Dagboek van de Opperrabbijn van 15 januari 2026

25 Tewet, dit jaar 14 januari, hadden we jaartijd van onze oudste zoon Yisrolik zl. Vijf jaar geleden is hij overleden in Londen, waar hij woonde. Bij zijn begrafenis konden we niet aanwezig zijn vanwege corona. Normaliter ben ik terughoudend over ons privéleven, maar omdat onze schoondochter, zijn weduwe, in de Jewish Tribune een indrukwekkend gedicht aan hem heeft gewijd en de sterfdag daardoor toch al uit de privésfeer is getrokken, wil ik er toch gewag van maken. Het verlies van een kind is geen sinecure en toch gaat het zoals het gaat. Als een kind geboren wordt juichen we, bij overlijden is er intens verdriet, maar als we de emoties aan de kant (kunnen) zetten, is vreugde en verdriet niet zo vanzelfsprekend. Wie weet of de pasgeboren baby zich zal ontwikkelen tot een goed mens? Daar hopen we natuurlijk op, maar het is geen vanzelfsprekendheid. Geen gebrek in onze wereld aan grote en kleine schurken. Dus wat is de vreugde bij een geboorte? Maar als we zien dat iemand na een heel goed leven dit aardse bestaan inruilt voor een hoger leven, dan zou blijdschap en dankbaarheid gepast zijn. En dus zijn Blouma, ik en Nechummele, zijn weduwe, dankbaar dat Yisrolik zevenenveertig jaar zo gigantisch veel heeft weten te betekenen voor de ander. Hij had een lange lijst met telefoonnummers in zijn hoofd van mensen die hij regelmatig belde om ze tot steun te zijn met hun problemen of hun eenzaamheid te doorbreken met een belangstellend en vooral oprecht gemeende “hoe gaat het?”

Gisteravond een avond met de business-club van Christenen voor Israël. Naar ik begreep waren er iets meer dan tweehonderdvijftig van de vierhonderdtwintig clubleden gekomen. Wat een enorme pro-Israël bijeenkomst. In feite hoef ik niet naar zo’n bijeenkomst te gaan want ze stonden, staan en blijven achter Israël staan. Waarom ik dan toch meende te moeten gaan? Om te tonen hoezeer hun ‘achter-Israël-staan’ door ons Joden wordt gewaardeerd.

Tijdens het wandelende buffet kreeg ik een scala aan vragen over me heen, de meeste over teksten uit de Thora, Profeten en Geschriften, dus uit Tenach. Het antwoord ligt dan vaak verscholen in de Hebreeuwse tekst of beter geformuleerd: in het ontbreken van de Hebreeuwse oorspronkelijke tekst. De platte tekst heeft vele betekenissen, die met de vertaling verloren gaan. Sjabbat vertalen we met rustdag, maar ik ben meestal bekaf aan het einde van de Sjabbat… En in het Nederlands noemen we een man, man en een vrouw wordt vrouw genoemd. Twee woorden die geen enkele overeenkomst hebben, in feite onlogisch want in feite zijn mannen en vrouwen hetzelfde, alleen is de man de mannelijke versie van een mens en de vrouw is als het ware de vrouwelijke uitgave. Maar in onze Nederlandse taal is dat niet zichtbaar. Wel in de taal van de Thora. Man en vrouw hebben dezelfde naam, alleen die naam is voor de man mannelijk verbogen en voor de vrouw wordt de vrouwelijke verbuiging gehanteerd: iesj en iesja. En zo kunnen we nog vele dagboeken doorgaan! Conclusie: zonder oorspronkelijke tekst gaat zeer veel aan betekenis verloren. En dus voelde ik mezelf toen het officiële programma was beëindigd en allen de vrije loop mochten nemen en genieten van het buffet, als een soort VVV-informatie-paal! Zeker leuk, interessant, maar uiterst vermoeiend.  En dus dook ik na alle vragen en na thuiskomst mijn bed in. En dat bed-induiken was wel nodig want de volgende morgen, vanochtend dus, moest ik er al als de kippen bij zijn! 

Om negen uur ’s ochtends werden Blouma en mijn persoontje al opgehaald om naar Hotel Adagio in Amstelveen te rijden voor een conferentie van het ICCRR over minderheden in Israël waarvoor we persoonlijk waren uitgenodigd door Mr. Marty Hamburger. Vraag me niet waarvan ICCRR de afkorting is, want dat is mij onduidelijk gebleven. Maar verrassend duidelijk is het wel voor me geworden dat de Midden-Oosten problematiek, waarover de conferentie ging, veel complexer is dan in ons zwart-wit-calvinistisch denkende kikkerlandje wordt aangenomen. Het is niet alleen Joden versus Palestijnen, maar veel en veel meer gaat het over een scala aan minderheden met allen hun eigen cultuur, woongebied, taal en godsdienst. Om vrede in het Midden-Oosten te krijgen moeten de vredemakers eerst de ziekte begrijpen en ervan doordrongen zijn dat de Midden-Oosten-problematiek niet zwart-wit is, maar intens grijs. En als er een goede arts is die de patiënt wil genezen en goed beseft met welk ziektebeeld we te maken hebben, dan is de patiënt reeds half genezen, volgens de Talmoed. Maar zolang de geneesheren meer aan zelfverrijking doen en geen inzicht hebben in het ziektebeeld en vaak ook weigeren een diagnose te stellen vanwege egoïstisch zelfbelang, is genezing helaas nog niet in zicht.

En toen toog ik naar een soort tegenovergestelde: Saïd & Lody. Een Jood en een Marokkaan die samen optrekken, reeds vijftien jaar, de overeenkomsten zoeken en proberen zo te strijden tégen haat en vóór verbroedering.  Wat collega en vriend rabbijn Lody van de Kamp heeft weten te bereiken is indrukwekkend. Als er in meer landen en steden Saïd & Lody figuren zouden zijn…  Het gesprek aangaan, elkaar ontmoeten, van mening mogen verschillen. Maar of er op veel plaatsen in ons land Saïd’s & Lody’s gevonden kunnen worden, weet ik niet. De meeste Saïd’s zijn met een onbespreekbare diepgaande haat tegen de Lody’s opgevoed of, zoals ik in een eerder dagboek schreef: het antisemitisme en antizionisme is met de paplepel ingegeven. Maar juist daarom mijn innige complimenten voor “15 jaar Saïd & Lody”.  

Dadelijk nog een zoom-interview. Ditmaal niet voor een radio, televisie, documentaire of een livestream, maar voor een Nederlands echtpaar in Israël dat al een bewonderenswaardig aantal decennia samen moeizame, mooie en prachtige jaren delen. Kijk, dat is het mooie van mijn opper-rabbinale baantje. Zelfs als ik niets tegen het bruidspaar zou zeggen, maar ze uitsluitend vriendelijk en feestelijk toeknik, zijn ze blij en dankbaar omdat de opperrabbijn hen persoonlijk heeft gefeliciteerd. Lief bruidspaar: als u mijn dagboek leest, vanaf deze plaats reeds, als voorgerecht voor het zoom-interview: mazzeltov, mazzeltov! Nog vele jaren in gezondheid, voorspoed en sjalom!

Dagboek van de Opperrabbijn van 11 januari 2026

Het weer heeft mijn inzet van de afgelopen week, en zal waarschijnlijk ook nog de komende dagen, mijn onregelmatige regelmaat dramatisch beïnvloed.  Hele dagen stonden gewoon voor niets in mijn agenda en de voorbereidingen waren dus ook verprutste tijd. Maar het is wat het is en te veel klagen past absoluut niet. Korte samenvatting van mijn problemen: 1: afspraken en lezingen konden vanwege de weersomstandigheden geen doorgang vinden. 2: er was sprake van een kortstondige storing van onze elektriciteit. 3: het kraanwater in onze regio is verontreinigd en dus moeten we het water drie minuten koken alvorens het te drinken of in contact te brengen met voeding. Waarom ik mijn problemen aan u vermeld? Lees even wat ik per whatsapp uit Oekraïne te horen kreeg van Koen Carllier, een van de meest fanatieke helpers van de Joodse gemeenschap aldaar:

Het ingesproken berichtje van Rabbijn Ehrentreu uit Zaporohze (waarin hij aangeeft dat hij al vijftien uur zonder stroom zit en het eten op begint te raken) klinkt niet echt optimistisch maar we doen wat we kunnen om warme maaltijden te blijven maken die worden opgehaald of thuisgebracht! De uitdaging blijft om voldoende brandstof te hebben om de generatoren draaiende te houden! Op veel plaatsen in het Oosten en Zuidoosten (Dnipro, Kryvyy Rih, Odessa, Kherson, Nicolaev, Sumy, Chernigiv…) is het niet veel beter en een nieuw koufront is onderweg!

En dus, mijn trouwe dagboekenier, geneer ik me diep met mijn geklaag over mijn afgelaste bijeenkomsten, mijn voor-niets voorbereide toespraken, mijn kraanwater met een bacterie, mijn drie minuten durende storing van elektriciteit en de tien centimeter sneeuw! Beseffen we wel hoe bevoorrecht we hier in Nederland zijn?

Over de bijeenkomst op Urk voor de fans van Israël had ik al geschreven. Een soortgelijke bijeenkomst hadden we in Barneveld met een paar honderd deelnemers.  Adi, een van de sprekers, is een soldaat van de IDF die ook in Gaza heeft moeten strijden en zijn kant van de oorlog vertelde, die duidelijk anders en genuanceerder klonk dan NOS en vele Nederlandse kranten ons doen geloven.  De foto dat ik danste na afloop van mijn toespraak mocht niet voor donderdag gepubliceerd worden omdat Adi vreesde dat hij, als hij herkend zou worden, in de problemen zou kunnen komen. Donderdag was Adi vertrokken. Overigens was hij meer dan verrast over de pro-Israël fans die hij had gezien op Urk, in Barneveld, in Apeldoorn en in Drachten. Hij was meer dan blij verrast met de Nederlanders en hun strijd tegen antisemitisme. Ik heb hem wel gemeend te moeten uitleggen dat de toehoorders die hij ontmoette absoluut en helaas niet de meerderheid van de Nederlandse populatie vormde maar dat zij behoorden tot de vijf procent op wie Israël en de Nederlandse Joden kunnen vertrouwen.

Ondanks de vrieskoude en de lastig te bewandelen straten konden gisteren, sjabbat, de sjoeldiensten gewoon doorgang vinden.  En nu zit ik dus in de auto op weg naar Brussel en schrijf dit dagboek, terwijl mijn rabbinale archeoloog Leo achter het stuur zit. In Brussel, in het kantoor van de RCE, Rabbinical Center of Europe, zal ik een aantal ontmoetingen hebben. Het RCE is een soort vakbond voor zo’n zevenhonderd Europese rabbijnen. In het zeskoppige bestuur heeft ieder zijn eigen taak. Ik ben belast met ingewikkelde Rabbinale verklaringen waar de lokale rabbijn mee in zijn maag zit. En dus ontmoet ik vandaag mensen uit IJsland, Cyprus, Roemenië en Spanje. Ik hoop ze te kunnen helpen en dus ook hun lokale meestal nog jonge rabbijn. Als ik spreek over ‘verklaringen’ bedoel ik de vraag te beantwoorden of ze wel of niet Joods zijn. Ik kan me voorstellen dat u zich afvraagt wat er ingewikkeld is aan de vraag of iemand wel of niet Joods is. Ik kan me zelfs voorstellen dat u vindt dat ik onnodig ingewikkeld doe. Als iemand zelf aangeeft Joods te zijn, waarom hem of haar niet gewoon geloven? Maar helaas ligt het aanzienlijk gecompliceerder. Vanuit bepaalde antizionistische en antisemitische hoek wordt er gepoogd om de Joodse Gemeenschap te penetreren met, laten we het zacht uitdrukken, met minder goede bedoelingen. Met die ‘minder goede bedoelingen’ gaan mijn gedachten niet uit naar pogingen om ons te bekeren tot een ander geloof, neen, ik denk dan aan terroristische aanslagen, met catastrofale gevolgen…

Hoe kan een medemens zo’n haat koesteren jegens Israël en Joden? Maar veel belangrijker is de vraag wat hieraan te doen valt. Of valt hieraan überhaupt niets te doen?

In de Sidra van aanstaande sjabbat lezen we over de plagen die Egypte troffen toen de Joden daar als slaven waren en de Farao ze niet wilde laten gaan. De eerste plaag was dat het water van de Nijl veranderde in bloed (Exodus 7:17) en na die eerste plaag volgden er nog negen. In de Talmoed is er een discussie over de tien plagen. Rabbi Eliëzer is van mening dat iedere plaag uit vier plagen bestond en er dus de facto sprake was van veertig plagen. Rabbi Akiwa gaat nog verder en volgens hem bestond iedere plaag niet uit vier plagen, maar uit vijf. En dus had de Farao van doen met vijftig plagen. Rabbi Jossi Hagelili hield het eenvoudig en ging ervan uit dat iedere plaag gewoon één plaag was. Waarover discussieerden deze drie geleerde rabbijnen? En wat doe ik hiermee, anno 5786-2026? De Thora is immers geen geschiedenisboek maar een door G’d gegeven richtingaanwijzer, voor u en voor mij en zelfs voor de velen die mijn dagboeken (nog) niet lezen. De Tien Plagen waren niet over Egypte gekomen om de Egyptenaren zomaar te plagen. De Plagen hadden tot doel om de door de Egyptenaren aangerichte (geestelijke) schade te repareren. Volgens rabbi Jossi Hagelili was er slechts oppervlakkige schade aangericht. Rabbi Eliëzer zag de schade zich niet alleen aan de oppervlakte manifesteren, maar ook in de vier elementen waaruit (in dit geval) het water van de Nijl bestond en dus had het water als het ware vier plagen nodig om van zijn onreinheid af te komen. Rabbi Akiwa zag het kwaad nog dieper binnengedrongen, namelijk ook in de oorsprong van de vier elementen waaruit water is opgebouwd, en dus vijf plagen om van het kwaad dat de Nijl als afgod had aangericht af te komen. Mijn dagboek is bedoeld om het verloop van mijn dag met u te delen en is geen cursus Joodse filosofie en daarom laat ik de bijna kabbalistische levensles aan uw eigen inzicht over, maar toch een korte handreiking: als een conflict oppervlakkig is, bijvoorbeeld door een misverstand ontstaan, is het relatief makkelijk oplosbaar, één plaag is voldoende. Als de ruzie veel dieper is door jarenlange negatieve beïnvloeding, dan zijn vier plagen noodzakelijk wil een vreedzame oplossing verkregen kunnen worden. Maar als de vijandige beïnvloeding letterlijk met de paplepel is ingegeven, zijn vijf plagen een vereiste, bijna mission impossible… Mocht u het niet kunnen volgen, bel me maar even.

Dagboek van de Opperrabbijn van 4 januari 2026

Hier dan het eerste dagboek van het nieuwe maatschappelijke jaar.  Nog nooit heb ik zoveel nieuwjaarswensen ontvangen, een piepklein deel per post (bestaat dus nog!), maar negenennegentig procent gewoon per email en/of whatsapp. Maar, zo hoor ik u vragen, ‘doen jullie dan wel aan het gewone nieuwjaar’.  Maar laat ik nu net enige dagen geleden een videoboodschap hebben ontvangen waarin rabbi Ari Raskin, familie van mijn Blouma, vertelt dat zijn grootvader, rabbi J.J. Hecht, familie van mijn schoondochter, had verteld dat zijn broer had vernomen uit zeer betrouwbare bron dat de befaamde Chassidische rabbijn Levi Jitschok uit Bardichev (Oekraïne) op 1 januari iedereen een ‘gelukkig nieuwjaar’ wenste, gebaseerd op psalm 87:6.

Mijn eerste publieke optreden in 2026 was op nieuwjaarsdag voor de sjoel van Apeldoorn. Jaarlijks wordt er in Apeldoorn de Vredeswandeling georganiseerd door de Gemeenschap van Sant’Egidio. Nou ben ik best een duidelijk tegenstander van zogenaamde oecumenische diensten of oecumenische studiebijeenkomsten, maar Chanoeka is nog maar net achter ons en dus voelde ik nog duidelijk de opdracht om de strijd tegen duisternis niet binnenskamers te houden maar te delen met de samenleving in haar volle breedte en ook mijn stem waar mogelijk te laten horen bijvoorbeeld tegen abortus, tegen vuurwerk, tegen secularisatie en zo kan ik nog een paar ‘tegens’ opnoemen die niet perse als religieus bestempeld hoeven te worden. Maar los van de vele ‘tegens’, waartegen ik graag in gezamenlijkheid met ‘andersdenkenden’ demonstreer, ben ik duidelijk vóór MOLAJS  voor alle volkeren van Gods aarde en toog ik dus vanuit de Chanoeka-gedachte op nieuwjaarsdag naar Apeldoorn. Wellicht kunt u MOLAJS niet helemaal plaatsen. Troost u, want ik snapte er in eerste instantie ook even helemaal niets van. Hoe (ver)loopt die Vredeswandeling? Het begint en eindigt bij de kerk, gaat dan naar de synagoge, waar ik de vredeslopers jaarlijks toespreek, dan naar het monument ter nagedachtenis aan de elfduizend Apeldoornse mannen die op deze plek werden samengedreven door de bezetter. Viereneenhalfduizend werden in veewagens afgevoerd naar een werkkamp in Duitsland. Velen van hen hebben dat niet overleefd.

Na een korte overdenking werd de Vredeswandeling vervolgd naar de moskee. Jaarlijks spreekt een imam de vrededemonstranten toe, maar helaas lukte dat dit jaar niet vanwege, zo werd mij verteld, een ‘technisch’ probleem. Jammer, dacht ik, maar het is wat het is en hopelijk zal het ‘technische’ probleem volgend jaar opgelost zijn en doet de imam weer gewoon mee.  Ik zal dan meelopen tot de moskee om de imam te horen en de imam zal naar de synagoge komen om naar mij te luisteren. De Vredeswandeling gaat namelijk niet over politiek, maar uitsluitend over vrede-SJALOM voor alle volkeren van Gods aarde.

Vorige jaren werden er naast de borden met het woord vrede in vele talen, ook de namen getoond van de talloze brandhaarden die de mensheid troffen en treffen. Dit jaar zag ik geen bordjes met daarop de namen van de brandhaarden, maar uitsluitend bordjes met het woord vrede. De meeste talen kon ik ontcijferen, maar één bordje, notabene in Hebreeuwse letters, kon ik niet plaatsen. Als ik de Joodse letters van rechts naar links las, zoals het Hebreeuws wordt geschreven en gelezen, stond er MOLAJS, maar toen ik er even iets anders tegenaan keek, namelijk van links naar rechts, dus in de Nederlandse lees-richting, werd het me duidelijk: SJALOM.

Maar verder een prima, indrukwekkende en inspirerende Vredesmars met onder andere Fred de Graaf, de voormalige burgemeester van Apeldoorn en voormalige voorzitter van de Eerste Kamer. Een mooi begin van een nieuw jaar: een non-politieke pro-vrede demonstratie in een wereld die bol staat van oorlog, vervolging, etnische zuiveringen en waarin miljoenen medemensen op de vlucht zijn. De demonstratie van zo’n honderd gelijkgestemden oogde bijna irrealistisch.

Op sjabbat werd in alle synagogen ter wereld (éénheid!) het eerste boek van de vijf boeken Mozes, de Thora, beëindigd. Genesis-Bereesjiet is het boek van de Aartsvaders die ons tonen en de kracht geven om onder alle omstandigheden geestelijk te overleven. En nu, aanstaande sjabbat, beginnen we Sjemot-Exodus, de slavernij in Egypte. En hoewel we ons niet meer letterlijk in Egypte bevinden, zit het Joodse volk, zelfs in Israël, geflankeerd door bijna alle volkeren der aard, nog steeds in een diep ballingschap in een wereld vol onvrede, vijandigheid, vernietigende oorlogen, onbeschrijfelijke drama’s.

Uitgaande sjabbat, na nacht uiteraard, stond Urk op mijn programma. Honderden kwamen bijeen in de Koningshof op Urk om te luisteren naar “De waarheid achter Israël”.  Al meer dan twee jaar wordt er iedere donderdagavond een Solidariteitswandeling gelopen van het Stadhuis van Amersfoort naar de Synagoge. Een privé-initiatief dat ook andere plaatsen heeft geïnspireerd om een lokale Solidariteitswandeling wekelijks te organiseren.  Maar de wandeling heeft inmiddels ook geleid tot een groepsreis naar Israël en als gevolg daarvan werd er nu op Urk een “De waarheid achter Israël-bijeenkomst” georganiseerd. Daarom belandde ik op Urk om de Israël-fans toe te spreken en te bedanken voor hun steun vóór Israël en hun strijd tégen antisemitisme, want antizionisme en antisemitisme zijn weliswaar theoretisch niet hetzelfde, maar in de praktijk zijn het synoniemen. Maar de “Waarheid achter Israël-bijeenkomst” beperkt zich niet tot Urk. Komende dagen mag ik ook onze vrienden toespreken in Barneveld (helemaal vol!!) en in Apeldoorn. Er zijn ook elders in den lande nog een paar bijeenkomsten, maar daar zal ik niet aanwezig zijn omdat, zoals dat zo mooi klinkt, mijn agenda dat niet toelaat.

Een mooi begin van 2026, terwijl de spanning in de wereld zienderogen groeit, het antisemitisme mondiaal meer en meer tot het normaal behoort en ik vanaf mijn computer-stoel prachtige sneeuwvlokken zie neerdalen die een wit en vredig tapijt vormen en de alledaagse spanningen liefdevol bedekken en onzichtbaar maken, helaas tijdelijk.

Dagboek van de Opperrabbijn van 31-12-2025

Het gezegde “ledigheid is des duivels oorkussen” beschrijft mijns inziens het best het niet-Joodse Rosj Hasjana-Nieuwjaar. Daar waar op Rosj Hasjana, het Joodse Nieuwjaar, de sjofar centraal staat en de mens oproept om tot inkeer te komen, houden we op Oud-en-Nieuw ons hart vast voor de mogelijke gevolgen van destructief vuurwerk dat totaal inhoudsloos is en nog gevaarlijk ook. Omdat Nederland begrijpt dat vuurwerk verbannen moet worden komt er volgend jaar een vuurwerkverbod. Ik ben waarschijnlijk te naïef om dit te begrijpen. Ik zie in gedachten een brug die twee kanten van een diep ravijn met elkaar verbindt. Het is inmiddels door deskundigen bewezen dat die brug op instorten staat en daarom moet er aan weerskanten van de brug een rond wit verkeersbord met een rode rand komen die de toegang tot de brug weerhoudt. Het verkeersbord is al geplaatst, maar voorzien van het onderschrift dat het verbod pas over 24 uur in werking treedt. Het is duidelijk dat het betreden van de brug levensgevaarlijk is, maar om te voorkomen dat de goegemeente het verbod als negatief zal ervaren, is er besloten om het verbod vooral geleidelijk in te voeren en dus pas van kracht te laten zijn na een educatief gedoogbeleid. Natuurlijk heeft vuurwerk ook iets moois en gezelligs gelijk Rosj Hasjana zijn zoete appeltjes met honing kent. Maar de zoete appeltjes van Oud-en-Nieuw zijn dusdanig in de criminaliteit beland, dat het zoete en mooie volledig is ondergesneeuwd. Maar, maakt u zich vandaag vooral geen zorgen, want morgen zal de brug definitief worden gesloten…

Met deze gedachten zit ik tegen vanavond, Oud-en-Nieuw, aan te hikken. Uiteraard blijf ik wakker zolang dat nodig zal zijn en heb ik het brandblusapparaat in gereedheid gebracht voor het geval dat.

Die paraatheid is overigens niet van vandaag. Herinneringen aan mijn jeugdjaren brengt mij naar de Pijp, de buurt rondom de Albert Cuypmarkt in Amsterdam, waar ik geboren en getogen ben. De herinnering uit mijn prille kinderjaren toont grote vuren die de trambaan van lijn 25 in lichterlaaie zette en ik zie mijn vader die probeerde te voorkomen dat het vuur zou overslaan naar onze winkel. Maar ik hoef niet zover terug te duiken in mijn herinnering. Precies twintig jaar geleden stond er voor ons huis een groep jongeren (geen moslims!) die hadden besloten om het nieuwe jaar in te luiden met het vernielen van ons houten tuinhek onder het luid uitroepen van: Joden, Joden!  Inmiddels is het vernielde hek vervangen door een metalen en ons huis omringd met camera’s, die natuurlijk niet kunnen voorkomen en al helemaal niet genezen. Ga ik het Joodse Nieuwjaar in met geestelijke voorbereiding, het niet-Joodse Nieuwjaar zal ik betreden met voorzorgsmaatregelen hoe bij eventuele brand te blussen en te zorgen voor een vluchtroute als het blussen niet lukt.

Op politie en brandweer mogen we niet te veel rekenen want die kampen met een groot personeelstekort vanwege de vergrijzing. Die vergrijzing komt natuurlijk niet uit de lucht vallen (gelijk het vuurwerk) en was zelfs door mij een halve eeuw geleden voorspelbaar. Als het gezin met veel kinderen (meer dan een of twee) toen moest verdwijnen, dan zou een eenvoudig rekensommetje toentertijd de huidige vergrijzing van nu vlekkeloos hebben voorspeld.

Eenzelfde soort sommetje leert ons heden ten dage dat bepaalde groeperingen in ons land aanzienlijk grotere gezinnen hebben dan het gemiddelde Nederlandse papa, mama, kind en hond… vult u zelf de rest maar in.

“Wie is wijs?” wordt er in de Spreuken der Vaderen gevraagd. En het antwoord luidt: “Hij die de gevolgen kan overzien” of, populair gezegd “hij die verder kan kijken dan zijn neus lang is”.

Omdat het usance is om niet alleen met Oud-en-Nieuw voorspellingen te doen, maar ook nabeschouwingen te leveren, wil ik met u niet over Israël spreken, maar over Rusland-Oekraïne en waarschuwen voor het zwart-wit denken. Rusland is de slechte en Oekraïne de goede. En dus juichen we als er een Russische tank wordt opgeblazen en raakt het ons diep als een tank van het Oekraïense leger door eenzelfde lot wordt getroffen. We vergeten dat de soldaten van de Russische tank ook vaders, echtgenoten en zonen zijn en dat ook zij niet hebben gekozen om in die tank te zitten. En dat er in Oekraïne met Chanoeka menora’s werden vernield als uitvloeisel van het ook daar alom aanwezige antisemitisme, wordt bijna nergens vermeld om vooral het zwart-wit denken te bevorderen en de nuance te elimineren. Er bestaat zwart en wit, maar ook heel veel grijs!

Ik wens u een goed en zoet 2026, met wijsheid, nuance en sjalom!

Dagboek van de Opperrabbijn van 24 december 2025

Hoewel de Chanoeka-Toer 2025 alweer tot de verleden tijd behoort, is het echter nog lang geen voltooid-verleden-tijd. Dat het zuivere vlammetje als het ware door moet blijven branden, behoeft weinig betoog en daar doel ik dan ook op met mijn onvoltooid-verleden-tijd. Neen, mijn gedachten gaan uit naar een ‘toevallige’ ontmoeting die natuurlijk niet ‘toevallig’ was want toeval bestaat niet!   Nadat we in Leeuwarden de menora hadden aangestoken en ik dan natuurlijk niet meteen weghol maar bewust nablijf om aanwezigen de gelegenheid te bieden voor een persoonlijk contact, had ik een bijzondere ontmoeting. Hoe die ontmoeting precies gedetailleerd ontstond herinner ik me niet meer omdat ik er geen aandacht aan had besteed. Maar om de een of andere reden viel de naam Wiersma. Wiersma!?  Dankzij Wiersma hebben mijn moeder, haar twee broers en haar beide ouders de oorlog overleefd. In mijn prille kinderjaren bezochten wij Wiersma, een politieman uit Gouda die leiding gaf in Friesland aan verzetsstrijders en aan duikouders die met gevaar voor eigen leven en het leven van hun gezinsleden hun huizen openstelden voor vogelvrij verklaarde Joden. Hij had een tweeling die weleens bij ons logeerde. En nu ontmoette ik een oude vrouw die ook wat had met Wiersma. Zij was nog een baby toen haar moeder, naar haar zeggen, benaderd werd door Sjoerd Wiersma uit Joure. Hij wilde moeder en baby laten onderduiken, haar vader was reeds voor haar geboorte afgevoerd, maar moeder wilde dat niet, maar ze gaf de baby wel mee. De volgende dag reisde Wiersma wederom af naar de Albert Cuypstraat in Amsterdam, om te zien of moeder wellicht van gedachten was veranderd, maar het was al te laat. Ze was die nacht al opgepakt en op weg naar een toen nog onzekere toekomst. Wiersma heeft de baby in het gezin opgenomen en ze werd behandeld alsof het hun eigen kind was, maar dopen, dat niet. Want, zo redeneerde Wiersma, als haar moeder terugkomt wil hij een Joods kind afleveren, ongedoopt. Maar moeder kwam niet terug. Trouwens niet alleen had haar moeder de oorlog niet overleefd, de baby was de enige van de familie, ooms, tantes, opa’s en oma’s, nichten en neven. De baby, nu de oude maar verre van bejaarde vrouw, ging uiteraard wel mee naar de kerk en werd een gelovige christelijke vrouw. Haar dochter was bij haar, ook uiteraard christelijk. En nu ontmoetten ze een rabbijn, waren aanwezig bij het aansteken van de menora. Of hun Wiersma ook de mijne was, weet ik nog niet. Misschien een broer of een vader. De redder van mijn moeder was een hoge politiefunctionaris uit Gouda, daarover bestaat geen twijfel, maar wel of niet dezelfde Wiersma, familie was het zeker en beiden, als het toch twee personen zijn, waren zware verzetsstrijders. En ik had niet bestaan en de oude vrouw zou zijn vermoord, zonder Wiersma. Na afloop van de zeer drukbezochte Chanoeka-bijeenkomst was er door Gerard Cohen, voorzitter van de Joodse Gemeente Leeuwarden, een Q&A met de rabbijn georganiseerd. Ook de christelijk-Joodse vrouw, de baby van toen, was aanwezig met haar dochter en met meer dan gewone belangstelling luisterde ze zichtbaar, de enige overlevende van een door en door Amsterdamse Joodse familie.

Mijn opa en oma en mijn vader woonden in de Ferdinand Bolstraat, om de hoek van de Albert Cuyp. Die moeten haar ouders gekend hebben. Het kwam allemaal erg dichtbij. Hoe het contact verder zal gaan, welke de uitwerking van de menora zal hebben op de nazaten van de moeder die de moed had gehad om haar baby af te staan aan een onbekende verzetsman… wordt zeker vervolgd!

De bijeenkomsten met Chanoeka waren overal in den lande dankzij de grote opkomst van de christelijke vrienden van Israël een groot succes. Verheugd had ik daarover al een paar keer her en der geschreven. Maar vergeet even de kwantiteit. Zelfs als ik uitsluitend deze ene Joods-christelijke overlevende zou hebben ontmoet…

Waarom komt deze gedachte plotseling bij me op? Ik kom net terug uit Belgrado waar ik nog geen etmaal verbleef. Ik was daar om de rabbijn van Montenegro en de rabbijn van Belgrado te ontmoeten en ze te helpen, als een soort rabbinale nestor, met een paar lastige rabbinale klusjes. In heel Servië wonen alles bij elkaar drieduizend Joden. De rabbijn heeft sjoel aan huis en alleen op sjabbat is er dienst. Dichtstbijzijnde plaats met Joods leven en winkel waar koosjere producten kunnen worden ingeslagen is Budapest, vier uur weg. Israëlische orthodoxe toeristen vragen hem regelmatig waarom hij zich in deze niet-Joodse woestijn heeft gevestigd. Dat is een goede vraag waarbij een goed antwoord past: in een drukbevolkt gebied heb je geen oase nodig, maar wel in een woestijn. Velen uit onze Joodse gemeenschap zijn verdwaald, ver verwijderd van hun Joodse roots. In de geestelijke woestijn waarin ze zich bevinden komt de redding als uit het niets. Een oase van Jodendom is voor de verdwaalde geesten van levensbelang. Als ik dit ter bemoediging aan de eenzame-Belgradose-oase-rabbijn vertel, komen de verhalen los. Geen verhalen over grote opkomst, maar wel over individuen voor wie hij de juiste persoon was op de juiste plaats en op het juiste tijdstip,

Vanochtend had de oase-rabbijn sjoeldienst, om negen uur precies. Eén Serviër die zes maanden in Belgrado woont en de rest van het jaar in Californië, vormde met de rabbijn het ‘minjan’. Hij komt iedere woensdag naar de ‘sjoeldienst’ om tefillin te leggen en het ochtendgebed uit te spreken. Vanochtend was de opkomst groter dan normaal, want behalve de Amerikaanse Serviër en de rabbijn, woonde ook ik de ‘dienst’ bij.

Het is niet toegestaan om Joden te tellen. En als we dat wel doen zeggen we niet één, twee, drie, maar we gebruiken een zin uit de Thora die uit tien woorden bestaat. Komt natuurlijk op hetzelfde neer, maar toont toch dat ieder mens telt maar niet gedegradeerd mag worden tot een nummer.

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 21 december 2025

De laatste dag Chanoeka.

Geachte dagboekenier. Ik heb last van een schuldcomplex en ik worstel met de verslaggeving van alle plaatsen waar ik aanwezig was om de menora publiekelijk aan te steken.

Waar was ik dit jaar?  De aftrap begon voor ons in Eindhoven. Ik schrijf bewust ‘ons’ omdat Blouma bijna altijd ook van de (Chanoeka)partij was. Na Eindhoven, waar rabbijn Simcha Steinberg onze gastheer was, had u ons in Amsterdam kunnen treffen voor het concertgebouw waar ik om veiligheidsredenen me niet kon aansluiten bij de pro-Israël demonstranten, maar het was me wel gelukt om, tussen de pro-Israël fans, de menora, afkomstig uit Kampen, aan te steken en onze vrienden toe te spreken. Het tweede lichtje ontstaken we in de grootste zaal van het Middelburgse Stadhuis om een dag later zowel in Winterswijk alsook in Zutphen het derde kaarsje te laten branden, op beide locaties in en voor de sjoel. Woensdag 17 december was er voor mij geen sjoel te bekennen. Eerst in Nieuwspoort voor ’s lands politici en daarna op de Dam voor zo’n drieduizend vrienden van Israël uit het hele land. Donderdag was een kilometer verslindende Chanoeka-dag met eerst Bourtange en daarna Arnhem. Voor het geval u niet weet waar Bourtange ligt: u rijdt naar het hoge noorden van ons land, bij voorkeur via Duitsland. Op een gegeven moment lijkt het of de wereld ophoudt, daarna nog drie kwartier en dan staat u op de markt van de Vestingstad Bourtange. Vrijdag en sjabbat was ik in Almere om uitgaande sjabbat de menora die ik had aangestoken voor het concertgebouw in Amsterdam in zijn ‘woonplaats’ Kampen te mogen ontsteken. Vandaag hebben alle acht kaarsjes gebrand en was ik in Nijmegen, met rabbijn Mendel Levine, om vervolgens onze Chanoeka-Toer af te sluiten, samen met rabbijn Shmuel Spiero, in Leeuwarden. En terwijl ik in Leeuwarden was, was Blouma in Amersfoort bij de High Tea en de Menora.  Welke burgervaders (of burger-moeders) hebben wij op onze Chanoeka-Toer-2025 ontmoet? Jeroen Dijsselbloem (Eindhoven), Yvonne van Mastrigt (Middelburg), Hendri Meendering (vesting-Bourtange), Jaap Velema (Westerwolde), Sander de Rouwe (Kampen), Hubert Bruls (Nijmegen) en Sybrand van Haersma Buma (Leeuwarden).

En nu mijn schuldcomplex dat ik dus van me af probeer te schrijven. Ten eerste schrijf ik uitsluitend over de bijeenkomsten waar wij waren, maar op vele andere plaatsen werd ook publiekelijk de menora aangestoken door rabbinale collega’s. Daarover heb ik niets geschreven, terwijl die bijeenkomsten zeker niet minder belangrijk waren of minder succesvol. Maar ja, zit ik mezelf dan te ver-excuseren, het is mijn dagboek.

Maar een moeizamer probleem is: op het moment dat ik schrijf over locatie A, schrijf ik niet over B. En om aan alle bijeenkomsten evenveel aandacht te besteden is haalbaar, maar dan is mijn dagboek geen dagboek meer, maar dan wordt ieder dagboek meer boek dan dag, en dat wordt te veel voor mijn dagboekeniers.

En dus, hoor ik u denken, hoe lost Jacobs dit op?

Met een algemene gemeente overstijgende Chanoeka 5786-2025 impressie, zonder vermelding van locatie, burgemeester zonder naam en mezelf uit het dagboek-weekboek plaatsend. Alleen wel graag die ene foto erbij waarop alle acht lichtjes branden en de herkomst van de menora (bijna) onherkenbaar is.

De Dam is uiteraard niet te vergelijken met Bourtange, qua opkomst en qua grootte van de locatie. En toch hebben de grootste locatie en de kleinste een belangrijke overeenkomst: de gedrevenheid waarmee dit jaar alle Chanoeka bijeenkomsten werden georganiseerd, was overal zichtbaar en herkenbaar. Ook was bijna overal de opkomst het dubbele van andere jaren en straalde, behalve de menora, ook de betrokkenheid van de aanwezigen. Nergens heb ik ‘toevallige’ passanten gezien die louter en alleen participeerden uit nieuwsgierigheid. De betrokkenheid van ieder der aanwezigen verlichtte de duisternis net zo sterk als de vlammetjes van de menora. De bemoediging naar de Joodse gemeenschap was geweldig. De zorg voor de veiligheid vanuit de lokale en landelijke politie was indrukwekkend. De betrokkenheid van de lokale organisatoren was onvergetelijk.

Maar vandaag, nu alle acht kaarsjes branden, moeten we oppassen dat Chanoeka weer tot geschiedenis wordt gedegradeerd, de lichtjes gedoofd worden, de duisternis blijft groeien. Chanoeka heeft ons geleerd dat er wonderen kunnen plaatsvinden, maar ook dat weinigen velen kunnen verslaan en dat het doel was en is: de herbouwde Tempel in Jeruzalem, de komst van de echte en alles overstijgende sjalom. De tijd van de Mosjiach waarin oorlogen niet meer bestaan en duisternis geen bestaansrecht meer heeft.

Maar tot die tijd dient ieder te weten dat een heel klein vlammetje gigantisch veel duisternis kan verdrijven. Maar daaraan zit wel een kardinale (om even een niet-Joods woord te gebruiken) voorwaarde. Het vlammetje moet afkomstig zijn van koosjere zuivere olijfolie. De uitstraling moet van een eerlijke en oprechte bron afkomstig zijn. Ik hoop en ben er bijna van overtuigd dat alle aanwezigen bij de menora-bijeenkomsten zonder bijbedoelingen participeerden en dat ze allen hun lichtgevende taak zullen continueren. Ja, in Nederland verliep het allemaal niet zo koosjer in de Holocaust. Slechts 5% zat in het verzet en de overgrote meerderheid vertoonde kuddegedrag waardoor er kon gebeuren wat gebeurde. Nederland had In West-Europa het hoogste percentage Joden ‘die niet terugkeerden’.

Maar als we nu kijken naar de steun vanuit onze niet-Joodse medeburgers, dan scoort Nederland veel hoger dan andere Europese landen. Am Jisrael Chaj, het Joodse volk leeft en overleeft en weet zich gesteund door vele niet-Joodse vrienden en medeburgers. Er zijn in ons Nederland, ondanks het verleden en ondanks huidige duistere antisemitische haatcampagnes, heel veel zuivere vlammetjes die keihard proberen om die duisternis te verlichten en de sjalom te laten overheersen. Ik wil dit, ondanks de op ons afkomende duisternis, nadrukkelijk vermelden, juist aan het eind van onze Chanoeka-Toer 2025!

Dagboek van de Opperrabbijn van 15 december 2025

Niet alles vertrouw ik mijn dagboek toe. Niet zozeer omdat iets geheim is of vanwege vertrouwelijkheid, maar gewoon omdat een te lang dagboek niet gelezen wordt, omdat ik het een en ander was vergeten, gewoon zonder reden of vanwege tijdgebrek.

“Geachte rabbijn Jacobs, Met grote verslagenheid nam ik vandaag kennis van de vreselijke aanslag tijdens Chanoeka in Australië. Juist in deze dagen waarin het licht wordt aangestoken tegen de duisternis, raakt dit geweld mij diep. De berichten brachten mij direct terug bij onze ontmoeting van deze week in Genemuiden, waar u met ons, samen met een groep ondernemers, sprak over de angst en het toenemende antisemitisme, ook dichterbij huis. Wat u toen onder woorden bracht, wordt nu op zo’n pijnlijke en confronterende manier werkelijkheid tijdens deze Chanoeka-viering in Australië. Ik leef intens met u en met het Joodse volk mee. Moge de God van Israël nabij zijn, troosten wie getroffen zijn en kracht geven aan allen die zich bedreigd weten. In gebed en verbondenheid steek ik het licht aan, in het vertrouwen dat het duister het niet zal winnen. Met hartelijke groet en in verbondenheid.”

Recentelijk was ik dus niet op Urk, maar in Genemuiden en was ik verzocht om te vertellen over het opkomend antisemitisme in ons land. En nog geen paar dagen later de aanslag in Sidney en direct daaropvolgend bovenstaand teken van intens meeleven. We hebben dus GZD ook nog vrienden die antisemitisme niet accepteren en Israël hoog in het vaandel hebben staan en mij, gelijk Urk, een woning aanbieden om gewoon zonder schelden en zonder camera’s rondom ons huis te kunnen leven in het land waar wij al eeuwen wonen, ons land, ons Nederland. Natuurlijk heb ik een hechte band met Israël, het land van de Bijbel, het land van onze voorouders, het land waar de Derde Tempel zal verrijzen met de komst van de Mosjieach. Maar zolang die er nog niet is en er nog Joden in Nederland wonen, blijf ik bij mijn Nederlands-Joodse schaapjes en continueer ik met het bouwen van bruggen met de niet-Joodse samenleving. Met de christelijke en de seculiere maatschappij is dat goed gelukt, maar met de moslimgemeenschap is er nog van geen brug sprake, zelfs niet van een ophaalbruggetje. Ik heb een voorstel: Toen er op 15 maart 2019 een aanslag plaatsvond op een moskee in Christchurch, New Zeeland, en eenenvijftig onschuldige mensen tijdens hun gebed werden gedood, heb ik mijn afschuw hierover duidelijk kenbaar gemaakt o.a. door op de Dam tijdens een door de moslims georganiseerde herdenkingsbijeenkomst, een duidelijke veroordelende toespraak te houden. Hopelijk zal de Nederlandse Moslim gemeenschap nu ook van zich laten horen. Ik denk dat dat belangrijk is en ook een kans die hopelijk zal worden opgepakt of misschien al opgepakt is, maar ik het nog niet heb vernomen.

Ondertussen, tussen de diverse Chanoeka-vieringen in, verwerk ik e-mails en whatsapps over extra beveiliging, zorgen, afschuw, eenzaamheid. Het meest, vanuit de Joodse gemeenschap, weerklinkt het ‘niet en nooit toegeven’ en ‘we laten ons niet chanteren’. Ook journalisten bellen me, burgemeesters, voorzitters van Joodse Gemeenten, niet-joodse vrienden en bekenden.

Mijn jaarlijkse Chanoeka-elf-stedentocht is gisteren dus begonnen in Eindhoven voor het stadhuis. Het was een goede bijeenkomst met burgemeester Jeroen Dijsselbloem, rabbijn Simcha Steinberg en zijn echtgenote Rina in de hoofdrollen. De bijeenkomst straalde warmte en hoop uit, maar ook zorg vanwege de aanslag in Sydney. Wat daar kon gebeuren, is ook hier niet ondenkbaar…

En toen: het concertgebouw in Amsterdam. Omdat de jaarlijkse chazan, voorzanger, ooit in het IDF heeft gediend, was er deining ontstaan. Ik vroeg me af of als ik in Israël zou worden uitgenodigd om ergens te zingen, of er dan ook demonstraties, gebrul en geschreeuw zou ontstaan omdat ik in het Nederlandse leger heb gediend. Mijn leger- carrière is niet verzonnen, want toen ik nog jong was, dat wil zeggen iets jonger dan nu, bestond er nog de dienstplicht en heb ik het Vaderland onder de wapens moeten dienen. De chazan Shai Abramson zong fantastisch, inspirerend en zuiver, gelijk de vlammetjes van de Menora.

Vandaag ANP, diverse journalisten en Middelburg. Nog nooit zijn er zoveel Zeelanders naar de grote menora in het Middelburgse Stadhuis gekomen. Het is moeilijk inschatten, maar de honderd velletjes met daarop het Ma’oz Tsoer, het traditionele gezang na het aansteken van de menora, waren als een druppel op een gloeiende plaat, een lachertje. Veel en veel te weinig! Als ik spreek over vierhonderd aanwezigen, denk ik niet dat ik overdrijf. Het was een geweldige bijeenkomst, inspirerend, een burgemeester die zich, gelijk collega Dijsselbloem, goed voorbereid had ingezet. Zo goed, dat ik haar heb aangeboden dat mocht ze te zijner tijd geen zin meer hebben in het burgemeesterschap, wellicht een baan als rabbijn in aanmerking zou kunnen komen.

Maar ondanks de overweldigende steun vanuit Overheid en privécontacten maak ik me plotseling op dit late uur van de dag/nacht zorgen, vermoedelijk omdat ik vandaag te veel uren in de auto heb gezeten en niet gewandeld. Australië bleek al vele keren gewaarschuwd te zijn geweest. Het anti-Joodse klimaat was door media/overheid zwaar opgefokt, en dus was een aanslag als deze misschien voorspelbaar. Hoe zit het in ons Nederland met het antizionistische klimaat? En wat zouden daarvan de gevolgen kunnen zijn?

Morgen Zutphen en Winterswijk! Ik begin alweer redelijk aan de urenlange ritten gewend en verslaafd te raken. Verslaafd, want het is goed, mooi en inspirerend om op zovele plaatsen zoveel mensen te mogen ontmoeten.

Dagboek van de Opperrabbijn van 10 december 2025

Dadelijk gaan we weer terug naar “normaal”. Precies een week Israël achter de rug. Als ik terugblik begint het me een beetje te duizelen voor de ogen. Wat een indrukken, wat een positiviteit, maar ook wat een problemen. Want, zo voel ik het momenteel. Wat begon met een ongelooflijke ‘Simcha” eindige bijna met een groot verdriet, maar gelukkig had het slot toch nog een goede afloop. Beste dagboekenier, u kunt het waarschijnlijk even helemaal niet meer volgen, ikzelf nog net wel!

Na maandag en dinsdag vorige week twee dagen Auschwitz met onderwijsmensen uit geheel Europa, waarvan ik al gewag had gemaakt in mijn vorige dagboek, vlogen Blouma en ik woensdag naar Israël. Vakantie? Niet bepaald. En toch waren we echt bijna helemaal uit ons reguliere doen en laten.  Ik ben niet zo’n vakantie-mens, want van even helemaal een paar dagen niets doen, raak ik chronisch overspannen en bekaf. Maar wat was een week Israël dan wel, als het geen vakantie was?

Om te voorkomen dat mij het houden van vakantie op kosten van derden wordt verweten, zal ik u mijn “Israël-vakantie” van dag- en nachtdeel tot dag- en nachtdeel opbiechten. Aangekomen woensdagavond omstreeks 19:00 uur, zaten we binnen een slordige drie kwartier al in een auto en werden afgevoerd naar het bijna onbeschrijfelijk goed georganiseerde Gala Diner van Shalva in aanwezigheid van vele buitenlandse gasten, diplomaten en als speciale gast de president van Israël. Het aantal aanwezigen oversteeg de achthonderd. Shalva is een grote zeer professionele instelling, opgericht om medemensen met een verstandelijke en/of fysieke handicap het leven te veraangenamen. En dat doel wordt dagelijks zichtbaar ruimschoots bereikt. Zo’n Gala geeft informatie over de doelstelling en de praktijk van alle (Shalva)dag, maar werkt ook buitengewoon inspirerend. Omstreeks één uur middernacht bereikten we ons hotel, moe, uitgeput en zeer dankbaar.

Donderdag redelijk vroeg weer in de kleren voor een heel bijzondere VIP-rondleiding bij de westelijke muur. Ontspanning dus! Maar om zeven uur ’s avonds was het hoogtepunt al ruimschoots gepasseerd en bevonden we ons beiden bij de choepa van Samuel, een actief lid van de Joodse Gemeente Amersfoort, nu woonachtig in Israël. Een groot feest en ik mocht weer helemaal mezelf op de dansvloer uitleven, want in dansen deed ik echt niet onder voor de veel en veel jongere andere gasten.

En toen was het vrijdag en sjabbat. De jaarlijkse sjabbat-viering met de vluchtelingen uit Mariupol, Oekraïne. Doordat Blouma en ik twee keer per jaar Oekraïne aandeden om de lokale Joodse Gemeenschappen te steunen en Mariupol vaste prik was, is onze aanwezigheid bij de jaarlijkse reünie een vanzelfsprekendheid geworden. Vrijdagochtend een wandeling-met-uitleg door Jeruzalem en toen was het sjabbat met zang, geweldige maaltijden en de nodige toespraken. Het viel mij op hoe aandachtig er werd geluisterd. Mijn sjabbat-middag toespraak duurde minstens een uur: je kon een speld horen vallen! Maar ook de individuele contacten en gesprekken waren van belang.

Zondag was de belangrijke dag: eerst een bezoek aan en kennismaking met het nieuwe appartement, woonunit, van Shalva voor vijf bewoners, allen meisjes met downsyndroom, en 24/7 aanwezige begeleiding. Vanuit Nederland, via de Stichting leSameach Hajeled, was de volledige inrichting bekostigd ter herinnering aan de bewoners van het Apeldoornsche Bosch dat in 1943 Judenrein was gemaakt. De liefde waarmee deze bewoners worden omgeven is indrukwekkend, ook gewoon vanuit de buurt. Shalva heeft een aantal van dit soort woon-units recentelijk aangeschaft. Vanuit Jeruzalem naar Ashkelon waar Shalva een ambulante kliniek wil vestigen voor kinderen en hun ouders voor wie Jeruzalem te ver weg is. Er zal daar dag-therapie worden gegeven, maar vooral diagnostisering. De hele tijd trokken wij op met Koen en Ira Carlier van Christenen voor Israël. Ik moge dan de huwelijksmakelaar zijn, CvI, via Koen en Ira, verzorgen de financiën. Donderdag komt een delegatie van Shalva naar Nederland om te bespreken hoe Nederland Shalva kan steunen met dit nieuwe ‘filiaal’.

In Ashkelon bezochten we ook de twee weeshuizen die we al uitgebreid jarenlang hadden bezocht in Oekraïne, Zhutomer. Vanwege de toestand in Oekraïne zijn de twee weeshuizen naar Israël gevlucht. Ja, twee, de een voor jongens en de ander voor meisjes. Een aantal van de kinderen konden niet weg en in feite is rabbijn Wilhelm, de oprichter, directeur, vader en financier, nu aan het heen en weer vliegen tussen Zhutomer en Ashkelon. En los van het heen en weer vliegen betekent dit dus ook minstens twee keer extra financiële belasting.

De ontvangst die we kregen door de weeskinderen was ontroerend. Ze waren zo intens blij met de belangstelling die ze kregen. Thee en koffie, koekjes en dankbare gezichten. Blouma heeft de meisjes toegesproken en ik de jongens. Ira, onze vaste tolk van Engels naar Russisch en vice versa, zorgde ervoor dat de 18 jongeren alles konden begrijpen en ook hun vragen konden stellen.

Als ik terugdenk dan zie ik dat de bewoners van Shalva met zorg en heel veel liefde zijn omringd. Hetzelfde geldt voor hun ouders. Ja, ze zijn allen gehandicapt, maar aan begrip ontbreekt het geheel niet. Maar deze weeskinderen: vader gewoonlijk onbekend. Moeder aan de drank en totaal niet in staat en bereid om ouderlijke liefde te geven. En wie komt ze bezoeken? Bijna niemand, want ze zijn ‘normaal’.  Terwijl ik dit met u deel springen de tranen me in de ogen. Ik had er nog over nagedacht om het bezoek aan de weeshuizen uit te stellen tot volgend jaar of een volgende keer… Wat ben ik dankbaar aan deze weeskinderen aandacht te hebben gegeven. Eigenlijk als ik deze Israël-dagen in mijn geest de revue laat passeren, waren we begonnen met het summum van blijdschap om te eindigen met pijnlijk verdriet…

Maar omdat het einde positief behoort te zijn, wilde het (niet bestaande) toeval dat we van Ashkelon naar Ashdot reden. De zoon van mijn opvolger in het Sinaï Centrum had zich verloofd. Wij wisten al dat er iets op handen was en de verloving kwam dan ook niet onverwacht. Maar wel of niet onverwacht, het was een mooie en positieve afsluiting van onze Israël dagen.

Nu weer terug naar onze Nederlandse verplichtingen. Dadelijk mijn zoom-les, een ontmoeting over een verdriet in de huiselijke sfeer, toespraken en columns voorbereiden. Volgde week mijn Chanoeka-Toer.

Dagboek van de Opperrabbijn van 2 december 2025

Eigenlijk had ik me voorgenomen om even een dagboek over te slaan vanwege een bijna tsunami aan aanbevelingen om het vooral iets rustiger aan te doen. Na Montenegro en een zeer vermoeiende reis vanwege de vervelende vliegtuigconnecties, zit ik nu in Krakau met meer dan honderddertig onderwijsmensen uit Frankrijk, Slovenië, Kroatië, Servië, Oostenrijk, Duitsland, Italië, België, Engeland, Bulgarije, Spanje, Israël, Zweden, Litouwen, Duitsland, nog een paar landen die ik zo even niet weet te produceren en tenslotte: Nederland. Dertig deelnemers participeren uit ons land. De conferentie die vandaag in het teken stond van het antisemitisme, verplaatst zich morgen, maandag, naar Auschwitz – Birkenau. Vandaag was het dus “horen” en morgen “zien”. Overigens houd ik het morgen wel voor gezien. Ik zal braaf meelopen met de diverse groepen, maar ik ga geen koptelefoon dragen en ben niet van plan om gebouwen in te gaan. Ik zal netjes voor de deuren blijven wachten en als de groep naar buiten komt volg ik ze braaf op het pad. Ik had dus mezelf voorgenomen, vanwege de tsunami, om even een dagboek over te slaan, maar dat is dus mislukt, want de laatste spreker vandaag, een Zweedse professor in de geschiedenis, deed met zijn lezing iets heel interessants en onverwachts. Hij toonde op een scherm een foto van een winkelstraat met een paar bomen, een fonteintje en nog een aantal dingen die je in iedere winkelstraat zult treffen. Er werd door de professor gevraagd om aan te geven wat er bijzonder was aan deze ogenschijnlijk ’gewone’ foto van een gewone winkelstraat. Het gewenste antwoord was dat hier iets werd getoond dat niet meer is: het getto van Krakow. Niets meer van overgebleven, met de grond gelijkgemaakt en herbouwd, of beter gezegd: niet herbouwd, maar volledig weg-gebouwd. Niets herinnert nog op deze foto aan wat het eens was en in de werkelijkheid is het nog dramatischer. En toen vervolgde de professor: morgen gaan jullie naar Auschwitz om de moord te herdenken door met jullie gedachten te concentreren op alle onbeschrijfelijke wreedheden, op de gaskamers, op de crematoria, de duizenden brillen, bergen haar… en terwijl hij nog nauwelijks z’n zin had afgemaakt, werd er een ouderwetse filmopname vertoond. https://youtu.be/v_Ey3MhRD2I  

Het prachtige leven zoals dat in Krakau was voor de oorlog speelde zich voor de ogen van de honderddertig onderwijsspecialisten af. De professor riep op om morgen in Auschwitz niet uitsluitend de moord in naam van de Endlösung te zien en te horen, maar juist te denken aan al die vermoorde Joden die zo vrolijk en opgewekt de straten van Krakow vulden. Zo, riep de professor op, moeten we ze herdenken: levend, vol energie.

Omdat het nu bijna 00,00 uur is, dinsdagochtend, 2 december, is mijn energie ook bijna op, en ga ik morgen verder schrijven, op het vliegveld of gewoon in het vliegtuig en desnoods als ik thuis ben gearriveerd.

Het is nu ‘morgen’ en zit ik in de lounge van het vliegveld van Krakow om mijn dagboek van 2 december af te maken. In de bus van ons hotel naar Auschwitz heb ik met de Nederlanders die ik gisteren niet had gesproken en met wie ik dus nog geen kennis had gemaakt, uitgebreid gesproken. En toen: Auschwitz I en Auschwitz II (Birkenau) met aan het eind de herdenkingsplechtigheid. Onbewust ben ik vergeten om de wijze woorden van de Zweedse professor tot me te nemen. Bij het herdenken had ik uitsluitend de beestachtige moord voor ogen en niet de mooie beelden uit de film. En, en daarom ging het mij, een opdracht aan alle onderwijsmensen om duidelijk te laten weten dat vanaf heden Auschwitz geen geschiedenis meer is van gisteren, maar de dreiging van vandaag en morgen!  Wegkijken is onacceptabel, toen en nu. Toen zich in 1938 de Kristallnacht voltrok en de wereld zweeg, waren hiermee de deuren naar de gaskamers geopend. Wir haben es nicht gewusst, was toen geen excuus en kan het ook morgen niet zijn. In mijn slotwoord voordat ik het kaddiesj-gebed mocht uitspreken, memoreerde ik Jan Karski (1914-2000). Hij was een Poolse verzetsstrijder en koerier. In 1943 heeft hij de geallieerden keihard en onweerlegbaar gedocumenteerd laten weten wat er met de Joden geschiedde. Er werd niet geluisterd, niet door Chuchill en niet door Roosevelt, er was geen interesse, het was lastig, de andere makkelijkere kant werd opgekeken.  “Vanaf heden bent u allen ambassadeurs geworden van Auschwitz. U moet uw leerlingen tonen wat er kan geschieden als ogen worden gesloten, de waarheid wordt verdraaid, de leugen het normaal wordt. Ons samenzijn is niet voorbij, het is nu begonnen”. Mijn bede kwam over, zo voelde ik het. We hebben in de strijd tegen antisemitisme nieuwe grondtroepen verworven. Ik heb visitekaartjes uitgedeeld, contacten gelegd, hulp waar nodig aangeboden. Ik hoop op meer werk… ondanks de tsunami!