn halfjaarlijkse Oekraïne-reis. We zouden, en hopelijk ook zullen, een reis hebben met gulle gevers. Christenen voor Israël wil weer een actie opzetten om gelden te vergaren voor de vele projecten verspreid over geheel Oekraïne. Vertrek zal op maandag zijn en de groep, die nog gevormd moet worden, zal dan op zaterdag terugvliegen. Omdat ik uiteraard niet rijd en vlieg op sjabbat, heeft onze onvermoeibare Koen Carlier, die de leiding heeft van Christenen voor Israël in Oekraïne, voor Blouma en mij de zondag en de maandag, als de anderen al zijn teruggekeerd in Nederland, alvast vastgelegd om naar Joodse gemeenten te gaan waar we nog niet eerder waren en waarmee Koen dus ook tot nu toe geen contact heeft kunnen krijgen omdat de Joodse gemeenschap niet weet wie die organisatie van Christenen voor Israël uit Nederland is. En dus ben ik de koppelaar tussen Koen en de plaatselijke rabbijn om te verklaren dat alles koosjer is, want dat is het! Maar ondertussen is de situatie in Oekraïne onvoorspelbaar en ga ik er gewoon van uit dat ik op 9 mei naar Kiev vlieg, gewoon met de KLM en gewoon mijn opdracht in Oekraïne kan uitvoeren.

Maar voor nu: . Mocht u werkzaam zijn aan een universiteit en het emotioneel erg lastig vinden……

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

 

LANG ZOUDEN ZE LEVEN. Dagboek van de Opperrabbijn, 9 februari 2022,

 

Dagboek 9 febr. 2022,

 

 

Mijn dagboek van vandaag wordt er een met weinig woorden. Als lid van de Adviesraad van de Oorlogsgraven Stichting volg ik uiteraard alles wat de stichting doet. Ze bestaan dit jaar 75 jaar en geven daarom een serie video’s uit met als titel: ‘Lang zouden ze leven’. Het gaat over de levens en verhalen van slachtoffers van oorlogen en dus ook over Joodse slachtoffers die in de jaren ’40 – ‘45 vermoord werden.

Onderaan dit artikel vindt u een video over Lotte Adler, een Joods meisje dat samen met haar zusje de gaskamer in werd gedreven…

WOB-verzoek

Nadat ik huilend had gekeken naar de moedige Lotte en de gewetensvolle Nathan Italië, de directeur van het Leidse Weeshuis waar Lotte werd opgevangen, vernam ik dat er een WOB-verzoek was uitgegaan van ‘The Rights Forum’. Dit is een clubje dat, om het even netjes te verwoorden, mijn voorkeur niet geniet. WOB staat voor ‘Wet Openbaarheid van Bestuur’, waarmee wordt geregeld wat de overheid in de openbaarheid moet brengen en wat niet. Zo’n WOB-verzoek dwingt organisaties om informatie openbaar te maken. Het WOB-verzoek dat naar vele universiteiten was gestuurd, wilde van alle aan de universiteit verbonden medewerkers weten of ze banden hadden met Israël!

Ik ben niet verbaasd dat deze organisatie, wetend wie ze zijn, wil weten over contacten met Israël of Israëlische organisaties. Ik vind het wel moeizaam dat ze ook geïnformeerd willen worden over contacten met Nederlandse Joodse instellingen en personen! Maar ja, van deze club was dat wel te verwachten, want het verschil tussen antizionisme en antisemitisme is flinterdun.  Maar wat mij grote zorgen baart is de ijverige bereidheid van de leiding van een groot aantal universiteiten om mee te werken. Dit herinnert mij aan de grondige zorgvuldigheid en snelheid waarmee tijdens de bezetting de meeste burgemeesters meewerkten om de namen van hun Joodse burgers aan de Nazi’s door te geven, waaronder ook de naam van Lotte, haar zusje en de directeur van het weeshuis. 

Ik doe er het zwijgen toe en verzoek u om de volgende video te bekijken.

Klik hier om de video te bekijken

 

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/

Naarmate het vliegtuig dichterbij is, oogt het aanzienlijk groter. Dagboek van de opperrabbijn, 6 febr. 2022

 

 

Mijn jongste zwager is in Londen een bekende Dayan. Een Dayan is een rabbijn die zich voornamelijk bezighoudt met het beantwoorden van Halagische vragen. Dat doet een reguliere rabbijn natuurlijk ook, dus wat is het verschil? Je zou het kunnen vergelijken met het verschil tussen een huisarts en een medisch specialist. De specialist is op een bepaald gebied zeer deskundig en de huisarts is veel breder, maar oppervlakkiger. Mijn zwager, die inmiddels ook al de 60 is gepasseerd, heeft een zoom-cursus met allerlei Halagische vraagstukken die hem bereiken. Hoe bereiken hem die vragen? Doordat hij bekendheid geniet op halagisch gebied, inspireert dat zijn gemeenschap om meer vragen te stellen. En datzelfde heb ik ook, maar dan op het gebied van pastorale zorg. Door mijn dagboeken en door mijn wekelijkse column in het NIW komen er, hetgeen ik niet had verwacht, reacties. Mensen met problemen over hun Joodse afstamming, identiteit of ‘gewone narigheid’ benaderen mij per e-mail of telefoon. En dus zijn mijn dagboeken zinvol, want ik schrijf niet alleen, maar inspireer en kan mensen tot steun zijn. Een voorbeeld: 

Hieronder een bedankje gericht aan u.
Rabbijn Jacobs, uw antwoord is perfect en daar heeft u mijn vraag helemaal mee beantwoord dank u zeer.

De vraag was een buitengewoon moeizame. Het was een vraag over lijden, van iemand die diep in de problemen zat. De bekende waaromvraag die eigenlijk niet te beantwoorden is, maar een persoonlijk gesprek vereist. Maar spreken via een Whatsapp of een e-mail werkt niet. Eigenlijk was ik niet tevreden met mijn oppervlakkige antwoord. Ik had het liefst een gesprek aangegaan, maar zag daartoe geen mogelijkheid. En toch bovenstaand antwoord ontvangen als reactie op mijn veel te korte antwoord op een zeer korte gecompliceerde vraag, waarop eigen geen antwoord mogelijk is. Kijk, hiervoor schrijf ik!

In het Hebreeuws heet een vriend een jedied-ידיד. Omdat het Hebreeuws geen klinkers kent in de schrijftaal kan er van de medeklinkers door andere klinkers te gebruiken een ander woord ontstaan.  En zo kunnen we het woord jedied veranderen in jad-jad יד יד. Twee keer het woord jad. Een jad is een hand. Als twee mensen elkaar de hand schudden en er is sprake van twee handen, dan hebben we vriendschap. Iedere medeklinker heeft een getallenwaarde. De Joed = tien. De daled = vier. Twee keer een Jad is dus in getallenwaarde achtentwintig en achtentwintig is de getallenwaarde van het woord koach כח, hetgeen kracht betekent. Vriendschap geeft kracht. Toen ik de vraagsteller, die ik niet persoonlijk ken, een antwoord probeerde te geven op haar moeizame problematiek waarin ze was beland en de waaromvraag die ze eraan koppelde, heb ik gepoogd vanuit vriendschap haar een handreiking te doen. En die vriendschap heeft haar kennelijk de kracht gegeven om haar psychisch lijden draaglijker te maken want zij vindt dat met mijn korte antwoord haar vraag, haar probleem, helemaal is beantwoord.

Ik ben een beetje in dit gewoonlijk oppervlakkige dagboek op de filosofische toer geraakt. En dus ga ik nog even verder. Mijn korte antwoord was dat uiteindelijk alles van Boven komt. Maar of dat Boven acceptabel is, is verboden met de vraag hoe ertegen dat Boven wordt aangekeken.

Een vader vraagt zijn zoontje om naar boven te kijken, in de lucht, waar een vliegtuig zichtbaar is. Is dat vliegtuig groot of klein, vraag hij zijn zoontje. Heel klein, antwoordt het knaapje. Vervolgens rijden ze naar het vliegveld en vraagt de vader nogmaals aan zijn zoontje of het vliegtuig dat inmiddels was geland, groot is of klein. Heel erg groot, antwoordt het jongetje. Waarop zijn vader hem uitlegt dat het vliegtuig dat hij eerst in de lucht zag en nu op het vliegveld beide even groot zijn, maar omdat je tevoren veel verder van het vliegtuig verwijderd was, oogde het grote vliegtuig piepklein.

Zo is het ook met G’d, met het Boven. Naarmate je meer in Zijn nabijheid bent, is Hij groter en acceptabeler. En omdat de schrijver van de hulpvraag kennelijk erg dicht bij het Boven zat, was mijn veel te korte antwoord toch erg waardevol en tot grote steun. Die paar woorden van mij, waren zeer zwaarwegend.

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

En dat ruikt verre van fris: het stinkt! Dagboek van de Opperrabbijn, 2 februari 2022.

Ik wil een anekdote met u delen die iemand mij toestuurde:  

Een leraar zei eens tegen de leerlingen van zijn eindexamenklas dat ze allen een doorzichtige plastic draagtas en een zak aardappelen naar school moesten brengen. Vervolgens moesten ze diep nadenken of ze gedurende hun schooltijd een medeleerling beledigd hadden en of ze die medeleerling excuus hadden aangeboden of dat ze misschien daartoe niet bereid waren geweest. Voor iedere medeleerling die ze hadden beledigd en die ze geen excuus hadden aangeboden, moesten ze een aardappel nemen, op die aardappel de naam van de betrokken medeleerling schrijven/graveren en de datum van het incident. Vervolgens moesten ze die aardappel in de plastic draagtas stoppen.  Sommige leerlingen kregen behoorlijk zware draagtassen en bij anderen viel het mee. Maar het was opvallend dat geen van de leerlingen een lege tas kreeg.

Toen ieder zijn aardappels had beschreven en in de draagtas had gestopt, kregen ze te horen dat ze deze tas een week lang overal mee naartoe moesten nemen, ’s nachts naast hun bed zetten, op de bank van de auto als ze naar school reden en op school naast hun bureau moesten plaatsen.

Het gedoe om dit met zich mee te sjouwen was niet zozeer een fysieke belasting maar veel meer een geestelijke. Voortdurend moesten ze erop letten om de zak niet te vergeten, steeds een plekje zoeken en los hiervan maakte hun gesleep met die zak aardappels een vreemde en bijna gênante indruk op allen die hen zagen lopen. Bovendien gebeurde het menigmaal dat ze de draagtas hadden vergeten en ze dus weer terug moesten gaan om alsnog de zak op te halen. Na een tijdje begonnen de aardappelen te bederven, ze werden slijmerig om uiteindelijk te veranderen in een onaangenaam geurende massa.

Tot zover de anekdote. Wat bedoelde de leraar met deze aardappel-les, wat was zijn metafoor?

Als we een medemens hebben beledigd en geen excuus hebben aangeboden, dan blijft die belediging als het ware bij ons, waar we ook zijn. We dragen de zonde, het kwetsen van onze medemens, met ons mee, waar we ook zijn. Maar ook als we netjes excuus hebben aangeboden en dat hebben gedaan ‘om er maar vanaf te zijn’, blijft de aangerichte schade overeind. We dienen te beseffen dat we, omdat we een medemens hebben beschaamd en de aangerichte schade niet goed hebben hersteld, dat wij zelf een stinkende slijmerige last met ons meedragen, ons hele leven.

Hieraan moest ik denken toen ik wederom vanuit Israël werd benaderd door de diverse actualiteitenprogramma’s over de kwestie Anne Frank. Dit keer ging het niet zozeer over de vraag of “het baanbrekend onderzoek van een internationaal coldcase-team in Nederland”, inderdaad zo baanbrekend is als op de voorpagina van “Het verraad van Anne Frank” staat vermeld, nu Nederlandse deskundigen (die niet werden geraadpleegd!)  het zogenaamde bewijs wie de verrader is ernstig in twijfel trekken. De Israëlische media benaderden mij nu over de vraag of de uitgever van het boek “Het verraad van Anne Frank,”, die voorlopig afziet van een herdruk, hiermee als het ware de aangerichte schade heeft hersteld.

Mijns inziens is het enige wat de uitgever te doen staat, als hij de moed heeft om zijn misstap te corrigeren, om de winst die hij maakt uit de verkoop van zijn eerste druk, publiekelijk te doneren aan een instelling zoals bijvoorbeeld Yad Vashem in Israël of de Anne Frank Stichting in Nederland. Zo niet, dan verwijs ik u, geachte lezer, naar de anekdote. Want hoe we het ook draaien wenden of keren, er is hier een medemens die niet meer tussen ons is, die ook de hel van de holocaust heeft meegemaakt, mondiaal op de kaart gezet als een verrader.  En dat ruikt verre van fris: het stinkt!

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.